Tag: overval

  • Het schandaal van Sri Lanka

    Het schandaal van Sri Lanka

    Vladimir Poetin en Anna Politkovskaja, Mohammed Bin Salman en Jamal Khashoggi: in autocratische en corrupte landen wordt de naam van vermoorde journalisten vaak in één adem genoemd met die van de machthebbers.
    Dit geldt ook voor de moord op een Sri Lankaanse journalist waarin de hand van de zittende president van Sri Lanka wordt vermoed. De dochter van de journalist vecht voor gerechtigheid.

    Op vrijdag 9 januari 2009 publiceerde The Hindu, met 2,24 miljoen lezers de op twee na grootste Engelstalige krant van India, dit nieuwsbericht:

    ‘COLOMBO: Lasantha Wickramatunga, hoofdredacteur van het Engelstalige Sri Lankaanse weekblad Sunday Leader, werd donderdagochtend door onbekende schutters vermoord in zijn auto toen hij op weg was naar zijn werk.

    Volgens de politie beschoten twee niet-geïdentificeerde personen op motorfietsen Wickramatunga en werd hij geraakt in de borst, het hoofd en de buik.

    Wickramatunga, een felle criticus van de regering van Mahinda Rajapaksa, stierf drieënhalf uur later in een ziekenhuis.

    De mediagemeenschap in het land is verontwaardigd over het falen van de regering om journalisten te beschermen en over de toenemende aanvallen op de pers.

    De Sri Lankaanse president Mahinda Rajapaksa veroordeelde de moord op Wickramatunga als een poging om zijn regering in diskrediet te brengen; oppositieleider en een voormalig premier Ranil Wickremesinghe beschuldigt de regering ervan critici het zwijgen op te leggen.

    Rajapaksa omschrijft Wickramatunga als een goede vriend en een moedige journalist en betoogt dat “dit gruwelijke misdrijf wijst op de ernstige gevaren die de democratische sociale orde van ons land bedreigen, en op het bestaan van krachten die tot het uiterste gaan in het gebruik van terreur en criminaliteit om ons sociale weefsel te beschadigen en het land in diskrediet te brengen”.

    Tijdens een persconferentie met andere oppositieleiders, zei Wickremesinghe dat de moord op de hoofdredacteur van Sunday Leader deel uitmaakt van een antidemocratisch complot.’

    Twaalf jaar later

    Precies twaalf jaar na de moord, op 8 januari van dit jaar, schreef The Hindu:

    ‘De dochter van een vermoorde Sri Lankaanse journalist heeft op 8 januari een klacht ingediend bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties over vermeende betrokkenheid van de overheid bij de dood van haar vader twaalf jaar geleden.

    Het in San Francisco gevestigde Center for Justice and Accountability diende de klacht in namens Ahimsa Wickrematunge, dochter van Lasantha Wickrematunge, die werd vermoord door een aan het leger gelieerde eenheid toen hij naar zijn werk reed.

    Lasantha Wickrematunge, hoofdredacteur van de inmiddels ter ziele gegane Sunday Leader, was een scherpe criticus van de huidige president Gotabaya Rajapaksa, die destijds minister van Defensie was. De oudere broer van Gotapaya Rajapaksa, de huidige premier Mahinda Rajapaksa, was destijds president.

    De moord op Lasantha Wickrematunge werd het symbool van vermeend machtsmisbruik en straffeloosheid door de overheid tijdens de burgeroorlog in Sri Lanka. Dit kwam prominent naar voren in een onderzoek dat in 2015 werd uitgevoerd door de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN-bureau.

    Volgens de klacht werd Lasantha Wickrematunge vermoord een paar dagen voordat hij zou getuigen in een lasterzaak die was aangespannen door Gotabaya Rajapaksa. Dit vanwege een artikel waarin zijn betrokkenheid wordt genoemd bij een corruptieschandaal rondom de aankoop van gevechtsvliegtuigen. Op dat moment vond de eindfase plaats van de decennialange burgeroorlog tussen Sri Lankaanse troepen en etnische Tamil-rebellen.

    Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad

    Zowel de regeringstroepen als de verslagen rebellen zijn beschuldigd van ernstige schendingen van de mensenrechten.

    De Sri Lankaanse minister van Buitenlandse Zaken, admiraal Jayanath Colambage, zegt dat hij de klacht niet heeft gezien en vanwege de gevoelige aard ervan niet in staat is commentaar te leveren zonder de mening van zijn politieke leiders te kennen.

    Volgens de klacht hebben instanties voor wetshandhaving ofwel geen geloofwaardig onderzoek uitgevoerd, ofwel zich actief bemoeid met pogingen om onderzoek te verhinderen.

    Nadat Mahinda Rajapaksa in 2015 de presidentsverkiezingen verloor, werd een nieuw onderzoek gestart, maar een politieke machtsstrijd in de nieuwe regering verhinderde dat de zaak tot een einde kwam.

    Er is geen vooruitgang geboekt in het onderzoek sinds Gotabaya Rajapaksa tot president werd gekozen.’

    Klacht bij de VN

    Een journalist, diens onderzoek naar een corruptieschandaal rond de aanschaf van gevechtsvliegtuigen, een moord en twee broers die stuivertje wisselen om de macht. De ene Rajapaksa schopt het van Defensieminister onder zijn broer tot president van Sri Lanka en de andere Rajapaksa wordt na zijn presidentschap premier van het land.

    Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad.

    Ahimsa Wickrematunge, schrijver en activist en dochter van de vermoorde journalist, laat het er niet bij zitten en diende begin dit jaar een klacht in bij het Comité voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Vorige week lichtte ze in een opiniestuk in The Washington Post de achtergrond toe. 

    ‘In 2007 onthulde mijn vader, Lasantha Wickrematunge, een van Sri Lanka’s meest onafhankelijke journalisten, een wapenovereenkomst waarbij de toenmalige minister van Defensie Gotabaya Rajapaksa meer dan $10 miljoen aan overheidsgeld verduisterde. Rajapaksa daagde hem voor de rechtbank wegens laster.

    Kort daarna werden de persen van mijn vader bij de Sunday Leader, waarvan hij hoofdredacteur was, midden in de nacht bestormd door een bende gemaskerde mannen. Twee van zijn medewerkers werden aangevallen en de persen werden in brand gestoken.

    ‘Een gat in mijn ziel’

    Op 8 januari 2009, enkele weken voordat mijn vader kon getuigen over de corrupte wapendeal, lokten officieren van de militaire inlichtingendienst hem in een hinderlaag toen hij naar zijn werk reed. Ze hebben hem vermoord, mijn familie verscheurd, een gat in mijn ziel gebrand en journalisten in heel Sri Lanka verlamd.

    Ik houd Rajapaksa verantwoordelijk, zoals ik duidelijk maakte toen ik stappen nam om Rajapaksa in Los Angeles aan te klagen voor zijn rol in de moord op mijn vader. Zijn verbijsterende verkiezing tot president van Sri Lanka in november 2019 heeft onmetelijke pijn veroorzaakt bij mij en mijn familie en schade toegebracht aan het weefsel van de Sri Lankaanse samenleving. (Toen een BBC-verslaggever Rajapaksa ondervroeg over de moord op mijn vader, ontweek hij de vraag en lachte wegwuivend.)

    Vorige week presenteerde Michelle Bachelet, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de Verenigde Naties, een rapport waarin een vernietigend oordeel werd uitgesproken over schendingen van de mensenrechten in Sri Lanka. Ze raadde de internationale gemeenschap aan om stappen te zetten en Sri Lanka verantwoordelijk te houden voor de aanhoudende nalatigheid om te voorzien in gerechtigheid voor de slachtoffers. In de komende weken beraadt de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties zich over een mogelijke reactie.

    Het filmpje waarin Rajapaksa de moord wegwuift. ‘Why are people so worried about one man?’

    Gruweldaden

    Toen Mahinda Rajapaksa in november 2005 tot president van Sri Lanka werd gekozen, wees hij zijn broer Gotabaya aan om het ministerie van Defensie van Sri Lanka te leiden. Onder hun toezicht vonden enkele van de ergste gruweldaden in Sri Lanka plaats en ze richtten zich systematisch op elke journalist die dapper genoeg was om zich tegen hen uit te spreken. 

    Na de electorale nederlaag van zijn broer in 2015 verdween hij korte tijd van het toneel, maar Gotabaya Rajapaksa, beschuldigd van oorlogsmisdaden, is nu opnieuw aan de macht. Het wegmoffelen dat volgde op de dood van mijn vader in 2009 gebeurde grondig en zorgvuldig, zoals blijkt uit mijn recente communicatie met de Verenigde Naties en uit documentatie van Human Rights Watch.

    Het autopsierapport sprak de bevindingen van het ziekenhuis over de doodsoorzaak tegen. Onderzoekers werden bedreigd. Bewijs werd vervalst en geplant. Twee onschuldige burgers die waren aangewezen als daders van de aanslag, werden later neergeschoten en hun lichamen zijn verbrand. Een ander werd gearresteerd en stierf in hechtenis.

    Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar

    Zes jaar na de moord op mijn vader, op 8 januari 2015, stemden Sri Lankanen het regime van Rajapaksa weg en kozen een nieuwe regering, geleid door president Maithripala Sirisena, die gerechtigheid beloofde aan de vele slachtoffers van wreedheden onder het voorgaande regime. Rechercheurs van de politie kwamen al snel op het spoor van een militair doodseskader, het Tripoli-peloton, dat naar verluidt onder toezicht stond  van Rajapaksa toen hij nog minister van Defensie was.

    Maar toen rechercheurs de rol van Rajapaksa aan het licht brachten, werd hun onderzoek belemmerd. Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar. Rechters braken met eeuwen van precedenten en vaardigden bevelen uit om zijn arrestatie te voorkomen. Toen juristen hem wilden ondervragen over de moord op twee mensenrechtenactivisten, legde een rechter hen het zwijgen op. Toen hij werd aangeklaagd wegens verduistering, kwamen nog meer rechters tussenbeide om het proces tegen hem te stoppen.

    Daarop besloot ik me tot Amerikaanse rechtbanken te wenden. Maar Rajapaksa had al een nieuwe campagne gelanceerd voor de presidentsverkiezingen. Zijn basis: wederopbouw van de inlichtingendiensten en vrijpleiting van inlichtingenofficieren die zijn beschuldigd van wreedheden. Vijftien maanden geleden zag ik met afgrijzen hoe Sri Lankanen de man kozen die ervan is beschuldigd mijn vader te hebben vermoord. Zijn nieuwe status als president heeft hem immuniteit gegeven.

    Straffeloosheid

    Als president verspilde Rajapaksa geen tijd om ervoor te zorgen dat straffeloosheid de wet van het land zou worden. Hij promoveerde rechters die hem boven de wet hadden geplaatst. Hij verleende gratie aan een soldaat die veroordeeld was voor oorlogsmisdaden wegens het doden van kinderen. Rechercheurs die dergelijke wreedheden onderzochten, zijn gevlucht of werden gearresteerd.

    Shani Abeysekara, een door de FBI opgeleide politieman die de recherche-afdeling van Sri Lanka leidde en die tot doorbraken kwam in verschillende kenmerkende onderzoeken, verdween achter slot en grendel op grond van valse beschuldigingen.

    In mei stelde Rajapaksa zelf het nieuwe hoofd van de Centrale Inlichtingendienst aan: een politieman die ervan is beschuldigd bewijsmateriaal over de moord op mijn vader te hebben verdoezeld. Dit alles vond plaats terwijl de internationale gemeenschap blijft verwachten dat Sri Lanka gerechtigheid zal bieden aan slachtoffers.

    Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen

    Organisaties van slachtoffers en de internationale gemeenschap zijn zich er terdege van bewust dat de verkiezing van Rajapaksa elke weg heeft afgesloten naar mensenrechten en verantwoordingsplicht in Sri Lanka. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en speciale rapporteurs van de VN, waarschuwen dat Sri Lankanen het alarmerende risico lopen van een herhaling van mensenrechtenschendingen uit het verleden, zolang krachtig internationaal optreden door buitenlandse regeringen en de Mensenrechtenraad, inclusief sancties, reisverboden en het instellen van een onafhankelijk internationaal verantwoordingsorgaan, uitblijft. 

    Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen. Twaalf jaar later, nu diezelfde organen op sterven na dood zijn, is het de hoogste tijd voor de wereld om een ​​grens te trekken bij het vermoorden van journalisten en om ervoor te zorgen dat moorddadige autocraten een prijs moeten betalen.

    Maar vandaag, nu ik zie hoe de moordenaars van helden als Anna Politkovskaja, Jamal Khashoggi en mijn vader elkaar op de schouders slaan op het wereldtoneel, lijkt het erop dat het vermoorden van een journalist niets anders is dan een overgangsritueel voor aankomende autocraten.’