Eilanden in het Caribisch gebied hebben bepaalde zonnecrèmes verboden omdat de ingrediënten ervan mariene organismen vergiftigen. Sommige lotions zijn ook schadelijk voor de mens. Kunnen huid- en milieubescherming met elkaar worden verzoend?
Bescherming die schaadt – het is nogal een paradox. En niet erg aantrekkelijk. Maar helaas duiken er steeds meer berichten op dat zonnebrandcrème, die juist zo verantwoord is en die wij al jaren met steeds grotere overtuiging op onze huid smeren, in de categorie van schadelijke bescherming valt. In sommige Caribische landen zijn bepaalde zonnebrandcrèmes daarom zelfs al verboden. Studies van onderzoeksinstituten leveren meer en meer bewijzen voor de negatieve effecten van lotions.
Met de zomer in aantocht vraagt de milieu- en gezondheidsbewuste mens zich af of er echt een keuze moet worden gemaakt: óf de eigen huid redden, óf het milieu. Maar, op de zaken vooruitlopend: er bestaan oplossingen voor dit dilemma.
Oxybenzone en octinoxaat
Of het nu gaat om Aruba, Bonaire, Hawaii of Palau, de vele eilanden in het Caribisch gebied en de Stille Oceaan die inmiddels zonnebrandcrèmes hebben verboden, richten zich vooral tegen de ingrediënten oxybenzone en octinoxaat. Zonnecrèmes die deze chemicaliën bevatten, mogen daar niet meer worden gebruikt. Het is namelijk bewezen dat deze twee stoffen schade toebrengen aan koralen en ander leven in zee, en onderzoekers hebben onlangs ontdekt hoe dat kan. Hoewel oxybenzone zowel koralen als mensen beschermt tegen UV-licht, wordt de stof in zee afgebroken tot een toxine dat schadelijk is voor koralen wanneer deze aan licht worden blootgesteld. Zelfs dieren die in lokale meren en rivieren leven, zijn er niet immuun voor.
Milieuactivisten waren blij met de aankondiging uit Hawaï dat er een blokkade werd opgeworpen tegen de UV-blockers. ‘Dit is de eerste echte kans voor plaatselijke koraalriffen om zich te herstellen,’ zei bioloog Craig Downs tegen The Guardian. Door zijn studie kwamen milieuactivisten voor het eerst in het geweer tegen huidbeschermers: oxybenzone kon babykoralen doden en volwassen koralen doen verbleken, zo liet Downs in 2015 weten in het tijdschrift Archives of Environmental Contamination and Toxicology. Volgens Downs komt jaarlijks 14.000 ton zonnebrandcrème terecht op de koraalriffen van de wereld, terwijl slechts één druppel oxybenzone in een watervolume gelijk aan zes en een half Olympische zwembad al schadelijk is.
‘UV-filters zijn dé remedie tegen huidveroudering en tumoren’
Tot Downs met zijn ontdekking kwam, was de moderne mens al zo’n twintig jaar lang doelgericht in de weer met zonnebrandcrème. Een zongebruinde huid werd een relikwie van het voorbije millennium, en viel enkel nog uit te leggen door een dosis onwetendheid of een hang naar hedonistische zelfvernietiging. Een bleke huid was niet alleen onderscheidend, maar ook opnieuw een uiting van verstandigheid en eigenliefde. Bescherming tegen de zon voorkomt immers niet alleen kanker, maar ook rimpels. ‘UV-filters zijn dé remedie tegen huidveroudering en tumoren,’ zegt dermatoloog en bestsellerauteur Yael Adler.
En dan opeens het nieuws dat deze fervente gebruikers van zonnebrandmiddelen het milieu schaden. Dat het eigenlijk eco-egoïsten zijn, die hun groene overtuigingen vergeten zo gauw het om hun eigen welzijn gaat.
Niemand wil babykoraal doden om de eigen huid te redden. Maar wat dan? Watervaste crèmes helpen de zee in ieder geval niet. Zonnebrandcrème mag immers ‘waterproof’ worden genoemd als de helft ervan na twee baden van twintig minuten nog in het water drijft.
Even wat opbeurend nieuws dan maar: in Duitsland worden de stoffen oxybenzone (op de verpakking van de crème ‘Benzophenone-3’ genoemd) en octinoxate (‘Ethylhexal Methocinnamate’), die op de Caribische eilanden verboden waren, al lang niet meer gebruikt. Maar dat betekent nog niet dat je met schoon geweten ingesmeerd in je ligstoel kunt gaan luieren. De laatste tijd zijn er namelijk steeds meer berichten dat veel van de in Duitsland gebruikte UV-filters eveneens schadelijk zijn voor de zee. Van vrijwel geen een kan met zekerheid worden gezegd dat hij geen problemen veroorzaakt.
Orgaanschade
In principe zijn twee soorten bescherming doeltreffend tegen de zon: chemische en fysieke UV-filters. Chemische filters zijn grote organische moleculen die in de bovenste lagen van de huid trekken en middels een chemische reactie schadelijke UV-straling omzetten in onschadelijke warmte. Fysieke filters werken daarentegen als een laagje kleine spiegels. Het zijn mineralen zoals titaniumdioxide of zinkoxide. Ze blijven aan de buitenkant van de huid zitten en weerkaatsen de zonnestralen.
Daarbij geldt dit: veel van de chemische filters zijn onwenselijk voor zowel huid als zee. Ook al is directe schade voor de mens niet met zekerheid vastgesteld, de lijst met mogelijke gevolgen is lang. Veel filters werken op dezelfde manier als hormonen, waardoor dieren er soms meer vrouwelijke eigenschappen van krijgen.
Ook in menselijke cellen zijn hormonale effecten gevonden. En bij dierproeven veroorzaakten sommige stoffen orgaanschade. ‘Ook al zeggen we nu dat deze nieuwe stoffen onschadelijk zijn, pas over tien tot vijftien jaar zullen we het zeker weten,’ zegt dermatoloog Alexander Zink, die in de kliniek Rechts der Isar in München bezig is met de ontwikkeling van ecologisch afbreekbare zonnefilters, waarvoor hij bijvoorbeeld ingrediënten uit groene thee gebruikt.
Een probleem is dat gevaarlijke stoffen niet zo gemakkelijk te herkennen zijn op de verpakking
Een probleem is dat gevaarlijke stoffen in zonnebrandcrèmes niet zo gemakkelijk te herkennen zijn op de verpakking. Dat komt omdat ze met onder hun Engelse complexe namen staan vermeld tussen alle andere ingrediënten. De onschadelijke emulgator ‘Polyglyceryl-2 Caprate’ klinkt dan bijna net zo giftig als de hormonaal actieve UV-blocker ‘Isoamyl Methoxycinnamate’.
Niettemin loont het om de boel eens nader te bekijken. Zo raadt het tijdschrift Öko-test al jaren producten af die octocril (‘octocrylene’) bevatten. Deze stof is in Duitsland steeds vaker in de plaats gekomen van de stoffen die nu in Hawaii verboden zijn. Uit dit UV-filter kan benzofenon ontstaan, dat waarschijnlijk als kankerverwekkend moet worden beschouwd. Het breekt moeilijk af in de natuur en hoopt zich op in mariene organismen, waarvan het de groei belemmert. Het meest recent gebruikte homosalat (‘homosalate’) kan op zijn beurt de lever, de nieren en de schildklier beschadigen, zo blijkt uit dierproeven. En emulgatoren uit de groep PEG-verbindingen (bijvoorbeeld aangegeven als ‘PEG-7’ of ‘PEG-100 Stearate’) zijn zeker ongewenst omdat ze de huid meer doorlaatbaar maken, waardoor schadelijke stoffen het lichaam kunnen binnendringen.
Een van de meest betrouwbare stoffen van de chemische UV-blokkers is Bemotrizinol, ondanks de angstaanjagende naam in de lijst van ingrediënten: ‘Bis-Ethylhexyloxyphenol Methoxyphenyl Triazine’. Deze stof wordt gezien als onschadelijk, althans voor de mens, mede omdat hij chemisch zeer stabiel is en derhalve niet heel makkelijk toxische of allergene afbraakproducten voortbrengt. Er is echter nog geen uitvoerig onderzoek gedaan naar de effecten ervan op mariene organismen. Ook Octisalaat (‘Ethylhexyl Salicylaat’) wordt slechts als ‘licht zorgwekkend’ beschouwd: ten minste één studie wees op mogelijke irritatie van de luchtwegen en de mogelijkheid van allergie. Octyltriazon (‘Ethylhexyl Triazon’) wordt momenteel geclassificeerd als ‘onschadelijk‘ – althans, wat de menselijke gezondheid betreft. En de koralen en algen dan? Die werden niet getest.
Dilemma
Tot voor kort bestond er een duidelijke uitweg uit het dilemma met de onberekenbare chemische filters: we konden UV-filters voor ons lichaam gebruiken zonder ons zorgen te hoeven maken over gezondheid en milieu. Maar zelfs zonnefilters met mineralen hebben nadelen. Ze beschermen weliswaar even goed als de chemische filters tegen UVB-stralen die de meeste kans bieden op zonnebrand en bepaalde vormen van huidkanker, maar ze bieden minder bescherming tegen UVA-stralen. Deze dringen dieper door in de huid dan de UVB-stralen en kunnen cellen beschadigen, wat waarschijnlijk zorgt voor het gevreesde kwaadaardige melanoom.
En nog een nadeel: ze blijven zichtbaar. Crèmes met minerale filters trekken namelijk niet zo goed in en laten een fijn wit laagje achter op de huid.
Dat is vooral te zien doordat mensen steeds hogere beschermingsfactoren gebruiken. Vooral als het gaat om kleine kinderen, die niet om hun uiterlijk geven en die je geen hormonaal werkzame stoffen op de huid wilt smeren, heeft dit een positieve kant: na het aanbrengen van de crème kun je zien of je dat heikele plekje achter het oor, waar altijd weer die bijzonder vervelende zonnebrand ontstaat, niet vergeten bent. Bovendien willen kinderen snel het water in en niet een half uur wachten tot de crème zijn werking gaat doen. Terwijl dat met chemische sunblocks wel nodig is, zoals dermatoloog Alexander Zink opmerkt.
Wat het milieu betreft, zijn de minerale filters waarschijnlijk niet zo onschadelijk als lange tijd werd gedacht. Volgens Spaanse wetenschappers in het tijdschrift Environmental Science & Technology verhogen ze de concentratie van metalen en meststoffen in sommige kustgebieden aanzienlijk.
Studies tonen aan dat eencellige organismen worden beschadigd door minerale zonnefilters
Titaandioxide en dergelijke worden helemaal dubieus wanneer ze als nanodeeltjes worden gebruikt. Met het oog op betere smeerbaarheid en een meer discrete witheid geldt dat de laatste tijd voor steeds meer producten. De mineralen worden zo fijn gemalen dat de deeltjes nog slechts een nanometer groot zijn.
In deze minuscule vorm, waarschuwt Craig Downs, kunnen de mineralen mogelijk door de beschermende laag van de huid dringen en schade in het lichaam veroorzaken. Tot nu toe is dit slechts een theoretisch gevaar, benadrukt de Münchense dermatoloog Alexander Zink. ‘Maar wel is al aangetoond dat nanodeeltjes zich ophopen in de darmvlokken van de dunne darm, waarschijnlijk omdat kleine kinderen aan hun huid likken. Ze richten daar waarschijnlijk geen acute schade aan. Maar die kinderen leven er nog tientallen jaren mee, dus wie weet wat dat betekent?’
Ook mogen de gevolgen voor het milieu niet worden onderschat. Zo toonde een recente studie uit Wenen aan dat foraminifera – eencellige organismen die door symbiose met algen een belangrijke rol spelen in het ecosysteem van de oceanen – worden beschadigd door minerale zonnefilters. ‘We nemen aan dat die schade wordt veroorzaakt door metaalnanodeeltjes,’ zegt Michael Lintner van de Universiteit van Wenen. Op verpakkingen is makkelijk te zien of stoffen in nanovorm aanwezig zijn, aangezien ze in cosmetische producten in de EU moeten worden vermeld, bijvoorbeeld als ‘titaniumdioxide (nano)’.
Eén ding is duidelijk, aldus Alexander Zink. ‘Iedere zonnebrandcrème is beslist beter voor je gezondheid dan zonnebrand.’ Als je in de middagzon even uit de schaduw wilt komen, moet je je huid beslist beschermen. Maar je hebt niet altijd factor 50 nodig, je kunt meestal met veel minder toe. En crèmes met een lagere beschermingsfactor bevatten minder sunblocker. Zodoende verminder je ook de impact op het milieu, als je de crème ten minste niet te dik op je huid smeert. Maar ongetwijfeld het beste voor de natuur en de gezondheid is wat Charlize Theron doet. De Zuid-Afrikaanse actrice gaat altijd de zee in met lange mouwen. Theron verkondigde ooit dat ze het belang van bescherming tegen de zon al op jonge leeftijd leerde van haar moeder, ‘die prachtig veroudert’.


