Tag: Noordzeee

  • 1. Opkomst en ondergang van de kleinste staat ter wereld

    1. Opkomst en ondergang van de kleinste staat ter wereld

    Sealand, een voormalig Brits luchtmachtplatform in de Noordzee, beschouwt zichzelf als het kleinste vorstendom ter wereld. De geschiedenis van het staatje mag gerust episch genoemd worden.

    Midden in de Noordzee – op geen wereldkaart en in geen aardrijkskundeboek aangegeven – ligt de kleinste zelfbenoemde staat ter wereld: een kunstmatig, stalen eiland op twee betonnen poten. Eromheen alleen water en wind. In het oosten de wijde horizon, in het westen op ongeveer 13 kilometer afstand het Britse vasteland. Bij goed weer ligt het platform twintig meter boven de golven van de Noordzee, en het is kleiner dan een voetbalveld. Het vorstendom Sealand, zoals zijn bewoners het noemen, bezit eigen paspoorten, een eigen munt en zelfs een eigen grondwet. Met het paspoort kunnen de Sealanders officieel niet reizen, met de munten buiten dit smalle platform nog geen peer of appel kopen, en hun grondwet is door geen enkele staat diplomatiek erkend.

    Voor sommigen is het vorstendom een alternatief levensproject à la Robinson Crusoe. Voor anderen een plek waar een paar gekken proberen om, ongehinderd door staatkundige verplichtingen, naar keuze een belasting-, kansspel- of serverparadijs te scheppen. Sealand bestaat, zo men wil, alleen voor de Sealanders zelf.

    Voor mensen zoals Alexander Gottfried Achenbach dus, een voormalige diamanthandelaar uit Aken, die in 1975 naar het platform voor de Britse kust verhuisde. Hij schreef mee aan een grondwet voor de fantasiestaat, klom snel op tot premier en zat vervolgens – na een staatsgreep in 1978 tegen de eigenlijke heerser van Sealand, vorst Roy – in Sealands gevangenis, veroordeeld door de zelfbenoemde rechters van de micronatie. Later, verstoten van het platform, richtte hij een regering in ballingschap op om het vorstendom terug te claimen.

    Jarenlang streed Achenbach om Sealand. Eind jaren negentig werd hij ook directeur van een brievenbusfirma die de naam van het zelfbenoemde vorstendom droeg en die later zou opduiken in de Panama Papers: Sealand Trade Development Authority Ltd. Doel van de firma: een filiaal openen op Sealand.

    Tweede Wereldoorlog

    Het roestige platform waarop het zelfbenoemde vorstendom ligt, is een relict uit de Tweede Wereldoorlog. De Britse admiraliteit benutte de ‘Roughs Tower’ als basis voor luchtdoelgeschut, om zich te verdedigen tegen Duitse luchtaanvallen. Er leefden toen tweehonderd soldaten in de betonnen zuilen, in kamers die tot acht meter diep onder de zeespiegel lagen.

    Na afloop van de oorlog stond het platform twee decennia leeg. In 1967 kwam de voormalige Britse majoor Paddy Roy Bates op het idee het onbeheerde platform te veroveren om er een piratenzender te vestigen. Hij bezette het platform, hees een rood-wit-blauwe vlag, doopte het land ‘Principality of Sealand’ en benoemde zichzelf tot vorst. Paddy Roy Bates, alias vorst Roy, ging met zijn vrouw Joan en zoon Michael op het platform wonen. Een Ierse radiopiraat die hem het eiland afhandig wilde maken, joeg hij met benzinebommen op de vlucht.

    De Britten zat het avontuur van de majoor niet lekker. Spoedig daarna voeren marineschepen uit naar Sealand. De zoon van de zelfbenoemde vorst, Michael Bates, beantwoordde hun komst met waarschuwingsschoten. De Britten trokken zich terug.

    De zaak belandde voor een rechtbank in het Britse Essex. Die achtte zich niet bevoegd, omdat Sealand buiten de driemijlszone en daarmee buiten de Britse territoriale wateren lag. Sindsdien hebben de Britten geen serieuze pogingen meer gedaan om het platform terug te veroveren.

    Paddy Roy Bates en zijn vrouw Joan. – © Getty
    Paddy Roy Bates en zijn vrouw Joan. – © Getty

    Vervolgens wilde Sealand van alles zijn, zoals men kan nalezen in een artikel in Der Spiegel uit 1978: het vorstendom wilde brievenbusfirma’s aantrekken, een virtuele thuishaven worden voor schepen die onder goedkope vlag varen, en fungeren als ‘belasting-, kansspel- en speculantenparadijs en ten slotte als metropool voor makelaars en vestigingsplaats voor holdings’. Stoutmoedige dromen, waarvan de meeste mislukten.

    Alexander Gottfried Achenbach, econoom en zakenman, beijverde zich voor de erkenning van de fantasiestaat. Hij diende midden jaren zeventig in zijn woonplaats Aken een verzoek in om zijn Duitse staatsburgerschap in te ruilen voor het Sealandse, zodat het officieel erkend zou zijn. Dit verzoek werd echter door de Duitse autoriteiten en rechtbanken afgewezen.

    Het vorstendom had toen meer dan honderd aanhangers, van wie er zich maximaal dertig gelijktijdig op het platform ophielden. Ze voedden zich met conserven, aangevoerd per helikopter, en met gevangen vis, en dronken regenwater dat ze in tonnen opvingen. Velen van hen waren Duits. Sommigen noemden Sealand daarom ook ‘Little Germany’. Achenbach had grote plannen voor Sealand. Toen een verslaggever van de Südwestfunk hem in 1978 vroeg hoe de toekomst van het vorstendom eruit zou zien, antwoordde hij dat het ging ‘om de exploitatie van de privileges die een staat met zich meebrengt’. De vooral door hem vormgegeven grondwet laat vermoeden wat hij daarmee bedoelde. Want belastingen zouden op Sealand een nogal ondergeschikte rol spelen. Er waren wel belastingwetten, maar vermogensbelasting en successierechten waren in zijn ontwerp niet voorzien.

    In de jaren zeventig oordeelde een administratieve rechtbank in Keulen dat het platform geen deel was van het aardoppervlak en dat een gemeenschapsleven er ontbrak

    Achenbach stuurde de grondwet aan honderdvijftig staten en aan de VN, met het verzoek om erkenning. Maar in volkenrechtelijke zin ontbeert Sealand drie beslissende dingen: staatsgebied, staatsgezag en een volk. In de jaren zeventig oordeelde een administratieve rechtbank in Keulen dat het platform geen deel was van het aardoppervlak en dat een gemeenschapsleven er ontbrak. Bovendien zou het vanwege het miniformaat geen geschikte ruimte zijn om permanent te bewonen.

    Op Sealand zag men dat anders. Eind jaren zeventig ontwierp een Duitse architect plannen om het kunstmatige rijk uit te breiden. Op een nieuwe aanbouw naast het platform moesten een casino, een groot plein met bomen, een taxfreeshop, een bank, een postkantoor, een hotel, een restaurant en appartementen komen. Lichte wapens zouden worden ingebouwd om in geval van nood mogelijke aanvallers te verdrijven. Voor de zekerheid.

    In 1978 kwam het tot een openlijk conflict. Toen vorst Roy en zijn vrouw in augustus van dat jaar een paar dagen in Salzburg verbleven om zaken te regelen, deed Achenbach samen met een paar Nederlanders een greep naar de macht. De plegers van de staatsgreep namen de zoon van de vorst in gijzeling en beweerden dat Roy Bates van plan was geweest Sealand in Salzburg te verkopen. Maar vorst Roy verzamelde trouwe aanhangers om zich heen, huurde meerdere bewapende mannen in en vloog terug naar het eiland per helikopter, met aan de stuurknuppel een piloot die naar verluidt een stuntman uit James Bondfilms was.

    In elk geval heroverde de afgezette heerser Sealand. Terwijl de Nederlanders conform de Conventie van Genève vrij kwamen, zat Achenbach als burger – en nu ‘krijgsgevangene’ – van Sealand vier maanden lang opgesloten in een kamer in de noordtoren. De Britten kon het niets schelen, ze verklaarden niet verantwoordelijk te zijn. Duitsland stuurde een consulair medewerker van de ambassade in Londen om Achenbach te helpen – hij was tenslotte, althans volgens Duits recht, een burger van de Bondsrepubliek. Vorst Roy waardeerde dit bezoek op zijn eigen manier: het vorstendom zou daarmee de facto erkend zijn.

    Regering in ballingschap

    Achenbach richtte na zijn vrijlating een regering in ballingschap op in België. En hij hield, voor zover bekend, tot zijn dood ongeveer een jaar geleden, vast aan het idee deel uit te maken van Sealand. Waarmee Achenbach in de tussentijd zijn geld verdiende is nu niet meer na te gaan. Maar op enig moment leerde hij Helmut Gaensel kennen, een amateur-schatgraver uit Tsjechië, die ooit voor een rechter gezegd zou hebben CIA-agent te zijn geweest. Samen werden zij eind jaren negentig directeur van de brievenbusfirma Sealand Trade Development Authority Ltd., gevestigd op de Bahama’s. Zo staat het in de Panama Papers. Met deze firma wilden zij blijkbaar een filiaal vestigen in Sealand.

    Krankzinnig? Misschien. Naar het schijnt besloten ze dan ook in eerste instantie tot een uitvoerbaarder actie: ze openden een bankrekening in Slovenië, waarop enige tijd 12 miljoen mark stond, omgerekend ongeveer 6 miljoen euro. De bank koesterde echter de verdenking dat er sprake kon zijn van witwassen, de transacties kwamen haar merkwaardig voor, en ze meldde de rekening nog datzelfde jaar aan bij de autoriteiten. In maart 1997 legden die uit voorzorg beslag op het geld. Acht jaar lang vocht Achenbach voor zijn geld. In het jaar 2005 besliste het hoogste gerechtshof ten slotte dat hij de 6 miljoen euro terug moest krijgen, omdat men het witwassen niet kon bewijzen.

    Een maand eerder, zo valt in de Panama Papers te lezen, reisde Helmut Gaensel naar de Bahama’s en bezocht het plaatselijk kantoor van Mossack Fonseca. Hij verzocht om een kopie van de firmadocumenten van Sealand Trade Development Authority Ltd.; de originelen zouden helaas bij een overstroming verloren gegaan zijn, verklaarde hij aan de medewerkers. Maar op de Bahama’s kwam hij niet verder met zijn verzoek, omdat de firma werd bestuurd vanuit de vestiging in Tsjechië. Twee dagen later dook hij blijkbaar opnieuw op in het kantoor op de Bahama’s. Deze keer vroeg hij naar de prijs voor drie nieuwe brievenbusfirma’s, die naar keuze in Panama, op de Bahama’s of op de Britse Maagdeneilanden gevestigd moesten zijn.

    Waar diende dat alles toe? Wilden Achenbach en Gaensel voorbereidingen treffen voor het geval dat ze de miljoenen van de Sloveense staat zouden terugkrijgen? Ernaar gevraagd door de Süddeutsche Zeitung schrijft Helmut Gaensel dat hij nu de bezitter is van die gelden. Na aftrek van afdrachten aan twee investeerders en advocatenkosten ter hoogte van 700.000 euro zouden die zes miljoen van hem zijn. Als bijlage bij zijn mailtje stuurt hij een formulier waarin staat dat Achenbach vanaf 23 juni 1998 zijn aandeel in de Sloveense rekening aan hem heeft overgedragen.

    Bates en zijn echtgenote, in de tijd dat hij nog gewoon bij Radio Essex werkte. – © Getty
    Bates en zijn echtgenote, in de tijd dat hij nog gewoon bij Radio Essex werkte. – © Getty

    Na het vonnis van de Sloveense rechtbank werd het eerst een paar jaar stil rond Achenbach. Tot hij in het jaar 2010 op het idee kwam een schadeclaim in te dienen tegen de Sloveense staat. Hij eiste een schadevergoeding van 1,2 miljoen euro plus rente – en verloor. De laatste jaren van zijn leven heeft Achenbach in België doorgebracht, zoals een woordvoerder van de regering in ballingschap verklaart. Hij zou ongeveer een jaar geleden op de leeftijd van 80 jaar gestorven zijn. Ook de zelfbenoemde vorst Paddy Roy Bates is intussen dood; hij stierf in 2012 op de leeftijd van 91 jaar. De laatste jaren van zijn leven heeft hij op het vasteland doorgebracht. Zijn zoon Michael leidt tegenwoordig de regering.

    Weinig bezoekers

    Op Sealand zelf probeert men tot op heden de schijnwereld van het vorstendom overeind te houden. Een paar jaar geleden vertelde Michael, de huidige vorst, in een interview met Die Welt over het in zijn ogen onvergelijkelijke leven op het eiland: ‘De meeste slaapkamers op Sealand bevinden zich onder water, in de twee torens van het zeefort. ’s Nachts hoor je dan het geklop van voorbijvarende schepen, zoals in de film Das Boot. Bijzonder veilig voel ik me op Sealand als het buiten stormt, want dan weet ik dat niemand ons kan bereiken – en dus ook niet kan aanvallen.’

    Zes jaar geleden, na een brand op het platform, probeerde een Spaanse vastgoedfirma het roestige stalen platform op twee poten te verkopen voor 750 miljoen euro. Maar er was geen koper te vinden die het zonderlinge vastgoed wilde. In plaats daarvan bieden de Sealanders nu allerlei potsierlijke souvenirs aan om aan geld te komen. Op de internetsite van het vorstendom kun je bijvoorbeeld voor nog geen 30 pond een vorstentitel kopen en voor nog geen 6 pond een e-mailadres van de fictieve staat.

    Ook de regering in ballingschap zit niet stil. Die heeft bijvoorbeeld een Sealand Businessclub opgericht, met internationale leden, voornamelijk uit het zakenleven. Af en toe komen er ook nog bezoekers op Sealand. Drie jaar geleden bijvoorbeeld de Duitse popgroep Fettes Brot, die op het platform een muziekvideo voor hun song ‘Echo’ opnam.

    Maar verder schijnt er tegenwoordig niet veel meer te gebeuren op het roestige platform in de Noordzee. Op veel dagen houdt naar verluidt nog slechts een eenzame bewaker de wacht over het pseudovorstendom.

    Auteur: Katrin Langhans
    Vertaler: Piet Meeuse

    Beeld bovenaan: Sealand. – © HH

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 445.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.