Tag: nixon

  • Vergeleken met Russiagate was Watergate kinderspel

    Vergeleken met Russiagate was Watergate kinderspel

    Een vergelijking tussen de Rusland-affaire en Watergate is gauw gemaakt, schrijft commentator Andrew Cohen. Maar de huidige zaak is veel ernstiger.

    De 31 pagina’s tellende federale aanklacht tegen Trumps voormalige campagneleider Paul Manafort en zijn zakenpartner Rick Gates – wegens witwassen, bankfraude en valsheid in geschrifte – markeert het einde van het begin van het diepgaande onderzoek dat speciale aanklager Robert Mueller heeft ingesteld naar de banden van Trumps campagneteam met Rusland. Het voorlezen van de aanklacht op maandagochtend 30 oktober – 51 weken nadat Donald Trump tot president werd gekozen en slechts een paar uur nadat hij had getwitterd dat hij van het onderzoek walgde – betekende dat de fase voorbij is waarin bijna al het nieuws over de kwestie afkomstig was van anonieme bronnen, die allemaal een eigen draai aan het verhaal probeerden te geven. Nu is de fase aangebroken waarin we in elk geval specifieke aantijgingen over crimineel gedrag tot ons kunnen nemen. De advocaten zullen zich namens hun cliënten ontpoppen tot demagogen. En het fascinerende verhaal, waarvan de afloop ongewis is, neemt telkens een nieuwe wending.

    Zo ook die maandag. Het belangrijkste nieuws was niet de tenlastelegging, maar de bekendmaking van de details van een strafvermindering die een andere voormalige campagnemedewerker van Trump, George Papadopoulos, had gekregen in ruil voor een schuldbekentenis. Zijn verklaring brengt de campagne rechtstreeks in verband met de vuile spelletjes die de Russen met Hillary Clinton hebben gespeeld. Erger nog – althans bezien vanuit het perspectief van het Witte Huis – is dat Papadopoulos al maanden zijn medewerking aan Muellers onderzoek verleent. Dat betekent dat federale onderzoekers veel meer weten over hoe het werkelijk zit met de openlijk toegegeven samenzwering tussen de campagneleiding en de Russen. Wat weet Papadopolous precies, sinds wanneer weet hij het en aan wie heeft hij het verteld? Een foto waarop hij op 31 maart 2016 met Trump en minister van Justitie Jeff Sessions aanzit tijdens een bespreking over de buitenlandpolitiek logenstraft de mededeling van het Witte Huis, later die maandag, dat hij een randfiguur is, een ‘vrijwilliger’ die aan de campagne meewerkte. In mum van tijd riekte het in Amerika ineens naar doofpot en complot.

    Watergate

    De vergelijking met Watergate is gauw gemaakt. Een Republikeinse president die van het padje af is. De foute types met wie hij zich heeft omringd. De vuile spelletjes. Het ondermijnen van de democratische normen. De onverschrokken journalisten die de zaak tot op de bodem willen uitzoeken. Een rechtszaak die gewoon doorloopt terwijl er nieuwe feiten naar buiten komen en Congresleden nog bezig zijn met hun onderzoek. Na ruim 45 jaar is ons beeld van de Watergate-affaire echter bepaald door de afloop, niet door hoe ze begon. Het is een rond verhaal met, achteraf bezien, een onvermijdelijke uitkomst: een schurkachtige president die oneervol aftrad. Maar zo dachten onze ouders en grootouders er in juni 1972 helemaal niet over, toen de ‘derderangsinbraak’ aan het licht kwam, of in januari 1973, toen het proces tegen de inbrekers begon. Voor hen was die tijd net zo vaag en verwarrend als deze voor ons.

    Daarom is elke vergelijking met Watergate ook zo oppervlakkig. Nog afgezien van de overduidelijke feitelijke verschillen tussen de verhalen (zo zijn de aantijgingen van een Russisch complot veel ernstiger), zijn de wetgeving, de politiek en de journalistiek nu zo anders dat het geen zin heeft om te denken dat alles zich zo zal voltrekken als toen. Hoe complex Watergate ook was, het is kinderspel vergeleken met datgene waar Mueller en zijn team mee te maken hebben. Hoe gemeen de gebeurtenissen destijds ook waren, en hoezeer ook door partijpolitiek bepaald, ze zijn vreemd ouderwets vergeleken met het giftige klimaat rondom het huidige schandaal. De mogelijkheid van een afzettingsprocedure is nog niet van de baan, maar het proces wordt zelfs nog partijdiger dan in 1974.

    President Nixon vertrekt per helikopter nadat hij zijn aftreden bekend heeft gemaakt. – © Bill Pierce
    President Nixon vertrekt per helikopter nadat hij zijn aftreden bekend heeft gemaakt. – © Bill Pierce

    Zelfs de timing verschilt – en misschien wel totaal – van wat we begin jaren zeventig hebben gezien. Er zaten 208 dagen (ruim zes maanden) tussen de datum van de inbraak in het hoofdkwartier van de Democratische Partij en het begin van het proces tegen de mannen die de inbraak namens het Witte Huis hadden gepleegd. Dat leek misschien lang, maar is niets vergeleken bij waar we nu mee te maken hebben. Het lijkt me sterk, gezien de aard van de huidige federale rechtszaken, dat er binnen een half jaar een proces tegen Manafort en Gates komt. Waarschijnlijk duurt het een jaar of langer, als het al op een proces uitdraait, en niet op een strafverminderingsdeal. Of dat in het voor- of nadeel van de president werkt weet niemand.

    Wat we wel weten is dat Mueller anders dan zijn voorganger kan rekenen op weerstand in het Congres, of op z’n minst op pogingen om de boel te traineren. Dat wil zeggen: tot aan de tussentijdse verkiezingen van half november 2018. Na de verkiezingen van 1972 telde het Huis van Afgevaardigden vijftig Democraten meer dan Republikeinen. De Senaat was met zesenvijftig tegen vierenveertig zetels in handen van de Democraten. Zelfs toen, met een Republikein in het Witte Huis, duurde het maanden voordat het Congres uit zijn lethargie ontwaakte en het schandaal besloot te onderzoeken. Op dit moment zijn de Republikeinen de baas in zowel het Huis als de Senaat. Maar dat is maar het halve verhaal. Door gerommel in kiesdistricten en doordat ambtsdragers bang zijn om tijdens een voorverkiezing door een Trump-aanhanger te worden uitgedaagd, zitten er veel minder duiven in de beide huizen dan in 1972 en hebben veel minder wetgevers in staten en districten oog voor beide partijen. 2016 heeft alleen maar tot polarisatie geleid. Nu al zien we welke gevolgen dat heeft voor het onderzoek van Mueller.

    Elke analyse van elke ontwikkeling in de naderende rechtszaken stelt miljoenen mensen bloot aan bizarre vormen van bedrog en achterbakse spin

    Het is niet verwonderlijk dat Trump, net als Nixon, het gemunt heeft op degenen die zijn bondgenoten gerechtelijk onderzoeken. Nixon was net zo onbesuisd, paranoïde en autoritair. Het verschil is dat Nixon zijn woede binnenskamers hield (zij het dat die op band werd vastgelegd), terwijl Trump publiekelijk op Twitter tekeergaat. Het is trouwens niet alleen Trumps persoonlijke afkeer van Mueller; het Witte Huis voert een georkestreerde campagne om de voormalige FBI-directeur de voet dwars te zetten.

    Ook een groot verschil met vroeger, en iets wat de komende processen maar al te gemakkelijk belemmert, is dat steeds meer politici vijandig staan tegenover Muellers onderzoek. Het Congres bemoeide zich niet met het onderzoek naar Watergate; de hoorzittingen behoren tot de grootste wapenfeiten van het overheidsorgaan. Deze keer doen veel Republikeinen in het Congres er alles aan om het onderzoek van Mueller te dwarsbomen door twijfel te zaaien aan zijn geloofwaardigheid, de verhoren te torpederen en de aandacht voor de president te verleggen naar de kandidaat die hij versloeg, die geen publieke functie meer bekleedt. En hoe zit het met de voorgestelde bescherming van de speciale aanklager door het Congres, mocht Trump besluiten hem af te zetten? Ik moet het wetsvoorstel daarvoor nog zien.

    Een ander verschil met de periode 1972-1974 is dat de tot machtige commissievoorzitters benoemde Republikeinse houwdegens in het Congres, zoals Devin Nunes (afgevaardigde voor Californië) en Trey Gowdy (voor South Carolina), net doen alsof ze eerlijk opereren uit naam van een wetgevende macht die dient ter controle van de haperende uitvoerende macht. Maar net als de vele senatoren die zich al jaren voordoen als ‘het recht in eigen persoon’ – onder wie Charles Grassley – zijn ze publiekelijk de partijdige mening toegedaan dat Trump het voordeel van de twijfel geniet, en niet Mueller. Dat verschilt fundamenteel van de rol die het Congres speelde tijdens de Watergatecrisis en zal waarschijnlijk niet veranderen zodra de Democraten het in het Congres of in een van beide huizen weer voor het zeggen krijgen. Wat uiteraard sowieso de komende veertien maanden niet zal gebeuren.

    Het zullen veertien lange, naargeestige maanden worden, waarin met elkaar wedijverende verhalen in de media over objectieve feiten het land zullen blijven verdelen. Ooit kregen de meeste Amerikanen hun landelijke nieuws via drie tv-netwerken, van de radio en uit kranten die niet vanwege ‘nepnieuws’ en ‘alternatieve feiten’ door het slijk werden gehaald. Maar tussen nu en de tussentijdse verkiezingen kijken miljoenen Amerikanen naar Fox News of lezen ze verhalen op Breitbart en krijgen een totaal ander beeld van de werkelijkheid dan de rest. Elke analyse van elke ontwikkeling in de naderende rechtszaken stelt miljoenen mensen bloot aan bizarre vormen van bedrog en achterbakse spin.

    Toeristen bij het Witte Huis lezen het nieuws over het aftreden van de president. – © Getty
    Toeristen bij het Witte Huis lezen het nieuws over het aftreden van de president. – © Getty

    Eind jaren negentig deed ik van a tot z verslag van de soap rond de poging om Bill Clinton af te zetten. Achteraf zie je hoe snel het van kwaad tot erger is gegaan: van Watergate tot Whitewater en van de Lewinsky-affaire tot ‘Russiagate’, met zijn stupide naam. Voor Clinton begonnen de problemen aan het begin van het internettijdperk, toen hij zowel in de beide huizen als in het Congres tegenover een Republikeinse meerderheid stond. Toch bleef hij grotendeels overeind dankzij publieke steun, zelfs toen de omvang van zijn wangedrag duidelijk werd. Trump betreedt met steun van de beleidsmakers, maar met weinig steun van het publiek, een nieuwe fase in een mediatijdperk waarin hij zich in 140 tekens rechtstreeks tot zijn achterban richt. De vernietigende partijdigheid en de manipulatie door de media uit de Clinton-tijd waren mijlenver verwijderd van het Watergate-tijdperk, zoals de afzettingsprocedure tegen Clinton mijlenver verwijderd is van het Ruslandonderzoek. Het gaat duidelijk de verkeerde kant op met dit land.

    En dus zal Mueller het met zijn team moeten opnemen tegen een vijandig gezind Witte Huis met een president die bereid lijkt het volledige democratische bestel kapot te maken om er zelf zonder kleerscheuren vanaf te komen. De speciale aanklager en zijn collega’s zullen partijdige inmenging van het Congres moeten afweren die erop is gericht het bewijs dat in de rechtszaal wordt gepresenteerd onschadelijk te maken. Mueller zelf wordt het doelwit van propagandisten die zich voordoen als journalisten.

    Het land moet intussen rekening houden met de reële mogelijkheid dat de president Mueller zal ontslaan nog voordat Manafort en Gates voor de rechter zullen komen.

    We hebben hier niet te maken met een herhaling van Watergate. Wat nu speelt is een veel ernstiger bedreiging van de republiek.

    Auteur: Andrew Cohen
    Vertaler: Nico Groen

    Andrew Cohen is redacteur bij The Marshall Project, medewerker van The Atlantic, fellow bij het Brennan Center for Justice en juridisch commentator voor de programma’s 60 Minutes en CBS Radio News.

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • 2. Man van de rede

    2. Man van de rede

    Geen enkele Amerikaanse president stak meer werk in zijn speeches dan Barack Obama. Zijn toespraken waren prachtig geschreven en zorgvuldig samengesteld en werden theatraal uitgesproken. Maar welke zal de geschiedenis ingaan als de allerbeste?

    Weinig politieke carrières en presidentschappen zijn zo sterk bepaald door toespraken als die van Barack Obama. Dankzij zijn redevoering voor de Democratische Conventie in 2004 kreeg hij bekendheid in het hele land. In 2008 redde hij met zijn speech over ras zijn haperende presidentscampagne. Obama’s grootste en belangrijkste momenten als president waren vaak toespraken – zijn onbeantwoorde oproep in Caïro aan de islamitische wereld, zijn redevoering in Oslo bij de aanvaarding van de Nobelprijs voor de Vrede, over de sombere noodzaak van oorlog, en zijn grafrede voor negen vermoorde kerkgangers in Charleston.

    De beste Obama-speeches zijn prachtig geschreven en zorgvuldig samengesteld en worden theatraal uitgesproken. Het zijn verhalen over onze angsten, fouten, tekortkomingen en successen. ‘Geen enkele andere president heeft zo veel werk in zijn toespraken gestoken,’ zegt historicus Douglas Brinkley, die is gespecialiseerd in het presidentschap. ‘Hij gebruikt pen en papier om zijn gedachten te ordenen.’

    In slechts 272 woorden herdefinieerde Abraham Lincoln in Gettysburg de idealen van het land. John F. Kennedy zal altijd herinnerd worden om zijn inaugurele rede: ‘Vraag niet wat het land voor u kan doen, vraag wat u voor het land kunt doen.’ Die uitdaging is des te indringender door het offer dat hij zelf bracht. Ronald Reagan leek de loop van de geschiedenis te veranderen toen hij bij de Brandenburger Tor in Berlijn rechtstreeks tot de leider van de Sovjet-Unie sprak: ‘Mr. Gorbatsjov, haal deze muur neer!’

    Dus als kinderen over tientallen jaren op school nog een toespraak van Obama lezen, welke zal dat dan zijn?

    ‘Hij schept een beeld van hoe het zou kunnen zijn, maar helaas is het een sprookje’

    Om op die vraag een antwoord te krijgen, heb ik Republikeinen, Democraten en enkele zeer loyale medewerkers van de president geïnterviewd. Ik ben op zoek gegaan naar diens eigen voorkeuren. Welke speech zou Obama zelf kiezen? Het is onmogelijk om in de toekomst te kijken, en onder degenen die ik heb gesproken was meer discussie dan overeenstemming.

    Bij de presidentiële staf in Obama’s West Wing wordt algemeen aangenomen dat zijn toespraak voor de Conventie in 2004 de speech is die zal voortleven. Op het moment dat Obama deze rede hield, dong hij naar een zetel in de Senaat, maar hij was nauwelijks bekend en had een naam – Barack Hussein Obama – die associaties opriep met de vijanden van het land. Hij gebruikte zijn eigen biografie als bewijs van de uitzonderlijke aard van Amerika: hij stamde af van een Keniaanse kok, een man uit Kansas die nog in het leger van Patton had gevochten en ouders die geloofden dat ‘in een tolerant Amerika je naam geen belemmering is voor succes’ en dat je ‘in een ruimhartig Amerika niet rijk hoeft te zijn om jezelf te ontplooien’. Belangrijker nog: Obama verwierp politieke polarisatie als een giftig bijproduct van een disfunctioneel Washington: ‘Er is niet een liberaal Amerika en een conservatief Amerika; er zijn de Verenigde Staten van Amerika. Er is niet een zwart Amerika, een blank Amerika, een latino Amerika en een Aziatisch Amerika; er zijn de Verenigde Staten van Amerika.’

    Die speech op de conventie, die Obama zelf, zonder speechschrijver, had geschreven, ging later in zijn Witte Huis fungeren als een soort oertekst. Telkens als de presidentiële speechschrijvers moeite hadden een toespraak op te stellen, raadde Obama’s adviseur en vriend David Axelrod ze aan om de rede van 2004 nog eens te lezen. ‘Obama’s liefdesbrief aan Amerika’, noemde Axelrod hem. Jon Favreau, de belangrijkste speechschrijver van de president in diens eerste termijn, had een van de beroemdste zinnen uit die speech aan de muur van zijn appartement in Los Angeles gehangen: ‘In geen enkel ander land op aarde zou mijn verhaal mogelijk zijn.’


    Toch heeft die toespraak ook zwakke kanten. De middelste delen zijn nogal gezwollen, vol Democratische clichés en een eerbetoon aan John Kerry, die toen de weinig inspirerende Democratische kandidaat voor het presidentschap was. En ook dan al is de tekst een tikje treurigmakend. ‘Hij schept een beeld van hoe het zou kunnen zijn, maar helaas is het een sprookje,’ zegt Jeff Shesol, die ten tijde van Bill Clinton als speechschrijver in het Witte Huis werkte. ‘Obama’s hele presidentschap is in tegenspraak met die redevoering.’ In zijn laatste State of the Union nam Obama zelfs enigszins afstand van de meest optimistische stukken in die ‘oerspeech’: ‘Een van de weinig dingen uit mijn presidentschap die ik betreur, is dat de verbittering en het wantrouwen tussen de partijen groter zijn geworden in plaats van kleiner.’

    Als er iets echt dramatisch aan de hand is, kan een toespraak extra lang blijven hangen. Obama’s toespraak over ras in 2008, die werd geschreven nadat er een video was opgedoken waarin zijn vroegere geestelijk raadsman Amerika vervloekte, vertegenwoordigt zo’n moment. Obama vocht voor zijn politieke leven en hield een persoonlijke toespraak zoals de meeste Amerikanen er nog nooit een hadden gehoord.

    Met zijn gemengde afkomst kon Obama zich vrijelijk tot zowel zwarte als blanke Amerikanen richten. Hij riep blanken op begrip te hebben voor pastor Jeremiah Wright, die als marinier had gediend en opgegroeid was in de tijd van de segregatie. En hij maande zwarten om te denken aan zijn blanke grootmoeder, die bang was voor zwarte mannen op straat en soms zulke racistische dingen zei dat hij ervan ineenkromp. ‘Deze mensen zijn deel van mij,’ zei Obama, ‘en ze zijn deel van Amerika, het land waarvan ik houd.’

    In de hectische laatste maanden van Obama’s presidentschap, getekend door woedende protesten, aanslagen op politiemensen en verhitte politieke retoriek, blijft de speech uit 2008 nog steeds overeind.

    Geestelijk leider

    Veel historici zoeken ‘de’ toespraak – die ene die voortleeft – onder de redes die Obama hield na de massa-schietpartijen en terroristische aanslagen die in de loop van zijn presidentschap met een dodelijke regelmaat plaatsvonden. ‘Obama legt zijn hele ziel en zaligheid in die toespraken,’ vertelt Brinkley.

    Elke president neemt op een bepaald moment de rol van geestelijk leider op zich. Reagan deed dat met een eenvoudige, maar ontroerende toespraak waarin hij schoolkinderen en volwassenen troostte na de ontploffing van de Space Shuttle Challenger. Bill Clinton sprak prachtig na de bomaanslag in Oklahoma City. Maar geen enkele president heeft deze rol zo gespeeld als Obama, die het telkens weer opnieuw deed – in Tuscon, in Newtown, in Dallas.

    Volgens Brinkley zouden toekomstige generaties uit een bloemlezing van Obama’s herdenkingsredes veel kunnen opmaken over het Amerika van nu. Een van de opvallendste daarvan is de redevoering die de president hield in Charleston, na de moord op negen parochieleden in de methodistische Emanuelkerk. Die is vooral bijzonder door de meeslepende manier waarop hij over Gods genade spreekt en door de verrassing van een president die een christelijk lied zingt.

    Obama maakte van de moorden in Charleston een door God geïnspireerd keerpunt. In de dagen na de moordpartij stemde een grote meerderheid van het parlement in South Carolina voor het verwijderen van de Confederale vlag van het parlementsgebouw. Het land, zo zei Obama, had op de wrede moorden gereageerd met ‘een grootmoedigheid, een bedachtzaamheid en zelfonderzoek die we in het openbare leven zelden zien’.

    Hij riep het land op om in die geest verder te gaan en de wapenwetten te hervormen, de armoede aan te pakken en het strafrecht te hervormen. Maar al die pogingen liepen op niets uit. De moorden in Charleston – hoe choquerend en tragisch ook – verdwenen al snel uit de herinnering, net als de moorden die daarvoor hadden plaatsgevonden en de moorden die nog zouden volgen.

    Net als Lincoln herschreef Obama de Amerikaanse geschiedenis, door rebellen, kunstenaars en immigranten in het hart van dat verhaal te plaatsen

    De beroemdste presidentiële toespraak – de norm waartegen alle andere Witte Huis-toespraken worden afgezet – is de Gettysburg Address. Op de gewijde grond waar zich een van de bloedigste veldslagen uit de Burgeroorlog had afgespeeld, probeerde Abraham Lincoln met die speech alle Amerikanen – Noorderlingen en Zuiderlingen – te verenigen onder één gemeenschappelijke visie. De toespraak gaat niet in op details, noemt geen namen van de doden en vertelt niet over het verloop van deze verwoestende slag. Het onderwerp slavernij wordt geheel buiten beschouwing gelaten. Lincoln gebruikt zijn speech om de Amerikaanse geschiedenis opnieuw vorm te geven, door gelijkheid te verheffen boven vrijheid als het belangrijkste ideaal van het land.

    Met de speech die hij vorig jaar hield ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het bloedig neerslaan van de protestmars in Selma, Alabama, haalde Obama eenzelfde kunststuk uit. Hij sprak op de gewijde grond van Selma en vergeleek de gebeurtenissen op de Edmund Pettus-brug met die in Gettysburg. Net als Lincoln herschreef Obama de Amerikaanse geschiedenis, door rebellen, demonstratieleiders, outcasts, kunstenaars en immigranten in het hart van dat verhaal te plaatsen. ‘Kijk naar onze geschiedenis,’ verzocht hij dringend. In zijn opsomming van Amerikaanse helden noemde hij de ‘Lost Boys of Sudan’, ‘de mensen die vol hoop de Rio Grande oversteken’, ‘de slaven die het Witte Huis hebben gebouwd’ en ‘de homoseksuele Amerikanen van wie het bloed is gevloeid op de straten van San Francisco en New York’. De stichters van Amerika en de ‘jonge soldaten’ van de Tweede Wereldoorlog werden slechts in het voorbijgaan genoemd. Voor het eerst waren ze naar de zijlijn verwezen.

    De speech in Selma, die vijf keer werd herschreven, was de meest ambitieuze en radicale toespraak van Obama’s presidentschap. Hij beschreef een Amerika dat voortdurend in verandering is en chronisch ontevreden, dat eeuwig blijft streven naar de idealen die de oprichters van de natie voor ogen stonden. ‘Wat is een grotere uiting van geloof in het Amerikaanse experiment dan dit?’ zei Obama in Selma. ‘Welke grotere vorm van vaderlandsliefde is er dan het geloof dat Amerika nog niet af is, dat we sterk genoeg zijn om kritisch tegenover onszelf te zijn, dat elke nieuwe generatie onze onvolmaaktheden onder ogen kan zien en besluiten dat we in staat zijn dit land nog verder te hervormen en zo nog dichter bij onze hoogste idealen te brengen?’

    Zelfs in deze weerbarstige tijden blijft de speech in Selma bewondering oogsten, zowel onder Republikeinen als onder Democraten. ‘Dit is het soort toespraak dat elk kind op school zou moeten lezen,’ zegt Michael Gerson, de belangrijkste speechschrijver van president George W. Bush en nu columnist bij The Washington Post. Volgens medewerkers is de speech in Selma ook Obama’s favoriete toespraak, omdat die het helderst zijn kijk op de buitengewoonheid van Amerika verwoordt.

    Genie

    Maar het ware genie van de Selma-speech is dat hij de Amerikaanse toekomst aanspreekt. Volgens cijfers van het Amerikaanse bureau voor de statistiek zal de blanke bevolking van de VS in 2044 niet langer een meerderheid vormen. Deze verschuiving heeft onrust gebracht onder blanken en waarschijnlijk een impuls gegeven aan de presidentscampagne van Donald Trump. Het is deels de oorzaak van het verzet tegen Obama’s presidentschap en de vraagtekens die worden geplaatst bij zijn staatsburgerschap, zijn vaderlandsliefde en zijn geloof.

    Maar op een dag zal deze demografische verschuiving gezien worden als een onvermijdelijk deel van het Amerikaanse verhaal. ‘Selma’ is de eerste, grootse, presidentiële speech die zich richt tot dat Amerika, en alleen onze eerste zwarte president had hem kunnen houden.

    Selma, dat is de toespraak die blijft.

    Auteur: Greg Jaffe

    Beeld bovenaan: Obama neemt zijn applaus in ontvangst tijdens zijn State of the Union in 2014.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.