Torenhoge inflatie, een verwoestende aardbeving: de Turkse leider Erdogan staat onder druk. Met de verkiezingen in aantocht ziet de oppositie haar kans schoon om na twintig jaar de macht over te nemen.
Het gebeurt niet vaak dat de Turkse oppositieleider Kemal Kiliçdaroglu op een zaterdagavond twee uur de tijd krijgt voor een televisieoptreden op prime time. Kiliçdaroglu – in zwart pak met rode das, montuurloze bril op – was op zaterdag 14 januari de enige gast in de politieke talkshow van een gerenommeerde journalist op de particuliere zender TV100. Tijdens het interview verschenen aan de rand van het beeld zwaarbewapende mannen en de tekst ‘Sadat’.
Sindsdien is de oppositie woedend, ook al was het beeld van de gewapende mannen geen commentaar maar een reclameboodschap. Sadat is een Turks beveiligingsbedrijf dat vaak wordt vergeleken met de Russische Wagner Group. Het werd opgericht door een oud-generaal die publiekelijk zijn islamistische overtuiging kenbaar maakt. Kiliçdaroglu, leider van de seculiere CHP, noemde Sadat onlangs een ‘paramilitaire organisatie’ en ‘een gevaar voor de nationale veiligheid’.
Dit jaar zijn er in Turkije nieuwe parlementsverkiezingen en wordt ook de president gekozen, allemaal op één dag. Tot nu toe kon Recep Tayyip Erdogan altijd vertrouwen op zijn politieke talent en de mobilisatiekracht van zijn conservatief-islamitische AKP. Maar nu hij twintig jaar aan de macht is, kunnen de tegenwerkende krachten niet meer worden genegeerd. Het land gaat gebukt onder een verschrikkelijke inflatie, die in het najaar een recordhoogte van 85,5 procent bereikte. Door de desintegratie van de rechtsstaat en het oude euvel van corruptie blijven investeerders op afstand. Steeds meer jonge, goed opgeleide Turken vertrekken naar het buitenland.
De oppositie belooft de grondwet opnieuw te veranderen
In Turkije zijn de peilingen maar in beperkte mate te vertrouwen, maar ze zijn wel unaniem: de achtenzestigjarige Erdogan zou de verkiezingen wel eens kunnen verliezen. Uitgerekend nu het honderd jaar geleden is dat Kemal Atatürk de republiek oprichtte, wat tot een jubeljaar voor de regering had moeten leiden.
Erdogan heeft het land sinds 2003 ingrijpend veranderd, eerst als premier en na 2014 als president. Veel zaken heeft hij gemoderniseerd. Maar de laatste tijd maakt hij steeds meer gebruik van vrijwel onbeperkte bevoegdheden en treedt hij steeds autoritairder op. De oppositie belooft de grondwet opnieuw te veranderen: weg van het ‘uitvoerende presidentschap’ en terug naar de parlementaire democratie.
Vervroegde verkiezingen
De verkiezingen moeten uiterlijk op 18 juni plaatsvinden, maar Erdogan heeft laten doorschemeren dat de datum vervroegd kan worden. Hij lijkt haast te hebben, mogelijk omdat hij bang is dat het effect van de recente uitkeringen voor armlastigen zal wegebben. Op zijn initiatief werd in aanloop naar de verkiezingen het minimumloon aanzienlijk verhoogd en er werd een huisvestingsprogramma voor de lagere klassen aangekondigd. De regering zette grote supermarkt-ketens onder druk om de prijzen van duizenden producten voor januari te verlagen of te bevriezen. Enkele filialen van een grote winkelketen, die zich aanvankelijk verzetten, werden bezocht door burgemeesters van de AKP en de ultranationalistische coalitiepartij MHP.
Meer dan twee miljoen Turken kunnen nu eerder met pensioen. Erdogan hield dat lange tijd af: ‘Aan die maatregel zijn de Scandinavische landen ten onder gegaan.’ Nu heeft hij toch gekozen voor een pensioenhervorming die minstens twee miljard euro gaat kosten.
De president houdt de mensen niet alleen een wortel voor de neus, hij hanteert ook de stok voor zijn tegenstanders. Daarbij wordt hij een handje geholpen door de rechterlijke macht; uit de hoeveelheid rechtszaken valt af te lezen dat Ekrem Imamoglu zijn gevaarlijkste concurrent is. Deze burgemeester van Istanboel, tevens lid van de oppositiepartij CHP, werd in december veroordeeld tot twee jaar en zeven maanden gevangenisstraf. Bovendien kreeg hij een verbod om politiek te bedrijven, omdat hij ambtenaren zou hebben beledigd.
Maar één veroordeling is blijkbaar niet genoeg. Er lopen nog twee andere zaken tegen Imamoglu
Totdat het hof van beroep uitspraak doet, is dat vonnis echter niet juridisch bindend. Het hangt als het zwaard van Damocles boven het hoofd van de tweeënvijftigjarige Imamoglu. Deze politieke popster wist bij de lokale verkiezingen van 2019 een spectaculaire overwinning te behalen op de conservatieven, die al vijfentwintig jaar lang domineren in het stadhuis van Istanboel, waar ook de carrière van Erdogan ooit begon. De rechter die Imamoglu niet schuldig bevond, werd overgeplaatst naar een buitenpost, ver weg in de provincie. Een andere rechter werd aangesteld.
Maar één veroordeling is blijkbaar niet genoeg. Er lopen nog twee andere zaken tegen Imamoglu: een voor vermeende bevordering van terreur en een andere voor corruptie. Als burgemeester van een voorstad zou Imamoglu in 2014 een overheids-opdracht hebben gegund aan een niet-gekwalificeerd bedrijf. Die zaak is allang afgehandeld door de hoogste administratieve rechtbank, aldus Imamoglu. ‘Mijn handtekening staat niet eens in de aanbestedingsprocedure.’
15 juni
Het Openbaar Ministerie eist tot zeven jaar gevangenisstraf. Datum van het proces: 15 juni. Die datum zal dan wel vlak voor de presidentsverkiezingen vallen, dan wel tussen twee stemrondes in. Dat laatste is het geval als geen enkele kandidaat in de eerste ronde 50 procent van de stemmen haalt, wat goed mogelijk is als de Koerdische HDP-partij als aangekondigd een eigen kandidaat voordraagt.
Bij de parlementsverkiezingen van 2018 kreeg de linkse HDP bijna 12 procent van de stemmen: genoeg voor een sleutelrol. Maar het wordt de Koerdische partijen in Turkije niet makkelijk gemaakt. Er loopt een verbodsprocedure tegen de HDP omdat de partij dicht bij de verboden partij PKK zou staan, die ook in Europa als een terroristische organisatie wordt beschouwd. Het constitutionele hof blokkeerde op 5 januari de toegang van de HDP tot staatsfinanciering van politieke partijen.
De bekendste HDP-politicus, Selahattin Demirtas, zit bovendien al sinds 2016 in de gevangenis. Naar het oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is hij politiek gevangene. Demirtas, die er op zijn negenenveertigste nog jeugdig uitziet, zorgt er met zijn dagelijkse speelse, uitdagende tweets voor dat hij niet wordt vergeten. Maar dat wil de regering hem nu onmogelijk maken, in de vorm van een verbod op alle communicatie met advocaten en met familieleden die het Twitterprofiel van Demirtas beheren. Zelfs in Turkije is dat niet zo eenvoudig te realiseren. Met het oog op de verkiezingen adviseerde Demirtas de minister van Justitie in een tweet om zich te haasten, ‘want er is niet veel tijd meer voordat u mogelijk onze plek inneemt’.
Tafel van Zes
De tegenstanders van Erdogan hebben voor het eerst een brede alliantie gevormd, de Tafel van Zes. Het spectrum van de zes partijen loopt van seculier-links tot nationaal-rechts. Er zitten ook prominente ex-AKP-leden bij, onder wie de voormalige premier en oud-minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu. Hun gemeenschappelijke doel is om een einde te maken aan de macht van Erdogan. De Koerden zijn aan deze tafel niet uitgenodigd.
Oppositieleider Kiliçdaroglu heeft naar verluidt ambities om zich kandidaat te stellen voor het presidentschap. Maar deze politicus met zijn grijze slapen is meer technocraat dan volksheld. Bovendien is hij aleviet, een religieuze minderheid in het overwegend soennitische Turkije.
Volgens peilingen zou Imamoglu een betere kans maken tegen Erdogan, maar die zit binnenkort wellicht achter de tralies. De burgemeester van Ankara, Mansur Yavas, die in 2019 voor de oppositie de hoofdstad veroverde, maakt eveneens een goede kans. Maar hij is tevens oud-militair en was ooit ook conservatief.
Kemal Kilicdaroglu is op 6 maart gekozen door de oppositiepartijen als hun kandidaat om het op te nemen tegen Erdogan. De vierenzeventigjarige Kilicdaroglu is al sinds 2010 voorzitter van de Republikeinse Volkspartij (CHP), de grootste partij binnen de Tafel van Zes. De oppositieleider presenteert zich als gematigd, seculier en pro-Westers. Toch was er binnen de oppositiepartijen geen consensus over zijn kandidaatstelling: de nationalistische IYI-partij verweet hem een gebrek aan charisma en zei dat bijvoorbeeld de burgemeesters van Istanbul of Ankara meer kans zouden maken vanwege hun bekendheid.
Tichanovskaja staat bekend als boegbeeld van de oppositie
Een gerechtshof in Minsk heeft de Belarussische oppositieleider Svetlana Tichanovskaja bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, schrijft Politico. Ze zou schuldig zijn bevonden aan hoogverraad, het aanzetten tot haat, pogingen tot staatsgreep, lidmaatschap van een ‘extremistische’ groepering en het bedreigen van de nationale veiligheid door publiekelijk op te roepen tot sancties tegen de Belarussische regering.
Tichanovskaja staat bekend als een van de boegbeelden van de Belarussische oppositie. Ze nam het in de presidentsverkiezingen van 2020 op tegen zittend president Aljaksandr Loekasjenka, maar verloor. Veel Belarussen en Europese landen gaan ervan uit dat er gesjoemeld is met de uitslagen en dat in werkelijkheid Tichanovskaja de verkiezingen had gewonnen. Tichanovskaja tekende dan ook bezwaar aan.
‘We zullen blijven doen wat we kunnen om democratische veranderingen in gang te zetten’
Om aan vervolging door het regime te ontkomen, week ze uit naar Litouwen. Haar man Sergej was in 2020 opgepakt en werd een jaar later veroordeeld tot achttien jaar cel vanwege het aanzetten tot haat en maatschappelijke onrust.
In een bericht op Telegram reageerde Tichanovskaja op haar vonnis. Ze zei dat zij en andere Belarussische voorstanders van de democratie ‘zullen blijven doen wat we kunnen om onze politiek gevangenen te bevrijden en in ons land democratische veranderingen in gang te zetten’. Volgens Belarussische mensenrechtenwaakhonden zijn er bijna vijftienhonderd politiek gevangenen in het land, waaronder activisten van de oppositie, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en journalisten.
In Nicaragua zijn donderdag tweehonderd politiek gevangenen vrijgelaten en naar de Verenigde Staten gevlogen. Onder hen zijn vijf voormalig presidentskandidaten en andere prominente critici van het autoritaire bewind van Daniel Ortega, meldt persbureau Reuters. Vicepresident Rosario Murillo, tevens de vrouw van Ortega, verdedigde de vrijlating en zei dat ‘mensen die zijn veroordeeld wegens aanvallen op de soevereiniteit’ zijn uitgezet.
De vrijlating komt op een verrassend moment en wordt door de VS uitgelegd als een manier om de vastgelopen relatie tussen de twee landen te verbeteren. Eerder kreeg Nicaragua te maken met zware Amerikaanse sancties nadat politieke opponenten van Ortega in aanloop naar verkiezingen gevangen werden gezet. In de VS krijgen de vrijgelaten gevangenen een humanitair visum.
Ondanks de vrijlating en de toegang tot de VS kunnen veel van de gevangenen niet terugkeren naar Nicaragua, omdat de huidige regering werkt aan een wet om ze het staatsburgerschap te ontnemen. Veel familieleden van de vrijgelaten Nicaraguanen woonden al in de VS en wachtten de vrijgelatenen op de luchthaven in Washington op.
Niet alleen het regime moet veranderen, er moet ook een einde komen aan de voor Rusland zo kenmerkende imperiale ambities van Poetins regime, schrijft journalist en historicus Anne Applebaum.
Keuze uit het archief
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky is op dit moment bezig aan een rondreis door Europa. Het doel van deze tournee is om zijn Europese bondgenoten het plan te presenteren waarmee hij de oorlog van Rusland tegen Oekraïne wil winnen.
De noodzaak van een Oekraïense overwinning wordt te meer duidelijk als je dit artikel van The Atlantic van historicus Anne Applebaum van begin 2023 leest. Volgens haar staat of valt het huidige autocratische Rusland onder Poetin met winst of verlies in de oorlog in Oekraïne. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de Russen zelf. ‘De toekomst van Rusland wordt niet gevormd door mystieke wetten van de geschiedenis, maar door hoe leiders en burgers de tragedie van deze schokkende, meedogenloze, onnodige oorlog verwerken en interpreteren.’
Gedurende de kwart eeuw dat zij officieel bestond kende de Moscow School of Civic Education geen campus, geen syllabus en geen docenten. In plaats daarvan belegde de school seminars voor politici en journalisten, onder leiding van andere politici en journalisten, uit Rusland en de rest van de wereld. De instelling werkte vanuit het Moskouse appartement van de oprichters, Lena Nemirovskaja en Yuri Senokosov. Ze hadden elkaar in de jaren zeventig ontmoet, ten tijde van de Sovjet-Unie, toen ze aan een filosofietijdschrift waren verbonden en elkaar vonden in hun afschuw van de gewelddadige, arbitraire politiek die het grootste deel van hun leven had beheerst. Nemirovskaja’s vader had in de goelag gevangen-gezeten. Senokosov vertelde me ooit dat hij geen Russisch zwart brood kon eten, omdat de smaak hem deed denken aan de armoede en ellende uit zijn Sovjet-jeugd.
Beiden waren ook van mening dat Rusland kon veranderen. Misschien niet heel veel, misschien niet heel ingrijpend, maar toch. Nemirovskaja bekende me ooit haar vurige streven om Rusland ‘een beetje beschaafder’ te maken door mensen in aanraking te brengen met nieuwe ideeën. Hun school, die feitelijk voortborduurde op de gesprekken die in hun keuken werden gevoerd, was opgezet om dat ene, niet-revolutionaire doel te bereiken.
Lange tijd floreerde die school. Van 1992 tot 2021, zo schat Nemirovskaja, bezochten ruim dertigduizend mensen – parlementariërs, gemeenteraadsleden, zakenmensen, journalisten – in het hele land hun seminars over recht, verkiezingen en media. Sprekers waren Britse redacteuren, Poolse ministers en Amerikaanse gouverneurs; ze ontvingen financiële steun van een keur aan Europese, Amerikaanse en Russische stichtingen en filantropen. Ik heb aan een tiental seminars deelgenomen, meestal om over journalistiek te spreken.
‘Dissidente’ organisatie
Ondertussen bleef de school wel een Russische organisatie, opgericht door Russen, voor Russen. De onderwerpen werden zo gekozen dat ze interessant waren voor Russen, en later voor de Georgiërs, Belarussen en Oekraïners die ook een aantal seminars bijwoonden. Ik herinner me een – voor mij – bijzonder saai seminar over federalisme in Scandinavië dat de deelnemers fascineerde omdat ze zich in hun sterk gecentraliseerde samenlevingen nooit een idee hadden kunnen vormen van de uiteenlopende relaties tussen regionale en nationale overheden die in theorie mogelijk waren.
Destijds leek dit project niet naïef, idealistisch of radicaal, laat staan opruiend. Gedurende de eerste tien jaar van Vladimir Poetins presidentschap waren democratische politieke activiteiten in Rusland onderhevig aan restricties maar niet illegaal; standpunten van de oppositie werden getolereerd zolang ze niet te veel steun kregen van de bevolking, en er waren veel initiatieven om discussies, trainingen en lezingen over democratie en de rechtsstaat te organiseren. Nooit was de gedachte bij Nemirovskaja opgekomen, zo vertelde ze me, dat ze een ‘dissidente’ organisatie had opgericht. Ze wilde juist precies het soort verandering stimuleren dat de Russische machthebbers in de jaren negentig propageerden. Langzaamaan werden deze politici echter weggewerkt of hun overtuigingen veranderden. Functionarissen van de FSB, de Russische geheime politie, verschenen op de seminars en stelden vragen. Er verschenen negatieve artikelen over de school. Uiteindelijk bestempelde de staat de school als ‘buitenlandse vertegenwoordiging’ en zo moest ze zich vanaf dat moment ook presenteren.
Tienduizenden Russische journalisten, activisten, juristen en kunstenaars trokken weg en namen zodoende ook mee wat er nog over was aan onafhankelijke media
In 2021 werd de school gesloten. Nemirovskaja en Senokosov verkochten hun appartement en verhuisden naar Riga, de hoofdstad van Letland, waar ze nog steeds seminars geven, nu voor ballingen. Gaandeweg verlieten veel van hun vrienden, collega’s en oud-studenten eveneens het land. In het voorjaar van 2022, na de invasie van Oekraïne, nam die uittocht sterk toe. Tienduizenden Russische journalisten, activisten, juristen en kunstenaars trokken weg en namen zodoende ook mee wat er nog over was aan onafhankelijke media, uitgeverijen, cultuur en kunst. Velen van hen hadden wellicht ooit dat seminar over lokaal bestuur bijgewoond aan de Moscow School of Civic Education.
Einde verhaal, dachten velen binnen en buiten Rusland. Niet dus. Want dit soort verhalen kent nooit een einde.
Ideeën verplaatsen zich door tijd en ruimte, en soms is hun traject grillig. Het idee dat een land anders zou moeten zijn – anders moet worden bestuurd, anders georganiseerd – kan uit oude boeken oprijzen, tijdens buitenlandse reizen worden opgedaan of gewoon aan de verbeelding van burgers ontspruiten. Op het hoogtepunt van het Russische Rijk, in de negentiende eeuw, ontstond onder het oog van enkele van de lompste toenmalige autocraten een veelheid aan hervormingsbewegingen: sociaaldemocraten, boerenhervormers, pleitbezorgers van grondwetten en parlementen. Zelfs leden van de Russische keizerlijke elite gingen anders denken dan in hun sociale klasse gebruikelijk was. Lev Tolstoj groeide uit tot een wereldberoemde pacifist. De vader van Vladimir Nabokov hield vurige toespraken in de jaren die voorafgingen aan de Russische Revolutie, bracht een liberale krant uit en zat in de gevangenis. Zijn zoon herinnerde zich later hoe, op de avonden dat zijn vader zijn politieke bijeenkomsten hield, ‘zich in de gang een berg overjassen en overschoenen opstapelde’, en gasten bleven tot diep in de nacht discussiëren.
Toen al zat de staat mensen met afwijkende opvattingen dwars. Michail Zigar, Russisch schrijver en oprichter en hoofdredacteur van het onafhankelijke televisiestation TV Rain, schreef het boek The Empire Must Die, waarin hij onder meer vertelt over de onafhankelijke denkers die begin vorige eeuw uit Rusland werden verdreven. Het aantal politieke emigranten dat terugkeerde werd zo groot dat er een alternatief maatschappelijk middenveld ontstond, schrijft hij.
Anderen probeerden in de jaren na de ineenstorting van de Sovjet-Unie een alternatief Rusland te creëren.
Het merendeel had één grote blinde vlek: nooit zouden de meeste Russische liberalen inzien dat de Russische autocratie zijn oorsprong vond in hun imperiale ambities. Een van de redenen dat de Witten van de bolsjewieken verloren was dat ze in 1918-1920 hun krachten niet bundelden met het net onafhankelijke Polen of het potentieel onafhankelijke Oekraïne. In de jaren na de Russische Revolutie zegevierden democratische ideeën noch in de vertakkingen, noch in de stam, deels omdat de staat zo veel geweld moest gebruiken om Oekraïne, Georgië en de andere republieken binnen de Sovjet-Unie te houden.
Toch konden de tientallen jaren van angst en armoede die volgden op de Russische Revolutie geen einde maken aan de overtuiging dat een ander soort staat mogelijk was. Nieuwe generaties denkers doemden steeds weer op uit het Sovjet-duister. Sommigen stonden aan de basis van de moderne mensenrechtenbeweging. Anderen, zoals de oprichters en studenten van de Moscow School of Civic Education, probeerden in de jaren na de ineenstorting van de Sovjet-Unie een alternatief Rusland te creëren.
Ander soort Rusland
Natuurlijk moesten ze het opnieuw afleggen tegen een dictator die een imperiale oorlog gebruikt om zijn vijanden uit te schakelen en angst te zaaien. Maar zelfs nu, nu de meeste Russen zwijgen, nu ze worden geïntimideerd door propaganda of beïnvloed door nationalistische slogans, hebben meer dan 17.000 Russen in hun eigen land geprotesteerd tegen het regime en tegen hun apathische landgenoten, hebben ze het Russische imperialisme uitgedaagd, en zijn ze om die reden gearresteerd of gevangengezet. Onder hen zijn enkele bekende politici die al lang geleden hun biezen hadden kunnen pakken, zoals Vladimir Kara-Moerza en Ilja Jasjin. De oppositiepoliticus Aleksej Navalny werd in januari 2021 in de cel gegooid; hij wordt geïsoleerd, maar heeft toch, op 21 september jongstleden tegen de rechtbank, de ‘criminele’ oorlog aan de kaak gesteld en Poetin ervan beschuldigd ‘honderdduizenden mensen met bloed te willen besmeuren’. Op 30 september publiceerde hij een uit zijn cel gesmokkeld essay, waarin hij een toekomstvisie op Rusland na Poetin ontvouwt en vervanging eist van het huidige presidentiële systeem – dat tot volledige autocratie is verworden – door een parlementaire republiek. In plaats van zich voor te doen als nieuwe redder van het imperium, propageert hij een totaal ander soort Rusland.
Een grote groep verzet zich vanuit het buitenland tegen de oorlog
Buiten de eigen landsgrenzen begint het honderdduizenden gewone Russen te dagen hoe nauw het imperium verweven is met autocratie. Sommige nieuwe ballingen hebben de politiek helemaal opgegeven, velen ontwijken enkel de dienstplicht. Maar een grote groep verzet zich vanuit het buitenland tegen de oorlog, via Russischtalige websites die verslag doen van de oorlog en informatie proberen te verzamelen voor Russen in Rusland. TV Rain, dat in maart door de overheid de das om werd gedaan, is weer online, vanuit Riga. Navalny’s team, en wat er is overgebleven van zijn grote nationale organisatie, maakt video’s die miljoenen kijkers trekken op YouTube, dat in Rusland nog steeds te zien is.
Een heel leger aan groeperingen en individuen wil een ander idee van Rusland levend houden, een ‘alternatieve burgermaatschappij’ buiten Rusland scheppen, vergelijkbaar met de door Zigar – nu zelf een balling – beschreven situatie van begin vorige eeuw. Garri Kasparov, de voormalig wereldkampioen schaken die zich tot de democratische politiek heeft bekend, die hielp bij het organiseren van straatdemonstraties in Moskou in de eerste jaren van dit millennium en die nu persona non grata is in het land dat hem ooit als held vierde – diezelfde Kasparov vertelde me laatst dat hij hoopt een soort ‘virtueel Zuid-Korea’ op te bouwen, een oppositie in ballingschap die een scherp contrast vormt met een vaderland dat steeds meer op Noord-Korea lijkt. Een van zijn projecten, het Free Russia Forum, brengt geregeld de diverse, soms met elkaar overhoop liggende delen van de Russische gemeenschap buiten Rusland samen.
Verschillen
In ten minste één opzicht verschillen al deze eenentwintigste-eeuwse ballingen van hun voorgangers uit de eeuw daarvóór: ze zitten in het buitenland, of in de gevangenis, vanwege een gruwelijke imperiale veroveringsoorlog. Velen verzetten zich niet alleen tegen het regime, maar ook tegen het imperium; voor het eerst verkondigt een aantal van hen dat niet alleen het regime moet veranderen, maar ook datgene wat de natie definieert. Kasparov is een van de velen die ons op het hart drukken dat alleen een militaire nederlaag politieke verandering teweeg kan brengen. Hij is tot de overtuiging gekomen dat democratie alleen mogelijk is ‘wanneer de Krim is bevrijd en de Oekraïense vlag boven Sebastopol wappert’.
Dat idee – dat er een ander Rusland mogelijk is, een Rusland dat een natiestaat is en geen imperium – legt in Oekraïne momenteel weinig gewicht in de schaal. Veel Oekraïners achten de Russische democratische oppositie even schuldig, even imperialistisch en net zo verantwoordelijk voor de oorlog als niet-dissidenten. Het is zeker waar dat niet alle mensen die ‘Russische liberalen’ zijn genoemd tegen het imperium of Poetin gekant waren. Sommige van hen zijn technocraten die voorstanders waren van een dictatuur à la Pinochet, of societyfiguren wier ‘liberalisme’ tot uitdrukking kwam in foto‘s van Europese vakantiebestemmingen op Instagram.
Waarom laten niet de duizenden ballingen hun stem horen, in plaats van alleen het handjevol dat voor websites schrijft?
De Oekraïense journaliste Olga Tokariuk betoogde onlangs op Twitter dat ‘zelfs Russische ‘’liberalen’’ geregeld lucht hebben gegeven aan imperialistische ideeën over buitenlands beleid en Oekraïne. Er is verdraagzaamheid tegenover oorlog en afkeer van democratie.’ Velen vragen zich af waar de massale protesten van Russen in Londen of de Georgische hoofdstad Tbilisi blijven. Waarom laten niet de duizenden ballingen hun stem horen, in plaats van alleen het handjevol dat voor websites schrijft?
De stelling dat er geen ‘goede’ Russen zijn, is emotioneel maar ook politiek diep ingebed, en niet alleen bij Oekraïners. Tenslotte hebben Russische liberalen eerder gefaald. Ze faalden begin vorige eeuw, ze faalden begin deze eeuw en ze falen nu. Het is ze niet gelukt Poetin af te stoppen, ze konden deze catastrofe niet voorkomen. Sommigen begrepen – tot voor kort althans – niet hoe het Russische imperialisme de Russische autocratie heeft gevoed en gevormd, begrepen niet waarom het imperium moet sterven, zoals de titel van Zigars boek luidt. Je hoort de woede hierover doorklinken in recente toespraken van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, die inmiddels een andere toon aanslaat. Aan de vooravond van de oorlog sprak Zelensky de Russen in het Russisch toe en riep hij hen op te voorkomen wat er ging gebeuren: ‘Willen Russen deze oorlog?’ vroeg hij retorisch. ‘Het antwoord is aan u, burgers van de Russische Federatie.’ Maar omdat ze niets deden, sloot Zelensky zich later aan bij degenen die Russen een visumverbod voor Europa willen opleggen, omdat Russen ‘maar in hun eigen wereld moeten leven totdat ze hun kijk op de zaken veranderen’.
Nadat Poetin in september zijn mobilisatie had aangekondigd, was Zelensky nog explicieter. Russen zouden hun land niet moeten verlaten om aan de dienstplicht te ontsnappen, maar ‘op straat moeten vechten voor hun vrijheid’, zo voegde hij hun toe. De Oekraïense filosoof Volodymyr Yermolenko zei over de Russen die onlangs hun land hebben verlaten, dat zij niet op de vlucht zijn voor oorlog, maar voor de dienstplicht: ‘Als deze honderdduizenden die mobilisatie ontvluchten in hun eigen land in opstand kwamen tegen de oorlog, was die oorlog snel voorbij. Lafaards.’
Feitelijk valt daar weinig tegen in te brengen.
Iets onverwachts
Alleen dictators geloven dat de geschiedenis wetten voorschrijft die men moet gehoorzamen. Democraten weten dat de staat zich uiteindelijk aanpast aan de samenleving, en niet andersom – en de samenleving verandert per definitie altijd.
De culturele last van het verleden weegt zwaar, en de ingesleten gegevenheden van de autocratie – vooral het leven in angst – zijn hardnekkig. Macht oefent ook een sterke aantrekkingskracht uit. Degenen die haar hebben, willen haar niet verliezen. Een toekomstig Russisch bewind kan nog repressiever uitpakken dan het huidige. Maar een ongeluk zit in een klein hoekje en er kan altijd iets onverwachts gebeuren. Landen ontwikkelen zich en brengen soms beter en soms slechter bestuur voort. Imperia gaan ten onder: het Russische Rijk bijvoorbeeld, de Sovjet-Unie daarna. Zo zal vroeg of laat het nieuwe Russische rijk van Poetin vallen. Vanuit zijn gevangeniscel wees Kara-Moerza erop dat de ruim 17.000 gedetineerde antioorlogsdemonstranten talrijk afsteken tegen de zeven mensen die werden gearresteerd op het Rode Plein in Moskou toen de Sovjet-Unie in 1968 Tsjechoslowakije binnenviel om te voorkomen dat dit land een andere koers ging varen. Vanuit haar ballingsoord in Riga bezwoer Nemirovskaja mij onlangs dat haar werk niet voor niets was geweest. Ze gelooft nog steeds dat de dertig jaar na de val van de Sovjet-Unie hun weerslag hebben gehad: wat er ook gebeurt, ‘we zullen nooit meer leven zoals toen’. Leonid Volkov, de leider van Navalny’s organisatie in ballingschap, vertelde me vorig jaar dat voorbereid zijn op verandering, wanneer dan ook, volgens hem het belangrijkste is wat hij en zijn collega’s kunnen doen.
Voortbestaan
Eerder stelde ik dat het voortbestaan van de Amerikaanse democratie niet gewaarborgd is; wat er met Amerika zal gebeuren, hangt af van wat Amerikanen in het hier en nu doen. Hetzelfde geldt voor Rusland. De toekomst van het land wordt niet gevormd door mystieke wetten van de geschiedenis, maar door hoe leiders en burgers de tragedie van deze schokkende, meedogenloze, onnodige oorlog verwerken en interpreteren. De beste manier waarop buitenstaanders Rusland kunnen helpen veranderen, is ervoor te zorgen dat Oekraïne zijn grondgebied herovert en het imperium verslaat. We kunnen ook die Russen blijven steunen, hoe weinig het er ook zijn, die begrijpen waarom een nederlaag de enige weg naar moderniteit is, waarom militair falen noodzakelijk is voor het ontstaan van een welvarender, open samenleving en waarom, nogmaals, het imperium moet sterven. Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’ – er komt geen redder die het land gaat repareren, nu niet en later ook niet. Russen die geloven dat de toekomst anders kan zijn, zullen blijven proberen hun land te veranderen, en op een dag zullen ze daarin slagen. In de tussentijd mag niemand Poetin ooit het recht geven te definiëren wat het betekent om Russisch te zijn. Die bevoegdheid heeft hij niet.
De partij concentreerde zich bij de campagne op soevereiniteit
De Taiwanese regeringspartij DPP heeft zaterdag verloren bij de lokale verkiezingen. De belangrijkste oppositiepartij Kuomintang (KMT) won juist fors. Zo wisten zij onder meer de burgermeesterpost in de Taiwanese Taipei te veroveren, schrijft de Taipei Times. De Taiwanese president Tsai Ing-wen is na de nederlaag opgestapt als partijleider van de DPP.
Tsai blijft nog wel aan tot er in 2024 presidentsverkiezingen gehouden worden. Tsai en haar DPP probeerden munt te slaan uit de opgelopen spanningen tussen het land en China, dat Taiwan ziet als afvallige provincie en wil inlijven onder het één China-principe. Onlangs bezocht Nancy Pelosi, de voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, het land, wat spanningen deed toenemen.
Tijdens de verkiezingscampagne richtte DPP zich op deze spanningen, door zich sterk te maken voor soevereiniteit en binnenlandse veiligheid. De KMT zette zich juist in voor criminaliteit, het coronabeleid en milieuvervuiling, lokale thema’s die de Taiwanezen in tijden van geopolitieke spanning toch belangrijker bleken te vinden.
Peter Marki-Zay mag in 2022 als leider van de oppositie Orbán uitdagen
Outsider Peter Marki-Zay won zondag de voorverkiezing van de Hongaarse oppositie, een verkiezing in twee ronden waarvoor bijna 10 procent van het electoraat werd gemobiliseerd. De conservatieve kandidaat won met ongeveer 58 procent van de stemmen, volgens de commissie voor de voorverkiezingen.
‘Marki-Zay wil anti-Orbán-kiezers van alle rangen en standen verenigen‘
Peter Marki-Zay, 49 jaar, wil een ‘een regering van deskundigen en een fatsoenlijk beleid’ en ‘anti-Orbán-kiezers van alle rangen en standen verenigen’, aldus Le Soir. Zijn concurrente, de pro-Europese centrum-linkse advocate Klara Dobrev, die 42 procent van de stemmen haalde, gaf haar nederlaag toe en verklaarde voortaan Marki-Zay te steunen. Als hij erin slaagt Viktor Orbán bij de parlementsverkiezingen van volgend voorjaar te onttronen, ‘zou de val van de “onliberale” leider, na twaalf jaar waarin de rechtstaat geleidelijk werd ontmanteld, een enorme politieke klap in zijn gezicht zijn’, concludeert Le Soir.
Aydan Engin, commentator van Cumhuriyet, beschrijft de deplorabele staat van de Turkse media onder de noodtoestand.
Er is me gevraagd de situatie van de Turkse media uit de doeken te doen en iets te vertellen over de journalistiek tijdens de noodtoestand. Dat zal niet meevallen. Wat ik vertel zal Noord-Koreanen of Chilenen die het tijdperk-Pinochet hebben meegemaakt vertrouwd in de oren klinken, maar ik vrees dat het voor Europeanen moeilijker te begrijpen is. Maar laten we het toch maar proberen.
Het is gemeengoed geworden in Turkije, en elders op wereld, dat staten of grote concerns op bestelling artikelen over bepaalde onderwerpen laten schrijven door ‘journalisten’ die zich daartoe lenen. Maar deze aanpak rent achter elke mug aan in de hoop de malaria uit te roeien. In Turkije heeft het regime van Erdogan een veel doeltreffender manier gevonden: het simpelweg laten opkopen van kranten en televisiezenders. De grote bouwbedrijven, rijk geworden in de publieke sector, hebben de onafhankelijke media in handen gekregen om ze om te vormen tot propagandainstrumenten.
Inmiddels zijn deze media gespecialiseerd in het verspreiden van allerlei leugenachtige en tendentieuze informatie. Journalisten die zich daartegen verzetten zijn eruit gegooid. Naar schatting hebben in drie jaar tijd 2600 journalisten hun baan verloren. De media en persgroepen die niet zijn opgekocht en tot de orde geroepen, zijn onschadelijk gemaakt. Tijdens het Gezi-protest van 2013, gericht tegen de sloop van het Taksim Gezi-park, koos een bepaalde informatiezender ervoor een documentaire over pinguïns uit te zenden in plaats van verslag te doen van de gebeurtenissen. Sindsdien worden dit soort media aangeduid met de spotnaam ‘pinguïnmedia’.
Ook al zitten onze collega’s achter de tralies, toch zullen we geen duimbreed afwijken van onze redactionele koers
Op dit moment bestaan er simpelweg geen oppositiekranten meer, met uitzondering van Cumhuriyet en twee andere dagbladen met een relatief beperkte oplage, Birgün en Evrensel. Bij de televisie is de situatie nog beroerder. Buiten enkele slecht bekeken web-tv-zenders hebben alle televisiezenders zich aan de kant van het regime geschaard. Pro-Koerdische kranten en televisiezenders zijn verboden. Wat rest is een immense mediawoestijn. De enige die nog niet het loodje hebben gelegd zijn enkele informatiesites. Maar hoe lang nog?
Zelfs in de nog vrije pers is het erg moeilijk geworden je vak van journalist uit te oefenen. Sinds het uitroepen van de noodtoestand is het zelfs vrijwel onmogelijk. Als gevolg van zelfcensuur zijn we ware schrijfacrobaten geworden, die elk woord wegen om niet voor de rechter gesleept en gevangengezet te worden. Sommigen van ons zijn hier inmiddels meesters in. Anderen zijn in een proces verwikkeld of zitten achter de tralies.
Ik wil van deze gelegenheid gebruikmaken om enkele woorden over onze krant te zeggen. Cumhuriyet is de oudste krant van Turkije, even oud als de republiek waarnaar hij is vernoemd, en geldt als een belangrijke informatiebron waarvan de invloed de dagelijkse oplage ruimschoots overstijgt. Cumhuriyet heeft de democratie, de scheiding der machten en de vrijheid van geweten en vergadering altijd hoog in het vaandel gehad. Daarom willen de politieke islamisten die momenteel aan de macht zijn ons het zwijgen opleggen. Elf journalisten die onmisbaar zijn voor het administratieve en redactionele functioneren van de krant zitten op dit moment gevangen zonder dat we weten wanneer ze zullen worden vrijgelaten of zelfs maar voor de rechter gebracht. Maar ook al zitten onze collega’s achter de tralies, toch zullen we de krant dagelijks laten verschijnen zonder ook maar een duimbreed af te wijken van onze redactionele koers. Als Cumhuriyet binnenkort slachtoffer wordt van nieuwe aanvallen, zullen we daar niet van opkijken.
Auteur: Aydan Engin
Vertaler: Peter Bergsma
Aydan Engin (76), commentator van Cumhuriyet, is gearresteerd en daarna in beperkte vrijheid gesteld met het verbod om het land te verlaten.
De Venezolaanse oppositieleider Leopoldo López werd op 11 september jl. veroordeeld tot dertien jaar cel voor zijn rol tijdens antiregeringsprotesten in 2014. In het Westen geldt hij als een verdediger van de vrijheid, maar in eigen land is zijn positie omstreden.
Na de demonstraties die Caracas in februari 2014 op zijn kop zetten, oordeelde de Amerikaanse pers vooral gunstig over Leopoldo López, de Venezolaanse oppositieleider die sinds 18 februari 2014 gevangenzit. Het blad Newsweek noemde hem ‘een revolutionair die alles mee heeft’ en refereerde daarbij aan ‘zijn fonkelende chocoladebruine ogen en zijn hoge jukbeenderen’. The New York Times publiceerde een foto van de leider terwijl hij met opgeheven vuist tegenover een uitzinnige menigte stond en bood hem een forum in de krant. Op zijn vierenveertigste is Leopoldo López overal ter wereld de personificatie van vrijheid en democratie geworden.
Maar in Venezuela is dit beeld complexer. Leopoldo López is gevangengenomen wegens brandstichting, ordeverstoring en samenzwering. Zijn gevangenneming volgde op de eerste grote betoging tegen de regering op 12 februari 2014, die drie mensen het leven kostte en tot wekenlange manifestaties, barricades en geweldsuitbarstingen leidde. De aanklachten tegen hem – volgens Amnesty International ‘ingegeven door politieke overwegingen’ – hebben hem ruim dertien jaar gevangenisstraf opgeleverd. Maar er blijft een felle discussie woeden tussen degenen die Leopoldo López als een verdediger van de vrijheid zien die het slachtoffer is geworden van verzonnen beschuldigingen, en degenen die in hem een gewelddadige fascist zien die zich tegen de regering van Nicolas Maduro keert.
Vergeleken bij het geweld van de betogingen – waarbij 43 doden vielen, zowel onder de betogers van beide kanten als bij de nationale politie – is het proces tegen Leopoldo López betrekkelijk rustig verlopen.
Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten
Meestal werd het publiek in de rechtszaal gevormd door kleine groepjes sympathisanten onder aanvoering van Lilian Tintori, de vrouw van López. Andere leden van de oppositie pleitten weliswaar regelmatig voor zijn vrijlating, maar hielden zich verder op de vlakte. Toen de partij van Leopoldo López, Voluntad Popular, onlangs campagne voerde om de grondwet te herschrijven en de regering te reorganiseren, drong de leider van een rivaliserende oppositiepartij erop aan dat hij ‘zijn verantwoordelijkheid’ nam en zich ‘volwassen’ gedroeg. Een andere oppositieleider eiste ‘een eind aan de anarchie en de guarimbas’, de barricades die door de betogers waren opgeworpen.
Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten. ‘Leopoldo is een man die zeer sterk aan democratische en katholieke waarden hecht,’ bevestigt Alejandro Aguirre, lid van Javu (Juventud Activa Venezuela Unida), een van de belangrijkste studentengroeperingen die de aanzet gaven tot de betogingen in februari 2014. ‘Hij is een voorbeeld voor de jeugd.’
In mei 2014 nam Lilian Tintori, een voormalige mannequin, kitesurfkampioene en reality-tv-ster, deel aan een sympathiebetoging voor politieke gevangenen in Chacao in het district Caracas, waar haar man burgemeester en leider van de oppositie tegen de regering was. Chacao is ook een van de rijkste gemeenten van Venezuela.
Deze dag bood een inkijkje in het mediapopulisme waardoor Leopoldo López en zijn partij aan invloed wonnen terwijl de traditionele oppositie, geleid door de coalitie MUD (Mesa de la Unidad Democrática) het onderspit moest delven. De diepe kloof tussen MUD, geleid door Henrique Capriles, en de jongere en radicalere gelederen van de oppositie, geleid door Leopoldo López, is hartstochtelijk uit de doeken gedaan door de Venezolaanse media. ‘Alleen Hugo Chávez wordt door de oppositie nog meer veracht dan Leopoldo López,’ verklaarde Mary Ponte van de centrum-rechtse partij Primero Justicia in 2009 volgens een Amerikaans diplomatiek kabeltelegram. ‘Het enige verschil tussen de twee is dat Leopoldo López veel knapper is.’ In ditzelfde document, ‘Het probleem-López’ getiteld, wordt de leider beschreven als ‘bron van de verdeeldheid binnen de oppositie’ en een man die ‘vaak als arrogant, wraakzuchtig en machtsbelust wordt omschreven, ook al erkent de partij zijn blijvende populariteit, zijn charisma en zijn organisatietalent’.
Geen enkele Venezolaanse oppositieleider was er tot dan toe in geslaagd zich zo op het internationale podium te manifesteren als Leopoldo López. Zijn opkomst is met name te danken aan de afstand die hij heeft genomen van de bijzonder impopulaire staatsgreep van april 2002, toen militairen en grote zakenlieden Hugo Chávez voor 47 uur uit zijn functie onthieven. De twee advocaten die López en zijn familie vertegenwoordigen bevestigen dat ‘Leopoldo López de staatsgreep niet heeft gesteund en [dat] hij niet zijn handtekening heeft gezet onder het Carmona-decreet dat de vorming van een democratische overgangsregering van nationale eenheid, het afzetten van de president en het ontbinden van het parlement en het hooggerechtshof beoogde. Hij had evenmin banden met degenen die de staatsgreep pleegden.’
De waarheid lijkt echter complexer, te oordelen naar gesprekken met belangrijke hoofdrolspelers in de staatsgreep van 2002, het profiel dat intimi van Leopoldo López schetsen, de artikelen in de Venezolaanse pers en de beelden en documenten uit Amerika.
Leopoldo López werd geboren in 1971 als telg van een familie die tot de Venezolaanse elite behoort. Zijn moeder, Antonieta Mendoza, bekleedt een hoge functie in de groep Cisernos, een mondiaal mediaconglomeraat. Zijn vader, Leopoldo López Gil, is zakenman en lid van de redactieraad van het grote dagblad El Nacional.
‘Het enige verschil tussen Hugo Chávez en Leopoldo López is dat López veel knapper is’
Op de Hun School van de Amerikaanse Princeton University, die onder zijn oud-leerlingen Saoedische prinsen, de zoon van een Amerikaanse president en die van een grote zakenman uit de Fortune 500 telt, zegt Leopoldo López zich bewust te zijn geworden van zijn verantwoordelijkheid tegenover het volk van zijn vaderland. Hij studeerde vervolgens aan Kenyon College in Ohio, waar hij in contact kwam met mensen die belangrijk zouden worden voor zijn toekomst, zoals Rob Gluck, politiek consultant en een van de oprichters van Friends of a Free Venezuela, een groepering die in de Verenigde Staten een felle mediacampagne voert voor de vrijlating van de oppositieleider.
Volgens Rob Gluck, die ook zijn steentje heeft bijgedragen aan de verkiezing van Arnold Schwarzenegger tot Republikeins gouverneur van Californië in 2003, is Leopoldo López ‘altijd progressief geweest’ en zou hij zich in de Verenigde Staten op het centrum-linkse politieke vlak bevinden. Rob Gluck leidt de Friends of a Free Venezuela op vrijwillige basis, maar wel stuurt zijn kantoor rekeningen aan de familie van de oppositieleider voor, zoals hij het noemt, ‘het geven van ruchtbaarheid aan de situatie van Leopoldo’.
Na Kenyon College ontmoette López op de Harvard Kennedy School een andere invloedrijke figuur die een van zijn belangrijkste medestanders is geworden: de Venezolaanse staatsburger Pedro Burelli, voormalig bestuurslid van de JP Morgan Bank en lid van de raad van bestuur van PDVSA, de nationale oliemaatschappij van Venezuela, totdat in 1999 Hugo Chávez aan de macht kwam.
Een mislukte coup
Pedro Burelli noemt zichzelf een ‘zeer goede vriend’ van Leopoldo López die, legt hij uit, medeoprichter van Primero Justicia was toen hij van 1996 tot 1999 bij PDVSA werkte. Primero Justicia zou in 2000 een oppositiepartij worden.
In 1998 bleek uit onderzoek van het Venezolaanse ministerie van Financiën dat de moeder van Leopoldo López een bedrag van 120.000 dollar van de rekening van PDVSA naar die van Primero Justicia had overgemaakt, in de tijd dat Leopoldo en zijzelf bij de oliemaatschappij werkten – een transactie die in strijd was met de anticorruptiewet. De advocaten van López voerden aan dat Primero Justicia op dat moment een organisatie zonder winstoogmerk was, en hij is nooit voor deze aanklacht veroordeeld. Desondanks verklaarde Financiën hem onverkiesbaar voor enige publieke functie tussen 2008 en 2014.
López verliet Primero Justicia in 2007 en zwalkte van de ene partij naar de andere tot aan zijn onrealistische kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2012 namens zijn huidige partij Voluntad Popular. Hij speelde in die jaren een belangrijke rol bij de opkomst van de studentenbeweging binnen de Venezolaanse oppositie.
López stelde zijn basis veilig maar bleef in de schaduw van zijn oude bondgenoot Henrique Capriles, leider van Primero Justicia en tweemaal kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Maar Capriles leed een verpletterende nederlaag tijdens de presidentsverkiezingen van 2012, wat mede leidde tot het debacle van de oppositie tijdens de gouverneursverkiezingen van datzelfde jaar. In 2013, toen er nieuwe verkiezingen werden gehouden na de dood van Hugo Chávez, verloor Henrique Capriles opnieuw, ditmaal van Nicolas Maduro. Deze nederlagen brachten Leopoldo López en de met hem sympathiseren- de studentenbeweging ertoe om in februari 2014 de straat op te gaan en het aftreden van Nicolas Maduro te eisen onder het scanderen van ‘¡Libertad!’ en ‘¡Democracia!’
Deze eis zou onmogelijk zijn geweest als de charismatische leider niet behendig afstand had genomen van een open wond van de Venezolaanse politiek: de korte poging tot een staatsgreep in 2002.
Half april 2002, tijdens een algemene staking tegen PDVSA die werd gesteund door de oppositie en massale betogingen tegen (maar ook voor) Hugo Chávez, arresteerde een groep militairen en toplieden uit het bedrijfsleven de president. Pedro Carmona, de toenmalige voorzitter van de Federatie van Kamers van Koophandel van het land, werd als tijdelijke plaatsvervanger benoemd. Een door de samenzweerders opgesteld document werd ondertekend in Miraflores, het presidentieel paleis, op 12 april 2012, de dag waarop Hugo Chávez werd gearresteerd. Dit document, bekend onder de naam ‘Carmona-decreet’, ontbond het parlement en het hooggerechtshof en blies de verkiezingen van 1999 af.
Hoge militairen hadden er al enkele dagen bij Hugo Chávez op aangedrongen om af te treden. De coupplegers hadden vervolgens – ten onrechte – bevestigd dat hij dat had gedaan. De krachten die Chávez gunstig gezind waren organiseerden op hun beurt massale betogingen en dreigden Pedro Carmona af te zetten, die daar onder de grote druk gehoor aan gaf. Hugo Chávez werd teruggebracht naar het presidentieel paleis.
Deze poging tot een staatsgreep is nog altijd erg impopulair in Venezuela, vooral vanwege het besluit van Carmona om de grondwet ongeldig te verklaren, die door een verpletterende meerderheid van de Venezolanen was aangenomen, met inbegrip van talrijke sympathisanten met de oppositie. De impopulariteit van deze listige zet werd bevestigd door de opzienbarende overwinning van Chávez toen er later over gestemd werd.
Leopoldo López heeft er voortdurend aan herinnerd dat hij het Carmona-decreet nooit heeft ondertekend – en niets wijst erop dat hij dat wel heeft gedaan – en dat hij op geen enkele manier betrokken was bij de organisatie van de staatsgreep. Toch stond hij niet zo ver van de coup en de samenzweerders af als hij wilde doen geloven. Onder de verantwoordelijken daarvoor en de ondertekenaars van het Carmona-decreet treffen we diverse intimi van López aan. Zoals Leopoldo Martínez, die samen met hem Primero Justicia leidde en korte tijd minister van Financiën was van de ‘regering’-Carmona, en María Corina Machado, zijn nauwste bondgenoot, die het decreet wel ondertekende, evenals Manuel Rosales, de voormalige leider van Un Nuevo Tiempo, de partij die López in 2007 had helpen opbouwen tot hij er in 2009 werd uitgezet. En tot de vierhonderd toplieden uit het bedrijfsleven en vertegenwoordigers van het leger, de media en de politiek die het decreet in Miraflores ondertekenden bevond zich ten slotte ook de vader van Leopoldo López.
‘Ik heb niets ondertekend,’ verzekerde deze me in mei 2015, ‘niemand onder de aanwezigen heeft ook maar iets ondertekend wat op een “decreet” leek. Er ging een presentielijst rond die vervolgens voor andere doelen is aangewend. Hoe zouden we iets hebben zkunnen ondertekenen wat we niet eens hadden gezien?’
Videobeelden van de ondertekening van het Carmona-decreet op 12 april 2002 die pas kortgeleden zijn opgedoken geven echter een ander idee van wat er gebeurd is: een zaal vol mannen in pak applaudisseert verwoed tijdens de voorlezing van delen van het decreet waarin alle regeringsinstanties worden afgeschaft.
In die tijd was Leopoldo López dertig en burgemeester van Chacao. Hij had de algemene staking en de grote mars van de oppositie gesteund die in april 2002 onmiddellijk aan de arrestatie van Hugo Chávez waren voorafgegaan. Twee gebeurtenissen die een beslissende bijdrage leverden aan het kortstondige succes van de coup.
Een opname van het televisieprogramma 24 Horas laat een Leopoldo López zien die, tijdens de parlementaire enquête die enkele maanden na de staatsgreep werd gehouden, duidelijk verheugd was over het afzetten van Chávez. ‘Die dag is voor mij altijd het begin van een onomkeerbare ontwikkeling geweest,’ verklaarde hij, ‘de dag waarop we aankondigden dat het masker van de dictatuur zou vallen en waarop we ons daarvoor uit alle macht hebben ingezet.’
In een andere uitzending zien we Leopoldo López op 9 april de tribune beklimmen om tienduizenden op te zwepen door te roepen: ‘We blijven hier de hele nacht en morgen de hele dag, net zo lang tot de president vertrekt!’ (Volgens zijn advocaat ‘waren de betogingen geen poging tot een staatsgreep’.)
Leopoldo López gebruikt herhaaldelijk de woorden renuncia (aftreden) en salida (vertrek) tijdens een interview op 11 april in Napoleon Bravo, het populaire ochtendprogramma van de zender Venevision. Hij geeft een korte beschrijving van hoe een ‘overgangsregering’ eruit zou kunnen zien en ziet slechts twee manieren om uit de crisis te geraken: een staatsgreep of de ontbinding van de regering.
Natuurlijk is Hugo Chávez nooit afgetreden. Hij is gearresteerd. In zijn boek over de gebeurtenissen, Mi testimonio ante la Historia [Mijn getuigenis tegenover de geschiedenis] getiteld, merkt Pedro Carmona op dat de mars van 11 april zich in de richting van het hoofdkantoor van PDVSA begaf, maar dat hij werd omgeleid naar het presidentieel paleis, waar zich de pro-Chávez-betogers hadden verzameld. De confrontatie tussen de twee kampen liep uit de hand en negentien betogers (van beide kanten) werden gedood door kogels. Voor de fatale omleiding van de mars was ‘toestemming gegeven door burgemeester Leopoldo López’, schrijft Carmona.
De meest controversiële affaire rond Leopoldo López blijft de arrestatie en gevangenzetting, op 12 april 2002, van Ramón Rodríguez Chacín, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken.
Leopoldo López en Henrique Capriles, die toen burgemeester was van Baruta (een andere gemeente in het district Caracas), hadden zich, zogenaamd gewaarschuwd door de buren, naar de op geen enkele manier beveiligde woning van de minister begeven om hem persoonlijk de dood van de negentien betogers ten laste te leggen en hem te arresteren. Waarom deze mensen zijn omgekomen is nooit opgehelderd.
Er zijn ook beelden van López die tegen een journalist zegt dat ‘president Carmona op de hoogte is van deze arrestatie’, nog een aanwijzing dat hij mogelijk heeft samengewerkt met de verantwoordelijke voor de staatsgreep. (Toen Chávez weer aan de macht was, kwam er een aanklacht tegen Henrique Capriles en Leopoldo López wegens vrijheidsberoving, maar ze werden vrijgesproken in het kader van een algehele amnestie die heel wat stof heeft doen opwaaien. In een programma van een regeringsgezinde zender uit 2012 gaf López desgevraagd toe dat deze arrestatie een vergissing was.)
In maart 2014 had ik een gesprek met Ramón Rodríguez Chacín, tegenwoordig gouverneur van de deelstaat Guárico, over de gebeurtenissen in april 2002. ‘Leopoldo is begonnen met de buren op te trommelen via zijn megafoon om bekend te maken dat ik een moordenaar was, dat ik verantwoordelijk was voor de doden van de vorige dag,’ aldus de voormalige minister. Een video toont hoe Ramón Rodríguez Chacín werd afgetuigd door de menigte.
Hersenschimmen of waarheid? López is nooit officieel beschuldigd van het aanzetten tot een coup. Maar in zijn land is algemeen bekend dat hij een rol heeft gespeeld bij de ongeregeldheden van 2002, en deze zekerheid is ongetwijfeld van invloed geweest op de meningsvorming over zijn betrokkenheid bij de betogingen in Caracas in februari 2014. In mei 2014 werd in een officieel regeringsrapport over de staatsgreep onthuld dat de ambassadeur van de Verenigde Staten in Colombia, Kevin Whitaker, en twee bondgenoten van Leopoldo López, María Corina Machado, tegenwoordig leider van de partij Vente Venezuela, en Pedro Burelli, zijn vriend van Harvard, betrokken waren bij een complot om Nicolas Maduro ‘uit te schakelen’ en de regering omver te werpen. Om deze beweringen te staven heeft de Venezolaanse regering onderlinge e-mails van de vermoedelijke samenzweerders gepubliceerd, evenals opgenomen gesprekken met Pedro Burelli, die tegenwoordig in McLean in Virginia woont. Deze laatste werpt alle beschuldigingen van zich af en verzekert dat de e-mails gefabriceerd zijn en dat er geen spoor van is terug te vinden op Google. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de verwijten aan het adres van zijn ambassadeur afgedaan als ‘leugenachtige aantijgingen die deel uitmaken van een stortvloed van ongefundeerde aanvallen door de Venezolaanse regering op diplomaten van de Verenigde Staten’. María Corina Machado bestempelt de beweringen als ‘hersenschimmen’.
In september 2014 werd ook Lorent Saleh, medeoprichter van Javu, gearresteerd op verdenking van terroristische handelingen. Justitie heeft video’s gepubliceerd waarin hij sprak over het laten ontploffen van bommen in discotheken en drankwinkels, het in brand steken van gebouwen en het inschakelen van scherpschutters om de leiders van de bewegingen die Nicolas Maduro gunstig gezind waren te elimineren. Tijdens de betogingen van februari 2014 was dit soort incidenten niet van de lucht: diverse leden van de veiligheidstroepen en sympathisanten met het regime kwamen door kogels om het leven.
Ten slotte werd in februari 2015 Antonio Ledezma, de burgemeester van Caracas en naast Leopoldo López en María Cornia Machado een van de hoofdfiguren tijdens de rellen van februari 2014, gearresteerd wegens rebellie en samenzwering in het kader van een nieuwe vermoedelijke couppoging. Lorent Saleh en Antonia Ledezma wijzen alle beschuldigingen van de hand. De advocaat van de laatste verklaart dat de aanklachten tegen zijn cliënt zijn ‘gebaseerd op falsificaties en verdraaiing van bewijslast’.
De arrestatie van Antonio Ledezma vond plaats nadat hij precies een week eerder, ter gelegenheid van de verjaardag van de gebeurtenissen van 2014, samen met Machado en López een Oproep tot de Venezolanen voor een nationaal overgangsakkoord had gepubliceerd. Dit document beijvert zich voor een ‘vreedzame overgang’ van de regering van Nicolas Maduro, die volgens hen ‘in haar terminale fase’ zou verkeren.
De Venezolaanse president heeft teruggeslagen door op 4 maart 2015 een ander document te publiceren dat aan de oppositie wordt toegeschreven, waarin een gedetailleerd overgangsplan van honderd dagen is uitgewerkt dat geheel strookt met het Carmona-decreet van 2002. Nicolas Maduro liet er geen twijfel over bestaan dat dit document was opgesteld door ‘gewelddadige individuen die in de gevangenis zitten’.
Complotten en andere intriges zijn misschien wel een constante factor in de huidige Venezolaanse politiek, maar ze worden inmiddels overschaduwd door de economische crisis die het land doormaakt.
Deze context lijkt de oppositie in de kaart te spelen: volgens recente peilingen moet Nicolas Maduro het zwaarst boeten voor de huidige crisis. Zijn populariteitsscore is in januari 2015 gedaald tot 23 procent, zijn laagste tot nu toe, terwijl die van Leopoldo López en Henrique Capriles in maart 40 procent steeg. (Het populariteitscijfer van de president is inmiddels weer gestegen tot 28 procent.) De Verenigde Socialistische Partij van Venezuela, die aan de macht is, blijft het best georganiseerd en behoudt grote steun onder de achtergestelde delen van de bevolking, wier stem doorslaggevend is voor de parlementsverkiezingen die zijn voorzien voor 6 december 2015.
Volgens Luís Vicente León van het Venezolaanse studiecentrum Datanálisis heeft Leopoldo López het meest geprofiteerd van het oproer van 2014. De gevangenis heeft zijn imago verbeterd, aldus de analist, en sommigen zien in hem ‘een moedige martelaar die onterecht is opgesloten, een politieke gevangene die tot zeldzame solidariteit inspireert’.
Zijn rijzende ster zou de ‘breuk’ binnen de oppositie best eens kunnen verdiepen, denkt León. Rest de vraag of de publieke opinie in hem een nieuwe stem zal zien voor democratische verandering of voor een radicaal getinte beweging.
Roberto Lovato
Biografie
1971 Geboren in Caracas.
1989 Gaat studeren in de Verenigde Staten.
2000 Treedt toe tot de Venezolaanse oppositie. Wordt verkozen tot burgemeester van Chacao, een gemeente in het district Caracas.
2002 Neemt actief deel aan de betogingen die voorafgaan aan de mislukte staatsgreep tegen Hugo Chávez.
2014 Wordt gearresteerd na gewelddadige betogingen in het hele land.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.