Tag: nbw3

  • Kan Jacinda Ardern het premierschap combineren met het moederschap?

    Kan Jacinda Ardern het premierschap combineren met het moederschap?

    Toen de Nieuw-Zeelandse premier in 2018 in verwachting was, gingen er geluiden op dat ze moest aftreden. Twee Nieuw-Zeelandse commentatoren geven hun mening over de vraag of zorg voor een pasgeboren baby te combineren is met het leiden van een land.

    Keuze uit het archief

    Deze week kondigde Jacinda Ardern aan dat ze na vijf jaar gaat aftreden als premier van Nieuw-Zeeland. Ze heeft naar eigen zeggen niet meer de energie om haar baan uit te voeren. Ardern was in 2018 de eerste zittende minister-president die met zwangerschapsverlof ging en een kind kreeg. Het debat uit die tijd laat zien hoe baanbrekend dat was.

    JA

    De afgelopen tijd hebben veel mensen zich panisch afgevraagd of Jacinda Ardern haar werk als minister-president tijdens en na haar zwangerschap wel naar behoren zal kunnen doen. Ze vragen: Hoe zit dat met zwangerschapsdementie? Wat gaan haar hormonen doen? Hoe moet dat als er complicaties zijn? Hoe, en waar, gaat ze borstvoeding geven?

    Er zijn twee manieren om deze vragen te beantwoorden. Je zou voorbeelden kunnen aanhalen van zeer succesvolle vrouwen die op het hoogtepunt van hun carrière kinderen hebben gekregen en kunnen uitleggen dat je hersenen er niet mee ophouden als je baby’s krijgt. Het alternatief is: ‘Sst, dinosaurus. Veel slimmere mensen dan jij hebben hier heel lang en hard over nagedacht en zijn tot de conclusie gekomen dat mannen en vrouwen gelijke rechten moeten hebben.’

    Er staat duidelijk in de Human Rights Act dat discriminatie op basis van geslacht onaanvaardbaar is. De Nieuw-Zeelandse wet beschermt zwangere vrouwen en kersverse moeders op het werk. Daar kun je van blijven balen, maar dat verandert niets aan de wet.

    Moeten we mannen van boven de vijftig verbieden leiderschapsposities te bekleden voor het geval ze een hartaanval krijgen, in verlegenheid worden gebracht door de Russen, 
of een golfverslaving ontwikkelen?

    Ja, vrouwen bevallen en kunnen kiezen voor borstvoeding. Diskwalificeert dat vrouwen van vruchtbare leeftijd dan tot in lengte der dagen voor leiderschapsposities? Waar trekken we dan de grens? Moeten we mannen van boven de vijftig verbieden leiderschapsposities te bekleden voor het geval ze een hartaanval krijgen, in verlegenheid worden gebracht door de Russen, of een golfverslaving ontwikkelen?

    Ieder mens is anders en niemand kan voorspellen hoe de late zwangerschap en bevalling onze premier zullen beïnvloeden. Wat we wel weten, is dat Arderns leven als moeder gemakkelijker zal zijn dan dat van ontelbare vrouwen die het moederschap met een carrière proberen te combineren. Haar partner is huisman en ze heeft de financiële middelen, en een heel team van adviseurs en capabele politici om zich heen. Als desondanks blijkt dat de baan onverenigbaar is met het moederschap, dan moet de baan veranderen. We kunnen zwangere vrouwen en jonge moeders niet blijven uitsluiten van de politiek en posities waarbij je

    in de schijnwerpers staat. Niet alleen omdat het discriminatie op grond van sekse is, maar ook omdat de politiek en bedrijven dan diversiteit en mensen met waardevolle capaciteiten mislopen.

    Sommige vrouwen besluiten ontslag te nemen om zich op het moederschap te concentreren en die vrouwen verdienen net

    zo veel steun in hun beslissing. Sommige mensen vinden het kennelijk lastig dat een vrouw haar eigen beslissingen neemt

    ten aanzien van haar carrière, lichaam en baby. Niets zal Ardern weerhouden van het combineren van premierschap en moederschap. Het wordt tijd dat de zelfingenomen vrouwenhaters en zelfbenoemde experts op het gebied van de vrouwelijke biologie weer terugkeren naar hun hol.

    Auteur: Cécile Meier

    1. Cécile Meier; 2. Mark Reason.
    1. Cécile Meier; 2. Mark Reason.

    Lees ook deze Controverse over Ardern:

    NEE

    Het mannentoernooi van de Australian Open was dit jaar opwindend en vaak verrassend, maar wat heeft het vrouwentoernooi Serena Williams gemist. De beste tennisster ter wereld moest zich terugtrekken omdat ze moeder was geworden.

    Als een baby een van ’s werelds grootste atletes zo op de proef kan stellen, is het gerechtvaardigd dat we ons in Nieuw-Zeeland zorgen maken over onze minister-president, Jacinda Ardern. Toen haar echter werd gevraagd of het wel kon om zwangerschapsverlof op te nemen gedurende de regeertermijn, zei ze: ‘Het is anno 2017 totaal onaanvaardbaar dat vrouwen die vraag op hun werk moeten beantwoorden. Het is aan de vrouw om het moment te bepalen waarop ze kinderen krijgt.’

    Het premierschap is het belangrijkste openbaar ambt. Iedere burger heeft het recht zijn zorgen te uiten over iemands vermogen dat ambt te vervullen, of het nou om de leeftijd van Donald Trump gaat of het moederschap van Jacinda Ardern.

    Inmiddels heeft ze vragen beantwoord over haar eigen zwangerschap, haar plannen, haar verlof. Die waren onvermijdelijk, maar de vraag of het passend is voor een vrouw om een kind te krijgen terwijl ze premier is heb ik nog niet uitgebreid beantwoord gezien, en hetzelfde geldt voor de vraag of een vrouw in die situatie beide banen naar beste vermogen kan uitvoeren.

    Het moederschap is een van de belangrijkste en veeleisendste banen die een mens kan hebben

    Het moederschap is een van de belangrijkste en veeleisendste banen die een mens kan hebben. Net als het premierschap. Verwachten we nou echt dat iemand in beide banen tegelijkertijd volledig zal kunnen functioneren?

    Zelfs Ardern zelf kan niet zeker weten of ze haar baan als premier naar beste vermogen zal kunnen uitvoeren, ongeacht de hulp die ze krijgt van haar partner, visexpert en huisman Clarke Gayford.

    Als vrouwen echt gelijke rechten willen, dan zijn beslissingen over ongeboren kinderen niet meer het voorrecht van de vrouw alleen. Mensen hebben het recht hun zorg te uiten over de vraag of zwangerschap en bevalling de rol van de premier zullen beïnvloeden, want haar vermogen al dan niet haar ambt uit te oefenen raakt ons allemaal.

    We weten het trouwens al, want Ardern gaat met zwangerschapsverlof. Dat betekent dat Winston Peters, op wie het land niet heeft gestemd, minstens zes weken premier zal zijn.

    James Shaw van de Green Party, zei: ‘Dat een vrouw premier van Nieuw-Zeeland kan zijn en er tijdens haar ambtstermijn voor kan kiezen een gezin te stichten zegt heel veel over het soort land dat we zijn en kunnen worden: modern, progressief, insluitend en gelijkwaardig.’

    Dat zegt het helemaal niet. Ik kan niet bevallen en premier zijn. En als ik het wel kon, dan zou ik aftreden omdat ik zou weten dat ik in potentie zou moeten schipperen tussen de twee belangrijkste banen op Gods aarde.

    Auteur: Mark Reason

  • Noord-Korea begrijpen? Kijk naar China in de jaren zestig

    Noord-Korea begrijpen? Kijk naar China in de jaren zestig

    Het optreden van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un wordt vaak als roekeloos en irrationeel gezien. Maar dat klopt niet, betoogt Yevgen Sautin. China volgde in de jaren zestig dezelfde strategie.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week riep de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un op tot een grondwetswijziging om Zuid-Korea te identificeren als de ‘vijandige staat nummer één’. Daarmee lijkt de belofte van het regime om het Koreaanse schiereiland te verenigen definitief van de baan te zijn. Het land dreigt zelfs met een oorlog.

    Die oorlogstaal is niets nieuws. Al jarenlang is Noord-Korea bezig met de ontwikkeling van een kernwapenprogramma. Raketproeven laten zien dat het land in staat is de VS met een kernaanval te bedreigen. Yevgen Sautin schreef al 2017 in The Diplomat dat we die nucleaire retoriek niet al te serieus hoeven te nemen. Sautin baseert dit standpunt op de strategie van China in de jaren zestig: bluffen over kernwapens om de eigen zwakte te verbergen en de achterstand ten opzichte van andere kernmachten te verdoezelen.

    Recente tests met intercontinentale ballistische raketten wijzen het uit: in de zeer nabije toekomst zal Noord-Korea in staat zijn het Amerikaanse vasteland met een kernaanval te bedreigen. De regering van president Trump heeft gezworen het land geen gelegenheid te geven zijn ‘destructieve koers’ voort te zetten. Het is echter nog niet duidelijk hoe de Amerikanen denken Pyongyang een halt te kunnen toeroepen. Wel hebben Amerikaanse regeringsfunctionarissen hun toon verscherpt. Noord-Korea is in hun ogen nu de meest urgente bedreiging van de VS.

    Het is van belang te beseffen dat er eerder met dit bijltje is gehakt. De 
Verenigde Staten bevonden zich ruim vijftig jaar geleden in een soortgelijke situatie. Zij werden toen geconfronteerd met de nucleaire ambities van het maoïstische China. En net als nu vroegen deskundigen zich ook toen bezorgd af of er wel rationele besluitvormers achter de knoppen zaten in 
de geïsoleerde communistische staat. Militaire opties – hoe riskant ook – werden serieus overwogen. Het vooruitzicht van een nucleair China vervulde Amerikaanse leiders met ontzetting.

    Maar gaandeweg kwam zowel de regering van Kennedy als die van Johnson tot de slotsom dat China’s bescheiden kernarsenaal niet zou leiden tot een verschuiving van de onderliggende machtsverhoudingen in Oost-Azië, noch dat het vertrouwen van de Amerikaanse bondgenoten in Washingtons veiligheidsgaranties een deuk zou oplopen. Het nucleair bewapende China bleef mondiale revolutionaire bewegingen steunen en ging ook door met militaire hulp aan Noord-Vietnam in de oorlog met de Verenigde Staten. Als het om kernwapens ging, werd de toon van Beijing allengs gematigder; het liet hiermee blijken in staat te zijn tot gecalculeerde beheersing jegens de VS.

    Hardnekkig depotisme

    In december 1960 waarschuwde een Amerikaanse National Intelligence Estimate (NIE) [een document dat de standpunten van Amerikaanse geheime diensten samenvat] dat ‘China’s arrogante zelfvertrouwen, revolutionaire vuur en vertekende beeld van de wereld’ tot een ‘verkeerde inschatting van risico’s’ kon leiden. Dat gevaar zou alleen maar toenemen als communistisch China kernwapens kreeg.

    Afgezien van het revolutionaire vuur zouden dezelfde conclusies kunnen worden getrokken voor Noord-Korea. Het is immers een van de meest geïsoleerde regimes ter wereld, met een uiterst wispelturige leider: Kim Jong-un. Daarnaast maakt het land zich ook nog schuldig aan ontvoering en moord, slingert het de Verenigde Staten de wonderlijkste verwensingen naar het hoofd en dreigt het regelmatig met nucleaire aanvallen op Zuid-Korea. Wie Noord-Korea van een afstand bekijkt, zou het land gemakkelijk kunnen aanzien voor een uitzonderlijk geval van hardnekkig despotisme.

    En dat klopt dus niet, zoals blijkt uit de NIE: ook China in de jaren zestig voldeed aan dat profiel. Chinese leiders deden weinig anders dan de gevaren van een kernoorlog afwimpelen en de onvermijdelijke overwinning van de volksmassa op het Amerikaanse imperialisme en het Sovjet-revisionisme benadrukken. Tegelijkertijd overdreven de Chinese leiders de mogelijkheden van hun eigen nucleaire programma enorm en bagatelliseerden ze de effecten van een tegenaanval op het Chinese vasteland.

    Noord-Koreaanse soldaten te fiets bij de Yalu-rivier bij de grens met China. – © Kevin Frayer / Getty
    Noord-Koreaanse soldaten te fiets bij de Yalu-rivier bij de grens met China. – © Kevin Frayer / Getty

    In feite was de Chinese oorlogsretoriek strategische bluf ter compensatie van de grote verschillen in nucleair vermogen tussen China en de twee supermachten: de VS en de Sovjet-Unie. In dat licht doet het haast onwezenlijk aan om Noord-Korea nu zichzelf te horen aanprijzen als ‘een sterke kernmacht’, in het bezit van ‘zeer krachtige intercontinentale ballistische raketten die elke plek op de wereld kunnen treffen’. Het is daarbij van belang in het oog te houden dat het Noord-Koreaanse nucleaire arsenaal nog altijd klein
is, dat het land niet in staat is tot een tegenaanval en nooit in zijn eentje de militaire machtsverhoudingen in de regio zal weten te wijzigen. Het wapengekletter van Noord-Korea heeft tot doel de aandacht af te leiden van de zwakte en angst voor de toekomst van het regime.

    Pyongyang heeft geen officiële nucleaire doctrine, waardoor analisten zich gedwongen zien de strategie van het land uit een aantal uitspraken af te leiden. Kim Jong-un rept van het belang het ‘nucleaire monopolie’ van de Verenigde Staten te doorbreken. Pyongyang zal niet als eerste kernwapens inzetten (‘no first use’) en is voorstander van wereldwijde, volledige ontwapening. Nochtans heeft Noord-Korea herhaaldelijk gedreigd kernwapens te gebruiken in preventieve aanvallen tegen de Verenigde Staten of Zuid-Korea. Sinds het uit het zeslandenoverleg [tussen de VS, Rusland, China, Japan, Zuid-Korea en Noord-Korea (2003-2008)] is gestapt, heeft Noord-Korea eventuele inspanningen om het Koreaanse schiereiland nucleair te ontwapenen onmogelijk gemaakt.

    De Noord-Koreaanse verklaringen over kernwapens sluiten nauw aan op de officiële standpunten van China over kernwapens in de jaren zestig. Na China’s eerste kernproef in 1964 formuleerde Beijing ook drie uitgangspunten: China ontwikkelde atoomwapens om ‘het supermachtmonopolie te doorbreken’, China zou nooit atoomwapens 
als eerste gebruiken, en China ondersteunde de volledige uitbanning van deze wapens. En toch was Beijing sterk gekant tegen het Verdrag voor een Beperkt Verbod op Kernproeven 
(Limited Test Ban Treaty, LTBT, ook wel Beperkt Kernstopverdrag genoemd) en bleef het wereldwijde nucleaire ontwapening vijandig gezind totdat zijn eigen kernprogramma in de jaren zeventig iets begon voor te stellen. Uit het Chinese optreden zou je kunnen afleiden dat Noord-Korea opzettelijk een agressieve houding aanneemt om de algehele zwakte van het Noord-Koreaanse arsenaal te verdonkeremanen.

    Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea

    Zoals William Burr en Jeffrey T. Richelson stelden in Whether to “Strangle the Baby in the Cradle”: The United States and the Chinese Nuclear Program, 1960-64 (Moeten we het kind in de wieg smoren? De Verenigde Staten en het Chinese nucleaire programma, 1960-64), beschouwde John F. Kennedy een eventuele Chinese kernproef als ‘historisch waarschijnlijk de meest significante en ernstigste gebeurtenis van de jaren zestig’. Een nucleair China was voor de regering-Kennedy zo’n schrikbeeld dat elke denkbare maatregel, van directe Amerikaanse aanvallen tot het parachuteren van Chinese nationalistische commando’s vanuit Taiwan, werd overwogen. Kennedy gaf functionarissen zelfs toestemming om Amerika’s aartsrivaal, de Sovjet-Unie, te polsen over gezamenlijke preventieve actie tegen China.

    De president stond bepaald niet alleen in zijn vrees dat een nucleair China 
de grootste bedreiging voor de wereldvrede was. Terwijl de Culturele Revolutie woedde, was de US Navy bang dat China snel de beschikking zou krijgen over de technologie om ballistische raketten vanaf onderzeeërs te lanceren. En dat zou het misschien op zo’n manier doen dat het leek op een aanval van de Sovjet-Unie, met een mondiale kernoorlog als gevolg. (Zie Lyle J. Goldstein in When China Was a “Rogue State”: The Impact of China’s Nuclear Weapons
Program on US-China Relations during the 1960’s [Toen China een schurkenstaat was: de gevolgen van China’s nucleaire wapenprogramma op de betrekkingen tussen de VS en China in de jaren zestig]). Om deze vermeende dreiging het hoofd te bieden, adviseerde de Navy om China’s eerste met raketten bewapende onderzeeër op zijn maidentrip tot zinken te brengen. Deze angsten grensden aan paranoia en stoelden op een grove overschatting van de Chinese technologie; China zou zijn eerste ballistische onderzeeraket pas in 1982 lanceren. De pers was ook fel tegen het idee dat Mao over kernwapens zou komen te beschikken en riep op tot militaire actie om de nucleaire ambities van Beijing te beknotten.

    Onderhandelingstafel

    Niet iedereen in Kennedy’s regering deelde zijn angsten. De Policy Planning Council [Raad voor Beleidsplanning] van het ministerie van Buitenlandse Zaken leverde een invloedrijke studie af waarin de vreselijke gevolgen van een Chinese kernproef werden betwijfeld. De stelling luidde dat het Chinese arsenaal geen grote bedreiging voor de Verenigde Staten kon vormen en de machtsverhoudingen
in de regio er nauwelijks door zouden veranderen. Bovendien stond dat
arsenaal bloot aan tegenaanvallen van de Amerikanen, iets waartoe de Chinezen zelf niet in staat waren. Een nucleair China zou er dus weinig voor voelen de VS overmatig uit te dagen. De aanhangers van deze aanvankelijk omstreden visie wonnen uiteindelijk het pleit in het Witte Huis.

    In het rapport werd wel onderkend dat er negatieve politieke gevolgen kleefden aan een Chinese kernproef – zoals proliferatie – maar die konden worden bezworen door garanties van Washington aan zijn bondgenoten. En zie: in de nasleep van de eerste Chinese kernproef lukte het de regering-Johnson om Japan met een juiste mix van veiligheidswaarborgen en diplomatieke druk van het nucleaire pad af te houden. De jaren daarop oefenden de Verenigde Staten vergelijkbare druk uit op Taiwan en Zuid-Korea om niet met eigen kernwapenprogramma’s te komen.

    Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea. Zelfs als Noord-Korea zijn raketten verbetert, behouden de Verenigde Staten en hun bondgenoten nog een overweldigend militair en economisch overwicht. Net als in de jaren zestig moeten de Verenigde Staten hun regionale bondgenoten en partners openlijk en op geloofwaardige wijze gerust stellen, dat is alles. Elke Noord-Koreaanse poging een wig te drijven in de alliantie tussen de VS en Zuid-Korea zal mislukken zolang Washington brede veiligheidsgaranties blijft leveren aan Seoul. Ook Japan zal drastische maatregelen niet nodig vinden als het zich openlijk gesteund weet door de regering-Trump.

    Ten slotte: de VS moeten zich krachtig uitspreken tegen het koppelen van de Noord-Koreaanse nucleaire kwestie aan problemen in de relatie tussen de VS en China die daar niets mee te maken hebben. Dat is nodig om de angst van Taiwan weg te nemen dat Washington de feitelijke onafhankelijkheid van het eiland zou willen opgeven in ruil voor Chinese druk op Noord-Korea. Het is inmiddels duidelijk dat Beijing, uit machteloosheid of onwil, Pyongyang niet zal dwingen een andere koers te kiezen. De Verenigde Staten moeten zich niet laten verleiden tot bredere besprekingen in de hoop op meer Chinese samenwerking inzake Noord-Korea.

    Na de Chinese kernproef van 1964 zette president Johnson handelscontroles 
en extra inlichtingenwerk in om het tempo van de Chinese nucleaire ontwikkeling af te remmen. Al bleef het Chinese kernprogramma een bron van zorg, Washington leerde er uiteindelijk mee leven. En dat was dankzij snelle en geloofwaardige Amerikaanse garanties aan belangrijke regionale bondgenoten, zoals Japan. Naarmate Chinese leiders hun strategie wijzigden en enige toenadering zochten tot het Westen, veranderden ook China’s nucleaire standpunten beetje bij beetje. Noord-Korea is China niet, maar een soortgelijk beleid van strategisch geduld en robuuste veiligheidswaarborgen aan Zuid-Korea en Japan is de beste optie om Noord-Korea weer terug te krijgen aan de onderhandelingstafel.