Tag: ontwikkeling

  • Studie onthult opvallende verschillen tussen hersenen van moderne mens en neanderthaler

    Studie onthult opvallende verschillen tussen hersenen van moderne mens en neanderthaler

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Door droogte duikt ‘Spaanse Stonehenge’ weer op

    » Elon Musk: ‘SpaceX bespreekt iPhone-satellietdiensten voor Apple’

    ‘De moderne mens is cognitief beter dan de neanderthaler’

    Neanderthalers zijn lang afgeschilderd als onze domme, lompe achterneven. Baanbrekend onderzoek heeft nu, zonder het stereotype te bevestigen, opvallende verschillen aangetoond tussen de hersenontwikkeling van de moderne mens en die van de neanderthaler, meldt The Guardian.

    Voor het onderzoek werden neanderthalerhersenen ingebracht in muizen, fretten en ‘minihersenstructuren’, organoïden genaamd, die in het lab uit menselijke stamcellen werden gekweekt. Uit de experimenten bleek dat de neanderthalerversie van het gen gekoppeld was aan een langzamere aanmaak van neuronen in de cortex van de hersenen tijdens de ontwikkeling, wat volgens de wetenschappers de superieure cognitieve vaardigheden van de moderne mens zou kunnen verklaren.

    ‘De aanmaak van meer legt de basis voor een hogere cognitieve functie,’ zegt Wieland Huttner, die het onderzoek leidde aan het Max Planck Instituut voor Moleculaire Celbiologie en Genetica. ‘Wij denken dat dit het eerste overtuigende bewijs is dat de moderne mens cognitief capabeler was dan de neanderthaler.’

    Lees ook:

  • Een Portugees Silicon Valley

    Een Portugees Silicon Valley

    In navolging van Berlijn, Dublin en Barcelona proberen ook de Portugese steden Lissabon en Porto technologiebedrijven aan te trekken. De lage loonkosten zijn allang niet meer hun enige troef.

    Wie zei er dat Portugal nooit technologiereuzen als 
Google en Amazon aan 
zou kunnen trekken, ondanks zijn zon en stranden? Google is van plan om een centrum voor technische ondersteuning in Oeiras [in Groot-Lissabon] te openen en daar 535 banen te creëren. Het beeld van ons land in het 
buitenland beperkt zich dus niet tot het toerisme en de goals van Cristiano Ronaldo.
    Dankzij het gunstige economische tij, de geografische ligging, de relatieve veiligheid, de goede infrastructuur en het Portugese talent, ondersteund door een overheidsbeleid dat inzet op digitale technologie, biedt Portugal opeens een uiterst moderne aanblik. En gezien de snelheid waarmee momenteel grote investeringen worden gedaan, lijkt 
de innovatiestrategie van de overheid zijn vruchten af te werpen.

    Google, dat twintig jaar geleden door twee studenten uit Stanford werd opgericht, is niet het eerste internetzwaargewicht dat zich in Portugal 
vestigt. Maar het bedrijf is zo groot dat er waarschijnlijk andere hightechmultinationals zullen volgen, Amazon 
bijvoorbeeld. Dit Amerikaanse bedrijf onderhandelt al een jaar over de opening van een servicecentrum in Porto, met 250 hooggekwalificeerde banen. Het moet veel meer dan een eenvoudig logistiek centrum worden, een echte technologische hub van waaruit de marktleider van de onlineverkoop zijn expansie naar Afrika wil uitrollen. 
De miljardair en zakenman Jeff Bezos, die behalve van Amazon ook eigenaar is van The Washington Post en zich opmaakt om ook in de gezondheidszorg actief te worden, wil in de havenwijk Boavista een kantoor bouwen. Hij haakt daarmee aan bij de opvallende creatieve activiteit in Noord-Portugal.

    Google heeft zijn oog op Lagoas Park in Oeiras laten vallen omdat het bedrijf binnen de regio Lissabon alleen daar genoeg kantooroppervlak en groen vindt en de huren er redelijk zijn. 
In juni zullen zich 535 werknemers installeren in zevenduizend vierkante meter moderne bureauruimte. De leden van de Portugese regering die zich met het dossier hebben bemoeid, weten sinds het Web Summit in november [een groot jaarlijks congres van de internetsector in de Portugese hoofdstad] dat Lissabon het won van andere steden als het Poolse Krakau, dat een felle strijd leverde om de 
investering naar zich toe te trekken.

    De Amerikaanse internetreus wil op termijn tweeduizend banen creëren, waaronder zo’n vijfhonderd hooggekwalificeerde banen, voor ingenieurs en voor informatici, die applicaties moeten gaan ontwikkelen. Daarnaast zijn er administratief en financieel medewerkers nodig en mensen voor werving en selectie, marketing en klantenservice, naast natuurlijk technisch personeel voor Googles primaire dienstverlening.

    ‘We hebben geen enkele steun of 
subsidie toegezegd’, vertelt minister van Economie Manuel Caldeira Cabral, die bij de gesprekken betrokken was. ‘We hebben dit soort servicecentra sowieso weinig prikkels te bieden. Europese subsidies zijn vooral bestemd voor industrie en toerisme. En van belastingvoordelen is ook geen sprake geweest.’

    Tweeduizend informatici

    Google heeft, net als andere technologiereuzen, de warme belangstelling van de Eurocommissaris voor 
Mededinging Margrethe Vestager. 
Het bedrijf kwam niet weg met de belastingvoordelen die het genoot in Ierland, waar het zijn Europese 
hoofdkwartier heeft gevestigd.

    De komst van de nieuwe hightechcentra roept de vraag op of Portugal eigenlijk wel het gekwalificeerde 
personeel bezit om aan de plotseling gestegen vraag te voldoen.

    ‘Er is momenteel in de informatie-technologiesector een tekort aan 
tweeduizend informatici,’ geeft de voorzitter van de Portugese ingenieurs-vereniging Carlos Mineiro Aires toe. Het probleem is de laatste jaren zelfs verergerd. Op het hoogtepunt van de crisis, tussen 2011 en 2014, verlieten 40.000 à 50.000 informatici Portugal. ‘Landen als Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken en Noorwegen organiseerden in Portugal professionele 
bijeenkomsten en kaapten onze beste mensen weg, door ze goede salarissen en arbeidsomstandigheden te bieden. Ze kiezen de beste uit, en deze jonge hoogopgeleiden verlaten Portugal 
zonder enige compensatie voor de 
studie van 40.000 à 50.000 euro die ze hebben genoten’, zegt Mineiro Aires grimmig.

    Deelnemers aan de technologieconferentie Web Summit in Lissabon in novemer 2017. – © Horacio Villalobos / Getty Images
    Deelnemers aan de technologieconferentie Web Summit in Lissabon in novemer 2017. – © Horacio Villalobos / Getty Images

    Volgens recent onderzoek van het 
wervingsbureau Michael Page zijn de salarissen voor informatici in Portugal het afgelopen jaar met vijftien procent gestegen. Maar Mineiro Aires noemt 
ze ‘nog steeds erg laag’. ‘Gemiddeld verdienen die hoogopgeleiden netto minder dan duizend euro per maand. Met zulke lage salarissen wordt het lastig om ze in Portugal te houden.’ Maar als de vraag naar informatici door de komst van de grote internet-bedrijven gaat groeien, zullen de 
salarissen snel stijgen.

    Alexandre Vaz van de ‘Digital Delivery Hub’ die Mercedes-Benz vorig jaar in Portugal opende en dat al snel een onafhankelijk bedrijf werd, Mercedes-Benz.io Portugal, zegt geen enkele moeite te hebben om gekwalificeerd personeel te vinden. ‘Vóór het eind van dit jaar willen we honderd werknemers hebben. We hebben al veel cv’s ontvangen, waaronder ook van kandidaten 
uit het buitenland. Veel jongeren 
ontdekken Portugal en willen er graag gaan wonen; sowieso is de markt voor programmeurs steeds internationaler.’

    Nu Lissabon en Portugal in trek zijn, krijgen directies van digitale multinationale bedrijven meer aandacht voor wat er in ons land gebeurt. Vaak gebeurt dat tijdens het Web Summit, dat afgelopen november voor de tweede keer plaatsvond in het Parque das Nações in Lissabon. Vaak zijn ze voor het eerst in Portugal. Ze zien het 
levendige ecosysteem van start-ups 
en andere initiatieven dat in Lissabon floreert, waarderen de creatieve sfeer, kijken rond en pakken hun rekenmachientjes erbij. Niet alleen de goedkope Portugese arbeidskrachten zijn voor hen aantrekkelijk; ze zoeken een investering die op wereldwijde schaal 
concurrerend is. Het land voldoet aan dat criterium en heeft bovendien hoogopgeleid personeel, wat een extra pluspunt is.

    ‘Deze buitenlandse bedrijven willen die talenten graag aan zich binden,’ vertelt directeur Rui Coelho van Invest Lisboa, een organisatie opgezet om investeerders naar de regio toe te halen. ‘In de technologiesector vindt een wereldwijd gevecht om talent plaats, omdat de sector leeft van innovatie en zowel de producten als de diensten steeds complexer worden. Het is dus belangrijk voor zulke bedrijven om zich ergens te vestigen waar de allerbesten graag willen komen werken’.

    ‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren’

    De werkomstandigheden zijn in 
Lissabon uitstekend en de stad kan op dat vlak prima concurreren met Barcelona, Berlijn of Dublin. ‘In Barcelona is de politieke situatie niet stabiel’, gaat Coelho verder, ‘en wat Berlijn betreft, kan ik je garanderen dat je een Duitse informaticus eerder naar Lissabon krijgt dan daarnaartoe. In Dublin is 
er, ondanks de taal en het gunstige belastingklimaat, een sterk verloop van personeel, omdat de concurrentie tussen al die hightechbedrijven moordend is. En de huren zijn erg hoog.’

    De opening van de innovatiehub in Beato [waar voor het einde van dit jaar 35.000 vierkante meter voorzien is] stelt ook andere buitenlandse bedrijven in staat om zich hier te installeren. Alleen al in 2017 begeleidde Invest 
Lisboa 526 bedrijven, investeerders en ondernemers daarbij.

    Voor voormalig staatssecretaris van Innovatie Carlos Oliveira, tegenwoordig directeur van InvestBraga [een 
economisch stimuleringsbureau voor de stad Braga] profiteert het land momenteel van het ‘multiplier effect’ dat de toeloop van buitenlandse investeerders met zich meebrengt. ‘Er gebeurt veel in Portugal, en we hebben op dit moment precies wat investeerders zoeken: gekwalificeerd personeel, in veel grotere aantallen dan onze concurrenten.’ Zowel voor de callcenters, waar mensen uit krimpende sectoren komen werken, als voor onderzoek en ontwikkeling en voor technische 
afdelingen. ‘Die mensen zoeken interessant werk dat betaalt.’ Carlos Oliveira valt hem bij: ‘Wanneer een investeerder personeel wil aantrekken, 
is het belastingklimaat niet het belangrijkste criterium.’

    Is deze vijver aan talent onuitputtelijk? ‘Het wordt hoog tijd om over die vraag te gaan nadenken,’ vindt Oliveira. ‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren en meer plaatsen bij de technische vakken 
aan de universiteit creëren. Dat zal binnen vijf jaar zijn effect hebben op 
de arbeidsmarkt.’ Dat geeft de andere internetgiganten nog even tijd om zich te bezinnen.

    Auteur: Clara Teixeira en Paulo M. Santos
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Visão
    Portugal | oplage 108.000

    In 1993 onderging het zwart-wit weekblad_ O Jornal_ op tabloidformaat een metamorfose: het veranderde in een fullcolourmagazine, een soort Portugese Newsweek. Inmiddels is de titel uitgegroeid tot het tweede actualiteitenmagazine van het land, na Expresso.

  • Stop met moskeeën bouwen, er zijn er meer dan genoeg!

    Stop met moskeeën bouwen, er zijn er meer dan genoeg!

    De weldoeners die in Marokko de ene moskee na de andere uit de grond stampen, kunnen beter zorgen voor meer scholen, ziekenhuizen en wegen, vindt journalist Karim Bukhari.

    Ik zal me altijd dat godverlaten vissersdorp aan de Middellandse Zee blijven herinneren. Aan alles was gebrek. Aan een school, aan medische voorzieningen, aan bestrating. De mensen leefden er in een totaal isolement. Stromend water hadden ze niet, noch riolering of een vuilophaaldienst. De elektriciteit kwam van één haperende generator. In dit gehucht viel werkelijk niets te halen. Omdat er niets was. Op een kleine moskee na…

    Het wonderlijke was dat de inwoners hun schamele spaarcenten bij elkaar hadden gelegd om die moskee te laten bouwen. Ze hadden minder behoefte aan een school, een gezondheidscentrum, een fatsoenlijke weg dan aan een ‘godshuis’, zoals een van hen tegen mij zei. Want daarmee verdiende elke goede gever een woning in het hiernamaals – zo stond het immers in een beroemde Hadith, ofwel overlevering van de profeet Mohammed.

    Als u dit land doorkruist, zult u nooit verlegen zitten om een plek waar u kunt bidden

    Dit verhaal staat niet op zichzelf. Overal in Marokko, tot in de verste uithoek, zijn er godshuizen te vinden – maar niet zo gek veel meer.

    Met andere woorden: als u dit land doorkruist, zult u nooit verlegen zitten om een plek waar u kunt bidden. Mocht u echter aan iets anders behoefte hebben: grote kans dat u van een koude kermis thuiskomt.

    De moskee is dus kennelijk de moeder aller prioriteiten. Dat wil zeggen, de moskee en haar belofte van zielenrust, een comfortabel leven in het hiernamaals. Dat is veel belangrijker dan de vele ‘aardse’ behoeften aan ontwikkeling, sanitaire voorzieningen en beheer van de openbare ruimte. Zo zit dat. En eigenlijk is dit niets nieuws. Duizend jaar geleden ontbrak het ook aan scholen en klinieken, maar waren er ongetwijfeld wel meer dan genoeg godshuizen. Het verschil is dat die na verloop van tijd ook dienst gingen doen als opvang voor behoeftigen, als scholen, als opleidingscentra waar mensen leerden lezen en schrijven aan de hand van de Koran.

    De minaret van de grote moskee van Chefchaouen, een van de acht moskeeën in de ‘heilige’ stad. – © Getty Images
    De minaret van de grote moskee van Chefchaouen, een van de acht moskeeën in de ‘heilige’ stad. – © Getty Images

    De moskee is in de geschiedenis van de islamitische wereld altijd meer geweest dan alleen maar een ruimte om te bidden. Men volgde er ook opleidingen, leerde er over diverse wetenschappen, besprak de politieke actualiteit, vernam de laatste nieuwtjes van binnen de gemeenschap, leerde er kritisch denken… Het was een complete leefomgeving, de belangrijkste van haar tijd, een grote en veilige plek van samenkomst voor een hele gemeenschap.

    Het probleem is dat er sindsdien meer dan duizend jaar zijn verstreken, waarin veel is veranderd. Beetje bij beetje zijn de moskee en andere religieuze plaatsen teruggekeerd naar hun oorspronkelijke functie: bidden. Hun overige ‘beschavende’ taken zijn overgenomen door scholen, universiteiten, verenigingen, ziekenhuizen, vakbonden, gaarkeukens, bibliotheken, culturele centra, enzovoort.

    Wie heden ten dage nog een moskee wil bouwen – of dat nu is tot nut van de gemeenschap, om God dichterbij te brengen, of om een huis in het hiernamaals te verdienen – kan beter een school bouwen. Of een ziekenhuis. Een bibliotheek. Een opvangcentrum. Een bejaardenhuis. Een weg aanleggen. Dat is wat onze gulle weldoeners, zij die nog meer moskeeën bouwen dan de overheid, dienen te beseffen.

    Vijftigduizend godshuizen in het hele land (volgens de officiële cijfers) met daarnaast nog vele clandestiene en tijdelijke moskeeën, alsmede vele openbare plekken (rijstroken, trottoirs) die regelmatig in bidplekken worden omgetoverd… de gebedsbehoefte is ruimschoots vervuld, men kan moeilijk anders beweren. Als de weldoeners dit nog niet weten, dan wordt het tijd dat ze dit tot zich laten doordringen – en hetzelfde geldt voor de overheid. Marokkaanse burgers hebben tegenwoordig andere noden.

    Auteur: Karim Bukhari
    Vertaler: Carl Stellweg

    Le360
    Marokko | fr.le360.ma

    Betrouwbare bron van informatie over de politieke, sociale, economische en culturele actualiteit in Marokko. In het Frans en Arabisch.

  • Plots is Frankrijk een techland geworden

    Plots is Frankrijk een techland geworden

    Onder president Macron investeert Frankrijk fors in zijn nieuwe hightechindustrie. En dat begint te werken, constateert een verbaasde Amerikaanse journalist.

    Om de reuzen van Silicon Valley het hoofd te bieden grijpt Frankrijk terug op een geheim wapen: de staat.

    Van de financiering van durfinvesteerders tot de hervorming van een berucht complexe arbeidswetgeving, op alle gebieden wil Frankrijk de hardnekkigste sarcastische verhalen over het Franse ondernemingsklimaat logenstraffen (evenals de onterechte clichés van met wijn overgoten lunches en zomervakanties die een paar maanden duren) en de Franse hightechindustrie zo goed mogelijk in het zadel helpen.

    En dat begint te werken. Sinds begin dit jaar hebben Franse durfinvesteerders meer geld binnengehaald (twee miljard euro, en het eind is nog niet in zicht) dan hun Britse of Duitse tegenhangers. Ook bedrijven als Facebook en Cisco hebben geïnvesteerd in Franse onderzoeksteams die zijn gespecialiseerd in complexe terreinen als kunstmatige intelligentie. En de 39-jarige president Emmanuel Macron is geprezen omdat hij – in het Engels nog wel! – de lof heeft gezongen van start-ups en die als oplossing heeft genoemd voor de economische stagnatie en de jeugdwerkloosheid, die in de dubbele cijfers loopt.

    ‘Macron heeft een wereldwijde uitstraling. Vergeleken bij de Brexit of Trump is hij een frisse wind’

    ‘Dit is de eerste keer in onze geschiedenis dat een president zich voor start-ups interesseert,’ zegt Nicolas Brusson, medeoprichter van BlaBlacar, een Parijse autodeelonderneming die met vestigingen in twintig landen en een beurswaarde van 1,4 miljard euro tot een van de belangrijkste en meest internationaal georiënteerde Franse start-ups kan worden gerekend.

    ‘Macron heeft een wereldwijde uitstraling,’ voegt hij eraan toe. ‘Vergeleken bij de Brexit of Trump is hij een frisse wind.’ Maar in de ogen van sommigen staat een dergelijke staatsinterventie gelijk aan ketterij. Volgens veel digitale apostelen mag geen enkele staat op hun vakgebied de concurrentie met de privésector aangaan. En heeft Frankrijk dan niets geleerd van zijn kostbare fouten uit het verleden? Zo heeft het land publieke middelen ingezet om de Amerikaanse vloedgolf van hightechbedrijven te keren. Quaero, een mislukt plan om een Europese concurrent van Google te creëren, is daar een goed voorbeeld van.

    Deze zelfgenoegzame houding ten opzichte van de onzichtbare hand van de markt is een vergissing. Ze gaat ervan uit dat alle centra van technologische activiteit, van Parijs tot Praag, moeten stroken met de principes die van Silicon Valley de digitale hoofdstad van de wereld hebben gemaakt.

    Maar Frankrijk heeft nauwelijks pensioenfondsen of andere goudgerande investeerders die bereid zijn grote cheques uit te schrijven ter ondersteuning van start-ups. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het land publiek geld gebruikt om het gat te dichten dat het privékapitaal doet ontstaan. In Frankrijk kunnen alleen wetgevers – niet ondernemers met hoody’s – de arbeidswetgeving hervormen die er al decennialang voor zorgt dat een Franse programmeur 50 procent duurder is dan een Britse.

    Macron en zijn vrouw met o.a. Xavier Niel (oprichter van Iliad), Delphine Arnault (vicepresident van Louis Vuitton), Anne Hidalgo (burgemeester van Parijs) tijdens de inauguratie van startupincubator Station F in Parijs. – © Bertrand Guay / Reuters
    Macron en zijn vrouw met o.a. Xavier Niel (oprichter van Iliad), Delphine Arnault (vicepresident van Louis Vuitton), Anne Hidalgo (burgemeester van Parijs) tijdens de inauguratie van startupincubator Station F in Parijs. – © Bertrand Guay / Reuters

    In de Verenigde Staten is het in de wereld van de nieuwe technologie gebruikelijk de spot te drijven met de interventionistische strategie die de Franse staat hanteert om de nationale hightechsector op te bouwen. Maar diezelfde mensen die dat doen erkennen met tegenzin dat Beijing de ontwikkeling van lokale start-ups subsidieert, waarvan sommige inmiddels tot wereldleiders op digitaal gebied zijn uitgegroeid, en het functioneren van buitenlandse hightechondernemingen streng aan banden legt. Ze zijn soms ook geneigd de rol te vergeten die de Amerikaanse overheid heeft gespeeld bij de geboorte van de technologische sector aldaar, met name bij het creëren van het internet.

    ‘Ik dacht dat er een hele generatie nodig was om de Franse mentaliteit te veranderen,’ zegt Romain Lavault, partner in het Parijse investeringsfonds Partech Ventures. ‘Maar mensen staan opeens heel anders tegenover technologie.’

    Deze heropleving van de digitale activiteit in Frankrijk heeft in de eerste plaats met geld te maken: de staat stopt er enorme bedragen in. Sinds 2013 is de grootste investeerder, zowel in start-ups als de plaatselijke durfinvesteerders, niemand anders dan Bpifrance. Deze investeringsbank, die eigendom is van de Franse staat, heeft er de afgelopen jaren meer dan vier miljard euro in gestoken om de nationale hightechsector nieuw leven in te blazen. Volgens financieel analysebureau CB Insights komt dat neer op ongeveer 20 procent van de Franse markt voor durfinvesteringen.

    Paul-François Fournier, directeur innovatie van Bpifrance, legt uit dat het er niet alleen om ging Franse oplossingen voor Franse problemen te vinden. Buiten investeringen in binnenlandse start-ups en fondsen, licht hij toe, heeft de staatsbank ook Europese en Amerikaanse durfinvesteerders gefinancierd, met name om gespecialiseerde kennis op te doen over de mondiale hightechsector en buitenlandse fondsen ertoe over te halen in Frankrijk te investeren. Op dit moment zijn de Franse durfinvesteerders die door Bpifrance worden gefinancierd goed voor gemiddeld 160 miljoen euro, een verdubbeling ten opzichte van 2013, zodat deze lokale bedrijven op wereldschaal concurrerend kunnen zijn.

    Nog een lange weg

    Toch is er nog een lange weg te gaan voordat Parijs zich Silicon Valley aan de Seine kan noemen. Macron probeert het de Franse hightechkringen, die weer wat kleur op de wangen hebben, naar de zin te maken. Maar tegelijkertijd heeft hij het voortouw genomen in een Europese campagne om digitale bedrijven meer belasting te laten betalen in de hele EU – een offensief dat voornamelijk de reuzen van de Amerikaanse Westkust op het oog heeft (bekend onder de verzamelnaam Gafa: Google, Amazon, Facebook en Apple), maar ook ingrijpende gevolgen zal hebben voor kleine start-ups.

    De grote rol van de overheid in de technologiesector zou algauw tot marktbeïnvloeding kunnen leiden, wat geen goed idee is gezien de snelheid waarmee de digitale wereld zich ontwikkelt. Typerend voorbeeld: in 2013 verbood Frankrijk de verkoop van Dailymotion, een Franse start-up op het gebied van videostreaming, aan Yahoo, om twee jaar later de Franse mediareus Vivendi wél toestemming te geven het bedrijf te kopen, tegen een lagere prijs.

    Al deze staatssteun die recentelijk aan de technologiesector is verleend zal tevergeefs blijken als de Franse start-ups en durfinvesteerders niet aan de verwachtingen kunnen voldoen: wereldwijd concurrerende bedrijven creëren.

    De ‘eenhoorns’, digitale bedrijven die meer dan een miljard dollar waard zijn, blijven schaars in het Franse ecosysteem van nieuwe technologie. En de rentabiliteit van Franse fondsen die in start-ups investeren lag de afgelopen drie jaar gemiddeld op 6,3 procent, oftewel de helft van hun Britse tegenhangers in dezelfde periode.

    Maar juist op dit terrein zal het Franse initiatief om nieuwe technologie te bevorderen zich moeten bewijzen. Publieke programma’s en financieringen kennen hun grenzen als het op wereldwijde concurrentie aankomt. Op een gegeven moment zal ook de privésector zijn rol moeten spelen.
    Mark Scott

    Auteur: Mark Scott
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Politico
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 34.000

    Twee journalisten van The Washington Post begonnen deze onlinekrant met politieke actualiteiten. Een papieren versie wordt gratis verspreid in de Amerikaanse hoofdstad.

    CONTEXT: ‘Toekomst van Europa ligt in Frankrijk’

    Veel economische cijfers in Frankrijk, zoals op het gebied van werkloosheid of groei, zijn ‘rampzalig’, schrijft The Wall Street Journal. ‘Maar belangrijker is’, vervolgt het Amerikaanse dagblad, ‘dat Frankrijk jong is.’ 18,5 procent van de bevolking is vijftien of jonger, veel meer dan de 13 procent van Duitsland. ‘Zo bezien ligt de toekomst van Europa in Frankrijk, niet in Duitsland’, aldus de krant. Volgens WSJ is dit demografische gegeven bepalend voor het beleid dat door president Macron in werking wordt gezet, met name op het gebied van arbeidshervorming en onderwijs: ‘Hij verandert een land voor ouderen in een land voor jongeren.’

    De slagingskansen van deze transformatie zullen zich niet beperken tot werkloosheids- en groeicijfers, want men zal ook oog moeten hebben voor ‘de vlucht van jong talent, verbetering van de schoolresultaten en het aantal mensen dat beroepsonderwijs volgt’.