Tag: Nobelprijswinnaar

  • VS: oud-president Jimmy Carter op honderdjarige leeftijd overleden

    VS: oud-president Jimmy Carter op honderdjarige leeftijd overleden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Georgië: opnieuw grote pro-EU-demonstraties in Tbilisi

    » Zuid-Korea: minstens 120 doden bij een ongeluk met een passagiersvliegtuig

    Hij was president van 1977 tot 1981

    De Amerikaanse ex-president Jimmy Carter is zondag op honderdjarige leeftijd overleden in zijn huis in Plains, in de staat Georgia. Dat schrijft The New York Times. Carter nam in 1977 de teugels van de Verenigde Staten in handen na het Watergateschandaal en het aftreden van Richard Nixon. In 2002 won hij de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn inzet voor mensenrechten.

    De Democratische oud-president maakte in 2015 bekend dat hij aan hersenkanker leed. Sinds februari 2023 ontving hij thuis palliatieve zorg. Hij vierde zijn honderdste verjaardag op 1 oktober dit jaar. ‘Mijn vader was een held, niet alleen voor mij, maar voor iedereen die gelooft in vrede, mensenrechten en onbaatzuchtige liefde,’ aldus zijn zoon Chip Carter in het overlijdensbericht dat de Carter Center Foundation zondagmiddag naar de media stuurde.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De vier jaren waarin Carter president was (1977-1981) werden gekenmerkt door ‘omstandigheden en gebeurtenissen die hem gewoonweg overweldigden’, of het nu ging om ‘de gevangenneming in Iran van tweeënvijftig Amerikaanse gijzelaars, de mislukte poging om hen te redden, de rijen bij de benzinepompen, de inflatie of de Sovjetinvasie in Afghanistan’, aldus het New Yorkse dagblad.

    Hoe controversieel zijn presidentschap ook was, het was niet alleen maar een mislukking, aldus Le Temps. ‘Een van zijn grootste wapenfeiten waren ongetwijfeld de Camp David-akkoorden van 1979, waarbij het Israël van Menachem Begin en het Egypte van Anwar Sadat een vredesverdrag sloten. Sindsdien zijn er talloze pogingen gedaan om vrede te bereiken in het Midden-Oosten, vooral in het kader van het Oslo-proces, maar geen enkel akkoord heeft dezelfde impact gehad,’ merkt het Zwitserse dagblad op.

  • Nobelprijs voor Economie gaat naar onderzoek over ongelijkheid tussen landen

    Nobelprijs voor Economie gaat naar onderzoek over ongelijkheid tussen landen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » NASA-sonde gaat onderzoek doen naar leven op een maan van Jupiter

    » Crisis India-Canada: Ottawa en New Delhi zetten verschillende diplomaten uit

    ‘Toekomstige economen kunnen hierop voortbouwen’

    De Nobelprijs voor de Economie gaat dit jaar naar een onderzoek over ongelijkheden in rijkdom tussen landen. Maandag werd de prijs toegekend aan de Turks-Amerikaanse Daron Acemoglu en de Brits-Amerikaanse Simon Johnson en James A. Robinson.

    ‘Door de verschillende politieke en economische systemen te onderzoeken die door Europese kolonisatoren over de hele wereld werden geïntroduceerd, toonden de Amerikaanse onderzoekers het verband aan tussen de aard van politieke instellingen en welvaart’, legde de jury uit.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Samenlevingen met een slechte rechtsstaat en uitbuitende instellingen genereren geen groei of positieve verandering’, aldus de jury. ‘Het onderzoek van de laureaten vormt een breuk met theorieën die uitgaan van een onvermijdelijke, deterministische weg naar modernisering op basis van de historisch ongebruikelijke ervaringen van West-Europa’, merkte The Economist op.

    ‘Acemoglu, Johnson en Robinson zijn misschien niet in staat geweest om een volledige verklaring te geven waarom sommige landen rijk zijn en andere arm, maar toekomstige generaties economen hebben een solide basis waarop ze kunnen bouwen’, concludeert het tijdschrift.

  • Niet commanderen maar praten

    Niet commanderen maar praten

    In Nigeria eist een jeugdige protestbeweging dat er een einde komt aan het brute optreden van de overheid. Ook Nobelprijswinnaar Wole Soyinka roept op tot het terugtrekken van het leger en – ook al is het daar bedroevend laat voor – tot verzoenende dialoog.

    Toen ik half oktober terugkeerde van verplichtingen in het buitenland, wachtte mij een prachtig geschenk in de vorm van een protestbeweging: een soms boze, soms betoverende en ontroerende, soms luidruchtige beweging, met zonder meer stevige verwachtingen, maar altijd dynamisch, visionair en goed georganiseerd. Ze eiste dat er een einde zou komen aan het brute optreden van veiligheidsdiensten, en dan met name dat van de beruchte politie-eenheid Special Anti-Robbery Squad (SARS). Natuurlijk staat SARS voor het parasitaire karakter van het bewind in al zijn vertakkingen, dat zagen we ook, hoewel uiteraard niet letterlijk, aan het karakter van de eerste formele reactie van de vicepresident.

    De beweging bestaat uit leden van de Nigeriaanse orde van advocaten, feministische groeperingen, technocraten, studenten, hoge geestelijken, industriële organisaties en kunstenaars: schrijvers, filmmakers, acteurs, muzikanten. De energie, creativiteit en vastberadenheid van deze onmiskenbaar jeugdige beweging verspreidden zich door middel van indrukwekkende strategieën over het hele land. Sommige betogingen ademden de sfeer van festivals als Woodstock, andere van de gelehesjesprotesten of de verzetsgolven van Lech Walesa’s Solidariteitsbeweging, of, nog dichterbij, recenter en relevanter: van de stug aanhoudende protesten in Mali, waar ons eigen land een belangrijke rol speelde in het oplossen van de spanningen.

    Zoals ik op zaterdag 17 oktober bij de viering van het tienjarige bestaan van Freedom Park [in Lagos] in mijn ‘boodschap aan de jeugd’ al zei, laten deze jongeren vers bloed door oude aderen stromen. Inderdaad: wat een geluk om te leven, om te zien dat jongeren eindelijk hun toekomst in eigen handen beginnen te nemen.

    tosin james DC03k6PqyHc unsplash
    Vooral jongeren gaan in Nigeria de straat op om een einde te eisen aan het staatsgeweld. – © Tosin James / Unsplash

    Complete omslag

    Maar – en klinkt dit niet bekend? – plotseling, bijna van de ene op de andere dag, voltrok zich een complete omslag. Veiligheidsdiensten – welke afdeling precies is nog niet duidelijk – voerden zware jongens aan om het verzet te breken. Er zijn beelden van, ze zijn op grote schaal gedeeld: een stoet van blinkende auto’s met afgedekte nummerborden die rondreed om criminelen en ander tuig op te pikken en in de buurt van de vreedzame protesten af te zetten, om die te verstoren. Deze huurlingen staken geparkeerde voertuigen van betogers in brand en gingen de demonstrerende jongeren te lijf met knuppels en machetes. Ze bestormden ten minste één gevangenis en lieten gevangenen vrij. Achteraf is vastgesteld dat een aantal van deze vandalen gerekruteerde gevangenen waren, die vermoedelijk niet alleen contant maar ook in natura zijn betaald.

    We zijn weer terug bij het geweld van Abacha, een groteske reprise!

    Wat begon met hier en daar wat gewonden, culmineerde gisteravond, dinsdag 20 oktober, in Lekki [een buitenwijk van Lagos] in een dodelijke schietpartij met een nog onbekend aantal slachtoffers. Door deze kwaadaardige tussenkomst veranderde het protest in één klap op rampzalige wijze van karakter. Voor het eerst raakte het in de greep van ongebreidelde woede en nihilisme. Georganiseerde strijdlust maakte plaats voor wraakzuchtige, alzijdige haat. In delen van de hoofdstad Abuja volgde een reeks brandstichtingen. Onder andere de bekende Apo-markt – waarvan de naam herinneringen oproept aan de brute moord door SARS op zes jongeren, beter bekend als de Apo Six – ging in vlammen op.

    Déjà vu

    Terwijl het geweld redeloos om zich heen greep, ging ik gisteren op weg naar Abeokuta, mijn geboortegrond. Na het passeren van acht of negen door betogers opgeworpen wegversperringen moest ik uiteindelijk noodgedwongen terugkeren. Het was één groot déjà vu: de opstanden in de voormalige Westelijke Regio van Nigeria, de anti-Abachabeweging [tegen Sani Abacha, president en dictator van Nigeria van 1993 tot 1998] et cetera.

    Maar de mislukte poging had me wel in staat gesteld de stemming en de transformatie van de beweging te peilen. Ik was beter voorbereid. Ik stelde de reis uit tot de volgende dag, dat wil zeggen: tot vandaag. In de tussenliggende acht à tien uur hebben de spanningen een kookpunt bereikt. In Lekki, waar de meeste vreedzame demonstraties plaatsvonden, openden soldaten het vuur op ongewapende betogers, waarbij een onbekend aantal slachtoffers viel. Bij één zo’n buitenrechtelijke executie raakte een Nigeriaanse vlag letterlijk in onschuldig bloed gedrenkt. Een filmopname hiervan is viraal gegaan. Ik heb telefonisch gesproken met ooggetuigen.

    Een van hen, een bekende Nigeriaan, vertelde op tv wat hij met eigen ogen heeft gezien. De regering moet ophouden dit land te beledigen met nukkige ontkenningen.

    Zoals gepland hernam ik bij het krieken van de dag de reis naar mijn geboortestad Abeokuta, waarbij ik opnieuw op vele – dit keer een twaalf- tot vijftiental – wegversperringen stuitte, die steevast het tafereel waren van kolkende woede. Het was een schril contrast met de inclusiviteit van de protesterende ‘familie met een gemeenschappelijk doel’ uit de begindagen. De hartverwarmende bonding en het solidariteitsgevoel waren vervlogen. Bij de wegversperring vlak voor het regeringsgebouw waren de betogers het weerbarstigst. Uiteindelijk werd ik gedwongen tot een offerande voor de ‘rite de passage’ – ik voelde het al aankomen: ik moest uit de auto stappen en hen toespreken. Dat deed ik. Ze hadden geen idee wat er in mijn hoofd omging: dit kan niet waar zijn! We zijn weer terug bij het geweld van Abacha, een groteske reprise!

    Legeringrijpen

    Het is van groot belang dat de regering te horen krijgt dat het leger SARS inmiddels heeft verdrongen als grootste boosdoener. Uit mijn rondvraag tot dusver blijkt dat de gouverneur van Lagos de hulp van het leger niet had ingeroepen en niet had geklaagd over een ‘verstoring van de openbare orde’. Niettemin heeft het leger gekozen  voor een autoritaire ingreep en daarmee een welhaast ongeneeslijke wond toegebracht aan de nationale psyche.

    Uiteraard moest ik bij aankomst in Abeokuta, mijn geboortestad, weer een wegversperring passeren. Dat verliep soepeltjes. Ik had het zien aankomen, en ik ben ervan overtuigd dat er ondertussen alweer nieuwe wegversperringen zijn opgeworpen.

    Het is pathetisch en fantasieloos om, zoals sommigen, te beweren dat het voortdurende protest schadelijk is voor de economie et cetera. De coronacrisis hakt al ruim acht maanden in op de Nigeriaanse economie – voor wat die waard is. Maar het is uiteraard een stuk lastiger om corona met een spervuur aan kogels te bedwingen; mensenlevens zijn een makkelijker doelwit. Als bewijs van de overwinning kun je zelfs pronken met trofeeën, zoals de met bloed doordrenkte Nigeriaanse vlag waarmee een van de slachtoffers liep te zwaaien toen hij werd vermoord.

    Gouverneurs van de betrokken gebieden kunnen onmiddellijk iets ondernemen: eisen dat de soldaten zich terugtrekken. Met spoed bijeenkomsten met inwoners beleggen; 24-uurs-uitgaansverboden zijn niet de oplossing. De zorg voor de veiligheid van de bevolking overnemen met alle middelen die je kunt verzinnen. Ervoor zorgen dat de lokale gemeenschappen zelf de macht krijgen om op te treden, om de infiltratie van tuig en het inhalige, fnuikende opportunisme aan banden te leggen.

    We voelen mee met de nabestaanden en roepen deelstaatregeringen op om materiële verliezen, waar dan ook, te compenseren. Wil het genezingsproces in gang kunnen worden gezet – als we in elk geval mogen aannemen dat dit het uiteindelijke streven is – dan moet het leger excuses aanbieden, niet alleen aan het land maar aan de hele wereld. De feiten spreken voor zich: jullie, het leger, hebben het vuur geopend op ongewapende burgers.

    Er moet een compensatieregeling komen en de garantie dat dergelijke misstanden niet nog eens zullen plaatsvinden. Pas daarna kunnen zowel de regering als de veiligheidsdiensten een betekenisvolle, zij het bedroevend late dialoog met de samenleving aangaan. Niet commanderen, praten!