Tag: new hamshire

  • Op de rand 
van de vulkaan

    Op de rand 
van de vulkaan

    Volgens George Packer is de campagne voor Iowa en New Hampshire de meeste inhoudelijke fase van de presidentiële verkiezingen geweest en kan nu de temperatuur van de Amerikaanse politiek worden gepeild. Het blijkt aan de basis erger te smeulen dan tot de top van beide partijen doordringt.

    Nu komt het op ons, Amerikanen, aan. Ongeveer een half procent van alle geregistreerde kiezers in de Verenigde Staten – waarschijnlijk voor 96 procent blank en met honderd procent zekerheid woonachtig in Iowa en New Hampshire – oefent zijn onvervreemdbare, door God gegeven, wettelijke recht uit om de presidentskandidaten van beide partijen te kiezen. Sinds het ontstaan van de voorverkiezingen (de primary) van New Hampshire en de besloten verkiezingsbijeenkomst van partijleden (de caucus) van Iowa, in respectievelijk de jaren vijftig en zeventig, is maar één keer iemand president geworden die niet een van beide heeft gewonnen. Dat was Bill Clinton, wiens met schandalen omgeven tweede plaats in New Hampshire in 1992 elke verwachting overtrof, en die liet zien dat hij er niet onder te krijgen was.

    Dat laatste geldt ook voor de politieke hegemonie van deze twee tamelijk kleine, niet-representatieve staten. Als het proces om presidentskandidaten te nomineren een internationale sportcompetitie zou zijn, dan kon je ervan op aan dat topfunctionarissen van beide partijen enveloppen-met-inhoud zouden aannemen van gemeenteraadsleden in Durham (New Hampshire) en de voorzitters van het kiesdistrict in Waterloo (Iowa). Maar gek genoeg kost deze overdreven aandacht de kandidaten geen cent.

    Republikeinse presidentskandidaat Marco Rubio bidt met zijn voltallige familie, aan de vooravond van de verkiezingen in, Iowa. – © AP / HH
    Republikeinse presidentskandidaat Marco Rubio bidt met zijn voltallige familie, aan de vooravond van de verkiezingen in, Iowa. – © AP / HH

    Rechtstreekse voorverkiezingen, waarbij niet de partijleiders maar de kiezers de kandidaten selecteren, ontstonden ongeveer een eeuw geleden. Ze waren een idee van hervormers die de macht van de politiek en het bedrijfsleven wilden afpakken om die terug te geven aan het volk, waarvan ze dachten dat het verstandiger en capabeler zou zijn dan de gevestigde orde omdat het minder belangen zou hebben. Stemmen zou van gewone mensen goede burgers maken. ‘Door rechtstreekse voorverkiezingen neemt de verantwoordelijkheid van de partij af en die van het individu toe’, schreef George W. Norris, een progressieve senator uit Nebraska in 1923. ‘De partijgeest en de partijdigheid zullen minder worden.’

    Strategische fase

    Het progressieve tijdperk lijkt in allerlei opzichten op het onze. Er waren dezelfde zorgen over plutocratie, corruptie in de politiek, technologische veranderingen en massa-immigratie als nu. De hooggestemde idealen van de hervormers waren de voorlopers van de huidige ideeën over de beteugeling van campagnefinanciering en het vaststellen van kiesdistrictsgrenzen op grond van andere dan partijbelangen.

    Aan de strijd tussen de gevestigde orde en de hervormers zal nooit een einde komen. Nog in 1968 werd vicepresident Hubert H. Humphrey presidentskandidaat namens de Democraten zonder aan ook maar één voorverkiezing te hebben deelgenomen. (De partij stelde vervolgens een door senator George McGovern geleide commissie in die het proces moest democratiseren. Dat leidde onder andere tot de caucus van Iowa.) Tot voor kort hadden de partijleiders van de Republikeinen het bij elke verkiezing voor het zeggen, zodat de nominatie voor het presidentschap steevast ging naar een gevestigde naam als Bush, Dole, McCain of Romney, ondanks de golf van populisme waar ieder van hen in zijn tijd mee te maken had. Misschien loopt het in 2016 anders.

    Nu we in de spannende, keiharde strategische fase van de campagne zijn aanbeland, is het vreemd om te bedenken dat de lange maanden tot aan Iowa en New Hampshire in feite de fase van de inhoud zijn geweest. Kandidaten kwamen opdraven voor lange debatten (al waren hun antwoorden vaak voorgekookt of absurd). Soms hielden ze een toespraak of schreven ze een stuk over belastinghervorming dan wel de oorlog in het Midden-Oosten (al strookten hun ideeën met de feiten noch het gezond verstand). En omdat ze zo veel tijd in maar twee staten doorbrachten, moesten ze zich onderwerpen aan vragen van echte kiezers. Dankzij dat alles kunnen we nu de temperatuur van de Amerikaanse politiek peilen. Het blijkt aan de basis erger te smeulen dan tot de top van beide partijen doordringt.

    Donald Trump sneeuwt onder in Iowa. – © Scott Morga / Reuters
    Donald Trump sneeuwt onder in Iowa. – © Scott Morga / Reuters

    Goedgevige miljardairs, het Republican National Committee en Fox News: allemaal hebben ze Donald Trump en zijn miljoenen aanhangers niet de mond kunnen snoeren. Volgens de Amerikaanse organisatie voor politiek nieuws Politico ‘geeft iedereen in de Republikeinse partijelite elkaar de schuld van de mislukte pogingen Donald Trump af te stoppen’. Zou Right to Rise, het superactiecomité van Bush, de 100 miljoen dollar die het in kas heeft tegen Trump of tegen Marco Rubio hebben ingezet? Zou Rubio vooral bereid zijn Trump te bekritiseren en Ted Cruz minder bereid hem te paaien? Wat is minder erg: angst (Trump) of walging (Cruz)? Het laatste, aldus een recente editie van het conservatieve tijdschrift National Review die helemaal – maar rijkelijk laat – gaat over mogelijkheden om Trump tegen te houden. Bob Dole vindt Cruz juist erger. De partijleiding dacht dat de voorverkiezingen een soort vertoon van democratie zouden worden waarvan de uitkomst al bij voorbaat vaststond. Geschoktheid maakt eindelijk plaats voor woede.

    Buitenstaander

    Democraten zijn er meer aan gewend een buitenstaander te kiezen, zoals Jimmy Carter en Barack Obama. Maar de niet erg kansrijke campagne van Bernie Sanders is het tegenovergestelde van hun revoltes: deze moet het niet hebben van karakter of afkomst, maar juist van politieke issues. Dat Sanders elke keer weer verrassend populair blijkt, toont aan dat de gevestigde orde binnen de Democraten de diepgewortelde vervreemding van de kiezers even slecht aanvoelt als zijn Republikeinse tegenhanger. De energie waarmee de presidentiële campagne tot nu toe is gevoerd komt van twee soorten Amerikanen: jong, hoogopgeleid en stedelijk aan Democratische zijde; ouder, blank werkvolk aan Republikeinse zijde. Net als de progressieven en de populisten van een eeuw geleden koesteren beide groepen het idee dat hun land van hen is afgepakt. Geen van beide is van oudsher de voet dwars gezet, waardoor hun gevoel dat ze buiten de politiek worden gehouden des te heviger is en hun opvattingen over de krachten die tegen hen samenspannen – het bedrijfsleven, de overheid, de media, de globalisering – des te extremer zijn.

    Dat was het oorspronkelijke doel van de rechtstreekse voorverkiezingen: de partijen dwingen zich uit te spreken tegenover de kiezer. Maar senator Norris zat er in één opzicht naast: de kiezers bleken partijgezinder dan de gevestigde orde. Voorverkiezingen drijven politici tot het uiterste, en geen van beide kampen is bereid de legitimiteit of, in zekere zin, het bestaan van de ander te erkennen. Aanhangers van Sanders juichen zijn voorstellen voor hogere belastingen, staatsgezondheidszorg en gratis hoger onderwijs toe zonder te verlangen dat hij uitlegt hoe hij ze door het ideologisch gemotiveerde, grotendeels Republikeinse congres heen denkt te loodsen. Trump zegt gewoon tegen zijn volgelingen dat ze hem de macht moeten geven en dat hij er dan wel voor zorgt dat alles in orde komt, en ze geloven hem. Cruz sneert over ‘New Yorkse ideeën’, alsof een meerderheid van de Amerikanen niet allang voor beperking van wapenbezit en het recht op abortus is.

    Deze verdeeldheid verontrust de voormalige New Yorkse burgemeester Michael Bloomberg zo dat hij overweegt zich als onafhankelijke kandidaat verkiesbaar te stellen. Hij is tegen voorverkiezingen. Een van zijn medewerkers liet The New York Times weten dat Bloomberg denkt dat Amerikanen ‘een niet-ideologische, partijoverstijgende, resultaatgerichte visie’ willen. Hij zou bereid zijn er minstens 1 miljard van zijn eigen dollars in te steken om die stelling te staven. Tot nu toe wijst niets in de aanloop naar de verkiezingen erop dat hij iets van zijn investering zal terugzien.

    Auteur: George Packer
    Vertaler: Nico Groen

    George Packer is journalist en auteur. Hij schrijft voor The New Yorker over buitenlandpolitiek van de VS en schreef o.a. The Assassins’ Gate: America in Iraq en het bekroonde The Unwinding: An Inner History of the New America, over de Amerikaanse geschiedenis van 1978 tot 2012.

    The New Yorker
    Verenigde Staten, weekblad, oplage 1.043.000
    Gericht op New York zelf, maar ook daarbuiten gretig gelezen. Bekend om zijn karikaturen, commentaar op de popcultuur en vele korte verhalen.