Tag: ontwerpen

  • Modestad Dakar: ‘tradi-modern, dat is onze stijl’

    Modestad Dakar: ‘tradi-modern, dat is onze stijl’

    De hoofdstad van Senegal is vergeven van de naaiateliers en trekt ontwerptalent uit heel Afrika, met clientèle van ver over de grens. In zekere zin is Dakar zelf één grote modeshow.

    In het kleine naaiatelier van Bada Seck, in het arrondissement Ngor in Dakar, hangen aan één wand jassen. Aan een andere hangen jurken. Een stapel half afgemaakte |kledingstukken ligt op een ongebruikte naaimachine en de vloer staat vol zakken met textiel. Secks atelier, in dit voormalige vissersdorp aan de westelijke rand van de Senegalese hoofdstad, mag dan klein zijn, maar zijn clientèle reikt tot in Frankrijk.

    Met het Offerfeest en het Suikerfeest komen we om in het werk. Al zouden we hele nachten doorhalen, dan nog zouden we het niet aankunnen

    ‘Ik combineer Europese kledingstijlen met Afrikaanse stoffen,’ vertelt hij. Ter illustratie haalt hij een bontgekleurde colbert van de muur. Rond de feestdagen, als iedereen zich wil opdoffen, heeft hij het extra druk. ‘Met het Offerfeest en het Suikerfeest komen we om in het werk. Al zouden we hele nachten doorhalen, dan nog zouden we het niet aankunnen. Het is lastig: de vraag is groot en dit is tijdrovend werk.’

    Seck maakt vooral maatkleding. Klanten brengen hun eigen stof mee, op de markt gekocht, waar kleermakers als hij vervolgens kaftans, wijdvallende boubous, jurken of westerse maatpakken en bomberjacks van maken. De lokale mode-industrie wordt gevormd door de talloze kleermakers als Seck, en daarnaast heeft Dakar inmiddels grote modenamen aangetrokken: Tommy Hilfiger en Levi’s hebben onlangs winkels in de Senegalese hoofdstad geopend.

    Dakar Fashion Week

    Terwijl Seck in zijn atelier in het zanderige straatje zat te knippen en te naaien, vonden aan de andere kant van de stad de voorbereidingen plaats voor de twintigste Dakar Fashion Week, die werd gehouden in de eerste week van december. Voor het eerst presenteerde Chanel zijn Métier d’Art-collectie – die om het werk van gespecialiseerde ambachtslieden draait – in een Afrikaanse stad.

    GettyImages 1230102806
    Openluchtmodeshow van Senegalese ontwerpers, vlak bij hoofdstad Dakar. ©  Finbarr O’Reilly / Getty Images

    Behalve Adama Ndiaye, oprichter van de Dakar Fashion Week, toonden ook ontwerpers Karim Tassi uit Marokko, het Nigeriaanse merk Emmy Kasbit en Mimi Plange uit Ghana op het eiland Gorée hun collecties op de catwalks. Ondanks ‘de beladen geschiedenis’ is Gorée, ooit het centrum van de internationale slavenhandel, nu een plek waar ‘twee verschillende culturen elkaar ontmoeten’, aldus Ndiaye tijdens de persconferentie. 

    ‘Er zit hier om de 10 meter een atelier’

    ‘Senegal, en vooral Dakar, ademt een en al cultuur. Zelfs moderne outfits hebben vaak nog een traditioneel randje,’ zegt Roméo Moukagny, een Gabonese ontwerper die in de Liberté 6-wijk werkt. ‘Er zit hier om de 10 meter een atelier. Als buitenlander heb je evenveel kansen als iemand van hier. Je hoeft niet uit Senegal te komen om aan een competitie mee te mogen doen. Je kunt een eigen bedrijfje beginnen. Het is allemaal heel toegankelijk.’

    Aton Tsiba, een modeontwerper uit Congo die zijn collectie onlangs toonde op een modeshow voor aanstormend talent, is druk aan het werk in Moukagny’s atelier. ‘Mijn collectie is een eerbetoon aan iedereen die heeft bijgedragen aan de vooruitgang van cultuur,’ zegt Tsiba, terwijl een kleermaker in de kamer ernaast de laatste hand legt aan outfits die klaar zijn om te worden geshowd.

    Stijl in opkomst

    ‘Het is hier in Dakar allemaal net wat makkelijker,’ vertelt hij. ‘Er is geen tekort aan stoffen. Het stikt hier van de ontwerpers. Op modegebied zijn ze hier gewoon een stuk verder. Het is een omgeving die bij me past.’

    ‘De Senegalese – en West-Afrikaanse – stijl is in opkomst,’ zegt de Senegalese ontwerper Selly Raby Kane, die een capsulecollectie presenteerde met haar modeontwerpen van het afgelopen decennium. ‘Senegal kent een heel sterke cultuur van mode, textiel, borduurwerk, handborduurwerk… savoir faire,’ zegt ze. ‘Daar hechten we veel waarde aan. Nigeria heeft ook een sterke mode-industrie (…) Senegal wordt enigszins beïnvloed door Lagos, vooral op gebied van traditionele kleding. Er is dus een dialoog gaande in West-Afrika.’

    Het leeuwendeel van de Senegalese mode-industrie staat volledig los van de Dakar Fashion Week

    In zekere zin is Dakar zelf één grote modeshow. Anseme René Carvalho staat thee te drinken bij een lunchstalletje tegenover een moskee waar gelovigen naar binnen schuifelen. Hij draagt een mosterdgele kaftan die vrijwel tot aan zijn voeten reikt. Maar hij komt hier niet om te bidden. ‘Ik ben geen moslim,’ zegt Carvalho, die tot de kleine christelijke minderheid in het land behoort. ‘Maar op vrijdagen gaan we zo gekleed. Dit is ons traditionele tenue.’

    GettyImages 1245350550
    De 20e Fashion Week op het eiland Gorée, Dakar, Senegal. – © Fatma Esma Arslan / Anadolu Agency via Getty Images

    Het leeuwendeel van de Senegalese mode-industrie staat volledig los van de designwinkels of events zoals de Dakar Fashion Week. ‘Ik creëer met mijn hoofd,’ zegt Seck, die niets van de Fashion Week heeft meegekregen. Met een bbp per hoofd van de bevolking van rond de 1500 euro is een kaartje voor een modeshow à 50.000 CFA [76 euro] voor de meeste mensen ook niet weggelegd.

    Nieuwe outfit

    Marktverkoper Mamadieng Diallo vertelt dat hij om de drie maanden een nieuwe outfit aanschaft, feestdag of niet. ‘Als ik een mooie lap stof zie, koop ik hem en ga ik langs bij mijn kleermaker,’ zegt hij. ‘Als het even kan zelfs iedere twee maanden.’

    Mame Diary Diouf, die vlak bij Moukagny’s naaiatelier een werkplaats runt, noemt Dakar ‘een goudmijn’ voor kleermakers. ‘Klanten komen in alle soorten en maten,’ zegt ze. ‘We proberen elke maand nieuwe ontwerpen aan te bieden. Maar klanten kunnen ook hun eigen stof meebrengen.’ ‘Het borduurwerk wordt met de hand gedaan. Dat is onze stijl: tradi-modern,’ voegt ze eraan toe. ‘En die kan door iedereen worden gedragen.’

  • Eindhoven heeft de nerds én de hippies

    Eindhoven heeft de nerds én de hippies

    Het succes van de slimme regio Eindhoven heeft ook 
de overkant van het Kanaal bereikt. Een verslaggever van The Guardian kwam er zijn licht opsteken.

    Als een banketbakker die een gigantische 
glazuurspuit hanteert, brengt Theo Salet de ene laag kleverige smurrie op de andere aan. Maar deze hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven is geen taart aan het maken, hij perfectioneert een techniek om het eerste 3D-geprinte betonnen huis ter wereld te bouwen.

    Het lijkt wel of er in de stad nauwelijks een maand voorbijgaat zonder innovatienieuws. Of het nu gaat om Salets plannen voor 3D-geprinte Stonehenge-achtige huizen, om de creatie van het ‘Brainport Smart District’ voor het testen van technologische en buurtinitiatieven of om een ‘living lab’ van camera’s, lampen en microfoons om het populaire uitgaans-gebied Stratumseind veiliger, levendiger en aantrekkelijker te maken, Eindhoven wil een stad zijn waar met de toekomst wordt geëxperimenteerd.

    Zo is het niet altijd geweest. Yasin Torunoglu, 
wethouder wonen, wijken, werk en ruimtelijke 
ontwikkeling, zegt dat de innovatiedrang van de stad uit het begin van de jaren negentig dateert, toen er twee grote werkgevers verdwenen: DAF ging failliet en Philips verplaatste de fabricage naar China. 
‘De ontslagbrieven vielen als reclamefolders in de brievenbus,’ zegt hij. ‘Dat was echt een moeilijke tijd. Toen besloten de burgemeester en de leiding van de Kamer van Koophandel en de universiteit de koppen bij elkaar te steken.’

    Om nieuwe bedrijven aan te trekken, zetten ze een stimuleringsfonds op dat was gebaseerd op een 
‘triple helix’-samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten. ‘Daar komt ons Brainport-idee vandaan, zodat we niet afhankelijk zouden zijn van twee of drie fabrieken, maar constant aan sociale kwesties zouden werken die zaken en banen zouden opleveren,’ zegt Torunoglu. ‘We zijn de stad geworden waar kennisintensieve bedrijven zich vestigen en samenwerken met ontwerpers: wij hebben de nerds en de hippies.’

    1. Stella Vie, een familie-zonnewagen van Solar Team Eindhoven. 
– © Bart van Overbeeke / HH; 2. Bezoekers van de 
Dutch Design Week bij Strijp-S. 
© Berlinda van Dam / HH; 3. Het robotvoetbalteam van de 
TU Eindhoven in2016. –  © Bart van
    1. Stella Vie, een familie-zonnewagen van Solar Team Eindhoven. 
– © Bart van Overbeeke / HH; 2. Bezoekers van de 
Dutch Design Week bij Strijp-S. 
© Berlinda van Dam / HH; 3. Het robotvoetbalteam van de 
TU Eindhoven in2016. – © Bart van

    Tegenwoordig ziet de stad tijdens de jaarlijkse Dutch Design Week zijn inwonertal van 227.000 meer dan verdubbelen, zijn er woningen en start-ups gekomen in de voormalige Philipsgebouwen in de wijk Strijp R en is er een bloeiende internationale gemeenschap ontstaan. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bestond de Nederlandse bevolking in 2017 voor 22,6 procent uit immigranten van de eerste of tweede generatie. In Eindhoven bedroeg dat aantal 33,5 procent. Maar kent het leven in zo’n progressieve, innovatieve stad alleen maar voordelen, of vinden sommige inwoners het onprettig om zo onder het vergrootglas te liggen?

    Uit een recente rechtszaak blijkt dat Eindhoven geen utopia is. Zo heeft 
het te lijden onder ernstige luchtvervuiling. De stad heeft samen met de Technische Universiteit en ENS Cleain Air een systeem ontwikkeld dat fijnstofdeeltjes afvangt en onschadelijk maakt. ‘De beste testplek is een tunnel,’ zegt Bert Blocken, hoogleraar aan 
de faculteit Bouwkunde van de TU Eindhoven. ‘Daar vind je de hoogste luchtvervuilingsconcentraties; daarna komen parkeergarages en zeer smalle straten met hoge gebouwen aan weerskanten. Als je de luchtvervuiling daar afvangt, maakt dat een groot 
verschil voor alle mensen die in de omgeving wonen.’

    Het plan was aanvankelijk om een test te doen met dertig ventilatoren, maar dat leverde problemen op toen een Q-Park-garage op het laatste moment niet wilde meewerken. Maar de onderzoekers lieten zich niet afschrikken en bouwden een tent over de garage heen om de lucht op te vangen. Toen liet de garage zijn ventilatoren een andere kant op blazen. Er moest uiteindelijk een gerechtelijk bevel aan te pas komen om te zorgen dat de garage zijn ventilatoren in de testtent liet blazen totdat de metingen waren voltooid.

    ‘Je wilt niet ’s avonds thuiskomen en merken dat de gemeente een tent over je voortuin heen heeft gebouwd’

    Het verhaal illustreert dat zelfs in een stad die zich wil onderscheiden door slimme innovatie, lokale bedrijven en bewoners soms met voor- en nadelen worden geconfronteerd. ‘Je wilt niet ’s avonds thuiskomen en merken dat de gemeente een tent over je voortuin heen heeft gebouwd,’ merkt Mark van Haasteren, directeur van Q-Park Nederland, luchtig op. Maar zelfs Van Haasteren is een fan van wat hij een ‘zeer actieve en progressieve stad’ noemt, waar de gemeente samenwerkt met universiteit en bedrijfsleven om het stedelijke leven te verbeteren.

    Maar er spelen ook andere kwesties. Prof. Elphi Nelissen, decaan van de faculteit Bouwkunde van d
e TU Eindhoven, werkt aan het ‘Brainport Smart 
District’, dat zo’n drieduizend mensen zal huisvesten in vijftienhonderd woningen en meer dan 500 
miljoen euro zal kosten. ‘Databescherming is een van de belangrijkste dingen waarover we zo duidelijk mogelijk moeten zijn,’ zegt ze. ‘We willen een open dataplatform creëren waaruit alle bedrijven data kunnen halen. De mensen die in de wijk wonen, kunnen zelf besluiten of ze hun geanonimiseerde data willen delen. Als ze dat doen, hebben ze daar profijt van, hetzij financieel, hetzij in de vorm van betere dienstverlening.’ Nelissen zegt dat het 
project een budget van 100 miljoen euro extra moet inplannen voor continue research en om ‘de mensen die er wonen schadeloos te kunnen stellen als we fouten maken’.

    Monique Mols, hoofd Public Affairs van chips-
fabrikant ASML, voegt eraan toe dat hoewel hooggekwalificeerde banen voor werkgelegenheid in de toeleveringsindustrie en de dienstensector zorgen, de snelle groei ook ‘groeipijnen’ veroorzaakt. ‘De huizenprijzen stijgen, vooral in een gebied als Brainport Eindhoven, waar veel mensen naartoe verhuizen omdat het een banenmachine is. Wij kijken naar 
de huisvesting, de faciliteiten in het gebied en of we aantrekkelijk genoeg zijn om al die mensen binnenboord te houden; daar werken we hard aan.’

    ‘Longen van de Stad’

    En hoe denkt Jan Publiek erover? Stan Doomen, 
sinds twee jaar barman in de Tipsy Duck Pub aan het Stratumseind, is voorzichtig enthousiast over de straatmonitoringsystemen: ‘Er zijn veel mensen op dezelfde plek, dus af en toe gebeurt er wel iets. Ik vind privacy belangrijk, dus ik heb het niet zo op microfoons. Maar in dit geval kunnen die hun nut hebben.’

    Om de hoek van het luchtzuiveringsproject ‘Longen van de Stad’ is een stel bierdrinkende studenten nog nonchalanter. ‘Het is er een stuk veiliger op geworden,’ zegt de twintigjarige Dennis van Leenders. 
‘Ik vind het niet erg. Het is Eindhoven maar.’

    Auteur: Senay Boztas
    Vertaler: Peter Bergsma