Tag: plasticafval

  • Een dag zonder plastic

    Een dag zonder plastic

    Plastic is slecht voor de planeet, en toch is het overal. De bevindingen van een Amerikaanse journalist die een dag zonder probeert te leven.

    Keuze uit het archief

    Volgens onderzoek dat deze week in het tijdschrift The Lancet eBioMedicine is gepubliceerd, is plastic verantwoordelijk voor honderdduizenden doden per jaar. Zo zouden in 2018 alleen al wereldwijd ruim 356.000 mensen gestorven zijn door hartziekten als gevolg van dagelijkse blootstelling aan DEHP, een toxische stof die in veel plastic spullen zit.
    We zouden plastic uit ons leven moeten bannen, maar dat is onmogelijk, want het is overal. Daar kom je pas achter als je probeert één dag zonder plastic te leven. Journalist Arnold Jacobs nam de proef op de som en schreef zijn ervaringen op in deze longread van The New York Times.

    Toen ik wakker werd op de dag dat ik ging proberen geen plastic producten te gebruiken – of zelfs maar aan te raken – zette ik vrijwel meteen mijn blote voeten op het tapijt. Het is gemaakt van nylon; een soort plastic. Mijn experiment was net tien seconden bezig en ik was al in overtreding.

    Sinds plastic meer dan een eeuw geleden werd uitgevonden, is het in elke vezel van ons leven binnengedrongen. Het is moeilijk om ook maar een paar minuten niet met dit onverwoestbare, lichte, veelzijdige materiaal in aanraking te komen. Plastic heeft elk modern gemak mogelijk gemaakt en kan op duizenden manieren worden toegepast. Maar het heeft ook nadelen, vooral voor het milieu. Vorige week probeerde ik als experiment om vierentwintig uur lang helemaal zonder plastic te leven. Zo wilde ik erachter zien te komen welke plastic spullen we niet kunnen missen en welke eventueel overbodig zijn.

    Meestal check ik ’s morgens nadat ik wakker word mijn iPhone. Op die bewuste dag was dat niet mogelijk, want elke iPhone bevat behalve aluminium, ijzer, lithium, goud en koper ook plastic. Ter voorbereiding op het experiment had ik mijn toestel in een kast opgeborgen. Al snel voelde ik me gedesoriënteerd maar ook stoutmoedig, alsof ik een soort onverschrokken tijdreiziger was.

    Ik liep naar de badkamer, maar ging niet meteen naar binnen. ‘Kun je de deur voor me opendoen?’ vroeg ik aan Julie, mijn vrouw. ‘Op de deurknop zit een plastic coating.’ Ze deed voor me open en zuchtte: ‘Dit wordt een lange dag.’

    Routine

    Mijn ochtendroutine moest compleet op de schop. Daarvoor had ik de dagen voorafgaand aan mijn experiment zorgvuldige voorbereidingen getroffen. Zo kon ik mijn normale tandpasta, tandenborstel, shampoo en vloeibare zeep alvast niet gebruiken.

    Gelukkig is er een enorm aanbod van plasticvrije producten voor milieubewuste consumenten. Ik had er een hele trits van aangeschaft, waaronder een bamboe tandenborstel met haren van wilde zwijnen van Life Without Plastic. ‘De borstelharen zijn volledig gesteriliseerd,’ vertelde Jay Sinha, mede-eigenaar van het bedrijf, toen ik hem de week ervoor sprak.

    In plaats van tandpasta gebruikte ik mijn potje grijze tandpastakorrels van houtskool met munt. Ik kauwde erop, nam een slok water en poetste mijn tanden. De smaak was lekker, mijn askleurige spuug oogde minder fris.

    Het shampooblok dat ik had aangeschaft beviel me wel. Een shampooblok is precies dat: een blok shampoo. De mijne ruikt naar roze grapefruit en vanille, en schuimt goed. Voorstanders van het shampooblok zeggen dat het per wasbeurt goedkoper is dan shampoo in flessen (een blok kan 80 keer gebruikt worden). En dat is mooi, want het plasticvrije leven kan duur zijn. Package Free, een stijlvol verkooppunt in de NoHo-buurt van Manhattan dat grenst aan de Goop-winkel van Gwyneth Paltrow, verkoopt scheermessen van zink en roestvrijstaal voor 84 dollar, ongeveer 77 euro. Ze verkopen er overigens ook ‘de eerste biologisch afbreekbare vibrator ter wereld’.

    Op advies van een blogger heb ik een doe-het-zelfdeodorant gemaakt van tea tree-olie en zuiveringszout. De geur doet denken aan een middeleeuwse kathedraal, maar is niet geheel onaangenaam. Je eigen spullen maken is zeker een manier om plastic te vermijden, maar je hebt er wel vrije tijd voor nodig – een luxe. Voordat ik in de badkamer klaar was, had ik de regels een tweede keer overtreden; ik moest naar de wc.

    Op basis van onderzoek schat ik dat ik ongeveer 800 plastic voorwerpen per jaar in de vuilnisbak gooi

    Ook aankleden was een uitdaging, aangezien zoveel kledingstukken plastic bevatten. Ik had een wollen broek besteld, maar die was nog niet gearriveerd. In plaats daarvan koos ik een oude, comfortabele chino van Banana Republic. Op het label staat ‘100 procent katoen’, maar toen ik het de dag ervoor navroeg bij een behulpzame vertegenwoordiger van Banana Republic, bleek het iets ingewikkelder te liggen. De hoofdstof is inderdaad 100 procent katoen, maar er zit plastic in de rits, en verder in de tailleband, het geweven label, de zakken en de draden, aldus de vertegenwoordiger. Ik sneed in mijn duim toen ik probeerde het zwarte merklabel eraf te snijden met een volledig metalen mes. In plaats van een pleister – ja, plastic – moest ik gegomde tape van papier gebruiken om het bloeden te stoppen.

    Gelukkig was ik met mijn ondergoed niet in overtreding: blauwe boxers van Cottonique van 100 procent biologisch katoen met een katoenen koord in plaats van de elastische tailleband, die vaak van plastic is. Na een zoektocht op internet koos ik het uit een lijst met ‘14 Hot & Sustainable Underwear Brands for Men’.

    Verder had ik het geluk dat onze vriendin Kristen als verjaardagscadeau voor mijn vrouw een trui had gebreid met blauwe en paarse rechthoeken van 100 procent merinowol. ‘Mag ik die trui van Kristie een dagje lenen?’ vroeg ik aan Julie. ‘Maar dan lubbert ie uit,’ zei ze. ‘Het is voor de planeet, hè?’ antwoordde ik.

    Kunststoffen

    Volgens een rapport van de Verenigde Naties produceert de wereld jaarlijks ongeveer 400 miljoen ton plastic afval. Ongeveer de helft wordt na eenmalig gebruik weggegooid. Het rapport merkt op dat ‘we verslaafd zijn geraakt aan plastic producten voor eenmalig gebruik – met ernstige gevolgen voor het milieu, de maatschappij, de economie en de gezondheid’.

    Ik ben een van die verslaafden. Op basis van onderzoek schat ik dat ik ongeveer 800 plastic voorwerpen per jaar in de vuilnisbak gooi – verpakkingen voor afhaaleten, pennen, bekers, verpakkingsmateriaal van Amazon met piepschuim erin en nog veel meer. Voor mijn Dag Zonder Plastic verdiepte ik me in een aantal no-plastic en zero waste-boeken, video’s en podcasts. Een van die boeken, Life Without Plastic: The Practical Step-by-Step Guide to Avoiding Plastic to Keep Your Family and the Planet Healthy van Jay Sinha en Chantal Plamondon, was door Amazon verpakt in doorzichtig plastic, als een stuk kaas. Toen ik dit aan Sinha vertelde, beloofde hij erachteraan te gaan.

    Ik belde ook met Gabby Salazar, een sociaal wetenschapper die zich verdiept in wat mensen motiveert om milieuzaken te steunen. Ik vroeg haar om advies voor mijn plasticvrije dag. ‘Het is misschien beter om klein te beginnen,’ zei Salazar. ‘Eerst één gewoonte – bijvoorbeeld altijd een roestvrijstalen waterfles meenemen. Als je dat onder de knie hebt, doe je er iets bij. Je neemt bijvoorbeeld altijd een tasje mee naar de supermarkt. Als je geleidelijk opbouwt, kom je tot echte veranderingen. Anders raak je alleen maar overweldigd.’ ‘Misschien dat dat wel verhelderend werkt?’ opperde ik. ‘Dat zou mooi zijn,’ zei Salazar.

    Verontrustende effecten zijn onder meer gedragsproblemen

    Toegegeven, helemaal zonder plastic leven is waarschijnlijk een absurd idee. Ondanks de nadelen vormt de stof een cruciaal onderdeel van medische apparatuur, rookmelders en helmen. De slagzin van de plasticindustrie uit de jaren negentig bevat een waarheid: ‘Kunststoffen maken het mogelijk’.

    In veel gevallen kan plastic het milieu helpen. Zo zijn plastic vliegtuigonderdelen lichter dan metalen, wat minder brandstof en minder CO₂-uitstoot betekent. Zonnepanelen en windturbines hebben kunststof onderdelen. Maar de aarde ligt bezaaid met het spul, vooral in wegwerpvorm. Het Earth Policy Institute schat dat mensen er jaarlijks een biljoen plastic tassen voor eenmalig gebruik doorheen jagen.

    De crisis zat er al lang aan te komen. Er is enige discussie over wanneer plastic zijn intrede deed, maar velen houden 1855 aan, toen de Britse metaalbewerker Alexander Parkes een thermoplastisch materiaal patenteerde als waterdichte coating voor stoffen. Hij noemde de stof ‘Parkesine’. In tientallen jaren tijd zijn in laboratoria over de hele wereld andere soorten ontstaan, allemaal gebaseerd op soortgelijke chemie. Het zijn polymeerketens en de meeste worden gemaakt van aardolie of aardgas. Door chemische toevoegingen variëren kunststoffen enorm. Ze kunnen ondoorzichtig of transparant zijn, schuimend of hard, rekbaar of breekbaar. Ze zijn bekend onder vele namen, zoals polyester en piepschuim, en met afkortingen als PVC en PET.

    Prefab-afval

    De productie van kunststof nam een hoge vlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kunststof was cruciaal voor de oorlogvoering, denk aan nylon parachutes en plexiglas vliegtuigramen. Na de oorlog ontstond een ware hausse, aldus Susan Freinkel, auteur van Plastic: A Toxic Love Story, een boek over de geschiedenis en de wetenschap van plastic. ‘Plastic werd verwerkt in dingen als formica toonbanken, koelkastzakken, auto-onderdelen, kleding, schoenen, kortom in alles wat werd ontworpen om lange tijd mee te gaan,’ volgens Freinkel.

    En toen kwam de ommekeer. ‘We zijn in de problemen gekomen toen we overgingen op spullen voor eenmalig gebruik,’ aldus Freinkel. ‘Ik noem dat prefab-afval.’ De overdaad aan rietjes, bekertjes, zakjes en andere kortstondig te gebruiken zaken heeft geleid tot rampzalige gevolgen voor het milieu. Volgens een studie van de Pew Charitable Trusts komt er elk jaar meer dan 11 miljoen ton plastic in de oceanen terecht.

    Bijna een vijfde van het plastic afval wordt verbrand, waarbij CO2 in de lucht terechtkomt, aldus de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Deze meldt ook dat slechts 9 procent van het plastic wordt gerecycled. Sommige plastics zijn niet rendabel om te recyclen, andere soorten nemen door recycling af in kwaliteit.

    Plastic kan bovendien schadelijk zijn voor onze gezondheid. Bepaalde plastic additieven – zoals BPA en ftalaten – kunnen volgens het National Institute of Environmental Health Sciences het endocriene systeem bij mensen verstoren. Verontrustende effecten zijn onder meer gedragsproblemen en een lagere testosteronspiegel bij jongens en een lagere hormoonspiegel van de schildklier en vroeggeboorten bij vrouwen.

    ‘Het oplossen van het plasticprobleem mag niet volledig in de schoot van de consument worden geworpen,’ vindt Salazar. ‘We moeten er op alle fronten aan werken.’

    Rauw voedsel

    Al aan het begin van mijn dag zonder plastic, begon ik de wereld anders te bekijken. Alles zag er bedreigend uit, alsof overal polymeren in zaten. Vooral de keuken was bijzonder beladen. Alles wat ik kon gebruiken om te koken was verboden terrein – broodrooster, oven, magnetron. Mijn zoon zwaaide met een plastic zakje gevuld met wentelteefjes. ‘Wil je hier wat van?’ En of ik dat wilde. Maar in plaats daarvan ging ik op zoek naar rauw voedsel.

    Ik verliet mijn woning via de trap, in plaats van de lift met zijn plastic knoppen, en liep naar een natuurvoedingswinkel in de buurt van ons appartement aan de Upper West Side in Manhattan.

    Ik probeer altijd een stoffen tas mee te nemen als ik ga winkelen. Deze keer had ik wel zeven tassen van verschillende grootte bij me, allemaal van katoen. Ik had ook twee glazen bakjes meegenomen.

    In de winkel vulde ik een van mijn katoenen tassen met appels en sinaasappels. Bij nadere inspectie zag ik dat op elke schil een sticker met een code zat. Een mogelijke overtreding, die ik negeerde. Met een schone stalen pollepel die ik van huis had meegenomen, schepte ik walnoten en havermout in mijn glazen bakjes. Dat de winkelbakken van plastic waren, negeerde ik, want ik had honger.

    Ik ging naar de kassa om af te rekenen. Maar dat was een probleem. Creditcards konden niet. Apple Pay met mijn iPhone kon ook niet. Ook papiergeld zou een overtreding zijn. Want ook al is Amerikaans papiergeld voornamelijk gemaakt van katoen en linnen, elk biljet bevat ongetwijfeld synthetische vezels, en de grotere biljetten bevatten een veiligheidsdraad van plastic om vervalsing te voorkomen.

    Voor de zekerheid had ik een katoenen zak vol munten meegenomen. Ja, een grote zak vol kwartjes, dubbeltjes en centen – ongeveer 60 dollar die ik had opgenomen bij Citibank en uit de spaarpotten van mijn kinderen had gehaald. Bij de kassa begon ik vliegensvlug de muntjes te stapelen, terwijl ik af en toe een nerveuze blik wierp naar de klanten achter me in de rij.

    ‘Het spijt me echt dat dit zo lang duurt,’ zei ik. ‘Dat geeft niks,’ zei de man achter de kassa. ‘Ik mediteer elke ochtend om met dit soort dingen om te kunnen gaan.’ Hij voegde eraan toe dat hij mijn inzet voor het milieu waardeerde. Het was mijn eerste positieve feedback. Ik telde 19 dollar en 2 cent neer – allemaal muntjes! – en ging naar huis om te ontbijten: noten en sinaasappels op een metalen koekblik, dat ik op schoot hield.

    De passagiers waren zo verdiept in hun telefoon dat de aanblik van een man op een houten stoel hen ontging

    Een paar uur later liep ik, op zoek naar een plasticvrije lunch, naar Lenwich, een broodjes- en saladezaak bij mij in de buurt. Ik was er al vroeg in de middag, met een rechthoekige glazen schaal en bamboebestek. ‘Kunt u de salade in deze glazen schaal bereiden?’ vroeg ik, terwijl ik het geval omhoog hield. ‘Ogenblik alstublieft,’ zei de man achter de toonbank kortaf. Hij riep een manager, die het oké vond. Maar mijn volgende verzoek, om mijn stalen schep te gebruiken, wees de manager af.

    Na de lunch ging ik naar Central Park, in de veronderstelling dat dit de plek in Manhattan zou zijn waar ik kon ontspannen in een plasticvrije omgeving. Ik nam de metro, wat me nog meer overtredingen opleverde, aangezien de treinen zelf plastic onderdelen hebben en je een MetroCard of smartphone nodig hebt om op het perron te komen. Maar de plastic oranje stoelen vermeed ik. Ik had mijn eigen stoel meegenomen: een ongeverfde, opklapbare teakhouten stoel in Scandinavische stijl, hard en strak. Die had ik ook al in mijn appartement gebruikt om het plastic van stoelen en banken te omzeilen. Ik zette mijn stoel neer bij een paal in het midden van de wagon. Een van de passagiers had zo’n spreek-me-alsjeblieft-niet-aan-blik in de ogen, de andere waren zo verdiept in hun telefoon dat de aanblik van een man op een houten stoel hen ontging.

    Tijdens mijn parkwandeling zag ik plastic tandenstokers op de grond liggen, een zwart plastic mes en een plastic tas.

    Microplastics

    Thuisgekomen legde ik enkele van mijn indrukken vast. Ik schreef op papier met een ongeverfd cederhouten potlood uit een ‘Zero Waste Pencil tin set’ (gewone potloden bevatten namelijk met plastic gevulde gele verf). Na een tijdje haalde ik wat water. En toen kreeg ik te maken met misschien wel het meest alomtegenwoordige probleem van alle: microplastics. Die kleine deeltjes zijn echt overal – in ons drinkwater, in de lucht die we inademen, de oceanen. Microplastics zijn onder meer afkomstig van plastic afval dat is vergaan.

    Zijn ze schadelijk voor ons? Ik sprak met verschillende wetenschappers, en over het algemeen was het antwoord: we weten het nog niet. ‘Ik denk dat we hier de komende jaren een beter inzicht in zullen krijgen,’ aldus Todd Gouin, consultant op het gebied van milieuonderzoek. Voor wie extra voorzichtig wil zijn, bestaan er producten die beweren microplastics uit water en lucht te filteren.

    Ik had een kan gekocht van LifeStraw waar een membraanmicrofilter in zit. Natuurlijk bevatte de kan zelf plastic onderdelen, dus kon ik hem niet gebruiken op de grote dag. In plaats daarvan stond ik de avond ervoor enige tijd aan het aanrecht om water te filteren en er weckpotten mee te vullen. Onze keuken zag eruit alsof we ons voorbereidden op de apocalyps.

    Het water smaakte bijzonder zuiver, wat volgens mij een soort placebo-effect was. Ik zat een tijdje op mijn houten stoel te schrijven. Zonder telefoon. Zonder internet. Julie had medelijden met me en bood aan een kaartspelletje te doen. Ik schudde mijn hoofd. ‘Plastic coating,’ zei ik.

    Rond negen uur ’s avonds nam ik onze hond mee voor haar avondwandeling. Ik had online een riem gekocht van 100 procent katoen. De poepzakjes had ik thuisgelaten, want zelfs de duurzame die ik had zijn gemaakt van gerecycled of plantaardig plastic. In plaats daarvan had ik een metalen spatel bij me. Gelukkig hoefde ik die niet te gebruiken.

    ‘Vergeet niet dat plastic niet de vijand is. Eenmalig gebruik is de vijand’

    Om halfelf ging ik uitgeput op mijn geïmproviseerde bed liggen: katoenen lakens op de houten vloer, want mijn matras en kussens bevatten plastic. De volgende ochtend werd ik wakker, blij dat ik mijn beproeving had overleefd en mijn telefoon weer terug had – maar ergens voelde ik me ook verslagen. Ik had 164 overtredingen begaan.

    Zoals Salazar had voorspeld, was het overweldigend geweest. En er was nog veel onduidelijk, zelfs nadat ik me wekenlang in het onderwerp had verdiept. Welke plasticvrije artikelen maken echt het verschil, en wat is louter greenwashing? Is het een goed idee om tandenborstels met zwijnenhaar te gebruiken, deodorant van tea tree, apparaten die microplastics filteren en papieren rietjes, of maakt al die moeite ons zo gek dat we de zaak uiteindelijk juist schaden? Ik belde Salazar voor peptalk.

    ‘Je kunt jezelf zeker gek maken,’ zei ze. ‘Maar het gaat niet om perfectie, het gaat om vooruitgang. Geloof het of niet, individueel gedrag is belangrijk. Het telt op. En vergeet niet,’ ging ze verder, ‘dat plastic niet de vijand is. Eenmalig gebruik is de vijand. De cultuur om iets maar één keer te gebruiken en dan weg te gooien.’

    Ik dacht terug aan iets wat Susan Freinkel me had verteld: ‘Ik ben helemaal geen absolutist. Als je in mijn keuken zou komen, zou je zeggen, wat krijgen we nou? Je hebt dit boek geschreven en kijk eens hoe je leeft!’ Maar Freinkel doet wel moeite, vertelde ze. Ze vermijdt onder andere wegwerpzakjes, bekers en verpakkingen.

    Ondanks mijn niet geheel geslaagde poging tot een eendagsonthouding beloof ik dat ook te proberen. Ik begin met kleine dingen, om eraan te wennen. Zoals het shampooblok. En ik kan zakjes voor groente en fruit meenemen naar de supermarkt. Misschien neem ik zelfs mijn stalen waterfles en bamboe bestek mee als ik naar Lenwich ga. En daarna, wie weet? Ik draag in ieder geval met trots het T-shirt met de tekst ‘Keep the Sea Plastic Free’ dat ik online kocht in de dagen voorafgaand aan mijn experiment. Het bevat maar 10 procent polyester.

  • Kinderen vanaf negen jaar ziek door werk in plasticrecycling in Turkije

    Kinderen vanaf negen jaar ziek door werk in plasticrecycling in Turkije

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Orbán eist opheffing Russische sancties voor eind 2022

    » IJsland: vier mannen gearresteerd voor extreemrechts complot

    Kinderarbeid in recycling brengt kinderen in gevaar

    Volgens Human Rights Watch werken in Turkije kinderen vanaf negen jaar in recyclingcentra voor plasticafval, waardoor ze het risico lopen op ernstige en levenslange gezondheidsproblemen. Werknemers, waaronder kinderen, en mensen die in huizen wonen die ‘gevaarlijk dicht bij‘ de centra liggen, vertelden onderzoekers dat ze last hadden van ademhalingsproblemen, ernstige hoofdpijn en huidaandoeningen, bericht The Guardian.

    In een nieuw rapport beschuldigt HRW de Turkse regering ervan de gezondheids- en milieugevolgen voor de arbeiders te verergeren door niet toe te zien op de naleving van arbeidswetten voor recyclecentra. De EU, de grootste exporteur van plasticafval naar Turkije tussen 2017 en 2021, droeg ook ‘aanzienlijk’ bij aan schendingen van gezondheids- en milieurechten in Turkije, aldus het rapport.

    Lees ook:

  • ‘Amazon voor gerecycled plastic’ moet een einde maken aan plasticsoep

    ‘Amazon voor gerecycled plastic’ moet een einde maken aan plasticsoep

    Op een zeiltocht in de Caribische zee raakte ondernemer Christian Schiller verstrikt in een draaikolk van plastic. Uit deze schokkende belevenis werd een businessplan geboren: een beurs voor gebruikte kunststoffen.

    Een haai, dacht Christian Schiller in eerste instantie. De toen drieëndertigjarige Schiller was in januari 2018 een zeiltocht aan het maken in de Caribische Zee. Zijn benen bungelden van de achtersteven in het water toen ze plotseling op een stevige massa stootten. Geschrokken keek hij naar beneden. Zijn benen waren omsloten door een dicht afvaltapijt van plasticresten en algen, honderden meters lang en breed. Het roer van het jacht zat verstrikt in het stinkende mengsel, de schipper moest het water in duiken om het te vrij te maken. Daarna was Schillers reis van Colombia naar Panama niet meer zorgeloos. De ontmoeting met het tapijt van plasticafval zette de jonge ondernemer aan het denken – en bracht hem op een nieuw businessidee.

    ‘Ik vroeg me af hoe het kan dat we miljarden uitgeven om aardolie uit de grond te halen en dat uiteindelijk een groot deel daarvan als plasticverpakkingsmateriaal in de oceaan terecht komt,’ zegt Schiller. ‘Met metaal gebeurt dat niet. Dat gooit bijna niemand weg omdat hergebruik geld oplevert.’

    Cirplus

    Waarom dan geen business opzetten in de recycling van gebruikte kunststoffen? En zo begon Schiller, zesendertig jaar oud, een baard van drie dagen en een Mayatattoo op zijn enkel, in de herfst van 2019 Cirplus, de eerste wereldwijde onlinebeurs voor plasticafval. De naam is samengesteld uit ‘circulair’ (kringloop) en ‘surplus’ (meerwaarde). Zijn zakenpartner, Volcan Bilici, gespecialiseerd in softwareontwikkeling, heeft twee jaar in de kunststofindustrie gewerkt. Samen willen ze, aldus Schiller, ‘een soort Amazon voor gerecyclede kunststoffen en kunststofafval worden’.

    De vraag is in elk geval groot: wereldwijd worden ongeveer een miljoen plastic flessen geproduceerd – per minuut. Volgens de Wereldbank ontstaat jaarlijks meer dan 240 miljoen ton plastic afval: verpakkingen, folies, wegwerpbestek. Daarvan wordt tot dusver slechts 14 tot 18 procent gerecycled. Ongeveer 10 miljoen ton kunststof komt uiteindelijk in zee terecht. ‘Dat is elke minuut een vrachtwagenlading plasticafval,’ zegt Schiller.

    Lees ook:

    Ook Duitsland, Europa’s grootste kunststofproducent, heeft ondanks Grüne Punkte [afvalinzamelpunten] en gele zakken [voor het scheiden van plasticafval] geen kringloopeconomie. Een groot deel van de afval uit de gele tonnen eindigt in verbrandingsovens of wordt geëxporteerd naar het buitenland. Volgens de Plastic Atlas van 2019 van de milieuorganisatie BUND schommelt het recyclingquotum rond 15,6 procent.

    Gerecyclede artikelen leveren de verkoper meer geld op dan het zogeheten virgin plastic

    Bovendien zijn veel kunststoffen uitstekend te hergebruiken, vooral pet [po­ly­ethy­leen­te­ref­ta­laat], dat vaak voor frisdrankflessen wordt gebruikt. En de gerecyclede artikelen leveren de verkoper meer geld op dan het zogeheten virgin plastic, dus nieuw geproduceerde kunststof. Want er is meer vraag naar oud materiaal dan ooit tevoren.

    Daarvoor is enerzijds de politiek verantwoordelijk. Zo schrijft de EU in haar plasticrichtlijn van 2019 voor dat petflessen vanaf 2025 minstens 25 procent gerecyclede kunststof moeten bevatten, en vanaf 2030 moeten alle kunststof flessen voor minstens 30 procent uit hergebruikt materiaal bestaan. Dat zorgt voor een flink stijgende vraag. De Duitse wet op verpakkingen drijft tegelijk het aanbod omhoog. Dat schrijft vanaf komend jaar voor dat kunststofafval van verpakkingen voor minstens 63 procent gerecycled moeten worden.

    cirplus Volkan Bilici Christian Schiller Bildcredit Frank Beer 2 4
    Volcan Bilici (links) en Christian Schiller hebben in 2019 Cirplus opgericht om vraag en aanbod op de markt van gerecycled plastic samen te brengen. – © Frank Beer / Cirplus

    Anderzijds ziet Schiller ‘echte druk van de markt’. Grote merkproducenten maken reclame met hun gebruik van gerecycled plastic.

    De frisdrankgigant Coca-Cola maakt reclame met het gegeven dat zijn in Duitsland verkochte flessen voor ongeveer 70 procent uit gerecycled plastic bestaan. In Zweden, de Benelux en enkele staten in de VS zijn al verkochte Coca-Cola-flessen volgens eigen cijfers al 100 procent van gerecycled plastic. Lidl heeft voor zijn Saskia-mineraalwater een complete kringloop van hergebruikte stoffen opgezet met eigen recyclefabrieken: de flessen bestaan gemiddeld voor meer dan de helft, en deels zelfs helemaal, uit hergebruikt plastic.

    Het grootste voedingsmiddelenconcern ter wereld, Nestlé, heeft zich verplicht om tot 2025 het gebruik van nieuw plastic voor de verpakking van levensmiddelen met een derde te verminderen – en bijna 1,8 miljard euro te investeren in de overschakeling op gerecycled materiaal.

    Bijzonder gewild

    ‘De bereidheid om ervoor te betalen is momenteel heel groot,’ zegt Schiller. Sommigen zijn bereid om voor hoogwaardig gerecyclede grondstof tot dubbel zoveel te betalen als voor nieuw materiaal.’ Bijzonder gewild zijn bijvoorbeeld doorzichtige petflessen. Daaruit kun je na het verhakselen en smelten opnieuw doorzichtige flessen maken.

    Nog steeds hebben veel inkopers er moeite mee om aan gebruikte kunststoffen te komen in behoorlijke hoeveelheden. ‘De markt is volkomen ondoorzichtig en versnipperd,’ zegt Schiller. Alleen in Europa zijn er al meer dan duizend ondernemingen die gerecyclede grondstof aanbieden – en tienduizenden bedrijven die ze nodig hebben. Ideale voorwaarden om een handelsplatform te beginnen.

    Vraag en aanbod samenbrengen, daar weet Schiller alles van. In 2013 nam de Franse start-up BlablaCar, een online carpoolcentrale, hem in dienst. Schiller moest een Duitse versie opzetten. Vier jaar later had BlablaCar in Duitsland zes miljoen leden.

    Bij Cirplus zijn plastickorrels van een milimeter tot en met metershoge balen van geplette flessen te koop

    En Schiller? Die stapte eruit en reisde de wereld rond, totdat hij het plasticafvaltapijt tegenkwam. Vijftien maanden later startte hij de handel op Cirplus. Intussen zitten er volgens Schiller ongeveer negenhonderd bedrijven op het platform, waar 1,2 miljoen ton plastic wordt aangeboden en gezocht. Dat is ruim eenvijfde van de hoeveelheid die Europa’s recyclingbedrijven jaarlijks kunnen verwerken.

    Cirplus rekent nog geen provisie voor elke succesvolle transactie. De onderneming leeft van de investeringen van Britse, Zweedse en Duitse kapitaalverschaffers die risico’s durven nemen, en van subsidies van de overheid.

    De Cirplus-app doet denken aan een portal voor het boeken van vluchten of hotels. Links in de zoekpagina geven gebruikers aan wat ze nodig hebben: kunststofsoort, kleur, land van herkomst of een bepaalde toestand van het materiaal. Rechts verschijnen dan bijpassende aanbiedingen: van plastickorrels van een milimeter tot en met metershoge balen van geplette flessen.

    De veelvormigheid is het grootste probleem van Cirplus, want die maakt de handel ingewikkeld. Op grondstofbeurzen wordt gewoonlijk gehandeld in gestandaardiseerde eenheidsproducten. Het vat Brentolie, het ounce zilver of het pond suiker hebben altijd dezelfde kwaliteit, dezelfde maten, en de handel daarin is navenant snel en ongecompliceerd.

    Gevaar

    Bij gerecyclede kunststofof is dat anders. ‘De klanten kopen geen gebruikte waar zolang ze er niet zeker van zijn dat de kwaliteit in orde is,’ zegt Schiller. Zo zouden vreemde stoffen, bijvoorbeeld motorolie in een plastic fles, een hele lading kunnen bederven. Daarom stuurt Cirplus kopers voor de aankoop eerst een proefmonster op. Dat vertraagt niet alleen de transactie. Er schuilt ook het gevaar in dat beide partijen ten slotte buiten de beurs om zaken gaan doen, om provisies te ontlopen die Cirplus in de toekomst wil gaan rekenen.

    ‘We hebben standaardisering nodig,’ zegt Schiller. Daarom hebben de beide oprichters samen met het Deutsche Institut für Normung het initiatief genomen voor een nieuwe DIN-norm voor kunststofafval. Daarin wordt vastgelegd hoe gebruiksplastic in de toekomst geklassificeerd wordt, bijvoorbeeld naar herkomst, kwaliteit of andere criteria. Leidende spelers in hun branche, van Dualen System Deutschland via Remondis Recycling tot en met bouwbedrijf KraussMaffei hebben aan de norm meegewerkt. Eind 2021 moet die klaar zijn en ingevoerd worden.

    ‘In de markt komen steeds weer gevallen van bedrog voor’

    Dat zal fraude overigens niet verhinderen. ‘In de markt komen steeds weer gevallen van bedrog voor,’ zegt Philipp Sommer, expert op het gebied van kringloopeconomie bij een Duitse milieubeschermingsorganisatie. Omdat gerecycled plastic net even meer geld opbrengt dan nieuw plastic labelen malafide aanbieders virgin plastic als gebruikt plastic. Platforms als Cirplus moeten dus er dus voor zorgen dat herkomst en kwaliteit gegarandeerd zijn. Cirplus wil zijn klanten daarom aanbieden om materiaal door onafhankelijke deskundigen, bijvoorbeeld van het Kunststof Institut Lüdenscheid, te laten testen en certificeren. Het platform wil tests, betaalprocedure en verzending gaan verzorgen en daarmee geld verdienen.

    ‘Ik ben ervan overtuigd dat kunststofproducten over een paar jaar voor een groot deel uit gerecyclede materialen zullen bestaan. Dat is ook economisch zinvol,’ zegt Schiller.

    Dan is er ook geen reden meer om plasticafval in zee te dumpen. Zodat Schiller een meer ontspannen zeiltocht kan maken.

    Lees ook:

  • Plasticafval Amazon is met een derde gestegen tijdens pandemie

    Plasticafval Amazon is met een derde gestegen tijdens pandemie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada trekt 40 miljard uit om inheemse kinderen te compenseren

    » NFT’s zijn populair in kunstwereld

    Plasticafval Amazon toegenomen door stijgende verkoop

    Volgens een rapport van milieu-organisatie Oceana is het plasticafval van Amazon vorig jaar tijdens de pandemie met bijna een derde toegenomen, tot 270.000 ton.

    Oceana schat dat 10.700 ton van dit plastic, met inbegrip van luchtkussens, noppenfolie en met plastic beklede papieren enveloppen, waarschijnlijk in zee terecht zal komen.

    Amazon, de grootste detailhandelaar ter wereld, wees de cijfers van Oceana van de hand en zei dat Oceana het plasticafval met 300 procent had overschat. Ook plaatste het bedrijf vraagtekens bij het model dat is gebruikt om het percentage te schatten dat waarschijnlijk in zee terechtkomt. Het heeft geen alternatieve cijfers verstrekt, schrijft The Guardian.

    Amazon zag zijn omzet in 2020 met 38 procent stijgen tot 386 miljard dollar (342 miljard euro), toen een groot deel van de wereld op slot zat en de onlineverkoop toenam.

    Lees ook: