Natasa Pirc Musar wordt gezien als progressief en links
De presidentsverkiezingen in Slovenië zijn gewonnen door Natasa Pirc Musar. Zij wordt de eerste vrouwelijke president van het land. Persbureau Reuters beschrijft Pirc Musar als iemand die zich inzet voor mensenrechten, sociale zekerheid en gerechtigheid.
Hoewel de rol van president in Slovenië met name een ceremoniële functie is, is de uitslag een overwinning voor de centrumlinkse regering. Zij waarschuwden voorafgaand aan de presidentsverkiezingen dat het land een stap achteruit zou doen als voormalig minister van Buitenlandse Zaken Andze Logar zou winnen. Ook voor de Europese Unie is de winst van Pirc Musar, die als pro-Europees wordt gezien, een goed teken.
Pirc Musar werkte in eigen land als tv-presentator. Ook was ze advocaat voor Melania Trump, de vrouw van Donald Trump. Zij komt van oorsprong uit Slovenië en tijdens Trumps presidentschap probeerden Sloveense bedrijven een slaatje te slaan uit haar afkomst. Pirc Musar zorgde ervoor dat dat niet gebeurde.
In het hart van New York woont een gemeenschap van zeker honderdvijftigduizend chassidische joden. Zij kwamen na de holocaust vanuit Hongarije naar de VS en hebben niets van hun traditionele cultuur verloren.
De meest gemêleerde stad van Amerika is New York. Het meest gemêleerde stadsdeel van New York is Brooklyn. En de meest gemêleerde buurt van Brooklyn is Williamsburg. De welgestelde dertigers die vanuit Manhattan de wijk binnenstromen, hebben hoogstens een vaag idee dat een paar straten van hun favoriete restaurants met Michelinsterren en hun extreem geprijsde natuurwijnbars vandaan de gesloten wereld van de ultraorthodoxe chassidische joden schuilgaat.
Ongeveer ter hoogte van South 9th Street begin ik meestal te merken dat ik in een ander universum ben terechtgekomen. De mannen dragen zwarte jassen en hoeden, hebben baarden en peies [pijpenkrullen langs de slapen] en voeren gesprekken in het Jiddisch op klaptelefoons die afkomstig lijken uit de jaren negentig. De vrouwen dragen lange rokken en pruiken. Ze duwen bijna allemaal een kinderwagen voort en lopen met een schare kinderen door de drukke straten van Brooklyn. Dikwijls ben ik de enige in de omgeving die er zichtbaar niet thuishoort. Alle levensmiddelenwinkels, bakkers en restaurants zijn strikt koosjer, de meeste hebben Jiddische opschriften. Dit alles in hartje New York, op één metrohalte afstand van Manhattan.
In het kort
• De meeste Hongaarse chassidische joden werden tijdens de holocaust vermoord, maar de gemeenschap herrees in New York.
• Afgekeerd van de buitenwereld leven er honderdvijftigduizend chassidim met Hongaarse wortels in hartje Brooklyn.
• De traditionele gemeenschap heeft de Hongaarse invloeden in haar cultuur bewaard: gevulde kool evenzeer als Hongaarse volksliederen.
Telkens als ik een oudere man zie, stap ik op hem af en vraag ik hem iets – in het Hongaars. De meesten antwoorden, zonder enig teken van verrassing, in die charmante, weliswaar wat roestige volkstaal die je zelfs in Hongaarse dorpjes nog maar weinig hoort. Niet veel mensen weten dat een aanzienlijk deel van de chassidisch-joodse gemeenschap in Brooklyn oorspronkelijk afkomstig is uit Hongarije. Ik heb die buurt ontdekt toen ik in New York woonde. Sindsdien kom ik er regelmatig terug. Het is vooral aan mijn Hongaars-zijn te danken dat ik veel mensen in deze verder sterk naar binnen gekeerde gemeenschap heb kunnen leren kennen.
De geschiedenis van het chassidisme in Hongarije gaat terug tot het begin van de negentiende eeuw, toen deze ultraorthodoxe stroming, gebaseerd op de joodse mystiek (kabbala), populair werd in de kleine joodse gemeenschappen in het noordoostelijke deel van het toenmalige Hongarije. In tegenstelling tot de seculiere joden in de steden waren de chassidim tegen assimilatie: ze hielden vast aan hun oude gewoontes en vormden grote dynastieke gemeenschappen onder de strenge leiding van een charismatische leider (rebbe of tsaddik).
In 1944-’45 werd bijna de totale joodse bevolking van Hongarije uitgeroeid, met uitzondering van een deel van de joden in Boedapest. De meesten werden vermoord en het handjevol chassidische holocaust-overlevenden emigreerde naar Israël en naar de Verenigde Staten.
Grote dynastie
Vandaag de dag wonen honderdvijftigduizend chassidische joden van Hongaarse afkomst in de wijken Williamsburg en Borough Park in Brooklyn. De grootste dynastie draagt de naam Satmar, afkomstig van de voormalige Hongaarse stad Szatmárnémeti, nu Satu Mare in Roemenië, waar de legendarische rabbijn Joël Teitelbaum voor de oorlog een grote gemeente had opgebouwd. Teitelbaum was een van de weinigen die aan de deportatie wist te ontkomen doordat hij mee mocht met de Kastner-trein [vernoemd naar de Hongaars-joodse advocaat Rudolf Kastner, die tijdens de holocaust joden uit bezet Europa smokkelde].
In 1946 verhuisde hij naar New York, waar hij met enorme inspanning zijn gemeenschap nieuw leven inblies. Naast Satmar zijn er ook belangrijke andere chassidische dynastieën in Brooklyn die vernoemd zijn naar (voormalige) Hongaarse plaatsen, zoals Munkatch (Munkács, nu Mukatjsevo, Oekraïne), Popa (Pápa), Klausenburg (Kolozsvár, nu Cluj, in Roemenië), en er zijn ook kleinere gemeenschappen, zoals Kaliv (Nagykálló), Kerestir (Bodrogkeresztúr) en Liska (Olaszliszka).
‘Sommige van deze plaatsen zijn na de Eerste Wereldoorlog buiten de landgrenzen van Hongarije terechtgekomen, maar de joden daar hebben zichzelf altijd als Hongaars beschouwd,’ zegt Yosef Rapaport, een gerespecteerde chassidische leider in Borough Park. ‘Mijn moeder komt uit Mihályfalva (Roemeens: Boarta), mijn vader uit Halmi (Halmeu). Beide plaatsen hoorden toen al bij Roemenië, maar thuis spraken ze Hongaars. De meeste orthodoxe joden in Brooklyn spreken tot de dag van vandaag Jiddisch met een Hongaars accent.’
Al zijn de Hongaren in aantal het grootst, er bestaan ook Poolse, Russische en Oekraïense chassidische gemeenschappen in Brooklyn. Voor een buitenstaander lijken die allemaal op elkaar, maar er zijn veel kleine verschillen. ‘De Hongaren staan bekend om hun gastvrijheid. In een Hongaars chassidisch huishouden staat altijd vers bereid eten klaar, en in de Hongaarse synagogen is er gratis koffie in overvloed’, vertelt Alexander Rapaport, de zoon van Yosef, die de oprichter is van Masbia, een joodse organisatie voor voedselverdeling. ‘Hongaarse vrouwen kleden zich eleganter; ingehouden en overeenkomstig de chassidische regels, maar je kunt toch zien dat ze Hongaars zijn.’
Restaurant Gottlieb’s
In tegenstelling tot in Williamsburg hebben in Borough Park niet alle chassidische joden Hongaarse wortels, maar onder de meer dan driehonderd kleine synagoges van de buurt heb ik wel gebedshuizen ontdekt met de naam van de Hongaarse plaatsen Sopron, Debrecen en Mád. De hoofdstraat van de wijk, 13th Avenue, heeft de naam van Raoul Wallenberg aangenomen om de Zweedse diplomaat te eren die in de Tweede Wereldoorlog tijdens zijn uitzending naar Boedapest het leven van duizenden Hongaarse joden redde. Veel van de overlevenden kwamen uiteindelijk hier terecht.
In Williamsburg ga ik meestal eerst naar familie-restaurant Gottlieb’s. Het is een druk koosjer eethuisje vol met in het zwart geklede joodse mannen met een hoed op. Het restaurant wordt geleid door Menashe Gottlieb, een ingehouden Satmarer van middelbare leeftijd met blonde peies. Menashes grootvader, Zoltán Gottlieb uit het Hongaarse Kisvárda, die na de Hongaarse opstand van 1956 naar de VS was gevlucht, richtte het restaurant op in 1962, omdat hij de smaken van thuis miste. Sinds de opening is er niet veel veranderd. De neonopschriften en de inrichting zijn origineel, en goulash, gevulde kool, pasta met kool (káposztás tészta), aardappelknoedels (nudli, ook bekend als sjlisjkes) en ‘paprika-aardappelen’ (paprikás krumpli) vormen nog steeds het aanbod, al worden er tegenwoordig ook koosjere Chinese gerechten geserveerd om te voldoen aan de vraag van de gasten.
Nu steeds meer oude mensen zijn over-leden, wordt er minder Hongaars gesproken in de straten van Brooklyn. ‘Vroeger werden er bij de kiosken Hongaarse kranten verkocht,’ vertelt Nathaniel Deutsch, hoogleraar aan de Universiteit van Californië, die een boek heeft geschreven over de geschiedenis van Williamsburg. De kinderen van de geëmigreerde Sat-marers spreken geen Hongaars meer, laat staan hun kleinkinderen, zoals Menashe. ‘Mijn generatie kent slechts enkele woorden,’ zegt hij.
Verschillende gasten komen om ons heen staan als ze horen waar we het over hebben. ‘Toen ik klein was, gingen mijn ouders op Hongaars over als ze niet wilden dat ik begreep wat ze zeiden,’ vertelt een jonge man. Dat het Hongaars als een soort geheimtaal van de volwassenen wordt gebruikt, heb ik gehoord van veel mensen.
Toch heeft ook de jonge generatie niet alle binding met het land van herkomst verloren. Iedereen kent bijvoorbeeld Hongaarse volklsiederen, waarvan Szól a akakas már het beroemdst is. ‘Dit is veel meer dan zomaar een liedje. Het is het nationale volkslied van de Hongaarse chassidische joden, een uiting van een emotioneel beladen verlangen naar Jeruzalem,’ zegt Yosef Rapaport. De oorsprong van het lied kan worden teruggeleid naar rebbe Izsák Eizik Taub uit Nagykálló, die in de negentiende eeuw het Hongaarse volksliedje aanvulde met een aantal Hebreeuwse regels over het Beloofde Land. Ik heb zelf gezien hoe mensen het met veel bezieling zongen.
Na de sjabbat
‘Kom maar terug op zondag, na de sjabbat zijn de gerechten vers gemaakt, en dan hebben ze de meeste keus,’ tipte een van de gasten me. Ik volg zijn advies op. Vroeg op de avond is er geen vrije tafel meer, er zit een gemengd publiek van stamgasten: chassidische joden van verschillende dynastieën, gewone orthodoxen en ook niet-religieuze joden. ‘Sommige mensen komen van ver, want ze missen het eten van hun grootmoeder,’ vertelt Menashe. David Rabinowicz, een luidruchtige klant van rond de zestig, hoort dat ik uit Hongarije kom en begint een lang verhaal over zijn voorouders die hij kan terugvoeren op de opperrabbijn van Sátoraljaújhely. Vervolgens draagt hij me op een mooie joods-Hongaarse vrouw voor hem te vinden.
Hongaarse chassidische vrouwen gaan er prat op dat ze elke avond vijf gangen op tafel zetten
De gevulde kool wordt gemaakt met rundergehakt, zonder zure room, om te voldoen aan de joodse spijswetten (kasjroet) die het combineren van etenswaren met melk en met vlees verbiedt, evenals uiteraard het eten van varkensvlees. Het is wat zoeter dan wat ik in Hongarije gewend ben, maar erg lekker. Hongaars eten is natuurlijk niet alleen bij Gottlieb’s te krijgen. De meeste bakkers in de buurt verkopen bijvoorbeeld túrós batyu, een met verse kaas gevuld zoet broodje, en kakaós csiga, een opgerold cacaobroodje. De lekkerste lecsó (groenteprutje van uien, tomaat en paprika), paprikás (goulash met room), rakott krumpli (ovengerecht met aardappels, ei en worst), gehaktballen, aranygaluska (zoetigheid van gistdeeg en walnoten) en flensjes worden thuis gemaakt. ‘Hongaarse chassidische vrouwen gaan er prat op dat ze elke avond een vijfgangenmaaltijd op tafel zetten,’ zegt Alexander Rapaport, ‘daarom gaan veel mensen niet naar restaurants. En als ze dat wel doen, eten ze liever iets anders, koosjer Chinees of Japans.’
De Hongaarse invloeden gaan verder dan taal en gastronomie. ‘Er zijn verschillende chassidische religieuze gebruiken die hun wortels hebben in Hongarije,’ vertelt Yosef. In de negentiende eeuw trokken veel chassidische joden uit Galicië naar Hongarije in de hoop op een beter leven, en ze werden sterk beïnvloed door de omstandigheden daar. Op dat moment waren in Hongarije de hervormingsgezinde zogeheten neologen in een strijd gewikkeld met hun behoudende geloofsgenoten, wat later inderdaad tot een schisma leidde. ‘De Hongaarse orthodoxen wezen elk streven naar hervormingen af,’ zegt Yosef. Dat beviel de chassidim heel goed, en ook nu nog gelden bij de Hongaarse chassidische groepen de strengste regels in Brooklyn.
Voor hen bestaat de zin van het leven uit het onophoudelijk bestuderen van de Tora
Het chassidisme is veel meer dan een religie, het is ook een levenswijze. De regels hebben betrekking op de kleinste details van het leven, vooral bij de Satmarers. Voor hen bestaat de zin van het leven uit het onophoudelijk bestuderen van de Tora en het stichten van grote gezinnen. De buitenwereld geldt voor hen als moreel verdorven, vol storende factoren en seksuele verleiding. Om die te vermijden worden jongens en meisjes van kleins af aan van elkaar gescheiden. Vrouwen mogen zich niet kleden op een manier die seksuele verlangens zou kunnen opwekken. Na hun huwelijk scheren vrouwen hun hoofd kaal en dragen ze een hoofddoek of een pruik.
Televisie is verboden, de meeste huishoudens hebben geen internet. Smartphones mogen alleen die mensen gebruiken die ze nodig hebben voor hun werk, en ze moeten er censuursoftware op hebben die verboden zaken zoals porno blokkeert. Zelforganiserende kringen en zogenaamde modesty committees controleren of iedereen zich aan de regels houdt. De leden van deze commissies struinen door de conservatieve buurten en disciplineren bijvoorbeeld vrouwen die zich opvallend kleden en controleren of mannen een bewijs bij zich hebben dat er een filter op hun telefoon is geïnstalleerd. Volgens de algemene opvatting voert de commissie de wil van de rebbe uit.
De jongens gaan naar een religieuze school (jesjiva), waar ze hun dagen doorbrengen met de interpretatie van de Talmoed, het wetboek van de joodse godsdienst en ethiek. Ze hebben weinig seculiere vakken, zo leren ze helemaal geen geschiedenis en nauwelijks wiskunde. Daardoor hebben scholieren geen idee wat er buiten hun besloten gemeenschap gebeurt. Ze hebben zo weinig contact met de buitenwereld dat velen van hen slecht Engels spreken, ook al wonen ze in de Verenigde Staten (op school en thuis is de voertaal Jiddisch).
Huishoudster
De meisjes worden opgeleid tot huishoudster, niet tot Tora-deskundige, dus zij zijn praktischer en spreken ook beter Engels. Dat komt bij pasgehuwden soms goed uit. ‘Toen ik op mijn twintigste aan het werk ging in het restaurant en facturen moest schrijven en e-mails moest beantwoorden, leerde mijn vrouw me de basis van de Engelse grammatica. Ik kon nog niet eens one, two, three goed opschrijven,’ vertelt Menashe.
Op hun achttiende, als ze klaar zijn met de jesjiva, trouwen de mannen. Het is de taak van de ouders om een partner te vinden voor hun kinderen. Het beoogde paar ontmoet elkaar hoogstens een of twee keer persoonlijk (terwijl de ouders in een belendende kamer wachten), voordat ze beslissen of er sprake is van wederzijdse sympathie. Zo ja, dan kunnen de voorbereidingen voor de bruiloft beginnen.
In het begin werkt de vrouw en ze ondersteunt haar man financieel, terwijl hij nog een paar jaar een Tora-opleiding voor volwassenen volgt. Na de geboorte van het eerste of het tweede kind doen de vrouwen meestal fulltime het huishouden en gaan de mannen werken. Een gemiddeld chassidisch gezin heeft zes tot acht kinderen: dat is de reden dat de gemeenschap, die in de holocaust bijna helemaal uitgeroeid is, weer zo groot is geworden. De 44-jarige Menashe heeft bijvoorbeeld negen kinderen en drie kleinkinderen. Meer dan de helft van de joodse kinderen in New York is tegenwoordig afkomstig uit een chassidisch gezin.
De gemeenschap doet haar best om de buitenwereld bij zich vandaan te houden
De chassidische wijk van Williamsburg doet me nog het meest denken aan een groot dorp. De gemeenschap doet haar best om de buitenwereld bij zich vandaan te houden. Woningadvertenties verschijnen uitsluitend op chassidische fora, dus buitenstaanders krijgen ze niet te zien. Maar daar zouden ze ook niet veel aan hebben, want de advertenties zijn in het Jiddisch opgesteld. De meeste bedrijven willen zich hier helemaal niet vestigen (producten van Starbucks of McDonald’s zijn voor de bewoners verboden). Aan weerszijden van de twee hoofdstraten van de wijk, Lee Avenue en Bedford Avenue, bevinden zich koosjere bakkers, winkeltjes met religieuze accessoires, pruikenmakers en interieurwinkels. Als ik het niet wist, zou ik niet bedenken dat ik in Amerika ben.
Tenminste één keer per jaar bezoekt elke chassied de rebbe. Vergeleken met een rabbijn – de leider van een niet-chassidische joodse gemeenschap – heeft een rebbe meestal veel meer macht en invloed. ‘Je moet hem zien zoals de paus bij de katholieken,’ zegt Menashe. Sommigen vragen hem om advies, anderen willen zijn zegen voor Jom Kipoer – Grote Verzoendag, de belangrijkste joodse feestdag – of voor de geboorte van een kind. In alledaagse religieuze kwesties, bijvoorbeeld wat te doen als tijdens het klaarmaken van vlees het mes in contact is gekomen met een melkproduct, wordt de plaatselijke Talmoed-deskundige om raad gevraagd. De Satmarers hebben op dit moment twee rebbes, Aaron en Zalman Teitelbaum, nadat de dynastie in de strijd om de opvolging na de dood van hun vader in 2006 in tweeën is gescheurd.
Het is echter niet zo dat chassidische mannen de hele dag in de synagoge zitten te bidden. ‘Joel Teitelbaum heeft zijn volgelingen nadrukkelijk opgedragen om werk te zoeken,’ zegt professor Deutsch. Aangezien ze geen seculiere opleiding hebben, vinden ze meestal een betrekking binnen de gemeenschap. Sommigen worden koosjer-opzichter of leraar in de jesjiva, maar de grootste werkgever is de woonsector. Er zijn veel projectontwikkelaars, hypotheekverstrekkers en bouwopzichters onder hen, maar loodgieter, elektricien en vrachtwagenchauffeur zijn ook veelvoorkomende beroepen. Vroeger bood het Diamond District van Manhattan emplooi aan een groot aantal chassidim, maar de diamantindustrie is al decennialang in verval. Voor degenen die in Manhattan werken is er een directe busverbinding, zodat de mannen niet worden blootgesteld aan de aanblik van ‘uitdagend’ geklede vrouwen in de New Yorkse metro.
Op een vrijdagavond sluit ik me aan bij de sjabbat-ceremonie van de Satmarers. De dienst wordt gehouden in de Biksad-synagoge, die zijn naam dankt aan de plaats Bikszád, nu het Roemeense Bixad. De eenvoudig ingerichte zaal zit stampvol met elegant geklede chassidische mannen van alle leeftijden, die met grote inleving heen en weer bewegend bidden en van tijd tot tijd in zingen uitbarsten. De getrouwde mannen dragen enorme ronde bonthoeden (sjtreimel).
Wantrouwen
In mijn normale kleren, met een geleend keppeltje op mijn hoofd en met mijn gladgeschoren gezicht moet ik een rare aanblik bieden, want de leden van de gemeente kijken me allemaal wantrouwig aan. Gelukkig arriveert Menashe, een beetje verlaat, en stelt iedereen gerust dat ik een kennis van hem ben uit Hongarije. Na de ceremonie verzamelt zich een kleine menigte om me heen en de mensen vragen me uit, onder meer over de koosjere restaurants van Boedapest (waarvan er overigens niet veel zijn).
Als Hongaar ben ik nergens zo enthousiast ontvangen als bij de joden van Williamsburg. Soms neem ik Amerikaanse kennissen mee naar die buurt en dan blijkt dat hun die speciale behandeling niet toekomt. Vanuit het standpunt van de chassidim is dat te begrijpen. Een beetje gechargeerd: in mij zien ze een vertegenwoordiger van hun land van herkomst, dat als bron van hun tradities geldt, en in een gewone Amerikaan een indringer uit de kwaadaardige buitenwereld.
De koosjere restaurants van Boedapest kennen ze omdat ze bijna allemaal in Hongarije zijn geweest om het graf van hun voorouders of de wonderrebbes te bezoeken. ‘In Hongaarse dorpjes waren er ook beroemde jesjiva’s of rabbijnen die wetenschappelijk werk deden. Die plaatsen betekenen veel meer voor ons dan mensen in Hongarije zich kunnen voorstellen. Wij leven in een parallelle werkelijkheid,’ zegt Yosef glimlachend.
Elk voorjaar reizen tienduizenden chassidim uit Brooklyn voor een paar dagen naar Bodrogkeresztúr. Ze maken de pelgrimstocht naar deze kleine plaats in de wijnstreek Tokaj om de legendarische Jesjaja Steiner eer te bewijzen bij zijn graf en er wenslijstjes achter te laten. Hij was een wonderrebbe die een vroom leven leidde. Hij verzorgde de zieken en de armen, zonder verschil te maken tussen joden en niet-joden. ‘Zelfs de gojim (niet-joden) kwamen hem om een zegen vragen,’ zegt Yosef. Als ik vraag waarom de volgelingen van andere dynastieën naar het graf van de rebbe in Bodrogkeresztúr gaan, antwoordt Yosef dat Jesjaja Steiner boven alle richtingen stond.
Een neef van Yosef, Dov Berish Weber, is een gepassioneerd onderzoeker van chassidische genealogie. Hij beschouwt het als zijn missie om een database samen te stellen van de grafstenen op de duizenden verlaten joodse begraafplaatsen in Hongarije, inclusief de gebieden die voor de Eerste Wereldoorlog bij Hongarije hoorden. De geïdentificeerde grafstenen worden door een non-profitorganisatie gerenoveerd, in samenwerking met de Hongaarse autoriteiten. De herstelwerkzaamheden betreffen meestal de hele begraafplaats. In de laatste jaren zijn dankzij hen de joodse begraafplaatsen van Makó, Kisvárda en Tokaj gerestaureerd, waarmee belangrijke cultuurschatten zijn gered.
Na de sjabbatdienst gaat Menashe op vrijdagavond naar huis voor een feestelijk avondmaal met zijn gezin. Ze zingen, drinken wijn en eten traditionele Oost-Europese joodse gerechten, bijvoorbeeld barches (gevlochten brood), gefilte fisj, matzeballensoep en appelcompote. De eetgewoonten van de chassidim worden steeds meer beïnvloed door die van de Sefardische joden (joden die tot 1492 op het Iberisch Schiereiland woonden en zich daarna verspreidden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten), dus steeds vaker verschijnen hummus, auberginecrème en andere gerechten uit het Midden-Oosten op hun menu. Op zaterdagochtend zit Menashe tweeënhalf uur in de synagoge te bidden. Als hij thuiskomt, staat de tafel al volgeladen: gekookte zalm of kabeljauw, eieren met uien en gehakte lever en het traditionele gerecht voor de sjabbat: sólet (cholent).
Op de sjabbat is het verplicht om warm te eten, maar het is verboden vuur te ontsteken en te koken, dus zetten de vrouwen de pot met sólet al op vrijdag in de oven, zodat het precies gaar is voor het middagmaal op zaterdag.
Over de regels die het werken op de sjabbat verbieden zijn veel clichés bekend, en het klopt dat de chassidim op de rustdag zelfs geen lamp aandoen (meestal is er een tijdsklok in hun woning geïnstalleerd). De precieze naleving van de regels kan evenwel tot serieuze discussies leiden. In Borough Park wordt bijvoorbeeld door een draad die om elektriciteitspalen wordt gespannen (eroev) het gebied afgebakend waar het op zaterdag is toegestaan om een kinderwagen voort te duwen en een gebedenboek te dragen. Dit maakt het leven makkelijker voor velen, in de eerste plaats voor vrouwen. De hardliners van Satmar zien hierin echter een ontheiliging van de sjabbat.
Ook het bestaan van de staat Israël verdeelt de chassidische gemeenschap sterk. De Satmarers en andere Hongaarse groepen veroordelen het zionisme ten scherpste, want in hun opvatting kan Israël pas na de komst van de Messias worden hersteld. Zolang blijven zij liever in ‘ballingschap’ in de Verenigde staten. De uit Rusland afkomstige en eveneens zeer invloedrijke Chabad-Lubavitch-dynastie staat veel welwillender tegenover Israël. Veel volgelingen menen ook dat de Messias al is gekomen, in de persoon van hun in 1994 overleden rebbe.
De twee groepen staan niet op goede voet met elkaar. Volgens de Satmarers probeert de Chabad-dynastie, die bekendstaat om haar wervingspraktijken, regelmatig leden van hun gemeenschap naar zich toe te lokken. (In Hongarije is het werk van Slomó Köves en zijn organisatie EMIH (Verenigde Hongaarse Joodse Congregatie) gelieerd aan de chassidische Chabad-beweging, die na de omwenteling in Hongarije is verschenen.)
De laatste tijd waren er verschillende films die de besloten wereld van de chassidische joden proberen te ontsluiten, waarvan de Netflix-miniserie Unorthodox de bekendste is. In de meer kritische films is te zien dat vrouwen in de gemeenschap op een vernederende manier worden behandeld: zij zijn ertoe veroordeeld om kaalgeschoren, in totale isolatie en in potsierlijke, ouderwetse kleren hun leven te wijden aan het opvoeden van hun kinderen. Ik heb ook geen chassidische vrouwen kunnen interviewen, want ze spreken met geen andere man dan hun eigen echtgenoot. Als ik toch eens enkele woorden kan wisselen met Menashes vrouw in het restaurant, stel ik haar vooral vragen over de situatie van vrouwen. Meestal antwoordt ze dat een huwelijk anders niet werkt, zoals je ook kunt zien aan het grote aantal scheidingen in de buitenwereld.
De politieke invloed van de rebbes is zeer groot
Behalve de onderdrukking van vrouwen is ook de politieke kracht van de chassidim een punt van kritiek. Aangezien de leden van de gemeenschap in de regel de aanwijzingen van de rebbe volgen, en dus ook dienovereenkomstig als eenheid hun stem uitbrengen, is de politieke invloed van de rebbes zeer groot. Senatoren, gouverneurs en lokale leiders in New York maken hun opwachting bij de Satmarer en andere rebbes om hun steun te krijgen. In ruil daarvoor geven ze grote hoeveelheden geld en doen ze allerlei concessies. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de chassidim eigen rechtbanken, politie en ambulancediensten hebben en dat de meest fundamentele wetten met betrekking tot seculier onderwijs niet gelden voor de jesjiva’s.
Vergevingsgezind
Mijn niet-religieuze joodse kennissen in New York vinden het gedrag van de chassidim gênant en ze lopen in een grote boog om hen heen. Als ik in Williamsburg ben, probeer ik niet te oordelen. Misschien ben ik ook wat vergevingsgezinder omdat het me ontroert dat die mensen aan de andere kant van de wereld nog Hongaars spreken of er trots op zijn ‘Hongaarse chassidim’ te zijn, terwijl ze juist door Hongarije hun geboortegrond moesten verlaten en een groot deel van hun familie hebben verloren.
Het doet me denken aan dorpen in het oosten van Hongarije, waar voor de holocaust de orthodoxe joden de motor van de economie waren. Tokaj komt in me op, de wijnstreek die tot op de dag van vandaag niet hersteld is van het verlies van de joodse wijnhandelaren die de aszú, een sterke dessertwijn, exporteerden naar heel Europa en de VS. En de vele kleine dorpjes, gekenmerkt door diepe armoede, waar het percentage joden vroeger in de dubbele cijfers lag, maar waar nu alleen nog de begraafplaatsen buiten het dorp aan hen herinneren.
Vrachtwagenchauffeurs op de West-Europese wegen komen steeds vaker uit Oost-Europa. Ze zijn maanden van huis en krijgen ver onder West-Europese norm betaald. Dat is niet alleen slecht voor hen, maar ook voor de branche.
’s Middags om vier uur is het nog tamelijk rustig op de Raststätte langs de A4 vlak voor Chemnitz. Van de zeventig parkeerplaatsen voor vrachtwagens zijn er maar een stuk of tien bezet. Personenauto’s zijn er ook nauwelijks. Voor het restaurant maakt een reusachtig hobbelpaard reclame voor het nabijgelegen Ertsgebergte naast een vlag met daarop een ‘knapperige schnitzel met patat voor € 10,49’. Een goed trefpunt voor mensen die hebben afgesproken op dit uitgestrekte oord.
Deze woensdag komt er een bonte verzameling mensen bijeen: vier jonge vrouwen en een man in neonkleurige hesjes, naast politici en vakbondslui in pak. Wat hen bindt is de wens tot eerlijke arbeidsomstandigheden en rechtvaardige lonen voor vrachtwagenchauffeurs, waar ze ook vandaan komen. Tijdens een vier uur durende actie willen ze gesprekken voeren en folders uitdelen.
Stefan Brangs, staatssecretaris van Economische Zaken van Saksen, stelt zich voor als ‘de geldschieter’ van de actie. Zijn deelstaatministerie financiert het vijfkoppige team van het adviesbureau voor buitenlandse werknemers in Saksen (BABS) met 500.000 euro. ‘We willen af van de zwarte schapen’, zegt hij. Het adviesbureau hoopt via voorlichting ertoe te kunnen bijdragen ‘dat de Duitse normen ten aanzien van het minimumloon en de loondoorbetaling bij ziekte de norm worden voor alle vrachtwagenchauffeurs op onze wegen’.
Oost-Europese lonen
Op het neongroene hesje van Michael Wahl staat: ‘Eerlijk werk, eerlijke betaling, eerlijke mobiliteit’. Wahl is van de Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB), de Berlijnse koepelorganisatie van acht Duitse vakbonden. Hij werkt al meer dan een jaar voor het project ‘Eerlijke mobiliteit’ en heeft naar eigen zeggen gesproken met meer dan drieduizend chauffeurs. Bij de internationale cabotage, binnenlands vervoer door buitenlandse transporteurs, heersen volgens hem ‘wildwesttaferelen’: ‘De chauffeurs zitten meestal twee, drie weken aan één stuk achter het stuur. Roemenen en Bulgaren worden met een minibusje aangevoerd, gaan meteen op de bok zitten en zijn twee, drie maanden onderweg. Veel chauffeurs moeten zelfs in hun pauzes nog laden.’
Hoewel het leven van de chauffeurs zich afspeelt op de autosnelwegen van West-Europa worden ze vaak afgescheept met loon op Oost-Europees niveau: € 1,57 is het minimumuurloon in Bulgarije, in Roemenië € 2,50, in Slowakije € 2,76 en in Polen € 2,85. En dat terwijl de financiële rechtbank van Baden-Württemberg twee weken geleden nog heeft bepaald dat het Duitse minimumuurloon van € 8,84 ook voor buitenlandse transportbedrijven en hun hier slechts tijdelijk ingezette chauffeurs geldt.
Bij ziekte wordt deze chauffeurs stelselmatig een groot deel van de loondoorbetaling onthouden, zegt het Saksische deelstaatministerie van Economische Zaken. Veel chauffeurs krijgen bovendien de laatste maand van hun arbeidscontract niet betaald. Verder moeten ze vaak onder mensonterende omstandigheden werken. De werkgevers sturen de chauffeurs dwars door Europa met amper 8 euro per dag voor maaltijden. De chauffeurs slapen in de cabine, hoewel ze recht hebben op een hotel. Maar omdat de kosten daarvoor afgaan van de onkostenvergoeding, blijven ze liever in de vrachtwagen – ook uit zorg om de lading, want elk jaar worden 26 duizend vrachtwagens opengebroken.
Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald
Naast een truck met oplegger uit Macedonië zijn twee chauffeurs op een gasbrandertje aardappels met spek aan het bakken. Een van hen – gelet op zijn zwart-wit gestreepte voetbalshirt een fan van Juventus – zegt dat ze vijf dagen onderweg zijn, tweeduizend kilometer hebben afgelegd en nu de dag aan het afsluiten zijn. De idylle is bedrieglijk. Met informatie zijn ze karig en in de krant willen ze al helemaal niet. De voorlichters hebben het niet eenvoudig. Veel chauffeurs zijn onzeker, sommigen gluren door een spleet tussen de gordijntjes. Angst voor controle, niet vermoedend dat daarbuiten mensen zijn die willen helpen.
Maar weinigen laten zich verleiden tot langere gesprekken of zijn bereid om over hun nomadenbestaan te vertellen. ‘Veel chauffeurs waren dankbaar voor de informatieflyer – die zelfs in hun moedertaal was – en het contact met het adviesbureau’, zegt BABS-adviseur Leona Bláhová. Haar collega Paulina Bukaiová praat vooral met Poolse chauffeurs. ‘Soms krijgen we echt vreselijke verhalen te horen’, zegt ze. Zo zijn er chauffeurs ‘die al jaren voor een expeditiebedrijf werken, maar nog nooit een salarisafrekening hebben gezien’. Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald. ‘Maar er zijn ook goede verhalen’, zegt ze relativerend. Enkele chauffeurs zijn erg tevreden over hun werkgever.
Volgens de federale dienst voor het goederenverkeer is het aandeel tolkilometers van West-Europese vrachtwagens sinds 2007 gedaald van 13 naar 10 procent. Het aandeel van de Oost-Europeanen is daarentegen gestegen van 18 naar 24 procent. De Polen lopen hierin voorop, zoals ze ook de parkeerplaatsen op de Raststätte vlak voor Chemnitz domineren.
Onder druk van de prijzenoorlog trekken steeds meer Duitse ondernemingen zich na de internationale transport ook terug uit het nationale vervoer en rijden ze alleen nog maar regionaal. De vereniging voor goederenverkeer, logistiek en afvalverwerking maakt zich zorgen om de branche en de aantrekkingskracht van het chauffeursberoep en heeft de Europese Unie al opgeroepen om de wildgroei niet te legaliseren door het grensoverschrijdende verkeer uit de transportrichtlijn te schrappen.
Maar Michael Wahl van de DGB weet: ‘Zwarte schapen zitten niet alleen in het buitenland. Ook Duitse ondernemingen doen aan loon- en sociale dumping’, zegt hij. ‘Wie als opdrachtgever zo weinig betaalt, is zich er heel goed van bewust dat die deal alleen maar door lage lonen tot stand kan komen.’ Ook Andreas Brosam van de vereniging van beroepschauffeurs in Chemnitz-Zwickau kent het klappen van de zweep. Hij rijdt op een 40-tonner voor Weck + Poller, een van de grootste expeditiebedrijven van Saksen. ‘60 procent van de buitenlandse vrachtwagens rijdt voor Duitse opdrachtgevers’, zegt hij. ‘De buitenlandse chauffeurs zijn niet de boosdoeners. Zij zijn collega’s die worden uitgebuit.’
Zes uur, de parkeerplaats loopt vol. De vrachtwagens hebben Tsjechische, Slowaakse, Litouwse, Bulgaarse, Oekraïense en vooral Poolse kentekens. Maar dat laatste zegt niet veel, vanwege de kosten. ‘Er zitten steeds vaker Oekraïners op’, zegt Michael Wahl. De uitbuiting verschuift verder richting het Oosten.
De voorlichters gaan naar de Raststätte aan de andere kant van de autosnelweg, richting Dresden. De 46-jarige Aleksei heeft er de laatste parkeerplaats weten te bemachtigen. De Oekraïner zit op een Slowaakse truck, waaraan een Tsjechische oplegger hangt. Hij komt van de Franse grens en is doodop. Maar hij draait het raampje omlaag. Hij moet naar Lichtenau, zegt hij. En hoewel hij in een kwartiertje op zijn bestemming zou zijn, beveelt de tachograaf pauze. Hij was ooit ingenieur in de vliegtuigindustrie en verdient sinds twee jaar de kost als vrachtwagenchauffeur. Hij moet geld verdienen voor zijn studerende dochter en zoon. Hij heeft heimwee en wil voor het paddenstoelenseizoen thuis zijn.
Wanneer de zon ondergaat, maakt Leona Bláhová van BABS de balans op. ‘We hebben met 48 vrachtwagenchauffeurs uit acht landen gesproken’, zegt ze. ‘De meesten hebben in elk geval het informatiemateriaal aangenomen. De actie is een succes geweest.’
Haar collega Paulina Sokolowska gokt net als na de eerste actie in februari op de aansluitende mond-tot-mondreclame. ‘Wie vrijwillig naar ons toekomt, staat open voor advies’, zegt de 34-jarige Poolse. Ze benadrukt: ‘We zijn geen babysitters en geven alleen maar een voorzet. Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf zorgen.’
Kwart voor acht. Op de Raststätte valt de schemering. Maar bij sommige vrachtwagenchauffeurs begint het misschien juist te dagen.
In Polen geldt vrachtwagenchauffeur niet langer als droombaan. Jongeren laten zich afschrikken door de arbeidsomstandigheden, werkgevers helpen de markt met lage prijzen om zeep.
In Polen is transport een strategische sector die goed is voor 6,5 procent van het bnp. Het succes van de hele economie hangt ervan af. Als het transport stagneert, hebben handel, industrie en bouw daaronder te lijden. Die situatie dreigt nu de sector kampt met personeelstekort. Want het is lang niet zo’n pretje meer om in Polen vrachtwagenchauffeur te zijn. Alleen al de werktijden: Poolse chauffeurs zijn weken achtereen van huis.
De oplossing lijkt simpel: geef die chauffeurs vrije weekends, zoals ook in bijvoorbeeld Duitsland gebeurt. Maar dat gaat niet, zegt Maciej Wronski, voorzitter van de Poolse organisatie van transportwerkgevers TLP. ‘Voor landen als Frankrijk en Duitsland is alles dichtbij. Polen bevindt zich aan de periferie. We kunnen de werktijden van de chauffeurs alleen reduceren als de consumenten geen sinaasappels van Sicilië meer willen, want dat traject kun je onmogelijk in twee dagen afleggen.’
Tegenover die lange werkweken staat dan wel een bovengemiddeld salaris: een ervaren internationaal chauffeur verdient tussen de 1400 en 1900 euro netto per maand, terwijl het gemiddelde salaris voor andere beroepen 800 euro lager ligt. Je zou zeggen dat het vak dan toch aantrekkelijk is. Maar de realiteit suggereert anders. Polen telt meer dan 600 duizend gekwalificeerde chauffeurs. Dat zijn er 100 duizend te weinig. Per jaar zeggen 25 duizend het beroep vaarwel. Het aantal chauffeurs in opleiding is gedaald van 100 duizend in 2009 tot 35 duizend nu. Als de sector in het huidige tempo blijft groeien – ongeveer 8,8 procent per jaar – zal Polen in 2025 900 duizend chauffeurs nodig hebben.
Werken, eten en slapen in de cabine
Chauffeur zijn betekent leven als een nomade. Je werkt, je eet en je slaapt in de cabine van je truck. Op rustplaatsen is soms één wc voor honderd chauffeurs en het is er vaak twintig graden onder nul. De chauffeurs krijgen last van hun wervelkolom, van hun gewrichten en van hun ogen – vanwege het ’s nachts rijden – evenals van spijsverteringsproblemen omdat ze noodgedwongen blikvoedsel en instantsoep eten in hun cabine. Ze hebben geen deel aan het gezinsleven, zien hun kinderen niet opgroeien. Ze werken 24 uur per dag, want als ze niet rijden bewaken ze de lading.
Werkgevers en werknemers zijn het erover eens dat het aan de arbeidsomstandigheden te wijten is dat jongeren geen belangstelling meer hebben voor het beroep.
‘Truckers hebben het idee dat het salaris niet opweegt tegen het altijd maar van huis zijn. De voorkeuren zijn veranderd, jongeren willen elk weekend thuis doorbrengen. Hoewel het moeilijk te realiseren is, moeten we steeds vaker bedingen dat een chauffeur na twee weken onderweg te zijn geweest een lang weekend thuis kan zijn’, zegt Zenon Kopyscinski, voorzitter van een onafhankelijke vakbond van vrachtwagenchauffeurs. Hij wijst erop dat er in Polen geen trucks met een Duits nummerbord rijden. ‘Dat komt doordat de Duitse bonden hebben afgesproken dat de chauffeurs in het weekend thuis zijn. Bij ons gebeurt dat niet en zit je soms wel zes weken achter elkaar achter het stuur. Daarom beginnen buitenlandse transporteurs filialen in Polen en buiten ze de Polen uit.’
Volgens de vakbondsman zijn de salarissen ook te laag, maar de werkgevers delen die mening niet. ‘We kunnen de salarissen verhogen’, zegt Maciej Wronski, ‘en dan? Brengen moeders hun kind dan naar de crèche om een truck te gaan besturen? De arbeidsmarkt is krap. Onze organisatie telt de grootste ondernemingen in de sector, we betalen meer dan het gemiddelde. Een werkgever die is gespecialiseerd in het transport van hoogwaardige goederen vertelde me laatst dat hij zijn chauffeurs meer dan 2300 euro netto betaalt, en toch kan hij geen gekwalificeerd personeel vinden. De oudste chauffeurs gaan met pensioen en er dienen zich geen jongeren aan om ze te vervangen.’
‘Er is altijd wel een Pool die het voor minder doet’
Jan, chauffeur sinds begin jaren negentig, is onderweg naar Stockholm. Vroeger vertrok hij, net als alle Poolse chauffeurs, voor vier weken. Tegenwoordig werkt hij voor een Zweedse transporteur en zit hij vier dagen achter het stuur, gevolgd door drie dagen thuis. Hoe dat kan? ‘We lossen elkaar af, heel simpel. Ik rijd van Stockholm naar Berlijn, daar neemt een collega het over, en dan ga ik weer naar huis’, legt hij uit. Volgens hem ligt het niet aan het salaris dat Poolse chauffeurs steeds minder voor Poolse transporteurs willen werken, maar aan de organisatie van het werk en de hoogte van de sociale premies. ‘In Polen verdient een internationaal chauffeur minstens 1150 euro netto. Dat is redelijk, maar volgens contract krijg hij een minimumsalaris van 350 euro netto. De rest wordt in de vorm van een reiskostenvergoeding betaald, waarover geen inkomstenbelasting en geen sociale premies zoals voor pensioen, ziekte en arbeidsongeschiktheid worden geheven. Ik wil niet afzien van een pensioen.’ Volgens een TLP-enquête denkt 17 procent van de chauffeurs er net zo over als Jan en kiezen ze hun werkgever op grond van het reële salaris.
Vakbondsman Kopyscinski stelt voor een minimumsalaris voor de branche in het leven te roepen van 1200 euro netto voor internationaal transport en 800 euro voor nationaal transport. ‘Dat garandeert dat chauffeurs een redelijk pensioen krijgen’, zegt hij. ‘Ik heb een man in een ziekenhuis ontmoet die veertig jaar in het vak had gezeten en heel Azië had doorkruist. Hij kreeg 400 euro pensioen per maand en hij wou in het ziekenhuis blijven om te kunnen bezuinigen op medicijnen en eten.’
Chauffeur Jan doet er nog een schepje bovenop: ‘In Polen helpen de bedrijven zelf de markt om zeep door onder de prijs te gaan zitten. Als mijn Zweedse werkgever voor een bepaald traject bijvoorbeeld 1000 euro rekent en een Pool 600, dan is er altijd wel een andere Pool die het voor nog minder doet.’
Momenteel behelpt de sector zich door Oekraïners aan te trekken. Maar ook die bron droogt op, omdat de meeste gekwalificeerde en ervaren chauffeurs uit dit buurland inmiddels al zijn geworven.
‘De Verkiezingsgazet’ is opgericht na de val van de Muur en uitgegroeid tot een grote krant, ondanks zijn bescheiden middelen. Doelstelling: nieuws brengen op informatieve en seculiere wijze.
Het rommelt in de transportsector. Vrachtwagenchauffeurs klagen over slechte arbeidsomstandigheden en marktinflatie. Over de West-Europese snelwegen rijden Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs ver onder West-Europees minimumloon en soms weken achtereen.
Het onderwerp staat op de agenda van de Europese Unie, maar de vraag is hoe hoog. ‘De sector heeft behoefte aan duidelijke regels, die rechtvaardig zijn en stroken met de aard van de activiteit,’ bepleitte enkele maanden geleden de Europese commissaris van Transport Violeta Bulc. Desondanks lijkt de herziening van het sociaal statuut voor vrachtwagenchauffeurs niet klaar te zijn voor de Europese verkiezingen van mei 2019. Begin juli hebben de leden van het Europees Parlement diverse teksten verworpen, waardoor een gemeenschappelijk standpunt nog altijd op zich laat wachten.
De afgevaardigden bestrijden het feit dat chauffeurs op internationale routes als ‘tijdelijke arbeidskrachten’ worden beschouwd en eisen regels die de beroepsgroep beter beschermen. Het herzieningsproject waarmee de Europese Commissie in mei 2017 is begonnen, stuit op weerstand. Enerzijds bij lidstaten als Frankrijk, die zich zorgen maken over de concurrentie van transporteurs uit landen met minder hoge kosten. Anderzijds bij Oost-Europese lidstaten, gesteund door Spanje en Portugal, die de beoogde maatregelen te kostbaar vinden voor hun transportondernemingen.
Achtentwintig jaar na de val van de Berlijnse muur kampen de landen van Oost-Europa nog steeds met de nasleep van hun geschiedenis. Dat verklaart waarom zij de Europese crises op een heel andere manier ervaren, volgens de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev.
Wat kunnen collega’s in het Westen leren van een Oost-Europese politicoloog zoals u?
Ivan Krastev: ‘Mijn boek After Europe is bedoeld als een Oost-Europese visie op de crisis, of misschien moet ik zeggen de crises, die de EU nu al tien jaar lang in hun greep houden. Ik wilde laten zien dat er in Europa niet alleen een scheidslijn loopt tussen links en rechts, tussen noord en zuid, tussen de grote en de kleine landen, tussen degenen die méér Europa willen en degenen die minder (of helemaal geen) Europa willen, maar ook tussen degenen die uit eigen ervaring weten wat desintegratie is en degenen die deze desintegratie alleen kennen uit de geschiedenisboeken. En dat een van de diepste scheidslijnen van Europa de kloof is tussen de mannen en vrouwen van Oost-Europa die de ineenstorting van het communisme en het uiteenvallen van het ooit zo machtige Warschaupact hebben meegemaakt – of ze nu blij waren met de val van het oude regime of niet – en de inwoners van West-Europa die deze traumatische gebeurtenissen niet hebben ondergaan.
Die ervaring verklaart het radicale verschil tussen de opvattingen over de huidige Europese crisis die in Parijs of in Boedapest te beluisteren zijn. Kort gezegd: de Oost-Europeanen volgen de ontwikkelingen met grote ongerustheid, zelfs een zekere angst, terwijl de West-Europeanen koppig blijven geloven dat alles wel goed zal komen. Maar de Oost-Europeanen kunnen vanuit hun persoonlijke ervaring niet de ogen sluiten en blijven hopen dat alles wel goed komt. Natuurlijk is het onzinnig om de huidige crisis van de EU te vergelijken met de crisis die het Sovjetblok indertijd heeft doorgemaakt, maar toch is het bijna onvermijdelijk dat wat er vandaag gebeurt veel Oost-Europeanen pijnlijk herinnert aan wat ze al eerder hebben meegemaakt. En dat gevoel van déjà vu verklaart de paradox dat de Oost-Europeanen het meest pro-Europa zijn en tegelijkertijd het meest pessimistisch over de kans dat de EU zichzelf uit de crisis zal kunnen redden.’
Westerse lezers van uw boek worden getroffen door uw droefheid, vooral om die bejaarde ouders die eenzaam wegkwijnen in hun bouwvallige appartementje in Oost-Europa. Hebt u nog meer redenen om treurig en sceptisch te zijn?
‘Een van de dramatische gevolgen van de migratiecrisis voor de Oost-Europese samenlevingen is de demografische paniekgolf die is opgekomen. Neem Bulgarije: de afgelopen 25 jaar heeft zo’n 10 procent van onze medeburgers het land verlaten, op zoek naar werk in het buitenland. Volgens voorspellingen van de Verenigde Naties zal de Bulgaarse bevolking in 2050 met 27 procent zijn afgenomen. Deze vrees voor de ‘etnische verdwijning’ leeft ook in veel andere kleine Oost-Europese landen. Voor hen is de komst van de migranten een teken dat zijzelf uit de geschiedenis verdwijnen. Op televisie zien we oudere mensen protesteren tegen de komst van migranten in hun leeggelopen dorpen waar al decennialang geen kinderen meer worden geboren, en ons hart doet pijn voor beide partijen – voor de migranten, maar ook voor die oudjes, die hun wereld voor hun ogen uiteen zien vallen. Voor hen werkt de natie, net zoals God, als een buffer tegen de fysieke verdwijning.
In Bulgarije heeft de massale emigratie van voornamelijk 25- tot 50-jarigen dramatische gevolgen gehad voor de economie, maar ook voor de politiek. Wat in 1989 begon als een democratische revolutie, is gevolgd door een demografische contrarevolutie. Als deze trend niet verandert zal het bbp van de landen van Midden- en Oost-Europa tussen 2015 en 2030 met zo’n 9 procent dalen, volgens schattingen van het IMF. De werkgevers in de regio beklagen zich voortdurend over het gebrek aan gekwalificeerde arbeidskrachten. Goed opgeleide verpleegkundigen gaan liever een veelvoud van hun salaris verdienen door in Londen voor één gezin te zorgen dan dat ze in hun eigen land hun vak uitoefenen. Wij blijven maar klagen dat Bulgarije de afgelopen jaren slechte leiders heeft gehad, maar we zouden ons eens moeten afvragen of dat niet ook een gevolg is van de massa-emigratie. Waarom zou iemand die wil vertrekken zich nog druk maken over het welslagen van hervormingen in zijn eigen land? Hij wil vooral de koers van zijn eigen leven veranderen en interesseert zich niet meer voor het leven van anderen.’
In deze tijd van migratie functioneert de democratie steeds meer als een instrument van uitsluiting en niet van integratie
Er wordt nu gesproken over de terugkeer van het fascisme in Europa.
‘De nieuwe revolutie van de eenentwintigste eeuw is de migratie. Dat is geen opstand van de massa’s, zoals die van de twintigste eeuw, maar een opstand van individuen en hun gezinnen tegen de grenzen. Die revolutie wordt niet aangewakkerd door ideologische discussies over een stralende toekomst, maar door foto’s op internet van het leven aan de andere kant van de grens. Verandering betekent voor een groeiend aantal mensen op de wereld niet meer veranderen van regering maar veranderen van land.
Net als bij alle revoluties is ook bij deze het probleem haar vermogen om een contrarevolutie op te roepen. In ons geval heeft ze al de reacties opgeroepen van de “bedreigde meerderheden” in het hart van de Europese politiek. Die mensen vrezen dat de buitenlanders hun land overlopen en hun manier van leven bedreigen. Zij zijn ervan overtuigd dat de huidige crisis het gevolg is van een samenzwering tussen de geglobaliseerde elites en de migranten met hun stammencultuur.
In deze tijd van migratie functioneert de democratie steeds meer als een instrument van uitsluiting en niet van integratie. Het belangrijkste kenmerk van de meeste rechts-populistische partijen in Europa is dat zij niet conservatief of nationalistisch zijn, maar reactionair. Dit offensief van de “bedreigde meerderheden” in Europa doet het meest vrezen voor een terugkeer naar de jaren dertig van de vorige eeuw.’
Auteur: Iuliana Metodieva
Vertaler: Annemie de Vries
Niet-commerciële informatieve website die zich richt op mensenrechten, en dan vooral op de integratie van de Roma. De site wordt onderhouden door Iuliana Metodieva en Emil Cohen, die bekendstaan om hun betrokkenheid bij dit onderwerp.
Hongarije, Polen, Slowakije… herkennen zich niet in de democratische waarden van het Westen en varen een eigen koers, die pessimistisch en materialistisch is.
De Polen kiezen voor het Chinese model, en populisten verslaan geregeld de traditionele partijen. Op de oostflank van de Europese Unie kampt men nog steeds met de nasleep van de geschiedenis.
De vluchtelingencrisis heeft een groeiende kloof aan het licht gebracht tussen de oude en nieuwe leden van de Europese Unie. Wiens schuld is dat? Had Brussel te weinig oog voor de geschiedenis, de mentaliteit en de wensen van Oost-Europa? Of leiden de Oost-Europese landen aan een slachtoffersyndroom, zoals Slavenka Drakulić schrijft?
Het Duitse weekblad Der Spiegel trekt in elk geval een sombere conclusie: de EU-uitbreiding naar het oosten was een fout.
Waarom weigeren de Oost-Europese landen vluchtelingen op te vangen? Omdat ze nog steeds leiden aan een collectief trauma uit de communistische tijd, schrijft Slavenka Drakulić.
Tot voor kort leek het erop dat de landen in Oost- en West-Europa naar elkaar toe groeiden en dat de mentaliteit in de nieuwe lidstaten van de Europese Unie zich steeds meer aanpaste aan de democratische normen. Maar de vluchtelingencrisis heeft een hardnekkige kloof blootgelegd. Hongarije, de Tsjechische Republiek en Slowakije verzetten zich tegen de verdelingsquota’s, Bulgarije heeft zijn grens gesloten, ook Roemenië voelt niets voor vluchtelingenopvang en Slovenië en Kroatië zeggen dat ze te weinig opvangcapaciteit hebben. Na de laatste verkiezingen heeft Polen zich bij hen aangesloten. Solidariteit? Nee, dank u.
In het Westen verbaast men zich over de weigering van de Oost-Europese landen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Gisteren vroegen ze nog hulp aan Europa, en die hebben ze gekregen ook. Vanwaar dan deze huidige houding? Daar zijn diverse historische redenen voor.
Grote verwachtingen
Op het moment dat ze zich aansloten bij de EU hadden de Oost-Europese landen grote verwachtingen, groter dan kon worden waargemaakt. Naast vrijheid, democratie en respect voor de mensenrechten hoopten de burgers op een beter leven. Voor hun verwachtingen van ‘Europa’ (of van het ‘Westen’) hadden ze verschillende argumenten. Om te beginnen het feit dat zij ook Europeanen waren, die na de Sovjet-bezetting eindelijk in het Europa werden opgenomen waar ze ontegenzeglijk bij hoorden.
Maar het belangrijkste argument was het leed dat hun bevolking was aangedaan tijdens tientallen jaren Sovjettotalitarisme. Dit leed gaf hun de status van slachtoffers. Dat was iets wat het Westen, dat zich in deze periode had ontwikkeld en steeds rijker was geworden, nooit mocht vergeten. De Oost-Europese landen hadden niet alleen recht op deze erkenning, maar ook op een soort schadevergoeding voor alles wat ze hadden ondergaan. Zo dacht men in Oost-Europa over de hulp en de solidariteit van het Westen, waaraan sommigen niet vergaten toe te voegen dat ze ook nog eeuwenlang onder Turkse bezetting hadden geleefd.
De psychologie van het slachtoffer heeft altijd een grote rol gespeeld in deze voormalige communistische landen, vooral omdat de slachtofferstatus materiële winst kon opleveren. Maar toen ze eenmaal onafhankelijk waren en deze status werd erkend, kwamen er plotseling nieuwe slachtoffers, die nog meer slachtoffer waren!
Volgens de totalitaire mentaliteit hoeven slachtoffers zich niet verantwoordelijk te voelen, omdat ze niet verplicht zijn andere slachtoffers te helpen. Daar komt nog bij dat deze landen zich niet alleen solidair moeten tonen met de Europeanen, maar ook met moslimimmigranten met een andere cultuur, andere gewoonten en zelfs een andere huidskleur! De burgers van de voormalige communistische landen zijn niet alleen ondankbaar, ze zijn ook xenofoob geworden.
Terwijl de EU steeds multicultureler werd, sloten de Oost-Europese landen zich steeds meer van de buitenwereld af
Nog niet zo lang geleden werd er oorlog gevoerd in ex-Joegoslavië om onafhankelijke staten te creëren, en de Tsjechische Republiek en Slowakije gingen uiteen. Roemenië heeft voortdurend problemen met zijn Hongaarse en Romaminderheid. Bulgarije heeft geprobeerd zijn Turkse minderheid Slavisch te maken. De houding van Hongarije tegenover de Roma is nog schandaliger omdat er niet tegen wordt opgetreden.
Dit alles valt te verklaren vanuit de wil van deze landen om nationale, liefst etnisch zuivere staten te stichten. Terwijl de EU steeds multicultureler werd, sloten de Oost-Europese landen zich steeds meer van de buitenwereld af.
We mogen niet de rol vergeten die het nationale bewustzijn, de taal en de godsdienst hebben gespeeld bij de verdediging van de nationale en culturele identiteit, die door de totalitaire regimes werd bedreigd. Daarom roept het idee om vreemdelingen op te vangen en te laten integreren angsten op die de xenofobie aanwakkeren. De vraag die dan rijst is de volgende: waarom zou je oorlog hebben gevoerd met je buren en neven als je nu volstrekte vreemdelingen moet opnemen? Waarom zou je, nu je je staat hebt gesticht, omwille van solidariteit afstand moeten doen van je slachtofferstatus en je nationale homogeniteit?
Hoogtepunt
Deze weigerachtige houding is dus niet verbazingwekkend. ‘Ondanks alle druk zullen de Hongaren niet bereid zijn hun culturele model te veranderen, omdat ze binnen hun staat geen parallelle samenleving willen creëren, zoals het geval was toen het Westen een groot aantal migranten uit moslimlanden opving,’ heeft Viktor Orbán openlijk verklaard. Ook al is ze moreel onaanvaardbaar, zijn reactie komt niet helemaal uit de lucht vallen.
In de huidige crisis wenden ook steeds meer West-Europese burgers zich tot conservatieve partijen. De populariteit van de conservatieve en rechts-radicale partijen beleeft een hoogtepunt. In Letland verwijt men de EU dat ze quota’s oplegt en zich gedraagt als Moskou toen dat tienduizenden Russen naar Letland en Estland stuurde. Om vooruitgang te boeken in de vluchtelingenproblematiek zullen we dus enig begrip moeten tonen voor de reacties en het collectieve trauma van de voormalig socialistische landen.
Auteur: Slavenka Drakulić
Vertaler: Peter Bergsma
Slavenka Drakulić is een veel vertaald Kroatisch journalist en auteur die m.n. schrijft over feminisme, communisme en postcommunisme.
Jutarnji List Kroatië, dagblad, oplage 53.000
Opgericht na de onafhankelijkheid van Kroatië in 1991. De ‘Ochtendkrant’ is de op een na grootste krant van het land, liberaal georiënteerd en biedt veel ruimte voor columns van nieuw Kroatisch schrijftalent.
De Europese Unie heeft zich te lang blindgestaard op economische doelstellingen, en te weinig oog gehad voor de geschiedenis, de mentaliteit en de wensen van Oost-Europa, aldus de Oostenrijkse krant Der Standard.
Op 1 mei 2014 vierden de leiders van de belangrijkste EU-instellingen niet de Dag van de Arbeid, zoals hun burgers. Ze herdachten ‘een succesverhaal, zowel van de oude als van de nieuwe lidstaten’. Dat waren de woorden van Herman Van Rompuy, de toenmalige voorzitter van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders. Het was de tiende verjaardag van de grootste uitbreiding in de geschiedenis van de EU, met de toetreding van onder andere Oost- en Midden-Europese landen. Tijdens bliksembezoeken aan Tsjechië en Slowakije werd Van Rompuy onderscheiden.
Eén jaar en de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog later ziet de ‘volmaakte’ wereld van de vreedzame hereniging na de val van communistische dictaturen er ietwat anders uit. En niet alleen in Praag en Bratislava. In veel West-Europese hoofdsteden neemt de verbittering toe omdat partnerregeringen weigeren op basis van een eerlijke verdeelsleutel vluchtelingen uit Syrië op te nemen.
De Hongaarse premier Viktor Orbán stelt zich hierbij keihard op. Hij blies de kwestie op tot een Kulturkampf om zijn christelijk-nationalistische wereldbeeld te versterken; hij, die in 1989 als student de charismatische leider van een liberale Fidesz-partij was. De Tsjechische president Milos Zeman, een oud-communist, maakte onlangs duidelijk waarom hij de immigratie van moslims afwijst: ‘Zodra ze in Europa zijn, botsen twee culturen die niet met elkaar te verenigen zijn.’
In het hoofd van de mensen bestaat het IJzeren Gordijn nog
De Hongaarse dominee en Europarlementariër László Tökés had deze situatie voorzien. Sinds de toetredingen tot de EU heeft er in Oost-Europa een grote ontnuchtering plaatsgevonden, zei hij een jaar geleden tegen Der Standard. ‘Mentaal, sociaal en in de structuren is er niet veel veranderd. In het hoofd van de mensen bestaat het IJzeren Gordijn nog, dus je kunt spreken van een virtuele deling van Europa.’ Hij klonk treurig. De integratie was helemaal op de economie gericht, men had zich niet bezig willen houden met de mentaliteit van samenlevingen uit een voormalige communistische dictatuur.
Interessant parcours
Dominee Tökés legde zelf ook een interessant parcours af. Als lid van de Hongaarse minderheid in Roemenië werd hij vervolgd door het regime van de gevreesde dictator Nicolae Ceausescu. Maar hij zwichtte nooit voor de druk van de Securitate, de geheime dienst. Zijn diensten op zondag werden een verzamelplaats van de oppositie. In de herfst van 1989 escaleerde de situatie in Roemenië toen het regime in Timisoara op demonstranten liet schieten. Enkele weken later was dictator Ceausescu dood, neergeschoten door soldaten van zijn eigen leger, dat tijdens de revolutie een dubieuze rol speelde.
Tökés werd een van de helden van de revolutie, en bleef in de jaren daarna altijd politiek geëngageerd. In 2007 kreeg hij na de toetreding van Roemenië tot de EU een zetel in het Europarlement als onafhankelijk lid en mensenrechtenactivist. Hij sloot zich aan bij de Europese Groene Partij, maar koos later voor de christendemocraten van de Europese Volkspartij (EVP). In mei 2014 nam hij, met een Hongaars paspoort op zak, zitting in het parlement namens Orbáns Fidesz-partij.
Het leven van Tökés lijkt op dat van Viktor Orbán en Milos Zeman: een verhaal met meerdere facetten dat een weerspiegeling is van het heterogene ‘nieuwe Europa’ van Donald Rumsfeld [de Amerikaanse minister van Defensie onder George Bush]. Het is zeker niet eenvoudig om alle tegenstellingen en breuklijnen in Europa te begrijpen, of om alle vouwen recht te strijken. Maar toch moeten we een poging doen om te verwijdering tussen West- en Oost-Europa, die door de vluchtelingenkwestie op scherp is gesteld, te verklaren.
Veel West-Europeanen leven al sinds jaar en dag in een postmateriële maatschappij. Ze hechten waarde aan het algemeen belang en een schoon geweten, en vinden een kopje biologische Fair Trade-koffie belangrijker dan een salarisverhoging. In de meeste Oost-Europese landen daarentegen worstelen brede lagen van de bevolking nog altijd om in het eigen levensonderhoud te voorzien en een bescheiden welvaart te bewerkstelligen.
In Bulgarije bedroeg het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking in 2014 circa 12.500 euro. Om toch nog iets van voorspoed te kunnen tonen, steken mensen zich in de schulden om statussymbolen als auto’s en smartphones te kopen, vertelt een IT-manager met wie Der Standard sprak, maar die niet met zijn naam in de krant wil. Uit onderzoek blijkt dat de postmaterialisten in India, China en Oost-Europa nog altijd een uiterst kleine minderheid vormen, terwijl er in West-Europa in de jaren negentig van de vorige eeuw op elke vier materialisten al drie postmaterialisten waren.
Oost-Europa heeft het Holocaust-verleden nog niet verwerkt
Net als Griekenland hebben veel Oost-Europese landen economisch het hoofd boven water gehouden met kredieten uit het buitenland. Tegelijkertijd hebben ze draconische bezuinigingen doorgevoerd, tot de massale onteigening van de eigen burgers aan toe. Zo is in 2011 in Hongarije tien miljard euro uit particuliere pensioenfondsen genationaliseerd om onder andere eerder geprivatiseerde energiebedrijven terug te kopen. Die bieden de burgers nu lage energietarieven, maar zijn daardoor nauwelijks winstgevend en moeten als de nood aan de man is zelfs door de staat worden gesubsidieerd. Door deze gang van zaken zijn de Hongaren steeds armer geworden, zodat velen zelf emigreren – over economische vluchtelingen gesproken. De website Pester Lloyd maakte laatst melding van circa 600.000 emigranten uit Hongarije (dat tien miljoen inwoners heeft) sinds de machtsovername van Viktor Orbán in 2010.
Van communisme naar nationalisme
De Oost-Europeanen hebben lange tijd in bezette communistische satellietstaten geleefd. Hierdoor zijn ze pas heel laat naties gaan vormen, met alle oprispingen van nationalisme van dien. In een essay met de titel ‘Het onzichtbare gordijn’ schreef cultuurwetenschapper Wolfgang Müller-Funk: ‘Tussen de claustrofobische structuur van de kleine familie en het verlangen om in een homogeen gebied met de naam “land” te wonen, bestaat een innerlijk verband, net als tussen het overleven van autoritaire communistische structuren en de “illiberale” democratie die afstevent op een eenpartijstaat, waarin de andere politieke groeperingen en partijen geen concurrenten maar vijanden zijn, die je het best eens en voor altijd kunt uitschakelen. Onze buurlanden zijn communistischer dan ze waarschijnlijk voor zichzelf willen toegeven.’
Anders gezegd: terwijl West-Europa de moderne tijd al opgeruimd vaarwel heeft gezegd en van het voorvoegsel ‘post’ heeft voorzien, viert die in Oost-Europa hoogtij: communisme in een andere vorm, inclusief een vulgair nationalisme.
Sommige historici denken dat veel Oost-Europese landen zich onvoldoende hebben beziggehouden met de rol die veel van hun burgers tijdens de Holocaust hebben gespeeld. De Poolse historicus Jan T. Gross schreef hierover eerder in Der Standard: ‘Alle bezette Europese samenlevingen hebben tot op zekere hoogte bijgedragen aan de inspanningen van de nazi’s om de joden uit te roeien. Iedere samenleving heeft dat weer op een andere manier gedaan, afhankelijk van de specifieke omstandigheden die in dat land onder de Duitse bezetter golden. Maar het ergst heeft de Holocaust gewoed in Oost-Europa, wat kwam door het grote aantal joden in die landen en de weergaloze wreedheid van de naziregimes. Na de oorlog had Duitsland – vanwege de denazificatie door de zegevierende mogendheden en zijn verantwoordelijkheid voor de planning en uitvoering van de Holocaust – geen andere keuze dan zich door zijn moorddadige verleden “heen te werken”. Oost-Europa moet zijn moorddadige verleden daarentegen nog verwerken. Alleen als dat gebeurt, kunnen de mensen gaan inzien dat ze de plicht hebben om anderen die voor het noodlot vluchten te redden.’
Machismo
Oost-Europese mannen staan gewoonlijk dichter bij het ‘macho-ideaal’ dan hun seksegenoten in West-Europa. Volgens televisiedirecteur Gerhard Zeiler bedienen in Oost-Europa mannen de afstandsbediening en in West-Europa vrouwen. Dat zou ook bijvoorbeeld de populariteit van keiharde actiefilms en vechtsportacteurs als Jean-Claude Van Damme in Oost-Europa verklaren.
Dit leidt zo nu en dan tot ‘interessante’ percepties. Op de partijdag van Fidesz ontstond onlangs een rel omdat parlementsvoorzitter László Kövér zei: ‘Wij willen niet dat Hongarije een maatschappij wordt van vrouwen die mannen haten en verwijfde mannen die bang zijn voor vrouwen, en die in kinderen en gezinnen enkel een hindernis voor zelfverwezenlijking zien. Wij zouden blij zijn als onze dochters het als summum van zelfverwezenlijking zouden beschouwen om kleinkinderen voor ons te baren.’
De Hongaarse zanger Ákos Kovács deed er nog een schepje bovenop. Onlangs zei hij op de Hongaarse televisie dat het niet ‘de taak van vrouwen is om evenveel geld te verdienen als mannen, (…) wij zeggen juist dat de vrouw aan iemand toebehoort, hem kinderen moet schenken.’ Magyar Telekom [de Hongaarse aanbieder van telefoon- en internetdiensten] beëindigde hierop zijn sponsorcontracten, waarop de regering in Boedapest op haar beurt contracten met Telekom ontbond, met de verwijzing naar het ‘recht op vrijheid van meningsuiting’ van Kovács. Voor de overheid was het blijkbaar een principekwestie.
West-Europa is veel meer geseculariseerd dan Oost-Europa, ondanks de tientallen jaren communisme. In landen als Oost-Duitsland en Polen waren juist de kerken anticommunistische verzetshaarden. De in dat verzet gesocialiseerde politici bekleden nu de hoogste posities. Ze verdedigen niet meer alleen de religie, en de vrijheid die deze schonk tegenover het communisme, ze verdedigen nu ook Europa tegen de vluchtelingen. László Kiss-Rigó, de bisschop van Szeged-Csanád, ging in deze strijd zelfs recht tegen de paus in en koos de kant van Orbán. Volgens hem ‘doorziet Franciscus de situatie niet’, namelijk dat de moslims momenteel Europa proberen ‘over te nemen’.
Moeilijke en tijdrovende democratische processen worden als teken van zwakheid opgevat
De meeste Oost-Europese landen hebben nauwelijks tijd gehad om ervaring op te doen met democratie. En vaak werden democratische principes als oorzaak gezien van de negatieve gevolgen van de ondergang van het communisme. Voor autoritaire leiders is het relatief eenvoudig om in een dergelijke omgeving succes te boeken. Hoe verder je in de ‘Atlas van Europese waarden’ naar het oosten kijkt, hoe meer steun je vindt voor een sterke leider, die weinig belang stelt in het parlement en verkiezingen. Moeilijke en tijdrovende democratische processen worden als teken van zwakheid opgevat. Gecompliceerde constructies zoals de EU beschouwt men als nutteloos, hoewel er via de Unie elk jaar miljarden naar Oost-Europa stromen.
Geen toeval
Maar is dit nu allemaal alleen maar een probleem van de Oost-Europeanen? Zeker niet, zo kunnen we wel stellen na de recente successen van West-Europese rechtspopulisten als de Volkspartij in Denemarken en de FPÖ in Wenen. Net als het Front National van Marine Le Pen, dat de extreemrechtse fractie in het Europarlement aanvoert, doen deze partijen wat EU-scepsis betreft niet onder voor veel leiders in Oost-Europa. Wat ze gemeen hebben is een zekere bewondering voor de autocratische Russische president Vladimir Poetin.
Volgens de voormalige Tsjechische minister van Buitenlandse Zaken Karl Schwarzenberg is dat geen toeval. Hij zegt dat populisten, zowel die van links als die van rechts, niets geven om een EU-handvest, maar vooral op zoek zijn naar het autoritaire. Ook een zekere Adolf Hitler koos ‘heel bewust voor de naam “nationaalsocialistische arbeiderspartij”’.
Auteurs: Thomas Mayer en Christoph Prantner
Vertaler: Pieter Streutker
Der Standard Oostenrijk, dagblad, 103.000
Profileert zich als liberaal en onafhankelijk. Aanvankelijk vooral nationaal gericht, maar geeft sinds 2005 ook The New York Times International Weekly uit, met zes pagina’s internationaal nieuws.
Noord-Europa heeft heel wat te stellen met de zuidelijke landen en de Britten, schrijft Der Spiegel. Maar de rechts-radicale en nationalistische partijen in het Oosten vormen een veel groter probleem.
De ontmoeting, begin januari, tussen de Hongaarse premier Viktor Orbán en Jaroslaw Kaczynski [leider van de conservatieve Poolse partij Recht en Gerechtigheid, die sinds oktober 2015 aan de macht is], markeert het begin van de volgende crisis in de Europese Unie: een hernieuwde wig tussen oost en west. De EU kent al twee grote crises: het noorden tegenover het zuiden en Groot-Brittannië tegenover de rest. Beide dateren niet van vandaag of gisteren, alleen de omvang is veranderd.
Vroeger waren er inkomensverschillen tussen het economisch sterkere noorden en het armere zuiden. Tegenwoordig zijn er economische onevenwichtigheden, wat niet hetzelfde is. Ook het conflict met Groot-Brittannië is al oud. Een kwart eeuw geleden onderhandelden de Britten al over een uitzonderingspositie binnen de Monetaire Unie. Dit jaar houden ze een referendum over het EU-lidmaatschap. Het oost-westconflict in deze vorm is echter nieuw.
Het resultaat is een interessante geometrische constructie: een kloof tussen het noorden en het zuiden, tussen het westen en het oosten, en tussen het centrum en de periferie. Welkom in het nieuwe Europa.
In West-Europa gaat de strijd tussen links en rechts, in Oost-Europa tussen rechts en extreemrechts
Het conflict met de Britten zal dit jaar hoe dan ook worden beslecht. Het conflict tussen noord en zuid zal de EU misschien nog vijf of tien jaar verscheuren. Ik heb er steeds minder fiducie in dat Duitsland en Italië in één monetaire unie naast elkaar kunnen bestaan. Op een gegeven moment wordt de psychische druk gewoonweg te groot.
Het oost-westconflict is daarentegen een politieke waterscheiding die zijn weerga in de EU niet kent. In West-Europa domineren normaal gesproken twee grote partijen het politieke spectrum, de ene centrumlinks, de andere centrumrechts. Maar in verscheidene Oost-Europese landen – zoals nu in Polen en Hongarije – gaat de strijd tussen rechts en extreemrechts. Van buitenaf lijkt het bijna onmogelijk Orbán nog rechts in te halen, ook al is zijn partij, Fidesz, in het Europese Parlement formeel aangesloten bij de fractie van de christendemocraten. Maar zijn gevaarlijkste tegenstander in Hongarije is de nationalistische partij Jobbik.
Nieuw rechts in Oost-Europa veracht de liberale landen in het Westen. Vanuit hun optiek is Duitsland liberaal, en staat Merkel links van het midden. Een politiek van open grenzen voor vluchtelingen is wat hun betreft ondenkbaar. Orbán beveiligt zijn grenzen met prikkeldraad.
Nieuw rechts in Oost-Europa is overigens niet volledig homogeen. Orbán bewondert Vladimir Poetin, Kaczynski haat de Russische president. Enkele rechtse politici, zoals de voormalige Tsjechische president Václav Klaus, zijn radicaal op het gebied van marktwerking. Kaczynski is dat bepaald niet.
Ondemocratisch
In Duitsland zouden Orbán en Kaczynski misschien als rechts-radicalen worden bestempeld en onder observatie van de binnenlandse veiligheidsdienst worden gesteld. Hun regeringen hebben de onafhankelijkheid van justitie, pers en zelfs de centrale banken aanzienlijk beperkt. Wat er in deze landen gebeurt, is absoluut niet verenigbaar met de democratische grondbeginselen van de EU.
Vanuit onze optiek wekt echter nog iets anders verbazing. Hoe komt het dat in deze landen op dit moment nationalistische gevoelens bovenkomen, juist nu ze zijn toegetreden tot de EU? Als Orbán of de Kaczynski’s tien jaar eerder waren gekozen, dan was ons hun lidmaatschap bespaard gebleven. Nu is dat niet meer ongedaan te maken.
Vergeleken met Oost-Europa zijn de Britten perfecte teamplayers
En zelf willen ze niet uittreden, want het lidmaatschap van de EU is financieel aantrekkelijk. Dat is een belangrijk verschil met de Britten. De voorstanders van een Brexit verwachten duidelijke economische voordelen. Velen van hen zijn conservatief, maar er zitten ook veel linkse politici tussen. Als je naar Orbán en Kaczynski kijkt, zie je opeens dat we veel gemeen hebben met de Britten. Groot-Brittannië heeft weliswaar ook een rechts-conservatieve partij, UKIP, maar die is bij de laatste verkiezingen compleet geïmplodeerd. Nog meer dan bij ons bestaat politiek daar uit een klassieke strijd tussen een conservatieve en een sociaaldemocratische partij. Geschillen met EU-partners worden opgelost via onderhandelingen, niet met eenzijdige besluiten. De Britten respecteren geldend recht. Ze willen het veranderen, niet schenden.
Het unilateralisme van het Oosten zal de volgende breuklijn zijn in de politieke geometrie van de EU. Met zo veel van die zwakke plekken moet je niet verbaasd staan als het vroeg of laat tot een echte breuk komt. Ikzelf beschouw de uitbreiding van de EU naar het Oosten achteraf als een grote fout. We hebben landen de EU binnengehaald die Europese integratie geen snars interesseert. Vergeleken met hen zijn de Britten altijd perfecte teamplayers geweest.
Der Spiegel Duitsland, weekblad, oplage 976.000
Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.