Tag: nb34

  • Canada wil ‘zo veel mogelijk immigranten’

    Canada wil ‘zo veel mogelijk immigranten’

    Om de economische slagkracht te vergroten is Canada van plan een recordaantal immigranten toe te laten en de bevolking met 1,45 miljoen te laten groeien. Er bestaat een brede consensus in het land over de waarde van immigratie. ‘We moeten ons openstellen voor elkaar.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week maakte de regering van Canada bekend dat ze de criteria voor het toelaten van buitenlandse werknemers wil aanscherpen. Een van de maatregelen is dat laagbetaalde buitenlandse werknemers in steden waar de werkloosheid 6 procent of hoger is, geen tijdelijke werkvergunningen meer mogen krijgen. Premier Justin Trudeau legde maandag uit dat door de inflatie en de hoge werkloosheid de situatie niet meer dezelfde is als twee jaar geleden en dat Canada niet meer zoveel buitenlandse arbeidskrachten nodig heeft.
    Met deze beslissing maakt Canada een flinke draai, aangezien het land tot voor kort een zeer open immigratiebeleid voerde. Dat blijkt wel uit dit artikel van The New York Times van een jaar geleden. Daarin wordt beschreven hoe Canada zo veel mogelijk immigranten wil om zijn economie te versterken. Nu moet het land zich meer gaan bezighouden met de inheemse bevolking, die te kampen heeft met een forse werkloosheidsstijging.

    Het kleine plaatsje Hérouxville in landelijk Quebec is binnen de provincie lange tijd de belichaming geweest van een diepgewortelde vijandige houding ten aanzien van vreemdelingen. Er waren geen immigranten in de stad, maar toch werd er op zeker moment een gedragscode van kracht die er geen twijfel over liet bestaan dat zij en hun vermeende gewoonten er ongewenst waren.

    Hérouxville, zo stond er te lezen in de gedragsregels, zou niet ‘tolereren dat er op het stadsplein vrouwen zouden worden gestenigd,’ dat ze ‘levend zouden worden verbrand’ of dat ze ‘als slaven zouden worden behandeld.’ De bevolking van de stad vierde Kerstmis en gezichtsbedekking was uit den boze, behalve misschien met Halloween, zo werd er gewaarschuwd.

    Deze gedragscode speelde in op een diepgewortelde angst in de enige Franstalige provincie van Canada dat de eigen cultuur zou worden uitgehold door immigratie. Daarnaast was de code ook aanleiding tot het instellen van een unieke overheidscommissie, bedoeld om consensus te bereiken over ‘een redelijke huisvesting’ van etnische minderheden.

    Gebroken met verleden

    Het is dan ook verrassend te noemen dat Hérouxville tegenwoordig immigranten verwelkomt en maar al te bereid is om hun onderdak te bieden. ‘We hebben gebroken met het verleden,’ zegt Bernard Thompson, de burgemeester van het plaatsje en een voormalig voorstander van de gedragscode. ‘We willen nu zo veel mogelijk immigranten.’

    Deze radicale ommekeer komt op een moment dat Canada de deur verder wil openzetten voor nieuwkomers, als onderdeel van een structureel beleid om de economische slagkracht te vergroten. De federale overheid heeft plannen aangekondigd om in de komende tien jaar een recordaantal immigranten toe te laten, vanuit het streven de huidige bevolking van 39 miljoen mensen met 1,45 miljoen te laten groeien. In tegenstelling tot andere westerse landen, waar immigratie heeft gezorgd voor een diepe tweedeling binnen de maatschappij en zelfs een opkomend politiek extremisme heeft gevoed, bestaat er in Canada brede consensus over de waarde van immigratie.

    De enige uitzondering hierop is Quebec, waar politici olie op het vuur van de anti-immigratiesentimenten hebben gegooid door de Franstalige stemgerechtigden voor te houden dat hun culturele identiteit in het gedrang komt. Maar zelfs in Quebec zijn er, tegen een achtergrond van demografische ontwikkelingen en veranderende opvattingen, tekenen van kentering in plaatsen als Hérouxville.

    De omslag in Hérouxville is toe te schrijven aan een combinatie van factoren, waaronder niet alleen de vergrijzing, een laag geboortecijfer en een nijpend personeelstekort, maar ook wezenlijk andere opvattingen onder jongere generaties en persoonlijke verhalen van mensen als burgemeester Thompson. Desgevraagd zou Thompson zelfs toestemming geven aan moslimimmigranten om een leegstaande zaal in het gemeentehuis te gebruiken als gebedsruimte, ook al is hij daar wettelijk niet toe verplicht. ‘Als we niet in staat zijn respect op te brengen voor elkaars cultuur, of het nou om religie gaat of om iets anders, zijn we naar mijn mening verkeerd bezig,’ aldus de burgemeester. ‘We moeten ons openstellen voor elkaar.’

    Thompson is tevens de hoogste gekozen ambtenaar van de regionale gemeente [een bestuurlijk onderdeel van een provincie] Mékinac, waar niet alleen Hérouxville met zijn 1336 inwoners onder valt, maar ook negen andere kleine plaatsen, waarvan enkele de gedragscode van Hérouxville steunden. In scherp contrast met het verleden, toen zich in heel Mékinac jaarlijks één of helemaal geen immigrant vestigde, heeft de regionale gemeente de afgelopen twee jaar een recordaantal van zestig immigranten aangetrokken uit Zuid-Amerika, Afrika, Europa en elders.

    Een van die immigranten, de veertigjarige Habiba Hmadi, kwam ongeveer een jaar geleden vanuit Tunesië naar Canada, met haar man en haar zoon en dochter, die allebei de lagereschoolleeftijd hadden. Habiba en haar man spreken beiden Frans, maar thuis wordt er Arabisch gesproken. Zij is verzekeringsagent en haar man is lasser.

    ‘We hopen dat ze hier zullen wortelen, maar van ons hoeven ze niet per se te veranderen’

    Vooral tijdens de ramadan en andere feestdagen is het moeilijk om zo ver van huis te zijn, zegt Habiba. Ze heeft nog nooit van de gedragscode van Hérouxville gehoord en het gezin is door de plaatselijke bevolking warm ontvangen. ‘We hebben heel veel telefoontjes gekregen, en er klopten allerlei mensen bij ons aan met de vraag of ze iets voor ons konden doen,’ vertelt Habiba. ‘Een van de buren stond voor de deur met een grote zak speelgoed voor de kinderen. We kenden haar niet eens. We zaten nog midden in de verhuizing.’

    De toestroom van immigranten is het gevolg van een ingrijpend pro-immigratiebeleid dat in 2017 in de regionale gemeente werd ingevoerd, tien jaar nadat in Hérouxville de gedragscode was aangenomen. Vanaf dat moment begonnen lokale ondernemingen fanatiek buitenlandse arbeiders te werven die bereid waren zich te vestigen in een regio met vrijwel uitsluitend Franssprekende Québécois, ver weg van multiculturele steden als Montreal. Ook werd de plaatselijke bevolking voorbereid op de komst van de nieuwkomers en werden er programma’s opgezet om de immigranten wegwijs te maken in de buurt, bijvoorbeeld in het onlangs uitgebreide gemeenschapscentrum La Maison des Familles. Een paar maanden geleden is Mékinac door de overheid onderscheiden vanwege het beleid ten aanzien van immigranten.

    ‘Door de komst van deze zestig mensen heeft onze eigen omgeving zich enorm geopend,’ zegt Nadia Moreau, hoofd economische ontwikkelingen van de regionale gemeente. ‘Soms hebben zij andere waarden of andere gewoonten, die ze met ons delen, waardoor wij weer vanuit een ander perspectief naar de realiteit kijken.’

    ‘We hopen dat ze hier zullen wortelen, maar van ons hoeven ze niet per se te veranderen,’ voegt Moreau er nog aan toe.

    Herroepen gedragscode

    Haar boodschap heeft, in combinatie met het beleid uit 2017, geleid tot een officiële herroeping van de gedragscode, die een onoverbrugbare grens trok tussen de lokale bevolking en de immigranten. De regels konden weliswaar rekenen op steun in sommige delen van Quebec, maar Hérouxville werd ook geregeld weggezet als een bastion van stompzinnige intolerantie, zoals in een parodie in een eindejaarsprogramma op tv, waarin een nietsvermoedend moslimstel werd opgevoerd dat in het plaatsje verzeild was geraakt..

    De belangrijkste opsteller van de gedragscode, André Drouin, die in 2017 is overleden, was destijds raadslid. Drouin en Thompson, de huidige burgemeester, waren overburen. Ze kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer en bespraken, onder het genot van een glas wijn, in hoeverre de Franstalige meerderheid in Quebec immigranten en andere minderheden tegemoet moest komen.

    Thompson, destijds de webmaster van de gemeente, zegt dat hij Drouins conceptversie voor de gedragscode moest redigeren en er spellings- en grammaticafouten uit haalde, en ook de in zijn ogen overdadige verwijzingen naar kerstbomen schrapte. Hij zag hoe Drouin, een charismatisch man, de gemeenteraad wist over te halen zich unaniem achter de regels te scharen, en hoe hij er ook de lokale bevolking warm voor wist te maken. ‘André had nog een koelkast aan een eskimo kunnen verkopen, zoals we hier zeggen,’ vertelt hij.

    Maar Thompson, die tientallen jaren werkte in de telecommunicatie in Montreal, zegt dat hij zich in toenemende mate ongemakkelijk voelde bij de meest uitgesproken passages in de gedragscode. Hij kon niet ontkennen dat vrijwel iedereen in Quebec ‘kind van een immigrant’ was. Hij was ‘dol’ op de partner van zijn broer, een moslima.

    Uiteindelijk verbrak Thompson de banden met zijn overbuurman. Nadat hij tot burgemeester was verkozen, spande hij zich ervoor in om de gedragsregels naar de stadsarchieven te verbannen. Als burgemeester wilde hij de reputatie van de stad herstellen, en met het steeds grotere personeelstekort in de landbouwsector, de bosbouw en de industrie- en dienstensector werd de noodzaak om immigranten aan te trekken steeds groter. ‘Zonder immigratie redden we het niet,’ zegt Thompson. ‘We hebben geen keus.’

    Bijna iedereen in Quebec is ‘kind van een immigrant’

    De vierenveertigjarige Pascal Lavallée is mede-eigenaar van Boulangerie Germain, een bakkerszaak met twee vestigingen en vijfenveertig werknemers in de regio. Lavallée kampt met een personeelstekort, maar hoopt evengoed uit te breiden. Hij wacht nu op de komst van drie immigranten uit het West-Afrikaanse Togo en Burkina Faso. Ook buiten de grote steden maken de jongere Franstalige Québécois zich minder druk over het verlies van hun identiteit, zegt Lavallée. ‘Zij hebben een hogere tolerantie ten aanzien van nieuwe gebruiken.’

    Desondanks probeerden politici bij de laatste provinciale verkiezingen in te spelen op anti-immigratiesentimenten onder oudere stemgerechtigden op het platteland. Jean Boulet, die tot voor kort provinciaal minister van Immigratie was en afkomstig is uit een plaats vlak bij Hérouxville, beweerde ten onrechte dat ‘80 procent van de immigranten naar Montreal gaat, niet wil werken, geen Frans spreekt en zich niet houdt aan de normen en waarden van de samenleving in Quebec’.

    Een man en een vrouw die voor de deur van een buurtwinkel een sigaretje staan te roken, zeggen nog altijd achter de gedragscode te staan. Ze hebben ooit een groep moslims op de fiets de hoofdweg zien oversteken, vertellen ze, en dan niet bij het stoplicht, maar zomaar ergens; een van hen hield zelfs het verkeer tegen. ‘Weet je, ze zijn hier niet in hun eigen land,’ zegt de man, Jean-Claude Leblanc (72).

    Nog altijd briesend vertellen ze de wijdverspreide verhalen over cabanes à sucre – eettentjes die traditionele gerechten uit Quebec serveren en waar ahornsiroop wordt gemaakt – die varkensvlees van het menu hadden gehaald om moslimklanten te trekken. Ze hadden zelfs gehoord van moslims die in een eettentje waren gaan bidden. ‘Bínnen, hè,’ zegt de vrouw, die weigert haar naam te noemen. ‘In ónze suikerhuisjes.’

    Andere generatie

    Maar voor Eva-Marie Nagy-Cloutier (32), inwoner van Hérouxville, is de gedragscode echt iets van het verleden. ‘Wij zijn van de generatie waarin je kunt zijn wie je wilt en kunt houden van wie je wilt,’ zegt Nagy-Cloutier, die werkt op de HR-afdeling van Pronovost, een lokale producent van sneeuwruimers die ook arbeidsmigranten werft.

    Abdelkarim Othmani (33) heeft bijna twee jaar geleden zijn huis in het zuiden van Tunesië verlaten en draait avonddiensten als mecanicien bij Pronovost. Tijdens de ramadan mocht hij wat eerder pauzeren, zodat hij na zonsondergang de vasten kon verbreken. Othmani zegt dat hij veel vrienden heeft en dat hij in het weekend met zijn collega’s naar de sportschool gaat. ‘Ik vind de sfeer hier heel fijn,’ zegt hij. Othmani wil trouwen met zijn Tunesische vriendin – of blonde, een van de vele woorden uit het lokale slang die zijn Frans zijn binnengeslopen. Hij wil haar uiteindelijk laten overkomen naar Quebec.

    Zijn beste vriend is Alex Béland-Ricard (29), met wie hij elke dag carpoolt naar het werk. Béland-Ricard, geboren in Quebec en getogen op het platteland, zegt dat hij onder de indruk is van de waarde die de nieuwkomer hecht aan vriendschappen, familie en hard werken. ‘Karim is de eerste immigrant die ik heb leren kennen,’ zegt Béland-Ricard. ‘Van mij mogen er nog wel veel meer komen.’

    Lees ook:

  • Hoe Venezuela onder Maduro van een democratie tot een tirannie verviel

    Hoe Venezuela onder Maduro van een democratie tot een tirannie verviel

    Het Venezuela van president Maduro is geen democratie meer, schrijft journalist Ángel Ruiz in een vlammend stuk. En het volk heeft het laten gebeuren.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen donderdag heeft het Hooggerechtshof van Venezuela de resultaten van de presidentsverkiezingen van 28 juli, die gepubliceerd zijn door de kiesraad, gevalideerd en bekrachtigd. President Nicolás Maduro werd de winnaar met 51,95 procent van de stemmen, aldus het hof.
    De oppositie verwerpt deze uitslag en beschouwt het Hooggerechtshof als een partijdige instantie die aan de leiband van Maduro meeloopt. Wie dit artikel van Ángel Ruiz van acht jaar geleden leest, begrijpt waarom de oppositie vraagtekens plaatst bij de verkiezingsuitslag. Van de drie pijlers van een democratie – scheiding van machten, vrijheid van meningsuiting en bescherming van minderheden – is in Venezuela onder Maduro zo goed als geen sprake meer, aldus Ruiz.

    Van het begin af aan heeft de zogenaamde ‘bolivariaanse revolutie’, oftewel het ‘socialisme van de eenentwintigste eeuw’, angst en haat gezaaid onder de bevolking, met als resultaat politieke discriminatie en een polarisatie die het Venezolaanse volk verdeeld houdt. Neem bijvoorbeeld de ‘lijst-Tascón’, die gebruikt werd om mensen in overheidsdienst te ontslaan of om openbare instellingen, beheerst door de PSUV (Socialistische Eenheidspartij van Venezuela), in de gelegenheid te stellen mensen te weren die geen lid waren van de regeringspartij, en meer recentelijk de vervolging die vanuit de regering door Nicolás Maduro werd ingesteld tegen mensen die een petitie hadden getekend voor een terugroepreferendum [een recht dat is verankerd in de grondwet, en dat de bevolking in staat stelt politici na de helft van hun mandaat terug te roepen].

    Een ander kenmerk van de huidige regering is machtsmisbruik. Het inzetten van de rechterlijke macht als instrument voor politieke controle, gevoegd bij vervolging van politieke dissidenten, heeft gezorgd voor een groot aantal politieke gevangenen, die wreed behandeld worden en wier rechten worden geschonden.

    Een tiran kan met geweld aan de macht komen (door een staatsgreep of een revolutie), maar ook door middel van democratische verkiezingen

    Een duidelijk voorbeeld van machtsmisbruik is ook het niet erkennen van de stembusoverwinningen van de oppositie. Het nationale parlement wordt niet erkend als politiek machtsorgaan dat brede steun onder de bevolking geniet, en in plaats daarvan hebben ze – in strijd met de grondwet – alle macht overgedragen aan de Constitutionele Kamer van het Hooggerechtshof, die gehoorzaamt aan de zogeheten ‘richtlijnen van Miraflores’ [het presidentieel paleis van Venezuela]. Bovendien heeft de regering onlangs op slinkse wijze burgemeesters van de oppositie afgezet, waarmee ze tegen de volkswil inging en apert in strijd met de grondwet handelde.

    Verder hebben de regenten, met opzet en voorbedachten rade, het productieapparaat ontregeld, wat tot grote schaarste en desintegratie heeft geleid en het Venezolaanse volk heeft verarmd. Tot overmaat van ramp hebben ze ook nog lokale comités opgericht – de zogenaamde CLAP (Lokale Bevoorradings- en Productiecomités) – om politieke controle over de voedseldistributie te houden en zo te zorgen voor afhankelijkheid van de PSUV.

    Aanhangers van president Maduro tijdens een bijeenkomst in Caracas eind oktober. – © Getty Images
    Aanhangers van president Maduro tijdens een bijeenkomst in Caracas eind oktober. – © Getty Images

    Na al die kenmerken van de regering te hebben opgesomd dienen we ons af te vragen of we in Venezuela van een democratie kunnen spreken, of dat we het een tirannie moeten noemen. Enige reflectie leidt tot een conclusie die al gemeengoed is onder de bevolking: dit is geen regering met een democratische signatuur, maar meer een tirannie. Het begrip tirannie staat gelijk aan vormen van overheersing en uitoefening van macht die we aanduiden met termen als dictatuur, absolutisme, totalitarisme en despotisme. Een tiran kan met geweld aan de macht komen (door een staatsgreep of een revolutie), maar ook door middel van democratische verkiezingen.

    De kenmerken van een tirannie zijn machtsmisbruik en het zaaien van angst onder de bevolking als middelen om haar wil op te leggen; naarmate de bevolking armer wordt en steeds minder toegang krijgt tot culturele verworvenheden, neemt de angst voor de tirannie toe.

    Niet vergeten mag worden dat democratie gekenmerkt wordt door drie fundamentele zaken: scheiding van machten, vrijheid van meningsuiting en bescherming van minderheden, dat wil zeggen dat minderheden niets in de weg mag worden gelegd om uit te groeien tot een meerderheid. Wij Venezolanen zullen niet lang aarzelen om te zeggen dat geen van die drie pijlers van de democratie in het huidige Venezuela aanwezig is.

    Nachtmerrie

    Gezien de ernst van de situatie dienen we in de eerste plaats te beseffen dat we niet net mogen doen of er niks aan de hand is en zo onze verantwoordelijkheid uit de weg gaan. En in de tweede plaats moeten we met zijn allen de handen ineen slaan om een oplossing te vinden. Niemand mag uitgesloten worden en niemand mag aan de kant blijven staan.

    Wij Venezolanen zijn voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor de nachtmerrie waarin we verkeren, omdat we niet op tijd in actie zijn gekomen om het regime in zijn machtsmisbruik de pas af te snijden, en omdat we niet op tijd de ernst inzagen van de uitspraken van het nieuwe regime – zoals ‘de koppen snellen van de tegenstanders’ en ‘socialisme of de dood’ – om maar te zwijgen van de eerste sinistere lijsten die deze regering opstelde van mensen die vervolgd dienden te worden.