Britse tuinliefhebbers bereiden zich op de toekomst voor door vijgen- en olijfbomen te kopen. Maar er vallen ook slachtoffers. Zo was de pioenroos niet bestand tegen de zware regenval van afgelopen zomer.
Hij bestaat al vierhonderd jaar: de oudste botanische tuin van Groot-Brittannië, een lusthof met medicinale planten en eeuwenoude bomen waarvan door de eeuwen heen veel beroemdheden hebben genoten, onder wie J.R.R. Tolkien en Lewis Carroll. Maar in dit jubileumjaar ziet de toekomst er toch heel anders uit voor de botanische tuin van Oxford, als gevolg van de invloed van de klimaatcrisis op het Britse weer.
‘We moeten heel goed overdenken wat we voor de toekomst willen planten,’ zegt de directeur van de tuin, professor Simon Hiscock. ‘Zeker als het om bomen gaat, want daarvoor moet je niet een paar jaar, maar in sommige gevallen honderden jaren vooruitdenken. We hebben onze rotstuin al opnieuw ingericht: die is nu bijna een oost-mediterraan landschap.’
Met temperaturen tot boven de 30 graden gonsde het afgelopen zomer van de bijen rond de paarse Delphiniums en grote gele Verbascum, vertelt Hiscock. ‘De tuin deed het fantastisch bij al die zonneschijn en die warmte, en de planten vonden het heerlijk. We moeten ons ervan bewust zijn wat er met ons landschap gebeurt, nu het warmer wordt. De mediterrane tuin is zeker gemakkelijker te onderhouden dan een gewone Engelse tuin.’
Daarbij vallen ook slachtoffers. Moderne rozen en klassieke Engelse kruidentuinen hebben behoorlijke hoeveelheden water nodig, maar de heftige buien die deze zomer ook vielen, hebben heel wat pioenen in Oxford platgeslagen.
Vijgen en olijfbomen
Britse tuinliefhebbers zijn al bezig zich aan te passen aan warmere omstandigheden door vijgen en olijfbomen te kopen, maar Hiscock waarschuwt dat ze daarbij wel moeten oppassen voor ziektes als xylella. Interessante alternatieven zijn volgens hem de Noord-Amerikaanse notenbomen, zoals de Carya tomentosa en de hop-haagbeuk uit Zuid-Europa, en ook de zijdeboom en het Perzisch ijzerhout hebben het dit jaar in zijn botanische tuin prachtig gedaan.
Soorten als deze zijn in de achttiende eeuw verzameld door een van de botanici van de tuin, John Sibthorp, die in 1784 en 1794 op expeditie ging naar het oostelijke Middellandse Zeegebied. Daarbij volgde hij het spoor van de antieke Griekse arts Dioscorides, wiens boek De materia medica hij raadpleegde. Zo zocht Sibthorp zijn weg door het oostelijke Middellandse Zeegebied. De planten die hij er vond werden getekend door botanisch illustrator Ferdinand Bauer en vormden de basis van de Flora Graeca, een boek dat Hiscock ‘het botanische kroonjuweel van Oxford’ noemt.
De eerste steen voor deze hortus botanicus werd gelegd op 25 juli 1621, nadat Henry Danvers, de eerste graaf van Danby, het twee hectare grote stuk land had gehuurd van Magdalen College om er een ‘geneeskundige tuin’ vol medicinale planten aan te leggen, bedoeld voor het onderwijs aan geneeskundestudenten. Hiscock: ‘Studenten moesten de planten die ze voor hun medicijnen zouden vermalen, kunnen onderscheiden en weten wat de eigenschappen daarvan waren. Je kunt bijvoorbeeld heel goed kleine hoeveelheden atropine, afkomstig van de giftige nachtschade, gebruiken, maar een hoge dosis daarvan kan voor je patiënt dodelijk zijn.’
Taxusbomen
In 1642 was de tuin aangelegd en werd hij onderhouden door de eerste beheerder, Jacob Bobart de Oudere, een Duitser die door Danvers was ingehuurd. Tijdens de Engelse Burgeroorlog, toen Charles I hof hield in Oxford, begon Bobart aan het samenstellen van een catalogus van de 1600 planten in de tuin, terwijl hij daarnaast ook fruit en groenten uit de tuin verkocht en een pub dreef, The Greyhound. Enkele taxusbomen die in zijn tijd werden geplant, staan er nog steeds.
Rond 1830 groeide de aandacht voor experimentele botanie en werd de geneeskundetuin omgedoopt tot botanische tuin. Op dit moment biedt hij ruimte aan vijfduizend planten die worden gebruikt voor onderzoek, onderwijs en behoud van biodiversiteit. Schrijvers als Tolkien, Carroll, Evelyn Waugh, Philip Pullman en Colin Dexter hebben dankbaar gebruikgemaakt van de rust die er heerste. Er groeien ook planten die worden gebruikt voor het eigen merk gin van de tuin en voor de ter ere van dit vierhonderdjarig jubileum ontwikkelde whisky. Het jubileumjaar werd in juli afgetrapt door Chris Patten, de rector magnificus van Oxford, die een vaantjesboom (Davidia involucrata) plantte naast de boom die in 1971 ter gelegenheid van het driehonderdvijftigjarig jubileum door [oud-premier] Harold Macmillan was geplant.
Ook is er een nieuwe soort, de Oxford Physic-roos, ontwikkeld door Peter Beales Roses en gekweekt om zijn combinatie van geur en gehardheid, al is deze roos niet zo sterk als de damastrozen die Sibthorp kweekte.
Taaiheid wordt voor tuinliefhebbers steeds belangrijker, volgens Mark Gush, hoofd van de sectie ecologische tuinbouw binnen de Royal Horticultural Society. ‘Het gaat erom dat planten bestand zijn tegen extremen,’ zegt hij. ‘Het is niet alleen een kwestie van stijgende temperaturen, er kunnen ook periodes van extreme kou of extreme regenval, droogte of overstromingen voorkomen. In brede zin moeten mensen erover nadenken of de nadruk ligt op aanpassen aan of temperen van een veranderend klimaat.’
Sommige planten die zijn gekweekt voor de klassieke Engelse country garden krijgen het misschien moeilijk, zegt Gush. ‘Je zou ervoor kunnen kiezen om bomen te planten die CO2 opnemen om de klimaatcrisis tegen te gaan. Ook kan het verbeteren van de grondkwaliteit helpen. Door de grond te verbeteren, het doorlatend vermogen, de hoeveelheid organisch materiaal en voedingsstoffen, vergroot je vanzelf de weerstand van elke boom of plant die
je erin zet.’
Tegen een stootje kunnen is het belangrijkst voor planten, vindt ook Hiscock. ‘Planten zijn veel boeiender dan dieren. Ze leven langer en zijn duurzamer, ze houden stand. Wordt het warm, dan kunnen dieren in de schaduw gaan staan of naar het noorden trekken. Maar planten blijven staan waar ze staan en houden vol.’


