Tag: onderhandelingen

  • Zwitserland: ‘aanzienlijke vooruitgang’ geboekt tijdens eerste gesprekken VS-Iran

    Zwitserland: ‘aanzienlijke vooruitgang’ geboekt tijdens eerste gesprekken VS-Iran

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bolivia: president Paz kondigt noodtoestand af om wegen vrij te maken

    » Colombia: extreemrechtse kandidaat De la Espriella wint presidentsverkiezingen

    Het heikelste agendapunt is de situatie in Libanon

    Pakistaanse en Qatarese bemiddelaars meldden maandag dat er ‘bemoedigende stappen vooruit’ waren gezet tijdens de eerste onderhandelingsronde in Zwitserland tussen de VS en Iran, gericht op het tot stand brengen van duurzame vrede in het Midden-Oosten. De Iraanse zijde prees de ‘aanzienlijke’ vooruitgang in de Libanese kwestie.

    De gesprekken, die plaatsvonden in Bürgenstock in de Zwitserse Alpen, begonnen zondag en duurden tot maandagavond, in het kader van het memorandum van overeenstemming dat donderdag tussen beide partijen werd ondertekend. De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Abbas Araghchi, lid van de door Teheran gestuurde delegatie, meldde dat er ‘aanzienlijke vooruitgang’ was geboekt bij het oplossen van de ‘oorlog in Libanon’, aldus Al Jazeera.

    ‘Iraanse olie- en petrochemische exporten zijn vrijgesteld [van sancties], de blokkade is opgeheven, sommige bevroren tegoeden zijn vrijgegeven en er is een omvangrijk wederopbouw- en ontwikkelingsplan voor Iran van start gegaan’, schreef hij op X.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hij benadrukte echter dat de eerste ‘echte test’ voor het succes van de onderhandelingen de ontwikkelingen in Libanon zouden zijn, waar Iran een definitief einde eist aan de vijandelijkheden tussen Israël en Hezbollah – een onderwerp dat uitgebreid aan bod kwam tijdens de gesprekken van zondag.

    Over de Straat van Hormuz, die Iran naar eigen zeggen zaterdag opnieuw had afgesloten uit protest tegen de aanhoudende confrontaties in Libanon, kwamen de partijen overeen een ‘communicatielijn’ in te stellen om ‘incidenten en communicatieproblemen’ te voorkomen en ‘een veilige doorgang voor commerciële schepen die door de straat varen’ te garanderen, meldt de BBC.

    De gesprekken verliepen echter niet zonder spanning en de discussie dreigde eerder op de dag bijna te ontsporen, aldus CNN. Iran verliet de onderhandelingen iets meer dan een uur na aanvang, ‘naar aanleiding van de dreigementen’ van Donald Trump, die Teheran als ‘beledigend’ beschouwde.

  • Thailand en Cambodja onderhandelen over staakt-het-vuren in Maleisië

    Thailand en Cambodja onderhandelen over staakt-het-vuren in Maleisië

    De gevechten in de grensregio’s houden aan

    In de Maleisische hoofdstad Putrajaya zijn maandag vredesgesprekken begonnen tussen Thailand en Cambodja. Dat meldt Al Jazeera. De onderhandelingen vinden plaats op initiatief van de Maleisische premier Anwar Ibrahim, in zijn rol als voorzitter van de Zuidoost-Aziatische landenorganisatie ASEAN.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Thaise waarnemend premier Phumtham Wechayachai beschuldigde Cambodja voorafgaand aan de ontmoeting van ‘gebrek aan goede wil’. Cambodja’s premier Hun Manet liet via X weten te streven naar een onmiddellijke wapenstilstand.

    Het grensconflict heeft in vijf dagen tijd minstens 35 mensen het leven gekost en meer dan 270.000 mensen op de vlucht gejaagd. De spanningen liepen dit weekend verder op nadat Thailand meldde dat Cambodja raketten had afgevuurd op de Thaise provincie Sisaket, waarbij een iemand overleed en een iemand gewond raakte.

  • Gaza: onderhandelingen tussen Hamas en Israël zijn van start gegaan

    Gaza: onderhandelingen tussen Hamas en Israël zijn van start gegaan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Suriname kiest voor het eerst in zijn geschiedenis een vrouwelijke president

    » Texas: achtenzeventig doden en tien vermiste kinderen door overstromingen

    Donald Trump hoopt dat er ‘deze week’ nog een akkoord komt

    De indirecte onderhandelingen tussen Israël en Hamas over een staakt-het-vuren in Gaza zijn zondagavond in Qatar van start gegaan, aan de vooravond van het bezoek van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu aan Washington. De Amerikaanse president Donald Trump zei te hopen dat ze ‘deze week’ nog tot een akkoord komen, maar ‘het spreekt voor zich dat er nog steeds meningsverschillen bestaan tussen beide partijen’, aldus de website van de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Palestijnse bronnen die dicht bij de Hamas-delegatie staan, hebben maandagochtend laten weten dat de eerste onderhandelingsronde niets heeft opgeleverd, omdat de Israëlische delegatie volgens hen ‘onvoldoende mandaat heeft om tot een akkoord met Hamas te komen’, aangezien zij geen ‘echte macht’ heeft, zo meldt The Times of Israel.

    Voor de BBC ‘is het niet langer alleen de vraag of de onderhandelingen in Qatar zullen leiden tot een voor beide partijen aanvaardbaar compromis, maar ook of Trump Netanyahu tijdens hun ontmoeting op maandag zal kunnen overtuigen van de noodzaak om een einde te maken aan de oorlog’.

  • Qatar: gesprekken in Doha over een bestand in Gaza ‘nog steeds niet afgerond’

    Qatar: gesprekken in Doha over een bestand in Gaza ‘nog steeds niet afgerond’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese Unie heft alle economische sancties tegen Syrië op

    » Roemenië: verliezer Simion wil dat uitslag verkiezingen nietig wordt verklaard

    Israël en Hamas zijn het fundamenteel oneens

    Recente onderhandelingen in Qatar over een staakt-het-vuren in Gaza ‘hebben nog steeds geen resultaat opgeleverd’, zeiden Qatarese bemiddelaars op dinsdag. Volgens hen is er sprake van een ‘fundamenteel meningsverschil’ tussen de twee partijen, Israël en Hamas, meldt ABC News.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hamas zei dinsdag dat Israël ‘de onderhandelingen niet serieus neemt’ en beweerde dat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu ‘het verblijf van zijn delegatie in Doha dag na dag verlengt zonder serieuze onderhandelingen aan te gaan, en dat er sinds afgelopen zaterdag geen echte besprekingen [hebben] plaatsgevonden’.

    Het kantoor van Netanyahu zei dat Hamas ‘het Amerikaanse voorstel om de gijzelaars vrij te laten’ had geweigerd. Dinsdag riep de Hebreeuwse staat zijn hoge ambtenaren terug uit Doha ‘voor overleg’, waardoor alleen zijn ‘werkteams’ in de Qatarese hoofdstad achterbleven.

  • Gaza: Hamas zegt bereid te zijn gijzelaars vrij te laten

    Gaza: Hamas zegt bereid te zijn gijzelaars vrij te laten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada: premier Justin Trudeau zou deze week al kunnen aftreden

    » Oekraïne lanceert nieuw offensief in de Russische regio Koersk

    Hamas en Israël hebben dit weekend onderhandelingen hervat

    De Palestijnse beweging zei zondag dat het had ingestemd met de vrijlating van vierendertig Israëliërs. Ze stonden op een lijst die was verstrekt door Israël in de eerste fase van een overeenkomst voor de uitwisseling van gevangenen. Volgens een Hamas-functionaris bevat deze lijst ‘alle vrouwen, zieken, kinderen en ouderen’ onder de gegijzelden. De Islamitische groepering ‘heeft ongeveer een week rust nodig om met de ontvoerders te communiceren en de dode of levende (gijzelaars) te identificeren’, voegde de man, die om anonimiteit vroeg, eraan toe.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Israël van zijn kant benadrukte dat het nog steeds geen lijst had ontvangen van de Palestijnse beweging. Indirecte onderhandelingen tussen Hamas en de Joodse staat werden dit weekend hervat in Qatar met het oog op een akkoord over een staakt-het-vuren en de vrijlating van de gijzelaars. ‘We boeken langzaam vooruitgang,’ vertelde een bron die dicht bij de zaak staat zondag aan The Jerusalem Post.

  • Israël stuurt delegatie naar Qatar om met Hamas te onderhandelen

    Israël stuurt delegatie naar Qatar om met Hamas te onderhandelen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Labour behaalt verpletterende overwinning bij Britse verkiezingen

    » EU bezorgd over mogelijk bezoek van Orbán aan Moskou

    De gesprekken beginnen vrijdag in Doha

    ‘Ondanks sterke tegenstand van verschillende leden van zijn kabinet’, zo schrijft Haaretz, gaf de Israëlische premier Benjamin Netanyahu donderdag toestemming voor ‘het sturen van een team van onderhandelaars om te praten over een staakt-het-vuren en de vrijlating van gijzelaars’ in het conflict tussen hem en Hamas in Gaza.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Deze beslissing komt een dag nadat Hamas nieuwe voorstellen stuurde naar de Qatarese, Egyptische en Amerikaanse bemiddelaars. De gesprekken, geleid door Mossad-chef David Barnea, beginnen vrijdag in de Qatarese hoofdstad Doha. De Amerikaanse president Joe Biden juichte de Israëlische beslissing toe en hoopt dat die zou kunnen leiden tot ‘het sluiten van een overeenkomst’. Maar een hoge Amerikaanse functionaris benadrukte dat er nog veel werk verzet moet worden voordat de partijen het eens kunnen worden over de voorwaarden van een staakt-het-vuren.

  • Grote staking legt trein-, bus- en vliegverkeer in Duitsland grotendeels plat

    Grote staking legt trein-, bus- en vliegverkeer in Duitsland grotendeels plat

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland gaat nucleaire wapens in Belarus plaatsen

    » Netanyahu ontslaat defensieminister na kritiek

    De vakbonden Verdi en EVG eisen hogere lonen

    In Duitsland is afgelopen nacht de aangekondigde grote staking in de vervoerssector begonnen. Sinds middernacht zijn ongeveer 350.000 werknemers in verschillende sectoren vanuit het hele land opgeroepen om vierentwintig uur lang te gaan staken. De vakbonden Verdi en EVG [Eisenbahn- und Verkehrsgewerkschaft] riepen op tot een staking naar aanleiding van het cao-conflict in de publieke sector en bij de spoorwegen, schrijft Die Welt.

    De stakingen, de omvangrijkste sinds tijden, zullen naar verwachting grote delen van het openbaar vervoer in Duitsland lamleggen. Deutsche Bahn heeft voor maandag al de langeafstandstreinen stilgelegd en ook regionaal zullen er naar verwachting nauwelijks treinen rijden.

    De vakbond eist onder andere een maandelijkse loonstijging van minstens 500 euro

    Bovendien zullen er op verschillende plaatsen stakingen zijn in het streekvervoer, zoals sneltrams en bussen, en op bijna alle commerciële luchthavens, met uitzondering van Berlijn. Zondag begon de staking al op de luchthaven van München, waar geen regulier passagiersverkeer mogelijk is. Bij sluizen en havens wordt het scheepsverkeer tegengehouden. Wegen zullen waarschijnlijk veel drukker zijn dan normaal.

    Maandag start Verdi de derde ronde van de collectieve onderhandelingen voor ongeveer 2,5 miljoen werknemers in de publieke sector. Op tafel ligt een loonsverhoging van 10,5 procent en een maandelijkse loonstijging van minstens 500 euro. De EVG voert onderhandelingen met Deutsche Bahn en nog zo’n vijftig andere bedrijven. De vakbond eist een loonsverhoging van in totaal 12 procent na een jaar dienstverband.

    Lees ook:

  • Colombia hervat vredesbesprekingen met ELN

    Colombia hervat vredesbesprekingen met ELN

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Servië en Kosovo weten conflict niet op te lossen

    » Zeker 162 doden bij aardbeving in Indonesië

    President Gustavo Petro wil totale vrede voor zijn land

    De Colombiaanse regering gaat opnieuw vredesbesprekingen voeren met de guerrillabeweging het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN), schrijft The Guardian. Bij zijn aantreden liet de nieuwe president van Colombia Gustavo Petro al weten dat het herstarten van deze onderhandelingen hoog op zijn politieke agenda staan. Volgens hem is Colombia toe aan totale vrede en moeten er daarom akkoorden worden gesloten met de nog bestaande rebellengroeperingen.

     De gesprekken vinden plaats in de Venezolaanse hoofdstad Caracas en worden geleid door Cuba en Noorwegen. Het is niet voor het eerst dat de beweging, met circa 2500 leden de grootse nog actieve rebellengroep in Colombia, om de tafel zit met de Colombiaanse regering. Onder de vorige regering van de conservatieve Iván Duque werd de stekker echter uit het vredesproces getrokken, nadat de ELN in 2019 22 agenten in opleiding ombracht bij een bomaanslag in Bogotá.

    Tegenwoordig verdient de groep, die in 1964 werd opgericht, vooral aan illegale mijnbouw en drugshandel. Hierdoor bestaat de angst dat met name jongere leden van de ELN zich zullen afsplitsen en doorgaan met de lucratieve illegale handel, iets wat ook gebeurde in de nasleep van het vredesproces met de FARC.

    Lees ook:

  • Venezuela: VS versoepelt oliesancties in ruil voor dialoog met oppositie

    Venezuela: VS versoepelt oliesancties in ruil voor dialoog met oppositie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden spreekt zich uit tegen het ‘gif’ van witte suprematie na terreuraanslag

    » Britse regering dreigt Noord-Ierlandprotocol te veranderen

    Voorzichtige versoepeling van sancties tegen Maduro

    De regering-Biden heeft besloten een gebaar te maken en versoepelt enkele sancties tegen Venezuela om zo te proberen de dialoog tussen het regime van Nicolás Maduro en de oppositie aan te moedigen, zei een hoge Amerikaanse ambtenaar dinsdag, aldus El País. Het besluit lijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen: kort na de aankondiging kwamen de socialistische regering en de oppositie bijeen om de besprekingen te hervatten. De onderhandelingen, die vorig jaar in Mexico waren begonnen, werden in oktober onderbroken.

    Na de Russische inval in Oekraïne zijn de regeringen van de VS en Venezuela nader tot elkaar gekomen

    De veranderingen zijn niet materieel ingrijpend, maar geven wel degelijk een signaal af. Bovendien zei een hoge regeringsambtenaar dat bijkomende stappen kunnen worden ondernomen indien de dialoog gunstig verloopt, en de versoepelingen teruggedraaid kunnen worden wanneer dit niet het geval is. Met haar nieuwe besluit zal de regering de Amerikaanse oliemaatschappij Chevron toestaan te onderhandelen over een vergunning met de staatsoliemaatschappij PDVSA. Chevron mag nog steeds niet boren op Venezolaans grondgebied of olie uit het land exporteren.

    Na de Russische inval in Oekraïne zijn de regeringen van de VS en Venezuela nader tot elkaar gekomen. Venezolaanse olie wordt vanwege de sancties tegen Rusland van grotere strategische waarde.

    Lees ook:

  • Bangkok Airways gehackt | Argentinië haalt banden aan met Cuba

    Bangkok Airways gehackt | Argentinië haalt banden aan met Cuba

    Venezuela: regering en oppositie streven naar ‘deelakkoorden’

    De tweede onderhandelingsronde tussen het regime van Nicolás Maduro en de Venezolaanse oppositie, met het oog op de regionale verkiezingen van 21 november, was gericht op het bereiken van ‘deelakkoorden’, schrijft het Spaanse agentschap Europa Press. Volgens de regeringsdelegatie zijn er al akkoorden gesloten, maar de oppositie heeft verklaard dat er nog geen overeenstemming is bereikt.

    De oppositie wil ingrijpende politieke veranderingen

    De vertegenwoordiger van Nicolás Maduro zei dat de onderhandelingen in een ‘hartelijke sfeer’ verlopen en dat het opheffen van de economische sancties zijn voornaamste doelstelling is. De oppositie, die ermee heeft ingestemd deel te nemen aan de verkiezingen in november, benadrukt de noodzaak van humanitaire akkoorden en ingrijpende politieke veranderingen. De onderhandelingen vinden plaats in Mexico, onder auspiciën van Noorwegen. Ook Nederland en Rusland spelen een bemiddelende rol.


    Bangkok Airways gehackt

    Bangkok Airways, de op een na oudste en op twee na grootste luchtvaartmaatschappij van Thailand, maakte op donderdag 26 augustus bekend dat hackers passagiersinformatie hebben gestolen bij een ransomware-aanval. De luchtvaartmaatschappij bevestigde de hack, een dag nadat een ransomware-bende, bekend als LockBit, een bericht op het darkweb plaatste waarin werd gedreigd gegevens te lekken als een fors bedrag aan losgeld niet zou worden betaald. De LockBit-bende gaf de luchtvaartmaatschappij vijf dagen de tijd om het losgeld te betalen, maar publiceerde zaterdag de ruim 200 GB aan gestolen gegevens nadat duidelijk werd dat Bangkok Air niet wilde onderhandelen, schrijft The Record.

    Er zijn ook bestanden bestolen die persoonlijke gegevens van passagiers bevatten

    Hoewel de meeste gestolen informatie zakelijke documenten lijkt te betreffen, zei Bangkok Airways dat de hackers er ook in geslaagd zijn bestanden te stelen die persoonlijke gegevens van sommige van haar passagiers bevatten. Het is onduidelijk om hoeveel passagiers het gaat.

    Eerder deze maand waarschuwde het Australian Cyber Security Center Australische bedrijven al voor een toename van aanvallen van de Lockbit-bende.


    Argentinië haalt banden aan met Cuba

    Jorge Neme, de Argentijnse minister van Internationale Economische Betrekkingen, heeft vorige week maandag in Havana een ontmoeting gehad met de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken Bruno Rodríguez, waarbij beide landen hun intentie onderstreepten om de bilaterale banden te versterken, bericht MercoPress. Rodríguez maakte van de gelegenheid gebruik om Neme te bedanken voor de steun van Argentinië in het veroordelen van de economische, commerciële en financiële blokkade van de Verenigde Staten tegen het eiland.

    Neme had ook een ontmoeting met de Cubaanse minister van Landbouw om technische samenwerking en gezamenlijke zakelijke projecten te bespreken. Daarna bezocht hij verschillende bedrijven in de westelijke provincie Matanzas in Cuba.

  • In vredesnaam

    In vredesnaam

    In een villa aan het Meer van Genève zetelt het HD Centre, een onafhankelijke non-profitorganisatie van zo’n 140 mediators die zich inzetten om crises en oorlogen te voorkomen of te beëindigen. Die Zeit mocht twee van hen – de Amerikaan David Gorman en de Fransman Romain Grandjean – bijna een jaar lang volgen.

    Koekjes zijn goed, whisky is soms nog beter. Bij de start van onderhandelingen moet er iets zijn wat de gesprekspartners ontspant en de stemming verbetert. Suiker of alcohol. Daarover is vrijwel iedereen het eens.

    Op een bloedhete dag eind juni 2016 stapt David 
Gorman het kantoor van de rampendienst in Kiev binnen. Hij heeft een paar zakjes koekjes bij zich. In het kantoor is alles bruin: stoelen, tafels, muren. De projector werpt vaal licht op de muur. ‘Ecologische risico’s in de regio Donbass’, staat er. De mannen van de rampendienst en van de Oekraïense Academie van Wetenschappen wachten aan de ene kant van de tafel, de mannen van de ambassades van Noorwegen, Zweden en Groot-Brittannië aan de andere. Ze kennen elkaar nog niet, maar moeten binnenkort zij aan zij gaan strijden. Tussen hen in deelt David Gorman zijn koekjes uit en legt het eerste contact.

    Glimlachend gaan de mannen zitten. Gorman is 47 jaar oud 
en ruim 1,90 meter lang. Als hij zit, kromt hij zijn rug in een poging zich kleiner voor te doen. Hij wil niet boven de mensen uitsteken die naast hem zitten. Hoe men hem ziet, kan bepalend zijn voor de kant die de gesprekken opgaan. Is hij te luidruchtig of te stil? Te terughoudend of te vastbesloten? Hij moet niet alleen oog hebben voor wie hij tegenover zich heeft, maar ook altijd voor zichzelf. In Azië mag zijn handdruk niet te stevig zijn, in het Midden-Oosten niet te slap. Wat in het ene land wordt gerespecteerd, kan in het andere wrevel veroorzaken.

    Gormans beroep is tussen de partijen in staan. Hij is niet vooringenomen en spant met niemand samen. Hij is vredesbemiddelaar en al 25 jaar op pad in de oorlogs- en crisisgebieden van deze wereld: Israël, Palestina, Bosnië, Liberia, Indonesië, de Filipijnen, Libië en sinds drie jaar Oekraïne en Rusland. Gorman verschijnt wanneer twee partijen in een conflict niet meer met elkaar praten. Of als ze niet willen dat de wereld weet dat ze in het geheim nog met elkaar praten.

    Gorman werkt voor het Zwitserse Centre for Humanitarian Dialogue (HD Centre), een onafhankelijke 
non-profitorganisatie van zelfstandige vredesbemiddelaars die in een villa aan het Meer van Genève zetelt. Het is de grootste in haar soort. Al bijna twintig jaar spannen inmiddels 140 mediators zich in om crises en oorlogen te voorkomen of te beëindigen. Op dit moment bemiddelen ze in 25 landen. In de meeste gevallen krijgen ze een opdracht van regeringen, de Verenigde Naties of de Europese Unie, die naast 
stichtingen en particuliere sponsors de belangrijkste financiers van het HD Centre zijn. Sommige inspanningen zijn zo geheim dat zelfs de namen van de landen niet bekend mogen worden. De bemiddelaars handelen in het verborgen, elk zinnetje in het openbaar kan destructieve gevolgen hebben. Discretie is het DNA van hun business.

    Daarom praten ze normaal gesproken niet over hun werk. Die Zeit mocht twee van hen – de Amerikaan David Gorman en de Fransman Romain Grandjean – bijna een jaar lang volgen. Gorman is regiodirecteur van het HD Centre voor Eurazië, met Oekraïne in zijn portefeuille, Grandjean voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, dus ook voor Libië.

    David Gorman. – © HD Centre
    David Gorman. – © HD Centre

    De vergaderzaal in Kiev is klein, de hitte dringt naar binnen. David Gorman vertelt over zijn reis naar Oost-Oekraïne in 2014. Het Donetsbekken is een van de grootste steenkoolgebieden ter wereld en het centrum van de zware industrie van het land. Nu behoort het tot de door pro-Russische separatisten gecontroleerde ‘Volksrepubliek Donetsk’, die zich van Oekraïne heeft afgesplitst. Gorman reist heen en weer tussen Donetsk en Kiev om boodschappen van de ene naar 
de andere kant over te brengen. Nu gaat het om een mogelijke ecologische ramp in het separatistengebied. De bodem zou verontreinigd geraakt kunnen zijn door bombardementen, waardoor de regio zonder drinkwater kan komen te zitten. Daarom hebben de wetenschappers uit Kiev dringend behoefte aan contact 
met het lokale waterleidingbedrijf Voda Donbassa. Maar de deskundigen van beide zijden mogen niet meer rechtstreeks met elkaar praten. Ze zijn bang 
dat ze wegens ‘illegale contacten’ als vijand worden bestempeld. Daarom brengt Gorman de Oekraïense wetenschappers vandaag in contact met westerse diplomaten. De westerlingen moeten hun best gaan doen om meer aandacht voor het onderwerp te 
genereren. ‘We moeten een ecologische crisis voorkomen. Dat is ons doel,’ zegt Gorman bij aanvang.

    De projector in de vergaderzaal werpt beelden van verwoeste bruggen en waterleidingen in Oost-Oekraïne op de muur. Jevgeni Jakovlev, een oudere heer van de Oekraïense Academie van Wetenschappen, gaat staan. Hij somt enkele potentiële schrikbeelden voor het Donetsbekken op: raketten die opslagplaatsen van stoffen als chloor, lood of kwik treffen, kolenmijnen die klakkeloos onder water 
worden gezet, waardoor giftig mijnwater aan de oppervlakte komt. Jakovlev is bang dat dit allemaal al gebeurd is. De hele regio zou onbewoonbaar kunnen worden. ‘Maar we hebben geen gegevens over de daadwerkelijke situatie,’ zegt hij. De diplomaten zijn stil. Het lijkt wel alsof ze dit allemaal voor het eerst horen.

    David Gorman heeft geluisterd en aantekeningen gemaakt. Luisteren tot je erbij neervalt, interesse tonen, mensen het gevoel geven te worden gehoord, dat zijn de belangrijkste eigenschappen van een vredesbemiddelaar. Aan het einde van de bijeenkomst vat hij de vervolgstappen samen: met hulp van 
westerse diplomaten in Kiev moet er een expert van Voda Donbassa worden uitgenodigd en er moet een gemeenschappelijke werkgroep worden opgericht om watermonsters te nemen in de bedreigde 
gebieden. ‘Om politici te overtuigen hebben we harde cijfers nodig,’ zegt Gorman.

    Hij hoopt dat de zorg om het milieu de partijen 
dichter bij elkaar zal brengen, omdat het gevaar voor beide kanten dreigt. En als het lukt om het eens te worden over het drinkwater, dan is het misschien ook mogelijk om een akkoord te bereiken over 
grenzen en een staakt-het-vuren. Het zou een kleine stap kunnen zijn in de richting van een verzoening tussen Rusland en Oekraïne.

    Opgegroeid met conflicten

    David Gorman is opgegroeid met conflicten. Hij komt uit een wijk in het Amerikaanse Boston waar veel Ierse katholieken wonen. In zijn jeugd was de crisis in Noord-Ierland alomtegenwoordig; zijn broer had een tatoeage van de ondergrondse organisatie IRA. Ook het conflict in het Midden-Oosten liet Gorman niet met rust: de gijzeling, in 1979, van 52 Amerikaanse diplomaten in de Iraanse hoofdstad Teheran en de vraag ‘Waarom worden we toch zo gehaat?’ Gorman zegt dat het vinden van een antwoord op die vraag al in zijn jeugd een obsessie voor hem was. Na zijn studie volgde hij in Washington een opleiding tot mediator en op zijn vierentwintigste vertrok hij voor zijn eerste opdracht naar Israël. Sindsdien is de crisis zijn domein.

    Tegenwoordig woont Gorman met zijn Bosnische vrouw en zijn drie kinderen op Cyprus. Op maandag pakt hij het vliegtuig, op vrijdag gaat hij terug. Ook zijn vrouw werkt voor een ngo, die zich inzet voor misbruikte kinderen. Thuis praten ze nooit over 
hun werk. ‘Te veel werkelijkheid,’ zegt Gorman.

    Soms moet Gorman jarenlang werken om iets te bereiken. Frustratie heeft hij zichzelf afgeleerd. 
‘Je moet blij zijn met de kleine overwinningen,’ zegt hij in de auto in Kiev. Vanavond vliegt hij naar Moskou, over twee dagen zal hij weer in Kiev zijn. Binnenkort staat de volgende bijeenkomst ter 
voorkoming van de watercatastrofe op de agenda. Gorman hoopt dat er dan ook een vertegenwoordiger van Voda Donbassa uit Oost-Oekraïne aan tafel zit.

    Romain Grandjean. – © HD Centre
    Romain Grandjean. – © HD Centre

    Een paar weken eerder, medio juni 2016, staat 
Gormans collega Romain Grandjean vlak voor 
middernacht in een bar bij de haven van de Noorse hoofdstad Oslo. De 41-jarige Grandjean ziet er moe uit, hij heeft donkere kringen onder de ogen. Hij is pas aangekomen vanuit het hoofdkantoor van het 
HD Centre in Genève. Grandjean woont met zijn gezin net over de Zwitserse grens in Frankrijk. Het is niet eenvoudig om hem tijdens zijn werk te volgen. Naar Libië reizen is lastig voor journalisten: er zijn problemen met visa, en gesprekken worden verzet 
of uit veiligheidsoverwegingen afgezegd. Dus eerst maar eens Oslo. Elk jaar organiseert het HD Centre hier samen met het Noorse ministerie van Buitenlandse Zaken een informele conferentie waarbij 
vredesbemiddelaars, politici en diplomaten van gedachten wisselen over de toestand in de wereld. Dit keer worden vijf ministers van Buitenlandse Zaken verwacht; de Amerikaan John Kerry zal een toespraak houden.

    Grandjean is tien jaar geleden begonnen bij het HD Centre. Daarvoor is hij in dienst geweest bij een ngo die politieke analyses van conflicten en oorlogen over de hele wereld maakt en heeft hij als waarnemer bij verkiezingen in Mexico, Libanon en 
Wit-Rusland gewerkt. Op een gegeven moment wilde hij de problemen niet meer alleen vanaf de zijlijn bekijken, maar ook proberen ze op te lossen. Voor het HD Centre heeft hij in de Centraal-Afrikaanse Republiek bemiddeld en later in Tunesië, Syrië en Egypte. Nu werkt hij in Libië. Er zijn missies waarover hij met niemand mag spreken. ‘Soms is dat een behoorlijke last,’ zegt hij. ‘Veel mensen denken dat ik een spion ben.’ Het valt op dat hij vragen vaak met een tegenvraag beantwoordt. ‘Een relatie opbouwen’, noemt hij dat. Pas wanneer hij iets over een ander weet, kan hij een inschatting van diegene maken en uiteindelijk onderhandelingen met hem of haar 
voeren. Grandjean en Gorman vertellen meestal maar weinig over zichzelf. Ze proberen zich in hun gesprekspartners te verplaatsen, bieden ruimte en blijven zelf op de achtergrond. Het zijn mensen met wie andere mensen zich graag omringen omdat ze belangstelling tonen en aandacht schenken zonder meteen een oordeel te vellen. ‘Mij interesseert de persoon en niet wat hij of zij vertegenwoordigt,’ zegt Grandjean. Misschien is het beroep van bemiddelaar ook een soort levenshouding.

    Romain Grandjean citeert de Amerikaanse schrijver Ambrose Bierce: ‘Diplomatie is de patriottische kunst om voor je vaderland te liegen.’ Grandjean vindt het een groot voordeel dat hij niet de belangen van een land vertegenwoordigt en dus niet hoeft te liegen. ‘We hebben geen politieke agenda.’ Daarom neemt hij voor zijn werk in het Midden-Oosten en in Noord-Afrika geen geld aan van de VS of Frankrijk, want die landen zijn te zeer verwikkeld in de conflicten aldaar.

    De bemiddelaars beslissen zelf met wie, wanneer, hoe en waarover ze praten, ze zetten hun eigen koers uit. ‘Sommige sponsors begrijpen dat beter dan andere,’ zegt Grandjean. Ook het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken financiert projecten van 
het HD Centre, waaronder enkele in Libië. De Duitse diplomaten werken sinds enige tijd intensiever samen met particuliere vredesbemiddelaars. ‘Ze doen het heel goed,’ zegt Rüdiger König, oud-ambassadeur in Afghanistan en nu de verantwoordelijke afdelingschef op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Onafhankelijke bemiddelaars, zegt hij, zijn in staat mensen te spreken die regeringsvertegenwoordigers uit veiligheids- of politieke overwegingen niet 
zouden kunnen ontmoeten.

    Hoe langer je Grandjean en Gorman volgt, des te meer ze de indruk wekken geheel buiten adem te zijn. Een leven door anderen bepaald, door het wereldgebeuren opgejaagd

    Mannen als Grandjean en Gorman zijn de libero’s van de wereldgemeenschap. Ze praten ook met mensen met wie verder niemand praat, zoals die 
van IS, de taliban of Al-Qaida. ‘Ze vertrouwen je of 
ze maken je van kant,’ zegt Grandjean. Hij vergelijkt zichzelf en zijn collega’s met acrobaten in een 
circustent, maar dan zonder net dat ze opvangt als 
ze vallen. Neem nu Grandjeans medewerker Hesham Gaafar in Egypte. Hij werd in oktober 2015 gearresteerd; sinds een halfjaar zit hij in eenzame opsluiting – zonder aanklacht. Tot nog toe is Grandjean er niet in geslaagd hem vrij te krijgen. ‘Ik denk elke dag aan hem,’ zegt hij.

    De volgende ochtend begint de internationale 
conferentie, in een hotel bij een golfbaan in de buurt van Oslo. In pastelkleurige ruimten gaan ongeveer honderdvijftig vredesbemiddelaars, diplomaten en politici met elkaar in gesprek. Ook David Gorman is overgekomen uit Kiev. Het gaat over Syrië, Libië, Burundi, Jemen, Afghanistan, Colombia, Oekraïne. Het geheel biedt een ietwat surreële aanblik. Buiten wandelen golfers over zacht glooiende heuvels, 
binnen heerst de crisis. In Syrië hebben tot nog toe alle bemiddelaars gefaald, in Oekraïne is de situatie aan het verslechteren en Libië valt uiteen.

    In de pauzes vinden de echt belangrijke gesprekken plaats. Op het terras praat Gorman met de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken. Grandjean is verdwenen voor een vertrouwelijke bespreking. Na de lunch neemt hij deel aan de besprekingen over Libië. Er zijn daar nu drie regeringen, in het oosten, in het westen en een van ‘nationale eenheid’, en bovendien verscheidene milities en Islamitische Staat, die allemaal strijden om de macht in het land. Veel partijen in het oosten weigeren elke dialoog met de Verenigde Naties. Romain Grandjean zal eerdaags weer naar Libië vertrekken.

    Drie maanden later, op een ochtend in september 2016, staat David Gorman in een raamloze vergaderruimte van hotel President in Kiev. Eveneens aanwezig zijn Jevgeni Jakovlev van de Oekraïense Academie van Wetenschappen, westerse diplomaten, en voor het eerst iemand van de andere kant, uit het separatistengebied: Viktor Savodovski, de chef van de 
afdeling Investeringen en Ontwikkeling bij waterleidingbedrijf Voda Donbassa in Oost-Oekraïne. David Gorman rapporteert dat hun initiatief overal zeer positief is ontvangen. Zijn collega heeft een lijst gemaakt met plaatsen waar de experts uit beide delen van het land de komende weken naartoe 
zullen gaan om water- en bodemmonsters te nemen.

    In november 2016 komt Romain Grandjean naar Berlijn. Hij heeft een afspraak bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De dagen ervoor heeft hij 
nauwelijks geslapen. Eerst is hij in Libië geweest, vervolgens in Zürich.

    Hoe langer je Grandjean en Gorman volgt, des te meer ze de indruk wekken geheel buiten adem te zijn. De voortdurende reizen, bijeenkomsten en gesprekken geven een gevoel van permanente 
rusteloosheid. Een leven door anderen bepaald, door het wereldgebeuren opgejaagd. Des te prangender is de vraag: wat drijft hen? Grandjean vat zijn beroep in twee woorden samen: frustratie en geduld. Maar saai is het nooit. ‘Ik geloof dat dialoog daadwerkelijk iets verandert.’ David Gorman ziet dat ook zo: ‘Je kunt iets bewerkstelligen, deel van iets groots worden.’ Wat is er zinvoller dan vrede stichten? In de afgelopen zes jaar was het HD Centre bij 35 verdragen betrokken.

    Pas in december lukt het om Romain Grandjean naar Noord-Afrika te vergezellen. Na maandenlang wachten is er een bijeenkomst in Tunesië. Een delegatie uit Sintan, een belangrijke stad in het westen van Libië, vlak bij de grens met Algerije, zal naar Tunis reizen. Men zoekt toenadering tot de internationale gemeenschap, en het HD Centre moet het contact tot stand brengen.

    Op een koele ochtend voert Grandjean overleg met acht van zijn medewerkers – een Slowaakse, een Fransman, een Marokkaan, een Tunesiër, een 
Soedanees, een Brit en twee Libiërs. Grandjean 
probeert een choreografie voor de ontmoeting te ontwikkelen. Op de eerste dag zullen de bemiddelaars van gedachten wisselen met de Libische 
delegatie, op dag twee moet er een gesprek met 
vertegenwoordigers van de Verenigde Naties, de Europese Unie en verscheidene hulporganisaties volgen.

    Grandjean doet altijd zijn best om alles nauwgezet 
in kaart te brengen. Wie komt er? Wie niet? Wie trekt er op de achtergrond aan de touwtjes? Als de bemiddelaars niet weten wie er aanwezig zal zijn, kunnen ze minder goed reageren op onverwachte situaties. Drie van hen zijn deze zomer al in Sintan geweest. 
Ze hebben enkele leden van de delegatie ontmoet 
en weten wat die acceptabel vinden en wat niet. Ze weten welke sleutelwoorden hen bij de onderhandelingen verder zouden kunnen helpen. En toch kan straks alles anders zijn.

    Flessen water

    Het hotel waar de volgende ochtend de eerste 
bijeenkomst plaatsvindt, staat in een wijk van Tunis die met hulp van Saoedische investeerders is gebouwd. Alcohol mag hier niet worden geschonken. Tien mannen uit Sintan zitten met zes bemiddelaars om een vierkante tafel. Grandjean opent de vergadering in het Arabisch en gaat vervolgens verder in het Engels: ‘We zijn er trots op dat u hier bent. Dit is een ontmoeting om u beter te leren kennen. We hebben goede contacten met westerse regeringen, maar we werken onafhankelijk. We zullen de dag van morgen met u voorbereiden en luisteren naar wat u te zeggen hebt.’

    Er volgt een heel kort voorstelrondje: de burgemeester, een vertegenwoordiger van de raad van oude wijze mannen, een vertegenwoordiger van het lokale bedrijfsleven, een van de jeugd, een oud-minister 
van Defensie van Libië in de overgangsregering na 
de val van Gaddafi, twee mannen met een militaire achtergrond. Daarna heerst er stilte. Grandjeans 
collega’s roepen hun bezoek van afgelopen zomer in herinnering. De Libiërs reageren nauwelijks, vertrekken geen spier, lijken af te wachten. De koekjes van Gorman zouden nu een goede dienst bewijzen. Op tafel staan alleen flessen water, maar er is geen 
opener. Niemand zal het in de daaropvolgende twee uur wagen daarnaar te vragen.

    Uiteindelijk neemt de burgemeester van Sintan het woord. Hij vertelt dat er momenteel tienduizend migranten en twintigduizend vluchtelingen uit 
Tripoli in Sintan zijn, maar dat er geen huisvesting voor hen is, geen medicijnen, geen psychologische hulp. ‘Voor de internationale gemeenschap zijn dat simpele dingen, waarmee duizenden mensen 
geholpen zouden zijn.’ Bovendien zou hij willen dat er weer internationale organisaties in de regio actief waren. Grandjean zegt dat het voor die organisaties momenteel moeilijk is om in Libië te werken. Ze 
hebben het land als no-go-area bestempeld.

    De delegatie uit Sintan maakt bekend dat ze de 
dag ervoor als teken van goede wil een belangrijke oliepijplijn hebben heropend. De stad heeft de 
controle over twee olievelden, en twee pijplijnen 
lopen over hun grondgebied.

    Aan het einde van de bijeenkomst stelt Grandjean vast dat de delegatie uit Sintan goede berichten 
heeft voor de bijeenkomst van morgen met de vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap. Hij raadt aan erop te wijzen dat een investering in Sintan een investering in vrede is. De stad zou een belangrijke partner in het proces van nationale 
verzoening kunnen zijn. Grandjean weet welke 
sleutelwoorden bij het Westen in de smaak vallen. 
De Libiërs zijn optimistisch.

    Na de bijeenkomst rookt Romain Grandjean een sigaret voor het hotel. Zijn Tunesische collega rijdt 
de auto voor en Grandjean en zijn Britse medewerker stappen in. In de auto dreunt It’s a Man’s World 
van James Brown uit de speakers. De mannen zingen luidkeels mee. Het gezang wordt abrupt onderbroken door het alarm op Grandjeans telefoon. De volgende bijeenkomst wacht, dit keer met een EU-vertegenwoordiger.

    Op een van de avonden in Tunis valt er een 
melktand van Grandjeans zevenjarige zoontje uit zijn portemonnee. Het is een treurig moment. 
Net als David Gorman probeert Grandjean de twee werelden van elkaar te scheiden. Met zijn gezin 
en zijn vrienden praat hij niet over zijn werk. ‘Ik wil 
een omgeving waarin het niet om oorlogen en 
conflicten gaat.’

    Illustraties: © Skizzomat – Marie Emmerman
    Illustraties: © Skizzomat – Marie Emmerman

    Nieuwe morgen, nieuw en groter hotel. Het is koud, het regent en Grandjean dwaalt door het gebouwencomplex. Het is de enige keer dat hij iets van een slecht humeur vertoont. In de conferentiezaal trekt hij in één ruk de gordijnen omhoog. De mannen uit Sintan en de vertegenwoordigers van de VN, de EU en de hulporganisaties druppelen binnen. De westerlingen blijven aanvankelijk onder elkaar, de Libiërs ook, alleen de bemiddelaars praten met iedereen.

    Later aan tafel geeft de burgemeester van Sintan een statement af, zoals voorgesteld door Grandjean: ‘We willen een einde maken aan de gewapende strijd in ons land. In onze regio hebben we dat voor elkaar gekregen. Ons doel is een staat voor alle Libiërs. We reiken hun 
de hand voor verzoening.’ Hij benadrukt dat Sintan 
een belangrijke rol wil spelen in het toekomstige Libië. Hij vraagt om hulp voor het ziekenhuis, hulp voor de oorlogsvluchtelingen en nodigt de internationale gemeenschap uit voor een bezoek aan de stad.

    De burgemeester heeft de sleutelwoorden gebruikt. Maar de westerlingen lijken een beetje afwezig, 
sommigen kijken op hun telefoon. Grandjean vraagt: ‘Zou de internationale gemeenschap zich kunnen voorstellen niet heel Libië in de rode kleur van gevaar te zien, maar in nuances als oranje of geel?’ De westerse diplomaten nemen Grandjeans metafoor over, maar oranje vinden ze te weinig. Pas wanneer het hele land groen gekleurd is, zullen ze overwegen of ze weer medewerkers naar Libië zullen sturen. In de pauzes staan de Libiërs en de westerlingen wel met elkaar te praten.

    De volgende dag verspreidt de militaire raad van Sintan een bericht via de sociale media: ‘Wij steunen de inspanningen voor de dialoog en de vreedzame co-existentie. Er is geen alternatief voor de dialoog, die leidt tot de opbouw van de instituties van een eenheidsstaat. Wij bieden geen steun aan de militaire actie die het westelijke deel van Libië in chaos stort en tot bloedvergieten leidt.’ Het is een succes voor het team van Romain Grandjean. Een van de groepen in Libië zweert openlijk het geweld af en 
zet een klein stapje in de richting van verzoening.

    De laatste avond in Tunis gaan Grandjean en zijn collega’s de stad in. Ze zouden kunnen gaan feesten of zich kunnen ontspannen, maar ze blijven de 
Libische chaos analyseren. Namen, gebeurtenissen en plaatsnamen wisselen elkaar af en wekken de indruk van een blijvende urgentie. Als een drug waar je niet meer van afkomt.

    Gedesillusioneerd

    Twee dagen voor Kerst staat David Gorman te 
wachten voor de ontbijtzaal in zijn hotel in Kiev. Hij is om middernacht uit Moskou gekomen en is zijn kamernummer vergeten. ‘Kunt u dat opzoeken?’ vraagt hij aan de dame bij de deur. De volgende 
ontmoeting over de gevaren van een ecologische crisis is aanstaande; dit keer zullen de eerste resultaten van de watermonsters worden gepresenteerd.

    In een ideale wereld zou Gorman erin slagen Russen en Oekraïners aan één tafel te krijgen. Eind 2016 is Gorman geregeld gedesillusioneerd. In Moskou heeft hij zijn gesprekspartners onlangs gevraagd: ‘Waar leiden onze gesprekken toe? Wanneer zien we vooruitgang?’ Er zijn veel redenen waarom het niet opschiet, zegt hij. Het is een kwestie van politieke 
wil en de juiste timing. Momenteel zit iedereen af 
te wachten. Donald Trump is weliswaar al verkozen, maar nog niet in functie. Hij heeft gewonnen met 
de slogan ‘America first’. Het is afwachten of Oekraïne hem interesseert en hoe hij daadwerkelijk tegenover Rusland staat.

    Trump is een thema waarbij Gorman ongewoon stil wordt. Dat komt ook door zijn ouders. Gormans vader is een gepensioneerd zakenman, zijn moeder een grafisch ontwerpster. Bij de voorverkiezingen 
steunden ze de democratische kandidaat Bernie 
Sanders, maar uiteindelijk brachten ze hun stem uit op Donald Trump. Gormans ouders hebben op de kandidaat gestemd die staat voor alles wat hun zoon van de hand wijst: confrontatie, protectie, misbaar. ‘We praten er niet meer over,’ zegt Gorman. In zijn eigen familie is de bemiddelaar verstomd.

    Aan het begin van het gesprek wijst David Gorman 
er nadrukkelijk op dat het in elk geval is gelukt om het contact tussen de experts uit West- en Oost-Oekraïne te herstellen. Jevgeni Jakovlev van de 
Academie van Wetenschappen in Kiev presenteert 
de eerste resultaten van het wateronderzoek: in het door de regering gecontroleerde gebied waren 30 van de 34 monsters vervuild, in het separatistengebied 
24 van de 26. In sommige streken zouden mensen zelf putten boren om aan drinkwater te komen. 
‘We moeten een systeem verzinnen om de bevolking te informeren waar er schoon water is.’

    David Gorman vraagt: ‘Kunnen we ons rapport naar het ministerie voor bezette gebieden sturen?’ Hij wil het initiatief neerleggen op een hoger niveau, een groter effect sorteren. De wetenschappers aarzelen. Ze zijn bang dat hun thema, het water, daardoor 
nog meer wordt gepolitiseerd. De resultaten van de proeven zijn maar voorlopig, zeggen ze. Ze hebben onweerlegbare feiten nodig. ‘Wanneer kunnen we 
de eindresultaten verwachten?’ vraagt Gorman. Waarschijnlijk eind januari, is het antwoord.

    Dit jaar was hij 42 van de 52 weken op pad. Nu heeft 
hij twee weken vrij en heeft hij een skivakantie in 
Bulgarije geboekt

    De volgende ochtend vliegt Gorman naar huis. Dit jaar was hij 42 van de 52 weken op pad. Nu heeft 
hij twee weken vrij en heeft hij een skivakantie in 
Bulgarije geboekt. Gorman was bang dat hij zich 
zou gaan vervelen.

    Ook Romain Grandjean heeft vakantie rond de 
kerstdagen. Op een woensdag in januari komt hij met zijn team bijeen in een café in Parijs om nieuwe ideeën voor Libië te bespreken. Zes mannen zitten dicht naast elkaar espresso’s te drinken rond een 
lage tafel. ‘Het door de VN uitonderhandelde vredesverdrag voor de beëindiging van de burgeroorlog werkt niet,’ zegt Grandjean. ‘De deling van het land 
is zich aan het intensiveren.’

    Twee maanden later, in maart, gebeurt waarvoor Romain Grandjean heeft gevreesd: in Libië escaleert het geweld. Brigades uit Benghazi nemen belangrijke oliehavens aan de kust in. Het Libische 
parlement in het oosten zegt het vredesverdrag op. Later herovert de machtige generaal Khalifa Haftar de oliehavens. Romain Grandjean is op bezoek in Berlijn, hij heeft weer afspraken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Hoe ziet hij de situatie in Libië na bijna een jaar 
werken? De eenheidsregering heeft het land nog altijd niet verenigd, antwoordt hij, het is nog altijd verdeeld in oost en west. Maar sommige regio’s, 
zoals Sintan, hadden het voor elkaar gekregen om zich buiten het conflict te houden, en er waren nog overheidsinstellingen die functioneerden. ‘Ik heb nog altijd goede hoop,’ zegt hij.

    Eind maart is Gorman in Kiev om eindelijk de 
eindresultaten van het onderzoek naar de watervervuiling te presenteren. In de conferentiezaal van het Hilton neemt hij helemaal aan het einde van de tafel plaats. De zaal zit vol, er zijn vertegenwoordigers 
van verscheidene westerse ambassades en de EU gekomen, onder wie de wetenschappers Savodovski en Jakovlev. Gorman zegt: ‘De resultaten zijn wat vertraagd, maar inmiddels is er een honderd pagina’s dik rapport verschenen. We hopen dat het serieus wordt genomen en dat een ecologische ramp kan worden afgewend.’ Gormans Oekraïense collega houdt een powerpointpresentatie: door artillerievuur zijn waterleidingen en chemische fabrieken verwoest en zware metalen in het water terechtgekomen. De deskundigen hebben hoge concentraties nitraten, ijzer, magnesium, kobalt, chroom, zink en nikkel in het water aangetroffen. Op dit moment 
zijn er in het conflictgebied vrijwel geen schone waterbronnen meer. Het gaat om 6,5 miljoen 
mensen. Zonder een permanente wapenstilstand zou het gebied onbewoonbaar kunnen worden.

    De westerse diplomaten achten een stabiele wapenstilstand op dit moment echter niet realistisch. In plaats daarvan zouden veiligheidszones rond de zwaarst getroffen plaatsen moeten worden ingericht. Gorman schrijft steekwoorden op. Na twee uur vat hij samen: ‘Ik wou dat ik iets kon zeggen wat alles zou veranderen. Maar ik heb zes ideeën genoteerd: gedemilitariseerde zones, observatie van de risicogebieden, sluiting van de bedreigde kolenmijnen, nieuwe boorputten, lobbyen voor onze zaak op 
regeringsniveau en de publieke opinie erbij betrekken.’ Het is de systematiek van de bemiddelaar: de anderen laten praten, positieve dingen opschrijven, negatieve dingen weglaten, sleutelwoorden gebruiken. Vrijwel alle aannames en angsten van de experts van afgelopen juni zijn bewaarheid. Nu hebben ze zekerheid. Maar waar leidt dat toe?

    Tuinier

    David Gorman heeft ’s middags nog afspraken met Oekraïense parlementariërs. Hij loopt schuin over het Maidanplein, langs foto’s van de doden van toen. Als hij nadenkt over wat hij heeft bereikt, komen er twee dingen in hem op: hij heeft voor een kanaal gezorgd waarlangs de conflictpartijen met elkaar in verbinding staan, ook als ze niet rechtstreeks met elkaar praten. En het gevaar van een ecologische crisis in het Donetsbekken staat nu in elk geval op 
de politieke agenda.

    David Gorman en Romain Grandjean konden beide conflicten niet oplossen in deze maanden, geen vrede scheppen. Ze konden de wereld niet redden, maar misschien wel een beetje beter maken. Gorman zal met de resultaten van het wateronderzoek 
naar Moskou gaan. Grandjean zal weer naar Libië vertrekken om met milities in het oosten te praten.

    Gorman staat op het Maidanplein, nog vol adrenaline van de laatste ontmoeting en in gedachten al 
bij de volgende. Dan vertelt hij dat hij zich ’s avonds, wanneer hij zich als het ware zwanger voelt van het luisteren, soms voorstelt hoe het zou zijn om bijvoorbeeld tuinier te worden. Maar slechts voor even.

    Auteur: Jana Simon
    Vertaler: Pieter Streutker

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.

  • 3. Bloederige Brexit?

    3. Bloederige Brexit?

    Volgens de Britse commentator Gideon Rachman zal de Brexit nog veel harder worden dan sommigen voorspellen. ‘Het wordt een treinongeluk.’

    Dus wat gaat het worden: een ‘harde’ of een ‘zachte’ Brexit? Geen van beide misschien. Er is een derde mogelijkheid waar weinig over wordt gesproken maar die steeds waarschijnlijker wordt: een ‘treinongeluk-Brexit’. In dat scenario slagen het VK en de EU er niet in om een akkoord over de scheiding te bereiken en breekt Groot-Brittannië simpelweg los van de EU – met chaotische gevolgen voor de economische en diplomatieke betrekkingen.

    De harde en zachte versie van de Brexit hebben verschillende standpunten tegenover immigratie en de interne markt van de EU – maar ze hebben ook één wezenlijke overeenkomst. Ze gaan ervan uit dat het de EU en het VK zal lukken om in redelijkheid uit elkaar te gaan.
    Toch is er alle reden om te verwachten dat zo’n keurig geregelde scheiding onhaalbaar zal blijken en dat er in plaats daarvan een treinongeluk gaat gebeuren. De redenen hiervoor zijn zowel van procedurele als van politieke aard.

    Op het procedurele vlak is het probleem dat de onderhandelingen te gecompliceerd zijn om binnen de afgesproken tijd afgerond te kunnen worden. Groot-Brittannië en de EU moeten een web van juridische, economische en handelsrelaties dat in de loop van meer dan veertig jaar is gesponnen, nu uithalen en opnieuw ordenen. Maar als Groot-Brittannië eenmaal artikel 50 in werking heeft gesteld en formeel zijn vertrek aankondigt, hebben de twee partijen nog maar twee jaar de tijd om een nieuw akkoord te bereiken en te ratificeren.

    Zo te zien blijft de Britse regering hopen dat de EU wel tot rede zal komen – de rede die in Londen is bepaald

    Volgens een van de meest ervaren krachten in Brussel is dat onhaalbaar. ‘Wij hebben gewoon niet het ambtelijke apparaat om dat voor elkaar te krijgen,’ zegt hij. ‘En de EU is er niet voldoende op gefocust.’ De Britse ambassadeur bij de EU is tot datzelfde oordeel gekomen; sir Ivan Rogers [die vorige week aftrad] heeft de ministerraad gewaarschuwd dat er wel tien jaar nodig zijn om de onderhandelingen over een nieuw handelsakkoord met de EU af te ronden.

    Stel dat er aan beide kanten heel veel goede wil bestond, dan konden die onderhandelingen ongetwijfeld versneld worden. Maar daar komt de politiek om de hoek kijken. Aan beide kanten van het Kanaal sluimert nu al heel wat onwil. De Britten hopen dat de gemoederen wel zullen bedaren wanneer de gesprekken eenmaal echt beginnen. Maar de kans is groter dat het tegendeel zal gebeuren. Tijdens het onderhandelingsproces zal pas echt duidelijk worden hoe diep de kloof is tussen de opvattingen van beide kanten. Daarmee zal de onderlinge verbittering snel toenemen – en kunnen de gesprekken wel eens onherroepelijk uit de rails lopen.

    De lont in het kruitvat is dan waarschijnlijk de inschatting door de EU van de Britse financiële verplichtingen na de Brexit, die alles omvatten, van het geld dat al voor het budget van de Unie bestemd was tot de pensioenen van voormalige bureaucraten. Volgens schattingen in Brussel krijgt het VK een rekening gepresenteerd van 50 tot 60 miljard pond.

    Dat bedrag zal in het VK hoogstwaarschijnlijk een storm van verontwaardiging wekken. De eerste reactie zal zijn om de financiële eisen van de EU te beschouwen als een slechte grap of een onhandige poging tot chantage. Maar de Europese Commissie, die de onderhandelingen leidt, is strikt formalistisch en zal haar berekening kunnen rechtvaardigen. Ze zal niet gemakkelijk toegeven.

    Verharding

    Een pragmatisch antwoord van Britse kant zou dan zijn om te onderhandelen over een lager bedrag en vervolgens de betalingen over tientallen jaren te spreiden, zodat er verder onderhandeld kan worden wat echt cruciaal is: de toekomstige handelsrelatie met de EU. Maar de kans is groot dat voorstanders van de harde lijn in Mays Conservatieve Partij en de Britse media het de regering onmogelijk zullen maken om iets te accepteren wat ook maar enigszins in de buurt komt van de financiële eisen uit Brussel.

    Als gevolg daarvan zal Groot-Brittannië eenvoudigweg de onderhandelingstafel verlaten, waarna de zaak beoordeeld moet worden bij het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. Het kan jaren duren voor dat hof tot een beslissing komt. Maar ondertussen tikt de klok door. Zolang Groot-Brittannië en de EU in de internationale gerechtshoven tegenover elkaar staan, is het onmogelijk om enige vooruitgang te boeken in de onderhandelingen over de Brexit. De woede tegenover de EU die dankzij deze financiële discussie in Groot-Brittannië nog extra wordt aangeblazen, maakt het voor het VK intussen onmogelijk om van koers te veranderen en van een Brexit af te zien. Aan Europese kant treedt dan een vergelijkbare verharding van standpunten op. En dat zorgt er waarschijnlijk voor dat de EU weigert de periode van twee jaar voor de onderhandelingen met het VK te verlengen.

    Eén Britse minister meent zelfs dat de Europeanen “nog steeds in de emotionele fase” verkeren

    Dat zou betekenen dat de Brexit na twee jaar een feit wordt, op de meest abrupte en schadelijke manier die maar mogelijk is: met het Britse lidmaatschap van de EU dat gewoonweg afloopt. De gevolgen van zo’n treinongeluk zouden rampzalig zijn voor de Britse economie. Fabrikanten, ook de zo belangrijke auto-industrie, krijgen dan te maken met tarieven tot wel tien procent op de export naar de EU. Door de nieuwe douanebeperkingen raken pan-Europese transportketens verstoord, bezwijken havens onder de papierwinkel. De Britse dienstensector, die een veel groter deel van de economie voor zijn rekening neemt dan de maakindustrie, komt ook voor grote problemen te staan. Met name de financiële sector raakt zijn onmisbare ‘passporting rights’ kwijt die alle Britse instellingen moeten hebben om zaken te kunnen doen in de EU.

    Zo te zien blijft de Britse regering hopen dat de EU wel tot rede zal komen – de rede die in Londen is bepaald. Eén Britse minister meent zelfs dat de Europeanen ‘nog steeds in de emotionele fase’ verkeren. Helaas laat de EU zich niet alleen leiden door emotie, maar ook door politieke berekening, en de kans is niet groot dat dat een fase blijkt te zijn.

    Een hoge Britse ambtenaar hield me een meer realistische opvatting voor. ‘Het wordt een bloederige toestand,’ zei hij. ‘Maar we zullen gewoon moeten doorbeuken om naar de overkant te komen.’ Ik moest lachen om dat zeer Britse beeld van heldenmoed in oorlogstijd. Het is alleen jammer dat deze oorlog zo zinloos en zelfvernietigend is.

    Auteur: Gideon Rachman

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • Vrede sluiten om de pijn van het verleden te vergeten

    Vrede sluiten om de pijn van het verleden te vergeten

    Voor de Colombiaanse schrijver Héctor Abad is de waarheid over de guerillamoorden belangrijker dan de straffen die daar normaliter voor gelden. Ook al hebben de paramilitairen zijn vader vermoord en werd zijn neef twee keer gegijzeld. Hij stemt dus voor het vredesakkoord. Zijn neef stemt tegen.

    Mijn kennis van de recente geschiedenis van mijn land is niet theoretisch, die heb ik uit de eerste hand via familiegeschiedenissen opgedaan. Als je uit een grote familie komt heb je haast geen fictie nodig, alles heeft zich wel een keer voorgedaan. Aan de hand van familiegeschiedenissen heb ik me een beeld kunnen vormen van wat er gebeurd is en nog steeds gebeurt in Colombia, zodat mijn gevolgtrekkingen niet alleen politiek-ideologisch bepaald zijn, maar ook worden gevoed door verbeelding en levenservaring. Ik probeer me in te denken hoe we beter samen kunnen leven, zonder elkaar op zo grote schaal af te maken, met minder menselijk leed en meer gemoedsrust.

    Vredesakkoord

    Om uit te leggen waarom ik zo blij ben met het vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering van Santos en het commando van de FARC zal ik proberen om samen met u, lezers, mijn gedachten te laten gaan over, wederom, een familiegeschiedenis.

    Ik heb nooit sympathie gehad voor de FARC. Een van mijn zwagers, Federico Uribe (geen familie van de Colombiaanse ex-president), werd twee keer door de guerrilla gegijzeld. De eerste keer door Frente 36, een guerrillagroep binnen de FARC, achtentwintig jaar geleden, toen hij vijfendertig was. Elf jaar later werd hij opnieuw, door een andere groep, gegijzeld, en die lui die hem toen in de bergen moesten bewaken waren zo jong dat ze hem, een man van zesenveertig, ‘opa’ noemden.

    Federico was en is niet rijk. Misschien had hij de verkeerde achternaam. Hij was ook niet arm, en het zou me niet verbazen als de allerarmsten in Colombia hem als een rijkaard zagen.

    De guerrilla was zo aardig hem drie jaar de tijd te geven om alles te betalen

    Mijn zwager (ex-zwager inmiddels, want in alle families komen scheidingen voor) had en heeft 120 melkkoeien in een dorpje op 2600 meter hoogte in de bergen van Oost-Antioquia. Na een maand gegijzeld te zijn geweest en na een ‘eerste aanbetaling’ te hebben gedaan voor zijn vrijlating, moest hij drie jaar lang de rest van het losgeld in (niet al te grote) maandelijkse termijnen afbetalen. De guerrilla was zo aardig hem drie jaar de tijd te geven om alles te betalen.

    Nu zult u vragen: Maar waarom ging hij niet naar de politie? Waarom riep hij niet de hulp in van het leger of de plaatselijke overheid? Dan zou hij antwoorden: ‘Neem me niet kwalijk, maar daar moet ik een beetje om lachen.’ Op het Colombiaanse platteland bestond de overheid niet. Er zijn nu nóg streken waar de overheid niet bestaat: hoe verder weg van de grote steden, hoe minder overheid er is. Als Federico zijn losgeld niet betaalde kon hij ook zijn koeien niet melken en daarvan leefde hij. Als hij zijn losgeld niet betaalde konden ze hem tussen zijn eigen koeien vermoorden. Als hij zijn losgeld niet betaalde konden ze een van zijn kinderen, een van mijn neefjes, ontvoeren.

    Enfin, bij afwezigheid van een overheid die haar burgers beschermt had hij geen andere keus dan maar te betalen. Of te doen wat andere veehouders deden: zich inlaten met een paramilitaire groep die hen beschermde in ruil voor een ongeveer evenveel maandgeld. Federico Uribe was niet iemand die licht dacht over het vermoorden van mensen en de paramilitairen doodden zonder eerst te vragen. Bovendien hadden de paramilitairen zijn schoonvader, mijn vader, vermoord en het gaf geen pas een verbond te sluiten met die moordenaars.

    Federico – ik heb hem zojuist gebeld om het hem te vragen – gaat Nee stemmen bij het referendum over het vredesakkoord. ‘Ik ben niet tegen vrede,’ vertelde hij me, ‘maar ik wil dat die lui minstens twee jaar de cel in gaan: in de tijd dat ze mij gegijzeld hielden vermoordden ze twee gijzelaars.’ Ik begrijp hem, ik waardeer hem en ik beschouw hem niet als een vijand van de vrede, ook al ben ik het niet met hem eens. Het is niet aan mij om hem te veroordelen en hij heeft het volste recht Nee te gaan stemmen. Maar van de andere kant hoop ik dat hij mij ook begrijpt als ik nu schrijf dat ik vóór ga stemmen.

    Ik begrijp zijn standpunt over straffeloosheid. Maar toch vind ik dat ik het recht heb te zeggen dat het me niet uitmaakt dat de FARC-leden geen gevangenisstraf krijgen, omdat ik, toen president Uribe vrede sloot met de paramilitairen, een artikel schreef waarin ik betoogde dat het me niet interesseerde of de moordenaars van mijn vader wel of niet de gevangenis in gingen, al was het maar voor één dag. Dat ze maar de waarheid vertelden en daarmee uit, dat ze maar op vrije voeten werden gesteld en van ouderdom stierven.

    Foto midden, vlnr.: de ouders van Héctor Abad, zijn zus Eva met baby op schoot en de toenmalige echtgenoot van Eva, Federico Uribe.
    Foto midden, vlnr.: de ouders van Héctor Abad, zijn zus Eva met baby op schoot en de toenmalige echtgenoot van Eva, Federico Uribe.

    Van de 28.000 paramilitairen die zich tijdens het presidentschap van Uribe lieten demobiliseren zijn er maar een handvol tot gevangenisstraf veroordeeld, en niet omdat de president het wilde, maar omdat het Constitutionele Hof het afdwong. De president wilde aanvankelijk totale amnestie. Wij hebben de tekst van het Verdrag van Ralito (waarbij de paramilitairen zich overgaven) nooit kunnen inzien. Wij slachtoffers van de paramilitairen hebben nooit de kans gekregen met hen in dialoog te gaan en hun recht in het gezicht te zeggen welk verdriet ze ons hebben aangedaan en hen te verwelkomen in de burgermaatschappij, zoals wij in onze familie graag hadden willen doen. Evenmin is dat verdrag in een referendum aan het Colombiaanse volk voorgelegd. Dat is geen verwijt, maar slechts een vergelijking.

    Santos heeft het Verdrag van Havana (een ontzettend lange, brijige tekst) in extenso gepubliceerd, hij heeft groepen van slachtoffers uitgenodigd om deel te nemen aan de dialoog (ook mij heeft hij uitgenodigd, maar ik bedankte voor de eer, omdat ik me geen slachtoffer meer voel) en nu legt hij het verdrag in een referendum aan het Colombiaanse volk voor.

    Als ik er in het geval van de moordenaars van mijn vader mee eens was dat de daders amnestie kregen op voorwaarde dat de paramilitairen de waarheid vertelden en ophielden met moorden, dan denk ik dat ik nu moreel in de positie ben om te zeggen dat ik het ook eens ben met het Vredesverdrag dat is gesloten met de FARC, de ontvoerders van mijn zwager. Ook ten aanzien van de FARC ben ik bereid een fikse dosis straffeloosheid te aanvaarden in ruil voor de waarheid.

    De FARC had op haar hoogtepunt 20.000 geüniformeerde leden onder de wapenen

    Bedenk ook dat het niet zeker is dat het verdrag voor zware misdrijven, waaronder ook ontvoering valt, volledige amnestie bepaalt. De verantwoordelijken (alleen als ze alles vóór aanvang van hun rechtszaak bekennen) moeten ten hoogste acht jaar in ‘effectieve beperking van hun vrijheid’ doorbrengen, niet in een gewone gevangenis, maar in omstandigheden die het Buitengewoon Vredestribunaal nog dient te bepalen. Als de verantwoordelijken hun daden pas tijdens hun rechtszaak bekennen, moeten ze die acht jaar in een gewone gevangenis doorbrengen. En als ze niet bekennen maar hun rechtszaak verliezen, krijgen ze een gevangenisstraf van twintig jaar in een staatsgevangenis.

    Dus ik verschil van mening met mijn ex-zwager, die ik wel begrijp en op wie ik even gesteld blijf, over het feit dat er een akkoord is bereikt waarin sprake is van totale amnestie. Het akkoord is ongetwijfeld heel genereus ten opzichte van de FARC en ik zou, net als Federico, ook wel willen dat de guerrilla een gevangenisstraf van minstens twee jaar voor alle daders had geaccepteerd. Maar dit was het beste wat de regering eruit kon slepen, na vier jaar onderhandelen met een guerrilla die nog steeds niet volledig verslagen is.

    Als ik voor Spaanse media schrijf, of als ik met Spanjaarden praat, krijg ik altijd het voorbeeld voorgeschoteld van de ETA, om het argument kracht bij te zetten dat de staat terroristen geen duimbreed mag toegeven en ze ook geen vergeving mag schenken. Ik vind dat die twee gevallen onvergelijkbaar zijn. De FARC ontstond in een gewelddadig land met een grote ongelijkheid en een gebrekkig justitieel apparaat, wat geen rechtvaardiging is, maar wel voor een deel haar succes verklaart. De FARC had op haar hoogtepunt 20.000 geüniformeerde leden onder de wapenen, ze kreeg de hoofdstad Mitú van het departement Vaupés in handen en voerde de heerschappij uit over uitgestrekte gebieden, als een alternatieve staat die ‘recht’ sprak en plaatselijke geschillen beslechtte.

    Héctor Abad (r) naast het lichaam van zijn vermoorde vader in 1987. Op de achtergrond wordt zijn huilende moeder getroost door haar dochter Clara en haar toenmalige man. – © Gabriel Buitrago
    Héctor Abad (r) naast het lichaam van zijn vermoorde vader in 1987. Op de achtergrond wordt zijn huilende moeder getroost door haar dochter Clara en haar toenmalige man. – © Gabriel Buitrago

    De FARC is zonder meer een wrede, meedogenloze, bloederige guerrillabeweging. Een guerrillabeweging die rotsvast en met een messianistisch fanatisme gelooft in de laatste religie van de twintigste eeuw: het marxistisch-leninistisch communisme. Ik geloof dat de guerrilla zich in haar gewapende strijd, haar ideologie, haar terreurdaden gruwelijk heeft vergist. Maar in meer dan een halve eeuw waarin ze de staat uitdaagde is de staat er niet in geslaagd haar met de wapenen te verslaan. Colombia heeft het hoogste defensiebudget van heel Latijns-Amerika en het grootste staande leger, en wat we aan wapens uitgeven, geven we niet uit aan gezondheidszorg en onderwijs.

    We hebben een president gehad, Álvaro Uribe, wiens grootste obsessie gedurende acht jaar was het uitroeien van de guerrilla die zijn vader had gedood. Hij heeft de FARC zo ernstig verzwakt dat ze nog geen 10.000 actieve strijders meer over had, maar ook hij heeft haar niet kunnen verslaan. Zijn minister van Defensie, Juan Manuel Santos, kwam aan de macht en bood de FARC in haar verzwakte toestand aan wat alle voorgaande presidenten (inclusief Uribe) haar hadden aangeboden: om de tafel gaan zitten voor vredesbesprekingen. En Santos slaagde waar alle vorige presidenten hadden gefaald: hij kreeg de FARC zover dat ze bereid was de wapens neer te leggen en zichzelf in een politieke partij te veranderen, op voorwaarde van een vrijgeleide en zelfs met een kleine vertegenwoordiging in het parlement bij de volgende verkiezingen.

    Kinnesinne

    In alle families komt onderlinge kinnesinne voor: zelfs broers en zussen zijn jaloers op elkaar. Daarom begrijp ik zo goed, daarom vind ik het zo invoelbaar en zo menselijk, dat de twee voorafgaande presidenten (Pastrana en Uribe) jaloers zijn op Santos. Hij is geslaagd waar zij hebben gefaald. Ook is het te begrijpen dat ze hun afgunst willen bedekken met een allernobelst masker, het masker van de ‘straffeloosheid’ waar zij zogenaamd zo tegen zijn. Maar ik weet zeker dat als zij aan de macht waren geweest, ze evenveel straffeloosheid of nog meer zouden hebben geboden.

    Een veel oudere president, van bijna honderd jaar, die nog niets aan intellectuele scherpte verloren heeft en nog voor de duvel niet meer bang is, Belisario Betancourt, een president bovendien die dertig jaar geleden op het punt stond een vredesakkoord met de guerrilla te sluiten, dat echter gesaboteerd werd door extreemrechts – een samenraapsel van paramilitairen, grootgrondbezitters en een deel van het leger, die alle linkse kopstukken uitroeiden en zelfs een hele politieke partij, de Unión Patriótica –, deze oude president, die conservatief en katholiek is, gaat daarentegen vóór stemmen. Ook de ex-presidenten Gaviria en Samper gaan campagne voeren vóór het vredesakkoord.

    Op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik gerechtigheid kon doen geschieden door precies te vertellen wat er gebeurd was

    Tot besluit: het zijn familiegeschiedenissen, waargebeurde romans als het ware, die me gevoel voor de gebeurtenissen hebben bijgebracht en me goed hebben leren nadenken over lijden en gerechtigheid en machteloosheid, over vernedering en woede, over wraak en vergeving. Schrijven over het onrecht dat mijn vader is aangedaan, de moord op een mens van goede wil, heeft me genezen van de behoefte om in de realiteit gerechtigheid te doen geschieden: alle moordenaars achter de tralies. Op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik gerechtigheid kon doen geschieden door precies te vertellen wat er gebeurd was.

    Ik ben ervan overtuigd dat als mijn zwager het verhaal van zijn ontvoering had kunnen vertellen zoals Ingrid Betancourt of Clara Rojas dat konden, hij nu veel gelijkmoediger zou zijn geweest en zich bij ons kamp zou hebben geschaard, het kamp dat vóór het vredesakkoord is. Daarom zou ik, nu ik het verhaal van Federico heb verteld en mijn positie in een Spaanse krant heb uiteengezet, aan mijn ex-zwager het volgende willen vragen: Is ons land niet beter af wanneer jouw ontvoerders de politiek in gaan, in plaats van dat ze in de buurt van je landgoed komen rondhangen, waar ze je kinderen, mijn neefjes en nichtjes, en de kinderen van je kinderen, je eigen kleinkinderen, met de dood bedreigen?

    Vrede sluit je niet om volledige genoegdoening te krijgen. Vrede sluit je om de pijn van het verleden te vergeten, om de pijn van het heden te verminderen en de pijn van de toekomst te voorkomen.

    Auteur: Héctor Abad
    Vertaler: Jos den Bekker

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Moet Colombia het vredesakkoord met de FARC goedkeuren?

    Moet Colombia het vredesakkoord met de FARC goedkeuren?

    Na vier jaar onderhandelen in Havana hebben de Colombiaanse regering en de rebellen van de FARC een vredesakkoord getekend. De Colombiaanse president roept zijn landgenoten op het verdrag goed te keuren in een referendum dat gepland staat voor 2 oktober.

    NEE

    Wat anderen ook mogen zeggen, het vredesakkoord lijkt verdacht veel op een capitulatie voor de eisen van de FARC. En ik ben bang dat die onomkeerbaar zal zijn. De FARC heeft de status gekregen van gelijkwaardige conflictpartij en heeft zijn terroristische acties daardoor kunnen rechtvaardigen als oorlogsdaden. Hun commandanten stellen duizenden ontvoeringen voor als gijzelnemingen, en stelselmatige afpersing als het innen van oorlogsheffingen. De rekrutering van minderjarigen is in de ogen van de FARC geen misdaad tegen de menselijkheid, maar een vrijwillige en spontane keuze van jonge boeren om zich 
bij een gewapende strijd in dienst van de onderdrukten aan te sluiten. In Havana kreeg drugssmokkel de status van politiek delict, in plaats van de duistere associatie met internationale drugskartels die het in werkelijkheid is.

    Beide partijen dragen schuld aan het gebeurde, maar een van de twee blijft straffeloos. Terwijl FARC-leden, in plaats van de gevangenis in te draaien, hooguit een theoretische en lankmoedige vrijheidsbeperking krijgen opgelegd, zitten vijftienduizend militairen vast in afwachting van hun rechtszaak of zitten al onrechtvaardige gevangenisstraffen uit. Het is een heel ander lot dan dat van ‘Timoshenko’ [Rodrigo Londoño, de leider van de FARC] en andere FARC-commandanten, die met een mojito in de hand een lekker leventje leiden met de Cubaanse regeringschefs.

    Mijn nee-stem moet gezien worden als een protest tegen de hoge prijs die de regering-Santos bereid is te betalen voor een op zijn best partiële vrede

    Laten we vooral ook niet vergeten dat de slachtoffers geen schadeloosstelling krijgen. Maar in mijn ogen is dat nog niet eens het meest verontrustende. De FARC mag zelf leden van de Waarheidscommissie aanwijzen, en kan daardoor ook 
de keuze van rechters beïnvloeden die de fameuze Vredesrechtspraak moeten gaan uitvoeren.

    Ook is het verre van ondenkbeeldig dat de regering samen met de FARC-commandanten een Grondwetgevende Vergadering zal gaan vormen. Wat betekent een stem in het referendum eigenlijk? Volgens de regering is een ja-stem een stem voor de vrede en is een nee-stem er een voor oorlog. Om de kiezers ervan te overtuigen voor het akkoord te stemmen, is president Santos een overweldigende publiciteitscampagne begonnen, vol valse beloften. Je onthouden van stemming dient nergens toe; dat is geen alternatief. Door nee te stemmen daarentegen wijs je het gevaarlijke recept af dat het Havana-akkoord inhoudt, met al zijn vredesofferanden.

    Ik zal in ieder geval nee stemmen, al ben ik absoluut geen liefhebber van oorlog. Ik hoop oprecht dat de FARC zichzelf tot politieke partij zal omvormen. Mijn nee-stem moet gezien worden als een protest tegen de hoge prijs die de regering-Santos bereid is te betalen voor een op zijn best partiële vrede. In feite komt het akkoord neer op een capitulatie.

    Auteur: Plinio Apuleyo Mendoza (rechts op de foto)

    Plinio Apuleyo Mendoza is journalist, schrijver en diplomaat. Hij is vernoemd naar de klassieke schrijvers Plinius de Jongere en Apuleius. Mendoza was goed bevriend met Gabriel García Márquez.

    schermafbeelding 2016 09 07 om 10 28 09

    JA

    Ik heb begrip voor het wantrouwen dat veel Colombianen koesteren jegens de FARC. Toch heb ik vertrouwen in het akkoord en de manier waarop de onderhandelingen zijn gevoerd. U schrijft, meneer Mendoza [auteur van het artikel boven]: ‘Terwijl FARC-leden (…) hooguit een theoretische en lankmoedige vrijheidsbeperking krijgen opgelegd, zitten 15.000 militairen vast in afwachting van hun rechtszaak of zitten al onrechtvaardige gevangenisstraffen uit.’

    Allereerst moet worden benadrukt dat de afspraken over de Vredesrechtspraak in het akkoord op alle plegers van misdaden van toepassing zijn. Daar horen zeker ook delinquente leden van leger en politie bij, maar ook alle anderen die zware delicten hebben gepleegd. U schrijft dat er vijftienduizend militairen vastzitten, terwijl de FARC-commandanten in Havana een lekker leventje leiden.

    Ik moet zeggen dat deze overdrijving een tikje demagogisch op me overkomt: u vergeet dat in verhouding een groter deel van de FARC-strijders gevangenzit. En dat de aanwezigheid van FARC-leden in Havana als enig doel heeft om door middel van onderhandelingen een einde aan het conflict te brengen. Tot 2011 weigerden opeenvolgende Colombiaanse regeringen te erkennen dat er in juridische zin sprake was van een militair conflict met de FARC. Dit leidde ertoe dat militairen die zich aan misdaden schuldig hadden gemaakt, beoordeeld werden naar de strenge regels van de Rechten van de Mens, in plaats van naar die van het Internationaal Humanitair Recht, dat onderkent dat er een conflict gaande is en daarom voor een oorlogssituatie redelijkere criteria hanteert.

    Uw keuze om nee te stemmen is volstrekt legitiem. Maar ik denk dat u daarmee een gouden kans laat liggen om een einde te maken aan dit slepende conflict

    Verder beweert u dat ‘drugssmokkel in Havana de status (kreeg) van politiek delict’. Dat is onjuist. Er is een amnestie afgesproken, maar uiteraard niet voor zwaardere gevallen. U vergeet ook te vermelden dat de FARC beloofd heeft om elke connectie met drugs te verbreken.

    U vermeldt niet dat de rekrutering van minderjarigen is opgenomen in de lijst van delicten waarvoor geen amnestie geldt, zoals het internationaal recht dicteert. Ook is het niet waar dat, zoals u zegt, slachtoffers niet schadeloos gesteld zullen worden. Terecht veroordeelt u de verschrikkingen die de FARC op haar geweten heeft. Wij waren niet in Havana om dergelijke misdaden toe te juichen of te rechtvaardigen. Alle betrokken partijen moeten onvoorwaardelijk afstand nemen van hun wandaden.

    Uw keuze om nee te stemmen is volstrekt legitiem; het is uw goed recht. Maar ik denk dat u daarmee een gouden kans laat liggen om een einde te maken aan dit slepende conflict en te beginnen met de moeilijke taak een duurzame vrede te waarborgen. Ik hoop dat de Colombianen elkaar met dit referendum tegemoet zullen komen. Democratie en onenigheid gaan hand in hand. Maar een volwassen maatschappij moet op een volwassen manier zijn problemen kunnen oplossen.

    Auteur: Humberto de la Calle (links op de foto)
    Vertaler beide stukken: Valentijn van Dijk

    Humberto de la Calle leidde de vredesonderhandelingen met de FARC namens de Colombiaanse overheid. In het verleden was hij minister en vicepresident.

    El Tiempo (2x)
    Colombia | dagblad | 243.000 (487.000 op zondag)

    Een van de belangrijkste kranten van Colombia. Goed geïnformeerd, goed geschreven. Eigendom van de miljardair Luis Carlos Sarmiento