Tag: PIS

  • Donald Tusk gaat achter zijn politieke vijanden aan

    Donald Tusk gaat achter zijn politieke vijanden aan

    Terwijl Tusk vasthoudt aan zijn belofte om PiS-leiders ter verantwoording te roepen, beschuldigt de oppositie de premier van een politieke afrekening. ‘Verantwoording afleggen voor de misstanden van de vorige regering mag geen propagandamechanisme worden.’

    De partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), ooit oppermachtig in Polen, ligt onder vuur. Premier Donald Tusk en zijn ministers dringen er in hun campagne op aan om PiS verantwoordelijk te houden voor de – volgens hen – corrupte praktijken tijdens de acht jaar dat de populistische partij (tot afgelopen december) aan de macht was. Verschillende parlementsleden van PiS en leden van de kleinere extreemrechtse coalitiepartner Soeverein Polen hangen mogelijk rechtszaken en gevangenisstraffen boven het hoofd. Dat zal hen mogelijk verzwakken in de aanloop naar de cruciale presidentsverkiezingen van volgend jaar.

    Die presidentsverkiezingen bieden voor PiS de beste kans om te voorkomen dat Tusk de macht consolideert. Een PiS-president kan, zoals zittend president Andrzej Duda heeft gedaan, de agenda van Tusk dwarsbomen, omdat de premier geen parlementaire meerderheid heeft die groot genoeg is om presidentiële veto’s te herroepen.

    Tusk heeft nogal wat kritiek gekregen voor zijn niet-aflatende aandacht voor PiS. Tegenstanders menen dat die ten koste gaat van ambitieuze overheidsprojecten en andere zaken zoals de verdubbeling van het belastingvrije inkomen. Maar niets wijst erop dat de premier zal terugkomen op zijn verkiezingsbelofte om alle misdaden van de vorige regering te vervolgen – iets wat een zeldzaamheid is in Polen. Vorige maand maakte Tusk zijn voorgangers nog uit voor ‘dieven, schurken, mensen zonder geweten, die Polen zo lang hebben beroofd’, waaraan hij toevoegde: ‘Dit is een van de vier toezeggingen die ik heb gedaan: we zullen het kwaad ter verantwoording roepen. Wil je het sneller? Dan doen we het sneller.’

    Vermeende wandaden

    De lijst van vermeende wandaden is lang. De nieuwe regering beschuldigt de oude van het verspillen van enorme hoeveelheden geld aan een project voor een enorme nieuwe luchthaven in Centraal-Polen, van wanbeheer bij raffinaderij PKN-Orlen en andere door de overheid beheerde bedrijven, misbruik van de publieke omroep door die te veranderen in een propagandakanaal voor PiS, de aanschaf van spyware om politieke tegenstanders mee op te sporen, het toekennen van hoge functies bij overheid en staatsbedrijven aan loyalisten en het gebruik van overheidsfinanciën als politiek smeergeld.

    ‘Het gaat om heel veel zaken, en die vereisen een buitengewone vastberadenheid van de aanklagers, maar ook grote aandacht voor details,’ zei minister van Justitie en hoofdaanklager Adam Bodnar. Hij voegde eraan toe: ‘Verantwoording afleggen voor de misstanden van de vorige regering mag geen propagandamechanisme worden, het moet degelijk juridisch werk zijn.’

    De oppositie houdt vol dat Tusk en diens regering een heksenjacht op hen hebben geopend. ‘We doen een beroep op alle mensen van goede wil om zich in te zetten voor de verdediging van deze vervolgde mensen, die in opdracht van Tusk en Bodnar op brute wijze worden aangepakt,’ zei Michał Woś, parlementslid van Soeverein Polen, op een persconferentie. Woś werd vorige maand ontdaan van zijn parlementaire immuniteit, na beschuldigingen dat hij betrokken zou zijn geweest bij de aankoop van Pegasus-spyware. Volgens de regering werd die onrechtmatig aangeschaft en vervolgens gebruikt om politici van de oppositie mee te bespioneren.

    Vertekend beeld

    De extreemrechtse en nationalistische Poolse partij Konfederacja heeft sinds 9 juni een plek in het Europees Parlement. Na het behalen van 12 procent van de stemmen mocht ze zes afgevaardigden naar het Europees Parlement sturen, voor het eerst in de geschiedenis.

    Daarmee behaalde Konfederacja (van oorsprong een coalitie) in Polen de derde plaats bij de Europese verkiezingen, na de centrumrechtse Burgercoalitie (37 procent), pijler van de regering, en de nationaal-conservatieve PiS (36 procent), die afgelopen najaar werd verslagen bij de Poolse parlementsverkiezingen. Volgens Rzeczpospolita en Gazeta Wyborcza zegt dit verkiezingsresultaat verder weinig over de politieke macht van de extreemrechtse partij, aangezien Konfederacja deze opsteker vooral dankt aan de opkomst bij Europese verkiezingen, die een stuk lager is dan bij nationale verkiezingen. Daardoor levert de uitslag een vertekend beeld van de machtsverhoudingen op.

    ‘Dit vertegenwoordigt slechts 6 van de 720 leden van het Europees Parlement. Hun invloed zal in Straatsburg beperkt zijn,’ aldus radiozender Tok FM. ‘Het is ook mogelijk dat deze gekozen vertegenwoordigers zich niet aansluiten bij een van de nationalistische politieke groeperingen in het Europees Parlement, en in dat geval zal hun invloed nul zijn,’ concludeert een politicoloog op de radiozender.
    Konfederacja staat in Polen bekend om verschillende controverses. Zo zorgde kandidaat Grzegorz Braun in december 2023 voor een schandaal door in het Poolse Lagerhuis de kaarsen van een kandelaar, die daar brandden ter gelegenheid van het joodse Chanoekafeest, met een brandblusser te doven. Braun wordt regelmatig beschuldigd van antisemitisme, homofobie en het in de kaart spelen van het Kremlin, aldus nieuwssite Onet.

    De parlementaire meerderheid onder leiding van Tusk zal ook bij Marcin Romanowski, parlementslid van Soeverein Polen en voormalig onderminister van Justitie, overgaan tot opheffing van diens immuniteit. Romanowski wordt ervan beschuldigd betrokken te zijn geweest bij het vermeende misbruik van het Justitiefonds; deze speciale pot met geld in beheer van de minister van Justitie was bedoeld om slachtoffers van misdrijven te helpen, maar werd volgens de aanklagers gebruikt voor politieke doeleinden. Tusk zei deze week dat er meer dan 112 miljoen zloty (26 miljoen euro) uit het fonds is gestolen. Volgens de aanklager zou de omvang van het misbruik zelfs nog veel groter kunnen zijn, en loopt de schade op tot misschien wel 400 miljoen zloty.

    Het schandaal rond het Justitiefonds zou topfiguren van de PiS-regering kunnen raken, onder wie voormalig minister van Justitie Zbigniew Ziobro, de leider van Soeverein Polen, en PiS-voorzitter Jarosław Kaczyński. De krant Gazeta Wyborcza meldde vorige week dat Kaczyński kort voor de parlementsverkiezingen van 2019 een brief aan Ziobro had gestuurd waarin hij hem waarschuwde zich te onthouden van het gebruik van het fonds voor politieke doeleinden, omdat dit zijn weerslag zou kunnen hebben op beide partijen. Die brief werd blijkbaar genegeerd tijdens de campagne die de tweepartijencoalitie uiteindelijk zou winnen.

    De brief

    Ziobro, die behandeld wordt voor kanker en amper in het openbaar verschijnt, vertelde de nieuwssite Interia dat hij ‘zich niet kan herinneren de brief te hebben ontvangen’. ‘Zoals ik het begrijp baseerde Jarosław Kaczyński zich in de brief op berichten in de media. Hij gaf aan dat hij, als deze berichten waar waren, bepaalde acties verwachtte,’ aldus Ziobro.

    Kaczyński zei dat hij zich de brief niet herinnerde, maar dat het mogelijk was dat hij was verstuurd; dat zou volgens hem een manier zijn geweest om Ziobro – die ook de functie van procureur-generaal vervulde – op de hoogte te stellen van mogelijke problemen met het geld van het Justitiefonds. ‘Ik heb de brief gericht aan de geschiktste persoon in deze zaak,’ zei Kaczyński tijdens een persbriefing. ‘We hebben geen wet overtreden, het is geregeld en de zaak is… beoordeeld,’ voegde hij eraan toe.

    Gezien het feit dat de campagnes van PiS en Soeverein Polen in 2019 en 2023 uit dezelfde pot werden gefinancierd, zouden de verkiezingsautoriteiten in het geval van illegale financiering hun staatssubsidie van ruim 25 miljoen zloty per jaar kunnen intrekken. Beide partijen kunnen ook worden veroordeeld tot het terugbetalen van al het geld dat ze in de periode 2019-2023 hebben ontvangen. Dat zou hun vermogen om effectief campagne te voeren bij de komende verkiezingen ernstig beperken.

    Fanatici

    PiS en haar bondgenoten sluiten de gelederen over de beschuldigingen van misstanden en hebben de tijdelijke arrestatie van Michał Olszewski, een rooms-katholieke priester, aangegrepen om de regering af te schilderen als een stel wraakzuchtige fanatici. Olszewski werd gearresteerd na beschuldigingen dat een stichting die hij leidde een subsidie van 100 miljoen zloty had ontvangen van het Justitiefonds, en dat een deel van dat geld later verdampt zou zijn. Zijn medestanders beweren dat hij in de gevangenis is mishandeld en gemarteld, een beschuldiging die het ministerie van Justitie overigens ten stelligste ontkent. ‘We zijn geschokt door de informatie die we hebben ontvangen over de omstandigheden van de arrestatie en detentie van pater Olszewski,’ zei PiS-parlementslid Michał Wójcik. Andere parlementsleden beschuldigden de nieuwe regering van het voeren van ‘politieke processen’ tegen haar vijanden.

    Een belangrijke inspanning van de regering-Tusk is het ongedaan maken van de justitiële hervormingen van PiS. Die brachten Warschau in conflict met de Europese Commissie, die zei dat Polen tornde aan de democratische principes van de Europese Unie door de rechterlijke onafhankelijkheid te ondermijnen. Bodnar werkt aan het herstel van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtbanken.

    Vorige week deden aanklagers, agenten van de contraspionage en de politie een inval in het kantoor van de Nationale Raad van de Rechterlijke Macht, een orgaan dat rechters benoemt. Ze namen documenten in beslag die verband houden met disciplinaire procedures tegen rechters die zich hadden verzet tegen hervormingen van de rechterlijke macht door PiS. Deze inval werd door PiS-gezinde media afgedaan als een aanval van de ‘wraakcoalitie’ om haar politieke rivalen te benadelen. Bodnar heeft een speciale raad ingesteld die de betrokkenheid van rechters bij de door PiS beïnvloede rechterlijke raad moet gaan onderzoeken.

    Ondertussen heeft PiS zijn aanhangers opgeroepen om buiten voor het parlement te komen protesteren. ‘De schending van de rechtsstaat is momenteel helaas aan de orde van de dag,’ zei de partij. Dat is dezelfde beschuldiging die PiS naar haar hoofd kreeg tijdens de acht jaar dat de partij aan de macht was.  

  • Het laatste gevecht van de Poolse president tegen het liberalisme

    Het laatste gevecht van de Poolse president tegen het liberalisme

    Afgelopen oktober gaven de kiezers PiS na acht jaar de bons, waardoor Donald Tusks centrumcoalitie aan de macht kwam. Terwijl de nieuwe regering probeert de veranderingen die PiS in Polen heeft veroorzaakt ongedaan te maken, voert Andrzej Duda een achterhoedegevecht om haar nalatenschap te beschermen.

    Op 9 januari werden twee mannen door de achteringang van het presidentieel paleis in Warschau gereden. Officieel waren Mariusz Kaminski, voormalig minister van Binnenlandse Zaken, en Maciej Wasik, een van zijn plaatsvervangers, daar om de investituur van nieuwe adviseurs van de president, Andrzej Duda, bij te wonen. Maar de werkelijke reden was duisterder. Beide mannen waren voortvluchtig en Duda hielp hen zich te verstoppen voor de politie.

    In 2015 werden Kaminski en Wasik veroordeeld voor machtsmisbruik toen ze de leiding hadden over een anticorruptieagentschap. Duda, die net was gekozen voor zijn eerste termijn, verleende hun algauw gratie. Afgelopen juni beval het Poolse hooggerechtshof een nieuw proces, en in december werden Kaminski en Wasik voor een tweede keer schuldig bevonden. Toen een rechtbank een arrestatiebevel tegen hen uitvaardigde, bood Duda aan de mannen onderdak te verlenen.

    De zet was bedoeld om Donald Tusk, Polens nieuwe premier, te laten zien wie de baas was. Duda, een eenenvijftigjarige met een jongensachtig rond gezicht, had het grootste deel van zijn presidentschap samengewerkt met Wet en Rechtvaardigheid (PiS), de populistisch-nationalistische partij waartoe Kaminski en Wasik behoren. Afgelopen oktober gaven de kiezers PiS na acht jaar de bons, waardoor Tusks centrumcoalitie aan de macht kwam. Terwijl de nieuwe regering probeert de veranderingen die PiS in Polen heeft veroorzaakt ongedaan te maken, voert Duda een achterhoedegevecht om haar nalatenschap te beschermen en zijn eigen nalatenschap te consolideren.

    De zaak-Kaminski en Wasik is een van de meer kleurrijke episodes in het lopende drama. Naarmate de dag vorderde, zaten miljoenen Polen aan hun scherm gekluisterd om te zien wat er zou gebeuren. Op een gegeven moment stapten de voortvluchtigen, beiden gekleed in zwarte overjassen, uit het paleis om de pers te ontmoeten terwijl politieagenten toekeken. ‘We verstoppen ons niet,’ zei Kaminski. ‘Als we in de gevangenis belanden, dan zullen we daar zitten als politiek gevangenen.’

    Hij en Wasik hebben nooit geslapen in de gastenkamers die voor hen waren klaargemaakt. Later die dag vertrok Duda voor een ontmoeting met de Wit-Russische oppositieleider. Kort daarna daalde een tiental politieagenten neer op het paleis. Duda haastte zich terug van zijn vergadering, maar zijn autocolonne werd opgehouden door een kapotte bus. Tegen de tijd dat hij terugkeerde, waren Kaminski en Wasik in handboeien afgevoerd.

    Obstakels

    De Europese liberalen haalden opgelucht adem toen Tusk weer aan de macht kwam. Hij was premier van Polen tussen 2007 en 2014, voordat hij voorzitter werd van de Europese Raad. Toen hij niet aan de macht was, bond de Poolse regering de strijd aan met de Europese Unie, die haar ervan beschuldigde de rechtsstaat niet te handhaven.

    Tusk heeft beloofd om schoon schip te maken in de rechtbanken en de staatsmedia, die PiS had volgepropt met loyalisten, en om Polens aanzien in Europa te herstellen. Dagen na haar beëdiging ontsloeg zijn regering de hoofden van de staatstelevisie- en radiostations en het nieuwsagentschap. Ambtenaren en spionnen uit het PiS-tijdperk zijn voor het parlement gesleept en beschuldigd van verschillende misdrijven, zoals het gebruik van spionagesoftware tegen politieke rivalen.

    Maar er zijn twee dingen die Tusk in de weg staan. Een daarvan is zijn eigen coalitie, die bestaat uit links, liberalen en conservatieven, die het niet eens zijn met Tusks plannen om Polen sociaal liberaler te maken. (Voor de verkiezingen beloofde hij om homopartners wettelijk te erkennen en om het bijna totale verbod op abortus te versoepelen.)

    Het grotere obstakel, althans voorlopig, is Duda. Sommigen in Polen hadden gehoopt dat de president, wiens tweede en laatste termijn eindigt in 2025, open zou staan voor compromissen met een nieuwe regering. Die hoop is grotendeels de bodem ingeslagen. In Polen besturen de premiers en hun kabinetten het land. Maar de president heeft ook echte bevoegdheden en de laatste tijd heeft Duda die maar al te graag gebruikt.

    Hij heeft zijn veto uitgesproken over een wetsvoorstel om de morningafterpil zonder recept verkrijgbaar te maken en aangegeven dat hij pogingen om de abortusregels te liberaliseren zou tegenhouden. Abortus is momenteel in bijna alle omstandigheden verboden, zelfs wanneer de foetus ernstige afwijkingen vertoont. ‘Een verzoek om abortus,’ zei Duda, ‘betekent een verzoek om het recht om te doden.’ 

    De verdediging van Kaminski en Wasik door de president dreigt de Poolse politiek lam te leggen. Duda zal elk wetsvoorstel dat uit het parlement komt naar het door PiS gedomineerde constitutionele hof sturen voor herziening, tenzij de mannen, die vorig jaar in het parlement werden gekozen, weer worden aangesteld als parlementsleden. (Nadat ze waren veroordeeld, mochten ze beiden vijf jaar lang geen openbare functies meer bekleden. PiS en Duda betwisten het verbod en de veroordeling).

    Op 23 januari verleende Duda Kaminski en Wasik voor de tweede keer gratie en diezelfde dag werden ze vrijgelaten uit de gevangenis. Twee weken later probeerden ze het parlement binnen te dringen, met Jaroslaw Kaczynski, de PiS-leider, aan hun zijde. Bewakers duwden hen terug.

    Collega’s herinneren hem als beleefd en hardwerkend, maar ook als saai en nauwelijks geschikt voor het presidentschap

    Van presidenten in Polen wordt verwacht dat ze hun partijbanden achterlaten bij hun aantreden, maar in de praktijk gebeurt dit zelden. Toen Duda nog maar enkele maanden president was, hielp hij PiS om het Poolse constitutionele hof te veroveren door rechters te benoemen die door het nieuwe parlement waren voorgedragen, en weigerde hij de door het vertrekkende parlement geselecteerde rechters te beëdigen. Het hoogste gerechtshof van het land is nu onderworpen aan PiS en grotendeels disfunctioneel.

    Twee decennia geleden hadden weinigen kunnen voorspellen dat Duda zo’n polariserende figuur zou worden. Hij was een frisse voormalige advocaat uit Krakau die als lid van het Europees Parlement werkte toen Kaczynski hem als presidentskandidaat van PiS aanwees voor de presidentsverkiezingen van 2015. Hij was niet eens bekend binnen zijn eigen partij. Collega’s herinneren hem als beleefd en hardwerkend, maar ook als saai en nauwelijks geschikt voor het presidentschap.

    ‘Hij was geen vechter,’ vertelde een PiS-politicus (die anoniem wilde blijven) me bij een kop koffie en een roerei in een café in de buurt van het presidentieel paleis in Warschau. ‘Duda stond ergens tussen de vijftigste en honderdste plaats in de pikorde.

    Opiniepeilingen suggereerden dat de zittende president, Bronislaw Komorowski, van Tusks centrumrechtse partij, op koers lag om nog een termijn te winnen. ‘Om te verliezen, zou hij onder invloed een zwangere non bij een zebrapad moeten aanrijden,’ zei Adam Michnik, een van Polens bekendste publieke intellectuelen, op dat moment.

    Kaczynski koos Duda omdat hij dacht dat hij vervangbaar was, volgens Michal Kaminski (geen familie van Mariusz), een voormalige PiS-spindoctor. Na een reeks van verliezen in algemene en lokale verkiezingen, wilde Kaczynski voorkomen dat hij het gezicht van een nieuwe PiS-nederlaag zou worden. Hij had iemand nodig die niet alleen zou instemmen met deelname aan een race waarin hij geen schijn van kans maakte, maar die ook te zwak was om zijn autoriteit binnen PiS uit te dagen als hij boven verwachting zou presteren. ‘Hij dacht,’ denkt Kaminski, nu senator voor een centrumpartij in de regeringscoalitie, ‘dat Duda middelmatig genoeg was.’ 

    Duda verraste iedereen, niet in het minst zichzelf, door Komorowski in de eerste ronde voor te blijven en in de tweede ronde overtuigend te winnen. Hij was een energieke campagnevoerder en zijn euroscepsis en sociaal conservatisme pasten bij een electoraat dat naar rechts dreef. Gesterkt door zijn overwinning behaalde PiS in oktober een meerderheid in de parlementsverkiezingen. Kaczynski werd de machtigste politicus van Polen, ook al bleef hij een gewoon parlementslid (op twee korte periodes als vicepremier na).

    De pen

    In de daaropvolgende jaren begonnen hij en PiS het land te transformeren. Ze haalden de rechtbanken onderuit, weigerden te voldoen aan de vluchtelingenquota’s die door de EU waren vastgesteld – zich afzettend tegen de migratie uit het Midden-Oosten – en lanceerden een campagne tegen de ‘homo-ideologie’, waarvan Duda ooit zei dat die ‘gevaarlijker was dan het communisme’. De EU reageerde op de pogingen van de regering om de rechterlijke macht in te dammen door 137 miljard euro (148 miljard dollar) aan fondsen die bestemd waren voor Polen te bevriezen.

    De staatsomroep TVP, ooit een betrouwbare nieuwsbron, begon regeringspropaganda te verspreiden die zo ongenuanceerd was dat kijkers het gevoel kregen dat ze teruggevoerd waren naar het Sovjettijdperk. ‘De regering verdedigt de Poolse belangen’ luidde een typische lichtkrant, of ‘Brussel, Duitsland en de oppositie zijn tegen Polen’.

    Bartosz Weglarczyk, de redacteur van Onet, een populaire nieuwswebsite, vertelt me over de keer dat de moeder van een van zijn verslaggevers hem in paniek opbelde en vroeg of haar zoon gearresteerd zou worden. ‘Waarom zou hij gearresteerd worden?’ vroeg Weglarczyk. ‘Omdat ze op televisie zeiden dat hij een verrader was,’ zei ze.

    Kritiek

    Critici noemden Duda ‘dlugopis’, of ‘de pen’, een verwijzing naar zijn gewoonte om elk wetsvoorstel van PiS dat op zijn bureau belandde te ondertekenen. De sociale media stonden bol van de memes waarin de spot werd gedreven met zijn toewijding aan Kaczynski (en met Duda’s onhandige Engels). Een online sitcom, ‘Ucho Prezesa’ (Het oor van de voorzitter), ging over een enthousiaste maar niet erg slimme Poolse voorzitter, genaamd Andrzej, die wanhopig op zoek ging naar een audiëntie bij de baas van zijn partij, maar daar steevast niet in slaagde.

    Maar in 2021 sprak Duda zijn veto uit over een wet die landen van buiten de Europese Economische Ruimte zou verbieden een meerderheidsbelang te nemen in Poolse omroepen. De wet was gericht op TVN, Polens grootste onafhankelijke omroep, die eigendom is van Discovery, een Amerikaans bedrijf, en kritisch was geweest over de PiS-regering. Duda zwichtte onder de druk, voornamelijk vanuit Washington. Hierdoor klaarde de lucht op tussen hem en president Joe Biden, wiens regering kritisch was geweest over de PiS-regering.

    Vorig jaar liet Duda PiS de door hem goedgekeurde wetgeving afzwakken die iedereen die pro-Russisch zou zijn, verbood zich verkiesbaar te stellen. Duda veranderde van gedachten nadat de Amerikaanse regering en de EU protesteerden dat de wet PiS de macht zou geven om oppositiekandidaten, waaronder Donald Tusk, buiten spel te zetten. 

    Op dat moment had Kaczynski zijn geduld met de president al verloren. Volgens insiders van PiS spreken de twee mannen al minstens twee jaar niet meer met elkaar. Kaczynski was vooral geërgerd toen Duda in 2017 zijn veto uitsprak over hervormingen die de regering nog meer controle over de rechtbanken zouden hebben gegeven. ‘Duda kwam niet door de test heen bij Kaczynski, omdat hij niet 100 procent gehoorzaam was,’ zei Kaminski, die gelooft dat er ook een meer gecompliceerde psychologie in het spel is.

    In 2010 kwamen Kaczynski’s identieke tweelingbroer Lech, toen president van Polen, Lechs vrouw en 94 anderen, waaronder hoge legerofficieren, om bij een vliegtuigongeluk in de buurt van de Russische stad Smolensk. Duda, die op dat moment de staatssecretaris van de president was, had op de vlucht moeten zitten. Hij bleef thuis omdat zijn dochter ziek was.

    Kaczynski ziet Duda als een politiek en intellectueel lichtgewicht vergeleken met zijn overleden broer, zegt Kaminski. ‘Hij kan het niet verkroppen dat Duda in Lechs bed slaapt, dat hij in Lechs schoenen loopt. Hij veracht hem als mens.’

    Kaczynski’s minachting voor Duda verbleekt bij de haat die hij koestert voor de nieuwe premier. Ondanks een officieel onderzoek dat de crash wijt aan een fout van de piloot en slecht weer, beschuldigt Jarosław Kaczynski Rusland van het neerhalen van het vliegtuig. Absurd genoeg beschuldigt hij Tusk, die toen zijn eerste termijn als premier uitzat, van medeplichtigheid. De regering van Tusk verdoezelde ‘een beslissing die op het hoogste niveau van het Kremlin is genomen’, zei Kaczynski twee jaar geleden, ‘omwille van een soort macabere verzoening met Rusland’.

    ‘Als hij zou kunnen, zou hij Tusk naar de gevangenis sturen,’ zei Andrzej Stankiewicz, een journalist. ‘En Tusk zou hetzelfde doen met Kaczynski.’

    ‘Zonder alcohol kan Duda een vreselijke zeur zijn. Met alcohol is hij het tegenovergestelde’

    Duda lijkt vandaag minder gedreven door loyaliteit aan PiS dan door zijn verlangen om serieus genomen te worden als president: om zijn mannetje te staan en zijn prerogatieven te verdedigen. Toen hij Kaminski en Wasik in 2015 gratie verleende, was dat omdat dat van hem geëist werd, door PiS en Kaczynski. Toen hij hun dit jaar bescherming en nog een pardon aanbood, was dat omdat hij geloofde dat zijn autoriteit als president op het spel stond.

    Critici beschuldigen Duda ervan geen eigen politiek kompas te hebben. ‘Duda is gemaakt van stopverf,’ zegt Boguslaw Chrabota, redacteur van de krant Rzeczpospolita. De man die zijn imago en beleid vormgeeft Marcin Mastalerek, een pr-man die in 2015 Duda’s campagne leidde en onlangs de stafchef van de president werd. Ik vroeg een van de voormalige medewerkers van Duda hoe de president is veranderd onder invloed van Mastalerek. ‘Hij is besluitvaardiger,’ zei hij. ‘En hij heeft minder scrupules.’

    Duda’s beste moment kwam in 2022. Een maand voordat Rusland Oekraïne binnenviel, ontving hij Volodymyr Zelensky, de Oekraïense president, in het bergresort Wisla. Duda beloofde dat Polen Oekraïne zou steunen en zich zou verzetten tegen elke concessie aan Rusland. Gedurende twee dagen van vergaderingen, stelden hij en Zelensky noodplannen op in het geval van een Russische aanval. Hun onderhandelingen werden naar verluidt op gang geholpen met drank. ‘Zonder alcohol kan Duda een vreselijke zeur zijn’, schreef een diplomaat die getuige was van de gesprekken. ‘Met alcohol is hij het tegenovergestelde.’ 

    Na de invasie werd Polen een toevluchtsoord voor miljoenen Oekraïners en de grootste doorvoerhaven voor NAVO-wapentransporten. Het vliegveld van Rzeszów, een stad in het oosten van Polen, werd een de facto Amerikaanse basis, vol met radars en Patriot-batterijen. Vorig jaar werd Polen het eerste NAVO-lid dat gevechtsvliegtuigen naar Oekraïne stuurde. Duda was de belangrijkste cheerleader van Oekraïne in de EU en drong er hard op aan dat het blok toetredingsonderhandelingen met het land zou openen. Volgens opiniepeilingen hadden de Oekraïners in 2021 en 2022 meer vertrouwen in de Poolse president dan in enige andere buitenlandse leider.

    Maar Duda’s relatie met Zelensky is verzuurd. In september verbood de Poolse regering de import van graan uit Oekraïne, in strijd met de EU-maatregelen om Oekraïense voedselproducenten vrije toegang tot haar markten te geven. Duda steunde de maatregel, die was bedoeld om de boeren van zijn land te sussen, die klaagden dat ze te weinig voor hun waren kregen. ‘Oekraïne gedraagt zich als een drenkeling,’ zei hij, ‘in staat om iedereen die hem helpt naar beneden te trekken.’ Zelensky reageerde door Polen ervan te beschuldigen Rusland in de kaart te spelen.

    Tusks regering heeft het verbod gehandhaafd. Maar Poolse boeren eisen nog strengere maatregelen. Een paar dagen na mijn reis in maart gingen duizenden van hen de straat op om te eisen dat Polen zijn oostgrens zou sluiten voor handel met Oekraïne. Tractoren met Poolse vlaggen blokkeerden snelwegen en er werd mest gedumpt buiten het huis van de voorzitter van het parlement. (Tusk heeft tot nu toe geweigerd hun tegemoet te komen in deze kwestie.)

    Averechts

    Duda heeft misschien ooit gehoopt dat de rol die hij in Oekraïne heeft gespeeld hem na zijn presidentschap een internationale functie zou bezorgen. Maar door zijn steun voor het verbod op Oekraïens graan en zijn reputatie als dwarsligger is de kans daarop nu klein. In plaats daarvan heeft Duda zijn aandacht op zijn eigen land gericht, waar hij genoeg gevechten zal moeten leveren, niet alleen over abortus en wettelijke hervormingen. In maart zei de regering dat ze vijftig ambassadeurs zou terugroepen die onder de vorige regering waren benoemd. Een woedende Duda, die het laatste woord heeft over diplomatieke, militaire en EU-benoemingen, beweerde dat hij overrompeld was door het besluit.

    Duda’s steun voor Kaminski en Wasik heeft een averechts effect gehad. Veel Polen fronsen hun wenkbrauwen over zijn capriolen en de liefde voor de mannen binnen PiS is ver te zoeken (ze stonden erom bekend dat ze de vuile was van hun collega’s buiten hingen). Mogelijk uit een gevoel van loyaliteit, of om hen te belonen voor hun diensten, heeft Kaczynski Kaminski en Wasik een plaats aangeboden op de lijst van zijn partij bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni. In theorie zou het overbrengen van de voortvluchtigen naar Brussel een einde kunnen maken aan de impasse tussen de president en de premier.

    Op het gebied van nationale veiligheid en defensie zitten Duda en Tusk tenminste ongeveer op dezelfde golflengte. Ondanks de verhardende houding van de Poolse kiezers tegenover Oekraïense vluchtelingen, zien beiden de noodzaak in om wapenleveranties aan Oekraïne voort te zetten, om het Poolse leger (dat het grootste van het continent wil worden) op te waarderen en om ervoor te zorgen dat Europa zijn gewicht in de schaal legt binnen de NAVO.

    Toen dat nodig was, tijdens een reis naar het Witte Huis in maart om te vieren dat Polen vijfentwintig jaar geleden lid werd van de NAVO, toonden Duda en Tusk dat ze een gesloten front konden handhaven. ‘Als het gaat om Rusland en Oekraïne en trans-Atlantische betrekkingen, is er bijna volledige consensus in Polen,’ zei Tusk tijdens het bezoek. ‘Ik wou dat onze bondgenoten, de VS, hetzelfde over zichzelf konden zeggen.’ 

    Tusk heeft goede relaties in Amerika, maar nog betere in Brussel, waar hij vijf jaar lang de vrede heeft bewaard tussen de staatshoofden. Duda daarentegen, die al vaak een standje heeft gekregen van de EU, is veel meer geïnteresseerd in zijn relatie met Amerika, en vooral met Donald Trump. De twee mannen kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Tijdens een bezoek aan het Witte Huis in 2018 streelde Duda Trumps ego door het idee te opperen om een nieuwe Amerikaanse basis in Polen ‘Fort Trump’ te noemen.

    Privé maken sommige PiS-politici zich zorgen over nog een presidentschap van Trump, omdat ze vrezen dat hij de NAVO zal ondermijnen en de Amerikaanse steun voor Oekraïne zal verminderen. Of Duda een tweede Trump-termijn zou willen zien is onduidelijk, maar hij bereidt zich er zeker op voor. Op 17 april, tijdens een reis naar New York, bezocht Duda Trump Tower, waar hij een paar uur doorbracht met zijn oude vriend. ‘Hij heeft fantastisch werk geleverd en hij is een goede vriend,’ vertelde Trump aan verslaggevers, eraan toevoegend: ‘We staan helemaal achter Polen.’ 

  • Politie Polen arresteert twee ex-ministers in presidentieel paleis

    Politie Polen arresteert twee ex-ministers in presidentieel paleis

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bendeleden bestormen televisiestation Ecuador tijdens live-uitzending

    » Defensieminister VS hield prostaatkanker voor iedereen geheim

    Het gaat om twee ministers van de PiS

    De politie is dinsdag het presidentiële paleis van Polen binnengegaan om de ex-minister van Binnenlandse Zaken en zijn plaatsvervanger te arresteren. Dat meldt Politico. Mariusz Kamiński en Maciej Wąsik hadden zich daar onder bescherming van president Andrzej Duda verstopt, nadat ze waren veroordeeld wegens machtsgebruik. Dit leidde ertoe dat de pas aangetreden premier Donald Tusk de president ervan beschuldigde de rechtsgang te belemmeren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Nadat hij bij de verkiezingen in oktober aan de macht was gekomen, kondigde Tusk aan het beleid van zijn voorgangers, de nationalistische Recht en Rechtvaardigheid (PiS), ongedaan te maken. Zij werden tijdens hun achtjarige bewind beschuldigd van het ondermijnen van de democratie. Ook de opgepakte politici worden daarvan verdacht.

    Honderden demonstranten verzamelden zich na de arrestatie voor het presidentieel paleis, en voor een politiebureau waar de twee werden vastgehouden. Een PiS-woordvoerder noemde de arrestaties ‘een illegale ontvoering en een schending van alle democratische regels’. Experts verwachten de komende tijd meer arrestaties in de PiS-hoek.

    Lees ook:

  • Donald Tusk voltooit terugkeer als premier van Polen

    Donald Tusk voltooit terugkeer als premier van Polen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Frans parlement verwerpt migratiewet van Macron

    » Hooggerechtshof gaat zich buigen over immuniteit Donald Trump

    Een meerderheid in het parlement steunde zijn benoeming

    Het Poolse parlement heeft maandag ingestemd met het premierschap van Donald Tusk, waarmee er officieel een einde is gekomen aan de regering van de nationalistische PiS. Dat schrijft Wyborcza. Eerder op de dag verloor PiS-leider Mateusz Morawiecki met zijn minderheidsregering een vertrouwensstemming in het parlement, waarmee de weg naar een overwinning van Tusk openlag.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    PiS werd de grootste bij de verkiezingen van 15 oktober en kreeg daarom de eerste kans om een regering te vormen, maar slaagde daar niet in omdat de partij geen meerderheid in het parlement had en geen van de andere partijen met PiS wilden samenwerken. Tusk kon dat met een coalitie van drie pro-Europese partijen juist wel doen.

    Voor zijn benoeming kreeg Tusk, die al eerder premier was, 248 stemmen voor en 201 tegen. Hij zal naar verwachting deze week al aantreden, en Polen vertegenwoordigen op een top die later deze week gepland is voor EU-landen.

    Lees ook:

  • Poolse president beëdigt regering zonder steun van parlement

    Poolse president beëdigt regering zonder steun van parlement

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rel tussen Griekenland en Groot-Brittannië om ‘Elgin Marbles’

    » Israël en Hamas verlengen bestand met twee dagen

    Volgens de oppositie probeert de PiS een transitie te vertragen

    De Poolse president heeft maandag een nieuwe regering beëdigd, die het waarschijnlijk niet langer dan tot december zal volhouden. Dat schrijft Politico. Oppositiepartijen, die een meerderheid wonnen bij de verkiezingen van oktober, zeggen dat het is bedoeld om de overgang naar een andere regering te vertragen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De nationalistische partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), die sinds 2015 aan de macht is, kreeg de meeste zetels bij die verkiezingen, maar kan geen coalitie vormen en haalt niet de 231 zetels die nodig zijn voor een meerderheid in het parlement. Een alliantie van pro-Europese partijen, geleid door Donald Tusk, leider van het Burgerplatform, haalt 248 zetels en wil graag een regering vormen.

    Desondanks gaf president Andrzej Duda premier Mateusz Morawiecki de eerste kans om dat te doen. Morawiecki moet het parlement over twee weken laten stemmen over zijn regering, maar zal vrijwel zeker niet het vertrouwen krijgen. Verschillende prominente PiS-politici hebben al gezegd dat ze niet in de nieuwe regering zullen plaatsnemen, mogelijk vanwege de korte levensduur die het nieuwe project van de partij waarschijnlijk zal hebben.

    Lees ook:

  • Polen kan weer lachen en dat is goed voor heel Europa

    Polen kan weer lachen en dat is goed voor heel Europa

    De rechts-populistische partij PiS verloor de Poolse parlementsverkiezingen en dat is volgens columnist Timothy Garton Ash niet alleen voor het land zelf veelbelovend. ‘Maar’, schrijft hij ook, ‘het is nog te vroeg om te juichen. Er liggen nog zware taken in het verschiet.’

    Was je op zondagavond 15 oktober in Polen geweest, dan had je een zeldzaam moment van politieke vreugde meegemaakt. Jonge kiezers stonden tot in de kleine uurtjes in de rij om de xenofobe, nationalistische populisten vaarwel te zeggen die hun land het verleden in hebben gesleurd. Om te bewijzen dat zelfs oneerlijke verkiezingen tegen alle verwachtingen in gewonnen kunnen worden. En om Polen een moderne Europese toekomst te geven. Mensen die om negen uur ’s avonds, toen de stembussen werden gesloten, nog in de rij stonden, mochten blijven wachten om toch te stemmen. Sommige rijen waren erg lang, dus brachten omwonenden warme drankjes om mensen die in de kou stonden te steunen. Een jongeman in Wroclaw, die maandag rond een uur ’s nachts werd geïnterviewd, zei vol te houden omdat dit de belangrijkste verkiezingen sinds 1989 waren.

    Op de dag van de verkiezingen liep ik naar een stembureau in Warschau met dezelfde oude vrienden die ik had vergezeld tijdens die historische stemming op 4 juni 1989. Tevreden kozen ze elk één naam uit de lange lijst van parlementskandidaten. En met evenveel plezier weigerden ze zelfs het stembiljet maar aan te nemen voor een referendum dat tegelijkertijd werd gehouden. Het was een referendum, dat – met belachelijk bevooroordeelde vragen over zaken als een vermeend ‘gedwongen herhuisvestingsmechanisme’ voor illegale immigranten, zogenaamd ‘opgelegd door de Europese bureaucratie’ – in feite pure verkiezingspropaganda was voor de regerende Recht en Rechtvaardigheid Partij (PiS). Mijn vrienden en ik wachtten vol spanning af wat er te gebeuren stond.

    Anna vertelde me dat waar ze in 1989 vooral hoop had gevoeld, dat nu vooral angst was. Haar dochter, in 1989 net zeven, maakte zich zorgen over wat de regerende partij, als ze nog een termijn zouden winnen, nog meer zou verzinnen om jonge geesten te vergiftigen en het onderwijs van haar zevenjarige dochter verder te ruïneren. Maar toen, vanaf de eerste exitpolls om 21.00 uur, veranderde angst in opluchting en daarna in vreugde.

    Genoeg

    Ondanks het feit dat de verkiezingen van 1989 maar half vrij waren, openden ze de deur naar democratie in Polen. En ondanks het feit dat de verkiezingen van 15 oktober in meerdere opzichten oneerlijk waren – niet in de laatste plaats vanwege de grove, leugenachtige propaganda die door alle door de staat gecontroleerde media werd verspreid – zouden ze het afglijden van Polen naar het soort electoraal autoritarisme van Viktor Orbán in Hongarije moeten stoppen.

    De recordopkomst van bijna 74 procent – volgens de laatste telling – was 10 procent hoger dan in 1989. De eerste schattingen wijzen erop dat kiezers onder de 29 jaar in groteren getale zijn komen opdagen dan kiezers boven de 60 jaar. Het lijkt erop dat jonge Polen eindelijk begrepen dat hun toekomst op het spel stond. Wat er verder ook gebeurt, dit was een groots democratisch moment. De mensen hebben gesproken en ze hebben gezegd dat ze een andere regering willen.

    De mensen hebben gesproken en ze hebben gezegd dat ze een andere regering willen

    Tenzij de huidige prognoses [op het moment van schrijven op maandagmiddag 16 oktober] er heel erg naast zitten, zullen de democratische oppositiepartijen een duidelijke parlementaire meerderheid hebben ten opzichte van PiS en haar potentiële partner, de woeste Konfederacja-partij, die een aanzienlijk aantal stemmen van jongeren dreigde te krijgen.

    Waarom heeft de oppositie gewonnen? Er is meer tijd nodig om dat volledig te begrijpen, en er hangt sowieso altijd een mysterieuze mist rond hoe en waarom miljoenen individuele mensen uiteindelijk beslissen om op het ene te stemmen in plaats van op het andere. Niettemin is te zien dat veel kiezers gewoon genoeg hadden van het corrupte, kleingeestige, achterlijke, obscurantistische bewind van de partij onder leiding van de 74-jarige Jaroslaw Kaczynski, die een soort wandelende bloemlezing van rancune is.

    Sommigen waren gealarmeerd door waarschuwingen van de oppositie dat de anti-Brusselse koers van de PiS weleens zou kunnen leiden tot een Polexit. Naast de toegenomen opkomst van jongeren stemden er bij deze verkiezingen voor het eerst meer vrouwen dan mannen. Een deel van hun motivatie lijkt te zijn ingegeven door de aanblik van een reactionaire, patriarchale partij die een van de strengste antiabortuswetten in Europa heeft opgelegd. Meer dan 600.000 Polen in het buitenland registreerden zich om te kunnen stemmen, ook al zal hun invloed op de werkelijke uitslag (onterecht) marginaal zijn.

    De van wrok vervulde Kaczynski heeft misschien nog een paar vuile trucjes achter de hand

    Donald Tusk, de leider van de grootste oppositiepartij, de Burgercoalitie, met als kern Burgerplatform dat hij begin jaren 2000 mede oprichtte, verdient alle lof. Ik moet bekennen dat ik sceptisch was toen de 66-jarige voormalige voorzitter van de Europese Raad besloot terug te keren naar de frontlinie van de Poolse politiek. Het voelde een beetje alsof Tony Blair het leiderschap van de Britse Labourpartij weer op zich zou nemen – en net als in het geval van Blair zijn er veel mensen die Tusk niet kunnen uitstaan. Maar hij vocht zich een weg door een spervuur van giftige scheldpartijen, waarbij hij er belachelijk genoeg zelfs van werd beschuldigd een Duitse kandidaat te zijn. Deze overwinning is in belangrijke mate de zijne.

    Ik reisde rechtstreeks naar Warschau vanuit Istanboel, waar mijn liberaal-democratische vrienden in een diepe depressie verkeren nadat een verenigde oppositie er eerder dit jaar niet in slaagde bij de verkiezingen president Recep Tayyip Erdogan te verslaan. In het voorjaar van 2022 zag ik hoe een verenigde oppositie in Hongarije het onderspit dolf tegen Orban. Ook in Polen drongen mijn vrienden en ik er bij de oppositie op aan om zich te verenigen – wat niet lukte. Toch zou uiteindelijk kunnen blijken dat het feit dat er drie verschillende oppositielijsten waren om uit te kiezen – de Burgercoalitie van Tusk, de Derde Weg (een combinatie van twee partijen die in grote lijnen aanvaardbaar zijn voor liberale rooms-katholieke kiezers) en Nieuw Links – uiteindelijk tot maximalisatie van oppositiestemmen heeft geleid.

    Het is nog vroeg. De van wrok vervulde Kaczynski heeft misschien nog een paar vuile trucjes achter de hand. President Andrzej Duda zal hem vrijwel zeker als eerste de kans geven om een regering te vormen, dus het kan nog maanden duren voordat de macht eindelijk in andere handen komt. En een oppositiecoalitie van zeer diverse partijen aan de macht zou weleens kwetsbaar kunnen zijn (denk aan Duitsland).

    DePiSisatie

    En dan is er nog de enorme uitdaging om de sluipende staatsgreep van PiS terug te draaien. Ik heb net een nieuw Pools woord geleerd: depisyzacja, ofwel dePiSisatie, naar analogie met decommunisatie [het afschaffen van overblijfselen uit het communisme]. Maar de PiS uit de Poolse staat halen zal een zware taak zijn. Het betekent de onafhankelijkheid van de rechtbanken herstellen, staatsmedia omvormen tot echte publieke media, de diepe politieke penetratie van de ambtenarij en staatsbedrijven ongedaan maken, de kiesdistricten herindelen zodat ze demografische veranderingen weerspiegelen, en nog veel meer. En dat allemaal terwijl Duda nog steeds uitgebreide vetorechten heeft. Herstel van EU-financiering zal helpen, maar niemand kent de werkelijke toestand van de Poolse overheidsfinanciën. En naast de deur woedt ook nog een oorlog in Oekraïne.

    PiS blijft de partij die het grootste deel van de stemmen kreeg. In de grote steden ging bijna de helft van de stemmen naar de oppositiepartijen en minder dan een kwart naar PiS, maar op het platteland was het andersom. Burgerplatform moet laten zien dat het heeft geleerd van zijn fouten in de jaren 2000 en de zorgen van het armere, conservatievere, rooms-katholieke, landelijke en kleinstedelijke Polen respecteren. En de oppositie moet de verleiding weerstaan om simpelweg wraak te nemen – een verleiding die prachtig wordt verbeeld in Andrzej Wajda’s verfilming van de klassieke negentiende-eeuwse Poolse komedie Zemsta [Wraak], waarin twee Polen die een kasteel delen elkaar proberen af te maken.

    Maar laten we ons geen zorgen maken over de dag van morgen. Het viel me vanochtend op dat de presentatoren op de onafhankelijke tv-zender TVN, die de oppositie steunt, nauwelijks konden stoppen met glimlachen – en eerlijk gezegd kan ik dat ook niet. De populistische nachtmerrie van Polen is bijna voorbij en heel Europa zal ervan profiteren.

  • De blik op Europa: Polen draait het conservatisme de rug toe

    De blik op Europa: Polen draait het conservatisme de rug toe

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Vandaag kijken we naar Polen, waar afgelopen weekend parlementsverkiezingen werden gehouden. De opkomst was historisch hoog en de regerende partij verloor zijn meerderheid in het parlement. Waarom, en wat betekent dat voor Polen en de rest van Europa?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat betekent de verkiezingsuitslag voor Polen?

    Dit weekend werden parlementsverkiezingen in Polen gehouden. De regeringspartij PiS – vertaald naar Justitie en Gerechtigheid – won deze verkiezingen met ruim 35 procent van de stemmen, maar kwam tekort voor een meerderheid in het parlement met 460 zetels. De enige samenwerkingspartner, het extreemrechtse Confederatie, kreeg ruim 7 procent van de stemmen. Nog steeds niet genoeg voor een meerderheid, schrijft EuroNews.

    De drie grootste oppositiepartijen behaalden die meerderheid wel. De Burgercoalitie, aangevoerd door oud-premier Donald Tusk, kreeg ruim 30 procent, de centrumrechtse Derde Weg kreeg ruim 14 procent en Nieuw Links kreeg bijna 9 procent. Bij elkaar genoeg voor een coalitieregering die in het parlement op 248 zetels kan rekenen.

    ‘Dit is het einde van slechte tijden. Dit is het einde van de PiS-regering,’ jubelde Tusk na de uitslag. ‘Polen heeft gewonnen, de democratie heeft gewonnen!’ riep hij volgens The Financial Times.

    Een nieuwe regering moet nog wel gevormd worden. De Poolse president Andrzej Duda, een bondgenoot van de PiS, moet dat proces leiden. Normaal gesproken mag de winnaar van de verkiezingen proberen een regering te formeren, maar alle andere partijen hebben al gezegd niet te willen samenwerken met de PiS. Vervolgens moet Duda Tusk, als leider van de op een na grootste partij, uitnodigen om te proberen een regering te vormen.

    Jakub Jaraczewski, onderzoeker bij Democracy Reporting International in Berlijn, schrijft in The Guardian dat de oppositie het over veel eens is. ‘De plaats van Polen in de EU, herstel van de rechtsstaat, steun voor Oekraïne en verdediging tegen Rusland. Ze zijn het minder eens over de economie en klimaatmaatregelen, maar er is een grote verwachting dat ze hun meningsverschillen opzij kunnen zetten en zullen proberen het land te herstellen’, schrijft hij.

    ANP 481272119 2
    © Aleksy Witwicki / Xinhua

    ‘Het grootste obstakel voor hervormingen is Duda, wiens tweede en laatste termijn loopt tot 2025. Hij heeft een vetorecht over wetgeving die door het parlement is aangenomen. Het parlement kan zo’n veto verwerpen, maar de huidige oppositie heeft niet genoeg stemmen om dat te doen. Tusk en zijn bondgenoten zullen ofwel met Duda moeten onderhandelen, ofwel belangrijke hervormingen moeten uitstellen tot de volgende presidentsverkiezingen.’

    ‘De eerste taak van de nieuwe regering zal bestaan uit het verwijderen van PiS-loyalisten uit leidinggevende posities in de regering, de media en door de staat gecontroleerde bedrijven. Polen heeft een lange traditie van regeringen die loyalisten belonen met leuke baantjes, maar PiS heeft deze praktijken sinds de communistische tijd tot het uiterste doorgevoerd’, schrijft Politico. Hetzelfde zal moeten gebeuren bij de rechterlijke macht, waar het aantal rechters en aanklagers met banden met de PiS onder de huidige regering flink is gestegen.

    Waarom is de PiS na acht jaar hun meerderheid verloren?

    PiS was acht jaar aan de macht. Hoewel ze hun meerderheid kwijt zijn, zijn ze absoluut niet van het politieke toneel verdwenen, schrijft columniste Estera Flieger in de Poolse krant Rzeczpospolita. ‘Het mandaat van PiS is nog steeds krachtig: na acht jaar daalt de steun voor de regerende partij niet onder de 30 procent – dit is een fenomeen dat niet kan worden genegeerd en een resultaat dat geen enkele andere partij sinds 1989 heeft bereikt.’

    Toch heeft de partij aan populariteit ingeboet, iets wat al vóór de verkiezingen zichtbaar was, schrijft TIME Magazine. ‘Een zogenaamde late exitpoll van Ipsos suggereerde dat kiezers moe waren (…) na acht jaar van haatzaaiende politiek, die leidde tot frequente straatprotesten, bittere verdeeldheid binnen families en het mislopen van miljarden euro’s (dollars) aan financiering, die door de EU werden vastgehouden vanwege schendingen van de rechtsstaat.’

    ‘Hoewel ze hun meerderheid kwijt zijn, zijn ze absoluut niet van het politieke toneel verdwenen’

    The New York Times noemt de verkiezingsuitslag ‘opvallend’ omdat de PiS ‘een groot voordeel had dankzij haar strakke controle over het Poolse openbare omroepsysteem, een landelijk netwerk van televisie- en radiostations dat neutraal zou moeten zijn maar in werkelijkheid vooral diende als propagandabubbel voor de regeringspartij’. Daarnaast gebruikte PiS campagnefondsen voor de verkiezingen door gelijktijdig met de parlementsverkiezingen een referendum te houden over de EU en migratie.

    Veel kiezers boycotten het referendum echter, terwijl bij de verkiezingen juist een historisch hoge opkomst werd gezien. ‘De PiS hoopte dat het referendum zou helpen om een antimigratieboodschap, die jarenlang haar electorale sterkste kant is geweest, nieuw leven in te blazen’, vervolgt de Amerikaanse krant. Een groot corruptieschandaal rond verkochte visa aan migranten sloeg echter een deuk in dat verhaal. ‘Bewijs dat een groot aantal Poolse werkvisa, geldig in de hele Europese Unie, waren verkocht aan Afrikaanse en Aziatische migranten leidde tot het ontslag van een onderminister van Buitenlandse Zaken. Ook werd hij geschrapt van de kandidatenlijst van de PiS’.

    ‘Polen is een waarschuwing voor politici die verwachten dat het recept van polarisatie, zondebokken en cadeautjes aan de bevolking elke keer zal werken’, schrijft Bloomberg. ‘De stijgende steun voor centristen suggereert dat de tactiek van PiS om overal geld aan uit te geven, van uitgebreide kinderbijslag tot ouderen, ook averechts kan werken.’

    ANP 481121241 1
    © Beata Zawrzel / NurPhoto

    Wat betekent de uitslag voor de rest van Europa?

    Het overgrote deel van de Europese Unie zal het nieuws over de verkiezingsuitslag met open armen ontvangen hebben. De PiS was op ramkoers met de EU en hun hervormingen van het rechtssysteem, hun houding tegenover de LHBTIQ-gemeenschap en migranten en hun hervormingen van de media zorgden ervoor dat ruim 35 miljard aan subsidies werd bevroren.

    De Washington Post spreekt dan ook van een ‘politieke aardbeving’ voor Europa, ‘aangezien de verkiezingsuitslag in Polen het einde betekent van de macht van een hard-rechtse regering die de liberale democratie ondermijnde, de vrije pers verstikte en controle uitoefende over de rechtbanken terwijl ze de LHBTQ+ en vrouwenrechten schond.’

    De Poolse journalist Wojciech Orliński schrijft in The Guardian dat Polen terug lijkt te zijn ‘op het prowesterse spoor dat het 34 jaar geleden na de Koude Oorlog koos. De boodschap van de Poolse samenleving is duidelijk: we willen geen politici die vechten met de Europese Unie en pleiten voor nauwere banden met Rusland. We willen naar het westen, niet naar het oosten. Met de hoogste opkomst sinds het herstel van de democratie in 1989 kan die boodschap niet krachtiger zijn.’

    ‘We willen naar het westen, niet naar het oosten’

    Ook Politico ziet de verkiezingsuitslag als een belangrijk moment voor Europa, waarin Polen, met zijn grens aan Oekraïne, historische banden met Duitsland en grote economie, een belangrijke positie inneemt. ‘PiS’s verlies markeert een ommekeer met de EU – die acht jaar lang met Warschau in de clinch lag over radicale veranderingen in het rechtssysteem, zodat rechters onder strengere politieke controle zouden komen te staan’, aldus de website.

    Columnist Jaroslaw Kurski hoopt vooral dat het imago van Polen met deze verkiezingsuitslag verandert, los van alle uitdagingen die het land de komende maanden en jaren tegemoet kan zien. ‘Het is tijd voor een gelukkig Polen! Een vrolijk, vriendelijk, hartelijk en open Polen, waar de autoriteiten zich niet met politiekordons van de burgers scheiden en er niet op uit zijn om haat te zaaien. Een Europees, tolerant Polen waaruit jongeren niet weg willen of hoeven, maar waar ze heen terugkeren en vrienden uitnodigen. Een Polen waar vrouwen niet bang zijn om te bevallen. Dat is onze hoop, dat is onze toekomst’, aldus Kurski in Gazeta Wyborcza.

  • Opluchting in Polen, waar rechts geen meerderheid behaalt

    Opluchting in Polen, waar rechts geen meerderheid behaalt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Buitenlanders in Gaza kunnen rampgebied vanaf maandag verlaten

    » Daniel Noboa wordt jongste president van Ecuador ooit

    De oppositie lijkt de meerderheid in het parlement te krijgen

    Poolse oppositiepartijen lijken zondag bij de parlementsverkiezingen genoeg stemmen te hebben gekregen om een einde te maken aan het project van de regerende nationalistische conservatieve partij PiS. Dat meldt Politico.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De PiS is al acht jaar aan de macht in Polen en wordt beschuldigd van het uithollen van de rechtsstaat in eigen land. Ook de persvrijheid zou achteruit zijn gegaan en de rechten van de LGTBQ-gemeenschap zijn achteruitgegaan. Er was dan ook sprake van een historisch hoge opkomst, al kreeg de PiS wel de meeste stemmen.

    De PiS behaalde 200 zetels en een extreemrechtse partner 12 zetels, 19 zetels te weinig voor een meerderheid in het parlement. De drie oppositiepartijen hebben samen 248 zetels, waardoor ze waarschijnlijk kunnen gaan regeren. Oud-premier Donald Tusk, voormalig voorzitter van de Europese Unie, leidt de grootste oppositiepartij en sprak zijn vreugde uit na de uitslag. ‘Polen heeft gewonnen. De democratie heeft gewonnen. We hebben ze uit de macht gezet,’ zei hij.

    Lees ook:

  • Poolse oppositie brengt miljoen mensen op de been

    Poolse oppositie brengt miljoen mensen op de been

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Verkiezingen in Slowakije gewonnen door partij die steun aan Oekraïne wil stoppen

    » VS: ruzie in Republikeinse Partij na akkoord met Democraten over ‘shutdown’

    Regeringspartij PiS aan kop in peilingen

    De Poolse oppositie organiseerde zondag een enorme rally in Warschau en andere steden, waarbij meer dan een miljoen mensen aanwezig waren, meldt Politico en spreekt van de grootste bijeenkomst in de geschiedenis van Polen. Volgens regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) ging het slechts om 60.000 mensen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De ‘Mars van miljoenen harten’, werd georganiseerd door voormalig premier Donald Tusk, die aan het hoofd staat van het grootste oppositieblok de Burgercoalitie, en was bedoeld om kiezers te mobiliseren in de aanloop naar de verkiezingen. Maar de sfeer was twee weken voor de verkiezingen ‘eerder somber dan triomfantelijk’, schrijft Politico, omdat ‘de regerende partij, Recht en Rechtvaardigheid (PiS), nog steeds een aanzienlijke voorsprong heeft in de peilingen’. Volgens een enquête van de nieuwswebsite is 38 procent van de Polen van plan om op PiS te stemmen, terwijl de Burgercoalitie op 30 procent staat.

    Tijdens zijn toespraak in Warschau benadrukte Tusk dat de Polen willen breken met PiS, dat jarenlang bittere gevechten heeft gevoerd met Brussel over beschuldigingen dat de partij de rechtsstaat en democratie ondermijnt dankzij radicale veranderingen in het rechtssysteem. ‘Europa leeft in de hoop dat Polen weer een 100 procent Europees land wordt, democratisch en vrij,’ zei de voormalig voorzitter van de Europese Raad. Maar voor een nederlaag van PiS over twee weken moet er veel veranderen, merkt Politico op.

    Lees ook:

  • Polen wijzigt wet om te voldoen aan Europese normen over onafhankelijke rechtspraak

    Polen wijzigt wet om te voldoen aan Europese normen over onafhankelijke rechtspraak

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK: leraren sluiten zich aan bij staking

    » Chinese bevolking is in 2022 voor het eerst in 60 jaar gedaald

    EU reageert positief op hervorming rechterlijke macht

    Het Poolse parlement heeft gestemd voor een amendement op de wet over de bevoegdheden van het Poolse Hooggerechtshof, zo berichtte het Poolse weekblad Tysol afgelopen vrijdag. Dit onder de aanhoudende druk van de EU, waarmee Polen al een tijdlang in de clinch ligt vanwege de omstreden justitiële hervormingen die het land heeft doorgevoerd. Sinds de ultraconservatieve partij Recht en Gerechtigheid (PiS) er aan de macht is, is de onafhankelijkheid van rechters namelijk drastisch ingeperkt, tot ongenoegen van de EU, die dit beschouwt als een schending van democratische beginselen.

    Na de stevige en verhitte debatten van de afgelopen dagen werd het amendement met 203 stemmen voor, 52 tegen en 189 stemonthoudingen uiteindelijk aangenomen. 198 van de 203 stemmen voor waren afkomstig van de regeringspartij PiS, terwijl van de partij Solidarna Polska, coalitiepartner in de regering, iedereen tegenstemde. De oppositie bracht helemaal geen stem uit.

    Europa zal het verloop van de wetswijzigingsprocedure nauwlettend in de gaten houden

    Het aangenomen amendement houdt in dat rechtszaken over tucht en rechterlijke onschendbaarheid niet meer door het Hooggerechtshof, maar door de Hoogste Administratieve Rechtbank worden afgehandeld. Ook krijgt deze rechtbank nu zelf de bevoegdheid om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van een rechter te toetsen, terwijl daarvoor eerst een rechtszaak gestart moest worden. 

    Hoewel het aangenomen amendement tot vreugde stemt bij de Europese Commissie, die al lange tijd ernaar uitzag dat Polen stappen zou ondernemen om de rechterlijke onafhankelijkheid te waarborgen, is de kous hiermee nog niet af, zo meldde Tysol even later. Europa zal het verloop van de wetswijzigingsprocedure nauwlettend in de gaten houden en, wanneer de wetswijziging in Polen eenmaal doorgevoerd is, nagaan in hoeverre de gewijzigde wet voldoet aan de Europese normen inzake rechterlijke onafhankelijkheid, aldus de woordvoerder van de Europese Commissie, Christian Wigand.

    Lees ook:

  • Polen en Hongarije willen terug naar oude nationalistische waarden

    Polen en Hongarije willen terug naar oude nationalistische waarden

    Na de val van het communisme hebben Polen en Hongarije hun economie weliswaar hervormd naar westers ideaal, maar de open liberale samenleving keren ze de rug toe. ‘Orbán heeft weinig op met het westerse mensenrechtendiscours.’

    In de zomer van 1992 bracht een 29-jarige Hongaar met politieke ambities voor het eerst een bezoek aan de VS. Zes weken lang toerde hij met een coterie van jonge Europeanen door het land op kosten van het German Marshall Fund, een Amerikaanse denktank voor trans-Atlantische samenwerking. 

    Viktor Orbán was al lange tijd gefascineerd door Amerika, maar toen het gezelschap door het centrum van Los Angeles liep, dat nog aan het bijkomen was van de Rodney King-rellen twee maanden eerder, leek hij niet erg betrokken en onder de indruk. Een Nederlandse journalist die ook aan de reis deelnam herinnert zich dat de Oost-Europeanen in de groep hun daggeld liever aan ‘een walkman en andere elektronica’ besteedden dan aan eten of dure hotels. De vrije markt en geavanceerde technologie spraken Orbán duidelijk meer aan dan de Amerikaanse strijd voor gelijkheid, gerechtigheid en de rechten van mensen van kleur.

    Dat het lot van westerse minderheden Orbán koud liet werd nog duidelijker tijdens een rondleiding door het reservaat van de Umatilla-indianen in Oregon. Orbán en een van zijn reisgenoten, de Poolse journaliste Malgorzata Bochenek, luisterden naar de klachten over economisch onrecht. Hij reageerde met vragen over landverdeling. Waarom ontwikkelden de inheemse stammen geen strategie om hun gemeenschappelijke grond te gelde te maken? Dat hadden kleine Hongaarse pachtboeren zoals zijn ouders tenslotte ook met de collectieve landbouwbedrijven gedaan na het eind van het communisme. Orbán begon een businessplan voor het reservaat te ontvouwen, maar toen de Umatilla met wie hij sprak niet enthousiast genoeg reageerden, verloor hij algauw zijn belangstelling.

    Het bezoek aan de VS sterkte hem in zijn voornemen om premier van Hongarije te worden

    Wat Orbán het meest fascineerde tijdens de rest van de trip was de hogere politiek. De rondreis eindigde in juli in New York City, waar hij de Democratische Nationale Conventie bijwoonde en Bill Clinton genomineerd zag worden op de klanken van Don’t Stop van Fleetwood Mac. Deze opwindende gebeurtenis maakte veel indruk op Orbán. Het bezoek aan de VS sterkte hem in zijn voornemen om premier van Hongarije te worden.

    De aard van de aantrekkingskracht die het Westen op jonge Oost-Europeanen uitoefende was in die tijd aan het veranderen. In 1989, toen Orbán in Oxford studeerde met een beurs van de Soros Foundation, stonden de westerse waarden van de Koude Oorlog – gedereguleerd kapitalisme, sociale stabiliteit en nationale tradities – nog fier overeind. Dat waren de waarden die hij mee terug wilde nemen naar zijn vaderland. Drie jaar later, tijdens zijn rondreis door de VS, was er een kentering merkbaar. Hoewel de vrije markt nog oppermachtig was, waren de Europese en Noord-Amerikaanse cultuur introspectiever geworden. Orbán stond achter de clintonistische benadering van economie en bestuur, maar hij had weinig op met het westerse mensenrechtendiscours, de discussies over gender en ras of de erfenis van kolonialisme en de holocaust.

    Orbáns enthousiasme voor de Amerikaanse economie en zijn onverschilligheid jegens Amerikaanse culturele aangelegenheden waren een voorbode van de richting die Hongarije en Polen de volgende decennia uiteindelijk zouden inslaan. In de jaren negentig gingen de twee landen de rest van Oost-Europa voor in een economische shocktherapie, met verdergaande markthervormingen dan hun westerse adviseurs eisten. Maar in cultureel opzicht kozen Polen en Hongarije een conservatievere koers. Het gevolg is dat beide landen zichzelf als in- en in-Europees zijn blijven zien, ook al zijn ze steeds meer afstand gaan nemen van het liberalisme van de EU.

    Jezelf modelleren naar een extern ideaal wekte onvermijdelijk gevoelens van schaamte en wrok op wanneer het volmaakte origineel onbereikbaar bleek

    Tien jaar nadat ze samen met Orbán het Umatilla-reservaat in Oregon had bezocht, werd Malgorzata Bochenek adviseur van de Poolse president Lech Kaczynski, samen met zijn broer Jaroslaw de oprichter van de conservatief-nationalistische partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) die nu de steun van bijna 45 procent van het Poolse electoraat geniet. Orbáns partij Fidesz bezet een supermeerderheid van twee derde van de zetels in het Hongaarse parlement. Beide partijen voeren een overeenkomstig beleid: het aanstellen van regeringsgezinde rechters en journalisten bij rechtbanken en media; het verdrijven van linkse en liberale ngo’s, academici en universiteiten; het schenden van het EU-handvest van de grondrechten door het beperken of verbieden van abortus en het niet wettelijk erkennen van transgenders; en het negeren van pogingen van Europese instituties om hen voor deze provocaties aansprakelijk te stellen.

    Tegelijkertijd staan vier op de vijf burgers van Polen en Hongarije achter het EU-lidmaatschap van hun land. Het is de anti-liberalen in Boedapest en Warschau te doen om autonomie binnen Europa, niet om onafhankelijkheid daarbuiten.

    Hoe komt het dat de revolutionairen van 1989 in de jaren tien en twintig van deze eeuw zo teruggrijpen op oude nationalistische waarden? Er is een aantal antwoorden op deze vraag, variërend van geleidelijke vervreemding, of een gedwongen terugkeer naar het eigenbelang als gevolg van een externe shock, tot de puberale opstand van leerlingen tegen hun voormalige leraren.

    In hun boek Falend licht uit 2019 pleiten de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev en de Amerikaanse hoogleraar rechten Stephen Holmes voor de opstandhypothese. Zij betogen dat de overgang van het communisme naar de kapitalistische democratie werd gedreven door ‘liberalistische na-aperij’. De Oost-Europeanen namen de gewoonten, normen en instituties van de westerse wereld over om deelgenoot te worden van de welvaart en vrijheid daarvan. Het probleem, volgens Krastev en Holmes, was dat onderwerping aan dit ‘imitatiegebod’ tot ‘inherente spanningen’ leidde en ‘emotioneel belastend’ was. Jezelf modelleren naar een extern ideaal wekte onvermijdelijk gevoelens van schaamte en wrok op wanneer het volmaakte origineel onbereikbaar bleek. Onder invloed van dit vernederende minderwaardigheidscomplex grepen Orbán en Kaczynski de economische en migratiecrises uit de periode 2008-2015 aan om het westerse liberalisme te verwerpen en met een illiberaal alternatief te komen.

    Groot-Hongarije

    Krastev en Holmes zien de emigratie uit centraal Oost-Europa als een bepalende factor voor de aantrekkelijkheid van nationalistische politiek. De decennialange braindrain, zo betogen ze, heeft tot een demografische paniek geleid die volgens hen de angst voor de komst van immigranten uit het Midden-Oosten en Afrika aanwakkert. Vooral in Hongarije is de anti-immigratiepolitiek inderdaad hand in hand gegaan met pogingen de bevolkingsafname als gevolg van lage geboortecijfers en emigratie te remmen. Orbán heeft een ambitieus en populair gezinsbeleid ontwikkeld met maatregelen als nationalisatie van ivf-klinieken en genereuze leningen en belastingvrijstellingen voor jonggehuwden en grote gezinnen. Ook heeft hij burgerrechten verleend aan meer dan een miljoen in Slowakije, Roemenië, Kroatië, Servië en Oekraïne woonachtige etnische Hongaren en daarmee een diasporisch, door Fidesz geleid maatschappelijk middenveld gecreëerd in wat Hongaarse nationalisten als een ‘Groot -Hongarije’ beschouwen.

    Maar andere landen hebben miljoenen burgers zien emigreren zonder tot illiberalisme te vervallen. Letland is tussen 1989 en 2017 27 procent van zijn bevolking kwijtgeraakt, Litouwen 22,5 procent, Kroatië 22 procent en Bulgarije 21 procent. Maar deze staten aan de Oostzee en in de oostelijke Balkan zijn niet in dezelfde mate veranderd als Polen en Hongarije. Hoewel ook daar een oude nationalistische tendens bestaat, is die niet dominant geworden in de nationale politiek. In Bulgarije is een EU-gezinde protestbeweging afgelopen lente als tweede geëindigd bij de parlementsverkiezingen en de vertrekkende premier van het land, Boyko Borisov, heeft benadrukt dat hij wil dat de ‘Euro-Atlantische oriëntatie van het land duidelijk zichtbaar is’. In Roemenië, waar een vijfde van de bevolking sinds 1990 is vertrokken, zijn geen sterke mannen dominant maar fanatieke corruptiebestrijders en protesterende EU-aanhangers. Polen en Hongarije daarentegen, waar het illiberalisme het verst gevorderd is, kennen de laagste netto emigratiepercentages in de regio.

    Migratie doet de hang naar oude nationalistische waarden herleven, maar is geen afdoende verklaring voor de bredere crisis van het liberalisme. Anti-immigratiebeleid wordt in de meeste Europese landen gevoerd. Maar ondanks een algemeen anti-immigratiesentiment is het alleen in het VK, Polen en Hongarije dat nationalistische regeringen uit de Europese Unie zijn gestapt dan wel de waarden daarvan hebben afgezworen, en alleen in Boedapest en Warschau liggen het liberale maatschappelijk middenveld en de rechtsstaat onder vuur. Kaczynski en Orbán nemen niet vanwege hun chauvinisme een bijzondere plaats in onder de Europese nationalisten, maar vanwege hun autoritaire optreden tegen opponenten in eigen land en tegen Europese en internationale instituties.

    In 2002 was Orbán verbitterd en ervan overtuigd dat post-communisten in de Hongaarse samenleving hadden samengespannen om zijn ambtstermijn voortijdig te beëindigen

    De regeringspartijen in Polen en Hongarije voeren een breuk met het verleden door die in hun eigen ogen radicaler is dan de schijntransitie van 1989. Het antiliberale nationalisme in Oost-Europa is meer dan een uitbarsting van onbeheersbare hartstochten. Net als in 1989 wordt gedacht dat er sprake is van een historische opdracht en dat het eind van het communisme alleen maar het begin van de weg naar nationale bevrijding was. Het feit dat deze ideeën werden gevormd tijdens het transitiedecennium duidt er ook op dat de illiberale democratie een gericht project is en niet alleen reactief, met duidelijke eigen ideologische doelstellingen.

    De opstand tegen het liberalisme begon in de late jaren negentig en het begin van deze eeuw, toen steeds meer rechts georiënteerde Polen en Hongaren op een radicalere breuk met het verleden begonnen aan te dringen. Tijdens Orbáns eerste premierschap, van 1998 tot 2002, toen Fidesz samen met de conservatieve Partij van Kleine Landbouwers (FKgP) regeerde, werden holocaustontkenning en racisme jegens de Roma aangemoedigd en steun uitgesproken voor de extreemrechtse regering van Jörg Haider in het naburige Oostenrijk. Maar omdat de Hongaarse economie gestaag groeide en het land in 1999 lid werd van de NAVO, werd het rechtse beleid van het kabinet al snel vergeten in de westerse hoofdsteden.

    In 2002, toen hij de verkiezingen nipt verloor van de socialisten, was Orbán verbitterd en ervan overtuigd dat post-communisten in de Hongaarse samenleving hadden samengespannen om zijn ambtstermijn voortijdig te beëindigen. Toen Hongarije in 2004 lid werd van de EU, vloeiden er enorme sommen Europees geld naar een groep liberale politici rond de centrumlinkse premier Ferenc Gyurcsány, een econoom die in de jaren tachtig leiding gaf aan de communistische jeugdbeweging KISZ. Tijdens de transitie van communisme naar democratie hadden Gyurcsány en zijn oude kameraden een klein fortuin verdiend met pop-up-adviesbureaus die luisterden naar namen als Eurocorp International Finance Inc. Rond 2004 waren ze vaste gasten in Davos. Hoewel zo’n door opportunisme gedreven economische gedaanteverwisseling schering en inslag was in Midden- en Oost-Europa, maakten deze associaties het makkelijker voor Orbán om het Sovjetcommunisme en het Europese liberalisme af te schilderen als opeenvolgende vormen van buitenlandse overheersing.

    Net als in Hongarije zorgde de rol van Poolse post-communisten bij de versoepeling van de politieke transitie naar een liberale democratie uiteindelijk voor een radicalisering van rechts. In 1997 begonnen conservatieve denkers voor het eerst om een ‘vierde Poolse republiek’ te roepen ter vervanging van de derde herhaling van zetten die was gevolgd op het communisme. Vier jaar later stichtten Lech en Jaroslaw Kaczynski PiS, met de belofte de Poolse samenleving radicaal te zuiveren en politiek te vernieuwen. Doel van de Kaczynski’s was om de uitvoerende en wetgevende macht met volle kracht in te zetten voor een definitieve afrekening met de ‘besmetting’ van het staatssocialisme. Vele jaren lang had het Poolse constitutionele hof pogingen gedwarsboomd om staatsinstituties en het maatschappelijk middenveld te zuiveren van iedereen met communistische banden, een proces dat ‘lustratie’ werd genoemd. Deze bescherming werd gesteund door EU-wetten ter bewaking van de persoonlijke waardigheid en levenssfeer.

    Wat op het spel staat is niet de westerse identiteit, maar wie er geschikt is om in een gezuiverde Poolse natiestaat te worden opgenomen

    Maar toen PiS in 2005 voor het eerst aan de macht kwam, werd de lustratie geïntensiveerd. Er kwam een wetsvoorstel dat ervoor zou hebben gezorgd dat 350.000 ambtenaren, journalisten, academici, leraren en directeuren van staatsbedrijven vroegere communistische banden hadden moeten erkennen, hoe oppervlakkig ook, op straffe van baanverlies. Massaal verzet van de progressieve Poolse elite tegen deze zeer ingrijpende zuivering zorgde er mede voor dat de Kaczynski’s in 2007 het veld moesten ruimen voor het liberale pro-Europese Burgerplatform van Donald Tusk.

    Deze eerste mislukte poging om de Poolse samenleving grootscheeps te zuiveren vormt de achtergrond van de hernieuwde aanval die PiS sinds 2015 op het Poolse rechtssysteem onderneemt en die meer internationale aandacht heeft getrokken dan de eerdere. Maar de illiberale agenda van PiS was niet, zoals Krastev en Holmes doen voorkomen, een reactie op het imiteren van het Westen. Het is juist het verlangen van de Poolse antiliberalen naar een grondiger uitbanning van het communistische verleden, zonder acht te slaan op de beschermende EU-wetten, dat hen ertoe heeft gebracht de rechtbanken en de progressieve burgerbeweging van het land onder vuur te nemen. Net als in Hongarije heeft precies datgene wat de transitie van communisme naar een liberale democratie zo vreedzaam heeft doen verlopen, het onderhandelingsproces, een kliek rechtsnationalistische opstandelingen gekweekt die de mythe verspreidt dat er in 1989 geen zuivere machtsoverdracht heeft plaatsgevonden, maar een massale rehabilitatie van de elite. Wat op het spel staat is niet de westerse identiteit – iets waaraan de Polen nooit hebben getwijfeld – maar wie er geschikt is om in een gezuiverde Poolse natiestaat te worden opgenomen.

    Uiteindelijk heeft het Poolse en Hongaarse verzet tegen EU-normen en individuele burgerrechten niet tot een overeenkomstig verlangen naar economische soevereiniteit geleid, zoals bij de Brexiteers. De Brusselse geldkraan is simpelweg te aanlokkelijk. Ook al heeft Orbán liberale instituties ontmanteld, toch heeft hij enorme sommen EU-geld weten aan te trekken om het bedje te spreiden voor een loyale oligarchie van Fidesz-getrouwe tycoons en agrarische ondernemers. Ook conservatieve nationalisten in Polen hebben materiële steun binnen geharkt van een politieke en economische unie waarvan ze de invloed steevast laken.

    Deze ongevoeligheid voor politiek gedrag is het gevolg van de manier waarop de EU geld aan haar leden verstrekt, namelijk in grote tranches die over een groot aantal jaren zijn verspreid volgens een van tevoren opgesteld bestedings- en investeringsplan; actuele politieke wrijvingen tussen nationale regeringen en Brussel zijn niet van invloed op deze langjarige financiële verplichtingen. Tussen 2007 en 2020 hebben Oost-Europese lidstaten 395 miljard euro ontvangen, waarvan de helft naar Hongarije en Polen is gegaan.

    Hoe moeilijk het is geworden om het illiberalisme binnen de EU te beteugelen bleek eind 2020. Terwijl EU-leiders een ongeëvenaard begrotings- en stimuleringspakket van 1,8 biljoen euro voorbereidden als reactie op de pandemie, lieten Boedapest en Warschau de onderhandelingen bijna ontsporen. Omdat ze bezwaar hadden tegen een mechanisme dat financiering automatisch aan wettelijke toetsing onderwierp, dreigden Polen en Hongarije de hele EU-begroting voor de komende zes jaar te vetoën.

    Als lidstaten betoogden Polen en Hongarije dat ze het volste recht hadden op hun aandeel in het financieringsplan; illiberale regeringen bleken de wettelijke en verdragsrechtelijke taal vloeiend te spreken. Uiteindelijk werd op het laatste moment de lont uit het kruitvat gehaald door middel van een ‘interpretatieve verklaring’ waarin werd gegarandeerd dat het wettelijke sanctiemechanisme moest worden goedgekeurd door het Europese Hof van Justitie voordat het kon worden toegepast. Of het daarvan zal komen is maar de vraag.

    Voorlopig zal de financiering aan betrekkelijk weinig regels zijn gebonden. De strijd tussen liberalen en illiberalen in Oost-Europa zal zich op zijn belangrijkste slagveld blijven voltrekken: de politieke, wettelijke en culturele instituties. Zoals de landelijke vrouwenstaking tegen het wettelijke verbod op abortus in oktober 2020 heeft aangetoond, is dit een noodzakelijk en belangrijk gevecht. Maar wat niet ter discussie staat, is het economische model van de regio. De liberalen en illiberalen zijn het erover eens dat na het eind van het communisme het kapitalisme de enige manier is om hun maatschappij verder te ontwikkelen.

    Bescherming en veiligheid

    Waar Krastev en Holmes het Poolse en Hongaarse verzet tegen het westerse liberalisme als een psychologische reactie beschouwen, komt de befaamde Duitse historicus Philipp Ther met een andere verklaring. Volgens hem is het nieuwe nationalisme niet zozeer een reactie op het imiteren van het Westen, als wel op de blootstelling van hele samenlevingen aan de grillen van de wereldmarkt. In zijn boek Das Andere Ende der Geschichte schrijft hij dat nationalistisch rechts een ‘coherent wereldbeeld heeft, dat kan worden gekenschetst als een pakket beloften dat bescherming en veiligheid biedt’.

    Ther stelt dat de snelle transitie van staatssocialisme naar vrijemarktkapitalisme een behoefte aan zelfbescherming heeft aangewakkerd. In 1993 en 1994 bleek tijdens verkiezingen in verschillende landen dat de bevolking in grote onzekerheid verkeerde. Poolse en Hongaarse kiezers kozen centrumlinkse kabinetten met flink wat ex-communisten erin, maar dat bood weinig bescherming. De Poolse privatisering vertraagde maar stopte nooit. In Hongarije drukte de nieuwe regering algauw een strenger bezuinigingspakket door. Een andere koers werd gevolgd in Slowakije, waar premier Vladimír Mečiar niet alleen brak met het neoliberalisme van zijn Tsjechische collega Vaclav Klaus, maar bovendien de verenigde Tsjecho-Slowaakse staat ontbond. Tijdens Mečiars bewind in de jaren negentig was Slowakije in alle opzichten een voorloper van het huidige illiberalisme, waarin populisme, nationalisme en beschermende welvaart werden gecombineerd om een steeds autocratischer bewind te verbloemen. Als gevolg van Mečiars eigenmachtige optreden werd Slowakije in 1999 ongeschikt geacht voor het NAVO-lidmaatschap; het land sloot zich vijf jaar later bij de organisatie aan dan zijn Midden-Europese buurlanden.

    De Oost-Europese transitie naar de vrije markt in de jaren negentig werd bemoeilijkt door de plaatselijke zwakte van de bij het liberalisme favoriete bewerkstelligen van een kapitalistische overgang, de onroerend goed bezittende bourgeoisie. De sociologen Iván Szelényi, Gil Eyal en Eleanor Townsley beschrijven deze uitdaging als ‘het creëren van kapitalisme zonder kapitalisten’. West-Europese geldschieters gaven aanvankelijk voorrang aan marktexpansie boven democratisering: van 1990 tot 1996 ging maar 1 procent van het internationale EU-hulpprogramma voor voormalige socialistische staten naar de financiering van politieke partijen, onafhankelijke media en andere burgerorganisaties. Maar waar de markten opbloeiden, bleef de middenklasse anemisch.

    Dertig jaar later zijn de voordelen van de vrije economie ongelijk verdeeld; de inkomenskloof tussen stad en platteland is in Oost-Europa groter dan waar ook op het continent. Maar het vrijemarktdenken is inmiddels alomtegenwoordig in de regio. In zijn beroemde toespraak van juli 2014, waarin hij de noodzaak van een ‘illiberale democratie’ voor Hongarije uiteenzette, voorspelde Orbán dat ‘samenlevingen die op liberale organisatieprincipes zijn gebaseerd de komende jaren hun concurrentiepositie in de wereld niet zullen kunnen handhaven en waarschijnlijk met een terugval zullen worden geconfronteerd’ en kondigde hij aan dat ‘we zoeken naar een organisatievorm die ons concurrerend zal maken in deze grote wereldrace’.

    Toch zou het verkeerd zijn deze overstap op wereldwijd kapitalisme geheel aan verwestersing toe te schrijven. In hun boek 1989: A Global History of Eastern Europe laten James Mark, Bogdan Iacob, Tobias Rupprecht en Ljubica Spaskovska er geen twijfel over bestaan dat het belang van de Oost-Europese elites bij het kapitalisme voorafging aan hun democratische gezindheid. Hervormingsgezinde bureaucraten tijdens de laatste jaren van het socialisme hadden hun blik vooral op Oost-Azië gericht. De successen van Deng Xiaopings China waren een voorbeeld voor de latere economische hervormingen van Gorbatsjov. In de jaren tachtig waren de marktgeoriënteerde hervormingen in Polen en Hongarije deels naar het voorbeeld van Zuid-Korea gemodelleerd, waar het autoritaire kapitalisme voor grote economische groei had gezorgd.

    Oost-Europa beschouwde niet alleen andere regio’s als zijn einddoel. De Oost-Europese transitie in de jaren negentig groeide uit tot een ‘nieuw wereldwijd scenario’ voor Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Aziatische landen. Van Mexico tot Zuid-Afrika, overal waren de Oost-Europese democratisering en economische liberalisering een lichtend voorbeeld voor zowel de regerende elite als de oppositie. Oost-Europeanen kwamen na verloop van tijd in een positie waarin ze hun eigen ervaring konden gebruiken om anderen te adviseren. In 2003 maakte de architect van de Poolse liberale hervormingen, Leszek Balcerowicz, een rondgang door Washington DC om te vertellen hoe de VS de Iraakse economie moesten oppeppen. Tijdens de Arabische Lente bezocht Lech Walesa Tunesië ‘om hun te vertellen hoe wij het hebben gedaan’, in de woorden van de toenmalige Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radoslaw Sikorski, die zelf naar Benghazi vloog om de Libiërs van advies te dienen die Gaddafi hadden verdreven.

    Gemeenschappelijke Europese erfenis

    Het feit dat Oost-Europeanen uiteindelijk als ambassadeurs van het Westen optraden versterkte het idee dat 1989 een te lang uitgebleven terugkeer was naar een natuurlijk cultureel thuis. Maar die ommekeer was al lang voor het eind van het communisme in gang gezet. In de jaren zeventig en tachtig namen de Tsjecho-Slowaakse, Poolse en Hongaarse en elites en dissidenten steeds meer afstand van het anti-imperialisme en de socialistische solidariteit met de Derde Wereld, en legden ze steeds meer nadruk op hun ‘gemeenschappelijke Europese erfenis’.

    Deze focus op hoge Europese cultuur had duidelijk een zowel anti-Afrikaanse als anti-islamitische bijklank. In 1985 verklaarde de Hongaarse minister van Cultuur dat ‘Europa een culturele erfenis’ bezat, ‘een specifieke intellectuele hoedanigheid, namelijk het Europese karakter’. Tijdens een bezoek aan Boedapest twee jaar later kreeg de Spaanse koning Juan Carlos de vestingwallen te zien die de Habsburgse troepen in 1686 op de Ottomanen hadden veroverd, een communistische lofzang op de strijd van het christelijke Europa tegen de islam. Naar aanleiding van de gewelddadigheden van de moedjahedien verklaarde de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu dat de islamitische wereld ‘miljarden fanatiekelingen telt. Een langdurige oorlog kan het gevolg zijn.’

    Ondertussen vielen Roemeense ballingen Ceaușescu zelf aan als een buitenlandse heerser die hun land een ‘tropisch despotisme’ had opgedrongen. De dissident Ion Vianu schreef in 1987 dat ‘het huidige Roemenië meer op een Afrikaans dan een Europees land lijkt’. Hij hekelde ‘de desorganisatie van het openbare leven, het onvermogen van de regering om het niveau van het oude continent te bereiken; de staat van de wegen, de smerigheid van de straten, de lege winkels, de wijdverbreide corruptie; de willekeur van de politie’. Dit alles, schreef hij, deed hem aan Haïti denken. ‘Roemenen met westerse idealen zijn een soort zwijgende meerderheid in het huidige Roemenië.’

    Voordat er een eind kwam aan het communisme had bij veel Oost-Europeanen al een nieuw gevoel van culturele verwantschap postgevat. Deze toenemende identificatie van hun respectievelijke banden met Europa en het christendom verklaart waarom de anti-immigratieretoriek over een ‘Fort Europa’ dat migranten uit Afrika en het Midden-Oosten buiten moet houden, het afgelopen decennium zo’n vruchtbare bodem heeft gevonden in de regio.

    Gesloten samenlevingen

    Om die reden stond het jaar 1989 uiteindelijk voor een moment waarop Oost-Europa zich afsloot voor oude invloeden en zich openstelde voor nieuwe ideeën. De socialistische planeconomie en de internationale solidariteit met ontwikkelingslanden werden vaarwel gezegd, terwijl identificering met een smallere Europese beschaving gepaard ging met integratie in de geliberaliseerde wereldeconomie. Momenteel is deze combinatie van open en gesloten kenmerken nog altijd zichtbaar in Oost-Europa. Hongarije is het duidelijkste voorbeeld van deze hybride benadering: onder Orbán heeft het land het liberale idee van een open samenleving verworpen, maar onderhoudt het desondanks nauwe banden met de transnationale Europese auto-industrie en, via de EU en NAVO, met de militaire netwerken van het atlanticisme.

    Orbán heeft de vragen over zijn internationale loyaliteit gecompliceerd door nauwe banden met Moskou en Beijing te onderhouden. Rusland voorziet Hongarije van energie, terwijl Chinese staatskapitalisten een regionale hub van het land hebben gemaakt voor de pogingen van Huawei om de 5G-technologie over Europa uit te rollen. Ook is Boedapest het eindstation van de nieuwe Balkanspoorweg die van de Griekse havenstad Piraeus door Belgrado loopt, onderdeel van het Chinese Belt & Road Initiative, een wereldwijd infrastructureel project ter bevordering van de handel. De aanleg van deze vrachtspoorlijn kost 2 procent van het Hongaarse bnp, het grootste investeringsproject in de Hongaarse geschiedenis.

    Halverwege maart 2020, toen het coronavirus zich door Europa verspreidde, sloot Hongarije zijn grenzen voor niet-ingezetenen. Tijdens de Hongaarse lockdown waren de enige buitenlanders in het land driehonderd Zuid-Koreaanse ingenieurs die de versnelde opening moesten afronden van de tweede fabriek in het land die accu’s voor elektrische voertuigen produceert.

    Koreaanse conglomeraten zijn recentelijk in Hongarije en Polen neergestreken als hoofdleveranciers van accu’s voor de Europese auto-industrie. Omdat VW, Audi, BMW, Mercedes-Benz en Renault zaten te springen om accu’s, lichtte ook de Poolse regering de hand met de quarantaineplicht zodat specialisten van het Koreaanse chemiebedrijf LG Chem konden doorgaan met de bouw van een enorme fabriek in de buurt van Wroclaw, een 2,8 miljard euro kostend project dat wordt gesteund door de Europese Investeringsbank. 35 jaar nadat Oost-Europese economen Seoel als een voorbeeld van autoritair kapitalisme bestempelden, lopen de industriële reuzen van Zuid-Korea de regio onder de voet.

    Sinds het begin van de pandemie waarschuwen liberale commentatoren geregeld voor het gevaar dat nationalisme en conflicten tussen grootmachten tot een ineenstorting van de internationale politieke en economische orde zullen leiden. Maar waarschijnlijker dan zo’n dramatische deglobalisering is dat we overal op de wereld nationalistische leiders zullen zien die politiek gesloten samenlevingen bouwen op de grondvesten van een open economie: een globalisering zonder globalisten.

    ANP 359374329 kopie 3 e1628082175797
    Voormalig president Bill Clinton en de Hongaarse premier Viktor Orban beantwoorden vragen tijdens een fotosessie voorafgaand aan hun Oval Office-ontmoeting in het Witte Huis in 1998. © Paul J. Richards / AFP
  • 4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    Warschau vertrouwt op de economische ontwikkeling, maar zonder democratische garanties. Een politiek die weerklank vindt onder de bevolking.

    In de tijd van de liberalen [die van 2007 tot 2015 de regering vormden] zou Polen een tweede Ierland worden. Dat paste in de ideologie in het land, die een combinatie was van economisch liberalisme, de klassieke instituties van de liberale democratie en een uiterst conservatieve katholieke traditie. Anders dan de voorgaande regering ziet de Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS) het echter niet als haar enige doel om de maatschappij te voorzien van ‘warm water uit de kraan’. De partij wil van Polen een macht van betekenis maken en kiest daarom voor het Chinese model: een sterke economie die nationale trots wekt maar waarin burgerlijke vrijheden slechts schijn zijn.

    De partij heeft het er zelfs over om een uniek Poolse versie van de democratie te creëren, die niet per se liberaal is. In de praktijk betekent dit dat ze de scheiding der machten afschaft, de rol van de inlichtingendiensten versterkt en controle wil hebben over het internet, onder andere door, net als in China, bepaalde sites te blokkeren. De partij centraliseert de staat, beknot de bevoegdheden van plaatselijke overheden en eist een overheersende rol op 
in maatschappelijke organisaties.

    Ook heeft de regering zeggenschap over de rechtbanken en komt er, net als in China, een systeem van ‘volkscontrole’, waarin zogenaamd gerechtelijke organen al vóór de zitting een oordeel op schrift geven.

    Brood in plaats van vrijheden

    Het Hooggerechtshof moet binnenkort een kamer accepteren die als volkstribunaal zal functioneren en vraagtekens kan plaatsen bij uitspraken van professionele rechters, die toch definitief zouden moeten zijn. Sinds ze de macht over het Constitutioneel Hof kreeg, heeft de PiS daarvan een instrument gemaakt voor wetgeving die haar goeddunkt. Afgelopen november hebben PiS-afgevaardigden het Hof gebruikt om de wetgeving over abortus [toch al een van de minst liberale in Europa] opnieuw te bezien.

    Het Chinese model biedt brood in plaats van vrijheden en is daarmee een succes geworden, dat economische macht combineert met individuele tevredenheid en nationale trots. Volgens een enquête uit juli 2017 in vier voormalige volksdemocratieën (Hongarije, Polen, de Tsjechische Republiek en Slowakije) hechten de Polen bijna twee keer zoveel belang aan materiële zaken als aan de democratie. Zo’n 22 procent van de ondervraagden beoordeelt een regering in de eerste plaats vanuit het gezichtspunt van ‘levensstandaard, de prijzen van producten en toegankelijkheid van diensten’, terwijl 12 procent ‘de vrijheid, de democratie en de mogelijkheid om zijn eigen mening te uiten’ op de eerste plaats zet. In de staten van ons ‘blok’ [de Visegradlanden] is de steun voor de democratie en de vrijheid gemiddeld 15 procent.

    Aanhangers van regeringspartij PiS doen armbanden om bij een demonstratie. – © HH
    Aanhangers van regeringspartij PiS doen armbanden om bij een demonstratie. – © HH

    Blijkbaar heeft de PiS met haar keuze voor het Chinese model de publieke opinie haarfijn aangevoeld. Natuurlijk, wij zijn (nog) geen economische macht, maar de regering onderstreept voortdurend dat alles prima gaat. Wij worden liever de schandvlek van Europa dan een politieke macht, en zijn daarmee 
het voorbeeld van de eeuwige ‘homo sovieticus’ [de stereotype inwoner van de communistische landen van Oost-Europa die passief is en niet in staat om individueel initiatief te nemen], maar we zijn er 
niet minder trots om.

    Zo voedt de PiS ook de verering van de ‘vergeten 
strijders’ [guerrillabewegingen die in de jaren na 
de Tweede Wereldoorlog tegen het communistische regime vochten], terwijl de staatstelevisie alleen maar macht en succes uitstraalt. Nu al volgt de jongere generatie nieuwe onderwijsprogramma’s ter bevordering van goed ‘burgerlijk en patriottisch gedrag’. De Europese Unie beklaagt zich over ons, maar wat hebben wij aan de Europese Unie? Wij kunnen een andere bondgenoot kiezen, en veel 
tekenen wijzen erop dat die bondgenoot China zal zijn. Wij bezetten een sleutelpositie in het Chinese project van de nieuwe zijderoutes, waarlangs Chinese producten naar de Europese markt zullen stromen. Daarom gaan de Chinezen een nieuw vliegveld voor ons aanleggen dat voldoet aan de eisen van het Europa van de eenentwintigste eeuw en zullen wij hun pakketjes over heel Europa gaan rondbrengen, volgens een contract dat afgelopen najaar tussen de beide nationale postbedrijven is gesloten.

    Polen heeft voor 400 miljoen euro aan staatsobligaties afgegeven in yuans, die we zullen terugbetalen in euro’s

    Bovendien steken we ons bij China in de schulden. Polen heeft voor 400 miljoen euro aan staatsobligaties afgegeven in yuans, die we zullen terugbetalen in euro’s. Tenslotte heeft een staatssecretaris afgelopen september nog verklaard dat wij zouden kunnen afzien van Europese subsidies als de EU ons zou helpen om de helft van de oorlogsherstelbetalingen van Duitsland te krijgen. De Europese fondsen maken deel uit van de EU, dus de suggestie dat wij daarvan kunnen afzien komt neer op zeggen dat de PiS-regering een ‘Polexit’ voor mogelijk houdt.

    Het versterken van de samenwerking met China kan betekenen dat dat land voor ons de EU zal vervangen. Niet een Europese maar een mondiale partner, die 15 procent van de economieën van Zuid-Amerika controleert en de helft van al het land in Siberië. Voor China kan Polen de poort zijn naar de overheersing van Europa. In hun dialoog met Beijing beschrijven de Poolse autoriteiten hun land zelf als ‘de poort tot Europa’.

    De geschiedenis is geneigd zich te 
herhalen en Big Brother kan opnieuw zorgen voor een eenpartijsysteem in Polen. Zoals het er nu uitziet werkt 
de westerse democratie niet.

    Auteur: Ewa Siedlecka
    Vertaler: Annemie de Vries

    Gazeta Wyborcza
    Polen | oplage 396.000

    ‘De Verkiezingsgazet’ is opgericht na de val van de Muur en uitgegroeid tot een grote krant. Doelstelling: nieuws brengen op informatieve en seculiere wijze.

  • 2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    Alleen in de postcommunistische landen van Oost-Europa verslaan de populisten bij verkiezingen geregeld de traditionele partijen, stelt deze Poolse socioloog vast.

    In zeven van de vijftien Oost-Europese landen zijn populistische partijen aan de macht, in twee maken zij deel uit van de regeringscoalitie en in drie vormen ze de belangrijkste oppositie. Haalden in 2000 de populistische partijen nog maar in twee landen 20 procent van de stemmen, nu is dat in tien landen gebeurd. In Polen haalden ze in 2000 slechts 0,1 procent van de stemmen, maar nu hebben ze de meerderheid in het parlement en regeert de Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS). In Hongarije kon Fidesz, de partij van premier Viktor Orbán, op sommige momenten rekenen op een steun van meer dan 70 procent.

    Maar behalve naar de naakte cijfers moeten we ook kijken naar de sociale en politieke factoren die er de oorzaak van zijn dat het populisme in Oost-Europa zoveel sterker is geworden. Om te beginnen bestaat in deze regio niet de traditie van de scheiding der machten, die de westerse democratie lange tijd heeft weten te behouden. Anders dan Jaroslaw Kaczynski, voorzitter van de PiS en de facto leider van Polen, kan zelfs Donald Trump niet de beslissingen van de rechter negeren of de veiligheidsdiensten tegen de oppositie inzetten.

    Nog een belangrijk verschil is dat mensen in Oost-Europa meer naar materialisme neigen dan West-Europeanen, die de zorgen om hun fysieke welzijn veelal achter zich hebben gelaten en zich verbonden hebben met wat [de Amerikaanse politicoloog] Ronald Ingelhart ‘postmaterialistische waarden’ noemt.

    Kwetsbaarder

    Het effect is onder andere dat de Oost-Europese samenlevingen kwetsbaarder zijn voor aanvallen op abstracte liberale instituties zoals vrijheid van meningsuiting en een onafhankelijke rechtspraak.

    Dat hoeft ons niet al te zeer te verbazen. Per slot van rekening is het liberalisme een westers importproduct. Als je de fenomenen Trump en Brexit even buiten beschouwing laat, is de cultuur van het sociale en politieke liberalisme diep geworteld in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In Oost-Europa is het maatschappelijk middenveld niet alleen zwakker, het richt zich ook sterker op terreinen als liefdadigheid, religie en ontspanning dan op politieke vraagstukken. Daar komt bij dat in het buitengewoon diverse politieke landschap van de postcommunistische staten links zeer zwak is, zo niet 
geheel ontbreekt in het politieke leven.

    De demarcatielijn ligt dus niet tussen links en rechts, maar tussen goed en kwaad. Daarmee komt Oost-Europa veel dichter bij de tweedeling ‘vriend 
of vijand’ die is geformuleerd door de Duitse antiliberale politiek filosoof en rechtsgeleerde Carl Schmidt. Elk kamp ziet zichzelf als de enige ware vertegenwoordiger van de natie, en vindt dan ook dat elke oppositie onwettig is en niet alleen in verkiezingen verslagen, maar ook monddood gemaakt moet worden.

    Aanhangers van de regerende, rechtsnationalistische partij Fidesz luisteren naar een speech van premier Orban. – © Getty
    Aanhangers van de regerende, rechtsnationalistische partij Fidesz luisteren naar een speech van premier Orban. – © Getty

    En er is nog een onderscheid tussen de populisten in het Oosten en hun neven in het Westen. De eersten kunnen niet alleen rekenen op de steun van de arbeidersklasse, maar ook op die van de middenklasse. Volgens een onderzoek van de Universiteit van Warschau heeft politieke overtuiging niet te maken met wie wel of niet heeft geprofiteerd van de postcommunistische economische transformatie in het land. Onder het electoraat van de regeringspartij bevinden zich veel mensen die zich tevreden voelen over hun bestaan en bepaald niet achtergesteld zijn.

    Die kiezers voelen zich aangetrokken tot het populistische gedachtengoed omdat dat hun een raamwerk biedt waarin ze hun positieve en negatieve ervaringen een plaats kunnen geven. Hebben ze zo eenmaal een doel gevonden, dan voelen de kiezers zich sterk verbonden met de partij. In plaats van zich vanuit hun persoonlijke ervaring een mening te vormen over de rechtspraak, vluchtelingen of de oppositie, luisteren ze naar hun leider en voegen ze zich in hun mening naar diens politieke keuze.

    De arbeidersklasse wordt vooral gedreven door het verlangen om bij een gemeenschap te horen

    Het succes van de PiS valt dus niet te verklaren vanuit de economische frustratie van de kiezers. De arbeidersklasse wordt vooral gedreven door het verlangen om bij een gemeenschap te horen. Hun tegenhangers uit de middenklasse zoeken hun bevrediging niet in materiële rijkdom, maar in het uitsluiten van degenen die als minderwaardig worden gezien – of het nu gaat om vluchtelingen, de verderfelijke elite of rechters die alleen de belangen van die elite dienen. Orbán en Kaczynski weten maar al te goed munt te slaan uit dat verlangen.

    Je kunt je afvragen of het uiteindelijk niet het populisme zal zijn dat de werkelijke culturele – en vervolgens politieke – grenzen van de Europese Unie zal bepalen. Als de Poolse of Hongaarse politiek dichter bij die van Rusland blijkt te liggen dan bij die van Frankrijk of Oostenrijk, betekent dat dan dat de grenzen van de EU te ver zijn opgerekt? Kan het zijn dat hun plek aan de zijde van Rusland is, en niet aan die van West-Europa? Zijn de grenzen van de EU dan op de lange termijn niet meer te handhaven? Dit zijn netelige vragen, en alleen de Oost-Europeanen kunnen ze beantwoorden.

    Auteur: Slawomir Sierakowski
    Vertaler: Annemie de Vries

    Project Syndicate
    Tsjechië | project-syndicate.org

    Website die commentaren verzamelt. Tot de medewerkers behoren prominenten uit politiek, wetenschap en zakenleven.

  • 5. Polen maakt jacht op communistische symbolen

    5. Polen maakt jacht op communistische symbolen

    Of het nu om Lenin gaat of Karl Marx, de regerende Poolse conservatieve partij is vastbesloten alle herinneringen aan het communistische verleden uit te wissen.

    Dankzij een in de lente van 2016 aangenomen wet hadden de Poolse steden tot 2 september van dit jaar om alle straten, gebouwen en openbare plekken om te dopen die ‘personen, organisaties, evenementen of data eren die gelieerd zijn aan het communisme of een ander totalitair regime’.

    Deze wet past bij de manier waarop de ultraconservatieve partij Recht en Rechtvaardigheid (Pis), die sinds bijna twee jaar in Polen aan de macht is en het vaste voornemen heeft de revolutie van 1989 te vervolmaken, omgaat met het verleden. Volgens de PiS werd er tijdens de onderhandelingen die destijds tot een vreedzame overgang van communistische dictatuur naar democratie leidden, onvoldoende gebroken met het oude systeem en werd de verantwoordelijkheid van mensen die zich aan misdaden hadden schuldig gemaakt verzwegen. Al had Polen in het begin van de jaren negentig iedere verwijzing naar de meest controversiële figuren, zoals Lenin en Stalin, uit de publieke ruimte verwijderd, de journalistieke onderzoekssite OKO-press noemt een aantal andere namen die, hoewel ze gelieerd waren aan het communisme, niet per se in ongenade hoeven te vallen: Karl Marx, de verdedigers van Stalingrad of de Poolse vrijwilligers in de jaren dertig van de vorige eeuw.

    ‘De kabouters van Wroclaw’: een serie bronzen kabouters ter ere van verzetsbeweging Oranje Alternatief, die de kabouter als symbool gebruikte. Sinds 2001 worden de beeldjes verspreid door de stad geplaatst. – © Michael Gottschalk/Photothek/Getty
    ‘De kabouters van Wroclaw’: een serie bronzen kabouters ter ere van verzetsbeweging Oranje Alternatief, die de kabouter als symbool gebruikte. Sinds 2001 worden de beeldjes verspreid door de stad geplaatst. – © Michael Gottschalk/Photothek/Getty

    De oppositiekrant Gazeta Wyborcza onthult welke strategie sommige steden volgen om de wet te omzeilen. In Warschau, waar de liberalen de meeste zetels hebben in de gemeenteraad, ‘zullen zes straten van naamgever veranderen. De nieuwe naamgevers hebben dezelfde achternaam maar een andere voornaam en een andere biografie.’

    De burgemeester van Gdańsk, ook een liberaal, weigert vierkant de wet toe te passen, die hij zowel ‘absurd als strijdig met het principe van plaatselijke autonomie en de wil van de burgers’ noemt. De opstandige gemeenten zullen het moeten opnemen tegen de regioprefecten, die allemaal door PiS zijn benoemd toen de partij eind 2015 aan de macht kwam. De laatsten kunnen met de wet in de hand het omdopen van openbare plekken forceren als het Instituut voor Nationale Herinnering dat nodig acht.

    Met het risico dat je straten met twee namen krijgt? Het nationalistische weekblad Gazeta Polska looft niettemin het Poolse ‘model’ en legt uit ‘hoe Polen Oost-Europa van de communistische smet zou moeten ontdoen’, met name Oekraïne, de Baltische staten en Moldavië.

    Vertaler: Peter Bergsma

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 205.000

    De Franse 360. Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.

  • Ivan Krastev: ‘De “samenzwering” van Smolensk sluit aan bij het zelfbeeld van de Polen’

    Ivan Krastev: ‘De “samenzwering” van Smolensk sluit aan bij het zelfbeeld van de Polen’

    Vijf jaar geleden vonden de president van Polen en 95 anderen de dood bij een vliegtuigcrash in Rusland. Volgens de nieuwe Poolse leiders was het geen ongeluk, dus werd de zaak toegedekt. Die theorie vormt de basis van hun huidige succes en beleid, schrijft Oost-Europaspecialist Ivan Krastev.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen zondag werden in Polen parlementsverkiezingen gehouden. Hoewel de regeringspartij PiS (Recht en Gerechtigheid) het hoogste absolute aantal stemmen heeft gehaald, waren het de oppositiepartijen die met 53 procent van de stemmen samen een meerderheid behaalden.
    In dit artikel van Foreign Policy uit 2016 laat Oost-Europakenner Ivan Krastev zien hoe het komt dat PiS jarenlang zo’n grote aanhang had (en nog heeft) onder de Poolse bevolking. Op een doortastende wijze legt hij uit hoe de theorie dat de vliegramp bij Smolensk in 2010 geen ongeluk was, maar een moordaanslag door Rusland, PiS heeft geholpen om zijn macht te consolideren en jarenlang zo populair te blijven. ‘De “samenzwering” van Smolensk is een quasi-ideologie geworden voor Recht en Gerechtigheid’, zo stelt hij.

    In 2007, hetzelfde jaar dat de eerste regering van Recht en Gerechtigheid, onder leiding van Jaroslaw Kaczynski, de macht verloor, bracht de legendarische Poolse filmregisseur Andrzej Wajda zijn epische film Katyn uit. In een tijdsbestek van twee uur vertelt Katyn het verhaal van duizenden Poolse krijgsgevangenen – voornamelijk militaire officieren en hogere burgers – die in 1940 op bevel van Stalin werden omgebracht in het bos van Katyn. Het is eigenlijk een film over twee misdaden: de executie van Poolse patriotten in een bos in de buurt van Smolensk, en de daaropvolgende verdoezeling van de waarheid.

    De officiële versie van de tragedie, verspreid door de communistische regering van het naoorlogse Polen, was dat de nazi’s verantwoordelijk waren geweest voor de executies. Maar er waren Polen die niet bereid waren met deze leugen te leven. Een van de hoofdpersonen in de film, Agnieszka, wil een marmeren grafsteen voor haar vermoorde broer neerzetten, met daarop alleen het werkelijke jaar van zijn dood – 1940 – als een aanwijzing dat louter de Sovjets, die het gebied destijds controleerden, de moorden hebben kunnen uitvoeren. Ze wordt vervolgd wegens het verspreiden van een samenzweringstheorie, maar ze weet dat ze de waarheid spreekt.

    Toen Kaczynski – die opnieuw aan de macht is gekomen als leider van de wederom regerende partij Recht en Gerechtigheid – in een toespraak op 10 december aankondigde dat hij van plan is een plaquette aan te brengen op het presidentiële paleis in Warschau om zijn tweelingbroer te herdenken, zag hij zichzelf waarschijnlijk als de hoeder van het erfgoed van mensen als Agnieszka, die weigerden de communistische leugen te slikken. Kaczynski’s broer, president Lech Kaczynski, kwam in 2010 om, samen met 95 andere leden van de Poolse elite, toen zijn vliegtuig neerstortte tijdens de landing op de militaire luchthaven van Smolensk in West-Rusland. (Ze waren daarheen gereisd om de herdenking van de zeventigste verjaardag van Katyn bij te wonen). Jaroslaw Kaczynski heeft sinds de crash een buitensporige hoeveelheid tijd en energie gewijd aan zijn pogingen om te bewijzen dat het geen ongeluk was, en dat de destijds regeren-de partij Burgerplatform, om politieke of geopolitieke redenen, de waarheid heeft verdoezeld.

    Geen geloofwaardige bewijzen

    Er zijn zeker parallellen tussen de twee voorgestelde monumenten – dat van Agnieszka en dat van Kaczynski. Maar de analogie is niet duidelijk. De opening van de Sovjetarchieven in de jaren negentig liet geen enkele twijfel bestaan over het feit dat de Sovjets in 1940 inderdaad zo’n 22.000 Polen hadden vermoord (over het exacte aantal slachtoffers is nog steeds een discussie gaande). De gebeurtenissen van 10 april 2010, toen het vliegtuig neerstortte, zijn niet zo makkelijk te reconstrueren. Maar er zijn geen geloofwaardige bewijzen die de bewering van Recht en Gerechtigheid ondersteunen dat wat in Smolensk is gebeurd een moordaanslag door de Russen was, of dat met name de Russische luchtverkeersleiders verantwoordelijk waren voor de ramp. In Wajda’s film wilde Agnieszka een monument voor de waarheid bouwen, maar wat Kaczynski voorstelt is een eerbetoon aan een samenzweringstheorie.

    De strijd van Kaczynski om de waarheid over Smolensk boven tafel te krijgen en het erfgoed van zijn broer te kunnen verheerlijken, hebben de afgelopen vijf jaar de kern gevormd van de politieke strategie van Recht en Gerechtigheid. Kaczynski heeft dikwijls persoonlijk de marsen bijgewoond die de tiende van iedere maand in Warschau plaatsvonden om de slachtoffers van de crash te herdenken, waarbij deze werden gebruikt als instrument om steun voor de partij te helpen mobiliseren. De Polen lijken op hun beurt steeds meer bereid om hierin mee te gaan. Waar vijf jaar geleden de meeste Polen nog Kaczynski’s versie van de gebeurtenissen afwezen en zelfs de manier goedkeurden waarop de Russen met de tragedie omgingen, geeft vandaag de dag een op de drie Moskou de schuld. Bij opiniepeilingen heeft de partij Recht en Gerechtigheid steun onder alle leeftijds- en inkomensgroepen, en onder mensen van uiteenlopende opleidingsniveaus. Het geloof in de cover-up van Smolensk lijkt de sterkste factor te zijn bij de beantwoording van de vraag of iemand zich achter Kaczynski zal scharen.

    Het gevoel dat de overgangsfase nooit zal ophouden heeft de postcommunistische landen bijzonder vruchtbaar gemaakt voor samenzweringstheorieën

    De Polen zijn niet de enigen die massaal geloof hechten aan het bestaan van cover-ups door regeringen, ondanks het gebrek aan bewijsmateriaal. Volgens opiniepeilingen betwijfelt de helft tot driekwart van de mensen in diverse landen in het Midden-Oosten dat Arabische kapers verantwoordelijk waren voor de aanslagen van 9/11, denken vier op de tien Russen dat de Amerikaanse maanlandingen nep waren en denkt de helft van de Amerikanen dat hun regering waarschijnlijk de waarheid over de aanslagen van 9/11 verborgen houdt. Zolang er verdachte sterfgevallen en machtige mensen bestaan, zijn samenzweringstheorieën overal in groten getale aanwezig. Maar het gevoel dat de overgangsfase nooit zal ophouden heeft de postcommunistische landen van Oost-Europa bijzonder vruchtbaar gemaakt voor de verspreiding ervan. Wetenschappers zijn het er in meerderheid over eens dat dit soort theorieën op hun populairst zijn in perioden van grote sociale veranderingen, en dat ze een verlangen naar orde weerspiegelen in een complexe en verwarrende wereld. De tientallen rapporten die ‘bewijzen’ dat Smolensk géén ongeluk was, zijn wat dit aangaat klassiekers: zorgvuldig van voetnoten voorzien, zoals een proefschrift, en opgebouwd rond adembenemende generalisaties (‘als een staatshoofd omkomt bij [een] vliegtuigongeluk, is er onveranderlijk … sabotage in het spel’), en rond kleine details (zoals de tienduizenden kleine brokstukken die op de plek waar het vliegtuig is neergestort zijn gevonden, waarnaar wordt verwezen alsof het bewijsmateriaal voor een explosie is).

    Maar wat er vandaag de dag in Polen gebeurt heeft nog iets anders aan het licht gebracht: hoe, in sommige gevallen althans, een gedeeld geloof in een specifieke samenzweringstheorie een rol kan spelen die voorheen was weggelegd voor religie, etniciteit, of een goed gearticuleerde ideologie. Vandaag de dag kan dit een politieke identiteit markeren.

    Inwoners van Warschau kijken naar foto’s van de voormalige Poolse president Lech Kaczynski en de 95 andere slachtoffers van de vliegtuigcrash bij een herdenking in 2015. – © HH / Czarek Sokolowski
    Inwoners van Warschau kijken naar foto’s van de voormalige Poolse president Lech Kaczynski en de 95 andere slachtoffers van de vliegtuigcrash bij een herdenking in 2015. – © HH / Czarek Sokolowski

    Politici hebben het graag over eenheid, maar wat werkelijk belangrijk is in de politiek zijn juist dingen die verdelen. Polen is etnisch homogeen. De overweldigende meerderheid van de bevolking is katholiek. Noch nationalisme noch religie biedt dus de juiste voorwaarden om er een gevoel van eigenheid aan te ontlenen. Dat helpt verklaren waarom de ‘samenzwering’ van Smolensk een quasi-ideologie is geworden voor Recht en Gerechtigheid.

    De ‘moordhypothese’ heeft een zeker ‘wij’ helpen consolideren: wij die niet geloven in de leugens van de overheid, wij die weten hoe de wereld écht in elkaar steekt. De ‘samenzwering’ van Smolensk was cruciaal voor het weer aan de macht komen van Kaczynski, omdat ze weerklank vond bij het diepe gevoel van wantrouwen dat Poolse mensen hebben jegens iedere officiële versie van de gebeurtenissen, en omdat dit aansluit bij het zelfbeeld van de Polen als slachtoffers van de geschiedenis.

    Aanhangers van Recht en Gerechtigheid waren niet bereid de bewering van de voormalige Poolse premier Donald Tusk te aanvaarden dat Polen nu een gewoon Europees land is, waar normale regels gelden en waar geen poppenspelers op de achtergrond aan de touwtjes trekken. Voor het Kaczynski-publiek was deze bewering van Tusk juist het bedrog.

    Oorlogszuchtige regeerstijl

    Politieke partijen die tuk zijn op samenzweringen zijn echter beter geschikt voor de oppositie dan voor de macht. Als buitenstaanders kunnen zij hun aanhangers een parallel universum bieden om in te wonen. Maar als het op regeren aankomt, is het geen voordeel meer om het geloof in een samenzweringstheorie te delen. Als je gelooft dat Polen wordt bestuurd door geheime machten, hoe zit dat dan als jij Polen zelf bestuurt? In dat geval is de enige manier om de loyaliteit te behouden van aanhangers die niet alles vertrouwen wat de overheid zegt, het hanteren van een oorlogszuchtige regeringsstijl. Daarom zien we dat Kaczynski zijn critici ‘verraders’ noemt en ze vergelijkt met Gestapo-collaborateurs, en de media opzoekt om degenen die tegen hem zijn neer te sabelen als ‘mensen van de ergste soort, die nu zeer actief zijn omdat ze zich bedreigd voelen’.

    Kaczynski’s partij Recht en Gerechtigheid komt voort uit de traditie van Solidariteit, maar niet uit het optimistische en zelfbewuste Solidariteit van 1980, toen tien miljoen mensen zich bij de vakbond aansloten en burgers het gevoel hadden dat ze macht hadden. De partij is eerder het resultaat van de ervaringen van Solidariteit midden jaren tachtig, toen de oppositie ondergronds was gegaan, de meesten van haar leiders in de gevangenis zaten, de meerderheid van de Polen zich had teruggetrokken in het privéleven, en de frustratie en angst voor infiltratie hoog waren opgelopen. De politiek van Recht en Gerechtigheid van radicaal wantrouwen heeft zijn wortels in die paranoïde tijd. Het kan dus geen verrassing zijn dat voor de nieuwe Poolse regering niets helemaal toevallig is. Alle tegenstanders van de regering spelen onder één hoedje, en politici van de Europese Unie zweren samen om de Poolse soevereiniteit te ondermijnen.

    In dit geestelijke klimaat is het gevaarlijk om mensen te vertrouwen die geen deel uitmaken van de inner circle, en is het logisch om te proberen alle macht in handen van de partij te houden, want onafhankelijke instellingen als de gerechtshoven, de media en de centrale bank zijn niet echt onafhankelijk: ze worden óf door ons óf door onze vijanden gecontroleerd. Je hebt het gevoel dat Kaczynski, nu hij weer aan de macht is, zich als de hoofdrolspeler voelt van een van die sciencefictionhorrorfilms waarin de held ontdekt dat de mensen om hem heen een voor een zijn vervangen door gevaarlijke mutanten.

    Scène uit de film Katyn van Andrzej Wajda.
    Scène uit de film Katyn van Andrzej Wajda.

    En dat is het punt waarop een op samenzweringstheorieën geënte regering een probleem kan worden. De nieuwe Poolse regering, verloren in het labyrint van haar eigen fantasieën, dreigt een gevaar te worden voor het beginsel 
van de scheiding der machten: Recht en Gerechtigheid heeft vorig jaar een constitutionele crisis veroorzaakt door de genomineerden van het vorige parlement voor het Constitutionele Hof af te wijzen, en in plaats daarvan haar eigen kandidaten te benoemen. Dit beleid kan ambtelijke diensten vernietigen: sommigen hebben al geopperd dat de regering stappen moet zetten om de ambtenarij te ontdoen van alle critici 
van het regeringsbeleid. Dat zal voor zowel de EU als de NAVO een zeer lastige partner opleveren, die altijd paraat staat om in tijden van crisis te overreageren.

    Besmettelijk

    Het idee dat Polen kernwapens op zijn grondgebied zou moeten vragen, een idee dat een paar uur de ronde deed in Warschau, is een goed voorbeeld van dit noodlottige denken. De nachtelijke inval van de Poolse militaire politie bij een NAVO-kantoor in Warschau om het hoofd van het kantoor te vervangen, belooft weinig goeds voor de toekomstige samenwerking.

    Maar wat ook niet mag worden vergeten is dat samenzweringsdenken besmettelijk kan zijn. Degenen die geloof hechten aan de ene samenzweringstheorie staan meestal ook open voor andere. Wees dus niet verrast als velen van hen die geloven dat Smolensk een complot was van de Russische president Poetin en de toenmalige Poolse premier Tusk, er op een dag van overtuigd zullen zijn dat Duitsland een akkoord heeft gesloten met de Russen om Polen op te delen, of zelfs dat de huidige regering van Recht en Gerechtigheid, tot en met Kaczynski zelf, bij een of andere cover-up betrokken is – wat die ook moge zijn.

    CONTEXT: Poolse media in Duitse handen

    Sinds de parlementsverkiezingen in oktober 2015 beschikt de uiterst rechtse partij Recht en Gerechtigheid (Prawo i Sprawiedliwosc, ofwel PiS) over een meerderheid in het Poolse parlement (236 van de 450 zetels in de Sejm (het Lagerhuis) en 61 van de 100 zetels in de Senaat). Ook de president, Andrzej Duda, behoort tot de aanhang, hoewel de politieke macht ligt bij partijleider Jaroslaw Kaczynski, die in 2001 samen met wijlen zijn broer Lech de partij oprichtte.

    In de eerste maanden na de machtswisseling versterkte de partij haar greep op de veiligheidsdiensten, het Constitutionele Hof en het ambtenarenapparaat. Op de laatste dag van 2015 werd een amendement op de mediawet aangenomen, waarbij de leiding van de publieke omroep, TVP1 en Polskie Radio, aan de kant werd gezet. De minister van Financiën kreeg de bevoegdheid hun opvolgers te benoemen. Het parlement negeerde een brandbrief van de Europese Commissie waarin tegen deze machtsgreep werd gewaarschuwd. Polskie Radio 1 liet een protest horen: vanaf 1 januari draaide de radio op de hele uren afwisselend het Poolse volkslied en Beethovens Ode an die Freude, het ‘volkslied’ van de Europese Unie.

    Volgens PiS was de ingreep bij de publieke omroep nodig om de ether ‘te depolitiseren’, maar volgens een rapport van de Poolse nationale omroepraad zijn de meeste omroepen buiten het publieke bestel, zoals Telewizja Republika en TV Trwam (geleid door de ultraconservatieve priester Tadeusz Rydzyk, tevens sinds 1992 leider van Radio Marija) al uitgesproken op de hand van de nieuwe machthebbers.

    De bedoeling van de ingreep werd het meest onomwonden verkondigd door het parlementslid Ryszard Terlecki, leider van de PiS-fractie in de Sejm: ‘Indien de media zich voorstellen dat zij in de komende weken de aandacht van de bevolking kunnen trekken met hun kritiek op de politieke veranderingen die wij willen doorvoeren, dan hebben ze het mis.’

    Vanuit de PiS komt ook kritiek op media die niet in staatshanden zijn. Volgens partijleider Kaczynski zijn de meeste Poolse media ‘in Duitse handen’. De Europese Commissie zal zich in de tweede helft van januari buigen over de mediavrijheid in Polen.

    (360 | Amsterdam)