Tag: noordpool

  • Wie is er bang voor China’s arctische ambities?

    Wie is er bang voor China’s arctische ambities?

    Beschuldigd van militaire ambities stelt Beijing dat het uitsluitend vreedzaam opereert in het Noordpoolgebied, aldus deze opiniebijdrage.

    Zodra westerse landen vandaag met een probleem worden geconfronteerd, lijken ze geneigd China erbij te slepen. Dat geldt ook voor het Noordpoolgebied. Sommige westerse media speculeren graag over Chinese activiteiten in het Arctische gebied of projecteren er een politieke lezing op die getuigt van een Koude Oorlog-mentaliteit, maar gaan daarbij voorbij aan de beginselen van samenwerking en duurzame ontwikkeling die China consequent naar voren brengt. Neem de winning van delfstoffen. Chinese bedrijven houden zich strikt aan de juridische en milieuregels die door lokale autoriteiten zijn vastgesteld en respecteren de keuzes van de betrokken gemeenschappen. In dit geheel van Chinese activiteiten in het Noordpoolgebied valt niets te bespeuren dat wijst op vermeende ‘roofzucht’, laat staan op enige poging tot ‘militarisering’. Meer in het algemeen geldt dat, nu de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden, de Arctische zeeroutes aan belang winnen omdat ze steeds vaker als commerciële vaarroutes kunnen dienen. Als China nieuwe poolroutes voor het maritieme transport verkent, dan doet het dat juist om duurzamere trajecten te ontwikkelen voor de mondiale goederenstromen.

    Invloedrijkere speler

    Wat bekendstaat als de ‘polaire zijderoute’ zou weleens een essentiële schakel kunnen worden in de nieuwe fase waarin de Nieuwe Zijderoutes zijn beland. Het doel is helder: deze route inzetten ten dienste van het internationale transport en de handelsconnectivteit, met name tussen Europa en Azië – niet als instrument in een geopolitieke machtsstrijd.

    Ondanks het ontbreken van tastbaar bewijs voor beweringen van sommige westerse politici – zoals Donald Trumps uitspraak dat ‘Groenland krioelt van Chinese oorlogsschepen’ – valt niet te ontkennen dat China zich stap voor stap ontwikkelt tot een steeds invloedrijkere speler in Arctische aangelegenheden. Van wetenschappelijke exploratie tot de studie van nieuwe vaarroutes: China structureert zijn polaire strategie op een geleidelijke en pragmatische manier. De oprichting in 2004 van het Gele Rivieronderzoeksstation in de Noorse archipel Spitsbergen markeerde officieel het begin van de Chinese deelname aan Arctisch wetenschappelijk onderzoek.

    Noordpoolplattegrond

  • De wankele wereldvrede op Spitsbergen

    De wankele wereldvrede op Spitsbergen

    Mineralen en de strategische ligging van de Noorse archipel wekken wereldwijde interesse. Waar internationale samenwerking altijd de norm was, probeert Oslo nu zijn greep op deze eilanden te versterken.

    Onder de hoge breedtegraden van het Noordpoolgebied, niet ver van de Noordpool, is Spitsbergen (Svalbard) een soort geopolitieke eenhoorn. Deze geïsoleerde archipel is Noors grondgebied, maar wordt ook bestuurd door een uitzonderlijk verdrag dat teruggaat tot de Eerste Wereldoorlog en het mogelijk maakt dat iedereen zich er zonder visum kan vestigen. Al decennialang trekken wetenschappers uit de hele wereld naar het internationale Arctische onderzoeksstation in Ny-Ålesund, gelegen aan de rand van een imposante fjord, omringd door bergtoppen. Chinese studenten scheuren op sneeuwscooters rond met hun Europese medestudenten. Noren en Russen organiseren schaaktoernooien en slurpen samen borsjtsj naar binnen.

    Toch probeert Noorwegen vandaag zijn soevereiniteit over Spitsbergen te consolideren en buitenlandse invloeden terug te dringen. De Scandinavische staat heeft buitenlanders die op de archipel wonen het stemrecht ontnomen. De verkoop van lokale grond aan buitenlandse kopers is verboden. Buitenlandse onderzoekers worden strakker in het gareel gehouden; Noorwegen claimt zeggenschap over honderden kilometers zeebodem. De campagne die hiermee is ingezet, gooit jarenlang internationale samenwerking overhoop en werkt door in het leven van Chinese wetenschappers, Russen die in de steenkoolmijnen werken, rijke Noorse grondeigenaren en immigranten die al lange tijd op de archipel wonen. Onder hen zijn twee Thaise broers die bijna hun hele leven op Spitsbergen hebben doorgebracht en zich nu zorgen maken over hun toekomst.

    Springplank

    ‘Het houdt me voortdurend bezig,’ zegt de oudste, Nathapol Nanthawisit (30). De maatregelen passen in een nieuwe geopolitieke conjunctuur, die oorlogszuchtiger wordt naarmate de opwarming van de aarde en de strijd om toegang tot grondstoffen toenemen, en de rivaliteit tussen grootmachten het Noordpoolgebied bereikt. Donald Trump heeft gedreigd Groenland in te lijven. Op Spitsbergen, dat ten oosten ligt van dat ‘eilandcontinent’, wekken Noorse beslissingen eveneens ongerustheid. Ze hebben felle bezwaren opgeroepen, ook bij bondgenoten binnen de Europese Unie en de NAVO, voor wie het verdrag (uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog) de Noorse soevereiniteit over de archipel begrenst. Noorwegen houdt vol dat het geen andere keuze heeft dan zijn kleine stukje van het gebied te beschermen, zodat Spitsbergen geen springplank wordt voor vijandige machten.

    De archipel is een van de beste plekken ter wereld om satellietgegevens te downloaden en rakettrajecten te volgen. Gewilde afzettingen van zeldzame aardmetalen liggen op de zeebodem eromheen. Het is, om zo te zeggen, de noordelijkste plek waar mensen kunnen wonen. Wie Spitsbergen controleert, verwerft een dominante positie in het Arctische gebied. Amerikaanse regeringsvertegenwoordigers beschuldigen Chinese onderzoekers van illegaal militair onderzoek in het gebied. Rusland maakt aanspraak op de archipel vanuit dezelfde argumenten die bij de invasie van Oekraïne werden opgevoerd.

    ‘Noorwegen heeft sinds 1945 niet met zo’n ernstige veiligheidssituatie te maken gehad,’ zegt Eivind Vad Petersson, hoge functionaris op het Noorse ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Wanneer Groenland een politieke storm te verduren krijgt, spat die onvermijdelijk ook op Spitsbergen uiteen.’ Volgens hem hebben andere landen Spitsbergen al veel te lang beschouwd als ‘een soort vrijplaats, waar iedereen kan aanmeren en min of meer kan doen wat men wil’. Hij voegt eraan toe: ‘Het is soeverein Noors grondgebied, daarom brengen we de situatie nu duidelijk in kaart.’

    ‘Het Noordpoolgebied is de boreale versie van Congo’

    Marzio G. Mian is ‘een van de beste experts op het gebied van het Noordpoolgebied’, schrijft El País. De Italiaanse journalist en ontdekkingsreiziger richtte zelfs The Arctic Times Project op, ‘een vereniging van internationale journalisten die de klimaatverandering in dit uitgestrekte gebied documenteren’, aldus de Spaanse krant, die hem thuis sprak in Milaan.
    Volgens Mian is ‘het Noordpoolgebied de boreale versie van Congo’. Daarmee bedoelt hij: een betwist gebied dat door grootmachten wordt gekoloniseerd, onder meer met het oog op de winning van zeldzame aardmetalen, ten koste van de lokale bevolking.
    De voorbeelden die zijn standpunt onderbouwen zijn legio, aldus Mian. Vladimir Poetin verklaarde ooit: ‘Er is geen Rusland zonder het Noordpoolgebied, en er is geen Noordpoolgebied zonder Rusland.’ In 2016 onthulden hij en zijn collega’s dat de Chinese staat ‘een uranium- en zeldzame-aardmetalenmijn in Narsaq’ op Groenland financierde. Wat de Verenigde Staten betreft, wijst hij niet alleen op Trumps wens om dit autonome, aan Denemarken verbonden gebied te annexeren, maar ook op ‘een sterke Amerikaanse inmenging in Groenland onder het presidentschap van Biden’.
    Daar komt nog bij dat het eiland tot de verbeelding spreekt van Silicon Valley, benadrukt Mian, en dat er in het verleden sprake was van ‘een brutaal kolonialisme van de Verenigde Staten, Canada en Denemarken in Groenland, met medeplichtigheid van de katholieke en anglicaanse kerken, waar nauwelijks over wordt gesproken’.

    Weinigen zouden Noorwegen omschrijven als een doordauwer. Dit rijke Scandinavische land roept eerder associaties op met internationale diplomatie en de Nobelprijs voor de Vrede. Maar de tijden veranderen. Dat zegt ook Leif Terje Aunevik, burgemeester van Longyearbyen, de belangrijkste plaats op Spitsbergen, dat iets weg heeft van een kruising tussen een skidorp en een militaire basis. De achtenvijftigjarige werd in zijn jeugd aangetrokken door de reputatie van het pool gebied als ‘exotische plek’. ‘Ik dacht altijd: Hoe verder naar het noorden, hoe excentrieker de mensen.’ De burgemeester geeft toe dat dat tegenwoordig meevalt. Longyearbyen heeft chique restaurants en hotels, dagelijkse vluchten naar het Noorse vasteland en vijfentwintighonderd inwoners – meer dan het dubbele van het aantal toen Aunevik er aankwam. Die bevolking komt uit zo’n vijftig verschillende landen.

    Eeuwen geleden was Spitsbergen zo afgelegen en angstaanjagend dat de Noren het als terra nullius beschouwden: niemandsland. De naam (uit het Oud- noors) is opvallend eenduidig: sval (‘koud’) en bard (‘rand/bergrug/klif’). Noorse mijnwerkers en Russische pelsjagers waren ongeveer de enigen die de winters trotseerden.

    Na de Eerste Wereldoorlog erkenden de overwinnaars de Noorse claim op het gebied – maar niet zonder kanttekeningen. Het Spitsbergenverdrag van 9 februari 1920 bepaalt dat de betreffende gebieden ‘nooit voor oorlogsdoeleinden mogen worden gebruikt’ en kent alle ondertekenaars gelijke toegang toe tot jacht, visserij, mijnbouw en grondbezit – bepalingen die vrijwel nergens ter wereld voorkomen. Een aantal landen tekende meteen, waaronder Denemarken, Frankrijk, Italië, de Verenigde Staten en Japan. De Sovjet-Unie sloot zich kort daarna aan, evenals China. Sindsdien hebben bijna vijftig staten, waaronder Afghanistan en Noord-Korea, zich bij de lijst gevoegd, wat hun dezelfde toegang geeft als alle anderen.

    ‘Kijk zelf maar,’ zegt Aunevik over Spitsbergen. ‘Het is een unieke infrastructuur, een open samenleving, een lokale democratie.’ Hij ziet een piek in investeringen, officiële bezoeken en strategische aandacht. Ieder- een denkt tegenwoordig: ‘We moeten daar aanwezig zijn.’

    Spitsbergenverdrag

    De concurrerende landen worden op Spitsbergen ook verleid door wat de oceaan verbergt. Recente studies tonen aan dat de oceaanbodem aanzienlijke hoeveelheden koper, zink, kobalt, lithium en zeldzame aardmetalen bevat, soms op meer dan drie kilometer onder zeeniveau. Het zijn precies deze mineralen die nieuwe technologieën aandrijven, zoals batterijen voor elektrische auto’s en windturbines. Noorwegen bewaakt die buit nauwgezet.

    Al bijna een eeuw gaan vrijwel alle landen ervan uit dat het Spitsbergenverdrag de verdragsstaten niet alleen rechten geeft op de archipel zelf, maar ook op de omliggende wateren en de zeebodem.

    In januari 2024 kondigde de regeringspartij in Noorwegen aan dat het land diepzeeprospecties zou gaan uitvoeren om mineralen te zoeken op een immens oppervlak – ter grootte van Duitsland –, ook rond Spitsbergen. Die aankondiging wekte bezorgdheid. In Noorwegen verzetten milieuorganisaties en linkse partijen zich ertegen, en wezen ze op het gevaar voor kwetsbare mariene ecosystemen.

    Buiten het land werd de aankondiging opgevat als een landjepik die het toepassingsgebied van het verdrag ver overschreed. ‘We willen Noorwegen er opnieuw aan herinneren dat het geen onvoorwaardelijke soevereiniteit uitoefent’ over Spitsbergen, verklaarde het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, dat de beslissing ‘illegaal’ noemde.

    Jeff Landry, de ‘spookgezant’

    Hij heeft er nog geen voet aan wal gezet, maar de thermische schok belooft aanzienlijk te worden. De gouverneur van Louisiana, Jeff Landry, werd eind december door Donald Trump naar voren geschoven als zijn vertegenwoordiger in het Groenland-dossier.
    In een spottend portret vraagt The Washington Post zich af hoe juist deze voormalige Republikeinse advocaat en zakenman, zonder noemenswaardige dossierkennis, op die post is beland. Landry was bovendien niet eens uitgenodigd voor de bijeenkomsten over Groenland in het Witte Huis.
    De Amerikaanse krant citeert enkele van zijn merkwaardigste uitspraken: ‘[De Groenlanders] vertellen me dat ze graag jagen, vissen en plezier maken. Mijn antwoord luidt: “Dan horen jullie thuis in Louisiana.”’ Volgens The Washington Post dankt Landry zijn benoeming vooral aan zijn Cajun-afkomst – en aan het feit dat Louisiana ooit door Frankrijk aan de Verenigde Staten werd verkocht. Precies het soort deal dat Trump ook met Groenland voor ogen zou hebben.

  • De strijd om de Noordpool. ‘Evenzeer egopolitiek als geopolitiek’ 

    De strijd om de Noordpool. ‘Evenzeer egopolitiek als geopolitiek’ 

    De opwinding over het lot van het Deense grondgebied is weliswaar gedaald, maar het risico op destabilisering van het hele Noordpoolgebied blijft bestaan.

    Trump rechtvaardigt zijn ambities ten aanzien van Groenland – en Venezuela – met het vocabulaire van de ‘hemisferische verdediging’ (de term Western Hemisphere, ‘westelijk halfrond’, verwijst naar het Amerikaanse continent als geheel), en stelt dat Groenland een toegangspoort is tot de Verenigde Staten. ‘Er zijn simpelweg te veel risico’s voor ons,’ zegt Thomas Dans, Amerikaans staatsburger, die al jaren pleit voor een nauwere band tussen de Verenigde Staten en Groenland. ‘Dat kan overkomen als Amerikaans chauvinisme. Dat is het ook deels. We winden daar geen doekjes meer om. De Verenigde Staten kunnen voor hun veiligheid alleen op zichzelf rekenen,’ aldus Dans.

    Diplomaten van andere westerse Arctische staten (Canada, Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden) proberen de bestaande orde in het hoge noorden te behouden. Ze vrezen dat Trumps territoriale ambities precies datgene zullen ontketenen waar ze het meest beducht voor zijn: een sterkere aanwezigheid van China en Rusland in het Noordpoolgebied. ‘De gevolgen voor het internationale systeem zouden dramatisch zijn,’ schat een hoge functionaris van een Europese Arctische staat in. ‘Welk signaal geef je dan af aan Beijing of Moskou? Ga je gang, bedien jezelf. Wat we nu doen, is dus proberen diplomatiek af te schrikken.’

    Een van de problemen is dat het orgaan dat in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het bewaren van de vrede in de regio – de Arctische Raad, waarin de acht Arctische landen vertegenwoordigd zijn – grotendeels stilligt sinds de samenwerking met Rusland werd opgeschort na de invasie van Oekraïne in 2022. Een tweede diplomaat van een Arctische staat merkt op: ‘Dat het belangrijkste instrument van die visie niet goed functioneert, is een groot probleem voor onze visie op het Noordpoolgebied. We zijn ons ervan bewust dat bepaalde kwesties moeten worden besproken – zoals de forse militaire versterking van Rusland in het Noordpoolgebied.’

    Volgens Klaus Dodds berust een groot deel van de kwestie-Groenland op ‘concurrerende geografische verbeeldingen’. Europa spreekt liever over ‘Arctische veiligheid’, terwijl Trump het heeft over ‘hemisferische verdediging’, aldus Dodds. ‘Arctische veiligheid is veel inclusiever,’ voegt hij toe. ‘In grote delen van het Noordpoolgebied betekent veiligheid het beschermen van lokale bevolkingen. Kies je voor hemisferische verdediging, dan gaat het om een veel dwingender veiligheidsconcept. Hoe legt een supermacht haar suprematie op over een volledig halfrond? Wat kleine staten ook voorstellen, het zal voor de Verenigde Staten nooit genoeg zijn.’

    Vastgoedonderhandeling

    In 2021 legde Trump zijn persoonlijke interesse in Groenland uit: ‘Ik zit in het vastgoed. Als ik iets interessants zie, denk ik: Ik moet dat perceel in handen krijgen voor het gebouw dat ik ga neerzetten. Zo verschillend is dit niet. Ik hou van kaarten. En ik heb altijd gezegd: “Kijk hoe groot dat is [Groenland], het is enorm en het zou bij de Verenigde Staten moeten horen.” Het is niet anders dan een vastgoedonderhandeling. Alleen een beetje groter, uiteraard,’ zei hij tegen de Amerikaanse journalisten Susan Glasser (The New Yorker) en Peter Baker (destijds correspondent van The New York Times in het Witte Huis).

    Dodds voegt daaraan toe dat Trumps benadering evenzeer ‘egopolitiek’ is als geopolitiek, waardoor ‘hemisferische verdediging’ kan dienen als het platform om de verlangens van de Amerikaanse president betekenis te geven. Tegelijkertijd is het concept van belang vanwege de signalen die het afgeeft aan anderen. Een hoge functionaris uit Noorwegen merkt op: ‘Waar eindigt het westelijk halfrond? Op Groenland? Op IJsland? Op Spitsbergen? Veel mensen in de regio maken zich zorgen.’

    Dodds waarschuwt voor de gevolgen van een eventuele overname van Groenland door Trump: Rusland zou dan Spitsbergen in handen kunnen krijgen – een Arctische archipel die bij Noorwegen hoort, maar waar een Russische kolonie is gevestigd. China zou op zijn beurt kunnen proberen te profiteren van de huidige zwakte van Rusland om zijn aanwezigheid in het Noordpoolgebied te versterken, merkt Dodds op, verwijzend naar Beijings belangstelling voor de Noordelijke Zeeroute, die de doorvoertijden naar Europa kan halveren. ‘We komen dan terecht bij een verdeling van invloedssferen die doet denken aan het Grote Spel,’ aldus Dodds. ‘De grimmige logica is dat Europa vast komt te zitten tussen die invloedsferen.’

    Hoe legt een supermacht suprematie op over een volledig halfrond?

    Voorlopig lijkt Europa vooral in te zetten op de hoop Washington ervan te overtuigen dat het Arctische veiligheid serieus neemt. Finland benadrukte zijn expertise op het gebied van ijsbrekers en wees op zijn technische capaciteiten, waar de Verenigde Staten belangstelling voor hebben. De Finse minister van Buitenlandse Zaken, Elina Valtonen, verklaarde in oktober tegenover de Financial Times dat Rusland zowel in het noorden als in het oosten een bedreiging vormt. ‘Het Noordpoolgebied is meer betwist dan ooit,’ zei ze. ‘Het zal hier waarschijnlijk niet bij blijven. De Verenigde Staten zullen bondgenoten nodig hebben.’ Ook de IJslandse premier Kristrún Frostadóttir werd in oktober door de Financial Times geïnterviewd: ‘Niemand wil de Verenigde Staten isoleren; iedereen wil met Washington samenwerken. We willen alleen niet dat zij ons hun koers opleggen.’

    Groenland zelf staat centraal in al deze spanningen. De 57.000 inwoners worden meegesleurd in een geopolitieke maalstroom, gedesoriënteerd en onder zware druk gezet. Sara Olsvig, voormalig Groenlands minister en huidig voorzitter van de Inuit Circumpolar Council, zegt over de Amerikaanse ambities: ‘Wij hebben kolonisatie meegemaakt en willen dat niet opnieuw beleven.’ En ze voegt eraan toe: ‘Deze grote rivaliteit tussen machten zal niet van de ene dag op de andere verdwijnen. De wereld is veel multipolairder dan tijdens de Koude Oorlog. De vraag is of we de internationale orde zullen weten te behouden. Daar gaat het om. Als dat niet lukt, wordt het een enorme chaos – en dan zitten we allemaal in de problemen.’

  • Wat de Arctische zeebodem zegt over de toekomst van het klimaat

    Wat de Arctische zeebodem zegt over de toekomst van het klimaat

    Dertig jaar geleden lag er ’s zomers dicht pakijs op de Noordpool. Nu het gebied relatief makkelijker bereikbaar is, wordt middels een expeditie geprobeerd de toekomst te voorspellen aan de hand van modder.

    Op de ochtend van 2 september is het druk op de brug van de Noorse ijsbreker Kronprins Haakon. Wetenschappers en bemanningsleden volgen de gps-coördinaten van het schip op de monitoren. Nog één zeemijl te gaan. Met sneeuw bedekte ijsschotsen drijven langs de ramen. Dan laat kapitein Hallgeir Johansen de misthoorn klinken: we hebben de geografische Noordpool bereikt. Voor expeditieleider Jochen Knies van de Arctic University of Norway in Tromsø is het zijn tweede bezoek aan de Noordpool. In 1996 was de geoloog aan boord van het Zweedse onderzoeksschip Oden, dat zich toen nog door dicht pakijs een weg moest banen naar 90 graden noorderbreedte. Bijna dertig jaar later is het Arctische gebied ingrijpend veranderd, merkte Knies sinds het vertrek vanaf Spitsbergen twee weken eerder. In plaats van dikke zeeijsvelden treft de expeditie nu dunne schotsen en grote zones open water aan. De Kronprins Haakon vaart met elf knopen en bereikt de pool met teruggeschroefde motoren.

    DOS Noordpool 15 compressed edited 1 scaled
    © Tim Kalvelage

    Hoewel het zeeijs in de zomer van 2025 – na een negatief winterrecord – geen nieuw dieptepunt bereikt, zien de onderzoekers tijdens hun vijf weken durende reis een zorgwekkende trend: het snelle verlies van Arctisch zeeijs door de sterke opwarming van het Noordpoolgebied. Zet die ontwikkeling door, dan zou het zeeijs in de zomer volledig kunnen verdwijnen – iets wat vermoedelijk al minstens 115.000 jaar niet is gebeurd. ‘Je moet ver terug in de tijd om klimaatomstandigheden te vinden die vergelijkbaar zijn met wat we in de toekomst in het Noordpoolgebied verwachten,’ zegt Knies.

    Dat is precies de reden waarom hij half augustus 2025 samen met een team van 26 onderzoekers richting het pakijs vertrok. Ze willen vaststellen of, en zo ja wanneer de Noordpool in het recente geologische verleden ijsvrij is geweest en bedekt werd door open oceaan. De antwoorden hopen ze te vinden op de Arctische zeebodem. De daar afgezette sedimenten fungeren als klimaatarchieven, waarin informatie ligt opgeslagen over warme perioden uit het verleden die als analogie kunnen dienen voor de richting waarin het klimaat zich nu ontwikkelt. De expeditie maakt deel uit van een EU-project van 12,5 miljoen euro, waaraan meerdere onderzoeksinstellingen deelnemen, waaronder Noorse instituten en het Duitse Alfred Wegener Instituut. De onderzoekers zoeken in het verleden naar antwoorden op urgente vragen over de toekomst van het Arctisch gebied: hoe verandert het mariene ecosysteem als het zeeijs zich verder terugtrekt? En wat zijn de gevolgen voor oceaancirculatie en het mondiale klimaat?

    In de afgelopen vijftig jaar is het Arctisch gebied met ongeveer 3 graden opgewarmd – twee keer zo veel als het wereldgemiddelde. Op veel plaatsen stijgt de temperatuur zelfs in de winter steeds vaker tot boven het vriespunt. Sinds het begin van satellietmetingen in 1979 is het zeeijsoppervlak aan het einde van de zomer met meer dan 40 procent afgenomen, samen met het leefgebied van ijs- en kouafhankelijke organismen. Het verdwijnen van het reflecterende zeeijs zorgt ervoor dat de Arctische Oceaan nog sneller opwarmt. Dat draagt bij aan extremere weersomstandigheden in Europa, zoals overstromingen en hittegolven, zoals Noorwegen die vorige zomer meemaakte. Tegelijkertijd wekt het afnemende ijs economische interesse: grondstoffen worden beter bereikbaar en nieuwe vaarroutes komen open te liggen.

    Een ‘polaire zijderoute’, twee keer zo snel

    ‘Kan één enkele zeeroute tegelijk de handelsstromen én de geopolitieke machtsverhoudingen veranderen?’ vroeg South China Morning Post zich op 20 september af, bij de opening van de eerste regelmatige vrachtverbinding tussen China en Europa via de Noordoostelijke Doorvaart – of, zoals Beijing haar liever noemt, de ‘polaire zijderoute’.
    Het was de Istanbul Bridge, met haar 4890 containers, die deze zogenoemde Arctic Express inluidde. De route verbindt in achttien dagen drie Chinese havens met vier Europese (Felixstowe, Rotterdam, Hamburg en Gdańsk), tegenover veertig dagen via het Suezkanaal.
    Voorlopig is de route alleen begaanbaar tijdens de periode van ijsafsmelting, van eind juli tot begin november.

    Volgens klimaatscenario’s zou de Arctische Oceaan tegen 2050 ’s zomers vrijwel ijsvrij kunnen zijn – mogelijk zelfs al binnen tien jaar – wat de klimaatcrisis verder zou verergeren. ‘Maar zulke projecties kennen aanzienlijke onzekerheden,’ zegt Knies aan boord van de Kronprins Haakon. Toekomstvoorspellingen zijn immers gebaseerd op computermodellen en meetgegevens. Satellieten en instrumenten volgen weliswaar voortdurend de opwarming van de oceaan en het smelten van het ijs, maar directe waarnemingen beperken zich tot het heden en het recente verleden – waarin er ’s zomers altijd zeeijs was, aldus Knies.

    Eind augustus bereikt het team de Lomonosovrug, een onderzeese bergketen die dwars door de centrale Arctische Oceaan loopt. Tijdens een flinke sneeuwbui en met een gevoelstemperatuur van -10 graden, laten de onderzoekers een twintig meter lange stalen buis van enkele tonnen gewicht via een dikke kabel naar de zeebodem zakken. In de nacht ervoor is de bodem met echopeilers in kaart gebracht, om een voldoende dikke sedimentlaag te treffen, ongeveer een kilometer onder het ijs. Twee uur later wordt de buis weer aan dek gehesen, bedekt met modder.

    De volgende dag ligt de 15 meter lange sedimentkern, in de lengte doorgesneden en in kortere segmenten verdeeld, op een tafel in het scheepslaboratorium. De kern vertoont duidelijk verschillende lagen, met variaties in kleur en korrelgrootte. Af en toe zijn er kleine steentjes te zien, die ooit in ijsbergen of ijsschotsen hebben vastgezeten en vanaf de Arctische kusten zijn meegevoerd. Voor het expeditieteam vormt het monster een venster op een ver verleden: waarschijnlijk bestrijkt het honderden duizenden jaren aardgeschiedenis.

    DOS Noordpool 19 compressed
    © Tim Kalvelage

    Sedimentkernen stellen paleoklimatologen in staat het klimaat en milieu van vroegere tijdperken te reconstrueren. Dat kan dankzij de voortdurende ‘regen’ van deeltjes vanaf het zeeoppervlak naar de diepzee. Mariene sedimenten functioneren als nauwgezette archivarissen en documenteren watertemperaturen, de sterkte van oceaanstromingen en andere parameters. Die informatie ligt opgeslagen in de chemische en fysische eigenschappen van planktonresten en verpulverd gesteente op de zeebodem.

    Tijdens hun vijf weken durende tocht willen de onderzoekers deze klimaatschatkamer ontsluiten en het Arctische archief ontcijferen. Langs de route van Spitsbergen via de Noordpool naar de noordoostkust van Groenland nemen ze talrijke bodemkernen. Terug op land worden de monsters laag voor laag geanalyseerd. Eerst bepalen de onderzoekers de ouderdom, met behulp van koolstofdatering en de oriëntatie van mineraaldeeltjes ten opzichte van het vroegere aardmagnetisch veld. Voorlopige metingen wijzen erop dat sommige sedimenten tot twee miljoen jaar oud zijn en dateren uit het Pleistoceen, een periode met afwisselende koude en warme fasen.

    Daarna willen de onderzoekers nagaan welke gevolgen klimaatveranderingen destijds hadden voor het Arctisch gebied. Zo analyseren ze biomarkermoleculen van ijsalgen, die aanwijzingen geven over de omvang van het zeeijs in het verleden.

    Verdachte investeringen?

    Van een ‘geleidelijke infiltratie van China voorbij de poolcirkel’ – zo spreekt de Taiwanese commentator Yun Cheng in een opiniestuk in de krant Ziyou Shibao in Taipei. Volgens hem is ‘Trumps bezorgdheid over Beijings ambities in Groenland niet ongegrond’. Hij wijst daarbij op ‘massale incesteringen en de aankoop van land door Chinese actoren ij IJsland en Groenland sinds de jaren 2010.’
    Ook in afgelegen delen van het Canadese Noordpoolgebied bestaat de grootste bevolkingsgroep volgens hem uit Chineessprekende arbeiders. Deze vestigingen zouden erop gericht zijn het idee te verankeren dat China een ‘quasi-Arctische staat’ is – zoals het zichzelf noemt in een witboek over zijn Arctisch beleid uit 2018.
    Dat concept is volgens Yun Cheng ‘uit de lucht gegrepen’ en daagt de internationale gemeenschap uit door China te presenteren als ‘een actieve bijdrager aan ARctische aangelegenheden in het kader van de opbouw van een gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid’. Hij waarschuwt dat deze investeringen – in kapitaal, middelen en mensen – ‘gemakkelijk de voorhoede kunnen vormen van Chinese militaire en inlichtingenactiviteiten’.

    Adele Westgard van de Arctic University of Norway in Tromsø richt zich op organismen die in alle oceanen voorkomen, zowel aan het oppervlak als op de zeebodem. ’s Ochtends laat ze samen met een collega een planktonnet in de diepte zakken. De vangst ligt later onder de microscoop in het scheepslaboratorium. Met een fijn penseel selecteert de geochemicus tientallen eencellige organismen met kalkhoudende schelpjes: foraminiferen, zo klein als zandkorrels.

    Deze micro-organismen bouwen hun omhulsels op uit zeewater, waarna ze als fossielen in het sediment bewaard blijven. Met levende foraminiferen onderzoekt Westgard hoe temperatuur, zoutgehalte en zuurgraad de chemische samenstelling van de schelp beïnvloeden. ‘Die weerspiegelt namelijk de heersende milieuomstandigheden,’ legt ze uit. Door fossiele schelpjes uit de sedimentkern te vergelijken met hedendaagse data kan zij bijvoorbeeld vaststellen hoe warm de oceaan vroeger was – met een nauwkeurigheid tot een halve graad.

    Het is onduidelijk wanneer de Arctische Oceaan voor het laatst zo sterk opwarmde dat al het zeeijs verdween. Mogelijk gebeurde dat tijdens het Eemien, een warme periode tussen 130.000 en 115.000 jaar geleden. Toen was het in het Arctische gebied in de zomer tot 5 graden warmer dan nu. Ten noorden van Groenland lag open water, de ijskap van het eiland trok zich sterk terug en grote hoeveelheden zoet water vertraagden de Atlantische omwentelingscirculatie. Volgens klimaatmodellen zou een vergelijkbaar scenario zich in de nabije toekomst opnieuw kunnen voordoen.

    DOS Noordpool 23 compressed edited scaled
    © Tim Kalvelage

    Hard bewijs voor een volledig ijsvrije Noordpool uit die periode ontbreekt echter. ‘Tot nu toe beschikken we vooral over monsters uit de randzone van het ijs,’ zegt Knies. Die laten zien dat het gebied tijdens warme perioden in de winter altijd met zeeijs bedekt bleef. ‘Maar of het ijs in de zomer ooit volledig verdween, weten we niet.’ Juist daarom zijn de sedimentkernen van deze expeditie zo waardevol: ze moeten dat kennishiaat opvullen. Eerdere boringen in het centrale Arctische gebied leverden tegenstrijdige resultaten op, onder meer over de ouderdom van de sedimenten.

    Daarbij zijn analysemethoden de afgelopen jaren sterk verbeterd. Een relatief nieuwe techniek is de analyse van fossiel DNA in mariene sedimenten. Vooral plankton, maar ook vissen en plantaardig materiaal dat in zee terechtkomt, laat DNA-sporen achter in de diepzee. In noordelijk Groenland zijn al DNA-fragmenten van twee miljoen jaar oud gevonden in landafzettingen. ‘Maar niemand heeft dit tot nu toe onderzocht in zulke oude afzettingen van de Arctische Oceaan,’ zegt paleo-ecoloog Stijn de Schepper van de Universiteit van Bergen en onderzoeksinstituut NORCE, terwijl het schip zich door het pakijs manoeuvreert.

    Canada zet de borst vooruit

    Na de opvallende toespraak van premier Mark Carney, die in Davos de plannen van Trump met Groenland aan de kaak stelde, buigt de Canadese pers zich over de volgende stappen.
    De Canadese premier Mark Carney riep op 20 januari tijdens het World Economic Forum in Davos de ‘middelgrote mogendheden’ op zich te verenigen tegenover de supermachten om weerstand te bieden aan ‘hegemoniale’ krachten, aldus Radio-Canada. Door te wijzen op het belang van waarden als ‘territoriale integriteit van staten’ bevestigde hij opnieuw de steun van zijn land ‘voor het recht van Denemarken en Groenland om zelf de toekomst te bepalen’ van het eiland ‘waar Donald Trump zijn oog op heeft laten vallen’.
    The Globe and Mail meldt dat Ottawa overweegt een contingent troepen te sturen om zich aan te sluiten bij een groep van acht Europese landen die ‘militaire oefeningen in Groenland uitvoeren uit solidariteit met Denemarken’. Het Canadese leger zou zelfs verschillende scenario’s hebben doorgenomen om zich voor te bereiden op een mogelijke Amerikaanse invasie van het eiland. Het Canadese Noordpoolgebied beslaat 40 procent van het nati- onale grondgebied en ligt op zijn dichtstbijzijnde punt slechts 26 kilometer van Groenland. Het land beschikt in de regio over acht militaire bases.
    Mathieu Landriault, directeur van het Observatorium voor Arctisch beleid en veiligheid, zegt tegen persbureau La Presse Canadienne dat het leger zijn aanwezigheid moet uitbreiden, met name voor maritieme operaties.
    Maar volgens de leiders van de Canadese noordelijke territoria volstaat militaire aanwezigheid niet. Zij zien andere prioriteiten, merkt omroep CBC op. De premier van de Northwest Territories, R.J. Simpson, benadrukt dat ook rekening moet worden gehouden met de noordelijke bevolking: ‘Als je naar een kaart kijkt en infrastructuur, wegen en gemeenschappen ziet, dát is soevereiniteit.’ Zijn collega uit Nunavut, John Main, betuigde solidariteit met Groenland en noemt de plotselinge belangstelling voor het eiland ‘diep verontrustend’.
    ‘Canada zou het voortouw moeten nemen op het gebied van Arctische veiligheid om ervoor te zorgen dat de NAVO in staat is haar macht ten noorden van de 60e breedtegraad te projecteren’, betoogt The Toronto Star. ‘Dat impliceert dat openlijk wordt erkend dat Trumps poging om Groenland in te lijven niet alleen onaanvaardbaar is, maar ook een bedreiging vormt voor de collectieve veiligheid van de NAVO.’

    Aan boord is de grootste uitdaging het voorkomen van besmetting van de monsters met modern DNA. In het laboratorium dragen de onderzoekers daarom beschermende pakken en wegwerphandschoenen, en reinigen ze tafels en apparatuur met bleekmiddel. Het fossiele DNA wordt later in Noorwegen in een ultrazuiver laboratorium geëxtraheerd en geanalyseerd.

    Door het genetisch materiaal te bestuderen hopen de onderzoekers inzicht te krijgen in hoe het Arctische ecosysteem er tijdens eerdere warme perioden uitzag – en hoe het in de toekomst zou kunnen veranderen. ‘Als het zeeijs verdwijnt, zullen we waarschijnlijk een volledig ander ecosysteem zien ontstaan,’ zegt De Schepper. Er zullen verliezers zijn, zoals ijsalgen en poolkabeljauw die afhankelijk zijn van zeeijs, maar ook winnaars, zoals fytoplankton dat juist floreert in open water. Wat dat betekent voor de koolstofcyclus en het Arctische voedselweb weet nog niemand precies. De onderzoekers hopen dat de modder uit de diepzee daar antwoorden op zal geven.

    DOS Noordpool 24 hergecomprimeerd edited
    © Tim Kalvelage
  • De Noordpool lijkt een ‘zeer winstgevend project’ voor Rusland

    De Noordpool lijkt een ‘zeer winstgevend project’ voor Rusland

    In Moskou wordt het Noordpoolgebied gezien als een strategische regio met groot economisch potentieel. De Russische pers doet uitvoerig verslag van de plannen van de staat om de scheepvaart in zijn noordelijke wateren te intensiveren.

    ‘In de recente geschiedenis heeft ons land geen project van een dergelijke omvang en betekenis gekend’, verklaarde eind december Nikolaj Patroesjev, voorzitter van het Maritiem College van Rusland, in het institutionele dagblad Rossiïskaja Gazeta. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de uitvoering ervan zal zorgen voor een effectieve strategische aansturing van de sociaaleconomische ontwikkeling van de Russische Arctische zone, om de nationale belangen veilig te stellen en de doelstellingen van de president te verwezenlijken.’

    In de officiële Russische pers is de ontwikkeling van het Noordpoolgebied de afgelopen jaren uitgegroeid tot een hoofdthema. De beheersing van deze vijandige regio wordt voorgesteld in termen die doen denken aan grootschalige Sovjetprojecten, zoals de campagne voor de ‘Ontginning van de Maagdelijke Gronden’ in Kazachstan onder Nikita Chroesjtsjov. Afgelopen herfst berichtte Izvestia over een van de speerpunten: ‘een grootschalige modernisering van de haveninfrastructuur’ langs de noordelijke zeekust van het land. Het project omvat tien havens, van Moermansk – de dichtstbevolkte stad ter wereld boven de poolcirkel, vlak bij Noorwegen – tot het eiland Sachalin, ten noorden van Japan.

    ‘In augustus 2025 keurde de ministerraad een integraal plan goed voor de ontwikkeling van transport-, energie-, telecom- en sociale infrastructuur tot 2036. Dit plan voorziet onder meer in de bouw van zeventien terminals in zeehavens’, schreef Rossiïskaja Gazeta, dat ook de mogelijke opbrengsten van deze Arctische expansie belicht. ‘Het zal Rusland in staat stellen zijn export naar Azië te vergroten en de handelsbetrekkingen met China, India en andere partnerlanden te versterken’, aldus Dmitri Tortev, lid van het expertcomité voor mededingingsbescherming van de Doema, het lagerhuis van het Russische parlement.

    ‘Als men naar de opbrengsten kijkt in plaats van naar de kosten, lijken de investeringsvolumes redelijk’

    Volgens analist Vladimir Tsjernov komen daar nog bij: ‘een toestroom van investeringen in de noordelijke regio’s, nieuwe banen, een bredere fiscale basis en minder logistieke beperkingen voor bedrijven’.

    Deze nieuwe strategische as wordt in Rusland aangeduid als de Noordelijke Zeeroute. Vergeleken met 2014 is het vrachtverkeer op deze route – ‘volledig onder Russische controle’ – met meer dan een factor negen toegenomen, meldt Rossiïskaja Gazeta in een ander artikel. Het volume zou inmiddels bijna 4 miljoen ton bedragen. Hoewel de krant wijst op de belangstelling van Aziatische landen, met name China en Zuid-Korea, erkent zij ook het grootste obstakel: ‘De route is niet het hele jaar bevaarbaar.’

    Maria Nikitina, expert bij het Moskouse Stolypininstituut, legt uit dat door het lage niveau van technische infrastructuur ‘de kosten van goederenvervoer hoger liggen dan via traditionele routes, zoals het Suezkanaal of over land’.

    DOS Noordpool 26 compressed edited scaled

    Hoewel het Noordpoolgebied Rusland ‘de kans biedt om niet alleen een transitpunt te worden, maar ook een brug tussen continenten’, plaatst geograaf Aleksandr Piljasov kanttekeningen in het economisch tijdschrift Monocle. ‘Een gunstige geografische ligging volstaat niet om zeeroutes te creëren. Noch de Middellandse Zee, noch de Atlantische of de Stille Oceaan zijn wereldwijde snelwegen geworden omdat ze gemakkelijk te bevaren waren; ze boden regelmaat, voorspelbaarheid, infrastructuur en marktvertrouwen. Precies op die punten blijft het Noordpoolgebied het meest complexe terrein voor de wereldhandel.’

    In een taal die bol staat van stereotypen, typerend voor de Russische politieke elite, noemt minister van Ontwikkeling van het Verre Oosten en het Noordpoolgebied Aleksej Tsjekoenkov het Noordpoolgebied ‘een zeer winstgevend project voor het land’, waarvoor ‘de Noordelijke Zeeroute moet worden ingericht, ijsbrekers gebouwd en havens gemoderniseerd’. ‘Als men naar de opbrengsten kijkt in plaats van naar de kosten, lijken de investeringsvolumes redelijk’, stelt hij in Rossiïskaja Gazeta.

    Momenteel zijn er acht kernijsbrekers gelijktijdig actief op deze zeeroute, verklaarde eind december Aleksej Lichatsjov, directeur van Rosatom, geciteerd door Monocle. Om de scheepvaart verder te vergemakkelijken begon Rusland vorig decennium met de bouw van zeven nieuwe ijsbrekers. Vladimir Poetin presideerde onlangs zelf de kiellegging van de Stalingrad, de laatste in deze reeks, en presenteerde Rusland daarbij als ‘het enige land ter wereld dat in serie krachtige en betrouwbare kernijsbrekers kan produ- ceren – en dat met uitsluitend eigen, nationale technologie’.

  • Dit doen de superrijken op vakantie

    Dit doen de superrijken op vakantie

    Een diner op de Noordpool, kite-skiën op Antarctica of racen op een vulkaan; vermogenden kiezen steeds vaker de meest extreme ‘luxepedities’.

    Henry Reid had de Matterhorn ‘gebeast’ door binnen zes uur naar boven en weer naar beneden te klimmen, en zocht nu naar een nieuwe uitdaging. Zo belandde de eenenveertigjarige op een speedboat die met tachtig kilometer per uur over de Noorse Trollfjord suisde, voorzien van survivalpak, skiboots en ski’s om de verse sneeuw uit te proberen.

    De projectontwikkelaar uit Berkshire had samen met een groep vrienden wekenlang getraind voor de drie uur lange klim – en afdaling – van een 650 meter hoge berg te beklimmen, door kakelverse sneeuw. ‘Ik wist dat dit een van de fysiek uitdagendste dingen was die ik ooit zou doen,’ zegt hij.

    De wandeling door de sneeuw vol kick-turns en zigzags, met ‘skins’ op hun ski’s om de helling op te kunnen lopen, was uitputtend. Maar volgens Reid was het het waard toen ze bij de ijzige afgrond aankwamen en zich ‘konden voorstellen hoe de Scandinaviërs op de mythen van de Walkuren waren gekomen’.

    Toen ze na de terugreis door sneeuw tot aan hun middel weer bij de boot aankwamen was het tijd voor een bezoek aan een plaatselijke herberg genaamd Metro, naar zijn oorsprong als meteorologiestation. Na een diner bereid door een Italiaanse chef kwam de eigenaar van Metro, Matthias, ‘naar ons toe en zei: “Als jullie nog nooit het noorderlicht hebben gezien, moet je nu even naar buiten gaan,”’ vertelt Reid. ‘De hemel werd groen, met witte en blauwe strepen; het was de perfecte afsluiting van een perfecte dag.”

    Het is de norm van een nieuw soort reiziger om met extreme vakanties de grenzen van het menselijke uithoudingsvermogen op te zoeken, op zowel fysiek als mentaal vlak. Dit zijn niet het soort avonturiers die in juni 2023 in de zwarte, ijzige diepte van de Atlantische Oceaan omkwamen in de Titan-onderzeeër van Ocean Gate. Denk eerder aan de techbro’s uit de film Mountainhead van Jesse Armstrong, die in identieke oranje skipakken de top van een berg in Utah beklimmen en daar neerstrijken om uit te rusten en hun netto vermogens met elkaar te vergelijken. Niet alleen de sneeuw was diep, maar ook hun portefeuille.

    Gewoontjes

    Nu recente rapporten aantonen dat de Mount Everest te vol en vervuild raakt – en dergelijke klimsessies inmiddels zo populair zijn dat ze te gewoontjes zijn geworden voor vermogende wereldmigranten – krijgen onaangeraakte bergtoppen, de krochten van de zee en zelfs de ruimte steeds meer aantrekkingskracht.

    Neem Henry Cookson. Hij begon een nieuwe carrière waarbij hij anderen meeneemt naar het einde van de wereld en – als het meezit – weer terug. ‘Ik was een bankier met overgewicht die veel te veel tijd doorbracht in de Londense cafés. Mijn leven veranderde toen ik een uitnodiging ontving voor de Scott Dunn Polar Challenge,’ vertelt hij vanaf de top van een alp, waar hij eindelijk tijd heeft mij telefonisch te woord te staan.

    Hij won de race van 580 kilometer naar de magnetische noordpool en brak met zijn tijd van elf dagen het parcoursrecord. Vervolgens wandelde en kiteski’de hij naar het zuidelijke punt van onbereikbaarheid – het punt in Antarctica dat in alle richtingen het verst van de zee ligt. Op 19 januari 2007, 48 dagen na het vertrek van het Novolazarevskaya-station, vestigde hij met zijn drie teamgenoten een wereldrecord; ze waren de eersten die de plek bereikten zonder gebruik te maken van motorvoertuigen.

    ‘Als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken’

    ‘Ik wist helemaal niet hoe je een poolexpeditie ondernam. Ik kon niet langlaufen en was zeker niet fit. Maar als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken,’ vertelt hij.

    Met zijn bedrijf Cookson Adventures, dat hij na die reis oprichtte, kunnen klanten overal heen. Zo biedt hij een diner op de Noordpool aan, waarbij klanten vanuit Canada, waar het ijs dik genoeg is, naar het poolgebied reizen, en in een zogeheten jump plane naar de Noordpool vliegen, waar ze vervolgens naar een gedekte tafel op het ijs skydiven.

    ‘Sommige cliënten kunnen al skydiven, anderen worden aan een expert vastgemaakt,’ vertelt Cookson.
    Het ijs rondom de noordpool drijft rond en het is best een opgave om in te schatten welke richting het op gaat. Het is de bedoeling dat ze zich tegen de tijd dat het kamp staat en de gasten per parachute arriveren precies op de pool bevinden. ‘Iedereen wil een foto waarop de GPS bevestigt dat ze op de pool staan,’ legt Cookson uit.

    Nadat de gasten een nacht op het ijs hebben doorgebracht zet Cooksons team een sauna met koelbad klaar om de gasten goed wakker te krijgen. De prijs: ‘Vanaf 1,2 miljoen dollar [ongeveer 1,04 miljoen euro],’ zegt hij, met nadruk op ‘vanaf’.

    Sauna op de pool1
    Na een overnachting op de Noordpool naar de sauna en tussen de sessies een duik onder het ijs. – © Cookson Adventures

    Geen prijslimiet

    Deze nieuwe niche voor reizen voor amateuravonturiers draagt de vreselijke naam luxepedities. Volgens onderzoek van reisconsulent Grand View bedraagt deze sector wereldwijd al ruim 1,4 biljoen dollar, met een verwachte jaarlijkse groei van 7,9 procent. Zo veel nullen op de rekening vallen in het niet naast de belofte van een ultieme uitdaging. ‘Als er een prijslimiet is, hebben we die nog niet gevonden,’ aldus directeur Kevin Jackson van EXP Journeys, die met het Dineh-volk in Noord-Amerika samenwerkt om voor het eerst een expeditie naar de top vande Tower Butte te organiseren, een 300 meter lange rotsachtige toren in Arizona met uitzicht op Lake Powell, om daar vervolgens te kamperen.

    ‘Zo heb je je privébergtop,’ vertelt hij. ‘Het is nooit eerder gedaan. Het uitzicht bij zonsopkomst en zonsondergang is een van de mooiste in de wereld.’

    Na op de 23 meter lange woonboot Sumerset op Lake Powell te hebben overnacht, wandelen de gasten door de ravijnen naar de rotspilaar. Die beklimmen ze vervolgens van de zuidoostelijke zijde met reeds bevestigde touwen en de Jumartechniek – een soort touwladder. Eenmaal aan de top slaan ze hun kamp op met chef Shon Foster, die een ‘veredelde Navajo-tacomaaltijd’ voor ze bereidt. De volgende dag gebruiken ze de touwen om weer naar beneden te abseilen.

    De laatste dag is minder uitputtend. Die besteden ze bij Amangiri, een post van Aman, de hotelgroep met de filosofie ‘less is more’ (totdat je de rekening ziet). De reis kost 20.000 dollar per persoon, uitgaande van een tienkoppige groep. Wrang detail: de dodelijke Titanic-expeditie kostte 250.000 dollar de man.

    ‘Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd”’

    Waar komt deze toename in luxepedities vandaan? Voor de techbro-scene van Mountainhead spelen het gevaar voor eigen leven en de kans om jezelf te bewijzen spreken een rol. Maar Geordie Mackay-Lewis en Jimmy Carroll, voormalig kapiteins in het Britse Leger en oprichters van Pelorus, de firma achter Reid’s Noorse odyssee, hebben het niet zo op opschepperij en noemen een andere motivatie.

    ‘Je groeit, ontwikkelt en leert een heleboel over jezelf als je doorzet en jezelf uitdaagt,’ legt Carroll uit. ‘Klanten merken vaak dat ze van dit soort reizen weerbaarder worden, meer waardering krijgen voor teamwork onder druk en dat ze, als het leven wordt gereduceerd tot zijn puurste vorm, beter gaan inzien wat er echt toe doet.’

    Reid stemt hiermee in: ‘Voor mij draait het niet om het patsen. Skiën is een van mijn favoriete bezigheden met vrienden. Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd.” Die reis naar Noorwegen wilde ik al jaren maken. Voor mij en mijn vrienden betekent het veel, het gaat niet om de buitenwereld.’ Na de zware klim kozen de vrienden ervoor de laatste twee dagen van hun Arctic Elements ski-ervaring over te gaan op heli-skiën, waarbij ze zich op tussen de 600 en 1500 meter hoogte vanuit de helikopter naar beneden lieten vallen.

    Geprikkeld en uitgedaagd

    Lauren Ho, reisdirecteur van de wereldwijde lifestylebijbel Wallpaper magazine, beaamt dat veel reizigers verlangen naar ‘vervreemding, ontdekking en de mogelijkheid op tijdens het reizen en geprikkeld en uitgedaagd te worden’.

    Op weg van Londen naar Saudi-Arabië legt ze uit: ‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom. Ooit reisden we om de wereld te ontdekken, nu boeken we hotels en restaurants vanwege hun beoordeling op Tripadvisor, allemaal geselecteerd door algoritmen en voor ons gemak geoptimaliseerd.

    We bewegen ons door de wereld zonder al te veel uitdagingen. De plekken die er echt toe doen – en die ons bijblijven – zijn de plekken die provoceren, die ons confronteren en waar we nog lang na de reis aan terugdenken.’

    ‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom’

    De door The White Lotus geïnspireerde trend om het nieuwste ‘it’-resort te bezoeken en op sociale media ervaringen met vaak gekunstelde luxe te delen, zet sommige welgestelde reizigers ertoe aan nieuwe horizonten op te zoeken. ‘Voordat het iets werd om te documenteren diende reizen om te ervaren. Men ging niet op reis om in contact te komen met de buitenwereld, maar om eraan te ontsnappen. Het was niet performatief maar persoonlijk. Geen publiek, enkel de spanning om op een plek te komen die niet eens doorhad dat je was gearriveerd.’ Luxereizenonsulent en hoofd van Brown en Hudson Philippe Brown is beaamt dat de drukke plekken, bekend van Instagram, er inmiddels ‘goedkoop’ uitzien voor rijke reizigers die ze al eerder bezochten. Hij ontwijkt de trendy ervaringen en kiest in plaats daarvan voor ‘zeldzame, ongebruikelijke paden, die juist resoneren met mensen die alles al hebben.’

    Reisagent Jaclyn Charles, oprichter van Sienna Charles, beklaagt ‘de celebrityvorming van het reizen. Neem bijvoorbeeld Jeff Bezos en Lauren Sánchez.’ Het stel vierde hun bruiloft door in Venetië een week lang te feesten op Koru, hun superjacht van 500 miljoen dollar.

    Charles, die voormalig VS-president George Bush en zangeres Mariah Carey onder haar klanten mag rekenen, biedt reizen op maat aan waarmee men volledig off the grid kan gaan. ‘We hoeven niet naar Mount Everest om iets speciaals te creëren.’ Of naar Venetië in een superjacht.

    ‘Met de juiste gidsen kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet- ontdekkingsreizigers’

    Mackay-Lewis en Carroll merken op dat verbeteringen op het gebied van veiligheid het misschien nog niet makkelijk, maar zeker praktischer maken om vrijwel ieder avontuur aan te gaan – behalve dan naar de maan reizen, maar ook dat is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd.

    Mackay-Lewis, die op een foto op de Pelorus-website hand in poot staat afgebeeld met een wolf, zegt: ‘Met de juiste gidsen en voorbereiding kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet-ontdekkingsreizigers en niet-extreme reizigers.’

    Zo is het vandaag de dag mogelijk om vier actieve vulkanen in Nicaragua te beklimmen binnen 24 uur, een prestatie die Carroll de ‘Le Mans 24-hour challenge’ noemt, ‘maar dan met vulkanen in plaats van auto’s. Het gaat om een van de minst bezochte en toch een van de mooiste plekken op aarde, met actieve lavavelden.’

    82.000 euro

    Voor degenen die na deze uitdaging wat willen ontspannen, organiseert Pelorus een uitstapje van een paar dagen naar het privé-eiland Calala, naast de kust van Nicaragua, waar diëtisten, wellness- en herstelexperts beschikbaar zijn. Een avontuur van acht dagen, inclusief de challenge van 24 uur en een week op het eiland, kost vanaf 95.000 dollar (ongeveer 82.000 euro) per persoon, uitgaande van een groep van vier personen.

    Naast veiligheid speelt voldoening een grote rol. Toen een rijke familie een reis naar de Noordpool aanvroeg, organiseerde Pelorus een pakket met genoeg activiteiten om een hele David Attenborough-documentaire mee te vullen, inclusief pinguïns voor de kleuters, een gletsjerwandeling voor de grootouders en een ijsbeersafari op een Zodiacboot voor het hele gezelschap. Lunch werd geserveerd op de rand van een ijskap, op een grote tafel geflankeerd door met bont beklede stoelen.

    Diner op de pool 1
    De tafel is gedekt voor een familite op ‘expeditie’ op de Noordpool. – © Pelorus

    Reizen naar de noordelijkste plek op aarde zijn niet ongewoon voor Pelorus, wiens reizen op een luxejacht rondom Spitsbergen vanaf 20.000 dollar per persoon (exclusief vlucht) worden aangeboden. Degenen die voet aan wal willen zetten op de Noordpool kunnen eventueel met een OceanSky-schip op reis, waar, als ze weer terug aan boord zijn, de klanten worden vergast op sterrendiner.

    Zijn dit soort extreme reisjes het geld waard, al maken ze maar een klein deukje in de portemonnee van de een- procenter? ‘Honderd procent!’ zegt Mackay-Lewis terwijl hij de zoveelste flinke cheque incasseert. Hij wijst ons op de benodigde creativiteit om uit te blinken op de reismarkt.

    ‘Als ze naar een normaal luxueus reisbureau gaan en zeggen: “Ik wil naar Namibië,” staat ze waarschijnlijk een standaardrondreis te maken. Er zit geen verhaal achter. Er is geen echte onderdompeling bij inheemse gemeenschappen en geen aandacht voor natuurbehoud.’

    Donaties

    Cookson beaamt dat maatschappelijke baten op langere termijn een krachtige prikkel zijn voor luxpeditionisten. Hij wijst erop dat na zulke avonturen de donaties snel volgen – of het nu gaat om weeshuizen, de filantropische stichtingen van de reisorganisaties of om hoge toegangs-/permit-fees voor ‘onbereikbare’ locaties die als donatie worden gepresenteerd.

    Om het Bhutaanse Koninklijke Park Manas te mogen bezoeken, waar men naar de bedreigde Bengaalse tijger en de Aziatische olifant op zoek gaat, of om op nieuwe routes in het heuvelgebied van het Himalayagebergte te wandelen, moeten Cooksons klanten een lokale ngo, school of conservatieproject steunen – bovenop de standaardprijs van 250.000 voor de tiendaagse reis. ‘Het koninklijk huis van Bhutan staat erop dat groepsreizen een duidelijk doel hebben en een bijdrage leveren aan het land,’ legt Cookson uit.

    Cookson en Lenin
    Henry Cookson op de Antarctic Pole of Inaccessibility. – © Cookson Adventures

    Zelf doet hij daar graag nog een schepje bovenop. ‘We hebben plannen om een uniek en nooit eerder vertoond eco-kamp te stichten op een prachtige plek in Groenland, een bestemming waar we steeds meer organiseren,’ zegt hij. Het gebied ontwikkelt momenteel een internationale toerismesector – zo werd er vorig jaar een nieuw vliegveld geopend, met nog twee in het vooruitzicht.

    Niet alle welgestelde vakantieaanbieders hebben echter de duurzaamheidsboodschap meegekregen. ‘Sommigen lijkt het helemaal niets te kunnen schelen,’ aldus Mackay-Lewis. Dus ‘rekent Pelorus het door aan de klant’, met een extra ‘planeetrekening’ op elke factuur, en een heffing van 1 procent voor natuurbehoud.

    Luxpeditionisten moeten er van hen aan geloven – of hun miljoenenbudget voor avonturen ergens anders besteden.

  • Nieuw onderzoek wijst uit dat narwallen spelen met hun slagtanden

    Nieuw onderzoek wijst uit dat narwallen spelen met hun slagtanden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Soedan: oppositie zegt vredesakkoord op na arrestatie van vicepresident

    » Wild zwijn met varkenspest doodgeschoten in Duitsland

    Eerst werd gedacht dat ze er alleen maar mee pronken en jagen

    Onderzoek dat vorige maand werd gepubliceerd in het tijdschrift Frontiers in Marine Science, lijkt te suggereren dat narwallen hun slagtanden niet alleen gebruiken om vrouwtjes aan te trekken, te pronken en te jagen, maar ook om te ‘spelen’. Dat schrijft The New York Times.

    Zo is op video’s te zien dat ze meer dan eens een zalmforel achtervolgen zonder dat ze hem proberen te vangen en op te eten. Om de vis net buiten het puntje van hun slagtanden te houden, remmen ze zelfs af. Ze geven de vis zachte tikjes of duwtjes – een duidelijk verschil met het agressiever gebruik van hun slagtanden wanneer ze op vis jagen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met de hulp van lokale Inuit-gemeenschappen zocht het onderzoeksteam een plek in het Canadese hoge Noordpoolgebied om een kamp op te slaan en met drones te vliegen. De kalme wateren van Creswell Bay in Nunavut, waar narwallen eerder in de zomer waren waargenomen, waren ondiep en helder en stelden de onderzoekers – in combinatie met het 24-uurs daglicht in augustus – in staat om enkele van de beste opnamen van narwallen ooit te maken.

    Van narwallen is bekend dat ze moeilijk te bestuderen zijn, omdat ze extreem schuw en ongrijpbaar zijn. Verder brengen ze hun tijd meestal ver van de kust door, duiken ze diep in het water en is onderzoek in het Noordpoolgebied logistiek complex. Dat maakt de bevindingen nog eens extra bijzonder.

  • Hoe een Russische drijvende kerncentrale op de Noordpool de verhoudingen op scherp zet

    Hoe een Russische drijvende kerncentrale op de Noordpool de verhoudingen op scherp zet

    De Russische regering liet een drijvende kerncentrale over de ijsschotsen naar Pevek slepen, het noordelijkste stadje in Siberië, om het noordpoolgebied klaar te stomen voor een strategische sleutelrol. Aan de belangen van de inheemse bevolking wordt daarbij echter in het geheel niet gedacht.

    Iedereen heeft het over de eieren van Aleksej. De eieren van Aleksej Aleksandrovitsj Korjapov zijn een happening in het dorp. Zelf loopt hij als een haan tussen de kippenhokken, met zijn blonde kuif als hanenkam. In een oogwenk heeft de verlegen man die ik ontmoette bij de ingang van de loods – gebouwd met de restanten van een compound van de Sovjetkustwacht – een transformatie ondergaan. Vijftienhonderd kippen heeft hij. Hij haalt ze aan, geeft sommige liefdevolle tikjes op hun snavel: ‘Moet je zien hoe ze kibbelen om het voer, de dametjes. Hou daarmee op, jij!’ Hij vertelt dat ze in september 2019 als kuikens zijn aangekomen, per schip vanuit Vladivostok via de Beringstraat.

    Voor die tijd – vóór Aleksejs geniale start-up – kostten eieren hier in Pevek, waar het gemiddelde maandinkomen omgerekend ongeveer 165 euro bedraagt, 600 roebel per dozijn, dat is bijna 7 euro. Duurder dan de kaviaar die afkomstig is van de lokale vis die vooral wordt gevangen in de Kolyma in het gelijknamige district van de stalinistische goelags. De eieren werden één keer per maand met vrachtwagens of via de Noordelijke IJszee aangevoerd vanuit de regio Amoer in het binnenland van Rusland. Nu kosten ze minder dan de helft. De zevenendertigjarige Aleksej is geëmotioneerd: ‘De moeders omhelzen me, ze zeggen dat ze  hun kinderen eindelijk een fatsoenlijk ontbijt kunnen geven. Op school, in het ziekenhuis en in het verzorgingstehuis verkopen we ze voor een symbolisch bedrag. Mijn eieren zijn een symbool van hoop, het is een prachtige ontwikkeling,’ zegt hij.

    WINNAAR

    True Story Award

    De True Story Award is erin geslaagd om, na de digitale versie tijdens de pandemie, weer een livefestival te organiseren in Bern dankzij de vereende krachten van het Reportagen-team.

    Deze zomer (23 en 24 juni) werd de internationale journalistiek in het Zwitserse zonnetje gezet, weliswaar in afgeslankte vorm omdat de sponsoring van de stad Bern uitbleef.

    Het ambitieuze project, in het leven geroepen door Daniel Puntas Bernet van Reportagen, vraagt journalisten over de hele wereld elk jaar hun beste reportages of ander hoogstaand journalistiek werk in te sturen en laat die vervolgens door jury’s op verschillende continenten beoordelen. De drie winnaars van 2023 versloegen negen andere finalisten die, net als alle andere 24 genomineerden, elk 1000 euro kregen. In totaal waren er meer dan 900 inzendingen uit 94 landen in 21 talen.

    De verhalen zijn in het Engels te lezen op truestoryaward.org/winners.

    1.
    De eerste prijs ging naar de Italiaanse journalist Marzio G. Mian (25.000 euro) met zijn in deze editie gepubliceerde reportage ‘Azzardo a nordest’ over een drijvende nucleaire centrale in Siberië.

    2.
    De tweede prijs van (15.000 euro) ging naar Juan José Martínez d’Aubuisson uit El Salvador voor zijn onderzoek ‘How the MS13 Became Lords of the Trash Dump’ in Honduras, gepubliceerd in Insight Crime (zie kader).

    3.
    De derde prijs (10.000 euro) werd gewonnen door de Amerikaanse journalist Katia Patin voor haar reportage ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, gepubliceerd in Coda Story.

    In de kippenschuur is het 21 graden, de scherpe geur van mest en voer is overweldigend, met spinnenwebben en witte veertjes bedekte elektriciteitskabels bungelen als feestslingers. Buiten is het 35 graden onder nul, het parelkleurige licht van de wintermiddag verdwijnt op de vlakke, bevroren toendra, opgeslokt door de poolnacht. Aleksej vertelt dat hij en zijn neef Viktor werkloos waren en zich dus geen eieren konden veroorloven. Maar zelfs zonder bankrekening konden ze toegang krijgen tot renteloze leningen, dankzij het nieuwe federale ontwikkelingsprogramma voor het Russische Verre Oosten dat twee jaar geleden door de Russische regering werd goedgekeurd, vertelt hij, en hij wijst eerbiedig op de foto van president Vladimir Poetin die aan een spijker in een scheur in het beton hangt. ‘We gaan uitbreiden, we mikken op vijfduizend kippen over drie jaar. Er zullen hier veel mensen komen,’ kondigt hij enigszins plechtig aan.

    De drijvende kerncentrale is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept

    De datum 14 september 2019 zal in Pevek worden herinnerd vanwege twee uitzonderlijke gebeurtenissen die allebei symbool staan voor de transformatie die dit havenstadje, de noordelijkste gemeente van Rusland en gesticht in 1967, doormaakt: de komst van Aleksejs kippen en de komst van de Akademik Lomonosov, de eerste drijvende kerncentrale ter wereld [de Amerikaanse marine maakte in 1963 al gebruik van de een drijvende kerncentrale op het schip de Sturgis MH-1A]. Die is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept en daar voor anker gelegd om Poetins obsessie voor het noordpoolgebied te voeden en de goudkoorts aan te wakkeren in Tsjoekotka, de uiterste noordoost-Siberische landstrook aan de Beringzee. Dit autonome district staat onder het strenge regime van grensgebieden aangezien Tsjoekotka en Alaska van elkaar gescheiden zijn door maar drie zeemijlen: de afstand tussen het Amerikaanse eiland Klein Diomedes dat wordt bewoond door een stuk of honderd Inuit, en Groot Diomedes, waar een Russische militaire basis is gevestigd.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.30.21
    © Studio tmo

    Voor wie hier niet woont is het heel lastig om in deze zwaarbeveiligde regio te komen. Voor Russische journalisten is het al een hele onderneming, voor buitenlandse journalisten bijna onmogelijk. Na een jaar lang te zijn geconfronteerd met een digitale papierwinkel en heen en weer te zijn gestuurd van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar de lokale regering van Anadyr, van de FSB (Russische Federale Veiligheidsdienst) naar de veiligheidsautoriteiten van de ‘grens’, hebben we waarschijnlijk geprofiteerd van een zeldzaam hiaat in het gepantserde Russische controlesysteem en zijn we – onwelkome gasten – uiteindelijk nu toch op deze plek aangekomen: een van de dunbevolktste, koudste, meest mysterieuze en beschermde uithoeken van de wereld. Bovendien zijn we hier aangekomen op het slechtst denkbare moment, want we zijn ooggetuigen van de aanwezigheid van wat Greenpeace ‘Tsjernobyl op ijs’ noemt. Aleksej is er zeker van dat de twee ‘ondernemingen’, zijn kippen en de drijvende kerncentrale, nauw met elkaar verbonden zijn: ‘Net als de kip en het ei brengt de kerncentrale vooruitgang, nieuwe banen, nieuwe gezinnen. En wie wil er ’s ochtends niet een lekker vers eitje?’

    Wanneer we de school in Pevek bezoeken is het net pauze. Buiten is het als gevolg van de ijzige noordenwind 40 graden onder nul, maar binnen is het warm en ruikt het naar dennen. In de hal ligt een berg warmtepakken. De school telt in totaal 512 leerlingen en is opgedeeld in een middenbouw en een bovenbouw. De sfeer is er onbezorgd maar beheerst, niet één stem die boven het geroezemoes op de gangen uitstijgt, weinig sneakers, geen mobiele telefoons. Een voor een lopen de leerlingen in de rij langs de grote, moderne keuken waar de kantinedames druk in de weer zijn met pannen raapjessoep met heilbot, die heerlijk ruikt. De leerlingen nemen hun lunch in ontvangst en splitsen zich vervolgens op in groepjes, jongens en meisjes meestal apart, zoals normaal is bij tieners.

    Het hart van Pevek

    De directrice van de school, Elena Stepanova, doceert Russische literatuur. Ze is rond de vijftig en heeft grote groene ogen en een ovaal gezicht dat wordt omlijst door een kastanjebruin pagekapsel. Haar kantoor is opgesierd met zijden bloemen, beeldjes en schilderijen van leerlingen. Zelf staat ze op geen enkele foto. Ze is discreet en praat nooit over zichzelf, maar toch merk je dat ze macht heeft: er wordt gezegd dat zij de meest gezaghebbende en gerespecteerde persoon van de stad is. Niet zozeer omdat ze de dienst uitmaakt in het mooiste gebouw – waar in die algehele troosteloosheid weinig voor nodig is – maar omdat ze het instituut vertegenwoordigt dat door iedereen wordt beschouwd als ‘het hart en de ziel van Pevek’, de plek waar de kinderen bijna het hele jaar wonen, weg van de alcohol en de verloedering binnen hun families: een toevluchtsoord en een oase. Er is een foto van Poetin, maar ook een van de oliemagnaat Roman Abramovitsj, die niet alleen eigenaar is van de Engelse voetbalclub Chelsea, maar ook gouverneur van Tsjoekotka is geweest: zijn vriend in het Kremlin had hem deze provincie van het Russische rijk toevertrouwd. En hij is degene die de nieuwe school in 2005 heeft bekostigd. ‘Uit eigen zak,’ volgens Stepanova.

    Surrealistisch

    Op de gangmuren van de drie verdiepingen van de school zijn in pasteltinten schilderingen aangebracht van grote mannen uit de Russische cultuur in situaties die allesbehalve traditioneel zijn, maar eerder surrealistisch: Poesjkin wordt bijvoorbeeld heel vrolijk afgebeeld in een sidecar. Ook de verhalen over Tsjoekotka worden vrij van stereotypen verteld. De afbeeldingen zijn geïnspireerd op de woorden van dichters en schrijvers, zoals de grote Joeri Rytcheoe, zoon van een sjamaan, opgegroeid in een Tsjoektsjenstam en later een van de krachtigste stemmen van de Sovjetliteratuur, die echter helaas door Poetins nieuwe koers naar de prullenbak werd verwezen. Stepanova praat over hem met passie, maar haast fluisterend, alsof het om een geheime liefde gaat. Ze vertelt dat Abramovitsj degene was die de taboes heeft doorbroken door zijn lievelingsroman, Skitanija Anny odintsovoj (De reis van Anna) opnieuw uit te geven, maar alleen voor de scholen in het district Tsjoekotka.

    De klaslokalen zijn in verschillende kleuren geschilderd, die doen denken aan de explosie van kleuren op de toendra in de zomer, en elk lokaal is bestemd voor een bepaald vak. De leerlingen lopen tussen de lessen door steeds naar een ander lokaal. De glimmende schoolborden zijn multifunctioneel, de nu al compleet uitgeruste laboratoria voor techniek en informatica worden binnenkort gemoderniseerd, zoals blijkt uit de dozen die staan te wachten om te worden uitgepakt. De directrice vertelt over haar creatie alsof het Ruslands kostbaarste bezit is, vergelijkbaar met de Hermitage in Sint-Petersburg of het Bolsjojtheater in Moskou. En toch zijn we in Pevek, in het district Tsjoekotka, het einde van de wereld, het gebied met de laagste bevolkingsdichtheid na Antarctica en de Sahara. Waar de lawine van de economische crisis na de instorting van de Sovjet-Unie in de jaren negentig van de vorige eeuw het hardst is aangekomen en waar de bevolking is gedaald van 148.000 inwoners in 1991 naar ongeveer 50.000 nu.

    ‘We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling’

    ‘Tot 1989 waren het er bijna 15.000. Er waren drie scholen en twee grote kostscholen voor de kinderen uit de dorpen van de Tsjoektsjen. Pevek boogde op een gemeenschap van wetenschappers waar zelfs de Staatsuniversiteit van Moskou niet aan kon tippen. Sommige wetenschappers kwamen hier speciaal voor de exploratie van de mijnen, andere zijn hier gebleven nadat de goelags werden gesloten en hebben hier vervolgens een gezin gesticht, zoals mijn grootvader. In de jaren negentig leden we honger, er was geen melk, we aten aardappelschillen, kaarsen waren een luxe.’ Maar nu, zo verzekert de directrice, ‘is de adrenaline terug, al heeft het inwonersaantal nog niet de vijfduizend bereikt. Er komen jonge geologen en ingenieurs met hun gezinnen. Dankzij een nieuwe satelliet die speciaal is gelanceerd om Oost-Siberië te dekken, hebben we internet en er worden wegen aangelegd. We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling, Pevek zal een van de belangrijkste havens worden op de nieuwe poolroute, de shortcut van de globalisering. Het is de moderne uitdaging van het hoge noorden, net als in de tijd van de Sovjetpioniers. We zijn nu de hoofdrolspelers en niet langer de verschoppelingen van de mensheid.’

    1. Marzio G. Mian

    Winnaar True Story Award

    De Italiaanse journalist Marzio G. Mian, winnaar van de True Story Award, is al een bekroond correspondent en auteur. Hij was zeven jaar lang adjunct-hoofdredacteur voor het weekblad Corriere della Sera en werkt tegenwoordig voor verschillende Italiaanse en Zwitserse media.

    Mian richtte het The Arctic Times Project op, een journalistieke non-profitorganisatie die zich richt op de gevolgen van klimaatverandering in de Arctische regio, en The River Journal, een multimediaal project waarin hij samen met andere journalisten, fotografen en filmmakers verslag doet van actuele kwesties rondom de grootste rivieren ter wereld.

    Marzio Mian ontving het Rainforest Journalism Fund (RJF) van het Pulitzer Center in Washington D.C. voor een onderzoek naar de rivier de Mekong in Cambodja. Met een aantal journalisten onderzocht Mian de ontbossing en de gevolgen daarvan – minder regenval en kortere en intensere moessonseizoenen – die resulteren in een perfecte storm voor het hele ecosysteem van de Mekong. Ook ontving hij de Marco Lucchetta International Press Award en de Amerigo Vespucci-prijs voor reisliteratuur

    Dan klinkt er een piano vanuit de gang. We zijn op de tweede verdieping, aan de kant die uitkijkt over de haven en de Tsjaoenbaai met het pakijs. We vragen of we even mogen gaan kijken, Stepanova antwoordt dat er wordt gerepeteerd in de danszaal, misschien is dit niet een geschikt moment. Heel even twijfelt ze nerveus, maar dan opent ze voorzichtig de grote eikenhouten deur en laat ons naar binnen kijken. De vijf meisjes dansen onverstoorbaar verder op de muziek van Alexander Skrjabins Prométhée. Zoals we ook al hadden gezien vanuit de ramen van de klaslokalen op de derde verdieping, valt ook hier op hoe de felle lichten van de Akademik Lomonosov worden weerkaatst door het ijs; hier is het een nog indrukwekkender tafereel omdat de ruiten groter zijn en het net lijkt of de kerncentrale een oceaan­stomer is die vanuit de duisternis recht op de school afkomt.

    Daar, vijftig meter verderop, ligt de centrale gevangen in een drie meter dik pak ijs, maar het lijkt of je hem kunt aanraken. De danseressen letten er niet op, alsof het bij de choreografie hoort. Onze blikken kruisen die van de directrice, die allang heeft begrepen waarom we hier zijn en wat we van haar willen weten. ‘Ze zeggen dat de centrale veilig is, waarom zouden we het niet vertrouwen? Ze hebben ons zelfs uitgenodigd aan boord, ze hebben aan de leerlingen uitgelegd hoe alles werkt, ze hebben alle vragen beantwoord, ze hebben de gym en het zwembad laten zien. Wat kon ik doen? Het is nou eenmaal zo gegaan. Maar komen jullie een andere keer terug, dan praten we er rustig over.’

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.31.13
    De drijvende kerncentrale Akademik Lomonosov werd gebouwd in Sint-Petersburg en heeft twee kernreactoren aan boord. – © Getty Images

    Pevek is alleen bereikbaar per vliegtuig (mits het weer het toelaat één vlucht per week vanuit Moskou, met een tussenlanding in Jakoetsk). Blijkbaar ontkomt niemand aan de controles. Op het kleine vliegveld worden we langdurig ondervraagd door zes grenswachten, die hier agenten van de FSB zijn. Onze vergunningen zijn in orde maar toch noteren ze de namen van onze familieleden, onze bezittingen en onze verplaatsingen in de afgelopen twee maanden. Ze ondervragen ook degene bij wie we zullen logeren, Igor Ranav, een kleine Tsjoektsjische ondernemer en activist die bekend is vanwege zijn meldingen van verkiezingsfraude en zijn polemiek met de regering in de hoofdplaats van Tsjoekotka, Anadyr.

    Beschermingsniveau

    De daaropvolgende dagen maken we met een drone, profiterend van het halfuur daglicht, verschillende luchtopnamen boven Pevek, zonder toestemming en zonder gevolgen. We vliegen vier keer van verschillende kanten over de kerncentrale en naderen die verontrustende platte schuit, geschilderd in de kleuren van de Russische vlag, tot op enkele tientallen meters. Er gebeurt niets. Hoe is het mogelijk dat een drone door niemand wordt onderschept, hoewel de Akademik Lomonosov aan de hele oostkant van de haven wordt beschermd door een gewapend ‘fort’ dat uitsluitend bedoeld is voor de beveiliging van de centrale en dat is uitgerust met geavanceerde radars? Wat is het beschermingsniveau en de interventiecapaciteit in geval van een vijandige aanval of een ongeluk? 

    We hebben het hier over de elfde Russische atoomcentrale, de noordelijkste ter wereld en de eerste [tweede] mobiele kerncentrale die ooit in gebruik is genomen: een platform van 21.500 ton, 140 meter lang en 30 meter breed, uitgerust met twee KLT-40c-reactoren op laagverrijkt uranium die samen 70 megawatt kunnen opwekken en een stad van honderdduizend inwoners veertig jaar lang ononderbroken van elektriciteit en warmte kunnen voorzien. Het idee van een prêt-à-porter kerncentrale bestaat al sinds de jaren zestig, ook de Verenigde Staten hebben lange tijd met het idee gespeeld. Maar om economische en veiligheidsredenen werd het verworpen, aanvankelijk ook door de Russen. Op uitdrukkelijk verzoek van Poetin heeft Rosatom, het Russische nucleaire staatsagentschap, haast gemaakt met het plan en er tien jaar arbeid op de scheepswerven van Sint-Petersburg en circa 450 miljoen euro aan staatsgelden in geïnvesteerd (wat toch tien keer zo weinig is als de kosten van een traditionele kerncentrale).

    Deze klasse van kernreactoren wordt door Moskou beschouwd als de enige oplossing om de meest afgelegen gebieden van het Russische noordpoolgebied te voorzien van de energie die nodig is voor de exploitatie van mineralen en fossiele brandstoffen, maar ook om het ontstaan van nieuwe wooncentra te bevorderen. Er wordt een vloot gebouwd die moet worden geankerd in de havens langs de Noordelijke Zeeroute, de voormalige Noordoostelijke Doorvaart. Het Kremlin en Rosatom hebben aangekondigd dat alleen al in Tsjoekotka nog eens vijf kerncentrales in gebruik zullen worden genomen (waarvan twee voor het eind van 2024) tegen een geschatte kostprijs van 2,25 miljard dollar.

    Niet manoeuvreerbaar

    Jan Haverkamp, nucleair expert van Greenpeace, heeft onlangs alarm geslagen: ‘Het is geen duikboot of ijsbreker, dit is een schuit die niet manoeuvreerbaar is,’ zegt hij. ‘Als het anker losbreekt of er nadert een ijsberg, wat gebeurt er dan? De Noordpool warmt drie keer zo snel op als de rest van de wereld, het smelten van de ijskappen leidt tot ongekende omstandigheden, deze oceaan wordt steeds gevaarlijker. En wat zou er gebeuren in geval van een tsunami, al zegt Rosatom dat ook dat risico is ingecalculeerd? De Russen hebben een lange ervaring met kerncentrales, maar ook een lange geschiedenis van rampen. We weten hoe moeilijk het is nucleaire ongelukken op land het hoofd te bieden, laat staan op zee en in zulke afgelegen gebieden.’ De radioactiviteit van de Akademik Lomonosov is 25 keer zo laag als die van de kerncentrale van Tsjernobyl, maar de gevolgen van een ongeluk zouden enorme proporties aannemen dankzij de poolwinden en de zeestromingen: ‘Dat zou het einde zijn van het kwetsbaarste ecosysteem ter wereld.’

    2. Juan José Martínez d’Aubuisson

    MS13 & Co.

    Juan José Martínez d’Aubuisson kreeg de tweede prijs voor het eerste artikel in zijn vierluik ‘MS13 & Co.’, over hoe de MS13 (Mara Salvatrucha) – een bende die in de jaren 1980 ontstond in Los Angeles om Salvadoraanse immigranten te beschermen tegen andere bendes – na verloop van tijd een traditionele criminele organisatie werd met investeringen in talloze bedrijven, zowel legaal als illegaal.

    In dit deel onderzoekt Martínez d’Aubuisson hoe de MS13 bepaalde aspecten van de afvalrecycling sector in Honduras heeft overgenomen en probeert erachter te komen welke connecties er bestaan tussen de bende en de hoogste regionen van de Hondurese politiek en zakenwereld. Daarvoor sprak hij met tientallen leden van de gang in de VS, Mexico en Honduras. De bronnenlijst is eindeloos en omvat behalve hoofdrolspeler Alexander Mendoza, alias ‘Porky’, die vastzit in een zwaarbeveiligde gevangenis ook lokale journalisten, politieagenten, overheidsfunctionarissen, beschermde getuigen en overlopers van de maffia, evenals slachtoffers van de maffia. Met die informatie voerde hij een uitvoerige analyse uit aan de hand van gerechtelijke documenten, bedrijfscontracten en andere officiële documenten, evenals gespecialiseerde literatuur over het onderwerp corruptie en recycling in Honduras en de wereld.

    De ramen van het appartement van de 65-jarige geoloog Valentin Poskotinov kijken uit op de  Tsjemodanovastraat, de weg of baan die parallel aan het pakijs door Pevek loopt. Het standbeeld van Lenin wordt verlicht door het gele schijnsel van een lantaarn. Bedekt met ijs en sneeuw is het herkenbaar aan de klassieke pose, en de geopende hand lijkt precies te wijzen naar het raam dat Poskotinov op een kier zet om te roken: hij hoeft maar heel even zijn gezicht uit het raam te steken of zijn neusharen en borstelige wenkbrauwen zijn wit.

    ‘Waar vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen?’

    Tussen twee trekjes door herhaalt Poskotinov zijn vraag: ‘Waar ter wereld vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen? Die vraag stelde ik meneer Ivanov van Rosatom op de informatieavond over het project voor de bevolking in het Zal Aisberg-theater. Ze zeiden dat ze de centrale pas zouden gaan bouwen als het plan door de bewoners werd goedgekeurd, maar intussen stortten ze al beton om de pier te bouwen waar de centrale zou worden afgemeerd. Maar meneer Ivanov heeft mijn vraag niet beantwoord.’

    Wurgende keuze

    Ook onze gastheer Igor Ranav was die avond als een van de weinige Tsjoektsjen aanwezig in het Zal Aisberg-theater. Hij was voorstander van de komst van het platform: ‘Ik dacht dat iets nieuws altijd beter was dan niets, voor mijn volk kon het nooit erger worden dan het al was.’ Volgens hem zijn de inwoners voor een wurgende keuze gesteld: de schone energie van de drijvende atoomcentrale in de haven accepteren, of nog eens 75 jaar lang de lucht inademen van de oude kolencentrale Čaunskaya Hpp, die in het centrum van Pevek staat; de opwindende uitdaging van verandering en vooruitgang aangaan, of leven in het gezelschap van die zwarte pluim die wordt gegeseld door de wind en die de sneeuw, de longen en de hoop bevuilt. Je hoeft maar de heuvel op te lopen en je ziet op een vluchtig moment van opaalkleurig licht alles samengevat: beneden een wirwar van rokende wrakstukken te midden van een landschap van ruïnes met betonrot waarboven gigantische kraaien cirkelen; iets verderop een fonkelend ruimteschip in het ijs, wat een sinister gevoel van reinheid geeft; en daarachter, aan de horizon van de Noordelijke IJszee, gemarkeerd door een violette mist, lijkt het alsof je de Noordpool zelf zou kunnen zien.

    In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven

    Rosatom had beloofd dat de prehistorische kolencentrale, bijgenaamd de ‘verroeste kachel’, onmiddellijk buiten werking zou worden gesteld, want nu was er de Akademik Lomonosov, ‘de Russische trots in de wereld’, aldus de directeur, Vitalij Trutnev, om elektriciteit en warmte naar de mensen te brengen en de versleten kernreactoren van Bilibino, 240 kilometer verderop in de toendra, te vervangen. In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven.

    ‘De prioriteiten liggen elders,’ zegt Valentin. Hij is geboren in Sint-Petersburg en behoort tot de generatie van jonge afgestudeerde pioniers die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw met een patriottische geest het avontuur tegemoetgingen om in het hoge noorden voorbij het Oeralgebergte, in het ruwe noordoosten, de rijkdommen te exploreren die nog niet waren gewonnen door de politiek gevangenen die tot de jaren zeventig op industriële schaal als dwangarbeiders waren ingezet. ‘Ik ben een van degenen die zijn gebleven,’ zegt hij. ‘Uit heimwee naar die jeugd, maar ook omdat ik was gegijzeld door de natuur. De witte koorts, zo noem ik het.’

    Oligarch en gouverneur

    Natuurlijk komen we uiteindelijk te spreken over Roman Abramovitsj, de oligarch die van 2000 tot 2008 gouverneur van Tsjoekotka was en plotseling in Pevek, maar ook in de dorpen van de oorspronkelijke bevolking, weer heel belangrijk werd – en niet vanwege de overwinning van zijn club Chelsea in de Champions League. Hij had sentimentele banden met het hoge noorden; zijn grootouders waren geïnterneerd geweest in de goelags. Maar bovenal was het een kwestie – of een zaak – tussen twee vrienden: de oliemagnaat die meer dan wie ook had geïnvesteerd in de voormalige KGB-agent Vladimir Poetin werd door de nieuwe tsaar beloond met de toekenning van de afgelegen Arctische provincie. In die tijd begreep bijna niemand waarom, want Tsjoekotka was de armzaligste regio van Rusland.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.31.31
    De Tsjoektsjen wonen in Pevek in traditionele tenten van hertenleer die tchotaguns worden genoemd. – © Getty Images

    Om de schatkist van de overheid te vullen verplaatste Abramovitsj drie filialen van oliegigant Sibneft naar de hoofdplaats Anadyr: de belastinggelden die dat opbracht waren goed voor 80 procent van de begroting van de autonome regio. Meteen bleek wat dat opleverde. En nog wel het duidelijkst in Pevek, waar in het eerste decennium van deze eeuw behalve de school, het ziekenhuis en het nieuwe gemeentehuis meerdere sociale en residentiële wooncomplexen werden gebouwd ter vervanging van de oude Sovjetcomplexen die in de jaren negentig waren verlaten en toevluchtsoorden voor roedels zwerfhonden waren geworden. Ook de oorspronkelijke bevolking, de veertien­duizend Tsjoektsjen, rendierhouders die zijn verbannen naar de over de toendra verspreide dorpen, werd een stukje opgetild van de bodem van de fles waarin ze hun wanhoop verdronken: in 2000 was de gemiddelde levensverwachting van de Tsjoektsjen 34 jaar; in 2010 was dat gestegen naar 38 jaar. 

    Belastingopbrengsten

    ‘In werkelijkheid betaalde Abramovitsj de belastingopbrengsten uit aan zichzelf,’ zegt Valentin. ‘En voor 2 roebel kocht hij van de overheid, dus van zichzelf, enorme stukken grond waar zich volgens de landkaarten, die nog waren getekend door Sovjetgeologen zoals ik, rijkdommen bevonden. Hier bevinden zich de grootste koper- en goudafzettingen ter wereld.’ En die zijn nu in handen van Abramovitsj. Net als die van Baimskaya, waar naar schatting een koperreserve ligt van 9,5 miljoen ton en bijna 500 ton goud. En de enorme afzettingen van Pešanka in het district Bilibino, waar 23 miljoen ton koper en meer dan 2000 ton goud zal worden gewonnen. Op beide plaatsen werkt de magnaat samen met Kaz Minerals, het belangrijkste kopermijnbedrijf van Kazachstan, dat evenwel gevestigd is in Londen. ‘Wij hebben al die afzettingen ontdekt, we waren jongens vol idealen, we woonden maandenlang op de toendra en aten alleen maar bessen en hazen. We hebben ook andere afzettingen van goud, koper, platina, zilver en wolfraam in kaart gebracht, die nu worden ontgonnen, zoals de mijnen van Majskoe en Kupolte,’ zegt Poskotinov. ‘Het district van Bilibino is een nieuw Klondike en heeft veel energie nodig om echte rijkdom te genereren.’

    Katia Patin

    Derde prijs

    ‘Multimediajournalist’ Katia Patin maakt documentaires en schreef artikelen voor gerenommeerde media als Time Magazine, NBC, The Guardian en The Atlantic. Het True Story Festival gaf Patin de derde prijs voor haar artikel ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, dat werd gepubliceerd door het Amerikaanse Coda Story. Het is een schokkend relaas over de Poolse Olympische sporter Dariusz Popiela, die probeert het bewuste uitwissen van de Joodse geschiedenis door de Poolse overheid te bestrijden met zijn stichting Mensen, geen getallen.

    Ongeveer drie miljoen Poolse Joden werden vermoord door de nazi’s, maar zowel tijdens het communisme als daarna werd en wordt die barbaarse slachting verdoezeld ten faveure van het trotse, ‘officiële’ verhaal over hoezeer Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geholpen door hun Poolse medeburgers. Jaroslaw Kaczynski, leider van de aartsconservatieve regeringspartij PiS, beschuldigt Popiela ervan een ‘pedagogie van schaamte’ te hanteren. Centraal in de controverse staat het machtige en rijkelijk door de overheid gefinancierde IPN, het Nationaal Herdenkingsinstituut, dat het als zijn taak ziet ‘de goede naam’ van Polen te bewaken. Het Instituut blijkt het daarbij niet al te nauw te nemen met de historische waarheid.

    Dat is de reden waarom Abramovitsj in werkelijkheid nooit is weggegaan uit Tsjoekotka. En dat is de reden waarom de Akademik Lomonosov in Pevek is gekomen en de haven nu wordt onderworpen aan een gigantische uitbreiding, met investeringen door Kazachstan en China. Het zal een van de strategische tussenstops worden op de noordelijke vaarroute, die door de Chinezen de Arctische Zijderoute wordt genoemd. Na de recente blokkade van het Suezkanaal en de sterke stijging van de grondstofprijzen als gevolg van de pandemie heeft Poetin vaart gemaakt en druk gezet op Rosatom, dat belast is met de ontwikkeling van de 6000 kilometer lange poolroute. De doorgang wordt steeds makkelijker dankzij het smeltende ijs, maar ook dankzij de door kernmotoren aangedreven containerschepen die het hele jaar kunnen varen zonder gebruik te hoeven maken van ijsbrekers: van de huidige 40 miljoen ton goederen die van en naar Azië worden vervoerd – grotendeels natuurlijk vloeibaar gas uit de Russische afzettingen van Jamal – wil het Kremlin voor het einde van 2026 komen tot 80 miljoen. In Pevek is de groei sinds 2018 100 ton per jaar geweest. ‘Het goud en koper van Abramovitsj zal terechtkomen in China,’ zegt Poskotinov. ’60 procent van het koper op de hele wereld wordt verbruikt in China. Waarom zouden ze het in Chili, Peru of Australië halen als ze het uit Tsjoekotka kunnen krijgen? Ze hoeven maar de Beringstraat over te steken om hun schepen vol te laden.’

    Grootse ideeën

    De Akademik Lomonosov is met zijn verblindende witte lampen ook te zien vanuit het appartement van Igor Ranav, dat honderd meter van de school vandaan ligt. De aanwezigheid van de Akademik voedt vooral zijn voorliefde voor grootse ideeën en de hoop dat de regio spoedig niet meer onder een toezichtsregime zal staan dat nog erger is ‘dan in de Sovjettijd’. Hij denkt bijvoorbeeld zijn dromen te kunnen verwezenlijken: een Cessna kopen en een luchttaxidienst opstarten naar Anadyr of Bilibino, of een groentekas bouwen. Net als alle andere Tsjoektsjen hield hij rendieren op de toendra, maar zijn talent voor zaken, van de bouw tot het begrafenisondernemerschap tot de handel in oud ijzer, heeft hem bevrijd van zijn armoede en, naar de norm van zijn volk, tot een rijk man gemaakt.

    Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar

    Hij is een paar keer aan de overkant van de Beringstraat geweest, in Alaska, en dat is zijn idee van de beschaafde wereld. Hij zegt dat het ‘twee verschillende planeten’ zijn. Tot 13.000 jaar geleden kon je de Beringstraat lopend oversteken, en het landschap is identiek. De gebouwen zijn volgens dezelfde methode gebouwd als de paalwoningen, en de smeltende permafrost veroorzaakt dezelfde problemen: verzakking van veel kustdorpen, kadavers die na honderden jaren tevoorschijn komen uit de graven. Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar, gelijk aan de waarde van de olie die in vier dagen wordt gewonnen in Prudhoe Bay. 

    Veel Eskimo-gezinnen, Inuit genoemd in Alaska en Joepik in Tsjoekotka, leven van elkaar gescheiden op de twee oevers, want de Koude Oorlog in 1948 maakt een einde aan elke vorm van contact. In het tijdperk Reagan-Gorbatsjov, eind jaren tachtig, leek het even of de ‘Beringmuur’ was gevallen, er was een levendige culturele uitwisseling, er werden visa afgegeven en er was zelfs nu en dan een vlucht. ‘Je kan het zien op de kaart, het zijn twee neuzen die tegen elkaar aan wrijven: we zijn een gescheiden tweeling,’ zegt Ranav.

    In de loop van de jaren heb ik ook de andere ‘neus’ bezocht. In Nome, het Amerikaanse havenstadje aan de Beringzee, is de parkeergelegenheid voor privévliegtuigen even groot als die van Newark in New Jersey, 8200 vliegvergunningen in de hele staat. Er is een krant die al meer dan honderd jaar bestaat en nu eigendom is van een jong Duits stel, terwijl er in Tsjoekotka twee staatskranten in omloop zijn en niet één onafhankelijk nieuwsmedium is. Het gemiddelde loon in Noord-Alaska bedraagt rond de 1500 dollar per maand en de oorspronkelijke bevolking heeft meer dan een miljard dollar ontvangen aan herstelbetalingen voor de vervolging waaronder ze hebben geleden. In North Slope, waar de Inuit in de meerderheid zijn en waar zich de meest productieve olievelden bevinden, beheren zij dertien bedrijven die op Wall Street genoteerd staan met hun deel van de olie-opbrengsten. Ook in het noorden van Alaska is alcoholisme een plaag, maar de andere helft van de ‘tweeling’ in Tsjoekotka drinkt zes keer zoveel (volgens het ministerie van Volksgezondheid in Moskou) als de gemiddelde bevolking van Rusland, dat bepaald geen land van geheelonthouders is.

    Eervolle vermelding

    Isaac Otidi Amuke

    De Keniaanse Isaac Otidi Amuke, hoofdredacteur van Debunk Media, kreeg een eervolle vermelding voor zijn artikel ‘The Rise and Fall of Mike Sonko: Nairobi’s Matatu King’. Na te hebben vastgezeten voor fraude, ontwikkelt Gidion Mbuvi Kioko zich tot de koning van de matatu’s, de bont beschilderde en luide minibusjes die in Kenia fungeren als publiek transportmiddel. Vanwege zijn dure sieraden, opzichtige kleding en extravagante levensstijl krijgt hij de bijnaam Sonko, wat in het Sheng, de Keniaanse straattaal, ‘rijkaard’ betekent. Sonko schopt het in 2017 zelfs tot gouverneur van Nairobi.

    Ranav raakt geen alcohol aan maar klokt liters warme thee naar binnen en is een sterke man met een onstuitbare vitaliteit. Hij wisselt gemiddeld om de drie jaar van echtgenote, maar onderhoudt uitstekende relaties met al zijn exen en is altijd aan de telefoon om de logistiek van zijn gecompliceerde relaties te regelen. De vriendin van wie hij nooit scheidt is Jaska, een klein wit rendiertje dat aan een of ander neurologische aandoening lijdt en door haar moeder was achtergelaten op de toendra. Een paar jaar geleden heeft hij de hand weten te leggen op een gigantische oude truck, een Gaz-66 Ural, die in de tinmijnen werd gebruikt. Die heeft hij omgebouwd tot terreinwagen waarmee hij maar liefst vijftien personen kan vervoeren over de zimniki, de wegen van ijs en sneeuw die de binnenlanden van de regio doorkruisen.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.31.52

    We doen er drie uur over om naar Rytkoetsji te rijden, een nederzetting van ongeveer vijfhonderd Tsjoektsjen ten zuiden van de Tsjaoenbaai. Het is een vochtig gebied waar drie rivieren samenkomen, ’s zomers een kraamkamer voor de rendieren en het ongerepte rijk van een stuk of tien inheemse vissoorten. We gaan met de sneeuwscooter op bezoek bij Sasja Prokopoiev, een van de vertegenwoordigers van de gemeenschap, in zijn balok, het hokje op ski’s waar hij zich tijdens het ijsvissen verwarmt aan een kerosinekacheltje. De kou is beangstigend, zodra de vissen uit het gat komen sissen ze alsof ze in kokend hete olie worden gegooid. Prokopoiev bevestigt dat er voor het koper en goud van Abramovitsj wordt gewerkt aan de bouw van een nieuwe haven bij kaap Naglejnyn, door de Tsjoektsjen ‘de schoot van de wereld’ genoemd. De rendierhouders van Rytkoetsji brengen daar altijd hun 25.000 rendieren naartoe om zich vet te eten voordat ze moeten werpen. ‘Zo gaat het al vierhonderd jaar,’ zegt hij. ‘Maar over vijf jaar zullen er geen graslanden meer zijn, dan zullen er geen rendieren meer zijn en verdwijnen de dorpen, want zonder rendieren bestaat er geen leven op de toendra.’

    1 miljard euro

    Moskou heeft al 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de haven, terwijl het onzeker is hoeveel Kaz Minerals zal betalen voor de weg die de mijnen in de regio Bilibino zal verbinden met Kaap Naglejnyn: ‘Ze zouden de haven van Pevek kunnen gebruiken, maar met die nieuwe haven hoeven de vrachtwagens vierhonderd kilometer minder te rijden. Die weg belemmert de migratie van rendieren en voor de aanleg ervan moet de bovenloop van de rivieren worden verlegd, waar onze vissen kuit schieten. Voor de extractie van goud wordt cyanide gebruikt, dat in de rivieren terechtkomt. Voor ons is de toendra niet een kwestie van prioriteit, maar van verantwoordelijkheid.’ Dat heeft de schrijver die zo wordt bewonderd door de directrice van de school, Joeri Rytcheoe, milieuactivist in de tijd dat de Sovjet-Unie het milieu verwoestte in naam van de nieuwe mens en de collectieve welvaart, goed uitgelegd: ‘Op de toendra is de tijd niet lineair, maar circulair. Net als de natuur slijt de tijd niet, maar vernieuwt hij zich.’

    De gemeenschappen hebben een brief geschreven aan de Verenigde Naties, waarin zij zich beroepen op de verklaring van de rechten van inheemse volkeren. Ranav staat in de voorste gelederen, we zijn hier niet in Pevek tussen de Russen, dit is zijn grond en het gaat om zijn volk: in Naglejnyn zullen vijf net zulke platforms als de Akademik Lomonosov worden aangemeerd. ‘De komst van Abramovitsj heeft ons leven beslist verbeterd,’ zegt Prokopoiev terwijl hij door de patrijspoort naar buiten kijkt, waar de riviermond intussen is opgeslokt door de duisternis. ‘Zijn mensen deelden voedsel uit, bij elke verkiezing in Rytkoetsji kwamen ze aanzetten met strijkijzers en televisietoestellen en speelgoed. Maar in werkelijkheid heeft hij ons geplukt als kippen. Hij heeft misschien 1 miljard geïnvesteerd maar er 10, 20 of wie weet hoeveel miljard aan verdiend. Hij heeft ons omgekocht met glazen kralen en in ruil daarvoor Tsjoekotka ingepikt. Nu zijn we nog maar vijfhonderd obstakels die die klootzakken in de weg zitten.’

    De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop

    Ranav belooft dat ze de grond tegen elke prijs zullen verdedigen: ‘Abramovitsj kent onze geschiedenis.’ De Kozakken probeerden in de zeventiende eeuw belasting te heffen, de jasak, maar moesten toegetakeld het veld ruimen. Peter de Grote probeerde de Tsjoektsjen te onderwerpen en stuurde zijn vertrouweling Afanasij Sestakov, maar diens schip zonk en de schipbreukelingen werden op het pakijs uit de weg geruimd: de stammen ondertekenden een vredesverdrag dat hun in staat stelde zelf te bepalen hoeveel belasting ze zouden betalen. De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop, toen twee Bolsjewistische afgevaardigden twee dagen nadat ze de macht hadden gegrepen, uit de weg werden geruimd.

    In de weg

    We komen aan in het dorp, het licht is net uitgevallen. Iemand zegt dat er een kraai op de hoogspanningsdraad terecht is gekomen, dat is al eerder gebeurd. Maar Sasja is ervan overtuigd dat het dit keer komt door de werkzaamheden op de lijn die het kernplatform moet verbinden met het elektriciteitsnet van de regio Bilibino: ‘We zitten die klootzakken in de weg,’ herhaalt hij.

    Eervolle vermelding

    Bastian Berbner en John Goetz

    Twee journalisten van Die Zeit kregen een eervolle vermelding voor What Guantánamo Made of Them’, een verhaal over Mr. X., een beul in Guantánamo Bay, en zijn slachtoffer Mohamedou Slahi, gepubliceerd in editie 209 van 360.
    Mr. X. woont inmiddels als een gebroken man ergens in de VS en lijdt net als slachtoffers van martelingen aan depressie en zelfmoordgedachten. Hij is er nog altijd van overtuigd dat Slahi een terrorist is. Slahi woont inmiddels in Nederland. Zijn bestseller Guantánamo Diary verscheen in 2015 en werd verfilmd als The Mauritanian.

    Helaas zien we Elena Stepanova, de directrice, niet meer terug. Kort voor onze nieuwe afspraak, waarvoor ze een ontmoeting met een paar leerlingen had georganiseerd, laat ze ons weten dat het hoofdbureau van politie haar heeft ‘aangeraden’ ons niet opnieuw te ontmoeten. Ze zou duizend excuses kunnen bedenken, maar ze vertelt liever de waarheid. Maar wij zijn daar inmiddels wel aan gewend, interviews worden op het laatste moment afgezegd, mensen met wie we hebben gesproken krijgen bezoek van een of andere functionaris. De afgelopen dagen zijn we achtervolgd, gevolgd door een stilstaande auto voor het huis en een paar keer ondervraagd.

    De derde keer dat ze ons ondervragen komen ze om zes uur ’s ochtends het huis van Ranav binnen. Een jonge agente legt bruusk uit dat de handtekeningen ontbreken in het verhoor van de vorige dag. Wij staan erop onze verklaringen te herlezen, waaraan is toegevoegd dat ‘het doel van onze reis is de flora en fauna van Tsjoekotka te documenteren’. Zo zouden ze gemachtigd zijn het materiaal in beslag te nemen dat aantoont dat we ons midden in de poolwinter niet hebben beziggehouden met Tsjernobylbloemen. Ranav filmt ze met zijn mobiel terwijl ze ons proberen te dwingen te tekenen. Even heerst er grote nervositeit, dan vertrekken ze. Wij haasten ons, lang voor de vertrektijd, naar het vliegveld. Vlak voordat we opstijgen, stapt er een militair in het vliegtuig die rechtstreeks naar ons toe loopt om er zeker van te zijn dat we Tsjoekotka écht verlaten. 

    Dit artikel werd gepubliceerd in het nummer van 30 juli 2021 van Internazionale. Op 23 juni 2023 won het de True Story Award, een internationale prijs voor onderzoeks- en reportagejournalistiek.

    Lees ook:

  • Een cruise naar het einde van de wereld

    Een cruise naar het einde van de wereld

    De cruise-industrie groeit als kool, zelfs op de noordpool. Zo vaar je met de Akademik loffe acht dagen lang door de met ijs bedekte wateren van de Noordwestelijke Doorvaart. De plaatselijke Inuitbevolking ziet de toeristen met gemengde gevoelens komen.

    De zeevogels in de Straat Davis zijn niet gewend aan het geluid van wapens. Wanneer op een koude, heldere middag in augustus de schoten over het water echoën, reageren de rondcirkelende meeuwen nauwelijks op alle onbekende commotie – geen gealarmeerd gekrijs en geen wild geklap met vleugels. In plaats daarvan blijven de vogels rustig boven het ranke, witte schip in hun midden zweven.

    Onder hen, op het achterschip van de Akademik loffe, staat een handjevol mannen in donskleding en Gore-Tex, in een slordige halve cirkel, allemaal met een 12 kaliber halfautomatisch geweer over de schouder. De loffe is een in Finland gebouwd schip, oorspronkelijk bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek, dat nu in Russische handen is en is omgetoverd tot een 117 meter lang cruiseschip dat wordt verhuurd. Het schip biedt plaats aan honderdtwee passagiers, en een crew van een stuk of zestig man, bestaande uit reisleiding en bemanning. Er is een eetzaal, een bar, een bibliotheek, een cadeauwinkel, een ziekenboeg, een bescheiden gym, een sauna en een bubbelbad in de open lucht.

    Morgen zal het schip de oostelijke grens bereiken van Canada’s afgelegen Arctische Eilanden. Vanaf daar zal het schip acht dagen lang in westelijke richting varen, door de met ijs bedekte wateren van de beruchte Noordwestelijke Doorvaart. Telkens wanneer de passagiers van de loffe voet aan wal zetten op een eilandje op de noordpool, gaat er een gewapend escorte mee. In het land van de ijsbeer kun je geen risico’s nemen.

    Legendarische doorgang

    Jimmy MacDonald, een ervaren hydroloog en gids, die de vorige dag een praatje heeft gehouden voor de passagiers over het onderzoek naar ijsformaties, richt zijn wapen op het water voor de boeg. Pang, klik-klik, pang, klik-klik, pang! De zee slokt de kogels binnen enkele tellen op, de golven vlakken al snel de rimpelingen uit.

    Misschien zijn schietoefeningen niet het eerste waaraan je denkt bij een cruise – maar de Noordelijke IJszee is dan ook geen doorsneevakantiebestemming. Desondanks zetten elk jaar meer en meer kleine cruiseschepen koers naar het gebied, en de Noordwestelijke Doorvaart – de legendarische doorgang waar honderden ontdekkingsreizigers het leven hebben gelaten – oefent een ongekende aantrekkingskracht uit.

    De Noordwestelijke Doorvaart bestaat niet uit één enkele doorgang. Het is de verzamelnaam van een reeks zee-engten en zeestraten die in een bepaald seizoen bevaarbaar zijn. Ze kronkelen tussen de 36.563 Canadese Arctische Eilanden door en verbinden zo de wateren van de Davis Straat in het oosten met de Beaufortzee in het westen. De eilanden vormen een van de meest onontgonnen en afgelegen gebieden op aarde. Op de bijna anderhalf miljoen vierkante kilometer – bijna het oppervlak van Mongolië – wonen nog geen twintigduizend mensen.

    De meeste eilanden maken deel uit van het Canadese territorium Nunavut, dat in 1999 onafhankelijk werd van zijn oudere, westelijke buur, de Northwest Territories. Nunavut betekent ‘ons land’ in het Inuktitut, de taal die van oudsher in het gebied wordt gesproken, en het ontstaan van het territorium was het resultaat van vele tientallen jaren onderhandelen tussen Inuitleiders en de Canadese overheid.

    Een Inuit-dorp in Nanavut, Canada. – © Hollandse Hoogte
    Een Inuit-dorp in Nanavut, Canada. – © Hollandse Hoogte

    De Inuit [de naam waarmee eskimo’s in Groenland en Canada zichzelf aanduiden] hebben een oude cultuur, maar Nunavut is een jonge jurisdictie: de mensen zeggen dat ze in de afgelopen jaar ‘vanuit hun iglo het internet op zijn geslingerd’. Het groeiende aantal schepen dat het gebied aandoet trekt passagiers met het spannende verleden van het territorium, de adembenemende natuur, de wilde dieren en de eeuwenoude tradities van de bevolking. Maar de schepen bezoeken gemeenschappen die hebben gezien hoe zich in een onvoorstelbaar tempo veranderingen voltrokken – en nog altijd voltrekken.

    De passagiers van de loffe, allemaal gestoken in een rood regenpak, gewapend met een telelens als een bazooka, en onder gewapend escorte, zijn getuige van enkele van die veranderingen – die ze tegelijkertijd zelf belichamen.

    Pond Inlet, een Inuitdorp, lijkt op te rijzen uit het water. Op de glooiende heuvels zie je vervaalde huizen en lage overheidsgebouwen, met daarachter weer nieuwe rijen huizen en gebouwen. Er slingeren een paar onverharde wegen tussendoor, en er zijn enkele vissersboten het kiezelstrand op getrokken.

    Overal zie je terreinwagens en kinderen die op hun fietsje rondscheuren. Achter het laatste gebouw begint de kale, boomloze woestenij, die zich uitstrekt tot de zwartblauwe schaduwen van de bergen in de verte.

    Het overwegend Inuitdorp (ook wel Mittimatalik genoemd), heeft zo’n vijftienhonderd inwoners, en de Engelse naam is ontleend aan de inlet, de baai waaraan het is gelegen; een smalle waterweg die de noordelijke kust van het immense Baffineiland scheidt van een kleiner eiland met gletsjer.

    Een Barbie die ergens op de toendra ligt; de huid van een ijsbeer die over een fiets is gedrapeerd; een Ford F-150 met een bloederige, afgehakte walvisstaarten in de laadbak

    De loffe vaart de baai in en gooit het anker uit op een heldere, besneeuwde ochtend in augustus, omgeven door steile bergtoppen met kronkelige, blauwe tongen van smeltwater in de valleien ertussen.

    Geen van de stadjes en dorpen van Nunavut, die oorspronkelijk nederzettingen werden genoemd, zijn over de weg bereikbaar. Vele liggen ten noorden van de poolcirkel en het zijn allemaal nietige stipjes die getuigen van menselijke aanwezigheid in een immense, ruige wildernis. Er lopen geen telefoonlijnen, glasvezelkabels of pijplijnen naar het zuiden. De gehuchten zijn afhankelijk van dieselgeneratoren, de brandstof is opgeslagen in tanks die worden geleverd door een schip dat de gehuchten aandoet in de krappe ijsvrije periode tussen eind augustus en begin september. De enige toegang tot internet, televisie en telefoonverkeer wordt geleverd door satelliet- en microgolfsignalen; in de grotere plaatsen is inmiddels mondjesmaat mobiel bereik.

    Grote goederen worden over zee getransporteerd, maar alles wat in de winkels ligt is tegen schrikbarende prijzen per vliegtuig aangevoerd. Jagen en vissen blijven de voornaamste bezigheden – en dan gaat het niet alleen om vierpotige landdieren als de kariboe. Het betreft ook de omstreden jacht op dieren die in zee leven: zeehonden, walvissen en ijsberen.

    Voor een buitenstaander zijn deze gehuchten fascinerende plekken, haast een andere wereld, vol beelden die schuren omdat ze vertrouwd en vreemd zijn tegelijk: een Barbie die moederziel alleen ergens op de toendra ligt; de huid van een ijsbeer die over een fiets is gedrapeerd; een Ford F-150 met een paar bloederige, afgehakte walvisstaarten die uit de laadbak hangen.

    Maar voor de inwoners zelf zijn de gehuchten geen voer voor Instagramposts; het is hun thuis. Dat is iets waar de bewoners van Pond Inlet de bezoekers op vriendelijke, maar klemmende wijze aan herinneren.

    Tijdens het ontbijt wordt in de scheepskantine een folder uitgedeeld:

    Welkom in Pond Inlet.

    Neem gerust foto’s van het schitterende landschap en ons lieflijke dorpje, maar vraag het alstublieft even voor u foto’s neemt van ons, onze kinderen en onze huizen.
    Doe gerust inkopen in onze winkels, maar wees u ervan bewust dat het de nodige moeite kost om onze winkels te bevoorraden, en dat verse levensmiddelen slechts één keer per week worden aangevuld, als het weer dat toelaat. Dus koop alleen wat u echt nodig heeft.
    Wanneer u zich buiten ons dorp begeeft, geniet dan van het landschap en de lokale fauna, maar realiseert u zich wel dat onze stenen en cultuurschatten geen souvenirs zijn, ze maken deel uit van onze eeuwenoude geschiedenis, dus laat ze alstublieft waar ze thuishoren!

    Met deze waarschuwingen in het achterhoofd schuifelen de passagiers van de loffe door het smalle gangpad naar de zodiacs die al liggen te wachten om hen af te zetten op het strand van Pond Inlet, waar ze worden opgewacht door lokale gidsen voor een korte wandeling. De gidsen dragen bruin-witte amautis van zeehondenhuid – ponchoachtige kledingstukken met grote zakken op de rug, waar soms een klein kind in wordt gestopt.

    De jongste gids, Alex, een achtentwintigjarige vrouw met een heel jong gezicht, die antropoloog wil worden, leidt haar groepje de heuvel op, terwijl ze opgewekt allerlei vragen beantwoord over het leven van een jonge vrouw in Pond Inlet.

    Heeft ze een vriend?

    ‘Bijna iedereen hier is familie van elkaar, en ik wil geen relatie met een neef.’

    Gaat ze dan ergens anders op zoek naar een man?

    Misschien, maar ze vraagt zich wel af of een buitenstaander zich niet zal laten afschrikken door het leven dat ze hier leidt. ‘Ik moet wel een man hebben die kan jagen.’

    Alex’ rondleiding voert door het plaatsje, langs twee kerken – een Anglicaanse en een katholieke –, het kantoor van Parks Canada en het hoofdkwartier van de Mittimatalik Hunters & Trappers Organization. Er staat een pick-up voor het gebouw. Het is een komen en gaan van mannen die plastic zakken uitladen met vers gevangen en in stukken gehakte tandwalvis, die verdeeld zullen worden over de gemeenschap. In de laadbak liggen twee brede, Y-vormige staarten, glinsterend in de zon. ‘Meestal eten we de staart ook op,’ zegt Alex. ‘Lekker knapperig.’ Sommige bezoekers werpen elkaar een snelle blik toe, weten niet goed of ze het serieus meent.

    De groep doet de Arctic Co-op aan, een van de twee supermarkten, en de bezoekers dolen door de gangpaden, kijken met toegeknepen ogen en een uitgestoken vinger naar de prijzen: 2 dollar 69 voor een blikje tomatensoep, 7 dollar 99 voor een blikje babymais.

    Cruiseschepen verkennen de omgeving. – © One Ocean Expedtions / David Sinclair
    Cruiseschepen verkennen de omgeving. – © One Ocean Expedtions / David Sinclair

    Weldra is het tijd voor het culturele deel van het programma en de toeristen steken de straat over naar het dorpshuis, waar ze plaatsnemen op een rij zwarte, metalen klapstoeltjes. Het programma begint met een Inuktitutuitvoering van ‘O Canada’, waarna de ceremoniemeester een kort praatje houdt over Pond Inlet: de mensen, de geschiedenis, de flora en fauna. Dan volgen demonstraties van traditionele spelen en krachtvertoon. Er wordt gezongen, getrommeld en gedanst, en daarna volgt het plechtige aansteken van een walvisvetlamp door een gerimpelde oudere inwoner.

    Karen Nutarak is een van de zangers die voor de passagiers optreedt. Gekleed in een lange amauti, en met een hoofdband vol kralen, zingt en lacht ze met haar collega’s terwijl de toeristen voorovergebogen op hun stoel zitten en hun camera’s klikken.

    Nutarak was nog een tiener toen ze zich aansloot bij een toneelgezelschap en voor de toeristen ging optreden. Inmiddels is Nutarak achtendertig en werkt op een plaatselijk community college, maar ’s zomers treedt ze ook nog altijd op voor de toeristen. ‘Ik vind het geweldig om te doen omdat er nog veel onbegrip is over een belangrijk deel van onze cultuur,’ zegt Nutarak. ‘En als wij de informatie geven, is die rechtstreeks afkomstig van de Inuit, niet van onderzoekers.’

    Toch heeft ook zij, die al zo lang meedraait in de toerisme-industrie van Pond Inlet, gemengde gevoelens over de cruiseschepen. ‘Het levert de bevolking niet zo veel op,’ zegt ze. ‘De mensen proberen wel om de spullen die ze hebben gemaakt aan de man te brengen, maar het vindt betrekkelijk weinig aftrek.’ De gidsen sporen mensen aan om tekeningen, houtsnijwerk en andere handgemaakte spullen te kopen wanneer ze het plaatsje aandoen. Maar op een plek die zo ver afstaat van de consumptiemaatschappij – een plek waar een bezoeker die iets koopt in het winkeltje de gemeenschap misschien eerder schaadt dan vooruithelpt –, is het een ingewikkelde kwestie hoe men de economie het beste een impuls kan geven.

    ‘De opbrengst is zeer bescheiden,’ zegt Madeleine Redfern. Redfern is voorzitter van de Ajungi Group, een consultancy die vanuit Nunavut werkt, en in het verleden stond ze aan het hoofd van Nunavut Tourism. ‘Het aantal inwoners dat op de een of andere manier bij het cruiseschepentoerisme betrokken is, is betrekkelijk gering. Het wordt dan ook niet gezien als iets waar de gemeenschap in bredere zin baat bij heeft. Wanneer een cruiseschip zijn passagiers aan land zet, wordt de gemeenschap plots overspoeld door bezoekers. Je kunt dan het gevoel krijgen dat je van alle kanten wordt aangegaapt.’

    Cruise-industrie

    Maar Redfern is ervan overtuigd dat er, met enige inspanning, verandering in die situatie kan worden gebracht. De cruise-industrie in Nunavut is nog ‘in de ontwikkelingsfase’.

    Redferns optimistische veronderstelling dat het cruisetoerisme zou kunnen uitgroeien tot een factor van economisch belang is niet onterecht. Het cruisewezen maakt een ongekende groei door: in 2014 ging er wereldwijd meer dan 120 miljard om in de bedrijfstak, en hoewel Nunavut nog lang niet is te vergelijken met Florida of de Cariben, waar de meeste cruises plaatsvinden, is dit een bedrijfstak die zich kenmerkt door een exponentiële groei in nieuwe markten.

    Neem Antarctica als voorbeeld. Het massatoerisme op het bevroren continent is van relatief recente datum, en de overgrote meerderheid van de bezoekers arriveert per cruiseschip. In het toeristenseizoen 1992-1993 deden 6704 cruisepassagiers Antarctica aan, via een van de tien verschillende bedrijven die dit mogelijk maken. Nog geen vijftien jaar later hadden 48 bedrijven maar liefst 55 schepen in de vaart, die bijna 33.000 passagiers afzetten tussen de pinguïns en de zeeluipaarden.

    Ook in Alaska heeft de cruise-industrie een snelle opmars gemaakt, en terwijl Antarctica voornamelijk wordt aangedaan door de kleinere cruiseschepen, ziet de meest noordelijke staat zich geconfronteerd met immense, moderne schepen, die elk duizenden passagiers vervoeren.

    Vandaag de dag zijn de schepen niet meer weg te denken: afgelegen stadjes en dorpen zoals Skagway (inwoneraantal over het hele jaar: 1040) en Sitka (8929) zijn erop gebouwd om de dagelijkse instroom van toeristen te kunnen verwerken. Loop op een zomerse dag door de hoofdstraat van Skagway en je ziet tientallen bedrijfjes die rondleidingen proberen te slijten, of T-shirts, sieraden, gerookte zalm en nog veel meer. Maar zo is het niet altijd geweest. De eerste commerciële cruises naar Alaska dateren van eind jaren vijftig, en de grote, mondiale, cruisemaatschappijen gingen pas ergens begin jaren zeventig een rol spelen. Momenteel varen er jaarlijks zo’n miljoen cruiseschippassagiers naar de negenenveertigste staat. In 2014 was de cruise-industrie verantwoordelijk voor dik 18.500 banen en 953 miljoen dollar aan directe uitgaven binnen de staat.


    Vergelijk die kolossale aantallen eens met de opkomende industrie in Nunavut zelf. Acht kleine bedrijven bieden boottochten aan van en naar het gebied, met ruwweg elf verschillende schepen. In 2015 stonden in het hele gebied dertig reizen gepland (waarvan er uiteindelijk negen werden afgelast vanwege het ijs), waarmee 2900 mensen naar Nunavut werden gebracht. In de Noordwestelijke Doorvaart zelf had Transport Canada in 2015 slechts twee volledige en één gedeeltelijke overtocht geregistreerd, door schepen met elk zo’n honderd tot driehonderd passagiers. Maar toen later in 2015 Crystal ten tonele verscheen, met een schip dat ruimte biedt aan zo’n duizend passagiers, werd in één klap, of liever gezegd in één cruise, dat aantal verdubbeld. Het economisch potentieel, de mogelijkheid voor een grootschalige verandering, is er. En dat stemt hoopvol – maar het is tevens beangstigend.

    Aan het einde van de middag verlaat de loffe Pond Inlet. Het anker wordt gelicht en in de beginnende schemering zet het schip koers in westelijke richting, terwijl de passagiers hun dessert naar binnen werken: chocolat pot de crème, afgemaakt met een felgekleurde ananassalsa. De volgende ochtend vroeg ontwaakt men in Milne Inlet, een uitloper net ten zuiden van de grote doorgangsroute. Snel trekt iedereen warme laagjes aan en gaat naar het dek, voor wat een medewerker ‘Missie Narwal’ heeft gedoopt.

    De schuchtere eenhoornvissen, die zich slechts zelden laten zien, trekken elk jaar met duizenden tegelijk door Lancaster Sound. Milne Inlet, een baai ten zuiden van Eclipse Sound, net ten westen van Pond Inlet, is een van hun meest geliefde plekken om de zomer door te brengen. De bedoeling is dat de loffe zo stilletjes mogelijk de baai binnenvaart, zodat opvarenden de walvissen kunnen zien zonder ze te verjagen. Zodra er een groep walvissen wordt gesignaleerd, worden de passagiers aan land gezet en gaan alle motoren uit, zodat er een grotere kans is dat de walvissen zich gedurende langere tijd vertonen.

    Vandaag werken de narwals echter niet mee. Dat komt vaker voor: zelfs onder de meest gunstige omstandigheden laten ze zich soms nauwelijks zien. In Pond Inlet had men al eerder opgemerkt dat er dit jaar nog minder narwals te zien waren dan voorheen.

    ‘Er wordt geklaagd dat er geen walvissen meer komen, door alle schepen,’ zegt Nutarak. Ze doelt niet alleen op de cruiseschepen.

    Milieuplan

    Een paar dagen voor de komst van de loffe verscheepte de onlangs geopende ijzererstmijn, Baffinland, de eerste ladingen erts via Milne Inlet en Eclipse Sound. (De mijn mikt erop jaarlijks honderdvijftig van dit soort ladingen te verschepen.) In een aanvankelijk milieuplan was voorgesteld het vervoer via een minder precair gebied te laten verlopen, maar onder druk van de dalende prijzen is de route verlegd. Oceans North Canada, een milieuorganisatie die zich richt op het behoud van het zeeleven, heeft de krachten gebundeld met plaatselijke jagers, teneinde seizoensgebonden akoestische registratiestations op te zetten in Milne. Daartoe laat men vlak voor het aanbreken van de lente registratieapparatuur door kieren in het pakijs zakken, om dat in de herfst allemaal weer naar boven te halen, net voordat het ijs zich weer sluit. ‘We hebben heel erg hard gewerkt om alles in gereedheid te brengen voordat het intensieve cruiseverkeer op gang kwam,’ zegt Christopher Debicki, de projectcoördinator van Oceans North Canada.

    De resultaten tot nog toe? ‘Duidelijk is dat we veel minder narwals horen wanneer er schepen aanwezig zijn,’ aldus Debicki. ‘Dat lijkt erop te duiden dat ze in ieder geval tijdelijk naar een andere plek zijn getrokken, in reactie op al het scheepsverkeer.’ (De gevolgen van de walviscruises zijn grondiger bestudeerd aan de beide kusten van Noord-Amerika, waar alles erop lijkt te wijzen dat het gedrag van de walvissen verandert door de aanwezigheid van bezoekers.)

    De passagiers van de loffe mogen dan teleurgesteld zijn dat ze geen narwals hebben gezien, voor de inwoners van Pond Inlet is het wegblijven van de dieren veel ingrijpender

    De passagiers van de loffe mogen dan teleurgesteld zijn dat ze geen narwals hebben gezien, voor de inwoners van Pond Inlet is het wegblijven van de dieren veel ingrijpender. Walvissen en zeehonden vormen een onmisbare bron van eiwit. Het jagen wekt de woede van vele buitenstaanders, en als een gevolg daarvan zijn de betrekkingen tussen een aantal grote milieuorganisaties – Greenpeace, Sea Shepherd – en de Inuit al vele jaren gespannen.

    Dat is weer aanleiding tot iets minder concrete zorgen omtrent de aanwezigheid van de cruiseschepen in Nunavut: men voelt zich bekeken, men is bang dat bezoekers die het Inuitbestaan vastleggen – ofwel: die foto’s maken van bloederige zeehonden of walviskarkassen – meer mensen ertoe zullen verleiden zich negatief over de Inuit uit te laten; men is bang dat organisaties als Greenpeace meer acties zullen gaan voeren; men is bang voor economische sancties uit de buitenwereld, zoals een importverbod in Europa en de Verenigde Staten op alle zeehondenproducten.

    De Akademik Ioffe. – © Hollandse Hoogte
    De Akademik Ioffe. – © Hollandse Hoogte

    Maar de cruiseschepen symboliseren ook de mogelijkheid van een dialoog, ze bieden een kans om meer begrip te genereren voor de manier van leven van de Inuit, in de hoop de vertrekkende passagiers tot bondgenoten te maken, in plaats van vijanden.

    Madeleine Redfern schat het positief in. Bezoekers zullen in het begin misschien geschokt of boos zijn omdat er zeehonden en andere zeezoogdieren worden gevangen en gegeten, maar ‘zodra ze het binnen de context zien, binnen de cultuur, hebben ze meer iets van: “Nou ja, ik vind het nog altijd niks, maar nu begrijp en respecteer ik dat het een wezenlijk onderdeel uitmaakt van jullie dieet. Ik begrijp dat de jacht is gebaseerd op respect, dat jullie je gezin te eten moeten geven, dat het een belangrijke bron is van essentiële voedingsstoffen. Dat er in het poolgebied geen efficiënte, haalbare, pragmatische landbouw mogelijk is.” We moeten deze kans aangrijpen om mensen te informeren en om alle clichés te ontkrachten, die een vertekend beeld geven van de waarheid.’

    Poolzon

    Op een middag, drie dagen nadat ze Milne Inlet achter zich hebben gelaten, staan de passagiers van de loffe klappertandend aan dek en kijken naar een ijsschots op enkele tientallen meters afstand, waar een ijsbeer over het kadaver van een ringelrob staat gebogen en met zijn kromme, gelige tanden de ingewanden eruit trekt. Ze horen het monotone schrapen van de ijsbeerpoten over het ijs terwijl hij het geronnen bloed weghaalt.

    Twee nachten eerder hebben ze een stuk gletsjer zien afkalven en in zee zien storten, hun gejoel vermengd met het gebulder van honderden tonnen ijs die het water raken en in nieuwe ijsbergen uiteenvallen. Ze hebben door kiezelachtige maanlandschappen gelopen waar het enige leven bestaat uit een dun laagje korstmos op de stenen onder hun voeten. Ze hebben gezien hoe de poolzon onderging boven de Noordwestelijke Doorgang, het donkere water deed oplichten in zijn gloed, om enkele minuten later alweer op te komen.

    Ze verlaten de loffe achter in Cambridge Bay, een gehucht helemaal aan de westkant van Nunavut, midden in het noordpoolgebied. Met zijn zestienhonderd inwoners is Cambridge Bay nauwelijks groter dan Pond Inlet.

    De passagiers klauteren een laatste keer uit de rubberboten op het rotsachtige poolstrand, waar ze worden opgewacht door een plaatselijke ondernemer die plattegrondjes uitdeelt en iedereen eraan helpt herinneren wanneer de laatste bus naar het vliegveld vertrekt vanaf het kleine bezoekerscentrum.

    De toeristen maken nog een laatste ommetje; door de stoffige, onverharde straten, tussen de kleine, kleurrijke huisjes, met aan de ene kant uitzicht op het donkere, koude, ijsvrije water van de Noordwestelijke Doorvaart, en aan de andere kant de onafzienbare, vlakke, kale toendra rondom Cambridge Bay. Vlak voor de kust ligt de loffe voor anker, de scherpe, slanke contouren oplichtend in de Arctische zomerzon, in afwachting van de volgende groep passagiers die inscheept.

    Auteur: Eva Holland
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Beeld bovenaan: © David Lefranc / Polaris

    Pacific Standard
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 100.000

    Dit in 2008 opgerichte tijdschrift droeg tot 2012 de achternaam van oprichter Sara Miller McCune, die ook eigenaar is van de internationale uitgeverij Sage Publications. PS is onderdeel van de non-profitorganisatie Miller McCune Center for Research, Media and Public Policy. Vanuit de gedachte dat de wetenschap vaak oplossingen biedt op maatschappelijke problemen maakt deze publicatie belangrijke onderzoekresultaten inzichtelijk voor een breed publiek.