Tag: politici

  • ‘Schietgrage’ parlementsleden in Kenia baren zorgen

    ‘Schietgrage’ parlementsleden in Kenia baren zorgen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Denemarken weert pikante noedels uit Zuid-Korea

    » Klimaatopwarming maakt schimmelinfecties nog gevaarlijker voor mensen

    Meerdere politici zijn betrokken bij schietincidenten

    In Kenia maken de media zich zorgen over een vreemd fenomeen die parlementariërs in zijn greep lijkt te hebben. ‘When MPs go trigger-happy’, kopt Daily Nation, omdat het aantal gevallen waarbij parlementsleden in het openbaar een vuurwapen trekken de afgelopen jaren is toegenomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het laatste incident kostte op 17 mei het leven aan een taxichauffeur. De tragedie werd veroorzaakt door een ruzie tussen verschillende parlementsleden op een markt in Thika, een uur rijden van hoofdstad Nairobi. De schutter, parlementslid Gabriel Kagombe, staat terecht voor moord.

    Net als hij werden twee andere parlementsleden verdacht van moord, in 2020 en 2022, voordat ze werden vrijgesproken. In juli 2023 deed een video op sociale media de ronde van een parlementslid die met een wapen zwaaide om demonstranten bang te maken. Een paar jaar eerder, in 2017, was het een voormalig senator die in een video het vuur opende op mannen die apparatuur van zijn benzinestation in beslag kwamen nemen.

    ‘Politieke rivaliteit is de belangrijkste reden voor deze schietpartijen’, aldus Daily Nation. Voor veiligheidsexpert George Musamali, geïnterviewd door de krant, zijn deze incidenten ‘een teken van een land in crisis’. De expert zet ook vraagtekens bij de naleving van wetten omtrent vuurwapenbezit. ‘Er is mogelijk een corruptieprobleem, omdat mensen die geen vuurwapens zouden mogen bezitten, er toch in slagen om ze te krijgen’, zegt hij.

  • We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    De Mexicaanse auteur Jorge Volpi doet naar aanleiding van de vele rellen die in zijn land plaatsvonden op vrouwendag een aanklacht tegen de huichelachtige tijd waarin we leven.

    Rellen in Mexico-Stad

    Volgens de Mexicaanse autoriteiten hebben 62 politiemensen en 19 vrouwen verwondingen opgelopen toen het tot een confrontatie kwam tussen betogers en de politie bij demonstraties op Internationale Vrouwendag. Demonstranten gingen de agenten te lijf met hamers, schilden en zelfgemaakte vlammenwerpers.

    De vrouwen protesteerden tegen het seksueel geweld waarmee ze dagelijks te maken hebben. Volgens México Evalua, een onafhankelijk onderzoeksbureau, zijn in de tweede helft van 2020 5 miljoen vrouwen in het land slachtoffer geworden van seksueel geweld. Volgens gegevens van de Mexicaanse regering zelf zijn in 2020 939 vrouwen vermoord omdat ze vrouw waren. Tussen 2015 en 2020 steeg het aantal femicidegevallen met 130 procent.

    De woede van de demonstranten richtte zich vooral op president López Obrador. Hij zou te weinig doen tegen het misbruik. Onlangs sprak de president nog zijn steun uit voor een politicus die door een aantal vrouwen is beschuldigd van verkrachting.

    De ex-president die de oorlog begon tegen de drugshandel – de directe oorzaak van honderdduizenden doden en verdwijningen –, juicht de protesten tegen de vrouwenmoorden toe. De spreekbuis van de huidige president noemt de metalen afzetting rond het Palacio Nacional, ons regeringsgebouw, tegen de feministische protesten een ‘vredesmuur’. De verantwoordelijke om de covid-19-pandemie te bestrijden loopt zonder mondkapje en wetend dat hij besmettelijk is, door een openbaar park om vervolgens de media uit te foeteren die inbreuk maken op zijn privacy. Voormalige linkse activisten rechtvaardigen het politieoptreden tegen de feministische demonstranten. De voornaamste oppositiepartij, fel gekant tegen de legalisering van abortus, staat achter de protesten van de #8M-beweging op 8 maart. De president zwijgt in alle talen over het geweld tegen de vrouwen maar toont zich vol lof over het feit dat de barricade rond het regeringsgebouw het heeft gehouden. De partij die de corruptie heeft verheven tot landspolitiek wijst witheet op een Accountantsonderzoek dat diverse onregelmatigheden in het huidige regeringsbeleid blootlegt. Hoge vrouwelijke functionarissen en leiders van MORENA (Movimiento Regeneración Nacional), die zich als feminist voordoen, reppen met geen woord over de poging van hun partij om een politicus voor te dragen die herhaaldelijk van verkrachting is beschuldigd.

    Mensenrechtenactivisten die de overstap hebben gemaakt naar overheidsfunctionaris, dekken het misbruik bij de politie. Mensenrechtenactivisten houden hun mond over de demonstranten die een groep vrouwelijke politieagenten afranselden. Een president die zichzelf progressief noemt – en geen dag voorbij laat gaan om zijn rivalen als conservatief te bestempelen – stelt voor zowel de legalisatie van abortus als de kandidatuur van de politicus die van verkrachting is beschuldigd, afhankelijk te maken van de publieke opinie. De voormalige kandidaat voor het presidentschap, die de conservatieve partij verliet, komt op zijn schreden terug en ambieert een functie in een gebied waar hij nooit heeft gewoond. De partij die zichzelf afficheert als sociaal komt aanzetten met een politicus die openlijk klassenjustitie en machismo voorstaat. Een partij die van oudsher als links bekend staat verbindt zich met de twee partijen die ze haar hele geschiedenis lang heeft bestreden. Een journalist die de politieopstelling steunde haalt dagelijks uit naar de president. De kandidaat die de demilitarisatie van het land beloofde draagt alle macht over aan het leger. Tientallen journalisten en intellectuelen die zich hebben verrijkt aan de vorige regimes, beschuldigen de huidige regering van censuur. 

    Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort

    En er zouden nog veel en veel meer voorbeelden te geven zijn. Als iets het Mexico van nu kenmerkt, al zie je hetzelfde gebeuren in andere delen van de wereld, is het niet zozeer de leugen – of wat we alternatieven feiten zijn gaan noemen – als wel het gebrek aan congruentie. Het feit dat er geen peil te trekken is op onze publieke spelers. Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort: we luisteren naar de tot vervelens toe herhaalde uiteenzettingen in de krakende ochtendpraatjes van de president, naar de opgewonden verklaringen van partijleiders, naar de raadselachtige commentaren van journalisten, woordvoerders en influencers, en bovenal naar de weerzinwekkende bagger op de sociale media, en constateren algauw dat de verkondigers met al hun flux de bouche en poeha over het algemeen precies het tegenovergestelde hebben gedaan van wat ze beweren.

    We leven in het rijk van de incongruentie. En van het cynisme.

    Kloof

    Hoe bestaat het dat we dulden dat Felipe Calderón zegt niets te hebben geweten van de banden met de drugshandel van zijn rechterarm, Genaro García Luna? Of dat Andrés Manuel López Obrador de kandidatuur van Félix Salgado Macedonio [die wordt beschuldigd van verkrachtig] steunt? Of dat de aanhangers van PAN (Partido Acción Nacional) hebben ingestemd met alle slogans die op de gevel van het Paleis werden geprojecteerd, behalve de oproep tot legalisering van abortus? Of dat MORENA zijn politieke macht niet heeft ingezet om die decriminalisering erdoor te krijgen?

    Hoe bestaat het dat we dag in dag uit al deze politici, ondernemers, activisten, journalisten en intellectuelen dulden die het ene zeggen en precies het tegenovergestelde doen? Hoe komt het dat de kloof tussen de boodschapper en de boodschap zo diep is geworden?

    Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog

    Ons openbare leven is ineens veranderd in een obscene setting waarin slechte toneelspelers ageren, die tegenover hun gehoor de ene rol vertolken en, eenmaal veilig thuis, hun masker afrukken om iemand anders te zijn. Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog, zolang de vijand maar in een kwaad daglicht wordt gesteld.

    Al hebben ik en de mijnen veel ergere dingen gedaan dan jij en de jouwen – denk aan PRI (Partido Revolucionario Institucional) en PAN –, nu gooien we het je woedend en verontwaardigd in het gezicht. Of: nu we de macht hebben – MORENA – doen we zelf wat we bij de oppositie het meest bekritiseerden. Of: nu ik ultraconservatieve maatregelen tref – zoals het land extreem militariseren of de slachtoffers negeren –, beschuldig ik alle anderen van conservatisme. Of: nu ik weer in de oppositie zit, bekritiseer ik jou omdat je hetzelfde doet als ik voorheen. 

    Daarom klappen we zo als iemand eens consequent is, zoals Estefanía Veloz, een militante feministe van MORENA, die aankondigde haar partij de rug te zullen toekeren als die doorging met haar steun aan Salgado Macedonio… en inderdaad vertrok. Dat zulk gedrag ons verbaast toont wel aan hoezeer we gewend zijn geraakt aan het tegendeel: gegoochel met woorden om wat niet te rechtvaardigen is te rechtvaardigen.

    We leven in het rijk van het onfatsoen.

    Als aan iets behoefte is in dit bedroevende panorama, dan is het aan onvervalste onderzoeksjournalistiek. Die kan dienen als geheugensteun om de ongerijmdheid of incongruentie te ontmaskeren en ons er, als spiegels van Dorian Gray, aan te helpen herinneren wie er schuilgaan achter die mooie facies van degenen die zo fier en vol overtuiging de anderen beschuldigen van wat zij zelf zijn.  

  • 2. Wijsheid komt echt pas met de jaren

    2. Wijsheid komt echt pas met de jaren

    De opkomst van piepjonge leiders is helemaal geen voordeel, betoogt Philip Collins. Politici hebben ervaring nodig. ‘Wijsheid is van groot belang binnen de politiek, en toch klinkt eeuwig en altijd de roep om jeugd.’

    De opkomst van Jacinda Ardern (37) in Nieuw-Zeeland en die van Sebastian Kurz (31) in 
Oostenrijk maakt duidelijk dat kiezers bereid zijn jonge leiders hun vertrouwen te schenken. Maar om een land 
te besturen is meer nodig dan een energiek wonderkind.

    Sebastian Kurz, de nieuwe bondskanselier van Oostenrijk, is met zijn tweeëndertig jaar al behoorlijk oud als je kijkt naar de echt jonge leiders. William Pitt de Jongere was nog maar vierentwintig toen hij in 1783 premier werd. Door de grilligheid van de erfelijke troonsopvolging komt het voor dat vorsten al in hun kinderjaren de troon bestijgen. Koning Hoessein van Jordanië werd al op zijn zestiende gekroond, Faisal II van Irak en Gyanendra van Nepal werden op hun derde koning 
en Foead II van Egypte kwam aan het bewind toen hij nog maar 192 dagen oud was.

    Bovendien is het bondskanselierschap van Oostenrijk kinderspel vergeleken bij wat sommige anderen mensen op diezelfde leeftijd hebben bereikt. Marie Curie ontdekte radium toen ze eenendertig was. Bentley zette op die leeftijd zijn eerste auto in de markt en Hilton kocht zijn eerste hotel. Prins Albert organiseerde de Grote Tentoonstelling en Monet stelde het schilderij tentoon dat het startschot zou vormen van het impressionisme. En het zou mij verbazen als Kurz ooit een album uitbrengt dat net zo goed is als The River van Bruce Springsteen.

    Jong door de wol geverfd

    Voor sommige mensen is het leven al afgelopen op hun eenendertigste. Schubert droeg op zijn eenendertigste de kist van Beethoven en viel vervolgens zelf dood neer. Nijinski was eenendertig toen er een einde kwam aan zijn carrière als balletdanser omdat hij werd gediagnosticeerd als ongeneeslijk krankzinnig. Alan Turing had al een paar jaar voor het bereiken van die leeftijd de enigmacode gekraakt. En dan zijn er nog de echte genieën. Kurz is natuurlijk niet het eerste Oostenrijkse wonderkind. Mozart componeerde al op zijn vijfde zijn eerste stuk dat werd uitgevoerd. Pascal had op zijn twaalfde geheel zelfstandig vrijwel alle geometrische bewijzen van Euclides rond gekregen.

    Dat roept de vraag op of het überhaupt mogelijk is om een wonderkind te zijn in de politiek, want dat is Kurz allesbehalve. Los van het vervullen van zijn dienstplicht heeft hij weinig anders gedaan dan politiek bedrijven; hij heeft zelfs zijn studie rechten aan de universiteit van Wenen niet afgerond. Zijn nog betrekkelijk korte leven bestaat uit niet veel meer dan politiek. Hij is al net zo’n ervaren en door de wol geverfde politicus als Bill Clinton uiteindelijk was: hoe hij zijn handen beweegt, of hij zijn hoofd schuin houdt, het is allemaal zorgvuldig uitgedacht; zijn kleren zijn met de grootst mogelijke zorg gekozen en hij mag zich graag presenteren als iemand die veel sport.

    Hij heeft zijn positie niet eens echt te danken aan zijn politieke talent. Het is eerder zo dat Kurz tot grote hoogten is gestegen op een golf van anti-migratiesentimenten. Hij heeft geprobeerd munt te slaan uit zijn jonge leeftijd en de kracht van de beeldvorming door zijn partij een ander imago te verlenen: de partijkleur is van zwart veranderd in een zachter turkoois, en de naam is veranderd in Oostenrijkse Volkspartij. Maar zijn leeftijd speelde een minder belangrijke rol bij zijn succes dan zijn niet al te sympathieke standpunten.

    Vóór Kurz en Ardern hebben we acht wereldleiders gezien die nog geen veertig waren

    In de politiek is het lastiger om het al op jonge leeftijd ver te schoppen dan in, bijvoorbeeld, de muziek. Politiek is eerder de kunst van het mogelijke dan de wetenschap van het onvermijdelijke, en in die zin is het dan ook geen terrein waar wonderkinderen tot bloei komen. Bij een politicus van onder de dertig blijven we het gevoel houden dat hij nog niet helemaal droog achter de oren is. Vóór Kurz en de zevenendertigjarige Jacinda Ardern, die onlangs premier is geworden van Nieuw-Zeeland, en die daarmee de jongste vrouwelijke leider ter wereld is, hebben we acht wereldleiders gezien die nog geen veertig waren. Van deze leiders spreken Emmanuel Macron (39), president van Frankrijk, en de drieëndertigjarige Kim Jong-un van Noord-Korea misschien wel het meest tot de verbeelding – ieder op hun eigen manier.

    Ardern heeft het vak geleerd in de Labour Party van Nieuw-Zeeland – om nog maar te zwijgen van de periode dat ze in Londen heeft gewerkt, voor Tony Blair – en net als alle andere jonge leiders stond haar leven altijd al in het teken van de politiek, waarvoor andere dingen moesten wijken. Haar snelle opkomst is misschien wel het spectaculairst. Ze zit pas sinds vorig jaar mei in de kamer. Er is binnen korte tijd zoveel veranderd in het politieke landschap dat ze in augustus vicevoorzitter werd van de partij en het inmiddels tot premier heeft geschopt. Het zou veel te kort door de bocht zijn om dit allemaal toe te schrijven aan een gunstig gesternte. Ze is zonder meer goed in haar vak, al moeten we nog afwachten of ze ook een goede premier zal blijken.

    JACINDA ARDERN – Premier van Nieuw-Zeeland, 37 jaar

    ▶ In functie sinds oktober 2017
    ▶ Labour Party (centrum-links)
    ▶ De jongste premier van Nieuw-Zeeland sinds 1856

    Beroepservaring:
    2003 Vicevoorzitter van de jongerenafdeling van de Labour Party op 23-jarige leeftijd
    2006 Politiek adviseur van de Britse premier Tony Blair in Londen
    2008 Gekozen in het parlement van Nieuw-Zeeland Augustus 2017 lijsttrekker voor Labour bij de algemene verkiezingen in september van dat jaar

    In de Britse politiek vertoont de leeftijd van de premier nogal wat schommelingen. De eerste man die zich premier mocht noemen, Robert Walpole, nam op zijn vierenveertigste zijn intrek in Downing Street. Tony Blair en David Cameron waren allebei drieënveertig. De victoriaanse tijd was de tijd van de Eerbiedwaardige Oude Mannen. Disraeli moest tot zijn drieënzestigste wachten voor hij premier werd, Palmerston bekleedde het ambt op zijn zeventigste en tegen de tijd dat Gladstone in 1892 aan zijn vierde termijn begon, was hij tweeëntachtig. Na de eeuwwisseling zijn er dertien premiers op rij geweest die allemaal ouder waren dan drieënvijftig.

    Na de oorlog werd de radio meer en meer verdrongen door de televisie, en daarmee was de politiek niet langer alleen een kwestie van het oor, maar ook van het oog. De leiders werden jonger, zij het niet per se aantrekkelijker. Harold Wilson, die al op zijn éénendertigste minister was, werd nog altijd als een groentje beschouwd toen hij op zijn achtenveertigste premier werd. Wilsons uitstraling was jong en modern, net als later die van Blair. Hij was jonger dan Thatcher, die drieënvijftig was, maar Wilson was ouder dan John Major toen die in 1990 premier werd, en hetzelfde geldt voor Blair en Cameron. Tony Blair, Charles Kennedy en William Hague – die in 1977 al op zijn zestiende naam maakte op het Tory-congres – waren allemaal in dezelfde periode partijleider en ze waren stuk voor stuk het jongste kamerlid toen ze voor het eerst werden gekozen.

    Door deze trend, dat politici steeds jonger worden, ontstaat er een merkwaardige poel van politici van ergens in de vijftig of zestig, die al op hun lauweren rusten. Tony Blair, David Cameron, David Miliband, Nick Clegg en George Osborne zijn allemaal alweer van het toneel verdwenen, al had de politiek er verstandiger aan gedaan hen niet zo vroeg met pensioen te sturen. Hetzelfde lot wacht ongetwijfeld Justin Trudeau in Canada en Macron in Frankrijk.

    We zouden er goed aan doen, en niet alleen om bovenstaande reden, om deze jeugdcultus met enig voorbehoud te beschouwen. De voornaamste reden daartoe valt te lezen in Shakespeares As You Like It, waarin de zeven leeftijden van de mens aan de orde komen. We lezen dat de wereld van de politiek – ‘de rechter […] vol wijze spreuken en banale exemplen’ – de vijfde fase is, na het grienen en kwijlen, het jengelende schooljoch met zijn tas, de minnaar en de soldaat, en net voor de ‘schrale oude paai op muiltjes; bebrilde neus en buidel aan de zijde’* waarmee Shakespeare naar ik vermoed op het Hogerhuis doelt. Waar het Shakespeare om gaat is dat er veel wijsheid nodig is om een land te besturen en dat wijsheid vergaard dient te worden. Het komt niemand aanwaaien. Het is een kwestie van ervaring.

    EMMANUEL MACRON – President van Frankrijk, 40 jaar

    ▶ In functie sinds mei 2017
    ▶ La République en Marche (LREM)
    ▶ Het jongste staatshoofd in de geschiedenis van de Vijfde Republiek

    Beroepservaring:
    2012 Presidentieel adviseur op 34-jarige leeftijd
    2014 Minister van Economische Zaken
    April 2016 Oprichting van de partij LREM
    Mei 2017 Wint de presidentsverkiezingen

    Tony Blairs politieke carrière maakt duidelijk hoe belangrijk ervaring is. 
In zijn memoires, A Journey, beschrijft Blair hoeveel hij pas in de praktijk heeft geleerd, toen hij al premier was. Het paradoxale, zo maakt het boek mooi duidelijk, is dat politici aan het begin van hun carrière het minst capabel zijn, terwijl ze dan politiek gezien vaak op hun hoogtepunt zijn. In Blairs beginjaren werden er binnen de gezondheidszorg en het onderwijs verschillende systemen ontmanteld, die in de latere jaren van Blair opnieuw moesten worden ingevoerd. Leraren, artsen en verpleegkundigen waren begrijpelijkerwijs erg gefrustreerd over dat schommelende beleid. Dit soort dingen valt te verwachten wanneer er mensen aan de macht komen die niet goed begrijpen hoe veranderingen zich voltrekken. En zodra de leider eenmaal heeft uitgevonden aan welke touwtjes hij moet trekken om effectief te kunnen besturen, is zijn of haar politieke positie dermate geërodeerd dat er nauwelijks nog iets valt te bewerkstelligen. Het moment waarop je goed wordt in politiek bedrijven, valt samen met het moment waarop iedereen een hekel aan je begint te krijgen.

    De jeugdcultus is misschien niet per se belangrijker geworden, maar wel zichtbaarder, in de lange periode van vrede sinds de Tweede Wereldoorlog. Winston Churchill kwam op zijn vijfentwintigste in de kamer en Roy Jenkins op zijn achtentwintigste, maar beide mannen hadden daarvoor in het leger gediend, wat hun een zeker aanzien verleende dat mensen als Douglas Alexander of William Hague ontbeerden. De generatie politici die opgroeide in de schaduw van de oorlog bracht niet alleen de wijsheid mee die door die ervaring was opgedaan, maar deze politici werden ook met meer respect bejegend omdat ze als militair blijk hadden gegeven van hun vaderlandsliefde. In zekere zin werd die generatie eerder volwassen, door in de oorlog te hebben gediend.

    LEO VARADKAR – Premier van Ierland, 38 jaar

    ▶ In functie sinds juni 2017
    ▶ Fine Gael (centrum-rechts)
    ▶ De jongste premier van Ierland.

    Beroepservaring:
    2003 Als 23-jarige gekozen in het bestuur van de provincie Fingal
    2007 Gekozen tot afgevaardigde in het parlement
    2014 Eerste benoeming op een ministerspost

    De moderne democratische samenleving die bij uitstek ruimte biedt aan oudere mannen (en nog steeds in veel mindere mate aan oudere vrouwen) is de Verenigde Staten. Theodore Roosevelt is de jongste die president van Amerika is geworden. Dat was in 1901, op drieënveertigjarige leeftijd, maar dat was alleen omdat William McKinley was vermoord. Kennedy was drieënveertig, Bill Clinton en Ulysses S. Grant waren zesenveertig en Barack Obama was zevenenveertig. Ze hebben allemaal munt geslagen uit hun jeugdige imago, maar in vergelijking met andere landen waren ze eigenlijk al behoorlijk op leeftijd. De reden daarvoor is dat de minimumleeftijd voor leden van het congres is vastgelegd in artikel 1 van de Amerikaanse grondwet, waarin staat dat er geen mensen van onder de vijfentwintig zitting mogen nemen in het Huis van Afgevaardigden en geen mensen van onder de dertig in de Senaat. Als gevolg daarvan zullen Amerikanen met politieke ambities meestal eerst ervaring opdoen in hun eigen staat voordat ze zich aan de landelijke politiek wagen. Of ze doen eerst iets heel anders, wat nog beter is. In Engeland gelden niet van dergelijke grondwettelijke beperkingen, terwijl daar een leeftijdsbepaling – dat je niet voor je dertigste premier mag worden, om maar iets te noemen – zou kunnen helpen om een ander soort politici te kweken. Enige ervaring buiten de politiek, en dan nog wat tijd binnen de politiek om het vak onder de knie te krijgen, zou weleens een ideaal uitgangspunt kunnen zijn voor een politicus.

    Trump en Corbyn

    President Trump wekt de indruk van een oude politicus die het evengoed niet zo best doet, maar dat beeld klopt niet helemaal. Hoewel Trump al éénenzeventig is, heeft hij geen noemenswaardige ervaring in de politiek. Zijn onvermogen om dingen gedaan te krijgen, maakt eens te meer duidelijk dat bedrijfsleven en politiek twee totaal verschillende werelden zijn.

    Er tekent zich een conclusie af: een lange carrière in de politiek, waarbij 
op jonge leeftijd wordt begonnen maar niet te vroeg wordt gepiekt, lijkt een ideaal uitgangspunt. Dat gold voor Winston Churchill wiens carrière vele valse starts kende, om het voorzichtig uit te drukken, tot aan zijn opmerkelijke laatste fase tijdens de Tweede Wereldoorlog. De jonge John F. Kennedy heeft de wereld, mede door zijn jeugdige impulsiviteit, tot aan de rand van een kernramp gebracht. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog waren drie politici – Ronald Reagan, Michail Gorbatsjov en Margaret Thatcher – in staat een uitweg te vinden uit een zeer gespannen situatie.

    JUSTIN TRUDEAU – Premier van Canada, 46 jaar

    ▶ In functie sinds 4 november 2015
    ▶ Justin Trudeau is de oudste zoon van Pierre Elliott Trudeau, premier van Canada van 1968 tot ’79 en van 1980
    tot ’84

    Beroepservaring:
    Oktober 2008 lid van het Canadese parlement voor de Liberal Party
    2013 Leider van de Liberal Party

    Wijsheid is van groot belang binnen de politiek en toch klinkt eeuwig en altijd de roep om jeugd. Het is waar dat politieke bewegingen zich moeten vernieuwen en dat de energie, de ideeën en de kracht van jonge mensen onontbeerlijk zijn. Een partij die geheel en al afhankelijk is van de conventionele wijsheid van ouderen is gedoemd te verstarren. Dat hebben we net gezien bij de Labour Party die, met vierhonderdduizend leden en nog altijd groeiende, binnen de Britse politiek van de afgelopen eeuw nog het dichtst in de buurt komt van een nieuwe partij. Het punt is natuurlijk dat een partij die op een dergelijke manier verjongt, een collectief geheugen ontbeert. Geen van de leden is zich ervan bewust, of vindt het van belang, dat Labour al eerder een poging tot nationalisatie heeft gedaan, en dat zoiets gewoonlijk slecht afloopt. Toen er nog eens op werd gewezen dat de leider van de Labour Party in de jaren zeventig van de vorige eeuw bevriend was met enkele zware terroristen had dat nauwelijks invloed op het electoraat, voor wie dat allemaal te ver in het verleden lag. Het is niet uitgesloten dat de cavalerie van de jeugd bij de volgende landelijke verkiezingen naar de overwinning wordt geleid door Jeremy Corbyn, die zelf al achtenzestig is, en die daarmee de oudste premier ooit zou worden.

    Corbyn is geen wijze man die kan bogen op veel ervaring, ondanks zijn leeftijd. Hij heeft eerder een lange carrière achter de rug in de protestbeweging dan in de politiek. Corbyn heeft geen ministeriële kennis, ook niet indirect, en uit niets blijkt dat hij enig benul heeft hoe je een grote bureaucratie effectief kunt laten functioneren. Desondanks heeft hij gekozen voor een politieke modus operandi waarbij de centrale overheid een belangrijke rol wordt toegedicht. Een man die zich ideologisch verwant voelt met overheidscontrole terwijl hij geen enkele ervaring heeft als staatsman: het belooft weinig goeds. Corbyn is een oude man maar in politieke zin is hij nog altijd jong en naïef.

    Hetzelfde kan worden gezegd van zijn partij, die geconfronteerd wordt met de principiële kwestie welke rol jeugd kan spelen binnen de politiek. Het gaat er niet alleen om hoe oud de politici zijn, maar ook om de vraag hoe oud de partij is. Mondiaal gezien heeft een politieke partij een levensverwachting van drieënveertig jaar. Na een derde eeuw hebben de kiezers behoefte aan iets nieuws. In Engeland, een land dat wordt gegijzeld door het eigen electorale systeem, is er sinds de oprichting van de Labour Party in 1906 geen levensvatbare politieke partij meer opgericht. De Conservative Party is, ook in zijn hedendaagse vorm, geworteld in de tijd van de Great Reform Act, die dateert van alweer een kleine twee eeuwen geleden. Deze twee opgebrande mastodonten hebben net bij de landelijke verkiezingen 83 procent van de stemmen binnen weten te halen, ondanks een breed gevoelde onvrede met beide partijen.

    Macron heeft de perfecte combinatie gevonden van ervaring en een frisse uitstraling

    Het waarlijk opmerkelijke aan Emmanuel Macrons En Marche! is niet de leeftijd van de partijleider. Opmerkelijk is vooral dat de partij zo nieuw is. Macron heeft de perfecte combinatie gevonden van ervaring en een frisse uitstraling. Zodoende kan zijn beweging zowel politiek als antipolitiek bedrijven. Zelf is Macron minister van Economische Zaken geweest in het kabinet van Hollande, en veel mensen binnen zijn team zijn gepokt en gemazeld in de politiek. Daarnaast is hij erin geslaagd capabele mensen uit andere bedrijfstakken aan te trekken, mensen zonder politieke ervaring. Dit vernieuwende aspect van En Marche! is van cruciaal belang voor het succes. En Marche! was jong en nieuw. Het was de geboorte van een nieuw soort politiek, in plaats van een herschikking van de bestaande politiek.

    De Britse politiek maakt een afgeleefde indruk en daar kunnen de oudere kopstukken van Labour of van de Conservative Party niets tegen doen. Er is behoefte aan vers bloed en de gevestigde politieke partijen zijn aan vervanging toe.

    Auteur: Philip Collins
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    KADER: Nieuw-Zeeland, het bliksemsucces van Jacinda Ardern

    ‘Jacinda Ardern zet de politiek in Nieuw-Zeeland onder hoogspanning,’ voorzag de Amerikaanse financiële website Bloomberg in september vorig jaar, twee dagen voor de algemene verkiezingen, die Ardern aan de macht brachten. (Zij werd op 19 oktober benoemd tot premier, na een coalitieakkoord met de populistische partij First.)

    De nu 37-jarige Ardern heeft dus een flitsende carrière in de poltiek gemaakt. Ze maakte haar parlementaire debuut in 2008 en was nog altijd een ‘eenvoudig’ parlementariër toen ze op 1 augustus 2017 werd aangewezen als lijsttrekker van de Labour Party, die in problemen verkeerde. De partij slaagde er onder haar leiding in zich in nauwelijks zeven weken uit de nesten te werken, vat Bloomberg samen.

    ‘Ze begreep de frustraties die het land in hun greep hielden, meent de Nieuw-Zeelandse website Stuff, die van deze frustraties een opsomming geeft: problemen met huisvesting, openbaar vervoer en groeiende ongelijkheid. Maar vooral, benadrukte de site, bleef Ardern hameren op de noodzaak van een generatiewisseling na negen jaar overheersing door de rechtse National Party. Bovendien wist ze zich bekwaam te verdedigen tegen beschuldigingen van seksisme die werden geuit na haar nominatie. De media in Nieuw-Zeeland spraken zelfs van een ‘Jacindamania’.

    KADER: Opzij ouwe…!

    In tegenstelling tot wat zij pretendeert, is de generatie van jonge politici niet vernieuwender of warser van oude politieke gebruiken dan de vorige, tekent de Vlaamse krant De Morgen aan. Wat haar wel onderscheidt, ‘nog afgezien van haar charme’, is veeleer ‘een zekere mate van meedogenloosheid’: tal van jonge politici gebruiken hun ellebogen ten koste van hun leiders, zoals Emmanuel Macron ten opzichte van François Hollande, of Matteo Renzi ten aanzien van Enrico Letta, destijds premier van Italië en partijleider.

    De ‘verjonging’ is dus voornamelijk het verschijnsel van een tijd waarin ‘hiërarchische structuren worden verpulverd’ aldus de krant. ‘De jonge en ambitieuze individuen maken een snellere opgang. Maar ze tuimelen ook evensnel omlaag.’

    ‘De doorlooptijd van politieke leiders wordt korter’ – en dat betekent dat zij na afloop van hun mandaat iets anders zullen moeten gaan doen, concludeert De Morgen.

    KADER: Justin Trudeau wordt een dagje ouder

    Kort voor zijn aantreden, eind 2015, als premier van Canada schreef het Franstalige dagblad La Presse: ‘Het probleem voor Justin Trudeau is niet dat hij te jong zou zijn, maar dat heel wat mensen niet de indruk hebben dat hij voldoende gerijpt is.’ Vandaag de dag, op 46-jarige leeftijd, wordt de liberale premier met een heel ander probleem geconfronteerd. De krant The Globe and Mail merkt op dat de tijd vliegt en dat de leiders van de belangrijkste oppositiepartijen jonger zijn dan de premier – in feite nu ‘de oude man’ in de Canadese politiek. Het weekblad MacLean’s heeft ervoor gekozen om op een radicale manier de ‘volwassenheidscrisis’ van Trudeau te illustreren door hem in november vorig jaar op de voorpagina af te beelden met een begin van kaalheid – tevens een knipoog naar zijn vader, Pierre Elliott Trudeau, die zijn zoon voorging als regeringsleider.

    KIM JUNG-UN – Opperste leider van Noord-Korea, 34-35 jaar

    ▶ In functie sinds 20 december 2011
    ▶ Voorzitter van de Arbeiderspartij van Noord-Korea
    ▶ Eerste staatshoofd van zijn land geboren na het ontstaan van Noord-Korea

    Beroepservaring:
    Voorzitter van het Centraal Militair Comité
    Bevelhebber van het Volksleger
    Lid van het presidium van het Politburo

    Kim Jung-un zou volgens onbevestigde berichten een deel van zijn opleiding hebben gevolgd aan Zwitserse privéscholen

  • Microinformatie, microkreten, micropolitiek

    Microinformatie, microkreten, micropolitiek

    De Spaanse schijver Jordi Soler vergelijkt de communicatie van politici in zijn land met de tuinmetaforen van meneer Chance in Jerzy Kosinski’s Being There: een verzameling oneliners die overal en eindeloos kunnen worden herhaald.

    In zijn roman Being There (1970) vertelt Jerzy Kosinski het verhaal van een man die buiten de samenleving opgroeide. Van jongs af aan woont hij met een rijke man en diens personeel in een huis waar hij nooit een voet buiten de deur zet. Straatgeluiden en wat hij toevallig op tv ziet geven hem een vermoeden van de wereld aan de andere kant van de tuinmuur. Omdat hij als tuinman werkt, weet hij alles van de verschillende groeistadia van bomen, van bloemen, struiken en de wereld die zij vormen. Geen wonder dus dat hij alleen tuintaal spreekt.

    Op een dag moet Chance het huis en de tuin verlaten, de enige werkelijkheid die hij kent. Dankzij Kosinski’s verhaalkunst vindt hij een nieuw onderkomen bij een erg invloedrijke man, een vriend van de president van de Verenigde Staten, die verbijsterd is door de manier waarop Chance zich uitdrukt. Hij spreekt uitsluitend in tuintermen.

    Metaforen

    Het personage praat zo omdat hij geen andere werkelijkheid kent, maar de mensen horen in zijn taalgebruik lumineuze allegorieën en wijze metaforen. Zo is de president vol bewondering als Chance hem vertelt hoe hij denkt over de economische crisis die de Verenigde Staten doormaakt: ‘Elke tuin maakt een bloeiperiode door. Je hebt het voorjaar en de zomer, maar ook de herfst en de winter, daarna komen het voorjaar en de zomer weer. Zolang je de wortels niet doorsnijdt is alles goed en zal alles goed blijven.’

    Zijn metaforische taal – die dat in feite niet is – maakt van Chance een gewilde adviseur met een briljante toekomst in de Amerikaanse politiek. [Hieronder is een fragment te bekijken. De hele film bekijkt u hier.]

    Meneer Chance is zo’n romanpersonage dat je de werkelijkheid vanuit een ander perspectief laat zien: zijn tuinmetaforen vormen een zeer klein, maar effectief arsenaal aan ideeën, te vergelijken met wat de Spaanse politici onlangs tijdens de verkiezingscampagne hebben laten horen. Wat een politicus in de eenentwintigste eeuw te zeggen heeft bestaat welbeschouwd uit niet meer dan een verzameling oneliners die dienst kunnen doen als krantenkoppen en eindeloos kunnen worden herhaald op de radio, op televisie en, vooral, op de sociale media; in Spanje zijn bijna 24 miljoen mensen online.


    Zoals kranten tegenwoordig geen eenheid meer zijn maar een samenraapsel van duizenden nieuwsberichten, zoals platen zijn verworden tot een kakofonie van losse nummers en speelfilms in stukken worden gehakt om er televisieseries van te maken, zo moet wat de politicus te zeggen heeft verpakt worden in een handzaam setje korte, welluidende oneliners die pakkend, licht en gestroomlijnd zijn zodat ze probleemloos door cyberspace kunnen vliegen. De lange toespraken van Fidel Castro voor een stadion vol bekeerlingen waar hij acht à tien uur lang aan een stuk door oreerde – zonder ook maar een slok water te drinken en dus zonder te plassen – behoren tot de twintigste eeuw.

    Als Twitter mijn enige informatiebron was geweest had ik gezworen dat Podemos de verkiezingen zou gaan winnen

    Maar wat is de houdbaarheidsdatum van een politicus die in een sporthal een uur lang de longen uit zijn lijf staat te schreeuwen in een wereld waarin we zonder dat we uit onze stoel hoeven te komen een piano kunnen kopen, nieuwe vrienden kunnen maken of (virtuele) seks kunnen hebben? De dag van de verkiezingen volgde ik Mariano Rajoy, Pedro Sánchez, Pablo Iglesias en Albert Rivera op Twitter. Als Twitter mijn enige informatiebron was geweest had ik gezworen dat Podemos de verkiezingen zou gaan winnen. 
De verspreiding van microinformatie, van microkreten, de uitputtende manier waarop deze partij micropolitiek bedrijft, de hyperactiviteit op de sociale media; dat is zonder enige twijfel de basis van hun succes.


    Het is uiteraard een mondiaal fenomeen. Overal op de wereld maken politici gebruik van de sociale media om permanent in contact te staan met hun volgers, om hen vierentwintig uur per dag te bestoken met een klein repertoire oneliners. Het is een wereld van verschil met hoe het een volgeling van een politicus in de vorige eeuw verging: zodra de bijeenkomst was afgelopen, hoorde hij niets meer van de kandidaat.

    Micropolitiek, dat handjevol oneliners van een verkiesbare politicus dat eindeloos rondzingt op de sociale media, heeft in Spanje een pervers trekje. In een land waar men niet gewend is om te debatteren, om rustig ideeën en opvattingen met elkaar te bespreken, waar iedereen maar dan ook iedereen zijn mening luidkeels en ongenuanceerd opdringt – of dit nu in het parlement is, in praatprogramma’s op tv of aan de bar in het café –, heeft micropolitiek veel meer gewicht dan in landen waar de kiezer de mogelijkheid heeft om dankzij een ruim aanbod aan debatten kennis te nemen van de ideeën, de stijl, de taal, de cultuur en het reactievermogen van een politicus met regeerambities die op zijn falie krijgt.

    Van een openbaar debat tussen kandidaten word je in Spanje niet veel wijzer en in de sporthallen vind je tegenwoordig alleen nog maar mensen die in staat zijn om in levenden lijve urenlang 
hysterische politieke retoriek aan te horen. De overgrote meerderheid – een meerderheid die almaar toeneemt omdat een nieuwe generatie kiezers zich aandient – moet het doen met dat half dozijn algemeenheden online die met elkaar het versimpelde, tot hapklare brokken teruggebrachte verkiezingsprogramma vormen. Zes stellige uitspraken, die de kandidaat persoonlijk naar de accounts van zijn volgers stuurt, moeten het voor de rest vaak vage 
verkiezingsprogramma maskeren.

    In een onbewaakt ogenblik

    Terug naar de roman van Jerzy Kosinski. Had meneer Chance niet in de jaren zestig van de vorige eeuw maar in onze tijd triomfen gevierd, dan had hij ongetwijfeld zijn kleine ideeënarsenaal op Twitter en Facebook rondgestrooid. Zijn tuinmetaforen hadden hem duizenden volgers opgeleverd. Met zijn populariteit op de sociale media en zijn aanzien zou hij, zonder verdere inhoud, een verkiezingscampagne hebben kunnen voeren en, in een onbewaakt ogenblik, de verkiezingen hebben gewonnen.

    Halverwege de roman merkt een vrouw het volgende op over meneer Chance: ‘Hij is geen huichelachtige idealist en geen routineuze technocraat.’ Oftewel, hij wentelt zich in een prettige politieke middelmatigheid en is kort van stof: aan die handvol ambigue metaforen kan hij zich geen buil vallen. Daar gaan de verkiezingscampagnes naartoe. De kandidaten hoeven niet langer in sporthallen de longen uit hun lijf te schreeuwen. Ze zijn alleen te zien in een gecontroleerde setting, in radio- en televisiestudio’s, in lange portretten in de pers terwijl hun spindokters op de sociale media vierentwintig uur per dag hun zeer kleine, maar effectieve repertoire aan ideeën herhalen. Micropolitiek baart micropolitici.

    Auteur: Jordi Soler
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Jordi Soler (1963) is auteur van twee dichtbundels en tien romans. Hij is een van de belangrijkste literaire stemmen van zijn generatie.

    Beeld bovenaan: Filmstill uit Being There.

    El País
    Spanje | oplage 397.000
    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.