Amerikaan is sinds 2013 als vluchteling in Rusland
Vladimir Poetin heeft een decreet ondertekend waarbij aan de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden het Russisch staatsburgerschap wordt verleend. De negendertigjarige voormalig Amerikaanse inlichtingenofficier is sinds 2013 vluchteling in Rusland om aan vervolging te ontkomen, nadat hij geheime dossiers had gelekt en uitgebreide binnenlandse en internationale surveillanceoperaties van de National Security Agency (NSA) had onthuld.
The Guardian, die de bestanden destijds publiceerde, schrijft dat Snowden, hoewel hij ‘eerder kritiek heeft geuit op de mensenrechtensituatie in Rusland, zich niet publiekelijk heeft uitgelaten over de Russische invasie in Oekraïne’. ‘Na twee jaar wachten en bijna tien jaar in ballingschap, zal een beetje stabiliteit een verschil maken voor mijn familie. Ik bid dat zij, en wij allemaal, privacy krijgen’, zei de klokkenluider op Twitter.
Omdat hij nooit in het Russische leger heeft gediend, en dus geen reservist is, treft de militaire mobilisatie van vorige week hem niet, aldus zijn Russische advocaat – ondanks de ‘grappen op sociale media’, merkt The Guardian op.
Russische spionnen – bruut, kil, verleidelijk en gewetenloos – zijn geliefde personages in westerse speelfilms. Maar ze worden in snel tempo vervangen door technologie.
Tot de impertinenties die Russen al generaties lang moeten dulden, behoort het beeld dat in de westerse popcultuur van hen wordt geschetst. Als stiefmoeder van alle kwaad geldt nog altijd de ongekend lompe Rosa Klebb, die de Britse held James Bond wilde doden met een giftig mes in de punt van haar schoen. Ook de Black Widow uit de vroege Marvel Comics, een met hightechwapens uitgeruste femme fatale, is een Russische agente. Russinnen en Russen waren meestal bruut, kil en gewetenloos, en als ze eens een keer aardig waren, zoals de hulpvaardige kosmonaut Lev Andropov in Armageddon, dan hadden ze een bontmuts met oorkleppen op en waren ze dronken.
Momenteel komt de herinnering aan Rosa Klebb weer tot leven, en dat komt niet zozeer door de film als wel door de werkelijkheid. De van oorsprong Russische en later Britse agent Sergej Skripal is onlangs in Engeland het slachtoffer geworden van een gifaanslag, uitgevoerd met een in de Sovjet-Unie ontwikkelde chemische stof. Dat misdrijf zou net zo goed uit de Koude Oorlog kunnen dateren als het verhaal van de Vietnamees Trinh Xuan Thanh, die kort geleden midden in Berlijn werd ontvoerd – op bevel van de Socialistische Republiek Vietnam, zijn geboorteland. Communistische of autoritaire diensten, waartoe ook de Russische behoren, hebben even weinig genade met hun slachtoffers als respect voor rechtsstaten. Het Westen bekruipt dan ook een gevoel van onbehagen.
De ontmaskerde spionne Anna Chapman begon een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice
Lange tijd waren Russische agenten verdwenen uit het bewustzijn van Europeanen en Amerikanen. Dat kwam door het einde van de Koude Oorlog en door het islamistische terrorisme. De personificatie van het kwaad was niet meer een bejaarde leider van het politbureau met zijn hand op de atoomknop, maar een prediker met opgestoken wijsvinger in een Afghaanse tent. De islamisten hadden beter dan de communisten door welke kracht er uitging van beelden: nooit eerder heeft de werkelijkheid de film zo overtroffen als op 11 september 2001, toen Al-Qaida de massamoord live op televisie bracht. De geheime diensten van Amerika bestreden het nieuwe gevaar met methoden waarvan het Westen eerder de Sovjet-Unie zou hebben verdacht – met ontvoeringen, martelingen en gevangenissen die boven recht en grondwet waren verheven.
De post-Sovjet-Russen waren ondertussen weliswaar niet gestopt met het bespioneren van het Westen, maar wekten geen al te groot onbehagen meer op. In 2010 werd bijvoorbeeld een spionagenet in de VS opgerold – tien Russinnen en Russen hadden zich jarenlang voorgedaan als brave burgers, maar in het geheim informatie doorgespeeld aan Moskou. Als ze in code met elkaar spraken, zeiden ze grappige dingen als: ‘Het is geweldig om een kerstman in mei te zijn.’ De Amerikanen reageerden eerder verbluft en geamuseerd dan gealarmeerd, en de ontmaskerde spionne Anna Chapman begon – ook dat paste goed bij die tijd – een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice.
Scenarioschrijver Joseph Weisberg maakte van deze ware gebeurtenis een televisieserie over spionnen ‘onder ons’, over Philip en Elizabeth die aan de rand van Washington twee kinderen opvoeden en daarnaast – of beter gezegd als hoofdtaak – voor Moskou werken. Ze verleiden, folteren en moorden; op een keer snijden ze het lijk van een vrouw in stukken, zodat het in een koffer past. Weisberg ondervond maar één probleem met dit thema: de griezelfactor ontbrak, want niemand was meer bang voor de Russen. De schrijver loste dit op door vooral de spanningen binnen het agentengezin te belichten en de handeling terug te verplaatsen naar de jaren tachtig, toen de Amerikaanse president Ronald Reagan de Sovjet-Unie het ‘Rijk van het Kwaad’ noemde.
Als Weisberg zijn serie The Americans vandaag de dag had geschreven, dan zou hij de handeling met een gerust hart weer in het heden kunnen laten plaatsvinden, waarin dan misschien geen Koude Oorlog heerst, maar op zijn minst wel Koude Vrede. De Russische president Vladimir Poetin ziet zijn land belegerd door het Westen, vooral door de uitbreidingen van de NAVO. Zijn onmiskenbare doel dat Rusland weer serieus wordt genomen of misschien zelfs wordt gevreesd, heeft hij inmiddels bereikt. Sinds de annexatie van de Krim en zijn breed uitgemeten bondgenootschap met de Syrische vatbommenwerper Bashar al-Assad acht het Westen Poetin tot nagenoeg alles in staat. De Britse regering uit zelfs de verdenking dat hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de moord op Skripal. Bewijzen ontbreken, maar de Britse pers mag er graag op wijzen dat Poetin ooit KGB-agent is geweest, wat verdere bewijsvoering kennelijk overbodig maakt. Poetin voltooit het beeld door verraders ‘een slechte afloop’ te voorspellen of door te dreigen terroristen in de wc te verdrinken.
Maar zijn de geheime diensten van de landen die ten oosten van het IJzeren Gordijn lagen echt gewetenlozer dan de westerse? Het verleden biedt in elk geval tal van filmrijpe aanwijzingen daarvoor. In 1959 stierf de Oekraïense anticommunist Stephan Bandera in München nadat een agent met een speciaal pistool blauwzuur in zijn gezicht had geschoten. In 1978 brachten de KGB en de Bulgaarse geheime dienst de dissident Georgi Markov om het leven: op een brug in Londen stak iemand de punt van een paraplu in zijn huid, waarmee het dodelijke ricine werd toegediend. In 1981 probeerde de Stasi Wolfgang Welsch, die mensen de DDR uit smokkelde, uit de weg te ruimen door zijn gehaktballen met thallium te prepareren.
Ook veel andere geheime diensten grijpen echter naar het uiterste. De Israëlische Mossad heeft duizenden echte en vermeende terroristen gedood; in 2010 vermoordden vermoedelijk Israëlische agenten Hamas-leider Mahmud al-Mabhuh in een hotel in Dubai. Ze deden dat zo handig dat het aanvankelijk leek alsof Al-Mabhuh een natuurlijke dood in bed was gestorven. In de leerboeken zal ook een plaatsje ingeruimd blijven voor de commandoactie waarbij Amerikaanse agenten Al-Qaida-leider Osama bin Laden in Pakistan om het leven brachten; later werd hiervan de film Zero Dark Thirty gemaakt. Werkelijkheid en fictie zijn in een eeuwige wedloop met elkaar verwikkeld. Dat de werkelijkheid vaak wint, ligt beslist niet alleen aan de Russen.
Meer echter dan in het Westen worden in het Oosten diensten ook tegen dissidenten en critici ingezet. Na de ervaring met het stalinisme zag de Sovjetleiding erop toe dat een individu niet meer willekeurig agenten kon inzetten: partij en politbureau oefenden controle uit over de leiding van de geheime dienst. Onder Poetin daarentegen heerst opnieuw een man uit de diensten met de diensten en is er geen enkele politieke kracht te bekennen die toezicht op hem houdt.
Maar ook in de VS waren het niet zozeer rechtsstatelijke principes die de methoden van de geheime dienst dicteerden als wel de toestand in de wereld en het heersende dreigingsgevoel. In de jaren vijftig smeedde de CIA groteske plannen om de Cubaanse revolutionair Fidel Castro om het leven te brengen. Later distantieerde de organisatie zich van dergelijke methoden, tot met de terreur van 2001 alle scrupules weer verdwenen. De Amerikaanse president Barack Obama breidde zijn dronesoorlog aanvankelijk uit, maar stelde er later ook nieuwe grenzen aan door gericht doden te beperken tot gevallen waarin terroristen een ‘direct’ gevaar betekenden. In beide gevallen hadden de burgers nauwelijks mogelijkheden om de staat te controleren.
Een bijzonder bewijs voor de meedogenloosheid van autoritaire veiligheidsapparaten zien experts in ‘honingvallen’: agentes of agenten die buitenlandse tegenhangers verleiden of seksuele omgang met hen hebben. Ook westerse diensten hebben deze truc gehanteerd, maar de Sovjet-Unie was daarin onverslaanbaar, wat uit westerse optiek verband hield met hun meedogenloosheid. Frederick Hitz, een voormalige inspecteur-generaal van de CIA, duidt dat als volgt: ‘Maar weinig westerse diensten konden hun burgers opleggen dat hun lichaam aan de staat toebehoorde.’
Dat hierover net een film draait in de bioscoop is zeker geen toeval. Red Sparrow, een film over een Russische agente die andere spionnen moet verleiden, zou in 2010 nauwelijks kijkers hebben getrokken. Nu voegt hij zich bij een lange lijst westerse films waarin Russen beestachtig te werk gaan en bereid zijn tot geweld. Red Sparrow is een film die zó in 1988 had kunnen draaien (als je even buiten beschouwing laat dat de Amerikaanse hoofdrolspeelster Jennifer Lawrence, die de Russische agente speelt, toen nog helemaal niet was geboren).
Maar moet je nog met de vijand naar bed om hem uit te horen? Voor geheime diensten hebben de grootste veranderingen tegenwoordig meer van doen met technologie dan met ideologie. Waarom zou je iemand in bed geheimen ontlokken als je diens telefoon kunt uitlezen? Waarom zou je het leven van een agent riskeren als je de vijand ook met een drone kunt doden?
Over de spionagefilm werd altijd gezegd dat het een onverwoestbaar genre was: regimes en ideologieën mogen komen en gaan, de strijder die zich in zijn eentje en voor een hoger doel blootstelt aan de grootste gevaren zal er altijd zijn. Maar voor twee centrale taken van de geheime dienst zijn mensen steeds minder nodig. Als het zo doorgaat met de bots en drones, dan zou de spionagefilm wel eens spoedig zijn belangrijkste acteur kunnen kwijtraken: de agent zelf.
Zo beschouwd maakten juist de VS de voorbije jaren de indruk van een schurkenstaat. Ten eerste vanwege Obama’s drones, ten tweede vanwege de verzamelwoede van de National Security Agency, die in het wilde weg telefoongegevens opsloeg. Dat het veiligheidsapparaat van de aardige meneer Obama uitgerekend de mobiele telefoon van de Bondskanselier liet afluisteren, stond voor de Duitsers praktisch gelijk aan verraad. Sinds de annexatie van de Krim begin 2014 is het weer Moskou dat onder een vergrootglas ligt. Sindsdien doen de VS hun beklag over Russische hackeraanvallen en het doelbewust lekken van e-mails van de Democraten om de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden. Speciaal aanklager Robert Mueller heeft gereconstrueerd hoe Russische agenten de VS bespioneerden en vervolgens vanuit Sint-Petersburg met geautomatiseerde socialmedia-accounts probeerden kiezers te beïnvloeden en het vertrouwen in de staat te ondermijnen. Is dat hoe de nieuwe oorlogsvoering eruitziet? Ophitsing, destabilisering, verwarring – zo geraffineerd uitgevoerd dat Moskou het steeds plausibel kan bestrijden? De voormalige FBI-man Clint Watts heeft ooit in het Amerikaanse congres gezegd: ‘Rusland hoopt de tweede Koude Oorlog met de macht van de politiek te winnen, niet meer met de politiek van de macht.’ De ironie wil dat de Amerikanen als uitvinders van Facebook en Twitter de Russen zelf van de noodzakelijke instrumenten hebben voorzien. Aan de andere kant: is de situatie zo dramatisch als politici en diensten in het westen schetsen? Tenslotte is politiek in de VS al sinds lange tijd toxisch, en dat de Amerikanen hun staat wantrouwen blijkt al uit hun grondwet. Wat hebben de Russen daar eigenlijk precies aan veranderd?
In Duitsland is het niet anders: voor de Bondsdagverkiezingen verzamelden de Duitse geheime diensten bewijzen voor mogelijke beïnvloeding door Moskou – maar geen enkel schrikbeeld is bewaarheid. De stroom van slechte berichten over Moskous destructieve rol droogt desondanks niet op. De Amerikaanse regering stelde onlangs over bewijzen te beschikken dat Russische hackers westerse krachtcentrales kunnen binnendringen. Verschillende autoritaire diensten zouden zich er wel eens heimelijk over kunnen verkneukelen met welke lowbudgettrucs ze het Westen van zijn stuk kunnen brengen.
Poetin lijkt de beschuldigingen uit het Westen niet erg serieus te nemen, alsof hij ervan geniet dat Europeanen en Amerikanen zich onzeker voelen. De New Yorkse professor Nina Khrushcheva heeft eens de theorie geponeerd dat Poetin nauwkeurig heeft bekeken hoe Russen in Hollywoodfilms overkomen. En dat hij toen heeft besloten zich precies zo te gedragen om het Westen angst in te boezemen.
Auteurs: Georg Mascolo en Nicolas Richter
Vertaler: Pieter Streutker
Openingsbeeld: Still uit Hitchcocks The 39 Steps (1935).
Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.
In 2017 onderhandelden Amerikaanse spionnen maandenlang met een schimmige Rus die beweerde dat hij gestolen cyberwapens kon leveren, en compromitterende informatie had over Donald Trump.
Na maanden van geheime onderhandelingen heeft een schimmige Rus vorig jaar Amerikaanse spionnen honderdduizend dollar lichter gemaakt met de belofte hen cyberwapens te leveren die waren gestolen van de National Security Agency. Een ander onderdeel van die deal was dat hij compromitterend materiaal over president Trump zou verschaffen, aldus agenten van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten. Het geld dat in september in een koffer naar een hotelkamer was gebracht, was bedoeld als eerste termijn van een totaalbedrag van 1 miljoen dollar, vernamen wij van Amerikaanse functionarissen, de Rus en uit correspondentie die The New York Times heeft ingezien. De diefstal van de geheime cyberwapens was een ware ramp voor de NSA en de agency was nog druk bezig te inventariseren wat er precies allemaal ontbrak.
Verscheidene Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen zeiden dat ze duidelijk hadden gemaakt dat ze geen belastend materiaal over Trump wilden van de Rus, die ze ervan verdachten duistere banden te hebben met de Russische veiligheidsdienst en Oost-Europese cybercriminelen. Hij beweerde dat de informatie zou aantonen dat er een connectie bestond tussen de president en zijn staf en Rusland. In plaats van dat de cyberwapens werden geleverd, verschafte de Rus onverifieerbare en mogelijk verzonnen informatie over Trump en anderen, zoals bankgegevens, e-mails en zogenaamde inlichtingen van de Russische geheime dienst.
‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken’
Volgens Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen hebben ze de deal afgebroken omdat ze vreesden verstrikt te raken in een Russische operatie om tweedracht te zaaien binnen de Amerikaanse regering. Ook waren ze bang voor politieke consequenties in Washington als bekend werd dat ze belastende informatie over de president kochten.
De onderhandelingen in Europa vorig jaar zijn beschreven door medewerkers van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten, die spraken op basis van anonimiteit, en de Rus. De Amerikanen werkten met een tussenpersoon – een Amerikaanse zakenman in Duitsland – om zelf buiten schot te kunnen blijven. Er waren ontmoetingen in Duitse provinciestadjes waar John le Carré zijn eerste spionageromans situeerde, en informatietransfers in vijfsterrenhotels in Berlijn. Amerikaanse inlichtingendiensten volgden maandenlang de vluchten van de Rus naar Berlijn, zijn rendez-vous met een maîtresse in Wenen en zijn reizen terug naar Sint-Petersburg. De NSA gebruikte zelfs zo’n twaalf keer hun officiële Twitteraccount voor een gecodeerd bericht aan de Rus.
Aan deze geschiedenis kwam dit jaar een eind toen Amerikaanse spionnen de Rus West-Europa uit joegen met de waarschuwing dat hij nooit meer terug moest komen als zijn vrijheid hem lief was, aldus de Amerikaanse zakenman. Het materiaal over Trump bleef achter bij de Amerikaan die het in Europa heeft veiliggesteld.
De Rus beweerde toegang te hebben tot een ontstellende hoeveelheid geheimen, van de computercode voor de cyberwapens die waren gestolen van de NSA en CIA, tot wat naar zijn zeggen een video was van Trump in het gezelschap van prostituees in een hotelkamer in Moskou in 2013. Er is echter geen bewijs dat die video echt bestaat.
De Rus was bekend bij Amerikaanse en Europese diensten vanwege zijn banden met Russische inlichtingendiensten en cybercriminelen – twee groepen die werden verdacht van de diefstal van cyberwapens van de NSA en de CIA.
Maar de gretigheid waarmee hij de Trump-‘kompromat’ aan Amerikaanse en Europese diensten probeerde te verkopen wekte bij de Amerikanen het vermoeden dat hij deel uitmaakte van een operatie om de inlichtingendiensten van de VS van belastende informatie over president Trump te voorzien. In het begin van de onderhandelingen liet hij de vraagprijs zakken van tien miljoen dollar naar net iets meer dan een miljoen. Enkele maanden later liet hij de Amerikaanse zakenman een stukje van een video-opname zien van een man die in een kamer met twee vrouwen aan het praten is. Er zit geen geluid bij het filmpje en er kon ook niet worden vastgesteld of de man op de video daadwerkelijk Trump was. Maar de keuze van de plek waar de video werd getoond versterkte bij de Amerikanen het vermoeden van een Russische operatie: de video werd getoond in de Russische ambassade in Berlijn, aldus de zakenman.
Er waren nog meer twijfels over de betrouwbaarheid van de Rus. Hij was betrokken geweest bij witwaspraktijken en had een nauwelijks legitieme zaak als dekmantel: een bijna failliet bedrijf dat draagbare grills verkocht aan worsthandelaren.
‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken,’ aldus Steven L. Hall, het voormalige hoofd van de Russische operaties bij de CIA. ‘Dat is de moeilijkheid als je vanuit een westers standpunt probeert te begrijpen hoe Rusland en Russen opereren.’
Amerikaanse veiligheidsdiensten hadden ook hun twijfels over de zogenaamde kompromat die de Rus wilde verkopen. Ze vonden de informatie, en vooral de video, meer voer voor roddelbladen, niet voor een veiligheidsdienst.
Maar de Amerikanen wilden heel graag de cyberwapens terug. Die waren ontworpen om in te breken in computernetwerken in Rusland, China en andere concurrerende mogendheden. Ze belandden echter in de handen van een geheimzinnige groep die zich de Shadow Brokers noemde en hackers voorzag van de middelen die sindsdien miljoenen computers overal ter wereld hebben geïnfecteerd en ziekenhuizen, fabrieken en bedrijven hebben lamgelegd.
Geen dienst wilde de informatie weigeren, omdat ze dachten ermee te kunnen achterhalen wat er was gebeurd. ‘Dat is een van de lastige dingen in de jungle van de contraspionage: niemand wil in de positie terechtkomen van iemand die eerst heeft gezegd dat hij ervan afziet en vijf jaar later moet toegeven: “Goeie god, het was echt iemand,”’ zegt Hall.
Amerikaanse inlichtingendiensten zijn ervan overtuigd dat Russische geheime diensten de scherpe politieke tegenstellingen in de Verenigde Staten als een mooie gelegenheid zien om spanningen tussen de partijen aan te wakkeren. Russische hackers richten zich in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen op Amerikaanse databanken met kiesgegevens en met behulp van botlegers promoten ze partijstandpunten op de sociale media. De Russen waren er ook op uit om twijfel te zaaien over het federale onderzoek naar de Russische inmenging. Die pogingen bestaan onder meer uit het verspreiden van informatie die veel overeenkomsten vertonen met de onbewezen berichten over Trumps zaken in Rusland, zoals die zogenaamde video, waarvan het bestaan door president Trump steeds is ontkend.
De geruchten dat de Russische inlichtingendienst in het bezit is van de video verschenen een jaar geleden in een explosief dossier vol onbewezen feiten, samengesteld door een voormalige Britse spion en betaald door de Democraten. Sindsdien zijn in Midden- en Oost-Europa minstens vier Russen opgedoken die banden hebben met spionagediensten en de onderwereld die aan Amerikaanse politieke onderzoekers, privédetectives en spionnen kompromat te koop aanbieden dat de inhoud van het dossier zou bevestigen. Amerikaanse diensten vermoeden dat ten minste enkelen van de verkopers voor Russische spionagediensten werken.
Fixer
The New York Times wist de hand te leggen op vier documenten die de Rus in Duitsland probeerde te slijten aan Amerikaanse inlichtingendiensten (The New York Times heeft niet betaald voor het materiaal). Het zouden allemaal rapporten zijn van de Russische veiligheidsdienst en elk document gaat over de staf van president Trump. Carter Page, de voormalige campagneadviseur die doelwit is geweest van een FBI-onderzoek, komt in een document voor; Robert en Rebekah Mercer, steenrijke donoren van de Republikeinse partij, in een ander document.
Toch lijken alle vier bijna in zijn geheel te putten uit nieuwsberichten, niet uit geheime informatie. Ook bevatten ze stilistische en grammaticale kenmerken die niet typisch zijn voor Russische spionageverslagen, aldus Yuri Shvets, een voormalige KGB-agent die jarenlang spion in Washington is geweest voor hij na afloop van de Koude Oorlog emigreerde naar de Verenigde Staten.
Amerikaanse spionnen zijn niet de enigen die hebben onderhandeld met Russen die beweerden geheimen in de verkoop te hebben. Cody Shearer, een Amerikaanse politieke onderzoeker met banden met de Democratische partij, heeft ruim een half jaar heel Oost-Europa door gereisd om de zogenaamde kompromat te bemachtigen bij een andere Rus, vertellen mensen die op de hoogte zijn van zijn inspanningen. Toen we Shearer vorig jaar een keer aan de telefoon kregen zei hij dat zijn werk ‘heel belangrijk was, dat weten jullie best, dus daar zou je niet naar hoeven vragen’. Toen hing hij op. Het is niet duidelijk of Shearer iets heeft kunnen kopen, en zo ja, wat.
Voordat de Amerikanen met de Rus onderhandelden, hadden ze contact met een hacker in Wenen die bij Amerikaanse agenten alleen bekend was onder de naam Carlo. Begin 2017 bood hij een volledige set cyberwapens aan die in het bezit waren van de Shadow Brokers, en de namen van andere mensen in zijn netwerk, aldus Amerikaanse agenten. In ruil daarvoor vroeg hij strafrechtelijke immuniteit in de VS. Maar die immuniteitsdeal ging niet door, dus toen besloten de agenten te doen waar spionnen het best in zijn: ze boden aan het materiaal te kopen. Toen dook in Duitsland de Rus op die tegen de Amerikanen zei dat hij de verkoop zou regelen. Net als Carlo had hij eerder al contact gehad met Amerikaanse inlichtingendiensten. Hij trad op als ‘fixer’, die deals regelde voor Ruslands FSB, de opvolger van de KGB. Volgens Amerikaanse geheim agenten stond hij in direct contact met Nikolai Patroesjev, een voormalige FSB-directeur. Ook wisten ze dat hij eerder had geholpen bij illegale transporten van halfedelmetalen voor een Russische oligarch.
Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes
Vorig jaar april leek er een deal te komen. Verscheidene CIA-agenten reisden van het hoofdkwartier van het bureau naar Berlijn om te helpen bij de afhandeling van de operatie.
In een klein café in het voormalige centrum van West-Berlijn overhandigde de Rus de Amerikaanse tussenpersoon een USB-stick met een kleine hoeveelheid data als voorbeeld van wat er nog zou komen. Maar binnen enkele dagen ketste de deal af. Amerikaanse inlichtingendiensten bevestigden dat het materiaal inderdaad van de Shadow Brokers afkomstig was, maar dat de groep die data al openbaar had gemaakt. Dientengevolge verklaarde de CIA dat ze er niet voor wilde betalen.
De Rus was woedend. De onderhandelingen lagen stil tot september, toen de twee partijen overeenkwamen het weer te proberen. Aan het eind van die maand leverde de Amerikaanse zakenman de honderdduizend dollar. Volgens sommige agenten was het geld van de Amerikaanse overheid dat via een ander kanaal was doorgesluisd.
Enkele weken later begon de Rus het materiaal te leveren. Maar in de leveringen van oktober en december zat bijna alleen maar materiaal dat verband hield met de verkiezingen van 2016 en de vermeende banden tussen Trumps staf en Rusland, maar geen cyberwapens van de NSA of de CIA.
In december zei de Rus tegen de Amerikaanse tussenpersoon dat hij het Trump-materiaal leverde, maar op bevel van hoge Russische inlichtingenofficieren de cyberwapens achterhield.
Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes. Dus stelde de Amerikanen hem voor een keuze: ga voor ons werken en verschaf ons de namen van iedereen in je netwerk, of ga terug naar Rusland en kom nooit meer terug.
De Rus dacht niet lang na. Hij nam een slok van zijn cranberrysap, pakte zijn tas en zei: ‘Bedankt.’ Toen liep hij de deur uit.
Oliver Stone deed uitputtende research voor zijn film Snowden. Zo sprak hij met Guardian-journalist Ewen MacAskill, aan wie Snowden in Hong Kong tienduizenden documenten overhandigde. MacAskill volgde op zijn beurt de opnames van de film, waarin hij zelf een bijrol kreeg.
Oliver Stone ziet er uitgeput uit. Het is mei 2015, en we zijn in München op de allerlaatste opnamedag voor zijn film over Edward Snowden. Tijdens de lunch lijkt de regisseur moe en bezorgd, met zware oogleden en afhangende schouders: futloos. Toen het idee voor Snowden werd voorgesteld, legt hij uit, had hij zich krachtig verzet. Vervolgens had hij zich er langzaam en aarzelend in mee laten trekken. Vandaag klinkt het alsof hij misschien spijt heeft van dat besluit. Er zijn problemen geweest met de financiën, met het zoeken naar distributeurs, en met het verbeelden van iets wat zo saai is als de cyberwereld waarin Snowden verblijft.
‘Een regisseur moet zeggen dat alles geweldig is en dat de dingen prachtig zijn,’ zegt hij, geprikkeld. ‘Iedere dag op een filmset is een potentiële ramp. Iedere dag op een filmset heb je de hoop dat het de goede kant op gaat, maar de waarheid is dat het de hele tijd alleen maar geploeter is. Het is als een bulldozer die door een rij bomen heen gaat. Het is niet makkelijk. Het is nooit makkelijk geweest.’
Vooral déze film was niet makkelijk. ‘Iedere film die ik heb gemaakt was een uitdaging. Maar vanaf de allereerste dag lijken er bij deze film obstakels te zijn geweest, of het nu computers waren, of het feit dat de technologie moeilijk te begrijpen is, of het karakter van Snowden, dat een sterke, robotachtige en nerderige kwaliteit heeft. Dat is een nadeel. Hij is niet het actieve type.’ Voordat Stone terugging naar de set, gaf zijn laatste opmerking de beperkte ambities die hij destijds met de film had goed weer: ‘Ik wil niets doen wat Edward Snowden zal schaden.’
Bijna een jaar later ontmoet ik Stone weer, in Londen. De vermoeidheid is verdwenen. Hij is vol enthousiasme over het leven en zijn film. Hij heeft het gevoel dat de montage goed is gegaan; de week daarvoor werd een vroege preview in Idaho op een positieve reactie onthaald – ondanks zijn onheilspellende voorgevoel.
‘Als regisseur denk ik dat de film een kracht heeft die de details overstijgt,’ zegt hij, stralend. ‘Misschien komt er wel niemand. Maar de mensen die wél komen zullen iets zien wat ze nog niet eerder hebben gezien. Er zijn geen achtervolgingen. Er zijn geen moorden. Ik houd van spanning, maar dit is een ander soort spanning … Wat Snowden heeft gedaan zal volgens mij verschil blijven maken … Ik denk niet dat dat nog zal veranderen.’
Uiteindelijk spraken Stone en zijn medescenarioschrijver Kieran Fitzgerald met bijna iedereen die bij de Snowden-affaire betrokken was geweest
Een paar maanden nadat het verhaal in de zomer van 2013 voor het eerst naar buiten kwam, werd Stone benaderd door Anatoly Kucherena, Snowdens Russische advocaat, over het maken van een film over zijn cliënt. Hij zegt dat hij toen net in een dal zat. Een project over Martin Luther King was niet van de grond gekomen. Hij had geen zin betrokken te raken bij een nieuw, ingewikkeld plan, dat de bioscoop waarschijnlijk toch niet zou halen. Niettemin ging hij naar Moskou, ontmoette Kucherena, en was voldoende geïntrigeerd om verder onderzoek te gaan doen en de filmrechten te kopen van Kucherena’s fictieve verhaal over een Amerikaanse klokkenluider, Time of the Octopus, en van The Snowden Files van Guardian-correspondent Luke Harding.
Zo’n zes maanden later heb ik Stone voor het eerst ontmoet, toen hij The Guardian bezocht. Ik was het kantoor van de toenmalige hoofdredacteur Alan Rusbridger binnengeroepen en verheugde me op het vooruitzicht, omdat ik nog nooit een Hollywoodregisseur had gesproken. Dit was ook een regisseur van wiens films ik hield. We waren met een handvol mensen in de kamer, en we praatten ongeveer een uur. De reden dat ik er was, was dat ik, samen met mijn medejournalisten Laura Poitras en Glenn Greenwald, Snowden in Hongkong had opgezocht, waar hij tienduizenden topgeheime Amerikaanse en Britse documenten aan ons overhandigde – een van de grootste lekken in de geschiedenis van de inlichtingendiensten – voordat hij onderdook. Stone wilde het verhaal uit de eerste hand horen. Op dat moment wist ik niet zeker wat ik van hem moest vinden, maar ik was onder de indruk van de details die hij al over Snowden had verzameld.
In december 2014 ontmoette ik hem vervolgens in mijn eentje, tijdens een lunch in Londen. Ik was een half uur te laat, maar daar maakte hij geen probleem van: er school geen prima donna in hem. In plaats daarvan bleef hij maar vragen stellen. Heel veel vragen. Ze werden gevolgd door e-mailtjes en telefoontjes. Ik kon deze bezetenheid wel waarderen, want hij was meer journalist dan filmregisseur; hij was bezig met een hardnekkige speurtocht naar het onbeantwoorde, in een poging een film te kunnen voltooien.
Uiteindelijk spraken Stone en zijn medescenarioschrijver Kieran Fitzgerald met bijna iedereen die bij de Snowden-affaire betrokken was geweest. Hij sprak met juristen, journalisten en voormalige leden van de NSA. Hij ging naar de Ecuadoriaanse ambassade in Londen om te praten met WikiLeaks-oprichter Julian Assange. En hij sprak met de partner van Snowden, Lindsay Mills. Hij ging minstens achtmaal naar Moskou om Snowden te ontmoeten.
Te veel research, aldus Stone. Ongeveer 80 procent moest worden weggegooid. Maar dat was geen tijdverspilling, zegt hij – het heeft hem de duidelijkheid verschaft waarnaar hij hunkerde. We zijn nu terug in München, twee dagen na de algemene verkiezingen in Groot-Brittannië: een tijd waarin op de redactie van een krant sprake is van grote bedrijvigheid en opwinding. Filmen is daarentegen saai. Ik was nog nooit op een filmset geweest, en was blij dat ik de kans kreeg om achter de schermen te kijken. Op de een of andere manier had ik me voorgesteld dat het een beetje als een toneelvoorstelling zou zijn, maar dat was niet zo. Het was saai en repetitief.
Die ochtend werd gedomineerd door de opnamen die Stone maakte van Joseph Gordon-Levitt, die Snowden speelde terwijl hij uit een hotelraam keek. Dit moest Hongkong voorstellen; Snowdens slaapkamer in het Mira-hotel was in Duitsland nagemaakt. Gordon-Levitt werd gefilmd terwijl hij van links naar rechts keek, en vervolgens omlaag naar de straat. Telkens opnieuw. Een andere belichting. Andere camerastandpunten. Andere shots. De scène heeft de film gehaald, maar duurt slechts een paar seconden. Het filmen ervan duurde een paar uur.
Als hij niet uit het raam keek, was Gordon-Levitt bereid om te praten. Tegen die tijd had hij Edward al eens ontmoet en wist hij heel goed zijn trage, precieze dictie te reproduceren. Als zoon van een progressief West Coast-gezin had hij een intensieve belangstelling voor Snowden en voor de discussie over surveillance ontwikkeld. Niet bang voor publieke uitingen met een politieke strekking nam Gordon-Levitt zich voor zich tijdens de komende persconferenties als een pleitbezorger voor privacyzaken te manifesteren. Hij heeft zijn verdiensten als acteur in deze film gedoneerd aan de American Civil Liberties Union, waarvan een van de juristen Snowdens voornaamste vertegenwoordiger is.
Terwijl ik de opnamen bijwoonde in het namaak-Hongkonghotel, zag ik op de rommelige tafel van Snowden een leeg bierblikje van het merk Tsingtao staan. Maar dat soort lege blikjes waren er in de oorspronkelijke hotelkamer nooit geweest. Niemand van ons dronk destijds alcohol, en Snowden is geheelonthouder. Ik durfde dat echter niet te zeggen omdat de opnamen al zo vergevorderd waren, en de gedachte hen te moeten blootstellen aan nog meer uren van heropnamen was eenvoudigweg te veel. Uiteindelijk kan ik me niet herinneren het blikje in de eindmontage te hebben teruggezien.
Er zijn andere, grotere problemen. Delen van de film zijn puur Hollywood. Stone wijdt een deel van zijn film aan de romance tussen Snowden en Mills. De manier waarop Snowden data in een Rubiks kubus uit het NSA-hoofdkwartier op Hawaii smokkelt, is vrijwel zeker een product van de verbeelding. De film is ook een regelrechte biopic, die Snowden volgt van zijn mislukte poging om zich bij de Amerikaanse special forces aan te sluiten, via een succesvolle carrière als computerspecialist van de NSA, naar zijn ontgoocheling en uiteindelijke beslissing om klokkenluider te worden.
Verrader en held
Toch is Snowden in bredere zin getrouwer aan de waarheid dan je van Hollywood zou mogen verwachten. Stone is er als de kippen bij om te betogen dat hij geen politiek regisseur of activist is, maar een dramaturg. Dat verrast me, en misschien ook anderen die bekend zijn met zijn werk. Maar wat hij bedoelde was wellicht dat hij niet iets wil maken wat saai is. De film is ook niet saai. Maar ik ben belanghebbende: ik word erin ten tonele gevoerd, en daarom hoop ik dat hij het goed zal doen.
Ik ben het meest geïnteresseerd in het vermogen van de film om de publieke opinie te beïnvloeden over de man wiens verhaal erin wordt verteld. De standpunten in de VS liggen nu ver uiteen: er zijn degenen die hem als een verrader zien, en degenen die hem als een held beschouwen. Stones film kan mensen bereiken die weinig van hem afweten. De film portretteert Snowden als een mens, en zorgt ervoor dat ingewikkelde argumenten over het evenwicht tussen privacy en surveillance onmiddellijk te begrijpen zijn. Zelfs degenen die betogen dat ze geen problemen hebben met mogelijke inbreuken op hun privéleven zullen waarschijnlijk ineenkrimpen bij het kijken naar een scène waarin Snowden en zijn vriendin seks hebben – maar dan aarzelt Snowden, omdat hij een open laptop ziet en zich afvraagt of er niet iemand meekijkt door de webcam. (Deze scène is gebaseerd op een interview met The Guardian, waarin Snowden zegt dat surveillancediensten zich bezighouden met dergelijk voyeurisme.)
Zal Snowden erin slagen de publieke opinie te laten kantelen? ‘Ik hoop het,’ zegt Stone, een tikkeltje onzeker. ‘Het is lastig,’ voegt hij eraan toe. Zijn film zou een paar van de meest vurige campagnevoerders tegen surveillance stof tot nadenken kunnen geven. Een van de meer onverwachte subtiliteiten in de film is de manier waarop de NSA in beeld wordt gebracht, waar uiteenlopende meningen over het evenwicht tussen privacy en veiligheid zijn toegestaan – en zelfs worden omarmd.
‘Ed heeft nooit echte mensen bij naam en toenaam genoemd,’ zegt Stone. ‘Maar hij heeft ons ideeën over echte mensen en gebeurtenissen gegeven, waaruit we – met de nodige artistieke vrijheid – conclusies kunnen trekken die wellicht niet te vergezocht zijn. We hebben geprobeerd het zo realistisch mogelijk te maken.’
‘Bij de NSA werken ook mensen met een ziel,’ voegt hij eraan toe. ‘Het zijn niet allemaal James Bond-achtige schurken.’ Hij glimlacht niet; hij meent het.
Toen de trailer werd vrijgegeven tweette Snowden: “Twee minuten en 39 seconden lang hield iedereen bij de NSA gewoon op met werken”
Maar zijn eigen loyaliteit ligt bij de klokkenluider; zijn onwankelbare doel is de onwetenden te waarschuwen voor wat hij de ‘surveillancestaat’ noemt. ‘Ik denk dat we te maken hebben met een orwelliaanse superorganisatie die de wereld regeert,’ zegt hij. ‘Maar dat is politiek!’ Hij is teleurgesteld dat de kwestie tot nu toe zo weinig aan bod is gekomen in de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen – de enige keer dat dit het geval was, deed zich voor tijdens een debat tussen de Democratische kandidaten. Stone steunde Bernie Sanders (en is ook een fan van Jeremy Corbyn). ‘Hillary Clinton heeft geen mededogen voor Snowden,’ zegt hij, terwijl hij iets ongemakkelijks mompelt over haar ‘hardcore oorlogszuchtige tactiek’.
Snowden zal in de Verenigde Staten twee maanden vóór de verkiezing van een nieuwe president worden uitgebracht, en een dag na de zeventigste verjaardag van Stone. Het lot van de film zal dan worden beslecht. Maar hoe zit het met de belangrijkste mening, die van Snowden zelf? Toen hij nog voor de NSA werkte, gaf zijn instinct hem in een ‘low profile’ aan te houden – vermoedelijk zou hij door de grond zijn gezakt bij het idee dat er ooit een film over hem zou worden gemaakt. En hij blijft iemand die zeer op zijn privacy is gesteld; hij vindt het prima om over technologie en surveillance te praten, maar schermt de details van zijn privéleven af. De wereld van de beroemdheid is niet de wereld waarin hij zich prettig voelt.
Stone zinspeelt erop dat Snowden de film goed vond – en zijn medewerking duidt erop dat dit klopt. De werkelijke reden dat hij er blij mee is, lijkt echter misschien wel op die van mij. In april, toen de trailer werd vrijgegeven, tweette hij: ‘Twee minuten en 39 seconden lang hield iedereen bij de NSA gewoon op met werken.’
Nadat hij de Oscar-winnende film Citizenfour had gezien, kwam een collega bij The Guardian met het volgende oordeel: ‘De man die jou speelt kan er niets van.’ Het was een grap, hoop ik; de man die mij ‘speelt’ ben ik namelijk zelf, omdat Citizenfour een documentaire is.
Citizenfour, uitgebracht in 2014, doet verslag van een ontmoeting van NSA-klokkenluider Edward Snowden met drie journalisten, Laura Poitras, Glenn Greenwald en ikzelf, in Hongkong in 2013. Oliver Stones Snowden is anders. Daarin nemen acteurs de meeste rollen voor hun rekening, inclusief Tom Wilkinson, die mij speelt.
Mijn hele carrière heb ik me op mijn gemak gevoeld met een ‘low profile’, en me graag achter de letters verscholen. Na het Snowden-verhaal, dat tot nu toe drie toneelstukken, diverse documentaires en nu ook nog een Hollywoodfilm heeft opgeleverd, gaat dat echter niet meer.
Mijn rol in al deze films is relatief klein. Niettemin voelde ik de eerste keer dat ik naar mezelf, gespeeld door een acteur, ging kijken – het was Jonathan Coy, in James Grahams Privacy at the Donmar Warehouse in 2014 – een mengeling van verlegenheid en angst, niet in de laatste plaats omdat ik erover moest schrijven. Maar Coy deed het goed en ik begon te ontspannen nadat hij zijn eerste zinnen had uitgesproken. Ik had de acteur eerder ontmoet, bij een gelegenheid waarvan ik dacht dat het gewoon een feestje was, terwijl hij me in feite aan het observeren was om mijn maniertjes over te kunnen nemen.
Ik hield er een raar gevoel aan over. Toen ik naar München vloog om de filmset van Snowden te bezoeken, waren twee dingen belangrijk voor me. De eerste was: zou mijn kleine rol de eindmontage overleven? En de tweede: zou ik mijn Schotse accent hebben behouden? Stone had ook voor een Amerikaans of zelfs gewoon voor een Brits accent kunnen kiezen.
Een van de grootste verschillen tussen het toneelstuk en de film is dat de taal van het toneelstuk míjn taal was, terwijl die in Snowden is bedacht
Tijdens een pauze op de set, toen er onweer was uitgebroken, ontmoette ik de man die mij speelde, Tom Wilkinson. Hij bevestigde dat hij aan het Schots had vastgehouden. ‘Dat is altijd een accent geweest wat me gemakkelijk afgaat,’ zei hij. ‘Ik ben op een bepaalde manier goed in accenten, en blijkbaar ook in Schots.’ En zijn accent is goed, al klinkt het iets meer als ‘Edinburghs’ dan als mijn eigen ‘Glasgows’. Bovendien noemt hij Snowden in de film ‘laddie’. Dat is een term die ik nooit zou gebruiken.
Een van de grootste verschillen tussen het toneelstuk en de film is dat de taal van het toneelstuk míjn taal was, die woordelijk is overgenomen, terwijl die in Snowden is bedacht.
Tijdens de echte ontmoeting in het Mira-hotel had Snowden zichzelf en zijn laptop op een gegeven moment met een rode kap bedekt. Hij wilde zijn wachtwoord beschermen tegen verborgen camera’s, zei hij later. Zelfs toen al leek dat vreemd gedrag, en in Citizenfour wisselen Glenn en ik vragende, ongemakkelijke blikken met elkaar uit.
In de film zeg ik, als Snowden de kap over zijn hoofd trekt, iets in de trant van ‘Moeten we daar allemaal onder?’, wat ik niet heb gezegd. Stone benadrukte herhaaldelijk tegenover me dat hij een film aan het maken was en die interessant moest zien te houden. Als ik alleen maar aantekeningen zat te maken in een stoel, zei hij vriendelijk, was dat niet bepaald opwindend. Hij had actie nodig.
Guinness
Er is een andere opvallende zinsnede van mij als ik The Guardian bel om te zeggen dat ‘de Guinness goed is’ – een van tevoren afgesproken code om te bevestigen dat de klokkenluider echt was, en geen bedrieger. In het echt heb ik die zinsnede ook gebezigd. Dit ‘script’ was het geesteskind van de toenmalige Amerikaanse _Guardian_-eindredactrice Janine Gibson, die hier wordt gespeeld door Joely Richardson.
In de film val ik op een gegeven moment in slaap. Dat is ook gebeurd, maar wel later dan in de scène die wordt getoond. Glenn, Laura en ikzelf hadden alle drie weinig geslapen die week. Pas toen Snowden onderdook, begon ik te ontspannen en kon ik overal in slaap vallen.
Wilkinson was minder goed op de hoogte van de achterliggende thematiek van de film dan de regisseur of zijn medester, maar hij herinnerde zich enthousiast de verslaggeving in The Guardian uit de tijd dat het verhaal in de publiciteit kwam, en staat sympathiek tegenover Snowden. ‘Ik vind hem geen verrader,’ zegt hij zachtjes en weloverwogen. ‘Je hebt zulke mensen nodig. Ik denk dat alle mensen die vrijwillig zo’n groot risico lopen een simpele manier van tegen de wereld aankijken hebben die de meesten van ons ontgaat.’
Eerder deze zomer heb ik een preview van de film bijgewoond met mijn collega Luke Harding, op wiens boek een groot deel van de film is gebaseerd. Naderhand vroeg ik hem hoe accuraat hij de rol van Wilkinson vond. Een onverschrokken buitenlandse correspondent die het opneemt tegen de verzamelde macht van de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten – toch? Het oordeel van Luke: ‘Je maakte een beetje een suffe indruk.’
Snowden is op 10 september in première gegaan op het filmfestival van Toronto, en draait sinds 16 september in de bioscopen.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.