Tag: personeel

  • De BBC schrapt tweeduizend banen, 10 procent van het personeelsbestand

    De BBC schrapt tweeduizend banen, 10 procent van het personeelsbestand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump: Israëlische en Libanese leiders gaan donderdag met elkaar in overleg

    » Turkije: negen doden en dertien gewonden bij schietpartij op school

    Het mediabedrijf staat onder grote financiële druk

    De Britse publieke omroep rechtvaardigde de personeelsreductie van 10 procent woensdag met een beroep op ‘aanzienlijke financiële druk’. De mediagigant, die kampt met dalende inkomsten en onlangs werd verzwakt door het ontslag van zijn topman, wil de komende twee jaar 500 miljoen pond (575 miljoen euro) besparen op de totale jaarlijkse kosten van 5 miljard pond.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit blijkt uit een e-mail aan medewerkers die in handen is gekomen van persbureau AFP. Volgens The Guardian is dit ‘de grootste ontslagronde bij de BBC sinds 2011’.

    Deze aankondiging komt bijna een maand voor de aantreding van de nieuwe BBC-topman, Matt Brittin, een voormalig topman van Google, die op 18 mei zijn functie zal aanvaarden.

  • Mijnbouwsector komt moeilijk aan personeel voor de energietransitie

    Mijnbouwsector komt moeilijk aan personeel voor de energietransitie

    Veel internationale mijnbouwbedrijven hebben grote moeite jonge werknemers binnen te halen. De sector heeft een imago van zwaar werk, seksisme, milieuschade en uitbuiting, maar is essentieel voor de energietransitie. ‘Er is geen verse aanvoer terwijl we wel ervaring verliezen.’

    Lily Dickson snelde over de campus van de Universiteit van Leeds toen een actievoerende student haar een folder in handen drukte. Daarin werd opgeroepen tot een verbod op het werven van personeel onder studenten voor bedrijven in de mijnbouw en de olie- en gaswinning. De 24-jarige promovenda in de geologie was verbouwereerd. Ze kwam net terug uit Finland, waar ze met het mijnbouwbedrijf Mawson Gold uit Vancouver naar nieuwe vindplaatsen van kobalt in Europa had gezocht. 

    Het was geen loze oproep en ook geen op zichzelf staand incident. Vorig jaar hebben al vier Britse universiteiten mijnbouwbedrijven verboden nog personeel te werven of deel te nemen aan carrièrebeurzen op hun campus. Het hoort bij de algemene trend dat studenten en jonge werkenden zich afkeren van een sector die in hun ogen schadelijk is voor de aarde.

    Bedrijven die gespecialiseerd zijn in het delven van koper, lithium en andere metalen die onmisbaar worden geacht voor de productie van groene energie, hebben naar eigen zeggen grote moeite met het werven van genoeg jong personeel om de energietransitie aan te kunnen. De meeste mijnbouwbedrijven in de VS, Australië en Europa zeggen dat hun groeiplannen gevaar lopen als deze trend zich voortzet. Er dreigen vooral tekorten aan hooggeschoolde krachten als ingenieurs, geologen en data-analisten. ‘Veranderende maatschappelijke verwachtingen zetten ons als werkgever onder druk om beter te leren uitleggen wie we zijn en waar we voor staan’, zo is te lezen in het laatste jaarverslag van Rio Tinto. 

    De mijnbouwsector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren

    Ondanks de rol die ze spelen in de energietransitie kampen mijnbouwbedrijven met het imago van een ‘vuile’ industrie, vanwege mijnrampen in het verleden en beschuldigingen van uitbuiting en seksueel geweld. De sector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren. In een mondiale enquête van adviesbureau McKinsey zei 70 procent van de respondenten in de leeftijdscategorie van vijftien tot dertig dat ze waarschijnlijk of zelfs zeer zeker niet in de mijnbouw willen werken. Volgens het Amerikaanse Centrum voor Onderwijsstatistiek lag het aantal geologen en aardwetenschappers dat in 2020 in de VS is afgestudeerd bijna 25 procent lager dan in 2015, terwijl het totaal aantal afgestudeerde studenten in het land in die periode met 8 procent gestegen is. En het aantal inschrijvingen voor dergelijke studies daalde ook in Canada en Australië, landen waar de mijnbouw een economische factor van belang is. Volgens McKinsey daalde het aantal studenten dat een studie in de mijnbouwkunde voltooide in Australië tussen 2014 en 2020 met 63 procent. En in Canada lag het aantal inschrijvingen voor mijnbouwkunde in 2020 volgens de Mining Industry Human Resources Council tien procent lager dan in 2016.

    Steenkool is groen

    Als je in het streven naar groene brandstoffen geen alternatief kunt vinden voor fossiele brandstoffen, kun je die laatste natuurlijk nog altijd gewoon als ‘groen’ aanmerken. Dat is althans het opmerkelijke standpunt van Indonesië, schrijft Courrier International.

    De Indonesische Hoge Autoriteit voor Financiële Diensten, die verantwoordelijk is voor de classificatie van economische activiteiten aan de hand van hun impact op het milieu, is van plan om de bouw van nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales voor de verwerking van mineralen zoals aluminium en nikkel, groen te verklaren. Dat Indonesië de vijfde grootste producent en grootste exporteur van steenkool ter wereld is, speelt daarbij ongetwijfeld een doorslaggevende rol.

    Dat leidt tot zorgen over een kenniskloof in de toekomst, als de bedrijven aangewezen zullen zijn op afzettingen met een lagere dichtheid aan metalen. ‘Er zijn al vaker mensen uit het vak gestapt, maar nu is er geen verse aanvoer terwijl we door de pensioenuitstroom wel ervaring verliezen,’ zegt Alex Gorman, mijnbouwkundig analist bij Peel Hunt. Volgens Rohitesh Dhawan, hoofd van de brancheorganisatie International Council on Mining and Metals, is meer dan de helft van het arbeidsbestand in de Amerikaanse mijnbouw boven de 45. ‘De gemiddelde werknemer in onze branche is tegenwoordig aan de oude kant, meer richting pensioen,’ zegt hij. En nu het moeilijker wordt om nieuwe mensen te werven, zit zijn branche daardoor ‘aan twee kanten klem’.

    Belemmering

    Volgens een onderzoek van McKinsey zegt 86 procent van de leidinggevenden in de sector steeds meer moeite te hebben om de benodigde mensen te vinden en vast te houden. En bijna drie kwart van die topmensen meent dat dit gebrek aan nieuw talent een belemmering vormt voor het behalen van beoogde productiecijfers en strategische doelen. Rio Tinto heeft al gewaarschuwd dat het tot vertragingen of tegenvallende prestaties kan leiden.

    Volgens het Amerikaanse Bureau voor Arbeidsstatistiek was het percentage openstaande vacatures voor de mijnbouw en de houtkap in de VS in maart 5,1 procent, een stuk hoger dan de 3,6 procent van vijf jaar geleden. In Canada is het vacaturepercentage in de mijnbouw al sinds 2015 gestaag aan het stijgen, met een voorlopig hoogtepunt van 4 procent voor werk in de mijnen en steengroeven en iets meer dan 6 procent voor ondersteunende taken in de mijnbouw. En volgens het Australische Bureau voor de Statistiek is het aantal vacatures in de mijnbouw ook in Australië gestegen van 2500 in mei 2016 (het laagste niveau sinds 2009) tot 10.600 in februari van dit jaar.

    Het beeld bestaat dat mijnbouwbedrijven in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen

    Het lukt de branche ook moeilijk om vrouwen aan te trekken. De mijnbouw is een van de weinige sectoren waar nog bijna alleen mannen werken en de werkomgeving vaak onveilig voor vrouwen wordt genoemd. Volgens een rapport van Rio Tinto uit 2022 op basis van een enquête onder tienduizend werknemers had 28 procent van de vrouwen die in de mijnbouw werkzaam zijn weleens te maken met seksuele intimidatie en hadden in de vijf jaar daarvoor 21 vrouwen melding gedaan van aanranding of verkrachting of een poging daartoe. ‘Het kan intimiderend zijn om de enige vrouw op de werkvloer te zijn,’ zegt Alex Gorman, die eerder in haar carrière ook gewerkt heeft voor koperwinningsprojecten in Botswana. ‘En als je een gezin hebt, is het moeilijk om als geoloog op locatie te moeten werken.’ 

    Een onderzoek van accountantsbureau EY wees vorig jaar uit dat 12 procent van het wereldwijde personeelsbestand in de mijnbouw en metaalindustrie uit vrouwen bestaat, een disbalans die alleen wordt overtroffen door de bouw. Ook het gebrek aan vrouwen op leidinggevende posities blijkt een struikelblok te zijn bij het aantrekken van meer divers jong personeel. 

    Daarnaast worden mijnbouwbedrijven beticht van het uitbuiten van lokale arbeidskrachten. ‘Men neemt over het algemeen te weinig verantwoordelijkheid, met name met betrekking tot de uitbuiting van landen in Sub-Sahara-Afrika,’ zegt Haydon Mort, de CEO van Geologize Ltd., een communicatiebedrijf dat mijnbouwbedrijven helpt hun imago te bewaken. Dat de bedrijven nu moeite hebben om personeel te werven, komt doordat het beeld bestaat dat ze in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen, en die slechte reputatie wordt volgens experts versterkt door verwijten van uitbuiting van lokale arbeidskrachten. De bedrijven zetten wel stappen tegen die beeldvorming en het gebrek aan nieuw personeel. Zo werven ze inmiddels ook onder studenten bedrijfskunde en datawetenschappen. En ze zoeken hun personeel vaker in de regio’s waar hun mijnen zich bevinden en potentiële werknemers het bedrijf vaak al kennen.

    Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand ertoe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade

    Rio Tinto noteerde vorig jaar een stijging van 30 procent in het aantal afgestudeerden dat zich inschreef voor een opleidingstraject bij het bedrijf. ‘Dit was met 256 afgestudeerden de grootste lichting die we ooit hebben gehad,’ aldus een woordvoerder, die erbij zegt dat het bedrijf dit jaar de driehonderd hoopt te halen. BHP verwacht 3500 nieuwe mensen te werven met een nieuw programma van leerling- en stageplaatsen die niet alleen bedoeld zijn voor mensen met een universitaire opleiding. En ook non-profitorganisaties proberen bij te dragen aan de mobilisatie van talent voor wat zij zien als een snelgroeiende industrie. De vrijwilligersorganisatie Women in Mining U.K. helpt scholen bijvoorbeeld met het ontwikkelen van lespakketten over milieukunde en geologie voor met name de basisschool. ‘Iedereen krijgt al een beetje geologie op school als er wordt verteld over vulkanen, en dat kan verder worden uitgebouwd,’ zegt directeur Stacy Hope. Ze streeft ook naar de instelling van stageplaatsen en beurzen voor jonge vrouwen met interesse in dit vakgebied. Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand er ook toe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade.

    Authentiek

    Codelco, een Chileens staatsbedrijf in de kopermijnbouw, heeft al succes met het werven van personeel in de regio. In een recente enquête kwam het uit de bus als het bedrijf waar Chileense studenten na hun studie het liefst zouden werken, ondanks de sancties die het onlangs door de milieuwaakhond kreeg opgelegd. Andere bedrijven in de top-10 waren Nestlé en Walmart, aldus Merco, het onderzoeksbureau dat deze ranglijst opstelt. En ook het Egyptische goudmijnbouwbedrijf Centamin werkt nu meer met lokale arbeidskrachten dan met Europese en Australische expats. Door binnen Afrika te werven kunnen ze volgens directeur Martin Horgan mensen aantrekken uit landen als Congo, Ghana en Zimbabwe, waar meer recente ervaring met mijnbouw is dan in bijvoorbeeld Europa.

    Haydon Mort van Geologize zegt dat ook sociale media zoals Instagram een goed middel zijn om jongere mensen te bereiken. Hij voegt eraan toe dat de industrie wel verantwoordelijkheid moet nemen voor bestaande problemen zoals de milieuschade. ‘Je moet authentiek zijn,’ zegt hij. ‘Transparant zijn over de gevolgen die je activiteiten zullen hebben voor het milieu en voor de gemeenschap.’

    ‘Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben’

    Maar niet iedereen onderschrijft de opvatting dat de mijnbouw van cruciaal belang is voor de energietransitie. ‘Een beetje mijnbouw is wel nodig, maar de huidige door winstbejag gedreven industrie is verantwoordelijk voor grootschalige ecologische verwoesting en talloze gevallen van inbreuken op de mensenrechten,’ zegt Jamie Kelsey Fry, een woordvoerder van het Britse Extinction Rebellion.

    Lily Dickson was een van de acht vrouwen op de in totaal vijfentwintig studenten die aan haar universiteit vorig jaar de master in geologie behaalden. De meeste van haar jaargenoten werken inmiddels al in de sector. Zij wil eerst nog promoveren, maar is daarna ook wel van plan om in de mijnbouw te gaan werken. De sector biedt haar de kans om te reizen, in de buitenlucht te werken en onderzoek naar duurzaamheid te doen, en het werk sluit aan bij haar fascinatie voor hoe de wereld werkt. ‘Als je eenmaal inziet dat de mijnbouw van cruciaal belang is, is het zaak om daarbij betrokken te raken,’ zegt Dickson. ‘Het is spannend werk. Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben.’

    Lees ook:

  • Het geheim van Spotify – en waarom iedereen er wil werken

    Het geheim van Spotify – en waarom iedereen er wil werken

    Spotify maakt de laatste jaren hypergroei door, met 365 miljoen gebruikers en ruwweg 70 miljoen tracks. En toch, zo wordt alom bevestigd, is het welzijn van werknemers er heilig. Wat is het geheim?

    Hoewel Spotify overal ter wereld vestigingen heeft, waarvan de grootste in New York, bevinden zijn hoofdkantoor en wortels zich nog altijd in Stockholm. En die oorsprong geeft het bedrijf een uniek karakter, waarbij ‘de mens vooropstaat’. Het bedrijf heeft in zijn groei karakteristieke Zweedse elementen proberen te behouden, zoals een vrij platte organisatiestructuur, een personeelsbeleid dat prima donna-gedrag ontmoedigt, een bedrijfscultuur waarin de nadruk ligt op openheid en teamwork – en goede secundaire arbeidsvoorwaarden. Waaronder enkele regelingen die in Zweden gewoon wettelijk verplicht zijn, maar elders bijna ongehoord, zoals zes maanden betaald ouderschapsverlof voor elke werknemer, man of vrouw.

    Sinds februari hanteert het bedrijf bovendien een thuiswerkbeleid (‘work from anywhere’) dat werknemers aanmoedigt te gaan wonen waar ze willen en digitaal vanuit huis te werken. Dit jaar krijgen alle werknemers de eerste week van november bovendien vrij om even bij te komen van de stress van de pandemie. Al het werkcontact – mails, zoombijeenkomsten en telefoongesprekken – wordt die week actief ontmoedigd. (Spotify blijft natuurlijk wel beschikbaar voor gebruikers, en wie moet doorwerken om het in de lucht te houden krijgt de week daarna vrij.)

    Fika

    En dan heb je de kleine dingetjes, zoals fika. Een Zweeds woord dat zoveel betekent als ‘koffiepauze’, maar dat door Zweden wordt ervaren als een deel van hun nationale identiteit: een dagelijkse herinnering aan het belang van een goede balans tussen werk en privé. Adam Winer, een Amerikaan die bij Spotify werkt als hoofd contentstrategie en analyse, zegt dat hij die fika inmiddels gebruikt bij de selectie van nieuw personeel: als onderdeel van de sollicitatie laat hij veelbelovende kandidaten altijd informeel koffiedrinken met vier of vijf Spotifiers.

    Hij geeft toe dat hij aanvankelijk een beetje sceptisch was toen hij hoorde over de cultuur van samenwerking en laagdrempelig contact met alle leidinggevenden, tot de oprichters aan toe. ‘Het is heel anders dan Amazon, waar managers geacht worden hun zwakste tien procent te ontslaan. Ik stond echt versteld van de mate van transparantie,’ zegt hij. ‘Je hoort er wel over praten, maar je kijkt er toch van op als je het echt ziet.’

    En hij voegt eraan toe: ‘Bij andere techbedrijven krijg je bij veel van die secundaire arbeidsvoorwaarden het gevoel dat ze alleen aardig voor je zijn om ervoor te zorgen dat je hard werkt, om je op kantoor te houden. Hier is het omdat ze echt om je geven als mens: “Wij zijn Zweden! Wij geloven hierin! Het zit in onze cultuur om elke zomer de boel dicht te gooien en een maand naar het strand te gaan, want in Zweden is het negen maanden van het jaar koud en donker, dus we moeten ervan genieten, en het is goed voor ieders welzijn en dat vinden we belangrijk.”’

    ‘Het is heel anders dan Amazon, waar managers geacht worden hun zwakste tien procent te ontslaan’

    Het in 2006 in Stockholm door Daniel Ek en Martin Lorentzon opgerichte Spotify heeft de muziekindustrie flink opgeschud. Het legale streamingalternatief heeft eerdere software zoals Napster verdrongen en er uiteindelijk toe geleid dat de mobiele telefoon nu het apparaat is waarop de meeste mensen muziek afspelen. Sommige grote sterren zoals Taylor Swift hebben wel geklaagd – en doen dat vaak nog steeds – dat het bedrijf zulke lage royalty’s betaalt. Maar nadat Swift haar muziek aanvankelijk van de streamingdienst af had gehaald, bereikte ze alsnog een akkoord met het bedrijf.

    Spotify zit duidelijk in de groei- en investeringsfase, met circa 365 miljoen actieve gebruikers per maand, waarvan 165 miljoen betalende abonnees. De rest accepteert advertenties om te kunnen luisteren naar Spotify’s immense muziekbibliotheek van ruwweg 70 miljoen tracks en 2,9 miljoen podcasts. Het bedrijf telt inmiddels zo’n 7000 werknemers in 79 kantoren overal ter wereld. Het maakt de laatste tijd veel werk van podcasts, waarvoor het onder meer de omstreden komiek en sportcommentator Joe Rogan heeft gestrikt, maar ook grote namen als Barack Obama en Bruce Springsteen. Het inmiddels beursgenoteerde Spotify heeft nog nooit winst gemaakt, maar de waarde wordt niettemin geschat op 46 miljoen dollar. Omzet over 2020: 9,1 miljard dollar.

    En ondanks die enorme groei zegt software-engineer Ching-Wei Chen: ‘Spotify is het grootste bedrijf waarvoor ik ooit heb gewerkt, maar het voelt als het kleinste. Wat betreft bureaucratie en hiërarchie voelt het als een klein bedrijf.’

    Naarmate het bedrijf steeds internationaler ging opereren en een culturele machtsfactor werd, was het wel steeds moeilijker om vast te houden aan die sfeer van een Zweeds bedrijf waar de mens centraal staat. ‘Dat is moeilijk,’ zegt hoofd R&D Gustav Söderström, ‘en dat hoort waarschijnlijk ook als je een goed bedrijf wilt zijn.’

    HR-manager Katarina Berg in Stockholm zegt dat het bedrijf een beetje ‘minder Zweeds’ is geworden in deze periode van ‘hypergroei’, die naar haar verwachting nog wel vier of vijf jaar zal aanhouden. ‘We brengen elke maand bijna honderdvijftig nieuwe mensen in de organisatie in,’ zegt ze. En in die sfeer van constante ‘beheerste chaos’ is een cultuurverandering onvermijdelijk: ‘Onze oprichters snappen dat een cultuur evolueert.’

    De traditionele Zweedse manier van werken behelst bijvoorbeeld een langzaam proces van discussie en overleg tot er binnen het hele bedrijf overeenstemming is bereikt over een grote stap. Bij Spotify gaat alles volgens Berg veel te snel om daaraan vast te houden, en in een bedrijf met meer dan zevenduizend werknemers verspreid over de wereld, dat in hoog tempo bedrijven opkoopt en producten toevoegt, kun je nooit ergens volledige overeenstemming over bereiken. ‘We hebben geen tijd voor politiek,’ zegt ze. Maar de traditie om dingen openlijk te bespreken, om informatie inzichtelijk en leidinggevenden aanspreekbaar te maken, die is niet veranderd. Alleen is het doel nu ‘instemming, geen toestemming’.

    ‘We willen dat een miljard mensen hiervan gaan profiteren, en dat is nog een hele opgave’

    In de woorden van Söderström: ‘Praten kost niks, zeg ik altijd, dus laten we dat maar lekker veel doen.’ Het kost in elk geval stukken minder dan talent en software-uitbreiding. ‘Overleg gaat soms langzamer,’ zegt hij. ‘Je moet meer gesprekken voeren met grotere groepen, meer mensen moeten over alles worden ingelicht.’ De paradox is volgens de leidinggevenden dat discussie en overleg aanvankelijk meer tijd kosten, maar dat Spotify-teams door het zo ontstane werknemersvertrouwen uiteindelijk sneller kunnen handelen, vanuit een gezamenlijk doel. Zoals Berg zegt: ‘Met het vertrouwen stijgt de snelheid.’

    Volgens Söderström werkt het decentrale overlegmodel veel beter dan het interne concurrentiemodel dat Amazon hanteert, of het exclusief focussen op een klein groepje kernproducten zoals bij Apple. Hij zegt dat het ook hoort bij de strategische doelstelling van Spotify om de oorspronkelijke rol als distributiekanaal voor professionele muzikanten en gevestigde labels te ontgroeien en zich te ontwikkelen tot wat hij een ‘platform’ noemt, waar allerlei mensen muziek en audio kunnen maken, waar makers en luisteraars vrij zijn om elkaar te vinden en zelfs van rol te wisselen. Het doel, zegt hij, is een enorme ‘cirkel van muziek maken en tot je nemen’. De bouw daarvan is volgens hem een ambitieuze en spannende technische en strategische uitdaging: ‘We willen dat een miljard mensen hiervan gaan profiteren, en dat is echt nog een hele opgave.’

    Geheime formule

    In de interne communicatie wordt het bedrijf vaak ‘de band’ genoemd. Dan moet je denken aan de blije Beatles van A Hard Day’s Night en niet aan de kibbelende supersterren van Let it Be. De metafoor van de popgroep heeft zijn goeie kanten, maar moet je volgens HR-chef Berg ook niet te letterlijk nemen. ‘We hebben onze Yoko Ono nog niet gevonden,’ grapt ze. ‘Het is meer het idee van vruchtbare samenwerking, een collectief waarin iedereen een unieke bijdrage levert die noodzakelijk is voor het geheel.’

    Liefde voor muziek lijkt wel een essentiële karaktertrek van de Spotify-werknemer te zijn. Zoals Chen zegt: ‘Dat is voor veel mensen hier wat hen diep raakt, het is een deel van wie ze zijn, en als je andere mensen vindt met diezelfde passie, dan werk je daar graag mee samen, het is iets wat je verbindt.’

    Spotify is net zo hard getroffen door de pandemie als andere bedrijven: mensen werden verplicht om thuis te werken en misten het alledaagse contact dat het leven zowel productiever als leuker kan maken. Het bedrijf heeft een aantal online initiatieven ontplooid om zijn kernwaarden te versterken en verfijnen, en om de werknemers met elkaar verbonden te houden. Wat zal het langetermijngevolg zijn van de veranderingen die de pandemie teweeg heeft gebracht?

    Contentstrateeg Adam Winer trad bij Spotify in dienst in New York, maar woont inmiddels in Minnesota. En zijn team van circa veertig mensen, die verspreid in het land wonen en door de pandemie niet bij elkaar konden komen, is nu zo groot dat hij meer moeite moet doen om af en toe gewoon ‘te vragen hoe het persoonlijk met ze gaat’. Het dagelijks contact op kantoor mist hij nog steeds. Maar hij denkt niet dat de pandemie iets fundamenteels heeft veranderd in de bedrijfscultuur. En wat het nieuwe thuiswerkbeleid betreft: ‘We waren al zo internationaal bezig dat het verrassend weinig verschil maakte.’

    Daarbij heeft de stress van de pandemie de aandacht voor het welzijn van de medewerkers alleen maar vergroot, zegt hij: ‘De managers wringen zich bijna in bochten om te zorgen voor een goede balans tussen werk en privé bij iedereen.’ Zo drukt hij zijn collega’s altijd op het hart, zegt hij, dat hij vaak buiten kantooruren mailt omdat hij thuis graag zit te werken als zijn kleine kinderen naar bed zijn, en zeker niet omdat hij in alle vroegte of in het weekend nog een antwoord verwacht. ‘Het laatste wat ik zou willen is dat iedereen in mijn team de laatste zes maanden zo hard gewerkt heeft dat ze uiteindelijk ontslag nemen en ik het de komende zes jaar zonder ze moet doen.’

    Chen, die ook in New York bij Spotify is begonnen, maar inmiddels in Asheville in North Carolina werkt, vindt ook niet dat de bedrijfscultuur de afgelopen twee jaar erg is veranderd. ‘Ik was blij verrast om te merken hoe hecht het bedrijf ook na corona nog steeds is. Want je weet maar nooit. Voor die tijd hadden we een heel fijn kantoor, een heel goed koffieapparaat, is dat dan wat de mensen verbindt? Maar we hebben in de pandemie de verbondenheid behouden.’ De belangrijkste reden is simpel. ‘Het is geen geheime Spotify-formule. Spotify is niet de enige plek waar je aardige mensen hebt,’ zegt hij, ‘maar ik vind dit toch wel de leukste groep mensen met wie ik in heel mijn loopbaan heb gewerkt.’