Tag: Ohio

  • ‘Ze hebben onze gemeenschap vergiftigd’

    ‘Ze hebben onze gemeenschap vergiftigd’

    Twee weken nadat een trein met giftige chemicaliën in een klein stadje in de Amerikaanse staat Ohio ontspoorde, is alles verre van normaal. Door de verwarrende mededelingen van de overheid is de angst onder de inwoners alleen maar toegenomen.

    In het ooit zo bloeiende industriestadje in de stille heuvels van oostelijk Ohio lijkt het deze week business as usual. Scholen zijn open, restaurants zijn open voor de lunch en over het spoor dat Market Street doorkruist, rijden weer treinen.

    Maar er zijn ook aanwijzingen dat alles verre van normaal is. Mensen ruiken aan het water dat uit de kraan komt, controleren zichzelf in de spiegel op huiduitslag en staren naar de vaalgroene vissen en kikkers die dood in de beekjes drijven. Overal hangt een geur die doet denken aan brandende autobanden, aan verbrand plastic vermengd met polystyreenlijm en nagellakremover.

    Het is bijna twee weken geleden dat een goederentrein van Norfolk Southern in East Palestine ontspoorde. Honderden inwoners mochten dagenlang het gebied niet in, omdat werkers de giftige chemicaliën die de trein vervoerde aan het verbranden waren. Sindsdien worden de meeste inwoners hier beheerst door angst.

    ‘Het geluid was altijd een soort van geruststellend,’ zegt Traci Mascher over het geloei van de treinen die door de stad razen. Ze woont er met drie van haar kleinkinderen. ‘Nu geeft het nare associaties.’

    Kinderen van andere gezinnen gaan alweer naar school, maar Maschers kleindochters hebben onlangs huiduitslag gekregen. Traci en Greg vragen zich af in hoeverre hun gezondheid gevaar loopt als ze in de stad blijven. Sinds ze met eigen ogen de monsterlijke rookpluim boven de daken hebben zien hangen, hebben ze geen nacht meer thuis doorgebracht.

    De familie Mascher woont al drie generaties lang in East Palestine, maar Greg Mascher (61) praat er nu over alsof het vreemd gebied voor hem is. ‘Ik ben de weg kwijt,’ zegt hij. ‘Totaal de weg kwijt.’

    Onbekend

    Wat de ongeveer 4700 inwoners van de stad misschien nog het meest beangstigt, is dat er nog zoveel onbekend is. Gevaren die op korte termijn kunnen worden aangepakt zullen mogelijk jaren later alsnog een bedreiging vormen. Om de oorzaken en gevolgen van het incident werkelijk te begrijpen, moet er volgens deskundigen uitgebreider onderzoek worden verricht dan tot nu toe is gedaan.

    Het lokale vertrouwen was al niet groot in deze stad die al tientallen jaren gebukt gaat onder de sluiting van fabrieken en bedrijven. Door schijnbaar steeds veranderende mededelingen van regerings- en spoorwegfunctionarissen heeft dit vertrouwen nu een extra deuk opgelopen. Geruchten en vermoedens over het ongeluk doen de ronde op Facebook en TikTok, en in de stad zelf speculeren buren er met elkaar over vanuit hun achtertuinen en pick-uptrucks.

    Op de ‘open dag voor informatie’ die de gemeente op 15 februari in de gymzaal van de East Palestine High School organiseerde, liepen de spanningen dan ook hoog op. Enkele uren voordat de bijeenkomst begon, kondigde Norfolk Southern aan niet aanwezig te zullen zijn. ‘Aangezien het steeds waarschijnlijker wordt dat ook externe partijen aanwezig zullen zijn, maken we ons zorgen over de toenemende fysieke bedreigingen aan het adres van onze werknemers (…),’ aldus een woordvoerder. Het bedrijf gaf geen verdere details over de aard of oorsprong van de bedreigingen.

    Gefrustreerd door dit gebrek aan duidelijkheid, drongen inwoners er bij plaatselijke bestuurders op aan hen toch de gelegenheid te geven vragen te stellen. Ze willen meer zekerheid over de veiligheid van het water en hun huis. Ook willen ze weten hoe een dergelijk incident in de toekomst kan worden voorkomen en wat er gedaan wordt om de situatie in de stad te herstellen.

    Tijdens een persconferentie op 14 februari gaven staatsambtenaren de mensen in het gebied het advies om fleswater te drinken, vooral aan degenen wier water uit een eigen put komt. Een dag later liet het Ohio Environmental Protection Agency (EPA) weten ‘ervan overtuigd te zijn dat het leidingwater veilig is’, aangezien een reeks testen geen verontreiniging had aangetoond. Toch spoorde het agentschap mensen met een eigen waterput aan om het water eerst te testen.

    ‘Het is een soort oorlog tussen hebzuchtige grote bedrijven en een kleine Amerikaanse gemeenschap’

    Een deel van de trein met een lading gevaarlijke chemicaliën ontspoorde in de nacht van 3 februari. Er ontstond een huiveringwekkende kluwen van zo’n vijftig brandende treinwagons. Staatsambtenaren gingen akkoord met het verzoek van het bedrijf om een deel van de chemicaliën opzettelijk te verbranden; zo werd de kans op een explosie weggenomen die metaalscherven en giftige dampen de stad in had kunnen blazen. Vanwege de brand werden delen van de bevolking van East Palestine binnen drie dagen na de ontsporing gedwongen te evacueren. Een van de chemische stoffen aan boord was vinylchloride: een kleurloos, brandbaar gas dat bij inademing hoofdpijn en duizeligheid kan veroorzaken en na langdurige blootstelling het risico vergroot op een zeldzame vorm van leverkanker.

    Een woordvoerder verklaarde op woensdag dat het EPA 459 huizen had onderzocht en geen vinylchloride of waterstofchloride had aangetroffen. Maar een paar dagen daarvoor was een aantal inwoners erachter gekomen dat de trein meer giftige chemicaliën had vervoerd dan hun tot dan toe was verteld. Dit versterkte de overtuiging dat er informatie werd verzwegen. De woordvoerder zegde toe dat Michael S. Regan, hoofd van het EPA, donderdag naar East Palestine zou reizen om met staatsambtenaren, lokale ambtenaren en bewoners in gesprek te gaan.

    Nekslag

    ‘Ik vertrouw gewoon niemand meer,’ zegt Mike Routh (28), die werkzaam is als installateur van telefoonmasten. Hij staat op de parkeerplaats van de Abundant Life Fellowship-kerk in New Waterford, een stad die zo’n acht kilometer ten oosten van East Palestine ligt. De kerk is tijdelijk veranderd in een centrum voor hulpverlening en Norfolk Southern biedt duizend dollar om ‘de kosten van de evacuatie te dekken’. Routh twijfelt of hij het geld moet aannemen, want hij is bang dat het zijn kans op schadevergoeding beperkt in een eventuele toekomstige rechtszaak.

    Hij voorspelt dat het bedrijf zich zal vrijkopen en merkt op dat er binnen een paar minuten nadat het evacuatiebevel was opgeheven, alweer treinen door de stad reden. ‘Het is een soort oorlog tussen hebzuchtige grote bedrijven en een kleine Amerikaanse gemeenschap,’ aldus Routh. Hij en zijn vrouw overwegen voorgoed te verhuizen. ‘De stad begon net weer op te bloeien, maar dit is de nekslag.’

    Op woensdag verklaarde een woordvoerder dat Norfolk Southern fondsen opzij had gezet voor bewoners in het gebied, waaronder meer dan 1,5 miljoen dollar om de kosten van evacuatie te helpen dekken. Ook zou het aan sommige huishoudens luchtreinigers leveren en de criteria voor financiële steun hebben versoepeld.

    ‘Ik wil niet dat ik over tien of vijftien jaar kanker blijk te hebben’

    ‘We zullen worden beoordeeld op basis van onze daden,’ aldus Alan Shaw, president en algemeen directeur van Norfolk Southern. ‘We zijn het gebied op een milieuvriendelijke manier aan het opschonen, we compenseren de bewoners die door de ontsporing zijn getroffen en werken samen met leden van de gemeenschap om vast te stellen waar East Palestine behoefte aan heeft.’

    Maar de woede en frustratie van de stad zijn hiermee geenszins tot bedaren gebracht. ‘Ik wil gewoon niet dat ik over tien of vijftien jaar door hun fout kanker of iets dergelijks blijk te hebben,’ aldus Therese Vigliotti (47), die de nacht van het incident in de buitenlucht doorbracht. Naar eigen zeggen voelt ze nog steeds brandwonden op haar tong en heeft ze twee dagen lang bloed in haar ontlasting gehad.

    Tot nu toe richtte de meeste woede zich op Norfolk Southern. Ook lokale politici uiten publiekelijk kritiek op de spoorwegmaatschappij. Mike DeWine, de republikeinse gouverneur van Ohio, vindt het ‘absurd’ dat Norfolk Southern niet verplicht was om lokale ambtenaren in te lichten over de lading van de trein. DeWine riep het Congres op om maatregelen te nemen en dreigde juridische stappen te zetten als het bedrijf niet voor de opschoning betaalt.

    In een openbare brief zegt Josh Shapiro, een Democraat uit Pennsylvania, dat hij de ‘slechte aanpak’ van Norfolk Southern rondom de ontsporing betreurt. ‘Ze gaven er de voorkeur aan de spoorlijn snel te kunnen heropenen’, schrijft Shapiro, ‘Dat heeft onnodige risico’s met zich meegebracht en veel verwarring veroorzaakt.’

    De reactie roept bij veel inwoners het gevoel op te worden behandeld als inwisselbare slachtoffers van overmacht

    Op woensdag schreven vier senatoren – Sherrod Brown en J.D. Vance uit Ohio en Bob Casey en John Fetterman uit Pennsylvania – een brief aan het EPA waarin ze het agentschap vragen om meer informatie te verstrekken over hun plannen. Ook verzoeken ze het EPA op de ontsporing te reageren, willen ze weten wat de langetermijneffecten zijn voor het milieu en hoe de spoorwegmaatschappij aansprakelijk zal worden gesteld.

    Over twee weken wordt een voorlopig overheidsrapport verwacht waarin het onderzoek naar de ontsporing wordt beschreven. Volgens de National Transportation Safety Board is op camerabeelden van een nabijgelegen woning te zien dat een wiellager van de trein vlak voor de ontsporing oververhit raakte. Medewerkers gaan het wiel, de wagons en de treindocumenten onderzoeken.

    Een aantal medewerkers van de spoorwegvakbond en sommige omwonenden wijzen op de online gedeelde bewakingsbeelden van een bedrijf in Salem, Ohio, dat zo’n 32 kilometer bij de plaats van de ontsporing vandaan ligt. Daarop zou te zien zijn dat er vlammen onder de trein vandaan komen. De beelden werden voor het eerst gedeeld door The Pittsburgh Post-Gazette.

    Toen de trein uiteindelijk in East Palestine crashte, ‘was het alsof de poorten van de hel opengingen’, aldus Chasity Smith (40). Sindsdien kan Smith het niet laten om te blijven ruiken aan het kraanwater en het putwater dat haar paarden drinken. Sinds de ontsporing heeft ze vrachtwagens en arbeiders door het dorp zien scheuren en zich afgevraagd waarom ze zo’n haast maken met de aanleg van een nieuw spoor. Smith en haar buren willen eerst zeker weten of het wel veilig is om het water te drinken of zelfs maar om de lucht in te ademen.

    De reactie van Norfolk Southern en overheidsambtenaren op de situatie roept bij veel inwoners het gevoel op te worden behandeld als inwisselbare slachtoffers van overmacht. Op een straathoek in het centrum van East Palestine stond dinsdagmiddag een man met een spandoek met daarop de tekst: ‘Winst ten koste van mensen / Ze hebben onze gemeenschap vergiftigd.’

    De ochtend erna was op een andere straathoek een gezin te vinden – een vader, moeder en meisje van drie. Ze hadden posters bij zich die impliceerden dat het EPA de gecontroleerde verbranding van de chemicaliën alleen maar had opgezet zodat de treinen weer konden rijden: ‘Het EPA heeft een stad platgebrand om de spoorlijn te openen #OhioChernobyl.’

    Onder de plak

    ‘Ik denk dat het bedrijf genoeg geld heeft om grotendeels te bepalen hoe het nu zal gaan,’ aldus de moeder, die alleen met haar voornaam Melinda in de krant wil en zegt dat de regering volledig onder de plak zit bij de grote bedrijven.

    Alle huizen die je tegenkomt als je in zuidelijke richting de stad uit rijdt, zijn afhankelijk van putwater, aldus Russell Murphy (50), die op een boerderij een paar kilometer buiten East Palestine woont. Niemand in het gebied kan dat water nu drinken, en het is onduidelijk wanneer dat wel weer zal kunnen. Murphy en zijn vrouw vragen zich af of ze moeten verhuizen en wie in dat geval hun huis zal kopen.

    De Leslie Run is een beek die langs de voet stroomt van de heuvel waarop de Murphy’s wonen. Dinsdag zag Murphy vanaf een brug over het water de ene dode vis na de andere drijven; staatsambtenaren hebben in de waterwegen in de buurt van de ontsporing al 3500 dode vissen geteld.

    ‘Het water maakt me bang,’ zegt Murphy. Hij zegt dat ambtenaren kunnen blijven testen en beweren dat het veilig is, maar dat hij niet gelooft dat de vrijgekomen chemicaliën zomaar verdwenen zijn.

    ‘Wat gebeurt er over twee jaar?’ zegt hij. ‘Zullen er dan gevallen van kanker worden gemeld? Of over drie weken al, misschien? Ik weet niet hoe lang dat spul erover doet om zich in het lichaam te verspreiden.’

    Murphy ziet mensen om hem heen stickers maken met daarop de tekst ‘I Survived the Toxic Train Wreck 2/2/23’ [Ik heb het treinongeluk van 2/2/23 overleefd]. Maar, zegt hij met een cynische lach, het is nog veel te vroeg om daar zo zeker van te zijn.

    Lees ook:

  • Wat er gebeurde met banen die van Ohio naar Mexico werden verplaatst

    Wat er gebeurde met banen die van Ohio naar Mexico werden verplaatst

    Tien jaar geleden verhuisde Delphi Automotive zijn onderdelenfabriek van Warren, Ohio naar Ciudad Juárez in Mexico. Zo kreeg Berta Alicia Lopez de baan van Chris Wade.

    In het donker steekt Chris Wade zijn hand uit om zijn blèrende wekker tot zwijgen te brengen. 
Het is halfvijf op een ijskoude winterochtend in Warren, Ohio en buiten ligt een verse laag sneeuw. Godzijdank, denkt Wade bij zichzelf. Nu kan hij er met zijn sneeuwschuiver opuit om 
snel een paar dollar te verdienen.

    Vroeger was geld nooit een probleem voor Wade (47). Hij bezat een huis met zwembad in de tijd dat hij voor Delphi Automotive werkte, een fabriek van auto-onderdelen die jarenlang een 
van de grootste werkgevers was in dit bebosWadte stukje in het noordoosten 
van Ohio. Tien jaar geleden besloot Delphi grote delen van de productie naar Mexico en China te verplaatsen. Wade kreeg een afvloeiingsregeling en nu behoren het huis en het zwembad tot het verleden.

    Berta Alicia Lopez (54) is het nieuwe gezicht van Delphi. Op een kille ochtend wordt ze voor dag en dauw wakker en neemt een onverwarmde bus die haar na een uur rijden afzet bij de Delphi-fabriek. Lopez verdient 1 dollar per uur met het in elkaar zetten van kabels en elektronica die uiteindelijk 
in auto’s zullen worden geïnstalleerd – hetzelfde werk dat Wade vroeger voor 30 dollar per uur deed. Als boerendochter uit een verarmd stukje Mexicaans platteland is Lopez trots op haar tweedehands Toyota en haar betonnen flatje. Vaak dankt ze God dat ze werk heeft, ook al is het in een stad die kampt met drugsgeweld en ziet ze weinig kansen op salarisverhoging of promotie.

    Tussen deze twee arbeiders ligt 2500 kilometer en een grens, en ze hebben elkaar nooit ontmoet; maar samen belichamen ze de enorme 
economische verschuiving die de opkomst van de vrijhandel met zich mee heeft gebracht.

    Onlosmakelijk verbonden

    In de Verenigde Staten heeft die verschuiving bijgedragen aan het verlies van de banen die arbeiders ooit in staat stelden om een eigen huis te kopen, een zorgverzekering te betalen en 
hun kinderen naar de universiteit te sturen. In Mexico kwamen er door 
die verschuiving juist banen hij – al brachten die niet de brede welvarende middenklasse die ze ooit in Amerika hadden opgeleverd.

    President Trump heeft gezworen de fabrieken terug te brengen. Maar het zou wel eens te laat kunnen zijn om het krachtige tij nog te keren dat 
bepalend is geweest voor het leven van Wade en Lopez, en voor de ontwikkelingen in twee steden, een Amerikaanse en een Mexicaanse, die op de kaart van de wereldeconomie onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven.

    In het verhaal van Trump hebben de vrijhandelsakkoorden en de globalisering duidelijke winnaars en verliezers opgeleverd. Maar Delphi was al jarenlang bezig zijn Amerikaanse personeelsbestand in te krimpen, voordat het bedrijf in 2006 zijn productielijnen naar het buitenland overbracht. ‘Elke keer 
als ik een Delphi zie en andere bedrijven die het land verlaten, wordt die muur een beetje hoger, en hij blijft maar omhoog gaan,’ zei Trump op een 
campagnebijeenkomst in Ohio, een paar dagen voor de verkiezingen. ‘We gaan de strijd aan met Delphi en andere bedrijven en we zeggen: verlaat ons niet, want dat zal gevolgen hebben.’

    Op haar tiende 
haalde haar moeder haar van school: “Waarom zou je verder leren, als je 
toch alleen maar gaat werken en baby’s gaat krijgen?”

    Trump heeft gezworen invoerrechten te zullen heffen op producten uit Mexico en opnieuw te gaan onderhandelen over de North America Free Trade Agreement (NAFTA), het verdrag dat een eind maakte aan de meeste handelstarieven op het continent en waardoor, in de ogen van Trump, Mexico zich heeft verrijkt ten koste 
van Midden-Amerika.

    Maar de werkelijke erfenis van NAFTA, dat van kracht werd in 1994, is gecompliceerder. Niemand zal bestrijden dat het verlies aan maakindustrie pijnlijke littekens heeft achtergelaten in delen van de VS, zoals in de Rust Belt, waar lager betaalde banen in de dienstensector steeds meer de plaats innemen van middenklassebanen in de industrie. Maar volgens veel economen ligt de oorzaak daarvoor eerder bij technologische veranderingen en de concurrentie met China dan bij NAFTA. De scherpe afname van het aantal fabrieksbanen tussen 2000 en 2010, van 17 miljoen naar 11 miljoen, is volgens Gordon 
Hanson, econoom en handelsexpert aan de Universiteit van San Diego, voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de vrije import van goederen die goedkoop in China worden gemaakt en aan het toenemende gebruik van machines die het werk doen dat vroeger door mensen werd gedaan. Ten zuiden van de grens heeft de vrije handel Mexico inderdaad geholpen om te moderniseren; sinds de ondertekening van 
het NAFTA-akkoord zijn in het land 
miljoenen banen gecreëerd, heeft de investeringsstroom een stimulans gekregen en is de Mexicaanse maakindustrie diverser geworden. Mexicaanse arbeiders fabriceren nu allerlei producten, van Whirlpool-wasmachines tot Bombardier-vliegtuigen. Maar de 
lonen zijn laag gebleven, zodat Mexico aantrekkelijk blijft voor fabrikanten 
die anders in de verleiding zouden kunnen komen om zich in China of elders in Azië te vestigen. Sinds NAFTA in werking trad, is er niets veranderd 
in het aantal Mexicanen dat onder de armoedegrens leeft – meer dan de helft.

    Nu Trump bedrijven onder druk zet 
om plannen voor nieuwe fabrieken in Mexico af te blazen en bezweert dat 
hij handelsakkoorden gaat openbreken, doemen er aan de horizon nog meer dramatische veranderingen op. 
Zijn regering heeft voorgesteld om 20 procent invoerrechten te heffen 
op de import van goederen uit Mexico en andere landen waarmee de VS 
een handelstekort hebben. Volgens economen vormt dat plan een reële bedreiging voor Mexico, dat zo’n 80 procent van zijn export naar de VS verscheept en waarvan de nationale munt, de peso, sterk is gedaald als gevolg van de zorgen over wat de 
regering-Trump zal gaan doen.

    Bertha Lopez in haar huis. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times
    Bertha Lopez in haar huis. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times

    Lopez denkt niet na over Trump – zij heeft het te druk voor politiek. Wade zegt dat hij alleen maar wil dat alles weer wordt zoals vroeger. Maar zelfs hij vraagt zich soms af: ‘Is het te laat?’

    De sneeuw blijft vallen, dus Wade 
belt een paar maten met wie hij vaak samenwerkt en start zijn sneeuwschuiver. Zijn eerste klus: de oprit schoonvegen van een industrieterrein dat ooit van Delphi was. ‘Toen waren de tijden nog goed,’ zegt Wade in zijn slepende tongval. ‘Ik kwam hier graag.’

    De geschiedenis van Delphi begint in 1890, toen het bedrijf onder de naam Packard Electric in Warren begon met de productie van gloeilampen. Later kwamen daar auto-onderdelen bij. In 1932 werd het bedrijf onderdeel van General Motors en breidde het zich steeds verder uit, tot het overal in de VS fabrieken had.

    De vestigingen in Warren betaalden middenklassesalarissen en droegen zo bij aan de bouw van een welvarende stad met aantrekkelijke bakstenen gebouwen aan levendige straten. Wades beide ouders werkten voor 
Packard Electric en verdienden genoeg om zomers met het gezin op vakantie te gaan en zich een zwembad in de achtertuin te kunnen veroorloven. Wade groeide op met de verhalen die elke avond aan tafel werden verteld over wat er die dag op de werkvloer in de fabriek was gebeurd. Packard was toen al begonnen met het reduceren van het personeelsbestand in de VS, door delen van de productie over te brengen naar Mexico. Daar kon het bedrijf profiteren van de lagere loonkosten in steden als Ciudad Juárez, dat fabrieken van buitenlandse bedrijven lokte door ze heel weinig belasting te laten betalen. De dreiging dat er nog meer banen naar het buitenland zouden verdwijnen dwong de vakbonden in Ohio tot concessies op het gebied van salarissen en arbeidsvoorwaarden.

    Toen NAFTA toesloeg, veranderde 
Ciudad Juárez van het ene moment op het andere van een woestijnoase die vooral bekendstond om zijn nachtclubs en casino’s, in een uitgestrekt netwerk van betonnen bedrijfsgebouwen langs stoffige zandwegen

    Toch gingen Wades broer en schoonzus na de middelbare school bij de fabriek in Warren werken, en Wade ging ervan uit dat hij dat ook zou doen. Toen het zover was, werkten er nog krap negenduizend mensen bij de vestiging in Warren, tegen dertienduizend tien 
jaar daarvoor. Maar Wade was tevreden met zijn leven. Hij werkte in de avonddienst aan de lopende band en kon elke donderdagavond zijn looncheque gaan verzilveren in de bar aan de overkant van de straat. Op zijn vrije dagen ging hij eenden jagen met zijn chocoladebruine labrador Hunter.

    Aan het begin van deze eeuw, nadat Packard was omgedoopt tot Delphi Automotive Systems en los van General Motors verder was gegaan, bezat Wade zijn huis met zwembad. Zijn vrouw reed in een gloednieuwe Trailblazer 
en hijzelf in een nieuwe Chevrolet pick-up. Hij had geen idee wat hem boven het hoofd hing.

    Lopez groeide op in Bermejillo, een stoffig stadje in de staat Durango, 
waar haar stiefvader hele dagen in de brandende zon werkte op zijn katoen- en meloenakkers. Op haar tiende 
haalde haar moeder haar van school: ‘Waarom zou je verder leren, als je 
toch alleen maar gaat werken en baby’s gaat krijgen?’

    En inderdaad: op haar zeventiende kreeg ze een zoon, de eerste van haar vijf kinderen. De mensen in Bermejillo verdienden al eeuwenlang de kost op hun akkers en Lopez had weinig reden om aan te nemen dat voor haar iets anders weggelegd zou zijn.

    Maar het NAFTA-verdrag maakte het 
de kleine Mexicaanse boeren moeilijk. Zij moesten nu concurreren met de importproducten van reusachtige agrobedrijven uit de VS, die vaak flinke subsidies kregen van de Amerikaanse regering. In plaatsjes als Bermejillo raakte een hele generatie jonge 
mensen werkloos en velen trokken naar het noorden, de VS in. Anderen gingen naar grenssteden zoals Ciudad Juárez.

    Toen NAFTA toesloeg, veranderde 
Ciudad Juárez van het ene moment op het andere van een woestijnoase die vooral bekendstond om zijn nachtclubs en casino’s, in een uitgestrekt netwerk van betonnen bedrijfsgebouwen langs stoffige zandwegen. De bevolking groeide sneller dan de overheid snelwegen, scholen en andere infrastructurele voorzieningen kon bouwen.

    Lopez werkte voor 5 dollar per avond in een café, toen een vrachtwagenchauffeur op doorreis haar vertelde over de nieuwe banen in de fabrieken in het noorden. In 1996 arriveerde ze met haar man en vijf kinderen in Ciudad Juárez. Haar oudste zoon was toen zestien en vond meteen werk in een maquiladora, zoals ze de Amerikaanse fabrieken noemden die zich in hoog tempo aan de Mexicaanse kant van de grens 
vestigden. Dat gold ook voor Lopez, 
die zo nerveus was dat ze op haar eerste dag op het werk aanbood om de toiletten schoon te maken in plaats van op de fabrieksvloer te werken.

    ‘God hielp me,’ vertelt ze nu. ‘We hadden tenminste werk, hoe goed of slecht dat ook was.’ Ze raakte gewend aan het fabriekswerk – roddelde met de andere arbeiders tijdens de pauzes, volgde lessen die na werktijd werden aangeboden en waarmee ze een diploma algemene ontwikkeling behaalde, legde zich neer bij het leven in een grote stad ver van huis. Toen, in 2001, pleegde haar op één na oudste zoon zelfmoord. Na zijn dood was ze zo verslagen dat ze voor het eerst thuisbleef van haar werk.

    Een van haar leidinggevenden kwam haar thuis opzoeken en haalde haar over om weer naar de fabriek te komen. Lopez overwoog vervolgens om naar Durango terug te gaan, maar ze wist dat daar geen goede banen waren. Ze legde zich neer bij het feit dat de Delphi-fabriek waarschijnlijk de beste plek was waar ze ooit zou kunnen werken en dat Ciudad Juárez nu haar thuis was. ‘Zonder die baan had ik niet te eten,’ zegt ze.

    1. Chris Wade werkt ’s zomers als dakdekker 
en ’s winters als sneeuwruimer; 2. Na een dag belt Wade over zijn werkrooster voor de rest van de week. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times
    1. Chris Wade werkt ’s zomers als dakdekker 
en ’s winters als sneeuwruimer; 2. Na een dag belt Wade over zijn werkrooster voor de rest van de week. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times

    Delphi had een notering aan de beurs van New York, maar was nog steeds afhankelijk van zijn grootste klant, General Motors. Toen die in 2004 instortte, raakte ook de transnationale auto-onderdelenfabrikant in een vrije val. Het jaar daarna volgde bovendien een boekhoudfraudeschandaal waarin verscheidene topmanagers werden bestraft, en Delphi stevende af op een faillissement.

    Er kwam een nieuwe topman, Robert Miller, die klaagde dat de Amerikaanse personeelsleden van het bedrijf te 
veel betaald kregen, waardoor de loonkosten in de VS-vestigingen drie keer zo hoog waren als die van andere 
auto-onderdelenleveranciers. In maart 2006 kondigde Delphi de sluiting van 21 van zijn 29 Amerikaanse fabrieken aan, waarmee 29.000 banen verloren gingen, zo’n twee derde van het totale personeelsbestand. De productie werd overgebracht naar fabrieken in China en Mexico, waar Delphi nu zo’n 70.000 mensen in twintig steden aan het werk heeft.

    De meeste bedrijfsonderdelen in 
Warren bleven wel open, maar met veel minder mensen. Terwijl Miller een vertrekregeling meekreeg die volgens sommigen 35 miljoen dollar waard was, kregen de arbeiders het dringende advies om een afvloeiingsregeling 
te accepteren en werden ze gewaarschuwd dat hun salaris, als ze bleven, gemiddeld van 29 naar 16,50 dollar 
per uur zou dalen.

    Op de dag dat hij Delphi verliet met een vertrekregeling van in totaal 140.000 dollar, was Wade, zoals hij het noemt, ‘laaiend’. ‘De directeuren en 
de mannen aan de top verdienen 
miljoenen, terwijl alle anderen maar nauwelijks overleven,’ zegt hij. ‘Dat deugt niet.’

    in Trumbull County, het vroeger 
fabricage- en staalbastion waar Warren toe behoort, voelde men de ontslagen bij Delphi als een laatste dodelijke dreun. Wades jaren na Delphi waren niet gemakkelijk. Kort na zijn vertrek bij de fabriek maakte hij een scheiding door en hij ontsnapte op een haar na aan gevangenisstraf, nadat hij dronken achter het stuur was aangehouden met in zijn achterbak een paar wapens waarvoor hij geen vergunning bezat. Hij had zijn groot rijbewijs gehaald om vrachtwagenchauffeur te kunnen worden, maar zijn veroordeling voor rijden onder invloed haalde een streep door dat carrièreplan. Hij behaalde een certificaat om verzekeringen te mogen verkopen, maar ook dat werd geen succes.

    Nu werkt hij ’s zomers als dakdekker 
en ’s winters als sneeuwruimer. Na tien jaar verdient hij ongeveer wat hij ook bij Delphi kreeg, maar zonder de zekerheid van een pensioen, doorbetaalde vakanties of een ziektekostenverzekering. Had hij zijn baan bij Delphi behouden, dan had hij over zeven jaar met pensioen gekund.

    Wade wil geen woord horen over de Mexicaanse arbeiders die zijn plaats hebben ingenomen. Hij kookt van woede als hij hoort hoe weinig zij betaald krijgen en windt zich al even erg op over immigranten die illegaal 
in de VS werken.

    Stem aan Trump

    Hij vond het goed dat Trump Mexico op dit onderwerp aanviel. Dat is dan ook de reden waarom Wade, die zijn hele leven Democraat en vakbondslid was geweest, dit keer besloot zijn stem aan Trump te geven. Net als veel 
anderen in Trumbull County, dat bij 
de afgelopen presidentsverkiezingen voor het eerst sinds 1972 in meerderheid Republikeins stemde.

    Vakbondsman Brian Lutz van de bond die ooit ook Wade vertegenwoordigde, zegt dat hij die woede tegen het 
establishment wel begrijpt. ‘Ik hoor voortdurend mensen zeggen: waarom zou ik op een Democraat blijven stemmen, als alle mensen met wie ik heb gewerkt weg zijn en de Democraten niet gedaan hebben waarvoor wij ze hadden gekozen?’ Zijn bond heeft onlangs een cao afgesloten waarin arbeiders een startsalaris krijgen van 13 dollar per uur. Dat is zo’n tien keer zoveel als Lopez nu verdient, na twintig jaar werken bij de Delphi-fabriek 
in Ciudad Juárez.

    Het effect van Trumps waarschuwingen aan bedrijven om hun productie in Amerika te houden, wordt al zichtbaar in de Mexicaanse economie. Autofabrikant Ford had plannen om een fabriek van 1,6 miljard dollar in Mexico te 
bouwen, maar kondigde vorige maand aan daarvan af te zien, na kritiek van Trump via Twitter. In plaats daarvan gaat het bedrijf in Michigan extra mensen aannemen.

    Een arme buurt in Juárez waar veel fabrieksarbeiders wonen.
    Een arme buurt in Juárez waar veel fabrieksarbeiders wonen.

    Maar sommige bedrijven die nu in Mexico hun producten fabriceren, zeggen dat ze zeker niet terug zullen gaan naar de VS. Dat geldt ook voor Delphi. Het bedrijf heeft net een plan aangekondigd voor nieuwe ontslagen in Warren, waar dan nog 1500 medewerkers overblijven.

    Op de Barclay’s Automotive Conference in New York zette Delphi’s financieel directeur Joe Massaro afgelopen december uiteen wat er met Delphi zou gebeuren bij verschillende handelsscenario’s van Trump. Als Trump de grens met Mexico helemaal zou sluiten, zouden ‘alle mensen in 
Michigan en Ohio die op hem hebben gestemd binnen een week zonder werk zitten’, omdat, zo benadrukte Massaro, veel fabrieken in de VS, waaronder autofabrikanten in Detroit, afhankelijk zijn van onderdelen die in Mexico 
worden gemaakt.

    Als de Verenigde Staten zich terugtrekken uit NAFTA en weer invoerrechten gaan heffen voor producten uit Mexico, blijft Delphi in Mexico produceren, 
zei Massaro. Het bedrijf zou de extra kosten dan doorberekenen aan zijn leveranciers of aan de consumenten, 
of op zoek gaan naar een manier om zijn productiekosten te verlagen – wat ontslagen of salarisverlagingen in Mexico zou kunnen betekenen.

    Wat de gevolgen van dit alles voor Lopez en haar gezin zullen zijn, weet ze niet. Drie van haar vier kinderen werken in een fabriek. De afgelopen paar jaar is elke peso die ze kon missen opgegaan aan de universitaire opleiding voor haar jongste zoon, Sergio, 
die computerwetenschappen studeert. Zijn droom is om een eigen softwarebedrijf te starten dat de concurrentie met Amerikaanse bedrijven aankan. Hij heeft gezien hoe het leven van zijn moeder eruitzag en wil meer dan een fabrieksloontje verdienen. ‘Dat is hard werken voor weinig geld,’ zegt hij.

    Auteur: Kate Linthicium
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: © Katie Falkenberg

    Los Angeles Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.