360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
LITERATUUR | Kroniek van Spaanse terreur
ETA-roman van Fernando Aramburu
Ruim een halve eeuw voerde
terreurbeweging ETA (Euskadi Ta Askatasuna:
Baskenland en Vrijheid) in Spanje een bloedige onafhankelijkheidsstrijd. Tussen 1959 en 2011, waarin de wapens werden neergelegd, werden vierduizend aanslagen gepleegd die 829, veelal onschuldige, burgers het leven kostte. Vorig jaar april leverde de ETA officieel de wapens in. Fernando Aramburu schreef met Patria een ruim zevenhonderd pagina’s tellende roman over de strijd voor de Baskische autonomie.
Daarin voorziet hij daders en slachtoffers van gezichten en karakters en plaatst hij twee bevriende families uit de omgeving van San Sebastian steeds scherper tegenover elkaar.
José-Carlos Mainer, literatuurcriticus in El País, sprak vlak na de verschijning in 2016 van een ‘omvangrijke en gedenkwaardige roman die doet denken aan de Afrikaanse boeken van Coetzee’.
Aramburu won er vorig jaar de Premio de la Crítica mee, de voornaamste literatuurprijs in Spanje. De drukker kon de verkoop in Spanje maar nauwelijks bijhouden. Inmiddels zijn vertalingen verschenen
in vijf landen en bereidt HBO een tv-serie voor.
Volgens François Musseau, de Spaanse correspondent van Libération, was er vorige zomer ‘geen bar, straathoek, tv-show of collegezaal in Baskenland
of er werd over het boek gesproken’. Daarin ziet
Musseau het bewijs dat ‘Spanjaarden in het
algemeen en Basken in het bijzonder grote behoefte hebben aan catharsis. Ze willen in het reine komen met een duistere episode uit de geschiedenis.’
Peter Henning stelt in Der Spiegel dat Aramburu niet alleen ‘een schokkende kroniek heeft afgeleverd, maar tegelijkertijd een boek over familiebanden, vriendschap, wantrouwen en verwijdering’. Henning vergelijkt Patria met de Napolitaanse romancyclus van Elena Ferrante: ‘door de manier waarop een vrouwenvriendschap afbrokkelt’.
_De Nederlandse vertaling van Patria van Fernando Aramburu verschijnt op 6 maart als Vaderland bij de Wereldbibliotheek. _
MUZIEK | Gitaarrockers wagen zich op de dansvloer
Franz Ferdinand nieuwe stijl
De stevige gitaarrock van de Schotse formatie Franz Ferdinand bleek begin deze eeuw een sensatie. Op festivals, onder muziekkenners én in de platenzaak. Met het onlangs uitgekomen vijfde album slaat bandleider Alex Kapranos in een nieuwe samenstelling en met producer Philippe Zdar (de ene helft van het Franse danceduo Cassius en ook bekend van de Beastie Boys) een andere weg in. Volgens het Belgische blad Humo is de band daarmee ‘afgedreven van zijn (post)punkfunkroots en maken de gitaren steeds vaker plaats voor synths en andere elektronische snufjes’. Geen onverdeeld succes, vindt de recensent: ‘Op Always Ascending klinkt Franz Ferdinand als een groep die niets nieuws meer te vertellen heeft en zijn heil dan maar zoekt in net iets te vergezochte akkoorden en ritmewisselingen.’
Hannah Pilarczyk toont zich in Der Spiegel evenmin onder de indruk van het nieuwe geluid: ‘Hoe geraffineerd misschien ook geproduceerd, het blijft muziek die je eerder hebt gehoord: een voortdurend gestamp van drum, bas en slaggitaar.’
In The Independent laat Derek Robertson zich een stuk positiever uit: ‘Naar eigen zeggen proberen ze uit te blinken met muziek waar meisjes meteen op willen dansen. En waar hun oude materiaal nog altijd olijk en hoekig klinkt, zijn het de nieuwe songs die vliegen.’
Lauren Murphy in The Irish Times is weliswaar goed te spreken over de nieuwe stijl van Franz Ferdinand, maar geeft wel een waarschuwing: ‘De fans van het eerste uur zijn er misschien niet meteen ondersteboven van, maar na een paar keer luisteren is het onmogelijk om het swingende geluid te weerstaan. Deze muziek landt ergens tussen een hit van Kylie Minogue en een track die je ooit in Studio 54 hebt gehoord.’
Franz Ferdinand op tournee: 27 feb. Parijs, 28 feb. Brussel, 1 mrt. Hamburg, 3 mrt. Utrecht, 4 mrt. Groningen, 5 mrt. Keulen
FILM | Haat en wrok zijn nooit ver weg in Libanon
The Insult van de Libanese regisseur Ziad Doueiri
Een onschuldig akkefietje met een lekkende regenpijp leidt tot een scheldpartij. Kan gebeuren. Maar liever niet in de Libanese hoofdstad Beiroet. En helemaal niet wanneer daarbij een christen en een Palestijn tegenover elkaar komen te staan. Dan leiden alle onderhuidse religieuze en etnische spanningen en onverwerkte trauma’s uit de burgeroorlog voor je het weet tot straatrellen en een rechtszaak die het land ontwricht.
Dat is het verhaal van The Insult van de oorspronkelijk Libanese filmmaker Ziad Doueiri. De speelfilm miste nipt de publieksprijs op het laatste Filmfestival in Rotterdam, kreeg een Oscarnominatie voor beste buitenlandse film en bracht de internationale filmpers in vervoering. Zo schrijft Boyd van Hoeij in The Hollywood Reporter dat de combinatie van ‘een sterk politiek geladen film en het persoonlijke verhaal van twee mannen’ gemakkelijk een brug te ver had kunnen zijn. Maar in dit geval getuigt het van ‘fascinerend vakmanschap’ dat ‘wonderschoon is gedraaid en waarin op topniveau wordt geacteerd’.
Anthony Oliver Scott heeft in The New York Times best iets aan te merken op de film. Dat regisseur Doueiri ‘af en toe wat zwaar op de hand is en het verleden van de twee hoofdpersonages er te dik bovenop legt’ bijvoorbeeld. Tegelijkertijd laat Doueiri volgens Scott in The Insult ‘de gecompliceerde waarheid zien dat iedereen die wrok koestert daar een reden voor heeft en bang is om het los te laten. Alsof het om iets dierbaars gaat. Dat is geen hoopvol en gelukkig idee. Maar het maken van een hoopvolle en gelukkige film over het Midden-Oosten is op dit moment ook nog te veel gevraagd.’
Volgens Zakhour kent Libanon na al die jaren precies één zekerheid: “Dat is de malafide politicus die telkens opnieuw zijn zegeningen telt”
Jim Quilty maakt in de Libanese Daily Star de inschatting dat de film in het buitenland vermoedelijk als ‘pleidooi voor vrede en verzoening in ons binnenlandse conflict zal worden gezien’. Maar daar is volgens Quilty ‘het uitgangspunt van de scriptschrijvers’ te simpel voor, namelijk ‘dat er in de burgeroorlog geen onschuldige partijen waren en dat er over en weer evenveel slachtoffers zijn gevallen zodat de sympathie in de film van de ene naar de andere partij kan switchen’ .
Lina Zakhour maakte vorig jaar september een van de eerste vertoningen van The Insult in
Beiroet mee. Daar was het met ruim 121 duizend bezoekers op een bevolking van 6 miljoen de derde best bezochte film van 2017. Zakhour was zo onder de indruk van de hedendaagse realiteit die de film oproept dat ze zich in de Libanese krant L’Orient Le Jour de ene na de andere (retorische) vraag stelde: ‘Hoeveel christelijke Libanezen, hoeveel Palestijnse moslims zouden er in de zaal hebben gezeten? Wie kent niet de pijn en het verlies? Wie is er ooit begonnen? Wie heeft gelijk en wie niet?’ Volgens Zakhour kent Libanon na al die jaren precies één zekerheid: ‘Dat is de malafide politicus die telkens opnieuw zijn zegeningen telt.’
The Insult van Ziad Doueiri is vanaf 15 februari te zien in de bioscoop
Auteur: Diederik Samwel

