Tag: Nieuws uit Azië

  • Thailand erkent als eerste land in Zuidoost-Azië het homohuwelijk

    Thailand erkent als eerste land in Zuidoost-Azië het homohuwelijk

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: ministerie van Defensie stopt met het actieve gebruik van X

    » Italië: musea bieden gratis hondenoppas aan om bezoekersaantal te verhogen

    Hiervoor is bijna twintig jaar lang campagne gevoerd

    Thailand is op 23 januari dit jaar begonnen met het uitgeven van huwelijksvergunningen aan LGBTQ-paren. Daarmee is Thailand het eerste land in Zuidoost-Azië dat verbintenissen tussen mensen van hetzelfde geslacht erkent. Voor deze doorbraak hebben activisten bijna twintig jaar lang campagne moeten voeren, schrijft Nikkei Asia.

    In juni keurde de Senaat een wetsvoorstel over het homohuwelijk goed dat in maart door het Huis van Afgevaardigden was aangenomen. Het voorstel werd in september een officiële wet na publicatie in de Royal Gazette en trad eind januari in werking na een aanpassingsperiode van 120 dagen voor nationale en lokale overheden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De wet houdt in dat het burgerlijk en handelswetboek van Thailand wordt gewijzigd en dat genderspecifieke woorden zoals ‘man’ en ‘vrouw’ worden veranderd in ‘echtgenoot’ en ‘individu’. Op grond van de wet hebben nu alle echtgenoten, ongeacht hun geslacht, recht op sociale uitkeringen, overheidspensioenen en belastingvoordelen. Religies zoals het christendom en de islam krijgen een vrijstelling en hoeven daarom geen huwelijksrituelen uit te voeren voor koppels van hetzelfde geslacht.

    Dat de Thaise wet over de gelijkheid van huwelijken zo snel door het parlement is geloodst, is een gevolg van de overgang naar een burgerregering na de verkiezingen van 2023. Voormalig premier Srettha Thavisin zag het wetsvoorstel als een persoonlijke missie en vertelde in een interview in december 2023 dat het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht een kwestie van mensenrechten is. ‘Liefde hoeft zich achter niemand te verschuilen. We zullen leven zoals we willen leven. We bepalen zelf hoe we liefhebben,’ aldus Srettha.

  • Zuid-Korea: minister van Defensie dient ontslag in

    Zuid-Korea: minister van Defensie dient ontslag in

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Defensieovereenkomst tussen Moskou en Pyongyang treedt in werking

    » Syrië: rebellen zetten alles op alles om Hama in te nemen

    Het was zijn idee om de staat van beleg af te kondigen

    De Zuid-Koreaanse president Yoon Suk-yeol, tegen wie een aanklachtprocedure loopt, heeft woensdag het ontslag aanvaard van zijn minister van Defensie, Kim Yong-hyun. Volgens The Korea Herald was het Yong-hyun die ‘de president adviseerde de staat van beleg af te kondigen’ op dinsdagavond, een beslissing die een paar uur later werd teruggedraaid na verzet van het parlement.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De oppositiepartijen – die president Yoon wilde ‘uitroeien’ door middel van de staat van beleg – dienden woensdag een motie in voor de afzetting van het staatshoofd, die zaterdag in stemming zal worden gebracht. Ze hebben de steun nodig van acht parlementsleden van de partij van de president, de People’s Power Party, om hun motie aangenomen te krijgen.

    Dit belooft een moeilijke taak te worden, aangezien de leider van de partij, Han Dong-hoon, donderdag verzekerde dat alle parlementsleden van de partij zich zouden verenigen om de motie te verwerpen. Toch eiste Han dat het staatshoofd zou opstappen uit de partij.

  • Deze jonge Myanmarezen verruilen de stad voor de jungle om hun vrijheid te bevechten

    Deze jonge Myanmarezen verruilen de stad voor de jungle om hun vrijheid te bevechten

    Meer dan een jaar nadat het leger van Myanmar de volledige macht greep – waarbij meer dan zeventienhonderd burgers om het leven kwamen – woedt er een oorlog in het land. Tienduizenden jonge stadsbewoners hebben de wapens opgepakt. The New York Times ging langs bij een rebellenkamp in de jungle.

    Op een heuveltop in de jungle, zo’n anderhalve kilometer van de frontlinie in het oosten van Myanmar, laat een voormalig manager van een banketzaal zijn wijsvinger langs de trekker van een automatisch geweer glijden. Een tandarts vertelt hij hoe larven uit de ontstoken kogelwond van een jonge strijder heeft gehaald. Een marketingmanager vertelt over de aangepaste commerciële drones die ze gebruikt om de vijand te bestoken.

    Meer dan een jaar nadat het leger van Myanmar de volledige macht in handen kreeg door een coup te plegen – waarbij de gekozen leiders van het land gevangen werden gezet, meer dan zeventienhonderd burgers om het leven kwamen en er minstens dertienduizend werden opgepakt – woedt er een oorlog in het land, waarbij enkele onverwachte partijen het strijdtoneel hebben betreden. Aan de ene kant is er een militaire junta die, afgezien van een korte tussenpauze van semidemocratisch bestuur, al een halve eeuw met grof geweld regeert. Aan de andere kant zijn er tienduizenden jonge stadsbewoners die de wapens hebben opgepakt, die colleges, videogames en glitternagellak hebben verruild voor een leven (en mogelijke dood) in de jungle.

    Onlangs hebben verslaggevers van The New York Times een bezoek gebracht aan een kamp in het regenwoud van oostelijk Myanmar, waar zo’n drieduizend leden van een onlangs gevormde militie verblijven in geïmproviseerde hutten van bamboe of teerdoek. Ze leveren vrijwel elke dag strijd. Terwijl ze in aantal maar een fractie vormen van een van de grootste staande legers van Zuidoost-Azië, zijn deze Generatie-Z-krijgers erin geslaagd dit leger, dat al lange tijd een schrikbewind voert, te ontregelen. En het conflict blijft maar escaleren, ook nu de woede van de wereld zich richt op andere verwerpelijke daden, zoals de Russische invasie in de Oekraïne. 

    ‘Ik vecht omdat ik niet accepteer dat de militairen de macht hebben gegrepen‘

    Momenteel is het leger van Myanmar, ook wel de Tatmadaw genoemd, allesbehalve in staat zijn greep op het land te verstevigen. De Tatmadaw ziet zich gedwongen om op tientallen fronten strijd te leveren, niet alleen in de grensgebieden in de buurt van India, China en Thailand, maar ook in de dorpen en steden in het binnenland. Vrijwel dagelijks vinden er schermutselingen plaats, waarbij ook slachtoffers vallen. ‘Ik vecht omdat ik niet accepteer dat de militairen de macht hebben gegrepen, en ik accepteer niet dat ze ons de democratie willen afnemen,’ zegt een vroedvrouw in een stad in het zuiden van Myanmar. Net als zovele anderen wil ze niet met haar naam in de krant om haar familieleden thuis niet in gevaar te brengen.

    Sneeuwwitje, zoals haar nom de guerre luidt, is vorig jaar mei naar een gebied getrokken dat wordt gecontroleerd door een bewapende etnische groepering die al tientallen jaren strijdt voor autonomie. Sindsdien heeft ze van de etnische rebellen en deserteurs uit het leger geleerd hoe je een geweer moet laden, hoe je zelf een handgranaat in elkaar kunt zetten en hoe je op het slagveld triage toepast. ‘Onze generatie heeft idealen,’ zegt ze. ‘We geloven in vrijheid.’ Haar driejarige zoontje blijft in de stad. Hij weet niet waar zijn moeder naartoe is, zegt ze. Sneeuwwitje aait een puppy die door het kamp scharrelt en bij verschillende strijders op schoot terechtkomt. ‘Iets om van te houden,’ zegt ze.

    ‘Wij zijn al die tijd gehersenspoeld, maar sommigen van ons zijn nu ontwaakt’

    In reactie op aanvallen van burgermilities, die samen optrekken met etnische rebellengroepen, is de Tatmadaw een tegenoffensief begonnen. De Tatmadaw voert luchtaanvallen uit, brandt dorpen plat en terroriseert mensen die zich verzetten tegen zijn greep naar de macht. ‘De Tatmadaw doet niets anders dan moorden,’ zegt Ko Thant, die vertelt dat hij kapitein was voordat hij vorig jaar deserteerde uit de 77e Lichte Infanterie Divisie. Sindsdien heeft hij honderden burgers getraind in gevechtstechnieken. ‘Wij zijn al die tijd gehersenspoeld, maar sommigen van ons zijn nu ontwaakt.’

    Verzet

    Het verzet tegen de militaire coup van februari 2021 begon met miljoenen mensen die de straat op gingen, overal in Myanmar, in grote en kleinere steden. Door het hele land werd geweldloos gedemonstreerd voor een terugkeer van de gekozen leiders – op slippers, hoge hakken of, in het geval van de boeddhistische monniken, op blote voeten. Binnen enkele weken verviel de Tatmadaw tot het oude scenario. Sluipschutters van het leger schakelden de demonstranten uit met een gericht schot door het hoofd.

    Sommige jonge mensen, die volwassen waren geworden in het decennium van hervormingen in Myanmar, zagen weinig heil in de boodschap van geweldloos verzet van de doorgewinterde pleitbezorgers van de democratie. Ze wilden terugvechten. ‘Als de vijand je wil vermoorden, bereik je niets met geweldloze protesten,’ zegt Naw Htee, een maatschappelijk werkster die militiesergeant is geworden. ‘We moeten onszelf verdedigen.’ Ze wijst naar stukken van mortiergranaten en naar artilleriescherven, het oorlogspuin dat is neergedaald over het junglekamp waar ze woonde. Een jonge man zit ineengedoken naast haar, op zijn schouder een kartelige wond van een vuurgevecht een maand eerder.

    Er zijn inmiddels honderden burgermilities in Myanmar, losjes georganiseerd in het volksbevrijdingsleger, de People’s Defence Force. Elke militie zweert trouw aan een schaduwregering vanuit de bevolking, de Nationale Eenheidsregering, die na de staatsgreep is opgericht. Sommige bataljons worden geleid door afgezette wetgevers. De Nationale Eenheidsregering zegt meer dan dertig miljoen dollar te hebben ingezameld voor de oorlogsinspanningen, merendeels donaties van burgers. Die geldstroom heeft geleid tot een merkwaardige ongelijkheid. Terwijl veteranen van gewapende etnische groeperingen strijden met oude geweren die bij elkaar worden gehouden met duct tape, lopen er bij de People’s Defense Force mensen te pronken met nieuwe wapens, met een peperduur vizier, hoewel er over het algemeen nog steeds een tekort aan wapens is.

    Voor stadskinderen met fijne handjes is het niet niks om te overleven in een door malaria geteisterde en van slangen vergeven jungle, laat staan om niet ten prooi te vallen aan Tatmadaw-sluipschutters, mortiergranaten en luchtaanvallen. ‘De People’s Defence Force in de jungle, dat zijn mensen die hun leven hebben gegeven voor het land, en ik heb uitzonderlijk veel respect voor hen,’ zegt U Yee Mon, een voormalig dichter die nu minister van Defensie is in de Nationale Eenheidsregering.

    Niet één land heeft de Nationale Eenheidsregering erkend

    Sommige van de jonge strijders waren op de vlucht voor een arrestatiebevel omdat ze hadden deelgenomen aan de protesten na de coup. Vluchten was min of meer hun enige optie. In een mensenrechtenrapport van 15 maart beschuldigden de Verenigde Naties de militaire junta ervan in de nadagen van de putsch oorlogsmisdaden te hebben gepleegd tegen de eigen bevolking.

    Maar afgezien van wat financiële sancties en woorden van afkeuring, heeft de internationale gemeenschap weinig gedaan om de junta van Myanmar te straffen. Niet één land heeft de Nationale Eenheidsregering erkend, al bestaat deze regering voor een groot deel uit gekozen politici. Zonder al te veel hoop op hulp van buitenaf heeft de schaduwregering aansluiting gezocht bij de etnische groeperingen die gebieden in handen hebben in de grensstreken van Myanmar. Samen hebben ze een zogeheten ondergrondse spoorlijn gevormd om jonge mensen in veiligheid te brengen – en om ze de eerste beginselen van oorlogsvoering bij te brengen.

    Geen kogelvrij vest

    Op een ochtend rukt een groep verzetsstrijders, geen van allen ouder dan 26, op naar de loopgraven aan de frontlinies in het oosten van Myanmar. Ze ontwijken de geïmproviseerde landmijnen die ze hebben geplaatst om hun terrein te verdedigen, aangezien de legerposten zo dichtbij zijn. Hun ademhaling is gejaagd. Een van de strijders struikelt over een tak en zijn slipper ketst met een knal tegen zijn voet. Een aantal militieleden draagt een kogelvrij vest, maar zonder de harde, ballistische platen die eventueel hun leven zouden kunnen redden. 

    ‘Ik kan niet zo goed tegen bloed,’ zegt Ko Kyaw, een negentienjarige student, die een kogel in zijn hand houdt. ‘Ik word er duizelig van.’ Een paar uur laten bestoken een paar Tatmadaw-aanvalshelikopters de loopgraven van de rebellen, al zijn de schuttersputjes verlaten omdat de rebellen lucht hadden gekregen van de ophanden zijnde aanval. Vrijwel elke nacht nemen Tatmadaw-sluipschutters alles onder vuur wat ze maar in het oog krijgen: de gloed van een mobieltje van iemand die misschien even op Facebook keek, of de opgloeiende askegel van een joint.

    Diezelfde dag worden, in het noorden, een docent en een medicijnenstudent gedood die zich bij het verzet hadden aangesloten. De een krijgt een kogel van een sluipschutter in het hoofd, de ander wordt geveld door een mortiergranaat. Volgens de Nationale Eenheidsregering zou de People’s Defence Force, die samen optrekt met de meer ervaren strijders van de etnische milities, tussen juni 2021 en februari 2022 zo’n negenduizend Tatmadaw-soldaten hebben gedood. (Volgens de schaduwregering zijn er zo’n 300 militiestrijders gesneuveld in de strijd.) Een woordvoerder van het Myanmarese leger zegt dat het feitelijke dodental lager ligt, en dat de aantallen van de schaduwregering niet kunnen worden bevestigd. Maar militaire bronnen hebben toegegeven dat de Tatmadaw zich zorgen maakt over het toegenomen aantal slachtoffers.

    Gedeserteerd

    De gewonde verzetsstrijders worden behandeld in een kliniek in de jungle, met operatietafels van bamboe en een medische post die is opgetrokken uit gevlochten bamboe. Ko Mon Gyi, een militielid, ligt op een houten platform, zijn been in het verband vanwege een schotwond die hij een maand eerder heeft opgelopen in de strijd. Die dag zijn er nog acht strijders gewond geraakt.

    Aung San Suu Kyi is een omstreden figuur. Als dochter van een van de helden van de onafhankelijkheidsstrijd van Myanmar blijft ze in het binnenland ongekend populair. Internationaal gezien heeft haar reputatie een behoorlijke deuk opgelopen nadat ze in zee is gegaan met dezelfde generaals die haar eerder hadden afgezet.

    De coup maakte een einde aan een korte periode van quasidemocratie. In 2011 voerde de Tatmadaw enkele hervormingen door en organiseerde verkiezingen. In 2016 kwam Aung San Suu Kyi aan de macht als Adviseur van Staat, waarmee ze de facto het staatshoofd werd. Voorafgaand aan de coup had er een omstreden verkiezing plaatsgevonden. De partij van Aung San Suu Kyi won 83 procent van de beschikbare zetels. De aan het leger gelieerde partij leed een verpletterende nederlaag, maar weigerde zich neer te leggen bij de verkiezingsuitslag.

    Zes jaar

    Aung San Suu Kyi kreeg een lange gevangenisstraf. De afgezette leider is tot nog toe veroordeeld tot zes jaar, maar er lopen nog talloze aanklachten tegen haar. De Verenigde Naties, buitenlandse regeringen en de advocaten van Aung San Suu Kyi hebben die aanklachten afgedaan als politiek gemotiveerde aantijgingen.

    Het regime treedt hard op tegen afwijkende meningen. Een rechtenorganisatie die onderzoek doet in Myanmarese gevangenissen liet in maart weten dat de militaire junta die na de coup de macht heeft gegrepen momenteel tienduizend politieke gevangenen vasthoudt, en voegt eraan toe dat velen van hen zijn gemarteld en onder mensonterende omstandigheden vastzitten. ‘Zodra ik ben opgeknapt, ga ik weer vechten,’ zegt hij. ‘Dat is mijn taak.’

    ‘Het zijn robots die niet zelfstandig kunnen denken’

    De kliniek wordt geleid door een arts die bijna tien jaar bij de Tatmadaw heeft gezeten. Als legerarts heeft dokter Drid, zoals hij zichzelf noemt, Tatmadaw-soldaten behandeld die gewond waren geraakt in de strijd tegen de etnische rebellen die nu onderdak bieden aan zijn bataljon van de People’s Defence Force. ‘Ik geloof in mensenrechten en democratie,’ zegt dokter Drid. ‘Dat is waar de Tatmadaw voor zou moeten vechten, wat ze zou moeten beschermen.’ De stem van de voormalig legerarts breekt even en zijn handen trillen als hij vertelt over de dag, nu een jaar geleden, dat hij huis en haard verliet en deserteerde. Hij vertelde zijn familie niet waar hij naartoe ging uit angst dat de Tatmadaw wraak op hen zou nemen; sommige familieleden van gedeserteerde soldaten zijn gevangengezet en gemarteld. Zijn kind weet misschien niet beter dan dat hij in de strijd is omgekomen, zegt hij. ‘Het zijn lafaards,’ zegt hij over de gewapende troepen waar hij zich op zijn vijftiende bij had aangesloten. ‘Het zijn robots die niet zelfstandig kunnen denken.’

    Quasidemocratie en de Tatmadaw

    Een militaire staatsgreep. Na een militaire staatsgreep op 1 februari 2021 werd Myanmar gegrepen door onrust. Vreedzame demonstraties voor democratie maakten plaats voor opstanden tegen de Tatmadaw, het lokale leger, dat de burgerlijke leider van het land, Daw Aung San Suu Kyi, verdreef.

    Aung San Suu Ky is een omstreden figuur. Als dochter van een van de helden van de onafhankelijkheidsstrijd van Myanmar blijft ze in het binnenland ongekend populair. Internationaal gezien heeft haar reputatie een behoorlijke deuk opgelopen nadat ze in zee is gegaan met dezelfde generaals die haar eerder hadden afgezet.

    De coup maakte een einde aan een korte periode van quasidemocratie. In 2011 voerde de Tatmadaw enkele hervormingen door en organiseerde verkiezingen. In 2016 kwam Aung San Suu Kyi aan de macht als Adviseur van Staat, waarmee ze de facto het staatshoofd werd.

    Voorafgaand aan de coup had er een omstreden verkiezing plaatsgevonden. De partij van Aung San Suu Kyi won 83 procent van de beschikbare zetels. De aan het leger gelieerde partij leed een verpletterende nederlaag, maar weigerde zich neer te leggen bij de verkiezingsuitslag.

    Aung San Suu Kyi kreeg een lange gevangenisstraf. De afgezette leider is tot nog toe veroordeeld tot zes jaar, maar er lopen nog talloze aanklachten tegen haar. De Verenigde Naties, buitenlandse regeringen en de advocaten van Aung San Suu Kyi hebben die aanklachten afgedaan als politiek gemotiveerde aantijgingen.

    Het regime treedt hard op tegen afwijkende meningen. Een rechtenorganisatie die onderzoek doet in Myanmarese gevangenissen liet in maart weten dat de militaire junta die na de coup de macht heeft gegrepen momenteel tienduizend politieke gevangenen vasthoudt, en voegt eraan toe dat velen van hen zijn gemarteld en onder mensonterende omstandigheden vastzitten

    Ondenkbaar verleden

    Voor Myanmars jongere generatie betekende de coup een terugkeer naar een vrijwel ondenkbaar verleden, zonder Facebook en buitenlandse investeringen. Onder een eerdere legerleiding was Myanmar een van de meest geïsoleerde landen ter wereld. Sinds de putsch heeft de nieuwe junta, onder leiding van senior generaal Min Aung Hlaing, alle social media verbannen, de economie te gronde gericht en een heel land weer naar de rand van de afgrond gevoerd. ‘De generaals hebben ons onze toekomst afgenomen,’ zegt Ko Arkar, die tot aan de coup werkzaam was als kok in een hotel in Yangon, de grootste stad van Myanmar.

    Voorheen was hij de hele dag bezig met het trekken van heldere runderbouillon en het bereiden van de perfecte medium-rare steak. Nu patrouilleert hij aan de frontlinie, samen met een netwerkengineer, iemand die in een kledingfabriek werkte en iemand die op de Southeast Asian Games een medaille heeft gewonnen met zeilen. Ook andere generaties jonge Myanmarezen hebben geprobeerd vanuit de jungle het militaire regime omver te werpen. Dat was in 1962, na de eerste coup van het leger, en vervolgens in 1988, nadat de Tatmadaw de massale demonstraties had neergeslagen – in een Myanmarese versie van het bloedige neerslaan van het Tiananmenprotest. Een kleine 35 jaar geleden vluchtten studenten en intellectuelen naar dezelfde bossen als waar zich nu de People’s Defence Force schuilhoudt.

    Ook zij zochten aansluiting bij de etnische rebellen die al tientallen jaren strijden voor zelfbestuur. Na enkele jaren viel die door studenten geleide gewapende beweging uiteen. De etnische groeperingen die hun onderdak boden kwamen tot de ontdekking dat de studenten en hun kompanen het idee van etnische gelijkheid niet zo hoog in het vaandel hadden staan als zij hadden gehoopt. De militairen bleven aan de macht.

    Dit keer is het verzet beter georganiseerd en beter gefinancierd. Het heeft de energie weten te kanaliseren van jonge mensen verspreid over het hele land, die zowel in stedelijke als landelijke omgevingen strijd leveren. En het verzet onderhoudt nu warmere banden met gewapende etnische groeperingen, zoals de groepen die de Karen-minderheid vertegenwoordigen, die verwikkeld is in een van de langstlopende burgerconflicten ooit. ‘We weten hoe slecht de Tatmadaw is omdat de soldaten onze mensen vermoorden en onze vrouwen verkrachten,’ zegt Saw Bu Paw, een bataljonscommandant van de Karen National Liberation Army, een van de tientallen etnische rebellengroepen. ‘De coup heeft iedereen in het land duidelijk gemaakt hoe slecht ze zijn.’

    Onderzoekers van de Verenigde Naties hebben gezegd dat de manier waarop het leger omgaat met enkele van de etnische minderheden in Myanmar, het stempel draagt van genocide. Onlangs hebben de Verenigde Staten de Tatmadaw-campagne tegen de Rohingya-moslimminderheid ook bestempeld tot genocide. Hoewel er geen harde gegevens zijn, lijkt op basis van alle verhalen het aantal Tatmadaw-deserteurs een stijgende lijn te vertonen. Zelfs vóór de coup waren de soldaten overbelast en onderbetaald. ‘Wie wil er nu nog soldaat worden?’ zegt dokter Wai, een andere Tatmadaw-arts die is gedeserteerd en zich heeft aangesloten bij de People’s Defence Force in de jungle. ‘Het is een beschamende baan.’

    ‘Doden is een zonde, maar niet in een rechtvaardige oorlog’

    Elke oorlog is smerig, en ook de rebellen worden beschuldigd van wreedheden. In de steden hebben leden van de People’s Defence Force een reeks moordpartijen en bombardementen uitgevoerd die de vraag opriep of er misschien persoonlijke rekeningen worden vereffend onder het mom van de strijd voor democratie. Maar ondertussen blijft het verzet groeien, en trekt het de meest onwaarschijnlijke leden aan.

    John Henry Newman, die door het leven gaat onder zijn doopnaam, studeerde tot vorig jaar aan het rooms-katholieke seminarie in Yangon. Zijn vingers, die in het verleden veelvuldig een bidsnoer beroerden, hebben inmiddels keer op keer de trekker van een geweer overgehaald. Tijdens gevechten vorig jaar in december in Myanmar was de vijand zo dichtbij, zegt hij – hij heeft geschoten, maar hij weet niet of zijn kogels iemand hebben geraakt. ‘Doden is een zonde,’ zegt hij, ‘maar niet in een rechtvaardige oorlog.’

  • Na twee jaar mogen in Singapore de mondkapjes af en de cafés weer open

    Na twee jaar mogen in Singapore de mondkapjes af en de cafés weer open

    In Singapore worden na lange tijd van strenge beperkingen de belangrijkste coronaregels opgeheven. Hoewel sommige inwoners al maanden reikhalzend uitkeken naar dit moment, is er ook een grote groep Singaporezen die een stuk minder opgelucht is over de versoepelingen.

    Dinsdag kon Ben Lim voor het eerst in twee jaar van huis naar de trein lopen zonder mondkapje. Singapore heeft namelijk de belangrijkste coronabeperkingen opgeheven, overeenkomstig met het nieuwe beleid om ‘te leren leven’ met het virus.

    Het dragen van een mondkapje is niet langer verplicht in de stad met 5,45 miljoen inwoners, en dat is volgens Lim, gezien de zinderende hitte, een zegen. ‘Het dragen van een mondkapje in ons hete en vochtige klimaat is onnodig wanneer er geen mensenmenigte is, omdat het risico van besmetting of overdracht dan nagenoeg nul is.’ De vierendertigjarige voegt eraan toe dat hij het zekere voor het onzekere neemt en een mondkapje zal blijven dragen op plekken waar het drukker is.

    Sinds dinsdag mogen inwoners van Singapore bijeenkomen in groepen van tien in plaats van het eerdergestelde maximum van vijf, en het verbod op het schenken en verkopen van alcoholische dranken na half elf ’s avonds wordt opgeheven. De stad zal later deze week ook de regels aan de grens versoepelen. Internationaal reizen zal makkelijker worden voor gevaccineerden, en de grens met Maleisië gaat weer volledig open.

    Een mijlpaal

    Hoewel de regering benadrukt dat er geen sprake is van een ‘Bevrijdingsfeest’ waarbij alle beperkingen in één keer worden versoepeld, wordt deze week na twee jaar lang zeer strenge beperkingen door de bevolking gezien als een mijlpaal. Er heerst een voelbare opwinding onder de Singaporezen, evenals opluchting dat het leven eindelijk weer op dat van voor de pandemie begint te lijken. Sommige mensen hielden aftelfeestjes en deelden TikTok-video’s van zichzelf waarop te zien is hoe ze na middernacht blij hun mondkapjes buiten afzetten. Maar er zijn er ook die hun mondkapjes buiten op zullen houden, omdat ze het gedoe vinden om ze binnen, waar ze nog steeds verplicht zijn, weer op te zetten.

    Sommige mensen deelden TikTok-video’s waarop te zien is hoe ze na middernacht blij hun mondkapjes buiten afzetten

    Darren, een Singaporees die alleen zijn voornaam wilde noemen, zei zich vooral te verheugen op de opheffing van de alcoholregel. De dertigjarige kondigde aan zijn dinsdagavond tot na half elf in een bar door te brengen, om ‘ten volle gebruik te maken van deze nieuw verworven vrijheid’. Ook sommige bedrijven grijpen de gelegenheid aan voor een feestje. Zo bood Tiger Beer om in een aantal bars in het land om half elf een minuut lang gratis drankjes.

    Andere inwoners zijn vooral blij dat ze weer in grotere groepen bijeen mogen komen. Voor Lesley Chew, een 40-jarige freelancer, was het bijvoorbeeld moeilijk om voor haar gezin van elf een feestje te organiseren. Zo moest ze vorig jaar de kerstviering opsplitsen om iedereen te kunnen ontvangen, zodat ze uiteindelijk twee weekenden lang kerst vierde. ‘Dat was behoorlijk vermoeiend.’ Chew is ook blij dat ze na de versoepeling weer zonder mondkapje op kan gaan, al vindt ze dat nog wel enigszins riskant. Voorlopig houdt ze haar mondkapje op, ook buiten. Deels omdat ze eraan gewend is geraakt, maar ook omdat ze niet het risico wil lopen dat ze haar achtjarige dochter met het virus besmet.

    Opgelucht

    Volgens een online enquête van marktonderzoeker en analysebedrijf YouGov, kijken de inwoners van Singapore het meest uit naar de hervatting van grotere sociale bijeenkomsten. Uit de enquête onder 1048 mensen blijkt dat een op de vier inwoners blij is met de versoepeling. Een derde van de onderzochten voelt zich opgelucht, ongeveer 29 procent maakt zich zorgen. Online lieten sommige inwoners weten dat de versoepelingen volgens hen te snel komen, aangezien Singapore nog duizenden infecties per dag telt. ‘Ga niet te snel over tot de orde van de dag,‘ luidde bijvoorbeeld een reactie op Twitter.

    Maar restaurants en bars zijn blij met de versoepeling en verwachten deze week een toename van het aantal bezoekers. Barman Tim Rosete van cocktailbar Nemesis vertelt dat zijn aantal reserveringen met minstens twintig procent is gestegen. Nu het verbod op alcohol na halfelf is opgeheven, zal de bar haar openingstijden wijzigen en tot middernacht openblijven. Hij verwacht dat de versoepeling van de maatregelen zijn inkomsten zal verhogen. ‘Langer open betekent meer drinken,‘ zegt hij.

    ‘Mensen in grotere groepen hebben de neiging om meer geld aan drank te besteden‘

    Anju, een Koreaans restaurant in het centrum van Singapore, heeft enkele reserveringen ontvangen voor groepen van tien personen, maar mede-oprichter Eugene Yeo merkt dat mensen toch nog op hun hoede zijn voor corona en zich nog niet haasten om met grotere groepen bijeen te komen. De mogelijkheid om grotere groepen te ontvangen zal zijn zaak volgens Yeo ten goede komen: ‘Mensen in grotere groepen hebben de neiging om meer geld aan drank te besteden.‘ Restaurants hebben de afgelopen twee jaar moeite gehad om de steeds veranderende beperkingen in Singapore bij te houden, voegt Yeo eraan toe. Hij hoopt dat de nieuwe regels enige vorm van zekerheid bieden.

    Bedrijven in de voedingssector zijn erbij gebaat dat meer werknemers deze week naar hun werkplek kunnen terugkeren. Vanaf dinsdag mag 75 procent van de werknemers van alle bedrijven weer aan de slag, in plaats van 50 procent, zoals eerder. Bedrijven die flexibele werkruimtes verhuren zien als gevolg daarvan een toename van het aantal aanvragen. Balder Tol, algemeen directeur van WeWork Australië & Zuidoost-Azië, zegt dat na de aankondiging van Singapore bedrijven meteen kantoorruimte bij WeWork begonnen te reserveren en dat lopende gesprekken met grote ondernemingen in een stroomversnelling zijn geraakt. ‘Behalve dat meer werknemers terugkeren, is er ook meer ruimte nodig omdat bedrijven door de versoepelde regels meer zakenreizigers verwachten,’ aldus Tol.

    Hij doelt op de vereenvoudigde reisregels die op 1 april van kracht worden. Gevaccineerde reizigers mogen Singapore dan binnen als ze twee dagen voor hun vlucht negatief getest zijn. Ze hoeven niet in quarantaine en bij aankomst niet te testen. Volgens autoriteiten is dit een poging van Singapore om zijn status als internationaal luchtvaartknooppunt terug te krijgen. Naar verwachting kan het aantal aankomsten worden teruggevoerd naar 50 procent van het niveau van voor de pandemie.

    Bevolkingsdaling

    Alex Holmes, econoom bij Capital Economics, zegt dat een snelle heropening van Singapores grenzen een zegen zal zijn voor de economische groei, als deze althans leidt tot een omkering van de enorme bevolkingsdaling tijdens de pandemie, die 4,1 procent bedroeg. Vooral de terugkeer van langdurige migratie is volgens hem voor Singapore van groot belang.

    Ondertussen zal de versoepeling van de binnenlandse beperkingen een ‘broodnodige stimulans‘ betekenen voor horeca, toerisme en de transportsector van Singapore, aldus Holmes. Maar hij waarschuwt ook dat de maatregelen de prijsdruk zullen opvoeren en dat prijzen van vliegtickets, hotels en voedingsdiensten sterk zullen stijgen. Econoom Chua Hak Bin van Maybank wijst er bovendien op dat sommige bedrijven en restaurants te kampen hebben met personeelstekorten en wellicht niet volledig kunnen profiteren van de grotere vraag en het toenemende publiek na de heropening.

    Een grotere vraag naar personeel zal de lonen doen stijgen, zodat hotels bijvoorbeeld hogere salarissen moeten bieden om werknemers uit andere sectoren, zoals de voedsel- en drankensector, terug te lokken. Dat zou kunnen leiden tot een ongezonde biedingsstrijd om lokale werknemers, waardoor de inflatiedruk voor deze binnenlandse diensten op korte termijn flink kan oplopen, aldus Chua.

    In het tijdperk vóór de pandemie staken meer dan 300.000 mensen dagelijks de grens over

    De heropening van de grens met Maleisië kan het tekort aan arbeidskrachten op middellange termijn enigszins verlichten wanneer meer Maleisische werknemers Singapore binnenkomen, zegt Chua. Hij merkt op dat in het tijdperk vóór de pandemie meer dan 300.000 mensen dagelijks de grens overstaken. Toch zal de aanzienlijke versoepeling van de maatregelen de groei van de dienstensector helpen stimuleren, waaronder die van de horeca, voedings- en drankensector en de detailhandel, die achterlopen bij het economische herstel.

    ‘De heropening komt op het juiste moment en zal de negatieve impact van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne – verstoringen van de bevoorrading en stijgende energieprijzen – voor een deel helpen compenseren,’ aldus Chua.

  • Jonge Pakistanen willen ‘ketenen van het patriarchaat verbreken’

    Jonge Pakistanen willen ‘ketenen van het patriarchaat verbreken’

    Jonge, hoogopgeleide Pakistaanse vrouwen schudden met een nieuwe feministische beweging de sociale orde op in het islamitische, door mannen gedomineerde Pakistan.

    In de afgelopen vijf jaar is in heel Pakistan een nieuwe, assertieve feministische beweging ontstaan. Een jongere generatie vrouwen gaat de confrontatie aan met het diepgewortelde patriarchaat. De beweging eist radicale hervormingen om de rechten van andere gemarginaliseerde gemeenschappen en genderminderheden te beschermen.

    Wat begon als een jaarlijkse mars op Internationale Vrouwendag (8 maart), werd een doorlopende campagne voor sociale, politieke, economische en justitiële hervormingen. In deze nieuwe opleving van de Pakistaanse vrouwenrechtenbeweging klinken de stemmen van vrouwen steeds luider; door middel van demonstraties in grote steden zoals Karachi, Lahore en Islamabad probeert ze aandacht te trekken voor de vrouwenzaak. Naast het ophangen van posters en plakkaten zet de beweging breed in op digitale platforms, waarmee ze op grote schaal actievoert; maar ze richt zich ook op podiumkunsten, poëzie en liederen om te pleiten voor een ruimer begrip van vrouwelijkheid.

    De Pakistaanse Aurat-mars, of vrouwenmars, werd in 2018 voor het eerst georganiseerd in de handelsstad Karachi; de deelnemers wilden hiermee aandacht vragen voor de problemen waarmee Pakistaanse vrouwen worden geconfronteerd. De mars kwam tot stand nadat feministische collectieven en vrouwenrechtenorganisaties, waaronder het Women Democratic Front en het Women’s Action Forum, een niet-hiërarchische stuurgroep hadden opgericht die niet gelieerd is aan sociale of politieke organisaties. De stuurgroep opereert onder de noemer Hum Aurtein [Wij vrouwen].

    De beweging combineert online- en offline-actie en mobiliseert vrouwen van verschillende achtergronden via campagnes op sociale media. De fondsen worden grotendeels via crowdfunding gegenereerd. De afdelingen in de verschillende steden publiceren elk jaar een verklaring van eisen op sociale media, die de voortgang van dat jaar thematisch weergeeft.

    Opnieuw verbeeld

    Aanvankelijk waren de eisen van de beweging: een einde aan het dagelijkse geweld tegen vrouwen, non-binaire personen en religieuze minderheden; economische rechtvaardigheid door het invoeren van arbeidswetten en het erkennen van huishoudelijk werk als onbetaalde arbeid; reproductieve rechten voor vrouwen, non-binaire personen en alle seksuele identiteiten; en milieurecht, inclusief betere toegang tot water en land en een einde aan uitbuiting door bedrijven.

    De beweging stelt dit jaar als eis dat het Pakistaanse rechtssysteem radicaal en structureel wordt omgevormd. Zo wil ze de ‘oppervlakkige’, cijfermatige genderquota opheffen om huisvesting, gezondheidszorg en economische en psychosociale steun voor slachtoffers van geweld te kunnen garanderen, evenals meer financiering voor welzijnsinstellingen die zich richten op overlevenden van geweld.

    Het thema van het manifest van de Aurat-mars 2022 is Asal Insaaf, oftewel ‘Het rechtssysteem opnieuw verbeeld’. In plaats van kortetermijnoplossingen zoals de doodstraf en chemische castratie [als straffen voor seksueel geweld] roept het manifest op tot hervormingen van het systeem die patriarchaal geweld moeten voorkomen. ‘Het afgelopen jaar werden we, net als de jaren daarvoor, blootgesteld aan allerlei vormen van geweld: dat van de pandemie, geweld dat werd veroorzaakt door het beleid en de nalatigheid van de overheid, en geweld thuis en op straat,’ aldus het manifest van de organisatie van de Aurat-mars in Lahore.

    De jongere generatie streeft naar een alternatieve, feministische toekomst

    Het manifest benadrukt dat er een ‘cultuur van zorg’ moet worden gecreëerd die verder reikt dan zorg voor het individu. Een cultuur waarin gemeenschappen elkaar steunen in plaats van de slachtoffers de schuld te geven. Toen zij het manifest opstelden, raadpleegden de organisatoren de gemeenschappen om wie het ging: gezinnen die te maken hadden met verdwijningen, mensen die als huishoudelijke hulp werken, overlevenden van seksueel geweld en religieuze minderheden.

    De jongere generatie streeft naar een alternatieve, feministische toekomst. ‘Dit gedachte-experiment is nodig omdat we na vijf jaar tot de conclusie zijn gekomen dat vrouwen, transpersonen, genderfluïde en non-binaire personen er geen vertrouwen in hebben dat het bestaande rechtssysteem kan zorgen voor emancipatie,’ staat er.

    In het Global Gender Gap Report 2021 van het World Economic Forum staat Pakistan op plaats 153 van de 156 landen. Het houdt alleen het door oorlog verscheurde Irak, Jemen en Afghanistan achter zich. Volgens de mensenrechtencommissie van het land en het Pakistan Journal of Medical Sciences heeft 90 procent van de vrouwen te maken gehad met een vorm van huiselijk geweld door hun echtgenoot of familie, terwijl 47 procent van de getrouwde vrouwen te maken heeft gehad met seksueel misbruik, veelal verkrachting. Volgens de Thomson Reuters Foundation is Pakistan het op vijf na gevaarlijkste land ter wereld voor vrouwen. Pakistaanse vrouwen zijn 22 procent minder geletterd dan mannen, maken slechts 22 procent van de beroepsbevolking uit en ontvangen slechts 18 procent van ’s lands arbeidsinkomsten. Slechts 5 procent van de hogere leidinggevende functies in de economie wordt door vrouwen bekleed.

    Volgens Afiya Shehrbano Zia, een feministische wetenschapper die schreef over vrouwelijke seksualiteit en lichaamspolitiek in Pakistan, zijn de twee belangrijkste bijdragen van de Aurat-mars aan de vrouwenbewegingen in Pakistan het opstaan van jonge leiders en het doorbreken van de stilte rondom seksualiteit. ‘Deze bijdragen kwamen op een moedige, creatieve en vrijwillige manier tot stand, in plaats van politiek gemotiveerd of projectmatig,’ zegt ze.

    ‘De mars vertegenwoordigt alle ideologieën van het feminisme’

    Andere academici trokken een soortgelijke conclusie. Volgens hen beschouwen Pakistaanse feministen de Aurat-mars als een middel om de aandacht te vestigen op vrouwenkwesties. De mars brengt het onderwerp van vrouwenonderdrukking in het publieke domein en laat stemmen klinken uit verschillende sectoren van de samenleving: stad en platteland, arbeiders, huisvrouwen, jongeren en ouderen, kunstenaars, denkers, enzovoort. ‘De mars vertegenwoordigt alle ideologieën van het feminisme: liberalen die persoonlijke vrijheden, welzijn en wettelijke voorzieningen eisen, radicale feministen die de ketenen van het patriarchaat willen verbreken, en socialistische feministen die bevrijding van het kapitalisme en het patriarchaat nastreven,’ schrijven de wetenschappers Syeda Mujeeba Batool en Aisha Anees Malik.

    Naarmate de Aurat-mars aan populariteit en invloed won, groeide ook het verzet tegen de beweging, die als westers, anti-islamitisch en antinationaal wordt bestempeld. De organisatoren en deelnemers hebben aanhoudend te maken met een verdraaiing van feiten, beschuldigingen van godslastering en bedreigingen van de kant van het establishment en orthodoxe elementen in de samenleving.

    Sommige tegenstanders beweren dat de demonstranten elitair zijn. Ze zouden de initiatieven uit lokale gemeenschappen afwijzen en westerse waarden propageren. Anderen zien de actievoerders als een door het buitenland gefinancierde bedreiging voor de culturele waarden van Pakistan. De eerste twee Aurat-marsen leidden tot harde kritiek, en online werden de deelnemers aan de schandpaal genageld omdat de slogans op hun affiches niet overeenkwamen met de Pakistaanse culturele en godsdienstige waarden. Sommige tegendemonstranten bij de Haya-mars in maart 2020 [de Bescheidenheidsmars, georganiseerd door islamitische vrouwenorganisaties] gooiden stenen naar deelnemers van de Aurat-mars. Sommige organisatoren werden bedreigd met geweld, verkrachting en de dood.

    Een aantal slogans werd op grote schaal overgenomen en vormt nu het mikpunt van kritiek. De opvallendste zijn: Mera jism meri marzi [Mijn lichaam, mijn keuze], Khana khud garm karo [Warm zelf je eten op], Mein awaara, mein baddchalan [Ik treuzel, ik ben niet ijverig], ‘gescheiden en gelukkig’ en ‘alles wat jij kunt doen, doe ik al bloedend’.

    Dag van de Hidjab

    De Pakistaanse minister van Religieuze Zaken en Minderheden, Noorul Haq Qadri, schreef in februari een brief aan premier Imran Khan, waarin hij hem vroeg de Aurat-mars in het hele land te verbieden. Hij stelde voor om 8 maart uit te roepen tot Internationale Dag van de Hidjab. Eerder had de religieuze groepering Jamiat Ulema-e-Islam-Fazl openlijk gedreigd de mars met wapenstokken tegen te houden. De hooggerechtshoven in Islamabad en Lahore verwierpen vorig jaar petities om de mars te verbieden en zeiden dat het recht om vreedzaam bijeen te komen in de grondwet gewaarborgd is.

    Velen zeggen dat het patriarchale verzet bewijst dat de inspanningen van Pakistaanse vrouwen om hun zeggenschap terug te krijgen de opgeblazen, vrouwonvriendelijke mannelijke ego’s doen leeglopen. Journalist Durdana Najam schrijft dat wat Pakistan zag tijdens de Aurat-mars van 2019, anders was dan andere vrouwenmarsen: de mars was gedurfd en radicaal, en vooral de slogans brachten velen in verwarring. ‘Voor Pakistan was het onverteerbaar en schokkend om te zien hoe de vrouwen grenzen doorbraken en de schotten tussen hen en hun mannelijke tegenhangers neerhaalden.’

    Hoewel de Pakistaanse samenleving over het algemeen de Aurat-mars de hemel in prees, zegt Afiya Shehrbano Zia dat de mars ook kritisch werd bekeken, ook door andere feministische wetenschappers. Volgens haar kreeg de eerste Aurat-mars in 2018 kritiek omdat die niets te maken wilde hebben met de overheid, vanwege de ambivalente houding ten opzichte van religie en omdat ze zich richtte op sociale media in plaats van op serieuze politieke participatie. Wetenschappers Rubina Saigol en Nida Usman Chaudhary benadrukten deze kritiek in hun studie uit 2020, waarin zij wezen op spanningen tussen het uiten van zorgen en het stellen van politieke doelen, generatieverschillen en bediscussiëren van seksuele geaardheid.

    Lees ook:

  • Filipijnen voeren eindelijk wet in tegen seksueel misbruik van minderjarigen

    Filipijnen voeren eindelijk wet in tegen seksueel misbruik van minderjarigen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee journalisten van Fox News gedood in Oekraïne

    » Francis Kéré ontvangt als eerste Afrikaanse architect de Pritzker Prize

    Filipijnse wet tegen misbruik

    De Filipijnse president Rodrigo Duterte heeft eindelijk een wet getekend die de leeftijd voor seksueel zelfbeschikkingsrecht in het land verhoogt van twaalf naar zestien jaar. Daarmee moeten minderjarigen worden beschermd tegen seksueel misbruik en hoopt het land af te komen van de reputatie een magneet voor pedofielen en cybersekscriminelen te zijn, schrijft South China Morning Post.

    Iedereen die geslachtsgemeenschap heeft met een Filipijn onder de zestien jaar is nu schuldig aan ‘wettelijke verkrachting’, tenzij er sprake is van verliefdheid en het leeftijdsverschil minder is dan drie jaar. Als een van de partijen jonger is dan dertien, is er ongeacht de omstandigheden sprake van verkrachting.

    Lees ook:

  • Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    De Maleisische kunstenaar Red Hong Yi raakte geïnspireerd door centrale banken die overal ter wereld geld bijdrukken. Ze maakte haar eigen bankbiljetten met behulp van geëtste koperplaten en opende een heuse bank: Memebank.

    Met een vriendelijk gezicht kijkt Red Hong Yi in de camera alsof ze een persoonlijke bekentenis voor Instagram gaat opnemen. ‘Ik heb besloten niet langer kunstenaar te zijn’, zegt ze ernstig. Maar dan klaart haar gezicht op. Een lach ontbloot haar tanden – boven en onder voorzien van een beugeltje – en ze vervolgt uitbundig: ‘Want ik ben geïnspireerd door centrale banken. En hoe ze gewoon geld kunnen drukken als het op is. Op een dag was mijn geld op en toen dacht ik: Waarom druk ik niet mijn eigen geld? En dat ben ik gaan doen.’ En zo ontstond Memebank, een parodie op het geldsysteem van centrale banken overal in de wereld, met de 36-jarige Maleisische kunstenaar Hong Yi, beter bekend als ‘Red’, als oprichter en directeur. 

    George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen

    Inspiratie voor de door haar ontworpen bankbiljetten komt van de Amerikaanse dollar, de Maleisische ringgit, de Japanse yen, het Britse pond en de Singaporese dollar. George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen. Op het aan de ringgit ontleende biljet staat de tekst ‘2 seconds after buying crypto’ en heeft koning Tuanku Abdul Rahman plaatsgemaakt voor drie orang-oetans, waarvan er een vraagt: ‘Where Lambo?’ Oftewel: waar is de Lamborghini, want met crypto word je toch schathemeltjerijk? Op het aan de yen ontleende papiergeld staat Satoshi Nakamoto, die ontkent dat hij de bedenker is van de bitcoin en daarom een zonnebril op heeft.

    Red opende eind januari het eerste filiaal van haar Memebank in Kuala Lumpur. Het gebouw van een voormalige drukkerij werd omgetoverd in een heuse bank, voorzien van geldautomaten bij de entree en overal tapijt in de knalrode bedrijfskleur. Aan het plafond hingen duizenden biljetten van het Memebank-geld, ‘speciale’ klanten werden ontvangen in een vipruimte en ondertussen waren medewerkers van het team bezig met het drukken van nieuw geld. Geheel in de geest van het project vond de financiering plaats volgens de laatste ontwikkelingen in de financiële kunstwereld: Red Hong Yi vergaarde de benodigde financiën door zes koperen printplaten waarmee ze haar geld drukt te verkopen als NFT, als non-fungible token, een ‘niet-inwisselbaar bewijs’.

    Het is allemaal meer dan simpelweg een parodie, vindt Red. Ze hoopt mensen bewust te maken van de economische systematiek die schuilgaat achter het geld waarvan ze dagelijks afhankelijk zijn, en hoopt dat ze zich vragen gaan stellen over de afkomst en de betekenis ervan. Over inflatie bijvoorbeeld, die ontstaat door maar geld bij te blijven drukken. 

    Het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven

    Daarom komt ook de modernisering van het financiële systeem met vindingen zoals cryptocurrency’s aan de orde. Daarover zegt Joe, voormalig bankier en nu adviseur van Memebank: ‘De opkomst van alternatieve investeringen zoals crypto is de afgelopen jaren een uitdaging geworden voor het bestaande monetaire systeem. Grote groepen mensen zien de efficiëntere en transparantere technologie erachter en beschouwen die als een afdekking tegen inflatie.’ Waarmee Memebank maar wil zeggen: het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven.

  • Hoe Beijing buitenlandse influencers beïnvloedt

    Hoe Beijing buitenlandse influencers beïnvloedt

    Volgens gegevens uit een groot internationaal onderzoek krijgen buitenlandse influencers in China betaald om positieve berichten over het land te verspreiden, waarbij gevoelige onderwerpen worden vermeden. Zelf zeggen de youtubers uit eigen beweging te handelen.

    De YouTube-filmpjes van Lee en Oli Barrett over hun uitstapjes in China trekken miljoenen kijkers. Vader en zoon Barrett logeren in hotels op exotische locaties, bezichtigen afgelegen dorpjes, proeven plaatselijke lekkernijen op drukke inheemse markten of laten daar op traditionele wijze hun oorsmeer verwijderen. Dit zijn exponenten van een nieuwe generatie socialemediasterren die een opgeruimd beeld schetsen van het leven als buitenlander in China – en ondertussen ook weerwoord bieden aan de kritiek op het autoritaire beleid, de behandeling van etnische minderheden en de aanpak van corona in het land.

    Het zijn filmpjes die er ongedwongen en zelfgemaakt uitzien. Maar wat er vaak achter zit, is een heel apparaat van ambtelijke coördinatoren, staatsmedia en andere steun vanuit de overheid, allemaal in het kader van het groeiende streven van Beijing om pro-Chinese boodschappen de wereld in te helpen. Staatsmedia en lokale overheden organiseren en financieren de reizen van pro-Chinese influencers, zo blijkt uit documenten van de overheid en uitlatingen van de influencers zelf. De overheid biedt aan om voor de filmpjes te betalen en krikt de kijkcijfers op door ze met miljoenen volgers te delen op YouTube, Twitter en Facebook. Met de steun van officiële staatsmedia kunnen de makers bovendien filmen in regio’s van China waar de autoriteiten buitenlandse journalisten het werk juist onmogelijk maken. 

    ‘De mensen zijn heel aardig en doen gewoon hun werk, leiden hun leven’ 

    De meeste van deze youyubers wonen al jaren in China en zeggen dat ze tegenwicht willen bieden aan de steeds negatievere westerse beeldvorming over het land. En de Communistische Partij dicteert hun niet waar ze filmpjes over moeten maken, zeggen ze, dat bepalen ze zelf. Maar ook al zien deze influencers zichzelf niet als onderdeel van een propagandacampagne, ze worden door Beijing wel zo gebruikt. Chinese diplomaten en andere officiële vertegenwoordigers vertonen deze filmpjes op nieuwsconferenties en promoten ze op sociale media. Zes van de populairste van deze influencers hebben op YouTube bij elkaar al meer dan 130 miljoen views en meer dan 1,1 miljoen abonnees verzameld.

    Het YouTube-kanaal van Lee en Oli Barret.

    Welwillende buitenlandse stemmen zijn een onderdeel van Beijings steeds ambitieuzere pogingen om het debat over China wereldwijd te beïnvloeden. De Communistische Partij schakelt diplomaten en staatsmedia in om haar eigen verhaal te brengen en kritiek te smoren, vaak geholpen door een heel legertje aan schimmige accounts die het bereik van deze berichten op sociale media vergroten. Podia als Twitter en YouTube, door China in eigen land geblokkeerd om de verspreiding van ongewenste informatie tegen te gaan, worden door Beijing zo in feite als megafoon gebruikt om Chinese propaganda de wereld in te sturen. 

    ‘China is de nieuwe supermisbruiker van de mondiale sociale media,’ zegt Eric Liu, een voormalig Chinese internetmoderator. ‘Het doel is daarbij niet om een debat te winnen, maar om chaos en achterdocht te zaaien, tot er van echte waarheid geen sprake meer is.’

    Een date met China

    Raz Gal-Or begon met het maken van grappige filmpjes toen hij in Beijing studeerde. Inmiddels kijken miljoenen abonnees met de jonge Israëliër mee wanneer hij zowel gewone Chinezen als landgenoten interviewt over hun leven in China. Afgelopen voorjaar bracht hij een bezoek aan de katoenvelden in Xinjiang om beschuldigingen over dwangarbeid in die regio te ontkrachten. ‘Het gaat er hier heel alledaags aan toe,’ zegt hij in zijn reisverslag, nadat hij met een paar van de arbeiders een grote vleesspies heeft gegeten. ‘De mensen zijn heel aardig en doen gewoon hun werk, leiden hun leven.’ Hij rept met geen woord over de interne overheidsdocumenten, getuigenverklaringen en verslagen van journalisten waaruit blijkt dat in Xinjiang honderdduizenden moslims door de autoriteiten in heropvoedingskampen zijn opgesloten.

    Het YouTube-kanaal van Raz Gal-Or.

    En hij zegt ook niets over de zakelijke banden van hem en zijn familie met de Chinese staat. Want de bestuursvoorzitter van Gal-Ors videobedrijf YChina is zijn vader Amir, een investeerder wiens beleggingsfonds volgens zijn eigen website gegarandeerd wordt door de China Development Bank, een staatsbank. En volgens de website van het door Amir Gal-Or opgerichte Innonation behoren twee Chinese staatsmedia tot de klanten van Ychina. Het hoofdkantoor van YChina bevindt zich in het gebouw van Innonation in Beijing. In e-mails aan ons laat Raz Gal-Or weten dat YChina geen ‘zakelijke contracten’ met staatsmedia heeft en dat de informatie op de website van Innonation ‘onjuist’ is. Hij zegt dat hij in Xinjiang niet door overheidsinstanties is betaald of rondgeleid. De reisverslagen die hij daar maakte gaan volgens hem over ‘het leven, het welzijn en de dromen van gewone mensen’. En ‘wie daar iets politieks in ziet, heeft ongetwijfeld zijn eigen agenda’, voegt hij eraan toe.

    ‘Ze betalen de reis, de accommodatie, het eten. Maar ze dicteren absoluut niet wat wij moeten zeggen’ 

    Andere influencers geven wel toe dat ze financiële steun van de staat hebben gekregen, al zijn ze daarmee naar hun mening nog geen spreekbuis van Beijing. De in China woonachtige Canadees Kirk Apesland noemt zijn YouTube-kanaal Gweilo 60. (Gweilo is een Kantonees woord voor buitenlander.) Hij weerspreekt daar berichten over de repressie in Xinjiang en voert zijn eigen positieve ervaringen aan als tegenvoorbeeld voor de bewering dat de Chinezen worden onderdrukt. Nadat wij contact met Apesland hadden gezocht, plaatste hij een filmpje getiteld ‘New York Times vs Gweilo 60’. Daarin erkent hij dat hij gratis hotelovernachtingen en geld van gemeentelijke en provinciale overheden accepteert. Hij vergelijkt het met het werk van een promotor. ‘Krijg ik geld voor wat ik doe? Natuurlijk,’ zegt hij. ‘Dit is werk. Ik bereik honderdduizenden mensen met deze video.’ Ook Lee Barrett erkende zoiets in een van zijn video’s. ‘Ze betalen de reis, de accommodatie, het eten,’ zegt hij. ‘Maar ze dicteren absoluut niet wat wij moeten zeggen.’ Oli Barrett heeft niet op onze vragen gereageerd.

    Volgens een document waarnaar verwezen wordt in een nieuw rapport van het Australian Strategic Policy Institute (ASPI) heeft de Chinese internetwaakhond circa 30.000 dollar betaald aan een mediabedrijf in het kader van een campagne getiteld ‘Een date met China’, waarin met behulp van ‘buitenlandse internetsterren’ het succes van Beijings armoedebestrijding wordt geprezen. ASPI, dat gefinancierd wordt door onder meer de Australische en Amerikaanse overheid en diverse bedrijven, waaronder leveranciers van militair materieel, heeft al verschillende rapporten over China’s repressieve beleid in Xinjiang gepubliceerd.

    Iets complimenteus

    Wanneer de YouTubers op kosten van de staat reizen, bepalen hun reisleiders wat ze te zien en te doen krijgen. Lee Barrett en een andere influencer, Matt Galat, voerden onlangs een gelivestreamd gesprek met twee YouTubers uit Mexico over hun stedentrip naar Xi’an voor de staatsomroep China Radio International. De organisatoren van de reis hadden Galat gevraagd iets complimenteus te zeggen over een plek die hij nog niet gezien had, zo vertelde hij in dat gesprek. Dat had hij geweigerd. En tijdens een ander onderdeel van de reis was hij teleurgesteld dat het bezoek aan een heilige berg uit het programma was geschrapt. ‘Ze moesten ruimte maken voor meer propagandabezoekjes,’ zei hij. Galat heeft de stream van het gesprek later weer van zijn kanaal verwijderd. Hij wil niet zeggen waarom.

    Het is onduidelijk hoeveel inkomsten dit de makers oplevert. Maar naast geld hebben de Chinese overheidsinstanties ook iets te bieden dat voor een sociale mediaster minstens zo belangrijk is: bezoekersverkeer. De advertentie-inkomsten op YouTube hangen af van het aantal kijkers. En hoe meer kijkers, hoe meer kans de influencers maken op sponsorcontracten van grote merken, zoals een aantal van deze pro-Chinese YouTubers die al in de wacht hebben gesleept.

    ‘Dictatoriale landen kunnen hun inzichten in het algoritme bundelen en aanwenden om al hun kanalen te promoten’

    Gal-Or zette zijn video over de katoenvelden in Xinjiang op 8 april op YouTube, kort nadat Nike, H&M en andere merken in China onder vuur kwamen te liggen omdat ze hun zorg hadden uitgesproken over berichten omtrent Chinese dwangarbeid. Luttele dagen later werd zijn filmpje met Italiaanse ondertitels op Facebook gezet door de Chinese ambassade in Italië, die op Facebook bijna 180.000 volgers heeft. In de weken daarna werden dit filmpje en andere clips van Gal-Or in Xinjiang door minstens vijfendertig accounts van Chinese ambassades en officiële nieuwsdiensten op Facebook en Twitter gedeeld, zo blijkt uit door ASPI verzamelde gegevens die door ons zijn geverifieerd. In totaal hebben al die accounts bij elkaar zo’n vierhonderd miljoen volgers. En de algoritmes van YouTube en Google geven meer gewicht aan video’s die op sociale media breed worden gedeeld.

    ‘Dictatoriale landen kunnen hun inzichten in het algoritme bundelen en aanwenden om al hun kanalen te promoten,’ zegt Guillaume Chaslot, een oud-medewerker van Google die daar heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van het aanbevelingsalgoritme van YouTube. Volgens Darren Linvill, die aan Clemson University onderzoek doet naar desinformatie in de sociale media, werd de video van Gal-Or op Twitter gedeeld door heel veel accounts met een verdacht kaal profiel. Dat is volgens hem kenmerkend voor een gecoördineerde actie om de verspreiding te bevorderen. Van de 534 accounts die het filmpje van april tot eind juni retweetten, had twee vijfde hooguit tien volgers, zag Linvill. Een op de negen had er nul. En voor negen accounts was dit de allereerste tweet. Op deze manier wordt de digitale voetafdruk van Gal-Or en andere makers vergroot.

    Joshua Lam en Libby Lange, studenten aan de universiteit van Yale, hebben een analyse uitgevoerd op een steekproef van bijna 290.000 tweets uit de eerste helft van 2021 waarin Xinjiang werd genoemd. Zo zagen ze dat zes van de tien meest gedeelde YouTube-video’s in de tweets afkomstig waren van de pro-Chinese influencers. YouTube laat ons weten dat het geen aanwijzingen heeft dat deze makers ‘betrokken waren bij gecoördineerde beïnvloedingsoperaties’. YouTube is onderdeel van Google en haalt geregeld kanalen uit de lucht als die op repetitieve of gecoördineerde wijze een bepaalde boodschap uitdragen. Maar daarnaast eist YouTube dat de kanalen voor hun kijkers duidelijk maken welke sponsorcontracten of andere commerciële banden ze met bedrijven hebben. Gevraagd hoe het dan zit met gratis reisjes en betalingen door Chinese staatsmedia laat YouTube weten dat het deze makers op hun verplichtingen zal wijzen.

    Transparantie

    YouTube probeert de transparantie ook te bevorderen door kanalen van door overheden gefinancierde nieuwsorganisaties als zodanig aan te merken. Maar, zo laat YouTube weten, dat geldt niet voor privékanalen van de werknemers van zo’n organisatie. Zo kunnen sommige YouTubers verhullen dat ze voor Chinese staatsmedia werken. Li Jingjing neemt haar abonnees bijvoorbeeld mee naar de koraalriffen in de Zuid-Chinese Zee en bespreekt de westerse pogingen om China daar een halt toe te roepen. Maar op haar kanaal staat niet vermeld dat ze voor de staatsomroep China Global Television Network (CGTN) werkt.

    Net zoals op The China Traveler, het YouTube-kanaal van Stuart Wiggin, nergens te lezen staat dat hij een medewerker is van de Chinese krant People’s Daily. Toch werd hij door een andere Chinese staatskrant, China Daily, als zodanig benoemd in hun reportage over de ‘Date met China’-campagne. In zijn filmpjes uit Xinjiang is Wiggin lyrisch over de regionale keuken en interviewt hij bewoners over de mate waarin hun leven erop vooruit is gegaan. Onderwerpen zoals de heropvoedingskampen komen niet ter sprake. Li en Wiggin hebben geen van beiden op onze vragen gereageerd.

    Het YouTube-kanaal van Stuart Wiggin

    Galat was een van de populairste pro-Chinese YouTubers, maar heeft het land dit jaar verlaten om op zijn kanaal over andere landen te kunnen berichten. Momenteel doet hij verslag van zijn reizen in de Verenigde Staten. Hij zegt desgevraagd geen spijt te hebben van zijn Chinese filmpjes. Al voor de coronapandemie had de uit Detroit afkomstige Galat vanuit zijn Chinese woonplaats Ningbo een aardige schare kijkers opgebouwd met zijn opgewekte reisverslagen. Toen de piek van de pandemie in China voorbij was, begon hij van allerlei lokale overheden en staatsmedia uitnodigingen voor reisjes te krijgen. Het land probeerde in die tijd de westerse kritiek op de Chinese reactie op de pandemie te pareren. Galat zegt zich ook aan die kritiek te hebben geërgerd.

    ‘Mensen ervaren graag dramatische en agressieve gevoelens over dingen, en veel van die content trok meer kijkers dan mijn gewone reisverslagen’

    Zijn YouTube-filmpjes begonnen politieker te worden. Hij vroeg zich hardop af of het virus misschien uit de Verenigde Staten kwam. Hij trad op als gespreksleider in een discussie over de westerse campagne tegen de Chinese techgigant Huawei. ‘Mensen ervaren graag dramatische en agressieve gevoelens over dingen, en veel van die content trok meer kijkers dan mijn gewone reisverslagen,’ zegt hij. Hij kreeg steeds meer volgers, dit jaar zat hij al ruim over de honderdduizend. Hij erkent dat de hulp van de Chinese staatsmedia heeft bijgedragen aan die groei. En toen zijn reizen voor die media langer werden, kreeg hij er ook voor betaald, zegt hij. Hij wil niet zeggen hoeveel.

    De afgelopen zomer heeft hij een reis gemaakt naar Xinjiang die georganiseerd was door de staatsomroep CGTN. ‘Even voor de mensen die China met nazi-Duitsland willen vergelijken,’ zegt hij in een videoverslag van een bezoek aan een museum over de cultuur van de Oeigoerse minderheid. ‘Dacht je dat er in Duitsland voor de oorlog ook musea over de Joodse cultuur waren?’

    De kijkcijfers voor zijn filmpjes zijn gedaald sinds ze niet meer over China gaan. Dat vindt hij niet erg, zegt hij. Zijn kanaal zal in de toekomst waarschijnlijk niet meer zo politiek zijn. ‘Ik voel me er niet echt goed bij,’ zegt hij, ‘om een spreekbuis voor grote thema’s te worden.’

    Lees ook:

  • In Singapore zijn vooral kinderen besmet met omikron

    In Singapore zijn vooral kinderen besmet met omikron

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » GoFundMe stopt campagne voor Canadese truckers na berichten van geweld

    » Italië schaft mondkapjesplicht buiten af

    Meeste besmettingen onder kinderen

    ‘Kinderen van vijf tot elf jaar hebben momenteel het hoogste percentage covid-19-infecties’, aldus de Singaporese minister van Volksgezondheid, Ong Ye Kung, afgelopen dinsdag. Volgens Ong zorgt de omikronvariant voor meer besmettingen bij kinderen dan de deltavariant, schrijft AsiaOne.

    Het infectiepercentage voor kinderen van vijf tot elf jaar is momenteel ongeveer 67 per 100.000 inwoners; de daaropvolgende groep, van twaalf tot negentien jaar, heeft het op een na hoogste infectiepercentage, ongeveer 55 per 100.000. ‘Dit is wezenlijk anders dan tijdens de deltagolf, die vooral oudere volwassenen besmette’, zei Ong. Hij voegde eraan toe dat het besmettingspercentage onder oudere leeftijdsgroepen nu lager ligt dan tijdens delta.

    Lees ook:

  • Aziatische uitvaarten zijn gouden handel

    Aziatische uitvaarten zijn gouden handel

    Van Japan tot Singapore wordt de bevolking grijzer en rijker. Daarmee groeit de behoefte aan uitvaartdiensten op maat. Voor begrafenisondernemers is niets te gek om aan de buitenissige wensen van hun klanten te voldoen.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werd bekend dat de Indonesische hoofdstad Jakarta Tokio voorbijgestreefd is als grootste stad ter wereld. Een van de redenen waarom het inwoneraantal van de Japanse hoofdstad nauwelijks of niet groeit, is de vergrijzing waarmee Japan al jaren te kampen heeft.
    Als gevolg daarvan hebben begrafenisondernemers hun handen vol, getuige dit artikel van tien jaar geleden. Ze sparen kosten noch moeite om aan de wensen van hun klanten te voldoen. Hier geldt wel heel letterlijk: de een zijn dood is de ander zijn brood.

    De teint van geelzucht, afzichtelijke kogelwonden, gebroken botten als gevolg van auto-ongelukken op hoge snelheid: geen zee gaat de verfspuit van Lee Jonglan te hoog.

    ‘U ziet dat de rechterkant van haar gezicht er normaal uitziet,’ zegt Lee, terwijl haar tengere model met moeite haar ogen dichthoudt. ‘Maar links ziet het er een beetje gezwollen uit omdat we zo veel foundation hebben aangebracht.’

    Het is niet perfect, stelt Lee vast. Maar ze streeft dan ook niet naar perfectie. Ze streeft naar troost voor de nabestaanden. ‘Kijk eens hoe mooi ze eruitziet,’ zegt ze. Het model, herrezen uit de dood, glimlacht. De omstanders verdringen zich rond haar, visitekaartjes in de aanslag.

    Een make-updemonstratie op de Aziatische Uitvaart- en Begrafenisbeurs in Macau. © Tyrone Siu / Reuters
    Een make-updemonstratie op de Aziatische Uitvaart- en Begrafenisbeurs in Macau. © Tyrone Siu / Reuters

    Kunstdiamanten van as

    Lee, in Zuid-Korea dé topvisagiste voor doden, was zichtbaar in haar element, en niet alleen vanwege haar tv-sterrenglimlach. Ze was de koning te rijk toen ruim honderd begrafenisondernemers, fabrikanten, ambtenaren en zakenlui in mei de jaarlijkse Aziatische Uitvaart- en Begrafenisbeurs en -Conferentie bezochten, die werd gehouden in Macau, een semiautonome bestuurlijke regio aan de Zuid-Chinese kust.

    Drie dagen lang wisselden deelnemers – uit alle windstreken, van het nabijgelegen Hongkong tot helemaal uit Bolivia – handdrukken en contactgegevens uit. Ze hadden afspraken met Mongoolse begrafenisondernemers, Maleisische begraafplaatsontwikkelaars, Chinese doodskistenmakers en strak in het pak gestoken Nederlandse zakenlui die na een crematie fonkelende kunstdiamanten maken van de as, zodat vermogende nabestaanden de overblijfselen van hun geliefde bij zich kunnen dragen. De expobezoekers luisterden onder een kristallen kroonluchter in een weelderige conferentiezaal naar lezingen met titels als ‘DNA zit in het DNA van de begrafenissector’ en ‘Lessen uit ebola’.

    ‘De Aziatische uitvaartsector verschilt totaal van die in het Westen,’ zegt Kenny Lo, directeur van Vertical Expo Services, het in Hongkong gevestigde bedrijf dat de beurs organiseert. ‘Hier in Azië is die zeer behoudend, vooral in China. Heel traditioneel. En tot op zekere hoogte – hoe zal ik het zeggen – nogal gesloten, niet erg transparant.’

    Een Chinese ondernemer gaf 770.000 dollar uit om afscheid te nemen van zijn moeder

    Regels zijn er nauwelijks, zegt hij. Het overheidsbeleid is vaak stroperig en star. Een hele reeks tradities ‘maakt alles er erg ingewikkeld op, zelfs in één land’.

    Maar voor wie in Azië de weg weet, zijn uitvaarten gouden handel. De bevolking in de regio, van Japan tot Singapore, wordt grijzer en rijker. Rond 2050 is naar verwachting een op de vier Oost-Aziaten ouder dan 65. Intussen raken hun kinderen steeds vertrouwder met de moderne technologie en komen steeds vaker in contact met de rest van de wereld. Ze willen uitvaartdiensten die bij hun status passen en dagen begrafenisondernemers uit nieuwe manieren te bedenken om klanten te lokken.

    Nergens ontwikkelt de sector zich zo snel als in China, de grootste economie in de regio, waar families van oudsher afscheid van hun dierbaren nemen met offerandes als namaakgeld, kleren en gereedschap. Eeuwenlang beschouwden Chinezen extravagante uitvaarten als noodzakelijk om de doden te behagen.

    ‘Het idee dat de doden op de een of andere manier blijven voortbestaan wanneer het fysieke leven is afgelopen, is in China oeroud,’ zegt Michael Szonyi, een hoogleraar Chinese geschiedenis aan Harvard. ‘Dat gaat terug tot nog voor het confucianisme en het taoïsme, en ruim voor het boeddhisme.’

    Maar Mao Zedong, die van 1949 tot 1976 over het land heerste, deed traditionele begrafenisrituelen af als ‘feodaal bijgeloof’ en verving ze door uitvaarten in socialistische stijl, zogeheten herdenkingsbijeenkomsten. Socialistische begrafenissen eindigden met een soort korte toespraak door de voorman van de arbeidseenheid van de overledene, waarin diens bijdrage aan het socialisme werd gememoreerd. De meeste begrafenissen duurden niet langer dan een kwartier.

    Na die tijd heeft China zich echter ontwikkeld tot een economische supermacht, met na de Verenigde Staten het hoogste aantal miljonairs ter wereld, en sindsdien maken buitenissige begrafenissen een grootschalige comeback, ondanks pogingen van hogerhand ze de kop in te drukken.

    In de afgelopen jaren hebben rijke nabestaanden de krantenkoppen gehaald met uitvaartceremonies een keizer waardig. In 2011 gaf een ondernemer in de Oost-Chinese stad Wenling 770.000 dollar uit om met enorme LED-schermen, een honderdkoppig orkest, een rij goudkleurig geschilderde kanonnen en een vloot Lincoln-limousines afscheid te nemen van zijn moeder.

    Uitvaartbeurs

    In april traden overheidsfunctionarissen met harde hand op tegen twee grootscheepse begrafenissen in de provincies Hebei en Jiangsoe, waar de dorpelingen exotische danseressen hadden ingehuurd om een grote menigte op de been te brengen.

    Het zal geen verbazing wekken dat de toestroom naar de uitvaartbeurs elk jaar is toegenomen sinds Lo’s bedrijf het evenement is gaan organiseren.

    In een hoekje van de beurshal heeft een Chinees bedrijf een stand ingericht met voorbeelden van dodenoffers, voornamelijk grote papier-machébeelden van buitenverblijven en dure auto’s, waarvan het de bedoeling is dat ze bij wijze van geschenk aan de overledene in ovens op de begraafplaats worden verbrand.

    Het bedrijf maakt papieren modellen van alles wat je in het hiernamaals nodig zou kunnen hebben

    Aan de overkant van het gangpad haalt Han Dingyu van het concurrerende, bijna tien jaar oude Taiwanese bedrijf SKEA, een acroniem van Spectacular Kind of Elysium Accessories [‘Spectaculair soort hemelse toebehoren’], zijn spullen uit de verpakking. ‘Eersteklas vakmanschap,’ zegt Han terwijl hij allerlei handgemaakte papierminiaturen tevoorschijn haalt, waaronder een prachtig stuk vlees, een dienblad met cupcakes en een assortiment kleurige macarons ter grootte van een muntje.

    Het bedrijf maakt papieren modellen van alles wat je in het hiernamaals nodig zou kunnen hebben, zegt hij: afleiding, eten en onderdak. ‘Jonge mensen geven elkaar vaak (miniatuur-)iPhones,’ voegt hij eraan toe. ‘Als mensen iets aan een meisje offeren, dan is het vaak make-up of zijn het kleren. Oude mensen, het voorgeslacht, zijn degenen die huizen krijgen.’

    Papieren modellen van bedienden, waarvan men gelooft dat overledenen ze gebruiken. – © Tyrone Siu / Reuters
    Papieren modellen van bedienden, waarvan men gelooft dat overledenen ze gebruiken. – © Tyrone Siu / Reuters

    Bestemming: ‘home’

    Hij bladert door de glimmende catalogus van het bedrijf, waarin maquettes van huizen met een scala aan luxueuze extra’s worden aangeprezen: dakterrassen, binnentuinen en ramen van vloer tot plafond. In het zwembad achter een postmoderne ‘droomvilla in Ibiza-stijl’ ligt een jacht afgemeerd.

    En de geest van verandering waait tot ver buiten China. Ongeveer vijf jaar geleden kwam de marktleider van de Singaporese uitvaartsector, de 103 jaar oude Ang Chin Moh-groep, met Flying Home, een dienst waarmee het samen met luchtvaartmaatschappijen en ambassades pas overledenen repatrieert. Niet ver van Lee’s stand met uitvaartmake-up delen vertegenwoordigers van Flying Home bagagelabels uit met het logo van het bedrijf en folders die op instapkaarten lijken (maatschappijcode: ‘FH’, bestemming: ‘home’).

    Singapore is een van de belangrijkste bestemmingen van expats in Azië. Grace Hung, assistent-marketing-manager van Flying Home, zegt dat de zaken voor de wind gaan. ‘Singapore loopt voorop in dingen als financiën, accountancy en recht,’ zegt ze. ‘Maar niet als het gaat om de dood.’

    Haar bedrijf probeert dat te veranderen. Ze zegt dat haar collega’s een groot aantal talen spreken – Indonesisch, Maleis, Engels, Spaans, Frans – en gemiddeld veertig jaar oud zijn, ongeveer tien jaar jonger dan het gemiddelde in de sector als geheel. ‘We doen ook repatriëringen náár het buitenland,’ zegt ze. ‘Singapore is een medische hotspot. Mensen laten zich hier behandelen en komen daar soms bij te overlijden.’

    In de conferentiezaal beneden spreekt de Chinese ondernemer Wang Dan, een 34-jarige ingenieur die in 2012 een rouwcentrum in Beijing begon, een publiek van enkele tientallen mensen toe, van wie de meesten goedgeklede mannen. ‘Social media zijn belangrijk in onze bedrijfstak,’ zegt hij. ‘Wat kunnen we doen, wanneer er iemand overlijdt, om de herinneringen die familieleden en vrienden aan de overledene hebben te laten voortleven? We kunnen filmpjes maken en foto’s nemen, en die op het internet zetten. Ik vind dat een uitstekend idee.’

    Hij zegt dat zijn bedrijf, ‘De Overkant’, met standaardprijzen werkt en ze online zet, terwijl de meeste Chinese begrafenisondernemers rekenen wat ze denken dat hun klanten kunnen betalen. De Overkant biedt betaalbare adviesgesprekken aan waarin het nabestaanden helpt contact te leggen met rouwverwerkingsinstanties en chique begraafplaatsen; het bedrijf heeft de handen ineengeslagen met een Amerikaans bedrijf dat as van overledenen de ruimte in schiet.

    ‘Ik denk dat de maatschappij ingrijpend verandert,’ zegt Dan. ‘Jonge mensen kijken heel anders tegen de wereld aan dan wij. En als wij vakmensen niet meebewegen, lopen we een achterstand op.’

    Jonathan Kaiman