Tag: oorlogsgeweld

  • Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbaltoernooien zijn een manier om het aanhoudende oorlogsgeweld in Jemen even te kunnen vergeten. Bovendien versterken de patriottische liederen van het publiek de hoop op een vreedzame toekomst voor iedereen.

    Keuze uit het archief

    Te midden van de oorlog en de humanitaire crisis die in Jemen woeden en die deze week weer zijn opgelaaid na de Amerikaans-Britse aanval op de Houthi’s, is er één ding waar de Jemenieten troost en voldoening uit halen: voetbal. De teamsport zorgt ervoor dat de bevolking de oorlog, die al sinds 2014 gaande is, even kan vergeten en brengt mensen uit heel het land bij elkaar, zoals deze reportage van Al Jazeera uit 2022 laat zien. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ aldus een van de voetballers.

    De gewelddadige strijd in Jemen heeft al aan ruim 370.000 mensen het leven gekost. De liefde voor voetbal die veel Jemenieten koesteren helpt hen het hoofd te bieden aan de verwoestingen, het geweld en de humanitaire crisis die hun land teisteren.

    Officieuze voetbaltoernooien in dorpen en steden brengen Jemenitische jongens en mannen samen en bieden hun een schijn van een normaal bestaan. Op geïmproviseerde voetbalvelden van zand en steen tonen amateurspelers hun vaardigheden aan een juichend publiek dat vaak van heinde en verre is toegestroomd. Stoeltjes zijn er niet. De toeschouwers – van achthonderd tot vijftienhonderd man – moedigen hun helden de hele wedstrijd staand aan met spreekkoren en gezang. 

    Zoals aan veel aspecten van het openbare leven in Jemen kwam er ook een abrupt einde aan officiële voetbalcompetities, nadat de oorlog in 2014 was uitgebroken.

    In het politieke vacuüm dat volgde op het aftreden van Ali Abdullah Saleh, de man die vele jaren president van het land was geweest, probeerde de door Iran gesteunde Houthi-groepering de macht in Jemen te grijpen. De Houthi’s veroverden de hoofdstad Sana’a en verdreven de door de Verenigde Naties erkende regering en haar president Abd-Rabbu Mansour Hadi, die de steun genoot van Saoedi-Arabië en andere regionale spelers.

    Voor 5 miljoen mensen dreigt hongersnood en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen

    Meer dan de helft van de 370.000 doden is omgekomen door honger, gebrek aan gezondheidszorg en onveilig water, die weer het gevolg zijn van een zwaar beschadigde infrastructuur. Bijna 25 miljoen Jemenieten hebben nog steeds hulp nodig, voor 5 miljoen dreigt hongersnood, en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen. 

    In deze erbarmelijke omstandigheden zoeken veel Jemenieten hun toevlucht tot voetbal, niet alleen in de vorm van officieuze toernooien, maar ook straatvoetbal.

    Sportieve infrastructuur

    Volgens Sami al-Handhali, voetbalcommentator en voormalig speler van Al-Ahly Taiz, is de sportieve infrastructuur vermorzeld. Stadions en sportcentra waren het doelwit van aanvallen of werden omgebouwd tot militaire bases. Hoewel de officiële voetbalcompetities in september vorig jaar werden hervat, blijft de financiering van sportclubs en sporters schamel, zegt hij.

    ‘Door eigen evenementen te organiseren op geïmproviseerde voetbalvelden hebben Jemenieten het enthousiasme voor het voetbal nieuw leven ingeblazen,’ aldus Al-Handhali tegen Al Jazeera. ‘Zo kunnen ze hun benarde situatie weer een beetje aan. Mooi is ook dat er op deze manier nieuwe talenten zijn ontdekt, door zowel clubs als door het nationale team. Bovendien voorkom je op deze manier dat jonge mannen in het oorlogsgeweld verwikkeld raken, omdat de banden tussen spelers en publiek van allerlei regio’s en stammen zo worden aangehaald.’

    Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen

    De wedstrijden versterken niet alleen de verbondenheid met een dorp of provincie, maar komen ook gevoelens van nationale eenheid ten goede, ondanks de jarenlange verdeeldheid, met twee rivaliserende regeringen. Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen.

    Voor Ramzy Mosa’d (25) zijn de voetbaltoernooien een kans om contact te maken met landgenoten op een manier die hij niet gewend is. Hij behoort tot de Muhamasheen, een gemarginaliseerde bevolkingsgroep van Afrikaanse afkomst. Het is voor hem moeilijk te ontsnappen aan de sloppenwijken van Jibla, een plaatsje in het zuidwesten van Jemen, vlak bij de stad Ibb. Hier wonen de Muhamasheen, afgezonderd van andere Jemenieten, opeengepakt in onderkomens van riet of karton. Basisvoorzieningen als gezondheidszorg, schoon water, sanitair en ononderbroken stroom zijn er niet.

    Vandaar dat de uitnodiging aan het Muhamasheen-voetbalteam ‘Elnaseem’ om deel te nemen aan een toernooi in het district Assayani en te spelen tegen andere teams uit de regio Ibb ‘ons hart verwarmde’, zegt Mosa’d. ‘Dat de bevolking van Assayani naar onze wedstrijden kwam kijken, was van onschatbare waarde. We waren overweldigd en zielsgelukkig toen de menigte ons toejuichte alsof we zonen van de streek waren.’ Als klap op de vuurpijl won zijn team het toernooi.

    Als gevolg van een eeuwenoude sociale hiërarchie waarin de Muhamasheen helemaal onderaan staan wordt deze bevolkingsgroep uit de samenleving geweerd. Juist daarom werd de uitnodiging om deel te nemen aan het toernooi zo enorm gewaardeerd. ‘We wilden anderen laten zien dat wij ook talentvolle voetballers hebben en dat we graag deel van de samenleving willen worden.’

    ANP 408052981
    – Jonge Jemenieten voetballen in 2020 in een wijk in Sana’a. De nationale competitie van Jemen is opgeschort vanwege de burgeroorlog, die in 2015 begon. © EPA/Yahya Arhab

    Nieuwe levenskracht

    Dit specifieke toernooi vindt sinds 2017 elke winter plaats in de regio waar de Houthi’s het voor het zeggen hebben, vertelt Motee’ Dammaj, een van de organisatoren en financiers van het toernooi in Assayani. Er worden uitnodigingen verstuurd naar liefst zestien teams uit dorpen in Assayani en Jibla. ‘We willen dergelijke evenementen organiseren omdat de liefde van de Jemenieten voor de sport ons welbekend is,’ zegt Dammaj, ‘en om veel Jemenieten die door de oorlog zijn getroffen nieuwe levenskracht te geven en de sociale banden tussen hen te versterken.’

    De situatie in het land maakt deelname echter niet altijd voor iedereen mogelijk, zegt Dammaj. ‘Elk jaar is er veel publiek, doen veel spelers mee, de stemming zit er altijd goed in. Door het acute brandstoftekort is het voor velen moeilijk om naar het toernooi te komen, maar toch lukte het acht teams om mee te doen.’ Hij is vooral blij met de deelname van de Muhamasheen. ‘Het is belangrijk om de spiraal van discriminatie te doorbreken waarmee deze minderheid al jaren wordt geconfronteerd’.

    In 2017 ontvluchtte Hamza Mahrous, toen dertien jaar, samen met honderdduizenden anderen de havenstad Hodeida aan de Rode Zee vanwege het escalerende geweld. Hij vestigde zich met zijn familie in Taiz, dat ook niet voor geweld gespaard bleef en sinds 2015 zucht onder een blokkade door de Houthi’s.

    Al op jonge leeftijd ontwikkelde Mahrous, die afkomstig is van het Jemenitische platteland, een grote liefde voor voetbal. Hij sleepte diverse onderscheidingen in de wacht, als spits in zijn schoolteam en voor een lokale club. In Taiz draafde hij op in officieuze toernooien die werden gespeeld in de door oorlog verwoeste straten van de wijk Al-Masbah, waar hij woonde. Hij werd al snel ontdekt door lokale teams, waaronder Talee’ Taiz en Ahly Taiz. In 2019 werd hij opgemerkt door een groep scouts die op zoek waren naar spelers voor het nationale elftal. Hij kreeg een uitnodiging om zich bij de selectie onder 15 te voegen.

    Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht

    ‘Ik had nooit durven dromen dat ik nog eens voor het nationale team zou spelen, gezien de zware tijden die we hebben gehad na onze vlucht,’ vertelt Mahrous. ‘Maar door vol te houden en te oefenen, op straat en op voetbalvelden, en dankzij de steun van mijn ouders, is het gelukt.’

    In december 2021 gaven Mahrous en zijn medespelers hun landgenoten een zeldzame reden om te gloeien van nationale trots: ze wonnen het West-Aziatisch kampioenschap voor junioren door Saoedi-Arabië in de finale na strafschoppen te verslaan. De Jemenieten vierden feest in de straten, waar trots en eensgezindheid heersten. Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht. 

    ‘Ik merkte dat ik had bijgedragen aan een gevoel van geluk waar miljoenen Jemenieten zo naar verlangden en dat ze zo nodig hadden. Dat kon alleen door voetbal – een sport waar iedereen van houdt,’ zegt Mahrous.

    Stilstand

    Saad Murad (30) vertelt dat hij door de oorlog zijn voetbalcarrière niet heeft kunnen voortzetten. Na ruim tien jaar, waarin hij zich had opgewerkt van schooltoernooien in zijn thuisstad Damt tot speler op het hoogste niveau bij de club Dhu Reidan, leek hij klaar voor het nationale team. Maar toen de competitie en alle officiële sportactiviteiten werden opgeschort, kwam Murads carrière tot stilstand. Alleen de officieuze toernooien die ‘s winters plaatsvinden herinneren hem aan zijn vroegere voetballeven.

    ‘Deze lokale toernooien bieden troost en geven me een manier om mijn verloren dromen te accepteren,’ zegt Murad, die geen baan kan vinden door de erbarmelijke economische situatie in het land.

    Met de deelname van tweeëndertig officiële voetbalclubs en spelers van het nationale team was het toernooi dat afgelopen winter in Damt werd gehouden een van de grootste voetbalevenementen in het land in zeven jaar. Volgens Moammar al-Hajri, lid van het organisatiecomité in Damt, vindt dit toernooi sinds 2018 jaarlijks plaats dankzij onafhankelijke financiering en donaties en door steun van zakenlieden, bedrijven en Jemenieten in het buitenland.

    ‘Het winnende team won dit jaar ongeveer 500.000 Jemenitische riyal [bijna 2000 euro] aan prijzengeld, en de verliezend finalisten ontvingen 300.000 Jemenitische riyal [bijna 1200 euro],’ zegt Al-Hajri. Dat zijn grote bedragen in een land waar de lokale munt forse devaluaties heeft ondergaan als gevolg van de oorlog. Banen zijn verloren gegaan, salarissen worden niet uitbetaald, miljoenen mensen houden met moeite het hoofd boven water. En tot overmaat van ramp heeft een brandstoftekort de inflatie opgedreven.

    ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven’

    Mahioub al-Marisi, een vijftigjarige ambtenaar die dit jaar met zijn kinderen de meeste wedstrijden van het toernooi bijwoonde, stond versteld van het grote aantal bezoekers uit verre streken, die vaak te voet waren gekomen. ‘De velden waren zanderig, maar dat kon het enthousiaste publiek niet deren,’ zegt hij. ‘De mensen stonden tot op de rand van boerengebied om een ​​glimp op te vangen van de wedstrijden, zo blij waren ze dat ze erbij konden zijn. Het heeft het moreel van de Jemenieten voor een deel hersteld.’

    Buiten deze toernooien gaat de 22-jarige Jameel Nasher bijna dagelijks naar een veldje in de buurt van zijn huis aan de weg naar Taiz in Ibb, waar hij ‘s middags andere liefhebbers ontmoet om tot ’s avonds laat te voetballen. Hij is groot fan van Mohamed Salah en draagt het ​​Liverpool-shirt met nummer 11 van de Egyptenaar.

    Nasher heeft een team van acht spelers samengesteld. Op het veld is er een bonte verzameling kleuren, elke speler draagt een shirt ​​van de club waar hij fan van is. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ zegt hij. ‘We zijn opgegroeid met voetbal, en het is een geruststellend idee dat dat ons niet is afgenomen.’

    Lees ook:

  • Napalmmeisje: ‘Ik ben er trots op dat ik een vredessymbool ben geworden’

    Napalmmeisje: ‘Ik ben er trots op dat ik een vredessymbool ben geworden’

    Vijftig jaar geleden werd de Vietnamese Kim Phuc Phan Thi – toen negen jaar oud — getroffen door een Amerikaanse napalmaanval. De iconische foto ervan maakte Kim plotsklaps het symbool van oorlogsverschrikkingen. Hoewel ze zich aanvankelijk schaamde voor de foto, pleit ze nu voor het laten zien van onmenselijk geweld.

    Ik ben opgegroeid in het kleine dorpje Trang Bang in Zuid-Vietnam. Volgens mijn moeder lachte ik als klein meisje veel. We leidden een simpel leven, met eten in overvloed, aangezien mijn familie een boerderij had en mijn moeder het beste restaurant van het dorp runde. Ik weet nog dat ik dol was op school en dat ik samenspeelde met mijn neefjes, nichtjes en de andere kinderen uit het dorp. We deden touwtje springen, renden rond en zaten elkaar vrolijk achterna.

    Dat alles veranderde op 8 juni 1972. Ik kan me alleen maar vlagen van de dag herinneren. Ik was met mijn neefjes en nichtjes aan het spelen op de binnenplaats van een tempel. Het volgende moment dook er vlak bij ons een vliegtuig omlaag en klonk een oorverdovend lawaai. Daarna explosies en rook en ondraaglijke pijn. Ik was negen jaar oud.

    Napalm blijft aan je kleven, hoe hard je ook rent, en het veroorzaakt verschrikkelijke brandwonden en pijn waar je levenslang last van hebt. Ik kan me niet herinneren dat rende en ‘Nóng quá, nóng quá!’ (‘Te heet! Te heet!’) heb geschreeuwd. Maar uit filmbeelden en herinneringen van anderen blijkt dat ik dat heb gedaan.

    Beroemde foto

    De foto die die dag van me werd gemaakt, ken je waarschijnlijk. Een foto waarop ik met anderen wegren van de explosies – ik, een naakt kind met uitgestrekte armen, dat het uitschreeuwt van de pijn. De Zuid-Vietnamese fotograaf Nick Ut, werkzaam bij The Associated Press, maakte de foto, die vervolgens over de hele wereld op voorpagina’s te zien was en hem een Pulitzerprijs opleverde. Het zou een van de beroemdste beelden van de Vietnamoorlog worden.

    Met die uitzonderlijke foto heeft Nick mijn leven voor altijd veranderd. Maar hij heeft mijn leven ook gered. Nadat hij de foto genomen had, legde hij zijn camera weg, wikkelde hij me in een deken en bracht hij me weg om medische hulp te krijgen. Daarvoor ben ik hem eeuwig dankbaar.

    Toch herinner ik me ook dat ik hem soms haatte. Toen ik opgroeide, walgde ik van die foto. Ιk dacht bij mezelf: Ik ben een klein meisje, ik ben naakt. Waarom maakte hij die foto? Waarom beschermden mijn ouders me niet? Waarom drukte hij de foto af? Waarom was ik het enige naakte kind, terwijl mijn broers en neefjes en nichtjes hun kleren aanhadden? Ik voelde me lelijk en ik schaamde me.

    Het kind dat door de straat rende werd een symbool van oorlogsverschrikkingen

    Toen ik opgroeide, wenste ik soms dat ik zou verdwijnen. Niet alleen vanwege mijn verwondingen – door de brandwonden is een derde van mijn lichaam bedekt met littekens en lijd ik aan intense, chronische pijn – maar ook vanwege de schaamte die ik door mijn verminkingen voelde. Ik probeerde mijn littekens onder mijn kleding te verbergen. Ik had afschuwelijke angsten en depressies. Kinderen op school deinsden voor me terug. Niet alleen mijn buren hadden medelijden met me, maar zelfs, tot op zekere hoogte, mijn ouders. Naarmate ik ouder werd, werd ik bang dat niemand ooit van me zou kunnen houden.

    Ondertussen werd de foto nog beroemder, wat het moeilijk maakte om mijn eigen leven te lijden. Door de jaren heen gaf ik ontelbaar veel interviews aan de pers en had ik ontmoetingen met vorsten, premiers en andere bestuurders. Allemaal hoopten ze in de foto en in mijn ervaring een diepere betekenis te vinden. Het kind dat door de straat rende werd een symbool van oorlogsverschrikkingen. De echte persoon keek toe vanuit de schaduw, bang dat ik op de een of andere manier zou worden ontmaskerd als diep beschadigd.

    Foto’s leggen per definitie een enkel moment vast. Maar de overlevenden erop, vooral kinderen, moeten op de een of andere manier door met hun leven. We zijn geen symbolen. We zijn mensen. We moeten werk vinden, mensen om lief te hebben, een gemeenschap, een veilige plek waar je kunt leren en waar er voor je wordt gezorgd.

    Rust

    Pas op volwassen leeftijd, nadat ik naar Canada was uitgeweken, begon ik tot rust te komen. Toen pas kon ik, met de hulp van mijn geloof, echtgenoot en vrienden, ontdekken wat mijn missie in het leven was. Zo hielp ik een stichting op te zetten en begon ik naar oorlogslanden af te reizen om medische en psychologische hulp te bieden aan kinderen, in de hoop ze enig perspectief te kunnen bieden.

    Ik weet hoe het is als je dorp gebombardeerd wordt en je huis vernietigd. Hoe het is als familieleden overlijden en er lichamen van onschuldige burgers op straat liggen. Dat zijn de verschrikkingen van de Vietnamoorlog geweest, en ze zijn op ontelbare foto’s vastgelegd en eindeloos vertoond. Helaas zijn het ook de beelden van oorlogen elders, bijvoorbeeld nu in Oekraïne, waar kostbare mensenlevens worden geschaad en verwoest.

    En op een andere manier horen de beelden ook bij schietpartijen op scholen. Anders dan op foto’s van buitenlandse oorlogen zien we daarop geen lichamen. Toch zijn de schietpartijen zonder meer een vorm van binnenlandse oorlog. Het lijkt misschien onacceptabel om foto’s van zo’n bloedbad, vooral van kinderen, te delen. Maar we moeten ermee in aanraking komen. Je kunt de realiteit van een oorlog makkelijker negeren als je de gevolgen ervan niet te zien krijgt.

    We moeten het geweld frontaal bestrijden, en de eerste stap is om het letterlijk onder ogen te zien

    Ik kan niet spreken namens families in Uvalde, Texas. Maar ik denk dat de verschrikkelijke werkelijkheid van de gebeurtenis daar het beste kan worden overgebracht door de nasleep van de schietpartij voor de wereld zichtbaar te maken. We moeten het geweld frontaal bestrijden, en de eerste stap is om het letterlijk onder ogen te zien.

    Ik heb de gevolgen van oorlog op mijn lichaam meegedragen. Je ontgroeit littekens niet, lichamelijk noch geestelijk. Ik ben nu dankbaar voor de kracht van die foto van mijn negenjarige zelf, zoals ik ook dankbaar ben voor de manier waarop ik me zelf heb ontwikkeld. Mijn afgrijzen op de foto – een gevoel dat ik me nauwelijks herinner – werd een universeel afgrijzen. Ik ben er trots op dat ik langzamerhand een vredessymbool ben geworden. Het heeft me veel tijd gekost om dat te omarmen. Vijftig jaar later kan ik stellen dat ik blij ben dat Nick dat moment heeft vastgelegd, zelfs met alle moeilijkheden die het beeld gedurende mijn leven met zich meebracht.

    De foto zal ons blijven herinneren aan het onuitsprekelijke kwaad waartoe de mensheid in staat is. Toch geloof ik dat vrede, liefde, hoop en vergeving altijd sterker zullen zijn dan welk wapen dan ook.

    Lees ook: