Het knaagdier kan maar liefst veertig jaar oud worden
Een onderzoek van een team van wetenschappers aan de Tonji-universiteit in Shanghai, dat donderdag in het tijdschrift Science is gepubliceerd, toont aan dat naakte molratten, die bijna veertig jaar oud kunnen worden – een record onder knaagdieren – een DNA-herstelmechanisme hebben ontwikkeld dat met name hun weerstand tegen kanker zou kunnen verklaren. Wetenschappers hebben ontdekt dat bij de naakte molrat het eiwit c-GAS het organisme helpt bij het herstellen van DNA-strengen en de genetische code van elke cel intact houdt.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Bij de mens daarentegen remt hetzelfde eiwit het DNA-herstelproces af. De onderzoekers hebben een variatie van vier aminozuren tussen het menselijke eiwit en dat van de naaktmuis geïdentificeerd, wat dit verschil tussen de mens en het knaagdier zou verklaren. Deze ‘ontdekking zou het mogelijk maken om therapieën te ontwikkelen om de levensduur van de mens te verlengen,’ aldus New Scientist.
Wetenschappers van de Amerikaanse Northwestern University bestuderen al sinds 2000 ‘super-agers’, tachtigplussers met een even goed geheugen als iemand van twintig à dertig jaar jonger. Ze willen weten hoe zij ontkomen zijn aan de cognitieve achteruitgang en geheugenstoornissen die met ouderdom gepaard gaan, zo meldt The New York Times.
Ze ontdekten dat super-agers ondanks hun verschillen allemaal dit gemeen hebben: ze hechten groot belang aan sociale relaties en hebben vaak een extravert karakter. Sociale contacten helpen de hersencapaciteit op peil te houden, aldus de wetenschappers. Eenzaamheid kan daarentegen de hoeveelheid van het stresshormoon cortisol verhogen, wat op den duur kan leiden tot chronische ontstekingen. Die kunnen op hun beurt hersencellen beschadigen en zelfs het risico op dementie verhogen.
Wetenschap met een knipoog
Onlangs vond de uitreiking van de Ig Nobelprijs plaats, een parodie op de Nobelprijs die toegekend wordt aan mensen die maffe en vindingrijke wetenschappelijke ontdekkingen hebben gedaan, aldus de BBC. ‘Iedere Ig Nobelprijswinnaar heeft iets gedaan wat mensen eerst aan het lachen maakt en vervolgens aan het denken zet,’ aldus oprichter Marc Abrahams.
Zo ging de prijs voor biologie naar mensen die koeien met zwart-witte strepen hadden beschilderd om te kijken of vliegen ze dan minder vaak zouden bijten. Dit zou een alternatief voor pesticiden kunnen bieden.
Een andere groep wetenschappers kreeg een prijs voor de ontdekking dat regenbooghagedissen in Togo een voorliefde hebben voor de pizza quattro formaggi.
Tevens werd er een prijs uitgereikt aan twee kinderartsen die ontdekten dat de moedermelk van een moeder die knoflook eet, ook naar knoflook gaat ruiken. Baby’s blijken dit extra lekker te vinden.
Nieuwe outfit Manneken Pis
Bij de eerste herdenking van de bevrijding van Brussel in 1945 lieten de Britse strijdkrachten een replica achter van het uniform van de Welshe gardesoldaat. Het kostuum was bestemd voor het emblematische standbeeld van de Belgische hoofdstad, Manneken Pis. Maar na bijna tachtig jaar was het uniform te versleten voor gebruik, waardoor het goedlachse knulletje vorig jaar de bevrijding in adamskostuum moest bijwonen.
Nu, eenentachtig jaar na de bevrijding van Brussel, heeft hij een nieuw regimentsuniform gekregen, inclusief een scharlakenrode jas met geborduurd gouden kant, een glanzend witte riem en een authentieke berenmuts.
Het kostuum van de Welshe gardist is het 1184e kloffie van Manneken Pis, een collectie die traditionele kledij uit tientallen regio’s en landen, politie- en doktersuniformen en pakjes van James Bond tot Mickey Mouse omvat.
Metrostation Anish Kapoor
Het door Anish Kapoor ontworpen metrostation Monte Sant’Angelo in Napels is vorige maand officieel geopend. De Brits-Indische kunstenaar werd in 2023 gevraagd voor dit ambitieuze infrastructuurproject, schrijft Dezeen. Kapoor creëerde sculpturale ingangen van cortenstaal met organische vormen die uit de grond oprijzen – of reizigers naar beneden zuigen. Napels ligt op vulkanische grond en Kapoors roestende staal refereert aan deze aardse, minerale krachten. Nog meer symboliek kan worden gevonden in de afdaling. Dante Aleghieri situeerde zijn tocht naar de hel in deze regio. Ook Kapoors ‘passage tussen boven en onder’, tussen daglicht en ondergrondse duisternis, maken van een alledaagse metrorit iets bijzonders.
Economen in de clinch met het Kremlin
Een recente botsing tussen de Russische president Vladimir Poetin en German Gref, CEO van de grootste bank van Rusland, toont volgens deskundigen aan dat er een steeds grotere kloof ontstaat tussen het Kremlin en Russische economen. Dit meldt de Kyiv Independent.
Gref vertelde in september tijdens het Eastern Economic Forum dat de groei van het bbp van Rusland in juli en augustus vrijwel was gestagneerd na een scherpe daling in het kwartaal april-juni. Poetin wierp tegen dat de kredietverlening gewoon doorging en dat de daling slechts een ‘zachte landing’ was om de prijzen te stabiliseren. Uit officiële gegevens blijkt dat het bbp van Rusland in april-juni met 1,1 procent op jaarbasis is gegroeid, een daling ten opzichte van 1,4 procentin het eerste kwartaal en ver onder de groeicijfers van 4,3 en 5,4 procent in dezelfde periodes in 2024. De vertraging volgt op jaren van door oorlog aangewakkerde expansie, gevoed door recorduitgaven voor defensie, die in 2025 7,2 procent van het bbp bedroegen.
De civiele sectoren, die kampen met een tekort aan arbeidskrachten en kapitaal, zijn nu in verval omdat werknemers worden ingezet in het leger of in defensiefabrieken. Sancties, lagere olieprijzen en een sterkere roebel hebben de exportinkomsten verder doen dalen. ‘Het huidige Russische leiderschap is niet economisch georiënteerd. Het enige wat het wil, is vechten,’ aldus expert Ivan Us.
Overlevenden atoombom strijden voor erkenning
Een kwart miljoen mensen waren in Nagasaki toen de atoombom ontplofte. Een van hen was Chiyoko Iwanaga, toen negen jaar oud. Ze liep geen direct letsel op, maar dagen later zwol haar gezicht op, begon haar tandvlees te bloeden en viel haar haar uit – de symptomen van stralingsziekte. Ze herstelde, maar lijdt al haar hele leven aan schildklierproblemen, aldus The Times.
Toch krijgt ze geen financiële steun van de overheid, in tegenstelling tot veel andere overlevenden van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, de zogeheten hibakusha. De reden hiervoor is een willekeurig bureaucratisch overheidssysteem dat uitkeringen uitdeelt op basis van de locatie op het moment van de ontploffing. Had ze zich een paar honderd meter meer naar het oosten bevonden, dan zou ze levenslang gratis medische zorg hebben gekregen. Mensen die verder van het epicentrum verwijderd waren dan zij komen wrang genoeg wél in aanmerking voor financiële steun.
Al achttien jaar lang leidt Iwanaga een groep van honderden hibakusha die van de overheid officiële erkenning eisen. De overheid breidde het gebied dat in aanmerking kwam voor financiële steun uiteindelijk uit tot een straal van 12 kilometer vanaf het epicentrum. Degenen die zich aan de buitenranden van deze zone bevonden, moesten eerst bewijs leveren voor de gezondheidsschade die ze door de bom hadden opgelopen.
Iwanaga wees op de bloedingen en het haarverlies waaraan ze in de dagen erna leed als symptomen van een stralingsziekte. Japanse rechtbanken zagen dit echter meer als het gevolg van ondervoeding. Afgelopen september oordeelde de rechtbank in Nagasaki in het voordeel van 15 van de 44 eisers die aanspraak maakten op hun rechten als hibakusha. Iwanaga hoorde daar niet bij. ‘Alle overlevenden zijn oud. Als er niet snel iets verandert, is het te laat,’ luidde haar commentaar.
Eenzaamheid kan het stresshormoon cortisol verhogen
Wetenschappers van de Amerikaanse Northwestern University bestuderen al sinds 2000 ‘super-agers’, tachtigplussers met een even goed geheugen als iemand van twintig à dertig jaar jonger. Ze willen weten hoe zij ontkomen zijn aan de cognitieve achteruitgang en geheugenstoornissen die met ouderdom gepaard gaan, aldus The New York Times.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Ze ontdekten dat super-agers ondanks hun verschillen allemaal dit gemeen hebben: ze hechten groot belang aan sociale relaties en hebben vaak een extravert karakter. Sociale contacten helpen de hersencapaciteit op peil te houden, aldus de wetenschappers.
Eenzaamheid kan daarentegen de hoeveelheid van het stresshormoon cortisol verhogen, wat op den duur kan leiden tot chronische ontstekingen. Die kunnen op hun beurt hersencellen beschadigen en zelfs het risico op dementie verhogen.
Een nieuwe generatie gepensioneerden wil niet meer voldoen aan wat van hen verwacht wordt. Op de kleinkinderen passen ze graag, maar alleen als het hun uitkomt. Cryptogrammen oplossen, zij niet. Het Portugese weekblad Visão ging op zoek naar deze seenagers.
Vol ongeduld op je pensioen wachten om met de pantoffels aan voor de tv te kunnen hangen, op je kleinkinderen te passen of uren met vrienden te kaarten in het buurtpark? Ho ho, hen niet gezien. De vijfenzestigplussers die het werkzame leven achter zich hebben gelaten moeten niets hebben van deze clichés, die hun altijd maar weer worden opgeplakt.
Natuurlijk, de kortingstarieven voor openbaar vervoer en theaters zadelen hen op met het etiket ‘senioren’ en alles wijst erop dat ze aan hun oude dag zijn begonnen. Maar toch herkennen ze zich daar niet in, lichamelijk noch geestelijk. Want deze zestigers zijn opeens bevrijd van de last van grote verantwoordelijkheden (werken, kinderen grootbrengen) en zijn nog altijd jong van geest, terwijl ze twee onmiskenbare voordelen hebben ten opzichte van de jeugd: geld, en niemand die hun zegt hoe laat ze thuis moeten zijn.
Plezier
De beste seks voor de rest van hun leven
‘De meeste zondagochtenden, nadat hij samen met zijn vrouw Anne een kop koffie heeft gedronken en wat fruit heeft gegeten, gaat David naar de slaapkamer, slikt een viagra, trekt de beddensprei recht en neemt een douche, en als hij klaar is voegt Anne zich bij hem.’ De matras is ingedeukt onder de last van de jaren. Zestig jaar huwelijk. Een actief leven. Drie kinderen. Een paar keertjes overspel. Daarna pensioen, eindelijk vrije tijd om nieuwe activiteiten te ontdekken. En hun lichaam, opnieuw. Het Amerikaanse echtpaar, tachtigers, doet onverbloemd hun seksleven uit de doeken in The New York Times. Een taboeonderwerp, ongemakkelijk.
‘Psychologen omzeilen het en bejaardenhuizen negeren het liever,’ verzucht het linkse dagblad. Bij velen neemt de seksualiteit in de loop van de tijd af, komt ze tot stilstand. ‘Maar degenen die volhouden, geven zich er vaker aan over,’ constateert de NYT. ‘Volgens een studie van het New England Journal of Medicine zegt een kwart van de 75- tot 85-jarigen het afgelopen jaar seks te hebben gehad. En van dat kwart verklaarde de meerderheid twee à drie keer per maand intiem te zijn geweest.’ De last van de jaren noopt tot aanpassing. Vaarwel missionarishouding. Erotische massage en spelletjes nemen het over. ‘Ze laten hun telefoon in de keuken en de hond aan de andere kant van de slaapkamerdeur. Ze strelen elkaar, ze knuffelen.’ Dit soort getuigenissen, hoopt journalist Maggie Jones, kan de samenleving een andere kijk geven op het plezier van ouderen. Een ander soort seksualiteit, ongedwongener. ‘Ze zijn minder bang om hun verlangens te delen. Ze hebben geen tijd meer om zich ergens druk over te maken.’ Alleen nog om te genieten.
Kortom, ze zijn vrij. Dit zijn seenagers, senioren en teenagers tegelijk, oftewel ouderen met nog altijd een puberale inborst. Economisch gezien worden ze ook wel aangeduid als de ‘ski-generatie’, afgeleid van het Engelse spending your kids’ inheritance.
En vooral blijven ze nog altijd leren. Nieuwsgierigheid is geen slechte eigenschap, het is een recept om het leven te verlengen. Lichaam en geest in beweging houden is onontbeerlijk, zo houdt de wetenschap ons bij herhaling voor. Dat wordt mooi geïllustreerd door Isabel, die de erfenis van haar kinderen er helemaal niet doorheen jaagt, want in Portugal, waar de pensioenen laag zijn, heeft lang niet iedereen iets na te laten.
Isabel Martins (69) heeft een gezondheid die te wensen overlaat (er is vier jaar geleden darmkanker bij haar vastgesteld) en ze heeft nooit veel geld gehad. Op haar zestigste is ze gestopt met haar baan als onderwijzeres, maar een seenager werd ze pas echt toen ze er niet langer in berustte dat ze ‘dik, lelijk en futloos’ was; ze verhuisde naar Lissabon en werd lid van de vereniging A Avó Veio Trabalhar [‘Oma komt werken’]. ‘Deze vereniging is allesbehalve een bejaardensoos. We zijn een groep vrouwen die samen allerlei handwerk doen; we maken traditionele dingen, maar dan overgoten met een modern sausje. Niemand heeft het over ziekte en zeer, en af en toe maken we een reisje. We zijn een keer gaan kamperen in Porto Covo, net een stel schoolmeiden,’ lacht Isabel.
Optredens
De seenager is ook lid geworden van de batucada-band Nice Groove, die elke woensdag repeteert in Carcavelos. ‘Ik ben de oudste van het stel,’ zegt ze en ze pakt haar smartphone erbij om ons filmpjes van hun optredens te laten zien. Daarna neemt ze een slok van haar cocktail en draait zich om naar de muzikanten die die avond spelen in de bar van haar zoon Francisco (35), in het hartje van de uitgaanswijk Cais do Sodré in Lissabon.
‘Ik heb altijd van uitgaan gehouden, een glaasje drinken, dansen,’ zegt Isabel. ‘Maar na de geboorte van Francisco interesseerde dat me minder. Ik werd een huismus. Nu houdt niets me meer tegen.’ Behalve misschien soms het gebrek aan gezelschap, al zijn er vanavond de vrienden van haar zoon. ‘Bejaarden gaan niet meer uit. Ik ben dus aangewezen op jongeren.’ Als je haar zo ziet, helemaal in het rood en oranje gestoken, met bijpassend haar, kun je moeilijk geloven dat ze ooit minder fit is geweest.
Op korte termijn heeft ze een paar reisjes gepland (‘Ik heb zin om naar Nederland, Parijs en Italië te gaan’), en daarna wil ze weer wat gaan bijverdienen door op markten sieraden te verkopen die ze van antieke knopen maakt.
Actieve senioren
In de toekomst zouden actieve senioren als Isabel minder moeite moeten hebben om gezelschap te vinden. Volgens een rapport van het Portugese statistiekbureau INE zal het percentage 65-plussers in Portugal in de periode 2008-2060 bijna verdubbelen van 17,5 tot 32,3 procent, en zullen er in 2060 op elke jongere drie ouderen zijn.
Portugal is niet het enige land dat zo vergrijst. Volgens de VN zal de wereldbevolking in 2030 voor 46 procent uit 60-plussers bestaan, wat neerkomt op 1,4 miljard mensen. Maar Portugal kampt met een zeer vaste levenscyclus, die chronologisch in drie grote stadia is onder te verdelen: opleiding, werk en pensioen. ‘Dat is een kunstmatig model waarin iemand van de ene op de andere fase overgaat, terwijl het verouderingsproces juist geleidelijk verloopt,’ zegt demograaf Maria João Valente Rosa, hoogleraar aan de faculteit Sociale en geesteswetenschappen van de Nieuwe Universiteit van Lissabon.
‘De chronologische leeftijd is sterk bepalend voor wat anderen verwachten, en voor de deuren die geopend blijven’
Ondanks alle wetenschappelijke vooruitgang en de verbetering van de gezondheid en levenskwaliteit van zestigplussers, ‘is de chronologische leeftijd sterk bepalend voor wat anderen van ons verwachten, en voor de deuren die voor ons geopend blijven, zowel op het gebied van werk en opleiding als van vrijetijdsbesteding’, aldus Valente Rosa. ‘Er wordt vaak meteen naar het geboortejaar gekeken, en daarmee worden de betrokkenen, maar ook de hele maatschappij tekortgedaan.’ Als auteur van boeken over veroudering, waaronder Um tempo sem idades [‘Een tijd zonder leeftijd’], stelt ze voor de blik niet langer te richten op de jaren die geweest zijn, maar op de tijd die voor ons ligt.
Volgens António Fonseca, als psycholoog en onderzoeker verbonden aan de Katholieke Universiteit van Portugal in Porto, ‘zijn de stereotypen over ouderen niet langer geldig, omdat de huidige bevolking heel erg heterogeen is. Sommige zestigers of zeventigers zijn zeer actief, en andere invalide. Sommige kopen spullen via internet, terwijl andere al moeite hebben met een pinautomaat.’
Een van de manieren waarop in Portugal de clichés onderuit worden gehaald, is het project Lata 65, dat senioren in staat stelt zich uit te leven in straatkunst in de wijk Beato in Lissabon. Als we haar vragen naar de die dag aanwezige seenagers, wijst Lara Seixo Rodrigues, een van de initiatiefnemers, naar Almerinda Lopes Bento, een voormalig lerares Engels. Al is ‘voormalig’ niet helemaal van toepassing, want Almerinda geeft nog altijd les aan de seniorenuniversiteit in Seixal. ‘Ik heb altijd al willen leren tekenen en schilderen, en dat doe ik nu aan de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze met een potlood de contouren aanbrengt van wat ze de volgende dag op het fresco zal schilderen. Dit weekend is er een graffitiworkshop.
Analyse
Verenigd Koninkrijk is gerontocratie geworden
‘Een diepe generatiekloof deelt het Verenigd Koninkrijk in tweeën’, constateert maandblad The Critic bezorgd. Aan de ene kant de gepensioneerden, aan de andere kant generatie Z. En de millennials. ‘Tot op zekere hoogte zijn wij geen democratie meer, maar een gerontocratie’, durft het conservatieve maandblad zelfs te beweren. Een blik op het beleid van de Tories sinds ze bijna dertien jaar geleden aan de macht kwamen volstaat om te zien hoezeer het land uit balans is.
‘Verblind door een politieke kortetermijnvisie in een verouderende samenleving’ koos premier David Cameron (2010-2016) er destijds voor om de gepensioneerden stroop om de mond te smeren; zij waren onmisbaar ‘voor het behoud van sleutelposities in het parlement’, aldus het blad. Ontheffing van kijk- en luistergeld hier, gratis ov-abonnement daar. ‘De relatie van Cameron met 60-plussers kwam niet voort uit maatschappelijke overwegingen, maar was een vorm van cliëntelisme’, constateert journalist Mike Jones tot zijn spijt. En bij gebrek aan nieuwe ideeën zijn zijn opvolgers, van Theresa May tot Rishi Sunak, blindelings in zijn voetsporen getreden. ‘Met als resultaat dat de Conservatieve leiders zich liever richten op het uitdelen van douceurtjes aan gepensioneerden dan op de ontwikkeling van de economie in het algemeen. Tegelijkertijd stemmen de afgevaardigden voor belastingverhogingen waar de jongere generaties buitensporig hard door worden getroffen.’ De millennials ‘betalen een hoge prijs voor de pensioenen van ouderen, terwijl een op de vier gepensioneerden in theorie miljonair is, dankzij de prijs van onroerend goed die in dertig jaar tijd explosief is gestegen’, foetert The Critic.
Een jaar geleden liet Almerinda, die heel erg van lezen houdt, haar eerste tatoeage zetten: een boek, uiteraard. Omdat ze niet meer werkt en dus alle tijd heeft om te lezen (vorig jaar zeventien boeken) en omdat de pandemie het einde betekende van de leesclub waarvan ze lid was, besloot ze er zelf een op te richten, op de universiteit.
‘Ik ga graag uitdagingen aan. Je kunt niet zomaar zeggen dat iets je niet lukt, je moet doorzetten,’ aldus de vrouw met het korte haar, die er ingetogen en jeugdig uitziet in haar spijkerbroek met blauw-witte streepjestrui. ‘Buiten het werk is er van alles te doen en te leren, waarmee je de gebaande paden kunt verlaten en niet in een sleur vervalt. Ik beperk me niet tot mijn huis en mijn gezin,’ zegt Almerinda, die een man en een zoon van eenenveertig heeft. Reizen (recentelijk nog Londen, Bilbao en Madeira, en binnenkort Dublin) is ook een vast onderdeel in het leven van deze seenager.
Dynamiek
Een ander bewijs van de dynamiek van deze generatie: de cursus ondernemerschap voor 45-plussers die de Universiteit van Porto kortgeleden in het leven heeft geroepen, bezwijkt bijna onder zijn eigen succes. ‘We hebben al meer dan zevenhonderd inschrijvingen, en ook voor de volgende edities stromen de aanmeldingen al binnen. Het bewijs dat er een hele nieuwe generatie van mensen op hogere leeftijd bestaat die actiever, nieuwsgieriger en toekomstgerichter is,’ zegt Elísio Costa, coördinator van Porto4Ageing, een competentiecentrum van de Universiteit van Porto dat zich richt op actief en gezond oud worden. ‘Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen.’
’Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen’
Want na ons zestigste hebben we nog alle recht en reden om naar de toekomst te kijken, bevestigt de wetenschap. Dank is daarbij verschuldigd aan de Amerikaanse geneticus Fred Gage, die het idee dat onze hersenen niet zouden regenereren doorprikte: in 1998 toonde hij aan dat we ook op volwassen leeftijd nog nieuwe neuronen blijven aanmaken.
De hersenen beschikken over een groot aanpassingsvermogen en er zijn manieren om de aftakeling ervan tegen te gaan: zo kan 40 procent van de dementiegevallen worden voorkomen, of in elk geval vertraagd. Ook moet de bloeddruk in de gaten worden gehouden, want het staat vast dat hoge bloeddruk tot vermindering van de cognitieve vermogens kan leiden en het risico op bepaalde vormen van dementie vergroot.
Kwaliteit van leven
En daarnaast moeten we voor onszelf zorgen. Om op gevorderde leeftijd een goede kwaliteit van leven te behouden moeten we naar de mening van de wetenschap bepaalde principes in acht nemen: gezond eten (veel fruit en groente, weinig vet en suiker), de calorie-inname beperken om overgewicht te voorkomen, zorgen voor een goede nachtrust, regelmatig sporten (zonder daarbij tot het uiterste te gaan), een actieve rol in de directe omgeving blijven vervullen en positieve sociale betrekkingen blijven onderhouden. Volgens een onderzoek van de medische faculteit van de Harvard-universiteit, waarbij 120.000 mensen van rond de dertig betrokken waren, kan het op jonge leeftijd naleven van deze leefgewoonten – bij voorkeur vóór het vijftigste levensjaar (hoe eerder, hoe beter) – de levensverwachting met twaalf à veertien jaar verlengen. Het niet in acht nemen van de regels, daarentegen, verhoogt het risico op kanker en hart- en vaatziekten.
Levensverwachting
‘De levensverwachting is sterk toegenomen,’ constateert Nuno Marques, cardioloog en voorzitter van het Portugese Verouderingsobservatorium, dat in maart 2022 werd opgericht. ‘Maar we moeten actiever werken aan de verbetering van de kwaliteit van leven, door levenslang in te zetten op ziektepreventie, bevordering van een gezonde levensstijl en betere herstelmogelijkheden.’
Muziek
In Leeds ‘zal het oude punkers worst wezen’
‘Het zal me worst wezen wat de mensen van me denken,’ laat Alison Dunne zich ontvallen tegenover The Guardian. Op haar 58ste is de Britse toegetreden tot een radicaal, vrijgevochten collectief in Leeds, in het noorden van Engeland. Een verzameling punkgroepen voor ‘ouwe besjes’, in het kader van het project Unglamourous Music, begin 2022 gelanceerd door Ruth Miller, inwoner van de stad. ‘Het is zeker geen ding voor lieve omaatjes die willen kennismaken met punk. We gaan echt los,’ waarschuwt Dunne, artiestennaam Fish. Binnen enkele maanden is het collectief erin geslaagd twaalf verschillende groepen op te richten, die afgelopen maart allemaal hebben opgetreden tijdens een concert in het kader van de Internationale Vrouwendag. Muzikale ervaring is niet vereist.
‘Wat telt, is zin om los te gaan,’ constateert het Londense dagblad enthousiast. Fish, een voormalige theaterproducent, geeft volmondig toe dat ze ‘amper een ukelele kan bespelen’. Maar Miller prijst zich gelukkig, want de songs ‘zijn geweldig’. ‘De mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding die voor een vrouw van zekere leeftijd passend worden geacht, zijn nogal beperkt,’ constateert de zestiger spijtig. ‘Als je bijvoorbeeld van muziek houdt, verwachten ze dat je bij een koor gaat. Maar wij hebben veel te melden over alles wat ons woest maakt.’ Deze rebelse mentaliteit, die strookt met de geschiedenis van Leeds, de bakermat van de postpunkbeweging, dringt door in de teksten van The Verinos, de groep van de oprichtster: ‘Raise your eyebrows, we don’t care/ ’Cos we’re not gonna do the things we’re supposed to do, oh yeah’.
Gualdino is zevenenzeventig jaar en doet sinds zijn drieëndertigste aan sport. We ontmoeten hem samen met dertig anderen, onder wie veel senioren, die zich elke zaterdagmorgen verzamelen voor een wandeltocht van acht à tien kilometer door het bosrijke Monsanto-park in Lissabon, onder leiding van een docent lichamelijke oefening. ‘Ik heb er duidelijk baat bij, vooral als ik me lichamelijk moet inspannen, zoals in de tuin,’ zegt Gualdino, die sinds zijn pensionering fanatiek is gaan tuinieren. Luís van negenenzeventig waardeert ook de prettige sfeer: ‘Bewegen is belangrijk voor mijn manier van leven en mijn kijk op het leven.’
‘We moeten ons concentreren op deze gewonnen jaren,’ benadrukt psycholoog Daniela Craveiro. ‘Op papier zijn we momenteel getuige van een grote breuk in het traditionele beeld van de levenscyclus.’ En het is belangrijk dat we ons nuttig blijven voelen. ‘Ook na het pensioen blijven we actief, het is geen tijd meer die alleen maar beperkt blijft tot vrijetijdsbesteding. We moeten volop bij de samenleving betrokken blijven. Dat is bovendien goed voor de gezondheid, en een manier om eenzaamheid en depressie tegen te gaan.’
Niets meer te hoeven
Een perfect voorbeeld hiervan is Isabel Cristina (62). Sinds het nest leeg is weet deze vrouw, die twee dochters van 32 en 29 heeft en een kleinzoontje, niet meer van ophouden. Eigenlijk wist ze dat daarvoor ook al niet, omdat ze voor haar werk veel moest reizen om modecollecties uit te zoeken die ze vervolgens in Portugal verkocht. Zes jaar geleden besloot ze gas terug te nemen en kocht ze een huis in Grenoble, waar ze inmiddels de helft van het jaar doorbrengt.
Ze heeft geleerd om te genieten van het uitzicht op de bergen, haar moestuin te verzorgen, veel te lezen en wandelingen door de natuur te maken. Maar wat ze het fijnst vindt, is de spontaniteit, niets meer te hoeven, vrij te zijn om te gaan en staan waar ze wil, zonder dat iets haar daarvan weerhoudt. Isabel Cristina is nog altijd graag in het gezelschap van anderen en maakt het nog steeds graag laat. ‘Maar toch ga ik vroeg naar bed, anders kost het me drie dagen om bij te komen van een avond uit,’ zegt ze geamuseerd met een sigaret in haar ene hand en een glas Martini in de andere.
Op de voorpagina
‘Het pensioen: droom of nachtmerrie?’
Niet alleen in Frankrijk wordt het nieuws beheerst door pensioenen. Op 19 maart wijdde ook het Duitse weekblad Die Zeit zijn voorpagina aan deze levensfase, ‘die een beetje lijkt op de kinderjaren, maar dan met een zekere financiële onafhankelijkheid en zonder ouders’ die ons een handje helpen. Een moment dat door veel werkenden wordt gezien als ‘het hoogtepunt van hun carrière’ en waarvan de noodzaak nauwelijks ter discussie staat. Toch, constateert het linkse blad, gaat de weg van een gepensioneerde lang niet altijd over rozen. Na een eerste ‘wittebroodsfase’ neemt de tevredenheid van de gepensioneerden dikwijls af, waarschijnlijk omdat het niet meevalt om je dagen zonder werk door te komen. ‘Niet iedereen vindt voldoening in het schrijven van een roman of het passen op de kleinkinderen.’
Een vriend van haar, Jaime Pereira Gomes (64), omringt zich het liefst met andere mensen. De wetenschap geeft hem gelijk: vrienden hebben is goed voor je gezondheid. Hij heeft van zijn 26ste tot zijn 62ste als IT’er in de bancaire sector gewerkt, zonder Lissabon ooit te verlaten. ‘Maar twee jaar geleden had ik er genoeg van, ik vond het niet leuk meer.’ Toen heeft hij zijn huis verkocht en de balans opgemaakt: er bleef genoeg over om het uit te zingen tot zijn pensioengerechtigde leeftijd van 66 – hij heeft twee kinderen, twee stiefkinderen, vier kleinkinderen en drie ex-vrouwen, maar geen financiële verplichtingen meer.
Koning van de dansvloer
‘Dansen is mijn favoriete bezigheid, ik ben de koning van de dansvloer!’ zegt hij lachend. Een jaar geleden heeft Jaime al zijn schepen achter zich verbrand om in São Roque te gaan wonen, in het binnenland van Brazilië, samen met zijn nieuwe Braziliaanse vrouw en haar drie kinderen. Hij woont in een boerderij en houdt zich bezig met tuinieren, gymnastiek, yoga, pilates en andere, ‘wat spirituelere’ activiteiten. Hij moet deze maand naar Lissabon voor de verjaardag van een van zijn kleinkinderen; daarna zullen ze van de gelegenheid gebruikmaken om door Europa te reizen – zonder verplichtingen, maar vol enthousiasme.
Rapamycine heeft bij ratten de kans op leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd
‘De huidige oude dag heeft niets meer te maken met het clichébeeld van vroeger, toen ouders, kinderen en kleinkinderen allemaal harmonieus en solidair met elkaar onder één dak woonden en elkaar hielpen,’ zegt psycholoog António Fonseca. En een van de grote problemen is huisvesting. Fonseca is behalve onderzoeker ook auteur van het boek Envelhecimento em casa e na comunidade [‘Thuis oud worden te midden van je naasten’], waarin hij het eigen huis benoemt als de beste plek om ouder te worden. ‘Dat is de meest natuurlijke oplossing, waar je als mens de zeggenschap behoudt over de dynamiek van alledag, over je autonomie en je privéleven. Het is een plek die verbonden is met je identiteit; heel belangrijk als je ouder wordt, want je verliest al zo veel andere dingen,’ aldus de psycholoog. ‘Als ik het heb over oud worden in eigen huis en in de eigen omgeving, dan denk ik meer in het algemeen aan een leven waarin iemand sociaal actief blijft. Een eenzaam leven is niet beter dan een leven in een instelling.’
Ook zien nieuwe woonvormen het daglicht, voorlopig nog zelden in Portugal maar vooral elders in Europa en in de Verenigde Staten. Een voorbeeld is cohousing, waarbij generatiegenoten ieder hun eigen zelfstandige woning hebben, maar elkaar ook kunnen ontmoeten in de gemeenschappelijke ruimte. ‘Daarmee verklein je de kans op eenzaamheid en houd je langer het gevoel dat je controle hebt over je eigen woonplek; en bovendien zitten er nog financiële voordelen aan ook,’ aldus Fonseca.
Therapeutisch effect
Om eenzaamheid onder ouderen te voorkomen heeft het gemeenschapscentrum van Vermoim/Sobreiro in de gemeente Maia, dat deel uitmaakt van een keten van Portugese katholieke gezondheidscentra, naast andere activiteiten ook een zangkoor. ‘Dat is geen therapie in de eigenlijke zin van het woord, maar het heeft wel een therapeutisch effect. Het maakt veel emoties los,’ zegt António Miguel Teixeira, die leiding geeft aan dit koor, dat Cor da Voz is gedoopt. Wanneer het koor begint te zingen – traditionele gezangen, Portugese liedjes en eigen composities – is het alsof je de zorgen ziet wegvliegen, de ogen beginnen wat meer te stralen. ‘Sommige van onze koorleden leidden hiervoor een heel eenzaam bestaan en hebben een ware verandering doorgemaakt.’
Maatschappij
Duitsland beziet oud worden in een nieuw licht
In Duitsland proberen gepensioneerden ‘nieuwe manieren van leven’ te bedenken, meldt Der Spiegel. Thuishulp wordt er binnenkort beperkt wegens gebrek aan personeel. De babyboomers moeten zich dus voorbereiden op ‘een instorting van de zorg’ die zich aankondigt voor hun oude dag. ‘En zelfs als ze geen zorg nodig hebben, zullen de boomers andere sociale relaties moeten aanknopen dan hun voorgangers’, vanwege het hoge scheidingspercentage en de geografische afstand die hen dikwijls scheidt van hun kinderen.
‘Al deze veranderingen dwingen de senioren ertoe hun oude dag in een ander licht te bezien,’ aldus het weekblad uit Hamburg. Temeer omdat ze, wanneer ze stoppen met werken, ‘vaak een betere conditie hebben dan de gepensioneerden uit voorgaande generaties’. Originele initiatieven, zoals de oprichting van ‘plurigenerationele huizen’ of partnerschappen van kinderdagverblijven en verenigingen die strijden tegen dementie, komen steeds vaker voor. Het doel: jongeren en ouderen met elkaar in contact brengen, om sociaal isolement te bestrijden en senioren in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven.
In Sobreiro, een arme wijk van Maia, heeft het centrum veel gedaan om de banden tussen de bewoners onderling aan te halen. ‘Hier is iedereen gelijk en leren mensen van elkaar,’ zegt directeur Mário Figueiredo. De 78-jarige Domingos Vasconcelos, gepensioneerd leraar, herinnert zich een repetitie van Cor da Voz waarbij de koorleden met elkaar over gewoonten en tradities spraken. ‘Er was een vrouw bij die in het begin heel timide was, maar naarmate ze meer aan het woord was steeds verder leek te groeien.’
De 69-jarige Maria José Teixeira werkte jarenlang als kok in het gemeenschapscentrum. Doordat ze altijd het koor hoorde zingen, kreeg ze zin om zich erbij aan te sluiten als ze eenmaal met pensioen zou gaan. ‘Ik ben geen type dat thuis gaat zitten niksen,’ zegt ze. Ze zong al in het koor van haar kerk, en om haar stem samen met die van anderen te laten klinken is voor haar een bron van ‘vrede, vreugde en liefde’. Het centrum biedt ook andere activiteiten, zoals workshops kunstnijverheid en cognitieve stimulatie, en wedstrijdjes boccia, een Portugese variant van jeu de boules.
Maatgerichte oplossingen
In Portugal lijdt helaas maar liefst 71,4 procent van de 65-plussers aan een chronische ziekte of een langdurige kwaal. Bij het verouderingsproces zijn heel veel variabelen in het spel: naast de levensstijl en bronnen van stress spelen ook genetische, epigenetische en omgevingsfactoren een belangrijke rol. ‘Het is een terrein dat we op een multidisciplinaire manier moeten aanpakken en waarbij we, om doeltreffend te zijn, naar diverse en maatgerichte oplossingen moeten kijken; het effect van deze factoren verschilt namelijk per persoon,’ zegt Nuno Marques, arts bij het Portugese Verouderingsobservatorium.
De onderzoekers zijn op zoek naar het geheim van de eeuwige jeugd, waarbij je niet moet denken aan een facelift, maar aan remedies die het verouderingsproces werkelijk kunnen vertragen: bijvoorbeeld het voorkomen van bepaalde leeftijdsgebonden aandoeningen die worden veroorzaakt door cardiologische of neurologische degeneratie.
Vorig jaar is een team van de Universiteit van Cambridge erin geslaagd om huidcellen die bij een 53-jarige vrouw waren afgenomen met dertig jaar te verjongen, dankzij een methode van cellulaire herprogrammering die verwant is aan de methode die werd gehanteerd bij Dolly, het eerste gekloonde schaap. De wereld stond versteld van deze verjongingskuur, die ons de huid van toen we twintig waren belooft terug te geven. Maar de belangrijkste vraag is of deze ontdekking ook kan worden toegepast op andere weefsels van het organisme.
Verandering van perceptie
Het onderzoek naar veroudering zal ongetwijfeld tot controverses leiden, maar het brengt momenteel al tal van gerenommeerde wetenschappers in beweging. En ook grote investeerders uit de technologische sector laten van zich horen; zo heeft Google geld gestoken in het gespecialiseerde laboratorium Calico Life Sciences, en ondersteunt Amazon-baas Jeff Bezos het onderzoeksbedrijf Altos Labs. Het zegt veel over de verandering van perceptie: veroudering wordt niet langer gezien als een natuurlijk proces, maar als een ziekte die behandeld kan worden, en misschien wel genezen. In het stadium van klinisch onderzoek zijn er al nieuwe verjongingskuren die de aandacht trekken vanwege de resultaten bij cellen of proefdieren.
2,1 miljard grootouders over 25 jaar
The Economist schat dat het aantal opa’s en oma’s in 2050 ongeveer 22 procent van de wereldbevolking zal bedragen. ‘Dat zou iets meer zijn dan het aantal kinderen onder de vijftien,’ schrijft het Britse weekblad, dat zich verbaast over het gebrek aan universitaire belangstelling voor deze categorie van de mensheid. ‘We hebben twee onderzoekers moeten vragen een schatting te maken op basis van de VN-cijfers, aangepast aan de demografie en de familiestructuren in elk land.’ De gemiddelde leeftijd van opa’s en oma’s verschilt sterk per wereldregio, van 53 in Oeganda tot 72 in Japan. Deze intree van ‘het grootoudertijdperk’, zoals het liberale blad het noemt, ‘zal vergaande consequenties hebben en zou, dankzij het oppassen op de kinderen, tot een grootschalige sociale revolutie kunnen leiden: de toetreding van meer vrouwen tot de arbeidsmarkt’. Soms, geeft The Economist toe, ‘ten koste van het persoonlijk leven van de ouderen’.
Zo blijkt metformine, dat wordt gebruikt bij de behandeling van diabetes type 2, veelbelovend voor de verjonging van cellen en weefsels. Quercetine, dat in sommige vruchten en groenten zit en al wordt verkocht als voedingssupplement, is bij dieren doeltreffend gebleken voor het vertragen of voorkomen van bepaalde aandoeningen; proeven bij mensen laten nog op zich wachten. Rapamycine, een immunosuppressivum dat bij mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan wordt gebruikt om afstoting te voorkomen, heeft bij ratten van middelbare leeftijd de kans op een leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd. Nu moet de wetenschap alleen nog de bijwerkingen van al deze moleculen onder controle zien te krijgen, om te voorkomen dat er gezonde cellen worden aangevallen.
De wetenschap, zo weten we, heeft tijd nodig. Omdat er tot dusver nog geen wondermiddel is gevonden, kun je je voorlopig maar het best aan de volgende twee regels houden: vermijd alles wat slecht is voor je gezondheid en blijf vooral zo lang mogelijk doen wat je leuk vindt.
De overlijdensakte van Elizabeth II werd donderdag gepubliceerd. Daarop staat vermeld dat Elizabeth Alexandra Mary Windsor op 8 september om 15.10 uur op Balmoral Castle in Schotland is overleden aan ‘ouderdom’, iets meer dan drie uur voor de officiële aankondiging door Buckingham Palace, meldt The Guardian. In het vak ‘beroep’ schreef de griffier gewoon ‘Hare Majesteit de Koningin’.
De Britse krant stelt dat ‘ouderdom’ een wettelijk aanvaardbare doodsoorzaak is ’indien de arts die het overlijden vaststelt de patiënt reeds lange tijd volgt, niet op de hoogte was van enige ziekte of verwonding die aan het overlijden zou kunnen hebben bijgedragen en een geleidelijke achteruitgang in de gezondheid van de overledene heeft vastgesteld’. Haar behandelend arts, Douglas James Allan Glass, was vierendertig jaar lang de lijfarts van de koningin in Schotland.
‘Gekoer, gegiechel en het getrippel van kleine voetjes vermengen zich met het geluid van rollators en rolstoelen in dit verzorgingstehuis in het zuiden van Japan. In deze vergrijzende natie heeft dit tehuis een ongewone type werknemers aangeworven om de dagen van de bewoners op te fleuren’, begint The New York Times haar reportage over het verzorgingstehuis Ichoan in de Japanse stad Kitakyushu. Daar heeft de directie een programma gestart waarbij kinderen van nul tot vier worden ingezet om eenzaamheid onder de oudere bewoners – het merendeel boven de tachtig – te verminderen.
De baby’s, vergezeld van hun ouders of verzorgers, geven de bewoners knuffels. In ruil daarvoor ontvangen ze luiers, zuigelingenvoeding, gratis babyfotoshoots en tegoedbonnen voor een café in de buurt. Wetenschappelijk onderzoek brengt sociale interactie in verband met minder eenzaamheid, vertraagde mentale achteruitgang, lagere bloeddruk en een lager risico op ziekten en overlijden bij ouderen. Voor kinderen is aangetoond dat intergenerationele interacties de sociale en persoonlijke ontwikkeling bevorderen, schrijft de Amerikaanse krant.
Saturnino de la Fuenta García haalt net de 113 niet
De oudste man ter wereld – volgens het Guinness Book of Records – is dinsdag overleden op de leeftijd van 112 jaar en 341 dagen, meldt El País. De Spanjaard Saturnino de la Fuente García zou volgende maand 113 jaar zijn geworden.
‘De oudste levende persoon ter wereld is nog steeds een Japanse vrouw, die net 119 jaar is geworden’, aldus het Spaanse dagblad. Het absolute record voor een lang leven staat nog steeds op naam van de Française Jeanne Calment, die 122 jaar en 164 dagen leefde voor ze in 1997 overleed.
Sinds de ontdekking van de ziekte van Alzheimer hebben patiënten en hun naasten de ene na de andere ‘hartverscheurende teleurstelling’ moeten verwerken. Maar de raadselachtige hersenscan van een Colombiaanse vrouw enkele jaren geleden, zorgde voor nieuwe inzichten en biedt voorzichtige hoop op een remedie.
Dr. Eric Reiman kan de identiteit niet onthullen van de 73-jarige vrouw uit een primitief Colombiaans bergdorpje in de omgeving van Medellin die een paar jaar geleden landde op de luchthaven van Boston voor een aantal onderzoeken bij de Harvard Medical School. Wel wil hij dit kwijt: haar ontdekking kan een opzienbarende doorbraak betekenen in een bijna drie decennia durend onderzoek naar Colombianen die zijn behept met een gen dat rond hun vijftigste volledige alzheimer veroorzaakt.
Wat de vrouw bijzonder maakte was niet alleen wat de artsen ontdekten toen ze haar hersenen voor de eerste keer scanden om de opbouw te meten van bèta-amyloïd, de kleverige plaques die er al lange tijd van werden verdacht een sleutelrol te spelen in de verwoestende cognitieve achteruitgang bij een vergevorderd stadium van alzheimer. Ze had de hoogste niveaus die ooit waren waargenomen. Wat de vrouw echt bijzonder maakte was dat ze, ondanks die plaques, bijna normaal leek voor haar leeftijd.
‘Niemand liep een hoger risico om alzheimer te krijgen dan zij,’ zegt Reiman, neurowetenschapper bij het Banner Alzheimer’s Institute in Phoenix, Arizona, die het uit zesduizend mensen bestaande Colombiaanse familiecohort waartoe de vrouw behoort al drie decennia bestudeert. ‘Maar haar milde cognitieve beperking is dertig jaar later ingetreden dan gebruikelijk is bij haar familie. En ze is nog steeds niet dement.’
De slopende hersenziekte is veel complexer en heterogener dan eerder werd aangenomen
Het geval van de Colombiaanse vrouw is een krachtig bewijs van zowel de hoopvolle vooruitzichten als de enorme frustratie die gepaard gaan met het zoeken naar medicijnen om de ziekte van Alzheimer te behandelen. De farmaceutische industrie heeft daar in twee decennia zeshonderd miljard dollar in geïnvesteerd, waarbij men zich vrijwel uitsluitend heeft gericht op het op een veilige manier reduceren of voorkomen van de opbouw van dodelijke plaques die een van de belangrijkste kenmerken van de ziekte vormen.
Het aanvallen van de plaque is precies de bedoeling van het nieuwe alzheimermedicijn Aducanumab van de Amerikaanse farmaceut Biogen, dat tijdens twee afzonderlijke klinische proeven is getest. De eerste resultaten werden onlangs door hoge functionarissen van de Amerikaanse Food and Drug Administration [FDA], dat de ontwikkeling van het medicijn heeft gesteund, ‘bijzonder overtuigend’ genoemd. Maar deze bevinding werd begin november tegengesproken door een panel van onafhankelijke deskundigen dat op verzoek van het FDA de onderzoeksresultaten analyseerde.
Zij spraken van conflicterende data – één onderzoek toonde een licht therapeutisch effect, een ander geen enkel – en van een gebrek aan werkzaamheid. ‘Het totaal aan data lijkt onvoldoende bewijs te leveren voor de effectiviteit van het middel,’ meldde een FDA-statisticus in een rapport. FDA-adviseur dr. David Knopman van de academische ziekenhuisketen Mayo Clinic drong aan op een nieuwe klinische proef.
‘Hoezeer men ook hoopt dat Aducanumab alzheimerpatiënten zal helpen,’ schreef hij in een rapport, ‘uit onderzoeksresultaten blijkt dat het middel in geen enkel geval verbetering biedt, in sommige gevallen zelfs schadelijk is en een enorme aanslag betekent op de beschikbare middelen.’
Hernieuwd optimisme
Ook al zou het FDA het oordeel van zijn eigen deskundigen naast zich neerleggen en Aducanumab deze maand goedkeuren, dan nog is het onwaarschijnlijk dat het middel alzheimer zal kunnen voorkomen door de opeenhoping van plaque in de hersenen tegen te gaan. Biogens Aducanumab is een uitvloeisel van een theorie die de ‘amyloïd-cascadehypothese’ wordt genoemd en die ervan uitgaat dat bèta-amyloïdplaques de eerste stap zijn in het proces dat tot het massaal afsterven van cellen en de daarmee gepaard gaande geheugen- en denkproblemen leidt dat alzheimer zo’n verschrikkelijke ziekte maakt. Maar die theorie boet al jaren aan geloofwaardigheid in, zoals het geval van de Colombiaanse vrouw onderschrijft.
De Colombiaanse vrouw is alleen maar het nieuwste bewijsstuk dat de oorzaken van de slopende hersenziekte veel complexer en heterogener zijn dan eerder werd aangenomen. (Ondanks een hersenscan die meer bèta-amyloïdplaqueafzetting aan het licht bracht dan veel van haar artsen ooit hadden gezien, waren haar cognitieve vermogens slechts in lichte mate aangetast.) Dit is de reden dat, hoewel de lijst mislukte behandelingen blijft toenemen, veel deskundigen de toekomst met hernieuwd optimisme tegemoetzien. Zij denken dat er de komende jaren mogelijke behandelingen kunnen voortvloeien uit geheel nieuwe – en in sommige gevallen veronachtzaamde – benaderingen waarbij bèta-amyloïdplaquevorming in sommige gevallen geen enkele rol speelt.
Deze hoop wordt gevoed door een explosie van technologische innovaties op het gebied van gensequentie, data-analyse en moleculaire biologie, die wetenschappers in staat stelt de voortgang van de ziekte eerder en veel gedetailleerder te bestuderen dan eerder het geval was.
De hoop wordt ook gevoed door geld: de Amerikaanse National Institutes of Health [NIH] besteedden in 2020 2,8 miljard dollar (ca. 2,4 miljard euro) aan alzheimeronderzoek, zes keer zoveel als in 2011 toen het Amerikaanse Congres wetgeving aannam die de NIH in staat moest stellen een agressief en gecoördineerd plan te ontwikkelen om alzheimer tegen 2025 te voorkomen en effectief te behandelen.
In 2050 zal het aantal Amerikanen dat aan de ziekte lijdt verdubbelen tot veertien miljoen
Die ambitie wijst op een toenemende urgentie bij een ouder wordende populatie, artsen en de Amerikaanse gezondheidszorg. In 2050 zal het aantal Amerikanen dat aan de ziekte lijdt verdubbelen tot veertien miljoen en zullen de zorg- en behandelingskosten volgens sommige schattingen meer dan twee biljoen dollar bedragen, tien procent van het huidige Amerikaanse bnp. Wetenschappers proberen deze tikkende demografische tijdbom in allerijl onklaar te maken.
Dementie in Nederland
In Nederland hebben 290.000 mensen momenteel dementie, waarvan naar schatting 15.000 jonger zijn dan 65 jaar. Ruim 80.000 worden verzorgd in verpleeg- of verzorgingshuizen en ruim 100.000 hebben nog geen diagnose.
Alzheimer is de meestvoorkomende vorm van dementie: 70 procent van de dementiegevallen betreft Alzheimer.
Bron: Alzheimer Nederland
Hoewel de deadline van 2025 vermoedelijk niet zal worden gehaald, hebben de bevindingen van de afgelopen jaren onderzoekers een veel gedetailleerder en genuanceerder inzicht in de ziekte opgeleverd. Daardoor neemt de hoop toe dat we, ondanks de tegenvaller van Aducanumab, eindelijk meer kans maken alzheimer de kop in te drukken.
‘Ik ben mezelf kwijt’
Van begin af aan was er goede reden om te denken dat de dikke plaques die met de zieke gepaard gaan ook de oorzaak ervan waren. In 1901 werd een vijftigjarige vrouw genaamd Auguste Dieter aan de zorg van dr. Alois Alzheimer van het psychiatrisch ziekenhuis van Frankfurt toevertrouwd met een onverklaarbare reeks symptomen, waaronder geheugenverlies, desoriëntatie, hallucinaties, afasie en waanideeën. ‘Ik ben mezelf kwijt,’ klaagde ze volgens Alzheimers nauwgezette aantekeningen kort voordat ze in 1906 overleed.
Tijdens een autopsie ontdekte Alzheimer de opbouw van donkere plaqueklonters, gevormd door eiwitfragmenten die bekendstaan als bèta-amyloïd, samen met de twee andere symptomen die nu als de belangrijkste fysieke kenmerken worden beschouwd van de ziekte die zijn naam draagt: de kluwens van draderige eiwitmoleculen, ‘tau’ genaamd, waardoor de ruimte tussen hersencellen verstopt raakt en de normale celfunctie wordt verstoord, en grootschalige hersenatrofie als gevolg van het afsterven van de grijze stof die we gebruiken om te denken, voelen en leven.
Toch zou het moderne alzheimeronderzoek nog decennia op zich laten wachten, totdat Robert Katzman, een vooraanstaand neuroloog van de Universiteit van Californië, een artikel schreef waarin hij betoogde dat de obscure toestand die ‘de ziekte van Alzheimer’ werd genoemd – een term die voordien alleen werd gebruikt voor mensen die voor hun vijfenzestigste dement werden – in feite de belangrijkste oorzaak was van wat toen uitsluitend bekendstond als seniliteit.
Volgens die maatstaf, betoogde Katzman, was de ziekte van Alzheimer de vierde of vijfde doodsoorzaak in de Verenigde Staten, en daarmee een op grote schaal miskende aanslag op de volksgezondheid. In de jaren die volgden begonnen de eerste belangengroepen van patiënten zich te roeren en ging het pas opgerichte National Institute of Aging geld in onderzoek steken.
Daarna kwam de ontdekking en bestudering van families zoals die in het bergdorpje in de omgeving van Medellin, die dragers waren van zeldzame mutaties waardoor ze al veel eerder symptomen van volledige alzheimer ontwikkelden dan elders. Met gebruikmaking van het op dat moment beschikbare genetische gereedschap concentreerden onderzoekers zich gedurende de jaren negentig van de vorige eeuw op specifieke mutaties die alleen leken voor te komen bij familieleden die al in een vroeg stadium alzheimer hadden ontwikkeld, mutaties die volledig ontbraken bij naaste verwanten die voor de ziekte gespaard bleven. Vrijwel alle genotypes leken direct in verband te kunnen worden gebracht met de vorming van de bèta-amyloïdplaques in de hersenen.
Amyloïdhypothese
Deze ontdekkingen vormden een van de belangrijkste aanwijzingen voor de amyloïdhypothese, die aan het begin van deze eeuw toonaangevend was geworden als verklaring voor het hoe en waarom van de progressie van alzheimer. En met de komst van de hersenscantechnologie die clinici voor de eerste keer in staat stelde de plaques in de hersenen van levende mensen te meten, leek het plotseling mogelijk deze accumulatie in realtime te volgen.
De implicaties waren duidelijk: als wetenschappers een geneesmiddel konden ontwikkelen dat in staat was de accumulatie van plaque tegen te gaan, zouden we de progressie van alzheimer, en van de hartverscheurende cognitieve aftakeling die daarmee gepaard gaat, al in een vroeg stadium kunnen stuiten.
‘Ik studeerde toen nog, en het waren bedwelmende tijden,’ herinnert Scott Small zich, een neuroloog die het alzheimeronderzoek leidt aan de Columbia University in New York. ‘We dachten dat we het helemaal hadden uitgevogeld.’
De werkelijkheid bleek helaas weerbarstiger. Tussen 1998 en 2017 zijn er 146 vergeefse pogingen gedaan om medicijnen te ontwikkelen voor het behandelen en zo mogelijk voorkomen van alzheimer, waarvan de overgrote meerderheid was gebaseerd op de amyloïdhypothese. (De laatste alzheimermedicatie die door het FDA is goedgekeurd is Namenda uit 2003, een middel dat de cognitieve prestaties tijdelijk probeert te stimuleren door het stimuleren van de chemische boodschappers in de hersenen die neurotransmitters worden genoemd.)
Met een ander middel waarvan men hoge verwachtingen had, Semagacestat, werd gestopt nadat enkele proefpersonen huidkanker kregen en hun cognitie afnam
De lijst teleurstellende medicijnen die beloofden de progressie van de ziekte te voorkomen of te vertragen is lang. Zo was er Bapineuzumab van Pfizer en Johnson & Johnson, een monoklonaal antilichaam dat was ontworpen om bèta-amyloïd te binden. In 2012 verklaarde de grootste investeerder in de Harvard-studie naar het middel dat proeven bij 1100 patiënten met lichte tot matige symptomen van de ziekte ‘geen enkel bewijs hadden opgeleverd van enig klinisch resultaat van de behandeling, cognitief noch functioneel’. Met een ander middel waarvan men hoge verwachtingen had, Semagacestat, werd gestopt nadat enkele proefpersonen huidkanker hadden gekregen en hun cognitie afnam. Solanezumab uit 2016, ontwikkeld door Eli Lilly & Co, ‘verbeterde in generlei opzicht de cognitie’ van de 2129 patiënten met lichte alzheimer die het middel gedurende meer dan een jaar probeerden.
De laatste hoop was gevestigd op Aducanumab, waarvan de goedkeuring met zoveel horten en stoten verloopt dat het typerend is voor de tergende ambiguïteit die op dit moment heerst. Het door Biogen and Eisai ontwikkelde middel haalde in 2016 het omslag van het blad Nature, nadat onderzoekers hadden verklaard dat het de cognitieve aftakeling had vertraagd en de plaque had gereduceerd in de hersenen van een kleine groep proefpersonen.
In 2018 gingen in klinieken overal op de wereld massale fase 3-proeven van start, die tot 2021 hadden moeten duren. In maart 2019 maakte Biogen echter bekend dat een eerste resultatenonderzoek, een zogeheten futiliteitsanalyse, uitwees dat het middel niet naar behoren werkte bij de ruim drieduizend vroege alzheimerpatiënten die hoopvol deelnamen aan de studie. Het onderzoek werd twee jaar te vroeg gestaakt en als een mislukking bestempeld.
‘Dat was een ongelooflijk pijnlijke tijd voor alle betrokkenen, zowel het vakgebied als de patiënten en hun familie,’ zegt Reiman, die het onderzoek in twee instellingen leidde. ‘De bedrijfstak maakte zich zorgen – waarom investeren in de ziekte van Alzheimer? – en liet het in sommige gevallen afweten. Het was hartverscheurend.’
Vergist
Maar daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. Zeven maanden na het staken van de proef nam Biogen and Esai een ongebruikelijke stap door te verklaren dat ze zich hadden vergist. Het middel, zeiden ze, leek toch effectief. Tijdens een drukbezocht congres in december 2019 legden vertegenwoordigers van het bedrijf uit dat de futiliteitsanalyse maar naar de helft van de patiënten had gekeken. Na een tweede blik op de data hadden ze geconstateerd dat de cognitieve baten langer uitbleven dan verwacht maar zich waren gaan manifesteren tegen de tijd dat de proef werd gestaakt. Het bedrijf kondigde aan in maart een nieuwe open-labelstudie te starten en goedkeuring van het middel aan te vragen bij het FDA.
De bekendmaking werd met immense opluchting en voorzichtig optimisme begroet door Reiman en zijn collega’s. Na het congres waren de meesten het erover eens dat er meer data nodig was om hen ervan te overtuigen dat het geneesmiddel werkelijk effectief is. Afgelopen augustus maakte het FDA bekend het middel aan een ‘prioriteitstoets’ te zullen onderwerpen en niet later dan 7 maart 2021 een beslissing te nemen. Als het werd goedgekeurd, zou het de eerste nieuwe behandeling in achttien jaar zijn.
Toen kwam het conflict in november 2020. Aan het begin van die maand plaatste het FDA documenten op zijn website die suggereerden dat veel klinische onderzoekers van het agentschap, onder wie de directeur van de afdeling neurowetenschap, achter goedkeuring van het middel stonden. Deze verklaring kwam maar een paar dagen voor het belangrijke oordeel van een door het FDA ingestelde adviesraad van vooraanstaande deskundigen; de koers van het aandeel Biogen steeg met meer dan veertig procent.
Maar toen de adviesraad bijeenkwam, beschuldigden de leden de staf van het agentschap van vooringenomenheid en velden een unaniem zij het niet-bindend vonnis: het bewijs was onvoldoende overtuigend om goedkeuring aan te bevelen. Door deze verklaring werd alle hoop de grond in geboord en kelderde het aandeel Biogen weer.
Volgens velen benadrukte deze bipolaire opeenvolging van gebeurtenissen alleen maar hoe dwaas het was op een behandeling te blijven mikken op grond van één enkele hypothese. Sommigen, zoals Scott Small van Colombia University, hadden zich al als critici ontpopt.
‘Het basisidee van de amyloïdhypothese,’ zegt hij, ‘was destijds juist. Maar als we vandaag de dag wakker zouden worden met alle informatie die we de afgelopen vijfentwintig jaar hebben verzameld, denk ik eerlijk gezegd niet dat iemand nog met een amyloïd-cascadehypothese op de proppen zou komen. Je slaat nooit een homerun als je niet op het veld staat. Maar tot nu toe stonden we op het verkeerde veld. Nu staan we op het goede. Die homerun komt er wel. Voor mijn patiënten hoop ik alleen dat hij niet te lang op zich laat wachten.’
Een nieuwe golf van studies
Veel onderzoekers zijn het erover eens dat er een veelbelovend nieuw tijdperk in het alzheimeronderzoek is aangebroken, een tijdperk dat benadrukt dat er duizend bloemen moeten mogen bloeien in de onderzoekslaboratoria waar wetenschappers op zoek zijn naar een remedie.
‘We geven de amyloïdbenadering niet op maar de veelheid aan doelen die we nu kunnen identificeren zorgt voor veel opwinding,’ zegt Richard J. Hodes die leiding geeft aan het ouderenprogramma van de NIH. ‘We zien een nieuwe golf van studies op ons afkomen.’
Hodes merkt op dat van de 46 medicijnproeven die zijn programma dit jaar steunt, 30 zich op andere doelen richten dan amyloïd. Dit is waarschijnlijk alleen nog maar het begin. In de tijd dat de nu gebruikte bèta-amyloïdmedicijnen werden ontwikkeld, zegt hij, waren er nog maar vier genen geïdentificeerd die een belangrijke rol spelen bij de ziekte van Alzheimer.
De afgelopen jaren heeft het ouderenprogramma van de NIH onderzoekers gefinancierd om data uit duizenden hersenen te verzamelen en specifieke genetische sequenties te isoleren die verband met de ziekte lijken te houden, of met de bescherming daartegen. Alleen al in 2018 is er een dertigtal nieuwe sequenties ontdekt, een aantal dat volgens Hodes hoger is dan in enig voorgaand jaar en nog exponentieel stijgt. De lijst schijnbaar relevante genetische sequenties is de vijfhonderd al gepasseerd. Onderzoeksgroepen hebben dit aantal gereduceerd tot een lijst van meer dan vijftig die tot de ontwikkeling van nieuwe medicijnen belooft te leiden.
‘Dat is een belangrijk beginpunt voor wat hierna komt,’ legt Hodes uit. ‘Wanneer we weten door welke genen het risico op alzheimer toeneemt, kunnen we begrijpen wat die genen precies doen, wat voor eiwitten ze aanmaken, wat voor boodschapper-RNA eruit voortkomt. En nu ook de bio-informatica in opkomst is, kunnen we al die informatie samenbrengen en zien in hoeverre nieuwe moleculaire interacties in de hersenen van alzheimerpatiënten verschillen van die bij mensen zonder alzheimer.’
Daaronder valt ook de oudere Colombiaanse vrouw wier opmerkelijke helderheid van geest – ondanks hersenen vol bèta-amyloïdplaque – zoveel indruk op Reiman maakte. Vorige winter maakten Reiman en zijn collega’s bekend dat ze de oorzaak van haar onverwachte geestelijke veerkracht hadden kunnen herleiden tot een genotype dat maar ‘één op de miljoen keer’ voorkomt, een genotype dat in een belangrijk nieuw instrument zou kunnen voorzien om de ziekte te bestrijden als de effecten ervan met een geneesmiddel kunnen worden nagebootst.
De beschermende genetische mutatie illustreert het soort inzicht dat enkele jaren geleden nog onmogelijk zou zijn geweest. De oudere vrouw werd ontdekt tijdens een routinescreening, waarbij hersenscantechnologie werd gebruikt die het afgelopen decennium is verfijnd en die onderzoekers in staat stelt de amyloïdopbouw in levende hersenen te meten. Daarna gebruikten Reiman en zijn medewerkers gensequentietechnologie en krachtige computers om haar DNA te vergelijken met dat van anderen in haar familiecohort die wel door de ziekte getroffen waren. Ze concentreerden zich al snel op unieke veranderingen in haar genetische sequentie waarvan al werd vermoed dat ze een rol spelen in het functioneren van de hersenen.
Door zijn werk is Gage tot de overtuiging gekomen dat alzheimer niet gewoon maar één ziekte is, maar vele tegelijk
De meest waarschijnlijke mutatie lijkt van invloed op het vermogen van twee belangrijke eiwitten om zich te binden, een binding die cruciaal lijkt voor de progressie van de dodelijke neurale cascade die gewoonlijk in taukluwens en celafsterving resulteert. Reiman en zijn collega’s demonstreerden dat ze dit effect in het lab konden nabootsen met behulp van kleine molecuulmedicijnen die uit antilichamen bestaan, waardoor de binding op soortgelijke wijze wordt beïnvloed.
In een volgende fase moet worden aangetoond dat het de bloed-hersenbarrière kan passeren om zijn magische werking bij echte patiënten te effectueren. ‘Op grond van één enkel casusrapport hebben we een antilichaam ontwikkeld dat een remedie zou kunnen worden als we het in de hersenen weten te krijgen,’ zegt Reiman.
Middelen die de mutatie nabootsen die bij de Colombiaanse vrouw is aangetroffen zouden een ingrijpender effect kunnen hebben op het behandelen en, in het bijzonder, het voorkomen van de ziekte van Alzheimer. Net als iedere andere benadering die een beter inzicht geeft in de manier waarop verschillende genetische profielen een rol spelen in de ontwikkeling van de ziekte.
‘Of amyloïd nu een rol speelt of niet, en ik blijf wat dat betreft een agnost, we zijn het er allemaal over eens dat we een gevarieerder portfolio van behandelingen nodig hebben, en dat er misschien wel veel verschillende manieren zijn waarop je uiteindelijk alzheimer kunt ontwikkelen,’ zegt Reiman.
Een periode van heronderzoek
Gensequentietechnologie en bio-informatica zijn maar twee van de nieuwe instrumenten die wetenschappers in staat stellen nieuwe terreinen te verkennen. In een laboratorium met uitzicht op de Stille Oceaan in het Californische La Jolla transformeert Fred ‘Rusty’ Gage, directeur van het Salk Institute, huidcellen van alzheimerpatiënten tot stamcellen, ongedifferentieerde of deels gedifferentieerde cellen die tot specifieke celtypen kunnen worden getransformeerd.
In dit geval maakt Gage in petrischalen babyneuronen van de stamcellen. De volgende stap is het nauwkeurig volgen van hun degeneratie tijdens het rijpingsproces, in de hoop precies te begrijpen wat er misgaat wanneer hersencellen vatbaar worden voor alzheimer en hoe mutaties die uniek zijn voor individuele patiënten de normale celfunctie kunnen verstoren. Gage werd getroffen door het enorme aantal verschillende manieren waarop hij van verschillende patiënten afkomstige neuronen zag aftakelen.
Door zijn werk is Gage tot de overtuiging gekomen dat alzheimer niet gewoon maar één ziekte is, maar vele tegelijk, stuk voor stuk veroorzaakt door het bezwijken van een of meer van de ontelbare celsystemen die cruciaal zijn voor het onderhoud en de gezondheid van de neuronen via welke wij denken. Genetische fouten kunnen de aftakeling van deze celsystemen versnellen, maar de belangrijkste oorzaak ervan is veel universeler en onontkoombaarder: het meedogenloos verstrijken van de tijd.
‘We zijn in deze periode onze onderliggende principes over de ziekte van Alzheimer aan het heronderzoeken,’ zegt Gage. ‘Het grootste risico op alzheimer is leeftijd, en we weten eigenlijk niet goed wat ouder worden impliceert. Je krijgt geen alzheimer op je elfde. Dus is er momenteel veel belangstelling voor het opstellen van modellen waarin je de ziekte bijvoorbeeld via deze mutaties kunt bekijken, maar je moet ouder worden eraan toevoegen en begrijpen wat dat inhoudt.’
Over het algemeen gesproken zijn er acht verschillende dingen die tijdens het verouderingsproces lijken te kunnen misgaan in de cellen, en elk daarvan kan volgens Gage een katalysator zijn voor het systemische verval dat optreedt in de hersenen van mensen met alzheimer.
Naarmate we ouder worden verliezen de mitochondria, de energiecentrales van de cel, het vermogen om effectief de brandstof te verwerken die nodig is om celprocessen van energie te voorzien. De vuilnisophaaldienst van de cel begint te vertragen, wat ertoe leidt dat zombiecellen, verkeerd gevouwen eiwitten en ander celafval zich ophopen in de cel. Ondertussen stopt het kwaliteitscontroleteam van de cel – enzymen die fouten in het DNA ontdekken en repareren – met werken, zodat de kans op chaos nog toeneemt. De cellen worden ongezond en scheiden signalen af die ontstekingen veroorzaken. Het DNA begint te verslechteren en de aan-uitknop voor bepaalde genen wordt uitgeschakeld.
‘Al deze verschillende gebeurtenissen stapelen zich op naarmate we ouder worden,’ zegt Gage. ‘En wat ik zo spannend vind aan wat er op dit moment gebeurt, is dat we beginnen te begrijpen hoezeer al deze problemen verband met elkaar houden. Al deze systemen moeten werken, en als in een ervan een storing optreedt, heeft dat gevolgen voor de andere.’
Alzheimer is, volgens de visie van Gage, geen ziekte waarbij de hersencellen plotseling afsterven, alsof ze in één klap door een hartaanval worden geveld. De cellen lijken eerder te stikken in het celafval, of in te storten omdat de wanden het hebben begeven, of door kortsluiting te worden getroffen omdat het op de een of andere manier misloopt met de energieproductie. De petrischalen van Gage stellen hem in staat verschillende systemen te dereguleren en te zien hoe diverse populaties van door alzheimer op hol geslagen cellen reageren op diverse geneesmiddelen, op basis van de systemen die zijn verstoord.
‘Dit is een verdomd goed resultaat voor een ziekte die pas sinds 1976 wordt erkend’
Het is heel goed mogelijk, zegt Gage, dat middelen die zijn ontwikkeld om bèta-amyloïd te reduceren bij sommige patiënten werken, maar bij andere niet. En ondanks alle mislukkingen en teleurstellingen van de afgelopen decennia betogen sommige onderzoekers dat er meer vooruitgang wordt geboekt dan op het eerste gezicht lijkt.
Veel onderzoekers geloven inderdaad nog steeds dat bèta-amyloïd de sleutel is voor het begrijpen van de ziekte. Door velen is de afgelopen jaren geopperd dat het feit dat de op bèta-amyloïd gerichte geneesmiddelen de ziekte tot dusver niet hebben kunnen genezen niet betekent dat de schadelijke plaque geen wezenlijke rol speelt bij de ziekte. Ze werkten misschien niet omdat ze in een te laat stadium aan de patiënten worden toegediend.
Toch hebben zelfs de onderzoekers die zich nog steeds voornamelijk op plaque concentreren de laatste tijd oog gekregen voor de heterogeniteit en complexiteit van de ziekte. ‘Alzheimer is een zeer complexe reeks veranderingen in de hersenen,’ zegt dr. Reisa Sperling, een neurologe die leiding geeft aan het Center for Alzheimer’s Research and Treatment in Boston. Zij doet onderzoek naar de effectiviteit van bepaalde op bèta-amyloïd gerichte geneesmiddelen bij patiënten die in een relatief vroeg stadium van de ziekte verkeren.
Het falen van ieder systeem dat betrokken is bij de eiwitverwerking kan verregaande consequenties hebben. ‘Wat er volgens mij misgaat bij alle neurodegeneratieve ziektes, niet alleen alzheimer, is dat je naarmate je ouder wordt niet meer weet hoe je de eiwitten moet kwijtraken die je normaliter aanmaakt,’ zegt Sperling. ‘Het systeem laat het afweten. Daar ben ik het volledig mee eens. En de twee eiwitten die we het moeilijkst onder de duim krijgen bij de ziekte van Alzheimer zijn toevallig amyloïd en tau.’
In het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw verklaarde president Nixon kanker de oorlog en ging Amerika grootscheeps hartkwalen te lijf. Maar alzheimer werd destijds nog niet aangemerkt als een ziekte onder oudere volwassenen.
‘Als ik naar de geschiedenis van de ziekte van Alzheimer kijk, zie ik een lappendeken van vooruitgang en mislukking,’ zegt Jason Karlawish, die als hoogleraar geneeskunde, medische ethiek en gezondheidsbeleid patiënten behandelt in het Penn Memory Center in Philadelphia. Er is veel vooruitgang geboekt in het begrijpen van de ziekte, het diagnosticeren ervan, zodat er een beter idee bestaat van wat plausibele doelen zijn om met geneesmiddelen aan te pakken. Dat is een verdomd goed resultaat voor een ziekte die pas sinds 1976 wordt erkend. Daarom is er reden om optimistisch te zijn.’
Hoelang het zal duren om de ziekte de baas te worden blijft de grote vraag. Maar gezien de hoeveelheid nieuwe proeven die hun voltooiing naderen en de grote sommen federaal geld die worden geïnvesteerd, verwachten onderzoekers de komende decennia grote stappen te zetten. Het belangrijkste is dat veel wetenschappers geloven dat ze eindelijk op het juiste spoor zitten.
Ouderen klagen al lange tijd dat voor hen ontworpen producten lomp en onaantrekkelijk zijn. Eindelijk komen investeerders en ontwerpers tegemoet aan hun wensen.
Naarmate het aantal 65-plussers stijgt, stijgt ook hun consumptieve marktaandeel, en ontwerpers zijn daar niet ongevoelig voor. Steeds meer bedrijven bieden rollators, wandelstokken en andere producten aan die niet alleen handig zijn voor ouderen, maar ook nog eens stijlvol uitgevoerd. En investeerders helpen steeds meer van zulke bedrijven in het zadel.
De babyboomgeneratie is de eerste die haar aanzienlijke koopkracht gebruikt om slecht ontworpen producten af te wijzen, zegt industrieel ontwerper Patricia Moore. Als twintiger in de jaren zeventig vermomde ze zich een jaar lang als tachtiger om erachter te komen waarin het ontwerp van producten voor ouderen precies tekortschoot. ‘Wij waren degenen die altijd vochten voor sociale verandering en er daarbij nog goed wilden uitzien ook,’ zegt de inmiddels 67-jarig ontwerper. ‘Nu bevalt het medische verouderingsmodel ons niet, en gebruiken we onze consumentenkeus om daar verandering in te brengen.’
Het versnellen van de evolutie
Producten als rollators en wandelstokken zijn de afgelopen eeuw maar langzaam geëvolueerd omdat ontwerpers zich voornamelijk richtten op producten voor hun jonge, mobiele leeftijdgenoten en de wensen van ouderen grotendeels negeerden, zegt Chris McGinley, senior-onderzoeker bij het Helen Hamlyn Centre for Design van het Royal College of Art in Londen. Maar, voegt hij eraan toe, omdat opleidingen hun studenten tegenwoordig een andere ontwerpbenadering bijbrengen, en de egocentrische ‘superstarontwerper’ bezig is langzaam uit te sterven, houden ontwerpers die producten voor ouderen bedenken tegenwoordig meer rekening met de behoeften en verlangens van hun doelgroep.
Een jaar of tien geleden leken etnografische onderzoeks- en ontwerpmethodes die mensen de ervaring van de eindgebruiker leren begrijpen nog een behoorlijke niche-aangelegenheid; nu vormen ze vast onderdeel van de meeste goede ontwerpopleidingen, zegt McGinley.
‘We moeten af van het schadelijke imago van ouder worden’
Wanneer ontwerpers ouderen vragen wat ze van producten verlangen, is het antwoord vaak eenvoudig: ze mogen niet lijken op iets wat een krakkemikkige invalide zou gebruiken, zegt Don Norman, voormalig ontwerper bij Apple. Hij is inmiddels 84 en gelooft dat ontwerpers ouderdom nog te vaak met armoede associëren. ‘We zijn ons leven lang bereid iets meer neer te tellen voor aantrekkelijke meubels of kleding,’ zegt hij. ‘Waarom zou dat in deze levensfase anders zijn?’
Het verlangen naar een hippe rollator of goed ontworpen faciliteiten voor langdurige zorg gaat dieper dan ijdelheid, zegt Charlotte Yeh, hoofd gezondheidszaken van de AARP, de Amerikaanse belangenvereniging van gepensioneerden, die zelf na een auto-ongeluk in 2011 een aantal jaren met een wandelstok heeft moeten lopen. ‘We moeten af van het schadelijke imago van ouder worden: als je je van ouderwetse hulpmiddelen moet bedienen, word je algauw meelijwekkend,’ zegt Yeh. ‘Maar als een ontwerper een element van schoonheid en esthetiek aan die hulpmiddelen toevoegt, zullen mensen daarover spreken, en ze zullen ook jou erover aanspreken. Het wordt een manier om contact te leggen.’
Bij ouderen speelt de macht van het getal: in 2018 telde Amerika 52 miljoen 65-plussers, een aantal dat in 2060 bijna verdubbeld zal zijn tot 95 miljoen. En naar verwachting zal de helft van de groei van de consumentenbestedingen in de periode 2008-2030 voor rekening komen van Amerikanen boven de 55.
Uit een peiling van marktonderzoeker Ipsos blijkt dat 82% van die Amerikanen boven de 55 zegt dat hun favoriete merken hen en hun behoeften niet langer begrijpen. Dit gevoel van vervreemding, plus een toename van internetgeletterdheid onder senioren, leidt ertoe dat de leeftijdsgroep op zoek gaat naar merken die aansluiten bij haar esthetische behoeften, zegt Brian MacMahon, oprichter van het ontwerpresearchcollectief Segment International LLC. ‘Het idee dat de merkentrouw onder ouderen groter is, is achterhaald,’ aldus MacMahon.
‘We zijn ons leven lang bereid meer neer te tellen voor aantrekkelijke meubels of kleding. Waarom zou dat in deze levensfase anders zijn?’
Veel bedrijven waartoe senioren zich wenden zijn vrij recent in de niche gestapt. Het Deense ontwerpbureau byACRE ApS, dat in 2018 zijn detailhandelsdebuut maakte, produceert koolstofrollators als een gestroomlijnd lichtgewichtalternatief voor de loodzware aluminiumexemplaren die in mobiliteitswinkels worden verkocht. Het Deense bedrijf heeft sinds de lancering twaalfduizend exemplaren verkocht aan klanten in de VS, Japan en Australië.
Oprichter en president-directeur Anders Berggreen had eerder de leiding over Seed, een studio die geavanceerde kinderwagens ontwierp. Hij begon zijn ontwerptalent op de seniorenmarkt los te laten nadat iemand op een designbeurs hem wees op de overeenkomst tussen kinderwagens en rollators. Tien jaar geleden zou byACRE niet hebben bestaan, zegt Berggreen. ‘Ouderen zitten nu vaker op internet, googelen “hippe rollators” en komen bij ons terecht,’ zegt hij.
Nog een grote verandering: het zijn voornamelijk de eindgebruikers zelf die de aanschaf doen, zegt Berggreen. Voorheen geschiedde aankoop door kinderen of verzorgers, die gewoon kozen wat er werd aangeboden in de mobiliteitswinkels, waarbij gebruiksgemak en een fraai model niet altijd de belangrijkste afwegingen waren.
Sommige start-ups kijken ook naar andere consumentenproducten dan medische hulpmiddelen. Een jong bedrijf in Londen, Eyra Stores Ltd., startte in 2018 toen Susan Costello en haar zus een mok met twee oren zochten voor hun 86-jarige moeder, die last heeft van trillende handen. Omdat ze niets konden vinden dat er esthetisch mee door kon, besloten ze hun eigen lijn van stijlvolle, betaalbare huishoudartikelen te produceren in samenwerking met gevestigde ontwerpers. Het bedrijf hoopt volgend jaar zijn eerste reeks keukenartikelen te lanceren, van de hand van de Britse ontwerper Sebastian Conran. De zussen verkochten op voorhand al meer dan tweehonderd sets via een Kickstarter-campagne en hopen er de komende maanden nog meer te verkopen via een ander platform, zegt Susan Costello.
Costello’s onderzoek leidde naar een segment van grootverdieners ‘die hun prachtige huizen jarenlang hebben gevuld met de meest schitterende voorwerpen en er weinig voor voelen dat nu teniet te doen met rotzooi van beige plastic’.
Wat het publiek wil
Ook een handvol investeerders haakt in op de markt die voor het grijpen ligt. Alive Ventures, een durfinvesteerder in start-ups, haalde afgelopen juli twaalf miljoen dollar op. Daarmee willen ze zes tot acht bedrijven voor de seniorenmarkt oprichten, waarvan de eerste reeks in het eerste kwartaal van 2021 het daglicht moet zien. Alive Ventures, gelanceerd door de Scan Foundation, een non-profitorganisatie voor senioren, heeft nog niet meegedeeld welke producten en diensten ontwikkeld zullen worden. Maar volgens oprichter John Zapolski gaat het onder meer om een dienst die ouderen in staat stelt hun pijnmanagementtechnieken te delen, een sociaal netwerk dat intensievere dagelijkse interactie faciliteert met een stuk of tien vrienden en een samenlevingsproject voor mensen die hun neus ophalen voor een ‘cruiseschip aan wal, oftewel een bejaardenhuis met honderden bewoners en een totaal volgeplande activiteitenkalender’.
‘Ouderen zitten vaker op internet en googelen “hippe rollators”’
Zapolski zegt dat hij de afgelopen twaalf maanden de voorsteden en het platteland van Amerika heeft afgereisd om oudere mensen te vragen naar wat voor producten ze op zoek zijn. ‘Ik realiseerde me dat het meeste wat voor ouderen wordt gecreëerd niet echt is wat ze willen: het is wat iemand anders denkt dat ze horen te willen,’ zegt Zapolski, die eerder leiding gaf aan de afdeling gebruikerservaringen van Yahoo. ‘Dat komt volgens mij omdat wij ons in onze maatschappij moeilijk een beeld kunnen vormen van hoe het is om ouder te worden.’
Een ander investeringsbedrijf, Primetime Partners, is afgelopen juli opgericht door investeringsveteraan Alan Patricot en gezondheidsmanager Abby Miller Levy. Dit durfkapitaalfonds voor start-ups zegt zich op producten en ervaringen voor senioren te willen richten, inclusief een e-commercebedrijf voor zaken als ondersteken, relingen en drempelhulpen, en te willen investeren in senioren die nieuwe bedrijven beginnen. ‘Wij hebben de verantwoordelijkheid en de kans om te investeren in de ontwikkeling van producten, diensten en technologieën voor senioren, een sector die lang door durfkapitaalfondsen is genegeerd,’ aldus Patricof.
Sommige pleitbezorgers voor de seniorenmarkt worden aangemoedigd door wat ze een veel te lang uitgebleven interesse van bedrijven en investeerders noemen. Een van hen is Patricia Moore, de industrieel ontwerper die nu de leeftijd nadert die ze ooit veinsde te hebben.
‘Het echte werk moet nog gedaan worden, maar het wordt gedaan, en het wordt gedaan omdat we een nieuwe generatie hebben die hoofd en hart gebruiken om een verschil te maken,’ zegt ze. ‘Daarom ben ik echt enthousiast over wat er nu gebeurt.’
Wat als ouderdom een ziekte was die te genezen is? Dat is het revolutionaire idee van een groep wetenschappers die strijdt voor de erkenning van ouderdom als ziekte, om zo financiering los te krijgen. Hun doel: veroudering vertragen en, waarom ook niet, de dood tarten.
Keuze uit het archief
Deze week maakte het statistiekbureau CBS bekend dat Nederland ruim 2500 honderdplussers telt, een sterke stijging ten opzichte van de vorige twee eeuwen.
Dat mensen steeds ouder worden, is op het eerste gezicht goed nieuws. Maar wat als we ouderdom helemaal kunnen uitbannen? Dit wetenschappelijk artikel uit 2019 laat zien welke methoden wetenschappers aan het ontwikkelen zijn om het verouderingsproces te vertragen en wie weet de dood uiteindelijk af te schaffen of in ieder geval zo lang mogelijk uit te stellen.
Cyclopen hadden maar één oog. Volgens de Griekse mythologie hadden deze reuzen hun andere oog met de god Hades geruild voor het vermogen om in de toekomst te kijken. Maar Hades had ze in de luren gelegd: het enige wat ze van de toekomst konden zien, was de dag waarop ze zouden sterven. De last van die kennis droegen de cyclopen hun hele leven met zich mee: de eindeloze kwelling om gewaarschuwd te zijn en er niets aan te kunnen doen.
Al sinds het begin der tijden wordt ouderdom beschouwd als een onafwendbaar, niet te stuiten verschijnsel, iets natuurlijks. Bij het sterven van bejaarden spreekt men al eeuwenlang van ‘natuurlijke doodsoorzaken’, ook als ze aan erkende aandoeningen zijn overleden. De Romeinse arts Galenus schreef in de tweede eeuw na Christus al dat veroudering een natuurlijk proces is. En zijn opvatting dat je simpelweg van ouderdom kunt overlijden, bepaalt sindsdien ons denken. We beschouwen veroudering als de opeenstapeling van alle andere aandoeningen die met het klimmen der jaren vaker voorkomen: kanker, dementie, broosheid. Al levert die manier van denken ons maar één ding op: de wetenschap dat we ziek zullen worden en sterven. Geen mogelijkheid om daaraan iets te veranderen. We hebben nauwelijks meer macht over ons eigen lot dan de cyclopen.
Maar een groeiend aantal wetenschappers begint vraagtekens te zetten bij ons hele idee van veroudering. Wat als je de dood wél kunt afweren – of zelfs voorkomen? Wat als het hele scala aan ziektes waarvoor we met het klimmen der jaren vatbaarder worden geen oorzaken zijn, maar slechts symptomen? Wat zou er veranderen als we veroudering zelf als ziekte classificeren?
Pathologische aandoening
David Sinclair, geneticus aan de geneeskundefaculteit van Harvard, is een van de voortrekkers van deze beweging. Volgens hem zouden we aftakeling niet moeten zien als een natuurlijk gevolg van ouderdom, maar als een opzichzelfstaande aandoening.
Ouderdom is in zijn ogen gewoon een pathologische aandoening – en kan zoals alle aandoeningen dus ook met succes worden bestreden. Als we er anders tegen aankijken, zijn we beter in staat iets te doen aan het verschijnsel zelf, in plaats van alleen de aandoeningen te behandelen die ermee gepaard gaan. ‘Veel van de ernstigste ziekten van tegenwoordig zijn een gevolg van veroudering,’ zegt hij. ‘Het achterhalen van de moleculaire mechanismen van en remedies tegen ouderdom zou dus grote prioriteit moeten hebben. Als we ouderdom niet bij de wortel aanpakken, komt er een eind aan de lineair stijgende lijn van onze steeds hogere levensverwachting.’
De vergrijzing is ‘de klimaatverandering van de gezondheidszorg’
Een subtiele verschuiving in het beeld van ouderdom, met mogelijk grote gevolgen. De wijze waarop organisaties als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ziektes benoemen en classificeren, werkt door in de prioriteiten van overheden en andere instanties die het geld verdelen. Toezichthouders als de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) hebben heel strikte regels over de aandoeningen waarvoor elk medicijn is bedoeld, en waarvoor het dus mag worden voorgeschreven en verkocht. Veroudering staat nu niet op die lijst van aandoeningen.
Volgens Sinclair moet ze daar wel op komen, omdat anders nooit de grote investeringen worden gedaan die nodig zijn om er remedies tegen te vinden. ‘De ontwikkeling van medicijnen die de belangrijkste ziektes zouden kunnen voorkomen en genezen, verloopt momenteel veel trager dan nodig is omdat we veroudering niet als medische aandoening erkennen,’ zegt hij. ‘Als ouderdom een behandelbare aandoening was, zou er meer geld naar onderzoek, innovatie en de ontwikkeling van geneesmiddelen gaan. Welk farmaceutisch of biotechbedrijf steekt geld in een remedie tegen veroudering, als die aandoening officieel niet bestaat?’ Het zou ‘de grootste markt van allemaal’ moeten zijn, zegt hij.
Dat is precies wat anderen zorgen baart: zij vrezen dat de jacht op een lucratief ‘anti-ouderdomspilletje’ tot verkeerde maatschappelijke prioriteiten leidt. Zo ‘verander je de wetenschappelijke discussie in een commerciële of politieke discussie’, zegt Eline Slagboom, hoogleraar moleculaire epidemiologie in het Leids Universitair Medisch Centrum en gespecialiseerd in veroudering. Door ouderdom als de zoveelste behandelbare ziekte te beschouwen, verminder je de aandacht voor het belang van een gezonde levensstijl, zegt zij. Ze vindt dat overheid en zorg zich beter sterk kunnen maken voor de preventie van chronische ouderdomsziekten door mensen al op jongere leeftijd te stimuleren gezonder te leven. Anders geef je de boodschap af ‘dat we niets voor oudere mensen kunnen doen, tot ze het punt bereiken dat ze ziek worden of snel beginnen af te takelen, waarna ze een pilletje krijgen’.
Een ander veelgehoord bezwaar tegen de gedachte dat we ouderdom een ziekte moeten noemen, is dat je daarmee bijdraagt aan het stigma waar ouderen toch al onder lijden. ‘Leeftijdsdiscriminatie is momenteel de meest wijdverbreide vorm van discriminatie ter wereld,’ zegt Nir Barzilai, directeur van het Institute for Aging Research aan het Albert Einstein College of Medicine in New York. ‘Bejaarden liggen onder vuur. Mensen worden ontslagen omdat ze te oud zijn. Ouderen kunnen geen werk meer vinden. En tegen mensen die al zo veel problemen hebben, ga je dan zeggen: jij bent ziek, je hebt een aandoening? Daar hebben de mensen die wij proberen te helpen niets aan.’
Niet iedereen is het ermee eens dat het stigmatiserend is. ‘Ik ben ervoor om ouderdom een ziekte te noemen,’ zegt Sven Bulterijs, medeoprichter van de Healthy Life Extension Society, een non-profitorganisatie in Brussel die veroudering als een ‘universele menselijke tragedie’ beschouwt, met oorzaken die kunnen worden opgespoord en bestreden om de levensduur van mensen te verlengen. ‘Je zegt toch ook niet dat het voor kankerpatiënten beledigend is om kanker een ziekte te noemen?’
Maar Sinclair mag het dan hebben over de ‘lineair stijgende lijn’ van onze levensverwachting, de maximale levensduur van de mens blijft een twistpunt. De onderliggende vraag is: moeten we überhaupt sterven? Als we een middel vinden om veroudering als aandoening tegen te gaan en te overwinnen, zouden we dan eeuwen- of zelfs millennialang kunnen leven? Is er dan nog een grens aan? De natuur wekt de indruk dat eindeloos leven niet ondenkbaar is. De Pinus longaeva, een Noord-Amerikaanse den, is misschien wel het beroemdste voorbeeld van een plant die biologisch onsterfelijk wordt geacht. Die boom gaat wel dood als hij wordt omgehakt of door de bliksem wordt getroffen, maar als je hem ongemoeid laat, sterft hij niet van ouderdom. Er zijn exemplaren waarvan de leeftijd op vijfduizend jaar wordt geschat: alsof de tijd er gewoon geen vat op heeft. Het geheim van deze lange levensduur is vooralsnog een raadsel. En zo zijn er meer organismen, bijvoorbeeld in zee, die tekenen van biologische onsterfelijkheid lijken te vertonen.
115 jaar
Vanuit dat besef wordt vaak beweerd dat onze levensduur met de juiste aanpak drastisch kan worden verlengd. Maar een spraakmakende studie in Nature stelde in 2016 dat de grens voor onze levensduur rond de 115 jaar ligt. Die schatting is gebaseerd op wereldwijde statistieken waaruit blijkt dat de stijging van de levensduur boven de honderd begint af te vlakken, en dat het record van de langst levende mens al sinds de jaren negentig niet meer is gebroken. Al is er ook kritiek op de wijze waarop deze analyse werd uitgevoerd.
Barzilai vindt het hoe dan ook nodig om iets tegen veroudering te doen. ‘We kunnen erover twisten of de grens bij 115 of 122 jaar ligt, of bij 110,’ zegt hij. ‘Maar nu overlijden we gemiddeld voor ons tachtigste, dus we laten zo’n 35 jaar liggen. Laten we eerst eens proberen die jaren aan onze levensverwachting toe te voegen, voordat we beginnen te praten over onsterfelijkheid of iets daartussenin.’
Of ze nu denken dat ouderdom een behandelbare ziekte is of dat de levensduur van de mens een natuurlijke begrenzing heeft, de meeste deskundigen zijn het erover eens dat we anders met ouderdom moeten omgaan. ‘Als we niets doen aan de drastische stijging van het aantal ouderen, en manieren vinden om te zorgen dat ze gezond blijven functioneren, krijgen we grote problemen met levenskwaliteit en economische kosten,’ zegt Brian Kennedy, directeur van het Centre for Healthy Ageing en hoogleraar biochemie en fysiologie aan de Nationale Universiteit van Singapore. ‘We moeten manieren vinden om het verouderingsproces af te remmen.’
De vergrijzing is ‘de klimaatverandering van de gezondheidszorg’, zegt hij. Een raak beeld. Net als bij de opwarming van de aarde moet de oplossing vooral worden gezocht in gedragsverandering: een ander dieet, een andere levensstijl. Maar ook net als bij de klimaatverandering lijkt een groot deel van de wereld zijn hoop vooral op de techniek te vestigen. Misschien krijgen we niet alleen een toekomst van geo-engineering, maar ook van ‘gero-engineering’.
De groeiende roep om ouderdom tot ziekte te bestempelen wordt wellicht mede veroorzaakt door een verschuiving in de maatschappelijke opvattingen over ouderdom. Morten Hillgaard Bülow, medisch historicus aan de Universiteit van Kopenhagen, zegt dat er een verandering intrad in de jaren tachtig, toen de hele idee van ‘succesvol oud worden’ postvatte. Het begon met studies die waren opgezet en gefinancierd door de Amerikaanse MacArthur Foundation, waarin onderzoekers ingingen tegen de eeuwenoude stoïcijnse aanvaarding van ouderdom en verval, zoals Galenus die uitdroeg. Zij pleitten voor onderzoek naar manieren om veroudering tegen te gaan en de Amerikaanse regering vond dat, met het oog op de druk die de vergrijzing op de zorg zou leggen, een goed idee. Tegelijkertijd trokken ontwikkelingen in de moleculaire biologie de aandacht van onderzoekers. Zo kwam er meer geld beschikbaar voor onderzoek naar de aard en oorzaken van veroudering.
Biomarkers
Professor Slagboom werkt in Leiden aan tests om te kunnen vaststellen wiens lichaam in een normaal tempo veroudert en wiens lichaam ouder is dan de leeftijd doet vermoeden. Remedies tegen ouderdom beschouwt zij als laatste redmiddel, maar inzicht in iemands biologische leeftijd is volgens haar wel nuttig voor de behandeling van ouderdomskwalen. Neem een man van zeventig met een licht verhoogde bloeddruk. Als hij de bloedsomloop van een tachtiger heeft, is die hogere bloeddruk waarschijnlijk nodig om het bloed naar zijn hersenen te krijgen. Maar heeft hij nog de fysiek van een zestiger, dan moet er waarschijnlijk iets aan worden gedaan.
Biomarkers waaraan je de biologische leeftijd afmeet, zijn een populair instrument in verouderingsonderzoek, zegt Vadim Gladyshev van het Brigham and Women’s Hospital in Boston. Hij beschrijft veroudering als een opeenhoping van schadelijke veranderingen in het hele lichaam, variërend van de samenstelling van onze darmflora tot de mate van chemische verminking van ons DNA, de zogenaamde methylering. Zulke biologische effecten zijn meetbaar en kunnen dus ook worden gebruikt om de effectiviteit van geneesmiddelen tegen veroudering te testen. ‘Als we de ontwikkeling van die verschijnselen met het klimmen der jaren kunnen meten, kunnen we aan de hand daarvan de waarde van medische ingrepen in de levensduur beoordelen,’ zegt hij.
Na twee decennia beginnen de resultaten zich af te tekenen. Onderzoek bij muizen, wormen en andere modelorganismen heeft aangetoond wat er in verouderende cellen plaatsvindt en heeft diverse manieren opgeleverd om de levensduur – soms spectaculair – te verlengen. De meeste onderzoekers hebben een bescheiden doelstelling en richten zich vooral op het vergroten van de health span: het aantal jaren waarin je gezond en onafhankelijk kunt functioneren. Ze beweren dat er vooruitgang wordt geboekt en dat er al potentiële pillen aan zitten te komen. Eén veelbelovend middel is metformine, een veelgebruikt medicijn tegen diabetes dat al jaren bestaat. Dierproeven wijzen uit dat het misschien ook kan helpen tegen broosheid, alzheimer en kanker. Bij gezonde mensen zou het de veroudering kunnen afremmen, maar bij gebrek aan officiële richtlijnen zijn artsen huiverig om het met dat doel voor te schrijven.
Een groep onderzoekers, onder wie Barzilai van het Einstein College, probeert daar verandering in te brengen. Barzilai leidt het onderzoeksproject TAME (Targeting Aging with Metformin). Daarin wil hij het middel aan mensen in de leeftijd van 65 tot 80 geven, om te kijken of het kwalen als kanker, dementie, beroertes en hartaanvallen kan uitstellen. De financiering van dit onderzoek had veel voeten in de aarde, mede omdat het patent op metformine is verlopen, zodat farmaceutische bedrijven er minder aan kunnen verdienen. Maar Barzilai zegt dat ze inmiddels proefpersonen kunnen werven en in de loop van dit jaar met het onderzoek beginnen.
Metformine maakt deel uit van een grotere groep geneesmiddelen, de zogenaamde mTOR-remmers, die de werking afremmen van een eiwit dat groei en celdeling stimuleert. Wetenschappers denken door afremming van dat eiwit het gezondheidseffect van verminderde calorie-inname te kunnen nabootsen. Bij dieren kan een lagere calorie-inname de levensduur verlengen. Men vermoedt dat het lichaam dan beschermende maatregelen neemt tegen het gebrek aan voedingsstoffen. De eerste tests bij mensen lijken uit te wijzen dat deze geneesmiddelen het immuunsysteem versterken en ouderen beter bestand maken tegen infecties. Andere wetenschappers onderzoeken waarom organen uitval vertonen als gevolg van celveroudering, de zogenoemde senescentie. Om afgetakelde cellen uit het omringende gezonde weefsel te verwijderen, vestigt men de hoop op senolytica. Dat zijn geneesmiddelen die de versleten cellen stimuleren om zichzelf te vernietigen, zodat ze door het immuunsysteem kunnen worden afgevoerd. Bij muizen blijken deze senolytica de veroudering af te remmen.
Verouderde cellen zijn bij mensen verantwoordelijk voor een hele reeks aandoeningen, variërend van aderverkalking en staar tot Parkinson en artritis. Er worden al wat kleine proeven gedaan met de effecten van senolytica op mensen, al gaat het daarbij officieel niet om onderzoek naar een remedie tegen ouderdom als zodanig, maar tegen de erkende aandoeningen artritis en idiopathische longfibrose.
Als we een middel vinden om veroudering te stoppen, zouden we dan millennialang kunnen leven?
Het onderzoek naar die middelen onderstreept een centrale vraag over veroudering: is er één gemeenschappelijk mechanisme waardoor verschillende soorten weefsel veranderen en aftakelen? En zo ja, kunnen we dan geneesmiddelen vinden om dat onderliggende mechanisme te bestrijden, in plaats van wat David Sinclair van Harvard ‘reactievoetbal’ noemt: steeds afzonderlijke aandoeningen behandelen naarmate die zich voordoen?
Sinclair denkt van wel, en hij denkt dat hij een verbluffende nieuwe manier heeft gevonden om de klok van onze aftakeling terug te draaien. In zijn boek Lifespan, dat dit jaar verschijnt, legt hij uit dat het onderzoek in zijn lab zich toespitst op epigenetica. In dat snelgroeiende vakgebied kijkt men niet naar de samenstelling van het DNA zelf, maar naar veranderingen in het functioneren van de genen en hoe die kunnen resulteren in fysiologische veranderingen, zoals ziekten. Sommige epigenetische mechanismen kunnen de cellen in het lichaam beschermen, door bijvoorbeeld schade aan het DNA te repareren. Maar ze worden minder effectief naarmate we ouder worden. Sinclair beweert deze verzwakte mechanismen bij oudere muizen weer terug op sterkte te hebben gebracht met behulp van gentherapie, en zegt dat hij ‘beschadigde oogzenuwcellen weer kan verjongen’, waardoor blinde oude muizen ineens weer kunnen zien.
Het is een bekend refrein. Er zijn al veel wetenschappers geweest die met dierproeven dachten de bron van de eeuwige jeugd te hebben gevonden, om vervolgens te merken dat de resultaten in rook opgaan zodra ze het bij mensen proberen. Maar Sinclair is ervan overtuigd dat hij op het goede spoor zit. Hij zegt binnenkort in een wetenschappelijk tijdschrift resultaten te publiceren die zijn collega’s kunnen controleren.
Omdat ouderdom officieel geen ziekte is, bevindt het meeste onderzoek naar dit soort geneesmiddelen zich in een grijs gebied: officieel zijn ze niet bedoeld om veroudering tegen te gaan. Barzilais proef met metformine bijvoorbeeld, die nog het meest lijkt op een klinisch onderzoek naar een remedie tegen ouderdom, is net als de proeven met senolytica officieel niet als zodanig bedoeld. Hij onderzoekt alleen de effectiviteit in het bestrijden van ouderdomsgerelateerde aandoeningen. ‘En een van de bijwerkingen is dan dat je er misschien langer door leeft,’ zegt hij.
Barzilai wil niet zeggen dat ouderdom als ziekte geclassificeerd moet worden, maar meent dat het de wetenschappelijke vooruitgang wel zou kunnen versnellen. In zijn onderzoek moet hij jarenlang wachten voor hij in kaart kan brengen of het aan zijn proefpersonen toegediende geneesmiddel bijdraagt aan de preventie van ouderdomskwalen.
En omdat het effect van het middel waarschijnlijk vrij gering is, heb je grote aantallen proefpersonen nodig om iets te kunnen bewijzen. Als ouderdom een ziekte was, zou je gericht kunnen testen op zaken die sneller en goedkoper kunnen worden onderzocht. Bijvoorbeeld of een geneesmiddel de ontwikkeling van de ene naar de volgende ouderdomsfase afremt.De Healthy Life Extension Society is een van de organisaties die vorig jaar aan de WHO hebben gevraagd veroudering op te nemen in de nieuwe versie van de officiële International Classification of Diseases (ICD-11). De WHO heeft niet aan dat verzoek voldaan, maar heeft wel een code voor ‘ouderdomsgerelateerd’ toegevoegd, waarmee kan worden aangegeven dat ouderdom de kans op een bepaalde aandoening verhoogt.
Wetenschappelijk kader
Een andere groep wetenschappers wil veroudering bij de WHO aankaarten om een steviger wetenschappelijk kader voor onderzoek naar dit thema te creëren. Onder leiding van Stuart Calimport, voormalig adviseur van de Californische SENS Research Foundation voor ouderdomsonderzoek, is een gedetailleerd voorstel geschreven – dat wij hebben ingezien – om voor alle weefsels, organen en klieren in het lichaam aan te geven, bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 5, hoe vatbaar ze zijn voor veroudering. Zo’n indeling in verschillende stadia heeft al goede diensten bewezen bij de ontwikkeling van kankerbehandelingen. Het kan in theorie leiden tot de goedkeuring van geneesmiddelen waarvan is aangetoond dat ze de veroudering van cellen in een specifiek deel van het lichaam kunnen afremmen of tegenhouden.
En het classificeren van ouderdom als ziekte kan nog een ander groot voordeel hebben. Volgens David Gems, hoogleraar biogerontologie aan het University College London, zou het een manier zijn om iets te doen tegen de kwakzalverij van anti-ouderdomsmiddeltjes. ‘Het zou ouderen beschermen tegen de stortvloed aan middeltjes waarmee hun geld wordt afgetroggeld door de anti-ouderdomsindustrie. Die fabrikanten mogen nu allerlei onzin uitkramen,’ zegt Gems. In februari moest de Amerikaanse FDA bijvoorbeeld nog waarschuwen dat injecties met bloed van jonge mensen – een behandeling die duizenden dollars kost en wereldwijd aan populariteit wint – geen enkel aantoonbaar nut heeft. Maar het verbieden van deze behandeling was niet mogelijk. Op deze manier ontsnappen bedrijven aan het strenge toezicht dat wel van toepassing is op remedies voor specifieke ziektes.
De Singaporese overheid heeft net als de cyclopen een blik in de toekomst geworpen – en wordt daar niet vrolijk van. Deze eilandstaat zit in de voorhoede van de vergrijzing. Met de huidige trends zal de bevolking van Singapore in 2030 nog twee werkenden op iedere gepensioneerde tellen. (Ter vergelijking: de VS zal in 2030 nog steeds drie werkenden op iedere 65-plusser tellen.) Het land streeft dus naar een betere en gezondere levensavond voor zijn inwoners.Brian Kennedy van het Centre for Healthy Ageing bereidt daarom het eerste breed opgezette onderzoek naar behandelingen tegen veroudering voor. Op kleine groepjes vijftigers – vrijwillige proefpersonen – gaat hij tien tot vijftien mogelijke behandelingen uittesten. ‘Ik denk aan drie of vier geneesmiddelen en een paar voedingssupplementen, waarvan we het effect dan vergelijken met veranderingen in levensstijl.’
Strategieën tegen de vergrijzing staan hoog op de agenda bij de Singaporese overheid en Kennedy wil een ‘testkader’ scheppen voor dit soort proeven op mensen. ‘We hebben met behulp van dierproeven al veel vooruitgang geboekt,’ zegt hij, ‘maar we moeten nu het effect op mensen gaan onderzoeken.’
Krijgt het Verenigd Koninkrijk een menopauzeverlof?
Moeten ondernemingen op dezelfde manier met de menopauze omgaan als met ziekte of zwangerschap? Twee Britse parlementariërs, de een van Labour, de ander van de Conservatives, pleiten daarvoor. Ze overwegen zelfs een wetsvoorstel in te dienen dat vrouwen in staat stelt hun werkritme aan te passen aan de hormonale veranderingen. Rachel Maclean van de Conservatieve Partij wil ‘dat vrouwen voortaan over vrije tijd beschikken of hun werkomstandigheden kunnen aanpassen om het hoofd te bieden aan bepaalde gênante symptomen als opvliegers of nachtelijk transpireren’, aldus The Guardian. Volgens deze linkse krant, die het initiatief eind augustus in een hoofdartikel steunde, ‘kreeg de kwestie, toen die onlangs in het Britse parlement werd besproken, massale bijval vanuit alle partijen, met name van mannen wier echtgenotes de overgang hebben meegemaakt en die het probleem dus begrijpen’. The Guardian schrijft dat ‘speciale wetgeving vrouwen in de menopauze en anderen gerust moet stellen’ en herinnert eraan dat ‘bijna 80 procent van de vrouwen wordt geconfronteerd met bepaalde overgangssymptomen, die zich voordoen op het moment dat de ovulatie stopt als gevolg van verminderde hormoonproductie. Een op de vier vrouwen kampt met ernstige symptomen, zoals angsten en depressies.’
Regeneratieve geneeskunst verleidt Japan
Antiverouderingsbehandelingen op basis van stamcellen beleven gouden tijden. Vooral in Japan, waar de zogeheten ‘regeneratieve’ geneeskunde sterk wordt aangemoedigd. Dit soort behandelingen repareert organen of kwetsuren met behulp van stamcellen die zich kunnen vernieuwen. In 2014 nam de Japanse regering twee wetten aan die het mogelijk maken dat het land ‘als eerste over dit soort behandelingen beschikt’, meldt een arts op de website Ronza. Japan probeert de voorsprong te behouden die het verkreeg toen Shinya Yamanaka, onderzoeker aan de Universiteit van Kyoto, in 2006 met een techniek kwam om iedere willekeurige cel genetisch te herprogrammeren en pluripotent te maken, dat wil zeggen in staat om zich eindeloos te vermenigvuldigen en tot verschillende celtypen te differentiëren; een ontdekking die hem in 2012 de Nobelprijs voor de Geneeskunde opleverde.‘Japan is momenteel toonaangevend op het gebied van innovatieve therapieën’, bevestigt Gil Van Bokkelen in het Amerikaanse tijdschrift Nature. Van Bokkelen is CEO van Athersys, een Amerikaans biotechnologiebedrijf dat in Japan onderzoek doet naar de behandeling van beroerten en ademhalingsziekten met behulp van stamcellen. Maar de zeer soepele Japanse regelgeving staat onder bepaalde voorwaarden ook toe dat behandelingen snel worden vercommercialiseerd zonder dat ze uitvoerig zijn getest. ‘Zonder reëel bewijs voor hun doeltreffendheid’, besluit het wetenschappelijk tijdschrift tot zijn spijt.
Voor het recht om ouder te worden Tegenover de huidige tendens om ‘veroudering tegen elke prijs een halt toe te roepen’ stelt filosoof Elena Brizgalina, lid van de bio-ethische commissie van de Universiteit van Moskou, ‘het recht van het individu om ouder te worden’. ‘Veroudering is niet louter herleidbaar tot een biologisch proces. Er spelen ook culturele, sociale en persoonlijke aspecten een rol die te maken hebben met de aard van de mens,’ zegt ze in het tijdschrift Ogoniok. De consumptiemaatschappij speelt in op onze ‘angst om te lijden en ons verlangen om mooi te blijven’. Maar ‘deze houding werkt verbittering in de hand en beneemt het zicht op de diepere betekenis van het ouder worden’. Want ouder worden heeft voordelen: ‘Je krijgt meer kennis over jezelf en de wereld, begrijpt de zin van het leven beter, kunt ervaringen doorgeven. Het is een periode van hard weken, maar dan op geestelijk gebied. Het gevoel vrij te zijn, niet meer betrokken te zijn bij de dagelijkse wedloop, biedt dus nieuwe kansen.’
Kunnen we langer leven en ook gezond blijven? Steeds meer wetenschappers zijn ervan overtuigd, en noemen ouderdom ‘een dynamisch proces dat versneld of vertraagd en deels zelfs teruggedraaid kan worden’. Ze bestrijden de kwalen van het ouder worden op de plek waar deze ontstaan: diep in onze cellen.
Met David Sinclair gaat het goed. ‘Mijn polsslag in rust zit rond de 57, heb ik vanochtend nog gemeten. Dat is vergelijkbaar met de hartslag van een atleet. Maar dat ben ik niet. Mijn cholesterolspiegel en bloeddruk zouden zelfs voor een jongvolwassene nog heel goed zijn. Van gewichtheffen herstel ik zo snel dat ik wel dertig jaar jonger lijk. En als ik hardloop stop ik eerder van verveling dan van uitputting.’
Geen twijfel aan, de vijftigjarige geneticus van elite-universiteit Harvard is fit. Hij jogt en hij volgt een dieet. En: ‘Ik slik elke dag drie werkzame stoffen. We hebben ze in het laboratorium getest.’ Sinclairs medicamentenmix tegen veroudering: resveratrol, metformine en NMN. Maar met de exacte dosering van deze anti-aging-middelen loopt hij niet te koop – tenslotte wil hij er niemand toe verleiden om zonder medisch toezicht geneesmiddelen te slikken. NMN is een molecuul dat lichaamscellen fit houdt, bij resveratrol gaat het om een druivenextract en metformine is een bekend middel tegen diabetes.
Wat brengt een gerenommeerd wetenschapper ertoe om elke dag zulke pillen te slikken?
In 2022 moet de handel in jong-zijn een recordomzet van 85,6 miljard dollar hebben
David Sinclair is een boegbeeld van het anti-aging-onderzoek. Dat is erop gericht de mens gezond ouder te laten worden – ver voorbij zijn natuurlijke levensgrens. Momenteel ligt het record waarschijnlijk op 122 jaar. Maar Sinclair acht 150 jaar mogelijk, onder andere met de hierboven genoemde middelen. Die moeten diep in de cellen van het menselijk lichaam de vergrijzing van het organisme bestrijden – hart- en longziekten, alzheimer, parkinson, kanker, gewrichtsslijtage en ander kwaad waarmee de meesten van ons op een dag geconfronteerd zullen worden.
Het anti-aging-onderzoek, ooit het lelijke eendje van de medische wetenschap, begint te glanzen. En doet dat binnen een snel groeiende bedrijfstak. In 2022 moet deze handel in jong-zijn een recordomzet van 85,6 miljard dollar hebben. De Citigroup, een van ’s werelds grootste financiële dienstverleners, publiceerde in 2018 een ranglijst van snel in populariteit gestegen onderzoeksthema’s. Op nummer één staat de vaststofbatterij die de krachtige opvolger van de lithium-ion-batterij moet worden. De anti-aging-geneeskunde komt op twee, nog voor de zelfsturende auto. ‘De voor de ontwikkeling van therapieën vereiste kennis en technologie hebben de afgelopen jaren een enorme sprong vooruit gemaakt.
Anti-aging-medicamenten worden spoedig realiteit’, staat in de betreffende studie te lezen. Ons wacht niets minder dan een medische revolutie.
Na ongeveer 50 delingen belanden de cellen in een permanente toestand van rust
Anti-aging omvat inmiddels meer dan rimpelcrèmes, voedingssupplementen en diëten. Een flink aantal professioneel ontwikkelde medicamenten wordt klinisch getest op mensen. Want verouderen is ‘een dynamisch proces dat versneld of vertraagd en deels zelfs teruggedraaid kan worden,’ schrijft moleculair bioloog Elizabeth Blackburn. En zij kan het weten: voor haar baanbrekende onderzoek op dit gebied ontving de Australische in 2009 de Nobelprijs voor geneeskunde. Haar verdienste is dat zij het belang van telomeren voor het verouderingsproces heeft ontdekt. Telomeren zijn de beschermkappen van ons DNA die de erfgoeddraden bij celdeling beschermen tegen beschadiging. Het werk van Blackburn bouwt voort op een fenomeen dat bioloog Leonard Hayflick in 1961 voor het eerst systematisch onderzocht. Hayflick was destijds in zijn laboratorium aan het Wismar Institute in Philadelphia begonnen met het vermenigvuldigen van cellen. Algauw stond zijn hele laboratorium vol glaskolven met menselijke cellen die zich explosief deelden. Hayflick begon celkweken elders te plaatsen, een serieus logistiek probleem diende zich aan. Maar plotseling kwam aan deze vermeerdering een eind. Hayflick slaat aan het tellen: na ongeveer 50 delingen belanden de cellen in een permanente toestand van rust.
Dankzij Blackburn weten we dat telomeren hierbij een beslissende rol spelen. De beschermkappen bestaan uit hetzelfde materiaal als ons overige genetische materiaal, te weten een streng van basenparen. Bij elke deling verliezen de telemeren 20 tot 200 basenparen. Wanneer de bescherming versleten is, gaat de cel zogezegd met pensioen: ze is niet dood, maar deelt zich ook niet meer.
Senescent, noemt men zo’n situatie van cellulaire uitputting. Die voorkomt dat exemplaren met beschadigd genetisch materiaal zich blijven delen. Maar die bescherming heeft wel een prijs. Wanneer we te veel van zulke cellen in ons lichaam hebben, krijgen we ouderdomsziektes. De uitgeputte cellen begrijpen niet meer elke boodschap die ze ontvangen en ze geven verkeerde signalen door. Ook scheiden ze onder meer ontstekingsbevorderende stoffen af waarmee ze schade toebrengen aan het omliggende weefsel. Deze zombiecellen gedragen zich als ‘rotte appels in een mand’, zegt Elizabeth Blackburn: ze zorgen ervoor dat andere cellen net zo worden als zij.
Het is de schuld van deze senescente cellen dat wij in de laatste dertig procent van ons leven vatbaarder worden voor pijn en dat chronische kwalen zich vastzetten. Wij laten de tijd van fysieke zorgeloosheid achter ons en brengen onze laatste decennia en jaren door in een steeds gehavender toestand. We krijgen gewrichtsaandoeningen, hartziektes en andere ernstige klachten teisteren ons. En daar blijft het niet bij: Beschadigingen aan ons erfelijk materiaal hopen zich op en worden door ons lichaam minder effectief gerepareerd. Dus groeit ook het risico op kanker.
Celfabrieken
Die kennis ligt tegenwoordig ten grondslag aan de ontwikkeling van in potentie commercieel aantrekkelijke anti-aging-medicamenten. Zo onderzoekt de Amerikaanse start-up Unity Biotechnology via klinische proeven of een werkzaam bestanddeel genaamd ubx010 effectief senescente cellen kan uitschakelen die gewrichtsslijtage veroorzaken. Unity heeft de beschikking over 300 miljoen dollar investeringsgeld, onder meer van Jeff Bezos en Peter Thiel, de oprichters van Amazon respectievelijk Paypal.
Bij dierproeven liet molecuul UBX010 al een duidelijke verbetering van artrose zien doordat het senescente cellen ertoe aanzet geprogrammeerd zelfmoord – apoptose geheten – te plegen. Daardoor nam de afbraak van kraakbeensubstantie af en ontstonden er gezonde kraakbeencellen.
De eerste fase van klinische proeven heeft ubx010 inmiddels achter de rug. In deze fase werd de werkzame stof eenmalig in het kniegewricht van testpersonen geïnjecteerd om te testen hoe de knie hierop zou reageren. Fase ii-studies met ziekere proefpersonen en hogere doseringen moeten nu uitsluitsel geven over de vraag of UBX010 het aantal ziekmakende zombiecellen bij mensen met artritis kan terugdringen.
Maar niet alleen de senescente cellen in ons lichaam genieten de belangstelling van anti-aging-wetenschappers. Ook stamcellen beschouwen wetenschappers als een veelbelovend doel. Deze zich onbeperkt delende celfabrieken vormen de ruggengraat van veel lichaamsfuncties. Onder meer produceren zij elke dag 200 miljard rode bloedlichaampjes.
We worden allemaal met een enorme pool aan stamcellen geboren. Maar die dreigt op oudere leeftijd op te drogen doordat de stamcellen als gevolg van ophoping van schade aan erfelijk materiaal geleidelijk afsterven. Als bijvoorbeeld de stamcellen van de thymusklier verloren gaan, leidt dat tot immuno-senescentie: de sluipende ineenstorting van het immuunsysteem. Zonder een slagvaardig leger afweercellen dat binnen het lichaam opruiming houdt, kan dit leiden tot osteoporose, alzheimer, kanker of arteriosclerose. Als het om senescentie van de stamcellen van de hypothalamus in de hersenen gaat, kunnen de stofwisseling, het hormonale systeem of de temperatuurregulatie van het lichaam beschadigd raken. Aanzetten om het verlies aan stamcellen tegen te gaan, zijn legio. Een mogelijkheid is om cellen van de patiënt zelf in het laboratorium te vermenigvuldigen en ze later terug in het lichaam te injecteren. Onder meer in de VS zijn er al klinieken die zo’n behandeling aanbieden. De effectiviteit van deze therapie is echter omstreden: niet duidelijk is nog hoe lang de nieuwe stamcellen in het lichaam overleven en of ze zich nestelen op de plek waar ze nodig zijn. Verder bestaat het gevaar dat ze zich ongecontroleerd delen en tumoren vormen.
Ook worden stoffen onderzocht die stamcellen fit en deellustig houden. Andere werkzame stoffen moeten de chemische signalen van gezonde stamcellen nabootsen of kwakkelende cellen van dringend noodzakelijke voedingsstoffen voorzien.
Onlangs nog baarde een door biotech-bedrijf Intervene Immune op een anti-aging-congres in New York gepresenteerde studie opzien: het bedrijf was er bij deze studie in geslaagd om bij negen mannen tussen 51 en 65 nieuw weefsel in de voor het immuunsysteem zo belangrijke thymusklier te laten groeien. Ook de aan bepaalde kentekenen in het erfelijk materiaal gemeten biologische leeftijd van de proefpersonen daalde in het één jaar durende onderzoek met circa 18 maanden.
Het zou de eerste keer zijn dat een medicamentenmix de levensklok van mensen daadwerkelijk terugdraait. Intervene Immune bereikte dit effect met een cocktail van drie werkzame stoffen: het groeihormoon HGH, het hormoon DHEA – een voorloper van oestrogeen en testosteron – en het middel tegen diabetes metformine dat ook Harvard-onderzoeker David Sinclair slikt. Als volgende stap moet het datamateriaal beoordeeld worden door onafhankelijke onderzoekers; ook moet uit studies met een aanzienlijk groter aantal proefpersonen blijken of het genoemde effect zich nauwkeurig laat herhalen.
Een verder onderzoeksgebied van de anti-aging-wetenschap betreft de energiefabrieken van onze cellen: de mitochondriën. Wat wij aan voedsel tot ons nemen, zetten zij om in energiepakketten die nodig zijn voor vrijwel elke celreactie.
Maar ook mitochondriën slijten. Want productie van energie gaat net als bij een echte energiecentrale gepaard met afvalstoffen. Wanneer een cel het eind van haar levenscyclus nadert, groeit de concentratie van bepaalde signaalstoffen. Ophoping van die stoffen leidt tot ontbinding van het mitochondrion, wat op zijn beurt dan weer tot productie van nog meer signaalstoffen leidt. Dan rolt er een dodelijke chemische golf door de cel met als gevolg dat steeds meer van de circa 1500 mitochondriën sterven.
Schadelijke cellen ruimen zichzelf zo op. Voor bio-informaticus Xianrui Cheng en systeembioloog James Ferrell is apoptose (het geprogrammeerd opruimen van een cel) daarom de sleutel tot het ontstaan van ziekte. ‘Soms sterven onze cellen door dit zelf op gang gebrachte proces als ze dat eigenlijk niet zouden moeten, zoals bij neurodegeneratieve aandoeningen. En soms willen onze cellen niet sterven hoewel dat voor ons beter zou zijn – zoals bij kanker’, vertelde Ferrell tijdschrift Stanford Medicine. ‘Wanneer we dat verhinderen willen, moeten we weten hoe apoptose precies functioneert.’
Een grote rol hierbij spelen vrije radicalen, in vaktaal reactieve zuurstofcomponenten (reactive oxygen species, afgekort ROS) geheten. Deze moleculen zijn een uiterst agressief bijproduct van onze celstofwisseling. Om zich chemisch te stabiliseren hebben ze elektronen nodig en die stelen ze van hun omgeving, bijvoorbeeld uit de celwanden of de erfelijke eigenschappen van mitochondriën. De meeste door vrije radicalen veroorzaakte beschadigingen worden snel weer gerepareerd, maar dat geldt niet voor alle beschadigingen en in de loop der tijd neemt hun aantal toe. De energieproductie in de aangetaste cellen daalt en uiteindelijk sterven de cellen af.
Vrije radicalen beschadigen niet alleen de mitochondriën maar ook de proteïnen en het dna in de cel. Er zijn evenwel methodieken om het eigen weerstandsvermogen van de cel een handje te helpen.
Verkeerslicht voor de cel
De geschiedenis van een werkzame stof die cellen in de strijd tegen veroudering bijstaat, begon met plannen voor de aanleg van een vliegveld op een verafgelegen eiland. Aan het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw reisde de aan Mcgill-universiteit in het Canadese Montreal verbonden Stanley Skoryna naar het midden in de Stille Oceaan gelegen Paaseiland (Rapa Nui). Hij wilde er planten- en bodemmonsters nemen voordat dit van de rest van de wereld geïsoleerde eiland aansluiting zou vinden bij de moderne wereld.
Skoryna verliet het eiland in februari 1965 met duizenden monsters. De Canadese microbioloog Suren Sehgal slaagde erin uit een van de bacteriekweken een nieuw middel tegen schimmelvorming te isoleren. Verwijzend naar de vindplaats noemde hij het rypamycine en het bleek met recht een schat. In de transplantatiegeneeskunde helpt deze werkzame stof afstootreacties tegen donororganen te onderdrukken. Ook wordt hij ingezet in de strijd tegen kanker aangezien hij groei en vermenigvuldiging van cellen kan voorkomen: rapamycine onderbreekt de activiteiten van het enzym mtor (mechanistic target of rapamycin) dat kankercellen doet woekeren.
Gelet op deze veelzijdigheid van rapamycine duurde het niet lang voor de anti-aging- industrie de schimmeldoder opmerkte. Prompt bleek dat rapamycine de levensduur van vliegen, wormen en knaagdieren verlengde. Bio-gerontoloog Matt Kaeberlein omschrijft mtor als een ‘verkeerslicht voor de cel’: het enzym vertelt de cel op welke momenten ze actief moet zijn en op welke momenten ze haar groei moet staken. Bij voedseltekort bijvoorbeeld last de cel een rustpauze in. Rapamycine spiegelt mtor zo’n tekort voor.
Wat heeft dat met levensverlenging van doen? Dit: lichaamscellen gebruiken een periode van vasten om zich te ontdoen van afvalstoffen die op den duur tot de dood van de cel kunnen leiden. Deze zelfreiniging noemen we autofagie. Dit uit het Grieks stammende begrip betekent gewoon ‘zichzelf opeten’. En dat is precies wat een cel doet als het aan energietoevoer van buiten ontbreekt: ze kijkt wat er binnen in de cel te bikken valt. Daartoe worden de spijsverteringsorganen van de cel, de lysosomen, door de eigen afvalverwerking van de cel van onbruikbare celbestanddelen in de vorm van proteïnen, vetten en koolhydraten voorzien. Hieruit recyclen de lysosomen grondstoffen voor de cel en zorgen zo voor haar vitaliteit. Op dit effect is ook het momenteel populaire intervalvasten gericht.
Om aan te tonen dat het toedienen van rapamycine ook de grote schoonmaak in de cellen bij hogere zoogdieren bevordert, verricht bio-gerontoloog Kaeberlein momenteel proeven bij honden. Start-up Restorbio gaat nog verder: het heeft van farmaceutisch concern Novartis licentie gekregen voor twee moleculen die het mtor-enzym beïnvloeden en test deze al op mensen uit. Proefpersonen krijgen de stof RTB101 toegediend, die moet helpen tegen door ouderdom veroorzaakte ziektes als hartinsufficiëntie, alzheimer en parkinson.
Ook met betrekking tot David Sinclairs kleine fitmaker NMN is er nieuws. Het mede door hem opgerichte bedrijf Metrobiotech heeft de stof in 2018 vrijgegeven voor klinische proeven. Die gaan nu de tweede fase in en bieden kennelijk uitzicht op succes.
Maar hoe functioneert deze werkzame stof nu eigenlijk precies? NMN wordt door de stofwisseling omgezet in NAD+ dat het enzym sirtuine activeert. Sirtuines en NAD+ vormen een soort droompaar voor het reguleren van de energiestofwisseling. ‘Sirtuines hebben NAD+ nodig om actief te kunnen zijn en de cellen te beschermen,’ zegt Sinclair. ‘Het niveau aan NAD+ daalt echter naarmate men ouder wordt. Wie de stof als medicament slikt, kan het niveau aan NAD+ echter weer tot jeugdige hoogtes opdrijven.
Wanneer we precies weten hoe cellen veranderen als ze oud of ziek zijn, zal daar een veelheid aan nieuwe therapieën uit voortkomen
Om strategieën tegen veroudering te ontwikkelen, moet onze kennis over de processen binnen een cel zo gedetailleerd mogelijk zijn. En hoe meer cellen en celsoorten we op veroudering kunnen bestuderen, hoe beter.
Dat wordt mogelijk dankzij de nieuwe methode single cell sequencing (afzonderlijke-celanalyse). Die maakt het voor het eerst mogelijk het erfelijk materiaal van een enkele cel te selecteren. Onderzoekers kunnen zelfs zien welke genen op dat moment zijn ingeschakeld en welke proteïnen in de cel worden aangemaakt. ‘Je krijgt als het ware een vingerafdruk van de actuele situatie in een cel,’ vertelt Herbert Schiller van het instituut voor longbiologie bij het Helmholtz Zentrum in München. Schiller en zijn team onderzoeken met behulp van afzonderlijke celanalyse hoe de activiteit van genen verandert als cellen ouder worden. Daartoe onderzochten ze dertig verschillende celtypes in de longen van jonge en oude muizen.
Een eerste inzicht luidt: het is ingewikkeld. Cellen van eenzelfde type gedragen zich niet altijd gelijk. In plaats daarvan nemen ze diverse situaties in, afhankelijk van wat op dat moment van hen wordt gevraagd. ‘En die variatie is in oude longen wezenlijk groter,’ zegt Schiller. ‘Daar doen zich in het bedrijvigheidspatroon van de genen meer toevallige zwenkingen voor.’ Welke gevolgen dat voor het lichaam heeft, kunnen de onderzoekers op dit moment nog niet zeggen.
Celbiologen staat heel wat fundamenteel onderzoek te wachten. Het Helmholtz Zentrum in München participeert in het internationale project Human cell atlas. Doel hiervan is een driedimensionaal overzicht van alle 40 biljoen cellen in het menselijk lichaam. Om deze vloed aan informatie aan te kunnen, moeten geheel nieuwe verwerkingsmethodieken ontwikkeld worden. Kunstmatige intelligentie moet zelfstandig patronen in de meetdata kunnen onderkennen. Wanneer we precies weten hoe cellen veranderen als ze oud of ziek zijn, zal daar een veelheid aan nieuwe therapieën uit voortkomen – is de hoop.
Zilveren tsunami
Veroudering is niet alleen een medisch maar ook een maatschappelijk probleem. Een steeds grotere groep ouderen, de ‘zilveren tsunami’, dreigt de industriestaten en binnenkort ook China te overspoelen. Het gevolg: steeds meer mensen zullen steeds langer moeten werken om te voorkomen dat de samenleving instort. Daarvoor moeten ze lang fit blijven. De apparatengeneeskunde stuit op haar grenzen, gezondheidssystemen dreigen te bezwijken onder de kosten, de farmaceutische industrie snakt naar medicamenten voor de vele miljoenen gevallen van door ouderdom veroorzaakte aandoeningen.
Dat maakt de anti-aging-industrie tot een florerende bedrijfstak – zij belooft het probleem bij de wortel aan te pakken, bij het verouderingsproces zelf. Navenant lang is de lijst van miljardairs en beleggingsbedrijven – vele daarvan uit Sillicon Valley – die in start-ups op dit gebied investeren.
Sinclairs bedrijf Life Biosciences haalde 50 miljoen dollar op bij beleggers. Dat zijn peanuts in vergelijking met de bedragen waarover Unity Biotechnology beschikt – het bedrijf dat de zombiecellen in artritische gewrichten bestrijdt. De beurswaarde van dit bedrijf werd in 2018 geschat op 700 miljoen dollar – hoewel het maar negentig medewerkers heeft. Google-dochter California Life Company (Calico) had bij haar oprichting zelfs de beschikking over 1 miljard dollar. Met dat geld moeten ruim honderd onderzoekers licht brengen in het duister van het celverouderingsproces – en geneesmiddelen produceren voor op de markt.
Goed en slecht
Betrouwbare studies en omvangrijke klinische proeven kunnen de dikwijls nog met argwaan bekeken anti-aging-branche imagowinst opleveren. Ondanks de samenwerking met gevestigde onderzoeksinstellingen heeft de verjongingsindustrie nog altijd te kampen met de reputatie van een cryptowetenschap waarin veel charlatans zich op hun gemak voelen. Sinclair neemt de voorbehouden tegenover de anti-aging-geneeskunde sportief op: ‘Alles wat nieuw is wordt met tegenstand geconfronteerd. Maar bij nader inzien snijdt het bestrijden van veroudering evenveel hout als de bestrijding van kanker en alzheimer.’ Hij is ervan overtuigd dat de mensen binnen enkele jaren profijt zullen hebben van de eerste successen van de anti-aging-geneeskunde.
Maar hoe ziet een wereld eruit waarvan de bewoners ziekte en dood succesvol vertragen? ‘Goed en slecht,’ zegt Sinclair eerlijk. Slecht omdat het milieu er extra door belast zal worden en de mensen langer zullen moeten werken. ‘Goed omdat we langer leven, productiever zijn, het bruto nationaal inkomen stijgt en we biljoenen aan gezondheidskosten uitsparen – en met dat geld al het slechte in onze wereld kunnen verbeteren.’ In 2016 lanceerde de Nasa de prijsvraag itech met als doel de beste middelen tegen spierzwakte, geheugenverlies en schade als gevolg van heelalstraling op het spoor te komen. Want dat zijn gezondheidsrisico’s die een bedreiging vormen voor langdurige missies naar de planeet Mars. Winnaar was een NAD+-concept, ingediend door David Sinclair en Lindsay Wu. Of hun voorstellen ooit resultaat zullen afwerpen, staat nog in de sterren geschreven – evenals het succes van al het anti-aging-onderzoek.
Uiteindelijk kan het levensontwerp ook te complex blijken om het met twee, drie moleculen de voet dwars te zetten – zelfs als die afkomstig zijn uit het laboratorium van David Sinclair.
Commandocentrales van veroudering
Sommige processen beschadigen een cel en verkorten haar leven; andere bevorderen haar fitheid en houden haar jong. Anti-aging-onderzoekers willen positieve processen gericht bevorderen en schadelijke processen afremmen of omkeren.
Chromosomen bevatten genetische informatie. Hun beschermkappen, de telomeren, slijten en beperken het aantal celdelingen. Beschadigingen aan het genoom (de complete genetische samenstelling van een organisme of cel) kunnen leiden tot kanker of het afsterven van een cel.
Vrije radicalen veroorzaken oxidatieve stress (een stofwisselingstoestand, waarbij meer dan een normale fysiologische hoeveelheid reactieve zuurstofverbindingen (ROS – reactive oxygen species) in de cel gevormd wordt of aanwezig is): ze beschadigen het genoom in de celkern en in de mitochondriën.
Mitochondrieën zijn de energiefabrieken van de cel. Oxidatieve stress veroorzaakt dat ze afsterven.
Lysosomen houden de cel fit doordat ze afvalproducten afbreken – met name op momenten dat voedsel schaars is.
De tijd verloopt
Onze cellen kunnen de einden van de chromosomen niet volledig kopiëren. Daarom worden de zich daar bevindende telomeren met elke deling kleiner. In stamcellen verlengt een enzym ze regelmatig.
Een goede plek om oud te worden Demografie. Bevolkingsgegevens laten zien dat op sommige plekken op de wereld heel veel mensen heel oud worden. _National Geographic_-auteur Dan Buettner muntte voor deze streken het begrip blauwe zone. Ze liggen in Okinawa (Japan), Italië, Nicoya (Costa Rica), Ikaria (Griekenland) en bij een religieuze gemeenschap in Loma Linda (vs). Naast een bepaalde mate van isolatie hebben die plekken alle de leefwijze van hun inwoners gemeen: zij eten gezond en vleesarm, zijn geworteld in hun familie en gemeenschap, roken niet en bewegen regelmatig.
Vers gerestaureerd Geneeskunde: Wanneer we onze gezonde levensjaren drastisch willen verlengen, zullen we waarschijnlijk meer moeten doen dan een paar pillen slikken. Zonder meer is een gezonde leefwijze noodzakelijk. Maar we hebben ook methodes nodig om organische schade te repareren. Daartoe willen onderzoekers ingrijpen in onze genetische samenstelling, piepkleine robots ons lichaam in sturen of aangetast weefsel uitruilen.
Gekweekt weefsel
Cellen uit de petrischaal genezen al schade aan het kraakbeen. In de toekomst moeten huid, botten en vaten, zelfs hele organen buiten het lichaam met cellen van de patiënt gekweekt en aansluitend getransplanteerd worden.
Leefwijze
Niet zo spectaculair maar op dit moment onze grootste kans: gezonde voeding, niet te veel eten, met mate sporten, voldoende slapen en sociale contacten onderhouden.
Gentherapie
Harvard-geneticus George Church doet momenteel proeven waarbij een door ouderdom veroorzaakte hartkwaal bij honden door verandering aan genetisch materiaal vertraagd moet worden. Ook vele andere aanzetten worden onderzocht.
Bloedtransfusies
Transfusies met het bloed van jonge muizen kunnen verouderingsschade bij oude knaagdieren tot op zekere hoogte omkeerbaar maken. Voor toepassing op mensen stak de Food and Drug Administration (FDA, het agentschap van de federale overheid van de Verenigde Staten dat de kwaliteit medicijnen in brede zin controleert) vooralsnog een stokje vanwege de hiermee gepaard gaande gezondheidsrisico’s.
Nanorobots
Eerst zullen microscopisch kleine machines ziektes als kanker en atheromatose helpen behandelen door gericht medicamenten naar de tumoren te brengen of verstopte aderen te openen. Later kunnen ze wellicht door ouderdom veroorzaakte weefselschade repareren.
Veroudering valt te genezen. In zijn boek vertelt David Sinclair hoe het onderzoek de vele mechanismes achter het ouder worden ontdekte – en hoe we die te slim af kunnen zijn. Levensduur. Over hoe we langer gezond kunnen blijven leven. Spectrum, 440 p., € 24,99. (verschijnt 17-10-2019)
Holder Diedrichs kinderen maken statistisch gezien een goede kans om ouder dan 80 te worden. Als we David Sinclair mogen geloven, kunnen ze zelfs de 150 halen.
Schrijver: Holger Diedrich
Vertaler: Marten de Vries
P.M. Magazine is een Duits populair-wetenschappelijk tijdschrift met als motto Neugierig auf Morgen. Opgericht in de jaren tachtig door Peter Moosleitner die gefascineerd was door spaceshuttles, supersonische straalvliegtuigen en futuristische communicatiemiddelen. Geven ook P.M. History en P.M. Fragen und Antworten uit.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.