Tag: planten

  • Bomen die via een netwerk met elkaar verbonden zijn; bestaat er zoiets als het ‘wood-wide web’?

    Bomen die via een netwerk met elkaar verbonden zijn; bestaat er zoiets als het ‘wood-wide web’?

    De afgelopen tien jaar heeft het idee dat bomen onderling communiceren en voor elkaar zorgen sterk aan populariteit gewonnen. Maar is het waar? Of wíllen we alleen maar dat bomen iets menselijks hebben?

    Er zijn veel mensen op deze wereld. Dat het ervan wemelt klinkt wat onaardig, maar is misschien wel passend als je bedenkt dat de wereldbevolking in drie eeuwen tijd is gegroeid van achthonderd miljoen naar acht miljard. Acht miljard energieverslindende individuen, die apps downloaden, zich in bussen wringen en hun plastic afval in vuilnisbakken proppen – een verbijsterende en soms misselijkmakende gedachte.

    Toch zijn mensen niet de voornaamste bewoners van de aarde. Dat zijn bomen. Er zijn er ruim drie biljoen van, vierhonderd keer zoveel als mensen. Hun gezamenlijke biomassa overtreft die van de mensheid duizenden malen. Niettemin wordt deze talrijkste levensvorm op aarde dikwijls over het hoofd gezien. Toon iemand een foto van een bos met een ree die bevallig achter een esdoorn vandaan piept en vraag wat diegene ziet. Tien tegen één dat het verheugde antwoord  ‘een ree’  luidt, alsof de groene materie die het grootste deel van het beeld inneemt niet meer dan landschappelijk vulsel is. 

    Toegegeven, bomen zijn bepaald geen aandachtstrekkers. Dat was althans tot voor kort het geval. De verrassende bestseller van de Duitse boswachter Peter Wohlleben, Het verborgen leven van bomen, heeft een nieuw bomendiscours op gang gebracht, waarin ze niet langer als inerte objecten worden opgevoerd, maar als intelligente subjecten. Bomen hebben gedachten en verlangens, schrijft Wohlleben, en ze communiceren via schimmels die hun wortels met elkaar verbinden ‘als glasvezelkabels’. 

    Diezelfde gedachte is terug te vinden in Tot in de hemel, de gevierde roman van Richard Powers uit 2018, waarin een boswetenschapper haar vakgebied op zijn kop zet door aan te tonen dat schimmels ‘bomen verbinden tot gigantische, slimme gemeenschappen’.

    Het hoofdpersonage in het boek van Powers is gebaseerd op Suzanne Simard, een jonge Canadese bosecoloog. Samen met vijf vakgenoten publiceerde zij in 1997 een onderzoek in het tijdschrift Nature dat beschrijft hoe bomen voedingsstoffen uitwisselen, klaarblijkelijk met behulp van schimmels. Bomen geven niet alleen suikers aan elkaar door, betoogde Simard, ze kunnen ook noodsignalen uitzenden en voedingsstoffen sturen naar buren in nood. 

    ‘We staan aan de vooravond van een nieuwe kijk op het plantenleven’

    Het idee dat bomen intelligent zijn en samenwerken is allang niet meer uitsluitend een onderwerp van wetenschappelijke discussie. Het wordt ook besproken aan de borreltafel (‘Ik las laatst…’) en te berde gebracht in kinderboeken. En er is meer op komst. ‘We staan aan de vooravond van een nieuwe kijk op het plantenleven,’ schrijft journalist Zoë Schlanger. In haar boeiende nieuwe boek, The Light Eaters [vanaf juni in Nederlandse vertaling te koop als Lichteters], portretteert ze onderzoekers die de waarneming en het gedrag van planten bestuderen en hun onderzoeksobjecten als wezens met een bewustzijn zijn gaan beschouwen. Indachtig aanhangers van kunstmatige intelligentie die stellen dat neurale netwerken ook zonder echte neuronen opvallend hersenachtige functies kunnen vervullen, opperen sommige plantkundigen de mogelijkheid van plantaardige intelligentie.

    Tegenwoordig schijnen we ineens allerlei verschillende bewustzijnsvormen te erkennen. Je kunt het zien als een manier om iets goed te maken: nadat we bomen eeuwenlang gewoon als hout hebben behandeld, krijgen we nu de kans ze als soortgenoten te omarmen.

    GettyImages 594044251
    Ficus macrophylla in Moreton Bay op het eiland Norfolk. – © Getty Images

    Voordat we onszelf allemaal liefdevol om een ruwe boombast wikkelen, is het misschien goed om even pas op de plaats te maken. Terwijl onderzoekers vaak tientallen jaren in anonimiteit moeten zwoegen voordat hun ideeën aandacht krijgen, wint het idee dat planten intelligent zouden zijn ineens razendsnel aan populariteit. Niet zozeer wetenschappelijke toetsing als wel publieke belangstelling is de drijvende kracht achter deze ontwikkeling. De vraag dringt zich op waarom we er zo op gebrand zijn om menselijke eigenschappen aan de bomenwereld toe te schrijven.

    Symbiotische relatie

    Op het eerste gezicht zou de betekenis van Simards onderzoek je wellicht ontgaan. Botanici weten al een tijd dat schimmels (‘mycorrhiza’), een symbiotische relatie met bomen vormen, waarbij ze water en voedingsstoffen ruilen voor fotosynthetische suikers. Simard en haar co-auteurs hebben laten zien dat de suikers niet alleen hun weg vinden naar de schimmels, maar ook naar andere bomen in het bos, kennelijk via die schimmels. Het tijdschrift Nature maakte er het omslagverhaal van, liet een voorwoord schrijven door een vooraanstaand botanicus en voegde er een ijzersterke woordspeling aan toe: dit was het wood-wide web.

    De metafoor was niet van Simard, maar ze sloeg er wel meteen op aan. Het bos, zo schreef ze, is ‘zoals het internet’: een systeem van ‘centra en satellieten, waarbij de oude bomen de grootste communicatieknooppunten zijn en de kleinere de wat minder drukke knooppunten, en waarin berichten over en weer gaan via schimmelverbindingen’.  Bomen zijn geen concurrenten die strijden om voedingsstoffen, maar – in Simards woorden – ‘supersamenwerkers’.

    Simards vakgenoten voelden aanvankelijk niet zo veel voor haar concept van het harmonieuze bos. Haar onderzoeksbudget, vertelde ze, kwam na publicatie op de tocht te staan en haar bevindingen waren een mikpunt van spot. ‘Geen enkel ander dier sluit de gelederen zo snel als Homo sapiens,’ schreef Powers in zijn fictieve verslag van deze verwikkelingen. Volgens Simard lag het probleem niet zozeer bij de gehele menselijke soort, als wel bij het mannelijke deel ervan. 

    Vrouwen verleenden daarentegen de broodnodige steun. Simard roemt vooral de mycorrhiza-expert Melanie Jones, die in Simards promotiecommissie zat en co-auteur was van het Nature-artikel, en diverse vrouwen die haar bijstonden in haar onderzoek. Een andere metafoor drong zich aldus aan Simard op. Hoewel de coniferen die ze bestudeerde zowel mannelijke als vrouwelijke organen hadden, kwam de manier waarop volwassen bomen zaailingen via schimmelnetwerken hielpen haar voor als ‘moederschap’. De ‘energiestromen van de moederbomen’ waren in haar verbeelding ‘net zo krachtig als het getij van de oceaan, zo sterk als zonnestralen, zo onbedwingbaar als de wind in de bergen, zo onstuitbaar als een moeder die haar kind beschermt’.

    Het idee van moederbomen die via een netwerk met elkaar verbonden waren, bleek inderdaad onstuitbaar. En dat idee werd nog populairder in 2016. Dat was het moment waarop Simard haar veel bekeken Ted Talk hield, How Trees Talk to Each Other (bijna acht miljoen keer bekeken), en samen met Wohlleben haar opwachting maakte in de documentaire Intelligent Trees. Van Wohllebens boek zijn meer dan drie miljoen exemplaren verkocht. Powers’ roman Tot in de hemel, met zijn Simard-achtige personage, won de Pulitzerprijs voor fictie in 2019. Dit jaar noemde Time Magazine Simard een van de honderd invloedrijkste mensen ter wereld. De productiebedrijven van Amy Adams en Jake Gyllenhaal hebben de filmrechten op Simards Op zoek naar de moederboom gekocht. Het is de bedoeling dat Adams Simard gaat spelen.

    Mager bewijs

    Het komt zelden voor dat academische ideeën het Amy Adams-stadium bereiken zonder wetenschappelijk controverse te wekken. Sinds 2023 zijn er drie artikelen verschenen in wetenschappelijke tijdschriften, met in totaal 45 auteurs, waarin wordt betoogd dat het bewijs voor het wood-wide web behoorlijk mager is. Er bestaan tal van bezwaren tegen de theorie. Veel onderzoeken naar de overdracht van voedingsstoffen tussen bomen, hebben  slechts minuscule hoeveelheden van die pendelende suikers gevonden – ‘statistisch significant’ maar niet noodzakelijkerwijs ‘biologisch significant’, zegt een groep auteurs – en de meesten sluiten de mogelijkheid niet uit dat de voedingsstoffen via de lucht of de bodem in plaats van via schimmels hun weg hebben afgelegd.

    De meeste onderzoeken hebben geen bewijs gevonden dat zaailingen in schimmelnetwerken het beter doen als ze dicht bij oudere bomen staan (ze doen het dan vaak juist slechter). Opvallend aan de recente kritiek op het werk van Simard is dat die voor een deel afkomstig is van haar voormalige collega’s en bewonderaars. De eerste kritische beoordeling van het bewijsmateriaal kwam van drie wetenschappers – Justine Karst, Melanie Jones en Jason Hoeksema – die alle drie met Simard artikelen hebben geschreven. De hoofdauteur, Karst, schreef hoe het onderzoek van Simard haar inspireerde om mycorrhiza-ecoloog te worden. De tweede, Melanie Jones, wordt in Simards memoires voorgesteld als een heldin die Simard steunde toen weinig anderen dat deden. Jones was co-auteur van het ‘world-wide web’-artikel uit 1997, hoewel ze er niet langer volledig achter staat.

    Simard, die nog bezig is met een uitgebreid antwoord op de kritiek, beschouwt dit alles als geharrewar dat maar afleidt van de dringende taak om de bossen te beschermen. Ze omschrijft de aandacht die de kritiek van Karst, Jones en Hoeksema krijgt als ‘een onrecht voor de hele wereld’. Dat kan zo zijn, maar het is buitengewoon moeilijk om, na de recente beoordelingen van het bewijsmateriaal te hebben gelezen, geen vertrouwen te verliezen in het wood-wide web als vaststaand wetenschappelijk feit.

    ‘Waarom willen we zo graag dat dit waar is?’ vraagt Karst zich af. Misschien heeft de nieuwsstroom over de opwarming van de aarde en de daarmee gepaard gaande catastrofes – bosbranden, orkanen – de behoefte van lezers aangewakkerd om troost te zoeken in rustgevender milieuverhalen. Of misschien willen we, door recente wreedheden op het wereldtoneel, graag geloven dat wezens in de natuur zorgzaam en goedaardig zijn. 

    Meestal is er een directe relatie tussen populaire opvattingen over de natuur en de politiek

    Literatuurwetenschapper Rob Nixon beschouwt het wood-wide web als een economische parabel. Meestal, zo merkt hij op, is er een directe relatie tussen populaire opvattingen over de natuur en de politiek. Het ‘wood-wide web’-verhaal overstijgt volgens Nixon de wetenschap. Het hele concept voelt voor velen gewoon goed aan. Het geeft ons de bomen die in deze tijd passen: antikapitalistisch, feministisch en ontzettend online. 

    Het verborgen leven van bomen, zo heet het boek van Peter Wohlleben. Niet te verwarren met The Secret Life of Trees van Colin Tudge [in het Nederlands ook verschenen als Het verborgen leven van bomen], waarin het mycorrhiza-verhaal andermaal wordt verteld. Dergelijke titels lijken zeer sterk op de titel van het beruchtste plantkundeboek ooit geschreven: Het verborgen leven van de plant, een bestseller uit 1973 van Peter Tompkins en Christopher Bird. Planten zenden, net als dieren, elektrische pulsen door hun lichaam. Tompkins en Bird geloofden dat zulke pulsen de gedachten van planten aan het licht konden brengen.

    ANP 466061210
    Bosecoloog Suzanne Simard ontdekte hoe bomen voedingsstoffen uitwisselen. – © ANP

    Er volgde een reeks wilde experimenten, typerend voor die leuke, dwaze jaren zeventig met hun vrije pseudowetenschap. Het boek markeerde het begin van een opmerkelijk tijdperk waarin mensen tegen hun kamerplanten praatten en klassieke muziek voor ze speelden. Ondertussen bleef Het verborgen leven van de plant decennialang zwaar boven de plantkunde hangen als waarschuwing voor speculatieve excessen. Want serieus onderzoek naar wat planten eventueel ervaren en hoe ze reageren werd erdoor belemmerd. ‘De dubbele poortwachters van wetenschapsfinanciering en wetenschappelijke toetsing – altijd al conservatieve instellingen – hielden de toegang [voor dergelijk onderzoek] gesloten,’ schrijft Zoë Schlanger.

    Dat was jammer, vindt Schlanger, want planten zijn echt tot opmerkelijke dingen in staat. Naast het ‘wood-wide web’-idee is er een golf van nieuwe publicaties over planten verschenen, waaronder De stem van de plant van Monica Gagliano (voorwoord door Suzanne Simard), Planta Sapiens van Paco Calvo en Natalie Lawrence, What a Plant Knows van Daniel Chamovitz en Plantenrevolutie van Stefano Mancuso, die allemaal het buitengewone gedrag van planten beschrijven.

    Volgens Schlanger lopen plantenwetenschappers tegenwoordig op eieren. Ze willen ruchtbaarheid geven aan hun bevindingen, maar zijn begrijpelijkerwijs bang om te overdrijven. Voor velen is het geen probleem om het bij planten over ‘waarneming’ te hebben, maar ‘gedrag’ is twijfelachtig, ‘intelligentie’ verraderlijk en ‘bewustzijn’ drie bruggen te ver. De antropoloog Natasha Myers ontwaart een ‘weifelen tussen betovering en ontgoocheling’ bij botanici. Onder elkaar spreken ze geanimeerd over de verlangens van planten, maar wanneer ze tot publicatie overgaan ‘mijden ze alle verwijzingen naar planten als actoren’.

    En toch bewegen ze. De meeste planten doen dit langzaam en op de verwachte manier – bladeren die naar het licht reiken, wortels naar vocht – maar sommige, zoals klimplanten, met onverwachte behendigheid. Het meest intrigerende onderzoek betreft warkruid, dat niet in staat is tot fotosynthese en dus snel andere planten moet vinden om op te parasiteren. Onderzoekers hebben ontdekt dat ze eigenschappen van potentiële gastheren – soort,afstand, gezondheid zelfs – kunnen detecteren voordat ze contact maken. Ze kunnen chemische sporen in de lucht oppikken en ze groeien zelfs meer in de richting van LED-lampen als die zijn gerangschikt in de vorm van geschikte gastheren, wat erop kan duiden dat het lichtgevoelige vermogen van warkruid een rudimentaire vorm van zicht is.

    Plantaardig gevoelsleven

    Met timelapsevideo’s kunnen we zien hoe klimplanten waarnemen en reageren. Het gedrag van de meeste andere planten is onzichtbaar. Met uitzondering van klimplanten zijn planten beroerde atleten. Het zijn daarentegen wel begaafde scheikundigen, die complexe verbindingen afgeven om hun buren te verleiden, af te weren of te vergiftigen. Vooral bomen blinken hierin uit.

    Interessant is dat bomen zichzelf kunnen ruiken, of in ieder geval hun eigen chemische verbindingen in de lucht weten te detecteren. Een blad dat wordt gegeten kan gassen uitstoten die andere takken – en nabijgelegen bomen – ertoe aanzetten hun eigen bladeren bij wijze van afweer te vullen met gifstoffen. We weten dat acacia’s suikers en eiwitten afscheiden om mieren als voetsoldaten te ronselen in de strijd tegen klimplanten en rupsen. 

    Zij die geloven in een plantaardig gevoelsleven hebben een lievelingsplant, de Boquila trifoliolata, een klimplant die groeit in Chileense en Argentijnse regenwouden. In 2013 ontdekte de ecoloog Ernesto Gianoli dat de Boquila andere plantensoorten overtuigend kon imiteren. Hij verbergt zich voor zijn belagers, zoals slakken en kevers, door de vorm, grootte en kleur van zijn bladeren af te stemmen op die van zijn buren. Gianoli merkt op dat hij planten kan nabootsen die geen deel hebben uitgemaakt van zijn evolutionaire geschiedenis, wat zou kunnen betekenen dat hij op een of andere manier hun vormen in realtime waarneemt.

    Voor stoutmoediger botanici zijn dergelijke bevindingen genoeg reden om de oude vraag of planten kunnen denken nieuw leven in te blazen. Planten hebben geen hersenen – wat altijd is gezien als voorwaarde voor intelligentie – maar dat geldt ook voor computers. Nu chatbots laten zien wat er met neurale netwerken kan worden bereikt, is het misschien tijd om ook planten anders te benaderen.

    De ethische implicaties zijn verstrekkend. Zelfs veganisten raken in de war als ze de morele status van planten serieus in overweging moeten nemen. ‘Als planten ook gevoel hebben, wat valt er dan nog te eten?’ vraagt filosoof Philip Goff zich af. Toch is het argument voor plantenbewustzijn eenvoudig en nadrukkelijk: kijk maar eens wat ze allemaal kunnen.

    Bewustzijn

    Er is echter een tegenargument: de wervelkolom van de rat. Scheid die van zijn hersenen (sta even stil bij de keten van keuzes die je tot deze daad hebben gebracht), en je ontdekt dat die wervelkolom op eigen houtje nog allerlei zaken prima kan regelen. Hij kan de poten intrekken bij elektrische schokken. Hij kan, nog opmerkelijker, leren om op schokken te anticiperen en de poten zo te richten dat ze de schokken vermijden. Hij is in staat tot geavanceerdere vormen van leren dan welke plant ook. Maar heeft de wervelkolom van een rat een bewustzijn?

    Bewustzijn is frustrerend moeilijk te definiëren. Misschien zit het in veel dingen, zelfs in delen van dingen. Of misschien kunnen evolutionaire krachten verfijnd gedrag programmeren – flexibel en gevoelig voor signalen uit de omgeving – maar zonder dat de speciale vonk die intelligent leven heet, eraan te pas komt. Redelijke, goed geïnformeerde mensen zijn het oneens over waar ze de grens moeten trekken, van panpsychisten die atomen als bewust beschouwen (in beperkte mate) tot de conservatieven die vraagtekens zetten bij het bewustzijn van chimpansees.

    Het enige wezen over wiens bewustzijn we het eens zijn, is de mens. Daarnaast beoordelen we kandidaten op basis van de vraag of ze subjectieve ervaringen lijken te hebben, zoals wij. Met andere woorden: de vraag is fundamenteel narcistisch. We meten de waarde van iets af naar de mate waarin het ons aan onszelf herinnert. Dit is het impliciete uitgangspunt van veel planten- en bomenboeken, met hun optocht van moederbomen, socialistische schimmels en uitgekookte klimplanten die sterke staaltjes uithalen om menselijke goedkeuring te oogsten. Is dit de beste manier om over de natuur na te denken? Zoals Justine Karst tegen mij zei: ‘Kunnen we dan geen gevoelens van liefde en zorg koesteren voor dingen die niet op ons lijken?’   

    De hoogste is hoger dan 115 meter: de lengte van een groot voetbalveld, maar dan recht omhoog

    Bomen zijn uiteindelijk niet zoals wij. Eén aspect van hun vreemdheid is hun grootte. Als jonge boompjes passen ze bij onze lengte en vallen ze binnen ons blikveld, maar ze blijven groeien, sommige hoger dan mensen goed  kunnen bevatten. De ecoloog Meg Lowman beschrijft de boomtoppen als een nog onontgonnen ‘achtste continent’. Beschermd in het bladerdak van de allerhoogste bomen, de sequoia’s van Noord-Californië, tiert een heel eigen leefmilieu, bestaande uit grassen, varens, waterdiertjes en zelfs andere bomen, die zonder de aarde ooit te raken de hemelwereld van de sequoia’s bewonen.

    De Californische sequoia’s zijn de hoogste levensvormen ter wereld. De hoogste is hoger dan 115 meter: de lengte van een groot voetbalveld, maar dan recht omhoog. Ze zijn ‘zo groot dat je er stil van wordt’, schrijft Anne Lamott. De in Madrid geboren filosoof George Santayana maakte in 1911 kennis met deze sequoia’s. Hij vond Noord-Californië ‘intellectueel leger dan de Sahara’, maar was onder de indruk van het ‘maagdelijke en wonderbaarlijke’ landschap. Hij ervoer de plek als een gesel voor de Europese filosofie, had het over ‘de ijdelheid en oppervlakkigheid van alle logica, de nodeloosheid  van argumentatie’. In zo’n omgeving, zo bedacht hij, heb je niet langer het gevoel dat je de natuur kunt beheersen: ‘Het is passender jezelf als een uitloper van haar leven te zien; één dappere kleine kracht onder haar immense krachten.’

    GettyImages 1500917734 1
    Baobabs (Adansonia gregorii) in Morondava, Madagascar. – © Getty Images

    Bomen bereiken een schaal die het menselijke ver te boven gaat, niet alleen in meters, maar ook in jaren. Het zijn de enige ons bekende organismen die de mens ver overleven. Meestal gaan wij tientallen jaren mee; bomen kunnen millennia meegaan. Dergelijke bomen zijn niet tijdloos maar tijdvol (‘timeful’), schrijft de historicus Jared Farmer in zijn indringende boek Elderflora: A Modern History of Ancient Trees. Ze voegen ‘chronodiversiteit’ toe aan een biologische wereld die normaal gesproken wordt gemeten in dagen, jaren, decennia.

    Oude bomen brengen, net als wortels die door het trottoir steken, ons tijdsbesef uit balans. Groot-Brittannië kent taxusbomen die stammen uit de oudheid. De oudst bekende boom ter wereld, een Pinus longaeva in Californië, is ongeveer vijfduizend jaar oud, wat betekent dat hij een jong boompje was in de bronstijd. Er is een boom in Chili die mogelijk ouder is. En sommige bomen kunnen fysiek verbonden, genetisch identieke kopieën van zichzelf creëren; deze kloonbare bomen ‘leven’ nog langer, in de zin dat ze als replica voortbestaan. Milieuzorg, meent Farmer, vereist dat je leert ‘denken in de volheid van de boomtijd’.

    De boomtijd lijkt echter op te raken. In 2005 startten wetenschappers een onderzoek naar de grootste Afrikaanse baobabs: enorm dikke bomen die niet slechts één stam hebben, zoals de meeste bomen, maar meerdere, met elkaar vergroeide stammen. De bekendste, Chapman’s Baobab in Botswana, heeft zes stammen, in leeftijd variërend van ongeveer 500 tot 1400 jaar. Of beter gezegd, hij hád zes stammen. Op 7 januari 2016 viel het geheel om. Twee jaar later maakten de onderzoekers bekend dat negen van de dertien oudste baobabs, of in ieder geval hun grootste of oudste stammen, inmiddels waren ingestort. 

    Klimaat

    Andere bomen met een lange levensduur – de ceders van Libanon, de Californische sequoia’s – gaan ook verloren. De vermoedelijke boosdoener ligt voor de hand: klimaatverandering. Bomen die zijn uitgerust om op een bepaalde plek te overleven, doen het slecht als de eigenschappen van die plek, zoals temperatuur, watervoorziening en lengte van seizoenen, drastisch veranderen. Na verloop van tijd kunnen boomsoorten zich aanpassen of nieuwe habitats vinden. Het probleem is alleen dat de evolutie en migratie van bomen pijnlijk langzaam gaan, en de opwarming van de aarde pijnlijk snel.

    Een boom, zo schrijft Farmer, is ‘in de verste verte niet-menselijk’, en dat geldt vooral voor grote, oude bomen. Als bomen conceptuele waarde hebben, is dat niet omdat hun gelijkenis met de mens onze sympathie wekt, maar omdat de manier waarop ze van ons verschillen ons blikveld verruimt. Zij zijn de zichtbaarste markeringen op het evolutionaire pad dat we niet zijn ingeslagen. Bomen staan voor alle fotosynthetiserende, koolstofdioxide-ademende, zich niet voortbewegende soorten waarmee wij onze wereld delen, maar die een fundamenteel andere manier van leven hebben.

    Bomenbeschouwingen moeten bovenal een oefening in nederigheid zijn. De bergen en bossen, zo zei Santayana tegen zijn gehoor in Californië, stellen je in staat ‘jezelf eenvoudig, nederig te nemen zoals je bent, en de wilde, onverschillige, niet-oordelende oneindigheid van de natuur te eren’. Misschien kan de aanwezigheid van wezens die ouder, groter en talrijker zijn dan wij – of ze nu wel of niet op internetgebruikers of onze moeders lijken – ons eraan herinneren dat wij niet alles zijn wat er is, en dat er meer is dan wij. ‘ En laat de bomen bomen zijn. 

  • Hoe gebruikers van een app wetenschappers helpen nieuwe soorten te ontdekken

    Hoe gebruikers van een app wetenschappers helpen nieuwe soorten te ontdekken

    In de miljoenen berichten op iNaturalist melden gebruikers nieuwe soorten, sporen ze invasieve insecten op en doen ongelooflijke ontdekkingen. Wetenschappers maken er gretig gebruik van.

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-hoe-de-app-van-een-natuurliefhebber-een-catalogus-van-de-biodiversiteit-op-aarde-werd?si=4e87dc5498ac4afd91f42bbb68c61d6a&utm_source=clipboard&utm_medium=text&utm_campaign=social_sharing

    Als Tom Doubleday in de bossen van Vermont wandelt, kijkt hij onder stenen, op zoek naar salamanders. Hij luistert naar gezang van vogels en let op de plantensoorten om zich heen.

    Toen de gepensioneerde tuinder met een levenslange interesse in de natuur een jaar geleden een plant tegenkwam die hij niet herkende, van ongeveer dertig centimeter hoog met vijf bladeren aan de stengel, maakte hij een foto die hij uploadde naar de app iNaturalist.

    ‘Ik wist dat het om iets ongewoons ging,’ vertelt hij.

    Zeldzame orchidee

    Dankzij de hulp van andere gebruikers van het platform voor biodiversiteit en bevestiging van botanici van de staat Vermont in mei 2022, werd duidelijk dat Doubleday was gestuit op de Isotria medeoloides of kransvormige pogonia, een zeldzame orchidee waarvan werd gedacht dat die sinds 1902 was uitgestorven in Vermont.

    Voor natuurliefhebbers die in het bos wandelen, bergen beklimmen of rondneuzen in een getijdenpoel is iNaturalist een handige metgezel om planten en wilde dieren te identificeren. Maar gaandeweg is iNaturalist ook uitgegroeid tot een plek waar burgers waardevolle gegevens verschaffen aan onderzoekers over de toestand in de ecologische wereld door simpelweg hun waarnemingen te delen. Dat loopt uiteen van het identificeren van zeldzame planten tot de ontdekking van de aanwezigheid van invasieve insecten. De app versterkt ons begrip van de complexiteit van de biodiversiteit van de planeet.

    Nu de biodiversiteit op aarde sterk afneemt – in een rapport van de Verenigde Naties uit 2019 wordt geschat dat tot een miljoen soorten met uitsterven worden bedreigd – zijn waarnemingen zoals deze, in kaart gebracht en geregistreerd door mensen van over de hele wereld, van cruciaal belang geworden om wetenschappers te helpen begrijpen wat er ter plaatse met ecosystemen gebeurt.

    Het platform twee heeft hoofddoelen: mensen in contact brengen met de natuur en wetenschappelijk bruikbare gegevens genereren

    ‘Alleen al het feit dat er mensen op pad zijn die dit soort gegevens leveren is belangrijk, omdat het de aandacht vestigt op de staat waarin organismen nu verkeren, en hoe dat in de loop der jaren kan veranderen,’ zegt Tony Iwane, coördinator van iNaturalist.

    Op iNaturalist kan iedereen foto’s van een organisme uploaden met gegevens over waar en wanneer ze het hebben gezien. Gebruikers kunnen hun eigen identificatie doen – als ze willen kan dat met behulp van suggesties die de app aandraagt – en die vervolgens posten zodat andere gebruikers deze kunnen bevestigen, tegenspreken of ander commentaar kunnen geven.

    iNaturalist ontstond in 2008 als een project van masterstudenten van de UC Berkeley School of Information en is inmiddels een gezamenlijk initiatief van de California Academy of Sciences en de National Geographic Society. Volgens Iwane heeft het platform twee hoofddoelen: mensen in contact brengen met de natuur en wetenschappelijk bruikbare gegevens genereren. ‘Wij denken dat die twee goed samengaan,’ zegt hij.

    In juli 2022 waren er meer dan 121 miljoen waarnemingen op de site gepost. Meer dan 66 miljoen daarvan werden geclassificeerd met de kwalificatie ‘research niveau’ (onderzoeksniveau), wat betekent dat er basisinformatie is over datum en locatie; dat er een foto of geluidsfragment is gemaakt; dat bevestigd kan worden dat het organisme niet gevangen of gekweekt is; en dat de gemeenschap het eens is over de soortidentificatie.

    iNaturalist steunt op de deelname van mensen die daadwerkelijk willen leren en onderwijzen, legt Iwane uit. ‘Zelf heb ik het ook vaak mis,’ zegt hij. ‘We proberen echt een cultuur te creëren waarin het oké is om fout te zitten, en het oké is om een ander te corrigeren.’

    Amateurwetenschappers

    Voor Doubleday was het een beleving om de zeldzame orchidee te vinden. Hij houdt van iNaturalist en andere apps voor amateurwetenschappers, omdat ze hem ook dingen leren over de gewonere soorten in het natuurgebied dat hij graag verkent. Nu hij tijdelijk niet naar het bos kan  vanwege een gebroken rib – opgelopen tijdens het zoeken naar een ratelslangvaren – bestudeert hij de varens tijdelijk vanuit huis met behulp van iNaturalist. ‘Het is een hulpmiddel dat je helpt om beter te zien,’ zegt Doubleday. ‘Ik heb het gevoel dat ik mijn vocabulaire van het bos vergroot door die app te gebruiken.’

    Mensen als Doubleday gebruiken iNaturalist om hun eigen waarnemingen te begrijpen, maar ze bouwen tegelijkertijd een schat aan gegevens op.

    Gebruikers van iNaturalist hebben op Australische riffen meer vissoorten waargenomen dan met gestructureerd onderzoek mogelijk was; daaronder waren zeldzame soorten die bij dergelijke surveys vaak over het hoofd worden gezien. In een ander geval hebben onderzoekers 406 vlindersoorten ontdekt nadat de eerst bekende foto van het levende dier op iNaturalist was gepost. Een lopend project dat gebruikmaakt van iNaturalist is de documentatie van kleurvariatie bij eekhoorns.

    In juni 2020, toen iemand een foto postte van een kronkelende beschadiging van een iepenblad in de buurt van Montreal, zag een andere iNaturalist-gebruiker dit als mogelijk bewijs van de aanwezigheid van een Aproceros leucopoda ofwel de iepenzigzagbladwesp, een invasieve soort die nog niet eerder was aangetroffen in Noord-Amerika. Nadat dit vermoeden door de Canadese autoriteiten was bevestigd, werd het publiek gevraagd om op de aanwezigheid van het insect te letten. Een van de velen die dat deden was entomoloog Morgan Jackson, onderzoeker aan de McGill University. Hij ging erop uit en vond het patroon van het insect op een iep in de buurt van zijn huis.

    Een natuurliefhebber die gewoon aan het wandelen is, kan zomaar op een wetenschappelijke openbaring stuiten

    Jackson maakt veel gebruik van iNaturalist, zowel uit persoonlijke nieuwsgierigheid als voor zijn onderzoek naar vliegen. Het platform is uitgegroeid tot een van de grootste entomologische dataopslagplaatsen in Canada en is van onschatbare waarde om nieuwe registraties te vinden, te zien hoe vliegen zich gedragen en om informatie te verkrijgen over gebieden die Jackson slechts af en toe kan bezoeken.

    Jackson ziet het platform ook als een manier om mensen enthousiast te maken over aspecten van biodiversiteit waar ze misschien nog nooit eerder aan hebben gedacht. Onderzoekers schatten dat van het totale aantal soorten terrestrische geleedpotigen, een categorie die spinnen en insecten omvat, in Canada tot nu toe slechts 62 procent is gedocumenteerd.

    Dus als we beginnen te letten op insecten, zegt Jackson, kan een natuurliefhebber die gewoon aan het wandelen is, zomaar op een wetenschappelijke openbaring stuiten.

    ‘Laat ze kennismaken met de vreemde verschijnselen die ze in hun achtertuin kunnen vinden, die ze hun hele leven over het hoofd hebben gezien of waar ze langs liepen en wijs ze dan op het feit dat de dingen die ze zien nieuw zijn,’ zegt hij. ‘Zo leveren ze ons nieuwe kennis op, waar we allemaal van kunnen leren.’

    Beperkingen

    Ecoloog Grace Di Cecco, die een studie maakte van de bijdragen aan iNaturalist, zegt dat de gegevens heel nuttig zijn voor onderzoekers, maar dat ze ook beperkingen hebben.

    Ten eerste zijn er duidelijke vookeuren in wat gefotografeerd wordt, merkt ze op. Organismen die snel bewegen of heel klein zijn, zijn ondervertegenwoordigd. Mensen plaatsen vaker foto’s van dichtbevolkte, door mensen beïnvloede landschappen. Er wordt ook meer gepost in het weekend en in perioden van het jaar waarin het weer aangenaam is. Sommige vragen, zoals die over de overvloedigheid van een bepaalde soort, kunnen niet worden beantwoord met de opportunistische gegevens die op het platform worden verzameld.

    ‘Ik denk niet dat het onoverkomelijke problemen zijn,’ zegt ze. ‘Maar ze zullen wel invloed hebben op welke vragen je kunt stellen.’

    ‘Dit is echt een belangrijke eerste stap om mensen ervan te overtuigen dat deze soorten waardevol zijn’

    iNaturalist kan niet alle wetenschappelijke studies vervangen, zegt ze. Maar het platform biedt wetenschappers wel veel rijk materiaal, dat ze als onderzoeker in hun eentje niet zouden hebben kunnen verzamelen.

    Een van de grootste troeven van iNaturalist is volgens Di Cecco hoe de app gebruikers kan helpen de natuur om hen heen beter te begrijpen. ‘Dit is echt een belangrijke eerste stap om mensen ervan te overtuigen dat deze soorten waardevol zijn en dat we ze moeten proberen te beschermen.’

    Doubleday is het daarmee eens. Nu de biodiversiteit wereldwijd afneemt, ziet hij in dat deelname aan het platform als burgerwetenschapper een belangrijke manier is om te helpen. ‘Het geeft ons allemaal een soort gevoel van kracht. Weet je, we kunnen allemaal een rol hebben, in plaats van alleen maar te moeten aanhoren wat er verloren gaat,’ zegt Doubleday. ‘Er valt nog veel te winnen en er valt nog veel te ontdekken.’

    Lees ook:

  • Jaar van de Os begint eenzaam in China | Pornokoning overleden

    Jaar van de Os begint eenzaam in China | Pornokoning overleden

    De ‘held van China’ wordt herdacht

    De afgelopen dagen herdachten duizenden volgers op Chinese sociale media dokter Li Wenliang, de oogarts uit Wuhan die een jaar geleden, op 7 februari 2020, aan de gevolgen van covid-19 overleed. Toen hij zijn collega’s waarschuwde voor een nieuw, dodelijk coronavirus dat eind 2019 de eerste slachtoffers eiste, werd hem door de lokale veiligheidsdienst de wacht aangezegd vanwege ‘het verspreiden van onwaarheden die de openbare orde ondermijnen’. In reactie op de storm van verontwaardiging over zijn dood en het doofpotbeleid van de overheid bonden de autoriteiten echter in.  

    In de reacties overheersen nu dankbaarheid voor zijn moed de waarheid te zeggen

    In China worden uitingen op sociale media streng gecensureerd, zeker waar het kritiek betreft op de aanpak van de coronapandemie, maar Dr. Li’s persoonlijke pagina op Weibo, het Chinese equivalent voor Twitter, is tot op de dag van vandaag opvallend ongemoeid gebleven, zo schrijft de BBC. Zijn volgers sturen hem ook nu nog persoonlijke berichtjes over hun eigen wel en wee.

    Een jaar na zijn dood lijken de woede en de verontwaardiging geluwd. In de reacties overheersen nu dankbaarheid voor zijn moed de waarheid te zeggen en trots op het feit dat China de pandemie uiteindelijk zo goed onder controle heeft gekregen, zo valt te beluisteren in een podcast van What’s on Weibo. Li wordt nu minder gezien als de held van het verzet en vooral als de held van heel China.


    Het jaar van de os begint eenzaam in China

    De recente toename van verschillende uitbraken van covid-19 in het noorden van China heeft ertoe geleid dat de autoriteiten zeer strikte gezondheidsvoorwaarden voor reizen hebben vastgesteld. Dat betekent dat velen dit jaar niet naar hun familie kunnen reizen voor de viering van oudejaarsavond, op 11 februari. 

    Media reageren door troostende filmpjes en berichten te plaatsen, de achterblijvers worden beloond met troostprijzen. Sommige steden openen gratis toeristische attracties of betalen speciale bonussen aan migrerende werknemers, meldt de site JiemianIn Fenyang, in de provincie Anhui, laat een glasfabriek ‘300 arbeiders in het pand verblijven, deelt ze voedsel uit en betaalt ze bonussen van 2.000 yuan (ongeveer 250 euro)’. Fabrieken die voornamelijk werknemers die gemigreerd zijn uit andere regio’s in dienst hebben, sluiten in deze periode gewoonlijk voor ongeveer een maand hun deuren. In Luoyang (in het noorden) komen arbeiders ‘uit andere provincies dan Henan gratis naar de toeristische attracties’. In Beijing zijn alle parken, de dierentuin en de nationale musea gratis open.

    Door vechten

    De maatregelen geven ook aanleiding tot de vrees voor negatieve gevolgen voor de economie. Dit jaar ‘schat het ministerie van Transport dat mensen zich 40 procent minder zullen verplaatsen dan tijdens dezelfde periode in 2019’, zegt het tijdschrift Caixin Zhoukan‘Traditioneel was de nieuwjaarsperiode een tijd van lage productie en hoge consumptie.’ De verkoop van producten die tijdens de feestdagen cadeau worden gegeven – alcohol, sigaretten, luxe voedingsmiddelen, schoonheids- en gezondheidsproducten – maar ook de bestedingen aan vrijetijdsactiviteiten en binnenlands toerisme zullen naar verwachting minder zijn dan normaal.

    Onder deze omstandigheden toonde president Xi Jinping, die op 10 februari zijn geloften aflegde in Beijing, uitgezonden op televisie, enige terughoudendheid ten aanzien van het succes van zijn land met de pandemie. In een gesprek met ‘mensen van alle nationaliteiten in China, landgenoten in Hongkong en Taiwan en Chinezen over de hele wereld’, prees hij de inspanningen die zijn geleverd in de strijd tegen de pandemie, aldus Zhongxinwen, een site uit Hongkong, en de successen die geboekt zijn in de strijd tegen armoede. Toch vond hij dat we niet ‘tevreden moeten zijn, maar door moeten vechten’.


    ‘Barrière tussen plant en mens overwonnen’

    Door middel van nanotechnologie hebben ingenieurs van MIT in de VS spinazie omgevormd tot sensoren die explosieve materialen kunnen detecteren. De planten kunnen deze informatie vervolgens draadloos terugsturen naar de wetenschappers.

    Wanneer de spinaziewortels de aanwezigheid van nitroaromaten in grondwater detecteren, een verbinding die vaak wordt aangetroffen in explosieven zoals landmijnen, zenden de koolstofnanobuisjes in de bladeren van de plant een signaal uit. Dit signaal wordt vervolgens gelezen door een infraroodcamera en stuurt een e-mailwaarschuwing naar de wetenschappers.

    ‘Planten zijn zeer goede analytische chemici’

    Het experiment maakt deel uit van een breder onderzoek waarbij elektronische componenten en systemen in fabrieken worden geconstrueerd. Die technologie staat bekend als ‘plant nanobionics’, en dient in feite om planten voor verschillende doelen in te zetten.

    ‘Planten zijn zeer goede analytische chemici’, legt professor Michael Strano uit, die het onderzoek leidde, geciteerd door Euronews. ‘Ze hebben een uitgebreid wortelnetwerk in de bodem, bemonsteren constant grondwater en hebben een manier om het transport van dat water naar de bladeren zelf te voeden. (…) Dit is een nieuwe demonstratie van hoe we de barrière tussen plant en mens hebben overwonnen.’

    Spinazie is speciaal gekozen vanwege de hoge concentratie aan ijzer en stikstof, twee belangrijke elementen in verbindingen die als katalysator kunnen werken.

    Hoewel het doel van dit experiment was om explosieven op te sporen, denken wetenschappers dat de techniek ook kan worden ingezet om onderzoekers te waarschuwen voor vervuiling en andere omgevingsfactoren.


    Pornokoning overleden

    Koning van de porno en vrijheid van meningsuiting Larry Flynt is op 78-jarige leeftijd in zijn huis in Los Angeles overleden. Deze ‘vasthoudende, controversiële en vrijdenkende ondernemer’, zoals de Hollywood Reporter hem beschrijft, maakte in de jaren zeventig naam door stripclubs te openen in Ohio voordat hij in 1974 Hustler lanceerde, dat bekendstaat om de naaktfoto’s en rauwe humor. 

    De publicatie het jaar daarop van foto’s van Jackie Kennedy gemaakt door een paparazzo maakte hem rijk. Op zijn hoogtepunt verkocht het tijdschrift drie miljoen exemplaren. 

    Het heeft Flynt talloze juridische procedures opgeleverd. Toen hij in 1978 moest voorkomen, werd hij beschoten door een witte supremacist. Flynt raakte verlamd aan zijn onderste ledematen en werd afhankelijk van pijnstillers. In 1988 oordeelde het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten in zijn voordeel in een zaak tussen hem en een predikant, na de publicatie van een cartoon van de gelovige man met zijn moeder. 

    Milos Forman maakte in 1996 een veelgeprezen biografische film met Woody Harrelson als de pornobaas. 


    Bekijk op YourStory de dertien Indiase vrouwen onder de dertig die in de Forbes India–lijst belandden.

  • Planten ‘praten’ niet meer met elkaar door vervuiling

    Planten ‘praten’ niet meer met elkaar door vervuiling

    Planten communiceren door het afscheiden van geurstoffen. Zo kunnen ze elkaar waarschuwen voor insecten. Of deze juist aantrekken als ze last hebben van bladluis. Maar door de luchtvervuiling wordt deze ‘geurentaal’ verstoord.

    In de klassieke postapocalyptische roman The Day of the Triffids terroriseren reusachtige vleesetende planten de mensheid. Triffids kunnen lopen en hebben giftige angels, maar zijn vooral gevaarlijk omdat ze met elkaar communiceren en tegen ons samenspannen. Hoe vergezocht ook, sinds de publicatie van John Wyndhams boek in 1951 zijn sommige 
aspecten van dit verhaal bewaarheid geworden. Planten blijken echt met elkaar te kunnen praten. Als je tijdens een boswandeling diep inademt, kun 
je hun ‘woorden’ ruiken: complexe vluchtige verbindingen als bèta-
pineen, een frisse dennengeur. Planten produceren duizenden van zulke stoffen en kunnen door ze te combineren echte ‘zinnen’ vormen.

    Deze geurentaal wordt echter bedreigd. Luchtvervuiling verstoort bloemen- en plantengeuren, waardoor hun boodschappen niet langer te ontcijferen zijn. Dat maakt het niet alleen voor planten moeilijk om te overleven, het is al even slecht nieuws voor bestuivende insecten – en daarmee ook voor ons. Het beïnvloedt immers gewasopbrengsten en de geur van bloemen. Gelukkig bestaat er een manier waarop we onze groene vrienden kunnen helpen terug te vechten.

    Uniek chemisch bouquet

    Het is al langer bekend dat zowel bestuivende als schadelijke insecten planten uit elkaar kunnen houden 
op basis van hun unieke chemische bouquet. Het idee dat planten deze stoffen gebruiken om onderling te communiceren, is echter nieuw. 
‘Planten verspreiden vluchtige chemische verbindingen in de lucht die veel weghebben van taaluitingen. De plant die het stofje uitstoot is de “spreker” en de plant die het oppikt en erop reageert de “luisteraar”,’ vertelt chemisch ecoloog James Blande van de Universiteit van Oost-Finland.

    Veel planten waarschuwen elkaar als er schadelijke insecten in de buurt zijn. Wanneer een tomatenplant bijvoorbeeld door aardrupsen wordt belaagd, laat hij een cocktail van vluchtige 
stoffen ontsnappen die door planten in de buurt wordt opgepikt. Zodra deze tomatenplanten de waarschuwing ‘horen’, reageren ze door glycoside te produceren, dat er weer voor zorgt dat er een gifstof vrijkomt die de hongerige rupsen afschrikt. Weer andere planten-soorten roepen met hun geuren 
nuttige insecten te hulp. Wanneer sojaplanten bijvoorbeeld last hebben van bladluizen, laten ze een chemische pendant van een “inbraakalarm” klinken, dat lieveheersbeestjes aantrekt.

    Maar luchtvervuiling blijkt deze communicatie te kunnen verstoren. Blande en zijn collega’s lieten hommels los in een ruimte vol papieren bloemen die precies op die van de zwarte mosterdplant leken. Toen de onderzoekers 
in deze ruimte vervolgens de geur 
verspreidden van echte zwarte 
mosterdbloemen die ofwel in een schone of in een vervuilde omgeving hadden gegroeid, liet de reactie van 
de hommels niets te raden over: ze gingen recht op de niet-vervuilde geur af, terwijl de geur van bloemen uit 
vervuilde lucht hen koud liet.

    Planten in de stad
Links: trappen naar een tramstation in Manchester. – 
© Getty Images 
Rechts: verticale tuin in Madrid. 
– © Getty Images/Vetta
    Planten in de stad
Links: trappen naar een tramstation in Manchester. – 
© Getty Images 
Rechts: verticale tuin in Madrid. 
– © Getty Images/Vetta

    Hoe kan dat? De laatste jaren is duidelijk geworden dat vooral ozon en 
stikstofoxiden plantencommunicatie in de war sturen. Auto’s en elektriciteitscentrales stoten deze stoffen uit; diesel is het ergst. Zowel ozon als stikstofoxide reageren met de vluchtige verbindingen die de planten verspreiden. Daardoor verandert de geur van hun bouquet, want sommige stoffen 
in het mengsel raken eerder verstoord dan andere. Als het monoterpeen limoneen, een bekend ‘woord’ voor sinaasappel, in aanraking komt met ozon, vormt het bijvoorbeeld wel 1200 verschillende andere stoffen.

    Deze verstoring kan heel snel gaan. Ecoloog Robbie Girling en zijn collega’s van de Universiteit van Reading in Engeland vermengden acht vluchtige plantenstoffen met dieseluitlaatgas. ‘Er traden veel sneller reacties op dan we hadden verwacht,’ vertelt hij. ‘Binnen één minuut, kortere tijdspannen konden we niet meten, was van een van de verbindingen niets meer over – die werd in één klap ondetecteerbaar.’

    Niet alleen de betekenis van de 
plantentaal raakt verstoord, ook het ‘volume’. Plantengeuren kunnen in vervuilde lucht simpelweg niet even ver komen als in schone. Om uit te vinden hoe sterk dit sinds het pre-industriële tijdperk veranderd is, maakten José Fuentes en zijn collega’s van de Universiteit van Virginia een computermodel waarin ze historische luchtvervuilingsniveaus meenamen. Er bleek uit dat plantengeuren die vroeger tot op kilometers afstand waarneembaar waren, nu nog maar 200 meter ver reiken.
    Ook tussen schone en vieze omgevingen van nu verschilt de draagwijdte van het signaal aanzienlijk. Wanneer bijvoorbeeld een limabonenplant door spintmijten wordt aangevallen, zendt die een chemisch signaal uit dat naburige planten ertoe aanzet om meer 
suikerachtige nectar uit te scheiden. Dit trekt dan weer roofmijten aan, die de aanvallers opeten. Blande merkte dat de bonen in schone lucht zonder problemen met buren op 70 centimeter afstand konden communiceren. Maar als de ozonconcentratie boven 
de 80 deeltjes per miljard (parts per billion, ppb) uitkwam, was hun waarschuwings-signaal maar tot op 20 centimeter te horen.

    De verstoring van de geurentaal van planten, en de nadelige effecten daarvan op bestuivers en de planten zelf, dreigt hele ecosystemen te destabiliseren

    Bij een vervuiling van rond de 80 ppb beginnen de problemen. Dat is slecht nieuws, want in stedelijke gebieden komt de ozonconcentratie geregeld boven de 100 ppb uit en bereikt soms wel 200 ppb. Minder duidelijk is 
wanneer stikstofoxideniveaus problematisch worden, maar het lijdt geen twijfel dat stikstofdioxide uit dieseluitlaatgassen in geïndustrialiseerde landen flinke schade aanricht. Omdat deze stof ook schadelijk is voor de 
menselijke gezondheid, is er een grens gesteld aan de uitstoot ervan, maar 
die wordt vaak overschreden. Zo mag in Engeland de stikstofdioxideconcentratie hooguit achttien keer per jaar boven de 200 microgram per kubieke meter uitkomen, maar in 2017 werd dat aantal in Londen al vroeg in het jaar bereikt. Stadsbewoners met een tuin merken daar de effecten van. ‘Deze vervuiling heeft zeker invloed 
op plantengeuren,’ zegt Blande. Stikstofoxiden zorgen ervoor dat sommige plantengeuren veel minder lang in de lucht blijven hangen, in plaats van wel achttien uur soms maar vijf minuten. Sterk geurende bloemen als rozen hebben volgens Blande in steden niet dezelfde sterke geur als in landelijke gebieden. Je moet heel dichtbij komen om ze überhaupt te ruiken en zelfs 
dan neem je het volle aroma niet waar, omdat stoffen als het kruidnagelachtige bèta-caryofylleen snel door de 
vervuiling worden afgebroken.

    Niet alleen onze neus en dichterziel hebben onder de afbraak van plantengeuren te lijden. ‘Het lijkt me geen overdreven suggestie dat luchtvervuiling ook een belangrijke factor in de afname van het aantal vliegende insecten is,’ zegt Girling. Insectenaantallen zijn wereldwijd sterk afgenomen, een situatie die in 2017 prominent in het nieuws kwam toen duidelijk werd 
dat het aantal insecten in Duitse natuurgebieden in 27 jaar met een schokkende 75 procent was gedaald.

    Miscommunicatie tussen bloemen 
en insecten bedreigt vooral bestuivers als bijen, al weet niemand hoe sterk 
dit de omvang van bijenpopulaties beïnvloedt. Maar Girling ontdekte dat de veelvoorkomende vluchtige verbinding myrceen razendsnel door dieseluitlaatgas wordt afgebroken en dat dat honingbijen uit koers kan brengen. Toen hij samen met zijn collega’s het myrceen uit bloemengeuren weghaalde, kon nog maar 37 procent van de bijen die bloemen herkennen.

    De verstoring van de geurentaal van planten, en de nadelige effecten daarvan op bestuivers en de planten zelf, dreigt hele ecosystemen te destabiliseren. Dat heeft ernstige consequenties voor de natuur en voor de landbouw. 
Er wordt weliswaar aan gewerkt om het gehalte vervuilende stoffen in onder andere diesel te reduceren, maar dat gaat erg langzaam.

    Remedie: teel planten

    Het goede nieuws is dat er een eenvoudige manier bestaat om planten het communiceren te vergemakkelijken: teel planten die de vervuilende stoffen uit de lucht kunnen halen. Sommige planten zijn daar beter in dan andere; onderzoek laat zien dat vooral 
herbebossing daarbij een goede optie is, want bomen kunnen door hun grootte veel ozon en stikstofdioxide uit de atmosfeer halen.

    Stadsplanners bewegen zich in de goede richting. Zo krijgen steeds meer steden verticale tuinen en levende wanden. In de buurt van Victoria Station in Londen staat bijvoorbeeld een twintig meter hoge muur waar meer dan tienduizend planten op groeien. 
Er worden zelfs bomen geplant op de zijkanten van gebouwen. In 2014 
verrees in Milaan de eerste boswolkenkrabber, met achthonderd bomen erop en maar liefst twintigduizend andere planten. En in China worden momenteel de Nanjing Green Towers gebouwd, met 1100 bomen en duizend andere planten. In Luzhou bestaat zelfs het plan voor een hele bosstad.

    In zulke groene steden bemoeilijkt de vervuiling de communicatie tussen de planten natuurlijk wel. Toch kunnen deze planten de nadelige effecten op andere planten een heel stuk beperken. Bovendien hoeven de planten, als ze zo dicht op elkaar staan, minder hard te praten – niet geheel onlogisch.

    Toch noemt Fuentes ook een complicatie. Hij wijst erop dat sommige planten allerlei organische moleculen produceren die voorlopers zijn van ozon, en 
dus in vieze stadsvlucht de zaak alleen maar verergeren. ‘Eiken, populieren – die moet je absoluut niet hebben,’ vertelt hij.

    En hoe zit het met het platteland? Alhoewel plattelandsgebieden vaak schoner zijn, veroorzaken vervuilende stoffen ook daar veel narigheid, 
vanwege de impact die ze hebben op gewassen. De oplossing is volgens Fuentes om meer bloemen rondom akkers te planten – hij raadt vooral petunia’s aan. Die kunnen niet alleen de vervuilende stoffen opruimen die de plantencommunicatie verstoren, maar trekken ook bestuivers aan. En als die bloemen ook nog eens lekker ruiken, hebben onze neuzen er ook nog wat aan. Een win-win-winsituatie dus.

    Auteur: Marta Zaraska
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Openingsbeeld: © Getty Images / EyeEm

    New Scientist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 82.000

    Een van de beste en meest toegankelijke wetenschapstijdschriften ter wereld. Stimulerend, met veel aandacht voor het milieu en industriële vernieuwing. Onderdeel van Reed Elsevier.

  • Homo Sapiens

    Homo Sapiens

    In 2050 wonen naar verwachting bijna 10 miljard mensen op aarde. Een abstract en duizelingwekkend aantal met tien nullen waarvan de consequenties niet te overzien zijn.

    Hoe kan die groeiende wereldbevolking gevoed worden en gaat dat de draagkracht van de aarde niet te boven? Met deze vragen houden wetenschappers zich al jaren bezig. Wordt 
het een nieuwe agrarische revolutie of krijgen de volgende generaties straks wat moderne laboratoria hun voorzet? Profeten en tovenaars voorspellen dat meer mensen het zullen moeten stellen met minder vruchtbare grond. Het is dus maar goed ook dat straks niet de boer en het seizoen bepalen wat er op ons bord komt, maar de industrie. Er worden nu al talloze pogingen gedaan om van rijst – het hoofdgewas voor meer dan de helft van de wereldbevolking! – een plant te maken die sneller groeit, minder water en bemesting nodig heeft en meer korrels produceert. Op die manier is de mens minder afhankelijk van erosie, verwoestijning, uitputting van de grond, het uitsterven van soorten en besmetting van water, wat allemaal vroeg of laat tot enorme hongersnoden leidt.

    Wij atoomsplitsers, celkwekers en ruimtevaarders zouden wellicht beter naar de planten moeten luisteren

    Sinds de bestseller Homo Sapiens van Yuval Noah Harari begrijpen wij dat de Agrarische Revolutie, over het algemeen beschouwd als een sprong voorwaarts, evolutionair gezien weliswaar een succes was – de gigantische toename van voedselproductie veroorzaakte een bevolkingsexplosie – maar dat slechts de happy few er uiteindelijk van profiteerde omdat de rest zaaiend en oogstend alle ontberingen opving. Betekent dit dat we ook nieuwe land- en tuinbouwrevoluties op wereldschaal met een korrel zout moeten nemen? De agrarische revolutie was ook bedoeld om het leven en de voedselvoorziening van de volgende generaties te vergemakkelijken. Niemand weet het, omdat niemand de consequenties op de lange termijn kan overzien. Wij atoomsplitsers, celkwekers en ruimtevaarders zouden wellicht beter naar de planten moeten luisteren. Hun communicatie moeten imiteren. Een tomatenplant bijvoorbeeld die belaagd wordt door een vijandige aardrups, laat een cocktail van vluchtige stoffen ontsnappen die door planten in de buurt wordt opgepikt. Buurt- en soortgenoten die deze waarschuwing ‘horen’, produceren glycoside, dat er weer voor zorgt dat er een gifstof vrijkomt die de vijandige rupsen afschrikt. Niks RoundUp, Monsanto of genetische manipulatie. Een sojaplant die last heeft van bladluis laat een ‘inbraakalarm’ klinken, dat troepen bladluisetende lieveheersbeestjes aantrekt. En dat geldt niet alleen voor de welgestelde planten.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • De zaadzoekers

    De zaadzoekers

    Zane Webber en Michelle Williamson verzamelen in opdracht van de Nieuw-Zeelandse overheid overal ter wereld zaden van grassen en andere weidegewassen. Hun archief moet de nationale vlees- en zuivelindustrie beschermen tegen rampen en de gevolgen van de klimaatverandering.

    We kunnen er alleen maar naar gissen 
wat die Russische boeren gedacht moeten hebben toen ze dat stel 
Nieuw-Zeelanders voorovergebogen in het groen zagen staan in een afgelegen gebied in de buurt 
van Mongolië. Ze zullen enige argwaan hebben gekoesterd, want niet lang nadat Zane Webber en Michelle Williamson werden opgemerkt door een man op een tractor, hoog in het schitterende 
Altajgebergte, kwam er iemand in een terreinwagen aanrijden die Williamson een identiteitsbewijs onder de neus duwde. ‘Ze spreken natuurlijk geen Engels, dus dan doe ik maar een koe na en maak ik kauwbewegingen,’ zegt Williamson.

    De taalbarrière is een van de redenen waarom Webber en Williamson altijd een tolk bij zich hebben. Dit keer lieten hun Russische collega’s de natuurambtenaar hun vergunningen zien, en dat leek voldoende. Hij vertrok weer. Toch moet hun expeditie een vreemde indruk hebben achtergelaten.

    Webber en Williamson zijn zaadzoekers. Zij en hun collega’s struinen rond in Tadzjikistan, Tunesië, Turkije, China, Spanje, Griekenland en Portugal, of waar er maar zeldzame en oude plantensoorten zijn te vinden. Dat is op zich nog niet zo vreemd. Veel genenbanken hebben verzamelaars in dienst die 
over de hele wereld op zoek zijn naar plantaardig materiaal voor wetenschappelijk onderzoek. Die reizen bijvoorbeeld naar een afgelegen gedeelte van Kazachstan en keren terug met een zak vol zaden 
in envelopjes.

    Elke keer zegt hij na afloop tegen Williamson dat dit écht de laatste keer was. 
“En vervolgens begin ik voorbereidingen te treffen voor de volgende expeditie”’

    Wat de Nieuw-Zeelanders onderscheidt is hun 
obsessie met koeien- en schapenvoer. Het merendeel van hun collega’s is uit op de wilde familieleden 
van gewassen die geschikt zijn voor menselijke consumptie, in de hoop er een sterkere en voedzamere soort tarwe, maïs, zoete aardappel, cassave of rijst mee te kweken. Als de wereld wordt getroffen door een ramp die alle gewassen verwoest, dan zullen 
de mensen die het overleven vermoedelijk proberen om naar het Noorse Svalbard (voorheen Spitsbergen) binnen de poolcirkel te komen, waar diep in de 
permafrost een opslagplaats is voor (inmiddels 
tweeënhalf miljard) zaden, bedoeld om de vruchten van vele eeuwen landbouw te beschermen tegen 
een eventuele ramp. Maar een uitgehongerde koe doet er beter aan om naar Palmerston North te gaan, 
op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland, en te 
proberen daar het imposante grasarchief binnen 
te dringen.

    Het Margot Forde Germplasm Centre is een 
overheidsinstelling op de Grassland-campus van AgResearch en heeft een opslagruimte met klimaatcontrole, waar zo’n 114.000 zaadmonsters worden bewaard. Het betreft vooral zaden van verschillende soorten weidegewassen, met name grassen en klaversoorten, die koeien en schapen helpen omzetten in lucratieve vlees- en zuivelproducten voor de export.

    Kaart en plantengids

    Een zadenzoekexpeditie begint vrijwel altijd met 
een kaart en een plantengids. Op de wereldkaart in het Margot Forde Centre zijn cirkels getrokken rond veelbelovende gebieden met een grote biodiversiteit. Sommige van die gebieden zijn nog niet eerder bezocht door zaadzoekers. Het centrum kan zich een of twee expedities per jaar veroorloven, dus geven 
de jagers de voorkeur aan plekken die waarschijnlijk de grootste lacunes in hun collectie kunnen opvullen. Daarbij moeten ze er ook op letten welke landen bereid zijn een vergunning te verstrekken. Er zijn landen die aanvankelijk wel buitenlandse verzamelaars toelieten, maar die zijn teruggekrabbeld nadat louche partijen, ook wel ‘biopiraten’ genoemd, zonder toestemming zaden meenamen en patent aanvroegen op hun producten, vertelt de Nieuw-Zeelandse specialist Kioumas Ghamkar.

    Zodra alle paperassen in orde zijn, stuurt Webber 
een verlanglijstje met soorten naar een groep lokale medewerkers, die vervolgens een route samenstellen. De afgelopen jaren heeft Webber ook zijn collega Williamson uit de zaadopslag van Palmerston North meegevraagd, zodat zij het een en ander zou kunnen leren over het verzamelen.

    Het team stapt in twee identieke witte busjes, die er haast antiek uitzien, 
al houdt Williamson bij hoog en bij laag vol dat ze nieuw zijn. De Russische busjes blijken het verrassend goed te doen op de steile hellingen in het 
Altajgebergte, en Webber heeft pas één keer gevreesd voor zijn leven. ‘Op zeker moment was de weg heel erg smal en waren we allemaal bang dat ons laatste uur had geslagen. Ik zat op de passagiersstoel en keek recht een ravijn in.’ Elke keer zegt hij na afloop tegen Williamson dat dit écht de laatste keer was. 
‘En vervolgens begin ik voorbereidingen te treffen voor de volgende expeditie.’

    Telkens wanneer ze een veelbelovend stukje groen zien, zetten de verzamelaars de auto neer, stappen uit en verzamelen de zaden die ze later die avond zullen drogen en schoonmaken. De Nieuw-Zeelandse wetgeving verbiedt het aarde en ander uitheems materiaal in te voeren. Zelfs voor de zaden moet speciaal dispensatie worden aangevraagd. In 
Rusland, in augustus, hebben ze zaden geplukt van zevenhonderd populaties, 56 keer de auto aan de kant gezet en bij elke stap een verscheidenheid aan soorten geplukt.

    Aan het einde van de tocht delen ze de buit met de plaatselijke botanisten, die gebruikmaken van de door Nieuw-Zeeland gefinancierde tochten om hun eigen collectie aan te vullen. Ghamkar is ervan 
overtuigd dat zowel het gastland als de bezoekende landen baat hebben bij deze expedities, en daarom weet hij ook zo goed andere landen over te halen 
om mee te werken. De Russische connectie was het werk van zijn voorganger, maar hij probeert nieuwe landen over de streep te trekken. Hij hoopt op een dag een Nieuw-Zeelandse expeditie te kunnen 
regelen naar zijn geboorteland Iran. ‘Ik wil niet dat Iran er schade van ondervindt, maar het gaat hier om internationale schatten,’ zegt hij.

    Een kampement van de zaadzoekers in Rusland. – © Josephine Piggin
    Een kampement van de zaadzoekers in Rusland. – © Josephine Piggin

    Eenmaal terug in Palmerston North kweekt het team in afgeschermde tuinen de zaden van elke variëteit op, totdat er per variëteit ten minste 
honderd exemplaren zijn. Dat is voldoende om 
genetische diversiteit te garanderen, en ook om 
iets aan een andere genenbank af te staan, mocht daartoe een verzoek komen.

    In Palmerston North gaan de zaden naar een droge ruimte, die wel wat doet denken aan de bierkoeling van een supermarkt. Daar blijven de zaden zeker twintig jaar vers, en ze hoeven pas na honderd jaar opnieuw te worden geplant. ‘We hebben hier zaden uit 1940, die nog altijd levensvatbaar zijn,’ zegt Ghamkar.

    De koeling waarin de zaden worden bewaard is 
afgesloten, maar het is bepaald geen fort. Toen Ghamkar vorig jaar aantrad als directeur, kwam hij er tot zijn ontzetting achter dat Nieuw-Zeeland geen reservevoorraad heeft in Svalbard, de noodopslag 
op Spitsbergen, die ooit is aangelegd voor het geval zich een grote ramp zou voordoen. Svalbard is zo gebouwd dat het ook een nucleaire winter kan 
doorstaan. ‘Zelfs Noord-Korea heeft daar wat liggen.’

    Ghamkar heeft er met zijn team negen maanden voor uitgetrokken om te beslissen welke soorten absoluut niet verloren mogen gaan, en dit jaar 
heeft hij een selectie gemaakt voor opslag onder de permafrost. ‘Svalbard is een kluis. Nieuw-Zeelandse grassen en klaversoorten worden daar bewaard voor het geval het Margot Forde Centre getroffen zou worden door een brand of een aardbeving.’

    Klimaatverandering

    Los daarvan is er de klimaatverandering, die de 
hele onderneming nog prangender maakt. Het duurt een jaar of tien om een nieuw gewas te ontwikkelen, en daarmee is de dramatische klimaatverandering, die voor veel plekken op aarde al is voorspeld voor 2030, nog maar twee kweekcycli verwijderd. 
Klimatologen in Nieuw-Zeeland voorzien dat in 2040 de frequentie van de droogten in de oostelijke en noordelijke regio’s van de aarde zal zijn verdubbeld 
of zelfs verdrievoudigd, terwijl het op andere plekken warmer en natter zal worden. Tegen het einde 
van de eeuw zullen bepaalde plekken op aarde vruchtbaarder zijn. Maar over het geheel genomen 
is de verwachting dat ten gevolge van de klimaatverandering de voedselproductie zal krimpen, terwijl de bevolking blijft groeien. Ondertussen zullen door veranderingen in temperatuur en de hoeveelheid neerslag mogelijk nieuwe ziekten en epidemieën 
om zich heen grijpen.

    De zoektocht naar wilde zaden richt zich meer en meer op extreme planten. Als een plant in leven kan blijven met weinig water, of juist tijdens een overstroming, dan zou die plant weleens goed kunnen gedijden in het klimaat van de toekomst. Zelfs als een wild gewas ongeschikt is voor consumptie, dan kan het worden gekruist met andere soorten om hybride gewassen te kweken die zijn bestand tegen droogte of hitte, of die met weinig stikstof toe kunnen.

    Voor wie het kweken van supersoorten nogal klinisch vindt klinken, heeft Ghamkar een mooi liefdesverhaal. Wetenschappers van AgResearch hebben de herkomst van witte klaver – een gewas dat voor Nieuw-Zeeland bij uitstek van belang is – genetisch weten te herleiden tot de verre voorouders. Deze oerklavers bleken geheel andere organismen dan de planten die wij nu kennen. De afstand tussen beide soorten was zo groot dat het een wonder mocht heten dat ze ooit iets met elkaar kregen. ‘Er werden een vader en een moeder ontdekt,’ zegt Ghamkar. ‘De een leeft in de bergen van Azerbeidzjan, de ander op de stranden van Portugal, dus vele duizenden kilometers verderop.’ Op de een of andere manier zijn die oude soorten elkaar ooit, lang geleden, zo dicht genaderd dat ze nageslacht hebben voortgebracht. ‘Misschien aan een Grieks strand. We weten het niet. Maar ze hebben elkaar leren kennen en een plantensoort voortgebracht. De ouders zijn nog altijd twee totaal verschillende individuen, die leven op een andere hoogte, op een andere bodem en in een ander klimaat.’

    Maar toch hebben de wetenschappers, met enige overredingskracht, de planten zo ver weten te krijgen dat ze weer nageslacht zijn gaan produceren. ‘Normaal gesproken zijn deze kruisingen steriel. Maar als we het embryo in het laboratorium houden, en extra voeding en zorg geven, zal een aantal exemplaren weten te overleven, en die zullen in staat zijn de soort te herstellen,’ zegt Ghamkar. ‘Als je wilde planten kruist, breng je de genen terug die voor weerstand en uithoudingsvermogen zorgen. En dat is precies wat we nodig hebben als het klimaat gaat veranderen.’ Versies van de hybride klaver worden op verschillende boerderijen uitgezet om te zien hoe ze het doen. Het beslissende woord is nog niet gesproken, ‘maar de aanvankelijke resultaten tonen planten met diepere wortels, die beter tegen droogte bestand zijn en minder fosfor gebruiken’, zegt Ghamkar.

    En daarom gaat Webber door met verzamelen. Over het algemeen staat hij ervan te kijken hoe gemakkelijk hij in Rusland, of elders, wordt geaccepteerd. 
‘Ik denk dat ze ons maar rare snuiters vinden. Maar zodra je mensen in een dorp uitlegt waar je nou 
precies mee bezig bent, zijn ze al snel bereid een helpende hand toe te steken, en vinden ze het geen enkel probleem dat je wat materiaal meeneemt,’ zegt hij. Hij vraagt zich af hoe hij zou reageren wanneer er ineens een Rus door zijn buurt zou struinen. ‘Het is wel interessant om je af te vragen hoe je zelf zou reageren als er ineens een vreemde over je tuinhek klimt en jouw bloemen plukt. Hoe zou je daar dan tegenaan kijken?’

    Auteur: Eloise Gibson
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Wilde bloemen in de buurt van Castro Verde, Portugal. – © Getty Images

    New Zealand Listener
    Nieuw-Zeeland | weekblad | oplage 61.000

    Het enige actualiteitenmagazine van Nieuw-Zeeland. Al vanaf 1939.