Door de aanwezigheid van mijnbouwbronnen en een overvloed aan vis wordt de Braziliaanse Javari-vallei steeds vaker bedreigd door gewapende stropers die erop uit zijn de rijkdommen te plunderen.
Dit artikel stamt uit 2018; het wordt opnieuw gepubliceerd ter herinnering aan een van de auteurs, Dom Phillips, die in juni 2022 werd vermoord vanwege zijn betrokkenheid bij bedreigde inheemse volken van de Amazone.
Luister dit artikel:
Francisco Lima zit in een houten wachttoren en knipt een zoeklicht aan en uit terwijl hij de donkere rivier afspeurt. Hij kamt het gebied uit op eventuele commerciële vissers die de rivieren plunderen in de Javari-vallei, een afgelegen inheems reservaat aan de Braziliaanse grens met Peru.
Zijn wachttoren biedt uitzicht over de rivieren die uitmonden in dit reservaat, waar zesduizend mensen uit acht verschillende stammen wonen, elk met hun eigen taal en gebruiken. Dit gebied kent de hoogste concentratie van zogenoemde geïsoleerde inheemse groepen ter wereld. Naast de inheemse bevolking mogen alleen geautoriseerde bezoekers het reservaat betreden, maar het 12V-lampje dat de 55-jarige Lima gebruikt kan indringers maar moeilijk tegenhouden.
In het kort
• Illegale vissers en stropers bedreigen het bestaan van de inheemse bevolking in de Javari-vallei.
• Gouddelvers vervuilen de rivieren met kwik. Er wordt gejaagd op beschermde diersoorten, zoals schildpadden.
• Mensen die het reservaat binnendringen, moeten zwaarder worden gestraft, en er is meer geld nodig om het reservaat te beschermen.
‘Er is een kortere route,’ zegt hij, terwijl hij ergens in het halfduister een waterweg aanwijst die om de haven loopt. De haven is in het bezit van Funai, de Braziliaanse overheidsdienst voor de bescherming van de inheemse bevolking. De vissers laten hun kano’s vollopen, zegt Lima, dompelen zich onder en kunnen zo stilletjes de straal van het zoeklicht ontlopen.
Warrige schoonheid
Dit groepje houten hutten dat op palen boven de rivier uitsteekt, is een van de vier Funai-bases in de Javari-vallei. De vallei is een wildernis van dichte bossen, steile ravijnen en kronkelende rivieren, zonder wegen of mobieletelefoonnetwerken – en zonder politie. In de rivieren van Javari liggen anaconda’s en alligators op de loer; slangen, jaguars en schorpioenen zwerven door de bossen, apen krijsen in de bomen. Het is van een weelderige, warrige schoonheid die nog onbezoedeld is door menselijk ingrijpen.

Gedurende meer dan tien jaar nadat het reservaat in 1998 werd opgericht, behoorden de zestien geïsoleerde inheemse stammen tot de best beschermde in Brazilië. Maar vandaag de dag wordt het reservaat op meerdere fronten binnengedrongen, waardoor de geïsoleerde groepen, die met pijl en boog of met blaaspijpen jagen en contact met de moderne samenleving vermijden, gevaar lopen. Contact met buitenstaanders kan dodelijk voor hen zijn, omdat zij geen immuniteit hebben opgebouwd tegen ziekten zoals griep.
‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe. Er is geen effectieve bescherming’
‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe,’ vertelde Beto Marubo, een inheemse leider in Javari, in april aan het Permanente Forum over Inheemse Aangelegenheden van de Verenigde Naties in New York. ‘Er is geen effectieve bescherming.’
Inheemse leiders en medewerkers van Funai zeggen dat de conservatieve regering van president Michel Temer het instituut opzettelijk van middelen berooft, zodat ze de machtige lobby van de agro-industrie tevreden kan stellen. ‘Temer wil een einde maken aan inheemse gebieden,’ zegt João Gomes Kanamari, 49 jaar oud en stamlid van de Kanamari. ‘We hebben veel hout. We hebben veel goud en mijnbouwbronnen.’
Op de Funai-basis in Atalaia do Norte, de stad die het dichtst bij het reservaat ligt, zijn de telefoons afgesloten en werkt het internet niet meer. Contracten voor brandstof en andere goederen worden opgezegd en het gerucht gaat dat de basis binnenkort wordt gesloten. ‘Als je het systeem verzwakt, werkt het niet,’ zegt Bruno Pereira, een medewerker van Funai die met geïsoleerde en voormalig geïsoleerde inheemse mensen in het reservaat werkt.
Schildpadden
Diep in de Javari-vallei kunnen vissers tot een halve ton pirarucu [een zoetwatervis] en zevenhonderd schildpadden vangen op een enkele tocht. Allebei zijn het beschermde diersoorten. Ook jagen ze op het land, waardoor geïsoleerde bevolkingsgroepen worden beroofd van waardevolle voedselbronnen.
In de oostelijke regio’s van het land vervuilen illegale gouddelvers rivieren met kwik. Veeboeren rukken op vanuit het zuiden. In de buurt van de noordelijke grenzen worden drugs getransporteerd over de rivier de Solimões – afgelopen oktober werd na een schietpartij 776 kilo cocaïne in beslag genomen.
De Unie van Inheemse Volken van de Javari-vallei heeft de Noorse regering om financiële steun gevraagd. ‘De invasies reiken tot gebieden waar de geïsoleerde groepen leven,’ zegt Paulo da Silva, de coördinator. ‘Maar onze handen zijn gebonden, we kunnen er niets tegen doen.’

Op uitnodiging van zijn organisatie reisden verslaggevers van The Guardian met een Funai-team en inheemse bewoners in een open boot naar dorpen diep in Javari. Daarna trokken ze het bos in om de bewegingen van een geïsoleerde groep te volgen – wat neerkwam op een reis van zo’n 1020 kilometer. Het team onderzocht meldingen door de Marubo, die dicht bij het kleine, afgelegen gehucht São Joaquim een geïsoleerde stam hadden gezien.
‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat’
Net buiten het reservaat vestigt Bruno Pereira, die de expeditie leidt, de aandacht op een ploeg commerciële vissers. Drie houten boten en een groep kano’s liggen afgemeerd in het water naast een groen, cirkelvormig net om pasgeboren arowana’s [vissen] mee te vangen, die als huisdier worden verhandeld.
Vissers bedreigen de Korubo-stam, die diep in het reservaat woont, in het dorpje Vuku Maë aan de rivier. Naakt, ingesmeerd met het rode sap van urucumzaden of gekleed in kleine flarden stof zitten ze op boomstammen onder een rieten dak, terwijl om hen heen kinderen en kleine aapjes rondscharrelen. Ze vertellen dat het aantal invallen toeneemt. Die ochtend nog hebben vier vissers boven de hoofden van drie Korubo-kinderen waarschuwingsschoten gelost om ze weg te jagen. ‘We maken ons veel zorgen over hoe we kunnen vissen,’ zegt Txitxopi, een dorpshoofd. ‘We zijn bang.’
Xuxu Korubo weet hoe kwetsbaar geïsoleerde inheemse mensen zijn: zelf leefde hij in het wild in het bos tot 2015, toen er contact ontstond met zijn groep. ‘Er waren veel gevechten met vissers,’ zegt Xuxu. Hij maakt zich zorgen om zijn drie broers, die nog steeds in het bos wonen met een andere geïsoleerde groep. ‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat.’
Patrouilles
De bossen van Javari krioelden voorheen van de houtkappers en kolonisten, maar buitenstaanders werden verdreven toen het gebied in 1998 een inheems reservaat werd. Internationaal geld maakte het voor Funai mogelijk om regelmatig patrouilles uit te voeren, maar die zijn grotendeels stopgezet.
Afgelopen december nam een Funai-team zevenhonderd schildpadden en een halve ton pirarucu van een vissersploeg in beslag. Dat was mogelijk door de samenwerking met de plaatselijke politie – een uitzonderlijke gebeurtenis. Maar terwijl ze de vangst in beslag namen, voeren er alweer andere visserskano’s voorbij, zegt Gustavo de Souza, de plaatselijke coördinator van Funai. Het ontbreekt hem aan personeel en middelen om het gebied te bewaken, vertelt hij. Enkele maanden geleden werd een Funai-team beschoten door een andere groep vissers. Medewerkers van het instituut zijn doorgaans niet gewapend en er zijn geen duidelijke regels opgesteld om eventuele arrestaties te verrichten. ‘Het is gevaarlijk om achter vissers of jagers aan te gaan die gewapend zijn en werken in teams van zes,’ zegt De Souza.
De budgetten van Funai slonken al voordat president Temer in 2016 aantrad. Hij decimeerde wat er nog van over was en zette de afbakening van nieuwe reservaten stop. Het budget waarmee Funai het inheemse land, dat 13 procent van het Braziliaanse grondgebied beslaat, moet beschermen en nieuwe gebieden moet afbakenen, bedroeg vorig jaar slechts 3,8 miljoen Britse pond, minder dan een derde van wat er in 2013 voor was uitgetrokken. Daarvan was slechts 380.000 pond opzijgezet voor de bescherming van de Javari-vallei. Daartegenover gaf Brazilië in 2017 60 miljoen pond uit aan huisvestingstoelagen voor goedbetaalde rechters, zelfs voor rechters in het bezit van een eigen huis. ‘Er is een politieke groep in Brazilië die Funai wil verzwakken,’ zegt De Souza, ‘om deze gebieden makkelijker te kunnen uitbuiten.’
Veel vis
Er is weinig begrip voor dergelijke zorgen in Atalaia do Norte. Volgens Roberto da Costa, 47 jaar en voorzitter van de plaatselijke vissersvereniging, komt dat doordat het reservaat te groot is. ‘Het is veel land voor weinig inheemse mensen,’ zegt hij, en hij voegt eraan toe dat de visserij een van de weinige inkomstenbronnen is in deze verarmde regio. ‘Soms betreden [de vissers] het land van de inheemse bevolking omdat ze wel moeten, omdat het nodig is voor hun familie,’ zegt hij. ‘Er zit daar veel vis.’

Op de vismarkt in Leticia, net over de Colombiaanse grens, verkopen marktkramers openlijk pirarucu. Ze zeggen erbij dat de vis uit Brazilië komt, waar die legaal alleen in kwekerijen gevangen mag worden, en geven het mobiele nummer van een man die levende baby-arowana’s te koop aanbiedt voor 50 Britse pence per stuk. Een mannetjesvis kan er wel tweehonderd in zijn bek houden.
‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee’
Op een bijeenkomst in het houten schoolgebouw van het dorp Rio Novo, diep in het reservaat, spreken Marubo-bewoners hun woede en frustratie uit over het falen van het instituut om te voorkomen dat vissers hun gebied binnendringen. Ook uiten ze hun zorgen over in isolatie wonende ‘familieleden’, zoals ze hen noemen. ‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee,’ aldus Alderney Marubo van 45, de dorpsonderwijzer. ‘We willen toezicht houden op onze eigen rivieren.’ Zijn broer Daniel, 50 jaar en werkzaam bij de kliniek, vraagt om die reden om een boot met buitenboordmotor. ‘Het is ons land,’ zegt hij.
Volgens Bruno Pereira zouden inheemse bewoners die over gps beschikken en geschoold zijn in landbeheer veel meer kunnen doen – zoals ook gebeurt in andere Amazonestaten als Pará, waar leden van de Munduruku-stam hun eigen land in kaart hebben gebracht om druk uit te oefenen op een vastgelopen demarcatieproces. ‘We moeten hun meer macht geven,’ aldus Pereira. Hij is voorstander van meer samenwerking tussen Funai, de politie en het Braziliaanse milieu-instituut. Ook wil hij zwaardere straffen zien voor mensen die het reservaat binnendringen, en meer geld om het reservaat te beschermen.
Paulo da Silva van de Unie van Inheemse Volken zegt dat de mensen van de Javari-vallei een actievere rol moeten gaan spelen in het beheer van hun eigen gebied. Hij vertelt dat 36 inheemse bewoners onlangs een tiendaagse workshop van een non-profitorganisatie hebben bijgewoond. Daar leerden ze hoe ze gps en andere cartografische instrumenten kunnen gebruiken en hoorden ze ook hoe inheemse bewoners uit andere gebieden hun land bewaken. Dat was, aldus Da Silva, alvast een begin.

