Tag: opbouw

  • Wat gaat de wederopbouw van Oekraïne kosten – en kan het land er beter van worden?

    Wat gaat de wederopbouw van Oekraïne kosten – en kan het land er beter van worden?

    Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer schade er wordt aangericht en hoe moeilijker het herstel wordt. ‘Toetreding tot de EU zou kunnen bijdragen aan het slagen van de wederopbouw.’

    Na afloop van die verschrikkelijke oorlog was het land totaal verwoest. Luchtaanvallen hadden de industriële infrastructuur in puin gelegd en de grote steden waren platgebombardeerd, ten koste van veel mensenlevens. Russische soldaten hadden het oosten bezet en joegen met hun geweld miljoenen op de vlucht. Maar de economie van West-Duitsland beleefde na 1945 een wonderbaarlijk herstel – het wordt niet voor niets het wirtschaftswunder genoemd.

    De vergelijking gaat in veel opzichten mank. Oekraïne was niet de aanstichter van de oorlog waardoor het momenteel wordt verwoest. Het kan nog als overwinnaar uit deze strijd komen, en zelfs als dat niet lukt zal het niet zo volledig in puin liggen als Duitsland destijds. Maar de wederopbouw wordt wel een enorme klus. De door Poetin ontketende oorlog heeft niet alleen al duizenden levens gekost en miljoenen mensen op de vlucht gedreven (7,1 miljoen binnen Oekraïne, 4,6 miljoen naar het buitenland), maar ook geleid tot de vernietiging van woningen en ziekenhuizen, havens en bruggen. En aangezien het eind van de gevechten nog niet in zicht lijkt, zal die verwoesting voorlopig doorgaan.

    De elektriciteitsconsumptie, een graadmeter voor economische activiteit, ligt ongeveer een derde lager dan vorig jaar

    Het Centre for Economic Policy Research (CEPR), een netwerk van economen, schat op basis van gegevens over de schade aan onroerend goed, cijfers over de kapitaalkracht van het land en historische vergelijkingen dat de totale kosten van de wederopbouw tussen de 200 en 500 miljard euro zullen bedragen. Het hoogste bedrag is ruim drie keer zo hoog als het bbp van Oekraïne voor de oorlog, het laagste ongeveer viermaal zoveel als het jaarlijkse EU-budget voor internationale hulp.

    Hoe langer de oorlog duurt, hoe hoger de schade oploopt en hoe verder de voor het herstel vereiste economische veerkracht wordt uitgehold door de krimp van de economie. De elektriciteitsconsumptie, een redelijk betrouwbare graadmeter voor economische activiteit, ligt ongeveer een derde lager dan vorig jaar.

    Productie stopgezet

    De denktank Vienna Institute for International Economic Studies (WIIW) schat dat de direct door de oorlog getroffen regio’s samen goed zijn voor zo’n 29 procent van de Oekraïense productie, en dat de economische activiteit daar min of meer tot stilstand is gekomen. Volgens een rapport van de Oekraïense centrale bank heeft 30 procent van de bedrijven in het land de productie volledig stopgezet en heeft nog eens 45 procent zijn productie verlaagd. De Wereldbank gaat ervan uit dat het bbp dit jaar met 45 procent krimpt.

    Dat wordt een enorme uitdaging. Maar de manier waarop de wederopbouw straks vorm krijgt en de hervormingen die daarbij komen kijken zijn net zo belangrijk als de hoeveelheid geld die ermee gemoeid is. In principe kan met dat geld meer worden gedaan dan alleen het herstellen van de Oekraïense staat zoals die voor de oorlog was. En dat zou mooi zijn, want die staat functioneerde slecht en kende veel corruptie. Maar om ervoor te zorgen dat de wederopbouw Oekraïne een meer open en dynamische economie oplevert, moet er nog veel veranderen.

    Het begrotingstekort alleen al voor maart bedraagt 2,5 miljard euro

    Op dit moment probeert de regering vooral te redden wat er te redden valt. Met ruim zes miljard euro aan leningen en financiële hulp uit het Westen houden ze het hoofd nu ternauwernood boven water. In een interview voor Financial Times zei de Oekraïense minister van Financiën dat het begrotingstekort alleen al voor maart 2,5 miljard euro zal bedragen, en voor april en mei voorzag hij maandelijkse tekorten van 4,5 tot 6,5 miljard.

    Desondanks krijgen verschillende sectoren van de economie overheidssteun. De boeren krijgen 20 miljard hryvnia (625 miljoen euro) voor de inkoop van zaden en andere productiemiddelen voor het huidige seizoen. Fabrikanten kunnen steun aanvragen voor de verhuizing van hun fabriek binnen het land. En omdat Rusland de belangrijkste exportroute via de Zwarte Zee blokkeert, werkt de regering met de EU aan verbetering van het handelsverkeer over land.

    Hoe dan ook zal de economie na de oorlog flink gekrompen zijn, terwijl het land wel voor grote uitdagingen komt te staan. Zo zullen her en der landmijnen en andere explosieven geruimd moeten worden. Al voor de invasie van 24 februari had het Oekraïense ministerie van Defensie becijferd dat het 650 miljoen euro zou kosten om de in 2014 door Rusland binnengevallen Donbas-regio mijnenvrij te maken. Dat bedrag zal nu natuurlijk nog veel hoger uitvallen, maar de baten van het ruimen van de mijnen zijn ook aanzienlijk.

    Rijk aan landbouwgrond

    Oekraïne is rijk aan landbouwgrond en waarschijnlijk wel in staat om zijn mensen van voedsel te voorzien. Onderdak is een ander verhaal. Een door de Kyiv School of Economics ontwikkelde teller voor de schade aan vernietigde woningen staat inmiddels al bijna op 27 miljard euro. Herstel van de infrastructuur en industriële faciliteiten zal nog meer kosten, evenals de problemen die worden veroorzaakt door de terugval in productie, gebrek aan onderhoud en het wegvallen van investeringen in het vastgoed dat de oorlog doorstaat.

    In een studie van het WIIW uit 2020 werd geconcludeerd dat dit type waardevermindering na de invasie van de Donbas 60 procent uitmaakte van de in totaal op 8 miljard euro geschatte verliezen aan infrastructuur als gevolg van die oorlog. Als je een navenant percentage optelt bij de door de Kyiv School of Economics geschatte 46 miljard euro aan schade als gevolg van de huidige verwoesting van energiecentrales, fabrieken, bruggen en wegen, lijkt de Oekraïense premier Denys Sjmyhal er ineens niet meer zo ver naast te zitten met zijn recente schatting van 110 miljard euro als de totale kosten van de wederopbouw.

    De regering heeft al een herstelfonds opgezet en de ministeries komen met voorstellen over wat er hersteld moet worden. Maar met de gekrompen economie en de enorme schuldenlast die de regering al heeft zal het geld daarvoor voornamelijk van buiten moeten komen. Van diverse kanten, ook door het hoofd van de centrale bank, is geopperd om bevroren Russische tegoeden hiervoor in te zetten. Verder zal het moeten komen van westerse regeringen, internationale organisaties en private investeerders. 

    Het probleem is dat de Oekraïense economie heel lang door boeven is gedomineerd. De OESO denkt dat Oekraïne met zijn procedures voor aanbestedingen sinds 2014 wel meer concurrentie mogelijk maakt, maar helemaal koosjer gaat het er nog niet aan toe. Het IMF heeft er herhaaldelijk (vorig jaar nog) op aangedrongen dat de regering meer werk maakt van de rechtsstaat en de corruptiebestrijding. En bij zo’n wederopbouw zal het om veel grotere aanbestedingen gaan. Het CEPR heeft raamovereenkomsten aangeraden, langdurige contracten waarin bedrijven beloven de overheid een bepaald product voor een vaste prijs te leveren, zodat het voor zowel de centrale als gemeentelijke overheden makkelijker wordt om op betrouwbare en transparante wijze zaken in te kopen.

    Economische achterstand

    Allicht bestaat er zorg over waar het wederopbouwgeld straks terechtkomt, want de economische achterstand van het land is groot. In 2019 was het bbp per hoofd van de bevolking lager dan in elk van de 27 EU-lidstaten: nog niet de helft van dat in Bulgarije, nog geen kwart van dat in Polen. Omgerekend was het zelfs lager dan bij de val van de Sovjet-Unie – een ontluisterende blijk van het langdurig achterwege blijven van hervormingen (al speelde de oorlog in Donbas ook een rol). Veel van de 1500 staatsbedrijven in Oekraïne zijn nauwelijks winstgevend of maken verlies. Om van de wederopbouw een succes te maken wordt politieke steun voor moeilijke hervormingen van cruciaal belang. Het kan helpen dat de regering het als een kans ziet om de economie moderner en concurrerender te maken, met goedkopere en groenere energie en meer ICT.

    In de vijftien jaar na de Poolse EU-toetreding is het Poolse bbp per hoofd van de bevolking met meer dan 80 procent gestegen

    Het verleden leert dat verdere integratie met Europa kan bijdragen aan het welslagen van een wederopbouw. Dat bleek jaren geleden in West-Duitsland, en ook de snelle groei van Polen wordt vaak aan die integratie toegeschreven: in de vijftien jaar na de Poolse EU-toetreding in 2004, een periode waarin het land meer dan 160 miljard euro aan steun ontving, is het Poolse bbp per hoofd van de bevolking met meer dan 80 procent gestegen.

    Oekraïne was al in toenemende mate op het Westen gericht. Het aandeel van de export dat naar de EU ging steeg van zo’n 30 procent in 2014 naar 36 procent in 2020, terwijl het aandeel Russische export daalde van 18 naar 5,5 procent. Hervormingen kun je stimuleren door ze tot voorwaarde te maken van verdere integratie in Europese markten en toeleveringsketens – op het pad naar EU-lidmaatschap bijvoorbeeld. ‘Het mooie van toelating [tot de EU] is dat het binnen de Oekraïne een consensus zou opleveren over het eindpunt van een pijnlijk hervormingsproces en zo de richting van de hervormingen zou borgen,’ stelt Beata Javorcik van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

    Dat zal allemaal niet makkelijk worden. Voor de hervorming van vastgeroeste instellingen moet de politieke wil aanwezig zijn. Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer schade er wordt aangericht en hoe moeilijker de wederopbouw wordt. En alle geld ter wereld kan het oorlogsleed niet goedmaken. Maar al lijkt Oekraïne nu een onwaarschijnlijke kandidaat voor een wirtschaftswunder, als de wederopbouw verstandig wordt gepland en uitgevoerd, kan het land daarmee een betere en robuustere toekomst tegemoetzien.

  • Okere City: van verwoest dorp tot bloeiende, duurzame stad

    Okere City: van verwoest dorp tot bloeiende, duurzame stad

    Met de bouw van Okere City werd in januari 2019 begonnen. Op de tweehonderd hectare die de stad telt staan inmiddels een school, een gezondheidskliniek, een dorpsbank en een wijkcentrum dat tevens dienstdoet als bioscoop, kerk en nachtclub. Alle inwoners beschikken over elektriciteit die is opgewekt met zonne-energie. En dan zijn er ook nog de sheabomen.

    Na meer dan tien jaar oorlog in het noorden van Oeganda lag het dorp Okere Mom-Kok volledig in puin. En nu joelen vlak voor de deur van Ojok Okello de kleuters bij hun opvang en komen een markt en de plaatselijke bierbrouwerij met veel kabaal op gang: Okere City, zoals het dorp inmiddels heet, begint aan een nieuwe dag.

    ‘Ik denk dat ik hier bezig ben met een radicale omwenteling,’ zegt Okello, de drijvende kracht achter een ambitieus project om van het verwoeste dorp met vierduizend inwoners een bloeiende en duurzame stad te maken.

    Met de bouw van Okere City werd in januari 2019 begonnen. Op de tweehonderd hectare die de stad telt staan inmiddels een school, een gezondheidskliniek, een dorpsbank en een wijkcentrum dat tevens dienstdoet als bioscoop, kerk en nachtclub. Alle inwoners beschikken over elektriciteit die is opgewekt met zonne-energie – een zeldzaamheid in de regio – en aan de veelvuldige cholera-uitbraken van weleer is een einde gekomen dankzij schoon water uit een boorput.

    Leerlingen betalen hun schoolgeld half in contanten en de rest in de vorm van maïs, bonen, suiker en brandhout. De kliniek laat mensen hun rekeningen in termijnen voldoen. De plaatselijke veiligheidsbeambte loopt rond met een speer, een ongebruikelijk schouwspel op een plek waar veel mannen maar wat rondhangen terwijl het meeste betaalde en onbetaalde werk door vrouwen wordt verricht.

    ‘Ik wil niet dat dit project afhankelijk is van de goedgezindheid van een paar witte mensen’

    Okello betaalt het project uit eigen zak. Vorig jaar was hij er tweehonderd miljoen Oegandese shilling aan kwijt, zo’n 45.000 euro. Hij is afgestudeerd aan de London School of Economics en heeft als ontwikkelingsexpert voor diverse internationale hulporganisaties en ngo’s gewerkt, maar hij zegt gedesillusioneerd te zijn geraakt doordat hij projecten heeft zien mislukken omdat lokale gemeenschappen niet bij beslissingen over hun eigen toekomst werden betrokken.

    Toen hij een paar jaar geleden terugkeerde naar Okere Mom-Kok, in de hoop nog verre familie aan te treffen in het dorp dat hij had verlaten toen zijn vader, die ambtenaar was, werd gedood tijdens de jungleoorlogen van de jaren tachtig, besloot hij datgene wat hij had geleerd in praktijk te brengen. Hij wilde een project opzetten dat echt werd geleid door de plaatselijke bevolking.

    ​Sociale onderneming

    Nu heeft Okere eigen inkomsten. Elk project, van de school tot het plaatselijke café, kan zichzelf bedruipen, wat mogelijk is omdat het project niet als een vorm van liefdadigheid is opgezet maar als een sociale onderneming, aldus Okello.

    ‘Ik wil niet dat dit project afhankelijk is van de goedgunstigheid van een paar witte mensen,’ zegt hij. ‘Ik wil dat we zakelijke gesprekken voeren met partners. Ik wil dat we zelf verantwoordelijk zijn voor de koers en de toekomst van het project.’

    Vertaald uit het Lango, de taal van Oeganda, betekent Okere Mom-Kok ‘een baby moet niet huilen’, en het logo van het project is een glimlachend babygezichtje. Maar Okello grapt dat de opbouw van de stad lang niet altijd met een glimlach gepaard gaat.

    Volgens Amina Yasin, een stedebouwkundige die in het Canadese Vancouver werkt, is Okere in wezen het tegendeel van Akon City, de futuristische ‘smart city’ met zijn eigen valuta die in Senegal wordt gebouwd door R&B-ster Akon. ‘Akon wordt een gesloten rijkeluisstad,’ zegt ze. ‘Een poging om het kapitalisme vaste voet aan de grond te laten krijgen op het Afrikaanse continent. Er zullen helaas vooral niet-inheemse Afrikanen van profiteren.’

    Okere City zal een pionier worden op het gebied van groene energie, maar het belangrijkste pluspunt van de stad zijn de sheabomen. Volgens Okello kwam hij op het idee via de succesfilm Black Panther, toen hij op een middag begin 2020 onder een sheaboom voor zijn huis zat. ‘Ik keek naar die boom en realiseerde me opeens dat we een belangrijke energiebron hebben die we helemaal niet benutten,’ zegt Okello. ‘En ik dacht aan Wakanda en Black Panther, die vibranium hadden: deze sheaboom zou ons vibranium kunnen zijn. Dus ik besloot zoveel als ik kon in het aanboren en beschermen van deze energiebron te investeren en de opbrengst te gebruiken voor de verdere opbouw van mijn gemeenschap.’

    Afgelopen augustus kwam de sheaboter uit Okere op de markt. De hele stad ruikt ernaar en Okello heeft gepleit voor de bescherming en herplanting van sheabomen, die officieel te boek staan als een met uitsterving bedreigde soort.

    credit AxelFassio Cifor 3 2
    © Axel Fassio / CIFOR

    Eenmaal per week komt er een investeerdersclub bijeen in het wijkcentrum. Als de zon ondergaat boven de stad, verzamelen de leden zich in een kring. De meer dan honderd leden zijn voor het merendeel vrouwen; de meesten hebben een boerderij, maar er zitten ook kleine ondernemers op ander gebied tussen. ‘Ik heb een lening van de club gekregen om sheazaad te kopen, dat ik met winst heb doorverkocht,’ zegt lid Acen Oka.

    De financiële ledenbijdragen worden nauwkeurig genoteerd voordat ze 
    worden herverdeeld als leningen aan leden die daaraan behoefte hebben. Wanneer leners de lening terugbetalen, begint de cyclus opnieuw. Deze manier van bankieren is volgens Yasin vooral belangrijk omdat hij aansluit bij de Afrikaanse gewoonte. ‘Het betalingsverkeer van inheemse continentale Afrikanen voltrekt zich altijd buiten het centrale banksysteem om,’ zegt ze. ‘Het draait meer om gemeenschapszin en geduld en langetermijninvesteringen. We wisten al veel eerder dan de westerse wereld en andere zogenaamd ontwikkelde landen dat geld uit de mode is en niet voor een duurzame manier van leven staat.’

    Verbeterd

    Op maar enkele meters van de club, voorbij de gezondheidskliniek, is het een drukte van belang in de supermarkt en klinkt gelach van de klanten van het aangrenzende café. Voordat de supermarkt openging moesten de dorpelingen acht kilometer lopen om boodschappen te doen.

    ‘Er is een hoop verbeterd,’ zegt Wilfred Omodo (25), lid van het kickboksteam van Okere City dat afgelopen november is opgericht. ‘We hebben nu meer gebouwen en zelfs het inwonertal stijgt.’

    Omodo begon met kickboksen toen hij in een kamp verbleef voor mensen die aan het eind van de vorige en het begin van de huidige eeuw voor de gevechten waren gevlucht. Hij is een van de ongeveer tachtig leden van het kickboksteam van Okere, van wie de meesten tijdens het conflict met de sport begonnen zijn bij wijze van zelfverdediging. Een ander lid is de veertigjarige Nickson Akaca, die het team coördineert. Ook hij ervaart de vorderingen van het project tot nu toe als inspirerend. ‘Het was hier in feite een wildernis; er was helemaal niets,’ zegt hij. ‘En binnen de kortste keren is er een heleboel veranderd en verbeterd. Dat geeft ons hoop dat onze kickbokspassie misschien niet tevergeefs zal zijn.’

    Maar projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van rurale naar stedelijke samenlevingen slagen alleen als de gemeenschap die ze willen dienen er actief bij betrokken is, zegt Yasin. ‘Okere City wordt nadrukkelijk ontwikkeld met de gemeenschap voor ogen,’ zegt ze. ‘Terwijl je elders op de wereld waar iets soortgelijks gebeurt vaak ziet dat de mensen die het voortouw nemen uit grotere steden zijn gevlucht en zich in gemeenschappen vestigen waar ze voorheen geen deel van uitmaakten.’

    Volgens Yasin krijgen zulke steden daardoor een exclusief karakter, zoals Auroville, de experimentele utopische stad in India. ‘Hoe zal het zijn als deze utopische steden gesloten steden worden?’ vraagt Yasin. ‘Geen gesloten gemeenschappen meer, geen gesloten wijken, maar gesloten steden die worden omringd door kleinere, armere inheemse dorpen.’

    Terwijl de avond valt, klinkt het laatste fluitsignaal van de voetbalwedstrijd |die te zien was op het grote scherm in het wijkcentrum van Okere en wordt de zaal omgetoverd tot een gezelligheidsclub, met een dansvloer en een kleine bar.

    Morgenochtend zal dezelfde zaal dienstdoen als kerk.

    Openingsbeeld: ‘Deze sheaboom zou ons vibranium kunnen zijn’. De sheanoten in Oeganda worden in het wild geplukt door vrouwen die samenwerken in coöperaties. De boom op deze foto staat in Chiana, Ghana waar het wetenschappelijk instituut CIFOR onderzoek uit voert en de productie van shea mede helpt ontwikkelen.  © Axel Fassio / CIFOR

  • De kwaadwillenden

    De kwaadwillenden

    De Amerikaans-Franse schrijver Jonathan Littell maakte een documentaire over voormalige kindsoldaten in Afrika. Der Spiegel zocht hem op tijdens het draaien.

    De zaken gaan slecht. Voor een café in Gulu, een stad in het noorden van Oeganda, zitten Geofrey, Dan, Omony en David op hun bodaboda’s, bromfietstaxi’s. Het is heet, ze hangen rond en scheppen op over hun avonturen.

    ‘We hebben seks met blanke vrouwen,’ zegt Omony.

    ‘Moet je hem horen,’ antwoordt Geofrey. ‘Jij hebt nog geen borst van een blanke aangeraakt.’

    ‘Nee, zonder dollen,’ zegt Omony. ‘Ik heb vaak genoeg een blanke vrouw genaaid.’

    ‘Heb je daar foto’s van?’ vraagt David.

    Luid gelach. Vroeger waren deze vier mannen soldaat in het Verzetsleger van de Heer, een van de wreedste rebellenbewegingen van Afrika. Hun gepoch is ook een manier van omgaan met het verleden dat hen elke dag achterhaalt. Om niet geconfronteerd te worden met de pijnlijke herinneringen, de nachtmerries en de schuldgevoelens.

    Moordenaars

    Deze mannen zijn moordenaars. De Franse schrijver Jonathan Littell filmt hen voor een documentaire die hij op dit moment in Oeganda maakt. Volgend jaar moet de film, die de werktitel Wrong Elements draagt, in de bioscoop komen. Littell wil erin het verhaal vertellen van de voormalige kindsoldaten van het Verzetsleger, van de verwoestingen die de oorlog in hun ziel heeft aangericht, van hun vergeten en verdringen en ook van hun omgang met schuld en boete.

    Jonathan Littell, een kleine, gespierde man van 47, maakt een vermoeide indruk. Zijn hoekige gezicht zit onder het stof, zweetspoortjes lopen langs zijn slapen. Vanuit Jebelin, een voormalig trainingskamp van het Verzetsleger in Zuid-Soedan, is hij zo-even met zijn team teruggekeerd in Gulu. Ze filmen op plekken waar de burgeroorlog woedde, in het ongebaande oerwoud, op de uitgedroogde savanne, in troosteloze dorpen die ergens in Noord-Oeganda, Oost-Congo of de Centraal-Afrikaanse Republiek voor zich uit liggen te dommelen.

    Littell werd in 2006 bekend als schrijver. In dat jaar publiceerde hij de roman die hem in één klap wereldberoemd maakte, De Welwillenden. In dit boek schildert hij vanuit ik-perspectief de fictieve levensweg van SS-officier Maximilian Aue. De roman lokte heftige controverses uit, omdat Littell expliciet poogde te beschrijven hoe uit Aue een moordenaar kon groeien die later zijn herinneringen probeerde te verdringen. Uiteindelijk moet Aue toegeven dat het verleden nooit voorbijgaat.

    Het verleden zal ook voor mannen als Geofrey en zijn op hun bromfiets door de stoffige straten van Gulu knetterende vrienden nooit voorbijgaan. Gedreven door religieuze waanideeën doodden, folterden en verminkten ze mensen die net zo onschuldig waren als zijzelf. Ze verloren in de woorden van Littell ‘hun jeugd en halve leven in een mix van chaos, terreur en gedisciplineerde waanzin’.

    Littell Op de set van Wrong Elements.
    Littell Op de set van Wrong Elements.

    Eind jaren tachtig richtte Joseph Kony in het noorden van Oeganda zijn Verzetsleger van de Heer op. Tot op de dag van vandaag staat hij boven aan de opsporingslijst van het Internationaal Strafhof in Den Haag. De Acholi, het grootste volk in het noorden van het land, waren op dat moment een guerrillaoorlog begonnen tegen de regering. Vele duizenden mensen volgden de christelijk-fundamentalistische oproep tot bekering van Joseph Kony en zijn strijders. Kony zei dat de Heilige Geest hem had opgedragen de regering in Kampala ten val te brengen en zijn lijdende volk te bevrijden, om in eeuwige vrede in een oudtestamentische theocratie te kunnen leven.

    Kony’s soldaten ontvoerden zestigduizend kinderen en jongeren, vernederden de meisjes tot seksslavin en dresseerden de jongens tot moordmachines. Vaak moesten zij hun eigen vaders, moeders, broers of zussen doden. Ongeveer de helft van de op jonge leeftijd gedwongen rekruten overleefde de burgeroorlog. Inmiddels hebben zij amnestie gekregen van de Oegandese regering en mochten ze terug naar hun steden en dorpen. Maar ondanks de hulp van humanitaire organisaties gingen velen niet meer terug naar hun gemeenschap.

    Deze mensen zijn teruggekeerd uit een wereld van gruwelen en bloedvergieten om te ontdekken dat de wereld doorgaat en hen vergeten is, zegt Littell. Hij vraagt zich af of wij hun tweevoudige trauma wel echt kunnen begrijpen. Of zij zelf kunnen verwerken wat ze hebben meegemaakt: ontvoering, hersenspoeling, beestachtige slachtpartijen, stigmatisering na hun terugkeer.

    Omony’s collega Geofrey is een van de weinigen die voor zijn misdaden uitkomt. “Ik weet niet hoeveel mensen ik heb vermoord, het waren er veel,” zegt hij

    De regels van een totalitair leefsysteem hielpen de gedwongen soldaten om betekenis te geven aan een bestaan in constant geweld, daar waar geen betekenis bestond, zegt Littell. ‘Zij leefden in de beide werkelijkheden van de toverspiegel die hun door geesten bezeten aanvoerder Kony had gecreëerd. Ze waren slachtoffer én dader.’

    Omony, een van de taxichauffeurs, wil niet in detail treden. Hij was bij heel veel gruweldaden aanwezig, maar verzekert dat hij niemand heeft omgebracht. Hij is nu 28. Toen hij elf was, werd hij ontvoerd. ‘Aan mijn handen kleeft geen bloed,’ zegt hij, ook al is dat nauwelijks geloofwaardig. Omony’s collega Geofrey is een van de weinigen die voor zijn misdaden uitkomt. ‘Ik weet niet hoeveel mensen ik heb vermoord, het waren er veel,’ zegt hij.

    De wreedheid van de strijders past in het vertekende beeld van het irrationele, dierlijke, oorlogszuchtige Afrika dat al eeuwen in Europa overheerst. ‘Afrikanen zijn in onze waarneming gewetenloze daders of hulpeloze slachtoffers. Er zit niks tussen,’ zegt Littell. Het is een flinke uitdaging om niet steeds weer met het verhaal van Heart of Darkness aan te komen. Of het geheimzinnige Afrika te romantiseren. Daarom luistert Littell zijn filmbeelden ook op met sacrale muziek van Bach en Josquin des Prez, of met vioolsonates van de Boheemse componist Heinrich Ignaz Franz Biber von Bibern. Afrikaanse muziek zou authenticiteit suggereren, maar in werkelijkheid alleen een ‘hopeloos postkoloniale ansichtkaartenblik’ geven, meent Littell.

    De auteur-cineast kent Afrika, de verscheidenheid en de tegenstrijdigheden van het continent. In Congo en Sierra Leone werkte hij voor de Franse hulporganisatie Action Contre la Faim. Hij schreef briljante rapportages over oorlogs- en crisisgebieden. Hij las toonaangevende etnografische studies, waaronder die van de Duitse onderzoekster Heike Behrend over de oorlogszuchtige bekeringscultus in Noord-Oeganda.


    Zonder grondige kennis van de voorgeschiedenis van het gebied van de Acholi valt het fenomeen Verzetsleger niet te begrijpen. Het is de geschiedenis van een arme regio die sinds de dagen van de Britse koloniale heerschappij systematisch werd verwaarloosd. De mensen leden onder de blanke uitbuiting, vervolgens onder de terreur van Idi Amin die duizenden Acholi-soldaten liet vermoorden en ten slotte onder de gedwongen verhuizingen en de oorlogsmisdaden van het Oegandese leger tijdens het regime van [de huidige president] Museveni. De geweldsexcessen brachten steeds opnieuw migraties en vluchtelingenstromen op gang. De mensen gingen gebukt onder hongersnood, droogte, veeziektes en epidemieën, duizenden stierven als gevolg van aids. Het was alsof ze door alle Bijbelse plagen tegelijk werden getroffen.

    Het land van de Acholi is veranderd in een land ‘waarin iedereen elkaar verdacht maakte en probeerde te schaden’, schrijft etnoloog Heike Behrend. Het volk houdt de boze, wraakzuchtige geesten van hen die door geweld zijn gestorven verantwoordelijk voor de beproevingen in het bestaan.

    ‘In de cultuur van de Acholi gaan verschijnselen van bezetenheid terug op oeroude tradities, met name in tijden van grote nood,’ zegt Littell. In de overgeleverde rituelen slopen in de twintigste eeuw ook elementen van de moderne tijd binnen: zogeheten vreemde geesten ontleenden hun oorsprong aan de verhalen van missionarissen, maar ook aan de import van westerse producten en videofilms tot in de verste uithoeken van Afrika. Als de soldaten van het Verzetsleger in kruisformatie aanvielen, schreeuwden ze ‘James Bond! James Bond!’ Ze waanden zich onkwetsbaar en geloofden dat de magische olie van de boterboom hen tegen de kogels van de vijand beschermde. Het Oegandese oerwoud is ook een metafoor voor het collectieve onderbewustzijn, waarin feit en fictie in elkaar overlopen. De vroegere strijders zien zichzelf als spelers, verstrikt in een geheimzinnig, onontwarbaar lot.

    Situatief vertellen

    Dat bleek ook bij de arrestatie van Dominic Ongwen, die momenteel voor het Internationaal Strafhof in Den Haag terechtstaat voor misdaden tegen de menselijkheid. Ongwen werd op negenjarige leeftijd door het Verzetsleger ontvoerd en groeide uit tot een van zijn wreedste commandanten. Littells team was er toevallig bij toen Ongwen zich begin dit jaar vrijwillig aangaf in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Op Littells filmmateriaal zit Ongwen in een legertent – een knappe man met fijne gezichtstrekken, die praat als een priester. Ergens op de achtergrond stelt Littell vragen, bedachtzaam en pretentieloos.

    ‘Situatief vertellen’ noemt Littell zijn manier van 
documentaires maken. De camera gaat met de hoofdrolspelers mee naar de plaatsen van verschrikking, naar de scholen van de ontvoerden, langs de marsroutes van destijds, naar de kampen.

    In het land van de Acholi eisen velen dat Ongwen zwaar wordt gestraft voor zijn misdaden. Maar de meesten willen dat hij net als de meerderheid van 
de ex-strijders van het Verzetsleger gratie krijgt. ‘Ze vinden het aanmatigend dat het Internationaal Strafhof hun landgenoot berecht,’ zegt Littell. But that’s another story. Een ander verhaal, een verhaal over het universele karakter van waarden en normen en 
de vragen die daaruit voortvloeien: kennen de Afrikanen een ander moreel referentiesysteem? Hoe verschillen hun ideeën van recht en gerechtigheid van de onze?

    Jonathan Littell rookt op het terras van een gastenverblijf in Gulu een sigaartje. De schrille klanken 
van insecten vullen de avondlucht, langzaam valt 
het duister over de stad. Een uur dat zich leent voor zelfbespiegeling. ‘Je weet wat je zoekt. Maar je weet niet altijd wat je zult vinden,’ zegt Littell. ‘Ook mijn documentaire is niet meer dan weer een film van een blanke man over Afrika.’

    Auteur: Bartholomäus Grill
    Vertaler: Marten de Vries

    In Nederland ging Wrong Elements tijdens IDFA 2016 in première; vanaf 22 maart is de film ook te zien in België.

    Der Spiegel
    Duitsland, weekblad, oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.