Tag: oeigoeren

  • ‘Sla hard toe’. Zo werkt China’s campagne om de Oeigoeren te onderdrukken

    ‘Sla hard toe’. Zo werkt China’s campagne om de Oeigoeren te onderdrukken

    De Oeigoerse dichter Tahir Hamut Izgil werd meerdere malen door de Chinese politie gearresteerd. Om aan vervolging te ontkomen vluchtte hij naar de Verenigde Staten. In zijn autobiografie Wachten op mijn arrestatie in de nacht laat hij zien hoe China de Oeigoeren in het land constant in de gaten houdt en intimideert. Een fragment.

    Ik blijf terugkeren naar de eerste dag van het jaar 2013.

    Die avond werd ik onverwachts opgebeld door Ilham Tohti, een hoogleraar economie van de Centrale Universiteit voor Nationaliteiten in Beijing. Het was jaren geleden dat we elkaar hadden gesproken. Hij zat in een Oeigoers restaurant achter de universiteit, waar hij het nieuwe jaar vierde met een wederzijdse vriend uit Beijing.

    Na het uitwisselen van beleefdheden zei Ilham: ‘Xi Jinping heeft de macht naar zich toe getrokken. Voor ons gaat het dus beter worden. Verlies de moed niet, en geef aan onze vrienden in Ürümqi maar door dat ze optimistisch mogen zijn.’ Ilham was heel opgewekt. Toen hij zei dat het beter zou gaan met ons doelde hij op de politieke omstandigheden van de Oeigoeren. Die waren in het recente verleden snel verslechterd.

    Op dit moment is volstrekt duidelijk hoe absurd het was om van Xi Jinping iets te verwachten wat positief uit zou pakken voor de Oeigoeren, maar indertijd leefde die hoop wel bij veel Oeigoerse intellectuelen. Ook onder Han-intellectuelen waren er mensen die verwachtten dat Xi relatief progressief zou zijn. De Chinese politiek is zo ondoorzichtig dat er over de politieke opvattingen van nieuwe leiders alleen maar gespeculeerd kan worden.

    Xi’s vader Xi Zhongxun was kort nadat de Partij aan de macht was gekomen de hoogste functionaris in het noordwesten van China geweest, en had kritiek geuit op het repressieve beleid van de Partij in Xinjiang. Oeigoerse intellectuelen wilden maar al te graag geloven dat Xi Jinping op dit gebied de voetstappen van zijn vader zou drukken. Het was een uit wanhoop geboren hoop, de droom van een gehavende gemeenschap over een betere behandeling door haar koloniale overheersers.

    Ilham Tohti

    Ik had aan het begin van de jaren negentig kennisgemaakt met Ilham Tohti. Aan het Centrale Instituut voor Nationaliteiten, zoals de naam toen nog luidde, was ik bezig met het afronden van het eerste deel van mijn studie. Ilham deed een master economie. Hij was een enorm energieke, spraakzame man, die heel snel praatte, alsof zijn hoofd vol gedachten zat en hij die in de hoogste versnelling onder woorden wilde brengen. Als we elkaar op de campus tegen het lijf liepen begon hij meteen opgewonden te praten. En als hij eenmaal bezig was, was hij bijna niet meer te stuiten, vooral als het over zijn favoriete onderwerp ging, de economie en demografie van de regio waar de Oeigoeren woonden. Later zou Ilham een van de meest vooraanstaande Oeigoerse dissidente intellectuelen worden. Rond 2005 zette hij een website in het Chinees op, waarop hij artikelen zette waarin hij de rechten van Oeigoeren verdedigde. Hij betoogde dat de Chinese overheid zich in Oeigoers gebied niet aan haar officiële autonomiebeleid hield, dat het Productie- en Constructiekorps in Xinjiang functioneerde als een wetteloze staat binnen de staat, dat door de snelle instroom van Han-kolonisten de inheemse bevolking een minderheid in eigen land aan het worden was, dat er onder de Oeigoeren een enorme werkloosheid was en dat in het onderwijs het Oeigoers was gemarginaliseerd.

    Een van de belangrijkste doelstellingen van zijn website was het aanmoedigen van een gezonde dialoog tussen Oeigoeren en Han-Chinezen en het versterken van een goede verstandhouding tussen de twee etnische groepen. De website trok veel gelijkgestemde intellectuelen en studenten aan, Oeigoeren, Han-Chinezen en anderen, en kreeg ook in het buitenland steeds meer invloed. Mijn neef had me verteld over de site. Hij zei dat veel jonge Oeigoeren actief bijhielden wat erop werd gezet en dat ze daar vaak over discussieerden.

    Het zal geen verwondering wekken dat Ilham Tohti’s dissidente opvattingen de aandacht trokken van de Chinese overheid. De politie nodigde hem vaak uit ‘op de thee’, een eufemisme voor een informele waarschuwing of een verhoor. In bepaalde gevoelige perioden, zoals de Spelen van 2008 of wanneer westerse leiders op bezoek kwamen in Beijing, stuurde de politie het gezin van Ilham een maand ‘op vakantie’. In 2009 zei de overheid dat Ilham verantwoordelijk was voor het geweld van juli dat jaar in Ürümqi. Hij en zijn gezin verdwenen. Men ging ervan uit dat Ilham was gearresteerd. Maar na anderhalve maand informele hechtenis in een buitenwijk van Beijing mochten ze weer naar huis. Ondanks dit alles ging Ilham ervan uit dat de overheid hem niet formeel zou arresteren of gevangenzetten. Per slot van rekening gaf hij college aan een universiteit in de hoofdstad. Hij vond ook dat hij met zijn kritiek volledig binnen de wet bleef. En dat het gezin in Beijing geregistreerd stond was ook bevorderlijk voor zijn gemoedsrust. Het behoeft geen betoog dat het politieke klimaat in de hoofdstad heel anders was dan in Xinjiang. Als hij daar dit soort activiteiten had ontplooid, zou hij allang gearresteerd zijn.

    Arrestatie

    Maar het pakte toch anders uit dan hij had gedacht. Medio januari 2014 hoorden we in Ürümqi dat Ilham was opgepakt in Beijing. Ik vroeg welke eenheid van de politie dat had gedaan en hoorde dat het mensen uit Ürümqi waren geweest.

    Het was niet normaal dat rechercheurs uit Ürümqi een afstand van meer dan 2500 kilometer aflegden om een hoogleraar aan een universiteit in Beijing te arresteren. Normaal gesproken had de politie van Beijing dan jurisdictie. Dat de politie van Ürümqi erop af werd gestuurd betekende dat de beslissing om Ilham te arresteren op het hoogste niveau was genomen. Niet lang daarna hoorden we dat rond dezelfde tijd een aantal studenten van Ilham waren verdwenen. Waarschijnlijk waren ze gearresteerd. Anders gezegd: het zag er niet best uit.

    Ik schrok van de arrestatie van een intellectueel die alleen maar de overheid had opgeroepen om zich aan haar eigen wetten te houden. Daardoor kreeg ik het sombere voorgevoel dat het met de Oeigoerse intelligentsia als groep helemaal de verkeerde kant op ging. Om toch wat te doen tegen het naderende gevaar stak ik een paar uur in het controleren van alle bestanden op mijn laptop en de computer die ik op mijn werk gebruikte en wiste alle bestanden, videobeelden, opnamen en foto’s die de politie mogelijk kon aangrijpen om me te arresteren. Ik gaf iedereen bij ons op kantoor opdracht hetzelfde te doen. Niet lang daarvoor was ik al surfend op het internet Charter ’08 tegengekomen, een manifest waarin Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo en anderen een oproep deden voor democratie en burgerrechten in China. Na het lezen besloot ik het in het Oeigoers te vertalen, maar omdat ik het nergens kon publiceren had ik het maar op mijn computer laten staan. Een paar jaar geleden had ik van een vriend een Word-bestand gekregen met een Chinese vertaling van Xinjiang: China’s Muslim Borderland, een bundel wetenschappelijke artikelen uit de Verenigde Staten en elders. De politieke afdeling van het Volksbevrijdingsleger had het boek in het Chinees vertaald, waarschijnlijk om mensen er intern kennis van te laten nemen. Omdat de overheid de toegang tot informatie vanuit het buitenland strikt reguleerde wilde ik heel graag alle mogelijke buitenlandse informatie over Oeigoeren en ons land in handen krijgen, en dus las ik het boek wel drie keer. Ik had ook de pdf van een in Tainwan gepubliceerd boek van Wang Lixiong waarvan de titel zich in het Engels laat vertalen als My West China, Your East Turkestan. En ik had een foto van de dalai lama met de verbannen Oeigoerse leider Rebiya Kadeer, zijn arm liefdevol om haar schouder geslagen. Het was ontroerend om deze warme band te zien tussen leiders van twee gemeenschappen die in China werden onderdrukt.

    Het was ontroerend om deze warme band te zien tussen leiders van twee gemeenschappen die in China werden onderdrukt

    Het had me heel wat moeite gekost om deze teksten te vinden en te vertalen, en het gaf me een onbehaaglijk gevoel toen ik ze een voor een wiste. Maar latere gebeurtenissen zouden aantonen dat ik er goed aan had gedaan. Het ging echt de verkeerde kant op. De repressie die het gevolg was geweest van de rellen die in 2009 in Ürümqi waren uitgebroken was nog niet voorbij toen de overheid een aparte campagne tegen de Oeigoeren op touw zette, die de naam ‘Sla hard toe’ meekreeg. Die was gericht tegen ‘religieus extremisme, etnisch separatisme en gewelddadig terrorisme’, en had verreikende gevolgen. Han-migranten stroomden in nog grotere aantallen dan eerst Xinjiang binnen. Huizen van Oeigoeren werden gesloopt en hun land werd in beslag genomen. In godsdienstig en cultureel opzicht kregen de Oeigoeren met steeds meer repressie te maken, en in het dagelijkse bestaan werden ze steeds meer gediscrimineerd. Aan de problemen die door Tohti waren benoemd werd niet alleen niets gedaan, ze mochten ongehinderd doorwoekeren. Toch bleef de overheid zeggen dat alle ontevredenheid onder de Oeigoeren voortkwam uit separatisme en terrorisme, en werden er lukraak mensen bestraft.

    Twee maanden nadat Tohti was gearresteerd bereikten ons berichten over een terroristische aanslag in een treinstation in de Zuid-Chinese stad Kunming, duizenden kilometers bij Ürümqi vandaan. Staatsmedia berichtten dat vijf zwart gemaskerde Oeigoeren met messen passagiers hadden aangevallen in de hal waar kaartjes werden verkocht.

    Weer gingen twee maanden voorbij. Toen kwamen staatsmedia met het bericht dat twee Oeigoeren passagiers hadden aangevallen bij de uitgang van het station, waarna ze zich hadden opgeblazen. Kort daarop kwam het bericht dat Oeigoerse terroristen een zelfmoordaanslag hadden uitgevoerd op een markt in Ürümqi.

    De houding en de retoriek van de overheid werden agressiever dan ooit

    In de jaren na het geweld van 2009 in Ürümqi leek het rustiger te zijn geworden in Xinjiang. Maar door drie aanslagen binnen twee maanden liep de spanning weer behoorlijk op. De houding en de retoriek van de overheid werden agressiever dan ooit.

    Oeigoeren reageerden steevast op dit soort gebeurtenissen door ‘Er is iets gebeurd’ te zeggen. Mensen die ik kende hadden complexe gevoelens over zulke incidenten. Enerzijds koesterden ze zoveel ressentiment jegens overheid en Han-Chinezen dat ze dachten: hun verdiende loon. Anderzijds vonden ze het verkeerd om je pijlen te richten op burgers in plaats van op de overheid. Verder waren mensen bang dat zulke aanslagen nog meer repressie tot gevolg zouden hebben en dat ze daar persoonlijk last van zouden krijgen. En als er negatieve gevolgen waren, werd er gemopperd: ‘Laat die lui dankbaar zijn voor hun dagelijks brood in plaats van stomme dingen te doen.’ De officiële rapporten over zulke voorvallen waren meestal vaag, tegenstrijdig en niet erg overtuigend. Verdenkingen, gissingen en geruchten deden algauw de ronde. Volgens de overheidspropaganda werden al deze aanslagen gepleegd door separatisten en terroristen, die Xinjiang af wilden scheiden van China en tot een onafhankelijk Oost-Turkestan wilden komen. De overheid weigerde te erkennen dat het geweld mogelijk een gevolg was van haar eigen beleid, dat nefaste gevolgen had voor het leven van de Oeigoeren.

    Maar onder de Oeigoeren deden tal van geruchten de ronde over wie er achter de aanslagen zaten. Meestal vermoedde men dat ze waren gepleegd door mensen die het slachtoffer waren geworden van overheidsgeweld en nu wraak wilden nemen. Anderen dachten dat de overheid zelf de aanslagen had gepleegd om zo een excuus te hebben voor nog meer repressie en om de wil tot verzet van de Oeigoeren te breken.

    Niet alleen werden de mensen die betrokken waren bij de aanslagen zwaar bestraft, de overheid pakte ook mensen aan die niets te maken hadden met de aanslagen maar connecties hadden met de daders: familieleden, kennissen, mensen met wie ze ooit samen hadden gegeten of bij wie ze hadden gelogeerd. Die werden ervan beschuldigd dat ze terroristen ‘onder hun vleugels hadden genomen’.

    Verboden artikelen

    Net als veel andere Oeigoerse intellectuelen wilde ik graag weten wat er in buitenlandse media over deze aanslagen werd geschreven en hoe er in het buitenland op werd gereageerd. Na het geweld van 2009 in Ürümqi werd in Xinjiang bijna een heel jaar het internet afgesloten. Ook toen het weer werd opengesteld bleven veel buitenlandse websites, vooral op het gebied van nieuws, ontoegankelijk. Als je toch toegang tot zulke sites wist te krijgen gold dat als een ernstig misdrijf. Desondanks gebruikten we stiekem toch VPN’s om de Great Firewall, de beruchte digitale Grote Chinese Muur, van de overheid te omzeilen en op allerlei internationale nieuwssites te komen. We hadden zo weinig informatie over ons eigen land en wat er om ons heen gebeurde dat we dat risico wel wilden lopen. Na de arrestatie van Ilham Tohti en de aanslagen werd de repressie zo hevig dat ons niets anders overbleef dan onze VPN’s te verwijderen en het te doen zonder internationale nieuwssites. Als ik geen gebruik meer kon maken van internet leek er nog maar één optie over te blijven: op de korte golf luisteren naar buitenlandse nieuwszenders.

    Dat jaar gingen we met het gezin op vakantie in Qashqar. We brachten een bezoek aan mijn ouders en gingen bij oude vrienden langs. De man van een vrouw met wie Marhaba op school had gezeten had in een winkelcentrum daar een zaak met elektronische spullen. Ik besloot daar een kortegolfradio te kopen. Hij wist vast wel wat een goede was.

    Toen ik naar binnen liep was hij net bezig alle radio’s uit de winkel in dozen te doen. Ik vroeg wat hij aan het doen was. ‘Het politiebureau heeft gebeld,’ zei hij verbitterd. ‘We moeten al onze radio’s uit de winkel halen. We mogen ze niet meer verkopen.’

    De lijst met verboden artikelen was blijkbaar nog langer geworden. Een paar jaar daarvoor waren lucifers verboden. Kennelijk wilde de overheid het separatisten onmogelijk maken om van de zwavel in luciferkoppen explosieven te maken.

    Dat betekende het einde van mijn plan om een radio te kopen. Een paar dagen later hoorde ik dat de overheid de radio’s in beslag was gaan nemen die bij mensen in huis stonden, eerst in de dorpen, later ook in de steden.

    ‘Zo te zien is het radiotijdperk voorgoed afgelopen,’ zei ik tegen mezelf.

    Lees ook:

  • Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Hoe een uitgeverij in Pennsylvania een belangrijke bron werd voor journalistiek onderzoek naar de repressieve middelen die Beijing gebruikt tegen de Oeigoeren.

    Achter Heights Market & Deli en naast sportschool Finishers Mixed Martial Arts, in een buurt met nette gazons versierd met spiegelbollen, staat een doodgewoon pakhuis dat het hoofdkwartier is van een onduidelijke nieuwsorganisatie met een al even doodgewone naam: Internet Protocol Video Market (IPVM). De onopvallende locatie biedt weinig inzicht in wat voor soort journalistieke activiteiten hier plaatsvinden.

    Het kantoor van IPVM heeft geen redactiekamer met op toetsenborden tikkende verslaggevers en schermen die continu nieuws tonen. In plaats daarvan worden bewakingscamera’s en andere beveiligingsapparaten door technici onderworpen aan een reeks testen. Een aantal journalisten verricht wat gebruikelijker werk, door onderzoek te doen naar bedrijfsdossiers en financiële documenten waarvan de resultaten uiteindelijk als rapport verschijnen op de website van IPVM.

    Scoops

    Het grootste deel van de veertien jaar dat de onderneming publiceert, was het een nichebedrijf, gericht op professionals en technici die voornamelijk in de commerciële bewaking werken. Maar de afgelopen jaren leverde IPVM ook een reeks zeer indrukwekkende scoops, vaak in samenwerking met grote nieuwsorganisaties zoals The New York Times, The Wall Street Journal en de Los Angeles Times, waarin de sinistere en alarmerende aspecten werden onthuld van de handel en wandel van Chinese bewakingsbedrijven.

    Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei

    In een reportage van The Washington Post uit december 2020, gebaseerd op een door IPVM aan het licht gebracht document, worden de pogingen beschreven van de Chinese technologiegigant Huawei om een systeem voor gezichtsscans te ontwikkelen dat een ‘Oeigoeren-alarm’ zou kunnen activeren – verwijzend naar de voornamelijk islamitische etnische groep in het noordwesten van China die zwaar wordt onderdrukt door de staat. Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei, en zich in februari 2021 uit te spreken over de technologie van het bedrijf.

    Diezelfde maand publiceerde de Los Angeles Times een artikel op basis van een gebruikershandleiding, door IPVM gevonden, waarin het Chinese bedrijf Dahua beweert dat zijn cameratechnologie Oeigoeren kan identificeren en de autoriteiten hierover automatisch een seintje kan geven. Die onthulling was voor een groep Amerikaanse senatoren aanleiding om Amazon schriftelijke vragen te stellen over de miljoenendeal die het Amerikaanse bedrijf met Dahua had gesloten. 

    Deze staat van dienst heeft IPVM veel lezers opgeleverd: mensen die geïnteresseerd zijn in bewakingstechnologie, maar ook mensen die de geopolitieke ambities van Beijing en de gespannen betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China willen begrijpen – misschien wel de belangrijkste bilaterale relatie ter wereld.

    John Honovich

    IPVM werd in 2008 opgericht door John Honovich, die destijds ontevreden was vertrokken uit de beveiligings-industrie na enkele onaangename ervaringen bij beveiligingsbedrijven die te veel beloofden en te weinig leverden. Honovich, nu 46, vertelde me recentelijk dat hij verrast was door het aantal ‘misleidingen en leugens die heel gewoon waren’, waarbij het vaak ging om ‘fake-it-‘til-you-make-it-achtige zaken’. Deze ervaringen deden hem beseffen dat ‘onethisch zijn een groot concurrentievoordeel oplevert’.

    Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees

    Aanvankelijk richtte de site zich op het verzamelen van nieuws uit de wereld van de bewakings- en beveiligingstechnologie. Later voegde hij commentaar en analyses toe, en al snel begon hij zijn eigen, rudimentaire tests met camera-apparatuur uit te voeren. ‘Hij maakte testopnames op parkeerplaatsen en vanaf zijn balkon,’ vertelt Ethan Ace, een van de eerste werknemers van het bedrijf. ‘Maar hij was de enige die onafhankelijke testen deed.’ Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees.

    Ace staat nu aan het hoofd van de testen bij IPVM, met faciliteiten die zijn gegroeid van ‘de laadruimte van mijn Volvo’ tot een enorme hal van ruim 1100 vierkante meter, met kastjes waarin zo’n zeshonderd camera’s zijn opgeslagen die zijn getest en uit elkaar gehaald. Tijdens een bezoek in augustus viel mijn oog op een verzameling bowiemessen. Don Maye, hoofd bedrijfsvoering bij IPVM, legde uit dat deze dienden om de effectiviteit te testen van AI-scantechnologie die verborgen wapens zou kunnen detecteren. Sinds de schietpartij in mei op een school in Uvalde, Texas, is er veel belangstelling voor dergelijke hulpmiddelen. Ace en Maye zijn zeer sceptisch over de beweringen die over deze technologie worden gedaan.

    Ace, die zichzelf omschrijft als ‘het meest trotse lid van de ACLU [American Civil Liberties Union – een grote Amerikaanse organisatie voor burgerrechten] in de beveiligingsindustrie’, liet me ook een ruimte zien waar een thermische camera van een Chinese firma werd getest. Dit was een voorbeeld van technologie die zich tijdens de pandemie verspreidde, in wat Ace de ‘koortscameragekte’ noemde.

    Hausse

    Rampzalige gebeurtenissen zoals massale schietpartijen en terroristische aanslagen creëren een hausse voor de beveiligingsindustrie. Corona was geen uitzondering. ‘Onze industrie richt zich specifiek op de angsten van mensen,’ zegt Ace. ‘Dat is de aard van het beestje.’

    Op een scherm werden onze vermeende lichaamstemperaturen weergegeven. Droeg Ace zijn bril, dan was alles in orde. Maar als hij hem afzette, gaf een alarm aan dat zijn temperatuur te hoog zou zijn. Dit was slechts een geïmproviseerd experiment, maar het liet zien hoe onbetrouwbaar metingen kunnen zijn. 

    Honovich is het publieke gezicht van IPVM, waardoor hij doelwit is geworden van anonieme blogs en Twitter-accounts. Sommige beschuldigen hem ervan dat hij aan zelfpromotie doet of een bullebak is die IPVM gebruikt om bedrijven waar hij een hekel aan heeft te besmeuren. 

    Volgens Honovich maakte zijn site niet bewust de keus om zich op China te concentreren. Als er al een ‘slechterik’ was die IPVM in de gaten wilde houden, ‘dan was dat Silicon Valley en niet de Volksrepubliek China’, zegt hij. Maar toen Chinese bedrijven hun intrede deden op de Amerikaanse markt en goedkope hardware aanboden die voortdurend werd voorzien van updates, kon de site hen niet negeren. Ace: ‘Het aanbod uit China was veel groter dan we ons realiseerden.’

    ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking’

    Dit begreep hij pas toen hij in 2015 de enorme China Public Security Expo-beurs bezocht. En toen hij de kantoren bezocht van bedrijven als Hikvision, ’s werelds grootste fabrikant van bewakingsapparatuur, kreeg Ace een glimp van wat Josh Chin en Liza Lin van The Wall Street Journal omschreven als een van de ‘grootste ambities’ van de Chinese president Xi Jinping: ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking en op wereldschaal wedijvert met de democratie.’

    Onderzoeksjournalistiek met behulp van IPVM’s resultaten bracht aan het licht dat enkele van de meest verontrustende en dystopische elementen van dit plan plaatsvonden in Xinjiang, de regio waar Oeigoeren en leden van andere grotendeels islamitische groepen worden geconfronteerd met een ‘consistent patroon van invasieve elektronische surveillance‘, volgens een vorige maand gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties. De acties van China in de regio, zo concludeerde de VN, ‘zijn mogelijk internationale misdaden, in het bijzonder misdaden tegen de menselijkheid’.

    De aandacht van IPVM voor Chinese observatietechnologie komt op een moment dat de spanningen – militair, economisch en ideologisch – tussen de VS en China toenemen. Naast de mensenrechtensituatie in Xinjiang hebben ook de oorlogszuchtige houding van Beijing tegenover Taiwan – dat als deel van China wordt beschouwd hoewel de Chinese Communistische Partij er nooit controle over had – en het neerslaan van de prodemocratische beweging in Hongkong de betrekkingen tussen de twee mogendheden verslechterd. In Washington zijn het wantrouwen jegens Beijing en de wens om China agressiever te benaderen zeldzame voorbeelden van een con-sensus onder Republikeinen en Democraten.

    ‘Elke zakelijke relatie met China behoeft serieus onderzoek. Vooral als het om technologie gaat,’ liet Marco Rubio, de Republikeinse senator uit Florida, in een e-mail weten. Hij heeft van deze kwestie een persoonlijke zaak gemaakt. ‘Onderzoek door bedrijven als IPVM is essentieel om media, beleidsmakers en het Amerikaanse volk te helpen begrijpen welke bedreiging de Chinese Communistische Partij vormt en hoe ver sommige bedrijven gaan om Amerikaanse wetten te omzeilen.’ Hikvision en Dahua werden in 2019 door het Amerikaanse ministerie van Handel op de zwarte lijst gezet, vanwege de behandeling van Oeigoeren en andere minderheden door Beijing.

    ‘Verdachte personen’

    Xinjiang is niet de enige focus van het onderzoekswerk van IPVM. Documenten die het bedrijf verkreeg vormden de basis voor een reportage van Reuters in 2021 over hoe de autoriteiten in Henan, een van China’s grootste provincies, een bewakingssysteem in gebruik hadden genomen waarmee ze hoopten journalisten, internationale studenten en andere ‘verdachte personen’ te kunnen opsporen. The New York Times onderzocht afgelopen juni hoe China surveillance gebruikt om sociale en politieke controle te vergroten en baseerde zich daarbij deels op gegevens die door IPVM waren verkregen.

    De afgelopen jaren heeft Beijing het werk van buitenlandse journalisten aan banden gelegd, vaak onder het mom van volksgezondheid in samenhang met het zerocovidbeleid – het aantal verslaggevers dat ter plaatse mag werken werd zo beperkt. Vervolgens begonnen ondernemende researchers het internet af te speuren, waar berichten op sociale media, satellietbeelden en technische documenten een nieuwe kijk boden op de coronakwestie. Maar zelfs die werkwijze wordt nu een moeilijke opgave.

    ‘Het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld’

    ‘Er is nog steeds informatie aanwezig,’ zegt Dahlia Peterson, een onderzoeksanalist van het Center for Security and Emerging Technology van Georgetown University die zich richt op China, ‘maar het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld.’

    In overeenstemming met Honovichs belofte van onafhankelijkheid accepteert IPVM geen reclame, sponsoring of vergoedingen voor advies aan fabrikanten. ‘Ze zouden gewoon een bedrijf kunnen zijn dat objectieve tests uitvoert op videobewakingstechnologie en zich niet bemoeit met de ethische kant,’ zegt Peterson. ‘Maar ze nemen een moreel standpunt in tegen het misbruik van bewakingstechnologieën en hun bijdragen zijn van onschatbare waarde.’

    Ovalbek Turdakun

    Dat ethos was vorig jaar duidelijk te zien toen Conor Healy, die voor IPVM onderzoek doet naar de manier waarop overheden bewakingstechnologieën gebruiken, afreisde naar Bisjkek, de hoofdstad van Kirgizië, om een man te ontmoeten met de naam Ovalbek Turdakun. Turdakun, een christelijke Chinees die tien maanden in een detentiekamp in Xinjiang had door-gebracht, kreeg het voor elkaar naar Kirgizië te reizen, maar vreesde dat hij zou worden teruggestuurd naar China en daar opnieuw in hechtenis zou worden genomen. Healy regelde samen met een vriend en contacten in Kirgizië dat Turdakun en zijn familie naar Turkije konden vliegen. Healy en zijn vriend begeleidden hen op die reis. Van daaruit kreeg de familie toestemming om naar de VS te reizen, en in april van dit jaar kwam de familie Turdakun aan in Washington D.C.

    Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn

    Healy beschouwt IPVM niet als een belangenorganisatie, vertelt hij me, maar Honovich steunde de actie. ‘Wat hebben de mensen in Xinjiang hier nou echt aan?’ zegt Healy. ‘Waarschijnlijk niet veel, en daar word ik verdrietig van.’ Toch waren ze het erover eens dat het goed was om te doen.

    De Chinese reactie op het werk van IPVM is voorspelbaar. In 2018 werd de site van IPVM in China geblokkeerd, net als veel andere westerse nieuwssites. Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn. Een andere Chinese krant nam een commentaar van een techforum over waarin de IPVM-site werd vergeleken met een blog van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, die door China werd gesanctioneerd en die nog steeds bombastische waarschuwingen doet over de gevaren van het land.

    Ethisch standpunt

    Hikvision, dat weliswaar in meerderheid in handen is van een Chinees staatsbedrijf, reageerde op de berichtgeving van IPVM op een nogal Amerikaanse manier: door zijn aanzienlijke lobby in Washington te gebruiken om de onpartijdigheid en geloofwaardigheid van IPVM in twijfel te trekken. In januari meldde de Amerikaanse nieuwssite Axios dat Hikvision de regering heeft gevraagd om IPVM te onderzoeken op mogelijke schendingen van de openbaarmaking van lobbyactiviteiten.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat dergelijke druk de journalistieke aanpak van IPVM zal veranderen. Honovich vindt dat het gebruik van bewakingstechnologieën in Xinjiang, of enig ander onderwerp met ethische implicaties, niet ‘van beide kanten’ kan worden bekeken. ‘Soms moeten er ethische standpunten worden ingenomen, en daar moet je dan ook duidelijk in zijn,’ aldus Honovich. 

  • Zo onderdrukt China de Oeigoeren: detentiecentra en ‘shoot to kill’-beleid

    Zo onderdrukt China de Oeigoeren: detentiecentra en ‘shoot to kill’-beleid

    Onlangs lekten politiedossiers met foto’s van Oeigoerse gevangenen in zogenaamde ‘heropvoedingscentra’ uit. Ze geven een ontluisterend beeld van de massale vervolging van de islamitische minderheid in China. ‘De kampen zijn bedoeld om de Oeigoerse cultuur, geschiedenis en religie uit te roeien.’

    China’s brute en grootschalige onderdrukking van de Oeigoerse islamitische minderheid in Xinjiang heeft voor het eerst een gezicht gekregen. Tienduizenden politiedossiers, foto’s en officiële documenten van hoge ambtenaren van de Communistische Partij van China (CPC), waar El País toegang toe had, leveren een ongekend bewijs van de omvang van het gevangenissysteem in deze westelijke regio van China en van het paranoïde beleid van Beijing ten aanzien van etnische minderheden. 

    Het journalistieke onderzoek van dit archief vond plaats onder leiding van de Duitse wetenschapper Adrian Zenz, expert in het analyseren van de Chinese onderdrukking in de regio, in samenwerking met nog dertien media in elf landen. Het onderzoek, dat De Politiedossiers van Xinjiang is genoemd, maakte het mogelijk om duizenden gevangenen, onder wie minderjarigen, in de door China gebouwde heropvoedingscentra te identificeren. De aanklachten op basis waarvan mensen gevangen worden gehouden en die doorgaans weinig consistent zijn, konden worden geclassificeerd; dankzij beelden die in de inrichtingen zijn gemaakt kunnen detentie-, ondervragingsmethoden en mishandeling van bewakers tegen gevangenen worden getoond.

    Ook werden transcripties geanalyseerd van openbare toespraken door de hoogste leiders van de CPC in Xinjiang. Waarom ook toespraken van secretaris-generaal Chen Quanguo die, overeenkomstig de instructies van Beijing, de doctrine van maximale veiligheid verkondigde en verklaarde dat gevangenen zelfs zullen worden doodgeschoten als zij in opstand komen of proberen te ontsnappen.

    Systematische repressie

    ‘Achter deze systematische repressie,’ zegt Zenz in een telefoongesprek, ‘schuilen de angst en paranoia van president Xi Jinping vanwege het verzet van de Oeigoeren tegen pogingen van de staat om hen te controleren.’ Volgens onderzoek van Zenz, die lid is van de in Washington gevestigde Victims of Communism Memorial Foundation, is de opsluiting van Oeigoeren in heropvoedingskampen de ‘meest omvangrijke internering van een etnische religieuze minderheid sinds de Holocaust’. Ten minste 1 miljoen burgers, van wie de meesten Oeigoeren, zijn opgesloten in heropvoedingskampen verspreid over Xinjiang. Over dat aantal bestaat consensus onder journalisten, academici en de Verenigde Naties.

    Een anonieme externe bron kwam aan De politiedossiers van Xinjiang via geraffineerde hacks van de computersystemen van het Bureau voor Openbare Veiligheid van de Chinese politie (afgekort de PSB), in de districten Konasheher in de prefectuur Kashgar en Tekes in het district Ili Kazachstan. De hacker, die om veiligheidsredenen anoniem wil blijven, handelde op eigen initiatief, zonder enige betrokkenheid bij of steun van onderzoekers die bij het project betrokken zijn. De documenten, beelden en de aanwezigheid van drie heropvoedingscentra waarop de dossiers betrekking hebben, zijn door de groep journalisten geverifieerd middels geolokalisatie op basis van foto’s die door agenten zijn genomen. Hany Farid, expert en professor aan de universiteit van Berkeley op het gebied van forensische beeldanalyse, heeft verklaard dat er geen bewijs is dat de fotoarchieven zijn gemanipuleerd.

    Het district Kashgar op de grens met Kazachstan en Kirgizië, die officieel de Autonome Oeigoerse Regio Xinjiang heet, is een van de geplande haltes tijdens de officiële reis die de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de voormalige Chileense president Michelle Bachelet, afgelopen maandag is begonnen. Bezoek aan de heropvoedingscentra voor Oeigoeren, de grootste etnische groep in deze regio met ongeveer 25 miljoen inwoners, was een van de fundamentele eisen die mensenrechtenorganisaties bij Bachelet hadden neergelegd. In een en referentiedocument voor overheidsbeleid erkende de regering van Xi in oktober 2018 voor het eerst het bestaan van deze faciliteiten. Beschuldigingen van onderdrukking van minderheden in Xinjiang wijst Beijing echter van de hand, en de regering houdt vol dat deze faciliteiten zijn bestemd voor onderwijs en vorming van ‘studenten’, die zich vrijelijk kunnen bewegen. Het regime noemt dergelijke gevangenisinternaten ‘onderwijs- en vormingscentra voor beroepsvaardigheden’.

    12 procent van de volwassen bevolking is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra of gevangenissen

    De politiedossiers van Xinjiang tonen een heel andere werkelijkheid. Zo blijkt uit een analyse van duizenden politiedocumenten in Konasheher (het register van de veiligheidsdiensten telt zo’n 286.000 burgers, bijna de complete bevolking van dit district) dat in de periode 2017-2018 ten minste 12,3 procent van de volwassen bevolking op de een of andere manier is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra (voor mensen die zijn opgepakt en die een veroordeling afwachten) of gevangenissen.

    In een e-mail als antwoord op vragen over de inhoud van het lek schreef Liu Pengyu, woordvoerder van de Chinese ambassade in de Verenigde Staten: ‘De Xinjiang-kwesties hebben in wezen te maken met de strijd tegen gewelddadig terrorisme, radicalisering en separatisme, niet met mensenrechten of religie. Gezien de ernstige en complexe situatie aangaande terrorismebestrijding heeft Xinjiang een reeks doortastende, solide en effectieve maatregelen voor deradicalisering genomen. Als gevolg daarvan heeft zich in Xinjiang al verscheidene jaren achtereen geen enkel geval van gewelddadig terrorisme meer voorgedaan’.

    Na publicatie van de documenten deed de woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, Wang Wenbin, de berichten dinsdag af als ‘een nieuw voorbeeld van anti-Chinese krachten die China belasteren’, aldus correspondent Macarena Vidal Liy vanuit Beijing. ‘Het is gewoon een herhaling van een oude truc,’ zei hij op de dagelijkse persbriefing van zijn ministerie. ‘De wereld laat zich niet voor de gek houden door de verspreiding van geruchten en leugens die niet kunnen verhullen dat Xinjiang stabiliteit en welvaart kent en dat de inwoners een gelukkig en tevreden leven leiden,’ zei hij. Daarmee herhaalde hij het argument van Beijing in reactie op beschuldigingen van mensenrechtenschendingen in Xinjiang.

    5074 portretfoto’s

    De politiedossiers van Xinjiang bevatten, naast andere documenten, 5074 portretten die tussen 6 januari en 25 juli 2018 zijn gemaakt op politiebureaus of in gesloten centra in het district Konasheher. Het vormt een van de belangrijkste bijdragen van de analyse van de Chinese repressie. Van deze foto’s konden 4989 worden gekoppeld aan een persoon en worden voorzien van gedetailleerde informatie. El País analyseerde een steekproef van 2884 foto’s met specifieke gegevens van gedetineerden uit deze bestanden die afkomstig zijn uit het informatienetwerk van het Chinese PSB. De meerderheid van de gedetineerden, 2001 burgers, is jonger dan 30 jaar (69 procent). Mannen zijn in de meerderheid, 2490 (86 procent), tegenover 394 vrouwen (14 procent). Uit de analyse blijkt dat zich onder de gevangenen mensen bevinden van alle leeftijden (tussen 15 en 73 jaar) en van alle opleidingsniveaus (van ongeschoolden tot universitair gediplomeerden).

    Dit journalistieke onderzoek wordt bij een half dozijn andere onderzoeken gevoegd waarmee sinds 2019 wordt geprobeerd de omvang aan te tonen van de systematische onderdrukkingscampagne van het communistische regime tegen de Oeigoeren, een etnische groep die voornamelijk islamitisch is. Xinjiang, dat in het westen aan zeven Centraal-Aziatische landen grenst, is van bijzonder belang voor Beijing. Ten eerste omdat het een doorvoerpunt is op de Nieuwe Zijderoute, ten tweede om veiligheidsredenen: het zogenaamde binnen-China wordt sociaal, politiek en economisch gedomineerd door etnische Han-Chinezen, die er in de meerderheid zijn. Maar deze regio, gelegen in het oostelijke deel van het historische Turkestan, tussen de Kaspische Zee en de Gobiwoestijn, met een geschiedenis en een cultuur die verbonden zijn met de Turkse volkeren en waar de gelaatstrekken verschillen van die van de Han, heeft traditioneel altijd een verlangen naar autonomie gekend. Dit is door Beijing sterk verworpen en nu vrijwel vernietigd.

    De verhuizing van etnische Han-Chinezen in een poging om de demografie van Xinjiang te veranderen, leidde rond 2009 tot hevige botsingen. Een van de bloedigste episodes was de botsing tussen de Oeigoerse en de Han-gemeenschap in juli 2009 in Urumqi, de hoofdstad van de regio, waarbij ongeveer tweehonderd doden vielen. Na verschillende aanvallen door gewapende separatistische groeperingen gaf Xi in mei 2014 het groene licht voor een campagne onder de naam Een dreun tegen gewelddadig terrorisme, en die vormt nog steeds het kader voor het huidige keiharde optreden in de regio.

    Abdurahman Hasan herkende zijn vrouw op een van de foto’s

    Abdurahman Hasan, een Oeigoer, is een van de personen die de juistheid van de politiedossiers kon bevestigen; hij identificeerde zijn vrouw tijdens een interview in Istanboel met BBC News, dat ook deel uitmaakt van de journalistieke onderzoeksgroep. Hasan is een zakenman uit Kashgar die vaak naar het buitenland reisde, wat vaak argwaan wekt in Beijing. Hij verliet Xinjiang in januari 2017, op het hoogtepunt van de hardhandige repressie. In de zomer van dat jaar werd zijn destijds eenentwintigjarige vrouw Tunsagul Nurmemet gearresteerd, samen met zijn moeder. Volgens haar dossier werd Nurmemet veroordeeld wegens ‘het bijeenbrengen van een menigte om de maatschappelijke orde te verstoren, ruzies uit te lokken en problemen te veroorzaken’. ‘Haar leven draaide om haar familie en ze ging ook niet veel met anderen om,’ aldus Hasan tijdens het gesprek in de Turkse hoofdstad. ‘Ze ging alleen op bezoek bij familie, ik weet niet of ze veel vrienden had. Ze had geen groot sociaal netwerk, dus hoe kon ze een menigte bijeenbrengen?’ Ze kreeg zestien jaar hechtenis opgelegd.

    De Nurmemet op de foto in De Politiedossiers van Xinjiang is onherkenbaar vergeleken met de pasfoto die tot dusver beschikbaar was in de databanken met Oeigoerse slachtoffers van de Chinese repressie. Volgens informatie die Hasan in de zomer van 2017 kreeg, waren zijn vrouw en moeder ‘meegenomen om te studeren’.

    Haar verhaal komt overeen met dat van veel andere families van mensen die zijn verdwenen. Zo ging het bijvoorbeeld ook met Nursiman Abdureshid, drieëndertig, die door El País eveneens in Istanboel werd geïnterviewd. Haar familieleden komen voor in politiedossiers van de prefectuur van Kashgar. In de zomer van 2017 hoorde Abdureshid, die toen al twee jaar in Turkije woonde, via een telefoontje van familieleden dat haar vader en jongere broer naar een ‘onderwijsprogramma’ waren gebracht. De oudste van haar broers zat sinds 2016 gevangen wegens een vermeend niet-afbetaalde schuld. Ze werd verzocht niet meer te bellen en kreeg te horen dat haar familie in orde was. In juni 2020 slaagde Abdureshid erin de Chinese ambassade in Turkije te laten bevestigen dat haar familieleden straffen van meer dan tien jaar waren opgelegd. ‘Ik vroeg wat de redenen waren voor hun veroordeling,’ vertelt Abdureshid tijdens het interview, ‘en ik kreeg te horen dat het ging om “verstoring van de openbare orde” en dat ze mogelijk van plan waren terroristische activiteiten te ontplooien.’ Haar vader was een voormalig staatsambtenaar en lid van de CPC. Zij meent dat zijn vertrek uit Xinjiang, samen met dat van haar andere zuster, die in de VS woont, achterdochtig maakte en tot de onderdrukking van haar familie heeft geleid.

    In De politiedossiers van Xinjiang bevinden zich ook tientallen foto’s die door de autoriteiten en veiligheidsdiensten zijn gemaakt in het district Tekes, in de prefectuur Illi Kazachstan. Ongeveer dertig van de beelden, gemaakt tussen april 2017 en september 2018, lijken te zijn gemaakt in het heropvoedingscentrum in het district. Het optreden van de officieren in die inrichting, hun bewapening en de manier waarop gevangenen worden behandeld, staan haaks op wat je in een centrum voor beroepsopleiding zou verwachten en ook haaks op publiekelijke berichten uit Beijing.

    Martelingen

    Op de foto’s worden gedetineerden met kappen over hun hoofd en met handboeien om van de ene plek naar de andere gebracht. Agenten gewapend met stokken zijn meestal etnische Oeigoeren, maar er zijn ook agenten met aanvalsgeweren en oproeruitrusting; dat zijn meestal etnische Han. Volgens de foto’s die in Tekes gemaakt zijn, vinden de verhoren plaats op zogenaamde tijgerstoelen, die volgens Human Rights Watch deel uitmaken van het repertoire van martelwerktuigen dat China gebruikt. Verscheidene reeksen van deze documenten tonen praktijken die in 2017 ook in de zogenoemde Secret China Cables, andere gelekte officiële documenten, aan het licht kwamen. Het gaat om het injecteren van gevangenen, in dit geval van mannen, meestal voor voedselvoorziening of voor analyse. Andere praktijken betreffen de verplichting om dagelijks de doctrine van het kamp te reciteren of in groepen te luisteren naar de propaganda van de lokale autoriteiten.

    Naar schatting hebben al een miljoen burgers in deze heropvoedingscentra gezeten, maar dat cijfer zou wel eens zeer conservatief kunnen zijn, blijkens een van de meest onthullende politieke toespraken die door het lek aan het licht zijn gekomen. Het document is een transcriptie van een toespraak die Zhao Kezhi, minister van Openbare Veiligheid, hield tijdens zijn bezoek aan Urumqi op 15 juni 2018 en geclassificeerd als ‘geheim document’. De transcriptie klopt met plaatselijke persberichten en foto’s van de communistische leider gedurende zijn verblijf in de hoofdstad van Xinjiang. Volgens het document sprak Zhao in zijn toespraak van 2 miljoen burgers van Xinjiang die ‘beïnvloed’ waren door ideeën over onafhankelijkheid, en nog eens 2 miljoen mensen die religieuze extremistische gedachten koesterden. Daarmee noemde hij twee van de drie ‘demonen’ die Beijing nadrukkelijk in de as van het kwaad plaatst: terrorisme, separatisme en radicaal islamisme.

    De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘

    Zhao toont zich verheugd over de stabilisering van Xinjiang dankzij de ‘dreun tegen gewelddadig terrorisme‘ die in werking treedt zodra zij hun gezicht laten zien’. De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘, waarbij hij niet specificeerde wie zij waren of wat er met hen is gebeurd. Het aantal is meer dan vijf keer zo groot als het totaal in de voorafgaande tien jaar. Zhao feliciteerde in zijn toespraak ook Chen Quanguo, de algemeen secretaris van de CPC in de regio tussen 2016 en 2021 en leider van de campagne om Xinjiang te ‘stabiliseren’. Diezelfde Chen staat op de Amerikaanse sanctielijst wegens schending van mensenrechten van etnische minderheden in Xinjiang.

    Chen was al een rolmodel in Beijing vanwege zijn optreden in Tibet voordat hij in Xinjiang aantrad. Hij wordt beschouwd als het brein achter het hardhandige optreden tegen de Oeigoeren en, in het bijzonder, de wildgroei aan heropvoedingscentra sinds 2017. Chens woorden in de toespraken in De politiedossiers van Xinjiang geven een nauwkeurig beeld van de mate van onderdrukking in deze straf- en detentiecentra. In een van zijn toespraken voor zijn mensen op 28 mei 2017 noemt hij de opsluiting in deze faciliteiten ‘humaan’, alleen al vanwege de airconditioning, de dagelijkse voedselrantsoenen en de mogelijkheid voor gevangenen om bezoek te ontvangen.

    ‘Eerst doden, dan rapporteren’

    Een analyse van de documenten in de uitgelekte Secret China Cables leidde tot de conclusie dat de gebruikelijke duur van detentie in de heropvoedingscentra één jaar was, maar de gezant van Beijing in de regio zette met zijn woorden in mei 2017 vraagtekens bij de vrijlating van enkele gevangenen. ‘Als ze weggaan,’ zei Chen, ‘keren de problemen onmiddellijk terug, dat is de realiteit in Xinjiang.’ In een nieuwe transcriptie van 18 juni 2018 is zijn toon radicaler. ‘Niemand zal ooit plannen moeten smeden om de inrichtingen voor internering aan te vallen,’ verklaarde Chen. ‘Zodra iemand toch een stap in die richting doet, moet vastberaden het vuur worden geopend.’ In diezelfde toespraak, waarin hij herinnerde aan het geweld in Urumqi in 2009, betoogde Chen dat veiligheidstroepen tegen degenen die de wet overtreden moeten optreden onder het motto ‘eerst doden, dan rapporteren‘.

    ‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen’

    De woorden van de algemeen secretaris van de CPC in Xinjiang waren tot vorig jaar niet aan dovemansoren gericht. Verschillende documenten uit het archief, afkomstig uit de computersystemen van de Chinese politie in de regio, laten zien dat de doctrine van Chen een fundamentele pijler in de actieprotocollen is geworden. Bijvoorbeeld als het gaat om ontsnappingspogingen door ‘studenten’ [lees: gevangenen] – een obsessie vanwege Beijings surveillanceparanoia. Een document beschrijft hoe moet worden gehandeld bij een ontsnapping: de plaatselijke autoriteiten moeten worden gewaarschuwd, wegen geblokkeerd en speciale troepen gestuurd. ‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen,’ aldus de instructie, ‘mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen.’ Volharden ze in hun poging te ontsnappen, dan moet worden geschoten ‘om te doden’.

    ‘De heropvoedingskampen,’ concludeert Zenz, de academicus die vanwege zijn studie van de Chinese repressie in Xinjiang door de autoriteiten in Beijing op de zwarte lijst is gezet, ‘zijn bedoeld om de hoofden en harten van de Oeigoeren te veranderen, evenals hun cultuur, geschiedenis en Turkse erfenis, met inbegrip van hun religie uit te roeien. Dat alles zodat ze zich compleet aan de Communistische Partij van China zullen overgeven.’

    Lees ook:

  • Dichter Fatimah Abdulghafur Seyya: ‘Mijn Oeigoerse cultuur zal overleven’

    Dichter Fatimah Abdulghafur Seyya: ‘Mijn Oeigoerse cultuur zal overleven’

    Toen Fatimah Abdulghafur Seyyah opgroeide in Kashgar, een oasestad in het woestijngebied van Noordwest-China, deed haar familie de deur van hun appartement nooit op slot. Nu hebben ze huisarrest.

    Fatimah Abdulghafur Seyyah (41) is geoloog en dichter. Ze is ook Oeigoer, het Turkse moslimvolk dat door de Chinese regering wordt vervolgd. Ze herinnert zich de regio die de Oeigoeren Oost-Turkestan noemen – bij de rest van de wereld bekend als Xinjiang – als een plek waar onbekenden haar voor een kop thee uitnodigden als ze voorbijliep. ‘Ik had nooit het gevoel dat het er gevaarlijk was. Ik kon om elf uur ’s avonds rustig van het huis van mijn vriendin naar mijn eigen huis fietsen. De hele stad voelde als familie,’ zegt ze over haar geboortegrond, die ze op haar achttiende verliet om naar de universiteit te gaan.

    twitter1 1
    Fatimah Abdulghafur Seyyah – © Twitter

    Ze praat via een videoverbinding vanuit de Australische stad Sydney, waar ze sinds 2017 woont. Tijdens haar kinderjaren woonde ze in een gebouw van zes verdiepingen, met in de naaste omgeving een ziekenhuis, een busstation, twee winkelcentra en de basisschool waar ze met haar jongere broertje en twee zusjes op zat.

    Vijf jaar geleden, toen ze geowetenschappen studeerde aan de University of Wisconsin-Milwaukee, ging midden in de nacht haar telefoon. Het was een voicemailbericht van haar vader via de Chinese berichtenservice WeChat: ‘Dochter, ik moet je dringend iets vertellen, bel me terug.’ Seyyah belde haar vader zodra ze zijn bericht hoorde. Hij nam niet op. Ze heeft nooit meer iets van hem gehoord. In september 2020 kwam ze er via een VN-document achter dat hij was overleden aan ‘ernstige longontsteking en tuberculose op 3 november 2018’.

    ‘Mijn vader had diabetes en ik ben er vrij zeker van dat hij in het kamp geen medicijnen kreeg en langzaam is afgetakeld’

    Seyyah vermoedt dat haar vader in een interneringskamp zat. Naar verluidt worden er meer dan een miljoen Oeigoeren in zulke kampen vastgehouden, en mensen die eruit zijn ontsnapt vertellen over fysieke en geestelijke marteling, massale verkrachting en seksueel misbruik. Diverse landen, waaronder de Verenigde Staten, hebben China beschuldigd van het plegen van genocide.

    ‘Mijn vader had diabetes en ik ben er vrij zeker van dat hij in het kamp geen medicijnen kreeg en langzaam is afgetakeld,’ vertelt Seyyah vanuit haar werkkamer op de Macquarie University in Sydney. Twee whiteboards achter haar staan vol grafieken en formules, berekeningen voor haar geofysische promotieonderzoek. Seyyah draagt een donkerblauwe kanten blouse en om haar korte blonde haar zit een grote koptelefoon. Het kille kantoorlicht weerkaatst tegen een gouden kettinkje, een cadeau van haar vader, waaraan paar gouden oorbellen van haar moeder hangt.

    ‘Normaal sociaal leven’

    Seyyah kan geen contact opnemen met haar moeder, broer en een van haar zussen (haar andere zus woont in Turkije) maar heeft via via vernomen dat ze thuis gevangenzitten en dat ‘al hun telefoongesprekken en gangen worden gevolgd’. Maar volgens de Chinese autoriteiten heeft haar moeder ‘een normaal sociaal leven’.

    ‘Het is alsof ik een wees ben,’ zegt Seyyah, die China in 2010, na een bachelor in Changchun, verliet om geologie te studeren in Italië en Duitsland, vervolgens naar de VS verhuisde en vijf jaar geleden in Australië belandde. ‘Ik weet dat ik een enorme achtergrond heb, familie, vrienden, huis, stad, mijn cultuur, noem maar op… die heb ik, maar hij is onbereikbaar.’

    Toen ze vernam dat haar vader was overleden eerde ze zijn nagedachtenis in haar eentje door een zwarte jurk aan te trekken, polo te koken (een traditioneel gerecht met rijst en lam) en te dansen op een Oeigoers lied dat haar moeder altijd zong terwijl haar vader danste. Hij was een geweldige danser en een ‘typische Oeigoer’, zegt ze. ‘Heel veerkrachtig, hij bleef nooit langer dan een uur treurig.’ Seyyah herinnert zich de blozende wangen van haar vader en dat zijn zakken altijd vol lekkers voor zijn kinderen zaten.

    ‘We waren heel sterk gehersenspoeld of “opgevoed” volgens de partijagenda’

    Een jaar na de val van de Sovjet-Unie in 1991 opende haar familie een restaurant met livemuziek waar traditionele Oeigoerse kost werd geserveerd, een Oeigoers-Chinese fusion en Russisch brood en gebak. Seyyah was ’s avonds vaak alleen met haar broertje en zusjes terwijl haar ouders zich om de klanten bekommerden. Voor hun avondeten belden de kinderen elke avond naar het restaurant. Tot de klassieke gerechten behoorden polo, laghman (noedelsoep), da pan ji (geroerbakte kip, een gerecht waarvan ze gelooft dat het door het restaurant van haar familie is geïntroduceerd), gosh nan (vleespastei) en haar lievelingsmaal, pitir manta (gestoomde, met lam en ui gevulde knoedels). ‘Dat heb ik nadien nog wel hier en daar gegeten, maar het is gewoon nooit hetzelfde,’ glimlacht ze. ‘Ik mis alles van die plek.’

    Maar de stad was verdeeld. De Han-Chinese en Oeigoerse buurten mengden zich niet. Tijdens het repressieve bewind van Xi Jinping sprak Seyyahs familie alleen onder hun eigen dak openlijk over plaatselijke spanningen, en dan nog fluisterend na middernacht.

    ‘We waren heel sterk gehersenspoeld of “opgevoed” volgens de partijagenda. Dat hoort bij het dagelijks leven. Zelfs op de peuterspeelzaal zongen we: “Partij is moeder, Land is vader, en Partij gaf ons brood.”’

    ‘Ik wil dat mijn cultuur door de wereld als veerkrachtig wordt beschouwd’

    In haar eerste poëziebundel, The Mystery Land (2018), en in drie nieuwe gedichten in opdracht van de New Statesman gebruikt Seyyah Oeigoerse symboliek. ‘Wij hebben het vaak over de lente omdat de lente iets nieuws is na de dode winter.’ Ook gebruikt ze de oceaan in haar weemoedige en beeldende werk, al heeft ze de zee in haar jeugd nooit gezien. ‘Alle woestijnen waren vroeger oceanen,’ zegt ze, en ze ziet die laatste niet alleen als een metafoor voor afstand, maar ook als ‘een arm die ons bijeenhoudt’.

    In de laatste strofe van ‘Fossiel en Traan’ staat het beeld van een fossiel voor ‘dit wachten, dit verlangen om herenigd te worden met familie, vrienden, mijn cultuur, het vaderland; het is alsof ik gefossiliseerd raak’, maar de tranen ‘houden dingen fris; ze zijn niet alleen droefenis, maar ook als de lente, als de regen’. Als inspiratiebronnen citeert Seyyah de hedendaagse Oeigoerse dichter Ahmatjan Osman, de negentiende-eeuwse Franse dichter Stéphane Mallarmé, de twaalfde-eeuwse soefidichter Ibn Arabi en de dertiende-eeuwse Perzische dichter Rumi.

    Omdat ze is afgesneden van haar achtergrond gebruikt Seyyah poëzie om de Oeigoerse cultuur te bewaren en te voorkomen dat die wordt gekenmerkt door slachtofferschap. ‘Ik ben bang om alleen aan de hand van genocide gedefinieerd te worden,’ zegt ze. ‘Mijn cultuur is zo’n vrolijke, gelukkige woestijn: ze is zanderig, ze is veranderlijk, ze is heet. Mijn vader was altijd een gelukkig mens.’

    ‘Ik wil dat mijn cultuur door de wereld als veerkrachtig wordt beschouwd. Ze is er al duizenden jaren. Ze zal overleven.’


    Sinds je weg bent

    We maakten kennis in de duinen

    ik viel

    voor je eenzaamheid

    je afstand tot de wereld

    Toen de avond viel en de sterren verlichtte

    vertelde je verhalen aan keien

    Een oceaan van heengegane golven

    leegde zich in jou

    In het seizoen waarin je bloemen telde

    tussen de bomen

    liet ik me je smaken vanaf het balkon

    Op dagen met jachtende sneeuw

    plukte je nog steeds boeketten voor mij

    De zon mengde zich in onze liefde

    terwijl hij de deur opende voor de nacht

    Terwijl ik me door de woestijnhitte begaf

    snakte ik naar de ring van licht die jij bewaarde

    Je was een luchtspiegeling die ik opving

    ik was de kust die je zocht

    Als de vensters vaag verlicht zijn

    komen jouw gefluisterde woorden:

    Doe de lamp niet uit

    Sinds ik weg been

    breken de woorden uiteen


    Fossiel en Traan

    Opdat het niet fossiliseert

    tegen de tijd dat jij komt

    Wordt mijn gezicht elke dag gekust

    door mijn tranen

    Voor de meest exquise ontmoeting

    wanneer jij komt

    Weekt elke dag

    mijn gezicht in dageraadlicht

    zoals mijn lichaam kracht uit schemer put

    Jij zult komen

    Om de bloemen te worden in mijn weemoedige haar

    Om de fundering te worden die mijn leven lang meegaat

    Kom

    Zodat ik de pijn in je hart kan genezen

    En een oceaan kan maken van onze onuitgesproken woorden

    En een haai van onze liefde

    Om alle haat te verslinden

    Ik zal niet fossiliseren, en jij

    Belooft levend naar me toe te komen


    Verlangen

    Geur van

    grijs

    violet

    roze

    zwart en wit vermengd

    lichtgeel

    De eenzaamheid van een vleugel in vlucht

    De schaduw van groene heuvels die door ramen vloeit

    Een vlieger om bliksem te vangen

    De letter D

    Een treingeluid dat uit de ribbeling van de nacht druppelt

    Tien meter vanhier in de oceaan

    Drijvend precies in het midden

    Een maanloze zeilboot

    Alles is gezonken

    Koud als kristal

    De gitzwarte oceaan

    Het gekabbel van water

    De donkere oceaan

    Een traan die vervliegt uit de geuren

    De poëziebundel The Mystery Land van Fatimah Abdulghafur Seyyah is verschenen bij de Amerikaanse online-uitgeverij CreateSpace.

  • Tesla bekritiseerd om openen showroom in Chinese regio Xinjiang

    Tesla bekritiseerd om openen showroom in Chinese regio Xinjiang

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » GitHub sluit Indiase website die moslima’s ‘ter veiling’ aanbiedt

    » Polen en Hongarije kochten Pegasus-spyware kort na bezoek Netanyahu

    Woede om Tesla-vestiging in controversiële regio

    De aankondiging van Tesla dat het een showroom heeft geopend in Urumqi, de regionale hoofdstad van Xinjiang, wordt fel bekritiseerd door Amerikaanse mensenrechten- en handelsorganisaties, schrijft Al Jazeera. Xinjiang is de afgelopen jaren een belangrijk conflictpunt tussen westerse regeringen en China; de VN en mensenrechtenorganisaties schatten dat meer dan een miljoen mensen, voornamelijk Oeigoeren en leden van andere moslimminderheden, er in kampen worden vastgehouden.

    De grootste Amerikaanse moslimorganisatie zegt dat Tesla met deze stap ‘genocide steunt’

    ‘Op de laatste dag van 2021 ontmoeten we elkaar in Xinjiang’, kondigde Tesla aan op zijn officiële Weibo-account. De Council on American-Islamic Relations, de grootste Amerikaanse belangenbehartigingsorganisatie voor moslims, zegt dat Tesla met deze stap ‘genocide steunt’.

    Lees ook:

  • Intel maakt excuses in China vanwege boycot Xinjiang

    Intel maakt excuses in China vanwege boycot Xinjiang

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kazachstan: president ontslaat regering na ‘zeldzame’ protesten

    » Balinese ondernemers willen duurzaam toerisme

    Boycot leidde tot woedende reacties in China

    Intel heeft zijn excuses aangeboden aan partners en klanten in China nadat het lokale leveranciers had laten weten niet langer arbeidskrachten of goederen uit Xinjiang te zullen gebruiken, bericht The Verge. Allerlei landen, waaronder de VS, beperken de handel met Xinjiang vanwege de manier waarop Beijing de islamitische Oeigoerse minderheid in de regio behandelt. Eerder deze maand stelden de VS een verbod in op invoer uit Xinjiang, tenzij kan worden aangetoond dat goederen zijn gemaakt zonder dwangarbeid.

    Het besluit zorgde voor woedende reacties op Chinese sociale media

    In een jaarlijkse brief aan leveranciers zei Intel dat het ‘verplicht’ was om deze beperkingen op de handel in Xinjiang te volgen en er daarom voor te zorgen dat het niet langer arbeid, goederen of diensten uit de regio betrekt. De brief zorgde voor woedende reacties op Chinese sociale media, en de Chinese popster Karry Wang, voormalig Intel-ambassadeur, verbrak de banden met het bedrijf.

    De Chinese markt bedraagt met 20 miljard dollar, een kwart van Intels wereldwijde omzet en er werken ruim tienduizend Chinezen voor het bedrijf.

    Lees ook:

  • Het bedrijf dat Oeigoeren in de gaten houdt, levert ook controlesoftware aan Iran

    Het bedrijf dat Oeigoeren in de gaten houdt, levert ook controlesoftware aan Iran

    Een nieuw rapport levert een van de weinige harde bewijzen voor iets wat deskundigen al langer vermoeden: dat Iran een systeem van digitale surveillance over zijn burgers probeert uit te rollen, naar voorbeeld van China en gebruikmakend van Chinese technologie.

    Het Chinese bedrijf Tiandy verkoopt zijn bewakingstechnologie aan de Revolutionaire Garde, de politie en het leger van Iran, zo blijkt uit een nieuw rapport van IPVM, een onderzoeksgroep op het gebied van surveillance.

    Tiandy is volgens Tate Ryan-Mosley, data- en audiojournalist voor MIT Technology Review, een van ’s werelds grootste bedrijven op het gebied van videobewaking, met een omzet van bijna 700 miljoen dollar in 2020. Het bedrijf verkoopt camera’s en bijbehorende kunstmatige-intelligentiesoftware, waaronder gezichtsherkenningstechnologie en software die naar eigen zeggen ‘het ras van iemand’ kan detecteren.

    Het bedrijf zegt zelf vestigingen te hebben in ongeveer zestig landen, maar IPVM schat dat Tiandy’s inkomsten voornamelijk afkomstig zijn uit China. Daar werkt het bedrijf, dat zeer loyaal is aan de Communistische Partij, nauw samen met de Chinese politie. Zo wordt onder meer ‘intelligent beheer’ verzorgd van zogenoemde ‘tijgerstoelen’, waarvan op grote schaal is vastgesteld dat ze worden gebruikt als instrument voor marteling. Ook levert het bedrijf technologie voor het tracken van Oeigoeren.

    Tiandy is een belangrijke leverancier van de Chinese regering

    Niet bepaald een bedrijf om vrolijk van te worden en het is dan ook niet verwonderlijk dat allerlei alarmbellen afgaan als blijkt dat het levert aan bijvoorbeeld Iran. Zoals Ryan-Mosley schrijft; ‘het rapport biedt een zeldzame blik op enkele specifieke aspecten van China’s strategische relatie met Iran en de manieren waarop het land surveillancetechnologie verspreidt aan andere autocratische staten in het buitenland’. 

    Volgens Ryan-Mosley is het ‘etniciteit-volgsysteem’ van Tiandy, dat door deskundigen als onnauwkeurig en onethisch wordt bestempeld, een van de vele AI-systemen die de Chinese regering gebruikt om de Oeigoerse minderheid in de provincie Xinjiang te onderdrukken. Dat gebeurt samen met gezichtsherkenningssoftware van Huawei – zoals The Washington Post berichtte – dat stellig elke betrokkenheid in de regio ontkend, en met AI-technologieën voor het opsporen van emoties – waarover BBC al eerder schreef – en nog veel meer.

    Lees ook:

    Uit het rapport, dat is gebaseerd op een analyse van openbaar beschikbare berichten van Tiandy in sociale media en van marketingmateriaal op het web, blijkt dat het bedrijf een vijfjarig contract heeft gesloten met Iran, waar het acht lokale personeelsleden in dienst wil nemen. Het rapport vermeldt ook dat Tiandy weliswaar een particulier bedrijf is, maar dat de CEO, Dai Lin, publiekelijk een pleitbezorger is van de regerende Communistische Partij in China, en dat het bedrijf een belangrijke leverancier is van de Chinese regering.

    Tiandy verklaart samen te werken met de Islamitische Revolutionaire Garde en de Iraanse politie

    Hoewel het precieze pakket van bewakingsmaterieel dat Tiandy aan Iran zal verkopen onbekend is, trof IPVM Tiandy-camera’s aan bij het Iraanse bedrijf Sairan, een ‘militaire elektronicaleverancier in staatshanden’, en op een niet nader genoemde militaire basis. Tiandy vermeldt deelname aan verschillende projecten in Iran waaronder samenwerking met een afdeling van de Islamitische Revolutionaire Garde en met de politie in de noordelijke stad Khomam.

    Belangrijk, aldus Ryan-Mosley, ‘is dat het rapport onthult dat Tiandy’s netwerkvideorecorders (NVR’s) worden gebruikt door het Iraanse leger en worden aangedreven door chips die zijn geproduceerd door de Amerikaanse fabrikant Intel, hetgeen de vraag oproept of het bedrijf de Amerikaanse sancties tegen Iran heeft overtreden’. Penny Bruce, een woordvoerder van Intel, heeft daarover tegen Ryan-Mosley gezegd: ‘We hebben geen kennis van de beschuldigingen en we onderzoeken de situatie.’

    Een ontluikend partnerschap

    ‘Het nieuwe rapport is een van de weinige harde bewijzen voor iets wat deskundigen al langer vermoeden: dat Iran probeert een systeem van digitale surveillance over zijn burgers uit te rollen, naar voorbeeld van China en met gebruikmaking van Chinese instrumenten’, schrijft Ryan-Mosley. Ze haalt Saeid Golkar aan, een expert in Iraanse beveiliging en professor aan de Universiteit van Tennessee, die zegt dat censuur en toezicht de centrale punten zijn in dat model. ‘De Islamitische Republiek wil een internet zoals China heeft, door massale connectiviteit te creëren en die vervolgens te controleren,’ zegt hij.

    Lees ook:

    Volgens Ryan-Mosley loopt Iran al een tijdje mee met China op het gebied van surveillance. ‘Iran was een van de eerste gebruikers van het Chinese systeem voor “sociaal krediet”, een uitgebreid overzicht van de financiële, maatschappelijke en sociale activiteiten van burgers. In 2010 sloot het in Shenzhen gevestigde bedrijf ZTE een overeenkomst ter waarde van 130 miljoen dollar met staatsbedrijf Telecommunication Company of Iran (TCI), waarbij een ZTE-surveillancesysteem werd gekoppeld aan een door de Iraanse overheid beheerde telefoon- en internetinfrastructuur.’

    ‘Iran heeft al een schokkende staat van dienst als het gaat om het opsluiten en martelen van dissidenten’

    In maart van dit jaar sloten China en Iran een akkoord over een vijfentwintigjarig strategisch partnerschap, berichtte The New York Times. Veel details daarvan zijn niet bekend, maar duidelijk is dat het akkoord voorziet in meer militaire en commerciële samenwerking tussen de twee landen. Het IPVM-rapport bevestigt enkele van die details, en laat zien hoe Iran zijn vermogen om burgers te volgen moderniseert.

    Volgens Golkar werd een groot deel van het Iraanse veiligheidsapparaat tot voor kort gerund door moderatoren en informanten die sociale mediasites in de gaten hielden, maar dat is snel aan het veranderen. ‘Naarmate Iran meer gedigitaliseerd raakt, ben ik er zeker van dat we meer digitale vormen van onderdrukking en toezicht zullen zien,’ aldus Golkar. ‘Iran heeft al een schokkende staat van dienst als het gaat om het opsluiten en martelen van dissidenten, en de productlijn van Tiandy lijkt zeer geschikt voor het bevorderen van dergelijke praktijken’, voegt Ryan-Mosley daaraan toe.

    Golkar vindt het van essentieel belang om in de gaten te houden wat China probeert te verkopen aan andere landen, en aan autocratieën in het bijzonder. ‘Autoritaire regimes volgen China, omdat China het spel leidt. Alles wat China doet, zullen ze kopen of proberen te kopiëren.’

    Techno-autoritarisme

    ‘Het partnerschap tussen Tiandy en Iran markeert escalatie van een zorgwekkende trend’, schrijft Ryan-Mosley, ‘met autoritaire staten die steeds vaker technologieën gebruiken om controle over hun burgers uit te oefenen. Het partnerschap sluit in hoge mate aan bij de diplomatieke strategie van China, dat op agressieve wijze nauwere banden nastreeft met landen in Centraal-Azië, het Midden-Oosten en Afrika. Met de wens de mondiale invloed te versterken door middel van de Nieuwe Zijderoute, sluiten Chinese functionarissen en bedrijven deals om ambitieuze ontwikkelingsprojecten te realiseren, variërend van havens en snelwegen tot digitale infrastructuur. Huawei is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de aanleg van ongeveer 70 procent van de 4G-netwerken op het Afrikaanse continent.’

    Lees ook:

    Onderdeel van deze projecten, aldus Ryan-Mosley, is China’s visie om technologie te gebruiken om de bevolking nauwlettend te volgen. Huawei, Alibaba, ZTE en andere Chinese bedrijven voeren programma’s uit voor ‘veilige en slimme steden’, zoals Financial Times meldt; ze zeggen dat hun gebruik van ‘Internet of Things’-toepassingen en visuele technologieën politiediensten helpt.

    ‘Het exporteren van bewakingssystemen is een essentieel onderdeel van de geopolitieke strategie van China’

    Huawei beweert zelfs dat zijn technologieën sinds 2019 in meer dan zevenhonderd steden worden toegepast, schrijft Forbes, met een focus op Azië en Afrika. ‘Simpel gezegd’, vat Ryan-Mosley samen, ‘is het exporteren van bewakingssystemen een essentieel onderdeel van de geopolitieke strategie van China.’

    Rusland

    Ook Rusland beschikt inmiddels over geavanceerde binnenlandse surveillanceprogramma’s waarvan de export naar andere landen wordt opgevoerd. Moskou implementeerde vorig jaar een van de meest uitgebreide videosystemen ter wereld in openbaar vervoer, op scholen en bij wegen, inclusief gezichtsherkenning.

    Dat programma wordt aangestuurd door NTechLab, de oorspronkelijke makers van de app FindFace, een voorloper van moderne gezichtsherkenningssystemen waarmee gebruikers foto’s van gezichten kunnen nemen en die kunnen vergelijken met beelden op het internet. Die neurale netwerken kunnen nu ook met kenmerkende loopjes, silhouetten en auto’s overweg.

    ‘We willen over de hele wereld werken. We hebben veel projecten in Latijns-Amerika en het Midden-Oosten,’ zei NTechLab-oprichter Artem Kuharenko vorig jaar tegen MIT Technology Review. Hij zei toen ook dat de twee aandachtsgebieden van het internationale werk van NTechLab de detailhandel en ‘veilige en slimme steden’ zijn.

    ‘Surveillance is geenszins beperkt tot autoritaire staten, en projecten met “veilige en slimme steden” vind je terug in veel democratieën’, betoogt Ryan-Mosley. ‘Maar techno-autoritarisme zal moeilijk te controleren blijken.’ Zoals het rapport IPVM aantoont hebben zelfs uitgebreide sancties tegen Iran niet verhinderd dat de chips van Intel de camera’s van Tiandy aansturen.

    ‘Het laat zien hoe moeilijk het is om technologiestromen te controleren, vooral wat betreft chips’, zegt Charles Rollet, de auteur van het rapport. ‘De toeleveringsketens op dit gebied zijn complex en voor chipmakers is het moeilijk om precies te controleren waar al hun producten terechtkomen.’

    ‘Of Rusland en China concurreren of juist samenwerken bij de verspreiding van bewakingssystemen naar staten over de hele wereld is vooralsnog een raadsel’, aldus Ryan-Mosley tot slot. ‘Maar één ding is duidelijk: visuele bewakingstechnologieën zijn een prioriteit in de autoritaire gereedschapskist, en Rusland en China nemen andere landen daarin mee.’

    Lees ook:

  • China vervangt zijn sterke man in de Oeigoerse regio Xinjiang

    China vervangt zijn sterke man in de Oeigoerse regio Xinjiang

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Protest bij Indiase Apple-leverancier na massale voedselvergiftiging

    » Saoedi-Arabië begint offensief tegen Jemen

    Man achter interneringskampen voor Oeigoeren vervangen

    Beijing kondigde zondag het vertrek aan van voormalig militair Chen Quanguo, wiens naam in verband wordt gebracht met het hardhandig optreden tegen de moslimminderheid in de regio. Het was na zijn komst aan het hoofd van Xinjiang in 2016 dat er berichten opdoken over interneringskampen waarvan Beijing aanvankelijk het bestaan ontkende, bericht The Guardian.

    Chen werd in 2020 door de VS op de zwarte lijst geplaatst

    Het vertrek van de hoge ambtenaar, die in 2020 door de VS op de zwarte lijst werd geplaatst, komt dagen nadat Washington nieuwe sancties heeft opgelegd aan Chinese bedrijven die beschuldigd worden van het schenden van de mensenrechten in Xinjiang. ‘Het is nog niet duidelijk of dit besluit een teken is van een heroverweging van China’s algemene aanpak van Xinjiang’, merkt The Guardian op, en schrijft dat ‘Beijing wil voorkomen dat de indruk ontstaat dat het buigt voor internationale druk’. Volgens het dagblad denken sommige China-deskundigen dat ‘Chen tijdens het partijcongres een promotie zou kunnen krijgen’.

    Xinjiang wordt nu geleid door Ma Xingrui, die eerder aan het hoofd stond van de zuidelijke provincie Guangdong, waarvan Guangzhou de hoofdstad is.

    Lees ook:

  • Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet

    Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet

    De fabrieken van BASF, Coca-Cola en Volkswagen in Xinjiang zeggen te voldoen aan strenge normen met betrekking tot mensenrechten en milieu. Maar is dwangarbeid werkelijk uit te sluiten in een regio waar meer dan één miljoen Oeigoeren worden vastgehouden in interneringskampen?

    Het sist en het dreunt, stoom ontsnapt via smalle buisjes op de grond. De uit beton en staal opgetrokken blokken op het enorme terrein hebben diverse verdiepingen. Ze hebben wel wat weg van een parkeergarage – met dit verschil dat er op de etages geen auto’s staan maar tanks gevuld met chemicaliën en dat er overal pijpleidingen lopen. Een paar honderd meter verderop is aan de horizon een felle roodoranje vlam zichtbaar, daar worden overtollige gassen afgefakkeld. 

    Eigenlijk lijkt de fabriek van het Duitse chemieconcern BASF in de West-Chinese stad Korla erg op de hoofdvestiging van het bedrijf in Ludwigshafen. En toch is deze fabriek, die BASF met zijn Chinese jointventurepartner Markor exploiteert, niet als al die andere. Ze staat namelijk in Xinjiang, een provincie waar het Chinese staatsbestuur beticht wordt van zware schending van de mensenrechten. De regering van de Volksrepubliek China ‘begaat jegens Oeigoeren en leden van andere etnische en religieuze minderheidsgroepen in de autonome regio Xinjiang aanhoudend genocide en misdrijven tegen de menselijkheid’, waarschuwde de VS-regering vorige maand in een rapport. Hoezeer in Xinjiang productie en onderdrukking hand in hand gaan blijkt ook uit het voorbeeld BASF.

    Voor ondernemingen die zaken doen in Xinjiang niet alleen reputatieschade maar ook hoge geldstraffen

    De BASF-fabriek staat in de Korla Economic and Development Zone. Het is een industriegebied zoals er zoveel zijn in China. Een verharde weg met meerdere rijbanen voert door het gebied. Aan weerszijden ervan staan enorme industriecomplexen. Op een plek op hooguit tien minuten rijden buiten het stadscentrum exploiteert de Chinese overheid diverse gevangenkampen, aldus een internationaal veel aandacht trekkend onderzoek van de gerenommeerde Australische denktank Australian Strategic Policy Institute (ASPI). 

    Hier en in tientallen andere kampen en gevangenissen in Xinjiang zouden onder het mom van terreurbestrijding meer dan één miljoen leden van de Oeigoerse moslimminderheid tegen hun wil worden vastgehouden. Reden voor deze vaak maanden of jaren durende opsluiting kunnen volgens uitgelekte regeringsdocumenten kleinigheidjes zijn als het dragen van religieuze symbolen of het hebben van contact met buitenlanders. De Chinese overheid bestrijdt deze beschuldigingen. 

    Smet

    Stijn Brughmans, vicepresident Operations, Technology and Investments van BASF heeft in Azië-Pacific alle fabrieken van tussenproducten in zijn portefeuille. Hij leidt zijn bezoekers rond in het chemiecomplex in Korla, wijst op uitstaltafels met producten die gemaakt worden van de in Xinjiang gefabriceerde stoffen. Zoals inlineskates en sportkleding. Naar eigen zeggen lieten de berichten over wat er in de regio gebeurt hem ‘niet koud’.

    BASF zit er middenin, produceert in de regio van onderdrukking – en probeert zich volledig te distantiëren van aantijgingen van dwangarbeid en internering. En niet alleen BASF, 350 kilometer verderop, in Xinjiangs hoofdstad Ürümqi, hebben naast veel Chinese bedrijven ook het Amerikaanse drankenconcern Coca-Cola en de Duitse autoproducent Volkswagen een fabriek. Niet alleen de morele component geeft daarbij altijd weer aanleiding tot kritiek. Aanwezigheid in Xinjiang stelt bedrijven bloot aan het risico en de verdenking dat zij dwangarbeiders tewerkstellen – direct dan wel indirect via hun toeleveranciers. Omdat overal ter wereld regeringen intussen onder druk van de publieke opinie strikter toekijken op wat er in de regio gebeurt, dreigt voor ondernemingen die zaken doen in Xinjiang niet alleen reputatieschade maar ook hoge geldstraffen. Onlangs heeft het Duitse parlement een productieketenwet aangenomen die bedrijven met ingang van 2023 op straffe van boetes ertoe verplicht de eigen keten van toegevoegde waarde tot en met de toeleveranciers zo te controleren dat die voldoet aan de normen met betrekking tot mensenrechten en milieu. De EU werkt aan een soortgelijke regel.

    Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet. Na de internationale textielindustrie, die circa een vijfde van haar katoen uit de regio betrekt, wordt nu de solarbranche getroffen door Amerikaanse sancties tegen fabrikanten in de provincie.  

    De interneringskampen in de buurt van BASF en Volkswagen zijn vermomd als opleidingscentra

    BASF moet zich er meermaals van verzekeren dat niemand gedwongen tewerkgesteld wordt in zijn fabriek. In 2019 verordende CEO Martin Brudermüller een interne audit. Daarop volgde in 2020 een externe audit door een internationaal economisch onderzoeksbureau. Daarbij is volgens BASF-manager Brughmans onderzocht of bij het bedrijf in Xinjiang de internationale sociale normen en arbeidsstandaarden worden nageleefd. ‘Toen waren er geen aanwijzingen tegen welk vergrijp dan ook.’

    BASF houdt volgens Brughmans goed in de gaten dat alleen de joint venture beslist over de aanstelling van werknemers in de fabriek. ‘We werken bij de personeelsvoorziening of in het algemeen op humanresourcegebied niet samen met overheidsinstanties,’ benadrukt hij. Initiatieven vanuit overheidsinstanties om medewerkers te plaatsen zijn er bij zijn weten niet geweest. Vanwege de vereiste vakkennis kwamen de medewerkers niet vanuit de opleidingscentra, maar vanuit andere bedrijven naar BASF. 

    Maar controle ter plekke op het nakomen van arbeidsstandaarden wordt steeds moeilijker. ‘De pogingen van buitenlandse ondernemingen om naleving van mensenrechtstandaarden in China te implementeren, bijvoorbeeld via onderzoek, worden door de Chinese overheid inmiddels beschouwd als een vijandige daad, waartegen dan ook sancties worden getroffen,’ vertelt Katja Drinhausen die bij de Berlijnse denktank Mercis onderzoek doet naar mensenrechten in Xinjiang. De juridische basis hiervoor creëerde Beijing de afgelopen weken en maanden. Met de antisanctiewet bijvoorbeeld. 

    ‘Betrokkenheid’

    Van de in totaal 122 medewerkers die BASF met zijn jointventurepartner in Korla in dienst heeft, zijn er in de zengende hitte op het enorme terrein maar weinig te zien. Het Handelsblatt en de ARD-radio zijn de eerste internationale media die de fabriek in Korla bezoeken. Bij hun naspeuringen worden de teams gevolgd en geschaduwd – en dat moeten ze kennelijk merken ook. 

    Ondanks diverse verzoeken daartoe laat Volkswagen in zijn fabriek in Ürümqi geen bezoekers toe. Bezoek zou niet mogelijk zijn omdat er problemen zijn bij het afstemmen met zijn Chinese jointventurepartner SAIC, zo voert het autoconcern als reden aan. Ook weigert Volkswagen te antwoorden op gedetailleerde vragen hoe het bedrijf dwangarbeid denkt te voorkomen. Ditmaal onder verwijzing naar de halfjaarcijfers die binnenkort worden gepubliceerd.  

    Xinjang is een politiestaat. Messen in winkels en restaurants liggen aan een ketting

    Wie rondkijkt in Ürümqi kan moeilijk over het hoofd zien dat Xinjiang allang een politiestaat is. Om de paar honderd meter is er een politiebureau, agenten bewaken kruisingen en patrouilleren voor de grote Erdaoqiao-moskee. Messen in winkels en restaurants liggen aan een ketting. Zelfs voor benzinestations staan beveiligers en slagbomen. Daarbij komt nog alle bewakingstechniek. ‘Veel van de bewaking is niet meer zichtbaar maar vindt digitaal in het verborgene plaats,’ vertelt Mercis-expert Drinhausen. De Chinese overheid verdedigt de maatregelen onder het mom van terreurbestrijding. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er telkens weer conflicten in de regio. 

    Waarnemers die geregeld in het gebied rondreizen klagen hoezeer de situatie veranderd is: veel inwoners zaten al in interneringskampen of hebben familieleden die daar hebben gezeten. Anderen zitten opgesloten in gevangenissen. Er heerst een klimaat van angst of berusting. Hoe denkt een Duits of een Amerikaans bedrijf hier te kunnen garanderen dat al zijn werknemers uit vrije wil bij hen werken? Hoe vrij kunnen medewerkers in een dergelijk systeem echt zijn?

    De interneringskampen in de buurt van BASF en Volkswagen zijn vermomd als opleidingscentra. Daarna worden betrokkenen, zo luidt de aanklacht, overgedragen aan ondernemingen, waar ze gedwongen tewerkgesteld worden. Zo moeten ze verder kunnen worden gecontroleerd. Meer dan 80.000 mensen moeten alleen al tussen 2017 en 2019 met dwangarbeid zijn geconfronteerd, aldus het ASPI in een analyse.

    Voor Duitse bedrijven zijn de fabrieken in de regio een last geworden. Hoewel niet hardop uitgesproken, gaat men er in economische kringen in Beijing van uit dat geen enkel Duits bedrijf vandaag de dag nog voor deze standplaats zou kiezen. Maar ook toen onder toeziend oog van China’s minister-president Li Keqiang en bondskanselier Angela Merkel in 2013 de contracten voor de fabriek van BASF werden ondertekend, gingen er al verhalen rond over de onderdrukking van de moslimbevolking in Xinjiang. Volkswagen besloot ongeveer in dezelfde tijd als BASF er een fabriek te bouwen. In zijn Chinees-Duitse joint venture SAIC-Volkswagen verschaft VW in Ürümqi werk aan 600 medewerkers, allen Chinees staatsburger. Ongeveer 10 procent van hen behoort volgens eerdere informatie van Volkswagen tot de Oeigoerse moslimminderheid. 

    Ondanks alle kritiek wil Volkswagen vasthouden aan zijn fabriek. ‘Wij staan voor onze betrokkenheid in China, ook in Xinjiang,’ zei CEO Herbert Diess onlangs in de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung: ‘Wij noch onze toeleveranciers stellen dwangarbeiders tewerk.’ 

    BASF is voorzichtiger met zulk soort uitspraken. Alle leveranciers hebben een codex ondertekend. Bij overtreding van clausules in het maatschappelijk contract spreekt het bedrijf zijn partners daarop aan, zegt Brughmans. Indien verandering achterwege blijft, zo vervolgt hij, ‘moeten we ons beraden op alternatieve bedrijfsmogelijkheden en dan behouden we ons ook het recht voor de zakenrelatie te beëindigen’.

  • Arkansas verbiedt abortus bijna volledig | Belangrijke verkiezingen voor Netanyahu

    Arkansas verbiedt abortus bijna volledig | Belangrijke verkiezingen voor Netanyahu

    Arkansas verbiedt abortus in bijna alle gevallen

    De Amerikaanse staat Arkansas heeft dinsdag (9 maart, een dag na Internationale Vrouwendag) een wet aangenomen die abortus verbiedt, zelfs in gevallen van verkrachting of incest. De enige uitzondering in de wet is om ‘het leven van de moeder te redden in een medische noodsituatie’, bericht USA Today.

    Met deze wet hopen tegenstanders van abortus aan te sturen op een herziening van de uitspraak van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten uit 1973 dat Amerikaanse vrouwen recht hebben op abortus. Een dergelijke herziening zou het elke staat mogelijk maken naar eigen goeddunken te handelen en de verschillen tussen staten benadrukken, legt CBS News uit.

    Sinds Donald Trump drie conservatieve rechters heeft benoemd in de hoogste rechtbank van de Verenigde Staten, gaan tegenstanders van abortus ervan uit dat het Hooggerechtshof nu eerder bereid is om het mijlpaalarrest ‘Roe v. Wade’ uit 1973 terug te draaien. Dit was een eerste overwinning voor hen.


    Toekomst Netanyahu onzeker

    Ook in Israël vinden binnenkort landelijke verkiezingen plaats, op 23 maart. En de experts zijn het er unaniem over eens: de verschillen zullen klein zijn. Intussen heeft de verkiezingscampagne in tijden van corona moeite om de belangstelling te wekken van de Israëli’s, die voor de vierde keer in twee jaar naar de stembus gaan.

    ‘De kiezer moet uit zijn coma worden wakker geschud en naar de stembus worden gelokt’, signaleert bijvoorbeeld Israel Hayom, de gratis krant die dicht bij Likoed staat, de rechtse partij van premier Benyamin Netanyahu.

    De strijd tussen de twee grote politieke blokken is een nek-aan-nekrace, waarbij alles zal neerkomen op een paar zetels, schrijft de krant. ‘Het doel is daarom een hoge opkomst: we moeten het electorale potentieel van Israëlisch rechts maximaliseren’, aldus de krant.

    Het dagblad Maariv publiceert, in samenwerking met radiostation 103 FM, de laatste opiniepeiling: de Likoed zou 28 van de 120 zetels in de Knesset (het Israëlisch parlement) krijgen. Netanyahu’s partij lijkt daarmee de grootste te worden, terwijl de andere partijen er ver achter liggen.

    De anti-Bibi-partijen zouden volgens de laatste peilingen genoeg zetels krijgen om een rechtse coalitie te blokkeren

    De belangrijkste conclusie van de peiling, stelt Maariv, is dat het rechtse blok – een coalitie van religieuze en ultranationalistische partijen die Netanyahu steunen – niet meer dan 58 zetels heeft. De anti-Bibi-partijen – oftewel de partijen die verklaren dat zij Netanyahu niet als premier willen – zouden volgens de peiling 62 zetels krijgen, genoeg om een rechtse coalitie te blokkeren, maar zonder dat ze zelf een levensvatbare regering kunnen vormen, wegens grote politieke verschillen onderling.

    Hete adem

    De Israëlische premier, die de hete adem in zijn nek voelt, is bezig het aantal campagnebijeenkomsten op te voeren, en probeert ook groepen buiten het traditionele electoraat van zijn partij te bereiken. Zo heeft hij verschillende Arabisch-Israëlische plaatsen bezocht en zelfs een kop koffie gedronken in een bedoeïenentent.

    Maar volgens het oppositiedagblad Haaretz wedt Netanyahu vooral op wat de krant de ‘coronagok’ noemt. Hoewel zijn land wereldkampioen vaccineren is, ‘heeft hij ingezet op het onmiddellijk opengooien van de economie’, tegen het advies van de experts van het ministerie van Volksgezondheid in, en beweert hij dat Israël eind april van het virus zal zijn verlost.

    De politieke toekomst van de premier is een van de belangrijkste kwesties die deze verkiezingen op het spel staan, schrijft Yediot Aharonot. De grote vraag, aldus het onafhankelijke dagblad in een ander artikel, is of Yair Lapid, de leider van de centrum-linkse Yesh Atid-partij (die op twintig zetels staat in de peiling van Maariv), bereid zal zijn na de verkiezingen concessies te doen, en toch zijn steun uit te spreken voor een regering met Netanyahu aan het hoofd.


    Een nieuw onafhankelijk rapport beschuldigt China van genocide

    In een document dat dinsdag door het Newlines Institute for Strategy and Policy in Washington werd gepubliceerd, verklaren vijftig internationale deskundigen dat de Chinese regering een beleid heeft gevoerd dat erop is gericht de Oeigoerse moslimminderheid ‘als groep te vernietigen’. Dit is de eerste keer dat een ngo een onafhankelijke analyse heeft gemaakt van de beschuldigingen van genocide in Xinjiang, aldus CNN.

    Volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zijn tot twee miljoen mensen uit moslimminderheden ondergebracht in een uitgebreid netwerk van detentiecentra, waar voormalige gedetineerden beweren te zijn onderworpen aan indoctrinatie, seksueel misbruik en zelfs gedwongen sterilisatie. China ontkent deze aantijgingen en beweert dat de centra zijn ingericht om religieus extremisme en terrorisme te voorkomen.

    In januari verklaarden de VS al dat er sprake was van genocide tegen Oeigoeren en andere moslims, en in februari heeft het Canadese Parlement ook gestemd voor een motie om de behandeling van Oeigoeren in Xinjiang als genocide te bestempelen, bericht Arab News.


    Rusland en China bouwen samen een maanstation

    Rusland en China zijn van plan een gezamenlijk maanstation te bouwen. Dit project, dat dinsdag (9 maart) door Moskou en Beijing in een persbericht werd onthuld, bestaat uit ‘een complex van experimentele onderzoeksfaciliteiten gecreëerd op het oppervlak en/of in de baan van de maan’, bericht The Verge.

    Het Chinese ruimteagentschap benadrukte ook dat het station tot doel zal hebben ‘de vreedzame verkenning en het vreedzame gebruik van de ruimte door de gehele mensheid te bevorderen’, tekende de South China Morning Post op.

    Rusland en China hebben in het verleden de Verenigde Staten beschuldigd van het militariseren van de ruimtevaart, vooral nadat Donald Trump in 2018 besloot een ruimtedivisie van het leger, de eerste ter wereld, op te richten, aldus de krant uit Hongkong.


    Regeringspartij wint verkiezingen Ivoorkust

    In de parlementsverkiezingen van Ivoorkust heeft de formatie van president Alassane Ouattara, de Rassemblement des houphouëtistes pour la démocratie et la paix (RHDP) een absolute meerderheid behaald, met 137 van de 254 zetels, meldde de nieuwssite Koaci dinsdag.

    De oppositiepartijen wonnen 91 zetels. De regeringspartij van Ouattara verloor echter haar meerderheid in het parlement, die zij samen met haar vroegere bondgenoten in handen had na een stembusgang die zonder geweld verliep, in tegenstelling tot de presidentsverkiezingen van oktober.

    De overwinning van de RHDP moet haar in staat stellen steun te blijven verlenen aan het ‘hervormingsbeleid’ van het staatshoofd, dat in oktober 2020 werd herkozen voor een omstreden derde termijn.

    Over het rustige verloop van de verkiezingen publiceerde 360 Magazine gisteren al:

  • Zo garandeert China een ‘gezonde internetomgeving’

    Zo garandeert China een ‘gezonde internetomgeving’

    Onder het motto ‘Een fris begin van het Nieuwe Jaar’ ontplooit het hoogste censuurorgaan van China speciale acties om het internet op alle niveaus ‘grondig te zuiveren’, om zo de ‘gebruikservaring en de veiligheid van de vele Chinese netizens te verbeteren’. De populaire chatroomapp Clubhouse binnen een mom van tijd offline – maar gaf gebruikers een uitzonderlijk gevoel van vrijheid.

    Toen de Amerikaanse audio-app Clubhouse op 8 februari in China werd geblokkeerd kwam dat, zoals wij eerder berichtten, voor niemand als een verrassing. Wat wel verbaasde reacties uitlokte op Weibo, het Chinese equivalent van Twitter, was het feit dat de autoriteiten er dit keer zo snel bij waren. Het exclusieve virtuele platform voor vrije discussie werd al na een paar dagen uit de lucht gehaald. ‘Ze reageerden zo snel, het is gewoon eng,’ aldus een van de commentatoren geciteerd door What’s on Weibo

    Inderdaad is Chinese internetcensuur bijzonder streng en effectief. Het uiterst complexe systeem maakt niet alleen gebruik van hoogstaande technologie, maar ook van heel veel menskracht.

    In een archieffilmpje over Chinese internetcensuur uit 2019 van de in Hongkong gevestigde South China Morning Post wordt het voorbeeld gegeven van een internetbedrijf dat wel twaalfhonderd ‘censoren’ in dienst heeft om het verkeer op hun servers in de gaten te houden en onwelgevallige inhoud te verwijderen; een van hen omschreef zijn functie als ‘vuilnisman in cyberspace’.

    Verder zijn socialemediabedrijven in China wettelijk verplicht alle persoonlijke gegevens van hun gebruikers op te slaan en hun posts te bewaren, zodat de overheid deze wanneer nodig kan controleren. Het Staatsinternetinformatiebureau, dat direct onder het Centraal Comité van de Chinese Communistische Partij valt en verantwoordelijk is voor het bewaken van ‘een gezonde internetomgeving’, maakt bovendien gebruik van tips van de honderden miljoenen internetgebruikers die China rijk is. 

    De hele maand februari zijn er speciale acties om het internet op alle niveaus ‘grondig te zuiveren’

    Onder het motto ‘Een fris begin van het Nieuwe Jaar’ ontplooit dit hoogste internetcensuurorgaan de hele maand februari speciale acties om het internet op alle niveaus ‘grondig te zuiveren’, om zo de ‘gebruikservaring en de veiligheid van de vele Chinese netizens te verbeteren’. Op die manier kan er in 2021, precies een eeuw na de oprichting van de Chinese Communistische Partij, ‘een eerste stap worden gezet op weg naar een in alle opzichten modern socialistisch land’, aldus het bulletin op haar website.

    Burgers worden aangespoord illegale content of valse nieuwsberichten te melden; in januari van dit jaar werden er iets meer dan elf miljoen klachten ingediend, overigens 15,2 procent minder dan in de maand december, en 3,3 procent minder dan in januari 2020.

    Het indienen van zo’n klacht is vrij gemakkelijk. Zo kun je bijvoorbeeld op de Chineestalige site van de grootste staatskrant, het Volksdagblad (Renminribao 人民日报), via het tabblad ‘aangifte’ direct doorklikken naar de desbetreffende pagina van het Staatsinternetinformatiebureau, de juiste categorie van overtreding aanvinken, en de klacht met bewijsmateriaal, zoals bijvoorbeeld screenshots, indienen. 

    De eerste vier van de in totaal negen genoemde categorieën van illegale content zijn politiek van aard

    Wat opvalt in de toelichting op deze site, is dat de eerste vier van de in totaal negen genoemde categorieën van illegale content politiek van aard zijn. Het gaat daarbij om content die ‘schade toebrengt aan de veiligheid, de eer of het belang van de natie’, dan wel ‘aanzet tot de omverwerping van de regering en het socialistische systeem’, ‘oproept tot nationale verdeeldheid en regionale afscheiding’, of ‘terrorisme en extremisme bevordert’. Ook content van de vijfde categorie, berichten die ‘aanzetten tot rassenhaat en racisme’, ligt politiek gevoelig. De overige categorieën betreffen zaken als internetfraude, laster, en pornografie.  

    Alle onderwerpen van de zwarte lijst

    In de luttele twee dagen dat de Clubhouse-app in China toegankelijk was, zijn volgens The New York Times en South China Morning Post vrijwel alle onderwerpen op de zwarte lijst van de Chinese censoren de revue gepasseerd. Geen wonder dus dat deze app, die alleen toegankelijk is voor leden en daardoor in China extra aantrekkelijk was, zeker in deze periode van verscherpt toezicht in een mum van tijd werd geblokkeerd. 

    In een van de chatrooms bespraken de deelnemers bijvoorbeeld welke Chinese leiders verantwoordelijk waren geweest voor de onderdrukking van de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. In een andere virtuele discussieruimte ging het over persoonlijke confrontaties met de Chinese politie en ambtenaren van de veiligheidsdienst.

    Een derde groep nam een minuut stilte in acht om dr. Li Wenliang te herdenken, die een jaar eerder aan corona was overleden nadat hij de autoriteiten als eerste op de gevaren van het virus had gewezen en monddood was gemaakt.

    Weer andere groepen spraken over de verhouding tussen China en Taiwan, de inperking van de democratie in Hongkong, en de vraag of gesprekspartners uit de Chinese diaspora al dan niet bereid waren terug te keren naar het moederland. 

    Voor de deelnemers op het vasteland was het een bijzondere ervaring om met Chinezen aan de andere kant van de grens van gedachten te wisselen

    Ook het bijzonder gevoelige thema van de onderdrukking van de Oeigoeren in de provincie Xinjiang in het uiterste westen van China werd niet gemeden. Volgens What’s on Weibo deden honderden Chineessprekenden binnen en buiten China aan deze discussie mee.

    NYT citeert een Chinese man die zich afvroeg of hij de rapporten wel moest geloven over concentratiekampen in Xinjiang. Waarop een Oeigoerse vrouw het woord nam en rustig uitlegde dat zij er zeker van was dat deze kampen inderdaad bestonden, omdat een aantal van haar familieleden er had vastgezeten. Een Taiwanese man reageerde hier weer op met een pleidooi voor wederzijds begrip, terwijl iemand uit Hongkong de vrouw prees, omdat zij de moed had gehad haar ervaringen te delen. 

    Voor de deelnemers op het vasteland was het een bijzondere ervaring om met Chinezen aan de andere kant van de grens van gedachten te wisselen, omdat ze in veel opzichten van de virtuele buitenwereld zijn afgesloten door de alomaanwezige censuur. Ook het feit dat deze gesprekken verliepen volgens vaste regels, waardoor iedereen zijn zegje kon doen en met respect behandeld werd, kon op waardering rekenen, aldus What’s on Weibo

    Uiteraard bestonden op sociale media ook scepsis en kritiek op deze app. What’s on Weibo citeert een bekende blogger die stelt dat Clubhouse vooral zo’n hype was omdat Elon Musk er zojuist lid van was geworden, en dat de functionaliteit van de app niet veel verschilde van interactieve radio.

    Andere commentaren vergeleken deelname aan een chatroom met een virtuele vergadering of een lang en oersaai seminar. Maar feit blijft dat de Clubhouse-app velen even de gelegenheid gaf vrijelijk te spreken over omstreden onderwerpen.