Tag: nieuws uit El Salvador

  • ‘Ze sloegen hem dood in de cel en sleepten hem als een beest naar buiten’

    ‘Ze sloegen hem dood in de cel en sleepten hem als een beest naar buiten’

    Sinds zijn aantreden voert president Nayib Bukele in El Salvador een nietsontziende oorlog tegen bendegeweld. Tienduizenden worden op beschuldiging van lidmaatschap van een bende opgesloten in de gevangenis. Twee ex-gevangenen vertellen over slechte omstandigheden en martelingen.

    Beiden zagen ze mensen sterven in hun cel, beiden werden ze gemarteld en beiden brachten maanden door in een overvolle gevangenis, met amper voedsel en zonder enige bijstand van een advocaat. Door El País verzamelde getuigenissen van twee mensen die gevangenzaten tijdens de noodtoestand – door president Nayib Bukele van El Salvador uitgeroepen in het kader van zijn oorlog tegen bendegeweld – komen overeen met meldingen van systematisch misbruik door nationale en internationale mensenrechtenorganisaties. Het gaat onder meer om sterfgevallen tijdens hechtenis, extreme overbezetting, marteling, willekeurige opsluiting – ook van minderjarigen – en het ontbreken van de mogelijkheid te communiceren met advocaten of familieleden.

    Manuel vertelt dat de gevangenis in zijn geval letterlijk duisternis betekende. ‘Vanaf het moment dat ik de gevangenis inging tot ik eruit kwam heb ik geen zonlicht gezien.’ Dat was van half april vorig jaar tot begin februari 2023. Manuel zat dus nagenoeg een jaar opgesloten in de Izalco-gevangenis, ongeveer twee uur ten westen van de hoofdstad. Hij zat met meer dan zeventig mensen in een cel die geschikt was voor twintig personen. Door het ruimtegebrek sliepen de gevangenen om beurten zittend, in shifts van twee of drie uur. Er was slechts één toilet. Normaal gesproken kregen de gevangenen één maaltijd per dag: ‘twee tortilla’s en een lepel bonen’.

    Onder zijn celgenoten was iemand met diabetes, ‘een man van tweeënzestig die een winkel had en veel huilde’. Hij mocht van de anderen de hele nacht zittend slapen terwijl de rest bleef staan. Maar op een dag werd hij niet meer wakker. Verschillende mensen probeerden hem te verplaatsen, maar hij was verstard. Toen de bewakers arriveerden, had hij geen hartslag meer. Manuel vertelt dat er slechts ‘twee of drie keer’ een dokter kwam om deze man de insuline-injecties te geven die volgens hem elke week door de familie werden gestuurd. Het gebrek aan medische hulp in de gevangenissen is een van de schendingen van grondrechten die door verschillende organisaties aan de kaak worden gesteld.

    Martelmethodes

    Een andere gevangene, vertelt Manuel, ‘een jongeman van eenentwintig jaar die Daniel heette’, stierf eveneens in zijn cel. ‘Hij was wanhopig en schreeuwde om medicijnen of klaagde over honger en pijn.’ De politie reageerde met geweld; schoppen of slaag met knuppels of met de kolf van hun geweren. ‘Op een dag sloegen ze hem zo hard en vaak dat hij stierf. Ze sleepten hem als een beest naar buiten.’

    Uit onderzoek van Human Rights Watch, dat toegang had tot een database van het ministerie van Justitie, blijkt dat alleen al tijdens de eerste vijf maanden van de noodtoestand, van maart tot augustus, ten minste tweeëndertig mensen werden geregistreerd als ‘overleden in gevangenschap’, zonder dat de omstandigheden zijn opgehelderd. De meesten van hen bevonden zich in de gevangenissen van Mariona en Izalco, waar ook Manuel gevangenzat. Een andere telling van de Salvadoraanse organisatie Cristosal, die loopt tot eind oktober, brengt het aantal doden op tachtig.

    Naast de afranselingen heeft Manuel het ook over een andere martelmethode. In de cel werden regelmatig waterslangen gebruikt en als de vloer nat was, werd een stroomstootwapen geactiveerd ‘zodat we allemaal een schok kregen’.

    Onder de gevangenen waren mensen met tatoeages van twee bendes, MS-13 en Barrio 18. ‘Ik sprak niet met ze omdat ik ze haat. Ik had het gevoel dat ik daar zat vanwege hen.’ Het was gebruikelijk om gezamenlijk te bidden. ‘Het geloof was onze steun.’ Manuel vertelt dat een van de gevangenen in het bijzonder, een evangelist, voor iedereen bad. ‘De grootste vijand die je hebt als je daarbinnen zit, is de somberte. Je voelt een immense leegte en je wilt gewoon dood.’

    Politieagenten hebben de mogelijkheid om vrijwel iedereen op te sluiten

    Manuel werd eind maart gearresteerd, een paar dagen na het begin van de noodtoestand die nu al een jaar duurt. Volgens hem ging het om een wraakactie van enkele politieagenten. Tijdens de pandemie hadden agenten zijn tienjarige zoon geslagen omdat hij geen persoonsbewijs bij zich had toen hij op straat tortilla’s verkocht. Manuel gaf de agenten aan en een rechter veroordeelde hen. Vervolgens verschenen tien agenten bij zijn huis met een arrestatiebevel. Diezelfde dag begonnen de mishandelingen, die duurden ‘tot ze zich begonnen te vervelen’. Hij had twee gebroken ribben. Maar Manuel, een administratief medewerker die tot aan zijn arrestatie op een kantoor werkte waar hij Excel-documenten invulde en fotokopieën maakte, is nog het meest gekwetst doordat hij door de pers werd voorgesteld als een bendelid dat zich schuldig zou hebben gemaakt aan afpersing, moord en lidmaatschap van een terroristische organisatie.

    De operatie van Bukele beoogt het geweld terug te dringen en de bendes te ontmantelen. Maar dit proces gaat niet alleen gepaard met beschuldigingen van mensenrechtenschendingen, maar ook met toenemende gebrek aan transparantie. Volgens een telling eind januari door de minister van Justitie en Veiligheid, Gustavo Villatoro, zijn bijna 63.000 mensen gearresteerd. Dat is geen willekeurig aantal; het komt overeen met het geschatte aantal bendeleden in dit land met slechts zes miljoen inwoners.

    Kritische politieagenten hebben bekendgemaakt dat ze sinds het begin van de noodtoestand quota opgelegd krijgen om het symbolische aantal arrestaties te bereiken waar de president voortdurend naar verwijst. Van het totale aantal gevangenen is volgens de president zelf 5 procent weer vrijgelaten. Mensenrechtenorganisaties in het land hekelen het feit dat van nauwelijks een derde van de gedetineerden bewezen is dat ze banden hebben met bendes. Bovendien worden strafbare feiten, zoals lidmaatschap van een ‘terroristische organisatie’, zo ruim en onnauwkeurig omschreven dat ze de mogelijkheid bieden om vrijwel iedereen op te sluiten.

    Hoopvol

    Dolores Almendares, die eveneens met El País sprak, werd op 6 mei vorig jaar door vijf politieagenten gearresteerd op beschuldiging van afpersing. ‘Ze vertelden me dat mijn kinderen “huur” ophaalden bij bedrijven en dat ik dat geld incasseerde,’ vertelt de gemeentelijke bode uit Cuscatancingo, een stad ten noorden van San Salvador. Ze kreeg een akte voorgelegd met daarin de beschuldigingen, maar weigerde te ondertekenen omdat ‘ze geen bewijs hadden’. Ze vroeg om een advocaat, maar ook zij kreeg geen enkele juridische bijstand gedurende de vijf maanden dat ze gevangenzat. Dolores, die lid is van een vakbond, vermoedt dat ze eigenlijk werd gearresteerd omdat ze verschillende stakingen voor betere werkkleding en hogere lonen organiseerde.

    Eenmaal op het politiebureau werd ze in de cel geplaatst met ‘meisjes van bedenkelijk allooi. Sommigen hadden MS op hun voorhoofd getatoeëerd’. Ze zegt dat ze niet bang was omdat ze ‘daar nooit bij hoorde’. Net als Manuel besloot ze niet met de andere gedetineerden te praten, want ‘stilte levert je wat op, terwijl je door te praten juist iets kunt verliezen’. Ze herinnert zich dat een politieman tijdens de eerste nacht tegen haar zei: ‘Nu zijn jullie het doelwit. Ik kan jullie nu neerschieten en zeggen dat jullie wilden ontsnappen.’

    Ze schat dat er meer dan achthonderd vrouwen opeengepakt sliepen op de betonnen vloer

    Tijdens haar eerste dag in de Ilopango-gevangenis, op een half uur van de hoofdstad, werd ze samen met andere gevangenen op een rij gezet. Ze werd uitgekleed, moest samen met twintig andere vrouwen in een ton op de binnenplaats baden en vervolgens moest ze door een scanner. Daarna werd ze in haar genitaliën gekeken ‘om te zien of ik drugs of iets dergelijks bij me droeg, denk ik’. Dolores bracht tweeëntwintig dagen door in een ruimte van 150 vierkante meter met een blikken dak en wanden van geperforeerd metaal. Ze schat dat er meer dan achthonderd vrouwen opeengepakt sliepen op de betonnen vloer, ieder met het hoofd tegen de voeten van een ander. Het toilet was een emmer en de douche een slang. Het eten bestond uit ‘gedroogde bonenpasta’.

    Een van de gevangenen, ‘een meisje genaamd Esmeralda’, had onder aan haar nek een tatoeage van het symbool voor oneindigheid. Dolores herinnert zich dat ‘Esmeralda moest overgeven van alles wat ze te eten kreeg. Ze leed ook aan diarree en is uiteindelijk aan uitdroging gestorven.’ Toen ze het bewustzijn verloor, moest ze door verschillende gevangenen worden gedragen ‘omdat ze zo zwaar was’. Vervolgens werd ze meegenomen door de politie en is ze nooit meer gezien. ‘Ze vertelden ons dat ze onderweg naar het ziekenhuis is overleden.’

    Mensenrechtenorganisaties hekelen het feit dat de autoriteiten de dood van gevangenen niet melden. Er zijn zelfs verhalen dat families de lichamen van hun gedetineerde familieleden in een massagraf aantroffen.

    Dolores bracht nog drie maanden door in de gevangenis van Apanteos, anderhalf uur buiten de hoofdstad. ‘Daar werden we iets beter behandeld. We mochten een uur naar buiten op de binnenplaats, ze gaven ons drie maaltijden en soms kwamen er priesters langs.’ Tijdens haar verblijf in de gevangenis waren er twee onlinehoorzittingen. Er waren geen getuigen of advocaten aanwezig.

    Half september werd ze vrijgelaten. Ze moet zich om de twee weken op het politiebureau melden. Haar proces staat gepland voor 8 december, maar haar advocaat vertelde haar iets wat haar voorzichtig enige hoop geeft: ‘Als de noodtoestand voor die tijd wordt beëindigd, zullen degenen die weg mochten uit de gevangenis, helemaal vrij zijn.’

    Lees ook:

  • De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De Salvadoraanse president wordt vanwege zijn harde optreden tegen bendegeweld ervan beschuldigd de mensenrechten te schenden en de democratie af te breken. Maar in de regio is zijn mano dura-aanpak voor velen een voorbeeld.

    Volgens critici heeft Nayib Bukele, de president van El Salvador, zich ontwikkeld tot een meedogenloze hardliner, die eerlijke rechtsgang en andere civiele bescherming met voeten treedt. Maar in Latijns-Amerika heeft hij met zijn gemilitariseerde optreden tegen bendes een fanclub verworven die maar blijft groeien. Prominente politici en doorsneeburgers tonen bewondering voor zijn beleid. Niet alleen in aangrenzende landen, maar ook in het verder gelegen Peru en Chili. Ze wensen dat hun eigen land een soortgelijke aanpak volgt.

    Na de mano dura – de aanpak met harde hand die escaleerde toen Bukele afgelopen maart de uitzonderingstoestand afkondigde – is het aantal moorden in El Salvador teruggedrongen en keerde relatieve veiligheid terug in steden en dorpen die jarenlang door geweld werden geteisterd. Maar daarmee is ook het recht op een eerlijk proces nagenoeg verdwenen voor degenen die ervan worden beschuldigd lid van een bende te zijn. Ongeveer zestigduizend Salvadoranen werden in minder dan een jaar tijd gevangengezet. De regering van Bukele werd het doelwit van berispingen en sancties van de VS en is door mensenrechtenorganisaties veroordeeld. Maar in veel delen van Latijns-Amerika zijn de reacties een stuk positiever.

    Bukele is bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land

    In het door geweld geteisterde Guatemala en Honduras hielden burgers pro-Bukele-demonstraties en tijdens het bezoek van de Salvadoraanse president aan die landen werd hij toegejuicht. De minister van Veiligheid van Costa Rica, Jorge Torres, riep zijn regering op om Bukele na te volgen. Rodolfo Hernández, de bij de presidentsverkiezingen van Colombia nipt werd verslagen, reisde vóór de verkiezingen af naar San Salvador, om het beleid van Bukele uit eerste hand te observeren. Rafael López Aliaga, burgemeester van de Peruaanse hoofdstad Lima en rechtse presidentskandidaat, beloofde een ‘Bukele-strategie’ om de stedelijke criminaliteit aan te pakken. Zelfs in het verre Chili, waar de criminaliteit sterk toeneemt, waren pro-Bukele-demonstraties een veelbesproken onderwerp op sociale media.

    Critici van Bukele in Latijns-Amerika daarentegen zijn opmerkelijk dun gezaaid. De Ecuadoriaanse president Guillermo Lasso, die door critici onder druk werd gezet om zich uit te spreken over de verslechterende veiligheidssituatie in eigen land, vond dat Bukele te ver was gegaan. Hij klonk als een roepende in de woestijn. Niet zo gek, want een recente opiniepeiling laat zien dat Bukele bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land.

    Weldoener

    De soft power van Bukele – ongewoon voor een president van zo’n klein land – is de vrucht van jarenlange diplomatieke arbeid. Al voordat hij in 2019 president werd gaf hij aan dat hij de banden met zijn buurlanden wilde aanhalen, maar zijn echte kans kwam daarna. Het lanceerplatform werd de pandemie, die de doodsklok luidde voor zittende presidenten in de hele regio.

    Om zijn internationale imago te promoten profiteerde hij van de relatief doeltreffende – zij het draconische – reactie van zijn regering op de pandemie. In mei 2021 schonk zijn land 34.000 vaccins aan juichende menigtes in Honduras, waar een tekort was ontstaan door corruptie en incompetentie. Nadat verwoestende orkanen de regio troffen, stuurde zijn regering ook medische noodhulp naar Honduras en Guatemala en bood zij aan om Nicaraguaanse artsen in dienst te nemen die waren ontslagen omdat ze kritiek hadden geuit op de dictatuur van Daniel Ortega. Net als zijn jeugdidool Hugo Chávez lapte Bukele de presidentstermijnen aan zijn laars en zuiverde hij de rechterlijke macht in eigen land. Ondertussen cultiveerde hij het imago van weldoener in het buitenland, om zijn regering te beschermen tegen kritiek.

    In 2023 lijkt Bukele dat script te herhalen, alleen exporteert hij nu zijn veiligheidsbeleid. De Salvadoraanse minister van Veiligheid, Gustavo Villatoro, vertelde eind vorig jaar aan de Hondurese El Heraldo dat de Salvadoraanse autoriteiten sinds afgelopen maart regelmatig bijeenkomen met hun Guatemalteekse en Hondurese collega’s om informatie uit te wisselen over het gaan en staan van verdachte bendeleden die de grens oversteken. Een bendeleider die werd gezocht voor een reeks moorden werd in december door Guatemala overgedragen aan El Salvador, en de Hondurese president Xiomara Castro stuurde militaire politie naar de grens met El Salvador om te voorkomen dat verdachte criminelen die zouden oversteken. ‘Wat we in El Salvador hebben bereikt, is haalbaar voor alle landen,’ zei Villatoro na een bijeenkomst in februari waar de ministers van Veiligheid van Mexico, de Dominicaanse Republiek en verschillende Centraal-Amerikaanse landen besloten tot coördinatie van hun strategie tegen bendes.

    De trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador zouden Bukele de wind uit de zeilen kunnen nemen

    Ideologie lijkt niet te bepalen welke buitenlandse volgelingen zich aansluiten bij Bukele. Castro, die als links politicus campagne voerde met de bedoeling het misbruik door de veiligheidstroepen van Honduras aan banden te leggen, noemde Bukele een lichtend voorbeeld. Castro heeft in zestien van de achttien departementen van het land de permanente uitzonderingstoestand uitgeroepen – massale aanhoudingen laten nog op zich wachten. De conservatieve Zury Ríos, waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze dit jaar de aan kop zal gaan bij de presidentsverkiezingen in Guatemala, prijst op sociale media het veiligheidsbeleid van Bukele en heeft banden gesmeed met zijn getrouwen.

    Porfirio Chica, een Salvadoraanse mediastrateeg die nauw heeft samengewerkt met Bukele, vertelde Americas Quarterly dat Ríos hem tweemaal heeft geraadpleegd over de politieke strategie in het kader van de komende verkiezingen. Hij merkt daarbij op dat Bukele de soevereiniteit van zijn buren altijd strikt heeft gerespecteerd. De invloed van het veiligheidsbeleid van Bukele reikt nog veel verder. In januari verklaarde de Salvadoraanse vicepresident Félix Ulloa dat regeringsambtenaren een ontmoeting hadden met de Haïtiaanse premier Ariel Henry. Hij wil in Port-au-Prince een agentschap vestigen om een strategie te ontwikkelen tegen bendes in Haïti.

    De ideeën en retoriek van Bukele verspreiden zich nog steeds snel, maar het is niet duidelijk hoe ver hun invloed werkelijk reikt. Verschillende krachten zouden hem de wind uit de zeilen kunnen nemen – bijvoorbeeld de trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador. Het IMF voorspelt dat deze tegen 2027 – mede gevoed door de dure campagne tegen bendegeweld en de populistische economische hervormingen – 97,5 procent van het bbp zal bedragen. De regering zal de uitgaven moeten beperken, want dat politie en soldaten gratis gaan patrouilleren, is onwaarschijnlijk.

    Diversiteit

    De diversiteit van Midden-Amerika, die voor landen al vaker een sta-in-de-weg is geweest om onderling te integreren, is een ander potentieel obstakel. De regeringen in Guatemala en Honduras hebben te maken met een groter, geografisch diverser gebied en met andere betrokken maatschappelijke organisaties. Die zien het waarschijnlijk niet zitten om de agressievere handhavingsmethode van Bukele te kopiëren. In Costa Rica, en wellicht ook in de Dominicaanse Republiek en Panama, kan het relatief sterke rechtssysteem een rem zijn, als daar de aanpak van Bukele wordt geïmiteerd. Ook burgers zelf kunnen zich ertegen verzetten. Bukele heeft zich weliswaar gepresenteerd als een moderne Francisco Morazán – de negentiende-eeuwse onafhankelijkheidsstrijder die een groot deel van Midden-Amerika verenigd wilde houden – voor anderen doet hij juist denken aan Operatie Condor.

    De zoektocht van Bukele naar soft power in Latijns-Amerika is vooralsnog te succesvol om hem nu al af te schrijven. Gewelddadige criminaliteit, de voedingsbodem voor zijn soort beleid, is vrijwel overal in Latijns-Amerika een groot probleem. Zowel burgers van Chili en Ecuador, waar het altijd rustig is geweest, als die van chronisch gewelddadige landen zoals Haïti, Honduras en Colombia, hebben conventioneel veiligheidsbeleid al te vaak zien mislukken. Voor velen is de aantrekkingskracht van Bukele juist zijn radicale aanpak van misdaad. Mano dura-presidenten in de regio die hem voorgingen – zoals Antonio Saca van El Salvador of Otto Perez Molina van Guatemala – lijken vergeleken met hem voorzichtig en gezagsgetrouw. Vooralsnog nemen de ambtsgenoten van Bukele er nota van.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-gebeurt-er-allemaal-in-el-salvador/
  • Zo schuift Nayib Bukele de mensenrechten in El Salvador aan de kant

    Zo schuift Nayib Bukele de mensenrechten in El Salvador aan de kant

    Carlos Pérez Ricart van het CIDE, de Commissie voor Waarheidsvinding en Historische Opheldering, vraagt zich hardop af hoe ver de staat mag gaan om de geweldscrisis het hoofd te bieden. ‘Is Bukele het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur?’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werd Nayib Bukele met duidelijke cijfers herkozen als president van El Salvador. Hij is in eigen land uiterst populair vanwege zijn meedogenloze strijd tegen de bendes die de bevolking voorheen terroriseerden. Buiten El Salvador is zijn imago wat minder rooskleurig: sinds hij in maart 2022 de noodtoestand heeft uitgeroepen om het bendegeweld aan te pakken, zijn willekeurige arrestaties, martelingen en het doden van gevangenen aan de orde van de dag.

    In dit artikel van Sinembargo van april 2022 legt Carlos Pérez Ricart van het CIDE, de Commissie voor Waarheidsvinding en Historische Opheldering, uit wat de opkomst van leiders zoals Bukele betekent. ‘Wat er in El Salvador gebeurt, lijkt niet zozeer een erfenis van het verleden, maar een beeld van wat ons in de toekomst te wachten staat.’ 

    Op het Twitteraccount van de president is een fotoverzameling te vinden: honderden afbeeldingen van getatoeëerde mannen. Allemaal zonder hemd en met vastgebonden handen; niemand die lacht. Sommigen staan met hun gezicht naar de muur, anderen kijken strak in de camera. Van de meesten zien we amper hoe hun rug zich ongemakkelijk kromt naar de knieën. Het zijn gevangenen; ze zijn zojuist gearresteerd. Op hun lichaam zie je de sporen van de klappen en zweepslagen die hun zijn toegediend: door het leven en door de politie.

    De video’s op het Twitteraccount van de president zijn nog schokkender: personen die lange tijd gehurkt moeten staan in afwachting van hun beurt om te worden kaalgeschoren, kennelijke oproerkraaiers, in een kleine ruimte opeengepakt. Er staan summiere aanduidingen bij de beelden, 280 lettertekens, die niet voldoende zijn om de vreselijke hitte, de strontlucht en het zweet waarmee de opsluiting gepaard gaan te beschrijven. 

    Op het Twitteraccount wordt ‘de oorlog verklaard aan de gangsters’

    Het gaat hier om het Twitteraccount van de populairste president van Latijns-Amerika, Nayib Bukele, de opperbevelhebber van het leger van El Salvador. Op het account wordt ‘de oorlog verklaard aan de gangsters’ en de ‘noodtoestand’ uitgeroepen in het kleinste land van Midden-Amerika. Het gaat hier om het drukst bezochte account over Latijns-Amerikaanse politiek, waar honderden aspirant-tirannen op het hele continent zich met bewondering aan vergapen. 

    De tweets van de laatste week geven een inkijkje in de relatie tussen Bukele en de bendes in zijn land. Niet dat ze het hele verhaal vertellen, daarvoor is een bezoek aan het kranten- en tijdschriftenarchief nodig. Nauwelijks kwam Bukele in juni 2019 aan de macht of hij begon een reeks geheime onderhandelingen met drie van de belangrijkste straatbendes (maras) van het land, de Mara Salvatrucha-1, Barrio 18 Revolucionario en Barrio 18 Sureños, berucht om hun tatoeëringen. Bukele beloofde verbetering van de gevangenisomstandigheden van de bendeleiders in ruil voor de toezegging dat hun criminele cellen het aantal moorden terug zouden brengen en dat ze de partij van de president electoraal zouden steunen. 

    De regering heeft het bestaan van zulke onderhandelingen altijd ten stelligste ontkend; niettemin is er een flink aantal door de nieuwssite El Faro opgeduikelde geluidsopnames, foto’s, geschriften en getuigenissen die onze bewering staven.

    Akkoorden

    Het werkte. De akkoorden tussen de regering van El Salvador en de straatbendes vormen de meest voor de hand liggende verklaring voor de daling van het aantal moorden in het land. Werden er voor de wapenstilstand gemiddeld tien mensen per dag vermoord, de laatste maanden staat het cijfer op iets minder dan drie. Een enorm succes voor een land dat tot voor kort werd beschouwd als het gewelddadigste ter wereld.

    Zoals dat meestal gaat met dit soort experimenten functioneerde het pact… tot het ophield te functioneren.

    Op zaterdag 26 maart werden er zestig moorden gepleegd in El Salvador. Volgens de eerste artikelen die hierover beginnen te verschijnen bereikte duizenden gangstergroeperingen in alle hoeken en gaten van El Salvador hetzelfde bevel. De boodschap bestond uit één enkel woord: ‘Adelante’ (Voorwaarts). Het was het begin van wat uiteindelijk zal worden aangeduid als de gewelddadigste dag uit de moderne geschiedenis van het land (en dat wil wat zeggen).

    Wat ging er mis? Was de regering een van haar beloftes niet nagekomen? Werd de wapenstilstand opgeheven en is wat wij het weekend van 26 maart hebben gezien slechts een voorproefje van een criminele explosie zonder weerga? We weten het niet. Uit de eerste berichten valt in ieder geval op te maken dat de meeste slachtoffers toevallige passanten waren: bakkers, kooplieden, surfers. De stop die een poos op de moorden had gezeten is er weer af. 

    Nayib Bukele

    President Nayib Bukele van El Salvador is een spektakelpoliticus die graag zijn toevlucht zoekt tot ophef en grilligheden. Dat zie je wel vaker bij naar autocratie neigende leiders: veel aandacht voor het imago.

    Presidente Bukele cropped

    In dat licht moet waarschijnlijk ook de videoboodschap worden gezien die hij op 5 juni 2021 overbracht tijdens een conferentie in Miami over cryptocurrencies en bitcoin. ‘Mijn naam is Nayib Bukele, ik ben de president van El Salvador,’ begon hij. Vervolgens legde hij in het Engels uit dat mensen vaker hun lot in eigen hand moeten nemen en dat hij daarom bitcoin tot officiële munteenheid van zijn land zou maken. ‘Welkom in de toekomst.’ 

    El Salvador, het armste land van Latijns-Amerika, bekend om zijn koffie en de hoogste moordcijfers ter wereld. Een land waar zeventig procent van de inwoners niet eens een bankrekening heeft. Dat zou opeens voorop gaan lopen in de financiële revolutie? 

    Bukele liet er echter geen gras over groeien. Kort na zijn videotoespraak nam het Salvadoraanse parlement met een versnelde procedure een nieuwe wet aan, en sinds een half jaar is bitcoin nu het officiële betaalmiddel, naast de Amerikaanse dollar, die in 2001 als nationale munt werd ingevoerd. 

    Iedereen die dat wil, zou zijn boodschappen of belastingen nu moeten kunnen betalen met bitcoin. De regering belooft zoveel nieuwe banen en investeringen dat er een aparte stad voor gebouwd zal moeten worden: Bitcoin City. En ze gaan natuurlijk zelf ook cryptomunten minen, met computers die worden aangedreven door groene geothermische energie, afkomstig uit vulkanen.

    Maar het slaat allemaal nog niet echt aan. Veel Salvadoranen zijn ontevreden over de bitcoinwet en ze beschuldigen Bukele van gokken met staatsmiddelen. Toen de overheid geldautomaten liet neerzetten waar je dollars en bitcoins kunt wisselen, staken demonstranten ze in brand. Sindsdien staan er zwaarbewapende soldaten naast. Digitaal betalen in het land lukt vooralsnog bijna nergens.

    Noodtoestand

    Bukele’s reactie – een mengeling van geschiedschrijving via de media en harde hand – liet niet op zich wachten. Diezelfde 26 maart nog, om acht uur ’s avonds, gaf hij op eigen gezag de Nationale Assemblee bevel in het hele land de noodtoestand af te kondigen. Een paar uur later al waren de eerste individuele basisrechten (het recht op vrijheid van meningsuiting en op samenscholing) opgeschort. De dagen erna werd een reeks hervormingen goedgekeurd die de politie de bevoegdheid gaven om zonder gerechtelijke toestemming telefoons af te tappen en de termijn dat iemand zonder voor de rechter te zijn geleid kan worden vastgehouden te verlengen van drie naar vijftien dagen. Andere maatregelen waren het instellen van gevangenisstraffen tot wel zestig jaar voor bendeleden en de mogelijkheid minderjarigen tot wel tien jaar van hun vrijheid te beroven. Er werd een raad van anonieme rechters ingesteld om deze gevallen af te handelen, een constructie die de weg vrijmaakt voor allerhande vormen van misbruik. 

    Alle nieuwe maatregelen gingen vergezeld van dreigementen aan het adres van rechters die ‘delinquenten bevoordelen’ met hun vonnissen en die de politie ‘niet hun werk laten doen’. Slachtoffers van de theatrale vertoning van Bukele waren ook de ngo’s die ‘angelitos’ (engeltjes) ‘beschermen’ en ‘romantisch afschilderen’ en zelfs het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten, een orgaan dat ‘bendeleden verdedigt’ en waaruit Bukele nu heeft gedreigd zich terug te trekken.

    ‘Ik zweer bij God dat ze geen hap rijst meer krijgen, en dan eens kijken hoelang ze het volhouden’

    Wat volgde was het verbale geweld op Twitter: dreigementen om de maaltijden in de gevangenissen te schrappen (‘Ik zweer bij God dat ze geen hap rijst meer krijgen, en dan eens kijken hoelang ze het volhouden’), geen sanitaire benodigdheden meer te verstrekken, de opdracht om leden van vijandige bendes in dezelfde cel te stoppen. ‘Ze zullen op de grond slapen en ze zullen zelf het leed ondergaan dat zij het volk hebben aangedaan,’ aldus Bukele. Toen de noodtoestand negen dagen van kracht was meldde de regering de arrestatie van bijna zesduizend vermeende bendeleden. Het gaat om massa-arrestaties, waarbij het er niet toe doet of er belastend bewijs is. 

    Het is moeilijk te voorspellen hoe dit zal aflopen. Zoals meestal het geval is met dit soort ontwikkelingen die in het teken staan van improvisatie en machtsmisbruik, roepen ze meer vragen dan antwoorden op.

    Voorbeeldfunctie  

    Mag de staat zijn voorbeeldfunctie opgeven om een crisis van deze omvang het hoofd te bieden? Stel dat de middelen effectief zijn, dan nog kun je je afvragen wat de prijs is als staatsinstellingen de gewelddadige praktijken van degenen die zij vervolgen overnemen. Hoeveel jaar achteruitgang betekent dit voorstel van de president van El Salvador wel niet? Wat kunnen de pers, de oppositie en de rest van de bevolking van de staat verwachten als met zo veel gemak de individuele vrijheden opzij worden geschoven? 

    Vanuit een ruimer perspectief bezien: loopt El Salvador voorop met een politiek programma dat de mensenrechten negeert en een beleid bepleit waarin de onafhankelijkheid van de rechtspraak met voeten wordt getreden? Is dat niet – met wat kleine veranderingen – dezelfde weg die Guatemala nu gaat?

    Hebben we hier te maken met het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur?

    Tot slot moeten we serieus stilstaan bij de vraag wat het leiderschap van Bukele inhoudt. Hebben we hier te maken met het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur? In hoeverre is het onvermogen van de regeringen in deze regio om een structurele oplossing te vinden voor de geweldsproblematiek de reden van het echec? Er is geen keus: of we beginnen eindelijk te zoeken naar een samenhangend antwoord op deze vragen, of we zijn gedoemd op dit heilloze pad verder te gaan.

    Het is de hoogste tijd om het te hebben over wat nu in El Salvador aan de hand is. We moeten dat kleine land goed onder de loep nemen, want wat daar gebeurt lijkt niet zozeer een erfenis van het verleden – een typisch teken van onderontwikkeling –, maar een beeld van wat ons in de toekomst te wachten staat. Een heel somber beeld. 

    Lees ook: