De Franse autoriteiten hebben zevenentachtig jaar lang geprobeerd om winterharde Amerikaanse hybriden te verbieden. Klimaatverandering en de natuurwijnbeweging brengen daar verandering in.
De wijnstokken waren ooit verboden omdat ze gekte en blindheid zouden veroorzaken. Zwaaiend met geld en sancties had de Franse overheid ze bijna uitgeroeid.
Maar daar zijn ze. Op een heuvelflank langs een kronkelend bergweggetje in een vergeten uithoek van Zuid-Frankrijk blaken de verboden vruchten van gezondheid. Aan het begin van een avond niet lang geleden inspecteert Hervé Garnier opgelucht zijn wijngaard. In een jaar waarin aprilvorst en ziekte de totale Franse wijnproductie hebben gedecimeerd, kleuren zijn druiven, een Amerikaanse hybridevariëteit genaamd jacquez die sinds 1934 door de Franse regering is verboden, al rood. Als het in de vroege herfst niet plotseling koud wordt staat niets een nieuwe oogst meer in de weg.
‘Er is echt geen reden voor een verbod,’ zegt Garnier. ‘Ik zou niet weten waarom, het is nergens op gebaseerd.’ Garnier is een van de laatste der Mohikanen in een langdurige strijd tegen het Franse wijnestablishment en zijn bondgenoten in Parijs. De Franse regering probeert al zevenentachtig jaar lang de jacquez en vijf andere Amerikaanse druivensoorten uit de Franse bodem te rukken, met als argument dat ze slecht zijn voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de mens en ook nog eens slechte wijn opleveren.
Klimaatverandering
Maar de afgelopen jaren, waarin de oprukkende klimaatverandering overal in Europa funeste gevolgen heeft voor de wijnoogst en natuurwijnen waaraan geen pesticiden te pas komen steeds populairder worden, heeft de robuustheid van de Amerikaanse soorten de guerrilla van wijnmakers als Garnier een duwtje in de rug gegeven.
Hoewel Frankrijk al in 2008 toezegde het gebruik van pesticiden te zullen halveren, is het de afgelopen tien jaar alleen maar toegenomen. Wijngaarden beslaan iets meer dan vier procent van het Franse landbouwareaal maar waren in 2019 goed voor vijftien procent van het totale pesticidegebruik in het land, aldus het Franse ministerie van Landbouw.
‘Deze wijngaarden leveren een overvloedige oogst op zonder irrigatie, zonder kunstmest en zonder andere behandelingen,’ zegt Christian Sunt, lid van ‘Fruits Oubliés’ (Vergeten Vruchten), een groep die zich inzet voor de legalisering van de Amerikaanse druivensoorten. Terwijl hij in zijn wijngaard in het zuiden van de Cevennen, in de buurt van het stadje Anduze, trots op zijn verboden wijnstokken wijst met onder andere de clinton en de isabelle, voegt hij eraan toe: ‘Deze soorten zijn ideaal voor het maken van natuurwijn.’
Amerikaanse druiven spelen al lange tijd een belangrijke rol in het tumultueuze en emotionele Frans-Amerikaanse wijnverleden en hebben de Franse productie beurtelings bedreigd en nieuw leven ingeblazen. Het begon allemaal halverwege de negentiende eeuw, toen Amerikaanse wijnstokken naar Europa werden getransporteerd en er een druifluis meeliftte die bekendstaat als fylloxera. Waar Amerikaanse druivenstokken bestand waren tegen deze plaag, hadden hun Europese tegenhangers geen schijn van kans. De vraatzuchtige luizen vielen hun wortels aan zodat de rest van de plant geen voedingsstoffen meer kreeg en veroorzaakten de grootste crisis in de geschiedenis van de Franse wijn. De luis vernielde miljoenen hectares, luidde de doodsklok voor talloze wijngaarden en joeg werkloze Fransen naar hun kolonie Algerije.
‘Het was de enige keer dat de Amerikanen, onze Amerikaanse vrienden, Frankrijk zijn komen redden’
Na een kwart eeuw lijdzaam te hebben toegezien hoe de traditionele wijncultuur van Europa instortte, kregen de knapste wijnkoppen van de wereld een goddelijke openbaring. De genezing school in het gif: de Amerikaanse wijnstokken.
Sommige wijnboeren entten Europese wingerds op resistente Amerikaanse wortelstokken. Andere kruisten Amerikaanse en Europese wingerds en produceerden soorten die Amerikaanse hybriden gingen heten, zoals de jacquez. De met de ondergang bedreigde Franse wijnindustrie leefde weer op.
‘Dat maakt tot op de dag van vandaag indruk,’ zegt Thierry Lacombe, docent ampelografie, oftewel wijnstokkunde, aan Montpellier SupAgro, een Franse landbouwuniversiteit. ‘Het was de enige keer dat de Amerikanen, onze Amerikaanse vrienden, Frankrijk zijn komen redden.’
Vossenurine
De Franse wijnwereld raakte verdeeld in twee kampen, aanhangers van geënte en aanhangers van hybride druiven. De enters bleven wijn produceren van de pinot, merlot, cabernet sauvignon en andere klassieke Europese druivensoorten. De Amerikaanse hybriden, zeiden ze vaak, roken naar vossenurine. Toch waren de Amerikaanse hybriden overal in Frankrijk in trek. Omdat ze sterker waren en makkelijker te verbouwen, waren ze vooral populair in rurale gebieden als de Cevennen. Families plantten ze op heuvelflanken waar niets anders wilde gedijen. Ze lieten ze op priëlen groeien, met aardappelbedden eronder, om iedere vierkante centimeter grond productief te maken. Dorpelingen werkten samen bij het oogsten en wijn maken en gebruikten een gemeenschappelijke kelder.
Waar de pinot noir bij de identiteit van de Bourgogne hoort, ging de jacquez bij de folklore van de noordelijke Cevennen horen, waaronder het dorp Beaumont. En in de zuidelijke Cevennen heerste de clinton (spreek uit clèn-ton). ‘Als je hier in een café een glas clinton serveert, wordt erom gevochten,’ zegt Christian Sunt, een zeventigjarige gepensioneerde houtvester. ‘Als de clinton niet langer verboden zou zijn, zou een wijnmaker die “clinton” op zijn fles zette tien keer meer verkopen dan als hij er “syrah” of “cabernet sauvignon” op zou zetten.’
Vandaag de dag hebben de Amerikaanse soorten nog maar een miniem aandeel in de totale Franse wijnproductie. Maar aan het begin van de vorige eeuw was dat aandeel door al het enten en de hybriden enorm.
Om de overproductie te verminderen werden de zes Amerikaanse soorten bij wet verboden
Ook Algerije werd een belangrijke wijnexporteur naar het Franse moederland. Omdat Frankrijk inmiddels overspoeld werd door wijn, werd rond Kerstmis 1934 in allerijl een wetswijziging doorgevoerd. Om de overproductie te verminderen werden de zes Amerikaanse soorten, waaronder hybriden zoals de jacquez en zuivere Amerikaanse druiven zoals de isabelle, bij wet verboden, met als voornaamste reden dat ze slechte wijn zouden opleveren. Productie voor privéconsumptie werd toegestaan, maar niet voor commerciële doeleinden.
Volgens Lacombe had de regering nog meer hybriden willen verbieden maar werd daarvan afgezien vanwege de gevolgen van het eerste verbod. Daarna zorgde de oorlog voor verder uitstel. Pas in 1950, toen er op een derde van alle Franse wijngaarden nog hybriden werden verbouwd, begon de regering de zes verboden druiven echt de nek om te draaien, zegt Lacombe. Eerst kwamen er premies op het uitrukken van de verboden wijnstokken, daarna werden de wijnboeren met boetes bedreigd. Vervolgens haalde de Franse regering, die haar greep op de situatie begon te verliezen, oneigenlijke argumenten van stal, zoals dat Amerikaanse druiven schadelijk zouden zijn voor lichaam, en geest, aldus Lacombe. Hij voegt eraan toe dat de huidige verdedigers van deze wijnsoorten terecht op de inconsistente houding wijzen waaraan de Franse overheid zich in het verleden heeft schuldig gemaakt.
De clinton en de jacquez zouden een kalme dood gestorven zijn als er begin jaren zeventig geen ‘terug-naar-het-plattelandbeweging’ was ontstaan die mensen als Hervé Garnier naar de Cevennen bracht. De inmiddels 68-jarige Garnier, afkomstig uit Noordwest-Frankrijk, was ooit een langharige middelbare scholier die stad en land afreisde om Jimi Hendrix, The Who en Janis Joplin te zien optreden. Een halve eeuw later vertelt hij vrolijk hoe hij onder de militaire dienstplicht uitkwam na slechts zeven uur op een basis te hebben verbleven waar hij om een gesprek met een psycholoog had verzocht, had geweigerd samen met anderen te eten en voor allerlei andere overlast had gezorgd. Toen hij een week na zijn ontslag in 1973 zomaar wat aan het liften was, kwam hij in het dorp Beaumont in de Cevennen terecht waar hij onmiddellijk besloot een verlaten perceel te kopen, dat hij voornamelijk afbetaalde met het repareren van daken in de regio en elders. Enkele jaren later belandde hij bijna toevallig in de wijnmakerij. Twee broers op leeftijd vroegen hem hun jacquezdruiven te oogsten in ruil voor de helft van de wijnproductie. Hij hoorde de geschiedenis van de verboden wijnranken en kocht uiteindelijk de wijngaarden van de broers.
‘Frankrijk is een geweldig wijnland. Om dat te blijven moeten we ons openstellen’
Tegenwoordig produceert hij 3400 flessen per jaar van zijn donkergekleurde, fruitige ‘Cuvée des vignes d’antan’ (Oogst van wijnstokken van weleer). Hij omzeilde het verbod met de oprichting van een culturele, niet-commerciële vereniging, ‘Association Mémoire de la vigne’ (Vereniging ter herdenking van de wijnstok) genaamd. Een lidmaatschap van tien euro levert een fles op.
Gezien de toenemende gevolgen van de klimaatverandering en de weerstand tegen het gebruik van pesticiden hoopt Garnier dat de verboden druiven gelegaliseerd zullen worden en dat de Franse wijnindustrie zich zal openstellen voor een nieuwe generatie hybriden, zoals Duitsland, Zwitserland en andere Europese landen al hebben gedaan. ‘Frankrijk is een geweldig wijnland,’ zegt hij. ‘Om dat te blijven moeten we ons openstellen. We kunnen niet blijven hangen in wat we al weten.’