Tag: pin

  • Waarom deze Duitse journalist gruwelt van een cashloze wereld

    Waarom deze Duitse journalist gruwelt van een cashloze wereld

    Journalist Tobias Haberl van Süddeutsche Zeitung is pertinent tegen het afschaffen van contant geld. Een wereld zonder bankbiljetten en munten? Hij moet er niet aan denken – ook om politieke redenen. ‘Wie contant betaalt, laat geen sporen na en is minder berekenbaar, minder stuurbaar.’

    Het was maar een kort berichtje afgelopen januari, maar omdat kleine nieuwsfeitjes vaak grote rampen blijken te zijn, sloeg me de schrik om het hart: elektronicawinkel Gravis, met veertig vestigingen in Duitsland, neemt geen contant geld meer aan. Je mag me cynisch of harteloos vinden, maar toen ik het hoorde, kon ik opeens aan niets anders meer denken; niet aan de oorlog, de elektriciteitsprijs, de klimaatverandering, het met de week afnemende aantal parkeerplaatsen bij mij in de buurt. Ineens had ik weer dat gevoel dat me al jaren achtervolgt: de angst dat er binnenkort wellicht geen bankbiljetten en munten meer zijn, en als ze er wel zijn, dan heb je er niets aan, zoals toen ik onlangs in een café mijn cappuccino niet kon betalen omdat ik wel een biljet van 100 euro, maar geen creditcard, laat staan een smartwatch bij me had.

    De laatste tijd is die angst groter en op een of andere manier reëler geworden. Soms betrap ik mezelf erop dat ik me afvraag waarheen ik zou kunnen emigreren als cash al tijdens mijn leven verdwijnt. Nu de hele wereld uit zijn voegen raakt, kun je mijn paniek absurd of belachelijk vinden, maar aan de andere kant: is het in de loop van de geschiedenis niet altijd zo gegaan dat we ons concentreerden op de zogenaamde urgente problemen, terwijl andere, soms veel ernstiger kwesties uitgroeiden tot een catastrofe die door gebrek aan verantwoordelijkheid of uit naïviteit werd genegeerd? Onze afhankelijkheid van Russisch gas bijvoorbeeld?

    Oké, het zal nog wel even duren, maar het gaat gebeuren, en de signalen zijn steeds duidelijker: dit najaar wil de Europese Centrale Bank een besluit nemen over het invoeren van de ‘digitale euro’, een elektronische versie van onze gemeenschappelijke munt. Al maanden wordt fel gediscussieerd over het verlagen van het plafond voor betalingen in contanten, soms zeggen ze 10.000 euro, dan weer 7000 euro. Tijdens de pandemie, toen bankbiljetten en munten (ten onrechte) als virusdragers werden bestempeld, bloeide niet alleen de onlinehandel op, maar zag je ineens ook overal pinapparaten verschijnen waar ze daarvóór niet waren, zelfs in het café op de hoek en in dönerzaken. Onlangs heb ik voor het eerst een onderbroek gekocht bij een zelfbedieningskassa. Ik hoefde hem maar in een bak te deponeren, model en prijs werden automatisch gescand, en dan: betalen met een kaart. O ja, mijn supermarkt doet daar nu ook aan mee. En laatst las ik een stukje waarin een auteur heel grappig en een beetje deprimerend beschreef hoe ze in Londen van haar pondbiljetten probeerde af te komen. Forget it. ‘Sorry, love, no cash’, kreeg ze vaak te horen. Inmiddels hebben zelfs straatmuzikanten een pinapparaat.

    Het zou niet de eerste keer zijn dat we een stuk vrijheid opgeven voor het gemak en de zogenaamde veiligheid

    De laatste zes jaar is het aandeel contante betalingen in de eurozone gedaald van 79 naar 59 procent. Zelfs Duitsers betalen steeds vaker digitaal, ook al houden ze traditioneel veel meer van cash dan bijvoorbeeld Scandinaviërs, die op de boerenmarkt zelfs appels met hun mobieltje betalen. Ook al zegt meer dan twee derde dat ze bankbiljetten en munten absoluut niet kwijt willen, ze gebruiken ze steeds minder. In Berlijn ligt het aandeel contante betalingen al onder de 26 procent. Het is net als met die gezellige boekhandel om de hoek: je bent blij dat hij er is, maar je bestelt je boeken toch veel te vaak bij Amazon. Weliswaar zijn eurobiljetten nog steeds het ‘enige onbeperkte wettige betaalmiddel’, maar als steeds minder mensen contant betalen, als het voor handelaren niet meer loont contant geld aan te nemen omdat de kosten in verhouding tot de omzet te hoog zijn, dan hoeft het niet eens formeel afgeschaft te worden, het sterft vanzelf uit, het mendelt uit, je raakt het per ongeluk kwijt. Het zou niet de eerste keer zijn dat we een stuk vrijheid opgeven voor het gemak en de zogenaamde veiligheid. In het digitale tijdperk lijkt het altijd te gaan om het afschaffen van prima werkende, analoge dingen, die ons daarna weer in digitale vorm in de maag worden gesplitst. Maar dan natuurlijk wel tegen provisie en ten koste van datadiefstal en controle.

    Het is ingewikkeld geworden om überhaupt nog aan contant geld te komen; ik dwaal zelf in elk geval regelmatig door voetgangerszones op zoek naar een geldautomaat. Je rekent er al niet meer op dat die gratis zal zijn. Maar overal waar vroeger bankfilialen waren, zijn nu barber- en coffeeshops met een bordje bij de kassa: ‘Wij accepteren geen contant geld’. In feite gaat het met contant geld als met broodjes leverworst of dieselauto’s: het wordt niet alleen onpraktisch gevonden, maar ook achterhaald, een anachronistisch euvel, een symbool van de fossiele en patriarchale samenleving waar we zo snel mogelijk vanaf moeten komen. Digitaal betalen daarentegen geldt als transparant, duurzaam, toekomstgericht. Dat de CO₂-voetafdruk van één enkele bitcointransactie ongeveer gelijk staat aan een vlucht van New York naar Sydney? Wat kan het schelen. ‘Over twintig jaar denken we waarschijnlijk niet eens meer na over hoe we betalen,’ zegt Mastercard-directeur Michael Miebach. ‘Misschien gebeurt het met een knipoog, of met een glimlachje. Aan dat soort dingen werken we al.’

    Eerlijk gezegd kan ik soms zelf niet geloven dat we in 2023 nog altijd betalen met een stukje papier met een getal erop. Het doet me denken aan de maaltijdbonnen uit bedrijfskantines, het ontroert me op een of andere manier. Ook kan ik sommige argumenten tegen contant geld best begrijpen: wisselgeld wordt overbodig, witwassen ingewikkelder, overvallen lonen niet meer. Bedrijven besparen personeel en geld, omdat contant geld geadministreerd, geteld en naar de bank gebracht moet worden. De productie van munten en biljetten valt weg; het fabriceren van één 1 eurocentmuntje kost tenslotte maar liefst 1,65 cent. En ja, ook ik word ongemakkelijk als vóór me aan de kassa een oudere heer minutenlang muntjes in zijn handpalm heen en weer schuift, er ook nog een laat vallen, zich bukt, niet meer overeind kan komen, enzovoort.

    De Bundesbank heeft onlangs laten onderzoeken hoe lang de verschillende betalingsprocessen duren. Volgens dat onderzoek gaat betalen met smartphone of smartwatch het snelst (14 seconden), gevolgd door contactloos betalen zonder pincode (15,2 seconden), contant betalen (18,7 seconden), contactloos betalen met kaart en pincode (23,3 seconden) en tot slot de kaartbetaling waarbij de kaart wordt ingestoken (25,7 seconden). We zouden dus een paar seconden kunnen besparen, maar waarvoor? Let wel, ik heb niets tegen kaarten op zich, alleen tegen de beperking van mijn keuzemogelijkheden. Is het dat ik geen verstand van financiën heb, sentimenteel ben of sceptisch sta tegenover technologie? Waarschijnlijk niet. Ook vooraanstaand econoom Peter Bofinger zegt: ‘Een digitale euro is als alcoholvrije wijn. Wat wijn voor de meeste mensen waardevol maakt, is de alcohol, bij contant geld het feit dat het fysiek is.’

    Erotische band

    Ik heb een lichamelijke, bijna erotische band met contant geld. Ik zal het nooit in een portemonnee stoppen, ik heb het in mijn broekzak, wil het voelen, het horen rinkelen. Het gaat me ook niet om de waarde, maar om de aura, de materialiteit ervan. In Der Ring des Nibelungen van Wagner bezingen de Rijndochters het goud dat op de bodem van de rivier ligt ook niet omdat het waardevol is, maar omdat het zo mooi glanst. Dat is zo ongeveer hoe ik me voel. Een bundeltje bankbiljetten met een elastiekje erom? Love it. Ik weet nog dat ik als jongetje op Wereldspaardag met mijn spaarpot (een blauwe motorhelm) aandachtig luisterde hoe de muntjes door de mechanische telmachine ratelden. Ik hou trouwens van versleten munten en verkreukelde, gescheurde en weer slordig aan elkaar geplakte biljetten. Als ik er een in mijn vingers krijg, denk ik niet aan ziektekiemen of bacteriën, maar aan hoe het met de mensen zou gaan die het voor mij in handen hebben gehad en wat ze ermee hebben betaald: iets om mee op te scheppen of iets om te overleven? Iets overbodigs of iets noodzakelijks? Het klinkt misschien gek, maar even voel ik dan hoe alles met alles samenhangt, ik voel geschiedenis en noodlot, tragedie en geluk. Vroeger vond ik het mooi als iemand op het werk met een A5-envelopje van bureau naar bureau liep om geld in te zamelen voor de verjaardag van een collega. Sinds er alleen nog maar Paypal-gegevens worden rondgestuurd, geef ik niets meer.

    Geld dat alleen nog uit datarecords bestaat, verliest zijn karakter. Het vertelt geen verhalen meer. Terwijl contant geld mensen met elkaar in contact brengt en ontmoetingen bewerkstelligt omdat het ‘overhandigd’ wordt. Als ik een bedelaar 50 cent geef, is het bijna altijd op het moment dat het muntje rinkelend in zijn beker valt, dat hij even opkijkt en onze blikken elkaar ontmoeten. Bent u weleens in een minibus door een Afrikaanse stad gereden? De munten worden van de achterste rij naar voren aan de chauffeur doorgegeven; even zijn alle inzittenden met elkaar verbonden, ze draaien zich om of tikken de man voor hen op de schouder, een choreografie van de solidariteit. Nu kun je natuurlijk zeggen dat je helemaal geen zin hebt om vreemde mensen aan te raken of in een gesprek betrokken te worden, maar dat is nou juist het probleem: dat we, nu alles steeds digitaler wordt, ons door spontane ontmoetingen eerder lastiggevallen dan verrijkt voelen. En contant geld heeft nog meer voordelen: er is geen elektriciteit voor nodig, het beschermt ons tegen phishing, behoedt ons voor negatieve rente en werkt disciplinerend, omdat het nu eenmaal makkelijker is een plastic kaartje op een pinapparaat te houden dan een briefje van 200 euro op tafel te knallen. Contant geld is nu eenmaal geen fictieve grootheid, maar heerlijk reëel.

    Ik hou ervan dingen aan te raken en ernaar te kijken. Het maakt me nerveus dat zoveel dingen zich tegenwoordig aan hun aanschouwelijkheid onttrekken door zich te verstoppen op geheugenchips of in een cloud. Als alles onzichtbaar wordt, voel ik me hulpeloos, alsof belangrijke informatie me opzettelijk wordt onthouden. Ik besef dat er zonder contant geld geen koffers vol geld meer de kantoren van de EU kunnen worden binnengesmokkeld, maar ik heb zo’n idee dat via digitale kanalen veel doortraptere fraude mogelijk is. Zo zijn cryptocurrencies een geweldige manier om de herkomst van vermogen te verhullen. Volgens het Crypto Crime Report – ja, zoiets bestaat intussen – werd in 2022 minstens 23,8 miljard dollar witgewassen – een toename van 68 procent vergeleken met een jaar daarvoor. Na een cyberaanval wordt het losgeld allang niet meer in een plastic tas bij een benzinestation aan de snelweg betaald, maar in Bitcoin. Helaas worden niet alleen het recherchewerk, maar ook de criminelen steeds moderner, geraffineerder en digitaler.

    Elke opwelling, elk verlangen, elk geheim, smerig of niet, kan door dataverzamelaars worden geregistreerd

    En als techbedrijven, die hun miljarden toch al met onze persoonlijke data verdienen, de ene na de andere digitale betaaldienst ontwikkelen, ga ik er niet vanuit dat ze dat uit naastenliefde doen. Nieuwe mogelijkheden gaan altijd gepaard met nieuwe beperkingen. Bijna altijd hebben praktische oplossingen voor alledaagse problemen een prijs. Voor banken, techbedrijven en creditcardaanbieders is contant geld een nachtmerrie: hoe minder ervan is, hoe meer ze verdienen. Mocht het op een dag daadwerkelijk worden afgeschaft, dan zijn we definitief aan hen overgeleverd als volmaakt voorspelbare, transparante mensen. Al onze gewoontes, voorliefdes en wensen waar we geld voor uitgeven, zijn dan niet alleen toegankelijk voor de bedrijven die dat afhandelen, maar via big-data-applicaties ook voor alle aanbieders van goederen en diensten, voor de overheid en de geheime diensten. Elke opwelling, elk verlangen, elk geheim, smerig of niet, kan door dataverzamelaars worden geregistreerd, gevolgd en tegen ons worden gebruikt wanneer onze betalingsgegevens aan andere informatie worden gekoppeld, wat hoogstwaarschijnlijk ook zal gebeuren. Daarom gebruikt China al jaren de ‘digitale yuan’, daarom introduceert Rusland nu de ‘digitale roebel’.

    Zonder contant geld verliezen we ons laatste restje vrijheid, wordt onze zogenaamd vrije samenleving een stuk gecontroleerder en ondemocratischer. Het is dan niet langer mogelijk op straat een munt van twee euro te vinden en onopgemerkt door de overheid, laten we zeggen, een appel te kopen. Het klinkt misschien banaal, maar het is van cruciaal belang dat u niet van deze aankoop kunt worden weerhouden, dat u de toegang daartoe niet kan worden ontzegd en u niet om een update of wachtwoord kunt worden gevraagd. Wie contant betaalt, laat geen sporen na en is minder berekenbaar, minder stuurbaar. Natuurlijk bevalt dat sommige mensen niet. En juist daarom is het belangrijk. Wie contant betaalt, is een vrijer mens.

    Lees ook:

  • 1. De opkomst van de cashloze stad: 
‘Er is een reëel gevaar voor uitsluiting’

    1. De opkomst van de cashloze stad: 
‘Er is een reëel gevaar voor uitsluiting’

    Steden van Zweden tot India streven naar een volledig cashloze maatschappij. Maar als steeds meer winkels en vervoersmaatschappijen aandringen op elektronische betaling, hoe moet het dan met de kleinste zelfstandigen en de armste inwoners?

    Toen ik afgelopen Kerst door mijn onlinebankafschriften scrolde, merkte ik tot mijn verbazing dat ik al ruim vier maanden geen contant geld meer had gepind. Dankzij de alom aanwezige elektronische betalingssystemen is het steeds makkelijker geworden om je onder begeleiding van een koor van goedkeurende piepjes door Londen te bewegen.

    Naarmate meer winkels en vervoersmaatschappijen overstappen op contactloze kaarten en touch-and-gotechnologie, wordt contant geld in veel grote wereldsteden naar de tweede rang verdrongen. Velen van ons gebruiken graag hun kaartje of mobieltje om op een bus te stappen, een koffie te kopen of boodschappen te betalen, maar het spiegelt een toekomst voor waarin we helemaal geen contant geld meer op zak hebben. Geen kleingeld meer voor de straatmuzikant, de dakloze die snakt naar iets warms om te drinken, de marktkoopman, de collectebus.

    Sommige deskundigen vrezen inmiddels voor een tweedeling in de stedelijke maatschappij, waarbij 
de laagste inkomens worden buitengesloten van het gangbare commerciële verkeer door hun afhankelijkheid van traditionele betalingswijzen.

    Rechtstreeks en eenvoudig

    ‘Het mooie van contant geld is dat het een rechtstreekse en eenvoudige transactie tussen allerlei 
verschillende mensen mogelijk maakt, hoe arm of rijk ze ook zijn,’ zegt financieel schrijver Dominic Frisby. ‘Als je op cashloosheid begint aan te dringen, zet dat je onder druk om een bankrekening te nemen en je aan te sluiten bij een financieel systeem, en veel van de allerarmsten zullen waarschijnlijk buiten dat systeem blijven. Dus er is een reëel gevaar voor uitsluiting.’ Ajay Banga, CEO van Mastercard, heeft gesproken over het toenemende wereldwijde risico van ‘het creëren van eilandjes waar mensen zonder bankrekening alleen nog maar onderlinge transacties uitvoeren’.

    In India is de vraag hoe de allerarmsten aansluiting kunnen vinden bij de gedigitaliseerde wereld van de middenklasseconsument uiterst relevant geworden. Afgelopen november kondigde premier Narendra Modi aan dat de biljetten van 500 en 1000 roepie uit omloop zouden worden genomen, een van de pogingen om zijn land op te stoten in de cashloze vaart 
der volkeren. Modi’s regering gelooft dat het beperken van contant geld en het aandringen op elektronische betaling zullen helpen om de corruptie aan te pakken en India’s ‘zwarte’ economie te reguleren.

    Saurabh Shukla, de in Delhi gevestigde hoofdredacteur van NewsMobile Asia, zegt dat hij de afgelopen twee maanden veel kleine winkeliers heeft zien 
overstappen op kaartlezers en Paytm, een mobiel betalingsplatform. ‘Maar aan het eind van de werkdag of -week willen ze alles toch weer in contanten omzetten. Het zal een geleidelijke aanpassing vergen.’

    De regering-Modi moedigt steden aan om smart cities te worden door hun openbare dienstverlening te koppelen aan de nieuwste onlinetechnologie. 
Ambtenaren streven ernaar om van Chandigarh, 
ontworpen door de modernistische architect Le 
Corbusier, India’s eerste cashloze stad te maken door erop aan te dringen dat alle overheidsrekeningen elektronisch worden betaald. En de regering van Goa probeert haar hoofdstad Panjim cashvrij te maken door korting te geven op digitaal aangeschafte diensten als treinkaartjes, en door kleine zelfstandigen onderricht te geven in e-paymenttechnologie.

    Maar sommige arme straatverkopers kunnen zich geen kaartlezer permitteren en hebben moeite met Paytm-betalingen op hun mobiele telefoon.

     Een man in Johannesburg passeert een Vodacom-reclame voor mobiel betalen. – © Getty Images
    Een man in Johannesburg passeert een Vodacom-reclame voor mobiel betalen. – © Getty Images

    Aires Rodrigues, een mensenrechtenadvocaat in 
Goa, zegt dat de kleinste zelfstandigen zwaar onder de situatie lijden. Riksjabestuurders en visverkopers op de markt kunnen geen betalingen meer ontvangen van middenklasseconsumenten die inmiddels geneigd zijn alles digitaal te doen. ‘Het is zinloos 
om te proberen iedereen cashloos te laten worden,’ zegt Rodrigues. ‘De regering lijkt geen oog meer te hebben voor de situatie van de gewone man.’

    Waar de stedelingen in India gedwongen zijn een digitale shocktherapie te ondergaan, is dat bij veel van hun Europese evenknieën een stuk geleidelijker verlopen. Consumenten zijn op hun gemak gesteld. Overheden zijn op fiscale transparantie gesteld. 
En winkeliers zijn op de kostenbesparing gesteld 
die het afschaffen van cash met zich meebrengt.

    Volgens een recent rapport van Fung Global Retail 
& Technology bevinden negen van de vijftien meest gedigitaliseerde landen zich in Europa. Het voorspelt dat Zweden de eerste volstrekt cashloze maatschappij ter wereld zou kunnen worden. Niklas Arvidsson van het Koninklijk Technologisch Instituut KTH in Stockholm denkt dat dat in 2030 het geval kan zijn.

    Maar zelfs Zweden heeft een enthousiasmekloof zien ontstaan, die voornamelijk langs demografische lijnen loopt. Oudere mensen in het rurale noorden, die het minst op hebben met technologie, nemen aanstoot aan de economische macht van Stockholm en Göteborg, waar contant geld vrijwel geheel is afgeschaft. De Nationale Bond van Gepensioneerden is een belangrijke speler in de ‘Cashopstand-coalitie’ die campagne voert om ervoor te zorgen dat het 
voor oudere Zweden mogelijk blijft om bij hun bank contant geld te storten of op te nemen.

    ‘Ik ben een optimist, maar we hebben echt slimme mensen bij de techbedrijven nodig om met een 
eenvoudige, passende oplossing te komen die voor iedereen werkt’

    Maar welstand blijft de belangrijkste factor om te bepalen wie geheel achterop dreigt te raken in de zich ontwikkelende digitale economie. De allerarmsten in de rijkste Europese steden zijn soms al op 
een zijspoor beland.

    In Amsterdam hebben daklozen die de krant Z! verkopen moeite om klanten te vinden die nog contant geld op zak hebben. Z! deed in 2013 een proef met kaartbetalingen door een tiental verkopers een iZettle-lezer te geven, maar dat initiatief was tot mislukken gedoemd. ‘Na een paar weken zeiden onze verkopers: “Dit is me veel te ingewikkeld”,’ zegt hoofdredacteur Hans van Dalfsen. ‘Het was veel te onhandig en tijdrovend voor de verkoper om tegelijkertijd met zijn kranten, de kaartlezer en zijn met Bluetooth verbonden mobiele telefoon te hannesen – handelingen die allemaal nodig waren voor de transactie.’

    Van Dalfsen zegt inmiddels in gesprek te zijn met 
een grote telecommaatschappij om een eenvoudiger manier te vinden waarop dakloze verkopers betalingen kunnen accepteren met alleen hun mobiele 
telefoon, misschien in combinatie met de unieke 
QR-code op hun badge.

    ‘Net als in Scandinavië hebben we in Amsterdam bijna helemaal geen contant geld meer,’ zegt hij. 
‘Ik ben een optimist, maar we hebben echt slimme mensen bij de techbedrijven nodig om met een 
eenvoudige, passende oplossing te komen die voor iedereen werkt. We kunnen niet toestaan dat mensen van het stadsleven worden afgesneden.’

    Zoals veel van de allerarmsten hebben Amsterdamse daklozen veelal geen bankrekening. Dus zelfs als 
ze een mobiele telefoon bezitten, zijn de meesten aangewezen op contant geld. Kenia kan hier misschien als een lichtend voorbeeld fungeren, omdat het een manier heeft gevonden om burgers zonder bankrekening toegang te verschaffen tot de cashloze maatschappij via een goedkope mobiele telefoon. Het in 2007 gelanceerde M-Pesa is uitgegroeid tot het belangrijkste mobiele geldplatform ter wereld; het stelt miljoenen gebruikers in staat geld naar elkaar over te maken via een sms’je en tegoeden digitaal op te slaan zonder een conventionele bankrekening te openen.

    Uitdaging

    In Zimbabwe heeft de liquiditeitscrisis van vorig jaar tot hernieuwd wantrouwen jegens de banken geleid en mobiele geldplatforms uit de grond doen schieten als een alternatieve manier om zaken te doen – eerst in de hoofdstad Harare, daarna op het platteland. 
EcoCash, de populairste sms-gestuurde betalingsdienst van het land, heeft inmiddels meer dan zes miljoen gebruikers. ‘Er is een enorme explosie van cashloze betalingen geweest, tot de armste straatverkopers aan toe, die gebruikmaken van mobiele betaaloplossingen,’ zegt Nigel Gambanga, een 
technologieanalist uit Harare. ‘Iedereen is zich 
gaan realiseren: als ik dit niet oplos, ben ik morgen misschien brodeloos. Mensen passen zich aan.’

    Dave Birch, innovatiedirecteur van het Britse bedrijf Consult Hyperion, denkt dat het dwaas zou zijn om vast te houden aan het gebruik van contant geld 
ten behoeve van de armen. ‘Als je mensen gevangen houdt in een casheconomie, laat je ze voor alles hogere prijzen betalen, laat je ze moeite houden om krediet te krijgen en maak je ze kwetsbaarder voor diefstal,’ zegt hij. ‘We gaan cash vervangen door 
elektronische platforms. Ik geloof niet dat armoede 
of het niet hebben van een bankrekening een obstakel hoeft te zijn, omdat iedereen een telefoon heeft. 
Met de beschikbare technologie kunnen we nieuwe manieren ontwikkelen om digitaal geld rond te pompen, zelfs met de eenvoudigste telefoons.’

    Het is dus de uitdaging voor banken en techbedrijven om platforms te creëren die voor iedereen toegankelijk zijn. Als we geen gemeenschappelijk ecosysteem voor betalingen kunnen ontwikkelen, zullen we 
misschien door verdeelde steden dwalen, gescheiden door het geluid van piepjes en het schuiven met 
kille, harde contanten.

    Auteur: Adam Forest
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

    CONTACTLOOS BEDELEN

    Er is één bevolkingsgroep die rechtstreeks nadeel zou kunnen ondervinden van het 
toenemend gemak van het alledaags 
betalingsverkeer: de dak- en thuislozen in grote steden die voor een deel afhankelijk 
zijn van giften. Naarmate het kleingeld uit 
de circulatie verdwijnt, dreigt voor hen deze bron van inkomsten op te drogen.

    In Rotterdam en Amsterdam wordt op 
initiatief van een reclamebureau een proef genomen met een nieuwe manier van 
‘bedelen’. Een groepje dak- en thuislozen is uitgerust met een jas waarin een contactloze terminal is verwerkt. De goedgeefse voorbijganger kan die terminal met zijn contactloze pinpas activeren, waarbij hij één euro doneert.

    De ontvanger krijgt aan het eind van de dag evenwel nooit in ‘harde euro’s’ de beschikking over het bedrag dat hij of zij in de loop van de dag op deze wijze heeft vergaard. Het saldo is slechts inwisselbaar in erkende onderkomens voor dak- en thuislozen tegen een slaapplaats, een maaltijd of een douche. Ook bestaat de mogelijkheid om het bedrag te besteden aan een opleiding of een cursus door de dagelijkse opbrengst op een gecontroleerde spaarrekening te zetten.

    Volgens de initiatiefnemers zijn de eerste resultaten van de proef redelijk positief. Zo ervaren gevers en hulpverlening het als 
groot voordeel dat de gift louter aan ‘nuttige doeleinden’ kan worden besteed en niet onmiddellijk wordt uitgegeven aan drugs of drank.

    (NFC World, Machynlleth, VK)