Tag: pers

  • Tussen bezuinigingen en bedreigingen: de vrije pers in Europa wankelt

    Tussen bezuinigingen en bedreigingen: de vrije pers in Europa wankelt

    Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de persvrijheid in Europa. Recente rapporten laten zien dat bezuinigingen, politieke inmenging en groeiend wantrouwen de onafhankelijke journalistiek steeds verder onder druk zetten.

    Hoe staat de persvrijheid ervoor in Europa?

    Voor het eerst sinds Reporters Without Borders in 2002 begon met het publiceren van een jaarlijkse persvrijheidsindex, wordt de toestand in meer dan de helft van alle landen ter wereld nu ingedeeld als ‘kwetsbaar’ of ‘zeer ernstig’. Volgens het rapport, geciteerd door Al Jazeera, is dat ‘een duidelijk teken dat journalistiek wereldwijd steeds meer als misdaad wordt bestempeld’. De Verenigde Staten staan op de vierenzestigste plaats in de categorie ‘problematisch’, een daling van zeven plaatsen sinds Donald Trump weer president is. Slechts zeven landen ontvingen een ‘goed’, met Noorwegen, Nederland en Estland in de top drie. 

    The Civil Liberties Union for Europe (Liberties) sloeg vorige maand eveneens alarm: de persvrijheid binnen de EU staat ‘onder voortdurende druk’, aldus The Guardian. De belangenorganisatie waarschuwt in een rapport dat de publieke media gestaag worden uitgehold door politieke bemoeienis en bezuinigingen, en dat journalisten steeds vaker stuiten op beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de toegang tot informatie.

    In Athene werd een explosief geplaatst bij de woning van de hoofdredacteur van het weekblad To Vima

    In 2025 bereikte de veiligheid van journalisten in Europa wat het rapport ‘een crisispunt’ noemt: steeds vaker kregen zij te maken met ‘extreem fysiek geweld en systematische juridische intimidatie’. In Athene werd een explosief met vijf kilo TNT geplaatst bij de woning van Yannis Pretenteris, de hoofdredacteur van het weekblad To Vima. In Italië ontplofte een bom onder de auto van Sigfrido Ranucci, een vooraanstaande onderzoeksjournalist.

    Ook in Nederland verslechterde de veiligheid van journalisten: voor het derde jaar op rij nam het aantal aanvallen op journalisten toe, met 106 bedreigingen, 67 gevallen van intimidatie en 55 gevallen van fysiek geweld.

    Waardoor staat de onafhankelijke journalistiek onder druk?

    Financiële instabiliteit vormt een groeiende bedreiging voor de publieke media, stelt het rapport van Liberties. In Frankrijk zijn er plannen om alle publieke omroepen samen te voegen; in Duitsland sloten zestien radiostations en twee tv-nieuwszenders; en in België werd fors bezuinigd op de publieke omroep. Ook het publieke vertrouwen in de media staat onder druk: slechts drie van de tweeëntwintig onderzochte EU-landen scoorden ‘relatief hoog’, terwijl Griekenland, Roemenië en Bulgarije een ‘kritisch lage’ beoordeling kregen.

    Volgens El País worden de publieke omroepen in het nauw gedreven door de opkomst van extreemrechts. ‘Extreemrechts heeft veel doelwitten: immigranten, belastingen, eigenlijk alles wat met links te maken zou hebben. Nu hebben ze hun pijlen gericht op publieke omroepen’, aldus de Spaanse krant. 

    Paolo Cesarini, directeur van het European Digital Media Observatory, vindt vooral ‘ontslagen, politieke inmenging, bezuinigingen en pogingen om controle te centraliseren of de geloofwaardigheid van publieke media te ondermijnen’ uiterst zorgwekkend. Volgens hem spelen deze factoren ook op in landen waar de persvrijheid eerder als stabiel werd beschouwd, zoals Spanje, Frankrijk en Duitsland. Cesarini betreurt bovendien dat ‘het democratische debat steeds meer wordt bedreigd door desinformatie, versterkt door kunstmatige intelligentie, vijandige propaganda en algoritmes van sociale media’, aldus El País. 

    ‘Het normaliseren van extreemrechts heeft ernstige gevolgen’

    Georgios Samaras roept de media bovendien op kritisch naar zichzelf te blijven kijken. Hij is universitair docent Public Policy aan King’s College London en een vooraanstaand onderzoeker die gespecialiseerd is in rechtsextremisme, politieke communicatie en Europese en Griekse politiek. Volgens hem helpen media radicaal-rechtse bewegingen soms onbedoeld vooruit. ‘Redacties grijpen steeds vaker naar alternatieve begrippen, op zoek naar bewoordingen die veiliger aanvoelen of minder snel tot verontwaardiging leiden: extreemrechts, alt-right, nieuw rechts, religieus-conservatief, nationaal-conservatief, traditionalistisch… De lijst wordt steeds langer’, schrijft hij in POLITICO. Dit zorgt voor veel onduidelijkheid. ‘De begrippen zijn vaag en verdoezelen de ideologie erachter. Het normaliseren van deze ideeën heeft ernstige gevolgen.’

    Nu extreemrechtse partijen in grote delen van Europa bovenaan de peilingen staan, zijn we de fase van normaliseren eigenlijk al voorbij, meent hij. ‘Elke onkritische vermelding van extreemrechtse retoriek is een redactionele beslissing met politieke gevolgen. Elke kop, elk filmpje, elke klik draagt bij aan het gewicht ervan. Zo vervaagt de grens tussen verslaggeving en versterking. En zo brengen sommige media niet langer alleen verslag uit over extreemrechts, maar geven ze de beweging ook een podium.’

    Wat wordt ertegen gedaan?

    Halverwege 2025 trad de Europese Media Freedom Act (EMFA) in werking. De wet moet vooral zorgen voor meer transparantie, minder politieke invloed en betere bescherming van journalistieke onafhankelijkheid. Overheden moeten bijvoorbeeld openbaar maken hoeveel geld ze uitgeven aan advertenties en op basis van welke criteria dat gebeurt. 

    De wet ‘maakt de weg vrij voor een veiliger, transparanter en pluralistischer medialandschap – een landschap waarin burgers erop kunnen vertrouwen dat het nieuws op feiten is gebaseerd, en niet op zakelijke of politieke belangen’, verklaarde Michael McGrath, commissaris voor Democratie, destijds tegen POLITICO. Maar POLITICO plaatste daar meteen vraagtekens bij: ‘Zonder daadwerkelijke politieke wil van de Europese Commissie en de nationale regeringen dreigt de wet niet veel meer te zijn dan een belofte op papier, terwijl de onafhankelijkheid van de media in sommige delen van Europa steeds verder wordt uitgehold.’

    Hij sprak van een ‘leugenfabriek’ waarvan de berichtgeving leek op de propaganda uit Noord-Korea of nazi-Duitsland

    Vooralsnog krijgen ze gelijk: veel EU-lidstaten slagen er niet in de wet naar behoren uit te voeren, blijkt uit het rapport van The Civil Liberties Union for Europe. De EMFA wordt ‘veel te traag omgezet in nationale wetgeving’, luidt de conclusie. 

    Alle ogen zijn momenteel gericht op Hongarije. De mediastrategie die Viktor Orbán jarenlang aanhield was bijzonder succesvol, schreef Reporters Without Borders begin dit jaar. ‘Zonder ook maar één journalist gevangen te zetten of te vermoorden, heeft hij de onafhankelijke journalistiek in Hongarije bijna volledig uitgeroeid’, luidde het commentaar van directeur-generaal Thibaut Bruttin destijds. 

    Maar nu Orbán de verkiezingen heeft verloren van Péter Magyar, dreigen de eens zo machtige staatsmedia te verdwijnen. Kort na de verkiezingen van vorige maand beloofde Magyar om ze op te schorten. Hij sprak van een ‘leugenfabriek’ waarvan de berichtgeving leek op de propaganda uit Noord-Korea of nazi-Duitsland. ‘Hoe veel mensen worden ontslagen? Iedereen is bang,’ zei een medewerker van de staatsradio tegen The Guardian. ‘Niemand weet wat er gaat gebeuren,’ liet een ander weten. Volgens Krisztina Balogh, die van 2016 tot 2018 bij de Hongaarse staatsmedia werkte, heeft het land nu veel te verwerken.  ‘Een systeem van leugens, voortdurende manipulatie en op angst gebaseerde communicatie heeft diepe littekens achtergelaten.’

    Het herstellen van het vertrouwen in de media zal geen eenvoudige opgave zijn, aldus de Britse krant. De ontwikkelingen zullen dan ook wereldwijd met veel aandacht worden gevolgd.

  • The Washington Post ontslaat ruim een derde van zijn redactie 

    The Washington Post ontslaat ruim een derde van zijn redactie 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: zevenhonderd ICE-agenten verlaten Minneapolis per direct 

    » Nigeria: president gaat leger inzetten na bloedbad met 162 doden

    De krant verkeert al jaren in zwaar weer

    The Washington Post, eigendom van miljardair Jeff Bezos, heeft woensdag een ingrijpend ontslagprogramma gelanceerd. De krant, die al jaren financieel in zwaar weer verkeert, zal naar schatting 30 procent van haar banen verliezen, zo meldt The New York Times. Meer dan driehonderd van de ongeveer achthonderd journalisten van de krant worden getroffen, aldus de Amerikaanse krant. Ook zullen onder meer de literaire pagina’s en de belangrijkste podcast van de krant verdwijnen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De journalisten werden woensdagochtend vroeg op de hoogte gebracht van de beslissing tijdens een virtuele vergadering, georganiseerd door directeur Matt Murray en personeelsdirecteur Wayne Connell, meldt Ashley Parker. ‘Het management van de Post – dat niet eens de moed had om de medewerkers persoonlijk toe te spreken – liet iedereen vervolgens in spanning wachten op een e-mail met de mededeling of ze hun baan zouden behouden.’

    Deze herstructurering, bedoeld om een ​​krant ‘uit een ander tijdperk’ te hervormen, moet de toekomst ervan ‘veiligstellen’, legde Murray woensdag uit. Hij erkende dat het werk ‘moeilijk, maar essentieel’ is. Hij stelde dat het bedrijf ‘te lang te veel geld had verloren’ en dat ‘de krant niet aan de behoeften van de lezers voldeed’, zo vatte The New York Times samen. Hij gaf aan dat de Post zich nu meer zou richten op nationaal nieuws en politiek, evenals op de economie en de gezondheidszorg, ten koste van andere onderwerpen.

    Deze golf van ontslagen is ‘een brute klap voor de journalistiek’ en voor een van haar ‘meest iconische’ kranten, aldus de Philadelphia Inquirer. De regionale krant herinnert eraan dat ‘een halve eeuw geleden de berichtgeving van dePost over het Watergateschandaal (…) de geschiedenisboeken inging’. De financiële problemen bij The Washington Post spelen zich af tegen de achtergrond van de toenadering tussen Bezos en Trump, die sinds zijn terugkeer aan de macht de traditionele pers onophoudelijk heeft aangevallen.

  • Slowakije zuivert nationale instanties van kritische stemmen

    Slowakije zuivert nationale instanties van kritische stemmen

    Sinds hij in 2023 opnieuw aan de macht is, ontslaat de nationalistische premier Robert Fico steeds meer werknemers die bij de publieke media, de politie en de rechterlijke macht als lastig worden beschouwd. De aanslag op zijn leven heeft hem alleen maar vastberadener gemaakt om deze instanties in het gareel te houden.

    Het tafeltje staat in een hoek van de gigantische hal van de Slowaakse publieke radio, een indrukwekkende omgekeerde piramide die tijdens het communistische tijdperk is gebouwd in het hart van Bratislava. Op de tafel een kaarsje, een rode roos en een wit lint met de woorden ‘Laatste afscheid’. ‘Laten we dit lint dragen om de RTVS te steunen zoals we die kennen’, luidt een ingelijste boodschap op dit kleine, geïmproviseerde altaar ter nagedachtenis aan de verloren onafhankelijkheid van de Slowaakse radio- en tv-zender.

    ‘We zijn niet erg optimistisch, hè?’ zegt Kristina Chrenkova (35), al tien jaar verslaggever op de afdeling Buitenlandse Zaken. ‘We hebben geprobeerd om iets te doen, maar we moeten erkennen dat we het lot van onze instelling nu niet meer kunnen terugdraaien,’ zegt ze triest. Het is woensdag 26 juni, en een paar dagen later, op maandag 1 juli, wordt de hervorming van de Slowaakse publieke omroep van kracht die de nationaal-populistische meerderheidsregering van premier Robert Fico er onlangs in hoog tempo doorheen heeft geramd.

    De huidige directeur, die met onmiddellijke ingang zal worden ontslagen, is al bezig zijn koffers te pakken. Zijn vervanger zal worden aangesteld door een nieuwe commissie onder leiding van de regering. Chrenkova, die in een hoek van haar kantoor een paar kartonnen bordjes met het opschrift ‘vrije media = gelukkig land’ bewaart, overblijfselen van de demonstraties van de afgelopen weken, maakt zich weinig illusies. ‘Verschillende collega’s hebben al hun biezen gepakt, maar ik heb geen plan B’, vertelt de leider van de beweging bezorgd. Ze heeft opgemerkt dat sommige leden van de coalitie al namen hebben bekendgemaakt van journalisten die ze eruit willen gooien. ‘Zelfs Orbán ging niet zo snel in Hongarije.’

    Algehele zuivering

    De ene na de andere instelling van het Centraal-Europese land met 5,5 miljoen inwoners valt in razend tempo in handen van de regering. Bij de publieke en de commerciële media, bij ministeries, musea, de rechterlijke macht en de politie zijn tientallen lastige medewerkers en ambtenaren ontslagen. Een sfeer van algehele zuivering heeft het land in slechts negen maanden tijd ingrijpend veranderd.

    De 59-jarige Robert Fico, een voormalige communist die sociaal-democraat werd en vervolgens nationalist, kwam in oktober 2023 opnieuw aan de macht, nadat hij drie jaar in de oppositie had gezeten en bijna de gevangenis in moest wegens een corruptiezaak die uiteindelijk werd geseponeerd. Met de hulp van zijn coalitiegenoten van de Slowaakse Nationale Partij (SNS), een extreemrechtse, pro-Russische partij die complottheorieën niet schuwt, voert hij nu een grootscheeps wraakbeleid tegen een flink deel van de elites van zijn land.

    Pegasus


    De Slowaakse inlichtingendienst zou over een geavanceerd Pegasus-spionagesysteem beschikken. De Pegasus-software is ontwikkeld door het Israëlische bedrijf NSO Group en was oorspronkelijk bedoeld om criminelen en terroristen op te sporen. In voorgaande jaren meldden media echter dat het programma wordt misbruikt om journalisten, oppositieleden en hoge functionarissen mee te monitoren. Volgens onderzoekers maakt Pegasus toegang mogelijk tot geheime gegevens die op de telefoon zijn opgeslagen, en kan de software zorgen voor geheime activering van de microfoon of het kopiëren van webpagina’s die de telefoongebruiker ziet. Minister van Defensie Robert Kaliňák doet de beschuldiging af als onzin: ‘Het gebruik van Pegasus is in strijd met de huidige Slowaakse wetgeving. Bovendien zijn de aanschaf en het gebruik van dit systeem complex en extreem duur.’

    De moordaanslag op zijn leven, medio mei, maakte de premier, die een hekel heeft aan ‘de intellectuelen van Bratislava’, alleen maar bitterder. In een lange video die begin juni tijdens zijn herstelperiode werd gepubliceerd, ging Fico, die door een gepensioneerde uit een provinciestadje was neergeschoten en de aanslag maar op het nippertje had overleefd, uitgebreid tekeer tegen de ‘gefrustreerde oppositie’, de ‘door het buitenland gefinancierde verenigingen’ en de ‘antiregeringsmedia die mede-eigendom zijn van de financieringsstructuren van [de Amerikaanse filantroop] George Soros’. Hij verweet de oppositie haar ‘haat en agressie’, waarvan de schutter ‘slechts een boodschapper’ zou zijn.

    Terwijl het nog onzeker is wanneer Fico zelf precies terugkeert in functie, gaat zijn regering, die niet inging op verzoeken van Le Monde om een interview, ondertussen met nog meer daadkracht te werk.

    ‘Vóór de moordaanslag was er nog een beetje ruimte om te proberen compromissen te sluiten over bepaalde hervormingen, maar dat is nu allemaal voorbij,’ zegt antropoloog en kunstrecensent Ivana Rumanova. Zij stapte uit de raad van deskundigen die verantwoordelijk is voor de verdeling van overheidssubsidies onder kunstenaars, na een hervorming die de beslissingsbevoegdheid overdroeg aan een commissie die in handen is van de minister van Cultuur, Martina Simkovicová.

    ‘We zijn bijna elke week de straat op gegaan, maar we hebben de strijd tot nu toe telkens verloren’

    Simkovicová, een Ruslandbewonderaar en voormalig moderator van een YouTubekanaal vol complottheorieën, werd door de SNS voor deze post benoemd en voert sindsdien oorlog tegen haar obsessie: ‘lhbti-evenementen’. Een van haar adviseurs ging zelfs zover dat hij zich afvroeg of de aarde toch niet plat was; dat deed hij op een van de complotminnende onlinekanalen die sinds oktober 2023 met open armen worden ontvangen door overheidsfunctionarissen, die daarentegen geen oog hebben voor professionele journalisten.

    In de afgelopen maanden ontsloeg de minister zomaar het voltallige personeel van de Kunsthalle, het museum voor hedendaagse kunst, waarvan het pand in het centrum van de stad nog steeds geen teken van leven vertoont, alsook de directeur van het kindermuseum, om die te vervangen door een kennis – wat leidde tot enorme protesten. ‘We zijn bijna elke week de straat op gegaan, maar we hebben de strijd tot nu toe telkens verloren,’ zegt Rumanova diep teleurgesteld. En dan was er dus ook nog de moordaanslag, die de Slowaakse samenleving diep schokte.

    Aandacht afleiden

    Volgens veel tegenstanders is de cultuuroorlog van extreemrechts bedoeld om de aandacht af te leiden van de echte obsessie van Fico: de politie en de rechterlijke macht. ‘Ze hebben al zo’n dertig politieagenten van het Nationaal Agentschap voor Misdaadbestrijding (NAKA, het equivalent van de Amerikaanse FBI) ontslagen’, waarschuwt Lubomir Danko, voormalig hoofd van deze eliteafdeling, die in januari zelf ook zijn koffers kon pakken. De zesenveertigjarige politieman was maandenlang het doelwit van de regering; in het verleden had hij de leiding gehad over de afdeling die aan de gevoeligste corruptiezaken werkte, en in die functie had hij meegewerkt aan de veroordeling van meer dan veertig mensen die dicht bij Fico stonden, toen die nog in de oppositie zat.

    ‘Volgens mij willen ze af van competente mensen die zich over gevoelige kwesties kunnen buigen, om ervoor te zorgen dat dat niet nog een keer gebeurt’, zegt de voormalige politieagent, die inmiddels zijn toevlucht heeft genomen tot de stichting ‘Stop de corruptie’. Deze ngo stelt onvermoeibaar dergelijke zuiveringen aan de kaak, evenals de afschaffing van het parket dat gespecialiseerd is in georganiseerde misdaad, een instelling waar Fico een hekel aan heeft, en hervormingen van het wetboek van strafrecht die bedoeld zijn om de verjaringstermijnen en straffen voor corruptie te verminderen. ‘We zijn duidelijk op dezelfde weg als Hongarije, met veranderingen die slecht zijn voor de hele Slowaakse democratie’, zegt Zuzana Petkova, directeur van de stichting. ‘Het enige waar ze bang voor zijn is [het verlies van] Europese fondsen en de reactie van Brussel.’

    ‘Orbán op steroïden’

    De vicevoorzitter van de Europese Commissie die verantwoordelijk is voor de rechtsstaat, de Tsjechische Vera Jourová, heeft bij verschillende gelegenheden haar ‘bezorgdheid’ geuit over wat een diplomaat omschrijft als ‘Orbán op steroïden’ en heeft een aantal compromissen met de Slowaakse regering weten te sluiten. Toch kun je vaststellen dat Brussel er niet in is geslaagd om de algehele achteruitgang van de democratie in het land een halt toe te roepen.

    De Commissie is van mening dat het juridisch nog niet mogelijk is om het conditionaliteitsmechanisme inzake de rechtsstaat in werking te stellen, de verordening die eerder al leidde tot de opschorting van 30 miljard euro aan Europese fondsen voor Hongarije. Daarnaast stelt ze dat de recente Europese wet inzake mediavrijheid, die het in theorie mogelijk zou maken om sancties in te voeren tegen schendingen van de onafhankelijkheid van de media, pas in augustus 2025 in werking treedt.

    In een toch al diep verdeeld land worden deze kiezers overspoeld met een dergelijke verwarrende politiek

    In tegenstelling tot de Hongaarse premier Orbán weet Fico ook hoe hij zich flexibel moet opstellen aan de tafel van de Europese Raad, door geen veto uit te spreken over de hulp aan Oekraïne of door toe te staan dat de fabrieken van zijn land op grote schaal wapens blijven produceren voor Kyiv. Ook geniet hij nog steeds de steun van zijn kiezers, die vooral op het platteland en onder de ouderen te vinden zijn, en die in april zijn bondgenoot Peter Pellegrini tot president kozen. In een toch al diep verdeeld land worden deze kiezers overspoeld met een dergelijke verwarrende politiek die in tijden van sociale media bijzonder effectief is.

    Eind juni mocht een speciale gezant van de regering die de taak had ‘het beleid tijdens de coronapandemie te onderzoeken’, een beruchte antivaxer, aan het parlement uitleggen dat ‘er in Slowakije geen pandemie is geweest’. En Lubos Blaha, vicevoorzitter van het Slowaakse parlement, organiseerde een ‘vredesconferentie’ in een hotel in Bratislava, waarvoor hij een groot aantal pro-Russische gasten uitnodigde tegenover wie hij ‘het Amerikaanse imperialistische oorlogsdictaat dat in de westerse wereld rondgaat’ aan de kaak stelde. 

    ‘Veel van deze mensen zijn het slachtoffer van desinformatie en denken echt dat wij alleen maar leugens vertellen’, verzucht journalist Kristina Chrenkova wanhopig vanachter haar bureau.

  • Colombia: een democratie zonder persvrijheid

    Colombia: een democratie zonder persvrijheid

    In Colombia, een van de langst bestaande democratieën in Latijns-Amerika, is er voor een journalist geen enkele bewegingsruimte om de waarheid te onthullen. ‘Sommigen censureren zichzelf, anderen leven in gevaar.’

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Colombia heeft doorlopend te maken met aanzienlijke uitdagingen op het vlak van persvrijheid. Volgens Reporters Without Borders staat de persvrijheid in dit Zuid-Amerikaanse land momenteel op de 119e plaats van de 180. Onderwerpen als drugshandel, landonteigening, ontheemding en politiek-economische corruptie kunnen journalisten in groot gevaar brengen. 

    Paradoxaal genoeg is Colombia met zo’n tweehonderd jaar een van de langst bestaande democratieën in Latijns-Amerika. Vanaf 2022 bepaalt de linkse president Gustavo Petro er de koers. Hoewel het het op twee na meest biodiverse land ter wereld is, blijft het politieke landschap fragiel, met een sterke oppositie die lastercampagnes voert via sociale media. Colombia is volgens een rapport van adviesbureau een ‘sterk gepolariseerd’ land, waarin slechts 35 procent van de bevolking de media vertrouwt.  

    Solidariteit

    Twee van de drie grootste commerciële bedrijven bezitten de belangrijkste mediakanalen, die 85 procent van het hele land bereiken. Een groep uit het bankwezen heeft een groot deel van de kranten in handen. Ook is er een kanaal van de overheid, cultureel georiënteerd met eigen content voor tv, radio en platforms. 

    In 2019 werd een vooraanstaande journalist bij het in Colombia bekende Semana Magazine ontslagen na een publicatie over mensenrechtenschendingen door de overheid en het leger. Dit zorgde voor veel solidariteit onder onafhankelijke professionals, waarmee online platforms werden verstrekt. 

    Tegenwoordig publiceren gerenommeerde journalisten zoals Daniel Coronell, María Jimena Duzán en Margarita Rosa de Francisco online, sommigen vanuit ballingschap. Dit ondanks dat in 1991 de nieuwe grondwet perscensuur bestrafte. De Foundation for Press Freedom zet zich ondertussen in om de persvrijheid te behouden, door de Colombiaanse media in het oog te houden en te ondersteunen.

    Begin 2023 kwam ik erachter dat de twee getuigen door ‘een ongeluk’ om het leven waren gekomen

    Een van de uitdagingen voor een journalist is de financiering van zijn of haar werk – inclusief hoge kosten voor zelfbescherming en bescherming van materiaal. Ook is er veel sprake van intimidatie, bedreigingen en moord. Sommigen censureren zichzelf, anderen leven in gevaar. Bijna alle professionals betalen voor beveiligingsmaatregelen, zoals bodyguards. Veel journalisten, waaronder  ikzelf, verlieten het land.

    Ook ik kreeg te maken met intimidatie en bedreigingen. Zo deed ik in 2021 research naar de moord op een pasgetrouwd jong stel, Natalia en Rodrigo, die samenwerkten met de lokale gemeenschap om het ecosysteem te beschermen tegen groeperingen die bezig zijn met het witwassen van drugsgeld. Ik hield interviews met twee getuigen die informatie hadden over de dood van het stel. Daarna ontving ik doodsbedreigingen aan het adres van mij en mijn zoons. Begin 2023 kwam ik erachter dat de twee getuigen door ‘een ongeluk’ om het leven waren gekomen. 

    Duizenden doden in Colombia worden toegeschreven aan ongelukken of geïsoleerde misdaden. Veel journalisten verlieten het land. Zelf deed ik dat ook, eind 2021. Een jaar later vroeg ik asiel aan in Nederland dat in negen maanden werd verleend. Ik voel me hier veiliger dan ooit tevoren.  

    Johanna Aguillón is journalist en film- en televisiemaker, en produceerde o.a. de Netflix-serie Narcos. Ook werkte ze als artdirector in de filmindustrie. Ze woont tegenwoordig in Rotterdam.

  • De persvrijheid in Rusland bereikt een nieuw dieptepunt

    De persvrijheid in Rusland bereikt een nieuw dieptepunt

    Journalist Sergej Gorboenov verliet Rusland drie jaar geleden uit angst voor politieke vervolging. Nu ziet hij hoe propaganda de vrijheid van meningsuiting heeft overwonnen en alle kritische stemmen gesmoord zijn.

    free press unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Tegen de achtergrond van recente gebeurtenissen als de dood van Aleksej Navalny en Poetins ‘herverkiezing’ verkeert de Russische persvrijheid in zwaar weer. Volgens experts en journalisten in Rusland komt de vrijheid van meningsuiting sinds de verkiezingen van maart onder steeds grotere druk te staan. De verkiezingsuitslag zou de doodsklap kunnen zijn voor de onafhankelijke journalistiek, voor zover deze überhaupt nog functioneerde. Zo is Rusland in twee jaar oorlog met Oekraïne zeven plaatsen gezakt in de jaarlijkse persvrijheidsindex gepubliceerd door Reporters zonder Grenzen; het land staat nu op de 162e plaats van de 180. Direct na de presidentsverkiezingen dit jaar begonnen de Russische autoriteiten buitenlandse journalisten te arresteren, die voorheen als onaantastbaar werden beschouwd. Journalisten van Forbes, Associated Press en Deutsche Welle werden gearresteerd. Volgens mensenrechtenactivisten van OVD-Info zijn sinds het begin van de oorlog met Oekraïne meer dan 66.061 internetpublicaties geblokkeerd en 1152 journalisten vervolgd.

    Televisie en onlinemedia 

    In alle media zal alleen nog pro-Poetin-nieuws verspreid worden. Met onafhankelijke televisie heeft de Russische overheid al begin 2000 afgerekend, snel gevolgd door de radio-omroepen. De laatste onafhankelijke krant, Novaya Gazeta, hield het amper een halfjaar uit na de start van de oorlog in Oekraïne, hoewel de hoofdredacteur een jaar eerder de Nobelprijs voor de Vrede had ontvangen. Ook van Facebook, Instagram en Twitter moesten de Russen in 2022 afscheid nemen. Onafhankelijke journalisten, activisten, politici en zelfs gewone burgers kregen de status van ‘buitenlandse agent’, waardoor het officieel verboden werd met deze mensen samen te werken.  Nog voor de herverkiezing kondigde Poetin een nieuwe strijd aan, dit keer tegen VPN-diensten, waarmee het in Rusland aan banden gelegde internetverkeer omzeild kan worden. Onmiddellijk daarna werden kritische bloggers aangepakt, door ze als buitenlandse agenten te beschouwen en ze te verbieden advertenties in hun video’s te plaatsen, waardoor ze van hun inkomsten werden beroofd.

    Door lezers en kijkers van onafhankelijke media te bedreigen hoopt de staat hun aantal te verminderen

    Veel Russische journalisten werken nu vanuit het buitenland. Volgens gegevens van RFI in december 2023 hebben tussen de 1500 en 1800 journalisten het land verlaten. De meeste media in ballingschap zijn geblokkeerd of als ongewenst bestempeld op Russisch grondgebied, en vermelding ervan kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. Zo werd in mei 2023 de eerste zaak aangespannen voor het herposten van een nieuwsartikel van het als ‘ongewenst’ bestempelde medium Meduza. Ondanks de risico’s kunnen gewone Russen nog toegang krijgen tot onafhankelijke media in ballingschap via platforms als Telegram of YouTube, maar elke dag neemt het risico op repressie toe. Door lezers en kijkers van onafhankelijke media te bedreigen hoopt de staat hun aantal te verminderen. Russische media in het buitenland moeten voortdurend veiligheidsmaatregelen in acht nemen. Zo is de in Amsterdam gevestigde onafhankelijke tv-zender TV-Rain zelfs gestopt met het inzamelen van donaties van kijkers in Rusland om hun donateurs te beschermen. 

    Sergei Gorbunov (1988) is een journalist, politicoloog en redacteur bij Russischtalige media in ballingschap. Hij heeft een masterdiploma in politicologie (2019). In 2021 verliet hij Rusland vanwege politieke vervolging.

  • Tunesië: twee journalisten veroordeeld tot jaar gevangenisstraf

    Tunesië: twee journalisten veroordeeld tot jaar gevangenisstraf

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Nikki Haley kondigt aan dat ze op Trump zal stemmen

    » China lanceert grote militaire operatie tegen Taiwan

    Critici zien het vonnis als een aanval op het vrije woord

    De kroniekschrijvers Borhen Bsaïes en Mourad Zeghidi, die bekendstaan als critici van de Tunesische regering, zijn woensdag door een rechtbank in Tunis beide veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. ‘Ze werden schuldig bevonden aan het gebruik van informatienetwerken en -systemen om valse informatie te verspreiden die bedoeld is om derden te belasteren en materiële en morele schade toe te brengen’, meldt de nieuwswebsite Tunisie Numérique.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De twee mannen werden op 11 april gearresteerd, dezelfde dag als de Tunesische advocaat en columnist Sonia Dahmani. De aanklachten werden ingediend op grond van een wetsdecreet dat in 2022 werd uitgevaardigd door de Tunesische president Kais Saied om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan – een maatregel die door critici wordt gezien als een wetgevend wapen om de vrijheid van meningsuiting in Tunesië de kop in te drukken.

  • Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    De Iraanse president Ebrahim Raisi is drukdoende het weinige nog resterende journalistieke toezicht op de leiders van de Islamitische Republiek onmogelijk te maken. Correspondenten zijn afwezig, en voor lokale verslaggevers bestaat persvrijheid niet.

    Iran is nog net niet het onherbergzaamste land voor journalisten, maar het gaat wel hard die kant op. Volgens Verslaggevers Zonder Grenzen scoren alleen Vietnam, China en Noord-Korea lager dan Iran als het om persvrijheid gaat. Ebrahim Raisi, de meest meedogenloze president in de geschiedenis van de in 1979 opgerichte Islamitische Republiek, doet schijnbaar zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat Iran Noord-Korea inhaalt.

    De cijfers schetsen een verontrustend beeld. Zo telde het Comité ter Bescherming van Journalisten in oktober 2023 maar liefst 95 arrestaties van journalisten sinds de uitbraak van de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties in het jaar ervoor. Sommige bronnen, waaronder de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), beweren dat zes van de gearresteerden nog steeds vastzitten. Ook zegt de IFJ dat negen journalisten die in dienst waren van aan de overheid gelieerde kranten zijn ontslagen vanwege hun politieke opvattingen, en dat aan acht (online)kranten disciplinaire maatregelen zijn opgelegd. De pro-hervormingsnieuwssite Ensaf News moest zijn directeur vervangen om te mogen blijven bestaan.

    Een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd werd tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld

    Onder het bewind van Raisi ligt de lat van wat wordt toegestaan lager dan ooit, waardoor er een aura van onschendbaarheid lijkt te hangen rond eenieder die zich in kringen van de macht bevindt. Zo leidde een door gebedsleider Hassan Morseli aangespannen rechtszaak in juni 2022 tot de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf van een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd. En een pr-manager van het staatsbedrijf Bakhtar Regional Electricity diende in juli 2022 een klacht in tegen de website Bargh News om de identiteit van een anonieme reageerder te achterhalen; die had in een commentaar onder een nieuwsbericht het arbeidsethos van de manager bekritiseerd. 

    Fanatieke overheid

    Tegenwoordig moeten journalisten in Iran zich laten registreren bij het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding. In ruil voor persoonlijke informatie, die het ministerie zorgvuldig bewaart, ontvangen zij hun perskaart. Betrokken ambtenaren zeggen dat dit initiatief Iraanse journalisten beschermt, maar daar denken journalisten wel anders over. Zij menen dat, net als bij de regulering van het internet, het ministerie hun juist een recht ontneemt.

    Er was een tijd waarin journalisten zich konden beroepen op een grondwet die, ondanks zijn tekortkomingen, op zijn minst lippendienst bewees aan het idee van persvrijheid. Dat document maakt nu plaats voor fanatieke overheidsinstanties die mediabedrijven de mond snoeren en journalisten neerzetten als staatsvijanden.

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen. Buitenlandse correspondenten die verslag doen zijn nergens te bekennen en het staatsmonopolie op alle vormen van uitzendingen maakt een onafhankelijk toezicht op het bestuur van de Islamitische Republiek nagenoeg onmogelijk. Grootspraak en propaganda geven de betreurenswaardige realiteit een rooskleurig tintje en de relatie tussen overheid en media is grotendeels transactioneel: lovende reportages worden beloond, kritiek afgestraft.

    In oktober vertelde de Iraanse minister van Wetenschap Mohammad Ali Zolfigol studenten aan Sharif University of Technology dat Iran enkele van de ‘meest vrije universiteiten ter wereld’ heeft. De duisternis van zijn onbedoelde humor kan niet worden overschat. Na verloop van tijd leiden dit soort uitspraken tot minder verontwaardiging en worden ze genegeerd. En sympathisanten van de overheid verwijzen er juist naar als bewijs voor het feit dat Iran journalisten voorziet van ongekende veiligheid en bescherming.

    Verdiensten van de regering

    In 2019 verkondigde de toenmalige vicepresident Eshaq Jahangiri dat ‘Iran het meest vrije land in het Midden-Oosten’ was. Afgelopen augustus beweerde president Raisi dat vrijheid van pers en meningsuiting de verdiensten zijn van de Islamitische regering: ‘Geïnspireerd door het bloed van onze martelaren hebben we de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid gegarandeerd.’ Esmaeil Kowsari, commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde en voormalig parlementslid, zei in reactie op de toenemende kritiek op het hardhandige optreden van de regering tegen de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties van vorig jaar dat ‘het niveau van vrijheid van meningsuiting in ons land hoger is dan in Europa of Amerika’.

    Een verslaggever uit de stad Rasjt, die spreekt op voorwaarde van anonimiteit, vertelt dat het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding onder de vorige president Hassan Rouhani de redactie van zijn tijdschrift adviseerde welke nieuwsonderwerpen voorrang moesten krijgen. Zo werd hun onder meer opgedragen om essays te publiceren over thema’s als familie, kinderen en sociale media. Als het tijdschrift deze richtlijnen niet navolgde, riskeerde het strafmaat­regelen. 

    Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen

    Iran heeft een staatskapitalistische economie; dat betekent dat de overheid invloed heeft op de privésector en bepaalt hoeveel financiering elke onderneming ontvangt. Binnen dit systeem kan zelfs de formeel onafhankelijke pers niet aan de genade van de uitvoerende macht ontkomen. Subsidies, belastingvrijstellingen, verzekeringsvoordelen en vervroegd pensioen zijn in Iran geen garanties, maar gunsten die je moet verdienen. Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen.

    Paramilitaire militie

    Volgens de verslaggever uit Rasjt is dit systeem in de afgelopen jaren ietwat veranderd. Zo is het ministerie van Cultuur inmiddels vervangen door de Basij, een paramilitaire militie die sinds 2011 over een mediatak beschikt. De Basij controleert de verslaggeving van lokale media en organiseert conferenties over thema’s zoals de toestand in Palestina, het verplicht dragen van de hijab, kuisheid, seksesegregatie, nucleaire zelfvoorziening, sjiitische rouwrituelen en de nalatenschap van generaal Qassem Soleimani. Lokale journalisten worden gesponsord om deel te nemen aan deze evenementen en er verslagen over te schrijven. De ‘krachtigste’ stukken komen in aanmerking voor soms royale geldprijzen.

    Kranten en tijdschriften worden minder vaak gesloten dan voorheen. Niet omdat de Islamitische Republiek zich niets aantrekt van publieke of internationale kritiek, maar omdat sluitingen bijdragen aan de werkloosheid. Als alternatief plaatst de overheid liever plotselinge verboden op verkooppunten of probeert het nieuwsconsortia en uitgeversbedrijven te nationaliseren: een relatief goedkope strategie. 

    Neem Hamshahri, een enorm mediabedrijf dat in 2008 werd opgericht en momenteel zeven kranten, tijdschriften en websites onder zijn hoede heeft. Op zijn hoogtepunt had het bedrijf maar liefst achttien dochterondernemingen en gold het onder de leiding van een van de meest gerenommeerde journalisten van het land als betrouwbare informatiebron. Vandaag de dag is het bedrijf in handen van Alireza Zakani, de ultraconservatieve burgemeester van Teheran, en bestaat de missie naar eigen zeggen uit verslaggeving ‘binnen het kader van de doelen en waarden van de Islamitische Revolutie’ en het opleiden van ‘mediapersoneel dat loyaal is aan het heilige systeem van de Islamitische Republiek’.

    Studenten

    Een andere grote naam in de Iraanse nieuwswereld die een klap kreeg als gevolg van het micromanagement van de overheid is het Iraanse Studentennieuwsagentschap. Dit werd in 1999 opgericht door het door de staat gerunde Academisch Centrum voor Onderwijs, Cultuur en Onderzoek als stem van de academische gemeenschap van Iran. Het was een nieuwsdienst die werd bemand door jonge hervormingsgezinde journalisten en studenten die de wereldbeschouwing van voormalig president Mohammad Khatami onderschreven. Het agentschap won het vertrouwen van zijn lezerspubliek en werd gezien als een uitstekende nieuwswebsite met een redelijk niveau van redactionele onafhankelijkheid. Maar vanaf het moment dat president Mahmoud Ahmadinejad aan de macht kwam, werd die relatieve openheid aangetast door diverse ontslagrondes. En onder het presidentschap van Raisi verwerd de organisatie tot een zoveelste spreekbuis voor totalitaire newspeak.

    De website staat nu vol met ‘whataboutisme’ en onjuiste informatie over de wereldpolitiek, laster tegen een kwijnende hervormingsbeweging en sentimenteel geslijm over de extremisten van de regering-Raisi, waaronder een ononderbroken lofzang over de president zelf.

    Hoewel deze sombere situatie weinig ruimte overlaat voor optimisme, zijn er wel degelijk enkele journalisten en progressieve (online)kranten in Iran die een tipje van de maatschappelijke sluier blijven oplichten en verhalen aan het licht brengen die de staat verborgen houdt. 

    De in augustus 2003 opgerichte krant Shargh Daily is een van de laatste restanten van een collectief van veelbelovende liberale kranten die opkwamen tijdens de hervormingsperiode. Sinds de oprichting is Shargh vier keer tijdelijk verboden geweest door de overheid. De meest recente sluiting, in 2012, was het gevolg van de publicatie van een prent over strijders uit de Irak-Iranoorlog die door de autoriteiten als kleinerend werd beschouwd. 

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling

    Shargh heeft zijn status als bolwerk van kritische, vooruitstrevende journalistiek weten te behouden, zij het in verzwakte vorm. De krant produceerde onder andere een artikel over een gettowijk in de stad Mashhad, een onderzoek naar de dood van grensarbeiders die door de strijdkrachten onder vuur waren genomen, een onthullend verhaal over de vergiftiging van schoolmeisjes na de ‘Woman, Life, Freedom’-protesten en een vernietigend rapport over eerwraak.

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling, toen tientallen uitgesproken kranten dapper en onverbloemd verslag leverden. Ham-Mihan, opgericht in 2000, is net als Shargh meerdere malen verboden geweest. De huidige redactie bestaat uit een aantal toonaangevende verslaggevers die het land niet hebben verlaten en tot nog toe geen slachtoffer zijn geworden van willekeurige vervolging.

    Angst

    In september 2023 publiceerde de krant een rapport waarin werd geconcludeerd dat de moord op Mahsa Amini door de zedenpolitie en het gewelddadig neerslaan van de daaropvolgende demonstraties tot angst en andere psychische aandoeningen hebben geleid onder de Iraanse bevolking. De verslaggevers spraken met apothekers in diverse steden en onthulden dat een op de vijf patiënten psychiatrische medicatie kreeg voorgeschreven.

    De interviews en verhalen die in het rapport werden gedeeld, bevestigen een sluimerende geestelijkegezondheidscrisis, die wordt verergerd door politieke onderdrukking – een klap in het gezicht van de overheid, die aanhoudend stelt dat psychische aandoeningen niet in de media mogen worden besproken. Politici beschouwen de verwijzingen naar geestesziekten als een beschuldiging dat zij er niet in zijn geslaagd een veilige, gelukkige samenleving te creëren. Wanneer kranten dit dilemma openlijk bespreken, voelt de regering zich beledigd omdat dit zou suggereren dat het bestuur van de Islamitische Republiek het probleem zelf heeft veroorzaakt. Juist daarom moet volgens hen het debat onder het tapijt worden geveegd.

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd. Maar dat betekent niet dat het potentieel van de Iraanse journalisten is verdwenen en dat ze geen stevig, respectabel werk meer kunnen leveren. Integendeel: ze grijpen iedere kans, hoe klein ook, aan om hun vak uit te oefenen.

    Een langdurig tekort aan journalistiek onderwijs en een gebrek aan professionele trainingsmogelijkheden hebben de ontwikkeling van de Iraanse mediawereld aanzienlijk afgeremd. Eind december zaten er in Iran nog steeds minstens 62 verslaggevers achter de tralies – een wereldrecord. De journalistiek van het land is in levensgevaar, maar ademt nog steeds. 

  • Niet bang voor de tijd

    Niet bang voor de tijd

    Terwijl de Venezolaanse machthebbers proberen de oppositionele pers te muilkorven, strijdt een van de moedigste hoofdredacteuren onvermoeibaar voor een links-liberaal midden dat zich niet laat tiranniseren.

    Teodoro Petkoff is niet het soort hoofdredacteur dat reorganiseert en gratuite veranderingen in de lay-out doorvoert. Hij zorgde ervoor dat een generatie van jonge onderzoeksjournalisten nu op eigen kracht schittert in het verzet van de onafhankelijke pers tegen de aanslagen van het Maduro-bewind.

    Toen Petkoff begin 2000 zijn eerste hoofdartikel voor het ochtendblad Tal Cual schreef, aarzelde hij niet om er als kop ‘Dag Hugo!’ boven te zetten. Dat was niet de groet van een sympathisant, een meeloper of een strooplikker, maar de schalkse aankondiging dat een van de meest gezaghebbende en moedige figuren uit de Venezolaanse oppositie weer terug was op de barricaden.

    Een paar maanden eerder had Hugo Chávez, die destijds aan het begin van zijn lange en luidruchtige mandaat stond, zich nog op de borst kunnen kloppen dat hij een van de gezaghebbendste stemmen van de oppositie tot zwijgen had gebracht. Teodoro Petkoff was krap een jaar eerder directeur van El Mundo geworden, een uitgave van Cadena Capriles, de machtigste perscombinatie van Venezuela, die tegenwoordig in handen is van regeringsgezinde investeerders.

    Petkoff, die toen al over de zestig was en in de jaren zestig lid was geweest van de guerrillabeweging, is een rasecht politicus en een polemist van internationale allure. Maar hij was nog nooit hoofdredacteur van een krant geweest. ‘Ik ben erachter gekomen dat ik hiervoor, en voor niks anders, in de wieg ben gelegd’, zei hij een keer trots lachend tegen me.

    Het was waar: de oplage van de krant, destijds een traditioneel avondblad, was op een dieptepunt gekomen toen de directie van Cadena Capriles bedacht dat de krant misschien nieuw leven zou kunnen worden ingeblazen als ze iemand van de politieke oppositie tot hoofdredacteur benoemden die zowel controversieel als gerenommeerd was. Maar ze hadden nooit kunnen vermoeden welk een vlucht El Mundo onder leiding van de catire, zoals ze iemand met blond haar in Venezuela noemen, zou nemen.

    Petkoff was evenwel niet het soort hoofdredacteur dat met mannetjes gaat schuiven en gratuite veranderingen in de lay-out doorvoert. Met zijn onverwoestbaar provocerende, vernieuwende geest kreeg hij niet alleen voor elkaar dat de oplage van de zieltogende krant als een speer omhoog schoot, maar ook nog dat ze de kweekvijver werd voor een generatie van jonge onderzoeksjournalisten, die nu op eigen kracht schittert in het verzet van de onafhankelijke pers tegen de aanslagen van het Maduro-bewind.

    Hugo Chavez
    Hugo Chavez

    Reclame

    De beste reclame voor El Mundo was Hugo Chávez zelf. Meermalen toonde hij, woedend en donderend, de vlammende koppen boven de artikelen van Petkoff, of hij las een paar voor hem bijtende fragmenten uit zijn hoofdartikelen voor. Het was maar een kwestie van tijd eer Cadena Capriles onder de druk van Chávez zou bezwijken en Petkoff geen andere keus had dan het veld te ruimen. Maar de catire liet het er niet bij zitten.
    Samen met zijn vele vrienden bewoog hij hemel en aarde, en na korte tijd verscheen Tal Cual [‘Zo is het’], het invloedrijke opiniërende ochtendblad dat nu getuige is van de meest gewelddadige aanvallen op de vrijheid van meningsuiting in Venezuela in de afgelopen vijftig jaar.

    Vijftien jaar lang is er geen dag voorbijgegaan zonder dat de krant zich ferm heeft gekeerd tegen het streven van Chávez en zijn politieke erfgenamen om de vrijheid van meningsuiting in Venezuela rücksichtslos en met alle ter beschikking staande middelen de nek om te draaien.

    Dat streven begon al toen Chávez nog leefde, met de onteigening en het willekeurig sluiten van televisiestations, het vrijwel volledig monddood maken van de radio en het invoeren van draconische wetten die, tezamen met absurde gerechtelijke vonnissen, de zelfcensuur in de media aanwakkerden. Daar is recentelijk nog de financiële intimidatie bijgekomen van de afgeknepen papierleverantie en de censuur die ‘gekocht’ werd doordat met hulp van regeringsgezinde investeerders publiciteitsmedia en toeleveringsbedrijven werden opgekocht. Daarnaast ontbrak het niet aan direct lijfelijk geweld tegen individuele journalisten, van wie er enkele de gevangenis in gingen.

    Sinds het begin van de demonstraties, ruim twee maanden geleden, waarbij al meer dan veertig doden zijn gevallen, hebben verschillende Venezolaanse organisaties, zoals de vakbond van journalisten en de nationale ombudsman, 111 journalisten geteld die tijdens onlusten gewond raakten of werden beroofd van hun apparatuur, die vervolgens in veel gevallen door de oproerpolitie werd vernietigd. Het kon niet uitblijven dat ook Tal Cual schade opliep van een dergelijke aanslag op de vrijheid van meningsuiting.

    Deze keer kwam de aanslag in de gedaante van een juridische aanklacht die vaak gebruikt wordt door autoritaire Latijns-Amerikaanse neopopulisten, van Rafael Correa in Ecuador tot Cristina Kirchner in Argentinië: belediging van een hoge ambtenaar in functie.

    Teodoro Petkoff
    Teodoro Petkoff

    Rolmodel

    El País deed op 18 maart jl. verslag van een rechtszaak tegen de tabloid, die was aangespannen door Diosdado Cabello, voorzitter van de Nationale Assemblee, die wordt beschouwd als de tweede sterke man van het regime. ‘Een rechtbank in Caracas nam twee weken geleden een aanklacht in behandeling van Cabello, die de krant beschuldigde van “grove smaad” jegens zijn persoon. Naast financiële genoegdoening eist de hoogwaardigheidsbekleder gevangenisstraf voor Petkoff, voor de directie van de krant en voor de auteur van het stuk waarin Cabello in diskrediet zou zijn gebracht, te weten Carlos Genatios, een ex-minister van Chávez en dissident van het bolivarionisme.’

    Petkoff aarzelde niet om de tegenaanval in te zetten en diende een aanklacht in bij het OM, waarin hij stelde dat Cabello 23 dagen vóór de publicatie van het gewraakte artikel in Tal Cual zijn juridisch vertegenwoordiger een volmacht had gegeven; dit rechtvaardigt het vermoeden dat de messen al van tevoren geslepen waren om van elke aanleiding, hoe klein ook, gebruik te maken. In 2007 had Tal Cual al een boete moeten betalen van 20.000 dollar voor een satirisch stukje waarin de naam van de dochter van wijlen Chávez werd genoemd.

    Petkoff, die van Bulgaarse afkomst is, werd algauw een icoon en een rolmodel voor het Latijns-Amerikaans marxistisch revisionisme toen hij in 1971, samen met een groepje vooraanstaande oud-kameraden, uit de Communistische Partij stapte en een nieuwe, gematigder partij oprichtte. Gabriel García Márquez doneerde destijds al het geld van de literaire prijs Rómulo Gallego, die hij voor Honderd jaar eenzaamheid had gekregen, aan de jonge partij, voor de aankoop van een rotatiepers. Petkoff kreeg het volle pond van de banvloek van het internationaal stalinisme over zich heen, onder anderen van premier Leonid Brezjnev en de Franse filosoof Jean-Paul Sartre.

    Dertig jaar later zegde hij het lidmaatschap van zijn eigen partij op, toen het bestuur besloot Hugo Chávez in de presidentsverkiezingen van 1998 te steunen. Als verklaard bewonderaar van Clint Eastwood en zijn vermogen om zichzelf steeds weer opnieuw uit te vinden begon Petkoff vervolgens aan een tweede carrière als hoofdredacteur. Inmiddels heeft hij, geconfronteerd met de papierschaarste die met opzet door de regering is veroorzaakt, besloten _Tal Cual _volledig naar het internet te verhuizen. ‘Ze zullen ons niet de mond snoeren’, zei hij bits in een hoofdartikel.

    In de tijd dat wij van mijn generatie jong waren, was Teodoro Petkoff voor ons een rolmodel en een mentor, die onze aandacht niet vestigde op ‘mei ’68’ maar op de ‘Praagse lente’, waarmee hij de stoot gaf tot een links-liberaal platform dat we sindsdien niet meer hebben verlaten.

    ©  Gabriel S. Delgado C.
    © Gabriel S. Delgado C.

    Tirannie van de 21e eeuw

    ‘Hij is een van die mensen die samenvallen met hun legende’, schreef onlangs de Venezolaan Jean Maninat, een vooraanstaand ex-functionaris van de Internationale Arbeidsorganisatie. ‘Iemand die vecht voor zijn overtuigingen en die het vermogen en de moed bezit om te erkennen dat hij zich vergist heeft. Zijn eenvoudige levensstijl staat in schril contrast met de schandalige protserigheid van de machthebbers die hem de mond proberen te snoeren uit naam van een “socialisme van de eenentwintigste eeuw”, dat niet meer is dan een hersenloze vogelverschrikker vol oliedollars.’

    In het tv-programma dat hij voor de nieuwszender Globovisión maakte – tot ook die werd aangekocht door regeringsgezinde financiers – zei Petkoff onlangs: ‘Elke keer als een buitenlandse journalist me vraagt naar het socialisme van de eenentwintigste eeuw, antwoord ik dat ik niet heb gebroken met het totalitarisme van de twintigste eeuw om vervolgens vrede te hebben met welke vorm van tirannie dan ook in deze eeuw.’

    Gabriel García Márquez, met wie hij bevriend was, zei in 1983 naar aanleiding van zijn kandidatuur voor het presidentschap: ‘Teodoro is niet bang voor de tijd, en dat is misschien wel het meest karakteristieke van zijn leven: hij heeft tijd te over om alles te doen wat hij wil.’

    Tal cual: zo is het.

    Auteur: Ibsen Martínez
    Vertaler: Jos den Bekker

    El País
    Spanje, dagblad, oplage 397.000
    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.