Tag: politiek correct

  • Wordt Japan dan toch nog Abes ‘land waar vrouwen uitblinken’?

    Wordt Japan dan toch nog Abes ‘land waar vrouwen uitblinken’?

    Op 12 februari trad de 83-jarige Japanse oud-premier Yoshiro Mori terug als voorzitter van het Organiserend Comité van de Olympische Spelen in Japan. Aanleiding was de ophef die was ontstaan over zijn denigrerende opmerkingen over vrouwen, opgetekend door een journalist van Asahi Shinbun, de grootste links-liberale krant van Japan.

    Na afloop van een online vergadering op 3 februari over het streven van het Japanse Olympische Comité om op termijn meer dan 40 procent van de bestuursfuncties te laten vervullen door vrouwen, liet Mori zich ontvallen dat de spreektijd dan wel aan banden moest worden gelegd, omdat de vergaderingen anders te lang zouden gaan duren. Vrouwen zijn niet alleen lang van stof, maar ook erg competitief: als één vrouw iets zegt, willen de anderen ook aan het woord komen, aldus Mori. Gelukkig wisten de zeven vrouwelijke leden van het vijfendertigkoppige bestuur van het Organiserend Comité zich volgens hem wél te gedragen. Hij had de lachers op zijn hand. 

    Met name dat laatste schoot vrouwenactiviste Kazuko Fukuda in het verkeerde keelgat, zo valt te beluisteren in een podcast van Japan Times. Fukuda riep Mori in een petitie op ontslag te nemen en drong aan op diepgaande hervormingen in de organisatie van Tokyo 2020. De petitie werd in een paar dagen tijd meer dan 155.000 keer ondertekend. 

    Blunders en politiek incorrecte opmerkingen

    Mori staat bekend om zijn blunders en politiek incorrecte opmerkingen. Zo liet hij zich ooit laatdunkend uit over aids-patiënten en kiezers die niet op zijn partij stemden, en beschreef hij Japan als een goddelijke natie, met de keizer als stralend middelpunt, een opmerking die de controverse rondom de aanbidding van de keizer tijdens de Tweede Wereldoorlog nieuw leven inblies en die bovendien in strijd was met de naoorlogse grondwet.

    Als politicus was hij niet erg succesvol: toen hij in april 2001 al na een jaar moest aftreden als premier, was de populariteit van zijn kabinet tot rond de zeven procent gedaald, een wel heel lage score, zelfs voor het sceptische Japanse kiezerspubliek dat zelden overloopt van enthousiasme voor de zittende regering. 

    Toch was niemand verbaasd toen Mori in 2014 naar voren werd geschoven voor deze prestigieuze functie. Zijn enorme invloed als vooraanstaand lid van de grootste factie binnen de conservatieve Liberal Democratic Party, de partij die sinds de Tweede Wereldoorlog vrijwel onafgebroken aan de macht is geweest, en zijn goede connecties en ruime ervaring in de nationale en internationale sportwereld maakten hem de juiste man voor de job, zo schrijft de Japan Times.   

    Mori maakte zijn noodlottige opmerkingen uitgerekend op de dag dat het eerste playbook werd gepresenteerd, dat een voorlopig overzicht geeft van de maatregelen die moeten garanderen dat de Spelen veilig zullen verlopen

    En nu heeft zijn loslippigheid hem dan toch weer genekt, en wel op een bijzonder slecht moment. Mori maakte zijn noodlottige opmerkingen uitgerekend op de dag dat het eerste playbook werd gepresenteerd, dat een voorlopig overzicht geeft van de maatregelen die moeten garanderen dat de Spelen veilig zullen verlopen. Dat nieuws viel als gevolg van het schandaal volledig in het water. 

    Met nog maar vijf maanden te gaan voor de geplande start van Tokyo 2020 op 23 juli, zijn alle inspanningen van het Japanse Olympische Comité en de overheid erop gericht de uitgestelde en uiterst kostbare Spelen door te laten gaan, ondanks alle onzekerheid als gevolg van de pandemie.

    Volgens opiniepeilingen is daar binnen Japan weinig steun voor. Bijna tachtig procent van het Japanse publiek en meer dan de helft van het bedrijfsleven is voorstander van hernieuwd uitstel of afstel, vooral vanwege de gezondheidsrisico’s. Hoewel het dagelijks aantal besmettingen met circa duizend per dag momenteel laag is en de noodtoestand in grote delen van het land op 1 maart werd opgeheven, is de vaccinatiecampagne nog maar net van start gegaan: de eerste prik werd pas op 17 februari gezet. 

    De storm van verontwaardiging werd nog eens aangewakkerd door Mori’s halfslachtige excuses

    Dat de voorzitter van Tokyo 2020 zo kort voor de eindstreep is afgetreden geeft wel aan dat het echt niet anders kon. Het artikel in de Asahi Shinbun werd overgenomen door The New York Times, en ontketende een storm van verontwaardiging in de nationale en internationale pers en op sociale media, een storm die nog werd aangewakkerd door Mori’s halfslachtige excuses. Meer dan duizend vrijwilligers trokken zich terug, en ook bedrijven en andere sponsoren van de Spelen tekenden protest aan.

    Na een aanvankelijk lauwe reactie van het Internationale Olympische Comité en de Japanse premier Suga werd op 11 februari dan toch bevestigd dat Mori zou aftreden. Even leek het erop dat hij zou worden opgevolgd door de 84 jarige oud-voorzitter van de Japanse Voetbalbond, Kawabuchi, en dat Mori als adviseur zou aanblijven, maar uiteindelijk viel de keuze op de 28 jaar jongere minister voor de Olympische Spelen en Gendergelijkheid, Keiko Hashimoto, een van de twee vrouwelijke ministers in het kabinet van premier Suga. Zelf heeft ze vier maal achter elkaar deelgenomen aan de Olympische winterspelen schaatsen, met een bronzen medaille in 1992, en drie maal aan de zomerspelen, als wielrenster. 

    ‘Marionet van Mori’

    De Japanse activisten zijn blij met de keuze voor Hashimoto, al denken weinigen dat zij daadwerkelijk iets zal kunnen veranderen. Hashimoto is lid van de dezelfde factie binnen de Liberal Democratic Party als Mori, en is daarmee nauw verweven met het conservatieve establishment van de partij. Atsuo Ito, een onafhankelijke politieke analist, ziet haar volgens The New York Times als niet meer dan een ‘marionet van Mori’. Anderen prijzen haar inzet als minister van Gendergelijkheid en zien haar als rolmodel voor de werkende vrouw. 

    De ongelijkheid tussen man en vrouw is diepgeworteld in de Japanse samenleving en politiek. Ter illustratie: in 2018 kwam aan het licht dat de prestigieuze Tokyo Medical University de prestaties van vrouwen bij het toelatingsexamen stelselmatig lager waardeerde. Door de lat voor hen hoger te leggen wilde de school volgens Japan Times een artsentekort in de aan de universiteit verbonden ziekenhuizen voorkomen, omdat de ervaring had geleerd dat vrouwen vaak ontslag nemen zodra ze trouwen en kinderen krijgen, of langdurig met zwangerschapsverlof gaan.

    Ook in politiek zijn de traditionele man-vrouwverhoudingen diep verankerd. Volgens Kiriu Minashita, professor sociologie en gender aan de Kokugakuin University, vertolkte Mori met zijn uitspraken een binnen de politiek breed gedeelde opvatting over vrouwen. 

    800px New national stadium tokyo 1
    Japan National Stadion, Tokyo. – © Arne Müseler / Wikimedia Commons

    Volgens het Global Gender Gap Report 2020 van het World Economic Forum zakte Japan in 2019 van de 110de naar de 121ste plaats van in totaal 153 landen, de laagste score van alle ontwikkelde economieën. Voor vrouwen in leidende posities stond Japan op de 131ste plaats. Op het punt van politieke participatie van vrouwen scoorde het land nog slechter: voor dit aspect staat het op nr. 140, één plaats boven Iran.

    Ook het bedrijfsleven presteert mager. Asahi Shinbun meldt dat de raden van bestuur van de beursgenoteerde bedrijven volgens overheidsstatistieken in 2019 maar voor 5,2 procent uit vrouwen bestonden.

    En dat terwijl Suga’s voorganger, premier Abe, de grotere deelname van vrouwen aan het arbeidsproces in 2012 nog tot speerpunt van zijn beleid had gemaakt. Hij wilde de economie versterken door optimaal gebruik te maken van vrouwelijk talent: Japan moest een land worden waar vrouwen konden uitblinken. In 2020 had dertig procent van de leidinggevende functies moeten zijn ingenomen door vrouwen, maar toen Abe in september vorig jaar om gezondheidsredenen aftrad, was de teller blijven steken op 12 procent. De arbeidsparticipatie van vrouwen is de laatste jaren wel toegenomen, maar vooral in deeltijd.   

    Het is vooral te danken aan de succesvolle socialemediacampagne van Fukuda en andere jonge vrouwen en de steun van internationale media dat Mori uiteindelijk is teruggetreden, zo schrijft NYT. Het feit dat niet de 84 jarige Kawabuchi werd aangewezen als Mori’s opvolger, maar een jongere vrouw met een prima staat van dienst, geldt voor hen als een zeldzame overwinning in een land waar de hogere posities in bedrijfsleven en politiek stevig in handen zijn van oude mannen en anciënniteit doorgaans zwaarder weegt dan verdienste. 

    Volgens Japan Times heeft Mori’s opvolgster inmiddels laten merken de oproep tot hervormingen serieus te nemen. Ze heeft een speciaal team in het leven geroepen dat de gelijkheid tussen man en vrouw in de organisatie van Tokyo 2020 moet bevorderen. Ook heeft ze nog eens herhaald er alles aan te zullen doen om het aandeel van vrouwen in het bestuur van het Organiserend Comité tot 40 procent te verhogen. Of dat zal lukken in de korte tijd die nog rest is natuurlijk zeer de vraag, maar voor de actievoerders is het in ieder geval een begin. 

  • Wat mogen we nog zeggen in 2021?

    Wat mogen we nog zeggen in 2021?

    Een nieuwe, ‘correcte’ taal moet iedere vorm van discriminatie en uitsluiting vermijden. Is dit een goede ontwikkeling, een komische, of is het ronduit gevaarlijk? vraagt FOCUS zich af. Door wie zich niet aan de regels houdt te ‘cancellen’ en door simpele tekens als een duimpje omhoog, is iedere nuance ver te zoeken.

    Van de boze ophef die ze veroorzaakte, raakt ze niet meer verlost. J.K. Rowling, schepper van Harry Potter en een van de populairste schrijfsters ter wereld, heeft een tomeloze toorn over zich afgeroepen. En dat omdat de begenadigde taalkunstenares zich uitsprak tegen een bijzondere taalvariant. Ze zou niet meedoen met grillen als gedifferentieerde geslachtsaanduidingen, verklaarde ze, en ze maakte zich bijvoorbeeld vrolijk over de formulering ‘mensen die menstrueren’. Waarom, vroeg ze zich af, zeggen ze niet gewoon, zoals sinds mensenheugenis, ‘vrouw’? Sindsdien wordt ze belaagd door zelfbenoemde taalhervormers en onverbiddelijke opiniebewakers. Rowling zou de kant gekozen hebben van duistere machten. Ze zou transseksuelen discrimineren en sowieso reactionair zijn.

    Rowling heeft slechts een paar tweets over dit thema gepost, maar de knuppel der verachting treft haar met volle kracht. Op het internet heeft zich een groep geformeerd die haar onder de hashtag ‘Rust zacht J.K. Rowling’ de dood toewenst. En er gaan filmpjes rond waarin Harry Potterboeken verbrand worden.

    Alle mensen goed en gelijk

    Uitgestoten worden vanwege een paar zogenaamd verkeerde woorden? Tot persona non grata verklaard worden om een uitspraak die anonieme opiniebewakers niet welgevallig is? Het geval van J.K. Rowling laat zien hoe gevaarlijk het kan zijn om iets schijnbaar onschuldigs te zeggen als je met die uitspraak bepaalde regels overtreedt. Regels die, zo lijkt het althans, de manier van spreken (en daarmee van denken) beïnvloeden en in een bepaalde richting duwen. 

    De nieuwe, ‘correcte’ taal moet iedere vorm van discriminatie en uitsluiting vermijden. Daarin gelden alle mensen als goed en gelijk. In plaats van gedevalueerde ‘vluchtelingen’ zijn er nu ‘vluchtenden’ onderweg. Het zuiver manlijke ‘inwoners’ moet plaatsmaken voor ‘inwonenden’. De ‘zigeunerschnitzel’ is al even vergiftigd als de ‘negerzoen’ – en Pippi Langkous’ papa wordt nu ‘Zuidzeekoning’ [in plaats van negerkoning]. 

    Geslachten zijn sowieso slecht

    Symbool van deze grote verbale opvoeding is een sterretje – dat aan elk mannelijk wezen een vrouwelijke uitgang hangt. Geslachten zijn sowieso slecht. In tijden van ‘diversiteit’ is elke indeling een last, een belediging en een bedreiging. Een geslachtsverandering verandert in een ‘geslachtsaanpassing’ en de zin ‘Ze was vroeger een man’ is nu uit den boze. Goed is: ‘Ze werd bij de geboorte als mannelijk ingedeeld.’ 

    En migranten? Juist, dat zijn nu ‘mensen met een internationale achtergrond’. Zo staat het in de nieuwe richtlijn van de Berlijnse minister van Justitie voor het gebruik van een ‘diversiteitsgevoelige’ taal in het bestuur van de hoofdstad.

    Taal als machtsmiddel

    Je kunt zulke ontwikkelingen goed vinden. Of komisch. Maar ook gevaarlijk. Critici van deze nieuwe, moreel zo vlekkeloze woordkeus zien de vrijheid van spreken en van meningsuiting in gevaar komen. Het volk zou gemuilkorfd worden – elke provocatie, elke vorm van brutale en duidelijke taal zou verboden worden. Wie zich niet aan de nieuwe regels houdt, zou veroordeeld worden als verachter van de gelijkheid, als seksist, als racist. 

    Taal, zo waarschuwde onlangs nog de Neue Zürcher Zeitung, is een ‘machtsmiddel’. Het politiek correcte ‘koeterwaals’ dat aanvankelijk door academische elites in de VS, en nu ook steeds vaker in Europa wordt gepropageerd, zou in ieder geval door bepaalde lagen van de bevolking opgevat kunnen worden als een ‘aanval’ op hun cultuur.

    De geringste overtreding kan zware consequenties hebben omdat lezers op het internet de meest terloopse uitspraken opmerken, becommentariëren, beoordelen, verdoemen en verspreiden

    Intussen hebben de nieuwe regels ook de scholen bereikt. Of en in hoeverre ze van kracht zijn wordt beslist door de leraressen (en leraren) zelf. Zo kan in een opstel het ontbreken van het gendersterretje aangegeven worden, maar het hoeft niet fout gerekend te worden.

    Heinz-Peter Meidinger, president van de Duitse bond van leraren, tilt niet zwaar aan het schriftbeeld: ‘Ik geloof niet dat een niet-discriminerende of genderneutrale cultuur in de school opgehangen kan worden aan de invoering van het gendersterretje.’ Het zou beslist fout zijn daar een ‘geloofsstrijd’ van te maken.

    Maar is deze geloofsstrijd niet al lange tijd bezig? De geringste overtreding kan zware consequenties hebben omdat lezers op het internet de meest terloopse uitspraken opmerken, becommentariëren, beoordelen, veroordelen en verspreiden. De Berlijnse viroloog Christian Drosten bijvoorbeeld is voor heel wat tegenstanders van de coronamaatregelen een mikpunt van haat. Op desbetreffende fora is vrijwel iedere uitspraak van de onderzoeker aanleiding tot woede en verontwaardiging. 

    Maar wat is dat voor communicatie, als er overal valstrikken staan? Als jan en alleman (of -vrouw) alle mogelijke gevolgen van elke uitspraak van tevoren moet bedenken, alsof hij (of zij) werkt op de protocolafdeling van de diplomatieke dienst? Als iedere vergissing, iedere verspreking, iedere verontschuldiging onmogelijk is? Hoe moet je met elkaar praten als het niet meer op de inhoud, maar alleen nog op de vorm van het gezegde aankomt, en op een omineuze subtekst die deze vorm zogenaamd overbrengt?

    Gewoon een beetje luchtig

    Bij het afscheid van de algemeen secretaris van de FDP Linda Teuteberg maakte partijleider Christian Lindner een dubbelzinnig grapje. In de afgelopen vijftien maanden waren Teuteberg en hij ongeveer driehonderd keer samen de dag begonnen, grapte Lindner. En na een korte stilte voegde hij eraan toe: ‘Ik bedoel ons dagelijks telefoongesprek in de ochtend over de politieke situatie. Niet wat u nu denkt.’ 

    Hij had zijn praatje gewoon een beetje luchtig willen houden, benadrukte Lindner later, nadat zijn opmerking ‘viraal ging’. Er was weer eens gebleken wat voor een seksist Lindner was, luidde het vonnis. En in de digitale ruimte was het nu de vraag of ‘zo iemand’ eigenlijk wel geschikt was voor een leiderspositie.

    Opvallend is dat de morele oordelen geveld werden door lieden van wie je dacht dat ze progressief waren

    Opvallend is dat de hoek van waaruit zulke smaadstormen opsteken intussen een andere is geworden. Dat ervoer ook de literaire wereldster Karl Ove Knausgard. Toen hij in 1998 in zijn vaderland Noorwegen zijn debuutroman Buiten de wereld publiceerde, waarin de liefdesgeschiedenis tussen een leraar en zijn dertienjarige leerlinge op provocerende wijze wordt verteld, werd het boek bejubeld. Maar zeventien jaar later, bij verschijning in Zweden, werd het door critici bestempeld als pornografisch en pedofiel. 

    ‘Het klimaat is totaal veranderd,’ aldus een verbaasde Knausgard. Opvallend daarbij was dat de morele oordelen geveld werden door lieden van wie je dacht dat ze progressief waren.

    De popcultuur had van meet af aan iets rebels. Ze richtte zich tegen het establishment, tegen de zedenmeesters en de kleinburgers. Pop was links. Maar nu komen uit dit milieu de hardste sancties tegen vermeende of feitelijke overtredingen van de regels en taboebreuken. Nooit was de spreuk van het satirisch gezelschap Neue Frankfurter Schule toepasselijker: ‘De scherpste critici van de barbaren zijn zij die ’t vroeger zelf waren.’

    De oproep tot boycotten berust vaak op slechts vage kennis van de context waarin de omstreden uitspraak werd gedaan

    De controverse rond de Oostenrijkse cabaretier Lisa Eckhart, die ontbrandde naar aanleiding van een gepland optreden op de Hamburger Kiez, vlak bij de legendarisch recalcitrante krakerswijk Hafenstraße St Pauli, past helemaal in dit beeld. Eckhart had er in 2018 in het satirische televisieprogramma Mitternachtsspitzen op gewezen dat de intussen veroordeelde seksmisdadiger Harvey Weinstein een jood was. ‘Altijd zijn we tekeergegaan tegen het vooroordeel dat het de Joden om geld gaat, en nu blijkt plotseling dat het ze helemaal niet om geld gaat, maar om vrouwen,’ zei ze, waarmee ze een cliché ontkrachtte dan wel de grenzen van het politiek correcte moedwillig overschreed – al naargelang je standpunt.

    De organisatoren van het literatuurfestival in Hamburg vreesden in elk geval gewelddadige protesten in de ‘zoals bekend uiterst linkse wijk’ St Pauli, en trokken de uitnodiging aan Eckhart in. Dat is de andere kant van de digitale proteststorm: hij veroorzaakt ook schade in de analoge wereld. Ook daarom is de ‘cancelcultuur’ zo dubieus: de oproep tot boycotten berust vaak op slechts vage kennis van de context waarin de omstreden uitspraak werd gedaan. 

    Dat satire grenzen overschrijdt, was vroeger vanzelfsprekend. Tegenwoordig wordt een zin uit een satirische context losgerukt, van iedere ironie ontdaan en wordt de afzender ermee om de oren geslagen. Maar is satire, of provocerende kunst in het algemeen, dan nog wel mogelijk? ‘Ik ben bang dat ik me op zeker moment in mijn schrijven niet meer op riskant terrein wagen kan,’ zei Karl Ove Knausgard onlangs in een interview met Die Zeit.

    De klacht dat bepaalde dingen niet gezegd mogen worden is paradoxaal omdat tegelijkertijd openlijk wordt opgesomd wat allemaal zogenaamd verboden is

    Maar hoe moet je reageren als je te maken krijgt met felle beledigingen? De cabaretier Dieter Nuhr, in wiens uitzending Lisa Eckhart regelmatig optreedt, kiest voor de aanval. Nuhr verdedigt zich op Twitter en YouTube tegen critici die hem een ‘klimaatontkenner’ en een ‘wetenschapsverachter’ noemen. Helaas is het tegenwoordig niet meer voldoende om satire voor zichzelf te laten spreken, klaagt hij.

    Maar ironie is van nature ambivalent, en cabaret berust op rollenspel. Wanneer Gerhard Polt in een van zijn beroemdste nummers een racist wordt die zijn Aziatische vrouw Mai Ling opvoert, betekent dat niet dat hij zelf racistisch denkt.

    Overigens moet ook gewoon in de gaten worden gehouden of uitspraken strafbaar zijn, of ze bijvoorbeeld beledigingen, Holocaustontkenning of verheerlijking van het nationaalsocialisme bevatten, of racistisch zijn. De klacht dat bepaalde dingen niet gezegd mogen worden is bovendien paradoxaal omdat tegelijkertijd openlijk wordt opgesomd wat allemaal zogenaamd verboden is.

    Intussen moet blijkbaar altijd rekening worden gehouden met de omgeving waarin je een mening uit. Het publiek beslist wat mag en wat niet. Toen in de zomer tijdens de protesten na de gewelddadige dood van de Afro-Amerikaan George Floyd de Republikeinse hardliner en Trumpaanhanger Tom Cotton in een gastcommentaar in The New York Times eiste dat er militairen tegen de demonstranten zouden worden ingezet (‘Stuur er troepen heen’), veroorzaakte dat grote ophef bij de redactie en onder de lezers van het liberale blad. Uiteindelijk moest de verantwoordelijke redacteur, James Bennet, het veld ruimen. Een afwijkende mening ter discussie stellen was kennelijk niet te verenigen met de ‘debatcultuur’ van de krant, waarop ze toch zo trots is.

    Banaliserend effect

    De discussie over het gendersterretje en de binnen-I [bijv. in ‘LehrerInnen’. vgl. in het Nederlands de toevoeging m/v], heeft het taalbewustzijn onder de bevolking zonder meer vergroot. Professionele speechschrijvers constateren in elk geval bij hun opdrachtgevers een vergrote gevoeligheid voor wat taal aan kan richten. ‘En dat,’ zegt de voorzitter van het verbond van Duitse speechschrijvers, Jacqueline Schäfer, ‘ervaren wij in eerste instantie als iets positiefs.’

    Taal is iets levends, het taalgebruik laat zien wat dominant wordt – ‘en als dat op zeker moment het gendersterretje is, dan heeft gewoon iedereen wie dat niet bevalt, het nakijken’. 

    Toch gaat de consensus over ‘wat je nog zeggen kunt’ en wat taboe is wel verloren, volgens Schäfer. ‘Veel grenzen zijn in de voorbije decennia doorbroken, daarmee verdwijnt ook het gevoel voor tact. En dit gat wordt dan steeds vaker opgevuld door een soort taalpolitie.’

    Wat tot dan toe normaal was, wordt zo tot overtreding van de regels verklaard – zoals het woord ‘dakloze’, dat een paar jaar geleden werd ingevoerd als vervanging voor ‘zwerver’ en dat mettertijd een negatieve bijklank kreeg. ‘Maar het verbetert niets voor hen als je deze mensen als “woningzoekenden” aanduidt,’ zegt Schäfer, ‘integendeel: het kan zelfs een banaliserend effect hebben.’

    Op de radar

    Alice Schwarzer hechtte altijd al aan duidelijke, provocerende taal. In de afgelopen jaren viel de feministische activiste steeds opnieuw het ook in Duitsland merkbare en invloedrijke islamisme aan. En ze uitte zich kritisch over vluchtelingen uit islamitische landen. Toen ze berichtte over de misdaden in de oudejaarsnacht van 2015 in Keulen, waarbij tientallen vrouwen door rellende vluchtelingen (of vluchtenden) op het Domplein werden aangevallen en enkelen zelfs werden verkracht, kwam ze zelf op de radar van de deugdpolitie.

    Op het internet werd ze zwartgemaakt als een racistische ophitser – bijvoorbeeld op het zogenaamd feministische en antiracistische forum ‘#ausnahmslos’. Schwarzer zelf kan zulke belasteringen wel aan, maar in haar nieuwe boek Lebenswerk waarschuwt ze voor de gevolgen van een ‘verkeerde tolerantie’ tegenover andere culturen. De slachtoffers zouden genegeerd worden en de daders veracht. ‘Want hoe moeten die ooit de kans krijgen te veranderen en vreedzaam met ons te leven als we ze hier in ons land gewoon door laten razen?’

    Prominenten krijgen de kracht van de nieuwe taalreguleerders snel te voelen. In het openbaar gesproken woorden worden meteen veroordeeld. Daarbij houden de critici van de vaak onbeduidende uitglijers zich zelf aan geen enkele fatsoensregel. Op het internet wordt schaamteloos gescholden, beledigd, gesmaad, gedreigd, zodat de grote sociale media hele cohorten controleurs in dienst nemen om hun platforms enigszins schoon te houden.

    Sinds de opkomst van communicatiediensten als Twitter en Facebook, nog maar vijftien jaar geleden, is een alternatieve publieke ruimte ontstaan die zich onttrekt aan de traditionele regulering. Waar mediabedrijven met veel moeite het waarheidsgehalte van wat gepubliceerd wordt checken, jagen we met zijn allen zonder te checken en doorgaans ongestraft haatboodschappen en nepnieuws het internet op.

    Elke aanhanger van welke idiote leer ook treft hier gelijkgezinden met wie hij zonder enige tegenspraak van gedachten kan wisselen

    Aanhangers van welke idiote leer ook treffen hier gelijkgezinden met wie ze zonder enige tegenspraak van gedachten kunnen wisselen. Hier mogen ze eindelijk zonder problemen zeggen waarvoor ze ergens anders, meestal terecht, ter verantwoording zouden worden geroepen. De toenemende democratisering die de grondleggers van het internet beloofden heeft geleid tot een versplintering van de openbare ruimte.

    Nu spreekt iedereen in zijn eigen niche met gelijkgezinden. Luisteren, of zelfs over opiniegrenzen heen van gedachten wisselen, dat wil niemand meer. Zo spreken ontelbare miljoenen op het net elkaar alleen nog over opvattingen en meningen en argumenten die ze toch al hadden. Ze voeren feitelijk eindeloze gesprekken met zichzelf – in het gunstigste geval worden hun oordelen en voorstellingen bevestigd. In het ongunstigste geval wordt hun blik vernauwd en worden hun opvattingen steeds verstokter en radicaler. Net als hun taal.

    De zogenaamd sociale media zijn vergiftigd door haat, bedreigingen, verachting, woede en geweldfantasieën. Mateloosheid is de maat van alle dingen, ze garandeert aandacht, verspreiding en likes. Het internet is volgestort met woorden waar geen woorden voor zijn.

    Het argument dat de strafbaar geachte haatpassages toch als ironie en een subjectieve mening beschouwd moeten worden, hoort de opsporingsambtenaar steeds weer

    Klaus-Dieter Hartleb moet zich dag in dag uit blootstellen aan deze virtuele excessen. De vijftigjarige hoofdofficier van Justitie uit München is sinds het begin van dit jaar verantwoordelijk voor de afdeling ‘hatespeech’ van de Beierse justitie en jaagt op verbale radicalen die met hun posts of pamfletten de grenzen van het toelaatbare overschrijden.

    In 80 procent van de onderzochte gevallen, zegt Hartleb, gaat het om het strafbare feit van opruiing. Gediscrimineerd, beledigd en bedreigd worden in het bijzonder Joden, vluchtelingen en politici die zich inzetten voor het toelaten van vluchtelingen. De als doelwit gekozen groepen moeten, zo eisen veel haatverspreiders, ‘teruggestuurd worden naar het oerwoud’, ‘tegen de muur gezet’ of ‘vergast’ worden.

    Juist daders die het voor het eerst doen en betrapt worden, tonen zich ‘langdurig onder de indruk’ wanneer er plotseling opsporingsambtenaren voor de deur staan. Velen zien hun schuld ook in, wat beslist aan te raden is gezien de dreigende straffen (hoge geldboetes of zelfs celstraf).

    Het argument dat de strafbaar geachte haatpassages toch als ironie en een subjectieve mening beschouwd moeten worden, hoort de opsporingsambtenaar steeds weer. De vrijheid van meningsuiting, aldus Hartleb, is inderdaad een ‘zeer groot goed’, maar hij is ‘geen censor’ en geen taalbewaker. Hij houdt uitsluitend de strafrechtelijke grenzen in het oog die op het internet worden overschreden. 

    Duizendvoudig, elke minuut. Alleen al in de eerste drie maanden van het jaar 2019 wiste Facebook in Duitsland 160.000 uitspraken die het bedrijf als ongeoorloofde haatberichten beoordeelde. Verbazingwekkend: in het hele jaar 2019 werden door het Bundeskriminalamt (BKA, de Duitse federale recherche) maar ongeveer 1500 onderzoeken ingesteld wegens het verspreiden van ‘hatespeech’. De typ- en klikmisdadigers die Facebook zelf ontmaskert, beschermt het bedrijf tegen de politie. Rechtshulpverzoeken van Duitse opsporingsambtenaren laat het concern vaak onbeantwoord of het blokkeert ze met het argument dat de servers in de VS staan, waar andere wetten gelden.

    ‘Wanneer de motieven niet goed uitgelegd worden, kan politieke correctheid ertoe leiden dat de samenleving nog sterker polariseert’

    Al vervolgt de Duitse justitie intussen doelgericht ‘hatespeech’-delicten met speciale officieren van justitie en al moet een aanscherping van ‘internetwetgeving’ de platformexploitanten tot aangifte dwingen – een aanzienlijk aantal verbale strafbare daden blijft tot op heden voor de daders zonder consequenties. Maar voor de vrijheidslievende samenleving zijn de gevolgen enorm. En er moeten dringend uitgangspunten gevonden worden om allemaal weer zonder conflicten en vooroordelen met elkaar te kunnen spreken.

    In de universiteitsstad Tübingen ligt aan de centrale Wilhelmsstrasse een betonnen bunker voor geesteswetenschappelijk onderzoek. Het gebouw is genoemd naar Bertold Brecht, van wie je veel kunt zeggen, maar zeker niet dat hij een moraalridder was. Hier onderzoekt het in 1963 door Walter Jens opgerichte Seminar für Allgemeine Rhetorik het Duitse taalgebruik.

    ‘Politieke correctheid,’ zegt de professor retorica Olaf Kramer, ‘is aanvankelijk ontstaan vanuit de wens om bepaalde ethische en sociale standaards in te stellen voor begrippen en erop te wijzen dat taal discriminatoire processen in de maatschappij kan versterken.’

    Bijvoorbeeld wanneer in de publieke discussie bepaalde begrippen worden gebruikt die iemand als beledigend ervaart. Of wanneer een subtiele uitsluiting plaatsvindt omdat over bepaalde beroepen steeds alleen in de mannelijke vorm wordt gesproken, alsof daarin geen vrouwelijke representanten te vinden zijn. Het beslissende criterium is dus de subjectieve ervaring.

    ‘Maar wanneer de motieven niet goed uitgelegd worden,’ zegt Kramer, ‘kan politieke correctheid ertoe leiden dat de samenleving nog sterker polariseert, want bepaalde groepen vatten die op als een spreekverbod en hebben dan het gevoel niet aan het woord te komen. Zo groeit de verontwaardiging.’

    De beste oplossing

    Democratie heeft echter vrijheid van meningsuiting nodig, want, zo schrijft de plaatsvervangende voorzitter van de FDP Wolfgang Kubicki in zijn juist verschenen boek Meinungsunfreiheit. Das gefährliche Spiel met der Demokratie, ‘de beste oplossing is vrijwel nooit die welke je thuis in je eentje hebt bedacht, maar die welke in discussie met anderen ontwikkeld is.’

    Maar dat veronderstelt de bereidheid om te luisteren, zonder dat andersdenkenden monddood gemaakt worden. ‘Ontbreekt deze menselijke openheid ten aanzien van andere meningen,’ schrijft Kubicki, ‘dan ontbreekt ook de voorwaarde om de vrede bij ons te bewaren en onze vrijheid te behouden.’

    ‘Als in plaats van een simpel teken alleen goed geformuleerde commentaren mogelijk waren, zou dat de kans op een complexere gedachtewisseling verhogen’

    De retoricaprofessor Kramer wil daarom nieuwe regels voor digitale communicatie. Belangrijk is enerzijds het ‘pedagogische uitgangspunt dat al op school gevoeligheid voor de omgang met anderen wordt aangekweekt en de consequenties duidelijk worden gemaakt’. Anderzijds zouden de platforms van de sociale media ook technische oplossingen moeten ontwikkelen. ‘De zuiver emotionele deelname aan een discussie met “duimpje omhoog” of “duimpje omlaag” is niet geschikt voor gecompliceerde politieke kwesties,’ zegt Kramer. ‘Als in plaats van een simpel teken alleen goed geformuleerde commentaren mogelijk waren, zou dat de kans op een complexere gedachtewisseling verhogen.’

    Onmisbaar acht hij strenge juridische consequenties voor ‘hatespeech’ op het internet, ook al zou het in strijd zijn met het oorspronkelijke idee van het internet als een volledig vrije, open en ongecontroleerde ruimte. ‘Men zou – internationaal – kunnen afspreken dat handelingen op het internet dezelfde consequenties hebben als in de reële wereld. Misschien zou het internet dan weer het fantastische platform worden waarop iedereen met iedereen echt in gesprek kan komen.’

    En misschien zouden sociale media dan hun charme weer terug kunnen krijgen omdat men daar met prominenten als J.K. Rowling, Lisa Eckhart of Dieter Nuhr van gedachten kan wisselen over hun denkbeelden, verhalen en wie weet over hun provocaties. In plaats van ze met vervloekingen te bestoken.

  • Terug naar Rotherham

    Terug naar Rotherham

    In het misbruikschandaal in Rotherham vier jaar geleden, heeft geen enkele verantwoordelijke rekenschap hoeven afleggen. Veertienhonderd minderjarigen waren mishandeld, ontvoerd en verkracht met medeweten van de plaatselijke autoriteiten. De politie deed niets uit angst voor rassenrellen. Door te zwijgen hoopten ze dat het probleem zou verdwijnen. De Süddeutsche Zeitung keerde terug naar de Noord-Engelse stad en sprak met betrokkenen.

    Ze is vanuit de stad naar een wijk met bakstenen rijtjeswoningen verhuisd, waarvan er tienduizenden zijn in Groot-Brittannië. Een aaneenschakeling van deuren, schroot in de voortuintjes, blinde vensters, in de verte akkers. De wijk is nieuw. De mensen kennen elkaar nog niet. Dat is goed.

    Omdat de nieuwsgierige taxibestuurder die de gast heeft gebracht geen aanstalten maakt om te vertrekken, doet ze minutenlang de deur niet open. Erachter vier kleine kamers, keurig opgeruimd. Alleen de sokken van haar zoons hangen te drogen op de verwarming in de badkamer. Ze zijn elf en zestien, die twee. De vader van de oudste zit in de gevangenis, net als enkele van zijn familieleden. Hij heet Arshid Hussain, bijgenaamd Mad Ash, en is een verkrachter. Net als twee van zijn broers en een oom.

    Ik was zijn favoriet

    Naast de deur hangt een kinderfoto van de zoon van Mad Ash, een knul met een donkere huid en zwart haar die lachend in de camera kijkt. Recentere foto’s van de tiener zijn er niet; ze wil niet dat hij wordt herkend. Toen ze zwanger werd, wilde ze de baby per se houden, omdat ze dacht dat Mad Ash echt van haar hield. Soms denkt ze dat nog steeds. ‘Ik was zijn favoriet,’ zegt ze nog altijd, ‘de andere meisjes gaf hij door aan andere mannen. Mij niet.’

    Van maatschappelijk werk moest het kind destijds uit de buurt van zijn vader blijven, die als gevaarlijk te boek stond. Maar dat de toen vierentwintigjarige Mad Ash haar, de tiener uit een volledig gezin, een goede leerlinge, had aangesproken, cadeautjes had gegeven, vervolgens dronken had gevoerd, gemanipuleerd, van haar gezinsleden had vervreemd en na een tijdje haar vertrouwen te hebben gekweekt had verkracht, ontvoerd, bedreigd, afgeperst, tot roofovervallen had aangezet, haar ouders had bedreigd, en dat het vijftienjarige meisje regelmatig werd opgepakt door de politie terwijl ze zich in zijn auto, in zijn bed of naakt in een of ander achterkamertje bevond, daaraan leek niemand zich te storen. Op een keer werd ze gearresteerd omdat er een knuppel bij haar werd gevonden die van hem was. Hij ging vrijuit.

    Grooming wordt dat genoemd: een volwassene knoopt ogenschijnlijk vriendschap aan met een kind om het seksueel uit te buiten.

    Nu is ze een tengere en toch pezige vrouw, het haar in een dikke vlecht gebonden, de wenkbrauwen bijgetekend tot een strenge boog. Ze noemt zichzelf ‘overlevende’. Het woord ‘slachtoffer’ klinkt haar te zwak in de oren. Een paar maanden geleden heeft ze afscheid genomen van haar pseudoniem ‘Jessica’, waaronder ze heeft getuigd tegen Arshid en zijn familie. Sammy Woodhouse heet ze, dat mag nu iedereen weten. Arshid, inmiddels 41, is een Brit van Pakistaanse komaf. Hij is tot 35 jaar cel veroordeeld.

    Het geval van Sammy is er maar een van de vele in de stad nabij Sheffield, in het noorden van Engeland. En van de duizenden vergelijkbare gevallen in de rest van het land. Ze vertoonden allemaal hetzelfde patroon. Jonge mannen, vaak taxichauffeurs en uitbaters van afhaalrestaurantjes in de Curry Mile van Rotherham probeerden de meisjes te versieren – en naar hun hand te zetten. ‘Mindbending’, beïnvloeding van iemands wil, zo noemt Sammy’s advocaat David Greenwood dat proces. Vervolgens kwamen er oudere mannen bij die de meisjes gebruikten, meestal met geweld. Sommige meisjes werden naar andere steden gebracht, waarna gedwongen prostitutie volgde. Decennialang. De krankzinnigheid ten top.


    Het ‘groomingschandaal van Rotherham’ was voorpaginanieuws, honderden artikelen werden erover geschreven, tientallen documentaires gemaakt. Alleen al in deze stad zouden er veertienhonderd kindslachtoffers zijn geweest. Iedereen had ervan geweten. Meer dan twintig jaar liepen ouders, maatschappelijk werkers en ook jonge slachtoffers zelf de deur plat bij politie en gemeentebestuur. Er waren bewijzen, maar die verdwenen. Er waren getuigenverklaringen, maar die werden niet serieus genomen. Er waren ordners met namen en feiten, met DNA-sporen en processen-verbaal. Ze werden genegeerd. Tegen de ouders werd gezegd dat ze zelf moesten omkijken naar hun vroegrijpe dochters die dronken in auto’s van onbekende mannen werden gearresteerd; dat was geen taak van de politie. Tegen de meisjes, onder wie ook veel kinderen uit tehuizen, werd gezegd dat het sletten waren. Eigen schuld, niets waard.

    In hun pogingen een halt toe te roepen aan wat politie en autoriteiten lieten gebeuren, gingen maatschappelijk werksters ook naar de moslimgemeenschap, naar de imams in de moskeeën om te zeggen: Kijk, we hebben namen, adressen. Praat met de families van deze mannen, zorg ervoor dat het ophoudt. Maar er gebeurde niets.

    In 2016 werd vonnis gewezen in de zaak-Arshid. Toen was Sammy dertig jaar oud, maar in de tijd dat het allemaal begon, was ze net veertien. ‘Destijds waren wij meisjes onzichtbaar,’ zegt ze, terwijl ze onzichtbare kruimels van haar nepmarmeren salontafel veegt. ‘Nu hebben we tenminste een stem.’

    Het wegkijken had vele oorzaken. Onwetendheid, incompetentie, laatdunkendheid. De angst om als racist te worden bestempeld. De vrees dat het fragiele evenwicht tussen de moslims en de rest van de bevolking zou worden verstoord. Het was iedereen duidelijk dat de kwestie een enorme politieke lading had. Wetenschapster Alexis Jay verwoordt het in haar rapport over ‘seksuele uitbuiting van de kinderen van Rotherham van 1997 tot 2013’, dat ze in opdracht van de overheid maakte, als volgt: de autoriteiten ‘wisten dat de meeste daders islamitische Aziaten waren en de meeste slachtoffers wit. Door te zwijgen hoopten ze dat het probleem zou verdwijnen. Ze waren bang om te zeggen wat er aan de hand was.’

    Maatschappelijk werkers en jeugdwerkers die erop wezen dat het om overwegend Aziatische daders ging, werden naar een cursus racial awareness gestuurd om te leren hun vooroordelen te bestrijden. Politie en gemeente durfden geen maatregelen te treffen omdat ze rassenrellen vreesden. Ze waren bang, zegt advocaat Greenwood, dat het ‘een voedingsbodem voor rechtsextremisme’ zou zijn.

    De neonazi’s maakten inderdaad een sterke opleving door in Noord-Engeland. Aanhangers van de National Defense League en de British National Party marcheerden schreeuwend door de steden: ‘Onze meisjes zijn niet vogelvrij.’ Dit moest er niet nog eens bijkomen.

    Het gaat allemaal gewoon door, de daders van vroeger hebben inmiddels zoons die de dochters van de overlevenden opwachten. “Het is al zo lang gaande dat de mensen er op een of andere manier aan gewend zijn geraakt”

    Het is spitsroeden lopen. In Duitsland zijn met de vluchtelingencrisis en de toestroom van honderdduizenden moslimmannen vergelijkbare zorgen gerezen, die in de verwerking van de gebeurtenissen in Keulen in de oudejaarsnacht van 2015 op 2016 tot uiting kwamen: is het ongeoorloofd om te constateren dat veel moslimmannen een problematisch vrouwbeeld hebben? En welke consequenties trekt een maatschappij als het antwoord ‘ja’ luidt?

    De lijst van plaatsen waar hetzelfde is gebeurd als in Rotherham is eindeloos: Newcastle, Rochdale, Huddersfield, Leeds, Manchester, Sheffield, Derby, Keighley, Skipton, Blackpool, High Wycombe, Leicester, Dewsbury, Middlesbrough, Peterborough, Bristol, Halifax, Oxford. De daders hadden vrijwel allemaal een migratieachtergrond: Pakistan, India, Bangladesh, Iran, Irak, Turkije.

    Het zou een nationaal schandaal moeten zijn, maar Groot-Brittannië heeft te veel misbruikschandalen gekend. De verontwaardiging en de ontzetting zijn verflauwd. Misbruik in de kerk, op sportverenigingen, internaten, bij de BBC, en bovendien het vrijwel dagelijks terugkerende, stuitende misbruik in gezinnen en het exploderende aantal gebruikers van onlineforums over seks met kinderen. Bovendien worden tienduizenden Aziatische en Afrikaanse slachtoffers van prostitutie als seksslaven uitgebuit in Groot-Brittannië. In een recentelijk verschenen rapport heeft de politie toegegeven volledig overbelast te zijn. En ‘onthutst’.

    Onderweg naar Rotherham, gewapend met de vragen of grooming inmiddels aan banden is gelegd, of politie en autoriteiten ervan hebben geleerd, krijgt de verslaggeefster een telefoontje van het persbureau van de gemeente. Sorry, er wordt geen interview gegeven omdat er niets meer te melden is. Grooming – dat is inmiddels geschiedenis. Overwonnen. Uitverteld. De gemeentepolitie stuurt een mail: ‘Wij staan niet ter beschikking voor een interview.’ Doorlopen, er valt hier niets te zien.

    Niets is meer bezijden de waarheid. Je hoeft alleen maar naar Sammy Woodhouse te luisteren. Of naar haar advocaat, die vijfenzeventig, soms heel jonge slachtoffers vertegenwoordigt. Of naar de lokale parlementariër, die vanwege het schandaal haar carrière op het spel zette. Of naar de journalist die de kwestie aan het rollen bracht. Zij zeggen allemaal wat niemand wil horen: grooming gaat verder. En het zwijgen over de oorzaken en de achtergronden ook.

    Times- verslaggever Andrew Norfolk, die tal van prijzen heeft gekregen voor zijn onderzoek, woont in Leeds. Londen, zegt hij, sluit zijn ogen voor de echte problemen in het land. In 2004 kreeg hij de eerste tips, maar hij deed er tien jaar later pas iets mee. Nu schaamt hij zich daarvoor.

    ‘Een etnische minderheid aan de ene kant, kwetsbare, naïeve slachtoffers, voor een deel uit gebroken gezinnen en kindertehuizen, aan de andere, daar waagde niemand zich aan. Te veel gevaar voor generalisering, demonisering. Te veel explosief materiaal.’ Toen Norfolk de beerput eenmaal had opengetrokken, schreef hij lange tijd over niets anders. Een jaar geleden heeft hij het opgegeven, hij kreeg de beelden niet meer uit zijn hoofd. De politie heeft er toch van geleerd, zegt hij tegen zichzelf, ze nemen de zaak serieus. Maar hij is nog altijd prikkelbaar en schreeuwt woedend over het lawaai in een arbeiderskroeg in Leeds heen: ‘Het bestraffen van individuele daders is niet genoeg. De politie behandelt het fenomeen nog altijd als een aaneenschakeling van afzonderlijke gevallen.’ Het ‘fenomeen’ – het is en blijft beladen in een multiculturele maatschappij die op een goede verstandhouding en tolerantie gebaseerd en aangewezen is.

    Een prijswinnend voorpagina-artikel van Andrew Norfolk. Inmiddels is hij gestopt over de zaak te schrijven. Hij krijgt de beelden niet meer uit zijn hoofd.
    Een prijswinnend voorpagina-artikel van Andrew Norfolk. Inmiddels is hij gestopt over de zaak te schrijven. Hij krijgt de beelden niet meer uit zijn hoofd.

    In de hal van het gemeentehuis hangt een poster met mooie woorden: ‘We zullen luisteren naar kinderen en jonge mensen. We zullen de juiste beslissingen nemen.’ Ernaast hangt er nog een: ‘Ik ben je maatschappelijk werker, ik beloof je te helpen zoeken naar een veilige plek om te wonen, waar je geen kwaad wordt gedaan.’ Er zijn in Rotherham geen kindertehuizen meer omdat grooming nu eenmaal vaak kinderen uit tehuizen trof. In plaats daarvan organiseert de stad een ‘week van de adoptie’.

    Omdat bewijs werd geleverd van ‘collectief falen’, overbelasting en doofpotpraktijken bij politie en gemeentebestuur werden de betrokken chefs ontslagen en vervangen door regeringsfunctionarissen. Kortgeleden kwam het bericht dat geen enkele verantwoordelijke van toen ook maar rekenschap heeft hoeven afleggen. Opnieuw staan de ‘overlevenden’ sprakeloos.

    In Rotherham onderzoekt het National Crime Agency (NCA) alle gevallen tot 2014, waar nooit iets mee is gedaan. De rechtbanken draaien op volle toeren. Drie Brits-Pakistaanse bendes zijn veroordeeld. Het volgende proces is aanstaande: nog eens twaalf mannen zijn aangeklaagd en staan vanaf januari voor de rechtbank. Het NCA wil ook niet praten, maar meldt zich schriftelijk bij de Süddeutsche Zeitung met een soort activiteitenoverzicht: 28 aanhoudingen, 88 verdachten, 36 vooronderzoeken. Vanwege het enorme aantal daders concentreert men zich op degenen die nog altijd in deze omgeving actief zijn en het grootste leed hebben aangericht.

    De lokale Labour-afgevaardigde Sarah Champion vindt dat onvoldoende. In het kantoor van haar kiesdistrict laat ze cijfers van de plaatselijke politie zien: 231 meisjes hebben aangifte gedaan wegens seksuele uitbuiting door groomingbendes. Alleen al in het afgelopen jaar. ‘Moeders, vroeger zelf slachtoffer, komen in paniek op mijn spreekuur. Ze vertellen dat mannen tegen hen hebben gezegd: Je dochter is al bijna zo ver, ze is rijp.’

    Het gaat allemaal gewoon door, zegt Sarah Champion, de daders van vroeger hebben inmiddels zoons die de dochters van de overlevenden opwachten. ‘Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het is al zo lang gaande dat de mensen er op een of andere manier aan gewend zijn geraakt.’

    Ook de politieke druk blijft. Champion heeft dat onlangs ervaren. Ze is afgestudeerd psychologe, een intelligente, hartelijke vrouw met donkere krullen en een ontspannen zelfbewustzijn. Tot voor kort was ze een rijzende ster binnen de Labour Party. In het schaduwkabinet van Jeremy Corbyn was ze verantwoordelijk voor de gelijke rechten van vrouwen. In de zomer werd ze uit haar functie ontheven. Ze had een taboe doorbroken, dat geen taboe meer zou moeten zijn: ze had twee keer in het openbaar gezegd dat Groot-Brittannië een ‘probleem met Brits-Pakistaanse mannen’ had. Dat was racistisch, heette het, haar positie was onhoudbaar geworden. Sindsdien is ze persona non grata bij Labour.

    Maar Champion blijft erbij: ‘Als ik met mijn constatering ongewild veel moslims in het land heb beledigd, maar een bijdrage heb geleverd aan de bescherming van kinderen, dan zou ik het zo weer zeggen.’ Dat er bij de groomingbendes anders dan bij de meeste andere gevallen van misbruik een etnische component aanwezig is, vindt ze voor de hand liggend. ‘Heel langzamerhand komen de eerste onderzoeksprogramma’s bij de vraag aan of er religieuze en culturele bijzonderheden zijn die aan dit schandaal ten grondslag liggen.’ Evenals alle andere gesprekspartners benadrukt ze dat de meeste verkrachters van kinderen in het Verenigd Koninkrijk witte mannen zijn. En dat de meeste gevallen van misbruik zich binnen het gezin voordoen. ‘Maar dat mag toch niet betekenen dat dit heel speciale patroon niet wordt onderzocht.’

    ‘Jullie hebben je kinderen opgevoed om te drinken en seks te hebben, wij maken daar alleen maar gebruik van’

    Ook voor de rechtbank komen taboes en culturele conflicten aan het licht. Maar weinig verdachten hebben een bekentenis afgelegd. Ook Arshid Hussain niet, Sammy’s verkrachter. Pakistaanse immigranten bestempelen hun slachtoffers als ‘trash’, uitschot, in de ogen van de daders hebben de meisjes ‘geen eer’, citeert advocaat David Greenwood uit de dossiers. Hij is bij tal van rechtszaken aanwezig geweest. ‘Jullie hebben je kinderen opgevoed om te drinken en seks te hebben, wij maken daar alleen maar gebruik van,’ hoorde hij steeds weer.

    Veel moslimdaders, zegt misbruikspecialist Greenwood, zien deze kinderen niet als kinderen omdat tieners in hun wereld voor huwbaar doorgaan. Het gaat ‘niet om pedofiele freaks, maar om mensenhandelaren’. Solidariteitsbetuigingen uit de Pakistaanse gemeenschap zijn er beslist ook. Zlakha Ahmed van de vrouwengroep Apna Haq, die huiselijk geweld bestrijdt, zegt: ‘Misbruik is misbruik. Het wordt tijd dat we dat erkennen en de daders ter verantwoording roepen, ook als ze uit ons midden komen.’ Een woordvoerder van de jonge generatie, Mobeen Hussein, heeft naam gemaakt als mediator en benadrukt dat zijn mensen de eersten waren die hebben gezegd: dit moet stoppen.

    ‘De Brits-Pakistaanse gemeenschap praat met ons, absoluut,’ bevestigt Alan Billings, de door de overheid aangestelde toezichthouder bij de politie van South Yorkshire. ‘We mogen niet toestaan dat onze maatschappij verdeeld raakt. Verbondenheid is belangrijk. En we mogen niet vergeten dat de daders brute criminelen zijn, die ook angst inboezemen bij hun eigen gemeenschap.’

    Sammy Woodhouse heeft andere zorgen. Ze is niet geïnteresseerd in de motieven van de daders, maar wel in de overlevenden.

    ‘Seks met wederzijdse instemming’

    Meer dan zevenhonderd meisjes uit Rotherham die een aanvraag tot schadeloosstelling voor het doorstane leed hadden ingediend bij de bevoegde overheidscommissie kregen een afwijzing. Ook Sammy moest haar schadeloosstelling bevechten. De motivatie van de autoriteiten: zelfs als hun verkrachters achter de tralies zitten, dan is nog niet uit te sluiten dat de meisjes de facto toch hebben ingestemd met de gemeenschap. ‘Seks met wederzijdse instemming’ heet dat. Zelfs de kinderen die op het moment van het vergrijp elf jaar oud waren, kan volgens de geldende wetgeving een schadeloosstelling worden geweigerd.

    De verontwaardiging was groot toen dit bekend werd; de slachtoffers worden tot daders gemaakt, zo werd gezegd. De ministerie van Justitie beloofde hervormingen, maar tot nog toe is er niets gebeurd.

    In Sammy’s nieuwe leven is er geen man en zijn er maar nauwelijks privécontacten. Ze heeft daar de kracht niet voor en torst te veel bagage met zich mee waarvan ze zich nog moet zien te verlossen: sinds haar tijd met Ashid Hussain heeft ze een lang strafblad. Veel meisjes hebben strafbare feiten gepleegd omdat ze daartoe werden gedwongen, omdat ze afhankelijk waren. Sammy strijdt nu voor een nieuwe wet, die ze ‘Sammy’s law’ noemt. Slachtoffers van groomingbendes, zegt ze, moeten erop kunnen vertrouwen dat hun strafblad wordt geschoond, want anders zijn ze bang om naar de politie te gaan. Tot op heden vindt ze geen gehoor.

    Ze is nog altijd bezig om de brokstukken van haar leven op te vegen. Een paar jaar geleden, ze was toen vijfentwintig, geloofde ze er heilig in dat ze zich eindelijk geestelijk had losgemaakt van Mad Ash. Hij was nog op vrije voeten en zij had nog geen verklaring tegen hem afgelegd. Uit een affaire met een alcoholist kreeg ze een tweede kind. Toch ging ze terug naar Arshid Hussain. ‘Ik was alleen. En hij was de vader van mijn zoon.’ Mad Ash zat inmiddels in een rolstoel, hij was beschoten. Ze was er zeker van dat hij haar niets kon doen – maar misschien wel iets voor haar zoon.

    ‘Ik heb me ontzettend vergist. Wat hij mijn zoon heeft aangedaan, was onverdraaglijk, onbeschrijflijk.’ De tiener heeft nu ernstige psychische problemen. Zijzelf is nu meestal sterk, zegt ze. Alleen af en toe moedeloos. Omdat de angst blijft. ‘Ik krijg steeds weer mails van meisjes die nu het doelwit van die kerels zijn. Het houdt nooit op.’ Ze wijst naar de voordeur, die stevig gebarricadeerd is. ‘Die kerels zijn daar buiten.’

    Auteur: Cathrin Kahlweit
    Vertaler: Pieter Streutker

    Cathrin Kahlweit is correspondent in Londen voor de Süddeutsche Zeitung. Ze werkt al ruim twintig jaar voor deze krant op verschillende redacties, zoals binnenland en Centraal- en Oost-Europa.

    Openingsbeeld: Rotherham, een van de meisjes die aangifte heeft gedaan. – © Christopher Furlong / Getty Images

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 445.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • Religieus of Pakistaans

    Religieus of Pakistaans

    Het was een discussie(tje) op de burelen van 360. De kersvers verkozen Sadiq Khan werd in de wereldpers over 
het algemeen aangekondigd als de moslim-, of islamitische, burgemeester van Londen.

    Namen wij die beschrijving over?

    Voorstanders doken boven op de vraagstelling. Waarom niet? Moeten we niet eens ophouden met die politieke correctheid jegens moslims? Khan is toch een moslim, noem hem dan zo. Pas op dat je niet alles weg corrigeert ter ere van het fatsoen.

    Maar tegenstanders vonden de religieuze achtergrond, in dit geval die van de Labour-politicus, minder relevant. Totdat het tegendeel wordt bewezen en hij zijn geloof inzet om politiek mee te bedrijven. Maar in het geval van Khan is zijn afkomst een groter wapenfeit. Hij is zoon van een Pakistaanse buschauffeur en een naaister die in de jaren zestig naar het Britse koninkrijk trokken. Ze kregen een trits kinderen en groeiden op in de multiculturele wijk Tooting, waar hij nog steeds woont. Pakistanen vormen al jaren een minderheidsgroepering in Londen en zijn vaak het mikpunt van geweld en discriminatie. ‘Paki’ is in het Engels een grof racistisch scheldwoord, vergelijkbaar met het Nederlandse woord nikker. Dat hij desondanks 44 procent van de stemmen heeft gewonnen is zijn claim to fame en zegt misschien wel net zo veel over hem als over de multiculturele wereldstad Londen, waar ruim een derde van de inwoners elders geboren is.

    Goldsmith, zoon van een miljardair, werd naar mijn weten niet een keer aangeduid als de Joodse conservatieve Lagerhuis-afgevaardigde

    Dat Khan ook een aanhanger van de islam is, weten we vooral van zijn rivaal in de race om het uithangbord te worden van de Britse hoofdstad, Zac Goldsmith (35 procent van de stemmen). Deze zoon van een miljardair, die getrouwd is geweest met een echte Rothschild, werd naar mijn weten niet een keer aangeduid als de Joodse conservatieve Lagerhuis-afgevaardigde. Wel probeerde hij Khan in verband te brengen met moslimextremisten, maar die was duidelijk over zijn opvattingen met betrekking tot mensen die beweren hetzelfde geloof als hij aan te hangen ‘maar er afschuwelijke opvattingen op na houden’.

    Om een kort verhaal niet onnodig lang te maken, werd het discussie(tje) besloten in het voordeel van de neutraliteit. Stelling nemen hoort niet (altijd) thuis in de journalistiek. Daarom selecteerden we ook voor dit nummer, het 99ste, weer een diversiteit aan stemmen en onderwerpen. 
Zodat ú het hoogste en het laatste woord kan hebben. 
Over het toelaten van het vermaledijde pesticide glyfosaat, bijvoorbeeld.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl