Tag: Nick Ut

  • Napalmmeisje: ‘Ik ben er trots op dat ik een vredessymbool ben geworden’

    Napalmmeisje: ‘Ik ben er trots op dat ik een vredessymbool ben geworden’

    Vijftig jaar geleden werd de Vietnamese Kim Phuc Phan Thi – toen negen jaar oud — getroffen door een Amerikaanse napalmaanval. De iconische foto ervan maakte Kim plotsklaps het symbool van oorlogsverschrikkingen. Hoewel ze zich aanvankelijk schaamde voor de foto, pleit ze nu voor het laten zien van onmenselijk geweld.

    Ik ben opgegroeid in het kleine dorpje Trang Bang in Zuid-Vietnam. Volgens mijn moeder lachte ik als klein meisje veel. We leidden een simpel leven, met eten in overvloed, aangezien mijn familie een boerderij had en mijn moeder het beste restaurant van het dorp runde. Ik weet nog dat ik dol was op school en dat ik samenspeelde met mijn neefjes, nichtjes en de andere kinderen uit het dorp. We deden touwtje springen, renden rond en zaten elkaar vrolijk achterna.

    Dat alles veranderde op 8 juni 1972. Ik kan me alleen maar vlagen van de dag herinneren. Ik was met mijn neefjes en nichtjes aan het spelen op de binnenplaats van een tempel. Het volgende moment dook er vlak bij ons een vliegtuig omlaag en klonk een oorverdovend lawaai. Daarna explosies en rook en ondraaglijke pijn. Ik was negen jaar oud.

    Napalm blijft aan je kleven, hoe hard je ook rent, en het veroorzaakt verschrikkelijke brandwonden en pijn waar je levenslang last van hebt. Ik kan me niet herinneren dat rende en ‘Nóng quá, nóng quá!’ (‘Te heet! Te heet!’) heb geschreeuwd. Maar uit filmbeelden en herinneringen van anderen blijkt dat ik dat heb gedaan.

    Beroemde foto

    De foto die die dag van me werd gemaakt, ken je waarschijnlijk. Een foto waarop ik met anderen wegren van de explosies – ik, een naakt kind met uitgestrekte armen, dat het uitschreeuwt van de pijn. De Zuid-Vietnamese fotograaf Nick Ut, werkzaam bij The Associated Press, maakte de foto, die vervolgens over de hele wereld op voorpagina’s te zien was en hem een Pulitzerprijs opleverde. Het zou een van de beroemdste beelden van de Vietnamoorlog worden.

    Met die uitzonderlijke foto heeft Nick mijn leven voor altijd veranderd. Maar hij heeft mijn leven ook gered. Nadat hij de foto genomen had, legde hij zijn camera weg, wikkelde hij me in een deken en bracht hij me weg om medische hulp te krijgen. Daarvoor ben ik hem eeuwig dankbaar.

    Toch herinner ik me ook dat ik hem soms haatte. Toen ik opgroeide, walgde ik van die foto. Ιk dacht bij mezelf: Ik ben een klein meisje, ik ben naakt. Waarom maakte hij die foto? Waarom beschermden mijn ouders me niet? Waarom drukte hij de foto af? Waarom was ik het enige naakte kind, terwijl mijn broers en neefjes en nichtjes hun kleren aanhadden? Ik voelde me lelijk en ik schaamde me.

    Het kind dat door de straat rende werd een symbool van oorlogsverschrikkingen

    Toen ik opgroeide, wenste ik soms dat ik zou verdwijnen. Niet alleen vanwege mijn verwondingen – door de brandwonden is een derde van mijn lichaam bedekt met littekens en lijd ik aan intense, chronische pijn – maar ook vanwege de schaamte die ik door mijn verminkingen voelde. Ik probeerde mijn littekens onder mijn kleding te verbergen. Ik had afschuwelijke angsten en depressies. Kinderen op school deinsden voor me terug. Niet alleen mijn buren hadden medelijden met me, maar zelfs, tot op zekere hoogte, mijn ouders. Naarmate ik ouder werd, werd ik bang dat niemand ooit van me zou kunnen houden.

    Ondertussen werd de foto nog beroemder, wat het moeilijk maakte om mijn eigen leven te lijden. Door de jaren heen gaf ik ontelbaar veel interviews aan de pers en had ik ontmoetingen met vorsten, premiers en andere bestuurders. Allemaal hoopten ze in de foto en in mijn ervaring een diepere betekenis te vinden. Het kind dat door de straat rende werd een symbool van oorlogsverschrikkingen. De echte persoon keek toe vanuit de schaduw, bang dat ik op de een of andere manier zou worden ontmaskerd als diep beschadigd.

    Foto’s leggen per definitie een enkel moment vast. Maar de overlevenden erop, vooral kinderen, moeten op de een of andere manier door met hun leven. We zijn geen symbolen. We zijn mensen. We moeten werk vinden, mensen om lief te hebben, een gemeenschap, een veilige plek waar je kunt leren en waar er voor je wordt gezorgd.

    Rust

    Pas op volwassen leeftijd, nadat ik naar Canada was uitgeweken, begon ik tot rust te komen. Toen pas kon ik, met de hulp van mijn geloof, echtgenoot en vrienden, ontdekken wat mijn missie in het leven was. Zo hielp ik een stichting op te zetten en begon ik naar oorlogslanden af te reizen om medische en psychologische hulp te bieden aan kinderen, in de hoop ze enig perspectief te kunnen bieden.

    Ik weet hoe het is als je dorp gebombardeerd wordt en je huis vernietigd. Hoe het is als familieleden overlijden en er lichamen van onschuldige burgers op straat liggen. Dat zijn de verschrikkingen van de Vietnamoorlog geweest, en ze zijn op ontelbare foto’s vastgelegd en eindeloos vertoond. Helaas zijn het ook de beelden van oorlogen elders, bijvoorbeeld nu in Oekraïne, waar kostbare mensenlevens worden geschaad en verwoest.

    En op een andere manier horen de beelden ook bij schietpartijen op scholen. Anders dan op foto’s van buitenlandse oorlogen zien we daarop geen lichamen. Toch zijn de schietpartijen zonder meer een vorm van binnenlandse oorlog. Het lijkt misschien onacceptabel om foto’s van zo’n bloedbad, vooral van kinderen, te delen. Maar we moeten ermee in aanraking komen. Je kunt de realiteit van een oorlog makkelijker negeren als je de gevolgen ervan niet te zien krijgt.

    We moeten het geweld frontaal bestrijden, en de eerste stap is om het letterlijk onder ogen te zien

    Ik kan niet spreken namens families in Uvalde, Texas. Maar ik denk dat de verschrikkelijke werkelijkheid van de gebeurtenis daar het beste kan worden overgebracht door de nasleep van de schietpartij voor de wereld zichtbaar te maken. We moeten het geweld frontaal bestrijden, en de eerste stap is om het letterlijk onder ogen te zien.

    Ik heb de gevolgen van oorlog op mijn lichaam meegedragen. Je ontgroeit littekens niet, lichamelijk noch geestelijk. Ik ben nu dankbaar voor de kracht van die foto van mijn negenjarige zelf, zoals ik ook dankbaar ben voor de manier waarop ik me zelf heb ontwikkeld. Mijn afgrijzen op de foto – een gevoel dat ik me nauwelijks herinner – werd een universeel afgrijzen. Ik ben er trots op dat ik langzamerhand een vredessymbool ben geworden. Het heeft me veel tijd gekost om dat te omarmen. Vijftig jaar later kan ik stellen dat ik blij ben dat Nick dat moment heeft vastgelegd, zelfs met alle moeilijkheden die het beeld gedurende mijn leven met zich meebracht.

    De foto zal ons blijven herinneren aan het onuitsprekelijke kwaad waartoe de mensheid in staat is. Toch geloof ik dat vrede, liefde, hoop en vergeving altijd sterker zullen zijn dan welk wapen dan ook.

    Lees ook: