Deze ontluisterende, interactieve reis langs drie internationale routes laat tot in detail zien hoe drugsgeld wereldwijd onrust, conflicten en illegaliteit veroorzaakt.
Laat u meevoeren langs de Noordelijke route, waar bijvoorbeeld in Tajikistan drugsgeld goed is voor het equivalent van zo’n 30 procent van het bbp. Langs de Balkan-route, waar de handel in vooral heroïne wordt gebruikt om opstanden van rebellen te financieren, en langs de Zuidelijke route, ‘the new kid on the block’, waar de aandacht pas naar uitging toen in een uitgebrande Boeing 727 in de woestijn van Mali tonnen cocaïne werden gevonden.
Submarine is een productiemaatschappij in Amsterdam die films, documentaires, animaties en transmediale projecten maakt. De focus ligt op internationale, verhalende journalistiek en innovatie.
In Polen geldt vrachtwagenchauffeur niet langer als droombaan. Jongeren laten zich afschrikken door de arbeidsomstandigheden, werkgevers helpen de markt met lage prijzen om zeep.
In Polen is transport een strategische sector die goed is voor 6,5 procent van het bnp. Het succes van de hele economie hangt ervan af. Als het transport stagneert, hebben handel, industrie en bouw daaronder te lijden. Die situatie dreigt nu de sector kampt met personeelstekort. Want het is lang niet zo’n pretje meer om in Polen vrachtwagenchauffeur te zijn. Alleen al de werktijden: Poolse chauffeurs zijn weken achtereen van huis.
De oplossing lijkt simpel: geef die chauffeurs vrije weekends, zoals ook in bijvoorbeeld Duitsland gebeurt. Maar dat gaat niet, zegt Maciej Wronski, voorzitter van de Poolse organisatie van transportwerkgevers TLP. ‘Voor landen als Frankrijk en Duitsland is alles dichtbij. Polen bevindt zich aan de periferie. We kunnen de werktijden van de chauffeurs alleen reduceren als de consumenten geen sinaasappels van Sicilië meer willen, want dat traject kun je onmogelijk in twee dagen afleggen.’
Tegenover die lange werkweken staat dan wel een bovengemiddeld salaris: een ervaren internationaal chauffeur verdient tussen de 1400 en 1900 euro netto per maand, terwijl het gemiddelde salaris voor andere beroepen 800 euro lager ligt. Je zou zeggen dat het vak dan toch aantrekkelijk is. Maar de realiteit suggereert anders. Polen telt meer dan 600 duizend gekwalificeerde chauffeurs. Dat zijn er 100 duizend te weinig. Per jaar zeggen 25 duizend het beroep vaarwel. Het aantal chauffeurs in opleiding is gedaald van 100 duizend in 2009 tot 35 duizend nu. Als de sector in het huidige tempo blijft groeien – ongeveer 8,8 procent per jaar – zal Polen in 2025 900 duizend chauffeurs nodig hebben.
Werken, eten en slapen in de cabine
Chauffeur zijn betekent leven als een nomade. Je werkt, je eet en je slaapt in de cabine van je truck. Op rustplaatsen is soms één wc voor honderd chauffeurs en het is er vaak twintig graden onder nul. De chauffeurs krijgen last van hun wervelkolom, van hun gewrichten en van hun ogen – vanwege het ’s nachts rijden – evenals van spijsverteringsproblemen omdat ze noodgedwongen blikvoedsel en instantsoep eten in hun cabine. Ze hebben geen deel aan het gezinsleven, zien hun kinderen niet opgroeien. Ze werken 24 uur per dag, want als ze niet rijden bewaken ze de lading.
Werkgevers en werknemers zijn het erover eens dat het aan de arbeidsomstandigheden te wijten is dat jongeren geen belangstelling meer hebben voor het beroep.
‘Truckers hebben het idee dat het salaris niet opweegt tegen het altijd maar van huis zijn. De voorkeuren zijn veranderd, jongeren willen elk weekend thuis doorbrengen. Hoewel het moeilijk te realiseren is, moeten we steeds vaker bedingen dat een chauffeur na twee weken onderweg te zijn geweest een lang weekend thuis kan zijn’, zegt Zenon Kopyscinski, voorzitter van een onafhankelijke vakbond van vrachtwagenchauffeurs. Hij wijst erop dat er in Polen geen trucks met een Duits nummerbord rijden. ‘Dat komt doordat de Duitse bonden hebben afgesproken dat de chauffeurs in het weekend thuis zijn. Bij ons gebeurt dat niet en zit je soms wel zes weken achter elkaar achter het stuur. Daarom beginnen buitenlandse transporteurs filialen in Polen en buiten ze de Polen uit.’
Volgens de vakbondsman zijn de salarissen ook te laag, maar de werkgevers delen die mening niet. ‘We kunnen de salarissen verhogen’, zegt Maciej Wronski, ‘en dan? Brengen moeders hun kind dan naar de crèche om een truck te gaan besturen? De arbeidsmarkt is krap. Onze organisatie telt de grootste ondernemingen in de sector, we betalen meer dan het gemiddelde. Een werkgever die is gespecialiseerd in het transport van hoogwaardige goederen vertelde me laatst dat hij zijn chauffeurs meer dan 2300 euro netto betaalt, en toch kan hij geen gekwalificeerd personeel vinden. De oudste chauffeurs gaan met pensioen en er dienen zich geen jongeren aan om ze te vervangen.’
‘Er is altijd wel een Pool die het voor minder doet’
Jan, chauffeur sinds begin jaren negentig, is onderweg naar Stockholm. Vroeger vertrok hij, net als alle Poolse chauffeurs, voor vier weken. Tegenwoordig werkt hij voor een Zweedse transporteur en zit hij vier dagen achter het stuur, gevolgd door drie dagen thuis. Hoe dat kan? ‘We lossen elkaar af, heel simpel. Ik rijd van Stockholm naar Berlijn, daar neemt een collega het over, en dan ga ik weer naar huis’, legt hij uit. Volgens hem ligt het niet aan het salaris dat Poolse chauffeurs steeds minder voor Poolse transporteurs willen werken, maar aan de organisatie van het werk en de hoogte van de sociale premies. ‘In Polen verdient een internationaal chauffeur minstens 1150 euro netto. Dat is redelijk, maar volgens contract krijg hij een minimumsalaris van 350 euro netto. De rest wordt in de vorm van een reiskostenvergoeding betaald, waarover geen inkomstenbelasting en geen sociale premies zoals voor pensioen, ziekte en arbeidsongeschiktheid worden geheven. Ik wil niet afzien van een pensioen.’ Volgens een TLP-enquête denkt 17 procent van de chauffeurs er net zo over als Jan en kiezen ze hun werkgever op grond van het reële salaris.
Vakbondsman Kopyscinski stelt voor een minimumsalaris voor de branche in het leven te roepen van 1200 euro netto voor internationaal transport en 800 euro voor nationaal transport. ‘Dat garandeert dat chauffeurs een redelijk pensioen krijgen’, zegt hij. ‘Ik heb een man in een ziekenhuis ontmoet die veertig jaar in het vak had gezeten en heel Azië had doorkruist. Hij kreeg 400 euro pensioen per maand en hij wou in het ziekenhuis blijven om te kunnen bezuinigen op medicijnen en eten.’
Chauffeur Jan doet er nog een schepje bovenop: ‘In Polen helpen de bedrijven zelf de markt om zeep door onder de prijs te gaan zitten. Als mijn Zweedse werkgever voor een bepaald traject bijvoorbeeld 1000 euro rekent en een Pool 600, dan is er altijd wel een andere Pool die het voor nog minder doet.’
Momenteel behelpt de sector zich door Oekraïners aan te trekken. Maar ook die bron droogt op, omdat de meeste gekwalificeerde en ervaren chauffeurs uit dit buurland inmiddels al zijn geworven.
‘De Verkiezingsgazet’ is opgericht na de val van de Muur en uitgegroeid tot een grote krant, ondanks zijn bescheiden middelen. Doelstelling: nieuws brengen op informatieve en seculiere wijze.
Daar waar Polen net als veel andere Oost-Europese landen weigert Syrische vluchtelingen op te nemen, zijn Aziatische arbeidsmigranten er van harte welkom.
Na de golf economische vluchtelingen uit Oekraïne komt er nu een nieuwe aan – uit het Verre Oosten. Poolse werkgevers hebben steeds meer moeite om aan Oekraïense werknemers te komen – die al even veeleisend zijn geworden als de Polen – en beginnen in exotischer oorden personeel aan te werven.
Volgens gegevens van het ministerie van Gezin, Arbeid en Sociaal Beleid heeft Polen alleen al in 2017 bijna 30.000 werkvergunningen afgegeven aan mensen uit Nepal, India, Bangladesh, Oezbekistan, Pakistan, de Filippijnen en China. Het afgelopen jaar raakte het echt in de mode om mensen uit het Verre Oosten te rekruteren, iets wat Poolse werkgevers tot dusverre nooit hebben gedaan.
Het aantal buitenlandse werknemers in Polen stijgt gestaag: in 2016 zijn 140.000 werkvergunningen afgegeven, een jaar later is dat aantal bijna verdubbeld. Natuurlijk bestaat de meerderheid van hen uit Oekraïners en, in iets mindere mate, Witrussen. Maar na hen worden de meeste werknemers naar Polen gehaald uit… Nepal, gevolgd door India, Moldavië, Bangladesh en Oezbekistan. ‘Qua openheid van de grenzen kunnen we stellen dat we onze verplichtingen ten opzichte van de Europese Commissie meer dan vervuld hebben,’ grapt Andrzej Kubisiak, directeur [van de dienst analyse en communicatie] bij Work Service [het grootste wervingsbureau in Polen]. ‘Maar even serieus, het menselijk potentieel aan onze oostgrens raakt uitgeput. En daarom beginnen de werkgevers en de wervingsbureaus nu andere bronnen te zoeken.’
Een heel ander arbeidsethos
Waarom is Azië plotseling in de mode? Bartosz Cebula, vicedirecteur van een bureau dat gespecialiseerd is in rekrutering van Aziaten, legt uit dat zijn cliënten ‘teleurgesteld zijn in het Oekraïense personeel. Ten eerste stijgen de aanwervingskosten van onze buren almaar. Oekraïners eisen vaak hetzelfde salaris als Polen, en soms meer. Ten tweede zijn Oekraïners, volgens mijn cliënten, vaak minder gemotiveerd. Indiërs en Nepalezen hebben een heel ander arbeidsethos.’
Uit de statistieken van het ministerie blijkt dat het voornamelijk om handarbeiders gaat. In 2017 waren er op een totaal van 250.000 buitenlandse werknemers slechts 30.000 gekwalificeerde krachten, 3000 informatici en 20… artsen. Het gaat hoofdzakelijk over lichamelijke arbeid – in de bouw en de verwerkende industrie. De administratieve rompslomp en de eenmalige kosten die verbonden zijn aan de aanwerving van mensen die van het andere eind van de wereld komen, vormen geen beletsel voor werkgevers die op de salarissen willen besparen.
Maar Bartosz Cebula is van mening dat ‘het bij ons nog steeds gemakkelijker is dan in Duitsland, waar de aanwerving van buitenlands personeel beperkt blijft tot een lijst met beroepen waarvan officieel erkend wordt dat er een tekort aan geschoold personeel bestaat, bijvoorbeeld wiskundigen, artsen of informatici. En daar wordt buitengewoon streng de hand aan gehouden. Daarom besluiten de Aziaten naar ons te komen. Voor hen is werken in de Europese Unie een droom, ze kunnen meer dan tien keer zo veel verdienen als in hun land van herkomst.’
Het ministerie van Arbeid wil uiterlijk voor de zomervakantie de aanwervingsvoorwaarden voor buitenlandse werkkrachten liberaliseren. Evenals in Duitsland moet er een lijst van beroepen komen, maar degenen die aan de criteria voldoen kunnen dezelfde voorrechten genieten als onderdanen uit zes Oost-Europese landen (Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland, Armenië, Georgië en Moldavië); ‘de zes’. Werkgeversorganisaties willen zelfs een tiental landen toevoegen aan de lijst met landen waarvoor gunstiger voorwaarden gelden!
Als dit scenario zich voltrekt staat ons misschien een ware toestroom van goedkope arbeidskrachten uit heel Azië te wachten. In de Poolse wetgeving wordt bepaald dat buitenlandse werkkrachten een minimumsalaris moeten ontvangen en woonruimte moeten krijgen, maar hoe die woonruimte eruit moet zien wordt niet nader gepreciseerd. Het is dus mogelijk dat het net zo zal gaan als nu met de Oekraïners die soms met z’n tienen een appartement delen.
In dat opzicht staat het Poolse recht aan de kant van de werkgevers. Afgezien van de ‘bevoorrechten’ uit ‘de zes’, worden de overige werknemers aangeworven voor een minimumperiode van één jaar. Maar bij voorkeur twee jaar. In die periode mogen ze alleen maar werken voor de onderneming die ze heeft aangemeld bij de arbeidsadministratie en ze mogen dus niet, zoals de Oekraïners, van werk veranderen als iets hun niet aanstaat. De werkgever die een Nepalees laat komen voor de duur van een bouwproject heeft dus de garantie dat hij gedurende het project voor een minimumsalaris voor hem zal werken. Sterker nog, hij gaat niet naar huis tijdens de feestdagen en neemt geen vakantiedagen op. Er is geen directe vlucht tussen Warschau en Kathmandu en vluchten duren met overstappen algauw meer dan twintig uur en kunnen wel vijftienhonderd euro kosten. Een Oekraïner daarentegen die in Lublin [Oost-Polen] werkt, kan voor tien euro met de bus naar zijn geboortestad Lviv.
In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd
Het is dus helemaal niet verbazingwekkend dat werkgevers hele ploegen Aziatische bouwvakkers laten komen. ‘Deze bouwvakkers hebben nog een voordeel,’ aldus Andrzej Kubisiak. ‘Ze hebben vaak ervaring met grote bouwprojecten omdat ze gewerkt hebben in de Arabische Emiraten of in Qatar. Ook in Azië zelf zijn er enorme bouwprojecten. Helaas kunnen Oekraïense bouwvakkers niet prat gaan op zo’n cv.’
In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd. Vorig jaar hebben ze in Silezië (Zuid-Polen) gewerkt, terwijl ze twee jaar eerder in Ermland-Mazurië (Noord-Polen) werkzaam waren. Ze worden dus in heel Polen ingezet. Er zou dan ook niets vreemds aan geweest zijn als inmiddels algemeen bekend zou zijn dat het regime-Kim al jarenlang werknemers aan andere landen verkoopt. Vrijwel hun gehele salaris wordt ingehouden en vloeit in de Noord-Koreaanse schatkist. Tegelijkertijd zijn ze gewaarschuwd dat als ze vluchten, hun op het Koreaans schiereiland achtergebleven familieleden de consequenties ervan zullen ondervinden.
Oekraïners en Witrussen spreken al vrij snel Pools. Vaak hebben ze al een basis als ze in Polen aankomen. Hoe communiceren hun superieuren met de Aziaten? Met een Indiër kun je Engels praten, maar het wordt al lastiger met Chinezen, Nepalezen of Filippijnen. De werkgever moet er dus voor zorgen dat iedere ploeg ten minste één persoon bevat die een gemeenschappelijke taal spreekt.
Komt er in Polen een nieuwe boom van buitenlandse werknemers? ‘Naast een stijging van het aantal Aziatische arbeiders moet rekening worden gehouden met een toenemende immigratie uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie,’ aldus Grzegorz Sielewicz, hoofdeconoom van Coface Midden-Europa. ‘Hoewel de Russische economie geleidelijk aantrekt, wordt de Poolse arbeidsmarkt een aantrekkelijk alternatief voor mensen uit traditionele emigratielanden als Moldavië, Georgië, Oezbekistan, Tadzjikistan of Kazachstan, die vroeger voor Rusland kozen.’
Wprost (‘Recht op het doel af’) staat in Polen vooral bekend om zijn scoops. In 2014 baarde het blad veel opzien met de publicatie van in het geheim opgenomen gesprekken tussen belangrijke politici.
In 1932 en 1933 stierven in de Sovjet-Unie ruim vijf miljoen mensen van de honger. De buitenlandse pers in Moskou hield het nieuws onder de pet, op één dappere freelancer na.
Uit het archief
Net zoals de oorlog in Oekraïne in Rusland momenteel niet bestaat (het is slechts een ‘speciale militaire operatie’), zo bestond de hongersnood in 1932-1933 in Oekraïne niet in de Sovjet-Unie. Er werd door geen krant of journalist over gerept, zelfs niet in het buitenland, behalve door de Brit Gareth Jones. Zijn verhaal laat zien hoe belangrijk onafhankelijke media is.
In 1932 en 1933 werd de Sovjet-Unie getroffen door een rampzalige hongersnood. Deze vond zijn oorsprong in de chaos van de collectivisatie, waarbij miljoenen boeren gedwongen hun land moesten opgeven om te gaan werken op een collectieve staatsboerderij. De algehele situatie in het land verslechterde alleen nog maar toen, in de herfst van 1932, het politbureau, het elitecomité binnen de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, een aantal besluiten nam waardoor de hongersnood op het platteland in de Oekraïne nog schrijnender werd. Ondanks de schaarste vorderde de staat niet alleen graan, maar al het beschikbare voedsel.
Op het dieptepunt van de crisis drongen georganiseerde groepen van politieagenten en lokale partijactivisten, gedreven door honger, angst en een decennium van haatpropaganda, de huizen van de boeren binnen en namen al het eetbare mee wat ze maar konden vinden: aardappelen, bieten, pompoenen, bonen, erwten en vee. Tegelijkertijd werd er een kordon om Oekraïne getrokken om te voorkomen dat mensen zouden ontsnappen. De gevolgen waren rampzalig: in de hele Sovjet-Unie kwamen meer dan vijf miljoen mensen om van de honger. Onder de slachtoffers waren bijna vier miljoen Oekraïners, die niet stierven omdat ze hun akkers hadden verwaarloosd of omdat de oogst was mislukt, maar omdat hun bewust voedsel was onthouden.
De USSR heeft noch de hongersnood in de Oekraïne noch de hongersnood in de Sovjet-Unie als geheel op enig moment officieel erkend. Er heerste zo’n nietsontziende terreur dat er sprake was van een totaal zwijgen. Buiten de Sovjet-Unie waren er echter andere, meer subtiele tactieken vereist om dit stil te houden. Die tactieken worden op schitterende wijze blootgelegd door de parallelle verhalen van Walter Duranty en Gareth Jones.
In de jaren dertig leidden alle leden van de pers in Moskou een hachelijk bestaan. Correspondenten hadden toestemming van de staat nodig om er te wonen én om hun artikelen te kunnen doorseinen. Journalisten onderhandelden vaak met censoren van het ministerie van Buitenlandse Zaken om toestemming te krijgen over welke woorden ze mochten gebruiken, en ze hadden een goede relatie met Konstantin Oemanski, de Sovjetfunctionaris die verantwoordelijk was voor de buitenlandse persdienst. William Henry Chamberlin, die toen correspondent in Moskou was voor de Christian Science Monitor, schreef dat de buitenlandse correspondent die weigerde zijn berichtgeving af te zwakken, ‘onder een zwaard van Damocles werkt: het risico het land uit te worden gezet of de geweigerde toestemming om terug te keren, wat vanzelfsprekend op hetzelfde neerkomt’.
Er waren extra beloningen beschikbaar voor diegenen die het spel zeer kundig speelden, zoals Walter Duranty. Hij was tussen 1922 en 1936 de correspondent voor The New York Times in Moskou, een positie die hem enige tijd betrekkelijk rijk en beroemd maakte. Duranty, een Brit van geboorte, had geen banden met ideologisch links, maar nam het standpunt in van een zakelijke en sceptische ‘realist’ die zijn best deed om beide kanten van het verhaal te laten zien. ‘Men kan tegenwerpen dat vivisectie op levende dieren iets treurigs en vreselijks is, en het is waar dat het lot van de koelakken en anderen die zich verzet hebben tegen het Sovjetexperiment niet gelukkig is,’ schreef hij in 1935. Maar ‘in beide gevallen wordt het leed aangedaan met een nobel doel’.
Toestemming
Dit standpunt zorgde ervoor dat Duranty heel nuttig was voor het regime, dat er alles aan deed om hem het bestaan in Moskou aangenaam te maken. Hij had een groot appartement, een auto en een maîtresse, hij had van alle correspondenten de meeste toegang tot bronnen, en twee keer kreeg hij een begeerd interview met Stalin. Maar de aandacht die hij kreeg dankzij zijn artikelen lijkt de primaire beweegreden te zijn geweest voor Duranty’s vleiende verslaggeving over de Sovjet-Unie. In 1932 kreeg hij de Pulitzer Prize voor zijn artikelen over de successen van de collectivisatie en het vijfjarenplan. Korte tijd later nodigde Roosevelt, die toen gouverneur van New York was, Duranty uit in de gouverneursresidentie in Albany. Maar naarmate de hongersnood verhevigde, werd de controle nog scherper. Vanaf 1933 eisten de pr-mensen van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat correspondenten toestemming vroegen en voor een reis een routebeschrijving indienden. Elk verzoek om een bezoek te brengen aan Oekraïne of de Noordelijke Kaukasus werd afgewezen. De censuur controleerde ook berichten op heimelijke reportages over de hongersnood. Eind 1932 kwamen Sovjetfunctionarissen zelfs bij Duranty thuis, waar hij zenuwachtig van werd.
Weinig correspondenten waren in zo’n sfeer geneigd om over de hongersnood te schrijven, hoewel ze er allemaal van op de hoogte waren. ‘Formeel was er geen hongersnood,’ schreef Chamberlin. Maar ‘voor iedereen die in 1933 in Rusland woonde en die zijn ogen en oren openhield, valt er gewoon niet te twijfelen aan het bestaan van de hongersnood’. Duranty zelf besprak eind 1932 de hongersnood met William Strang, een diplomaat op de Britse ambassade. Strang rapporteerde laconiek dat de correspondent van The New York Times zich ‘al enige tijd bewust was van de waarheid’, al had hij ‘het grote Amerikaanse publiek niet op de hoogte gebracht van het geheim’. Duranty vertelde Strang ook dat hij het goed mogelijk [achtte] dat maar liefst 10 miljoen mensen direct of indirect door gebrek aan voedsel omgekomen waren’, al werd dat cijfer nooit in een van zijn artikelen genoemd. Duranty stond daarin niet alleen. Eugene Lyons, de correspondent van United Press in Moskou en ooit een enthousiast marxist, schreef jaren later dat alle buitenlanders in de stad zich terdege bewust waren van wat er speelde in Oekraïne én in Kazachstan en de Wolgaregio:
In werkelijkheid zochten we niet naar bevestiging om de doodeenvoudige reden dat we niet twijfelden over het onderwerp. Er zijn feiten die zo immens zijn dat ze geen bevestiging van ooggetuigen nodig hebben (…) Er was net zomin een noodzaak om onderzoek te doen naar het bestaan van de Russische hongersnood als er een reden was om onderzoek te doen naar het bestaan van de Amerikaanse Grote Depressie. Binnen Rusland werd de zaak niet betwist.
Iedereen wist het, maar niemand meldde het. Dat verklaart de uitzonderlijke reactie van zowel het Sovjetestablishment als de persdienst in Moskou op de journalistieke escapade van Gareth Jones. Jones was een jonge Welshman van nog maar zevenentwintig jaar toen hij in 1933 een reis maakte naar de Sovjet-Unie. Jones studeerde Russisch én Frans en Duits in Cambridge. Vervolgens kreeg hij een aanstelling als privésecretaris van de voormalige Britse premier David Lloyd George. In dezelfde tijd begon hij als freelancer te schrijven over Europese en Sovjetpolitiek en maakte hij korte uitstapjes naar de Sovjet-Unie, waardoor hij in een andere positie verkeerde dan de correspondenten in Moskou, die de goedkeuring van het regime nodig hadden om hun verblijfsvergunning te behouden.
Tijdens een van die reizen, begin 1932, voor het reisverbod werd ingevoerd, trok Jones naar het platteland (in gezelschap van Jack Heinz ii, telg uit het ketchupimperium) waar hij in Sovjetdorpen op ‘vloeren vol ongedierte’ sliep en getuige was van het begin van de hongersnood. Jones keerde in het voorjaar van 1933 terug in Moskou, dit keer met een visum dat aan hem was verleend op grond van het feit dat hij voor Lloyd George werkte. De Sovjetambassadeur in Londen, Ivan Majski, wilde heel graag indruk maken op Lloyd George en had voor Jones gelobbyd. Jones maakte na aankomst eerst een rondgang door de Sovjethoofdstad en ontmoette andere buitenlandse correspondenten en functionarissen. Lyons herinnerde zich hem als ‘een serieus en nauwgezet mannetje, […] het type dat een aantekenboekje bij zich heeft en tijdens het gesprek zonder blikken of blozen opschrijft wat je zegt’. Jones had een ontmoeting met Oemanski, liet hem een uitnodiging voor een bezoek aan de Duitse consul-generaal in Charkov zien, schetste een plan om een Duitse tractorfabriek te bezoeken en vroeg of hij naar Oekraïne mocht. Oemanski ging akkoord. Met die officiële stempel van goedkeuring vertrok Jones naar het zuiden.
Hij nam op 10 maart in Moskou de trein. In plaats van door te reizen naar Charkov, stapte Jones echter ruim 60 kilometer ten noorden van de stad uit de trein. Bepakt met een rugzak met ‘vele witte broden, met boter, kaas, vlees en chocola aangeschaft met buitenlands geld in de Torgsin-warenhuizen’ liep hij langs het spoor in de richting van de Oekraïense hoofdstad. Zonder officiële oppasser of begeleider passeerde hij gedurende drie dagen ruim twintig dorpen en collectieve boerderijen; hij zag Oekraïne op het moment dat de hongersnood op z’n ergst was, en noteerde zijn gedachten en impressies in aantekenboekjes die later bewaard werden door zijn zus:
Ik ging de grens over van Groot-Rusland naar Oekraïne. Overal sprak ik met boeren die ik tegenkwam. Ze vertelden allemaal hetzelfde verhaal. ‘Er is geen brood. We hebben al twee maanden geen brood meer gehad. Heel veel mensen sterven.’ In het eerste dorp waren geen aardappels meer en de winkel voor boerjak [suikerbiet] raakte leeg. Ze zeiden allemaal: ‘Het vee gaat dood, netsjem kormit [er is niets om ze te voeren]. Vroeger voedden wij de wereld en nu hebben wij honger. Hoe kunnen we zaaien als we nog maar een paar paarden hebben? Hoe kunnen we de grond bewerken als we verzwakt zijn door voedselgebrek?’
Jones sliep in boerenhutten op de grond. Hij deelde zijn eten met anderen en luisterde naar hun verhalen. ‘Ze probeerden mijn iconen weg te halen, maar ik zei dat ik een boer was, geen hond,’ vertelde iemand. ‘Toen we in God geloofden, waren we gelukkig en hadden we een goed leven. Toen ze probeerden God weg te nemen, kregen we honger.’ Een andere man vertelde hem dat hij al een jaar geen vlees had gegeten.
‘We stonden dit individu op allerlei manieren bij, en hij blijkt een bedrieger te zijn’
Jones zag een vrouw die stof spon om kleren van te maken, en een dorp waar de inwoners paardenvlees aten. Uiteindelijk werd hij aangesproken door een ‘militieman’ die zijn papieren wilde zien, waarna politiemensen in burger erop stonden hem te begeleiden op de volgende trein naar Charkov en hem naar de ingang van het Duitse consulaat brachten.
Hij bleef aantekeningen maken terwijl hij in Charkov was. Hij zag duizenden mensen in broodrijen staan: ‘Ze vormen om drie à vier uur ’s middags een rij om de volgende ochtend om zeven uur brood te krijgen. Het is ijskoud: enkele graden onder nul.’ Jones bezocht op een avond het theater – ‘Publiek: Heel veel lippenstift maar geen brood’ – en sprak met mensen over de politieke repressie en de massale arrestatiegolven die tegelijk met de hongersnood over Oekraïne neerdaalden. Hij schijnt te hebben geprobeerd in contact te komen met Oemanski’s collega in Charkov, maar die kreeg hij niet te pakken. Stilletjes verliet Jones de Sovjet-Unie. Enkele dagen later dook hij in Berlijn op bij een persconferentie die waarschijnlijk georganiseerd was door Paul Scheffer, de journalist van het Berliner Tageblatt die in 1929 uit de Sovjet-Unie was verbannen. Jones verkondigde dat in de Sovjet-Unie een grote hongersnood aan de gang was en legde een verklaring af:
Overal hoorde je de kreet: ‘Er is geen brood. We gaan dood.’ Deze kreet hoorde je in elke uithoek van Rusland, in het Wolgagebied, Siberië, Wit-Rusland, de Noordelijke Kaukasus, Centraal-Azië (…)
‘We wachten tot we dood zijn,’ luidde mijn welkom. ‘Kijk, wij hebben ons veevoer nog. Ga maar een eindje verder naar het zuiden. Daar hebben ze niets. Veel huizen zijn leeg omdat de bewoners al dood zijn,’ riepen ze.
Twee ervaren Amerikaanse journalisten in Berlijn namen Jones’ persconferentie op in hun krant, in de New York Evening Post (‘Rusland in de greep van hongersnood, miljoenen komen om, stijgende werkloosheid aldus Brit’) en de Chicago Daily News (‘Russische hongersnood nu even erg als uithongering in 1921 aldus secretaris van lloyd george’). Een breed scala aan Britse publicaties volgde. In de artikelen werd uitgelegd dat Jones een ‘lange wandeltocht door Oekraïne’ had gemaakt, zijn perscommuniqué werd geciteerd en er werden details toegevoegd over de grootschalige verhongering.
Ze merkten op, net als Jones zelf, dat hij de regels had geschonden die andere journalisten aan banden legden: ‘Ik trok door het zwarte-aardegebied omdat dat ooit de vruchtbaarste landbouwgrond van Rusland was en omdat de correspondenten daar niet heen mogen om met hun eigen ogen te zien wat er gebeurt’, schreef hij. Jones publiceerde erna nog een tiental artikelen in de London Evening Standard en Daily Express, maar ook in de Cardiff Western Mail.De autoriteiten die Jones met gunsten hadden overladen waren woedend. Maksim Litvinov, de minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie, klaagde boos tegen ambassadeur Majski. ‘We stonden dit individu op allerlei manieren bij, hielpen hem bij zijn werk, ik stemde zelfs in met een ontmoeting, en hij blijkt een bedrieger te zijn.’
Direct na Jones’ persconferentie kondigde Litvinov een nog strenger verbod op reizen buiten Moskou door journalisten af. Majski beklaagde zich later bij Lloyd George, die zich distantieerde van Jones, verklaarde dat hij de reis niet gesteund en Jones niet als zijn vertegenwoordiger gestuurd had. Het is niet bekend wat hij echt dacht, maar Lloyd George zag Jones nooit meer terug. De persafdeling in Moskou was zelfs nog bozer. Haar leden wisten vanzelfsprekend allemaal dat het waar was wat Jones had verkondigd, en enkelen zaten al te vlassen op manieren om hetzelfde verhaal te vertellen. Malcolm Muggeridge, die toen de correspondent was voor The Manchester Guardian – in de plaats van Chamberlin, die het land uit was – had net via de diplomatieke post drie artikelen het land uit gesmokkeld.
The Guardian publiceerde ze anoniem, met veel inkortingen die waren uitgevoerd door redacteuren die het niet eens waren met zijn kritiek op de Sovjet-Unie, en daar werd haast geen aandacht aan geschonken: ze botsten met grotere verhalen over Hitler en Duitsland. Maar de rest van de persdienst, die afhankelijk was van de welwillendheid van Oemanski en Litvinov, sloot de gelederen tegen Jones. Lyons beschreef nauwgezet wat er gebeurde:
De vernedering van Jones was de meest onaangename taak die ons wachtte in jaren van gejongleer met feiten om dictatoriale regimes te behagen – maar we vernederden hem wel degelijk, unaniem en in haast identieke ambigue formuleringen. De arme Jones moet de meest verbaasde mens op aarde geweest zijn toen de feiten die hij zo nauwgezet uit onze mond verzameld had, ondergesneeuwd werden door onze ontkenningen (…) In een sfeer van beschaafd geven en nemen werd er onder de schittering van Oemanski’s vergulde glimlach stevig gemarchandeerd, voor een formele ontkenning was uitgewerkt. We gaven voldoende toe om ons geweten te sussen, maar in omslachtige bewoordingen die Jones veroordeelden als een leugenaar. Toen het vuile zaakje was volbracht, bestelde iemand wodka en zakoeski.
Of die bijeenkomst nu wel of niet werkelijk plaatsvond, dit vat metaforisch gezien wel samen wat er vervolgens gebeurde. Op 31 maart, slechts een dag nadat Jones in Berlijn zijn uitspraken gedaan had, reageerde Duranty zelf. ‘Russen lijden honger maar verhongeren niet’ luidde de kop in The New York Times. In het artikel deed Duranty zijn uiterste best om Jones belachelijk te maken. Uit Britse bron verschijnt een enorm griezelverhaal in de Amerikaanse pers over hongersnood in de Sovjet-Unie, met ‘al duizenden doden en nog eens miljoenen voor wie dood en uithongering dreigen’.
De auteur ervan is Gareth Jones, een voormalig secretaris van David Lloyd George die onlangs drie weken in de Sovjet-Unie doorbracht en tot de slotsom kwam dat het land ‘aan de rand van een verschrikkelijke ineenstorting’ stond, zoals hij aan onze verslaggever vertelde. Meneer Jones heeft een scherp en levendig verstand, en hij heeft de moeite genomen om Russisch te leren, dat hij bijna vloeiend spreekt, maar onze verslaggever was van mening dat meneer Jones nogal snel een oordeel geveld had en vroeg hem waar het op gebaseerd was. Hij bleek een wandeling van ruim 60 kilometer te hebben gemaakt langs dorpen in de buurt van Charkov en treurige omstandigheden te hebben gezien. Ik opperde dat dat een nogal gebrekkige dwarsdoorsnede was van een groot land, maar niets kon zijn overtuiging van een naderende ondergang aan het wankelen brengen.
Duranty vervolgde met een uitdrukking die later berucht zou worden: ‘Om het cru te zeggen: waar gehakt wordt vallen spaanders.’
Vervolgens legde hij uit dat hij ‘uitputtend onderzoek’ gedaan had en tot de conclusie gekomen was dat de ‘omstandigheden slecht zijn, maar er geen hongersnood heerst’. Jones schreef een verontwaardigde brief aan de hoofdredacteur van The Times, waarin hij geduldig zijn bronnen opsomde en de persafdeling in Moskou aanviel:
De censuur heeft meesters in eufemismen en understatements van ze gemaakt. Vandaar dat ze ‘hongersnood’ braaf ‘voedseltekort’ noemen en dat ‘omkomen van de honger’ verzacht wordt tot ‘wijdverbreide sterfte door ziekten als gevolg van ondervoeding’.
“Russen lijden honger maar verhongeren niet” werd de algemeen aanvaarde wijsheid
En daar bleef het bij. Duranty overschaduwde Jones: hij was beroemder, werd meer gelezen, was geloofwaardiger. Hij werd ook niet tegengesproken. Lyons en Chamberlin uitten later spijt dat ze hem niet harder bestreden hadden. Maar op het moment zelf schoot niemand Jones te hulp. Wat Jones zelf betreft: hij werd toen hij in 1935 verslag deed vanuit Mongolië ontvoerd en vermoord door Chinese bandieten.
‘Russen lijden honger maar verhongeren niet’ werd de algemeen aanvaarde wijsheid. Ze viel ook mooi samen met de actuele harde politieke en diplomatieke overwegingen. Europeanen gingen zich in 1934 en 1935 nog meer zorgen maken over Hitler. De nieuwe regering-Roosevelt zocht eind 1933 actief naar redenen om slecht nieuws over de Sovjet-Unie te negeren. Het team rond de president was tot de conclusie gekomen dat het door de ontwikkelingen in Duitsland en de noodzaak om de Japanners in toom te houden tijd werd dat de VS eindelijk volwaardige diplomatieke betrekkingen aangingen met Moskou. Roosevelt werd door zijn belangstelling voor centrale planning en voor de in zijn ogen grote economische successen van de Sovjet-Unie – de president las de verslagen van Duranty zorgvuldig – aangemoedigd te geloven dat er ook een lucratieve commerciële relatie mogelijk was.
Uiteindelijk sloten de twee landen een overeenkomst. Litvinov arriveerde in New York om deze te ondertekenen – vergezeld door Duranty. Duranty werd tijdens een overvloedig banket voor de minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie in het Waldorf Astoria voorgesteld aan de 1500 gasten. Hij stond op en maakte een buiging. Dit werd gevolgd door een luid applaus. Duranty’s naam, schreef The New Yorker later, veroorzaakte ‘het enige echt langdurige pandemonium’ van de avond. ‘Je kreeg bijna de indruk dat Amerika, in een aanval van scherpzinnigheid, zowel Rusland als Walter Duranty erkende.’ Daarmee leek de doofpotpolitiek voltooid.
Dit is een voorpublicatie uit Rode hongersnood van Anne Applebaum, dat op 25 januari 2018 verscheen bij AmboAnthos.
De afgelopen tien jaar emigreerden miljoenen Oost-Europeanen naar West-Europa. Als de trend zich voortzet dreigt een demografische ramp.
In een recente videoboodschap adviseerde de Poolse regering haar burgers om een voorbeeld te nemen aan het voortplantingsgedrag van konijnen. Op humoristische toon werden de mensen aangespoord om evenveel nakomelingen te produceren als de dieren, zich op dezelfde manier voort te planten (‘zonder stress’) en dit te doen ‘in de frisse buitenlucht’.
De kleurrijke video is niet de enige manier waarop de Poolse regering het geboortecijfer wil opkrikken. Via het programma 500Plus, het paradepaardje van premier Beata Szydlo, worden hoge toeslagen verstrekt voor het krijgen van baby’s: zo’n 117 euro per maand voor het tweede en alle volgende kinderen. ‘Kinderen zijn de beste investering in de toekomst, maar ze kosten ook geld,’ verklaarde Szydlo. Ze voegde eraan toe dat ‘ondersteuning van gezinnen een prioriteit is voor de regering’. Alleen al dit jaar is er 5 miljard euro voor dit programma uitgetrokken.
Zo blijft regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid zich inzetten voor een hoger geboortecijfer, dat zo belangrijk is voor het land. Hoewel Polen een van de meest katholieke landen is van Europa, en abortus er verboden is, is het vruchtbaarheidscijfer, met slechts 1,32 kind per vrouw, het op een na laagste van de EU. Gecombineerd met de massale emigratie van Polen – hun aantal in de rest van de EU wordt geschat op 2,5 miljoen (waarvan 1 miljoen alleen al in het VK) –, staat Polen mogelijk een demografische ramp te wachten. Volgens een studie van Eurostat zou de Poolse bevolking, als de huidige trend zich voortzet, over twee generaties afnemen van de huidige 40 miljoen tot 30 miljoen inwoners.
Ook veel andere landen zullen te maken krijgen met een vergelijkbare en vaak nog ergere demografische crisis. Warschau doet nog zijn best om een ramp af te wenden (niet alleen door het geboortecijfer te stimuleren, maar ook door de afgelopen twee jaar meer dan 1 miljoen werkvisa aan Oekraïeners af te geven), maar voor andere Oost-Europese landen is het al te laat. In Bulgarije is de bevolking afgenomen van 9 miljoen inwoners in 1990 tot 7 miljoen in 2017. De grote meerderheid van de Bulgaren die vertrokken zijn voor een beter leven, meestal in het westen van de EU, bestaat uit jongeren. Het lot van Roemenië is amper beter te noemen: van de circa 20 miljoen Roemenen zijn er 3 miljoen naar het Westen getrokken om er te gaan werken.
Grootste probleem van de EU
Voor twee Baltische staten is de situatie het meest dramatisch. In Letland zijn er nog maar twee miljoen inwoners over van de 2,5 miljoen in 1990. De verhouding Letten/Russen in Letland is vrijwel ongewijzigd, omdat de Russen in Letland ook emigreren. In Litouwen is het aantal inwoners gedaald van 3,7 miljoen naar 3,3 miljoen. ‘Zeventig procent van de mensen die naar het buitenland vertrekken, heeft een opleidingsniveau dat hoger is dan het secundair onderwijs en bijna twee derde is jonger dan dertig jaar,’ aldus Audra Sipaviciene, Litouws migratiedeskundige.
‘Deze grote trek van het Oosten naar het Westen en de ontvolking in de nieuwe lidstaten is misschien wel het grootste probleem waar de EU mee kampt, belangrijker nog dan de illegale immigratie,’ verklaart een hoge Tsjechische diplomaat. ‘Het is trouwens misschien wel de reden waarom het Verenigd Koninkrijk de Unie verlaat. Een paradoxaal besluit voor een lidstaat die als eerste zijn grenzen opende voor de massale immigratie uit de nieuwe lidstaten.’
In 2030 zal de EU de oudste bevolking ter wereld hebben, met een gemiddelde leeftijd van 45 jaar, tegenover 33 jaar wereldwijd. Volgens Brussel zal de situatie in landen als Letland en Bulgarije ‘bijzonder dramatisch’ zijn. De Tsjechische Republiek vormt een uitzondering. De bevolking neemt naar verwachting niet af omdat de economische emigratie er minimaal is.
Belangrijkste informatieve dagblad van het land. Het blad is voortgekomen uit het officiële orgaan van de Jonge Socialisten, ‘Jong Front’, heeft een kleine revolutie doorgemaakt (dnes betekent ‘vandaag’) en pretendeert een onafhankelijke en democratische krant te zijn en een ‘luis in de pels’.
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
Ode aan het Malinese nachtleven
Bannelingen uit Mali toeren de wereld over
MUZIEK – Er is geen land waar muziek zo’n groot deel uitmaakt van het dagelijks leven als Mali. Muziek staat er voor educatie, verheffing, verbondenheid en, volgens een van de muzikanten die in de documentaire They Will Have to Kill Us First worden gevolgd, zelfs voor het vrije woord. Reden te meer voor islamitische rebellen om in 2012 in Noord-Mali in naam van de sharia behalve op roken en drinken ook een verbod op muziek uit te brengen. Radiostations worden vernield en veel artiesten vluchten van Timboektoe naar Bamako.
Onder hen zijn ook Aliou, Garba en Oumar Touré (geen familie), drie afgestudeerden die, zoals in de genoemde documentaire te zien is, in hun vluchtelingenkamp in Burkina Faso de groep Songhoy Blues vormen, genoemd naar het volk waarvan ze afstammen. Ze willen de sfeer van het noorden oproepen en de muziek doen herleven. ‘Ik rook niet, ik drink niet, maar hoe moet ik me een wereld voorstellen zonder muziek?’ zegt Garba tegen Le Monde.
De band wordt gespot door Africa Express, het scoutingproject van Blur- en Gorillaz-zanger Damon Albarn, en neemt een nummer op met Nick Zinner, de Amerikaanse gitarist van Yeah Yeah Yeahs. Hun eerste album, Music in Exile, wordt door Helen Brown van The Daily Telegraph getypeerd als Afrikaanse bluesrock waarin ‘zowel de heimwee van de banneling doorklinkt als muzikale rebelsheid’. The Guardian hoort ‘Songhoy-invloeden omgevormd tot strakke, indringende riffs en funky gitaarwerk, verrijkt met blaasinstrumenten en keyboards’. De band groeide naar eigen zeggen op met ‘de Beatles, Jimi Hendrix en John Lee Hooker, gevolgd door een dieet van hiphop en r&b’ en heeft ‘een grote liefde voor de elektrische gitaar’. Dat laatste zal de reden zijn dat Iggy Pop op het nieuwe album Résistance een vocal krijgt in het nummer Sahara (waarop hij zijn kijk poëtisch verwoordt: ‘There ain’t no pizza, it’s a genuine culture, no Kentucky Fried Chicken’). Ook de Londense rapper met Ethiopische roots Elf Kid en popband Stealing Sheep uit Liverpool zijn gastartiest op dit album.
De bandleden, die inmiddels de wereld over toeren, vinden het belangrijk muziek te maken die dansbaar is – zoals het nummer Bamako, ‘een swingende ode aan het bruisende nachtleven’ daar, aldus Rolling Stone – en soms aan het denken zet. ‘De rest van de wereld bekommerde zich pas om Mali toen de muziek werd verbannen,’ zegt Garba tegen The Australian. Om eraan toe te voegen dat hij dat best snapt. ‘Muziek is zo fundamenteel. Een fundamenteel recht.’
Op 24 november speelt Songhoy Blues in Paradiso in Amsterdam.
Controverse over fictieve zoektocht naar Oekraïense bruid
FOTOGRAFIE – Naar aanleiding van de tentoonstelling in Foam waarbij het werk van de Zwitserse fotograaf Romain Mader (1988) te zien zal zijn, ontving het fotomuseum een petitie, ondertekend door zo’n vijftig overwegend Russische prominenten uit de kunst- en journalistieke wereld, waarin het ‘vriendelijk maar dringend wordt verzocht de uitslag van de Foam Paul Huf Award 2017 [bestaande uit o.a. 20.000 euro en een solotentoonstelling in Foam] te heroverwegen’, vanwege de bijdrage ervan aan de toch al stereotiepe blik van West-Europeanen (change.org). Mader won de prijs naar aanleiding van zijn fotoserie Ekaterina, over een fictief Oost-Europees land waar alleen blondines wonen, waar je aan de grens de lengte en cupmaat van je ideale vrouw opgeeft, en waar hij op zoek gaat naar een bruid.
De jonge fotograaf, die in Zürich en Lausanne studeerde, zag zich toen hij in 2009 voor het eerst met vrienden naar Oekraïne reisde geconfronteerd met de vooroordelen die westerse mensen van dat land hebben. Zo brachten hij en zijn vrienden altijd een fles wodka mee om in de trein met vreemden te drinken, maar bleek daar geen belangstelling voor te bestaan, vertelt hij Bird In Flight. Ook waren mensen niet stug en nors maar vriendelijk en behulpzaam. Hij wilde spelen met deze misvattingen en maakte een aantal fotoseries waarin deze tot in het absurde zijn doorgetrokken: op alle billboards zijn nakende vrouwen te zien en in de straten is geen man te bekennen.
Zelf is Mader verbaasd dat niet iedereen de ironie ervan inziet. In een interview met Schön Magazine zegt hij: ‘Soms krijg ik uit het publiek de vraag hoe het met mijn vrouw gaat. (…) Ik begrijp niet dat ze het zo serieus nemen.’
Liza Premiyak van The Calvert ziet de ironie er wel van in, maar de humor niet. ‘De foto’s zijn grappig omdat de vrouwen, terwijl Mader zijn rol speelt, hun uiterste best doen om op commando te lachen en te poseren’, maar ‘in een regio waarin (…) huiselijk geweld onlangs gedecriminaliseerd is en de Poolse conservatieve politicus Korwin-Mikke vrouwen beschreef als “kleiner, zwakker, dommer”, is het opeens niet zo grappig meer’. Maders werk, concludeert ze, is satire om de satire.
Recensenten van o.a. Phroom en British Journal of Photography zijn het eens met de juryleden, onder wie Teju Cole en de fotografiedirector van Le Monde, dat Maders werk door het spel met fictie en werkelijkheid juist zeer gelaagd is en ‘opvalt vanwege de humoristische benadering van serieuze onderwerpen: eenzaamheid, liefde en de exploitatie van het vrouwelijk lichaam’.
Ekaterina is vanaf 19 november te zien in Foam in Amsterdam.
Minder absurd maar niet minder luguber
Feelbadmovie geïnspireerd op Griekse mythe
FILM – Na Lobster, waarin vrijgezellen 45 dagen hebben om verliefd te worden of anders in een dier veranderen, lijkt The Killing of a Sacred Deer van de Griekse regisseur Yorgos Lanthimos, die in Cannes de prijs voor het beste scenario won, in eerste instantie redelijk normaal. Steven (hartchirurg), zijn vrouw Anna (oogheelkundige) en hun zoon en dochter vormen een modelgezin, zij het dat ‘hun persoonlijkheden zich niet laten omschrijven, aangezien ze die niet hebben’, aldus maandelijks cultuurwebzine Paste.
Maar niet voor niets wordt de film vergeleken met werken van Polanski, Kubrick, Haneke en de ijzingwekkende films Mother! en Sophie’s Choice. ‘Onder het kalme oppervlak zitten monsters verborgen’, schrijft The Boston Globe. Die hebben onder meer de vorm van een geheime ‘vriendschap’ tussen Steven en de vijftienjarige Martin, wiens vader op Stevens operatietafel is gestorven. Dat gegeven, in combinatie met de titelverwijzing – naar de Griekse mythe waarin Artemis Agamemnons dochter Iphigeneia opeist omdat hij per ongeluk haar lievelingshert heeft gedood – maakt het kijken van deze zogenoemde feelbadmovie ‘een onheilspellende, ongemakkelijke ervaring’ . De vraag is of Martin even barmhartig is als Artemis, die de jonge Iphigeneia op het laatst vervangt door een hert. En of Steven net als Agamemnon, met in het vooruitzicht een gunstige wind zodat hij kan uitvaren naar de Trojaanse Oorlog, zal bezwijken, zodat de liefde voor zijn gezin als vaker in Lanthimos’ universum ‘een constructie blijkt die uiteenvalt zodra grotere krachten in het spel zijn’ (Vox).
In dit universum doen andere vragen – zoals: Waarom belt Steven de politie niet? Waarom verhuist hij niet gewoon? – er volgens Rolling Stone minder toe. Maar Paste vindt een tragedie geen excuus voor inconsistenties en een gebrekkig plot, en noemt de film ‘net goed genoeg om duidelijk te maken hoeveel beter [Lanthimos] eerder was’.
The Killing of a Sacred Deer gaat op vrijdag 10 november in voorpremière (met inleiding) in Cinecenter, Amsterdam.
NON–FICTIE – ‘Het dient als smeermiddel voor onze conversaties, verheft ons uit het alledaagse, waarin we vernieuwd terugkeren, met een groter begrip en waardering voor de dingen.’ Aldus Jay McInerney over zijn grote passie: wijn. Hij kwam ermee in aanraking toen hij bij een boozeteria werkte in Syracuse, New York, waar hij de wijnboeken las en zo af en toe een fles opende om te proeven. Hij studeerde destijds samen met Tobias Wolff en Raymond Carver, publiceerde in 1984 zijn eerste roman: Bright Lights, Big City en leidde een wild bestaan met drugs, modellen, vier huwelijken en vrienden als Julian Barnes en Bret Easton Ellis.
Toen Lyon Press hem in 2000 benaderde om de wijncolumns die hij sinds 1996 voor House & Wine schreef te bundelen, vond Knopf, zijn eigen uitgever, het best zolang ze er zelf niets mee te maken hoefden te hebben. De auteur zelf leek het wel een leuk relatiegeschenk. Er werden 40.000 exemplaren van de bundel verkocht. Inmiddels is McInerney door Salon uitgeroepen tot ‘beste wijnschrijver van Amerika’ en heeft hij drie wijnboeken op zijn naam (waarvan nummer twee en drie gepubliceerd door Knopf). Het tweede, Een hedonist in de kelder, verschijnt op 6 november in een vertaling van Catalien en Willem van Paassen bij Hollands Diep.
‘Ben je een verstandig persoon met een gezin, een fulltimebaan en een vast geloof in oorzaak en gevolg, vermijd dan de Côte d’Or’
McInerney dankt zijn succes aan zijn originele metaforen en persoonlijke, lichte anekdotes waarmee hij zijn groeiende expertise met de lezer deelt. Book Reporter sneert zelfs dat wijnsnobs zouden vallen over zijn nonchalante toon, als ze niet ‘te druk [waren] met het beschrijven van hun eigen smaakbevindingen’. Michael Steinberger merkt in The New York Times tevreden op dat de tijd waarin de VS ‘een cabernet punten gaven en de Britten hem poëzie schonken’ voorbij is, getuige een passage als deze: ‘Ben je een verstandig persoon met een gezin, een fulltimebaan en een vast geloof in oorzaak en gevolg, vermijd dan de Côte d’Or. Als je eenmaal de vervoering van een fles goede bourgogne hebt ervaren, kan het zomaar gebeuren dat je zonder nog een cent op zak zit te kwijlen boven de bourgognecatalogus en je seksuele diensten aanbiedt aan sommeliers.’
Robin McKie (The Guardian) vindt McInerneys werk een tikkeltje ‘onbeheerst’. Hij verwondert zich over het uitblijven van katers ‘die de overweldigende behoefte oproepen in elkaar te kruipen en te sterven. (…) Ze drinken maar door en door, schijnbaar zonder ooit ergens last van te hebben.’ Maar hij klaagt niet, laat ‘Jay McInerneys onderhoudende uitstapje in de wereld van de wijnkenner’ zich smaken als een glas licht gekoelde Guigal Condrieu: ‘iets om van te genieten, maar niet voor al te lang’. De Engelse recensent is aanzienlijk zuiniger dan de Amerikanen, die het boek ‘onweerstaanbaar’ (Goodreads) en ‘briljant, komisch en schaamteloos openhartig en provocerend’ noemen .
Steinberger heeft toch één klacht: sommige stukjes zijn te kort, zoals dat waarin de auteur tijdens een bezoek aan New Orleans voor de verandering absint drinkt en uitweidt over zijn eigen drugsverleden. Gelukkig voor de recensent kreeg McInerney na de verschijning van A Hedonist in the Cellar een ruimere column in The Washington Post. Inmiddels schrijft hij voor lifestylewebzine Town & Country.
Mikheil Saakashvili, ex-president van Georgië en later gouverneur van de Oekraïense regio Odessa, verloor eind juni zijn Oekraïense staatsburgerschap. Maar zelfs stateloos droomt hij van een comeback.
Mikheil Saakashvili is stateloos. Hij bezit geen enkele nationaliteit meer. Een soort Karl Marx, die geboren was in Pruisen maar stateloos werd vanwege zijn politieke ideeën. Het ontnemen van de nationaliteit van een politicus komt in de eenentwintigste eeuw maar zelden voor. Maar Saakashvili heeft tot tweemaal toe met een dergelijk schandaal te maken gehad: in 2011, toen hij zijn belangrijkste opponent Bidzina Ivanishvili het Georgische staatsburgerschap ontnam, en in 2017, toen hemzelf het Oekraïense staatsburgerschap werd ontnomen door de autoriteiten in Kiev, op het moment dat hij onderweg was naar de Verenigde Staten. Een soort Tom Hanks in de film The Terminal, die een stateloze speelt die wordt vastgehouden op een Amerikaanse luchthaven.
Wees niet bang: de oude Amerikaanse vrienden van Saakashvili zullen een oplossing voor hem vinden, ook al zitten ze een beetje met hem in hun maag. Hij zal heus niet op een luchthaven hoeven te bivakkeren. Maar hij zal wel ingewikkelde procedures moeten ondergaan, Het is niet uitgesloten dat hem zijn Oekraïense nationaliteit, verkregen in mei 2015, zal worden teruggegeven, al doet het betreurenswaardige gebrek aan onafhankelijkheid van de Oekraïense justitie vrezen dat zoiets nog wel even op zich zal laten wachten. Officieel heeft hij zijn Oekraïense nationaliteit verloren (nadat hij in december 2015 afstand had gedaan van zijn Georgische nationaliteit) omdat hij foute informatie zou hebben verstrekt bij het invullen van een formulier: hij had inderdaad ‘verzuimd’ daarop te vermelden dat de Georgische justitie in 2014 een bevel tot voorlopige hechtenis tegen hem had uitgevaardigd. Saakashvili heeft kortgeleden verklaard dat het formulier vervalst is.
Blijft het feit dat zowel het verlenen van de Oekraïense nationaliteit (door de Oekraïense president Porosjenko, zijn vriend van de universiteit) als het ontnemen ervan een politieke achtergrond heeft. Kiev kan onmogelijk niet op de hoogte zijn van de juridische verwikkelingen van de ex-president in Georgië, waar hem elf jaar gevangenisstraf boven het hoofd hangt op grond van vier aanklachten. De aanhangers van Saakashvili, die de Oekraïense president eerst hemelhoog prezen, komen nu woorden tekort om degene die hun leider internationaal dakloos heeft gemaakt zwart te maken.
De Oekraïners hebben de Georgiërs met gelijke munt terugbetaald. ‘Het rondreizende circus van Georgië heeft lang genoeg geduurd,’ verklaarde Igor Mosseitsjoek, de afgevaardigde van de Oekraïense Radicale Partij, zinspelend op het team van voormalige hoge ambtenaren uit Georgië dat Saakashvili had laten overkomen om zogenaamde hervormingen door te voeren. De Georgische geschiedenis is rijk aan periodes waarin leiders een bittere nederlaag lijden. Maar die leiders wisten altijd hun waardigheid te behouden. Het meest beledigend voor onze nationale waardigheid is het feit dat Saakashvili zich als een clown heeft ontpopt, dat hij buitenlanders talrijke redenen heeft gegeven om de spot met Georgiërs te drijven, zoals de beroemde scène waarin hij voor een televisiecamera zijn stropdas opeet.
Ondanks het verlies van zijn nationaliteit heeft Saakashvili politieke plannen in Oekraïne (hij beloofde eerder dat hij er op 10 september zou terugkeren en rekent op de steun van zijn Beweging van Nieuwe Krachten, die hij daar rond een Georgische kern heeft opgebouwd*). Als hij meedoet aan de presidentsverkiezingen van 2018, kan hij rekenen op 4 à 5 procent van de stemmen en zou hij allianties kunnen aangaan met andere kleine partijen. Maar zulke bescheiden resultaten zullen de ambities van de voormalige president zeker niet kunnen bevredigen. In Oekraïne mikt hij, net als vroeger in Georgië, op de totale overwinning, en op totale wraak. Het probleem is dat hij over onvoldoende hulpmiddelen beschikt.
De omgeving van Saakashvili heeft hem altijd verzekerd dat hij een almachtige reus was
De omgeving van Saakashvili heeft hem altijd verzekerd dat hij een almachtige reus was. Zelf is hij altijd dol op vleierij geweest, zonder te beseffen dat hij langzaam maar zeker steeds meer werd gemanipuleerd. Zelfs als de ergste nachtmerrie bewaarheid zou worden en hij zich op een dag kandidaat zou kunnen stellen, zou een intelligentere tegenstander hem de loef afsteken en hem daarna als een oude vaatdoek in de politieke vuilnisbak dumpen. Zoiets strookt volstrekt niet met zijn opgeblazen ego. En daar ligt waarschijnlijk de belangrijkste reden voor al deze fiasco’s. Mikheil Saakashvili is tegenwoordig alleen nog maar een gewone sterveling, gezocht door de Georgische politie, zonder paspoort, rondhangend bij het Witte Huis in Washington. Maar hij droomt er nog altijd van keizer van de Melkweg te worden.
Radicale veranderingen, een Oekraïense herhaling van het ‘Georgische wonder’, strijd tegen de corruptie, snelle economische groei en stralende toekomstperspectieven – dat was waar de Odessieten, en meer in het algemeen de Oekraïners, op hoopten toen de voormalige president van Georgië in mei 2015 tot gouverneur van de regio Odessa werd benoemd door zijn vriend Petro Porosjenko. In minder dan twee jaar heeft de man die in 2003 aan de wieg van de ‘Rozenrevolutie’ stond zijn baan, zijn nieuwe staatsburgerschap en het vertrouwen van de Oekraïners verloren. De oorzaak? Diverse, volgens het Russische dagblad Kommersant, met als belangrijkste ‘het onvermogen van Saakashvili en zijn team om serieus werk te leveren’. Hij wilde ‘Oekraïne een Europees land laten worden’ en een bijdrage leveren aan dit proces. Maar het resultaat van zijn ‘hervormingen’ is teleurstellend.
Ambitieus als hij was, zag hij zijn gouverneurschap als een springplank naar een politieke carrière op nationale schaal. Hij is ‘vriendjes geworden met de oligarchen van Odessa’, die aanzienlijke bedragen op de bankrekening van zijn stichting ‘Voor Odessa’ stortten. In ruil daarvoor konden ze rekenen op zijn hulp bij het regelen van hun probleempjes. Hoopte hij op de steun van deze rijke vrienden bij zijn verkiezingscampagne? Zeker. Maar zijn relatie met Kiev werd met de dag gespannener. In 2015 had Porosjenko het charisma van Saakashvili nodig om zijn eigen imago en positie in de regio Odessa te versterken. De uiterst ‘hervormingsgezinde’ Saakashvili was ‘een lokaas voor Oekraïners die naar hervorming snakten, een goochelaar die de aandacht van het publiek afleidde van het verdwijnen van het konijn’. Maar toen Porosjenko de macht eenmaal stevig in handen had, besloot hij zich van de politieke showman te ontdoen. Eind 2016 beschuldigde Saakashvili Porosjenko van corruptie en van ‘samenzwering met de oligarchen’ en gaf hij zijn baan op om zich ‘volledig op de politiek te storten’, met als leitmotiv de felle kritiek op het regime. De stateloze Saakashvili is geen gevaarlijke concurrent meer voor Porosjenko. Maar hij mag nog altijd hopen een zekere rol te spelen, al zal die nauwelijks belangrijker zijn dan die van ‘briljante diener van repliek’.
Auteur: Dmitri Moniav
Saakashvili keerde inderdaad op 10 september jl. terug naar Oekraïne. Met een groep aanhangers doorbrak hij een politiepost bij de Pools-Oekraïense grens. Daarbij zouden 22 grensbewakers gewond zijn geraakt. Een paar dagen later arriveerde Saakashvili in de stad Lviv in het gezelschap van voormalig president Joelia Timosjenko, die hem steunt. Onverwachts kreeg hij ook steun van de hoogste aanklager in het land, Joeri Loetsenko, die verklaarde dat Saakashvili niet zou worden gearresteerd en vrij was om te gaan waar hij wilde.
‘Georgië en de Wereld’ brengt een onafhankelijke journalistiek en aarzelt om niet tegen de heersende macht in te gaan en de meest pijnlijke maatschappelijke nationale kwesties, zowel actuele als historische, aan de kaak te stellen
Na de Russische annexatie van de Krim stelde de EU sancties in tegen het gebied, die vorig jaar werden verlengd tot 23 juni 2017. Een Poolse journalist besloot te gaan kijken of de maatregelen ook werken. Kort samengevat: nee.
De controlepost op het Oekraïense schiereiland Tsjongar lijkt nauwelijks op een grensovergang. Hier geen strenge gebouwen, maar afdakjes van golfplaat. Twee naast elkaar geparkeerde groene legervoertuigen doen dienst als kantoortje. Door de raampjes controleren de grenswachters de paspoorten. Alles hier moet het tijdelijke karakter van de grensovergang benadrukken, in overeenstemming met de Oekraïense wet die bepaalt dat de Krim een gebied is dat tijdelijk door de Russen is bezet.
Aan de Russische kant is de situatie heel anders. Hier heerst grote luxe. Een driekleurige vlag en een inscriptie op de lange barrière van enkele honderden meters melden dat we de grenspost Djankoj naderen. Alsof men aan deze kant van de grens wil duidelijk maken: ‘We zullen hier altijd blijven.’ Voorgesprekje met de douanier. Fotokopieën van alle bladzijden van het paspoort. Enkele minuten later wijst de grenswacht naar het portiek van de Federale Veiligheidsdienst (FSB). Het gesprek duurt anderhalf uur en lijkt soms op een karikatuur van een verhoor.
‘Waarom gaat u naar de Krim? Waar gaat u logeren? Wie gaat u ontmoeten? Waarover gaat u praten? Heeft de Oekraïense inlichtingendienst u iets gevraagd op Tsjongar?’ vraagt de functionaris.
‘We schrijven over de manier waarop de Russische integratie verloopt.’
‘Verzamelt u getuigenverklaringen voor het geval dat het westen van Oekraïne zich bij Polen wil aansluiten?’ vraagt de Rus lachend.
Hij is beminnelijk. Hij probeert ons niet te laten voelen dat hij hier heer en meester is.
‘Heeft u in het leger gezeten? Zou u in het geval van oorlog de wapens oppakken? Om uw vaderland tegen de vijand te verdedigen?’ vervolgt hij.
‘Tegen wie zou die oorlog zijn?’ vragen we.
‘Ik heb het over een hypothetische vijand. Komt u uit Kiev?’ vraagt de man van de FSB om van onderwerp te veranderen. ‘Er zijn leuke meisjes in Kiev. Alle Oekraïense vrouwen zijn mooi,’ besluit hij.
Eenmaal op het grondgebied van de Krim kun je maar moeilijk geloven dat het door het Kremlin is geannexeerd. De meeste mensen die we spreken zeggen dat ze in hun dagelijks leven geen last hebben van de sancties. Zelfs de pro-Oekraïners denken dat die strikt theoretisch zijn. Maar weinigen klagen over ongemakken. De mensen betalen hun aankopen met creditcards van Visa of Mastercard die zijn uitgegeven door Russische banken. Pavel Jestkov, die voor de Russische Nationale Handelsbank (RNKB) werkt, legt ons uit dat de grootste bank van het schiereiland in maart een systeem heeft ingevoerd waardoor bewoners van de Krim van dezelfde diensten gebruik kunnen maken als de burgers van de Europese Unie. We ontmoeten hem in Simferopol, de hoofdstad van het schiereiland, in een restaurant niet ver van het monument voor ‘de groene mannetjes’, de Russische soldaten die hier in februari 2014 naartoe zijn gestuurd om het schiereiland te annexeren.
Geld en visa
Om het ijs te breken zegt Jestkov tegen ons Polen dat hij graag naar Zakopane gaat, het skistation in het hooggebergte van Zuid-Polen. Daarna stappen we over op serieuzere zaken. ‘Sinds december werkt onze bank aan een systeem dat ons in staat stelt de hotels op het schiereiland te betalen met een kaart van Visa of Mastercard die is uitgegeven door westerse banken,’ legt hij uit, waarmee hij en passant bevestigt dat iemand met een Russische creditcard die ook probleemloos kan gebruiken. We vragen hem of dat in overeenstemming is met de sancties die na de annexatie tegen Rusland zijn uitgevaardigd. Volgens hem wel. Voor betalingen van westerlingen heeft de RNKB een computer- en terminalsysteem gecreëerd dat een bemiddelende rol speelt bij deze transacties. Dat programma heet ‘Otiel’, oftewel ‘hotel’.
De betalingen belanden niet rechtstreeks vanaf de Krim op de rekeningen van Visa en Mastercard, maar via het centrale systeem in Moskou, dat deels is gecreëerd om niet in een totale oorlog met de creditcardmaatschappijen verzeild te raken. Volgens onze bronnen is het bureau van het Amerikaanse ministerie van Financiën dat buitenlandse tegoeden controleert en moet toezien op naleving van de sancties, volledig op de hoogte van deze procedure. Het probleem is alleen dat als je tegenwoordig op de Krim betaalt met een Russische Visakaart, het systeem niet herkent waar de transactie precies heeft plaatsgevonden, en ervan uitgaat dat die in Rusland is gerealiseerd. Daarmee is de sanctie niet langer van kracht, omdat ze alleen voor het bezette schiereiland geldt. Hoe is dat mogelijk?
Er is ook een tweede, heel eenvoudige manier om de sanctie te omzeilen; je hoeft je alleen maar tot een RNKB-filiaal op de Krim te wenden en een Russische betaalkaart te laten maken die je in staat zal stellen al je bankzaken in het hele land te regelen. ‘De bedrijfstak zal altijd een manier vinden om zich uit moeilijke situaties te redden,’ zegt een glimlachende Natalia Parkhomenko-Stamboelnikova, die leiding geeft aan de vereniging van kleine hoteliers op de Krim en ons een interview heeft toegestaan. ‘Het eerste jaar was moeilijk, maar daarna zijn we gewend geraakt aan de sancties en aan onze breuk met Oekraïne,’ voegt ze eraan toe.
Het omzeilen van de sancties gebeurt met instemming van de Russische regering en de centrale bank, die het nationale systeem voor betaalkaarten heeft ontwikkeld. Dit systeem speelt een bemiddelende rol en verwerkt alle geldbewegingen van de banken op de Krim. Rostourism, het agentschap dat zich met de ontwikkeling van het toerisme bezighoudt, maakt ook onderdeel uit van het systeem. Net als de plaatselijke overheid in Simferopol. Toch zorgen sommigen ervoor dat ze geen enkel document achterlaten, en gebeurt alles dus mondeling.
Tijdens het interview vertelt Pavel Jestkov ons niet dat de RNKB, waarvoor hij werkt, op de lijst van Russische instellingen staat die onder de westerse sancties vallen. De Europese Unie heeft de bank daar in augustus 2014 op gezet en de VS in maart 2015. Washington heeft de bank ervan beschuldigd de separatisten op het schiereiland te hebben gesteund tijdens de annexatie. Eigenaar van de bank is het federale agentschap dat verantwoordelijk is voor het onroerend goed. Niemand ontkent wat er aan de hand is. De premier van de Krim, Sergej Aksionov, heeft het publiekelijk toegegeven. ‘Er zijn procedures die het mogelijk maken de sancties te omzeilen. Maar ik ga de geheimen daarvan niet onthullen’, verklaarde hij tijdens een interview met persbureau Tass.
Hetzelfde scenario zien we bij visa. In principe krijgt de bezitter van een Russisch paspoort met een adres op de Krim geen visum voor de Europese Unie of de Verenigde Staten. Maar dat is zuiver theorie. Na de annexatie hebben de Russische autoriteiten de bewoners van de Krim gedwongen federale identiteitspapieren aan te vragen (wie niet de Russische nationaliteit bezit kan niet naar de dokter en vindt geen werk), waarbij ze uit puur pragmatisme de ogen sluiten voor het feit dat de bewoners hun Oekraïense paspoort hebben behouden, waarin de Schengen-visa staan. Onze gesprekspartner heeft dus twee paspoorten en twee adressen. Het ene in Simferopol, waar hij Rus is en Sergej heet, het andere in Cherson, waar hij Oekraïner is en Serhij heet. Als hij naar Duitsland wil, gaat hij naar de Duitse ambassade in Kiev en ontvangt daar probleemloos een visum.
Hij vertelt dat hij onder de tafel achthonderd euro aan een bemiddelaar heeft betaald om een visum voor een West-Europees land te krijgen
Om zijn leven makkelijker te maken bezit Sergej/Serhij ook twee verschillende kentekenplaten. Als hij zijn zuster in Cherson bezoekt, gebruikt hij zijn Oekraïense nummerbord, dat hij monteert in zijn garage zodat niemand het ziet. Maar als hij op de Krim rijdt, gebruikt hij zijn Russische kentekenplaten om geen achterdocht te wekken bij de politie. De procedure is simpel: toen de Russen na de annexatie de kentekenbewijzen hebben veranderd, heeft onze gesprekspartner op advies van een ambtenaar aangifte gedaan van het verlies van het zijne en van zijn kentekenplaten. De politie gaf hem een aangiftebewijs en tegelijkertijd nieuwe Russische nummerborden. In Oekraïne ontving hij op vertoon van het aangiftebewijs ook geheel legaal een nieuw kentekenbewijs en nieuwe nummerborden. Een groot aantal automobilisten op de Krim heeft hetzelfde gedaan.
Volgens onze informatie bevinden de ambtenaren op de Krim van wie het paspoort is ingenomen zich in een moeilijker situatie. Maar ook daar valt wel wat te regelen. Een van de mensen die we spreken verzekert ons dat er inmiddels gespecialiseerde diensten zijn die hun hulp aanbieden om problemen te voorkomen. Hij vertelt dat hij onder de tafel achthonderd euro aan een bemiddelaar heeft betaald om een visum voor een West-Europees land te krijgen.
Sebastopol heeft een status apart en valt niet onder het gezag van de Krim (de stad is een integraal onderdeel van de Russische Federatie). Hetzelfde geldt voor zijn haven, die zijn verbinding met de wereld garandeert. Na de annexatie was alle commerciële activiteit er praktisch tot stilstand gekomen. Maar nu meren er volgens onze gesprekspartner regelmatig schepen onder Turkse vlag aan. Dit wordt bevestigd door de politicoloog Taras Berezovec, die afkomstig is van de Krim en nauwe banden heeft met de Oekraïense regering. De autoriteiten in Kiev weten heel goed dat Turkse schepen het embargo schenden. ‘Het gaat om tientallen schepen. Alles verloopt volgens een vaste procedure. De schepen varen onder hun eigen Turkse vlag,’ bevestigt Berezovec. Ankara heeft veel ervaring op dit gebied. Dankzij de Turken kon Abchazië, een separatistische regio van Georgië, producten uit het buitenland importeren voordat Moskou in 2008 zijn onafhankelijkheid erkende.
Het omzeilen van de sancties tegen de Krim begon op een onschuldige manier, met mobiele telefoons. Noch onze Poolse simkaarten noch Oekraïense stonden roaming toe. Na de annexatie hebben de Oekraïense providers zich van de markt teruggetrokken. De Russen durfden zich de mobiele telefoniemarkt op de Krim ook niet toe te eigenen, uit vrees voor sancties. Maar het probleem was snel opgelost, zoals we kunnen constateren. We kopen onze simkaart bij MTS, de grootste Russische provider van mobiele telefonie. Als die eenmaal is geactiveerd, hebben we een nummer dat is geregistreerd in de regio Krasnodar, een Russisch gebied dat grenst aan de Krim en waarmee het schiereiland een akkoord heeft gesloten. Zo functioneert de telefoon via roaming op de Krim voordat we daar ooit een voet hebben gezet. Volgens contract is niet MTS de provider van mobiele telefonie op de Krim, maar de plaatselijke provider K-telekom. Daardoor betaalt de gebruiker geen roamingkosten. Je betaalt net zo veel als wanneer je binnen Rusland belt.
Er zijn ook nog steeds westerse bedrijven op het schiereiland actief. Tijdens een wandeling passeren we een METRO Cash & Carry, een Duits detailhandelsbedrijf dat twee filialen op de Krim bezit. Ook de Franse supermarktketen Auchan is aanwezig. We vragen de twee bedrijven of ze zich wel aan de sancties houden. ‘Metro AG houdt zich aan de wet en de Europese regels. En in dit specifieke geval aan de sancties. Wij handelen overeenkomstig de Russische handelswetten, zodat de sancties niet op ons van toepassing zijn,’ aldus Leiding Chen, de woordvoerder van Metro AG.
Auchan deelt ons mee dat het merk heeft besloten ‘de Krim te blijven bevoorraden, vooral op het gebied van voedingsmiddelen. Wij hebben besloten de plaatselijke werkgelegenheid (250 mensen) te handhaven. Daarom blijft onze supermarkt in Simferopol open. Wij handelen overeenkomstig de wet en de regels van de EU,’ verklaart Marie Vanoye, persvoorlichter van Auchan. Ze benadrukt dat ‘de activiteiten van Auchan op de Krim op geen enkele manier indruisen tegen de sancties van de EU, en evenmin tegen de Oekraïense wet’.
In het centrum van Sebastopol heeft de plaatselijke onderneming Smak de voormalige Kentucky Fried Chicken (KFC) vervangen door Crimean Fried Chicken (CFC). In plaats van Starbucks is er nu Starmaks
Desondanks heeft een groot deel van de westerse bedrijven de Krim verlaten. Maar plaatselijke bedrijven zijn in het gat gesprongen. In het centrum van Sebastopol heeft de plaatselijke onderneming Smak de voormalige Kentucky Fried Chicken (KFC) vervangen door Crimean Fried Chicken (CFC). In plaats van Starbucks is er nu Starmaks, en in plaats van iStore ruStore, dat Apple-producten verkoopt die afkomstig zijn uit Rusland. ‘We kunnen zonder problemen westerse merkkleding en cosmetica kopen. Alles is er, alleen komt het nu via het Russische continent,’ vertelt een zakenvrouw op de Krim. Vroeger verwees het woord ‘continent’ naar Oekraïne, tegenwoordig naar Rusland.
Eenmaal terug op het grondgebied dat door Oekraïne wordt bestuurd passeren we opnieuw de controle van de FSB en de douaniers. Een uur lang worden we uitvoerig ondervraagd. De grenswacht kijkt aandachtig naar het Russische visum dat een hele bladzij van ons paspoort beslaat, want de kaart die de achtergrond vormt neemt veel ruimte in. Vreemd genoeg staat de Krim daar niet op. Zoals die ook niet binnen de contouren van de Russische Federatie figureert. Het schiereiland is, althans volgens dit Russische document, Oekraïens.
Auteur: Zbigniew Parafianowicz
Vertaler: Peter Bergsma
In Oekraïne wordt reikhalzend uitgekeken naar het Nederlandse referendum op 6 april. Kwaliteitskrant Den skypete met de Oekraïense ambassadeur in Den Haag, Oleksandr Horin, om de stemming te peilen.
Een van de grootste uitdagingen op het gebied van buitenlandse politiek voor Oekraïne dit jaar is het Nederlandse referendum over het Associatieverdrag tussen ons land en de EU dat op 6 april zal worden gehouden. Als enige land in de Europese gemeenschap besloot Nederland, na de ratificatie van het verdrag door beide parlementen, alsnog een volksraadpleging te houden over de relevantie van dit internationale document.
Bijna 448 duizend Nederlanders spraken zich uit voor het referendum, en op dit moment is nog altijd een meerderheid van de bevolking tegen het verdrag. Met het oog op het referendum publiceerde de Nederlandse regering op 19 februari een strategie over het Associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU. Dagblad Den [Dag] voerde via Skype een gesprek over het document met de Oekraïense ambassadeur in Nederland, Oleksandr Horin.
In het document worden ministers opgeroepen de Nederlandse kiezers te vertellen dat het Verdrag voordelig is voor de handel en voor ‘de gewone Oekraïner’. Ze moeten duidelijk maken dat het referendum niet gaat over het conflict met Rusland en Poetin, en dat de stembusgang niet bedoeld is om ongenoegen te uiten over de EU. Wat vindt u daarvan?
Dit is een reactie op de tegenstanders van het verdrag, die stellen dat ratificatie en implementatie zullen leiden tot een conflict met Rusland. Welnu, dat willen de Nederlanders absoluut niet. Ze vinden dat er met Rusland onderhandeld moet worden om een oplossing te vinden voor de problemen. Daarbij neemt de Nederlandse overheid al een behoorlijk harde positie in ten opzichte van Rusland. Zij heeft meermaals herhaald dat het land de territoriale integriteit van Oekraïne moet respecteren. Ook is Nederland bereid op Europees niveau de sancties tegen Rusland te versterken als Rusland het verdrag van Minsk niet nakomt en zijn gedrag niet verandert.
We moeten de Nederlanders laten zien dat Oekraïne voor Europa geen last is, maar een kans
En wat is de motivatie van de drie partijen die het initiatief hebben genomen tot dit referendum dat The Economist ‘vreemd’ noemde en dat volgens de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, bij een tegenstem kan leiden tot een ‘continentale crisis’?
Ten eerste is Nederland een van de landen met een groot aantal eurosceptici. Nederlanders zijn historisch gezien zelfvoorzienend en daarnaast behoorlijk succesvol in hun zoektocht naar medestanders om de verschillende uitdagingen uit noord, west en oost het hoofd te bieden. Daaruit volgt dat zij een principieel eigen aanpak hebben, die niet altijd overeenkomt met de zienswijze van de andere EU-leiders.
Aan de ene kant erkennen ze volmondig het belang van de Europese Unie als een project voor de Europese eenwording. Aan de andere kant staan zij extreem negatief tegenover enkele uitwassen van de EU, zoals de bureaucratie. De meerderheid van de Nederlanders is dan ook tegen de Europese bureaucratie, en ook de uitbreiding van de EU wordt gezien als een bureaucratische daad van een unie die simpelweg steeds meer landen wil opnemen teneinde steeds machtiger te worden. Volgens de Nederlanders leidt dit ertoe dat iedere nieuwe regering een stuk van de taart opeist en zo een last vormt voor de overige lidstaten. En daarmee weigeren de Nederlanders akkoord te gaan.
Interessant in dit verband is het feit dat de eerste vicepresident van de Europese Commissie en de Europese Commissaris voor regulering, rule of law en fundamentele rechten, de Nederlander Frans Timmermans is. Op deze manier proberen Nederlanders toch invloed uit te oefenen binnen de EU.
Dit referendum is voor Nederlanders dus grotendeels een middel om hun relatie met de EU uit te drukken. Nederlanders vertelden mij: dit referendum is niet tegen jullie gericht, maar tegen de Europese Unie. Neem het niet persoonlijk, het associatieverdrag met Oekraïne was gewoon de eerste kwestie om een referendum over te houden.
Natuurlijk, als we helemaal eerlijk zijn was de eerste kwestie de associatieovereenkomst met Georgië, de tweede met Moldavië en kwam Oekraïne pas als derde. Maar om de een of andere reden kozen ze Oekraïne. Dat betekent dat er nog andere factoren zijn die verklaren waarom nu juist het Oekraïense verdrag tot onderwerp van dit referendum is gemaakt. Veel mensen zeggen het openlijk: er is een sterke invloed van onze [Russische] buren.
‘De argumenten van Geenstijl zijn voor 99 procent Russische argumenten’
Hoe komt dit tot uiting?
Website GeenStijl en de andere partijen die tegen de associatie zijn, herhalen voor 99 procent Russische argumenten. Ze hebben het over de mogelijkheid van een confrontatie, over de interne breuklijn die in Oekraïne zou bestaan tussen het oosten en het westen, over de onmogelijkheid van corruptiebestrijding. Het zijn allemaal argumenten die de samenleving in zijn geslingerd door hen die wij zo naïef onze broeders noemden, en die op dit moment onze ergste vijanden zijn geworden.
Hoe wordt in Nederland gekeken naar de oorlog in Oost-Oekraïne?
De Russisch-Oekraïense oorlog wordt in de Nederlandse pers niet zo behandeld als wij zouden willen. De Nederlandse media zijn meer gericht op de eigen binnenlandse problemen, die er genoeg zijn. En aan de andere kant willen de Nederlanders niet het conflict ingezogen worden. Over het algemeen is hun positie als volgt: wij drijven handel, en op een gegeven moment zal dit alles ten einde zijn en kunnen wij onze handel voortzetten.
Wel is het zo dat iedereen in Nederland begrijpt dat Russische annexatie van de Krim een onwettige daad was. Den Haag positioneert zich als hoofdstad van het internationale recht, en als de Russische Doema afspraken niet nakomt, valt dat hier slecht. Op alle leugenachtige stemmen die zeggen dat Rusland het internationale recht niet heeft geschonden, wordt met sarcasme, of in ieder geval met ironie gereageerd.
U zei dat de media deze onderwerpen mijden, maar zijn er in Nederland dan geen filosofen en publicisten die Oekraïne steunen? Mensen als Robert van Voren, die een artikel schreef onder de titel: ‘Ik schaam mij voor de Nederlanders en hun houding ten opzichte van Oekraïne’?
Mensen als Van Voren, die zich publiekelijk en openlijk uitlaten, zijn er niet zo veel. Maar er zijn heel wat mensen die ons steunen, alleen al afgaand op de brieven die wij op de ambassade ontvangen. De ambassade ontving zelfs verzoeken om te mogen dienen in het Oekraïense leger of de luchtmacht. We krijgen ansichtkaarten van mensen die hun sympathie voor het Oekraïense volk betuigen of medeleven tonen met de moeilijke situatie waarin wij ons bevinden, en van mensen die zeggen dat ze voor het verdrag zullen stemmen.
Daarbij moet ik opmerken dat ondanks alle pogingen van onze grote buur om ons land te compromitteren tijdens de ramp met de MH17, het niet gelukt is om Oekraïne werkelijk in een kwaad daglicht te stellen.
Enkele Nederlandse politici probeerden politieke munt te slaan uit de ramp met de MH17, maar na de publicatie van het technische rapport – op dit moment wachten we op de resultaten van het juridische onderzoek – zijn dergelijke pogingen op niks uitgelopen. Op dit moment wordt het bewijsmateriaal zorgvuldig onderzocht. De Nederlanders zullen het presenteren op het moment dat zij daar klaar voor zijn, maar nu al kan worden gesteld dat de resultaten voor Rusland zeer verontrustend zullen uitpakken.
Ik denk dat Nederland nog een half jaar nodig heeft voor de voltooiing van het rapport. Wij moeten proberen te voorkomen dat er straks weer twijfel gezaaid wordt over de bevindingen.
Oleksandr Horin.
We weten dat Rusland de oprichting van een MH17-tribunaal heeft tegengehouden in de VN- Veiligheidsraad. Hoe kijken Nederlanders aan tegen de oprichting van een dergelijk tribunaal?
De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, zei dat de optie via de Veiligheidsraad is afgevallen vanwege de Russische positie. Daarom blijven nu twee opties open. De eerste is de oprichting van een tribunaal door één staat, bijvoorbeeld Nederland of Maleisië, dat ook slachtoffers aan boord van het vliegtuig had. De tweede is de oprichting van een tribunaal door meerdere landen.
Overheden stellen volgens u geen middelen ter beschikking voor het referendum. Maar de BBC stelde onlangs dat er bijna 50 duizend euro Nederlands belastinggeld gaat naar een bedrijf dat toiletpapier zal verspreiden tegen de ratificering van het Associatieverdrag tussen Oekraïne en EU.
Ja, dat klopt. Maar daarbij gaat het niet om overheidsdeelname in een campagne. De referendumwet voorziet in subsidies om campagnes te voeren met een voor-, tegen- en zelfs met neutraal standpunt. De gedachte is dat kiezers zich zo kunnen informeren over het onderwerp om tot een juiste keuze te komen.
Je kunt je wel afvragen hoe relevant het is om een wet ter discussie te stellen die gaat over de ratificatie van een internationaal verdrag. Dat is hetzelfde als de bevolking vragen om zich uit te spreken over de vraag of iemand schuldig is aan een misdaad. De belangrijkste campagnes die op dit moment door Nederlandse organisaties worden gevoerd (en daarbij hebben zich Oekraïense maatschappelijke organisaties aangesloten), zijn erop gericht om burgers de mogelijkheid te geven hun keuze tenminste een heel klein beetje te motiveren, zodat zij ten minste begrijpen waar het over gaat. De praktijk laat zien dat veel mensen in eerste instantie tegen het verdrag zijn, maar dat ze hun standpunt veranderen als hen duidelijk wordt waar het precies over gaat. Dat geeft reden tot optimisme, aangezien het uiteindelijk gaat om de vraag wie werkelijk baat heeft bij het verdrag.
‘Het moet de pragmatische Hollanders duidelijk gemaakt worden dat zij als enige zullen verliezen’
Een Belgische expert op het gebied van Europees recht publiceerde een goed artikel over de mogelijke gevolgen van een nee-stem. Volgens hem is er in dat geval maar één verliezer, namelijk Nederland. Alle anderen landen zullen juist gebruikmaken van de positieve elementen van het verdrag. Met andere woorden: het moet de pragmatische Hollanders duidelijk gemaakt worden dat zij als enige zullen verliezen. De ambassade kan niet deelnemen aan campagnes in de aanloop naar het referendum. We kunnen slechts objectieve informatie geven over het verdrag, maar mensen oproepen het te steunen dat mogen wij niet. De Weense Conventie van 1961 verbiedt ons dit.
Onze minister van Buitenlandse Zaken, Pavlo Klimkin, zei dat het Nederlandse referendum een van de grootste uitdagingen vormt voor Oekraïne in dit jaar. Hij zei ook dat we, om een positieve uitslag voor ons land te bewerkstelligen, het echte Oekraïne moeten laten zien. Hoe ziet u de Oekraiense strategie in deze kwestie?
Allereerst moeten we laten zien wat we hebben bereikt en wat Oekraïners voor mensen zijn. En we moeten laten zien wat er op het Maidan-plein is gebeurd [waar in 2013 de protesten begonnen die de val inluidden van president Viktor Janoekovitsj. De film Winter on Fire: Ukraine’s Fight for Freedom werd genomineerd voor een Oscar. Het idee is om de film aan zo veel mogelijk Nederlanders te tonen, omdat hij antwoord geeft op veel vragen die leven. Dat is een belangrijke zet die we moeten uitvoeren.
Ten tweede is het belangrijk om Nederlanders te laten zien dat Oekraïne voor Europa geen last is, maar een kans. Wij maken veilige producten, hebben grote voorraden uranium, en dan heb ik het nog niet over onze vruchtbare aarde. Toen de Nederlandse minister van Landbouw in 2010 Oekraïne bezocht, kwam hij terug met de boodschap: alles wat je in deze aarde stopt, zal groeien.
Precies dat is wat minister Klimkin bedoelde: we laten zien wat wij kunnen en overtuigen zo de Nederlanders ervan dat het verdrag ook voor hen nieuwe perspectieven creëert. Nederland is nu al de op een na grootste investeerder in Oekraïne, ná Cyprus. De handel tussen onze landen beslaat momenteel 1,5 miljard dollar.
Hebt u gesproken met de leiders van de partijen die tegen het associatieverdrag zijn?
De Nederlanders die het verdrag steunen, willen niet in discussie met mensen die al bij voorbaat tegen het verdrag zijn. Dat heeft weinig zin. Ze proberen liever mensen te overtuigen die nog geen beslissing hebben genomen.
Als argument vóór het verdrag kunnen we een citaat van de Amsterdamse professor in de financiële geografie, Ewald Engelen, opvoeren die zei: ‘Burgers kunnen eenvoudig tegen het verdrag stemmen, maar de genialiteit van het referendum bestaat erin dat er geen enkele consequentie aan verbonden is: het verdrag zal hoe dan ook worden geratificeerd. Het is een zuiver politieke enquête: bent u voor of tegen de politieke kaste – dát is de vraag.’ Wat zegt u daarop?
Als Nederland geen land was geweest met een ontwikkelde democratie, dan zou ik het daarmee eens zijn. Want het klopt: de regering zou gebruik kunnen maken van het feit dat de uitslag van het referendum niet de facto bindend is. Onder dergelijke omstandigheden zou de regering kunnen zeggen dat het ten uitvoer brengt wat in de wet over het raadgevend referendum staat, dat wil zeggen dat het de wil van het volk heeft gehoord. Rekening houdend met het feit dat het associatieverdrag al was getekend op het moment dat de referendumwet werd aangenomen, zou de regering kunnen zeggen: wij bedanken iedereen voor het uiten van zijn mening, wij achten het raadgevend referendum een zeer belangrijk democratisch instrument, maar in dit geval moeten wij de verplichtingen nakomen die we op ons hebben genomen en waar we niet zomaar vanaf kunnen stappen.
‘Oekraïne heeft een uitstekende reputatie op het gebied van het teruggeven van waardevolle spullen’
Daarna – ook Nederlandse juristen beamen dit – zou de regering het proces kunnen afronden en de ratificatietekst naar Brussel sturen. Immers, de stemming over het verdrag heeft plaatsgevonden in beide parlementen, er is getekend door de koning en de tekst was zelfs al officieel gepubliceerd. Maar hiervoor is serieuze politieke wil nodig, want in maart volgend jaar zijn er verkiezingen. Als de regering het zo doet, dan zullen er zeker politieke partijen zijn die de zeggen dat de coalitiepartijen niet luisteren naar de wens van de bevolking en daarom geen recht hebben vertegenwoordigd te zijn in het parlement. De coalitiepartijen zullen stemmen verliezen.
Maar leidt dat dan niet tot een continentale crisis?
De Nederlanders waren heel ongelukkig met die uitspraak van Juncker. Zij beschouwen zichzelf als onafhankelijk en willen niet dat iemand de beslissing voor hen neemt en al helemaal niet, zoals enkelen het ervoeren, hen bedreigt.
Een van uw interviews in de Oekraïense media droeg de titel ‘Het Nederlandse referendum is de laatste kans voor Rusland’. Vindt u dat werkelijk?
Waarschijnlijk is het Ruslands laatste kans om een rem te zetten op onze beweging richting een normaal leven. In de loop van vele maanden hebben we onze Nederlandse collega’s ervan weten te overtuigen dat dit een geopolitiek probleem is, dat er onvoorziene problemen kunnen optreden bij ratificering. We hamerden op een zo snel mogelijke afhandeling van het proces. Idealiter was dat in mei 2015 geweest, toen in Riga de top plaatsvond van het Oostelijk Partnerschap. Maar het liep anders, ze stelden de ratificatie twee keer uit en uiteindelijk kwam het pas op 7 juli door de Eerste Kamer. En dat terwijl de Tweede Kamer al op 7 april had geratificeerd.
Hebt u een Plan B in het geval dat het verdrag tijdens het referendum wordt weggestemd, of gelooft u dat er geen problemen zullen zijn bij de afronding van de ratificatie?
In deze kwestie is een Plan B niet nodig, het verdrag zal sowieso in werking treden. En bovendien, 80 procent van het verdrag valt onder competentie van de EU. Dat betekent dat Nederland in geval van een tegenstem zelf de verliezer zal zijn. Uiteraard zal Oekraïne ook de mogelijkheid verliezen om wat dan ook te ontwikkelen met Nederland in het kader van de implementatie van het verdrag. Maar dat is geen ramp. Een andere kwestie, moet ik erkennen, is dat het politieke aspect van een tegenstem onze vijanden serieus in de kaart zal spelen. Zij zullen zeggen: ‘Zien jullie wel, Europa zit niet op jullie te wachten.’
Die zal niet kunnen worden afgesloten voordat de schilderijen gevonden en teruggebracht zijn naar Nederland. Oekraïne, en dat herhaal ik in al mijn gesprekken, heeft een uitstekende reputatie op het gebied van het teruggeven van waardevolle spullen. In 2005 gaf Oekraïne eenzijdig de stukken uit de Koenigscollectie terug die in de Tweede Wereldoorlog vanuit Nederland waren meegenomen en deels in Oekraïne terug werden gevonden. Dat is in mijn ogen het meest overtuigende argument dat de schilderijen zullen worden teruggegeven zodra ze zijn gevonden.
Auteur: Mykola Syruk
Vertaler: Eva Cukier
Den Oekraïne, dagblad, oplage 39.000
‘De Dag’ profileert zich als de nieuwe generatie binnen de Oekraïense pers: kritischer, moderner en professioneler.
De Nederlandse vertaler Hans Boland – ja, degene die de Poesjkin-medaille weigerde aan te nemen van Vladimir Poetin – werd beschimpt door de Russische media. Met nog steeds geen blad voor de mond gaf hij een interview aan de Oekraïense krant Den ter ere van de Oekraïense vertaling van Mijn Russische Ziel.
Keuze uit ons archief
De geschiedenis van het huidige ontsporende conflict tussen Rusland en Oekraïne voert ver terug. Slavist en vertaler Hans Boland legt in dit interview uit dat die geschiedschrijving bovendien flink verdraaid is. Wordt Rusland doorgaans gezien als grotere broer, in feite stond Oekraïne aan de wieg van de Russische ‘natie en cultuur’. Dit verhelderende perspectief biedt een goede achtergrond bij de actuele gebeurtenissen.
Het leven van Hans Boland (Jakarta, 1951) staat in het teken van Russische literatuur. De bekende Nederlandse vertaler, slavist en schrijver heeft bijna alle lyrische werken van ‘de grootste Russische dichter’ Aleksandr Poesjkin vertaald. Hij heeft de Nederlandse lezer bovendien laten kennismaken met Achmatova, en gewerkt aan teksten van Dostojevski, Lermontov, Mandelstam, Nabokov, Shalamov, en vele anderen. Maar zijn zakelijke belangen hebben zijn standpunten en waarden niet beïnvloed. Toen Boland in augustus 2014 werd vereerd met een uitnodiging van het Kremlin om de Poesjkin-medaille te ontvangen uit handen van de Russische president, weigerde hij die resoluut. ‘Een dergelijk eerbetoon als u mij biedt zou ik in de grootst mogelijke dank ontvangen, ware daar niet uw president, wiens gedrag en denkwijze ik veracht en haat,’ schreef de Nederlandse vertaler aan de cultureel attaché op de Russische ambassade. ‘Hij vormt een zeer groot gevaar voor de vrijheid en vrede op onze planeet. God geve dat zijn “idealen” een spoedige en volledige vernietiging wacht. Iedere relatie tussen hem en mij, tussen zijn naam en die van Poesjkin, is walgelijk en onverdraaglijk.’
Op het 22ste Publishers’ Forum in Lviv, zal Hans Boland de Oekraïense vertaling lanceren van zijn autobiografische boek Mijn Russische Ziel, uitgegeven door Zhupansky Publishers. Aan de vooravond van deze lancering gaf de beroemde vertaler een exclusief interview.
Na uw weigering de Poesjkin-medaille aan te nemen uit handen van Poetin hebben de Russische media uw naam door het slijk gehaald. Als ik het goed heb, heeft u zelfs overwogen juridische stappen te ondernemen. Is daar iets uit gekomen? Hoe heeft het conflict met het Kremlin uw perceptie van de Russische literatuur beïnvloed?
‘Het is voor een gewone man altijd moeilijk om de wetteloosheid van de staat te bevechten. Dat is al moeilijk in een democratisch land, maar helemaal wanneer de staat op wetteloosheid is gebaseerd, wanneer wetteloosheid de drijvende kracht is. Als het om Rusland gaat, zijn die dingen nog walgelijker, omdat de voor Poetin en zijn makkers zo typerende mengeling van hufterigheid en lafheid traditiegetrouw aanzet tot het vermijden van een open slagveld. Instinctief reageren ze gemeen op een fatsoenlijke daad. Poetin is altijd een nare, bekrompen spion gebleven die in de USSR is gevormd. Die bekrompenheid onderscheidt hem van zijn inspirator Stalin (en zelfs van Hitler). Je kunt je afvragen wie de strijd nou wil aangaan met zo’n verachtelijk figuur. Persoonlijk ben ik bereid om te strijden tegen het kwaad, waarvan Poetin een van de duidelijkste vertegenwoordigers is. Vanwege mijn liefde voor Poesjkin, Achmatova, en anderen. Gezag is tijdelijk, terwijl poëzie eeuwigdurend is.’
Ik wil echt dat de Oekraïense lezer voelt dat zijn land het juiste pad volgt
Er is in het Westen een tendens om een grens te trekken tussen de Russische overheid en het Russische culturele erfgoed. De Russische cultuur wordt altijd neergezet als tegenstander van het regime. Vindt u dat een terechte benadering? Hoe verklaart u het feit dat de meeste kunstenaars in het huidige Rusland de inval van het Kremlin in Oekraïne steunen?
‘En destijds steunde Poesjkin de inval in Polen! Ik zal twee voorbeelden aanhalen waarvan ik denk dat ze in dit verband heel toepasselijk zijn. Neem de twee tijdgenoten Dostojevski en Dickens, allebei grote schrijvers. En vergelijk de wanhopige, ellendige, bijna onmenselijke gemoedstoestand van bijna alle personages van de eerste met de lichte, liefhebbende, menswaardige van de positieve figuren van de tweede. Terwijl Dostojevski bijna geen enkele sympathieke personages ten tonele voert, stikt het er bij Dickens van. En vergis je niet, de boeken van beide auteurs gaan over mensen met enorme problemen.
‘Nog een voorbeeld: Tolstoj en Multatuli. Ook beide grote schrijvers en tijdgenoten. Multatuli heeft zijn naam onsterfelijke gemaakt door zijn profetische uiteenzettingen over het Nederlandse kolonialisme. Ondertussen wekte het Russische kolonialisme (waarschijnlijk het enige dat in deze tijd nog floreert) nooit enige weerzin bij graaf Tolstoj of andere Russische schrijvers. Multatuli schrijft respectvol over vrouwen, vanuit een diepgeworteld geloof in gelijkheid van de seksen, terwijl Tolstoj het ellendige, nutteloze, saaie en zondige bestaan van Anna K. beschrijft. Ik besef dat dit uw vraag niet helemaal beantwoordt, maar ik hoop dat deze twee voorbeelden helpen erover na te denken.’
Op het Publishers’ Forum gaat u de Oekraïense vertaling van uw boek Mijn Russische Ziel lanceren. Waarom is dat voor u persoonlijk van waarde? Zijn er ooit andere werken van u in het Oekraïens vertaald?
‘In Mijn Russische Ziel (de titel is ironisch) beschrijf ik mijn vijfendertig jaar lange relatie met Rusland (het boek kwam in 2005 uit), die begon met mijn studie Slavische talen aan de Universiteit van Amsterdam tijdens de Koude Oorlog tot mijn verblijf van zes jaar in St. Petersburg als universitair hoofddocent Nederlands tijdens de roerige jaren onder Jeltsin. Het autobiografische deel eindigt met een reis door het Rusland van Poetin. Het centrale thema is de demythologisering van het cliché ‘de Russische ziel’. Op een bepaalde manier is het ook een poging tot een fundamentele beoordeling van mijn eigen leven. Dit is de eerste vertaling van mijn boek ooit, en ik ben er trots op, zeker omdat het op zo’n cruciaal en tragisch moment komt. Ik wil echt dat de Oekraïense lezer voelt dat zijn land het juiste pad volgt, het pad dat leidt van onderdrukking en duisternis naar vrijheid en licht.’
In een van uw interviews had u het over een reis naar Kiev in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Heeft uw leven u, zakelijk of privé, daarna ooit nog naar Oekraïne gevoerd?
‘Mijn eerste bezoek aan Kiev was in 1978. Ik schreef toen dat de sfeer daar meer leek op het luchthartige Amsterdam dan het sombere Moskou. Ik herinner me de groene kastanjebomen, het indrukwekkende Majdan-plein en de Khreshchatyk-straat, en de prachtige Dnjepr natuurlijk. Nadat Oekraïne het Sovjetjuk had afgeworpen, kwam ik er terug. Ik heb zo’n vijf keer door west-Oekraïne gereisd. Ik ben drie keer in de Krim geweest. Ik heb wat Oekraïens geleerd: een mooie, rijke, interessante taal. Ik heb de gedichten van Shevchenko gelezen. Een ongeëvenaarde dichter. Ik heb Testament uit mijn hoofd geleerd.’
De Franse filosoof Philippe de Lara zei in een interview met Den dat de Oekraïense cultuur in het Westen eigenlijk is genegeerd: het was of onbekend, of werd beschouwd als onderdeel van de Russische cultuur. Bent u het daarmee eens?
‘Helaas wel. Tot 1991 wisten de Nederlanders amper iets van Oekraïne. De oorzaken moeten natuurlijk worden gezocht in het beruchte Russische messianisme, de wens te heersen over de wereld en de mensheid te leiden. Deze wens bereikt soms het niveau van een psychische stoornis. In Oekraïne leidde het tot de, soms vrij gewelddadige, onderdrukking van alles wat Oekraïens was: de taal en literatuur, de godsdienst, de tradities. Catharina II en Stalin waren waarschijnlijk de ergste onderdrukkers. Wat er gebeurde was dat, hoewel Rusland uit Oekraïne is ontstaan en niet andersom, de hele wereld (en helaas ook de Oekraïner zelf) door het systematisch verdraaien van de historische feiten ten dienste van ideologische behoeften (denk alleen al aan het concept ”Groot-Rusland”) ging geloven in dit verwrongen beeld van geschiedenis en cultuur, in de ‘grote broer’. Maar Vladimir de Grote, Vladimir Monomach, en vele andere ‘stichters van de Russische natie en cultuur’ waren niet van Russische, maar van Oekraïense afkomst. En wat dacht je van de “moeder van alle Russische steden”?
Deze omstandigheden hadden twee noodlottige gevolgen: de onverdraaglijke arrogantie van de ‘grote broer/vijand’ en het minderwaardigheidscomplex van het onderdrukte Oekraïense volk. Gelukkig heeft de westerse geest de afgelopen jaren grote veranderingen ondergaan. Uiteraard hebben die voornamelijk betrekking op politieke ontwikkelingen. Het is misschien vreemd, maar de recente ontwikkelingen in Oekraïne hebben meer bijgedragen aan het openen van de Nederlandse (en Europese) ogen ten aanzien van de kern van de Russische natie, dan alle andere wendingen in de geschiedenis. Daar moeten we dankbaar voor zijn. Oekraïners komen nu vaak naar Nederland en dat is geweldig want niets wakkert oprechte interesse meer aan dan directe communicatie.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.