De Britse regering heeft aangekondigd dat het bezit of de verspreiding van pornografische content met afbeeldingen van wurging of verstikking strafbaar wordt gesteld, volgens een wetsvoorstel dat maandag in het parlement is ingediend. Deze maatregel omvat een wettelijke verplichting voor platforms om de toegang tot dergelijke content in het Verenigd Koninkrijk te blokkeren, op straffe van boetes.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het ministerie van Justitie is van mening dat dit verbod ‘een duidelijke boodschap wil afgeven: gevaarlijk en seksistisch gedrag wordt niet getolereerd’. Dit volgt op een overheidsstudie die concludeert dat pornografie eraan heeft bijgedragen dat wurging ‘een seksuele norm’ is geworden.
Onderzoekers benadrukken echter dat ‘er geen veilige manier is om te wurgen’, zelfs niet kortstondig, aangezien hypoxie – het verschijnsel dat weefsels onvoldoende zuurstof krijgen – onzichtbare hersenschade kan veroorzaken, meldt The Guardian.
Gebruikers mogen het bijvoorbeeld niet in hun profielfoto plaatsen
Het sociale netwerk X, voorheen Twitter, heeft maandag officieel toestemming gegeven voor de publicatie van erotische en pornografische inhoud op het platform. Tot nu toe was dit niet expliciet verboden, merkt The Verge op. Nu is het ook echt officieel toegestaan.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De site wijst erop dat er beperkingen zijn wat betreft de plaatsen waar dergelijke inhoud kan worden gedeeld. Gebruikers kunnen het bijvoorbeeld niet in hun profielfoto of op de banner bovenaan hun account laten staan.
In Frankrijk voorziet een wetsartikel specifiek in vervolging van verspreiders van AI-gegenereerde pornografische content, die nu wordt beschouwd als ‘seksistisch cybergeweld’.
Keuze uit het archief
De AI-tool Grok heeft de functie voor het maken van afbeeldingen voor niet-betalende abonnees uitgeschakeld. De tool werd gebruikt om afbeeldingen van vrouwen te manipuleren, waarbij hun kleding werd verwijderd en ze in geseksualiseerde posities werden geplaatst.
Het besluit volgde na hevige wijdverbreide protesten, maar had eigenlijk al veel eerder genomen moeten worden. Uit dit artikel van Le Monde blijkt namelijk dat deze zorgelijke trend al zeker drie jaar aan de gang is.
Taylor Klein stond op het punt haar ingenieursstudie in het Amerikaanse Connecticut af te ronden, toen ze ontdekte dat er fake pornovideo’s van haar op internet circuleerden. ‘Die video’s werden duizenden keren bekeken. Toen ik die avond naar bed ging, stortte ik in. Ik voelde me heel vies (…) Ik had het gevoel dat iemand me probeerde te straffen,’ vertelt de jonge vrouw in de documentaire Another Body, die eind oktober in de Verenigde Staten is uitgebracht.
Meer dan een uur lang volgen regisseurs Sophie Compton en Reuben Hamlyn de strijd van Klein en haar zoektocht naar de ware toedracht achter deze video’s sinds haar leven op zijn kop werd gezet door pornografische deepfakes. Foto’s en video’s worden gemaakt of aangepast met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) en beelden vrouwen zonder hun toestemming af in erotische situaties.
De zaak van Taylor Klein – die haar verhaal doet onder een valse naam – laat zien dat deze snel groeiende vorm van seksistisch cybergeweld niet alleen is gericht op filmactrices, zangeressen en politici. Onlangs waren er berichten over dergelijke voorvallen met doorsneetienermeisjes, in een klein stadje in Zuid-Spanje en op Amerikaanse middelbare scholen. Door de sprongen die AI de afgelopen jaren heeft gemaakt – met steeds realistischer deepfakes tot gevolg – is ook het profiel van de slachtoffers veranderd. En hun aantal is geëxplodeerd.
‘We hebben meer deepfakes van dit meisje nodig: ik ken veel mensen die er veel geld voor zouden betalen’
De Amerikaanse analist Genevieve Oh werkt al een aantal jaar aan het kwantificeren en in kaart brengen van online pornografische deepfakes. Recentelijk, in het derde kwartaal van 2023, telde de statisticus een totaal van 276.149 van dergelijke video’s. Ze zijn eenvoudig toegankelijk op het traditionele web en voor het merendeel te vinden op een handvol pornografische sites die aan deze beelden zijn gewijd.
MrDeepFakes, over wiens duistere banden met de kunstmatige media Le Monde vorig jaar al berichtte, blijkt nog steeds het populairste portaal te zijn, met 1,3 miljard cumulatieve views. Over het geheel genomen blijft de activiteit op de tien populairste sites groeien: dit jaar rouleren er twee keer zo veel video’s als vorig jaar. Ze werden meer dan 4,2 miljard keer bekeken, wat betekent dat het publiek vier keer groter is dan in 2019.
Seksuele deepfakes worden ook gehost op traditionele pornoplatforms. Hoewel de meeste, zoals die van de MindGeek-groep (Pornhub, RedTube en YouPorn), deze inhoud verbieden en gebruikers die op zoek zijn naar deepfakes waarschuwen voor mogelijke illegale activiteiten, blijven de Franse sites XVideos en XNXX ze verspreiden, ontdekte Le Monde. De sites reageerden niet op verzoeken om commentaar.
Deepfakes worden ook heimelijker verspreid, op gesloten servers van de app Discord, op besloten Telegram-kanalen of via minder bekende berichtendiensten zoals Kik. In ruil voor cryptovaluta bestellen internetgebruikers deepfakes van publieke figuren of bekenden bij gespecialiseerde leveranciers. ‘We hebben meer deepfakes van dit meisje nodig: ik ken veel mensen die er veel geld voor zouden betalen’, schrijft een gebruiker op een forum.
Maar het gaat niet alleen over obscure praktijken of verborgen materiaal. Simpele zoekopdrachten op Google volstaan om pornografische deepfakes te vinden. Zo ook kun je online makkelijk leren hoe je zelf pornografische deepfakes kunt maken.
Op mainstream netwerken zijn er zelfs advertenties die nudifiers aanprijzen, apps die de kleding van een gefotografeerde persoon kunnen ‘verwijderen’, tot groot ongenoegen van mensen die zonder hun toestemming – en soms zonder hun medeweten – zijn gefotografeerd. Ze moeten veel moeite doen om hun foto’s te laten verwijderen. De Franse journalist Salomé Saqué, slachtoffer van dergelijke pesterijen op Instagram, stelde op zaterdag 2 december deze praktijken aan de kaak in Le Monde.
Amendement
Veel van de slachtoffers zijn vrouwen die online content creëren. Eerder dit jaar zagen de Noord-Amerikaanse streamers Pokimane en QTCinderella hoe Atrioc, een van hun tegenhangers, live op Twitch een pornografische site met video’s van hen liet zien. In Frankrijk hekelde streamer Maghla in oktober 2022 op Twitter wat haar was overkomen; haar hoofd was gemonteerd op de lichamen van pornoactrices. In een video die kort daarna werd gepubliceerd, klaagde youtuber Juju Fitcats: ‘Mensen beleven er kennelijk plezier aan om er urenlang aan te werken om mij van mijn kleren te ontdoen en me van nepborsten te voorzien (…). Ze gebruiken content die ik zelf heb geplaatst om nepnaaktfoto’s van te fabriceren.’
Meer recentelijk kaartte influencer Lena Situations het onderwerp aan in een vlog, nadat ze online een nepfoto van zichzelf had gezien. ‘Het is verschrikkelijk, er zijn zoveel meiden op het internet die dit moeten meemaken,’ zegt ze. De drie contentmakers reageerden niet op verzoeken om commentaar van Le Monde.
Naar aanleiding van deze verhalen werd Jean-Noël Barrot, staatssecretaris Digitale Transitie, door een aantal internetpersoonlijkheden gevraagd te reageren. Hij vertelde een aantal van hen te hebben gesproken. Barrot, die al enige maanden werkt aan het wetsvoorstel ‘Beveiliging en Regulering van de Digitale Ruimte’ (SREN), heeft samen met senator Alexandra Borchio-Fontimp (van Les Républicains) een amendement over pornografische deepfakes aan het voorstel toegevoegd.
Het amendement zal het volgens het Wetboek van Strafrecht strafbaar maken om ‘pornografische deepfake onder de aandacht te brengen van het publiek of derden’. Daarop staat twee jaar gevangenisstraf plus een boete van 60.000 euro, en maximaal drie jaar gevangenisstraf plus een boete van 75.000 euro als de beelden worden verspreid ‘met behulp van openbare online communicatiediensten’, zoals sociale media of videosharingplatforms. Het wetsvoorstel werd half oktober in eerste lezing aangenomen door de Nationale Assemblee – het Franse parlement – en zal in december in zijn geheel worden bestudeerd door de commissie Gelijke Behandeling. Na een laatste stemming kan Frankrijk een van de eerste landen ter wereld worden die beschikken over wetgevende middelen om dit soort deepfakes te bestrijden.
Daarmee zijn de zorgen echter niet verdwenen. Laure Salmona, directeur van Féministes contre le cyberharcèlement [Feministen tegen cyberpesten] en coauteur van Politiser les cyberviolences. Une lecture intersectionnelle des inégalités de genre sur Internet [Politisering van cybergeweld. Een intersectioneel essay over online genderongelijkheid], hoopt dat de ‘criminalisering’ van deze seksistische foto’s en video’s gepaard zal gaan met ‘echte politieke wil’. De expert roept op tot betere training van politieagenten en wijst erop dat slechts 3 procent van de klachten over online geweld leidt tot vervolging, volgens een onderzoek dat Ipsos in 2022 deed in opdracht van haar vereniging.
Het dochterbedrijf van Alphabet wijst erop dat er voor slachtoffers manieren bestaan om deze afbeeldingen en duplicaten ervan uit de zoekmachine te verwijderen
Laure Salmona wil ook platforms zoals Telegram, Reddit en X ‘verantwoordelijk maken’. Zij spelen volgens haar indirect een katalyserende rol in de verspreiding van deze beelden, door slechte moderatie. Op vragen van Le Monde over het bestaan van een Discord-server gewijd aan de handel in pornografische deepfakes, zegt een woordvoerder van dat bedrijf dat het kanaal in kwestie is verwijderd, dat Discord ‘proactieve en reactieve’ moderatietools gebruikt en dat het in bepaalde gevallen samenwerkt met relevante autoriteiten.
Google verdedigt zich op dezelfde manier. ‘Onlangs zijn we begonnen met specifieke verbetering van de ranking die de zichtbaarheid van expliciete deepfakes aanzienlijk beperkt voor zoekopdrachten die niet gericht zijn op dit materiaal, en we zullen de verbeteringen de komende maanden blijven doorvoeren,’ aldus een woordvoerder van het Amerikaanse bedrijf in een e-mail. Er is echter geen sprake van dat verwijzingen naar deze content volledig zullen worden gestopt, aangezien het bedrijf het als zijn primaire missie ziet om ‘toegang tot informatie te maximaliseren’. Het dochterbedrijf van Alphabet wijst erop dat er voor slachtoffers manieren bestaan om deze afbeeldingen en duplicaten ervan uit de zoekmachine te verwijderen.
Maar in werkelijkheid blijft een groot deel van de links naar sites als MrDeepFakes online staan, en wordt er probleemloos naar doorverwezen door niet alleen Google maar ook door Microsoft, Bing en Yahoo. Het SREN-wetsvoorstel, dat zich meer richt op de verspreiding dan op de creatie van deze deepfakes (want als de auteur van dergelijke inhoud deze privé houdt, wordt hij of zij niet vervolgd), houdt zich slechts in beperkte mate bezig met deze sites en de diensten die ze promoten.
Desgevraagd verwijst Jean-Noël Barrot naar de Digital Services Act (DSA) van de Europese Unie, die eind augustus van kracht werd. ‘Deze regelgeving verplicht platforms om illegale inhoud die bij hen wordt gemeld te verwijderen,’ aldus de minister. ‘Aangezien pornografische deepfake illegaal is, zoals we samen met het parlement en de Senaat hebben besloten, is het aan de platforms om deze inhoud te verwijderen.’
Op dit moment is de DSA alleen van toepassing op negentien grote platforms, maar dat bereik moet begin volgend jaar uitgebreid worden. Maar, zegt Laure Salmona, ‘het is nu al tijd om te handelen. We zien in welke mate dit alles versnelt door generatieve AI, en hoe voor veel te veel mensen een extreem vijandige digitale sfeer wordt gecreëerd’.
Hervormers vrezen dat steeds meer buitensporige pornosites de verlangens van gebruikers vervormen. Maar het overschrijden van grenzen is altijd een deel van de aantrekkingskracht geweest.
Sommige mensen vinden dat inhoud altijd vrij moet zijn, net als mensen zelf. Die gedachte lijkt te worden bevestigd door de ruim 9 miljard bezoeken per maand aan pornowebsites en ‘tubes’, waar professionals en amateurs seksvideo’s uploaden die anderen kunnen bekijken, op elk gewenst tijdstip en zonder ervoor te betalen, zoals veel lezers waarschijnlijk al weten.
Werkt non-stop gratis porno bevrijdend? Of beperkt het ons en maakt het ons minder menselijk? Het is een van de hedendaagse vragen die sociologe Kelsy Burke onderzoekt in The Pornography Wars: The Past, Present, and Future of America’s Obscene Obsession [De Pornografieoorlogen: verleden, heden en toekomst van de obscene obsessie van Amerika]. Het antwoord hangt af van hoe je ‘ons’ definieert, want pornoproducenten – net als andere content makers die in digitale sweatshops werken – komen er nauwelijks van rond. Pornhub trekt weliswaar meer bezoekers per maand dan Netflix of TikTok, maar volgens een online gids voor beginnende porno-ondernemers levert een video met een miljoen views nog geen 500 dollar op.
Anders dan in de jaren zeventig en tachtig – de hoogtijdagen van XXX-films met meerdere draaidagen en budgetten voor catering, en met grote winsten en florerende sterren – genereert de nieuwe porno-economie haar inkomsten hoofdzakelijk uit advertenties. Dat geld komt ten goede aan de eigenaars van de sites, niet aan de makers. De betaalsite OnlyFans levert slechts enkele sterren veel geld op, maar voor de meeste valt dat nogal tegen: pornoacteurs worden als het ware dubbel genaaid. Daarom creëren ze nu nieuwe content, laat Burke zien: een-op-eeninteractie met klanten in ‘camming’-sessies bijvoorbeeld, als aanvulling op content waarvoor ze amper betaald worden. En ook dat materiaal komt dan vaak weer op gratis sites terecht.
Gepolariseerd
Of de alomtegenwoordige pornografie ons degradeert of juist emancipeert, hangt ook af van met wie je erover praat, aldus Burke. Ze is minder geïnteresseerd in porno als zodanig dan in de aanhoudende discussie erover. De discussie over het feit dat pornoconsumptie slecht is voor de gezondheid, is alleen maar verder gepolariseerd sinds het Congres in 1842 de eerste van talloze niet-werkende maatregelen aannam tegen de verspreiding van obsceen materiaal.
In haar veelomvattende boek begeeft Burke zich tussen pornoproducenten, kijkers, activisten en diverse deskundigen (inclusief zelfbenoemde experts). De kern van haar project wordt gevormd door interviews met een kleine, niet-willekeurige selectie van betrokkenen bij de pornostrijd: 52 ondervraagden die antiporno zijn en 38 die zij ‘pornopositief’ noemt. Burke benadert de geïnterviewden ‘eerder nieuwsgierig dan oordelend’ en laat ze hun tegengestelde opvattingen meestal op papier uitvechten; daarbij trekt ze de mythes van beide kanten in twijfel en signaleert ze waar de uiteenlopende overtuigingen soms samenkomen.
De antipornogroep is grotendeels mannelijk, religieus en verbonden aan hulpprogramma’s voor pornoverslaafden. Er zitten zowel cliënten als clinici bij, en Burke sprak ook met niet-gelieerde bekeerlingen en activisten. Die beweren dat kijken naar porno fysieke en emotionele schade toebrengt. Velen denken zelfs dat kijken naar porno biologisch verslavend is, onze hersenen binnendringt en onze grijze massa verandert. Of dat de reactie van het dopaminesysteem op online porno dwangmatig gedrag in de hand werkt. Er zijn meer dan genoeg wetenschappelijk klinkende theorieën. Hier merkt Burke op dat ze geen definitief bewijs heeft gevonden voor dergelijke neurobiologische beweringen.
Maar, zegt ze, het is ook een lastig onderwerp om onder laboratoriumomstandigheden te bestuderen: een subjectief onderwerp als gedragsverslaving valt ‘nagenoeg onmogelijk’ te beoordelen met objectieve metingen zoals hersenscans. En, zoals de socioloog Gabriel Abend het ooit zei: onderzoekers zijn nooit neutraal of objectief over de moraliteit van menselijk gedrag. Zijn onze hersenen zo gemaakt dat mannen seks gescheiden zien van romantiek, terwijl vrouwen ervan dromen de twee op gelukzalige wijze te verenigen? Het antwoord op die vraag laat Burke over aan Cordelia Fine, een psychologe die haar carrière besteedt aan het ontkrachten van dergelijke theorieën; Fine bedacht er de term neuroseksisme voor.
Bij de antiporno-ondervraagden van Burke – een ‘opmerkelijke alliantie’ die evenredig politiek-ideologisch verdeeld is, merkt ze op – is ook een seculiere groep feministen die meer leunt op argumenten over vrouwenhaat en de verwording van seks tot handelswaar. Er is volgens hen geen aandacht voor het plezier van vrouwen, of dat plezier wordt geveinsd om mannen te behagen. Ook daar keert Burke zich tegen. Zij noemt dit ongefundeerd activisme dat slechts steunt op persoonlijke opvattingen over goede en slechte seks en ideeën over ‘hoe authentieke seksualiteit voor vrouwen eruit zou moeten zien’.
Zelfs de discussie over pornoverslaving, merkt ze scherpzinnig op, weerspiegelt genderongelijkheid. Een vrouw die van porno houdt wordt eerder als ziekelijk weggezet dan een man die van porno houdt: haar voorkeur wordt gezien als een teken van trauma of slachtofferschap in het verleden. Bij mannen, schrijft Burke, wordt overdadige aandacht voor porno vaak toegeschreven aan een sterke geslachtsdrift en worden hun pogingen om ervan af te kicken gezien als een bewijs dat ze hun driften kunnen beheersen.
‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel’
Burke richt zich in het bijzonder op het groeiende aantal mannelijke millennials dat het ‘fappen’ – een klanknabootsing voor masturbatie – wil overwinnen. (Een forum op Reddit met de naam NoFap heeft bijna een miljoen volgers.) Een opvallende onthulling in het boek is hoe zwaar de retoriek over pornoverslaving is in de wit-nationalistische en online subculturen, waar de alomtegenwoordigheid van porno wordt toegeschreven aan liberalen, feministen, socialisten en Joden; voor deze meute zijn dat inwisselbare schurken. En dat terwijl veel liberale feministen en Joodse socialisten ongetwijfeld zelf verontrust zijn dat porno kijken bij jonge mannen de plaats inneemt van daadwerkelijke seks en echte relaties.
Burke bezit de gave om buitengewoon onverstoorbaar te blijven over zelfs de meest heikele onderwerpen, inclusief de vraag of kinderen – die naar verluidt voor het eerst worden blootgesteld aan online porno op de leeftijd van tien tot vijftien jaar – worden beschadigd door pornografie. Het is een zorg die de beide kampen het dichtst bij elkaar brengt. ‘Alle opvoeders, therapeuten, religieuze leiders en activisten die ik interviewde, ongeacht hun standpunt over porno zijn het erover eens dat het slechte seksuele voorlichting oplevert’, schrijft ze, vooral het gratis gestreamde spul waartoe kinderen het gemakkelijkst toegang hebben. Iedereen benadrukt de noodzaak van betere communicatie tussen ouders en kinderen over porno. Dat geldt ook voor Andre Shakti, sekswerker en seksuele opvoeder, die overigens wel benadrukt dat porno entertainment is en geen handleiding: ‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel.’
Tegenstanders van pornografie die verontrust zijn over de normalisering van handelingen als klaarkomen in het gezicht, waardoor tienermeisjes zich onder druk gezet kunnen voelen om eraan mee te moeten doen, vinden dat de gevaren van porno al vroeg moeten worden ingeprent (‘Zie je een “erge” foto, blijf dan niet kijken, maar keer je ervan af en praat erover!’). Sommigen zijn er voorstander van om ’s nachts alle elektronische apparaten uit slaapkamers van kinderen te verwijderen – het digitale equivalent van het victoriaans aanprijzen van gadgets tegen masturbatie.
De ‘sekspositieve’ benadering, voortkomend uit bezorgdheid over dates en seksueel geweld, moedigt ‘pornogeletterdheid’ aan in plaats van vermijding, en steunt ouders in gesprekken met tieners over het verschil tussen echte seks en porno. De progressieven en sociale wetenschappers met wie Burke praat zijn doorgaans realisten. Seksueel expliciete media zijn er in overvloed in onze samenleving, vinden ze, en porno is niet de enige bron van vrouwenhaat en slechte seks; de prioriteit moet liggen bij het onderwijzen van instemming en context. Conservatieven (van zowel religieuze als seculiere snit) benadrukken de schadelijkheid: ‘Pornografie dringt je hersenen binnen en richt daar schade aan’, aldus een christelijk prentenboek voor kinderen vanaf zes jaar.
Fantasie
De ‘pornopositieve’ geïnterviewden, van wie de meesten vrouw en seculier zijn, leggen over het algemeen de nadruk minder op pornoconsumptie dan op de productiekant van de industrie. Burke sprak met sekswerkers en activisten die zich verzetten tegen de recente vermenging van de antipornobeweging met de beweging tegen mensenhandel, waardoor alle sekswerk met mensenhandel wordt gelijkgesteld. Dat sluit instemming uit – een vorm van paternalisme waar ook Burke tegen is. Ondertussen maken activisten bezwaar tegen het besluit van creditcardmaatschappijen om hun banden met Pornhub te verbreken. Hun argument is dat de winst van Pornhub, afkomstig van advertenties, niet noemenswaard zal verminderen, evenmin als het aantal video’s waarbij geen sprake is van instemming. Maar die stap heeft wel directe gevolgen voor legale, bewuste pornomakers van wie velen zich juist tot het internet hebben gewend op zoek naar meer veiligheid en controle over hun werk.
Burke sprak met een feministische pornograaf voor wie controle over de camera een manier is om haar eigen seksualiteit te herwinnen. Ook sprak ze met een groep die de branche wil hervormen en die een ‘Makershandvest’ heeft gepubliceerd, waarin instemming prioriteit heeft. Het probleem, zo erkennen ze, is dat de ‘feministische’ en ‘ethische’ porno die door progressieve pornografen wordt geproduceerd, uiteindelijk als de zoveelste niche op pornosites belandt, en het daar moet opnemen tegen ‘anaal’ en ‘Aziatisch’. Niemand mag overigens concluderen dat hervormers daadwerkelijk de porno-industrie hervormen: Burke heeft een aantal huiveringwekkende en ongetwijfeld veelvoorkomende verhalen over seksuele en financiële uitbuiting van jonge vrouwen die proberen door te breken in de business. Ze lenen zich bij uitstek voor manipulatie door iedereen die zichzelf ‘manager’ noemt en zich daarbij onder andere tot taak stelt zelf de mannelijke hoofdrol te spelen in de eerste film van zijn cliënt.
Een ander probleem voor wie zich ‘ethisch’ door het doolhof van online porno probeert te bewegen, is dat onze seksuele verlangens niet altijd stroken met onze waarden of opvattingen. Een queer feministische socioloog betreurt het dat ze minder opgewonden raakt van vertrouwde feministische porno dan van de ranzige mainstream porno, terwijl ze zich heel bewust is van seksisme, racisme en slechte werkomstandigheden. Een christelijke vrouw die vertelt verslaafd te zijn aan masturbatie, moest zelfs stoppen met het kijken naar libido-schadende series als The Handmaid’s Tale, omdat ze vreesde opnieuw de fout in te gaan. Dat is het probleem met fantasie: alles kan porno zijn. En porno die jou opwindt komt niet noodzakelijk overeen met de seksuele identiteit die je omarmt. Denk maar aan de schrijnend hilarische scène in The Kids Are All Right waarin twee lesbische moeders naar porno met homomannen kijken om hun seksleven op te peppen. In 2017 zei Pornhub dat 37 procent van de personen die naar porno met mannelijke homo’s kijken, vrouw was.
Porn-on-demand belooft overvloed, onbegrensdheid en misschien zelfs wel enige transcendentie
Net zoals ik zelf soms verwonderd ben over mijn keuzes voor bepaalde onderwerpen, vraag ik me altijd af welke persoonlijke drijfveer achter ogenschijnlijk wetenschappelijke boekprojecten schuilt. Burke laat ons niet in het ongewisse over die van haar. Als wedergeboren christen ontdekte ze in haar tienertijd dat ze graag naar de verstopte Playboys van haar vader keek, wetende dat ze ‘de zonde van de lust’ beging. Bovendien werd ze belaagd door homoseksuele fantasieën, ofwel ‘homoseksuele perversie’ in de taal van haar gezindte. Nu ze volwassen is, wijdt ze haar academische carrière aan het navigeren tussen diezelfde uitersten. ‘Sociologie werd het instrument dat ik gebruikte om niet alleen mijn seksualiteit en geloof te begrijpen, maar ook de hardnekkige wijze waarop seks en religie meer in het algemeen botsen in de Amerikaanse cultuur en politiek.’
Hoewel ik blij ben voor Burke dat ze dit dilemma zo productief weet aan te pakken, vraag ik me ook af of die tienerverboden niet tot bepaalde conceptuele lacunes hebben geleid toen ze haar onderzoek in kaart bracht. Door haar focus op de tegenstellingen zoek je in haar boek tevergeefs naar iemand – man of vrouw – die gewoon van porno houdt zonder er een therapeutische missie of een zaak van te maken. Ook leer je van Burke niet veel over de werkelijke inhoud van porno, hoewel ze na bestudering concludeert dat porno uit de eenentwintigste eeuw gewelddadiger is dan die van vroeger, en dat de slachtoffers van dat geweld onevenredig vaak uit gemarginaliseerde groepen afkomstig zijn. (De populaire cultuur in het algemeen is natuurlijk ook gewelddadiger geworden, maar dat wordt niet vermeld.) Details die wel naar boven komen suggereren enkele interessante thema’s die onaangeroerd blijven. In 2014 behoorde incestporno tot de top van de zoekopdrachten op Pornhub, merkt ze terloops op. Je zou kunnen zeggen – buiten het feit dat sexy stiefmoeders een eeuwige fantasie zijn – dat porno er altijd al op was gericht taboes te doorbreken en onfatsoenlijk te zijn. Wellicht is dat iets wat wij regelzieke mensen leuk vinden.
Alsof te veel naar porno kijken nog steeds verboten zou zijn, wil Burke niet al te veel nadenken over de waaromvraag, afgezien van de mogelijkheden tot fappen die al die toegewijde kijkers geboden wordt. Je zult haar niet betrappen op de vraag of er misschien meer complexiteit en emotionele verlokkingen ten grondslag liggen aan deze ervaring, of misschien zelfs wel enkele diepere menselijke verlangens.
Die verlokkingen brengen me bij dat andere onderwerp waarvan ik verwachtte dat Burke het zou aansnijden, gezien de grondige religiositeit die haar werk doordringt: het terrein dat porno en religie delen. Zeker, religie biedt doelen en troost die vreemd zijn aan porno. Toch richten beide zich op een gemeenschappelijk verlangen om buiten onszelf te treden, om los te komen van deze wereld, al is het maar tijdelijk. Porno hoeft niet alleen letterlijk genomen te worden: vrouwen kunnen fantaseren over man zijn en andersom en ze kunnen fantaseren over op andere potentieel bevrijdende en gevaarlijke manieren in opstand komen. Porn-on-demand belooft overvloed (wat je maar wilt, wanneer je het maar wilt), onbegrensdheid (een wereld zonder remmingen), en misschien zelfs wel enige transcendentie of anders op z’n minst een nooduitgang.
In een essay genaamd Tongues Untied: Memoirs of a Pentecostal Boyhood [Losgemaakte tongen: jongensjaren bij de Pinkstergemeente] schrijft de literator en queer theoreticus en inmiddels atheïst Michael Warner van Yale dat ‘religie dingen bewerkstelligt waarbij de seculiere cultuur hooguit alleen maar in de buurt kan komen’. Zonder religie te willen reduceren tot seks, vindt hij net als anderen overlappingen bij onder meer Georges Bataille en Harold Bloom. Religie biedt verrukking; ze ‘stelt een taal van extase beschikbaar’, geeft ons de ‘stroboscopische afwisseling van genot en verwoesting’. Net als seks in zijn meest intense vorm.
Hoewel het christendom in het verhaal van Warner altijd behoorlijk queer is (‘Jezus was mijn eerste vriendje’), klinken de worstelingen van zijn tienerjaren als die van Burke. De ‘twee soorten extase’ die in de aanbieding waren, vormden ook voor hem een kwellend dilemma; het was ondraaglijk om elke nacht te moeten kiezen tussen orgasme en religie; ‘Ik was er zeker van dat God niet wilde dat ik klaarkwam.’ Tegelijkertijd bood de viering van extase middels religie een manier om ‘overtredingen tegen de normale orde van de wereld’ te zien als iets goeds.
Utopie
Burke kiest een minder zondige weg om zich met haar eigen innerlijke tegenstrijdigheden te verzoenen. Het anti- en pro-pornokamp zetten zich eigenlijk voor hetzelfde in, concludeert ze: ‘Mensenrechten, seksuele instemming en een bevredigend leven.’ Iedereen streeft naar ‘echte en authentieke seksualiteit’ en wil zich losmaken van de ‘nepseks die ons omringt’. Ze biedt een geruststellend perspectief, en ongetwijfeld is de authenticiteit van tedere, zorgzame seks met een ander zeer aan te bevelen. Maar voor velen is dit buiten bereik, en klinkt het ook een beetje saai.
Het immense pornopubliek suggereert dat velen van ons ook nog graag even wat uitstel van authenticiteit willen. Porno biedt een wereld waarin je niet hoeft stil te staan bij de persoonlijkheid en verwachting van anderen, een wereld waarin (nog fantastischer) mannen en vrouwen in bed dezelfde dingen willen, een wereld ook waarin net als in het freudiaanse onbewuste geen ‘nee’ of seksuele remmingen bestaan. Het is een utopie in de ware zin van het woord: een wereld die niet bestaat.
We zullen nooit in een wereld leven waarin de grote porno-oorlog zal zijn beslecht, noch in een wereld waarin de seksuele moraal zegeviert, of in een zonder seksuele verboden. De strijdenden zelf zijn zich hier goed van bewust, ontdekte Burke tijdens haar interviews. Niemand denkt het gevecht te zullen winnen. Waar beide kampen het wel over eens zijn, is dat iedereen beter af zou zijn zonder pornosites die je gratis kunt streamen. Nu de gebruikers nog overtuigen.
Laatste Amerikaanse soldaten hebben Afghanistan verlaten
‘De langste Amerikaanse oorlog is voorbij’, aldus CNBC. Het laatste Amerikaanse militaire vliegtuig is op maandag 30 augustus kort voor middernacht (plaatselijke tijd) vertrokken van de luchthaven van Kaboel, met aan boord generaal Chris Donahue en de Amerikaanse ambassadeur in Afghanistan, Ross Wilson.
Volgens The New York Times is het resultaat van de aanwezigheid van de VS een ‘volledige overname van het land door een vijand waartegen het Amerikaanse leger twee decennia heeft gevochten’. Want nu de Amerikanen zich terugtrekken, ‘zijn de taliban weer aan de macht’, aldus de krant. Volgens NPR verkeert het land nu in ‘wanorde en onzekerheid’.
‘De hele skyline van Kaboel is verlicht met geweerschoten’
De taliban staken hun vreugde over het vertrek van de Amerikanen niet onder stoelen of banken. Afghanistan is eindelijk ‘volledige onafhankelijk’, aldus de taliban. De correspondent van Al-Jazeera in Kaboel verklaarde maandagavond dat ‘de festiviteiten hier in Kaboel al een uur aan de gang zijn – de hele skyline van de stad is verlicht met geweerschoten’.
‘We schrijven geschiedenis’, zei Anas Haqqani, een van de talibanleiders. ‘De twintigjarige bezetting van Afghanistan door de VS en de NAVO is vanavond geëindigd’.
Minder dan een week nadat OnlyFans had aangekondigd pornografie op zijn platform te verbieden, trok de Britse site die beslissing weer in, omdat het bedrijf ‘garanties heeft gekregen die nodig zijn om onze gemeenschap van diverse makers te kunnen ondersteunen’. Kennelijk zijn er nieuwe overeenkomsten afgesloten met banken, zodat makers die inhoud op OnlyFans plaatsen kunnen worden betaald, ook degenen die seksueel expliciet materiaal aanbieden, schrijft Variety.
OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand
Oprichter en directeur Tim Stokely legde de schuld voor het pornoverbod bij onder meer JP Morgan Chase, Bank of New York Mellon en Metro Bank. Het conflict met de banken is mogelijk opgelost door openbaar te maken hoeveel geld er door de site stroomt: OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand. Ook de woedende reacties van sekswerkers die op de site vertrouwden voor hun onderhoud zullen doorslaggevend zijn geweest.
David Ige, de gouverneur van de Amerikaanse staat Hawaï, vraagt toeristen weg te blijven omdat het aantal coronagevallen sterk toeneemt en de staat moeite heeft die stijging het hoofd te bieden. Tijdens een persconferentie vroeg Ige bezoekers en bewoners om reizen te beperken tot essentiële of zakelijke activiteiten. ‘Het is geen goed moment om naar de eilanden te reizen.’
Ige waarschuwde toeristen dat ze niet de ‘typische vakantie’ zullen krijgen die ze verwachten vanwege beperkingen, waaronder beperkte restaurantcapaciteit en beperkte beschikbaarheid van huurauto’s, berichtte The Hill. In een aparte verklaring zei het Hawaïaanse bureau voor Toerisme dat inwoners en bezoekers niet-essentiële reizen tot zeker eind oktober zullen moeten uitstellen.
‘Als er niets verandert, zullen onze gezondheidszorgsystemen overbelast raken’
‘Als er niets verandert, zullen onze gezondheidszorgsystemen overbelast raken en zullen degenen die medische zorg behoeven voor andere ziekten, verwondingen en aandoeningen – ook onze bezoekers – moeite hebben de behandeling te krijgen die ze nodig hebben’, aldus Elizabeth Char van het ministerie van Volksgezondheid van Hawaï.
Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie.
Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.
Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten
Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.
De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.
De laatste zwaardmakers van Toledo
De Carthaagse generaal Hannibal en de Romeinse legioenen waren ruim tweeduizend jaar geleden al fan van zwaarden uit het Spaanse Toledo. De reputatie van deze zwaarden was enorm; met honderden smeden was de stad een van ’s werelds belangrijkste centra voor dit ambacht. Nu zijn er nog maar twee ambachtelijke zwaardmakers over. Ze vormen de laatste schakel in de duizenden jaren oude traditie, aldus The Guardian.
‘Zwaarden maken is nauw verbonden met deze stad’, zegt Antonio Arellano van Artesania Arellanos. ‘Als we dat kwijtraken, is het een enorm verlies.’
‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’
Arellano is afkomstig uit een lange lijn van ijzerbewerkers en begon dertig jaar geleden met het maken van zwaarden. Klanten bestonden toen al niet meer uit edellieden en zwaardvechters; in plaats daarvan concentreerde het bedrijf zich op toeristen en verzamelaars die graag een beroemd stuk Toledo-staal wilden aanschaffen. ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’, aldus Arellano, met zijn 69 jaar de laatste meester-zwaardsmid van Toledo. De afgelopen jaren moesten de lokale zwaardmakers concurreren met inferieure, massaal geproduceerde zwaarden uit Azië. Vervolgens kwam corona en bleven de toeristen weg.
Toch zal Arellano’s zoon het bedrijf overnemen, want er is nog hoop, schrijf de Britse krant. Belangstelling voor geschiedenis heeft geleid tot een stroom aan opdrachten van tv-series en theaterproducties die op zoek zijn naar historisch nauwkeurig materiaal. En onlangs tekende Arellano een overeenkomst met een historisch themapark, waar zijn zoon ten overstaan van het publiek zwaarden zal gaan smeden.
‘Vertrek van tienduizenden is normaal’
Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.
‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat en de sociale orde is hersteld’
‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’
Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.
Groen staal uit Zweden
De groene staalonderneming HYBRIT uit Zweden heeft ’s werelds eerste staal geleverd dat is geproduceerd zonder gebruik van steenkool. Het bedrijf wil een revolutie teweegbrengen in een industrie die goed is voor ongeveer 8 procent van de mondiale CO2-uitstoot. HYBRIT, eigendom van SSAB, Vattenfall en mijnbouwbedrijf LKAB, levert het ‘groene’ staal aan Volvo voor een testfase en mikt op volledige commerciële productie in 2026. Volgens SSAB, dat verantwoordelijk is voor 10 procent van de Zweedse en 7 procent van de Finse CO2-uitstoot, is de proeflevering een ‘belangrijke stap in de richting van een volledig fossielvrije keten’, aldus Reuters.
‘Ik ben blij de minister te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’
HYBRIT startte vorig jaar met testactiviteiten in zijn proeffabriek in Luleå, in het noorden van Zweden. Ook het bedrijf H2 Green Steel werkt aan een fossielvrije staalfabriek in Noord-Zweden. ‘Ik ben blij de minister van Ondernemen en Energie te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’, was de reactie van Ibrahim Baylan, minister van Ondernemen, Industrie en Innovatie.
Toch porno op OnlyFans
Minder dan een week nadat OnlyFans had aangekondigd pornografie op zijn platform te verbieden, trok de Britse site die beslissing weer in, omdat het bedrijf ‘garanties heeft gekregen die nodig zijn om onze gemeenschap van diverse makers te kunnen ondersteunen’. Kennelijk zijn er nieuwe overeenkomsten afgesloten met banken, zodat makers die inhoud op OnlyFans plaatsen kunnen worden betaald, ook degenen die seksueel expliciet materiaal aanbieden, schrijft Variety.
OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand
Oprichter en directeur Tim Stokely legde de schuld voor het pornoverbod bij onder meer JP Morgan Chase, Bank of New York Mellon en Metro Bank. Het conflict met de banken is mogelijk opgelost door openbaar te maken hoeveel geld er door de site stroomt: OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand. Ook de woedende reacties van sekswerkers die op de site vertrouwden voor hun onderhoud zullen doorslaggevend zijn geweest.
De wereld wordt seksueel gezien steeds losser en opener. En toch wordt er minder gevreeën. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken. Waar dat aan kan liggen onderzocht Sebastian Hermann.
Op handen en voeten kruipen de twee vrouwen naar elkaar toe, midden op het gigantische bed komen ze bij elkaar, gaan liggen, drukken hun kruis tegen dat van de ander en bewegen ritmisch op de muziek. De Amerikaanse zangeressen Cardi B en Megan Thee Stallion dragen strakke, metalig glanzende bikini’s die sterk aan Barbarella doen denken, maar ook geschikt zijn voor een alien-party in een parenclub. Het duo zingt hun gezamenlijk rap ‘WAP’. De afkorting WAP staat voor wet ass pussy. Cardi B, een voormalige stripper, rapt: ‘Ask for a car when you ride that dick’, en: ‘Put this pussy right in your face/ Swipe your nose like a credit card’.
Je kunt zeggen dat hun song en hun show hyperseksueel zijn, of obsceen. Maar hij zit echt niet verstopt in de duistere pornohoekjes van het internet: hun optreden vond plaats op een felverlicht podium tijdens de uitreiking van de Grammy’s, tegelijk de belangrijkste en de populairste muziekprijzen. Puur mainstream.
In your face, recht voor zijn raap, seks, seks, seks. En toch halen de meeste van de miljoenen kijkers hooguit hun schouders op. Het optreden past in de recente traditie van extreme seksuele openheid. De zangeressen laten alleen iets zien wat de afgelopen jaren is gegroeid. Seks als imago, als verwachting, als prestatiedruk is al jaren overal aanwezig. Naakte lichamen zijn overal, op tv, in Game of Thrones en Bridgerton, in elk geval in de reclame en helemaal op internet.
Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer
Oppervlakkig gezien heeft de grote seksuele openheid een vaste plaats in onze samenleving gekregen. Voor elk wat wils. Het belangrijkste is dat de deelnemers een hoogtepunt bereiken. Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer. Orale en anale seks zijn de kwade reuk van het abnormale kwijt. Datingapps als Tinder hebben het zoeken naar een partner fundamenteel veranderd. Vlogsters en auteurs schrijven zonder enige terughoudendheid over hun seksuele avonturen. Porno is permanent beschikbaar. We worden overspoeld met nieuws over polyamorie, open relaties en de voor niet-ingewijden inmiddels onoverzichtelijke hoeveelheid seksuele identiteiten – alloseksueel, sapioseksueel, panseksueel enzovoort – zo dol zijn de mensen erop. En in elk geval sinds het succes van de sm-kitsch Fifty Shades of Grey heeft ook het onderwerp bdsm een vaste plaats in de slaapkamers van de Vinex-wijken gekregen.
Zo lijkt het althans.
Heeft er de afgelopen twintig à dertig jaar soms een soort tweede seksuele revolutie plaatsgevonden? Als die vraag betrekking heeft op de liberalisering in het publieke domein, dan is het antwoord: ja. Maar als de vraag betrekking heeft op hoe mensen hun seksualiteit daadwerkelijk beleven, dan wordt het ingewikkelder. Dan ontstaat er opeens een vreemd en kennelijk paradoxaal beeld: de mensen lijken ondanks al die vrijheid van tegenwoordig wat minder seks en ook minder plezier in seks te hebben dan een paar jaar geleden. Alles mag, maar het gaat niet vanzelf.
Maken we een seksuele recessie mee zoals Amerikaanse media al aankondigden? ‘De teruggang die we hebben waargenomen, is niet groot, maar gezien de korte periode wel opvallend,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er is geen aanleiding voor paniek. ‘Maar als een grote groep van vooral jonge mensen aangeeft niet seksueel actief te zijn, is dat op zich al opmerkelijk,’ zegt ook Elmar Brähler van de univer-siteit van Leipzig. ‘Gezien de liberalisering van de seksuele moraal zou je een andere trend verwachten.’
De wetenschap
Steeds meer jonge mensen zijn single. Vanwege het wilde, avontuurlijke leven? Wel, in een relatie heb je nog altijd de meeste seks.
Waarom dat zo is? In popmuziek of in gesprekken met bekenden zul je het antwoord niet vinden. Ondanks alle taboes die zijn gesneuveld, blijft het moeilijk om eerlijk te zijn over dit onderwerp. De een zwijgt, de ander overdrijft, of stelt het mooier voor dan het is, of jokt. Om de vraag naar de nieuwe seksuele vermoeidheid te benaderen, moeten we het terrein van de publiekelijke supererotiek en de ongeloofwaardige privéverhalen verlaten en afdalen naar de nuchterste en minst opwindende van alle werelden: de wetenschap.
De wetenschap zegt dat in de nieuwe seksuele revolutie veel meer mensen zijn achtergebleven dan je zou denken. Althans volgens de Amerikaanse psychologe Jean Twenge. In het vaktijdschrift met de fraaie naam Archives of Sexual Behaviour zetten zij en haar collega’s uiteen dat het deel van de jonge Amerikanen dat heel weinig of helemaal geen seks heeft de afgelopen jaren is gestegen. Vergeleken met oudere generaties hadden Amerikanen die in de jaren negentig zijn geboren het minst seks. In elk geval de heteroseksuele mannen en vrouwen, om wier lust en verlangens het in dit en in de hierna genoemde onderzoeken vooral gaat. Nu heeft Jean Twenge onder wetenschappers de naam haar onderzoeksresultaten nogal dramatisch te presenteren en haar bevindingen zo toe te spitsen dat ze zich goed lenen voor haar lezingen. Haar verhaal over de tanende lust vormt daarop geen uitzondering.
Maar zo makkelijk vallen haar waarnemingen niet te negeren. Juliane Burghardt van de Oostenrijkse Karl-Landsteiner-Universität en Manfred Beutel van de universiteit van Mainz en hun collega’s hebben twee rapporten gepubliceerd over seksuele activiteit en lustgevoelens van Duitse mannen en vrouwen. Daarvoor hebben ze de gegevens van meer dan duizend vrouwen en evenveel mannen vergeleken die in 2005 en in 2016 zijn geïnterviewd over hun seksleven. In 2016 gaf 73 procent van de ondervraagde mannen aan het afgelopen jaar seksueel actief te zijn geweest; in 2005 was dat percentage nog 81 procent. Bovendien zei 13 procent van de mannen dat ze geen zin in seks hadden gehad, een toename van vijf procentpunten ten opzichte van 2005. De antwoorden van de vrouwen gaven een vergelijkbaar beeld: het aandeel seksueel actieve vrouwen daalde in dezelfde periode van 67 naar 62 procent en het aantal vrouwen dat geen zin in seks had, steeg naar 26 procent (eerder 24 procent).
De data van de enquête zijn een beetje grofmazig, veel blijft onduidelijk. ‘Bent u de afgelopen twaalf maanden met iemand intiem geweest?’ luidde een van de enquêtevragen. Dat laat nogal wat speelruimte: hoe vaak heeft iemand dan seks? Met hoeveel partners? Wat verstaan de ondervraagden onder ‘intiem’? Was het in 2005 moeilijker om toe te geven dat je geen zin of een niet bestaand seksleven had dan een goede tien jaar later? En, heel belangrijk, hoe tevreden of ontevreden waren de ondervraagden daar eigenlijk over?
Zelfs in de wetenschap is seks een complex onderwerp en veel vragen blijven onbeantwoord. ‘De bevindingen op zich zijn in elk geval relatief hard,’ zegt psychiater Peer Briken, hoofd van het Institut für Sexualforschung, Sexualmedizin und Forensische Psychiatrie van het academisch ziekenhuis UKE in Hamburg. ‘Dat blijkt uit verschillende onderzoeken.’ In veel andere industrielanden zien we dezelfde resultaten. Bijna alle onderzoeken geven hetzelfde beeld: ‘Het is een generatie-effect,’ schrijven Juliane Burghardt c.s.
Generatiefenomeen
De afname in seksuele activiteit en het minder zin hebben in seks zijn het duidelijkst waarneembaar onder jonge en iets oudere mannen en vrouwen onder de veertig. En afhankelijk van het onderzoek geldt het wat meer voor mannen of wat meer voor vrouwen. Ook de in juni 2020 in het vaktijdschrift Jama gepubliceerde cijfers uit de Verenigde Staten pleiten voor een generatiefenomeen. Het aandeel van de – vrijwillig of onvrijwillig – seksueel niet-actieve mannen tussen 18 en 24 jaar lag daar tussen 2000 en 2002 nog op 18,9 procent; 15 jaar later was dat in dezelfde leeftijdscategorie 30,9 procent. Onder vrouwen steeg het aandeel van de groep zonder seks van 15,1 naar 19,1 procent.
Een van de redenen: ‘Het aandeel singles onder jonge mensen is duidelijk gestegen,’ zegt sekstherapeut Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover. Ze aarzelen veel meer dan hun voorgangers uit eerdere generaties om een vaste relatie aan te gaan en – pas op: cliché! – mensen met een vaste partner hebben nu eenmaal het vaakst seks. Het idee van de promiscue single die het ene avontuurtje na het andere beleeft, is een karikatuur. Dat bleek ook uit de door Burghardt, Brähler en Beutel geanalyseerde data uit 2015: daaruit bleek dat 87 procent van de ondervraagde vrouwen met partner de afgelopen twaalf maanden seks had gehad en maar 37 procent van degenen zonder vaste relatie. Bij de ondervraagde mannen waren die percentages 88 procent, respectievelijk 54 procent.
Het klinkt paradoxaal dat uitgerekend de jongens en meisjes van de Tinder-generatie met hun online datings en schijnbaar onbegrensde mogelijkheden schipbreuk lijden als het gaat om de bevrediging van hun lusten. Mogelijkheden te over en op het net wemelt het van de zoekenden. Maar misschien is dat juist het probleem. Zo heeft de Nederlandse sociaal psychologe Tila Pronk van de Universiteit Tilburg geconcludeerd dat met het aantal potentiële datingpartners ook de neiging toeneemt om zich terug te trekken en vrijwel iedereen af te wijzen. Hoe meer mogelijkheden, hoe kritischer die worden bekeken. Begrippen als Tinder fatigue en dating burn-out gonzen al over het net. Iemands tevredenheid over een beslissing neemt af naarmate er meer opties zijn, als er überhaupt al een beslissing wordt genomen.
77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad
Sites als Tinder zijn nu eenmaal geen altruïstische relatiebemiddelaars: het concept is zodanig ontworpen dat gebruikers blijven en doorgaan met zoeken in plaats van met een partner in het analoge geluk te verdwijnen. Het is juist een kick om profielen van andere zoekenden door te nemen, je begeerd te voelen als een ander interesse in je heeft en bij twijfel gewoon weer verder te zoeken omdat nu eenmaal ooit je droompartner kan opduiken.
Als je je een weg baant door de sites die expliciet het faciliteren van seksuele avontuurtjes ten doel hebben, krijg je algauw de indruk dat vrouwen omkomen in de reacties en dat mannen zo ongeveer alle vrouwen aanschrijven in de vergeefse hoop eindelijk, eindelijk iemand te vinden. Veel gebruikers doen maar alsof, ze bezoeken de sites alleen om hun fantasie te prikkelen en fantasieavontuurtjes te hebben. ‘Geen sekspraatjes please’ staat er dan ook in veel profielen.
Noorse psychologen hebben bovendien geobserveerd dat op datingsites vooral de mensen succesvol zijn, die ook in de analoge wereld zonder veel moeite een scharrel of een partner vinden. ‘Het internet is vooral een speelplaats voor mensen met sociale remmingen,’ zegt Manfred Beutel. Veel onderzoekers hebben het al over ‘seksuele ongelijkheid’, die door datingsites nog zou worden versterkt. ‘Door op deze manier naar een partner te zoeken, wordt het nog belangrijker hoe iemand eruitziet,’ zegt Ruben Arslan, die zich op het Max-Planck-Institut für Bildungsforschung bezighoudt met vragen rond seksualiteit. Het uiterlijk krijgt op het net extra aandacht. Want andere eigenschappen zijn bij het vluchtig bekijken van een profiel moeilijk vast te stellen: of iemand humor heeft, hartelijk en betrouwbaar is, zie je niet zo makkelijk. Wie er op het eerste gezicht niet goed uitziet, is al afgevallen voor zijn eventuele goede karaktertrekken in beeld kunnen komen.
77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad, terwijl dat bij de mensen met een relatie maar 20 procent was. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 5000 personen tussen oktober 2018 en september 2019 door het Academisch ziekenhuis UKE in Hamburg.
‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen’
Mannen hadden naar eigen zeggen gemiddeld 9,8 vrouwelijke sekspartners, vrouwen hadden slechts 6,1 partners. De onderzoekers van het UKE gaan ervan uit dat mannen zich eerder als seksueel actief profileren. Als vrouwen een groot aantal partners opgeven, lopen ze daarentegen nog steeds het risico negatief beoordeeld te worden en ze zijn dan ook geneigd een lager aantal partners te vermelden.
‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen,’ weet Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover uit zijn therapeutische praktijk. Alles moet en zal kloppen. ‘Maar de juiste partner,’ zegt Hartmann, ‘staat eerder aan het eind dan aan het begin van een relatie. Je ontwikkelt je samen en groeit naar elkaar toe, maar daar is geduld voor nodig en de bereidheid compromissen te sluiten. Veel mensen zijn daar niet toe bereid.’ Hij ziet dat zelfbeschikking vaak voor alles gaat. ‘Ik, in plaats van wij.’ Een relatie aangaan impliceert verlies van individuele autonomie, dat kan nu eenmaal niet anders.
Met de hoge eisen neemt mogelijk ook de angst toe om te worden afgewezen. Een dergelijke faalangst kan jonge mensen ertoe brengen alleen te blijven – en weer naar het internet brengen, maar dan naar een ander soort sites. ‘Juist op jonge, onzekere mannen oefent seks op internet een enorme aantrekkingskracht uit,’ zegt Manfred Beutel. ‘Voor onervaren, bang aangelegde mensen is in je eentje te mastur-beren makkelijker dan het risico lopen te worden afgewezen.’ Een van zijn patiënten zat hele nachten voor het scherm om naar een vrouw te kijken die seksuele handelingen verricht, live en tegen betaling. Die vrouw verdient goed aan klanten zoals hij. De jonge patiënt heeft zich diep in de schulden gestoken, verschijnt vaak niet op zijn werk en echte intimiteit zal hij zeker niet vinden. Sommige camgirls doen zelfs alsof ze een relatie met hun klant hebben. Ze sturen elkaar WhatsAppberichtjes en creëren zo een illusie van bij elkaar zijn. En als hij zich een tijdje niet meer laat zien en niet meer voor haar internetshows betaalt, blijft ze hem achterna zitten.
Onzeker
Maar ook hier geldt: of porno je zin in seks vermindert, zoals vaak wordt verondersteld, staat wetenschappelijk niet vast. Zo blijft ook de vraag of mensen wellicht wat minder seks met hun partner hebben omdat ze in plaats daarvan seks met zichzelf hebben, dus masturberen, voorlopig niet meer dan een vermoeden. Data over de frequentie van masturbatie vertonen op zijn best grote tekortkomingen. Mannen, zeggen sommige onderzoekers, blijven de laatste decennia met ongeveer dezelfde frequentie masturberen, vrouwen doen het sinds de jaren zestig vaker. Waarbij het een open vraag is of er tegenwoordig niet gewoon makkelijker over wordt gesproken. Onder onderzoekers lijkt een zekere consensus te zijn ontstaan dat soloseks een zelfstandige vorm van seksualiteit is, die parallel aan seks met een partner kan plaatsvinden.
Om porno te kijken moet je handelingen verrichten, maar voor veel uitingen van de liberale seksuele moraal in het algemeen hoef je helemaal niets te doen. Die vinden jou wel, bijna continu en overal, wat er makkelijk toe kan leiden dat mensen zich onzeker gaan voelen. ‘De seksualisering van de publieke ruimte gaat mogelijk gepaard met ontseksualisering in het privédomein,’ vertelt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Als psycholoog en seksonderzoeker komt hij in zijn dagelijkse praktijk regelmatig patiënten tegen die over zichzelf en hun lustgevoelens twijfelen. Al die beelden en verhalen op het internet en uit andere bronnen vormen een belasting voor de mannen en vrouwen die naar de polikliniek van Strauβ komen. ‘Ze vinden zichzelf te normaal, te saai en te gewoontjes,’ zegt hij. Moet hun seksleven niet wat meer kleur en afwisseling krijgen dan het nu heeft? Moeten ze niet meer lust ervaren, net als alle anderen die kennelijk hun bdsm-fantasieën op frivole fetisjfeestjes uitleven of in als spirituele workshops vermomde tantraweekends de toppen van hun zeer persoonlijke gelukzaligheid bereiken? ‘Dat betreft typisch mensen die al jaren een vaste relatie hebben, met een routineus seksleven,’ zegt Strauβ, ‘en dan vertellen vrienden over allerlei wilde praktijken, wat ervoor zorgt dat ze gaan twijfelen en zich afvragen of ze geen saaie muts zijn en van alles missen.’
‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer’
Want uiteraard hebben anderen altijd de beste seks. Daardoor slaat hun fantasie op hol, beelden ter inspiratie zijn massaal voorhanden. ‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer,’ zegt schrijfster Susanne Wendel. Daaruit ontstaan de extreme verwachtingen waar veel individuen en stellen last van hebben. Verschillende van zulke door hun (gebrek aan) zin in seks geteisterde mensen hebben zich al bij haar gemeld. Eigenlijk heeft ze voedingsleer gestudeerd, maar in plaats van met diëten houdt ze zich nu met erotiek bezig. Ook dat weerspiegelt wellicht de tijdgeest: in plaats van de voeding wordt nu de seksualiteit geoptimaliseerd.
Sekscoach
Susanne Wendel schrijft boeken met titels als Naai je gezond in twaalf weken. Als coach en ervaren swinger adviseert ze vooral cliënten wier seksbeleving geen gelijke tred houdt met hun verwachtingen. De stellen die bij haar komen, zegt Susanne Wendel, zijn eigenlijk overwegend heel gelukkig met elkaar. ‘Ze houden van elkaar, ze zijn op elkaar gesteld, maar de seks is ingedut, en meestal zou een van de twee graag weer wat meer willen.’
Juist in deze tijd van pandemie en langdurige lockdown doet het probleem zich in gezinnen in geconcentreerde vorm voor. ‘Hoe moet je ’s avonds zin in gezamenlijke bedsport krijgen, als je al de hele dag op elkaars lip zit en ook de kinderen steeds je aandacht vragen,’ zegt Susanne Wendel. Een van haar klanten vertelde dat ze vaak opgelucht is als haar man op de bank voor de tv in slaap valt en niet meer naar haar slaapkamer komt. Dan is er in elk geval ook geen moment van twijfel of ze het nu wel of niet moesten doen, ook al had ze geen zin. ‘Om zin te hebben is afstand nodig,’ zegt Wendel. Verlangen ontstaat als je niet bij elkaar bent. Alleen als je je kunt terugtrekken, verlang je ook weer naar de lichamelijke nabijheid van je partner, met wie je misschien al jaren samenwoont en leven en bed deelt.
Soms is het al voldoende om ergens anders te zijn, naar een hotel te gaan bijvoorbeeld, zegt Wendel. Of een vaste afspraak te maken om seks te hebben. ‘Dat klinkt misschien raar en banaal, maar het werkt wel.’ Als diëtiste heeft ze daar een passend spreekwoord voor: ‘Al etende krijgt men trek.’ Stellen die bij haar komen, stuurt ze naar een studentenhotel, seksshops of, voor gevorderden, naar een parenclub of een seksfeest. In een dergelijke aanpak zit veel tijdgeest en er is wat geluk en de echte wil tot verbetering bij nodig. Daar is Susanne Wendel zich heel goed van bewust. De vraag is of dit recept succes zal hebben bij de grote massa. Kunnen alle gefrustreerde stellen zich, excusez le mot, in twaalf weken gezond of in elk geval tevreden naaien?
Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over
Sommige dingen verliezen misschien hun magie als ze expliciet besproken en georganiseerd worden. Misschien ook slachten sommige van de hunkeraars hun kip met gouden eieren: wie altijd alles wil verbeteren en hebben, strandt uiteindelijk op een innerlijk eiland van eenzaamheid en ontevredenheid. Uit psychologisch onderzoek is bekend dat een expliciete zoektocht naar meer geluk en grotere tevredenheid paradoxale resultaten oplevert. Door de focus op persoonlijk geluk wordt juist de nadruk gelegd op de omstandigheden waar dat geluk ontbreekt. Misschien gaat het met seksualiteit ook zo. De eis dat iemand zijn verlangens per se bevredigd wil zien, wordt zo belangrijk dat hij de teleurstelling al in zich draagt. Was dat nou alles, kan het niet beter, bestaat er echt geen grotere climax? Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over: niets dus.
Bovendien moet de wens van een vervuld seksleven tegenwoordig concurreren met andere verlangens. Er bestaan nog andere genoegens. ‘We hebben tegenwoordig vrijetijdsstress,’ zegt Uwe Hartmann, ‘vroeger waren er maar drie tv-programma’s en was seks een van de weinige andere vrijetijdsbestedingen.’ Nu ziet hij daarentegen een fenomeen dat hij Netflixlusteloosheid noemt. Een van de stellen uit Hartmanns praktijk leerde elkaar kennen tijdens de vakantie en had een tijd een latrelatie waarbij in het weekend seks en erotiek centraal stonden. Toen gingen ze samenwonen en zaten ze – in figuurlijke zin – steeds vaker samen lusteloos op de bank. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken.
Ook carrièrestress en werkloosheid benemen je de zin in seks. En juist de jongere generatie werkt vaak noodgedwongen als kwetsbare zzp’er of met een tijdelijke aanstelling. Financiële onzekerheid, vage carrièrepaden, soms ook nog kritische ouders in je nek: het zou allemaal een deel van de lustdip van deze generatie kunnen verklaren.
Als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen
En bovenaan de lijst prijkt de usual suspect: het mobieltje. ‘Digitale media zijn zeker relevant,’ zegt Juliane Burghardt, ‘maar het zou goed kunnen dat ze een heel andere invloed hebben dan vaak wordt verondersteld.’ Een smartphone vermindert het libido niet door zijn geheimzinnige straling, veel vaker is het zo dat het de aandacht vasthoudt die anders naar je partner en haar lichaam zou kunnen uitgaan. Surfen leidt af, wat voor soort apparaat je ook gebruikt. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben verbluffende resultaten gepubliceerd, die daarop wijzen. In de onderzochte regio’s correleerde het teruglopen van tienerzwangerschappen met het uitrollen van breedbandinternet. Waar sneller internet kwam, waren de meisjes meer bezig op internet, dan dat ze in de analoge wereld op avontuurtjes uit gingen, is de interpretatie van de onderzoekers. Voor jonge mannen daarentegen kan de teruglopende seksuele activiteit worden verklaard door computergames: als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen. Daar komt nog bij dat de consumptie van alcohol, vanouds een grote drempelverlager, lijkt terug te lopen, in het bijzonder bij jongeren, zoals sociologe Lei Lei van Rutgers University aanvoert. Als je wat gedronken hebt, spring je makkelijker over je schaduw heen en overwin je eerder je angst om afgewezen te worden.
Mannen en vrouwen tussen 18 en 35 hebben gemiddeld vijf keer per maand seks, de 36- tot 55-jarigen ongeveer vier keer. De ‘eerste keer’ is voor bijna de helft van de 18 tot 25-jarigen nog voor hun zeventiende verjaardag (44 procent van de mannen en 42 procent van de vrouwen). Deze percentages zijn de laatste jaren niet erg veranderd, aldus de onderzoekers van het UKE.
13 procent van de ondervraagde mannen in Duitsland zei geen zin in seks te hebben, een toename van ongeveer 5 procentpunten ten opzichte van 2005. Bij de vrouwen was een vergelijkbaar beeld te zien: het aantal seksueel actieve vrouwelijke ondervraagden nam af tot 62 procent (was 67 procent), het percentage vrouwen die geen zin hadden, steeg naar 26 procent (was eerder 24 procent).
Seksuele moraal
Oversexed and underfucked – misschien is het gewoon wel een naïef idee dat de liberalisering van de seksuele moraal en de seksualisering van de openbare ruimte de mensen bevrijd heeft. Seks is en blijft nu eenmaal iets machtigs, iets dat te maken heeft met controleverlies, iets dat de gevoelshuishouding ontregelt, het zelfbeeld ter discussie stelt, afgronden openbaart, het dierlijke in de mens opwekt. Iets dat, net als vroeger, met angst en schaamte te maken heeft, hoe naakt de wereld rondom ons ook mag zijn.
‘Ben ik mooi genoeg, ben ik te dik, hoe denken anderen over mij: al die twijfels heb je in een parenclub natuurlijk ook,’ vertelt een ervaren vrouwelijke swinger die op internet over haar seksuele avonturen en haar open relatie schrijft. En: ‘Het is heel, heel moeilijk voor me geweest om ook mijn onderdanige kant te laten zien,’ zegt ze, tenslotte is ze ‘door en door en feminist’. Zoals veel seksblogsters maakt ze het private (ook) publiek, om het te politiseren, net zoals dat in 1968 werd gedaan. Het gaat hun om de bevrijding van de vrouwelijke lust: zo lijkt het in elk geval. Maar vaak kan die strategie ook ter rechtvaardiging van het eigen handelen dienen. Wie zijn lust offensief ten dienste van een hoger doel stelt, voorkomt aanvallen van anderen. Want ondanks alle maatschappelijke vooruitgang stellen onderzoekers vast, dat vrouwelijke promiscuïteit nog altijd kritiek uitlokt.
‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen hardop zeggen dat ze geen zin hebben’
In elk geval staat inmiddels wel vast dat vrouwen ‘tegenwoordig een aanzienlijk hoger seksueel zelf-bewustzijn hebben,’ zegt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Zowel als ze seks willen als wanneer ze dat niet willen: ‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen zich veroorloven geen zin te hebben en dat ook hardop zeggen.’ Kortgeleden is er een boek verschenen van de paren- en seksueel therapeute Anica Plaβmann waarvan de titel dit fenomeen, geheel conform de tijdgeest, bevestigt: Sexfrei. Warum es okay ist, keine Lust zu haben [‘Seksvrij. Waarom het oké is als je geen zin hebt’ (niet in het Nederlands vertaald)]. ‘Iedereen heeft recht op geen seks!’ staat op de flaptekst.
Ook al hebben we het nu niet over mannen die geen zin hebben, toch zijn die er wel degelijk, zegt Uwe Hartmann. Als je die vraag aan therapeuten stelt, hoor je dat parallel aan het toegenomen seksuele bewustzijn van vrouwen, bij mannen juist de onzekerheid is toegenomen. De prestatiedruk die ze ervaren en seksuele faalangst hebben hen misschien een stille aftocht doen blazen. Liever helemaal geen lust, dan er een beetje dom bijhangen. De mannelijke seksualiteit wordt in het #MeToo-heden vooral als een duistere, destructieve kracht beschouwd. Veel mensen zien deze discussie als een maatschappelijke kans om de verhouding tussen de geslachten opnieuw te ijken. Maar op minder theoretisch vlak vergroot ze bij veel mensen ook de onzekerheid.
‘Mannen zijn hier juist enigszins in het defensief,’ zegt Manfred Beutel. Een van Hartmanns patiënten is bijvoorbeeld volkomen in paniek geraakt omdat hij bang is in de omgang met vrouwen iets te doen of te zeggen dat als seksueel geweld zou kunnen worden geïnterpreteerd. Ook in de bdsm-scene is een nieuwe terughoudendheid te bespeuren. Daar is een ‘enorm tekort aan dominante mannen,’ zegt Hartmann.
De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?
Vermoedelijk ontstaat bij beide geslachten ook onzekerheid door de druk om hun eigen individuele vorm van seksualiteit te moeten definiëren. Hetero, homo, bi, aseksueel, alloseksueel, panseksueel: seksuele zelfdiagnose heeft een naam nodig. Misschien is het voor jongeren moeilijk een keus te maken uit al die identiteitssjablonen. Onderzoekers zien als tegenbeweging een terugkeer naar de traditie: het superklassieke beeld van een relatie met eerst een verloving en later een trouwdag die zo op Instagram kan.
De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?
De neiging om seks te problematiseren is van alle tijden en niet afhankelijk van hoe je er tegenaan kijkt. Te veel seks? O nee, het einde der tijden nadert. Te weinig seks: O nee, het einde van de wereld zoals wij die kennen nadert! Cultuurpessimisme-light.
Maar wellicht is er helemaal geen probleem. Want veel mensen kunnen er tegenwoordig goed mee omgaan dat ze minder zin hebben, zoals Manfred Beutel in de praktijk waarneemt. Dat de seks minder was geworden, dat haar lustgevoel was ingedommeld, vertelde een patiënte hem bijvoorbeeld slechts heel terloops. In de jaren tachtig zou het een complete opstand bij zijn patiënte hebben teweeggebracht. Toen was gebrek aan lust en een ingeslapen liefdesleven nog een regelrechte catastrofe, als het überhaupt al expliciet en als zodanig werd benoemd en niet schuilging onder andere onderwerpen. Over zijn jonge patiënten die doelloos door hun singleleven dwalen zegt Beutel: ‘Bij veel van hen heb ik de indruk dat ze helemaal niet zo in seks geïnteresseerd zijn.’
‘Misschien hebben we nu wel de optimale hoeveelheid seks die we als samenleving nodig hebben,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er zijn veel redenen om seks te hebben, en die zijn niet allemaal goed. De psychologen Cindy Meston en David Buss hebben jaren geleden de inmiddels klassieke studie Waarom mensen seks hebben gepubliceerd en daarin het overgesimplificeerde idee weersproken dat mensen alleen seks hebben omdat ze het lekker vinden, kinderen willen of omdat hun hormonen zich roeren. Meer dan vijfhonderd proefpersonen hebben in dat onderzoek honderden redenen gegeven om met iemand fysiek intiem te willen zijn.
Er bestaan ook slechte redenen om seks te hebben. Bijvoorbeeld om je partner plezier te doen of om haar niet teleur te stellen. Onvrijwillig seks hebben, bijvoorbeeld in combinatie met alcohol, die zoals hierboven al geschetst, niet alleen op onschadelijke wijze ontremmend werkt. Misschien is het tegenwoordig voor veel mensen wel makkelijker om nee te zeggen als ze niet willen, maar hebben ze op een of andere manier toch het gevoel dat ze het moeten doen, zegt Burghardt. Ja, misschien.
Vast staat alleen dat het ingewikkeld blijft, heel ingewikkeld. Het gaat tenslotte om seks.
Creditcardreuzen Visa en Mastercard beginnen met een herziening van hun financiële relatie met MindGeek, het moederbedrijf van pornowebsite Pornhub. De stap komt nadat de gerenommeerde New York Times-columnist Nicholas Kristof dit weekeinde een groot onderzoek publiceerde waarin hij betoogt dat de website video’s bevat van kindermisbruik, verkrachting en geweld.
De aantijgingen van Kristof in The New York Times liegen er niet om. Pornhub presenteert zich volgens hem als ‘het vrolijke, knipogende gezicht van de ondeugd’, als de website die reclame maakt op billboards op Times Square en die sneeuwploegen levert om de straten van Boston schoon te houden. ‘Het bedrijf schenkt aan organisaties die vechten voor raciale gelijkheid en biedt gratis dampende inhoud aan om mensen door de lockdowns te loodsen’, schrijft Kristof. ‘Dit zogenaamd “gezonde Pornhub” trekt maandelijks 3,5 miljardbezoekers, meer dan Netflix, Yahoo of Amazon. Pornhub harkt geld binnen met bijna drie miljard advertentievertoningen per dag. Een ranglijst vermeldt Pornhub als de 10e meest bezochte website ter wereld.’
XVideos
Maar er zit ook een duistere kant aan het bedrijf, volgens Kristof. ‘De site staat vol met verkrachtingsvideo’s. Pornhub genereert geld met verkrachtingen van kinderen, wraakpornografie, spionagecameravideo’s van douchende vrouwen, racistische en vrouwenhatende inhoud en beelden van vrouwen die verstikt worden in plastic zakken. Een zoekopdracht naar ‘girls under18’ (zonder spatie) of ‘14yo’ leidt in beide gevallen tot meer dan 100.000 video’s. In de meeste daarvan worden kinderen niet mishandeld, maar in te veel wel.’
Kristof noemt het voorbeeld van een vijftienjarig meisje dat werd vermist in Florida. Haar moeder trof haar uiteindelijk aan op Pornhub, in 58 seksvideo’s. Seksueel geweld tegen een veertienjarig Californisch meisje op Pornhub werd niet door het bedrijf gemeld bij de autoriteiten, maar uiteindelijk door een klasgenoot die de video’s onder ogen kreeg. In alle gevallen werden de daders weliswaar gearresteerd, maar Pornhub werd niet verantwoordelijk gehouden voor het delen van de video’s en het profiteren ervan.
Kristof sprak voor zijn onderzoek met veel slachtoffers en hun verhalen zijn schokkend. Volgens hem gaat het probleem ook veel verder dan alleen Pornhub. Zo noemt hij concurrent XVideos, dat aantoonbaar minder scrupules heeft en dat nog meer bezoekers dan Pornhubt rekt. Maar ook op reguliere sites zoals Twitter, Reddit en Facebook verschijnen beelden van kindermishandeling. En, zegt Kristof, Google ondersteunt bedrijfsmodellen van bedrijven die gedijen door kindermishandeling. Een zoekopdracht naar ‘jonge porno’ op Google levert volgens hem 920 miljoen videoresultaten op.
Een petitie om de site te sluiten is inmiddels 2,1 miljoen keer ondertekend
Kristof verwijt het Amerikaanse Congres en opeenvolgende presidenten dat ze nagenoeg niets hebben gedaan om het groeiende probleem aan te pakken. Ook de techwereld die de ontwikkeling mogelijk heeft gemaakt blijft doorgaans muisstil en passief. Desondanks heeft Kristof de indruk dat er langzaamaan iets aan het veranderen is. Hij verwijst naar de reportage The Internet Is Overrun With Images of Child Sexual Abuse. What Went Wrong? van zijn Times-collega’s Michael Keller en Gabriel Dance van september vorig jaar. Dat artikel heeft het Congres er in ieder geval toe aangezet te beginnen met het bespreken van strategieën om kinderuitbuiting aan te pakken.
Ook elders borrelen de zorgen over Pornhub op. Een petitie om de site te sluiten is inmiddels 2,1 miljoen keer ondertekend. Senator Ben Sasse, een Republikein uit Nebraska, heeft het ministerie van Justitie gevraagd een onderzoek naar Pornhub te starten, PayPal heeft zijn services voor het bedrijf stopgezet en de organisatie Traffickinghub die misbruik registreert, roept op tot sluiting van de site. Inmiddels hebben ook twintig leden van het Canadese parlement hun regering opgeroepen om hard op te treden tegen Pornhub. Want ook al is houdstermaatschappij MindGeek om fiscale redenen nominaal gevestigd in Luxemburg, het privébedrijf wordt wel degelijk gerund vanuit Montreal. Kristof schrijft: ‘Premier Justin Trudeau van Canada noemt zichzelf een feminist en is trots op de inspanningen van zijn regering om vrouwen wereldwijd sterker te maken. Dus een vraag voor Trudeau en alle Canadezen: waarom huisvest Canada een bedrijf dat verkrachtingsvideo’s op de wereld zet?’
Jeffrey Epstein maal 1000
Aangespoord door het artikel van Kristof hebben grote creditcardmaatschappijen laten weten ook stappen te gaan zetten, zo liet onder meer de BBC gisteren weten. Betaalgigant MasterCard herziet zijn zaken met Pornhub en ook Visa begint met een onderzoek. Ondertussen wast MindGeek zijn handen in onschuld en noemt de beweringen ‘onverantwoordelijk en ronduit onwaar’. Pornhub zegt een ‘zero tolerance’-beleid te voeren ten aanzien van seksueel misbruik van kinderen en een combinatie van tools van Google, YouTube en Microsoft te gebruiken om illegaal materiaal te detecteren en te verwijderen.
Ook in Japan is pedofilie illegaal en mag kinderporno niet worden verhandeld. Maar een afgeleide daarvan, zoals filmpjes met als schoolmeisjes verklede actrices, is maatschappelijk acceptabel en vaste prik in de erotische mainstream.
In haar vrije tijd heeft ze oogschaduw en lippenstift op, maar nu er gefilmd wordt, arriveert Hikaru Matsuki zonder make-up. ‘Want welke basisschoolleerlinge maakt zich nou op?’ zegt ze op een toon alsof dat vanzelf spreekt. Op de set doet ze niet alleen haar typische schooluniform, een matrozenpakje, aan, maar draagt ze ook gedekte kleuren, omdat Japanse moeders vooral dat soort kleuren uitkiezen voor hun dochters. En voor ze begint, scheert ze zich nog even snel tussen haar benen. Het zijn van die dingen die van een jonge vrouw een meisje maken.
Hikaru Matsuki kan het weten, want op dit gebied is ze een expert. Het is laat op de middag in het westen van het centrum van Tokio, ze is bezig zich voor te bereiden op een scène waarin ze gekneveld wordt. De bar Arcadia, in Kabukicho, de hoerenbuurt, is vandaag extra vroeg opengegaan voor deze rijzende ster aan het Japanse pornofirmament. Gewoonlijk worden in deze AM-kelder pas ’s avonds laat bezoekers toegelaten, maar ze maken graag een uitzondering voor een cameraploeg van een lolicon-film, waarin ‘lolicon’ staat voor lolitacomplex, mannen die zich aangetrokken voelen tot vrouwen die er kinderlijk uitzien. En een kind dat aan de muur wordt vastgebonden? Dat is echt wat bijzonders.
De regisseur, een gezette man van middelbare leeftijd met bril en stoppelbaard, en de manager van Matsuki, een magere adolescent in een pak waarvan hij het jasje heeft uitgedaan, zijn stipt op tijd. Ook de eigenaar van de bar is keurig gekleed, hij rookt een sigaret zonder filter en draagt een zonnebril, zodat niet goed te zien is waar hij naar kijkt. De anderhalve meter grote ster van de dag, Hikaru Matsuki, drinkt gerstthee met een ijsblokje. Er heerst een prettige, losse sfeer op de set. ‘Veel mensen kijken graag naar jonge meisjes die seks hebben,’ zegt Shisui Usuba, de regisseur, terwijl hij de touwen inspecteert die in de muur zijn vastgemaakt.
Spelend meisje
Een zinnetje als dit komt de regisseur makkelijk over de lippen. De bareigenaar, de manager en de regisseur reageren met een flauw knikje, niemand maakt de indruk zich ongemakkelijk te voelen. Usuba richt zich tot zijn opzettelijk onopgemaakte ster: ‘Hikaru-san, ik wil je graag daar voor op de bank hebben. Ga eerst maar eens op je knieën zitten, als een spelend meisje, en dan zien we wel wat er gebeurt. Ongedwongen. Oké?’ ‘Oké!’ roept ze met een hoog stemmetje. ‘Super. Want met je volgende film wil ik je een beetje pushen, snap je?’ ‘Echt? Dank je wel!’
Tot nu toe heeft Hikaru Matsuki vooral in films gespeeld waarin ze als een meisje van een jaar of tien eerst door een volwassen man wordt achternagezeten en vervolgens wordt verleid of beter gezegd, verkracht. Dat soort scènes, met muriyari, dwang, voelen voor haar niet heel vreemd. ‘Van alle genres doe ik die het liefst,’ zegt Matsuki vanaf de bank, ze kijkt er vrolijk bij en gebaart alsof ze een kind wil nadoen dat haar verjaardagscadeautjes zit uit te pakken. ‘Ik heb er vooral schik in als ik een basisschoolleerling speel. Dan mag ik zo heerlijk naïef zijn.’
Meent ze dat echt? In het echte leven is Hikaru Matsuki twintig, is ze nooit verkracht en heeft ze haar schooltijd al lang achter zich. Maar als ze, zonder dat haar ouders het weten, als pornoactrice in de rol van een minderjarige kruipt, verandert er iets. Voor de camera kan ze haar wildste fantasieën uitleven en tegelijk die van de kijker bevredigen. Hoe realistisch het is wat er gefilmd wordt, komt voor haar op de tweede plaats. ‘Ik wil er zo jong mogelijk uitzien. Dat is mijn selling point voor de kijkers.’
Hikaru Matsuki, die er in de ogen van ons westerlingen als een meisje van dertien uitziet, ervaart het als een compliment dat als je naar haar kijkt het verschil tussen fictie en realiteit nauwelijks te zien is.
Van de vijftig tot zestig films per week waarvoor Bambi Promotions de actrices regelt, bestaat ongeveer een derde uit dit soort pseudokinderporno
Aan de overkant steekt Kazuya Mitsui, haar manager, een sigaret op. Tegelijkertijd beantwoordt hij een telefoontje dat over een andere actrice gaat die voor de camera eveneens een jongere indruk maakt dan ze toch al doet. ‘Ja, dat kunnen we doen,’ zegt Mitsui druk gebarend, ‘daar hebben we het nog wel over, oké? Tot later.’
Van de meer dan driehonderd actrices die door Mitsuis werkgever Bambi Promotions worden vertegenwoordigd, speelt ongeveer de helft lolicon-films. Voor Mitsui is daar niets vreemds aan. ‘Er is heel veel vraag naar deze modellen.’ Wat in de westerse wereld een van de allergrootste taboes is en iemands maatschappelijke positie onmiddellijk en voor altijd kan ruïneren, ondervindt in Japan een zeker begrip. Ook hier is pedofilie illegaal en kinderporno mag je niet verhandelen of zelfs maar in bezit hebben. Maar een afgeleide daarvan, zoals seksvideo’s met als kind verklede actrices, is maatschappelijk gezien redelijk geaccepteerd.
Ook in andere landen worden films gemaakt met actrices die eruitzien als kinderen, maar in Japan is het een opvallend populair genre. Seksshops adverteren met schooluniformfilms en met zogenaamde meisjes tijdens de zwemles. Talloos veel manga’s gaan over seks tussen kinderen onder elkaar. Een ander businessmodel biedt ‘tijd met schoolmeisjes’ aan, die klanten al wandelend of met hun hoofd bij een van de dienstverleensters op schoot kunnen doorbrengen.
Zulke dingen, die legaal zijn omdat er geen seks plaatsvindt en de seksuele handelingen niet door echte kinderen worden verricht, behoren in Japan tot de erotische mainstream. Wilde meisjes zijn, na het thema van de ontrouwe huisvrouw, het meest succesvolle pornogenre. Van de vijftig tot zestig films per week waarvoor Bambi Promotions de actrices regelt, bestaat ongeveer een derde uit dit soort pseudokinderporno.
Pseudokinderporno
Shisui Usuba, de regisseur van vanmiddag, zegt dat hij pedofilie verwerpelijk vindt. Maar tezelfdertijd begrijpt hij de opwinding over lolicon-films niet. Hij doet dit werk al jaren, pseudokinderporno is een van zijn lievelingsgenres. En hij vindt dat hij zich nergens voor hoeft te schamen. ‘Natuurlijk zijn er mensen die pedofiel zijn. Die afwijking raken ze ook niet kwijt. Maar misschien kunnen wij met deze films hun behoefte bevredigen.’
Bij een laatste rondgang door de donkere, benauwde bar vol met folterinstrumenten kijkt Usuba nog eens goed naar een partij handboeien en wat maskers. Als hij klaar is gaat hij aan de bar zitten, waar aan het plafond een rek voor AM-speeltjes hangt. Usuba ademt diep uit. ‘Ik geloof dat we met ons werk goede dingen doen.’ Alweer zo’n zin die in westerse oren, met het beeld van een kind op ons innerlijke en op een of andere manier ook op ons echte netvlies, onvoorstelbaar klinkt. Pseudopedofilie als geneesmiddel voor pedofilie?
Het eerste wat in je opkomt, is dat op die manier misdaden worden gebagatelliseerd, en dat in plaats van een duister verlangen te bevredigen misschien juist inspiratie voor toekomstige misdrijven wordt geboden. Want wordt pedofilie niet vooral alledaags en acceptabel gemaakt als je het zo in de winkel kunt kopen? Lokt het laten zien van zulke neigingen niet uit dat iets fictiefs in realiteit wordt omgezet?
Ook Hikaru Matsuki, die vertelt dat de gedachte aan een verkrachting haar inspiratie geeft, begrijpt al het gedoe niet zo, maar de opwinding des te beter. Toen ze twee jaar geleden in de plattelandsprovincie Akita in het noorden van het land haar schoolopleiding had afgerond vertrok ze, omdat ze geïnteresseerd was in mode, naar Tokio. Aanvankelijk werkte ze in een modezaak, maar stiekem was ze altijd al in porno geïnteresseerd. Toen iemand haar op straat aansprak, heeft ze het na enige bedenkingen een keer geprobeerd. ‘Nu ik weet hoe veilig en zorgvuldig er wordt geproduceerd, zie ik er geen enkel probleem in.’
Alleen de omstandigheden waarin wordt gefilmd vindt ze belangrijk, dat het eindproduct niet noodzakelijk veel gemeen heeft met de werkelijkheid maakt haar niet uit, het is tenslotte kunst. In het halfjaar dat Hikaru Matsuki in de branche werkt heeft ze in zo’n veertig à vijftig films meegedaan. ‘Meneer Usuba bedenkt steeds weer iets nieuws.’ Die geeft meteen een paar voorbeelden: ‘De ene keer wordt ze tijdens de spits betast in de metro, een andere keer heeft ze als scholiere een affaire met haar leraar. We gebruiken allerlei story’s.’ De steeds terugkerende logica: de toeschouwer moet in Matsuki een kind zien.
De regisseur was vanaf het eerste moment verliefd op Matsuki. Op een professionele manier natuurlijk, haast hij zich te zeggen. En de actrice die hij in zijn netten heeft verstrikt, giechelt als ze hoort hoe hij haar beschrijft: ‘Ze is op een heel natuurlijke manier kinderlijk. Als ze theedrinkt, houdt ze het glas met twee handen vast. Als ze zit, denk je meteen dat ze zo dadelijk met een blokkendoos zal gaan spelen. Ook lichamelijk past ze met haar kleine borsten goed in het beeld.’
Kazuya Mitsui, haar manager, schiet nog iets te binnen: ‘Hikaru-san praat ook als een klein meisje.’ Ze zit alweer hevig te gesticuleren. ‘Dank je!’
Natuurlijk is dit gegoochel met kinderlijkheid een wankel evenwicht. Wie wat Hikaru Matsuki doet niet alleen schattig maar ook aantrekkelijk vindt, zal dat niet hardop zeggen, ook niet in Japan. Het is eigenlijk als met elke andere fetisj: een privéaangelegenheid die je kunt uitleven zonder je er schuldig over te hoeven voelen. Obsceen? Ja. Afkeurenswaardig? Niet echt.
En de gedachte die Shisui Usuba formuleert, is buitengewoon aantrekkelijk: als pedofielen kinderporno kunnen bekijken terwijl het eigenlijk helemaal geen kinderporno is, is bij de productie daarvan geen kindermisbruik gepleegd. En als het kijken naar deze films bovendien kindermisbruik voorkomt, kunnen de producers zichzelf haast als kinderbeschermers op de borst kloppen. Alleen: is dat wensdenken of werkelijkheid?
Zo’n pak slaag helpt hen om de dag door te komen. Ze voelen zich erdoor bevrijd
Onderzoeksresultaten zijn tot nog toe niet eenduidig. Een onderzoek onder Amerikaanse gevangenen uit 2009 concludeert dat 98 procent van degenen die naar kinderporno kijken ook in werkelijkheid kinderen hebben misbruikt.
Maar een studie uit hetzelfde jaar onder Zwitserse delinquenten laat zien dat het bekijken van kinderporno alleen niet betekent dat ze een risicofactor voor daadwerkelijke handtastelijkheden vormen. Met betrekking tot Japan, waar seksueel getinte afbeeldingen van kinderen makkelijker verkrijgbaar zijn dan in de Verenigde Staten, maar het aantal geregistreerde gevallen van seksueel kindermisbruik aanzienlijk lager ligt, schreef de japanoloog Patrick Galbraith in een artikel: ‘De drang om afbeeldingen van geseksualiseerde meisjes te zien, weerspiegelt niet noodzakelijk de drang van de kijker, en beïnvloedt deze ook niet, om meisjes te misbruiken.’
Wellicht verschilt ook het vermogen om realiteit van fictie te onderscheiden van cultuur tot cultuur. Een bekend voorbeeld zijn de gevolgen van geweld in de popcultuur. In de Verenigde Staten, waar door videospelletjes, films en dergelijke overal geweld te zien is, worden bijvoorbeeld relatief veel mensen gedood door mannen die plotseling doordraaien. In Zwitserland, waar net als in de Verenigde Staten veel gezinnen een vuurwapen in huis hebben en het weergeven van geweld al net zo normaal is, komt dat veel minder voor. Een mogelijke reden daarvoor is dat Zwitsers zich minder dan Amerikanen geneigd voelen om schietpartijen op tv ook in werkelijkheid uit te voeren.
Zo zou het ook met pornografie kunnen zijn. Zo zien ze het in elk geval in Arcadia, onze bar. De eigenaar, Doyoma Tessin, ziet in lolicon zelfs een fetisj in de beste psychoanalytische zin. ‘Het is net als elke avond bij mijn klanten,’ mompelt hij terwijl hij met zijn beringde vingers de as van zijn zoveelste filterloze sigaret tipt. ‘’s Avonds komen de mensen hier om met de zweep te krijgen of om iemand anders er met de zweep van langs te geven. En die zijn heus niet meer of minder gewelddadig dan andere mensen. Maar zo’n pak slaag helpt hen om de dag door te komen. Ze voelen zich erdoor bevrijd.’ Dat kinderporno een vergelijkbare functie heeft, kan Tessin niet bewijzen, maar zijn jarenlange ervaring als SM-meester heeft hem dat geleerd.
De crew gaat de shoot voorbereiden. Kazuya Mitsui maakt met zijn aktetas onder de arm een buiging. Hikaru Matsuki zwaait glimlachend met beide handen en Shisui Usuba steekt me zijn rechterhand toe. Doyoma Tessin geeft me een knikje en blaast nog wat rook uit. Buiten wordt de hemel langzaam donker, de lantaarnpalen en reclames van Kabukicho zijn feller dan de zon. Hier en daar stralen kindergezichten van de muren. Zijn dat echte kinderen, of doen ze maar alsof?
Een snel bezoek aan Akihabara, in het noordoosten, aan de andere kant van het centrum. Daar tekent zich, zeven verdiepingen hoog, M’s Pop Life Adult Department Store, de grootste seksshop van Tokio, af tegen de donkere hemel.
Op deze vrije avond is de winkel vol klanten. Het aanbod gaat van dildo’s in alle mogelijke maten en kleuren via kleding en SM-artikelen tot draagbare vagina’s en latexpoppen. En ook hier weer: video’s die eruitzien als kinderporno. Op de cover jonge actrices met zo te zien nog niet volgroeide borstjes, in schooluniform en ondergoed met polkadots en ruches.
Voor een van de schappen is een door zijn blauwe stofjas als medewerker herkenbare man met dvd’s in de weer. Hij zet ze soort bij soort. Meneer Fujiyoshi, zoals zijn naambordje laat zien, glimlacht vol verwachting naar de bezoeker, alsof hij zich op ieder gesprek over zijn vak evenveel verheugt. ‘Kan ik u ergens mee helpen?’ Op de vraag hoe oud de jongste actrices in de films hier zijn, antwoordt hij zelfverzekerd: ‘Vroeger hadden we nog echte meisjes, die in badpak poseerden. Ze hadden natuurlijk geen seks, en naakt waren ze ook niet, ze waren gewoon sexy. Maar die hebben we helaas niet meer.’
Strengere regels
De regels zijn strenger geworden, waarschijnlijk vanwege de Olympische Spelen in de zomer van 2020, vermoedt meneer Fujiyoshi. Als de hele wereld in Tokio te gast is, wil de regering natuurlijk niet de indruk wekken dat pedofilie hier oké is. Hoe oud de jongste actrices nu zijn?
‘Tegenwoordig moeten ze allemaal minstens achttien zijn.’ Video’s van echte, schaars geklede meisjes zijn nog wel te koop, maar niet meer hier, in de uitstalkasten van een seksshop tussen de echte pornografie.
En deze films, waarin basisschoolleerlingen seks hebben, hoe worden die dan gemaakt? Fujiyoshi moet glimlachen. ‘U bedoelt lolicon? Maar u ziet toch wel dat die actrices in het echt volwassenen zijn? Als u een paar van die films bekijkt, herkent u dat meteen.’ Voor wie echte kinderen wil, is lolicon na een tijdje niet echt spannend meer, zegt meneer Fujiyoshi.
Elke dag worden wereldwijd meer dan 1 miljoen Facebook-berichten aangemeld als ontoelaatbaar. Alle meldingen, ongeveer duizend per dag per persoon, worden beoordeeld door content-moderators aan de hand van complexe communitystandards. Veel van de ‘wisarbeiders’ zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten. Anderen lopen ernstige trauma’s op. Sz-magazin verdiepte zich in de arbeidsomstandigheden voor dit nieuwe beroep en sprak met een aantal ex-medewerkers.
In de zomer van 2015 verschijnt op internet een personeelsadvertentie: ‘Medewerkers Service Center gezocht. Wilt u deel uitmaken van een internationaal team met goede carrièreperspectieven?’ Gevraagd worden: kennis van vreemde talen, flexibiliteit en betrouwbaarheid. Standplaats: Berlijn.
Toen ik de advertentie las, dacht ik: Helemaal te gek. Ik was al maanden op zoek naar een baan in Berlijn waarvoor ik geen Duits hoefde te kennen.
De vrouw die dit zegt, wil anoniem blijven. De baan waarop ze solliciteerde, bestaat pas zo kort dat er niet eens een naam voor is. De advertentie doet eerder een callcenter vermoeden dan wat de sollicitanten in werkelijkheid te wachten staat. Sommigen noemen het content-moderation, anderen hebben het over ‘digitale vuilafvoer’. De taak van deze mensen: het schoonhouden van de sites van hun opdrachtgevers. Ze klikken zich door alle haat en horror heen, die gebruikers via internet verspreiden. En moeten beslissen: wissen of niet? Het is een baan waarover maar weinig bekend is. Veel mensen weten niet eens dat zulke banen bestaan.
Lang werd gedacht dat dit soort werk vooral gedaan werd door dienstverlenende bedrijven in opkomende economieën zoals India en de Filipijnen. Een van de grootste opdrachtgevers van deze bedrijven is Facebook. Het sociale netwerk, met in Duitsland 28 miljoen en wereldwijd 1,8 miljard gebruikers, laat vrijwel niets los over het wissen van gevaarlijke berichten die iedere dag in grote aantallen geüpload worden.
Pas in januari van dit jaar werd bekend dat er ook in Berlijn ruim honderd mensen via dienstverlener Arvato, een dochterbedrijf van Bertelsmann, als content-moderator voor Facebook werken. Hoeveel Facebook Arvato voor dit werk betaalt of op basis van welke criteria de medewerkers worden aangetrokken – daarover doet het bedrijf in principe geen mededelingen.
Gedurende enkele maanden heeft sz-magazin gesprekken gevoerd met veel (ex-)medewerkers van Arvato. Hoewel zij van hun leidinggevenden niet met journalisten mochten praten, wilden ze toch hun verhaal kwijt. Veel van hen voelen zich door hun werkgever slecht behandeld, ze lijden onder de beelden die ze elke dag onder ogen krijgen, klagen over stress en uitputting en vinden dat hun arbeidsomstandigheden publiekgemaakt moeten worden. Sommigen staan onderaan in de hiërarchie, anderen hoger, ze komen uit verschillende landen en spreken verschillende talen.
Soms waren ze zelfs bereid om met hun echte naam naar buiten te treden, omdat ze al ontslag hadden genomen of van plan waren dat te doen. We hebben besloten om alle bronnen te anonimiseren. Want alle medewerkers hebben contracten getekend waarin een geheimhoudingsplicht is opgenomen. Hun woorden drukken we cursief af. De gesprekken werden face-to-face in Berlijn, via Skype of via versleutelde internetcommunicatie, gevoerd.
Schokkende beelden
De meeste sollicitanten zijn jonge mensen die op de een of andere manier in Berlijn zijn beland: vanwege studie, liefde, avontuur. Er zitten ook Syrische vluchtelingen tussen. Allemaal worden ze aangetrokken door het vooruitzicht op een baan bij een grote Duitse onderneming, in vaste dienst, voor bepaalde tijd weliswaar, maar toch. Het sollicitatiegesprek stelt doorgaans weinig voor, gevraagd wordt naar kennis van vreemde talen en ervaring met computers. Maar één vraag verbaast de sollicitanten wel: ‘Kunt u tegen schokkende beelden?’
Op onze eerste werkdag kregen we een introductietraining. We zaten met ongeveer dertig man in een collegezaal, mensen uit alle mogelijke landen: Turkije, Zweden, Italië, Puerto Rico, ook veel Syriërs.
De trainer kwam met een stralende lach de zaal binnen en zei: jullie hebben een lot uit de loterij getrokken, jullie gaan werken voor Facebook! Iedereen was opgetogen.
Bij de introductie kregen de medewerkers de regels uitgelegd waaraan zij zich dienen te houden. Om te beginnen: niemand mag weten wie onze opdrachtgever is. De naam Facebook mogen ze niet in hun cv of LinkedIn-profiel vermelden. Niet eens hun familie mag weten wat ze doen.
Hun taak wordt door de trainer als volgt uitgelegd: ‘jullie zuiveren Facebook van alle inhoud die anders ook kinderen onder ogen zou komen. En omdat jullie die wissen, ontnemen jullie aan haat en terreur een podium.’
Een ex-medewerker noemt de introductie tegenover sz-magazin ‘indoctrinatie’: de mensen moeten het idee krijgen dat dit in zijn eigen woorden ‘stupide en suffe werk’ vooral dient om de samenleving te beschermen – en niet in de eerste plaats het belang van miljardenconcern Facebook, dat mensen zolang mogelijk op zijn site wil houden en er daarom voor moet zorgen dat ze daar niet al te veel schokkende zaken zien.
Op de training kregen we beelden te zien die niet zo erg waren: penissen in alle vormen en maten. We deden er wat lacherig over. Wel gek om voor je werk naar dit soort dingen te moeten kijken. Nou ja, die moesten we dan ook wissen. En blote tieten.
Op een avond gingen we een keertje wat drinken met mensen die dit werk al langer deden. Na een paar biertjes zei een van hen: als ik jullie een tip mag geven, geef die baan er zo snel mogelijk aan, je gaat eraan kapot.
De medewerkers krijgen op de introductie documenten waarin behalve geheimhoudingsclausules ook mogelijke gezondheidsrisico’s staan opgesomd: rugpijn, oogschade door een te lang staren naar het beeldscherm. Over mogelijke psychische risico’s, bijvoorbeeld als gevolg van een constante confrontatie met gewelddaden, wordt met geen woord gerept. Wel krijgen de nieuwe Arvato-werknemers een plattegrondje van het Berlijnse S-Bahn-net met daarop de mededeling ‘have a good time in Berlin’!
Een lijst die Gawker in 2012 in handen kreeg. Kort na publicatie werden enkele regels gewijzigd.
De werkruimtes aan de Wohlrabedamm in de Berlijnse Siemensstadt zijn zakelijk gehouden. Voormalige fabrieksgebouwen, baksteen, binnen witte, smalle eenpersoonsbureaus in rijen achter elkaar, daarop een zwarte computer met een wit toetsenbord. Ergonomische bureaustoelen, grijs kantoortapijt. Plek voor enkele tientallen mensen. De arbeidsovereenkomst verbiedt het gebruik van mobiele telefoons tijdens werktijd. Op de begane grond staat een automaat voor snacks en een voor koffie en warme chocolade. Voor de rokers is er een grote binnenplaats. In het gebouw zitten ook andere bedrijven.
Je logt in en gaat naar een wachtrij met duizenden aangemelde berichten, je klikt om erin te komen en het werk begint.
Er bestaan machinale filters die er automatisch berichten uithalen, vertelt een ex-medewerker. Maar juist bij beelden of video’s is het voor een computer moeilijk om bijvoorbeeld een beeld van een medische operatie te onderscheiden van dat van een terechtstelling. Daarom komt het merendeel van alle berichten die het Berlijnse team moet doornemen van Facebook-gebruikers die deze als aanstootgevend hebben aangemeld via de functie: ‘Deze bijdrage aanmelden – hij zou naar mijn mening niet op Facebook moeten staan’.
Ik heb zaken gezien die me ernstig doen twijfelen aan het goede in de mens. Martelingen en seks met dieren.
De aangemelde berichten komen terecht bij de medewerkers die helemaal onderaan de hiërarchie staan. Hun team heeft de naam FNRP, wat staat voor Fake Not Real Person. Zij moeten de teksten, foto’s of video’s die door gebruikers als problematisch zijn aangemeld, uitfilteren op strijdigheid met de zogeheten communitystandards van Facebook. Eerste stap: nagaan of het bericht afkomstig is van het profiel van een werkelijk bestaande persoon. Zo niet, dan ontvangt het gevonden profiel een waarschuwing dat het zal worden gewist – vandaar de aanduiding Fake Not Real Person. Wanneer de gebruiker zich vervolgens niet overtuigend kan identificeren, wordt het hele account verwijderd. Zo wordt opgetreden tegen profielen die specifiek werden aangemaakt om verboden inhoud te verspreiden.
Het FNRP-team werkt 40 uur per week, in 2 ploegen van 8.30 uur tot 22 uur. Het maandsalaris bedraagt ongeveer € 1500 bruto, niet veel meer dan het minimumuurloon van € 8,50.
De content-moderators zitten een trapje hoger in de hiërarchie, zij onderzoeken ook video’s. Heel moeilijke gevallen belanden bij de subject matter experts. Daarboven staan dan weer de teamleiders. Hun baan geldt als minder belastend: zij krijgen nauwelijks schokkende berichten onder ogen.
Werk voor 70.000 mensen
Arvato is een gigant. Een bedrijf dat taken overneemt die door andere bedrijven worden uitbesteed. De onderneming neemt heel verschillende zaken voor zijn rekening, bijvoorbeeld callcenters, frequentflyerprogramma’s en verzendcentra. In meer dan veertig landen verschaft deze dienstverlener werk aan ongeveer zeventigduizend mensen. Arvato is een van de steunpilaren onder mediagigant Bertelsmann. Meer dan de helft van alle Bertelsmann-werknemers staat op de loonlijst van Arvato. Op de website van het bedrijf staat het motto: ‘Hoe kunnen wij u van dienst zijn?’
Een van de oorzaken voor zo’n Facebook-wiscentrum in Berlijn is vermoedelijk ook de sterker wordende druk van de Duitse autoriteiten. Minister van Justitie Heiko Maas verlangt van Duitse aanspreekpunten bij Facebook dat ze kritisch kijken naar Duitstalige teksten en dat twijfelachtige postings snel worden verwijderd. Op dit moment doet het Openbaar Ministerie in München een gerechtelijk onderzoek naar verdenking van medeplichtigheid van Facebook aan volksopruiing.
In de vroege zomer van 2015 werd een kleine Arvato-delegatie uitgenodigd op het Europese hoofdkwartier van Facebook. Beide bedrijven hadden besloten om samen te werken: het grootste sociale netwerk ter wereld had hulp nodig bij het schoonmaken van zijn site; de managers van Arvato moesten leren hoe je daarvoor een team opbouwt. In het najaar van 2015 gingen de werkzaamheden van start. Aanvankelijk bleef de zaak geheim.
Wat is er in het contract tussen Facebook en Arvato afgesproken over de looptijd? Hoe worden medewerkers op hun werk voorbereid? Heeft Arvato tevoren een risicoanalyse t.a.v. de psychische belasting van content-moderation gemaakt? sz-magazin heeft het bedrijf schriftelijk negentien vragen gesteld. Maar Arvato zegt alleen: ‘Onze opdrachtgever Facebook heeft zich het recht voorbehouden om alle persvragen over samenwerking met Arvato zelf af te handelen.’
Ook Facebook Duitsland antwoordt op diverse schriftelijke vragen van sz-magazin om informatie meestal alleen in vage bewoordingen of met de zinsnede: ‘Hierover doen wij geen mededelingen.’ Op sommige punten zit er licht tussen de weergave van Facebook en het verhaal van de (ex-)medewerkers van Arvato. Zo schrijft Facebook dat elke werknemer in het Facebook-team van Arvato voor aanvang van zijn werkzaamheden verplicht is een ‘training van zes weken en een mentorprogramma van vier weken’ te volgen. De door sz-magazin gesproken medewerkers hebben het meestal over een beduidend kortere voorbereidingsperiode: twee weken.
De wisteams bij Arvato zijn ingedeeld naar taal. Op de gangen wordt Engels gesproken, binnen de teams de taal van het betreffende team: Arabisch, Spaans, Frans, Turks, Italiaans, Zweeds. En natuurlijk Duits. De teams doorzoeken de berichten uit het eigen taalgebied. Maar eigenlijk is er geen wezenlijk verschil qua inhoud.
Er komt van alles en nog wat uit de beelden in de wachtrij. Dierenmishandeling, hakenkruisen, penissen.
De teams hebben allemaal een verschillende manier om met heftige beelden om te gaan: de Spanjaarden praten er hardop over, de Arabieren trekken zich eerder terug, terwijl de Fransen vaak alleen maar stilletjes voor hun beeldscherm zitten.
In het begin maakten we in de middagpauzes nog grappen over de vele porno’s. Maar op een gegeven moment werden we er allemaal steeds gedeprimeerder van.
Na enkele dagen zag ik mijn eerste lijk, veel bloed, ik schrok me kapot. Ik heb het beeld onmiddellijk gewist. Mijn leidinggevende kwam toen naar me toe. Hij zei: “Dat was fout, dat beeld was niet strijdig met de communitystandards van Facebook.” De volgende keer moest ik zorgvuldiger te werk gaan.
Wissen of niet? Wanneer de beslissing is gevallen, verschijnt de volgende opdracht op het scherm. Het aantal zaken – tickets geheten – kan via een teller op het beeldscherm worden bijgehouden.
De beelden werden steeds erger, veel grover dan op de training. Maar vaak ook alleen dingen die je in mijn eigen land gewoon in de krant kunt aantreffen. Geweld, soms misvormde lijken.
Steeds weer gebeurt het dat mensen op springen. De zaal uit rennen. Huilen.
De medewerkers hebben sz-magazin details verteld die te gruwelijk zijn om te vermelden. De volgende beschrijvingen zijn al moeilijk te verdragen.
Een hond zat vastgebonden. Een naakte Aziatische vrouw kwelde het dier met een heet ijzer. Daarna gooide ze kokend water over hem heen. Het was als fetisj bedoeld voor mensen die daar geil van worden.
Kinderpornografie was het ergste. Zo’n klein meisje, hooguit zes jaar, dat op een bed ligt, bovenlichaam ontbloot en daarop zit dan een dikke man haar te misbruiken. En dat in close-up.
Wie dit soort inhoud moet bestuderen, is een combinatie van portier en lopende-bandarbeider: dit mag blijven staan, klik, dat niet, klik. In het begin moest ieder van de FNRP-ers dagelijks ongeveer duizend tickets doen: duizend beslissingen of iets strijdig is met het complexe regelwerk van Facebook, de zogeheten communitystandards die bepalen wat er op de site gepubliceerd mag worden en wat er moet worden gewist.
Vroeg of laat komt er een onthoofding voorbij, terreur, heel veel bloot. De ene pik na de andere. Eindeloos veel pikken. En altijd weer iets bijzonder gruwelijks. Hoe vaak valt lastig te zeggen, het hangt ervan af, maar zeker één, twee keer per uur. Elke dag overkomt je iets verschrikkelijks.
Na enkele dagen zag ik mijn eerste lijk, veel bloed, ik schrok me kapot. Ik heb het beeld onmiddellijk gewist. Mijn leidinggevende kwam toen naar me toe. Hij zei: ‘Dat was fout, dat beeld was niet strijdig met de communitystandards van Facebook.’ De volgende keer moest ik zorgvuldiger te werk gaan.
Ook al klinkt het woord communitystandard al even onschuldig als het poetsschema van een studentenhuis, achter dit regelwerk gaat een goedbewaard geheim van de socialemediabedrijven schuil. Daarin wordt tot in detail vastgelegd welke informatie mag worden geüpload en gedeeld en welke moet worden gewist. Het is een soort parallelwet waarin de grenzen van meningsvrijheid vastgelegd worden door concerns met een enorme invloed op wat mensen elke dag zien – en wat niet. Daarbij gaat het om meer dan alleen de vraag of blote tieten nu wel of niet aanstoot geven. Facebook is een belangrijk middel voor politieke vorming en beïnvloeding. De informatie die erop gedeeld wordt, bepaalt in belangrijke mate mede ons beeld van de samenleving. De manier waarop we rampen, revoluties of demonstraties ervaren is mede afhankelijk van de beelden die hiervan in de tijdlijnen op Facebook terechtkomen. Toch zijn verreweg de meeste details van dit regelwerk niet openbaar en heeft de wetgever geen inzicht in de precieze criteria op basis waarvan berichten worden gecensureerd of juist vrij mogen circuleren.
Socialemediabedrijven maken meestal maar een klein stukje van dit regelwerk openbaar, en dat ook nog vaak in vage bewoordingen. Bij Facebook staan dan bijvoorbeeld zinnen als: ‘Wij accepteren in geen geval gedragspatronen waardoor mensen aan gevaar worden blootgesteld.’ Hoe dat niet geaccepteerde gedrag er dan precies uitziet, wordt niet verder toegelicht. Een ex-werknemer geeft als verklaring voor die geheimzinnigheid dat Facebook mensen niet op het idee wil brengen hoe zij met handig formuleren van postings de wisregels kunnen omzeilen. Een absurde logica: alsof een staat zijn wetgeving achter slot en grendel houdt, uit angst dat mensen anders hun criminele methoden zouden kunnen verfijnen.
Hoewel Facebook zichzelf presenteert als een open onderneming die mensen alleen een platform biedt voor het delen van informatie, toont het bedrijf zich gesloten wanneer het om de eigen praktijk gaat. Gerd Billen, staatssecretaris op het ministerie van Justitie en voorzitter van de taskforce voor ‘omgang met onwettige haatboodschappen op het internet’, zegt: ‘Helaas zie ik op dit moment onvoldoende bereidheid bij Facebook om transparant en inzichtelijk uiteen te zetten hoe wordt omgegaan met strafbare inhoud.’ Zelfs hij, bewindspersoon op het ministerie van Justitie, was tot op heden niet welkom bij Arvato. ‘Ik heb meer dan eens transparantie verlangd met betrekking tot de omgang met schokkende boodschappen, zoals de exacte wisregels of het aantal hierbij betrokken medewerkers en de eisen die aan hen worden gesteld. Maar tot nu toe bleef het bij lippendienst,’ zegt Billen. Momenteel werkt zijn ministerie aan een wetsvoorstel dat Facebook tot meer transparantie moet verplichten.
sz-magazin heeft grote stukken van de geheime Facebook-regels in handen. Het is de eerste keer dat ze in deze omvang openbaar worden. De laatste keer dat er iets publiek werd, was begin 2012 toen op de Amerikaanse website Gawker een leidraad van zeventien pagina’s opdook met wiscriteria van een bedrijf dat eveneens voor Facebook werkte.
De interne documenten waarover sz-magazin beschikt, bevatten honderden regeltjes die allemaal door Facebook zijn vastgelegd. Heel interessant zijn de verschillende voorbeelden van gevallen waarbij inhoud gewist moet worden of juist niet.
Gewist moeten onder meer worden:
Een beeld van een vrouw die in het openbaar overgeeft – hierbij als commentaar: ‘Jezus, ben jij volwassen? Dit is walgelijk’ (reden: commentaar wordt gezien als psychische terreur vanwege het uiten van afschuw voor lichamelijke functies).
Een foto zonder verder commentaar van een meisje naast de foto van een chimpansee met eenzelfde gezichtsuitdrukking (reden: vernederende fotobewerking, niet mis te verstane vergelijking van een mens met een dier).
Een video waarop een mens wordt mishandeld, maar alleen als deze voorzien is van commentaar in de trant van: ‘Genieten om te zien hoeveel pijn hij heeft’.
Niet gewist moeten bijvoorbeeld worden:
De video van een abortus (behalve wanneer die naaktopnamen bevat).
De foto van een man die opgehangen is, met als commentaar ‘Hang die hoerenzoon’ (wordt gezien als toegestaan pleidooi voor de doodstraf; wordt wel verboden als het specifiek om een ‘beschermde mensengroep’ gaat en er bijvoorbeeld zou staan: ‘Hang die flikker op’).
Foto’s van een vrouw met extreme anorexia, zonder enig commentaar (het tonen van zelfverminking zonder verdere context is toegestaan).
Zo is de omgang met extreem geweld bijvoorbeeld geregeld in hoofdstuk 15.2, dat gewijd is aan het verheerlijken van geweld: ‘We staan niet toe dat mensen beelden of video’s delen waarin mensen of dieren sterven of zwaar verwond worden, waarbij deze vorm van geweld tegelijkertijd wordt toegejuicht.’ Wat op de beelden te zien valt, is dus niet relevant; het gaat alleen om de combinatie van beeld en tekst. Bij wijze van voorbeeld volgt een reeks commentaren die als verheerlijking van geweld worden gezien. Wanneer iemand onder een foto van een stervend mens schrijft: ‘Moet je zien – wat cool’ of ‘Fuck yeah’ – alleen in zo’n geval moeten zulke beelden conform dit voorschrift worden gewist.
De regels waren nogal onbegrijpelijk. Ik zei tegen mijn teamleider: dat kan toch niet, dat beeld is hartstikke bloederig en gewelddadig, dat zou geen mens moeten zien. Maar hij vond alleen: dat is jouw mening, maar je moet proberen te denken zoals Facebook dat wil. We moesten denken als machines.
Vanuit het hoofdkwartier van Facebook komen er voortdurend aanpassingen van de communitystandards. Bij Arvato is er iemand die deze wijzigingen in de gaten moet houden. Voor Facebook is dat heel belangrijk. Uiteindelijk gaat het om zaken waardoor gebruikers het platform links kunnen laten liggen – en het hoogste doel van Facebook is precies tegenovergesteld: zo veel mogelijk mensen zolang mogelijk op het platform houden, zodat ze zo veel mogelijk reclame zien en Facebook zo veel mogelijk geld verdient.
Hun psychische gezondheid is van grote invloed op de berichten die tot in de tijdlijnen weten door te dringen. Want veel van hen zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten
Het is geen eenvoudige taak waar Facebook voor staat: de haat en de waanzin van mensen in toom houden en tegelijkertijd veiligstellen dat belangrijke gebeurtenissen niet gewoon onzichtbaar blijven. Besluiten om te wissen kunnen even verrijkende consequenties hebben als besluiten over journalistieke berichtgeving.
Voor honderden miljoenen mensen op aarde is Facebook de belangrijkste nieuwsbron. Ook al wordt het bedrijf niet als mediaconcern gezien omdat het zelf geen nieuws produceert, het kan niet om journalistiek-ethische vragen heen: zijn beelden van geweld in bijvoorbeeld het kader van oorlogsverslaggeving wel gerechtvaardigd, omdat ze dan een hoger doel dienen? Daarover denken wetenschappers al tientallen jaren na, maar op sociale media moeten zulke vragen snel een antwoord krijgen. Ruim zeven jaar geleden was een video van de stervende Neda Agha-Soltan, een jonge vrouw uit Teheran die bij protesten werd doodgeschoten, de eerste vuurproef voor Facebooks concurrent YouTube. Wissen of niet? Een YouTube-team besloot: de film is een politiek document, hij blijft ondanks de schokkende beelden online. Al geruime tijd proberen bedrijven voor zulke complexe besluiten simpele regels op te stellen. In de geheime Facebook-documenten staat: ‘Video’s waarop de dood van mensen te zien is, zijn schokkend maar kunnen wel bewust maken van zelfverminking, psychische ziektes, oorlogsmisdaden of andere belangrijke thema’s.’ In geval van twijfel moeten de medewerkers bij Arvato deze video’s voorleggen aan hun leidinggevenden. Over heel gecompliceerde gevallen wordt, naar verluidt, beslist op het Europese hoofdkwartier in Dublin.
Heel sterk was dat bij de terreuraanslagen in Parijs van afgelopen jaar. Daarvoor werden speciale vergaderingen georganiseerd over wat er met de livebeelden gebeuren moest. Toen zijn de schokkendste dingen bij ons terechtgekomen, zo goed als in real time. Uiteindelijk werd ons verteld dat we de meeste berichten gewoon moesten doorsturen naar het Arabische of het Franse team. Wat er verder mee gebeurd is, weet ik niet.
Toen de aanslagen in Parijs begonnen moesten wij content-moderators van de teamleiders onmiddellijk naar kantoor komen, hoewel het weekend was. Ik kreeg telefoontjes en sms-berichten van ze. Ik heb het hele weekend moeten doorwerken.
Betrouwbare cijfers over de aantallen mensen die wereldwijd hun beroep hebben gemaakt van het wissen van Facebook-content, ontbreken vrijwel geheel. Het hoofd van de internationale Facebook-afdeling policy, Monika Bickert, verklapte vorig jaar maart op een conferentie dat gebruikers elke dag wereldwijd meer dan 1 miljoen Facebook-berichten aanmelden als ontoelaatbaar. Hoeveel mensen zich met het wissen van die berichten bezighouden, vertelde ze niet. Mediawetenschapper Sarah Roberts van California University in Los Angeles doet al jaren onderzoek naar dit nieuwe beroep. Ze schat dat er over de hele wereld zo’n honderdduizend mensen dit soort werk doen, vrijwel allemaal bij dienstverlenende bedrijven, en niet alleen voor Facebook. Roberts heeft veel van die mensen in verschillende landen geïnterviewd. Veel van hen omschrijft ze als getraumatiseerd. Hun psychische gezondheid is van grote invloed op de berichten die tot in de tijdlijnen weten door te dringen. Want veel van hen zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten. Daar komt nog bij dat de tijd om secuur te werken vaak ontbreekt.
Sommige video’s moet je van begin tot eind bekijken. Ze laten ons er niet doorheen skippen en alleen screenshots bekijken. Het ergste is het geluid. Dat moet je ook aanhoren omdat juist in het geluidsspoor iets kan zitten wat niet is toegestaan. Haatpreken bijvoorbeeld of sadisme. Sommige video’s zijn hele films die langer dan een uur kunnen duren.
Veel content-moderators krijgen de beelden ook thuis niet uit hun hoofd. En dan komt er vaak ook nog een berichtje van de teamleiders. Dat je achterloopt! Of je niet een extra dienst kunt draaien? De werklast valt voor de medewerkers niet bij te benen, vertelt een man die inmiddels ontslag genomen heeft.
Acht seconden per taak
Flexibel moeten zijn, daar weten ze in Berlijn alles van, zeker als je uit een ander land komt en geen Duits spreekt. Want de stad trekt allang niet meer alleen mensen aan uit Beieren en Zwaben, maar ook veel mensen uit de wereldwijde middenklasse: Indiërs, Mexicanen, Zuid-Afrikanen, jonge, vaak goed opgeleide mensen – die er in Berlijn vervolgens achter moeten komen dat zij met al hun opleiding vrijwel nergens aan de slag kunnen. Ongeveer dertig procent van de in Berlijn wonende buitenlanders loopt het risico in armoe te vervallen. Een ex-werknemer meent:
Je kunt Arvato alleen maar feliciteren met het commerciële inzicht om dit werk in Berlijn te laten doen. De stad is een smeltkroes van talen en culturen, waar elders vind je Zweden, Noren, Syriërs, Turken, Fransen, Spanjaarden die dringend op zoek zijn naar werk?
De meeste van die immigranten zijn vertwijfeld, ze willen per se in de stad wonen en nemen daarvoor op de koop toe een baan waarvoor ze ver overgekwalificeerd zijn, die hun psychische gezondheid aantast en velen van hen steeds verder doet afstompen.
Zo komt het dat er tussen de wisarbeiders van Arvato ook kwantumfysici zitten of zaten, mensen met een doctorstitel, een hoogleraar, vaak vluchtelingen met beroepskwalificaties die in Duitsland niet erkend worden. Een ex-medewerker vertelt dat het moeilijk was om mensen tot zulk afstompend werk te motiveren. Of te bevorderen. Want wie het tot content-moderator schopt, moet ook video’s onderzoeken.
Eén video kon voldoende zijn om mijn leven te ruïneren. Dat wist ik. Ik wilde in geen geval content-moderator worden. Ik was bang voor wat dat psychisch met mij zou doen. Content-moderators zien de meest afschuwelijke dingen die je je maar kunt voorstellen. Op beelden en in video’s.
Content-moderators moeten nog sneller werken dan de FNRP-ers die helemaal onder in de hiërarchie staan. Per zaak hebben ze gemiddeld acht seconden – hoewel ze steeds weer hele films moeten doorkijken die veel langer duren. Zijn dagelijkse target was meer dan drieduizend gevallen, vertelt een content-moderator. Dat komt ongeveer overeen met de aantallen die de Amerikaanse National Public Radio in november hoorde van content-moderators uit andere landen – en die Facebook overigens tegenover de zender ontkent. Volgens een ex-medewerker loopt al het werk van de wisteams via een intern Facebook-platform, zodat het bedrijf volgens hem op de hoogte moet zijn van de actuele cijfers.
Tegelijkertijd was het onmogelijk om elke video echt af te kijken en te onderzoeken. Ze zijn zo grof dat je gewoonweg wilt schakelen, hoewel dat niet mag. Bovendien moet je op veel dingen letten – vaak is niet duidelijk welke regel er precies wordt overtreden.
Je moet je dagelijkse target halen, anders krijg je mot met je leidinggevende. De druk was immens.
In het voorjaar van 2016 schrijft het Spaanstalige wisteam een brief aan de Arvato-directie over overbelasting en slechte arbeidsomstandigheden. Het schrijven gaat al snel rond bij alle medewerkers: ‘Wegens overbelasting hebben we gevraagd om pauzes van vijf minuten (…) Aan deze wens is tot op heden helaas nog niet tegemoetgekomen. Verder dient vermeld te worden dat bij alle hierboven genoemde moeilijkheden ook nog eens de psychische belasting komt, veroorzaakt door het verwerken van tickets met een soms schokkende inhoud.’
Veranderd is er sindsdien niks, zeggen de medewerkers. Velen laten weten dat er inmiddels in plaats van duizend bijna tweeduizend tickets per dag van de FNRP-ers worden verwacht. Op navraag van sz-magazin laat Facebook weten hierover geen mededelingen te verstrekken.
Mijn teamleidster vond: als de job je niet bevalt, dan kun je toch ontslag nemen.
Momenteel zijn er bij Arvato in Berlijn ruim zeshonderd mensen bezig met het wissen van Facebook-berichten, zegt een medewerker. En het worden er almaar meer. In maart 2016 werd op geringe loopafstand een tweede gebouw betrokken. De medewerkers hingen op kantoor een enorme Facebook-banner op.
Het is zo tegenstrijdig: natuurlijk vonden we het cool om voor Facebook te werken, een bedrijf dat iedereen kent en dat populair is. Je probeert gewoon het kwaad uit te wissen.
Hoewel het werk verschrikkelijk is, zouden maar verbazend weinig medewerkers ontslag willen nemen, vertelt een van onze bronnen. Misschien omdat ze het geld nodig hebben, misschien omdat ze afgestompt zijn. Een medewerker van het Arabische team zegt:
Het is erg, maar zo kan ik tenminste voorkomen dat verschrikkelijke geweldvideo’s uit Syrië verder worden verspreid.
Maar altijd weer komen er video’s voorbij waardoor medewerkers het niet langer volhouden.
Er was een man met een kind. Ongeveer drie jaar oud. Die vent schakelt de camera in. Hij pakt het kind. En een slagersmes. Ik heb zelf een kind. Precies zo een. Dat kind zou mijn kind kunnen zijn. Ik hoef me niet gek te laten maken vanwege dit kutbaantje. Ik heb de zaak erbij neergegooid en ben gewoon weggelopen. Ik heb mijn tas gepakt, de hele weg naar de tram heb ik lopen huilen.
Wetenschappers definiëren een psychisch trauma als een belastende gebeurtenis die niet zonder meer verwerkt kan worden. Het is vaak het resultaat van lichamelijk of geestelijk geweld en leidt niet zelden tot een posttraumatische stressstoornis. Harald Gründel, als hoogleraar psychosomatische geneeskunde verbonden aan het academische ziekenhuis van Ulm en lid van het presidium van de Duitse traumastichting, heeft een aantal door sz-magazin van interviews met Arvato-werknemers gemaakte verslagen gelezen. Voor Gründel wijzen hun beschrijvingen mogelijk op klassieke kentekenen van een posttraumatische stressstoornis: belastende foto’s en video-opnames die ook buiten het werk steeds weer voor het geestesoog opduiken; terugkerende nachtmerries; overdreven schrikachtige reacties in situaties die vaag wat met de inhoud van de video’s van doen hebben; pijnen waarvoor geen fysieke verklaring is; teruggetrokken sociaal gedrag; uitputting en afstomping; verlies aan seksuele belangstelling.
Toen ik die video’s met kinderporno had gezien, kon ik net zo goed non worden – aan seks viel niet meer te denken. Al meer dan jaar kan ik niet meer intiem worden met mijn partner. Zodra hij me aanraakt, begin ik te trillen.
Ineens viel mijn haar bij bosjes uit, na het douchen of zelfs op het werk. Mijn arts zei: je moet daar weg bij die baan.
Altijd waren er weer mensen die opsprongen vanachter hun bureau, naar de keuken renden en het raam openrukten om na een onthoofdingsvideo wat frisse lucht te krijgen.
Velen gingen zuipen of stevig blowen om ermee om te kunnen gaan.
Op navraag van sz-magazin zegt Facebook: ‘We geven elke medewerker de gelegenheid voor psychologische begeleiding. Dat gebeurt op verzoek van de medewerker en is te allen tijde mogelijk.’ De door ons gesproken medewerkers laten ons echter zonder enige uitzondering weten dat ze zich met hun psychische problemen door Arvato in de steek gelaten voelen. Voldoende begeleiding was er niet en ook geen gerichte voorbereiding op de psychische belasting van het werken met verschrikkelijke beelden en video’s.
We moesten ervoor tekenen dat Arvato psychologische hulp aanbiedt, maar in de praktijk was het onmogelijk om begeleiding te krijgen. Ze hebben niets voor ons gedaan.
Een medewerkster had steeds weer geprobeerd een privéafspraak met de sociaal-pedagoog te maken. Daar moest ze lang op wachten. Uiteindelijk gaf ze het maar op
Dat werknemers ook tegen psychische belasting beschermd moeten worden, is sinds 2013 geregeld in de paragrafen 4 en 5 van de Duitse Arbeitsschutzgesetz (wet op de bescherming van arbeid): ‘Het gaat erom dat niet wordt afgewacht tot er gezondheidsschade optreedt, maar dat de risico’s al preventief zo veel mogelijk geminimaliseerd worden,’ vertelt Raphaél Callson, arbeidsrechtadvocaat bij advocatenkantoor DKA in Berlijn. Hij meent dat er mogelijk sprake is van overtreding van het arbeidsrecht wanneer content-moderators niet professioneel door medici worden begeleid: ‘De werkgever moet echt beschermingsmaatregelen nemen. Werknemers zouden bij een video of beeld dat schokkende voor hen is, het werk moeten mogen onderbreken en hierover met een altijd ter beschikking staand aanspreekpunt in gesprek gaan. Bij voorkeur met een aan een medisch beroepsgeheim gebonden arts.’ Geen van de Arvato-medewerkers weet van het bestaan van zo’n arts. Onze bronnen hebben het over een open groepsspreekuur waar zonder verdere vooraanmelding over problemen gesproken kon worden. Onder leiding van een sociaal-pedagoog, geen psycholoog, zeggen ze allemaal. Geen van de door ons gesproken werknemers is er ooit naar toe gegaan. Ze schrokken ervoor terug om in gezelschap van onbekende collega’s over hun intiemste problemen te praten.
Een medewerkster had steeds weer geprobeerd een privéafspraak met de sociaalpedagoog te maken. Daar moest ze lang op wachten. Uiteindelijk gaf ze het maar op. Op navraag van sz-magazin doet Facebook geen verdere mededelingen over de kwalificaties van de psychologische begeleiders – of over de vraag of deze aan een beroepsgeheim gebonden zijn.
Daar waar ik vandaan kom, zou zo’n sociaal werkster alles wat ik haar zou vertellen onmiddellijk doorbrieven aan mijn baas. En die zou me daarna ontslaan. Niemand in mijn team had ook maar enig vertrouwen in die lui – waarom zouden we hun dan onze zorgen toevertrouwen?
En dat terwijl er zeker goede voorbeelden zijn van omgang met mensen die in hun werk te maken hebben met gruwelijke mediaberichten. Bij de Duitse keuringsdienst van media die gevaar opleveren voor de jeugd worden ook schokkende video’s bekeken. De dienst geeft nieuwe medewerkers regelmatig scholing over de omgang met belastende inhoud. ‘Niemand hoeft dit soort films aan een stuk door aan te zien,’ zegt directeur Martina Hannak-Meinke. ‘Iedereen kan elk moment zijn werk onderbreken, iets anders gaan doen en later verdergaan.’ Er zijn privéafspraken mogelijk met sociaal medewerkers. Psychologen en traumaexperts zijn elk moment beschikbaar. Ook andere instanties waar medewerkers zeer belastend materiaal onderzoeken, hanteren strenge regels: zulke films mogen bijvoorbeeld maximaal acht uur per week bekeken worden of alleen in duo’s, zodat het effect direct besproken kan worden. Sommige stellen voor zulk werk uitsluitend speciaal opgeleide juristen aan.
Ik zat in mijn eigen land in het leger. Beelden van oorlog en dood doen mij niets. Wat mij nekt is de onvoorspelbaarheid. Eén video krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Een seksfetisjvideo, waarin een vrouw op hoge hakken een klein poesje doodtrapt. Ik had nooit gedacht dat mensen tot zo iets in staat waren.
Deze kattenvideo moest gewist worden, het is een duidelijke overtreding van paragraaf 15.1 van de interne documenten die sz-magazin in handen heeft: ‘Seksueel sadisme is het erotische genot dat gevoeld wordt bij pijn van een levend wezen’ – bij Facebook dus niet toegestaan.
Het in praktijk toepassen van zulke regels vraagt te veel van de medewerkers. Sommigen vertellen dat ze op trainingen niet mee mochten schrijven, een voorzorgsmaatregel die moet voorkomen dat de geheime voorschriften openbaar worden.
De community-standards worden ook voortdurend gewijzigd. Vroeger was een foto van een afgesneden hoofd oké, zolang de snee maar recht liep. Wat is dat voor zinloze regel? En wie bepaalt dat?
In de communitystandards zit een hoofdstuk over haatboodschappen, waarin exact is vastgelegd welke beledigingen toegestaan zijn. Daar staat: ‘Oorspronkelijk wiste Facebook geen berichten waarin migranten doelwit waren, aangezien ze geen deel uitmaken van een beschermde categorie. Dat leidde tot negatieve berichtgeving over de richtlijnen van Facebook, waardoor de Duitse regering dreigde het werk van Facebook in Duitsland te stoppen. Dus hebben we de communitystandards aangepast, zodat ook migranten nu een zekere bescherming genieten.’ Aan de ene kant wordt hieruit duidelijk dat politiek en publieke druk van invloed zijn op de regels die Facebook hanteert. Aan de andere kant is dit bij uitstek een voorbeeld van wat het probleem is met bedrijven als Facebook: wat of wie in de samenleving bijzondere bescherming geniet, dient in Duitsland in de allereerste plaats te worden bepaald in de grondwet – en niet in het regelwerk van een bedrijf dat snel aangepast kan worden wanneer er imagoschade dreigt. Puur theoretisch: wat zou er gebeuren als de maatschappelijke opvattingen in de VS omslaan en de islam bij Facebook ineens minder bescherming geniet? Wanneer hetze tegen moslims minder streng vervolgd wordt dan tegen de in de geheime Facebook-documenten beschermde christenen, joden of mormonen? Het publiek zou het misschien nooit te weten komen. Zelfs de kleinste verandering in de communitystandards heeft een grote uitwerking op wat miljarden mensen op aarde elke dag te zien krijgen.
We zien zo veel leed – maar komen nooit te weten wat er met de mensen gebeurt die daar zijn afgebeeld. Hoe gaat het nu met die kinderen? En worden de daders opgepakt?
De door de Arvato-medewerkers onderzochte berichten zijn niet alleen strijdig met morele opvattingen, maar vaak ook met het Duitse recht. Hoe Facebook ten aanzien van onwettige bijdragen moet handelen, is complex. Naar Duits recht dient een platformaanbieder, zodra deze kennis neemt van of informatie heeft over een concrete onwettige handeling, deze onmiddellijk te wissen of de toegang daartoe te blokkeren, vertelt advocaat media- en IT-recht Bernhard Buchner. Anders lopen bedrijven als Facebook risico om zelf aansprakelijk te worden gesteld. Maar dat is nog niet alles: paragraaf 138 van het wetboek van strafrecht verplicht iedereen die op de hoogte is van een serieuze voorbereiding op een aantal genoemde strafbare feiten, dit aan te geven. Een bericht op Facebook waarin iemand overtuigend laat weten dat hij zijn klasgenoten dood wil schieten, moet dus niet alleen gewist, maar ook gemeld worden – bij de politie of bij de mensen die gevaar lopen.
Wat we wel weten is dat Facebook kinderporno’s doorstuurt naar het Amerikaanse National Center for Missing and Exploited Children (NCMEC). Alle bij de NCMEC binnenkomende tips worden daar geordend en doorgeleid aan de voor verder strafrechtelijk onderzoek verantwoordelijke autoriteiten in de VS of daarbuiten, deelt het Bundeskriminalamt (Duitse Openbaar Ministerie) op navraag van sz-magazin mee. Indien duidelijk is dat deze strafbare handelingen op Duits grondgebied zijn gepleegd, wordt de beschikbare informatie toegestuurd aan het Bundeskriminalamt.’ Of er naast kinderpornografie ook andere strafbare feiten via Facebook bij de Duitse autoriteiten terechtkomen? Dat vertelt Facebook niet.
Een van de foto’s die The Guardian in 2017 publiceerde over Facebooks criteria.
Er zijn bij Arvato vast mensen die bezorgd zijn over de manier waarop met de content-moderators wordt omgesprongen. Zij worden door Facebook met een toekomstvisie gepaaid: ooit zullen computers door kunstmatige intelligentie boodschappen kunnen identificeren die indruisen tegen de gebruiksvoorwaarden. Facebook, Google en Microsoft lieten onlangs weten dat ze terreurpropaganda van hun sites voortaan willen opslaan in een gemeenschappelijke databank en voorzien van een digitale vingerafdruk – zo kan een beeld dat bij Twitter werd gewist ook automatisch door Facebook worden verwijderd. Enerzijds is dit een denkbeeld dat hoopvol stemt: dan hoeven mensen niet langer blootgesteld te worden aan dit soort horror. Maar het is ook angstaanjagend: algoritmes beslissen over postings die miljarden mensen bij Facebook te zien krijgen. Een computer beslist over wat bruut is en wat niet, waar satire eindigt en waar terreur begint.
Ik weet dat iemand dit werk moet doen. Maar het moeten mensen zijn die daarop getraind worden en daarbij geholpen worden, die men niet zoals ons naar de klote laat gaan.
Steeds weer heb ik de volgende droom: mensen springen uit een brandend huis. Ze slaan te pletter tegen de grond. De een na de ander belandt in een plas van bloed. Ik sta beneden en probeer de mensen op te vangen, maar het zijn er te veel en ze zijn te zwaar, ik moet opzij springen zodat ze mij niet dodelijk verwonden. Om mij heen staan mensen, een heleboel mensen, die niet helpen. Maar alleen met hun mobieltjes aan het filmen zijn.
Tijdens ons onderzoek hebben we onze bronnen steeds weer gevraagd hoe het met hen ging. Eén man heeft zijn nachtmerries overwonnen, alleen overdag komen de beelden soms weer boven. Toen hij laatst op een trapje stond om een gloeilamp te verwisselen, keek hij omlaag – en zag plotseling voor zijn geestesoog de grond waartegen de vermeende homoseksuelen te pletter sloegen die door de beulen van is van het dak van een huis waren geduwd. Eén vrouw heeft Duitsland de rug toegekeerd en woont hier ver vandaan. Een andere vrouw kampt met de gedachte dat ze overal op het strand kinderverkrachters en in het park dierenschenders ziet. Ze werkt niet langer bij Arvato en heeft nu traumatherapie. Een andere man gaat op Duitse les en wil met het vak dat hij ooit geleerd heeft, iets opbouwen in Duitsland.
Niemand van degenen die nog bij Arvato werken, is van plan er te blijven.
Till Krause is hoofdredacteur van de Süddeutsche Zeitung, Hannes Grassegger is naast journalist ook schrijver van een boek dat in 2014 werd gepubliceerd: Das Kapital bin ich.
Beide auteurs hebben hun bronnen ook gevraagd of ze na al hun ervaringen in het wisteam privé nog op Facebook zitten. Vrijwel iedereen doet dat. ‘Het is gewoon een verslaving,’ zegt een van hen.
Het vrijdagsupplement van de SZ, en daarmee een van de grootste tijdschriften van Duitsland, samen met dat van Die Zeit. Veel interviews en veel (populaire) cultuur.
De Ivoriaanse schrijfster Aude Konan heeft niets tegen porno. Maar ze verzet zich tegen religieuze hypocrisie, vrouwen die worden neergezet als willoze objecten en de dubbele standaard over wie er porno mag kijken.
Ik was elf toen ik mijn eerste pornofilm keek. Iemand had hem op een videoband opgenomen en in huis laten rondslingeren. Ik weet nog dat ik het walgelijk vond maar tegelijkertijd opgewonden raakte van die mensen die voor mijn ogen seks hadden. Ze leken geen van allen op mij, dus ik associeerde porno altijd met de ‘ander’. Het was een andere wereld. Vernederend, bespottelijk en toch beschamend. Keurige Afrikaanse meisjes keken geen porno. Dat kreeg ik tenminste van mijn Ivoriaanse familie te horen toen ik werd betrapt.
In veel Afrikaanse landen, zoals Nigeria en Ghana, heerst de algemene opvatting dat porno ‘on-Afrikaans’ is. Zoals blogger Cosmic Yoruba schreef: ‘Nolly-wood [de Nigeriaanse filmindustrie] is tijdenlang gezien als de uitdrager van Afrikaanse cultuur en mores. Expliciete seksscènes zijn volgens moraalridders Afrika onwaardig, omdat daarmee het westerse gebrek aan ethische waarden het Afrikaanse bewustzijn binnendringt.’ Roepen dat porno per definitie on-Afrikaans is gaat volledig voorbij aan het feit dat porno – of we het nu leuk vinden of niet – in veel Afrikaanse landen gretig aftrek vindt. Het is een populair ‘vies’ publiek geheim. Mijn tantes klaagden voortdurend dat hun echtgenoten porno keken en soms tijdens het avondeten per ongeluk het geluid aanzetten, zodat de kinderen werden getrakteerd op het luidkeelse gekreun van de acteurs. Deze vrouwen klaagden steen en been over de uitdijende pornoverzameling, op dvd of in mappen op de computer. Maar ondanks hun eeuwige klaagzang deden mijn tantes het fenomeen altijd vergoelijkend af met het bekende excuus: ‘Het zijn mannen. Zo zijn ze nu eenmaal.’ En dus werd ik als enige afgeschilderd als perverseling.
De Afrikaanse hypocrisie wat porno betreft wordt vaak toegeschreven aan het hoge aantal gelovigen
Ik kreeg altijd te horen dat ik braaf moest zijn: ik moest hoge cijfers halen, me goed gedragen, zorgen dat mijn familie trots op me was, niet als een blanke doen (wat dat ook mocht betekenen). Telkens als ik online in privémodus mijn favoriete pornosites bezocht, was ik ongehoorzaam. Ik vond het heerlijk om opstandig te zijn. Wie niet? Porno kijken deed ik niet alleen omdat ik het spannend vond, het was ook een manier om me af te zetten tegen het opgelegde keurslijf.
De Afrikaanse hypocrisie wat porno betreft wordt vaak toegeschreven aan het hoge aantal gelovigen. Inderdaad is meer dan de helft van de Ivorianen religieus: 30 procent is moslim, 22 procent christen en 17 procent hangt traditionele Afrikaanse religies aan. Porno is een publiek geheim dat in Ivoorkust redelijk goed verkoopt en overal verkrijgbaar is. Pornobladen liggen in de winkelschappen, illegale filmkopieën zijn op de markt te koop, je kunt een abonnement nemen op erotische kanalen via het televisienetwerk of op Canal Plus Horizon (een aanbieder van on demand-satelliet-tv), en dan is er natuurlijk nog het internet.
Samen met westerse export zijn amateurfilmpjes het populairst. Af en toe haalt zo’n filmpje de krant, en het schandaal bevredigt onze sensatielust. Zo lekte in 2009 een filmpje uit van een ambtenaar die seks had met zijn getrouwde stagiaire. Het seksfilmpje kwam online en de vrouw in kwestie werd publiekelijk aan de schandpaal genageld. Het is treurig dat de meeste mensen zo makkelijk over het hoofd zien dat ze als ondergeschikte misschien wel slachtoffer was, mogelijk tot seks gedwongen om haar baan te behouden. Nadat de vrouw door haar man was verlaten deed ze een zelfmoordpoging.
In 2010 raakte Abiba, een voormalige deelnemer van de realityshow Stars Tonnerre (de Ivoriaanse X Factor) in opspraak toen op internet een filmpje opdook waarin ze seks had met twee gemaskerde mannen. De reacties waren vernietigend. De jonge vrouw werd genadeloos neergesabeld en vluchtte uiteindelijk naar Frankrijk. Het verhaal ging dat ze was verstoten door haar islamitische familie, die het gerucht weersprak en onthulde dat Abiba vóór de verspreiding van het filmpje was gechanteerd en een zelfmoordpoging had gedaan. Zij verdachten haar ex-man van het uitlekken van het filmpje. Abiba is sindsdien niet meer in de openbaarheid verschenen. En haar gemaskerde sekspartners? Die bleven ongemoeid.
Abiba’s verhaal geldt als een waarschuwing: vrouwen moeten zich niet laten filmen tijdens de seks, want ze lopen het risico zichzelf en hun familie te schande te maken. Bij porno, zoals op zoveel andere gebieden, zijn het de vrouwen die worden veroordeeld. Vrouwen die genieten van seks worden afgestraft en publiekelijk vernederd.
Alsof niemand zich realiseert dat er voor seks twee mensen nodig zijn: als de vrouw zich zou moeten schamen, dan haar sekspartner ook. Bij veel seksfilmpjes die in Ivoorkust uitlekken gaat het om wraakporno, verspreid door afgewezen geliefden. Dat er zo veel amateuropnames worden gemaakt komt wellicht door de publieke afkeuring van vrouwen in pornofilms, waardoor vrouwen het niet eens aandurven om de professionele wereld in te gaan. Vrouwen uit seksfilms worden op populaire Ivoriaanse websites beledigd en afgekraakt. Het gaat soms zo ver dat hun familie wordt lastiggevallen, of dat hun werkgever wordt benaderd. Soms worden ze fysiek aanvallen. Er zijn mannen die er een dagtaak van maken om het internet af te speuren naar informatie om deze vrouwen te grazen te nemen.
Ivoriaanse mannen hebben bepaalde verwachtingen wat seks betreft: vrouwen moeten zich als porno-actrices gedragen, klaarstaan als de man het wil en aan al zijn wensen tegemoetkomen. Door een verkrachtingscultuur en porno zijn mannen minder in staat vrouwen als autonome seksuele wezens te zien. Ze zijn geneigd vrouwen als sekspoppen te beschouwen die alleen seks zouden moeten hebben wanneer de man het wil. Desondanks probeert een groeiend aantal jonge mannen en vrouwen pornoster te worden. Ze onderzoeken de mogelijkheden op internet, plaatsen advertenties en bellen soms zelfs met infolijnen voor meer informatie over het onderwerp. Voor de gelukkigen die ervoor betaald krijgen biedt porno een snelle manier om geld te verdienen en faam te verwerven.
De Nigeriaanse pornoactrice Judith Chichi Okpara Mazagwu, a.k.a. Afro Candy.
In de meeste Afrikaanse landen is seksuele voorlichting op school geen prioriteit. Voor veel Afrikanen vervult porno die rol. Dat geldt ook voor Ivoorkust, waar geruchten de ronde doen over ‘initiatiebijeenkomsten’ die in privéappartementen worden georganiseerd, waarbij jongeren pornofilms bekijken en door ‘seksvoorlichters’ worden ingewijd. Hier is natuurlijk sprake van regelrecht misbruik, waarbij zogenaamde leraren onder het mom van educatie zelf aan hun trekken komen.
De porno-industrie draait om de verkoop van een fantasie, een erg stereotiepe fantasie, en als dat de enige beschikbare voorlichting is, is dat funest. Het heeft invloed op de manier waarop veel Afrikanen, tieners (de grootste consumenten) dan wel volwassenen, tegen seks aankijken. Het geeft mannen ook een excuus om hun onrealistische verwachtingen ten aanzien van seks en vrouwen goed te praten. Afrikaanse vrouwen krijgen in de meeste pornofilms waarin ze figureren nauwelijks tekst. Ze worden neergezet als willoze objecten. Deze films en het gebrek aan autonomie van de actrices voeden een gevaarlijk maar wijdverbreid geloof dat vrouwen geen zeggenschap hebben over hun eigen lichaam en hun sekslust (of gebrek daaraan). Buitenlandse pornoproducenten zijn openlijk racistisch en kunnen ongestoord hun films verspreiden, die een duidelijke impact hebben op ons dagelijkse leven. Dit betekent dat we geen controle hebben over de complexe manier waarop onze seksualiteit wordt neergezet. Zal de in opkomst zijnde Afrikaanse porno uitgroeien tot een volwaardige industrie, waardoor we niet meer afhankelijk zijn van buitenlandse films?
Droomscenario
Het droomscenario zou natuurlijk een eigen Ivoriaanse porno-industrie zijn, zoals Zuid-Afrika – en tot op zekere hoogte Nigeria – een eigen industrie kent, met films als Destructive Instincts, geregisseerd door een van de weinige vrouwelijke regisseurs, AfroCandy. Hoewel het positief is dat er onafhankelijke, bewuste pornomakers bestaan, blijft porno een patriarchaal product. Ik juich de pogingen van talloze pornosterren, producers en regisseurs om alternatieven te creëren van harte toe, maar het maakt deze industrie er niet minder seksistisch – en dus schadelijk – op. Ik vraag me af of we wel geholpen zijn met een betere, humanere benadering, vooral de zwarte vrouw die in de media zo vaak ontmenselijkt wordt. We zijn veel meer dan seksbeesten die mannen moeten bevredigen. De porno-industrie is nog steeds in handen van mensen die zich niet bekommeren om de Afrikaanse consument, laat staan om Afrikaanse vrouwen. En zolang daar niets aan verandert, zal porno helaas een industrie zijn die vrouwen en het heersende beeld van hen schaadt.
Digitaal platform dat volledig gewijd is aan Afrikaanse cultuur, muziek en politiek. Populair onder Afrikanen overal ter wereld.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.