Tag: nonnen

  • De dansende nonnen die in Brazilië nieuwe zieltjes winnen

    De dansende nonnen die in Brazilië nieuwe zieltjes winnen

    Over de hele wereld probeert de katholieke kerk de harten van jongeren terug te winnen. In Brazilië worden daar influencers, dj’s en twee dansende en zingende nonnen voor ingezet.

    Het is feest in het klooster. Een breakdancer die zich voorstelt als de Wizard doet backflips. Een andere tolt rond op zijn rug. Een rapper, spotlights, twee cameramensen en een blitse Chevy met een geluidsinstallatie in de kofferbak en de bas op vol volume. En in het middelpunt: twee nonnen die in Brazilië plotseling sterren zijn geworden, zuster Marizele Rego en zuster Marisa Neves, omringd door danseressen compleet met kruis, habijt en nonnenkap. 

    Ze maken een videoclip voor hun nieuwe nummer ‘Vocação’: ‘Roeping’. Dat is een internethit sinds zuster Marisa enkele weken geleden in een katholiek tv-programma een dansje deed terwijl zuster Marizele het aanstekelijke refrein aanhief en begon te beatboxen. Dat tv-fragment ging meteen de wereld rond en werd tien miljoen keer bekeken. Gevolgd door memes, imitaties en optredens in talkshows. Whoopi Goldberg sprak in het tv-programma The View van een ‘real life Sister Act’.

    247 Horizon Nonnen Playback
    © Victor Moriyama

    Dus staan ze nu op de binnenplaats van hun klooster te playbacken, in een poging hun kortstondige roem te verlengen met een videoclip. God liet ze viraal gaan om meer jongeren naar de kerk te trekken, zeggen ze, en ze willen zijn missie volvoeren. ‘Hoe kon iets zo eenvoudigs en spontaans ineens zo groot worden?’ zegt zuster Marizele, die als zingende non al honderdduizend Instagram-volgers had voordat ze een wereldwijde sensatie werd. ‘Omdat de Heilige Geest de harten van de mensen wil raken.’

    ‘En naast de Heilige Geest,’ zegt ze erbij, ‘is er ook nog het algoritme.’ Zuster Marizele (46) en zuster Marisa (41) vertegenwoordigen een bredere beweging die binnen de katholieke kerk de teugels wat wil vieren, spontaner wil zijn en jongeren wil aanspreken waar ze zitten: online. Ook in Brazilië, het grootste katholieke land ter wereld, raakt de kerk al jaren gelovigen kwijt. Volgens cijfers die de overheid deze maand vrijgaf, noemt nog geen 57 procent van de tweehonderd miljoen Brazilianen zichzelf nu katholiek, tegenover 83 procent dertig jaar geleden. Katholieke influencers, zangers en popgroepen doen hun best om dat tij te keren. Sommige Braziliaanse priesters, gespierde, knappe en muzikale mannen, hebben al tientallen miljoenen volgers op Instagram. Zoals pater Marcelo Rossi, een van de bestverkopende Braziliaanse artiesten aller tijden. En katholieke dj’s spelen tegenwoordig elektronische muziek op zogenaamde katholieke raves, zoals in januari bij het enorme Christusbeeld in Rio de Janeiro.

    De katholieke Grammy’s

    Dit streven ligt in het verlengde van de charismatische vernieuwingsbeweging en andere groeperingen die al tientallen jaren proberen de katholieke kerk toegankelijker en aantrekkelijker te maken, en dat nu ook in het digitale domein doen. Volgende maand vinden in Rome met steun van het Vaticaan nieuwe evenementen plaats om katholieke influencers bij elkaar te brengen en prijzen uit te reiken aan katholieke artiesten die al zijn omschreven als ‘de katholieke Grammy’s’. Maar behalve de nieuwe paus kreeg in juni enkele dagen lang waarschijnlijk niemand meer aandacht dan zuster Marizele en Marisa. 

    De twee nonnen zijn lid van Copiosa Redenção (Overvloedige Verlossing), een vijfendertig jaar oude congregatie van zo’n tachtig nonnen en vijfentwintig broeders die jonge drugsverslaafden helpen af te kicken, waarbij ze kunst en muziek vaak als middel inzetten. Deze maand werd er in een klooster van de congregatie in Zuid-Brazilië veel gelachen. Vooral door zuster Marizele en Marisa. ‘Heb je wel een levensverzekering?’ vroeg zuster Marizele terwijl ze plaatsnam achter het stuur. Toen de auto over een helling snelde – ze waren bijna te laat voor de mis – gilde zuster Marisa het uit alsof ze in een achtbaan zat. 

    247 Horizon Nonnen Zon
    © Victor Moriyama

    Het zijn allebei dochters van maïs- en sojaboeren in de landbouwstaat Paraná, en ze zijn allebei opgegroeid in een huis vol muziek. Een van haar broers hoefde maar muziek op te zetten, zegt zuster Marisa, en zij en veel van haar tien broers en zussen stopten met het werk op de akker en begonnen te dansen. ‘Alles waar maar op gedanst kon worden,’ zegt ze. Nadat ze op haar drieëntwintigste in het klooster was gegaan, is ze blijven dansen en heeft ze hiphop- en breakdancelessen gevolgd. Later kreeg ze een positie bij een katholieke tv-zender waarvoor ze soms verslag deed van evenementen, en soms in beeld een dansje deed met een priester. 

    Zuster Marizele komt uit een familie van muzikanten. Haar grootvader bouwde gitaren en haar tantes zongen op de radio. Ze werd non op haar vijfentwintigste, nadat haar moeder door een wonder van kanker was genezen. Daarna zong ze geregeld op religieuze retraites en heeft ze met een aantal andere zusters een gospelalbum opgenomen. 

    De twee leerden elkaar kennen in 2007 en het was al snel duidelijk dat het klikte. ‘Je hoeft maar een beat te beginnen en zij begint te dansen,’ zegt zuster Marizele over zuster Marisa. Beatboxen heeft ze zichzelf geleerd, zodat ze de andere nonnen tijdens het zingen van ritme kon voorzien. ‘Ik begon gewoon ritmes te maken met mijn mond,’ zegt ze. ‘Ik wist niet eens dat zoiets beatboxen heet.’ Gaandeweg beseften ze dat beatboxen en hiphop iets is wat de jonge vrouwen in de afkickcentra aanspreekt. Die komen vaak van de straat en hebben weinig gemeen met de nonnen. ‘Het is een middel om contact te maken en muren te slechten,’ zegt zuster Marizele.

    Goud

    Vanwege die aantrekkingskracht werden zuster Marizele en Marisa door de congregatie aangewezen voor de werving van nieuwe nonnen, in een tijd waarin steeds minder vrouwen voor een leven in het klooster kiezen. Volgens het Center for Applied Research in the Apostolate, een non-profitorganisatie die onderzoek doet naar de katholieke kerk, is het aantal nonnen in de VS de afgelopen twintig jaar bijvoorbeeld met de helft gedaald tot circa 36.000. Het aantal priesters is in diezelfde periode met 18 procent gedaald tot 34.000.

    Op 20 mei kwamen zuster Marizele en Marisa in een katholieke talkshow praten over een retraite waarmee ze nieuwe nonnen willen werven. Zuster Marizele begon daar ‘Vocação’ te zingen, een jaren geleden door haar congregatie geschreven lied over de roeping van de non. Maar ze had er een nieuwe hook aan toegevoegd: ‘Voc-a-çao, oh, ohh’. En zuster Marisa moest toen wel een dansje maken, zegt ze. Ze stonden op en zuster Marizele begon te beatboxen. Buiten beeld werd de diaken die hen interviewde door de regisseur aangespoord om mee te doen, zegt zuster Marisa, die de regieaanwijzingen in haar oortje kon horen. De diaken had het ritme al snel te pakken en volgde de passen van zuster Marisa op de voet. Dat moment, samengebald in een clipje van dertig seconden, bleek op internet goud waard. Volgens de data-analisten van Tubular is het alleen al op TikTok meer dan 34 miljoen keer bekeken. Al snel stroomden van heinde en ver de interviewverzoeken binnen.

    247 Horizon Nonnen Portret
    © Victor Oriyama

    De oudere nonnen in het klooster roken hun kans. Zuster Daniely Duarte Santos, hoofd communicatie van de congregatie, riep een collega terug van vakantie, en om de ontstane aandacht optimaal te benutten begonnen ze het filmpje herhaaldelijk op sociale netwerken te plaatsen. Binnen enkele dagen hadden al ruim vijftig vrouwen geïnformeerd naar de mogelijkheid om non te worden. Normaliter werven ze maar een handjevol nieuwe leden per jaar.

    Ze schakelden een lokale dj in om een muziektrack te maken, en tussen de interviews door nam zuster Marizele de zangpartij op. Het resultaat, met bas en synthesizers en al, is volgens zuster Marizele ‘technopop’. Het nummer bestormde de Braziliaanse ranglijst van katholieke muziek op Spotify. Zuster Marizele en Marisa waren overal op tv te zien met hun beatbox en hun dansje. Ze maakten de clip, geregisseerd door zuster Daniely, met een headset onder haar nonnenkap. Op straat worden ze staande gehouden door fans die om een selfie vragen. ‘Wij vragen één weesgegroetje per foto,’ zegt zuster Marizele.

  • Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    In het Himalayaanse boeddhisme werden nonnen lange tijd in hun religieuze rol beperkt door regels en genderbarrières. Nu brengt één religieuze groep daar verandering in, door meditatie te combineren met vechtkunst en milieuactivisme.

    Boven de besneeuwde toppen van de Himalaya priemen de eerste zonnestralen door de wolken. Jigme Rabsal Lhamo, een boeddhistische non, trekt van achter haar rug een zwaard tevoorschijn. Met een zwaai slaat ze haar tegenstander tegen de grond.

    ‘Houd je ogen op het doel! Concentreer je!’ schreeuwt Lhamo tegen de gevloerde non, terwijl ze haar recht in de ogen aankijkt. We bevinden ons buiten bij een witgekalkte tempel in het Druk Amitabha-nonnenklooster. Het gebouw staat op een heuvel die uitkijkt over Kathmandu, de hoofdstad van Nepal.

    Lhamo en de andere leden van haar religieuze orde staan bekend als de kungfu-nonnen. Ze maken deel uit van een achthonderd jaar oude boeddhistische sekte die Drukpa heet, wat in het Tibetaans ‘draak’ betekent. In de Himalaya, maar ook in de rest van de wereld, combineren volgelingen van de sekte meditatie met vechtkunst.

    Elke dag verruilen de nonnen hun donkerrood gewaad voor een kastanjebruin uniform en beoefenen ze de eeuwenoude Chinese vechtkunst kungfu. Onderdeel van hun spirituele missie is het streven naar gendergelijkheid en fysieke fitheid. Hun boeddhistische geloof schrijft bovendien voor dat ze een milieuvriendelijk leven leiden.

    Tijdens de ochtenden waarop de nonnen trainen onder leiding van Lhamo, klinkt het gedreun van voetstappen en het gekletter van zwaarden. De wijde uniformen van de nonnen ritselen door de ruimte als ze radslagen maken en elkaar stoten en trappen uitdelen.

    Genderbarrières

    ‘Kungfu helpt ons om genderbarrières te doorbreken en zelfvertrouwen te ontwikkelen,’ zegt Lhamo (34), die twaalf jaar geleden naar het nonnenklooster kwam vanuit Ladakh, in het noorden van India. ‘Het leert ons ook voor anderen te zorgen in tijden van crisis.’

    Zo lang als boeddhistische geleerden zich kunnen herinneren, rustte er een stigma op Himalayaanse nonnen die streefden naar spirituele gelijkwaardigheid ten opzichte van monniken. Dat stigma werd veroorzaakt door de ideeën van religieuze leiders en algemene sociale conventies.

    Monniken werden aangemoedigd om diepzinnige filosofische debatten aan te gaan, maar vrouwen mochten niet deelnemen. Ze mochten alleen klusjes doen als koken en schoonmaken in kloosters en tempels. Ze mochten geen activiteiten verrichten waarbij fysieke inspanning nodig was, geen gebeden leiden en zelfs niet zingen.

    In de afgelopen decennia zijn deze belemmeringen onderwerp geworden van een hevige strijd. Deze wordt gevoerd door duizenden nonnen, afkomstig uit vele verschillende sekten van het Himalayaanse boeddhisme.

    Aan het hoofd van de strijd om verandering staan de kungfu-nonnen, wier Drukpa-sekte dertig jaar geleden onder leiding van Jigme Pema Wangchen een hervormingsbeweging begon. Wangchen, die ook wel bekendstaat als de twaalfde Gyalwang Drukpa, was bereid eeuwenlange tradities te doorbreken. Hij wilde ervoor zorgen dat nonnen de religieuze boodschap van de sekte buiten de kloostermuren zouden uitdragen. ‘We willen grote veranderingen teweegbrengen,’ aldus kungfu-non Konchok Lhamo (29). ‘In een klooster op een kussen zitten en mediteren is niet genoeg.’

    Conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken

    Vandaag de dag houden Drukpa-nonnen zich niet alleen bezig met kungfu. Ze leiden ook gebeden en maken maandenlange pelgrimstochten om plastic afval op te rapen en mensen in te lichten over klimaatverandering.

    Afgezien van een corona-gerelateerde onderbreking hebben de nonnen de afgelopen twintig jaar elk jaar ruim tweeduizend kilometer gefietst om duurzaam vervoer te promoten. De reis begint in Kathmandu en eindigt in Ladakh, een hoog in het Himalaya-gebergte gelegen streek. Onderweg stoppen de nonnen om mensen op zowel het Nepalese als Indiase platteland voor te lichten over gendergelijkheid en over het feit dat ook meisjes ertoe doen.

    In 2008 kwamen de nonnen van de sekte voor het eerst in contact met de vechtkunst. Ze leerden erover van volgelingen uit Vietnam, die naar het klooster waren gekomen om geschriften te bestuderen en de instrumenten te bespelen die tijdens het gebed worden gebruikt. Sindsdien zijn ongeveer achthonderd nonnen getraind in de basisbeginselen van de vechtkunst. Zo’n negentig van hen hebben een intensief lesprogramma doorlopen om trainer te worden.

    De twaalfde Gyalwang Drukpa heeft de nonnen ook opgeleid tot zangmeesters, een post die vroeger alleen aan mannen was voorbehouden. Bovendien zorgde hij ervoor dat ze het hoogste niveau van onderwijs kregen: mahamudra. Het is een geavanceerd meditatiesysteem dat zijn naam ontleent aan het Sanskriet woord voor ‘grote zegel’.

    De nonnen genieten inmiddels grote bekendheid, zowel in het overwegend Hindoestaanse Nepal – dat voor ongeveer 9 procent uit boeddhisten bestaat – als in het buitenland. Maar de veranderingen die de sekte teweegbrengt, worden niet zonder slag of stoot geaccepteerd: conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken.

    ‘Ons leven wordt beperkt door heel veel regels; die gaan zelfs over wat voor zakken je in je gewaad mag hebben’

    Wanneer de nonnen over steile hellingen van het klooster naar de plaatselijke markt gaan, worden ze vaak uitgescholden door monniken van andere sekten. Dat schrikt ze naar eigen zeggen niet af. Als ze in hun open busjes door de streek rijden, lijken ze met hun kaalgeschoren hoofden op soldaten. Ze zien eruit alsof ze in de frontlinie thuishoren en elk vooroordeel onderuit kunnen halen.

    Op de enorme campus van de sekte wonen driehonderdvijftig nonnen. Ze leven er samen met eenden, kalkoenen, zwanen, geiten, twintig honden, een paard en een koe – allemaal dieren die ofwel uit de handen van de slager ofwel van de straat zijn gered. De vrouwen werken als schilder, kunstenaar, loodgieter, tuinier, elektricien en metselaar, en ze beheren tevens een bibliotheek en een medische kliniek voor leken.

    ‘Wanneer mensen naar het klooster komen en ons zien werken, zien ze plotseling in dat een nonnenbestaan niet “nutteloos” is,’ aldus Zekit Lhamo (28). Daarmee verwijst ze naar een belediging die de nonnen geregeld naar het hoofd geslingerd krijgen. ‘We bekommeren ons niet alleen om onze religie, maar ook om de samenleving.’

    Inspiratie

    Het werk van de nonnen heeft andere vrouwen in de hoofdstad van Nepal geïnspireerd. ‘Als ik naar hen kijk, wil ik ook non worden,’ zegt Ajali Shahi, die afstudeert aan de Tribhuvan-universiteit in Kathmandu. ‘Ze zien er zo cool uit. Je krijgt zin om je leven ervoor overhoop te gooien.’

    Elke dag ontvangt het nonnenklooster minstens twaalf verzoeken om te mogen intreden. Die komen van verre, bijvoorbeeld uit Mexico, Ierland, Duitsland en de Verenigde Staten. ‘Maar niet iedereen kan dit,’ zegt non Jigme Yangchen Ghamo. ‘Van de buitenkant ziet het er aantrekkelijk uit, maar je weet niet hoe zwaar het leven hierbinnen is.’ Ze gaat verder: ‘Ons leven wordt beperkt door zoveel regels. Er is zelfs voorgeschreven wat voor zakken je in je gewaad mag hebben.’

    De nonnen worden om drie uur ’s nachts wakker om in hun slaapzaal te gaan mediteren. Vóór zonsopkomst lopen ze naar de hoofdtempel, waar zangmeester Tsondus Chuskit de gebeden leidt. In kleermakerszit zitten de nonnen op banken en bladeren ze op hun iPads door de gebedsteksten – dit om zo weinig mogelijk papier te gebruiken. Dan beginnen ze eenstemmig te zingen, en de felgekleurde tempel vult zich met het geluid van trommels, hoorns en bellen. Na de gebeden verzamelen ze zich buiten.

    Jigmet Namdak Dolker was ongeveer twaalf jaar oud toen ze een groep Drukpa-nonnen langs het huis van haar oom in het Indiase Ladakh zag lopen. Ze rende naar buiten en liep met ze mee. Dolker, die geadopteerd is, wilde ook non worden en smeekte haar oom om haar naar het Drukpa-nonnenklooster te laten gaan, maar hij weigerde.

    Vier jaar later liep ze op een dag weg van huis om zich aan te sluiten bij de duizenden mensen die de verjaardag van Jigme Pema Wangchen, het hoofd van de sekte, vierden. Uiteindelijk kwam ze in het klooster terecht. Ze is er nooit meer weggegaan.

    En? Hoe voelt ze zich zeven jaar later, waarvan er zes in het teken stonden van kungfu? ‘Trots. Ik voel de vrijheid om te doen wat ik wil,’ zegt ze. ‘En ik voel me zo sterk van binnen dat ik alles aankan.’

    Lees ook:

  • Gezocht: 
uw doodgewone hersenen

    Gezocht: 
uw doodgewone hersenen

    Hersenonderzoekers zitten te springen om gezonde hersenen. Maar donoren zijn schaars. Daarom benaderen ze nu zelfs specifieke groepen, zoals nonnen.

    Neuroloog David Bennett, 
die in Chicago aan het hoofd staat van een centrum voor onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, stond half oktober in Saint Louis voor een auditorium vol nonnen. 
Zijn doel was om hen over te halen 
hun hersenen ter beschikking te 
stellen aan de wetenschap.

    Bennett grapt wel eens dat politici een kamer in kunnen lopen en mensen hun geld afhandig maken. ‘Maar ik 
kan een kamer inlopen en mensen 
hun hersenen afhandig maken.’ Wat Bennett betreft is het urgenter dan ooit dat mensen hun hersenen doneren. Er zijn steeds meer hersenen nodig voor wetenschappelijk onderzoek, omdat er steeds meer geld is voor onderzoek naar hersenaandoeningen, ouderdomshersenziekten vaker voorkomen, de instrumenten waarmee hersenen onderzocht worden steeds geavanceerder worden, en het besef groeit dat onderzoek aan dieren niet altijd voldoende inzicht geeft in 
ziekten bij mensen. De beste behandelmethode blijft dan buiten beeld.

    Een groot probleem bij het onderzoek is dat de onderzochte hersenen 
(Bennett beheert in Chicago een enorme voorraad ingevroren hersenweefsel) meestal sporen vertonen van vergevorderde alzheimer of van andere ziekten die leiden tot dementie. 
Relatief gezonde hersenen daarentegen, die wetenschappers in staat 
stellen om achter de precieze oorzaak van dementie te komen, en te ontdekken wat ons ertegen beschermt, zijn veel zeldzamer.

    Om dat tekort te verhelpen zijn Bennett en andere wetenschappers nu hard bezig om voorraden aan 
te leggen van een kostbaar goed: de hersenen van mensen als zuster Carleen Reck. Deze vrome non besloot na een van Bennetts spreekbeurten gehoor 
te geven aan zijn verzoek hersenen te doneren; zij tekende meteen een donorverklaring.

    Mensen met hersenziekten liggen zelden in ziekenhuizen waar hun gevraagd wordt om hun hersenen te doneren

    Ondanks haar tachtig jaar is Reck nog scherp van geest en gezond als een vis. Zij is altijd actief geweest in haar gemeenschap en leidde zeventien jaar lang een organisatie die voormalige gevangenen hielp 
te herintegreren. Sinds haar pensioen bezoekt zij parochieleden, doet de boekhouding en leert melodion spelen, een toetsinstrument waarop geblazen moet worden. ‘Ik heb pas één optreden weten te regelen,’ zegt ze bescheiden.

    Bennetts collectie hersenweefsel is een van de 
zogenaamde hersenbanken die het land rijk is. Onderzoekers halen er het materiaal vandaan voor hun hersenenexperimenten. Sommige van deze 
hersenbanken zijn gespecialiseerd in materiaal voor onderzoek naar ouderdomsziekten. Onlangs vormden zes van deze instellingen de NeuroBioBank, 
een door het Nationaal Institute of Health (NIH) geïnitieerd netwerk dat de verdeling van hersen-materiaal soepeler moet laten verlopen.

    ‘Als maar één procent van alle Amerikanen met en zonder hersenziekten hun hersenen zouden doneren voor wetenschappelijk onderzoek, dan zou dat een revolutionaire vooruitgang betekenen bij het diagnosticeren, voorkomen en genezen van hersenziekten’ schreef een groep NIH-directeuren vorig jaar in een pleidooi voor hersendonaties. Het ging hun daarbij vooral om gezonde hersenen.

    Uiteraard moeten onderzoekers ook naar zieke 
hersenen kijken, maar die kunnen ze nooit goed begrijpen zonder ze met gezonde hersenen te vergelijken. Zo is in de hersenen van mensen die qua 
cognitie en functioneren geen problemen hadden bijvoorbeeld een type kluwens gevonden dat neuronen kan doden. Deze kluwens vertonen een sterke associatie met de ziekte van Alzheimer, maar schijnbaar kunnen sommige mensen ondanks deze 
tekenen van hersenbeschadiging heel oud worden. Bij sommigen gaan ze gepaard met alzheimer of 
parkinson, anderen ondervinden er geen last van. ‘Zo’n ontdekking kan nieuwe therapieën opleveren,’ vertelt Bennett.

    Griezelig

    Neurowetenschapper Sabina Berretta van de Harvard Medical School vertelt dat gedoneerde gezonde 
hersenen onderzoekers steeds meer inzicht geven in de werking van de hersenen. Zelf ontdekte Berretta een paar jaar geleden samen met haar collega’s, diep verborgen in de tussencelvloeistof, nog onbekende structuren.

    Tot voor kort werd de tussencelvloeistof gezien 
als een kleverig goedje louter bedoeld om cellen bij elkaar te houden. Volgens Berretta blijkt het echter fascinerende functies te hebben, niet alleen tijdens de ontwikkeling van de hersenen maar ook als ze volgroeid zijn.

    Samen met haar collega’s ontdekte ze dat er in gezonde hersenen veel meer van deze mysterieuze structuren – inmiddels CS-6 clusters gedoopt – zaten dan in de hersenen van mensen met schizofrenie of een bipolaire stoornis.

    ‘We komen er langzaam achter dat deze structuren in de hersenen een belangrijke rol spelen bij het 
verwerken van onze ervaringen,’ vertelt Berretta. 
Ze benadrukt dat niet alleen in haar laboratorium recentelijk zulke ontdekkingen zijn gedaan.

    ‘We merken hoe weinig we eigenlijk nog maar van 
de menselijke hersenen afweten,’ aldus Berretta.

    Helaas is het veel eenvoudiger om donoren te vinden voor bloed of voor organen dan voor hersenen. Mensen met hersenziekten liggen zelden in ziekenhuizen waar hun gevraagd wordt om hun hersenen te doneren. En al is de NIH met de NeuroBioBank gestart, de organisatie gaat zich niet actief inzetten voor hersendonatie, zoals het Rode Kruis wel bloeddonatie werft.

    De directeur van de NIH NeuroBioBank, Michelle Freud, zegt erover: ‘Het klinkt griezelig: “De regering wil je hersenen hebben.” Daarom houden we ons liever afzijdig.’ Mensen als Bennett en Berretta zullen dus zelf aan de bak moeten.

    Bennett werft al lang donoren en geeft met dat doel op allerlei plekken voordrachten, van de arme buitenwijken van Chicago tot in verzorgingshuizen. Het was een gouden ingeving van hem dat nonnen en priesters misschien best hun organen zouden willen afstaan als het voor een goed doel is. Inmiddels werkt Bennett samen met 45 religieuze ordes in het hele land. 
Hij kijkt zelfs over de grens. ‘In Brazilië bestaat een wet die zegt dat je een autopsie moet ondergaan als er op je overlijdensverklaring geen doodsoorzaak staat. Daarom zijn overal in het land autopsiecentra opgericht.’ Van 
het NIH kreeg hij een beurs om in 
Amerikaanse autopsiecentra met familieleden over hersendonatie te spreken. Berretta op haar beurt wil sociale media gaan gebruiken om donatie te stimuleren. (‘Met een 
hersendonatie doe je kennis cadeau’, luidt een van haar slagzinnen.) Hiervoor moet ze nog wel toestemming krijgen van het Institutional Review Board, een langdurig proces, maar een vereiste voor al het onderzoek aan menselijk weefsel. Ook werkt zij samen met organisaties voor maatschappelijk werk, die veel ervaring hebben met het voeren van serieuze gesprekken op 
kritieke momenten in een mensenleven. Wellicht zijn zij in de positie om stervenden vriendelijk te vragen hun hersenen af te staan.

    Neuroloog David Bennett, hoofdonderzoeker aan het centrum voor de ziekte van Alzheimer in Chicago.
    Neuroloog David Bennett, hoofdonderzoeker aan het centrum voor de ziekte van Alzheimer in Chicago.

    Hersenbanken in New York en Baltimore werken samen met lokale patholoog-anatomen, die hen in contact kunnen brengen met familieleden. 
Die kunnen dan voorzichtig worden benaderd met de vraag of zij de hersenen van een overleden verwante af willen staan.

    Een veelbelovend nieuw kanaal waarlangs hersenen ter beschikking komen is de vorig jaar opgerichte liefdadigheidsorganisatie Brain Donor Project. Initiatiefnemer is Tish Hevel, een communicatiespecialist en voormalig nieuws-redacteur die tot haar vader in 2014 gediagnosticeerd werd met Lewy body dementie, vrijwel niets van }hersendood afwist. De familie doneerde na zijn overlijden in maart van het jaar daarop zijn hersenen aan de NeuroBioBank. Hevel: ‘Dat bleek zo ingewikkeld dat we naar het NIH toestapten en zeiden: we gaan jullie helpen.’

    Sinds de oprichting van de organisatie een jaar geleden tekenden al ruim duizend hersendonoren in 
vijftig Amerikaanse staten een donorverklaring. Hevel schat dat ongeveer een derde van deze donoren als gezonde controlepersonen aangemerkt zullen worden, al zullen sommigen tegen de tijd dat ze overlijden ook een hersenziekte hebben.

    Net als Bennett en Berretta beschouwt Hevel elke donatie als een onschatbare daad van wetenschappelijke liefdadigheid. ‘De hersenen vormen de basis van je identiteit,’ zegt Hevel. ‘Als je zoiets in je handen houdt, besef je hoe enorm belangrijk en betekenisvol zo’n gift is.’

    Als de non Reck sterft, zal binnen enkele uren haar hoofdhuid tot aan haar wenkbrauwen worden afgestroopt, haar schedel opengemaakt, het ruggenmerg doorgesneden en haar hersenen verwijderd. En 
terwijl haar lichaam klaar wordt gemaakt voor de begrafenis, zullen haar hersenen op weg gaan naar hun laatste rustplaats in Chicago. Een patholoog zal de hersenen in tweeën snijden en er vervolgens 
pannekoekdikke plakken vanaf snijden, die stuk voor stuk onderzocht worden op afwijkingen. Dan gaat 
de ene helft de diepvries in en de andere helft in een bak met formaline, waar die blijft liggen totdat een onderzoeker erom vraagt. En als haar hersenen geen sporen van alzheimer of andere ouderdomsziekten vertonen, zullen Recks hersenen, in Bennetts 
woorden, een ‘extreem waardevolle’ aanwinst zijn, juist omdat ze zo doodgewoon zijn.

    ‘Als ik dood ben heb ik toch niets meer aan mijn 
hersenen,’ antwoordt Reck op de vraag waarom zij ervoor koos donor te worden. ‘Dus waarom niet?’

    Auteur: Rae Ellen Bichell
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Openingsbeeld: Nonnen in Vaticaanstad. – © Franco Origlia / Getty Images

    Undark
    VS | undark.org

    Undark is een Amerikaans onlinetijdschrift over het snijvlak van wetenschap en samenleving, ‘de plek waar wetenschap zich doet gelden in de politiek, in de economie, voelbaar en wezenlijk wordt in ons leven van alledag’. De naam is rechtstreeks ontleend aan de merknaam waaronder de US Radium Corporation tussen 1917 en 1938 een lichtgevende verf op de markt bracht die voornamelijk werd gebruikt op de wijzerplaten van klokken en horloges. Velen, voornamelijk vrouwen, de zogeheten Radium Girls, die er in fabrieken mee moesten werken, werden ziek en sommigen gingen dood aan radiumvergiftiging. Ze hadden de gewoonte om aan de penselen te likken waarmee ze de verf op wijzerplaten moesten aanbrengen. Het magazine wordt gefinancierd door de onafhankelijke Knight Foundation, een fonds opgericht door en genoemd naar mediamagnaten uit het predigitale tijdperk. Artikelen uit Undark worden met regelmaat overgenomen door tijdschriften als The Atlantic, Mother Jones, Scientific American en Newsweek.