Tag: Paul Nthenge Mackenzie

  • Kenia worstelt met extremistische predikers. ‘Mensen worden gehersenspoeld’

    Kenia worstelt met extremistische predikers. ‘Mensen worden gehersenspoeld’

    Meer dan vierhonderd mensen kwamen om bij het recente bloedbad in Shakahola, maar het reguleren van een door Amerikaanse pinksterpredikanten geïnspireerde sekte in Kenia is verre van eenvoudig. Leider Paul Nthenge Mackenzie zit sinds april vast in afwachting van zijn proces.

    Joseph Juma Buyuka stierf eind juni na een hongerstaking van tien dagen in de Keniaanse Shimo La Tewa-gevangenis. Hij was geen gewone gewetensgevangene: Buyuka was gearresteerd met 64 medevolgelingen van de radicale prediker Paul Nthenge Mackenzie, leider van Good News International Ministries. Die sekte zou verantwoordelijk zijn geweest voor zeker vierhonderd doden bij een massa(zelf)moord die de Shakahola Massacre is gaan heten.

    Buyuka was naar verluidt een van de belangrijkste adjudanten van Mackenzie tijdens hun verblijf in het Shakahola-woud, een afgelegen gebied ten noorden van de Keniaanse kuststad Mombassa. In een van de dodelijkste gebeurtenissen in vredestijd in de moderne Afrikaanse geschiedenis zouden ten minste achthonderd slachtoffers zichzelf hebben uitgehongerd; enkele van de 427 opgegraven lichamen toonden tekenen van moord.

    De autoriteiten trokken in april het landelijk gelegen kampement binnen, nadat dorpsoudsten van nabijgelegen nederzettingen hadden gemeld dat er uitgemergelde, om voedsel smekende kinderen waren opgedoken en het plaatselijke mortuarium vol was komen te liggen met skeletachtige lijken. Onder invloed van Mackenzie hadden de slachtoffers van Shakahola – grotendeels arme jongeren en wanhopige jonge gezinnen – een regime van extreem vasten ondergaan teneinde een ontmoeting met Jezus te bespoedigen.

    Buyuka was naar verluidt al te zwak om te lopen toen hij voor het eerst voor de rechter verscheen. Hij en 64 anderen stonden onder verdenking van moord en doodslag, poging tot zelfmoord, religieuze radicalisering en wreedheid jegens en verwaarlozing van kinderen.

    Obscuur

    De massa(zelf)moord van Shakahola is mogelijk het ernstigste geval van collectieve zelfdoding sinds de dood van negenhonderd volgelingen van Jim Jones’ Peoples Temple in 1978, in ‘Jonestown’ in Guyana. Jones en Mackenzie lijken beiden geïnspireerd te zijn door dezelfde obscure Amerikaanse prediker die in de jaren zestig stierf. Door deze tragische gebeurtenissen zijn velen in Kenia en andere Afrikaanse landen zich gaan afvragen hoe groot de invloed van malafide en radicale predikers is – en van degenen van buiten Afrika die hen hebben geïnspireerd.

    GettyImages 1252535516 2
    De Keniaanse sekteleider Paul Mackenzie Nthenge, nadat hij in hechtenis
    is genomen. – © Getty Images

    Mackenzie, die schuld aan het drama heeft ontkend, komt uit de extreemste hoek van de evangelische ‘pinkster-charismatische’ beweging. In 2020 telde deze volgens de World Christian Encyclopedia wereldwijd 644 miljoen aanhangers, van wie 230 miljoen in Afrika. Een sleutelfactor in de opkomst van de beweging, die zich richt op de rol van de Heilige Geest, is dat ze geen traditionele kerkelijke hiërarchie kent; daardoor vindt er ook geen screening van predikanten plaats en is er geen toezicht op hun activiteiten.

    De onstuimige geloofsbeleving heeft geleid tot een nieuwe generatie extremistische predikers

    In de pinkstertraditie hebben predikers, om moreel en spiritueel gezag uit te oefenen, alleen volgelingen nodig. De meest charismatische leiders – in beide betekenissen van het woord – beklimmen de hiërarchische ladder het snelst. Aan de ene kant is dit gunstig, omdat het opkomende landen een geloof biedt dat cultureel en materieel toegankelijk is. Tegelijkertijd heeft deze onstuimige geloofsbeleving ook geleid tot een nieuwe generatie extremistische predikers. Hoewel Mackenzie ongetwijfeld een gruwelijk buitenbeentje is binnen de pinksterbeweging, is hij ook een autodidact met een persoonlijkheid die hem tot misschien wel de actiefste sekteleider van deze eeuw heeft gemaakt. En zoals Buyuka’s recente dood laat zien, is hij iemand die van achter de tralies nog steeds een sterke greep heeft op zijn volgelingen.

    Terwijl de autoriteiten zich een weg banen door de lichamen, roept het drama prangende vragen op. Moeten er meer regels aan religieuze leiders worden opgelegd? Waar liggen de grenzen van kerk en staat precies? De Keniaanse president William Ruto, zelf evangelisch, lanceerde een taskforce om te bezien of er nieuwe wetten konden worden uitgevaardigd om gevaarlijke kerken en predikanten hard aan te pakken. Daarop sprak de Nationale Raad van Kerken zijn vrees uit voor een aanval op de godsdienstvrijheid.

    In de weken na de eerste ontdekking van de lichamen in april werden er meerdere overlevenden gevonden. Zij hadden zich in de struiken verstopt en weigerden nog steeds voedsel en water. En dat bleven ze doen in het opvangcentrum. Daarop beschuldigden de autoriteiten ‘de 65’ van poging tot zelfmoord – een misdrijf waar twee jaar gevangenisstraf op staat – en probeerden ze hun dwangvoeding te geven.

    Tijdens een rechtszaak in augustus hield Mackenzie voet bij stuk. Hij zei tegen journalisten dat wie Jezus wil ontmoeten, zich nu eenmaal beproevingen moet getroosten in dit ondermaanse. ‘In Johannes 12 staat dat je niet bang hoeft te zijn voor wat je overkomt,’ zei hij. ‘Heb dus geduld. Dit is wat Jezus Christus predikt.’ 

    De enige aardse zonde die hij had begaan, zo beweerde Mackenzie, was eten – en op het moment dat hij daarmee stopte, zou ook hij zich bij de hemelse Vader voegen. Mackenzies advocaat Wycliffe Makasembo weerhield hem ervan verder te spreken en drukte journalisten op het hart ‘geen verslag te doen van de gevoelens die mijn cliënt heeft geuit, uitgezonderd de bijbelverzen waaruit hij citeerde’.

    Julius M. Gathogo, hoogleraar theologie aan de Kenyatta-universiteit, zegt dat Mackenzie weliswaar een tijdlang tv-dominee was geweest, maar dat de meeste Kenianen nog nooit van hem hadden gehoord toen het drama in Shakahola aan het licht kwam. Voordat Mackenzie in 2003 zijn Good News International Ministry oprichtte, werkte hij ’s nachts als taxichauffeur in de hoofdstad Nairobi. 

    Controversiële preken

    Volgens Gathogo werd Mackenzie vier keer gearresteerd vanwege zijn controversiële preken, maar steeds vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Bij een zo’n incident, in oktober 2017, bevrijdde de politie 93 kinderen en werd Mackenzie beschuldigd van het bevorderen van radicalisering. De predikant had buurtbewoners ‘gehersenspoeld en opgezet tegen scholen en ziekenhuizen’, vertelde een plaatselijke functionaris. Mackenzie onderwees kinderen op dat moment een extreme vorm van christendom op een niet-geregistreerde kerkelijke school. Maar weer werd hij vrijgesproken. Een jaar later sloopten inwoners van een stad in de buurt van de locatie van het latere drama een van zijn kerken, uit protest tegen wat zij bestempelden als vals-christelijke leerstellingen.

    In 2019 werd de predikant opnieuw gearresteerd, nu omdat hij zijn volgelingen had geadviseerd de nieuwe identiteitskaart van de overheid, de zogeheten huduma namba, af te wijzen. ‘Mackenzie noemde de kaart satanisch en vergeleek het burgerservicenummer met het getal van het beest uit het boek Openbaring,’ aldus Gathogo. Door zich met een belangrijke nationale kwestie te bemoeien zocht Mackenzie volgens Gathogo ‘een verkeerd soort publiciteit’.

    De huduma namba verschafte Mackenzie bekendheid, maar door corona kwam zijn eindtijdboodschap in een stroomversnelling, met verdere radicalisering van zijn aanhangers als gevolg. Voor velen onder hen was de pandemie een bevestiging dat de wereld ten einde liep en dat Mackenzie de profeet van de eindtijd was. Steeds meer volgelingen zegden hun baan op en trokken naar het bos, waar sommigen een stuk land kochten voor 80 dollar – ongeveer de prijs van een schaap, hoewel het land waarschijnlijk veertig keer zoveel waard was. 

    Hoewel Mackenzies groep ontegenzeglijk marginaal was, is Kenia een vruchtbare voedingsbodem gebleken voor nieuwe religieuze bewegingen, waarvan er vele voortkomen uit de pinksterbeweging. Kenia is een van de vroomste landen ter wereld, ruim 85 procent van de inwoners is belijdend christen. In de eenentwintigste eeuw, zo vertelt Gathogo, is de Afrikaanse pinksterbeweging een van de belangrijkste religieuze bewegingen in het land geworden; ongeveer een derde van de bevolking – zo’n 15 tot 20 miljoen mensen – maakt er tegenwoordig deel van uit. Gathogo merkt op dat de traditionele geloofsrichtingen, zoals het katholicisme en het anglicanisme, proberen aan te haken door ook pinksterpraktijken te beoefenen, zoals gebedsgenezing en het spreken in tongen.

    De zang en dans waarmee de gelovigen worden gelokt, horen bij de inheemse Afrikaanse religiositeit

    Pas na 1963, toen het land onafhankelijk werd, kwam de pinksterbeweging sterk op. ‘De Britse koloniale regering moedigde de beweging niet aan,’ zegt Gathogo. De eerste golf was dus lokaal en authentiek. Een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht is volgens de theoloog de aansluiting op inheemse culturen. ‘Dat zit ’m in de levendige kerkdiensten, die met hun luidruchtigheid en gastvrijheid ook de minstbedeelden aanspreken,’ aldus Gathogo. De zang en dans waarmee de gelovigen worden gelokt, horen bij de inheemse Afrikaanse religiositeit. 

    Kapya John Kaoma, een deskundige in de Amerikaanse invloed op Oost-Afrikaanse kerken, vertelt dat de tweede golf van Amerikaanse evangelische missionarissen, begin deze eeuw, een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de geloofsbeleving in de regio. Door de VS gefinancierde groeperingen openden scholen en importeerden christelijke televisie. Hierdoor kregen zowel lokale als internationale fundamentalisten de kans om zich te nestelen in gebieden waar van gereguleerd onderwijs nauwelijks sprake was.

    De in de VS opgerichte New Apostolic Reformation, een afsplitsing van de pinksterbeweging, verving traditionele predikanten door lieden uit ‘deze nieuwe groep die het gevoel had dat ze oneerlijk werd behandeld door de eisen van het reguliere theologische onderwijs’, aldus Kaoma. Twijfelachtige instellingen boden ‘binnen drie maanden’ een doctoraat in de theologie.

    Toen George W. Bush president was, werden fanatieke evangelische groeperingen in de VS aangemoedigd om hun ideologie door te drukken in door [het Amerikaanse agentschap] USAID gefinancierde programma’s in Afrika. Vervolgens zijn deze groeperingen de gedrukte media, de radio en uiteindelijk de televisie gaan ‘monopoliseren’, aldus Kaoma. De reguliere pinksterkerken namen Amerikaanse stokpaardjes over, waaronder felle anti-lhbti- en anti-abortusopvattingen, en daardoor konden extremistische predikers zoals Mackenzie steeds radicalere ideeën verkondigen.

    Inheemse Afrikaanse kerken hadden hun eigen theologie. Die was niet noodzakelijkerwijs in tegenspraak met deze buitenlandse opvattingen, maar veel lokale leiders die zich traditioneel bezighielden met genezing, raakten geïnspireerd door ‘de moderniteit van Amerikaans christelijk rechts, waarvan ze via de tv kennis konden nemen’, zegt Kaoma. Het typisch Amerikaanse ‘welvaartsevangelie’ verwierf grote kracht.

    Pastorale netwerken, en zeker ook politici, profiteerden enorm van deze ‘gezondheid en welvaart’-variant van het christendom. Kaoma zegt dat veel christenen in Afrika bovendien erg opkijken tegen westerse boodschappen. ‘Alles wat in Afrika met witheid verband houdt, heeft legitimiteit’, zegt hij. ‘Als Mackenzie een boek leest of iets citeert dat door een wit persoon is geschreven, heeft dat kracht.’

    Vasten

    Daarom denken onderzoekers dat Mackenzie van koers wijzigde toen hij een aanhanger werd van William Branham, een Amerikaanse eindtijdprediker die in de jaren veertig en vijftig van zich deed spreken en die tot aan Shakahola vooral bekendstond om zijn invloed op Jim Jones.

    De preken en boeken van Branham (die ‘the Message’ worden genoemd) werden vanuit zijn hoofdkwartier in Indiana uitgegeven en wereldwijd verspreid. De doctrine die erin centraal stond heette ‘atomic power’ [‘atoomkracht’], een toestand die kon worden bereikt door veertig dagen vasten en gebed. In een opwekkingspreek in 1961 gaf Branham toe dat sommige volgelingen door deze extreme praktijk hun leven in gevaar hadden gebracht. Zwangere vrouwen, zei hij, ‘worden gek’ en ‘belanden daardoor in instellingen voor krankzinnigen’.

    Douglas Weaver, hoogleraar religieuze studies aan de christelijke Baylor-universiteit in Texas, zegt dat Branham in de jaren veertig en vijftig een vooraanstaande gebedsgenezer was in de Verenigde Staten, die ook ‘kruistochten’ in het buitenland op touw zette. Hij begon zichzelf ‘de tweede Johannes de Doper’ te noemen, naar de profeet die Christus voorafschaduwde, en voorspelde de wederkomst, waarmee hij populair werd onder eindtijdpredikers. De louche prediker had volgens Weaver zulke ‘ongerijmde doctrines’ dat de pinksterbeweging in de VS hem zo rond de jaren zestig ging schuwen. Toch doet Branhams leer nog steeds opgeld, wat volgens Weaver laat zien dat sommige fundamentalistische publicaties ‘nog altijd worden beschouwd als onfeilbare interpretaties van de Bijbel’.

    In Kenia en ver daarbuiten is er weinig toezicht op esoterische geloofssystemen en nieuwe, uit het pinksterdenken voortkomende religieuze bewegingen. Sociale media bieden daarnaast perverse prikkels. In Kenia word je ‘overspoeld door onlinewervingscampagnes met beloftes van bijvoorbeeld een beter leven, een betere baan of het vinden van een echtgenoot’, zegt Gathogo.

    Mensen op zoek naar troost en steun zijn een gat in de markt voor predikers

    Hij legt uit dat door het onvermogen in Oost- en Centraal-Afrika om gedegen theologische opleidingen aan te bieden en om leiders van de Afrikaanse pinksterbeweging te screenen, krijgsheren en drugshandelaren zoals Joseph Kony en zijn Verzetsleger van de Heer theocratische enclaves met extremistische overtuigingen konden stichten. Gewetenloze predikanten bieden ‘baanbrekende ervaringen in alle aspecten van het leven’ aan, aldus Gathogo, inclusief visa voor werk in het buitenland, of ze bieden uitgeputte moeders manieren aan om hun tieners in toom te houden. Mensen op zoek naar troost en steun zijn een gat in de markt voor predikers die oplossingen pretenderen te bieden. Types als Mackenzie profiteren daarvan, zegt Kaoma. Elk succes wordt het succes van de leider. Zodra volgelingen een baan hebben gevonden, of de liefde, schrijven ze dat vaak aan de kerk toe en spekken ze met hun giften de kassen van de prediker.

    Wat bijzonder is aan het drama in Shakahola, zo merkt Kaoma op, is dat predikers als Mackenzie de meeste invloed hebben in stedelijke gebieden, waar het leven duur is en mensen afgezonderd van hun traditionele gemeenschappen leven. Het platteland is meer het domein van typisch Afrikaanse religieuze bewegingen, gericht op heling en gemeenschap. Dat Mackenzie veel volgelingen met stedelijke problemen naar een afgelegen bos wist te brengen, waar ze bereid waren te sterven voor hun pas verworven overtuigingen, kan hebben bijgedragen aan het macabere succes van zijn beweging.

    In 2014 moedigde de Zuid-Afrikaanse ‘professor’ Lesego Daniel zijn gemeente aan om giftige chemicaliën te drinken als vorm van communie, waarbij hij beweerde dat hij de gave had om ‘benzine in ananas’ te veranderen. Twee jaar later kreeg zijn beschermeling, dominee Lethebo Rabalago, de bijnaam ‘Prophet of Doom’ [‘Onheilsprofeet’] na schuldig te zijn bevonden aan mishandeling: hij had kerkgangers besproeid met insecticiden van het merk Doom om demonen te helpen uitdrijven die zich aandienden in de vorm van aids. Eerder dit jaar beval een Ghanese predikant de kerkleden zich uit te kleden, zodat de Heilige Geest vrijelijk door hen heen kon stromen.

    Tegen de opkomst van extremistische predikers over het hele continent hebben sommige religieuze leiders met succes hun stem verheven. In Rwanda maakte president Paul Kagame zich sterk voor een nieuwe wet die van predikers een graad in de theologie verlangt voordat zij een eigen gemeente kunnen stichten. Dit zou hebben geleid tot de sluiting van zo’n zesduizend kerken.

    Taskforce

    In de nasleep van Shakahola lanceerde de Keniaanse president Ruto een taskforce om wetten en regels voor religieuze organisaties te herzien. Hij vroeg het publiek voorstellen in te dienen voor de veranderingen die nodig zijn om extremistische religieuze organisaties aan banden te leggen. De zeventien leden tellende commissie beoordeelt momenteel de inzendingen. 

    De belangrijkste doelstellingen van de taskforce zijn het opsporen van lacunes waardoor extremistische religieuze organisaties in Kenia vaste grond onder de voeten konden krijgen, en het opzetten van een wettelijk raamwerk om te voorkomen dat radicale groeperingen er actief worden. Tegenstanders van nieuwe regelgeving vinden dat kerken zichzelf moeten kunnen zijn. Anderen betogen dat de collectieve (zelf)moord een unicum was en dat de staat eerder had moeten ingrijpen, maar dat kerken in het algemeen aan zelfregulering moeten doen om het respect van de gemeenschap te winnen.

    In een land dat zo doordrenkt is van geloof, is het moeilijk om diepgaande spirituele zaken te verzoenen met politiek. Velen betogen dat de scheiding van kerk en staat een koloniaal idee is dat niet aansluit op de waarden van een moderne Afrikaanse staat. Er bestaat een zeer reële kans dat ‘verboden’ predikers juist volgelingen aantrekken omdat ze zo dwars zijn.

    Voorstanders van regulering, zoals Gathogo, dringen er bij het parlement op aan de tijd te nemen voor het inwinnen van advies en het opstellen van een passende wet. 

    ‘Afrika heeft geen sterke mannen nodig maar sterke instellingen’

    Het is de vraag of wetten – welke wetten ook – greep kunnen krijgen op een veranderende geloofscultuur. Volgens Gathogo zegt het verhaal van Mackenzie iets over de opkomst van nieuwe religieuze bewegingen in het Afrika van de eenentwintigste eeuw. ‘Ze hebben een extreme interpretatie van de Bijbel en wijzen zelfs een theologische opleiding af, omdat ze menen dat ze aan de Heilige Geest genoeg hebben’, zegt hij. ‘Uiteindelijk zijn het oplichters. De leider groeit uit tot een godheid, zijn woord is wet, en mensen worden geconditioneerd om hem te vrezen.’

    Als de Keniaanse wetten succesvol zijn, kunnen ze wereldwijd worden gezien als een manier om malafide geloofsexploitanten in toom te houden. Maar ze creëren ook een juridisch en ethisch mijnenveld, om nog maar te zwijgen van het risico dat predikanten zoals Mackenzie een martelaarsstatus verwerven. Voor Gathogo moeten nieuwe normen voor religieuze leiders vooral leiden tot beter bestuur op het Afrikaanse continent. Predikers vullen leemtes in landen die niet kunnen voorzien in de materiële behoeften van hun inwoners, laat staan in hun spirituele behoeften. ‘Afrika heeft geen sterke mannen nodig’, zegt Gathogo, ‘maar sterke instellingen.’