Tag: paardensport

  • Rodeo helpt zwarte cowboys weer in het zadel

    Rodeo helpt zwarte cowboys weer in het zadel

    In de tijden van het Wilde Westen waren zwarte cowboys heel gewoon, maar op rodeo’s zijn ze schaars. Behalve op de Bill Picket Invitational.

    Afgezien van de songs van Missy Elliot en Ludacris die in plaats van countrydeuntjes door de speakers schallen, klinkt en oogt de Bill Pickett Invitational als een echte rodeo. In de arena klampen cowboys en cowgirls zich vast aan halfwilde paarden die hen proberen af te werpen. Ze vangen kalveren met een lasso en slalommen om houten vaten. De tribunes zitten vol fans met cowboyhoeden op hun hoofd en cowboylaarzen aan hun voeten, die op gegrilde kippenboutjes knabbelen en naar adem snakken als ruiters op de grond worden geworpen. In de pauze kunnen de kinderen ‘schaaprijden’ – een evenement waarbij ze op de rug van een schaap worden gezet en zich daar stevig aan vast moeten houden terwijl hun wollige rijdieren door de piste stuiven. Het grootste verschil is dat alle deelnemers – en het merendeel van het publiek – zwart zijn.

    De Bill Picket Invitational, die plaatsvond in Denver op Martin Luther King Day en dit jaar nog vijf andere steden zal aandoen, Hij werd in 1984 opgezet door Lu Vason, een muziekpromotor, nadat hij op een rodeo in Cheyenne, Wyoming, was geweest ‘en geen enkele ruiter had gezien die er net zo uitzag als hij’, vertelt Valeria Vason-Cunningham, die de rodeo organiseert sinds de dood van haar man in 2015.

    Vason besloot de rodeo naar Bill Pickett te noemen. Pickett, die in 1870 werd geboren in Texas, was de zoon van een bevrijde slaaf die de sport van het stierworstelen ofwel ‘bulldogging’ uitvond. Pickett galoppeerde op zijn paard achter een stierkalf aan, sprong eraf, trok de kop van het kalf aan de horens tegen zijn eigen gezicht aan en zette zijn tanden in de lip van de stier, zoals hij herdershonden had zien doen. Die beet bracht de stier dusdanig in de war dat Pickett hem alleen met zijn kaak opzij kon trekken, terwijl hij zijn handen in de lucht hield.

    Pickett trad verder op met mannen als Buffalo Bill en Will Rogers onder het pseudoniem ‘De Duistere Duivel’. Hij was de eerste zwarte man die ooit is toegelaten tot de Pro Rodeo Hall of Fame. Picketts talent was zeldzaam, maar zwarte cowboys waren dat in zijn tijd niet. Die waren van essentieel belang voor de kolonisatie van het Westen, als slaven en als vrije mannen. In de eerste helft van de negentiende eeuw trokken blanke Amerikanen op zoek naar een goedkoop stuk land naar Texas, dat toen Spaans was en, na 1821, Mexicaans gebied. Sommigen namen slaven mee om te werken op hun pas opgezette katoenplantages en veeboerderijen. Nadat de slavernij was afgeschaft, namen boeren hun voormalige slaven aan als betaalde arbeidskrachten.


    Zwarten uit het oosten trokken eveneens westwaarts omdat ze ook een graantje mee wilden pikken van de hausse in de veehouderij. ‘Werken op een ranch was uitdagend, mannelijk en bood zwarten de gelegenheid om evenveel te verdienen als blanken. Het gaf ze de kans iets te doen wat hun gezinnen een zekere mate van gelijkheid verschafte,’ zegt William Loren Katz, schrijver van The Black West en veertig andere boeken over de Afrikaans-Amerikaanse geschiedenis. Historici schatten dat van de 35.000 cowboys die tussen 1866 en 1895 – op het hoogtepunt van de veehouderij – rondzwierven in het Westen er tussen de vijfduizend en negenduizend zwart waren.

    Biefstuk

    In de tijd van de Jim Crow-wetten, die de rassenscheiding legaliseerden, mochten zwarten niet meedoen aan de meeste rodeo’s. De cowboys in de boeken en films die de rest van Amerika vertrouwd maakten met het Westen waren bijna altijd blank. Zonder een plek waar ze hun krachten konden meten en zonder sterren die jonge, zwarte cowboys konden inspireren, werd de traditie uitgehold. Terwijl Valeria Vason-Cunningham wacht tot de Bill Picket-rodeo gaat beginnen, schat ze dat minder dan vijf procent van de cowboys in de Professional Rodeo Cowboys Association, de grootste rodeo-organisatie in het land, zwart zijn. De organisatie zegt dat ze de etniciteit van de ruiters niet natrekt, maar er wordt wel naar hun lievelingseten gevraagd: ‘Ik kan jullie vertellen dat negenennegentig procent het liefst een biefstuk eet.’

    Het eerste evenement van die avond in Denver is heel toepasselijk stierworstelen. Voor hij de arena ingaat, zet Tory Johnson, een tweeëndertigjarige man uit Oklahoma City, zijn cowboyhoed iets vaster op zijn hoofd, verplaatst zijn gewicht heen en weer in zijn stijgbeugels en grijpt de teugels iets steviger beet. Hij haalt diep adem en knikt bijna onmerkbaar met zijn hoofd. De hekken springen open. Op een goudkleurige Palomino met golvende manen en een brede, witte bles schiet Johnson de arena in achter een stierkalf aan dat vóór hem is losgelaten. Hij buigt zich naar voren op zijn paard tot zijn armen om de nek van de stier liggen; dan schopt hij de stijgbeugels van zijn voeten, leunt op de stier en drukt hem tegen de grond – zonder zijn tanden te gebruiken, dient hierbij opgemerkt te worden. De hele beproeving neemt 5,6 seconden in beslag.

    Vertaler: Tineke Funhoff

    Openingsbeeld: De Bill Pickett Invitational Rodeo in Memphis. – © Scott Olson / Getty Images

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • ‘Ik doe dit niet voor mijzelf, ik doe het voor mijn leerlingen’

    ‘Ik doe dit niet voor mijzelf, ik doe het voor mijn leerlingen’

    Enos Mafokate (72) leerde paardrijden tijdens de apartheid en werd de eerste zwarte springruiter van Zuid-Afrika. Tegenwoordig runt hij een manege in Soweto, waar hij het stokje doorgeeft aan de jeugd.

    Als kind brak Enos Mafokate takken af, en deed, na urenlang nauwgezet schuren, net alsof het paarden waren waarop hij over het erf reed. De herinnering aan de eerste keer dat hij op een echte pony reed staat onuitwisbaar in zijn geheugen gegrift. ‘Ik was een jaar of tien en ik zat op Dapur, onze ezel, om het vee binnen te halen, toen ik een blank jongetje op een pony tegenkwam.’

    Ze wisselden wat onschuldige woorden, zonder zich te laten hinderen door de zeer reële beperkingen van die tijd; het was 1954 en apartheid regeerde. ‘Het blanke kind sprak me aan en zei dat hij nog nooit op een ezel had gereden en vroeg of hij op die van mij mocht.’

    De jongens besloten te ruilen van dier. ‘Dat was lastig, want ik had geen idee wat ik met het hoofdstel en zadel aan moest. Maar die jongen hielp me, hij legde uit waar ik mijn voeten moest houden en hoe ik moest zitten.’

    Zo zaten ze op elkaars dier toen de vader van het blanke kind op het toneel verscheen. Rood aangelopen van woede schreeuwde hij tegen Mafokate dat hij van de pony af moest en tegen zijn zoon zei hij: ‘My kind ry nie op ’n donkie van ’n swart man nie!’ [Mijn kind rijdt niet op de ezel van een zwarte!]

    ‘Het is heel erg moeilijk om een zwarte eigenaar te zijn, helemaal in de paardenwereld’

    Het nieuws verspreidde zich snel. Vrienden van Mafokates vader hadden het zien gebeuren en brachten hem op de hoogte. Toen Mafokate thuiskwam, kreeg hij een pak slaag. Zijn vader schetste een beangstigend beeld en zei dat hij in de gevangenis had kunnen komen voor wat hij had gedaan. ‘Ik was een kind en begreep niet wat er fout was. Wat mij betreft hadden de grote mensen een probleem. Ik verweet mijn vader en die van dat jongetje dat ze ons angst bijbrachten en ons leerden dat we verschillend waren,’ zegt Mafokate.

    Maar het zaadje werd in Mafokates hoofd geplant door de dagelijkse rit op de trouwe Dapur: hij wilde ruiter worden. Zeven jaar na het voorval met de pony, werd hij paardenverzorger. Op een dag kon hij de verleiding niet weerstaan en hij besloot op Don Pedro, een grijs paard, te gaan rijden, maar had geen idee hoe hij het dier moest zadelen.

    De rit was rampzalig. ‘Ik trok aan de teugels, maar die gingen allebei een andere kant op!’ Mafokate had bijna een noodlottig ongeluk. Belangrijker was echter dat zijn werkgever, Lesley Taylor, hem had gezien. Hij was op het ergste voorbereid, maar tot zijn verrassing bood Taylor aan hem te leren rijden.

    Met zijn leerlingen in Soweto. – © Antony Kaminju / Hollandse Hoogte
    Met zijn leerlingen in Soweto. – © Antony Kaminju / Hollandse Hoogte

    Mafokates leven laat zich vertellen als een film; van zijn eerste baantje als paardenverzorger in een sport die wordt gedomineerd door blanken, tot zijn huidige status van internationaal hooggewaardeerd ruiter. Hij was het eerste zwarte lid van de toenmalige Transvaal Horse Society en de eerste zwarte man die als professioneel ruiter deelnam aan wedstrijden in Europa.

    ‘Het was voor zwarten moeilijk om mee te doen aan een evenement in en rond Zuid-Afrika,’ zegt hij. Een van de eerbewijzen die hem ten deel vielen is de Steve Tshwete Lifetime Achievement Award in 2015.

    Manege

    De tweeënzeventigjarige Mafokate heeft zich op het beheer van zijn geesteskind gestort, het Soweto Equestrian Centre. De in 2006 geopende manege is opgezet om minder bevoorrechte kinderen de kans te geven om hun droom paard te rijden toch na te kunnen jagen.

    In 2014 vertegenwoordigden twee leerlingen van de school Zuid-Afrika in een springconcours in Frankrijk. De vijftienjarige Nhlanhla Vilakazi was verkocht zodra hij de manege, de eerste van alle Zuid-Afrikaanse townships, bezocht en zwarte kinderen zag paardrijden.

    ‘Ik was verbaasd dat er in Soweto zo’n school bestond,’ zegt hij. Hij is nu een jaar verder en er is voor Vilakazi geen weg terug. ‘Vroeger dacht ik dat paarden weinig karakter hadden, maar na verloop van tijd besefte ik dat paarden van mensen houden,’ zegt hij.

    De school werkt ook met gehandicapte kinderen uit diverse stichtingen en klinieken. Met een glimlach verzekert Mafokate me dat ‘paardentherapie heel goed is. Als een kind niet kan lopen of praten, zie je na een paar sessies dat het de handen gaat gebruiken of de mond beweegt.’

    ‘Ik doe dit niet voor mezelf, dat moet men goed begrijpen. Ik doe het voor deze kinderen’
    Enos Mafokate met de Britse prinses Anne bij het Soweto Equestrian Centre. – © Getty Images
    Enos Mafokate met de Britse prinses Anne bij het Soweto Equestrian Centre. – © Getty Images

    De school ondervindt echter nog steeds vele uitdagingen. ‘Het is heel erg moeilijk om een zwarte eigenaar te zijn, helemaal in de paardenwereld,’ zegt Mafokate. Zijn pensioen is bij lange na niet toereikend om de kosten te dekken. ‘Alles kost geld. We zwoegen om mee te doen met wedstrijden, de paarden te voeren, reizen te betalen en de manege te drijven. Ik betaal mijn assistent uit mijn pensioen. Ik doe dit niet voor mezelf, dat moet men goed begrijpen. Ik doe het voor deze kinderen,’ zegt hij.

    Ondanks de vele uitdagingen blijft Mafokate hoopvol. Zijn plan is om de manege uit te bouwen tot een centrum waar niet alleen kan worden gesprongen, maar waar je ook polo en netbal kunt spelen, kunt boksen, bowlen of voetballen, en dat als ontmoetingsplaats voor de gemeenschap kan fungeren.

    ‘Gezien de hoeveelheid ruimte is het zeker uitvoerbaar,’ zegt hij met overtuiging. Hij ziet het als een zeer reële mogelijkheid. Zoals een van zijn leerlingen, Hlobisile Mashaba, zegt: ‘Hij is een levende legende en ik heb zeker een heleboel van hem geleerd.’

    Auteur: Oupa Nkosi

    Beeld bovenaan: Mafokate in actie op 61-jarige leeftijd. – © Reuters

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.