Als we iedereen maar van leugens beschuldigen, wat ook in Nederland aan de orde van de dag is, wordt het moeilijker om echt bedrog aan de kaak te stellen. ‘Het woord “liegen” is verzwakt doordat het te vaak is gebruikt’, stelt filosoof Julian Baggini.
Ruim een eeuw geleden maakte Winston Churchill slim gebruik van de opzettelijk omslachtige term ‘terminologische onjuistheid’ om zowel het verbod te omzeilen iemand in het Lagerhuis een leugenaar te noemen als om aandacht te vestigen op het feit dat hij dat nu juist deed. Opmerkelijk genoeg geldt dat verbod nog steeds, al lijken parlementsleden tegenwoordig eerder bereid het te overtreden en de consequenties daarvan onder ogen te zien, zoals kortgeleden Ian Blackford van de Scottish National Party en Dawn Butler en Lloyd Russell-Moyle van Labour.
Velen van ons juichen het begrijpelijkerwijs toe als het beestje bij de naam wordt genoemd. Wanneer Boris Johnson op flagrante wijze een loopje met de waarheid neemt, is de vermaning van Lagerhuisvoorzitter Lindsay Hoyle dat Blackford het woord ‘onbedoeld’ vooraf moet laten gaan aan ‘het Lagerhuis heeft misleid’ niet zozeer een oproep tot wellevendheid als wel een herinnering aan parlementaire nalatigheid.
Een leugen is een onware bewering die willens en wetens wordt verkondigd om anderen te misleiden
Toch blijven er goede redenen om niet iedereen zomaar van leugenachtigheid te beschuldigen. Een grotere bereidheid daartoe getuigt niet zozeer van meer eerlijkheid als wel van een toegenomen neiging tot kortzichtige partijdigheid. De handschoenen zijn uitgetrokken en in plaats van onze opponenten het voordeel van de twijfel te gunnen, haasten we ons om hen zo streng mogelijk te veroordelen.
Het verschil tussen een leugen en een onwaarheid is eenvoudig. Een leugen is niet gewoon maar een onware bewering, maar een die willens en wetens wordt verkondigd om anderen te misleiden, vaak door middel van het toedekken van wandaden.
Motieven
De reden dat we moeten aarzelen iemand een leugenaar te noemen is dat we geen inzicht hebben in diens motieven of geestesgesteldheid. Dat een bewering onwaar is kan meestal zonder gerede twijfel worden vastgesteld; dat de persoon die haar heeft gedaan wíst dat ze onwaar was valt moeilijker vast te stellen. Ook al kunnen er harde bewijzen zijn dat de betrokkene al die tijd op de hoogte was van de waarheid, het gevoel dat hij of zij liegt is in de regel alleen maar een sterk vermoeden. Iedereen is a priori onschuldig, dus als we ernstige beschuldigingen tegen iemand uiten, moeten we er heel erg van op aan kunnen dat die terecht zijn. Dat is gewoon een kwestie van rechtvaardigheid.
Iemand te snel een ‘leugenaar’ noemen heeft nog drie andere grote nadelen. Het eerste is een klassieke juridische vergissing: klaag iemand aan wegens een ernstig maar betwistbaar feit en de kans is groot dat een aanklacht wegens een minder ernstig maar onbetwistbaar feit in de prullenbak belandt. Neem de populaire woordspeling ‘Bliar’, ingegeven door het idee dat Tony Blair loog over het bestaan van massavernietigingswapens in Irak. Hoewel er nu overweldigend veel bewijs is voor de onjuistheid van die bewering, is nooit duidelijk bewezen dat Blair wist dat ze onjuist was, ondanks gedegen onderzoek. Al die tijd was de grootste beschuldiging aan zijn adres dat hij had gelogen. Daarom kon Blair gemakkelijk ontkennen dat hij schuldig was. Maar stel nu eens dat de nadruk was gelegd op incompetentie, op het nemen van beslissingen op grond van onvoldoende bewijs, op het stellen van onvoldoende vragen voorafgaand aan de besluitvorming? Daarmee zouden tegenstanders van de oorlog in Irak het Blair knap lastig kunnen maken, maar als de nadruk op liegen wordt gelegd schieten ze hun doel voorbij.
Kwade bedoelingen
Een groter probleem met iemand te snel een leugenaar noemen is dat je mensen daarmee sneller achteraf kwade bedoelingen in de schoenen schuift. Mensen lijken steeds minder bereid te accepteren dat degenen met wie ze het oneens zijn zich gewoon kunnen vergissen, en dichten hun in plaats daarvan snode bedoelingen toe. Over degenen die zich hardop afvragen of trans personen altijd hetzelfde moeten worden behandeld als degenen wier sekse en genderidentiteit vanaf hun geboorte overeenstemmen wordt niet gezegd dat ze het bij het verkeerde eind hebben, maar dat ze haatdragend zijn. Brexit-tegenstanders hebben het niet gewoon mis, maar zijn onvaderlandslievend. Brexit-voorstanders waren niet alleen naïef toen ze geloofden dat het land beter af zou zijn met het verlaten van de EU, ze wisten al die tijd dat het tegendeel het geval was. Mensen die de verkeerde woorden gebruiken met betrekking tot ras zijn niet gewoon slecht geïnformeerd, maar onverdraagzaam. Wanneer dit vaste prik wordt, zien we de muren tussen mensen steeds dikker en hoger worden. Meningsverschillen worden hartstochtelijker, minder begrijpelijk, dualistischer.
Wanneer we mensen met wie we het oneens zijn in steeds heftiger bewoordingen beschuldigen, verliezen we ook het vocabulaire dat onderscheid maakt tussen uitzonderlijk wangedrag en gewone fouten of kleine misdragingen. Zoals het woord ‘fascist’ aan kracht inboet wanneer linkse mensen iedereen ter rechterzijde van Michael Heseltine zo noemen, zo boet de beschuldiging ‘leugenaar’ aan kracht in wanneer iedereen die zich vergist als een bedrieger te boek wordt gesteld.
Het woord ‘liegen’ is verzwakt doordat het te vaak is gebruikt
Zo schreef Hogerhuisvoorzitter Dominic Raab afgelopen februari in The Times dat de Britse orde van advocaten CBA ‘haar leden aanzet tot nodeloos en onverantwoordelijk verzet tegen een procedure die de regering wel verplicht is te volgen’. De CBA repliceerde in een tweet: ‘Wij hebben de regering niet gevraagd inbreuk te maken op enig openbaar rechtsprincipe. Dit is een leugen.’ Dat een ingetogen organisatie als de CBA zo’n beschuldiging uit aan het adres van een minister zou vroeger een lont in het kruitvat zijn geweest. Maar in een klimaat waarin beschuldigingen van leugenachtigheid schering en inslag zijn, keek er nauwelijks iemand van op. Het gevolg was dat Raab wegkwam met zijn oneerlijkheid.
Begin april sprak VN-secretaris-generaal António Guterres de wereldleiders nog aan op hun lijdzame houding ten opzichte van de klimaatverandering met de woorden: ‘Sommige leiders van regeringen en bedrijven zeggen het een, maar doen het ander. Eenvoudiger gezegd: ze liegen.’ Net als de CBA en de Lagerhuisleden die de Britse premier van oneerlijkheid betichtten had Guterres gelijk dat hij er geen doekjes om wond, maar het woord ‘liegen’ is verzwakt doordat het door anderen te vaak is gebruikt.
Beleefdheid
Zoals filosoof Alessandra Tanesini heeft betoogd, kunnen oproepen om beleefdheid te betrachten in het openbare debat ertoe leiden dat onenigheid wordt gesmoord en mensen geen uiting meer kunnen geven aan gerechtvaardigde woede. Maar het bezwaar tegen overmatig gebruik van benamingen als ‘leugenaar’ is niet bedoeld om beleefdheidsnormen te handhaven. Het is eerder een principieel argument tegen het schuldig verklaren zonder bewijs, en een praktische oproep om ervoor te zorgen dat als we wél duidelijk, onomwonden en misschien zelfs boos kunnen beweren dat iemand heeft gelogen, die beschuldiging de krachtige en serieuze grondslag heeft die noodzakelijk is. Dat is misschien een misvatting, maar geen leugen.
Julian Baggini is schrijver en filosoof. Zijn nieuwste boek is The Great Guide: What David Hume Can Teach Us about Being Human and Living Well.

