Tag: Nieuws uit Syrië

  • Syrië zet geen gezichten meer op bankbiljetten

    Syrië zet geen gezichten meer op bankbiljetten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: artiesten annuleren optredens in Kennedy Center wegens naamswijziging

    » President Colombia: ‘VS hebben cocaïnefabriek in Venezuela gebombardeerd’

    Het land wil afscheid nemen van de persoonlijkheidscultus

    ‘Geen gezichten, geen plaatsen’, kopt The National over de nieuwe Syrische bankbiljetten, in Damascus gepresenteerd door president Ahmed El-Charaa. Deze zullen de oude biljetten vanaf 1 januari geleidelijk vervangen. Op het biljet van 50 pond staan ​​sinaasappels, op dat van 200 pond olijven en op dat van 500 pond tarwe.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op de oude bankbiljetten stonden onder andere Bashar al-Assad, zijn vader en diverse monumenten afgebeeld. De wijziging vindt plaats in het kader van de wederopbouw van de Syrische economie. Het ontwerp van de nieuwe bankbiljetten is ‘een uiting van een nieuwe identiteit en een breuk met de persoonsverheerlijking’, aldus Ahmed El-Charaa.

  • Moet de Syrische ruïnestad Palmyra worden herbouwd? 

    Moet de Syrische ruïnestad Palmyra worden herbouwd? 

    Eind maart 2016 werd de stad Palmyra door het Syrische regeringsleger heroverd op Islamitische Staat (IS). De terreurbeweging had de stad geplunderd en veel religieuze bouwwerken en erfgoed vernietigd omdat deze in haar ogen afgoderij waren. Nu, negen jaar later, is dictator Bashar al-Assad verdreven en zit Syrië in een fase van wederopbouw. Moet Palmyra ook worden herbouwd? 

    Ja: ‘Duistere krachten mogen niet bepalen wat wij over ons verleden mogen weten’

    Simon Jenkins, columnist bij The Guardian, schreef in een column op 29 maart 2016 dat ‘voor degenen die Palmyra in al haar vroegere glorie hebben gekend, de herovering een ware opluchting is. Maar de stofwolken zijn nauwelijks neergedaald in de Syrische woestijn, of er arriveren al nieuwe groepen archeologen op het toneel, op zoek naar antwoorden: in hoeverre moeten we herstellen wat is verwoest? Met welke middelen? Wie is daarvoor verantwoordelijk? Hoort Palmyra bij de wereld of bij Syrië?’ 

    Aan bereidwilligheid om de stad te herbouwen was in ieder geval geen gebrek. Zo vertrok de directeur-generaal van Oudheden en Musea van Syrië, professor Maamoun Abdulkarim, eind maart 2016 al naar Palmyra om de omvang van de schade op te nemen en zich in te zetten voor de wederopbouw van de plek waar hij zo veel van hield. Rusland, de weldoener en belangrijkste bondgenoot van het land, vergeleek de wederopbouw van Palmyra met die van Leningrad na de Tweede Wereldoorlog. In Italië promootte de voormalige minister van Cultuur Francesco Rutelli het ambitieuze idee om 3D-printing te gebruiken om in puin gevallen tempels te herbouwen. Ook andere partijen uit de private sector boden hun hulp aan.

    Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Raad van Europa een geheel nieuwe ideologie over erfgoed, aldus Jenkins. De heersende opvatting was nu dat verwoest erfgoed onveranderd bewaard moest blijven. ‘In het victoriaanse tijdperk hebben we herbouwd. Maar in de twintigste eeuw moest ieder getuigenis van de destructieve impulsen van de mensheid worden bevroren in een herdenkingsmonument. De romantische ruïnecultus herleefde in de vorm van een boetefetisjisme.’ 

    Na de Tweede Wereldoorlog werd de heersende opvatting dat verwoest erfgoed onveranderd bewaard moest blijven

    Mogelijk zullen de verwoestingen die IS in Irak en Syrië heeft aangericht deze kijk op erfgoed veranderen, schrijft Jenkins. Hij vindt dat we duistere krachten niet mogen laten bepalen wat wij over ons verleden mogen weten. Bovendien beschikken we over technieken zoals 3D-printen, waarmee we eeuwenoude ruïnes weer tot leven kunnen wekken, net zoals we met fotografie mensen kunnen vereeuwigen en meesterwerken voor een breed publiek toegankelijk kunnen maken. ‘Natuurlijk blijven het kopieën. Ze missen authenticiteit. Maar is dat zo belangrijk?’ vraagt hij zich af.  

    Bovendien is er volgens hem nog een factor in het spel: de morele verantwoordelijkheid die het Westen draagt voor de militaire en politieke catastrofe in het Midden-Oosten, die de verplichting tot reparatie onvermijdelijk maakt. ‘Op dit moment verwoesten onze gevechtsvliegtuigen en die van Saoedi-Arabië de oude Arabische stad Sanaa in Jemen. Drones en bommenwerpers vallen IS-doelen aan in Noord-Libië.’ Palmyra herbouwen zou een manier zijn ‘om vast te leggen en te bewaren wat onze eigen strijdkrachten in navolging van IS vernietigen’, aldus Jenkins. 


    Nee: ‘Reconstructie kan een vertekend beeld van de stad neerzetten’

    Jonathan Jones, kunstrecensent en eveneens werkzaam bij The Guardian, is stellig van mening dat Palmyra niet mag worden herbouwd. ‘Ze mag geen replica worden van haar vroegere glorie. We moeten tact en eerlijkheid aan de dag leggen om te behouden wat er nog over is van deze oude stad – gelukkig veel meer dan we vreesden – na de verwoesting door IS,’ schreef hij in een opiniestuk op 11 april 2016.  

    Reeds voordat IS in 2015 de Syrische stad innam, was ze geliefd bij archeologen, historici en kenners van de klassieke oudheid. Door enkele van haar juweeltjes met explosieven te vernietigen en de pracht en praal van de stad met zijn wreedheden te ontsieren, droeg IS op beestachtige wijze bij aan de verspreiding van de roem van Palmyra, aldus Jones. 

    Hij verwacht dat toeristen massaal naar de ruïnestad zullen komen als de oorlog in Syrië voorbij is. ‘En wat zullen ze vinden? Ruïnes, natuurlijk. Palmyra lag vóór de bezetting door IS al in puin (…) Dat hoort bij de aard van oude steden. Mycene, Machu Picchu, Rome en het Forum Romanum: geen van deze locaties verkeert nog in perfecte staat. Hun poëzie ligt in de littekens die de tijd, de natuur en de geschiedenis er hebben achtergelaten.’ 

    ‘We moeten tact en eerlijkheid aan de dag leggen om te behouden wat er nog over is van deze oude stad’

    Het is ook weer niet zo dat Palmyra één grote woestijn is. Zo beschikt de stad over bijzonder goed bewaarde oude gebouwen, schrijft Jones. ‘De Tempel van Bel is een indrukwekkend overblijfsel van de oude religie van de stad. Sinds IS het gebouw in 2015 opblies, zijn er nog maar twee pilaren en een omlijsting van de ingang over. Ook een triomfboog ter ere van de Romeinse keizer Septimius Severus had de tand des tijds doorstaan, totdat deze in oktober 2015 op brute wijze werd verwoest.’ 

    De kunstrecensent begrijpt dat archeologen zich de vraag stellen hoe we deze verschrikkelijke verliezen kunnen verhelpen. Toch vraagt hij zich sterk af of deze aanpak de juiste is. ‘Restaureren is een delicate kunst en het verantwoord bewaren van antiquiteiten vereist dat men het definitieve karakter van een verlies accepteert, terwijl reconstructie een vertekend beeld van de stad kan neerzetten.’

    Dat wil niet zeggen dat hij tegen iedere vorm van reconstructie is. ‘Als er voldoende fragmenten van gebouwen en sculpturen in een herkenbare vorm worden gevonden, kunnen delen van gebouwen of zelfs hele structuren worden gereconstrueerd. Dat zou geweldig zijn. Aan de andere kant zou het eerlijker zijn om de fragmenten tentoon te stellen in een speciaal daarvoor ingericht museum.’ 

    Jones vindt het niet legitiem om oude monumenten te reconstrueren met moderne materialen om ontbrekende delen te vervangen. Dat zou volgens hem niet mogelijk zijn zonder afbreuk te doen aan de archeologische realiteit. 

    ‘Het zou eerlijker zijn om de fragmenten tentoon te stellen in een speciaal daarvoor ingericht museum’ 

    ‘De harde les die we uit drie eeuwen moderne archeologie kunnen leren, is dat overmatige restauraties het verleden beschadigen. Pompeii werd opgegraven door nauwgezette specialisten die de schilderingen bewaarden zonder ze al te uitgebreid te restaureren en die de Romeinse huizen niet “afmaakten”. Op de vindplaats Knossos op Kreta heeft de Britse archeoloog Arthur Evans daarentegen met zijn arrogante en overmatige restauratie een enorme bende aangericht,’ schrijft hij.

    ‘Het is altijd indrukwekkender om de echte overblijfselen van het verleden te zien, hoe beschadigd ze ook zijn, dan een min of meer getrouwe weergave van het origineel (…) Het zou zeker beter zijn geweest als IS niet had toegeslagen. Maar de geschiedenis heeft anders beslist. De terroristische aanval op Palmyra is geen hersenspinsel. Het is echt gebeurd. Dit drama uit de eenentwintigste eeuw is inmiddels onderdeel van de geschiedenis van Palmyra. Omwille van de waarheid en als ​​les voor de toekomst moet deze realiteit ook bewaard blijven,’ concludeert Jones. 

  • Syrië: rebellenleider Ahmed al-Sharaa benoemd tot interim-president

    Syrië: rebellenleider Ahmed al-Sharaa benoemd tot interim-president

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: conservatieven en extreemrechts nemen anti-immigratiewetsvoorstel aan

    » Verenigde Staten: vliegtuig stort neer in Washington met 64 mensen aan boord

    Syrië staat nu aan het begin van de overgangsperiode

    De nieuwe Syrische autoriteiten kondigden woensdag aan dat Ahmed al-Sharaa, de de facto leider van Syrië die op 8 december de macht greep door Bashar al-Assad omver te werpen, de opdracht had gekregen om een ‘wetgevende raad (…) te vormen voor de overgangsperiode’. Hoelang die periode zal duren werd niet gespecificeerd. Ze kondigden ook de ontbinding aan van het voormalige parlement, van alle gewapende groepen die het offensief tegen het voormalige regime hadden geleid, en van het leger. De Baath-partij, die Syrië meer dan zestig jaar bestuurde, houdt ook op te bestaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Dit is een historische dag’ voor het land, aldus Osama Bin Javaid, correspondent van Al-Jazeera in Damascus. Hij wees erop dat de overgangsperiode die nu begint de weg vrijmaakt voor een opheffing van de sancties die het Westen het vorige regime van Assad heeft opgelegd. Maandag bereikte de Europese Unie overeenstemming over een ‘routekaart’ voor het verlichten van deze sancties, in navolging van Washington, dat tijdelijke verlichting aankondigde om te voorkomen dat basisdiensten zoals de ‘levering van elektriciteit, energie, water, sanitaire voorzieningen’ en humanitaire hulp zouden worden belemmerd.

  • Bashar al-Assad aanwezig op top van Arabische Liga

    Bashar al-Assad aanwezig op top van Arabische Liga

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ontvoerde Australiër in Burkina Faso na zeven jaar vrijgelaten

    » Israël: Gespannen ‘vlaggenmars’ in Jeruzalem

    Syrië is na elf jaar weer toegelaten tot de Arabische Liga

    De Syrische president Bashar al-Assad is donderdag aangekomen in Saoedi-Arabië voor zijn eerste bezoek aan het land sinds het begin van de oorlog in Syrië, meldt Al-Jazeera. Het staatshoofd zal vrijdag de top van de Arabische Liga bijwonen, aangezien Syrië deze maand, na een schorsing van meer dan elf jaar, opnieuw is toegetreden tot het regionale samenwerkingsverbond, aldus de Qatarese tv-zender, die Al-Assads komst ziet als een ‘teken van zijn regionale rehabilitatie’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘De komst van de president naar Saoedi-Arabië, een regionaal zwaargewicht, is het nieuwste voorbeeld van een poging van de meerderheid van de Arabische staten om de banden te herstellen”, aldus Al-Jazeera, die echter opmerkt dat ‘het gastland tijdens de Syrische burgeroorlog ooit een belangrijke supporter was van gewapende oppositiegroepen die de heer Al-Assad omver wilden werpen’.

    Lees ook:

  • Doden en honderden gewonden na nieuwe aardbevingen in Turkije en Syrië

    Doden en honderden gewonden na nieuwe aardbevingen in Turkije en Syrië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bijna de helft van Franse volwassenen is te zwaar

    » Burkina Faso: minstens 51 soldaten gedood bij terreuraanval

    Minstens zes doden bij nieuwe aardbevingen

    Twee zware aardbevingen hebben maandagavond opnieuw het noorden van Syrië en de zuidelijke Turkse provincie Hatay getroffen. Ze hadden een kracht van 6,4 en 5,8 op de schaal van Richter. De verwoestende aardbeving van 6 februari heeft in beide landen meer dan 47.000 mensen het leven gekost. Die had een magnitude van 7,8.

    Volgens de Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Süleyman Soylu, zijn er in Turkije minstens zes doden en meer dan tweehonderd gewonden gevallen. In Syrië zijn in Aleppo zes mensen gewond geraakt, die in paniek probeerden te vluchten, meldt het agentschap Sana. De Syrische reddingsgroep de Witte Helmen verklaart dat er meer dan honderddertig gewonden zijn gevallen in het noorden van het land.

    ‘De mensen zijn in paniek en getraumatiseerd’ door de gebeurtenissen van 6 februari

    ‘De naschokken zullen maanden duren, zelfs jaren. Maar ze nemen met de dag af,’ zei de Turkse geoloog Mehmet Kokum tegen Al Jazeera. Kokum voegde eraan toe dat er sinds 6 februari meer dan vijfduizend naschokken zijn geweest. In Syrië heeft de laatste beving, ‘hoewel hij korter en iets zwakker was [dan eerdere aardbevingen], de bevolking nog meer angst aangejaagd’, vertelde Abdulkafi Al-Hamdo, een oppositielid uit het noorden van het land, aan de Qatarese zender. ‘De mensen zijn in paniek en getraumatiseerd’ door de gebeurtenissen van 6 februari.

    Lees ook:

  • Tijd dringt voor reddingsacties in Turkije en Syrië, dodental blijft oplopen

    Tijd dringt voor reddingsacties in Turkije en Syrië, dodental blijft oplopen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: mens is in staat om gebarentaal van apen te lezen

    » Biden benadrukt resultaten in State of the Union-toespraak

    Dodental stond dinsdagavond op meer dan 7800

    Het dodental van de aardbeving in het zuiden van Turkije blijft stijgen. Dinsdagavond meldde Turkije meer dan 5894 doden, en Syrië meer dan 1932. De beving van maandagnacht had een kracht van 7,8 op de schaal van Richter en werd gevolgd door een sterke naschok enkele uren later.

    ‘Naschokken, ijskoude temperaturen en beschadigde wegen belemmeren reddingspogingen om overlevenden te vinden’, aldus The Guardian, die erop wijst dat ‘de Turkse autoriteiten in tien provincies de noodtoestand hebben uitgeroepen en de Wereldgezondheidsorganisatie heeft gewaarschuwd dat het uiteindelijke dodental meer dan twintigduizend kan bedragen.’

    ‘De pogingen om overlevenden te vinden worden bemoeilijkt door de ijzige omstandigheden’

    Mensen in afgelegen steden in het zuiden van Turkije beschreven hoe de hulpverleners in het grensgebied van meer dan duizend kilometer lang handen en middelen te kort komen. In Noord-Syrië, waar de rebellen aan de macht zijn, ontbreekt het vrijwillige reddingswerkers bijvoorbeeld aan brandstof en andere elementaire voorzieningen die nodig zijn om mensen die nog steeds vastzitten onder het puin te kunnen helpen.

    ‘Een onbekend aantal mensen zit nog steeds vast en de pogingen om overlevenden te vinden worden bemoeilijkt door de ijzige omstandigheden. Ook de slechte internetverbinding en beschadigde wegen tussen enkele van de zwaarst getroffen steden in het zuiden van Turkije hebben de reddingsteams gehinderd’, bericht de Britse krant.

    Lees ook:

  • Meer dan 4300 doden bij aardbeving in Turkije en Syrië

    Meer dan 4300 doden bij aardbeving in Turkije en Syrië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italië verzet zich tegen Ierse waarschuwingen op wijn

    » Zelensky mogelijk deze week op bezoek in Brussel

    Volgens de WHO zou het dodental kunnen verachtvoudigen

    Het dodental in Turkije en Syrië blijft stijgen, meer dan vierentwintig uur na de verwoestende aardbeving. Volgens voorlopige cijfers van maandag 6 februari zijn meer dan 4300 mensen omgekomen door de aardbeving van 7,8 op de schaal van Richter die om 4:17 uur plaatselijke tijd bij de stad Gaziantep (Zuidoost-Turkije) plaatsvond, enkele uren later gevolgd door een sterke naschok.

    In Turkije staat het dodental op 2921, volgens het staatsbureau voor rampenbestrijding (Afad). Het laatste dodental uit Syrië overstijgt de 1400 slachtoffers. De Wereldgezondheidsorganisatie verwacht dat het dodental kan verachtvoudigen, bericht de BBC.

    ‘Reddingswerkers zoeken bij ijzige temperaturen wanhopig in het puin naar overlevenden‘

    ‘In beide landen zijn duizenden gebouwen ingestort, en verschillende video’s tonen het moment waarop ze vielen, terwijl omstanders dekking zochten’, schrijft de BBC. ‘Gebouwen van wel twaalf verdiepingen hoog liggen nu plat, wegen zijn verwoest en er liggen enorme bergen puin zover het oog reikt.’

    In Turkije en Syrië ‘zoeken reddingswerkers bij ijzige temperaturen wanhopig in het puin naar overlevenden‘, met ‘hoofdlampen en schijnwerpers om ’s nachts door te blijven werken’, aldus The New York Times.

    De eerste reddingswerkers uit het buitenland zullen naar verwachting vandaag aankomen. Volgens de Turkse president Recep Tayyip Erdogan hebben vijfenveertig landen – naast de NAVO en de Europese Unie – hulp aangeboden, meldt de Turkse krant Hürriyet.

    Lees ook:

  • ‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon’

    ‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon’

    Vijftig jaar geleden greep Hafez al-Assad de macht in Syrië. Voor de vader van huidig machthebber Bashar al-Assad ging het pad van studentenleider tot dictator niet over rozen. Neue Zürcher Zeitung maakte een portret van de stamvader van de huidige Syrische dictator.

    Toen Hafez al-Assad in 1930 ter wereld kwam in een arm bergdorp bestond het Syrië dat hij later zou regeren nog niet. Met het einde van de Eerste Wereldoorlog was er ook een einde gekomen aan het Ottomaanse rijk, en Parijs en Londen verdeelden het Midden-Oosten onder elkaar. Het Arabische cultuurgebied langs de oostelijke kust van de Middellandse Zee werd opgedeeld. Het zuiden werd het Britse Palestina, waaruit later Israël en Jordanië ontstonden. Ten noorden daarvan splitste Frankrijk de rest van het Ottomaanse Syrië op langs religieuze grenzen: Libanon voor de christenen, de kustgebieden rondom Latakia voor de alawieten en de bergen ten zuiden van Damascus voor de druzen. Een groot deel van de vroegere provincie Aleppo wees Parijs toe aan Turkije. Overbleef het rompstaatje Syrië.

    Assad zal later voor zijn gasten uit het Westen betogen vol verwijt afsteken over de verminking van het grote Syrië. Al op zestienjarige leeftijd sloot hij zich aan bij de juist opgerichte Baath-partij, die de Arabische natie wilde verenigen en vernieuwen (baath betekent ‘wedergeboorte’). Hun ideologen zochten antwoorden op existentiële vragen: welke grenzen moet het vaderland hebben? Hoe kunnen de Arabieren hun rechtmatige positie in de wereld opeisen? En hoe brengen we de oude elite ten val?

     Afbeeldingen van president Hafez al-Assad en zijn zoon bij een VN-controlepost op de Golanhoogvlakte, sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 door Israël tot bezet gebied verklaard. – © Scott Peterson / Liaison / Getty
    Afbeeldingen van president Hafez al-Assad en zijn zoon bij een VN-controlepost op de Golanhoogvlakte, sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 door Israël tot bezet gebied verklaard. – © Scott Peterson / Liaison / Getty

    Subversieve ideeën

    De macht in Syrië was toen in handen van de soennitische bourgeoisie in de grote steden, die de religieuze minderheden minachtte als ‘onvolwaardige Arabieren’. De oprichters van de Baath-partij waren echter afgestudeerd aan de Parijse elite-universiteit de Sorbonne. Zij introduceerden subversieve ideeën zoals secularisme en socialisme in het Midden-Oosten. En die vielen vooral bij de minderheden – alawieten, druzen, ismaëlieten en christenen – in vruchtbare aarde.

    Ook al mocht Assad het westerse imperialisme graag ervanlangs geven, hij en andere alawieten profiteerden indirect van de Franse koloniale tijd. Om de soennitische meerderheid in Syrië te controleren en opstanden te onderdrukken had Parijs bij voorkeur alawieten en bijbehorende andere ‘betrouwbare’ minderheden gerecruteerd voor zijn speciale Levanttroepen. ‘Door de diensttijd bij de Fransen ontstond er een alawitische militaire traditie die beslissend is voor de latere opkomst van de geloofsgemeenschap,’ schrijft historicus Patrick Seale in zijn Assad-biografie.

    Maar de Fransen brachten vooral ook onderwijs in de afgelegen dorpen van de in hoofdzaak alawitische kustgebieden. Onder de Ottomanen was dit ondenkbaar. Zij zagen in de alawieten, wier geloof verwant is met de sjiitische islam, goddeloze ketters. Maar Assad kon nu als een van de eerste kinderen in zijn dorp naar een basisschool, en later naar een gymnasium in Latakia, waar hij tot de besten van zijn klas behoorde.

    De robuust gebouwde Assad was niet alleen een goede leerling. Als jonge partij-activist bewees hij op straat al snel over leiderskwaliteiten te beschikken, en op zijn eenentwintigste werd hij tot voorzitter van de Syrische studentenunie gekozen. Hij en zijn medestrijders deelden pamfletten uit, schreven slogans op de muren en relden tegen de politie en tegen rivaliserende partijgangers, zoals de islamistische Moslimbroeders. ‘De broeders hadden het op Assad gemunt en probeerden meermaals hem een pak slaag te geven,’ schrijft Seale. Eén keer hadden ze hem geïsoleerd en zouden ze hem een mes in de rug gestoken hebben.

    Gevechtspiloot

    Assad wilde eigenlijk medicijnen studeren, maar daarvoor hadden zijn ouders, vooraanstaande boeren in het dorp Kurdaha, geen geld. Daarom ging Assad naar de militaire academie, om gevechtspiloot te worden. Aangezien ook veel andere jongemannen uit achtergestelde bevolkingsgroepen en minderheden deze weg kozen, werd het leger een broedplaats voor revolutionairen die zich tegen de heersende klasse van de soennitische ondernemersfamilies en grootgrondbezitters verzetten. Van de onafhankelijkheid tot de machtsovername door Hafez al-Assad in 1970 beleefde Syrië zestien militaire staatsgrepen, waarvan er negen succes hadden.

    Assads voorbeeld was het Egyptische staatshoofd Gamal Abdel Nasser

    De opkomst van de alawieten begon in 1963 met een door Baath-officieren geleide coup, waaraan ook Assad deelnam. Drie jaar eerder had de jonge luchtmachtofficier met vier kameraden buiten medeweten van de Baath-leiding het Militair Comité opgericht. Twee van hen waren alawieten, twee ismaëlieten, een eveneens met de sjiieten verwante geloofsrichting. Op weg naar de macht schakelden ze eerst hun tegenstanders en vervolgens elkaar uit.

    Assads voorbeeld was het Egyptische staatshoofd Gamal Abdel Nasser. Die bracht in 1952 met zijn vrije officieren de monarchie ten val, ging de confrontatie aan met de westerse grootmachten en zocht toenadering tot de Sovjet-Unie. Vooral de nationalisering van het Suezkanaal in 1956 tegen de Britse en Franse belangen in maakte Nasser tot een held in de hele Arabische wereld. Men verwachtte zo veel van Nasser dat Syrië twee jaar later een unie met Egypte aanging.

    Als kind draagt Hafez al-Assad het portret van zijn vader. – © James Andanson / Getty
    Als kind draagt Hafez al-Assad het portret van zijn vader. – © James Andanson / Getty

    De Verenigde Arabische Republiek (VAR) mislukte echter al gauw omdat Nasser zijn Syrische partners degradeerde tot onderdanen. Hij decimeerde het Syrische officierskorps, ontnam de partijen hun macht en begon socialistische hervormingen door te voeren – hij nationaliseerde onder andere de banken. Daarmee riep hij in Syrië het verzet op van zowel de conservatieve krachten als de linkse Arabische nationalisten. In 1961 maakten conservatieve soennitische officieren uit Damascus een eind aan het verbond met Egypte. Slechts twee jaar later bracht Assads militaire comité samen met overtuigde nasseristen de ‘secessionisten’ weer ten val, waarbij Assad de taak had om Dumair, het steunpunt van de luchtmacht ten oosten van Damascus, onder zijn controle te brengen.

    Een paar weken voor de coup in Damascus had de Iraakse tak van de Baath-partij in februari 1963 de macht overgenomen in Bagdad. Het idee van een pan-Arabische unie tussen Syrië, Irak en Egypte werd serieus besproken, er was zelfs een ontwerp voor een grondwet. Maar Assad en zijn Baath-officieren wensten een Arabische federatie met Egypte op voet van gelijkheid. Omdat dat voor de machtsbewuste Nasser onbespreekbaar was, lanceerde de Egyptische president een propagandacampagne tegen de Baath-partij. Dat was het einde van de pan-Arabische illusies in Damascus: Assads Militair Comité zuiverde het officierskorps van het leger van nasseristen en dwong pro-Egyptische ministers tot aftreden.

    Voor de Baath-officieren leek het nu duidelijk dat ze het leger volledig onder controle moesten hebben om hun regime te stabiliseren. De strijdkrachten moesten niet meer een afspiegeling zijn van het partijenlandschap waarin verschillende fracties met elkaar rivaliseerden, maar een exclusief instrument in dienst van één partij: de Baath. In opdracht van het Militair Comité organiseerde de pas 33-jarige luchtmachtcommandant Assad een hiërarchische partijstructuur binnen het leger en zorgde ervoor dat de sleutelposities werden bezet door loyalisten.

    Terwijl hij zich op de achtergrond geduldig bezighield met de strategische personeelspolitiek, liet Assad de regeringsposten over aan andere leden van het Militair Comité. De alawiet Mohammed Umran werd plaatsvervangend regeringsleider, Salah Jadid – ook een alawiet – klom op tot chef van de generale staf [andere bronnen vermelden dat Salah Jadid een druus was, en niet een alawiet-red]. De rol van staatshoofd werd overgedragen aan de soenniet Amin al-Hafiz, die algauw gold als Syriës sterke man. Later zei Assad echter: ‘Zonder onze toestemming kon hij geen soldaat overplaatsen.’

    Geëlimineerd

    Maar nauwelijks was de Baath aan de macht en had ze haar rivalen geëlimineerd of er ontstonden scheuren tussen de partij en haar militaire vleugel, en ook binnen het Militair Comité. Umran was het niet eens met de meedogenloze manier waarop Hafiz, Jadid en Assad in 1964 een gewapende opstand van de door de lokale zakenwereld gesteunde Moslimbroeders neersloegen. Umran wendde zich daarom tot Michel Aflak, de oprichter en jarenlange secretaris-generaal van de Baath, en verried hem de geheime structuren van het Militair Comité. Om tegen het Militair Comité op te treden verbond de civiele partij-elite zich met generaal Hafiz, die onafhankelijk wilde zijn.

    In februari 1966 kwam het tot een confrontatie tussen de oude Baath-garde rondom de oud-student van de Sorbonne Michel Aflak en het door Jadid aangevoerde Militair Comité. Zwaarbewapende eenheden – waarbij Assads jongere broer Rifaat een van de commandanten was – vielen de residentie van het staatshoofd Hafiz aan, die na lange gevechten moest capituleren. Hafiz, Aflak en andere wegbereiders van het Baathisme gingen in ballingschap. Umran werd in 1972 in het Libanese Tripoli vermoord, kort voor zijn geplande terugkeer naar Syrië.

     Anwar Sadat (links), Muammar Khadaffi (midden), en Hafez al-Assad (rechts), de leiders van respectievelijk Egypte, Libië, en Syrië, zetten hun handtekening onder de oprichting van een gezamenlijke federatie in 1971. - © Bettmann / Getty
    Anwar Sadat (links), Muammar Khadaffi (midden), en Hafez al-Assad (rechts), de leiders van respectievelijk Egypte, Libië, en Syrië, zetten hun handtekening onder de oprichting van een gezamenlijke federatie in 1971. – © Bettmann / Getty

    Defensieminister

    Na de coup werd Assad minister van Defensie, maar al gauw beleefde hij een paar van zijn zwartste en leerzaamste dagen. Verzwakt door de eindeloze interne machtsstrijd had het Syrische leger in de Zesdaagse oorlog van 1967 op de Golanhoogten niets in te brengen tegen Israël. In de nasleep liep de spanning met Jadid op. ‘Assad was bereid samen te werken met alle Arabische staten, ook de zogenaamd reactionaire monarchieën Jordanië en Saoedi-Arabië, om een sterke positie tegenover Israël te verwerven,’ verklaart Syrië-expert Nikolaos van Dam. Voor Jadid kon daar geen sprake van zijn: ‘Zijn mensen wilden zich concentreren op de opbouw van een socialistische staat in Syrië.’

    Terwijl het regime de klassenstrijd streed, rijke families onteigende en hun leden ontsloeg uit overheidsdienst, installeerde Assad als defensieminister zijn mensen op de sleutelposities in het leger. Onder invloed van Jadid onthief het partijcongres Assad van zijn functie. Maar kort daarop, op 13 november 1970, liet de toen 40-jarige Assad zijn tegenspeler bij een vreedzame coup arresteren. Tot zijn dood in 1993 zat Jadid in een gevangenis in Damascus. ‘Dat was het einde van degenen die meenden dat de partij machtiger was dan het leger,’ aldus Van Dam.

    Als Hafez nog had geleefd was het mogelijk niet eens tot een burgeroorlog gekomen in Syrië

    Assad voelde zich sterk genoeg om af te zien van een soennitische stroman voor het hoogste ambt in de staat. In 1973 liet hij zich door een volksraadpleging tot president kiezen. De alleenheerschappij van Assad en zijn door alawieten gecontroleerde veiligheidsdienst verzekerden Syrië decennialang van een voordien onvoorstelbare politieke stabiliteit. Dat hij zich verzoende met de (soennitische) hogere en middenklasse in de steden doordat hij een liberalere economische politiek voerde, droeg daar ook aan bij. ‘Assad was pragmatischer dan alle andere Baath-leiders, geen marxist of leninist,’ zegt de Syrische publicist en activist Ayman Abdel Nur. ‘Hij begreep de gelaagdheid van de samenleving en gaf elke groep iets wat ze graag wilden.’

    Ook in de buitenlandse politiek toonde Assad zich flexibel. Met Sovjet-Russische wapenhulp bouwde hij een leger van 400.000 man op zonder zich aan de communistische doctrine of het dictaat van Moskou te onderwerpen. Hoewel hij zichzelf beschouwde als Arabisch nationalist en reïncarnatie van de intussen gestorven Nasser, ging Assad na de islamitische revolutie van 1979 in Iran een alliantie aan met het anti-Israëlische moellahregime en later met de sjiitische Hezbollah-militie in Libanon. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, zocht Assad toenadering tot het Westen en nam in de Golfoorlog van 1990 deel aan de coalitie tegen de Iraakse dictator Saddam Hoessein.

     Reis van Hafez al-Assad naar Frankrijk in 1976 waar hij wordt verwelkomt door de Franse president Valéry Giscard d'Estaing in aanwezigheid van de echtgenoten van beide mannen. - © Alain Mingam / Getty
    Reis van Hafez al-Assad naar Frankrijk in 1976 waar hij wordt verwelkomt door de Franse president Valéry Giscard d’Estaing in aanwezigheid van de echtgenoten van beide mannen. – © Alain Mingam / Getty

    Burgeroorlog

    Toen Hafez al-Assad in het jaar 2000 stierf, nam zijn jongere zoon Bashar de leiding over. De door Hafez opgebouwde ‘sjiitische as’ van Iran tot Libanon bleek na het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 van levensbelang voor het overleven van het alawitische regime. Maar als Hafez nog had geleefd was het mogelijk niet eens tot een burgeroorlog gekomen, meent Abdel Nur. Het netwerk van de vader was veel uitgebreider dan dat van zijn zoon Bashar. Het omvatte alle religieuze groeperingen en alle belangrijke zakenlieden, in het bijzonder die van Damascus en Aleppo. Ieder kreeg wat hem toekwam. Alleen met hun steun zou het Assad senior in 1982 gelukt zijn de hernieuwde opstand van de Moslimbroeders in Hama neer te slaan. Die slachting kostte wel zo’n 20.000 doden.

    In tegenstelling tot zijn vader kreeg Bashar de macht in de schoot geworpen. De oogarts werd in het jaar 2000 alleen maar opvolger omdat zijn oudere broer Bassel – een parachutist en commandant in de republikeinse garde – bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen. Bashar heeft de erfenis verspeeld, zoals zonen van rijke ouders meestal doen, volgens Abdel Nur: ‘Hij werd te begerig.’ De hele economie werd onder controle gebracht van zijn neef Rami Makhlouf. ‘Daarom zijn de Syriërs geflipt.’

    Maar ondanks alle goede eigenschappen geldt ook voor Hafez al-Assad: ‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon. Maar hij had politieke ervaring.’

    Christian Weisflog

    Neue Zürcher Zeitung
    Zwitserland | dagblad | oplage 111.000

    Een van de oudste kranten ter wereld, opgericht in 1780. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.

    Kader: Misdaden tegen de menselijkheid

    Duitse federale aanklagers onderzoeken sinds november of er voldoende bewijzen bestaan om het regime van president Bashar al-Assad aan te klagen voor misdaden tegen de menselijkheid.

    Die Deutsche Welle en Der Spiegel kregen exclusieve toegang tot getuigenissen en documenten diedeel uitmaken van wat omschreven wordt als ‘baanbrekend onderzoek’.

    Het Duitse federale parket ontving begin oktober een beroep van drie ngo’s over de vermeende sarinaanvallen in 2013 en 2017, naar aanleiding van het in 2002 in Duitsland geïntroduceerde principe van universele jurisdictie over internationale misdrijven. Daarmee werd de rechtsmacht uitgebreid om tot vervolging van een internationale macht over te kunnen gaan, zelfs als de misdaden niet op het grondgebied van de aanklagende partij zijn gepleegd. Dat kan sinds 2002 maar is nauwelijks eerder gebruik van gemaakt.

    Het Internationaal Strafhof in Den Haag kan geen recht spreken over het conflict in Syrië omdat Assads bondgenoot Rusland in de Veiligheidsraad een vetorecht heeft.

    Dit was voor het consortium van ngo’s aanleiding om gezamenlijk beroep aan te tekenen bij het federale parket van Karlsruhe, waar een speciale eenheid voor oorlogsmisdaden al een informeel onderzoek was gestart naar de oorlog in Syrië in 2011.

    De president werd eerder door het OPCW, de waakhond van de Verenigde Naties voor chemische wapens, al verantwoordelijk gesteld voor drie chemi- sche aanvallen in maart 2017 in de stad Al-Lataminah, in het westen van Syrië.

    Het rapport van de VN was gebaseerd op inter- views met ooggetuigen die bij de aanval aanwezig waren, onderzoek dat ter plaatse werd uitgevoerd, het oordeel van artsen en experts, en de analysevan beelden. Minstens 106 mensen zouden bij de chemische aanvallen met het zenuwgas sarin en met chloorgas door de Syrische luchtmacht om het leven zijn gekomen. ‘Mensen waren als insecten die worden gedood door insecticiden. Ze lagen op straat, auto’s stopten, je kon de lijken binnen opgestapeld zien liggen,’ vertelde een verpleegster. Het is een van de weerzinwekkende verhalen, in handen van de Duitse pers, van mensen die de aanslagen overleefd hebben.

    De huidige demissionaire minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag slaagde er destijds in als Nederlandse speciale coördinator van de vernietigingsmissie van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), 96 procent van de voorraad dodelijke gassen te ontmantelen. Of dat daadwerkelijk gebeurd is, kon de Veiligheidsraad van de VN niet met zekerheid zeggen omdat er afwijkingen in de oorspronkelijke opgave van de voorraad wapens werden vastgesteld. Sarin is reukloos en onzichtbaar en leidt tot vrijwel onmiddellijke verlamming van de luchtwegen. Overlevenden van de aanval wijzen het regime van Bashar al-Assad unaniem als schuldig aan.

    Bewijs komt voornamelijk van ooggetuigen, hoog- geplaatst militair personeel en onderzoekers van het Syrische Centrum voor Wetenschappelijke Studies en Onderzoek, dat verantwoordelijk is voor het chemische wapenprogramma van het land. Er wordt beweerd dat de jongere broer van president Assad, Maher al-Assad, toen de militaire commandant was die in 2013 opdracht gaf voor het gebruik van zenuwgas. Volgens getuigenverklaringen is het vrijwel onmogelijk dat het dodelijke sarin zonder de goedkeuring van president Bashar al-Assad gebruikt zou zijn. Volgens documenten in het bezit van Deutsche Welle is het niet onwaarschijnlijk dat president Assad zijn broer toestemming heeft gegeven om de aanval uit te voeren.

    De vraag is of er voldoende informatie is voor het federaal parket. Volgens deskundigen op het gebied van internationaal recht, meldt Der Spiegel, worden oorlogsmisdaden vaak gepleegd in een systeem van strijdkrachten, waarin het bestaan van een hiërarchie een dergelijke willekeur toelaat. Volgens Robert Haynes, universitair hoofddocent internationaal recht aan de Universiteit van Leiden, kan iedereen
    die bevelen geeft voor aanslagen verantwoordelijk gesteld worden. Zelfs als het bevel niet persoonlijk werd gegeven, maar van hogerhand kwam.

    In Duitsland is de wet over universele rechtsmacht nog maar één keer toegepast, op de veroordeling van de Rwandese Hutu-rebellenleider Ignace Murwhanashyaka en zijn medeplichtige. Beiden werden veroordeeld voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Het vonnis werd drie jaar later vernietigd en de Hutuleider stierf in de gevangenis voordat een nieuw proces van start kon gaan. In Koblenz werd een strafrechtelijke procedure ingesteld tegen een hooggeplaatst lid van het Assad-regime wegens vermeende systematische foltering.

    Of de Duitse aanklagers meer succes hebben inhun missie tegen de oorlogsvoering van het Syrische regime is uiteraard nog de vraag.

    (360, Die Welle)