Tot het laatste moment werd er gedemonstreerd tegen de wet
De zeer rechtse regering van premier Benjamin Netanyahu heeft na maanden van onderhandelingen en protesten een omstreden wet aangenomen waarmee de macht van het Hooggerechtshof aanzienlijk wordt ingeperkt, schrijft The Jerusalem Post. Dat werd gedaan zonder aanwezigheid van de oppositiepartijen, die uit protest waren weggelopen uit de Knesset.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Sinds Netanyahu de hervorming in januari van dit jaar aankondigde, is het onrustig in Israël. Betogers vrezen dat de democratie in gevaar is en protesteren in het hele land. Afgelopen weekend gingen zeker een kwart miljoen mensen de straat op, met name in Jeruzalem en Tel Aviv. Premier Netanyahu noemt de hervorming ‘noodzakelijk’.
Door de hervorming kan het Hooggerechtshof minder snel aan de rem trekken als wetten in het parlement als onredelijk worden beschouwd. Ook krijgt de regering meer macht bij het kiezen van opperrechters. Het Hooggerechtshof in Israël speelt een belangrijke rol, met name in het toetsen van wetten, omdat het land geen geschreven grondwet heeft.
Israëlische strijdkrachten hebben doelen in de Gazastrook donderdag bestookt met raketten. Dat meldt The Jerusalem Post. De raketten zouden vier locaties hebben geraakt die bezit zijn van de militante beweging Hamas. Het zou gaan om een grootscheepse vergeldingsactie, bedoeld om een grote raketaanval vanuit Libanon op woensdag te wreken. De lancering van vierendertig raketten uit Libanon betekende de grootste aanval vanuit Libanon op Israël in ruim vijftien jaar.
Israël denkt dat Palestijnse militante bewegingen achter de raketaanval zitten, om op hun beurt wraak te nemen op het handelen van Israëlische veiligheidsdiensten op de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg in Jeruzalem. Die vielen de moskee binnen, terwijl moslims daar Ramadan vierden. Tientallen mensen raakten gewond en honderden betogers werden opgepakt.
De moskee staat op de Tempelberg, die zowel voor joden als voor moslims een heilige plek is. Afgesproken is dat alleen moslims daar mogen bidden, maar met de extreemrechtse regering in Israël vrezen moslims dat hier verandering in komt. Steeds vaker komen Palestijnse groeperingen in het door Israël bezette gebied in confrontatie met Israëlische ordetroepen.
Nadat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zondag minister van Defensie Yoav Gallant ontsloeg, zijn in Tel Aviv en Jeruzalem grote protesten losgebarsten. The Jerusalem Post schrijft dat betogers probeerden de ambtswoning van Netanyahu te bereiken. Oproerpolitie kwam in actie met waterkanonnen om te voorkomen dat de woning bestormd zou worden.
Enkele eenheden van het Israëlische leger staken ook uit onvrede over de plannen
De Israëlische regering wil enkele juridische hervormingen doorvoeren, waarmee de macht van het Hooggerechtshof afneemt en het parlement meer zeggenschap krijgt. Gallant kondigde zaterdag aan de hervormingsplannen van Netanyahu niet te steunen, mede omdat er binnen de veiligheidsdiensten en het leger van Israël angst bestaat dat deze de democratie in Israël zullen aantasten. Daarop besloot de Israëlische premier Gallant de laan uit te sturen.
De plannen van de regering worden sterk bekritiseerd: al maandenlang demonstreren Israëliërs tegen de hervormingen. Voor de komende dagen is aangekondigd dat protesten en stakingen verhevigd zullen worden. Zo hebben vakbonden en artsen gezegd dat ze gaan staken en houden universiteiten de deuren gesloten. Enkele eenheden van het Israëlische leger staken ook uit onvrede over de plannen.
Het Israëlische parlement heeft donderdag de eerste van een reeks controversiële justitiële hervormingen aangenomen. Door de nieuwe wet kan een zittende premier moeilijker afgezet worden, schrijft Haaretz. Het wetsvoorstel werd met een minimale meerderheid van 61 tegen 47 stemmen aangenomen, waarna premier Benjamin Netanyahu in een toespraak aankondigde de resterende hervormingen ook door te zetten. Door de wet kan Netanyahu, die verdacht wordt van corruptie, zich actief bemoeien met die hervormingen.
In de nieuw aangenomen wet staat dat een premier alleen kan worden afgezet als er sprake is van fysiek of psychologisch onvermogen. Vervolgens moet een ruime meerderheid van 75 procent van het parlement daarmee instemmen. Netanyahu vreesde eerder afgezet te worden vanwege de corruptieonderzoeken die naar hem lopen. Ook andere hervormingen zijn gericht op het machtiger maken van het parlement, ten koste van het Hooggerechtshof.
Donderdag kwam het weer tot een confrontatie tussen betogers en de oproerpolitie
De plannen van de regering kunnen op zware kritiek rekenen, onder meer van het Israëlische leger en buitenlandse bondgenoten, waaronder de VS. Honderdduizenden Israëliërs hebben de afgelopen tijd gedemonstreerd tegen de aangekondigde hervormingen. Donderdag, na de stemming in het parlement, kwam het weer tot een confrontatie tussen betogers en de oproerpolitie. Traangasgranaten en waterkanonnen werden ingezet tegen demonstranten die een snelweg blokkeerden. Tientallen mensen werden gearresteerd.
Sinds het aantreden van de meest rechtse regering in de geschiedenis van Israël, is het geweld tussen Israëliërs en Palestijnen opgelaaid. Opmerkelijk gebruiken beide partijen hetzelfde argument om hun gewelddadigheden te rechtvaardigen: zelfverdediging.
Volgens Richard Silverstein, zelf joods maar zeer kritisch op het Israëlische beleid, moet het aanhoudende geweld door Israël als terreur worden gezien en moet het land dan ook de status ‘terroristisch’ krijgen. ‘Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme’, schrijft hij.
Volgens Orly Goldschmidt, woordvoerder van de Israëlische ambassade in het Verenigd Koninkrijk, moet Israël zich wel verdedigen tegen de Palestijnse terreur. Zonder het antiterrorisme-apparaat van Israël ‘zou het totaal van vijfduizend [terreurslachtoffers] naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten’, schrijft hij.
Lees hieronder hun betogen:
Waarom Israël als terroristische staat aangemerkt moet worden
Sinds de Nakba [de gedwongen emigratie van Arabische Palestijnen uit het Israëlisch grondgebied in 1947-1949, de tijd waarin de staat Israël ontstond] heeft Israël de Palestijnen onderdrukt met staatsterreur die goedgepraat werd als ‘zelfverdediging’, terwijl Palestijnen die zich verzetten weggezet worden als terroristen. Het geweld dat Israël gepleegd heeft op de Al-Aqsamoskee laat echter de waarheid zien, schrijft Richard Silverstein.
In mei 2021 leidde de onderdrukking van de islamitische eredienst in de Al-Aqsamoskee door Israël tot woede en verzet bij de Palestijnen. Vorig jaar april lokte de Likoed-regering tijdens de ramadan rellen uit in Oost-Jeruzalem door gelovigen de toegang tot de Damascuspoort te weigeren, waar zij na het gebed altijd bijeenkwamen voor de sociale contacten. De Israëlische grenspolitie, berucht om haar wreedheid, reageerde met een uitbarsting van geweld.
De woede van de Palestijnen sloeg al snel over naar alle Palestijnse gemeenschappen in Israël. Zo’n nationaal verzet was nog niet eerder voorgekomen in de geschiedenis van dit conflict dat, op een paar zeldzame momenten na, beperkt is gebleven tot de bezette gebieden.
Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking
De Israëlische joden werden gealarmeerd. De ultrarechtse bendes van de Kahanisten begonnen sociale media in te zetten om groeperingen te organiseren die voor eigen rechter speelden. Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking.
Hamas reageerde, in zijn rol als beschermer van de heilige islamitische plaatsen in Jeruzalem, door raketten op Israël af te vuren. Daarop lanceerde Israël een grootscheepse luchtaanval die elf dagen duurde en 250 slachtoffers maakte, van wie de meesten vrouwen en kinderen waren.
Dit jaar is de ramadan hard op weg om op net zo’n vechtpartij uit te lopen. Na vier Palestijnse terreuraanslagen binnen twee weken, waarbij elf Israëliërs omkwamen, zijn duizenden Israëlische troepen de Palestijnse dorpen binnengedrongen. Daarbij werden honderden gearresteerd en zijn bijna twintig mensen om het leven gekomen.
Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar
De reactie van de Israëlische grenspolitie, die op een dag in april 2022 vroeg in de morgen vijfhonderd kolonisten overbracht naar de binnenplaats recht tegenover de Al-Aqsamoskee, was nog schadelijker voor de stabiliteit van het land. De kolonisten stonden onder leiding van Itamar Ben Gvir, de meest gehate extremist van de Knesset [het Israëlisch parlement]. De aanval stond gepland voor de vroege morgen, het moment waarop gelovigen samenkwamen voor het dagelijks gebed. De politie viel het heiligdom binnen en gebruikte flitsgranaten, traangas en knuppels om de moskee onder controle te krijgen en iedere vorm van verzet de kop in te drukken. Bijna vierhonderd mensen werden gearresteerd en honderdvijftig raakten gewond.
Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar. Uit de geschiedenis blijkt dat de ijver van twee groepen gelovigen die tegen elkaar strijden snel kan escaleren.
De traditionele internationale reactie op gewapend Palestijns verzet was onvoorwaardelijke veroordeling ervan, terwijl men sympathie had voor de daden van Israël, dat handelde uit ‘zelfverdediging’. Maar de wereld begint de opruiing door de Israëliërs steeds meer te zien als een primaire aanstichter van het geweld.
Nu de kritiek op de Israëlische agressie toeneemt, is het tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme.
Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme. Het Palestijnse geweld is dus niet langer het werk van ‘terroristen’, zoals Israël hen heeft bestempeld, maar een legitieme politieke reactie op de Israëlische apartheid en het massale geweld, waaronder de moord op tienduizenden Palestijnen sinds de oprichting van de staat in 1948.
Het is tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme
Ter ondersteuning van dit standpunt heeft Israël sinds zijn oprichting terreur gebruikt om de Palestijnen te controleren, te overheersen en te onderdrukken. Zelfs vóór de oprichting van de staat riep David Ben Goerion al vaak ertoe op de ‘Arabieren’ uit Palestina te verdrijven om te zorgen voor een natie waar een Joodse meerderheid het voor het zeggen zou hebben.
De Joodse terreurmilities waren rivalen van het zionistische Yishuv-bestuur. Zij toonden hun minachting door terreuraanslagen te plegen om zo duidelijk te maken dat de Joden de overmacht hadden. Bij een van hun gezamenlijke militie-operaties in april 1948, die geleid werd door de toekomstige premier Menahem Begin en Yitzhak Shamir, werd het dorp Deir Yassin verwoest, waarbij honderd doden vielen, waaronder vrouwen en kinderen.
Joodse schutters onder leiding van Shamir vermoordden graaf Folke von Bernadotte, een VN-vredesonderhandelaar, omdat hij een territoriaal compromis voorstelde dat nadelig was voor de Joodse belangen. Tenslotte bombardeerden de troepen van Begin, als de meest gruwelijke terreurdaad van allemaal, het King David Hotel, het hoofdkwartier van het Britse Mandaatbestuur, waarbij meer dan negentig slachtoffers vielen.
Hoewel de Joodse ondergrondse terroristische beweging het meeste geweld gebruikte, deed de Yishuv dat nog systematischer: Plan Dalet verdreef een miljoen Palestijnen uit hun huizen in Gaza en voerde ze weg naar Syrië in ballingschap door ze als vluchtelingen in kampen op te sluiten. De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur.
De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur
In het licht van deze geschiedenis moet het huidige Israëlische beleid opnieuw onder de loep worden genomen: de herhaalde aanvallen op Gaza (2009, 2014, 2021) die de dood van duizenden en de vernietiging van tienduizenden huizen tot gevolg hadden, moeten ook worden gezien als terreurdaden. In 2018 stonden Israëlische sluipschutters oog in oog met tienduizenden vreedzame demonstranten tijdens de Grote Mars van de Terugkeer. Ze maaiden hen zonder pardon neer, alsof het niets was. Honderden ongewapende demonstranten werden vermoord en duizenden werden voor het leven verminkt.
Het inpikken van Palestijns land, de ontworteling van hele gemeenschappen, de onderdrukking van religieuze erediensten, de eindeloze cycli van gewelddadige invallen in huizen in het holst van de nacht, de arrestatie van duizenden mensen, waaronder kinderen: al die gebeurtenissen moeten worden gezien als nog meer gewelddadigheden van de staat.
Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen. Hoe gruwelijk het aantal doden ook is, het gaat om eenmansaanvallen of gewelddaden met een beperkte impact.
Het terrorisme van Israël daarentegen is een alomvattend beleid waarbij alle macht van het veiligheidsapparaat wordt ingezet ten behoeve van het staatsbelang. Het houdt veel meer in dan een schutter die door een straat in Tel Aviv rent. Het omvat een complete nationale politiemacht die wordt ingezet tegen aanhangers van een enkele religie. Het omvat honderden grenspolitieagenten die een heilige plaats bezoedelen door er een slagveld van te maken; en dat alles ten behoeve van messiaanse joden die de heilige plaatsen van de moslims willen vernietigen om de joodse tempel te herbouwen.
Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen
Het Internationaal Strafhof deelt veel van deze zorgen en heeft een onderzoek ingesteld naar mogelijke Israëlische oorlogsmisdaden. Dit garandeert niet dat het Israël schuldig zal bevinden. Maar voor een juiste beoordeling is het van cruciaal belang dat ons begrip van het Israëlische beleid wordt veranderd. Dit beleid is niet alleen onrechtvaardig. Zelfs de term apartheid, hoe juist die definitie ook is, doet geen recht aan de zeventig jaar waarin Israël systematisch Palestijnse rechten onderdrukt. Het is eenvoudigweg een alomvattend beleid van staatsterreur.
Tegenwoordig ziet de wereld een verband tussen de Russische invasie in Oekraïne, de doelbewuste aanvallen op burgerdoelen, de uitroeiing van de hele stad Marioepol en de executie van vastgebonden burgers enerzijds en de wreedheden van de nazi-Wehrmacht en de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog anderzijds. De wereld schreeuwt nu om verantwoording, eist dat Poetin en zijn generaals worden berecht voor oorlogsmisdaden.
Het terrorisme van Israël heeft veel langer geduurd en meer slachtoffers gemaakt dan dat van Rusland. Als we moreel consequent willen zijn, dan moeten de misdaden van de Israëlische staat hetzelfde worden behandeld als de misdaden van Rusland. De wereld kan niet langer aanvaarden dat Israël zich als slachtoffer of zelfverdediger beroept op zijn misdadig gedrag.
Terrorisme in de Israëlische context moet opnieuw worden gedefinieerd. De eeuwigdurende oorlogszuchtige verhouding van Israël tot zijn buren aan de frontlinie (Syrië, Libanon, Iran, enz.) en de Palestijnen destabiliseert de regio en schendt het internationaal recht. De wereld mag Israël niet langer het voordeel van de twijfel geven. Zij moet al die argumenten waarmee ze massaal geweld goedpraat verwerpen. We moeten Israël noemen zoals het is: een terreurstaat.
De staat Israël moet zichzelf verdedigen tegen Palestijnse terreur
Ik ben bang dat het totale dodental nog heel wat meer nullen zou tellen als Israël niet over een anti-terrorismeapparaat zou beschikken.
Het artikel van Jalal Abukhater van 7 februari, dat gepubliceerd werd enkele dagen nadat een Palestijnse terrorist op de herdenkingsdag van de Holocaust zeven onschuldige mensen vermoordde in een synagoge in Jeruzalem, onderwaardeert het leven van Israëliërs.
Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn. Dat is precies de reden waarom dit artikel ingaat op een probleem dat in de bredere discussie over dit onderwerp speelt: de ontkenning en de weigering om te erkennen dat Israëliërs lijden.
Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn
In 2022 werden Israëliërs getroffen door ruim vijfduizend Palestijnse terreuraanslagen; onschuldige mannen, vrouwen en kinderen werden op de straten van Israël doodgereden, doodgestoken of doodgeschoten, of ze kwamen door bombardementen om het leven. Zo is het leven op de grond.
Op 10 februari reed een Palestijn bijvoorbeeld met zijn auto in op een overvolle bushalte, met drie doden tot gevolg, waaronder twee broers van zes en acht jaar oud. Stel je eens voor dat jij of je dierbaren het slachtoffer worden van zo’n weerzinwekkende terreuraanslag terwijl je op weg bent naar je werk. Dit is precies de reden waarom Israël beschikt over een anti-terrorismeapparaat: als het land dat niet had, zou het totaal van vijfduizend naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten.
Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen
Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen. Zo heeft het land in 1993, 2000, 2008 en 2014 geprobeerd om vredesakkoorden te sluiten en streven we nog altijd de vrede na. Geweld is echter aan de orde van de dag. Deze maand nog pleegden drie Palestijnse tieners drie terreuraanslagen op Israëlische burgers.
Deze aanslag staat niet op zichzelf. Helaas krijgen mensen in de Palestijnse samenleving de afkeer van Israël met de paplepel ingegoten. Schoolboeken, sociale media en het beleid van de Palestijnse Autoriteit zijn allemaal toegespitst op geweld tegen onschuldige Israëliërs. Ik hoop dat er vrede zal komen. Om dat te bereiken, zullen de Palestijnse leiders moeten erkennen dat er een eind moet komen aan het opruien van de bevolking en het geweld.
Biden spreekt zijn zorgen uit in telefoongesprek met Netanyahu
‘Democratische waarden moeten een pijler blijven van de relatie tussen de VS en Israël,’ aldus president Biden zondag tijdens een telefoongesprek met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Er klinkt een verhulde waarschuwing aan Netanyahu in door vanwege zijn controversiële plan om het rechtssysteem van Israël te herzien, schrijft The Washington Post.
Tijdens het telefoongesprek uitte Biden ‘zijn bezorgdheid’ over Netanyahu’s plan. De Amerikaanse president ‘onderstreepte zijn overtuiging dat democratische waarden altijd een kenmerk van de Amerikaans-Israëlische relatie zijn geweest en moeten blijven, dat democratische samenlevingen worden versterkt door de scheiding der machten en dat fundamentele veranderingen alleen moeten worden nagestreefd wanneer een zo breed mogelijk deel van de bevolking erachter staat’, aldus het Witte Huis in een persbericht.
Tegenstanders waarschuwen dat de wetswijzigingen het democratische systeem van Israël zullen ondermijnen
Met de voorgestelde wijzigingen wil Netanyahu de Knesset, het Israëlische parlement, controle geven over de benoeming van rechters. Ook wil hij de rechterlijke toetsing van wetgeving afschaffen en het parlement in staat stellen beslissingen van het Hooggerechtshof weg te stemmen.
De voorstellen hebben geleid tot massale demonstraties. Tegenstanders waarschuwen dat de wetswijzigingen het democratische systeem van Israël zullen ondermijnen, omdat de rechterlijke macht dan niet langer beschermd zal zijn tegen de grillen van het politieke systeem.
Biden, die gedurende zijn ruim vijftig jaar lange politieke carrière een trouwe supporter van Israël is geweest en een langdurige relatie met Netanyahu heeft, heeft de Israëlische premier opgeroepen tot een ‘compromis over de voorgestelde justitiële hervormingen dat in overeenstemming is met de genoemde democratische beginselen’, meldt het Witte Huis.
Al wekenlang demonstreren Israëliërs tegen de plannen van de rechtse regering om het Hooggerechtshof buitenspel te zetten. Historicus Yuval Noah Harari is een van hen. ‘De regering is bezig met een antidemocratische staatsgreep.’
We bevinden ons midden in een historische orkaan. Deze orkaan wekt geen woede of haat op, maar angst. We slapen ’s nachts niet, we zijn gewoon doodsbang. En dat is prima. Er zijn momenten in de geschiedenis dat angst de verstandigste reactie is. Er zijn momenten in de geschiedenis dat angst nodig is om aan te zetten tot actie.
We hebben nu een uitstekende reden om bang te zijn en we hebben een uitstekende reden om te handelen. Laat niemand u voor de gek houden: wat deze regering uitvoert is geen hervorming van het rechtssysteem, maar een antidemocratische staatsgreep. Dit is precies hoe een staatsgreep eruitziet.
Coups worden niet altijd uitgevoerd met tanks in de straten. Veel staatsgrepen in de geschiedenis werden achter gesloten deuren uitgevoerd met pen en papier, en tegen de tijd dat de mensen begrepen wat er op die papieren stond was het te laat voor verzet.
‘Vertrouw ons’
In de geschiedenis waren er talloze dictaturen van mensen die aanvankelijk met legale middelen aan de macht kwamen. Het is een oude truc: eerst gebruik je de wet om macht te verkrijgen, dan gebruik je je macht om de wet aan te passen. Als je de wetten die deze regering nu aan het opstellen is in hun geheel bekijkt, hebben ze één simpele betekenis (en je hoeft geen doctor in de rechten te zijn om dat te begrijpen): als ze worden aangenomen, zal de regering de macht hebben om onze vrijheid volledig te vernietigen.
Dan kunnen eenenzestig leden van de Knesset [het Israëlische parlement, met honderdtwintig leden] elke racistische, onderdrukkende en antidemocratische wet aannemen die zij bedenken; eenenzestig leden van de Knesset kunnen het kiesstelsel zo veranderen dat we het regime niet meer kunnen vervangen. Wanneer wij de leiders van deze staatsgreep vragen wie de regering dan in toom houdt en fundamentele mensenrechten beschermt, dan hebben zij slechts één antwoord: ‘Vertrouw ons’.
Premier Netanyahu, minister van Justitie Levin, parlementslid Rothman, voorzitter van de grondwetcommissie, wij vertrouwen jullie niet! Jullie verscheuren het contract dat onze samenleving vijfenzeventig jaar lang op de een of andere manier bij elkaar heeft gehouden, en jullie verwachten vertrouwen van ons?
We vertrouwen jullie niet, omdat we heel goed weten wat jullie willen. Jullie willen onbeperkte macht. Jullie willen ons de mond snoeren en ons vertellen hoe te leven, wat te eten, wat te dragen, wat te denken en zelfs van wie te houden.
Wij Israëliërs zijn koppig, we zijn vrijgevochten en niemand is er ooit in geslaagd ons de mond te snoeren
Maar jullie begrijpen niet met wie jullie te maken hebben. Van Israëliërs kan je geen goede slaven maken [de slavernij van de oude Hebreeërs is een kernonderdeel van de Joodse heilige teksten dat vooral op het feest van Pesach wordt herdacht]. Wij Israëliërs zijn koppig, we zijn vrijgevochten en niemand is er ooit in geslaagd ons de mond te snoeren. Wij zullen niet toestaan dat jullie van Israël een dictatuur maken.
Dus wat gaat er de komende weken gebeuren?
De regering zal blijven proberen haar dictatoriale wetten door te voeren. Ze zal ons ook ‘anarchisten’ en ‘verraders’ blijven noemen, en extreme gebeurtenissen uitbuiten of zelfs initiëren om verzet te onderdrukken. Aan onze kant zullen wij blijven protesteren. En we zullen ervoor zorgen dat de rechters van het hooggerechtshof zowel de steun als de vastberadenheid van de bevolking hebben om deze dictatoriale wetten te schrappen.
En wat als de regering weigert de uitspraak van het hooggerechtshof te accepteren? Dan belanden we in een constitutionele crisis, op onbekend terrein, zonder duidelijke regels en wetten. Van wie zal de politie orders aannemen – van de regering of van het hof? Van wie krijgen de Shin Bet en de Mossad bevelen? Aan wie zullen de Israel Defence Forces [IDF, de Israëlische strijdkrachten] gehoorzamen? En de allerbelangrijkste vraag: wat zullen de burgers doen?
De opiniepeilingen zijn duidelijk: een grote meerderheid van de Israëli’s steunt de acties van de regering niet. Maar peilingen houden dictaturen niet tegen. De geschiedenis leert ons dat jullie, de burgers, de laatste en belangrijkste verdedigingslinie zijn in elke democratie.
Geen tweede kans
Een democratie is een overeenkomst, die voorschrijft dat burgers de besluiten van de regering moeten respecteren, op voorwaarde dat de regering de fundamentele vrijheden van burgers respecteert. Als de ene partij de afspraak verbreekt, hoeft de andere partij haar deel niet na te komen. Wanneer een regering probeert een dictatuur in te stellen, mogen burgers zich verzetten.
Dit is een historische test voor de burgers van Israël, en als we falen, krijgen we geen tweede kans. We moeten ons nu oprichten – of de rest van ons leven ons hoofd naar beneden houden. We moeten nu onze stem verheffen – of de rest van ons leven onze mond houden. Dit is het moment om te protesteren, te schreeuwen én om stil te staan.
Als universitair docent hoop ik bijvoorbeeld dat, zolang deze antidemocratische staatsgreep voortduurt, alle academische instellingen in Israël gaan staken. We moeten natuurlijk onze studenten blijven steunen in deze onrustige tijden, maar dit is het moment om alle reguliere cursussen stop te zetten, en alleen les te geven over democratie, mensenrechten en vrijheid.
Hebben sommigen van ons moeite met een officiële staking? Ik ben ervan overtuigd dat wij Israëli’s creatieve manieren zullen vinden om te vertragen en bevelen te negeren. Ieder van ons kan een kleine spaak in het wiel van deze antidemocratische staatsgreep steken.
Het is waar dat jullie vierenzestig vingers in de Knesset hebben, maar dat betekent niet dat jullie die vingers overal in mogen steken
Aangezien ik de microfoon heb gekregen, wil ik, als typische Israëli, van de gelegenheid gebruik maken om enkele persoonlijke boodschappen over te brengen. Aan Esther Hayut, opperrechter van het hooggerechtshof en aan Gali Baharav-Miara, de procureur-generaal: aan u is een van de moeilijkste en belangrijkste missies in de geschiedenis van Israël toevertrouwd. Dit is een grote verantwoordelijkheid, maar ook een groot voorrecht. Dit is uw moment om geschiedenis te schrijven. Aarzel niet en deins niet terug: bescherm onze vrijheid.
Aan president Herzog en de leiders van de oppositiepartijen: bescherm onze vrijheid en sluit geen compromissen. Als een tijger ons komt verslinden, kunnen we niet onderhandelen over een compromis waarbij de tijger slechts de helft van ons lichaam opeet. Aan reserve IDF-soldaten die overwegen iets te doen – dien geen dictators! Jullie hebben een contract met de Israëlische democratie, niet met degenen die haar willen begraven.
Aan de IDF, de Shin Bet, de Mossad en de Israëlische politie – als het moment van de waarheid komt, maak dan de juiste keuze. Ga de geschiedenis in als beschermers van burgers en niet als dienaren van despoten.
Tegen alle demonstranten die hier vanavond zijn gekomen en tegen degenen bij de tientallen andere protesten in heel Israël wil ik alleen maar zeggen dat ik van jullie hou.
En last but not least wil ik een duidelijke boodschap van ons allen overbrengen aan Netanyahu, Levin, Rothman en hun collega’s – het is waar dat jullie vierenzestig vingers in de Knesset hebben, maar dat betekent niet dat jullie die vingers overal in mogen steken. Blijf met je handen van onze vrijheid af.
Stop de staatsgreep – of wij stoppen het land.
Yuval Noah Harari is historicus en auteur van Sapiens, Homo Deus en Unstoppable Us.
Deze tekst sprak Yuval Noah Harari uit tijdens een prodemocratische demonstratie in Tel Aviv op 4 maart.
De plannen passen bij het beleid van de nieuwe regering
Israël heeft negen nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever officieel erkend als onderdeel van de Israëlische staat, meldt The Jerusalem Post. De stap past bij de plannen van de nieuwe regering onder leiding van Benjamin Netanyahu, die het bezette gebied als territorium van Israël ziet en het aantal nederzettingen in het conflictgebied wil uitbreiden.
Sinds de regering is aangetreden, is het aantal botsingen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever flink toegenomen. Zo vielen twee weken geleden negen doden bij een inval van het Israëlische leger in een Palestijns vluchtelingenkamp. De afgelopen weken hebben Palestijnse terroristen het aantal aanslagen op de Israëlische bevolking opgevoerd, met meerdere dodelijke slachtoffers tot gevolg.
Internationaal kunnen de plannen van Israël met het bezette gebied op flinke weerstand rekenen. Onder meer de VS, traditioneel een trouwe bondgenoot van Israël, is fel tegen de bouw van nieuwe nederzettingen omdat het vredesproces in de regio daarmee bemoeilijkt wordt. Ook de Verenigde Naties hebben zich uitgesproken tegen de plannen van de zeer rechtse regering.
Israël krijgt de meest rechtse regering uit de geschiedenis
De aankomende Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft woensdag een akkoord gesloten met andere partijen over het vormen van een nieuwe regering, schrijft The Jerusalem Post. Dat heeft Netanyahu aan de huidige president Isaac Herzog laten weten. Netanyahu’s Likud-partij won de verkiezingen in november, maar was sindsdien op zoek naar coalitiepartners.
Die coalitiepartners heeft Likud gevonden in drie ultra-orthodoxe partijen, waardoor Israël nu de meest rechtse regering in haar geschiedenis krijgt. Dankzij deze steun heeft de regering nu een kleine meerderheid in het Israëlische parlement, met 64 van de 120 zetels in de Knesset. De leiders van deze ultra-orthodoxe partijen zullen waarschijnlijk een rol als minister gaan vervullen in het kabinet.
De 73-jarige Netanyahu, die van 1996 tot 1999 en vervolgens van 2009 tot 2021 als premier van Israël was, kan zich opmaken voor zeer conservatieve coalitiepartners. Zo streven zij naar een inperking van rechten van vrouwen en lhbtiq’ers, een annexatie van de Westelijke Jordaanoever en een nog grotere rol voor het leger bij het bewaken van de openbare orde. Met name het conflict met de Palestijnen zou hierdoor verder uit de hand kunnen lopen.
Het bloederige ingrijpen van het Israëlische leger bij de protestmars in de Gazastrook onlangs heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu internationaal veel kritiek opgeleverd. Corruptiezaken tegen hem worden met de dag substantiëler. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – laat hij een diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld land achter. En toch, als er vandaag verkiezingen worden gehouden zou hij waarschijnlijk nog steeds winnen.
Keuze uit het archief
In 2018 publiceerden we dit artikel uit Newsweek, dat de val van Benjamin Netanyahu voorspelt. Hij hield het daarna nog ruim drie jaar lang vol, en is na een jaar weg nu weer terug; uit voorlopige uitslagen van de Israëlische verkiezingen woensdag 1 november komt zijn Likoed-partij als overduidelijke winnaar naar voren. Zoals Midden-Oostenverslaggever van The Economist Gregg Carlstrom het hier raak verwoordt: ‘Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft.’
Toen Benjamin Netanyahu in maart 2018 een bezoek bracht aan Washington, had dat een politieke triomf moeten worden, een jubelmoment. Het grootste deel van de twaalf jaar dat hij aan de macht was moest de havikachtige Israëlische premier noodgedwongen samenwerken met presidenten die hem verachtten, naar links neigende Democraten die het over nederzettingen en een Palestijnse staat hadden.
En toch was de hele reis van begin af aan mislukt. Enkele uren voor Netanyahu’s ontmoeting met Trump vernamen de Israëliërs dat een van de meest vertrouwde adviseurs van de premier zich tegen hem had gekeerd. Nir Hefetz, een voormalig journalist, is wel omschreven als ‘Netanyahu’s spindoctor’, de man die verantwoordelijk was voor het masseren van de persberichten over het premiersechtpaar. Maar na zijn arrestatie in februari toonde Hefetz zich bereid namens de staat te getuigen en opnamen over te leggen van de Netanyahu’s die een mogelijke criminele samenzwering bespraken. Hij was voor zover bekend de derde vertrouweling van de premier in enkele maanden tijd die met de autoriteiten samenwerkte.
Netanyahu deed alsof er niets aan de hand was. Hij heeft al vaker politieonderzoeken overleefd, al vanaf zijn eerste termijn in de jaren negentig. ‘Er zal niets naar boven komen omdat er niets is,’ zo deed hij de jongste vloedgolf van corruptieonderzoeken af. En critici hebben hem om het hardst onderschat. Vóór de verkiezingen in 2015, waren de Israëliërs ervan overtuigd dat het met Netanyahu gedaan was. Die verkiezingen zouden om de economie draaien, zo voorspelden ze, en de premier had wat dat betrof weinig te bieden (hij nam niet eens de moeite met een economisch programma te komen). Desondanks won hij, op overtuigende wijze.
Toch begonnen zelfs zijn medestanders in 2018 te fluisteren dat zijn juichende bezoek aan Washington zijn laatste was geweest. Na jarenlang onderzoek begon het politienet zich te sluiten; de zaken tegen hem worden met de dag substantiëler. De procureur-generaal zou de komende maanden besluiten of hij een massa aanklachten tegen hem zou indienen, variërend van komisch en absurd tot doodserieus. De man die door Time ooit ‘koning Bibi’ werd gedoopt, domineerde het politieke toneel van Israël al tien jaar en was van plan dat nog veel langer te blijven doen. Nu leek hij opeens kwetsbaar.
Bye bye Bibi
Dit is een bewerking van het artikel dat we publiceerden in april 2018, toen de val van Netanyahu al werd voorspeld. Hij heeft het nog ruim drie jaar volgehouden, tot hij op 16 juni dit jaar de verkiezingen verloor van Naftali Bennett, volgens wie het tijd is om ‘het land te genezen’. Desalniettemin wordt een comeback niet uitgesloten.
Tweedeling
Zijn toespraak tot de AIPAC had de gebruikelijke politieke lading. Netanyahu praatte over de veiligheid van Israël, over de ontkiemende diplomatieke banden met voorheen onvriendelijke delen van de wereld, de benijdenswaardige hightechindustrie. Dat zijn onmiskenbare wapenfeiten, maar ze vormen niet Netanyahu’s echte erfenis. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – zal hij een land achterlaten dat diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld is.
Die tweedeling is niet helemaal zijn schuld. Demografische en culturele veranderingen – van de snelle groei van de ultraorthodoxe Joodse bevolking tot de oorlogszuchtigheid van een jongere generatie die is ontstaan tijdens de tweede intifada, de gewelddadige Palestijnse opstand – spelen een belangrijke rol. Maar hij heeft het proces ontegenzeglijk versneld. Hij laat de Haredim (het Hebreeuwse woord voor ultraorthodoxe Joden) op tal van gebieden het beleid dicteren, variërend van het onderhoud aan spoorlijnen tot gebedsafspraken bij de westelijke muur. De wilde, rechtse beschuldigingen aan het adres van regering en leger heeft hij voornamelijk doodgezwegen. In plaats van de racistische en nationalistische flanken van zijn coalitie te beteugelen geeft hij ze meer macht. Tijdens zijn laatste campagnetoespraak in 2015, op de verkiezingsdag, waarschuwde hij bijvoorbeeld dat de Arabieren in groten getale naar de stembus zouden komen.
De schisma’s in de Israëlische samenleving zullen de komende tijd misschien sterk worden uitvergroot. Onder druk van de aanklachten kan Netanyahu nieuwe verkiezingen uitschrijven [uiteindelijk schreef hij vervroegde verkiezingen uit voor april 2019. Hij won en het duurde tot mei 2020 tot er een nieuwe regering was]. Dan zou hij zijn campagne beginnen met zo’n 30 procent van de Israëliërs die achter hem staan, terwijl de meerderheid zijn vertrek eist. Veel kiezers hebben het financieel moeilijk vanwege de hoge kosten van levensonderhoud, de lage lonen en het woningtekort. Het vredesproces met de Palestijnen is in het slop geraakt. En toch, als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden zou hij, ondanks zijn impopulariteit en de toenemende kans op gerechtelijke vervolging, waarschijnlijk nog steeds winnen.
Hij liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen
De Netanyahu’s worden al decennialang van kleinschalige corruptie beschuldigd, en de pers smult van de weelderige levensstijl waarop ze aanspraak maken. Gidi Weitz, correspondent van Haaretz en een van de belangrijkste onderzoeksjournalisten van Israël, beschreef eens hoe ze er zonder te betalen tussenuit knepen uit een Italiaans restaurant waar hij in de jaren negentig werkte. De douceurtjes werden groter nadat Netanyahu in 2009 herkozen was. Hij tekende een contract van 2500 dollar voor de levering van gourmetijs in de ambtswoning en liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen.
Klein spul
Toch was dit nog maar klein spul – een politicus die zijn positie te baat nam om wat luxueuzer te leven. Het hoogtepunt was misschien wat wel ‘Bottlegate’ wordt genoemd: jarenlang stak Sara Netanyahu de acht cent statiegeld in haar zak van lege wijnflessen die op staatskosten waren aangeschaft. (Sara speelt een belangrijke rol bij de ambtsuitoefening van haar man en is geregeld de oorzaak van zijn juridische problemen: twee voormalige werksters hebben haar met succes aangeklaagd wegens verbaal geweld.)
Op 13 februari [2018] werden de beschuldigingen veel ernstiger, toen er op aanwijzing van de politie twee aparte aanklachten tegen Netanyahu werden ingediend. In de eerste, bekend als ‘Case 1000’, wordt hij beschuldigd van het accepteren van giften van miljardairs in ruil voor gunsten, zoals hulp bij het vernieuwen van een Amerikaans visum. De gulheid van de miljardairs – sigaren, champagne en dergelijke – beliep naar verluidt een slordige miljoen sjekel, oftewel 288.000 dollar. (Een van zijn weldoeners was pikant genoeg Arnon Milchan, de producent van Pretty Woman.)
De andere aanklacht draait om Arnon Mozes, de uitgever van Yediot Aharonot, Israëls grootste betaalde dagblad. Het blad is al lange tijd kritisch over Netanyahu, een houding die eerder op een persoonlijke vete berust dan op politieke meningsverschillen. Sara Netanyahu vergeleek Mozes eens met Heer Voldemort, de schurk uit de Harry Potter-romans. Maar volgens de politie voerden de twee vijanden vriendschappelijke gesprekken om financiële afspraken te maken. Mozes bood aan zijn krant een toontje lager te laten zingen in de berichtgeving over de premier. In ruil bood Netanyahu naar verluidt aan een spaak in het wiel te steken van Israel Hayom, een populaire gratis krant die wordt gefinancierd door de Amerikaanse casinomagnaat Sheldon Adelson en die een flinke hap uit de advertentie-inkomsten van Yediot heeft genomen. Er is geen bewijs dat Netanyahu zijn belofte is nagekomen. Hij deed zelfs het tegenovergestelde: hij riep in 2014 vervroegde verkiezingen uit om een wet tegen te houden die de distributie van Adelsons krant zou hebben beperkt. Maar alleen de gesprekken met Mozes kunnen eventueel al als misdadig worden aangemerkt.
In vroeger jaren zouden zulke beschuldigingen een Israëlische politicus de kop hebben gekost. Yitzhak Rabin trad in 1977 af als premier, nadat een journalist had ontdekt dat zijn vrouw er een buitenlandse bankrekening op nahield, waarop zo’n tienduizend dollar aan eigen geld stond. Hoe bizar het nu ook klinkt, dat was verboden in Israël, in die tijd een betrekkelijk arm land dat dringend behoefte had aan buitenlandse valuta’s. Rabin gaf toe dat het een ‘fout’ was en zei dat hij zich niet ‘achter parlementaire onschendbaarheid zou verschuilen’. Er was geen vermoeden van omkoping of corruptie, maar zelfs dit kleine technische vergrijp was al voldoende om een premier afstand van zijn ambt te laten doen.
Niks goedkoper in Israël dan bloed van Palestijnen
Het dodencijfer liep op met de regelmaat van de klok. Elk half uur een slachtoffer. Israël was druk bezig met het voorbereiden van de seideravond. In Gaza ging het Israëlische leger door met doden in een afschuwwekkend ritme, terwijl Israël Pesach vierde.
Het doden van Palestijnen wordt in Israël lichter opgevat dan het doden van muggen. Niks goedkoper in Israël dan Palestijns bloed. Maar een leger dat zich op de borst klopt als het een boer op zijn land doodschiet en de video op zijn website zet om de mensen in Gaza te intimideren, een leger dat tanks inzet tegen burgers, dat er prat op gaat dat een honderdtal scherpschutters demonstranten opwachten, dat is een leger dat geen terughoudendheid meer kent.
Mahmoed Abbas is verantwoordelijk voor de toestand in Gaza. En Hamas, natuurlijk. En Egypte. En de Arabische wereld, de hele wereld eigenlijk. Alleen Israël niet. Dat heeft zich uit Gaza teruggetrokken. En Israëlische soldaten plegen geen massamoorden. Nooit.
Later op de avond werden de namen gepubliceerd. Die zeiden niemand wat.
(Gideon Levy, Haaretz)
Nu niet meer. Een land dat werd geromantiseerd vanwege zijn socialistische kibboetsen is een neoliberale economie geworden; binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van rijke landen, doet Israël qua economische ongelijkheid alleen onder voor de Verenigde Staten. ‘We waren altijd een zeer homogene samenleving waar niemand veel geld had,’ zegt Ifat Zamir, hoofd van de Israëlische tak van Transparency International. ‘En toen, in de jaren negentig, verdienden sommige mensen een beetje geld, en veranderde de wereld met hen. Evenals het algemene vertrouwen in de regering.’
Veel Israëliërs hebben apathisch op de beschuldigingen tegen Netanyahu gereageerd. Linkse activisten hebben wekelijkse betogingen tegen de premier georganiseerd, maar zelfs toen die in de zomer [van 2017] een hoogtepunt bereikten, namen er maar enkele duizenden mensen aan deel. In maart [2018] waren het er nog maar een paar honderd. En veel betogers hadden toch al een hekel aan Netanyahu. Zijn rechtse achterban heeft hem niet verlaten. Integendeel: volgens sommige peilingen is zijn populariteit gestegen. In de eerste dagen na de aanwijzingen van de politie kon je nog denken dat Netanyahu zijn baan zou behouden.
Maar de lijst beschuldigingen bleef groeien. Hij werd naar verluidt van nog een schimmige deal verdacht, ditmaal met de eigenaar van Bezeq, Israëls grootste telecombedrijf. Deze zakenman, Shaul Elovitch, is ook eigenaar van Walla, een populaire nieuwswebsite. In dit geval zouden de gunsten wel eens honderden miljoenen dollars kunnen belopen. De politie onderzocht ook of Netanyahu en zijn helpers hadden aangeboden een rechter tot procureur-generaal te promoveren als ze bereid was een zaak tegen de vrouw van de premier te seponeren. En op de achtergrond doemden beschuldigingen op dat topveiligheidsfunctionarissen steekpenningen hadden aangenomen van een Duits conglomeraat dat de kernonderzeeërs bouwt die door de Israëlische marine worden gebruikt. Zoals een lid van de Knesset, het Israëlische parlement, het uitdrukte, anoniem vanwege de gevoeligheid van de zaak: ‘We hebben nog steeds een paar rode draden, en een daarvan heeft met de nationale veiligheid te maken.’
Schaduwkabinet
Als Netanyahu op een dag in de Maasiyahu-gevangenis belandde, zou hij niet de eerste premier zijn. Zijn voorganger Ehud Olmert werd in februari 2016 ook tot deze open penitentiaire inrichting veroordeeld. Hij was twee jaar eerder aangeklaagd wegens omkoping en kreeg negentien maanden gevangenisstraf. Een ochtendprogramma op de Israëlische radio wilde de nieuwe gedetineerde wat advies geven. Dat was niet moeilijk te regelen. Er is een heus schaduwkabinet dat wel enige tijd in Israëlische gevangenissen heeft doorgebracht. De presentatoren vroegen voormalig minister van Gezondheid Shlomo Beniziri om wat tips. (‘De bewaarders doen niet sentimenteel over ministers,’ verklaarde hij.)
Maar Netanyahu’s geval zou om één reden anders kunnen zijn: de Israëlische wet laat er geen twijfel over bestaan dat een minister die van ernstige strafbare feiten wordt beschuldigd moet aftreden, maar zegt niets over een éérste minister. Olmert trad af voordat hij werd aangeklaagd. Zijn opvolger is vastbesloten aan te blijven. De juridische consensus is dat hij dat kan doen, totdat hij wordt veroordeeld en niet verder in beroep kan. Dus zijn strijd is, althans voorlopig, een politieke strijd. Olmert vertrok nadat zijn coalitiepartners hem hadden laten weten, eerst privé en later in het openbaar, dat ze hem niet langer steunden. Hij kwam ook zwaar onder vuur van de oppositie te liggen: ‘Een premier die tot aan zijn nek in de gerechtelijke onderzoeken zit, heeft geen moreel en publiek mandaat,’ zei de oppositieleider destijds.
Die oppositieleider was Benjamin Netanyahu, die zijn eerdere banvloek lijkt te zijn vergeten. Hij stond niet echt onder druk om af te treden. Zijn bondgenoten stonden achter hem. Minister Naftali Bennett van Onderwijs, in Washington om het onderonsje van AIPAC bij te wonen, zei dat Netanyahu als onschuldig moest worden beschouwd totdat het tegendeel was bewezen. Miri Regev, de populistische minister van Cultuur, zei dat ze ‘niet onder de indruk’ was van de aanklachten tegen Netanyahu: ‘Ik ga niet overhaast mensen ophangen op het dorpsplein.’
In de Knesset werd over vervroegde verkiezingen gesproken – maar om de kracht van Netanyahu te bewijzen, niet zijn zwakte. Zijn coalitie leek onaantastbaar, hard op weg om de eerste sinds 1988 te worden die haar volledige vier jaar uitzat. Ze nam in december 2016 een begroting voor twee jaar aan, waarmee ze haar voortbestaan tot de volgende geplande verkiezingen praktisch garandeerde. (Volgens de Israëlische wet wordt een regering die er niet in slaagt een begroting te laten goedkeuren automatisch ontbonden.) Maar de ultraorthodoxe partijen dreigden tegen de vólgende begroting te stemmen als de Knesset geen wet goedkeurde die mannelijke haredim vrijstelt van dienstplicht. Hoewel die volgende begroting pas in december [2018] hoef te te worden goedgekeurd, kon Netanyahu dit als excuus gebruiken om vervroegde verkiezingen uit te schrijven.
Hij had goede redenen om zelfverzekerd te zijn. Peilingen onder het Israëlische electoraat zijn notoir onbetrouwbaar. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 had de Likoed-partij daarin nog een flinke achterstand op zijn belangrijkste centrumlinkse concurrent. Toch zijn ze een goede barometer voor de algemene stemming.
Sommige analisten schilderen Israël af als een land dat onverbiddelijk naar rechts overhelt. Dat is een te simpele voorstelling van zaken. In 1981 won het rechtse en religieuze blok 64 van de 120 zetels in de Knesset. In 2015 won het er 67. Centrumlinks verloor flink wat terrein – maar bijna uitsluitend aan de Arabische partijen, die in de jaren negentig zijn ontstaan. De omvang van het conservatieve, religieuze blok is een generatie lang bijna constant gebleven. De echte verschuiving vindt plaats binnen de blokken. In 1981 wonnen de twee grootste partijen – Likoed en Alignment, de voorganger van de Arbeidspartij – 95 stemmen, bijna vier vijfde van de Knesset. Geen enkele andere partij won meer dan 5 procent van de stemmen. Maar bij de laatste verkiezingen behaalden Likoed en de Arbeidspartij maar 54 zetels. Ook al zouden ze een eenheidsregering hebben willen vormen, dan nog hadden ze geen meerderheid gehad. Zeven andere partijen, aan weerszijden van het ideologische spectrum, haalden de grens van 5 procent.
Deze versplintering maakt het voor veel Israëlische politici moeilijk om coalities te vormen. Netanyahu zou met zijn huidige kunnen doorgaan, zij het met een kleinere meerderheid. Yair Lapid, de voorzitter van Yesh Atid, zou er een harde dobber aan hebben. Zelfs met een brede coalitie die zich zou uitstrekken van centrumrechts tot uiterst links zou hij geen meerderheid behalen. Om de drempel van zestig zetels te passeren zou hij ofwel de ultraorthodoxe partijen nodig hebben, ofwel de ultranationalistische factie Jisrael Beeténoe. Die laatste is een uiterst rechtse partij die in 2015 campagne voerde voor etnische zuivering en herinvoering van de doodstraf. En Lapid bouwde zijn politieke carrière op het agiteren tegen de orthodoxen door aan te dringen op beperking van hun sociale uitkeringen en beëindiging van hun vrijstelling van dienstplicht. In beide gevallen zou de schoen wringen.
De meeste potentiële vervangers van Netanyahu ter linker- en rechterzijde zien zich met een overeenkomstig dilemma geconfronteerd. Ook al gaat hij verder als oppositieleider, de impopulaire Isaac Herzog heeft het niet langer voor het zeggen bij de Arbeidspartij. Zijn opvolger, Avi Gabbay, werd in 2017 tot leider van de Arbeidspartij gekozen en begon onmiddellijk rechtse stemmers naar de mond te praten. Zijn populariteit kelderde al snel en is nog niet op het oude peil. De partij Het Joodse Huis van Naftali Bennett heeft te nauwe banden met de kolonisten in de nederzettingen en Jisrael Beeténoe, de partij van Avigdor Lieberman, met Russische immigranten.
Gedurende 29 van de afgelopen veertig jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch blijft Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen
Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft. Zijn critici noemen hem vaak spottend ‘Mr. Status Quo’. In 2011 werd Israël opgeschrikt door massale sociaal-economische betogingen. Die begonnen met een klein tentenkamp op een chique boulevard in Tel Aviv; in september gingen honderdduizenden mensen de straat op om te klagen over de hoge kosten van levensonderhoud. Tot belangrijke hervormingen heeft dat niet geleid. Mobiele telefoonabonnementen zijn goedkoper geworden. Supermarkten hebben de prijs van kwark drastisch verlaagd. Maar de economische grondslagen blijven onveranderd. Netanyahu heeft weinig gedaan om de landelijke woningnood aan te pakken waardoor appartementen onbetaalbaar zijn voor jonge Israëliërs. (Het kopen van een vijfkamerappartement kost de gemiddelde Israëliër bijna zestien jaarsalarissen, tegen zeven en een half in Frankrijk en vijf in de Verenigde Staten.) Ondertussen heeft de premier niets gedaan tegen het voortdurende gebakkelei over godsdienst en cultuur dat de Israëlische politiek verstoort, van beperkte winkeltijden tijdens de sabbat tot steeds fellere scheldkanonnades tegen progressieve activisten en academici. In de ogen van sommige buitenlanden is Netanyahu’s meest onvergeeflijke fout zijn laksheid ten aanzien van het vredesproces. Elke maand publiceert het gematigde Israëlische Democratie-instituut een peiling die ‘Vredesindex’ wordt genoemd. De eerste twee vragen zijn altijd dezelfde: ‘Steunt u vredesonderhandelingen met de Palestijnen? Denkt u dat die kans van slagen hebben?’ De laatste cijfers [in april 2018] zijn deprimerend. Bijna 60 procent van de Israëlische Joden staat achter het vredesproces, maar slechts 18 procent gelooft dat dat tot vrede zal leiden. Tel die cijfers bij elkaar op en nauwelijks een op de tien Joodse Israëliërs staat achter een tweestatenoplossing en gelooft daar ook in. Een overweldigende meerderheid vindt dat de situatie moet blijven zoals ze is. (De Palestijnen zijn even berustend.) ‘Netanyahu had twee voornemens toen hij premier werd,’ zegt een voormalige adviseur, die anoniem wil blijven om vrijelijk over zijn vroegere baas te kunnen spreken. ‘Een daarvan was het ontmantelen van de Oslo-akkoorden.’ De premier heeft het nooit zo ongezouten gezegd – althans niet in het openbaar. Maar hij heeft onmiskenbaar succes gehad. Bijna een decennium lang heeft hij tijd gerekt door in te stemmen met vredesonderhandelingen maar nooit wezenlijke concessies te doen die het proces zouden kunnen versnellen. Hij zegt in het Hebreeuws het een en in het Engels het ander. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 beloofde hij nooit een Palestijnse staat te zullen vestigen. Toen zijn overwinning was veiliggesteld – en na scherpe kritiek uit het Westen – probeerde hij die woorden te ontkennen. Toen Trump president werd en Netanyahu vroeg ‘terughoudend’ te zijn ten aanzien van de nederzettingen, was hij verbijsterd. ‘Hij gaat zijn belangstelling wel verliezen,’ voorspelde een medewerker van Netanyahu toen Trump Jeruzalem in 2017 bezocht. Zeker is dat de Amerikaanse president niet meer met de Palestijnen spreekt en betwijfelt of hij de ‘ultieme deal’ kan bewerkstelligen, zoals hij het ooit noemde.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zelfs een duifachtige premier moeite zou hebben om met de Palestijnen te onderhandelen, verdeeld als ze zijn tussen Fatah, de seculiere partij die de Westoever in handen heeft, en Hamas, de islamitische groepering die in 2007 de macht in Gaza greep. Evenmin zou hij veel hulp hoeven te verwachten uit het huidige Witte Huis. De Amerikaanse ambassadeur in Israël, David Friedman, staat pal achter de Israëlische nederzettingen. Jared Kushner, Trumps schoonzoon wiens familie geld aan kolonistengroeperingen heeft gedoneerd, had een belangrijke rol moeten spelen in het vredesproces. Maar hij raakte in tal van schandalen verwikkeld en zijn rol in het Witte Huis werd al snel een stuk kleiner.
Toch is er geen reden om te denken dat Netanyahu’s opvolgers bereid of in staat zullen zijn de tweestatenoplossing te realiseren. Bennett wil twee derde van de Westoever annexeren, een stap die een Palestijnse staat onmogelijk zou maken. Lieberman verwerpt het idee van een staat, net als de meeste toonaangevende figuren binnen Likoed. Toen journalisten van de nieuwswebsite Walla het kabinet polsten, waren maar vier ministers bereid een tweestatenplan te onderschrijven.
Hoewel Lapid en Gabbay het plan steunen, blijven ze vaag over hoe ze het ten uitvoer zouden kunnen brengen – hoe ze de fouten zouden kunnen vermijden waaraan de ruim vijfentwintig jaar door de VS geleide onderhandelingen mank zijn gegaan. Ze komen alleen maar met vage verhalen over ‘regionale initiatieven’ en ‘het betrekken van de Arabische staten’. Er zijn weinig prikkels om het anders te doen. De kwestie levert niet veel stemmen op en speelt zelfs geen grote rol in de Israëlische politiek. Vóór de verkiezingen van 2015 kwamen de leiders van de grootste partijen bijeen voor een tweeënhalf uur durend debat op Kanaal 2. Het woord ‘vrede’ werd exact vijf keer uitgesproken, waarvan drie keer door Ayman Odeh, de leider van de partij die de Palestijnse burgers van Israël vertegenwoordigt. ‘Dit is geen zaak die de partijen scheidt,’ zegt Dani Dayan, een voormalige kolonistenleider die tegenwoordig consul-generaal is in New York. ‘Want de Israëliërs begrijpen dat, wie er ook premier wordt, er niets zal veranderen.’
Netanyahu’s eerste premierschap duurde maar drie jaar. Hij won in 1996 met een nipte marge, en de kiezers hadden snel genoeg van hem. Het vredesproces haperde. De bloedige bezetting van Zuid-Libanon leek eindeloos te duren. Er deden al corruptieverhalen de ronde over Netanyahu en sommige van zijn coalitiepartners. Het publiek gooide hem er in 1999 uit en gunde Ehud Barak de overwinning met een marge van 12 procent.
Maar voor Bibi waren al deze wezenlijke kwesties van secundair belang. Toen hij tijdens de verkiezingsavond zijn nederlaag evalueerde, zei hij tegen medewerkers: ‘Ik heb verloren omdat ik geen krant heb.’ Dat probleem loste hij op voordat hij tien jaar later een nieuwe gooi naar het premierschap deed. Israel Hayom deed geen enkele poging om een objectieve nieuwsbron te zijn. De verlieslijdende krant, zwaar gesubsidieerd door Adelson, was een onvervalste propagandamachine voor Netanyahu; naar verluidt dicteerde het kantoor van de premier zelfs de koppen.
Zijn ambitie reikte verder dan de dagelijkse koppenoorlog. Aan de vooravond van Israëls zeventigste verjaardag kan de politieke geschiedenis van het land grofweg in twee helften worden verdeeld. De eerste werd gedomineerd door de centrumlinkse voorgangers van de Arbeidspartij. Het politieke establishment was grotendeels progressief, seculiere afstammelingen van de Asjkenazim. Likoed won haar eerste verkiezingen pas in 1977, een gebeurtenis die door de belangrijkste nieuwslezer van Israël de mahapakh (revolutie) werd gedoopt. Sindsdien heeft links moeite de macht terug te winnen.
Gedurende 32 van de afgelopen 43 jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch bleef Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen. Als je Netanyahu en zijn bondgenoten moest geloven, vochten ze om de macht met de verschanste elites: het leger, de rechterlijke macht, de universiteiten. (Zijn vriend in het Witte Huis zou dit de ‘deep state’ noemen.)
Als je zijn adviseurs mag geloven, was dit Netanyahu’s tweede voornemen – de hervorming van de gevestigde orde van Israël. Zijn obsessie met het manipuleren van de media is daar een voorbeeld van. Hij heeft een ongekend aantal religieuze Israëliërs in de top echelons van de veiligheidsdiensten benoemd. Ayelet Shaked, de nationalistische minister van Justitie, probeerde de manier te veranderen waarop rechters worden benoemd en de bevoegdheid daartoe over te dragen aan de Knesset in plaats van aan een rechterlijke macht die als links wordt beschouwd. Regev, de minister van Cultuur, ging constant tekeer tegen kunstenaars en stelt zelfs voor degenen die een staatssubsidie krijgen aan een ‘loyaliteitstest’ te onderwerpen.
Ultraorthodox
Bijna een op de vier basisschoolleerlingen is ultraorthodox, tegen een op de tien een generatie geleden. Hoewel de meeste Israëliërs een grotere scheiding tussen synagoge en staat voorstaan, dringen ultraorthodoxe politici aan op het tegengestelde. In de herfst van 2016 kwamen ze in het geweer tegen het plan van de nationale spoorwegen om onderhoud te plegen op Sjabbat, de Joodse sabbat. Voor de timing van de spoorwegen viel veel te zeggen: er rijden geen treinen op zaterdag, er is weinig wegverkeer en de meeste werkenden hebben een vrije dag. Maar de haredim dreigden, onder druk van hun kiezers, de regering ten val te brengen als de onderhoudsplannen niet werden ingetrokken. Netanyahu treuzelde tot het laatst mogelijke moment – vrijdagmiddag, minder dan een uur voor de sabbat. Toen gelastte hij de werkzaamheden af, een beslissing die de staat miljoenen kostte en de zondag daarop voor een verkeersinfarct zorgde. En dat allemaal om religieuze kiezers niet van zich te vervreemden die zich steeds meer van de meerderheid van de Israëliërs vervreemden.
Onder de Israëlische Joden bestaan fundamenteel onverenigbare meningsverschillen over hoe Israël als een ‘Joodse en democratische staat’ moet worden gedefinieerd. 69 procent van de ultraorthodoxen en 46 procent van de nationaal-religieuzen (een meerderheid) vindt de staat te democratisch. 59 procent van de seculiere Joden vindt de staat te Joods. Een meerderheid van de Israëlische Joden vindt het ongepast dat Arabische politici deel uitmaken van de coalitie, en velen vinden het acceptabel dat de staat meer geld aan Joodse gemeenschappen geeft dan aan Arabische.
‘Mars uit Gaza’ [2018] gaat vooral over Palestijns leiderschap
De Palestijnse ‘Mars terug’ vanuit Gaza heeft niet tot doel Israël van de kaart te vegen, maar is eerder een gevecht om het Palestijnse leiderschap. Hamas bepaalt de duur en de omvang van het protest en stelt daarbij niet alleen Israël op de proef. De leiders van Hamas moeten aantonen dat zij de situatie in de hand hebben en de omvang van het protest op peil weten te houden voor zolang als zij nodig achten. Pas dan ligt internationale erkenning in het verschiet.
Het is een spel waarbij Egypte, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoed Abbas tegelijk ook partners van Israël tegen Hamas zijn. Caïro en Amman onderhouden over de situatie intensieve contacten, waarbij soms ook Israël betrokken wordt.
Egypte blijft inmiddels grote druk op beide Palestijnse kampen uitoefenen om tot een verzoening te komen. Daartoe is het een vereiste dat Abbas de sancties opheft die hij tegen Gaza heeft getroffen om Hamas te verzwakken. Met Jordanië is Caïro bevreesd dat de onrust overslaat naar Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever, maar evenzeer naar de Sinaï, waar Egypte samen met Israël de terreur bestrijdt die uitgaat van elementen van de Egyptische Moslimbroederschap en Hamas.
(Zvi Bar’el, Haaretz)
In de eerste decennia na 1948 werd Israël omringd door vijandige (en veel grotere) Arabische staten. Het besef van een gemeenschappelijk gevaar hielp een band te scheppen tussen Joden overal ter wereld, vooral omdat de Holocaust nog vers in het geheugen lag. Die band werd zwakker na de verdragen met Egypte en Jordanië. Nog altijd hield het vredesproces de Israëlische samenleving bijeen, zij het in twee helften: een ‘vredeskamp’ dat geloofde dat een tweestatenoplossing de enige manier was om de toekomst van het land veilig te stellen, en een groep die zich daar juist tegen verzette. Niettemin was er een gevoel van een gedeelde bestemming, het gevoel dat beide kanten over een gemeenschappelijk lot ruzieden.
Maar in 2018 is er geen werkelijke dreiging die Israëliërs bindt. Het land heeft vredesverdragen met twee van zijn vier buren; een derde buur, Syrië, ligt in puin; en de vierde, Libanon, is zo zwak dat Israël stelselmatig zijn luchtruim gebruikt om aanvallen in Syrië uit te voeren. (Hezbollah vormt een serieuze bedreiging, maar nauwelijks een die het land zou kunnen verwoesten, en de beweging kampt met zowel haar betrokkenheid in Syrië als de Israëlische afschrikking.) Noch het Iraanse nucleaire programma noch de pro-Palestijnse boycotsancties vormen momenteel een bedreiging voor de overleving van Israël. En de status quo met de Palestijnen lijkt, terecht of niet, voorlopig wel tegen een stootje te kunnen. Maar weinig Israëliërs staan er dagelijks bij stil. Hun samenleving kan niet worden bijeengehouden door de noodzaak om een blok te vormen tegen een levensgevaarlijke situatie, simpelweg omdat die niet bestaat. ‘Op dit moment, en in de voorzienbare toekomst, staat het bestaan van Israël niet wezenlijk op het spel,’ aldus Moshe Ya’alon, die tot 2016 minister van Defensie was.
Ofer Zalzberg, in Jeruzalem analist voor de International Crisis Group, lijkt het met hem eens te zijn. ‘We zitten in een identiteitscrisis. Mensen maken zich zorgen over globalisering, over het teloorgaan van tradities. Het is de autonomie van het individu versus de Joodse traditie. En niemand weet welke kant zal winnen,’ zegt hij.
Zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd
Het zal moeilijk zijn een kop te kiezen voor Netanyahu’s politieke necrologie. Menachem Begin tekende een duurzaam vredesakkoord met Egypte, en Rabin deed hetzelfde met Jordanië. Barak maakte een eind aan de decennialange bezetting van Libanon. Ariel Sharon trok zich terug uit Gaza. Shimon Peres zette belangrijke hervormingen in gang die de weg baanden voor Israëls hightech-economie. Zelfs Olmert kon, ondanks zijn smadelijke einde, aanvoeren dat hij een serieuze poging had gedaan om vrede te sluiten met zowel Syrië als de Palestijnen.
Netanyahu heeft alleen maar overleefd. Tijdens zijn derde regeringsperiode stemde hij in met een plan om de dienstplicht voor ultraorthodoxe mannen in te voeren; in zijn vierde stelde hij het uit. Hij kondigde met veel tamtam een gemengde gebedsruimte aan bij de westelijke muur, maar hij heeft die nooit geopend. Zijn belofte om de prijzen en huisvestingskosten te verlagen is nooit ingelost. Zelfs zijn oorlogen hebben tot niets geleid. ‘1973 was het laatste jaar dat beide partijen zeiden: “Oké, laten we een deal sluiten,”’ zegt Oded Eran, een Israëlische diplomaat met een lange staat van dienst. ‘Alle oorlogen nadien zijn geëindigd met een VN-resolutie, die maar ten dele effectief was, of met de schikking van 2012. Wat betekent het dat we er eenzijdig een eind aan maken? Het betekent dat Israël onder de huidige omstandigheden blijft voortploeteren. Het is onduidelijk wat er nu eindelijk eindigt.’
Een personage uit een Griekse tragedie
Een hoge officier in het Israëlische leger noemde Netanyahu ooit ‘een personage uit een Griekse tragedie’. (De officier is nog steeds in dienst en wenst anoniem te blijven.) Hij is zowel een getalenteerd politicus als een erudiet man, met grote belangstelling voor wereldgeschiedenis en contemporaine geopolitiek. Als vertegenwoordiger van rechts, zoon van een prominente revisionistische historicus en voormalig stoottroeper had hij alles in zich om een baanbrekend politicus te worden van het type Begin. Maar zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd. ‘Hij zit vol hybris,’ aldus de officier.
Of, zoals de Israëlische journalist Raviv Drucker in Haaretz schreef: ‘Als Netanyahu verdwijnt, zullen ook veel verknipte bestuursnormen verdwijnen. Het draait niet om corruptie, maar om normaliteit.’
Dat is maar al te waar. De volgende premier zal waarschijnlijk niet worden achtervolgd door verhalen over sigaren en champagne en verbaal geweld jegens huishoudelijk personeel in de ambtswoning. De vrouw van de premier zal geen statiegeld in haar eigen zak steken. Zijn zoon zal de zoons van rijke oligarchen niet vragen hem vierhonderd sjekel voor te schieten voor een prostituee, zoals Yair Netanyahu deed.
Maar over de meest brandende kwesties aangaande de toekomst van Israël – de relatie met de Palestijnen, en met zichzelf – zal de nieuwe premier misschien niet veel anders oordelen.
‘Zulke wonderen levert Heilige Land niet meer’
De Palestijnen kunnen hun hoop niet vestigen op hulp van hun buren. Het is duidelijk dat hoewel de statenlozen enorme sympathie ondervinden van de burgers in de Arabische wereld, hun lot sommige Arabische leiders mateloos verveelt. Die zijn er meer op gespitst de islamistische partijen in eigen land de nek om te draaien of de confrontatie met Iran aan te gaan.
Het geweld van vrijdag 30 maart moet ook worden gezien als een episode in de langdurige strijd om de macht tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit van Mahmoed Abbas. Pogingen tot verzoening hebben gefaald en beide partijen zijn verzwakt. Abbas is de verdwaalde hoeder van een vredesproces dat op sterven na dood is. Hamas is tussen Israël en Egypte platgedrukt en ziet zijn buitenlandse financiering opdrogen.
En onderwijl hebben de voortdurende blokkade en de beperkingen die aan Gaza zijn opgelegd, het leven voor de Palestijnen daar steeds moeilijker gemaakt. ’Ik wil doodgeschoten worden,’ zei een demonstrant van tweeëntwintig jaar tegen een van mijn collega’s. ‘Ik wil zo niet meer leven.’
‘Als er niet een enorme uitbarsting van geweld komt – vooral met Palestijnse leiders die in opperste wanhoop met vuur spelen, en Israël dat onmiddellijk naar dodelijk geweld grijpt tegen onbewapende demonstranten – zou dat een politiek wonder zijn’, schreef de commentator Hoessein Ibish in The National, een krant uit Abu Dhabi. ‘Maar zulke wonderen levert het Heilige Land niet meer.’
Slavi Trifonov, tv- presentator, rockster en toekomstig minister-president van Bulgarije?
Het is de grote verrassing van de Bulgaarse parlementsverkiezingen: de partij van de komiek, zanger en tv-ster Slavi Trifonov is de op een na grootste van het land geworden.
Zijn handelsmerk is het uitsteken van zijn tong en het bekende metalgebaar waarbij hij twee horens vormt met zijn vingers. In Bulgarije vult hij hele stadions en komt hij op een grote motorfiets en in een leren jack het podium oprijden, omringd door schaars geklede vrouwen. Maar sinds 4 april, de dag van de parlementsverkiezingen, is de onwaarschijnlijke partij van Slavi Trifonov, ITN (Има такъв народ of ‘Er is zo’n volk’), de tweede politieke kracht van het land geworden.
ITN speelt daarmee een belangrijke rol in de komende formatie, aangezien vrijwel alle oppositiepartijen hebben aangegeven niet verder te willen met demissionair premier Borisov.
Zonder enige ervaring in de politiek, zonder politici (het programma is opgesteld door het team dat verantwoordelijk is voor het schrijven van zijn sketches en liedjes), heeft ITN bijna 18 procent van de stemmen behaald, iets minder dan GERB, de partij Bojko Borisov (26 procent), zo meldt het Bulgaarse dagblad Sega. Maar voor velen is deze 54-jarige man, die elke Bulgaar kent van tv-optredens, de echte winnaar van deze verkiezingen; in de buitenlandse pers wordt hij vergeleken met de Italiaan Beppe Grillo en met Volodymyr Zelensky, die andere tv-ster die president van Oekraïne werd.
‘Handelaar in dromen’
Maar wie is Slavi Trifonov eigenlijk? Hij is bovenal ‘een handelaar in dromen’, schrijft politicologe Anna Krasteva in de Bulgaarse krant Dnevnik. Zijn politieke programma is een utopie, vervolgt Krasteva, namelijk de invoering van stemming bij meerderheid in twee ronden, waardoor in zijn woorden, ‘de macht zou worden teruggegeven aan het volk’.
Slavi Trifonov heeft zijn populariteit vooral aan tv te danken. Zijn avondshow, waarin hij volgens Amerikaans recept zijn gasten ontvangt vergezeld van een orkest, had op bTV, de belangrijkste commerciële zender, tussen de 2 en 3 miljoen kijkers per dag – en dat in een land van maar 7 miljoen mensen. Maar zijn tegenstanders zeggen dat zijn ‘vulgaire stijl’ hem populair heeft gemaakt.
‘Niet zijn vulgaire stijl is de sleutel tot zijn succes, maar zijn vermogen om met het publiek te communiceren en de tijdgeest aan te voelen’
‘We moeten Slavi Trifonov niet onderschatten’, zegt Emilia Slavova, een taalkundige die doceert aan de Universiteit van Sofia. ‘Niet zijn vulgaire stijl is de sleutel tot zijn succes, maar zijn vermogen om met het publiek te communiceren en de tijdgeest aan te voelen’, schrijft zij in een ander artikel in het dagblad Dnevnik.
Maar over één ding is iedereen het eens: ook al blijven zijn ware politieke bedoelingen een mysterie, het ‘Slavi-fenomeen’ lijkt een katalysator te zijn voor de woede en frustratie van een groot deel van de bevolking, vooral in kleine steden en plattelandsgebieden. Een groot deel van de Bulgaarse diaspora in het buitenland stemde ook voor ITN.
Netanyahu tussen twee vuren
Na de Israëlische parlementsverkiezingen van 23 maart zijn de politieke onderhandelingen over de vorming van een nieuwe coalitie in volle gang. De Israëlische president gaf Benyamin Netanyahu dinsdag de opdracht om te proberen een nieuwe regering te vormen. Maar tegelijkertijd wordt Netanyahu ook geconfronteerd met de hervatting van zijn proces wegens corruptie, fraude en vertrouwensbreuk. In beide gevallen staat zijn toekomst op het spel, politiek maar ook persoonlijk.
Vrijwel alle media leggen een verband tussen de twee gebeurtenissen: het proces voor de rechtbank van Jeruzalem, dat in het oosten van de stad plaatsvindt, en, in het westen, de optocht van partijleiders langs de Israëlische president – die een apolitieke erefunctie heeft – om een kandidaat aan te bevelen die een coalitie en een stabiele regering tot stand moet brengen. Een klus die in het sterk verdeelde politiek landschap nog niet zo makkelijk geklaard is.
Tegenaanval
Netanyahu wacht zijn proces niet lijdzaam af en gaat in de tegenaanval. In een televisietoespraak op 5 april beschuldigde hij het openbaar ministerie ervan een ‘heksenjacht’ tegen hem te voeren. ‘Wat een hypocrisie. De hele procedure tegen mij is een misbruik van de bevoegdheden van het openbaar ministerie’, hamerde de premier kort na de hoorzitting op dezelfde dag. ‘Ze onderzochten geen misdaad, ze zochten niet naar een misdaad, ze jaagden op een man, ze jaagden op mij’, vervolgde hij. Dit is een ‘institutionele staatsgreep’.
Dus ‘de beschuldigde beschuldigt’, merkt Nahum Barnea op in het centrum-linkse dagblad Yediot Aharonot. Netanyahu zat aan de rand van het middenpad en hoorde het openingspleidooi van aanklager Liat Ben-Ari aan: ‘Handen nonchalant over zijn borst gekruist, ogen strak op de aanklager gericht. Hij wilde droevig lijken, boos, verwijderd van de kleine mensen die hem gedwongen hadden tussen hen te zitten.’ Volgens de redacteur zal de volgende regering onder leiding van Benyamin Netanyahu een nieuwe procureur-generaal benoemen die ‘de aanklachten tegen hem zal begraven’. Alles zal zo stil mogelijk gebeuren, ‘in overeenstemming met de wet’.
We hadden Netanyahu de bijnaam “Kim” gegeven, als verwijzing naar de Noord-Koreaanse dictator’
Volgens advocaat Aviad Hacohen was het eerste deel van de hoorzitting, het openingspleidooi van de openbare aanklager, meer gericht tegen de aanwezige journalisten dan tegen de rechtbank zelf. ‘Het is te hopen’, schrijft hij in Israel Hayom, de krant die dicht bij de regering in Israël staat, ‘dat wat volgt zal gebeuren volgens de regels van de Israëlische wet en niet die van het dorpsplein’, dat, volgens Hacohen, is opgehitst door de media en demonstranten van allerlei pluimage.
De rechters hebben Netanyahu vrijgesteld van het bijwonen van het verhoor van de eerste getuige, Ilan Yeshua, voormalige hoofdredacteur van het nieuwsportaal Walla. Zoals de Jerusalem Post meldt, sprak Yeshua in zaak 4000, een zaak van vermeende corruptie: Walla zou positief berichten over Netanyahu in ruil voor voordelen voor het moederbedrijf van de site, het Israëlische telecombedrijf Bezeq. De getuige ging in detail in op de instructies die hij had gekregen om artikelen te weren die schadelijk waren voor de premier en zijn getrouwen. ‘We hadden Netanyahu de bijnaam “Kim” gegeven, als verwijzing naar de Noord-Koreaanse dictator’, aldus Yeshua.
De rechtszaak zal worden voortgezet met drie zittingen per week, van maandag tot en met woensdag. In dit tempo, zeggen deskundigen, zal er pas over twee of drie jaar een uitspraak komen.
VS wil wereldwijd minimumtarief winstbelasting
‘We werken samen met de G20-landen aan een minimumtarief voor de winstbelasting dat een einde kan maken aan de race to the bottom’, aldus de Amerikaanse minister van Financiën Janet Yellen op maandag. Yellen betreurt de wedloop tussen landen voor steeds lagere winst- of vennootschapsbelastingen in naam van de concurrentiekracht of het ‘verdienvermogen’.
‘Hiermee geeft de regering-Biden het startschot voor haar inspanningen om de belastinginkomsten in de Verenigde Staten te verhogen en te voorkomen dat bedrijven hun winsten naar het buitenland verplaatsen om belastingen te ontwijken’, schrijft The New York Times.
‘Als dit plan wordt aangenomen zonder een wereldwijde minimumbelasting, kan het nadelig worden om een bedrijf in de Verenigde Staten te hebben’
De Verenigde Staten willen graag een wereldwijd minimumtarief voor de winst- of vennootschapsbelasting overeenkomen, omdat het zelf van plan is bedrijven meer te belasten om het ambitieuze investeringsplan te financieren van 2 biljoen dollar over acht jaar in de infrastructuur van het land en de verduurzaming van de economie, dat op 31 maart door Joe Biden werd gepresenteerd. Als dit plan ‘wordt aangenomen zonder een wereldwijde minimumbelasting, kan het nadelig worden om een bedrijf in de Verenigde Staten te hebben’, merkt The Wall Street Journalop.
Onder de regering-Trump is het balastingtarief in de Verenigde Staten verlaagd van 35 procent naar 21 procent. Biden wil dat weer verhogen tot 28 procent en het internationale minimumtarief dat Amerikaanse bedrijven betalen op hun buitenlandse winsten verhogen tot 21 procent.
Het tarief voor de vennootschapsbelasting is in Nederland 25 procent. Maar uit onderzoek van het Centraal Bureau voor Statistiek uit 2019 blijkt dat grote bedrijven door verschillende aftrekposten in werkelijkheid maar 17 procent belasting betalen over hun winst.
Na bloedbad in Boulder, verklaart Joe Biden de oorlog aan aanvalsgeweren
Het was met een Ruger AR-556 semi-automatisch wapen dat Ahmad Al Aliwi Alissa, de vermeende dader van de schietpartij in Boulder, maandag tien mensen, waaronder een politieagent, zou hebben gedood in een supermarkt, meldt CNN.
‘Eerst Atlanta en nu Colorado’, schrijft The New York Times. De dodelijke schietpartij in Boulder, ‘is de tweede massamoord in de Verenigde Staten in minder dan een week’.
Volgens een getuige die door The Denver Post werd geïnterviewd, kwam de schutter binnen met een aanvalswapen en begon zonder een woord te zeggen te schieten. De motieven van de schutter zijn nog niet vastgesteld, aldus The Daily Camera, een lokale krant.
‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie’
De recentste massamoord heeft de Amerikaanse president Joe Biden er dinsdag toe aangezet het Congres op te roepen dergelijke aanvalswapens te verbieden. De Democraat riep de Senaat ook op om een wetsvoorstel aan te nemen dat deze maand door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd om de achtergrondcontroles bij de aankoop van een wapen te versterken. ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie,’ benadrukte Biden. ‘We moeten actie ondernemen.’
Dinsdag was de Amerikaanse pers echter niet erg optimistisch over het feit dat er daadwerkelijk nieuwe wetgeving wordt aangenomen. Het is ‘een triest ritueel’ geworden, schrijft The New York Times. ‘Met elke nieuwe massamoord, is er een roep om strengere wapenwetgeving. Zonder dat het Congres er echt in slaagt enige vooruitgang te boeken in deze kwestie.’
Politicomerkt op dat Joe Biden tot nu toe geen grote haast leek te hebben om iets te doen aan de wapenwetgeving. ‘President Joe Biden zei dinsdag dat hij “geen minuut langer” wilde wachten om de nationale epidemie van wapengeweld aan te pakken. Maar na 63 dagen presidentschap heeft hij nog geen enkele unilaterale actie ondernomen om het wapenbezit te beperken, hoewel hij dat op zijn eerste ambtsdag had beloofd’, aldus het nieuwsportal.
Netanyahu de grootste, maar geen regeringsmeerderheid
De Israëlische premier claimde dinsdagavond een ‘enorme overwinning voor rechts’, de vierde in bijna twee jaar, maar hij zal nog hard moeten werken om genoeg steun te verzamelen om een regering te vormen, schrijft Ha’aretz.
Hij en zijn Likoed-partij eindigden volgens de prognoses op de eerste plaats, maar de Netanyahu-coalitie heeft nog enkele stemmen nodig om een meerderheid van zetels te behalen, waardoor de schijnwerpers zijn gericht op Naftali Bennett, een vooraanstaande radicaal-rechtse figuur die nog niet heeft gezegd of hij zich al dan niet bij het kamp-Netanyahu zal aansluiten.
Oud-minister Bennet wordt gezien als een sleutelfiguur in de formatie en kan zich ook aansluiten bij oppositieleider Yair Lapid, die rekent op een akkoord met partijen ter linker-, midden- en rechterzijde die teleurgesteld zijn in Netanyahu.
Op weg naar vijfde verkiezingen
Maar volgens de laatste stand van zaken, met 87 procent van de stemmen geteld, komt het bloc-Netanyahu zelfs met de steun van Bennet 2 zetels te kort om een meerderheid van 61 zetels in de Knesset te behalen, meldt The Times of Israel. Dat is allemaal te danken aan het behalen van de kiesdrempel door de Arabische partij Ra’am, oftewel de United Arab List.
‘De komende twee dagen zullen gespannen zijn, omdat elke getelde stembus de zetelverdeling kan veranderen’, zegt Ha’aretz-journalist Anshel Pfeffer. Voorlopig bevindt Israël zich dus ‘in een nieuwe impasse. En hoe ongelooflijk het ook lijkt’, het is mogelijk dat het land binnenkort ‘op weg is naar vijfde verkiezingen’.
Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) heeft het aantal mensen dat is omgekomen bij de brand die maandagavond een vluchtelingenkamp in de buurt van de stad Cox’s Bazar in Bangladesh in de as legde, naar boven bijgesteld naar minstens vijftien doden en vierhonderd vermisten, meldt de Britse krant The Times. In een eerder rapport werd het dodental op vijf geschat.
Het vuur maakte het moeilijk voor de brandweer om ter plaatse te komen, omdat het kamp dichtbevolkt is, vertelde de plaatselijke inwoner Saiful Arakani aan de BBC. Er is een onderzoek ingesteld om de oorzaak van de brand te achterhalen.
‘In de afgelopen maanden hebben woordvoerders van de AKP geprobeerd positieve boodschappen te sturen naar Europa en de Verenigde Staten’, aldus het Turkse dagblad Evrensel. ‘Aan de lange vijandige tirades van president Erdoğan is een einde gekomen, in plaats daarvan laat hij geen gelegenheid meer voorbijgaan om uitspraken te doen als: “Wij kijken naar het Westen, daarheen leidt onze weg, wij hebben geen probleem dat niet door dialoog kan worden opgelost.”’
De Turkse president, die steeds meer geïsoleerd raakt op het diplomatieke wereldtoneel, probeert, althans in woorden, toezeggingen te doen aan zijn westerse partners. En in het bijzonder aan Frankrijk, waar een nieuwe ambassadeur, Ali Onaner, is aangesteld met de opdracht de breuken te lijmen van een relatie die sinds afgelopen zomer ernstig is verslechterd, met de Franse steun aan Griekenland in de Middellandse Zee tegenover intimidatie door de Turkse marine en de verklaringen van Erdoğan tegen de Franse president.
‘De regering maakt een ommekeer in het neo-Ottomaanse buitenlandse beleid dat zij de afgelopen tien jaar heeft gevoerd’, vervolgt de linkse krant Evrensel. ‘En in de afgelopen weken heeft Erdoğan ook een draai gemaakt naar de Arabisch-islamitische wereld, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en ook Israël.’
Gevechtsdrones
Zo bestudeert Turkije de mogelijkheid om gevechtsdrones te verkopen aan Saudi-Arabië. Sommige geruchten spreken zelfs van het mogelijke zenden door Ankara van Syrische huurlingen (door Turkije bewapende en opgeleide strijders, reeds ingezet in Libië en Azerbeidzjan).
De ommezwaai in het beleid is voor de oppositiepers in de eerste plaats een brevet van onvermogen, zoals de krant Birgünopmerkt: ‘De duizelingwekkende draai in het buitenlands beleid van Erdoğan, zijn de laatste stuiptrekkingen van een macht die in wanhoop verkeert, zowel intern als naar buiten toe. Ook al probeert zij de nieuwe koers aan haar aanhangers te verkopen als een opleving, toch erkent de islamitische macht hiermee impliciet het falen van haar avontuurlijke buitenlandse beleid van de afgelopen tien jaar.’
Een onderdeel van die nieuwe koers is Egypte. De twee landen knoopten in maart opnieuw diplomatieke betrekkingen aan, maar Caïro wacht nu ‘op acties die in overeenstemming zijn met de belangen en principes van Egypte om de betrekkingen tussen de twee staten te normaliseren’, zo werd de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri geciteerd door de online krant Gazete Duvar. Een van de geschilpunten is de steun van Ankara aan het Moslimbroederschap, tot woede van Saoedi-Arabië, de VAE en Egypte.
De Amerikaanse staat Arkansas heeft dinsdag (9 maart, een dag na Internationale Vrouwendag) een wet aangenomen die abortus verbiedt, zelfs in gevallen van verkrachting of incest. De enige uitzondering in de wet is om ‘het leven van de moeder te redden in een medische noodsituatie’, bericht USA Today.
Met deze wet hopen tegenstanders van abortus aan te sturen op een herziening van de uitspraak van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten uit 1973 dat Amerikaanse vrouwen recht hebben op abortus. Een dergelijke herziening zou het elke staat mogelijk maken naar eigen goeddunken te handelen en de verschillen tussen staten benadrukken, legt CBS News uit.
Sinds Donald Trump drie conservatieve rechters heeft benoemd in de hoogste rechtbank van de Verenigde Staten, gaan tegenstanders van abortus ervan uit dat het Hooggerechtshof nu eerder bereid is om het mijlpaalarrest ‘Roe v. Wade’ uit 1973 terug te draaien. Dit was een eerste overwinning voor hen.
Toekomst Netanyahu onzeker
Ook in Israël vinden binnenkort landelijke verkiezingen plaats, op 23 maart. En de experts zijn het er unaniem over eens: de verschillen zullen klein zijn. Intussen heeft de verkiezingscampagne in tijden van corona moeite om de belangstelling te wekken van de Israëli’s, die voor de vierde keer in twee jaar naar de stembus gaan.
‘De kiezer moet uit zijn coma worden wakker geschud en naar de stembus worden gelokt’, signaleert bijvoorbeeld Israel Hayom, de gratis krant die dicht bij Likoed staat, de rechtse partij van premier Benyamin Netanyahu.
De strijd tussen de twee grote politieke blokken is een nek-aan-nekrace, waarbij alles zal neerkomen op een paar zetels, schrijft de krant. ‘Het doel is daarom een hoge opkomst: we moeten het electorale potentieel van Israëlisch rechts maximaliseren’, aldus de krant.
Het dagbladMaariv publiceert, in samenwerking met radiostation 103 FM, de laatste opiniepeiling: de Likoed zou 28 van de 120 zetels in de Knesset (het Israëlisch parlement) krijgen. Netanyahu’s partij lijkt daarmee de grootste te worden, terwijl de andere partijen er ver achter liggen.
De anti-Bibi-partijen zouden volgens de laatste peilingen genoeg zetels krijgen om een rechtse coalitie te blokkeren
De belangrijkste conclusie van de peiling, stelt Maariv, is dat het rechtse blok – een coalitie van religieuze en ultranationalistische partijen die Netanyahu steunen – niet meer dan 58 zetels heeft. De anti-Bibi-partijen – oftewel de partijen die verklaren dat zij Netanyahu niet als premier willen – zouden volgens de peiling 62 zetels krijgen, genoeg om een rechtse coalitie te blokkeren, maar zonder dat ze zelf een levensvatbare regering kunnen vormen, wegens grote politieke verschillen onderling.
Hete adem
De Israëlische premier, die de hete adem in zijn nek voelt, is bezig het aantal campagnebijeenkomsten op te voeren, en probeert ook groepen buiten het traditionele electoraat van zijn partij te bereiken. Zo heeft hij verschillende Arabisch-Israëlische plaatsen bezocht en zelfs een kop koffie gedronken in een bedoeïenentent.
Maar volgens het oppositiedagblad Haaretz wedt Netanyahu vooral op wat de krant de ‘coronagok’ noemt. Hoewel zijn land wereldkampioen vaccineren is, ‘heeft hij ingezet op het onmiddellijk opengooien van de economie’, tegen het advies van de experts van het ministerie van Volksgezondheid in, en beweert hij dat Israël eind april van het virus zal zijn verlost.
De politieke toekomst van de premier is een van de belangrijkste kwesties die deze verkiezingen op het spel staan, schrijft Yediot Aharonot. De grote vraag, aldus het onafhankelijke dagblad in een ander artikel, is of Yair Lapid, de leider van de centrum-linkse Yesh Atid-partij (die op twintig zetels staat in de peiling van Maariv), bereid zal zijn na de verkiezingen concessies te doen, en toch zijn steun uit te spreken voor een regering met Netanyahu aan het hoofd.
Een nieuw onafhankelijk rapport beschuldigt China van genocide
In een document dat dinsdag door het Newlines Institute for Strategy and Policy in Washington werd gepubliceerd, verklaren vijftig internationale deskundigen dat de Chinese regering een beleid heeft gevoerd dat erop is gericht de Oeigoerse moslimminderheid ‘als groep te vernietigen’. Dit is de eerste keer dat een ngo een onafhankelijke analyse heeft gemaakt van de beschuldigingen van genocide in Xinjiang, aldus CNN.
Volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zijn tot twee miljoen mensen uit moslimminderheden ondergebracht in een uitgebreid netwerk van detentiecentra, waar voormalige gedetineerden beweren te zijn onderworpen aan indoctrinatie, seksueel misbruik en zelfs gedwongen sterilisatie. China ontkent deze aantijgingen en beweert dat de centra zijn ingericht om religieus extremisme en terrorisme te voorkomen.
In januari verklaarden de VS al dat er sprake was van genocide tegen Oeigoeren en andere moslims, en in februari heeft het Canadese Parlement ook gestemd voor een motie om de behandeling van Oeigoeren in Xinjiang als genocide te bestempelen, bericht Arab News.
Rusland en China bouwen samen een maanstation
Rusland en China zijn van plan een gezamenlijk maanstation te bouwen. Dit project, dat dinsdag (9 maart) door Moskou en Beijing in een persbericht werd onthuld, bestaat uit ‘een complex van experimentele onderzoeksfaciliteiten gecreëerd op het oppervlak en/of in de baan van de maan’, bericht The Verge.
Het Chinese ruimteagentschap benadrukte ook dat het station tot doel zal hebben ‘de vreedzame verkenning en het vreedzame gebruik van de ruimte door de gehele mensheid te bevorderen’, tekende de South China Morning Post op.
Rusland en China hebben in het verleden de Verenigde Staten beschuldigd van het militariseren van de ruimtevaart, vooral nadat Donald Trump in 2018 besloot een ruimtedivisie van het leger, de eerste ter wereld, op te richten, aldus de krant uit Hongkong.
Regeringspartij wint verkiezingen Ivoorkust
In de parlementsverkiezingen van Ivoorkust heeft de formatie van president Alassane Ouattara, de Rassemblement des houphouëtistes pour la démocratie et la paix (RHDP) een absolute meerderheid behaald, met 137 van de 254 zetels, meldde de nieuwssite Koaci dinsdag.
De oppositiepartijen wonnen 91 zetels. De regeringspartij van Ouattara verloor echter haar meerderheid in het parlement, die zij samen met haar vroegere bondgenoten in handen had na een stembusgang die zonder geweld verliep, in tegenstelling tot de presidentsverkiezingen van oktober.
De overwinning van de RHDP moet haar in staat stellen steun te blijven verlenen aan het ‘hervormingsbeleid’ van het staatshoofd, dat in oktober 2020 werd herkozen voor een omstreden derde termijn.
Over het rustige verloop van de verkiezingen publiceerde 360 Magazine gisteren al:
Vandaag stemt het Israëlische parlement over de motie van wantrouwen van de oppositie, mogelijk met steun van de coalitiepartij van Benny Gantz. De motie is het resultaat van de eindeloze vete tussen premier Netanyahu en zijn regeringspartner en tegenstrever Gantz.
‘Tegen woensdagavond [2 december]’, schrijft Ha’aretz, ‘kan de zombieregering-Netanyahu-Gantz na zeven maanden voorbij zijn en stevent Israël af op nieuwe verkiezingen in maart 2021, de vierde in twee jaar tijd.’
Afgelopen mei, na maanden van crisis, bereikten de twee rivalen een akkoord en vormden ze een coalitieregering, met de strijd tegen het coronavirus als enige politieke programma. Een tweekoppige regering waarin Netanyahu, leider van de rechtse Likoed, en Gantz, leider van de centristische Kachol Lavan (Blauw en Wit), elk voor anderhalf jaar de post van premier deelden. In theorie zou Gantz Netanyahu in november 2021 moeten opvolgen, als de regering het tot dan tenminste volhoudt.
‘De enige die deze verkiezingen kan voorkomen is Netanyahu’
Maar dat is nog niet zo zeker, want op dit moment struikelt de coalitie over de begrotingswet. Kahol Lavan wil dat de Knesset een begroting voor twee jaar vaststelt; Netanyahu wil het land dagelijks blijven besturen. Volgens Ha’aretz ‘zal de leider van Kahol Lavan de motie van wantrouwen van de oppositie waarschijnlijk steunen als drukmiddel om tot een compromis over de begroting te komen. Netanyahu weet op zijn beurt, net als zijn rivaal, dat de coalitie onvermijdelijk zal vallen, en het is in zijn belang om niet de schuld te dragen’, legt de krant in een ander artikel uit.
In een persconferentie verklaart Gantz, die nu de functie van defensieminister bekleedt, dat Netanyahu door het traineren van de begrotingswet duidelijk heeft gemaakt dat hij Israël weer naar de stembus wil laten gaan, bericht Al Jazeera. ‘De enige die deze verkiezingen kan voorkomen is Netanyahu’, aldus Gantz.
Waar Netanyahu zich vooral druk om maakt, aldus Ha’aretz, is dat hij het corruptie- en machtsmisbruikproces dat tegen hem loopt politiek overleeft. Een terugkeer naar de stembussen zou ‘zijn enige kans zijn op het winnen van een meerderheid in de Knesset en het verkrijgen van immuniteit’, schrijft journalist Anshel Pfeffer. Met de verkiezingen zou Netanyahu bovendien kunnen voorkomen dat de macht wordt overdragen aan Benny Gantz; Netanyahu zou hoofd van de regering blijven in afwachting van de vorming van een nieuw kabinet.
‘Israëlische regering voorbestemd om uiteen te vallen’, zo luidt de kop van Yediot Aharonot; ‘De coalitie, die geen enkel moment van stabiliteit heeft gekend, staat op het punt om te imploderen’.
Volgens Israël Hayom, een gratis krant met hoge oplage, ‘valt Gantz in de kuil die hij zelf heeft gegraven’. De journalist in kwestie denkt echter dat, zelfs als de motie van afkeuring wordt aangenomen, ‘de weg naar de verkiezingen nog lang is’. Deze moet namelijk nog worden goedgekeurd door een commissie van de Knesset [Israëlisch parlement], en vervolgens wordt er voordat nieuwe verkiezingen officieel worden uitgeschreven nog drie keer over gestemd.
Gewelddadige bankoverval in Zuid-Braziliaanse stad
Een gijzeling, schietpartijen en branden. Criciúma, een middelgrote stad in het zuiden van de staat Braziliaanse Santa Catarina, was vannacht het toneel van een surreële overval, waarbij een tiental voertuigen en een dertigtal mensen waren betrokken.
‘Horrornacht’ in Criciúma. De lokale krant Diário Catarinense bericht dat het centrum van deze stad van ongeveer 217.000 inwoners, gelegen in de zuidelijke Braziliaanse staat Santa Catarina, op dinsdag 1 december werd belegerd door overvallers die de kluis van een filiaal van de Banco do Brasil-bank opbliezen.
Ze waren daarbij tot de tanden toe gewapend. Volgens het Braziliaanse dagblad namen ten minste dertig zwaarbewapende mensen met helmen en kogelvrije vesten deel aan de aanval, die kort na middernacht begon en een 1 en 40 minuten duurde. Sommige van hen waren uitgerust met machinegeweren die ‘in staat [waren] gepantserde oppervlakken te doorboren’, aldus de politiechef van Santa Catarina.
De overvallers veroorzaakten verschillende branden en vuurden meerdere schoten af, zoals te zien is op videobeelden die door een bewoner zijn genomen en door radiozenderCBN Diário op Twitter zijn verspreid.
‘Binnen enkele minuten was de hele stad wakker’
De burgemeester van Criciúma, Clésio Salvaro, verklaart aan Diário Catarinense: ‘Drie of vier politiebureaus zijn aangevallen, ze hebben ruiten ingeslagen, winkels geplunderd en paniek veroorzaakt in de stad. Binnen enkele minuten was de hele stad wakker.’
Een tunnel van de BR-101-snelweg, die langs een groot deel van de Braziliaanse kustlijn loopt, was geblokkeerd door een brandende vrachtwagen ‘om te voorkomen dat politieversterkingen de stad bereiken’, voegt de diário toe. Volgens de verhalen van de buurtbewoners staken de overvallers een andere vrachtwagen in brand voor de ogen van een militair politiebataljon.
Rond half drie ’s nachts was het stadscentrum een surreëel tafereel: ‘kogelhulzen op de grond, geld dat in het rond vliegt en mensen die naar biljetten graaien’, aldus Diário Catarinense. Een team van de explosievenopruimingsdienst moest vervolgens uitrukken omdat er verdachte explosieven waren bevestigd aan lantaarnpalen in de buurt.
De beelden die op sociale media worden uitgezonden laten zien dat de overvallers ook gijzelaars hebben genomen, van wie sommigen ‘zonder shirt op het zebrapad werden gezet’, meldt de Braziliaanse site G1. Volgens burgemeester Clésio Salvaro waren enkele van de gegijzelden gemeenteambtenaren die op een openbare bouwplaats werkzaam waren. Geen van hen is gewond geraakt.
Volgens Diário Catarinense werden een bewaker en een militaire politieagent tijdens de overval geraakt. De agent ligt nog in kritieke toestand in het ziekenhuis.
Vier personen werden gearresteerd omdat ze geld probeerden te stelen dat op straat lag uitgestrooid
Hoeveel geld de overvallers hebben buitgemaakt is nog niet bekend. De Banco do Brasil in Criciúma was naar verluidt het doelwit van de actie omdat het onlangs was voorzien van contant geld.
De verdachten lieten een koffer met contant geld achter met daarin ongeveer 300.000 reais (47.000 euro). Vier personen, die naar verluidt niet betrokken waren bij de overval, werden gearresteerd omdat ze geld probeerden te stelen dat op straat lag uitgestrooid. Volgens de militaire politie ging dit om 810.000 reais (128.000 euro).
De ongeveer dertig overvallers vluchtten in een konvooi en lieten ongeveer tien auto’s achter op 18 kilometer van Criciúma.
In Israël heeft een conservatieve stad zijn eerste vrouwelijke burgemeester gekozen. Dat lijkt revolutionair. Maar de opmars van vrouwen in de Israëlische politiek is omgeven door vooroordelen.
Pas toen de allerlaatste stemmen waren geteld, die van de soldaten, de gehandicapten en de mensen in de gevangenis, was de keuze tussen de twee kandidaten duidelijk. Aan het eind van de verkiezingsnacht had de stad Beth Shemesh zichzelf een nieuwe burgemeester gegeven. Deze zeer religieuze en conservatieve stad van bijna 80.000 inwoners koos eind oktober voor het eerst een vrouw als leider van het stadsbestuur.
Aliza Bloch kreeg slechts 533 stemmen meer dan de vertrekkende burgemeester Moshe Aboutboul, een man die bekendstaat om zijn provocerende uitspraken. Sinds zijn controversiële overwinning in 2013, waarbij vermoedens van fraude bestonden, heeft hij zich verheugd uitgesproken over de afwezigheid van homoseksuelen in Beth Shemesh. ‘Dat soort dingen hebben wij hier niet, godzijdank. Deze stad is gezond en zuiver.’
Aliza Bloch, voormalig directeur van een middelbare school, wil een eind maken aan de spanningen tussen niet-religieuzen en religieuzen die Beth Shemesh al tien jaar verscheuren als gevolg van de opkomst van de ultraorthodoxe gemeenschappen. Het lijkt erop dat zij erin is geslaagd duizenden stemmen te winnen van ultraorthodoxen die het stemadvies van hun rabbi in de wind hebben geslagen.
Haar succes is des te veelzeggender omdat lokaal voor een vrouw stemmen niet gebruikelijk is in Israël. Zeker, bij deze gemeenteraadsverkiezingen is ook Einat Kalisch Rotem als eerste vrouw gekozen tot burgemeester van Haifa, de derde stad van het land. Maar volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken hadden zich bij de lokale verkiezingen maar 57 vrouwen kandidaat gesteld, tegen 665 mannen.
De rol van vrouwen in de Israëlische politiek komt neer op de eeuwige vraag of het glas half vol is of half leeg. In de Knesset [het parlement] is de opmars opvallend. Daar is 27 procent van de 120 afgevaardigden vrouw, en dat is vijf keer zoveel als dertig jaar geleden. Kijk je echter naar hun verantwoordelijkheden, dan is er minder reden tot vreugde. Vier vrouwen zijn minister, maar slechts een van hen, Ayelet Shaked, heeft een ministerpost op het hoogste niveau.
Als minister van Justitie voor de zionistisch-religieuze partij Habayit Hayehudi [Het Joodse Huis] voert zij een offensief tegen het Hooggerechtshof, dat in haar ogen te veel macht heeft om wetten tegen te houden. In 2006 had het Hooggerechtshof een vrouw als voorzitter: Dorit Beinish. In hetzelfde jaar werd Dalia Itzik de eerste vrouwelijke voorzitter van de Knesset.
Maar het is lastig om in deze individuele verhalen een duidelijke trend te ontwaren. De hele ontstaansgeschiedenis van de staat Israël, vanaf de ondergrondse strijd tegen het Britse protectoraat tot en met de stichting van de kibboetsen, de socialistische gemeenschappen die de nieuwe Jood zouden voortbrengen, stond in het teken van gelijkheid tussen man en vrouw. Niet langer waren vrouwen veroordeeld tot de traditionele rol van moeder en echtgenote. Ze waren ook medestrijdsters en boerinnen die de grond bewerkten.
‘Ik weet niet of vrouwen beter zijn dan mannen, maar ik weet wel dat ze niet slechter zijn’, zei Golda Meir. Zij is nog steeds de enige vrouw die ooit premier is geweest in Israël, tussen 1969 en 1974. Toch zag zij haar carrière niet als een bewijs voor vrouwenemancipatie. David Ben-Goerion, de vader des vaderlands, heeft haar volgens de overlevering ooit ‘de enige man in zijn regering’ genoemd. Volgens haar biografen vond Meir de Amerikaanse feministen ‘krankzinnige vrouwen, die hun beha verbranden, er slonzig bijlopen en mannen haten’. Sterk, onafhankelijk, vrij, streng, kettingroker en geen make-up: Golda Meir was pionier in alles.
Het eind van haar carrière werd een persoonlijk en nationaal trauma. In het najaar van 1973 werd Israël overvallen door de Jom Kipoer-oorlog en verloor het 2700 soldaten. De euforie en verwondering over de verpletterende overwinning op de Arabische landen in 1967 waren verdwenen. De Hebreeuwse staat voelde zich weer kwetsbaar, en dat gebeurde onder leiding van een vrouw – al had die dan gedaan wat de hoogste militairen haar adviseerden. Het is duidelijk dat die associatie een soort collectief stempel werd, en dat leidde weer tot het algemeen heersende idee dat verantwoordelijkheden die van levensbelang waren voor het land, aan mannen moesten worden toevertrouwd.
Dat vooroordeel was ook te merken tijdens de verkiezingscampagne van 2009. Tzipi Livni, die als minister van Buitenlandse Zaken aan het hoofd stond van de centrumpartij Kadima, kreeg de meeste stemmen, maar mocht toch niet de coalitie vormen. De maand voor de verkiezingen was zij in de rug aangevallen door haar tegenstanders, met name door Arbeiderspartij-voorman Ehud Barak, die een grote staat van dienst heeft als militair, om haar zogenaamd zwakke karakter.
In een laat stadium besloot Livni zich te richten op vrouwelijke kiezers. Maar in feite hadden vrouwenrechten voor haar, net als voor Golda Meir, geen hoge prioriteit. Alsof de aanwezigheid van vrouwen eerst gemeengoed moest worden om voor die rechten te kunnen opkomen, in plaats van er nu al eisen aan te stellen. Tegenwoordig leidt Livni de parlementaire oppositie onder de regering-Netanyahu.
Iconische krant, in 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Om zijn naam (‘De Wereld’) eer aan te doen, onderhoudt Le Monde een groot netwerk van correspondenten.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.