Tag: offline

  • Tijdens het Keniaanse Disconnect voelt niets doen bijna radicaal

    Tijdens het Keniaanse Disconnect voelt niets doen bijna radicaal

    De Serenity Social Club in Nairobi laat zien hoe verbinding tot stand komt: door in een persoonlijke setting offline te gaan.

    In Karen, een rijke, groene buitenwijk van Nairobi, levert een dertigtal mensen om 10 uur ’s ochtends hun mobiele telefoon in. Het is regel nummer 1 van ‘Disconnect’, een event van de Serenity Social Club: een hele dag zonder scherm of digitale meldingen. In plaats daarvan: yoga, pottenbakken, haken, gesprekken met onbekenden – of simpelweg een dutje doen op het gras.

    Wanjiru Wanjohi richtte Disconnect een jaar geleden op uit behoefte aan verbondenheid, aan een toevluchtsoord in geval van digitale vermoeidheid. ‘Ik had het gevoel dat ik nergens echt contact kon maken met mensen,’ vertelt ze. Het event vindt plaats in Afrika House, een drie verdiepingen tellende kunstgalerie die wordt omringd door een weelderige tuin. De dag begint met een yogasessie onder leiding van Victor Alfayo. ‘Je wordt er soepel oud mee,’ houdt hij de groep voor. ‘Door yoga leer je te aarden, en leer je hoe je te midden van de chaos de wereld kunt bezien.’

    Dutje op het gras

    Na de rekoefeningen is het tijd voor soloactiviteiten, waarbij de deelnemers verspreid door de tuin gaan zitten haken of schrijven. Eén deelnemer doet doodleuk een dutje op het gras.

    ICT’er Marvin Denis werd even bevangen door lichte paniek toen hij zijn telefoon moest inleveren, maar dat gevoel sloeg al snel om, zegt hij. ‘Ik heb een nieuwe kijk gekregen op wat offline-zijn inhoudt: het is terugkomen bij jezelf, weer contact maken met je innerlijke kind en met andere mensen.’

    Alice Kimani ontdekte het event op TikTok. Ze werkt als programmamanager vanuit huis en haar sociale leven was geslonken tot een venstertje in Zoom. ‘Ik zocht iets waar ik me zonder telefoon of laptop kon opladen en andere mensen kon ontmoeten,’ vertelt ze.

    ‘Ik zocht iets waar ik me zonder telefoon of laptop kon opladen en andere mensen kon ontmoeten’

    In een wereld waarin alles draait om productiviteit, had nietsdoen – en je daarvoor niet te hoeven te schamen – bijna iets radicaals.

    Nancy Maina woont in Meru, een stadje aan de voet van Mount Kenya, 220 kilometer ten noorden van de hoofdstad. ‘In Meru sta ik in contact met mezelf,’ zegt ze. ‘Maar ik weet niet wat er precies gebeurt als ik in Nairobi ben, op een of andere manier raak ik hier mijn balans kwijt.’ Om haar heen wordt er driftig geknikt: iedereen lijkt het gevoel te herkennen. Maina komt hier om te haken, wat haar helpt te aarden.

    Vieze handen

    In de middag is er een sessie pottenbakken bij keramist Lorine Otieno. Ze moedigt de deelnemers aan hun handen vies te maken, te vertrouwen op het proces en niet meteen te willen toewerken naar een eindproduct. ‘Werken met klei vraagt om vertraging en aandacht.’ Terwijl de kommen langzaam vorm krijgen, komen de tongen los. Eén deelnemer vertelt over zijn keuze voor een kinderloos bestaan, een ander over een pijnlijke beslissing uit het verleden. Met onbekenden die bereid zijn te luisteren, zonder steeds te worden afgeleid, voelt de ruimte verrassend veilig. Aan het eind van de middag is de workshop uitgemond in een groepsgesprek over burn-out, genezing en manieren voor een aangenamer leven in de hoofdstad.

    ‘Ik geef het event dubbel en dwars een tien. Ik ben echt helemaal opgefrist,’ zegt Denis, terwijl de telefoons aan het eind van de dag weer worden uitgedeeld. ‘Ik voel me als herboren.’

    Voor oprichter Wanjohi, die de weekends ooit afrekende op het aantal flessen dat ze had weggeklokt, is de aanblik van onbekenden die tijdens het haken en pottenbakken een band opbouwen het bewijs dat je geluk ook anders kunt vormgeven. ‘In Nairobi kun je makkelijk kopje-onder gaan,’ zegt ze. Het is haar droom om de gemeenschap verder te laten groeien en uiteindelijk een lotgenotengroep op te zetten voor mensen die worstelen met alcohol.

  • Online geboren

    Online geboren

    LaTurbo Avedon is de avatar van een anonieme kunstenares. Ons leven online is net zo echt als ons offlinebestaan, zegt ze.

    LaTurbo Avedon is een aantrekkelijke jonge vrouw met blond haar, dat ze vaak in een paardenstaart draagt – als we tenminste kunnen afgaan op haar Instagramfoto’s. Zoals de meeste millennials speelt ze games, zit met haar vrienden op Facebook, houdt haar Twitterfeed bij en post selfies op Tumblr. Ze is een digitale autochtoon – maar dan ook echt letterlijk, in tegenstelling tot veel van haar leeftijdgenoten. Ze is online geboren, een knipperende cursor op een inlogpagina van een chatroom. Ze is gelijk met het internet volwassen geworden, heeft vrienden gemaakt, updates geplaatst en een onlineprofiel aangemaakt – geen profiel van een mens, maar van een avatar, een digitale vertegenwoordiger van iemand die, in dit geval, weigert zijn of haar identiteit bekend te maken.

    Het is een dagtaak om een cyberpersonage te zijn. Avedon is een kunstenares die over de hele wereld tentoonstellingen heeft gehad, in Polen, Zuid-Korea, Peru en in het Whitney Museum in New York. Met behulp van dezelfde software die ontwerpers gebruiken om videogames te maken, maakt zij ‘digitale omgevingen en sculpturen’, om haar eigen woorden te gebruiken: animaties waarin ze door verlaten, spelonkachtige clubs loopt en met haar mobieltje bezig is; beelden van objecten met allemaal stekelige, scherpe randen, waarop licht en schaduw een spel spelen dat zo realistisch is dat haar afbeeldingen bijna driedimensionaal lijken – alsof het echte beelden zijn.

    Onlangs, op een tentoonstelling in Somerset House in Londen, waar Avedon artist in residence is, zetten de toeschouwers een virtual reality-headset op om de beelden te kunnen zien in hun natuurlijke omgeving. In Club Rothko, een virtuele galerie waar zij dj is en waar ze haar werk tentoonstelt, draaien haar monumentale beelden rond. Op andere plekken hangen ze aan de wand, afgedrukt op dibond, naast schermen waarop haar animaties zijn te zien. Avedon is werkzaam in het domein van de net.art – sinds de jaren negentig wordt hierin werk gemaakt dat is ontsproten aan het internet. De nieuwste kunstenaars van deze beweging, zoals Amalia Ulman en Artie Vierkant, zijn opgegroeid in chatrooms en op forums, en zijn uiteindelijk overgestapt naar Twitter, Facebook en Instagram. Ze zijn van mening dat het internet is verweven met het leven van alledag.

    Ze houdt van nagellak, Britney Spears en Jean Baudrillard, ze is aardig – en grillig

    Die mening deelt Avedon. Wat haar onderscheidt van anderen is niet haar visuele kunst, maar haar performancekunst. Ze is een virtueel personage dat het scenario volgt dat ze zelf heeft geschreven. Het dramatische effect hiervan schuilt in de manier waarop ze deze gedachte, dat internet inmiddels een onlosmakelijk onderdeel van ons bestaan vormt, consequent doorvoert. En zo komt ze tot de onweerlegbare conclusie dat het internet niet alleen is verweven met allerlei facetten van haar bestaan, maar dat internet haar bestaan ís. Ze is niets meer dan een verzamelingen nullen en enen die door een glasvezelkabel jagen, en al die bits en bytes samen vormen een persoonlijkheid. (Ze houdt van nagellak, Britney Spears en Jean Baudrillard, ze is aardig – en grillig.) De anonimiteit van haar maker en het feit dat ze erop staat dat we meegaan in het idee – dat ze een avatar is die voor zichzelf staat – dwingen ons erover na te denken hoe de nabije toekomst eruit zou kunnen zien wanneer artificiële intelligentie in staat is een persoonlijkheid te creëren die net zo complex is als wij. Avedon is een gedachte-experiment dat zich presenteert als kunst.

    Het merkwaardige aan Avedon is dat ze het feit dat ze virtueel is hoog in het vaandel heeft staan, maar anderzijds met klem zegt: ‘I’m real’ (een knipoog naar de hit van Jennifer Lopez en Ja Rule uit 2001), alsof ze een van ons wil zijn. Waarom?


    Het is lastig communiceren met een avatar: je kunt niet afspreken of even bellen. In plaats daarvan sturen Avedon en ik elkaar berichtjes op Gmail Chat, en later, na een paar valse starts (zoals ik al zei, ze is grillig) tref ik haar in een club op Second Life, een virtuele wereld waarin gebruikers zich bewegen vanuit het gezichtspunt van hun avatar. Avedon begeeft zich heel veel op Second Life.

    Club Culture baadt in blauw licht en uit de speakers klinkt housemuziek, maar op het moment dat mijn avatar binnenkomt is de club verlaten. Dan zie ik Avedon ineens, in een korte, witte jurk, waarvan de zoom licht lijkt te geven. Terwijl ze begint te breakdansen (mijn avatar kan het nauwelijks bijhouden) sturen we elkaar berichtjes.

    ‘Ik ben er niet op uit om de indruk te wekken dat ik een echt mens ben,’ zegt ze, terwijl ze over de dansvloer paradeert. Wat zij wil, is ons ertoe aanzetten eens goed na te denken over onze relatie met de virtuele wereld. ‘Veel mensen houden zich vast aan het idee dat er een drempel is tussen echt en nep, tussen ons fysieke lichaam en de virtuele wereld,’ zegt ze. ‘Een soort geruststellende tweedeling.’ Het acroniem IRL (in real life), dat vaak wordt vaak gebruikt om activiteiten aan te geven die zich ver van de computer afspelen, illustreert dit mooi. Als de offlinewereld echt is, is de gedachte, dan is de onlinewereld nep – een visie die het belang van de virtuele wereld tenietdoet.

    Net als een gedachte

    Avedon vindt het niet juist om op zo’n manier tegen het internet aan te kijken: al heeft het virtuele geen fysieke verschijningsvorm, het is nog wel echt. Net als Avedon. ‘Je zult me misschien nooit in het park tegenkomen, of me over straat zien lopen,’ zegt ze, ‘maar dat wil nog niet zeggen dat mijn ervaringen in een virtuele wereld niet echt zouden hebben plaatsgevonden, of geen geldigheid zouden hebben.’ Ze bestaat dáár waar ze kans ziet een bepaald besef van haar aanwezigheid over te brengen op anderen, of dat nou in een chatroom is of aan de muur van een galerie. Ze bestaat in ons hoofd, net als een gedachte.

    Inmiddels heb ik geleerd de bewegingen van mijn avator te sturen, en ik dans een shimmy met Avedon. Ze wil nog één ding kwijt: ‘Avatars zijn veel gecompliceerder dan veel mensen misschien denken.’ Ik vraag haar een definitie te geven van een avatar. Het is ‘een presentatie van het zelf. In onze gedachtewisseling [op Second Life en Gmail Chat] heb ik jou, de avatar Charlie, leren kennen op de manier zoals jij jezelf hebt willen presenteren.’ Of het nou online is of offline, iedereen heeft vele rollen om te spelen. De wereld is een schouwtoneel, en alle mannen en vrouwen zijn weinig meer dan avatars.

    Met die woorden bedank ik haar voor haar tijd en log uit van Second Life. Mij wordt duidelijk dat de grens tussen het virtuele en het fysieke steeds poreuzer wordt.
    Mensen met een smartphone gaan aan de lopende band die grens over, en in zekere zin geldt datzelfde voor Avedon. Zij toont haar werk in galeries, houdt lezingen voor studenten en heeft een netwerk van menselijke vrienden en collega’s. Ze is aanwezig in de fysieke wereld. Met het voortschrijden van augmented reality zou ze op een goed moment ook een fysieke gedaante kunnen aannemen. Maar ik hoop van niet. Ik zie haar liever als een Galatea van het digitale tijdperk: onstoffelijke internetkunst met een eigen mening.

    Mijn telefoon trilt. Een berichtje van Avedon: ‘Was leuk je te spreken! xoxo’

    Auteur: Charlie McCann

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Instituut van de Britse journalistiek. Opgericht in 1843 door een Schotse hoedenfabrikant tegen ‘de onnozelheid’ die de vooruitgang in de weg stond. Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Voor 85 procent buiten het koninkrijk verkocht en voor de helft eigendom van de Financial Times.