Sinds 2008 heeft de Amerikaanse ‘Patriot Movement’ de wind stevig in de zeilen. De leden van de beweging willen zich zo nodig met geweld verzetten tegen de ‘tirannie’ van de Amerikaanse overheid. ‘Sheriff, er gaan doden vallen.’
B.J. Soper richt zijn semi-automatische geweer, een AR-15, en schiet een keer of tien op het getekende silhouet van een menselijke figuur. Zijn vrouw en hun zestienjarige dochter oefenen hoe je een pistool trekt. Daarna leert Soper zijn dochtertje van vier – roze gympen en een paardenstaart – handig om te gaan met een kaliber 22-geweer.
Diep in het hart van een gigantisch trainingscomplex van het Amerikaanse leger in Redmond (Oregon), omringd door lege kogelhulzen en aan flarden geschoten jeneverbomen, houdt de Central Oregon Constitutional Guard zijn wekelijkse schietoefening. ‘De bedoeling is dat we samenwerken en ons verdedigen als het erop aankomt,’ zegt Soper, een veertigjarige aannemer en de zelfverklaarde leider van een groeiende beweging die de federale overheid wantrouwt en steeds vaker betrokken is bij gewapende conflicten met de autoriteiten.
Degenen die tot de beweging behoren, betitelen zichzelf als patriotten. Ze eisen dat de federale overheid zich aan de grondwet houdt en niet langer, zoals zij het zien, systematisch de rechten op grondbezit, wapenbezit, vrijheid van meningsuiting en andere verworvenheden aantast. Medewerkers van gerechtelijke instanties noemen deze mensen gevaarlijk en zeggen dat hun aantal groeit door een golf van woede die is aangezwollen sinds in 2008 de eerste zwarte president van Amerika werd gekozen en er een verlammende recessie begon.
Tweede golf
Twee jaar geleden richtte Soper zijn groep – ongeveer dertig mannen, vrouwen en kinderen van een handvol gezinnen – op als ‘verdedigingseenheid’ tegen ‘alle buiten- én binnenlandse vijanden’. Met dat laatste doelt hij vooral op de federale overheid, die volgens hem ongeoorloofde agressie tegen haar eigen bevolking begaat.
De leden van de groep zijn bouwvakker, vloerenlegger, verpleegkundige, schilder of middelbare scholier. Ze hamsteren levensmiddelen, oefenen zich in vaardigheden om te overleven en in ‘basale infanterietactieken’, leren hoe je in de strijd opgelopen verwondingen verzorgt, bestuderen de grondwet en houden schietoefeningen met hand- en aanvalswapens. ‘In de grondwet staat niet dat je niet voor jezelf mag opkomen of je niet mag verdedigen,’ zegt Soper. ‘We hebben de overheid toegestaan een grens te overschrijden door ons te besturen – en dat is nooit de bedoeling van dit land geweest.’
Rechtsgeleerden en instanties met een waakhondfunctie die de zelfverklaarde ‘patriottische’ groeperingen in de gaten houden, noemen hen antioverheidsgezinde extremisten, leden van een militie, gewapende activisten of zelfs binnenlandse terroristen. Sommige tegenstanders van de overwegend blanke en op het platteland opererende groeperingen noemen hen ‘Y’all-Qaida’ of ‘Vanilla ISIS’.
Mark Potok van het Southern Poverty Law Center, dat extremisme in de VS in kaart brengt, zegt dat er in 2008 ongeveer honderdvijftig van dergelijke groeperingen bestonden, tegen duizend op dit moment. Potok en andere waarnemers beweren dat ze enkele honderdduizenden aanhangers hebben, te oordelen naar degenen die hun steun betuigen via bijvoorbeeld de sociale media. Zo heeft de Facebookpagina van de Oath Keepers, een groep voormalige politie- en legerfunctionarissen, meer dan 525.000 likes.
Het progressieve beleid van president Obama en de zware economische tijden hebben het anti-overheidsgezinde sentiment doen oplaaien, hetzelfde soort woede waar Donald Trump garen bij spint tijdens zijn presidentiële campagne, zegt Mark Pitcavage, die voor de Anti-Defamation League werkt en het extremisme al meer dan twintig jaar op de voet volgt.
Op het lichaam van een van de agenten lieten ze een briefje achter met de tekst: ‘Dit is het begin van de revolutie’
De oorsprong van de beweging is grotendeels te herleiden tot de confrontaties in de jaren negentig tussen burgers en federale politiemensen in Ruby Ridge, in de staat Idaho, en in Waco, Texas. Die hadden negentig dodelijke slachtoffers tot gevolg. Timothy McVeigh haalde beide incidenten aan voordat hij werd geëxecuteerd wegens de bomaanslag die hij in 1995 in Oklahoma pleegde, waarbij 168 mensen omkwamen. McVeigh voegde eraan toe dat hij bewust had gekozen voor een overheidsgebouw.
Nu spoelt een ‘tweede golf’ over het land, vooral in het westen, gevoed door internet en de sociale media. J.J. MacNab, schrijver en in extremisme gespecialiseerd onderzoeker aan de George Washington University in Washington D.C., beweert dat mensen of groepen zoals die van Soper dankzij de sociale media veel invloedrijker zijn dan in de jaren negentig, toen zij hun boodschap nog verspreidden via bijeenkomsten in plaatselijke restaurants en per fax.
De beweging kreeg een enorme impuls door de confrontatie bij de ranch van veefokker Cliven Bundy in Nevada, in 2014, waarbij federale agenten en honderden gewapende aanhangers van Bundy tegenover elkaar stonden omdat Bundy zijn vee op federale grond liet grazen en weigerde daarvoor een vergoeding te betalen. Toen de agenten de aftocht bliezen om een bloedige strijd te voorkomen, eisten de aanhangers van Bundy de overwinning op; dit moedigde hen het afgelopen jaar aan tot soortgelijke gewapende opstootjes bij goudmijnen in Oregon en Montana. In januari bezetten tientallen van hen, onder leiding van Bundy’s zonen Ammon en Ryan, het hoofdkwartier van het Malheur National Wildlife Refuge, nabij het landelijk gelegen Burns in de staat Oregon. Die actie resulteerde in de dood van een van de bezetters, Robert ‘LaVoy’ Finicum. Hij werd doodgeschoten door agenten van de staatspolitie.
Soper neemt een tussenpositie in. Hij zegt dat hij een gematigder geluid laat horen in een beweging die bekendstaat om zijn heetgebakerde aanhang. Hij sliep in Burns een maand lang in zijn camper, in een poging de bezetters ertoe te bewegen zich terug te trekken.
Twee dagen na Sopers laatste bezoek aan het wildreservaat kwam Finicum om tijdens een operatie waarbij de Bundy’s werden gearresteerd. Uit onafhankelijk plaatselijk onderzoek werd geconcludeerd dat de schietpartij rechtmatig was, hoewel het Amerikaanse ministerie van Justitie onderzoekt of enkele FBI-agenten wel juist hebben gehandeld. Soper beschouwt de dood van Finicum als ‘moord’.
Kort na de confrontatie bij de ranch van Bundy doodden diens aanhangers Jerad en Amanda Miller twee politieagenten en een burger, waarna ze zelf omkwamen bij een wilde schietpartij in Las Vegas. De politie zegt dat het stel een briefje achterliet op het lichaam van een van de agenten, die ze van dichtbij hadden neergeschoten. De tekst luidde: ‘Dit is het begin van de revolutie.’
Een eenvoudiger Amerika
Tot twee jaar geleden nog was B.J. Soper zowat verslaafd aan de sportzender ESPN. Nadat hij tussen zijn twintigste en dertigste professioneel rodeorijder was geweest, streek hij met zijn tweede vrouw en hun twee dochters neer op een idyllisch stuk land met paarden, honden, katten, kippen en een schitterend uitzicht op het besneeuwde Cascade-gebergte. Hij sleet zijn dagen met het bouwen van schuren en andere timmerklusjes en keek in het weekeinde naar sport op tv. Hij honkbalde, jaagde en viste. Hij volgde de wijze raad van zijn moeder op en hield zich ver van de politiek.
Toen het tv-nieuws beelden van de Bundy-ranch toonde, was hij geschokt. Ambtenaren beweerden dat Bundy misbruik maakte van het recht om zijn vee te laten grazen en daar al twintig jaar lang geen vergoeding voor betaalde. Vandaar dat ze ten slotte gewapende agenten hadden gestuurd om vee van Bundy bijeen te drijven dat op federale grond graasde. Ze zeiden dat ze zich zeer terughoudend en met veel geduld jegens Bundy hadden opgesteld.
Maar Soper kreeg de indruk dat ze Bundy intimideerden. Hij vroeg zich af: richten bewapende federale agenten echt hun wapens op mensen en dreigen ze die te doden vanwege een paar koeien? Wat is er in godsnaam aan de hand?
Hij ging op internet op onderzoek uit en kwam er al snel achter dat duizenden mensen vonden dat de overheid de grondwettelijke beperkingen van haar macht uit het oog was verloren. Hoe meer hij las, des te meer hij ervan overtuigd raakte dat de overheid ‘niet meer in bedwang’ te houden was. En hij verbaasde zich erover dat er zo veel mensen waren die er net zo over dachten.
‘Ik was erg teleurgesteld in mezelf,’ zegt hij. ‘Ik kreeg in de gaten dat we in hetzelfde schuitje zaten als het land als geheel, doordat mijn generatie, en die van mijn ouders, niets heeft gedaan. We hebben het laten gebeuren. We zijn gewend geraakt aan ons comfortabele leventje, waarin alles van een leien dakje gaat. We zijn vergeten waar het om gaat. We zijn vergeten wat vrijheid en onafhankelijkheid écht betekenen.’ Het was alsof hij uit een levenslange slaap ontwaakte: ‘Vóór 2014 was ik blind. Ik sliep, ik zat niet op te letten. Maar de gebeurtenissen bij de ranch van Bundy hebben me wakker geschud.’
Critici beweren dat er een naïeve hang leeft naar het Amerika van de jaren vijftig, dat hoe dan ook nooit een ongerept paradijs is geweest
Plotseling leken de weekeinden waarin hij naar de San Francisco 49’ers of de Portland Trail Blazers keek een middel dat hem verdoofde tegen het echte leven. ‘Van mijn achttiende tot de gebeurtenissen bij de ranch van Bundy leefde ik zoals 90 procent van alle Amerikanen: onwetend van alles wat er aan de gang was,’ zegt hij. ‘Ik dacht meteen: ik kan niet achterover gaan leunen en het maar over me heen laten komen. Ik moest iets doen. Ik voelde me verantwoordelijk voor wat er gebeurde, want ik had er mijn hele leven niets tegen ondernomen.’
Zijn antwoord was de oprichting van de Central Oregon Constitutional Guard, volgens hem deels uit bescherming tegen de overheid en deels om terug te keren naar een veel eenvoudiger Amerika. ‘Toen ik nog jong was, was het leven overzichtelijk,’ zegt hij op de website van de groep. ‘Geen zorgen, nauwelijks gevaren. Ik fietste urenlang met vriendjes door de buurt, speelde en kwam zonder problemen voor het avondeten weer opdagen.’
Critici beweren dat er een naïeve hang leeft naar het Amerika van de jaren vijftig, dat hoe dan ook nooit een ongerept paradijs is geweest. En ze zeggen dat de groepen die in reactie daarop ontstaan veel gevaarlijker zijn dan Soper en anderen doen voorkomen.
Sopers onderzoek bracht hem ook bij enkele populaire samenzweringstheorieën op internet, waaronder een zogenaamd complot van de Verenigde Naties om de wereld een centrale overheid op te leggen. Evenals vele anderen in de ‘patriottische’ beweging ging Soper erin geloven. Hij vermoedt dat de VN via een programma dat ‘Agenda 21’ zou worden genoemd de wereldbevolking wil terugbrengen van zeven miljard inwoners tot iets minder dan één miljard. Volgens hem stimuleert de overheid abortus in het buitenland als onderdeel van het complot en verstrekt zij bewust vaccins die kinderen autistisch maakt, omdat autistische ouders minder kinderen krijgen.
Soper zegt dat hij bovendien niet kan uitsluiten dat de overheid achter de aanslagen van 9/11 zat. Hij denkt dat de overheid en de ‘medische gemeenschap’ al jaren een remedie tegen kanker hebben, maar die niet willen vrijgeven omdat farmaceutische bedrijven veel winst maken op medicijnen. ‘Ik beweer niet dat het zo is,’ zegt hij, ‘maar ik houd graag alle opties open.’ Hij weet dat veel mensen zulke ideeën waanzin vinden, maar, zegt hij lachend, ‘het laat zien dat ik mijn overheid gewoon niet vertrouw.’
Degenen die dergelijke groeperingen volgen, zeggen dat paranoïde samenzweringstheorieën en gewapende bezettingen de statuur ondermijnen van geschillen met de federale overheid die volkomen rechtmatig zijn. Tom Gorey, woordvoerder van het Amerikaanse Bureau of Land Management (BLM), de drijvende kracht achter het treffen bij de Bundy-ranch, zegt dat Soper en de zijnen ‘er een agressieve, antifederale en anti-BLM-gezinde houding op nahouden vanwege hun bizarre en schaamteloze interpretatie van de Amerikaanse grondwet en hun paranoïde ideeën over de federale overheid’.
Donald Trump
Onlangs sprongen vlak voor zonsondergang tien mensen uit pick-uptrucks in een berm langs Route 97 in Redmond; ze begonnen afval te rapen nabij een bord met ‘Adopt-a-Highway’ waaronder ‘Central Oregon Constitutional Guard’ stond.
Volgens Soper brengt het ‘patriot’ zijn met zich mee dat je soms een paar uur lang flessen, blikken en zelfs rottende kadavers van aangereden wild moet opruimen, en hij doet dat met – niet zichtbaar – een kaliber 45-pistool op zijn heup. ‘Het is net als met die slogan van American Express: ga nooit zonder van huis,’ zegt Soper. Zijn vrouw Lisa werkt ook in de berm, met net zo’n pistool in haar spijkerbroek. Voorbijgangers toeteren en steken een duim op.
Er stopt een witte BMW. De chauffeur komt op Soper af. ‘Zijn jullie van de Central Oregon Constitutional Guard?’ vraagt hij.
‘Yep,’ zegt Soper. ‘Belangstelling?’
‘Ik zag jullie op Facebook,’ antwoordt Glenn Golter, 42 jaar, eigenaar van een bedrijf dat vloeren legt, zijn kleren onder het stof na een dag werken. ‘Goed dat jullie voor onze grondrechten opkomen.’
Soper nodigt Golter uit om meteen na de opruimactie naar de maandelijkse bijeenkomst van de groep in een plaatselijk pizzarestaurant te komen. En zo hebben ze er zomaar ineens een nieuw lid bij.
Ze rijden naar de Straw Hat Pizza, in een winkelcentrum aan de rand van Redmond, een woestijnplaatsje met 30.000 inwoners in de uitlopers van de Cascades. Lisa haalt bij de saladebar wat gezonde groente voor haar man terwijl de kinderen en de andere leden van de groep dikke, rijkelijk met kaas belegde pizza’s eten.
Aan de andere kant van de tafel zegt Alex McNeely, 25, bouwvakker en ‘fanatieke YouTuber’, dat hij via internet geïnteresseerd is geraakt in de beweging en zich erbij heeft aangesloten met het idee zijn land te verdedigen. ‘In Washington denken ze dat je gevaarlijk en tegen de overheid bent als je voor je rechten opkomt,’ zegt McNeely, die een tatoeage van een kalasjnikov op zijn onderarm heeft. ‘Maar als m’n rechten worden afgepakt, wat moet ik dan? Maar gewoon blijven zitten en het voor zoete koek slikken? Of ga ik iets doen?’
In de Constitutional Guard, zegt McNeely, ‘heb ik het idee dat we opkomen voor mensen die niet over de middelen beschikken om voor zichzelf op te komen. Ik heb een grote aandrang om mensen te helpen.’
De groep heeft meer dan tweeduizend exemplaren van de grondwet in zakformaat uitgedeeld, die volgens Soper 500 dollar hebben gekost. Ook hebben ze voedsel en kleren gestuurd naar slachtoffers van bosbranden in de staten Washington en Oregon, en kerstcadeautjes uitgedeeld aan veertig arme kinderen.
‘Wij zijn degenen die de wolven zien zoals ze zijn. En we willen de schapen beschermen’
Toen McNeely van school kwam, overwoog hij om in het leger te gaan, maar hij werd achttien in de maand waarin Obama in 2008 tot president werd gekozen. Vanwege Obama’s ‘socialistische beleid’ accepteerde hij hem niet als opperbevelhebber. ‘Het bevalt me helemaal niet dat hij Amerika diepgaand wil veranderen,’ zegt McNeely.
De leden van de groep zijn politiek conservatief, hebben niets op met de voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en steunen over het algemeen Donald Trump. Soper zegt dat hij bijna iedereen liever heeft dan Clinton, maar zal bij de presidentsverkiezingen niet gaan stemmen. Stemmen is volgens hem ‘tijdverspilling’, omdat de politiek in Oregon toch wordt gedomineerd door de Democraten.
Soper neemt nog een slok van zijn frisdrank, en zijn dochtertje Kalley vraagt hem om nog een paar muntjes voor de speelautomaat. Hij geeft er haar een paar terwijl hij spottend zijn ogen ten hemel slaat. ‘Wij zijn degenen die de wolven zien zoals ze zijn,’ zegt hij als hij haar weg ziet huppelen. ‘En we willen de schapen beschermen.’
MacNab, de onderzoeker aan de George Washington University, zegt dat Trump een grote rol speelt in de rekrutering van leden van groeperingen die boos zijn op de overheid. ‘De Tea Party heeft bruggetjes geslagen tussen de periferie en de grote meute,’ zegt ze. ‘Door Trump is het een achttienbaanssnelweg geworden. Hij zegt letterlijk dat ze het bij het rechte eind hebben.’ Een van de aangeklaagden in de zaak-Bundy is Gerald DeLemus, vicevoorzitter van Veterans for Trump in de staat New Hampshire. Campagnemedewerkers van Trump erkennen dat hij plaatsvervangend afgevaardigde van deze staat is voor de Republikeinse Nationale Conventie in Cleveland.
Sopers nekharen gaan rechtovereind staan als critici hem antioverheidsgezind noemen. Hij zegt dat hij de overheid steunt maar wil dat die zich aan de grondwet houdt. En zijn groep ‘gewapend’ noemen is even relevant als zeggen dat de leden schoenen dragen, want het Tweede Amendement van de grondwet geeft toch elke Amerikaan het recht om een wapen te dragen?
Volgens Soper geeft de grondwet, waarvan hij altijd een kopie op zak heeft, de federale overheid niet het recht land in bezit te hebben. Ook zou de steeds grotere nadruk die de overheid legt op milieuwetten mijnwerkers, houthakkers en anderen werkloos maken en de plaatselijke economie om zeep helpen. ‘We moeten ons voedsel kunnen verbouwen,’ zegt hij. ‘De welvaart komt van het land. Ik wil best rekening houden met een bedreigde kikkersoort, maar zo’n kikker mag niet belangrijker worden dan het voortbestaan van de mens.’
Iedereen in de groep heeft voor dertig dagen voedsel en noodvoorraden tot zijn beschikking. De leden leren voedsel te verbouwen en vee te houden. Ze kamperen en leren survivaltechnieken, bijvoorbeeld hoe je een noodonderkomen maakt, hoe je voedsel en water vindt en een vuur aanlegt. McNeely en Lisa Soper volgen een medische cursus om te leren hoe ze wonden kunnen verzorgen, ook als die in de strijd zijn opgelopen. Ze proberen allemaal een vergunning te krijgen voor een kortegolfzender, voor het geval het mobiele netwerk uitvalt.
Maar de kern van hun missie is een bewapende, getrainde paramilitaire groep te worden. Soper zegt dat de leden ‘basisvaardigheden van de infanterie’ leren: ‘Deel uitmaken van een patrouille, patrouilleren met een voertuig, als je op de vijand stuit jezelf kunnen beschermen en eraan ontsnappen. Wij zijn geen soldaten, maar we beheersen de basis.’
Volgens Soper is de groep voorbereid op een aardbeving of een andere natuurramp, maar hij maakt zich vooral zorgen over ‘door de mens veroorzaakte rampen’ – en dan vooral door de overheid. ‘Volgens mij is het helemaal niet zo vergezocht om te beweren dat de economie is ingestort,’ zegt hij. ‘De dollar is tegenwoordig een behoorlijk riskante investering. China koopt al het goud op. Als mensen honger en dorst krijgen en niets meer te eten hebben, worden ze wanhopig.’
In april 2015 trok Soper zijn camouflagepak aan, pakte zijn AR-15 en stond een paar weken ‘op wacht’ bij de Sugar Pine-mijn in het zuidwesten van Oregon, waar mijnwerkers overhoop liggen met het BLM. Het bureau had twee mijnwerkers bevolen hun activiteiten te staken, omdat ze bouwsels op het terrein hadden neergezet die niet vielen onder de vergunning waarmee ze op federale grond mijnbouw mochten bedrijven. De mijnwerkers beweerden dat de federale overheid hun probeerde werk afhandig te maken en hun bezittingen in te pikken. Ze beweerden ook dat de medewerkers van het BLM wapens op hen hadden gericht. Gorey, woordvoerder van het BLM, zegt dat geen enkele medewerker een wapen heeft getrokken.
Medestanders van de mijnwerkers riepen via YouTube vrijwilligers landelijk op om te komen helpen. Soper ging. ‘De overheid is komen opdagen en heeft wapens op de mijnwerkers gericht,’ zegt hij. ‘Wat zou jij doen als je in hun schoenen stond? Als je vreest voor je leven heb je het recht jezelf te verdedigen!’
Gorey zegt dat de procedures in Sugar Pine correct zijn gevolgd en dat er niemand is bedreigd. ‘We dienen als zondebok voor deze militiemannen, die maar wat graag tegen de overheid ten strijde trekken,’ zegt hij.
‘Het laatste wat ik wil is een pistool op een mede-Amerikaan richten,’ zegt Soper. ‘Maar als het BLM de wapens tegen ons opneemt, op welk moment mogen wij onszelf dan verdedigen?’
‘We hebben het recht ons te verdedigen tegen mogelijk gevaar of de dood. Als zij hun werk niet rechtmatig doen, vind ik dat je je mag verweren’
Onlangs zat Soper op een vrijdag al om vijf uur ’s ochtends een boze brief naar de sheriff van zijn district te schrijven. Hij was wakker geworden met het nieuwsbericht dat overheidsfunctionarissen een man of tien hadden gearresteerd in verband met de belegering van de ranch van Bundy. Dat betekende dat in totaal negentien mensen, onder wie Cliven Bundy, een aanklacht wegens obstructie van het recht en verboden wapenbezit boven het hoofd hing, hetgeen volgens Soper oneerlijk is. Hij was ook woest omdat Bundy’s zoons nog steeds zonder mogelijkheid tot een borgtocht vastzitten vanwege de bezetting van het wildreservaat. ‘Er worden mensen zonder eerlijk proces vastgehouden,’ zegt hij. ‘Dat druist tegen Amerikaanse waarden in.’
Als Bundy en zijn aanhangers iets ten laste wordt gelegd, dan moet dat ook gelden voor de federale agenten die tegenover hen stonden, vindt Soper. ‘Waarom zou voor gerechtsdienaren een andere norm gelden?’ ‘Het laatste wat ik wil is geweld,’ schreef hij. ‘Maar ik hoop dat ze inzien dat er in dit land steeds meer bloed zal worden vergoten als we verdergaan op de ingeslagen weg.’
Het antwoord op de grieven tegen de overheid, zegt Soper, is onderhandelen, en niet geweld. Maar hij zegt ook dat wanneer federale agenten zonder reden wapens tegen burgers gebruiken, die het recht hebben geweld met geweld te beantwoorden. ‘We hebben het recht ons te verdedigen tegen mogelijk gevaar of de dood,’ aldus Soper. ‘Daar valt rechtshandhaving ook onder. Als zij hun werk niet rechtmatig doen, vind ik dat je je mag verweren.’
Soper bleef maar tikken en waarschuwde de overheid en passant dat zij haar ‘gezonde verstand’ heeft verloren. ‘Ik bid dat de overheid het weer terugkrijgt, anders wacht ons een sombere toekomst, en die is niet heel ver weg’, schreef hij. En hij voegde eraan toe: ‘Sheriff, er gaan doden vallen.’
Auteur: Kevin Sullivan
Vertaler: Nico Groen
The Washington Post
Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

