Tag: Pornografie

  • ‘Kinderen zullen hoe dan ook naar porno kijken, of je nu met ze praat of niet’

    ‘Kinderen zullen hoe dan ook naar porno kijken, of je nu met ze praat of niet’

    Meer jongeren dan ooit kijken naar pornografie en met kunstmatige intelligentie en andere technologieën zal de virtuele sekservaring steeds persoonlijker en intenser worden. Wat ontbreekt, zeggen wetenschappers, zijn openhartige gesprekken en ‘pornogeletterdheid’.

    Als ouders zich ongemakkelijk voelen, weet Brian Willoughby dat hij goed werk doet. Een deel van zijn werk houdt namelijk in dat hij hun vertelt dat hun tieners naar pornografie kijken – hardcore, expliciet, vaak gewelddadig. Soms voert hij zo’n gesprek met een kerkelijke groep.

    Willoughby is sociaal wetenschapper aan de Brigham Young University, waar hij onderzoek doet naar de pornografische gewoonten van adolescenten en de invloed daarvan op relaties. Wanneer hij zijn toehoorders uitlegt hoe de moderne wereld in elkaar zit, spreekt hij duidelijke taal.

    ‘Ik moet altijd voorzichtig zijn als ik dingen wil formuleren. Dan zeg ik: “Ik zeg niet dat porno goed is – maar ik zeg wel dat het overal om ons heen is,”’ vertelt hij. ‘Je kunt je kop in het zand steken en doen alsof het niet bestaat, en zeggen dat het slecht is en nog meer gaan bidden, of meteen van een verslaving spreken, maar het gaat erom een realistisch begrip te hebben van wat er gebeurt.’

    In het verleden hebben veel ouders geprobeerd om het feit dat hun kinderen naar pornografie kijken te negeren, het gebruik ervan te verbieden of te hopen dat het overgaat. Maar wetenschappers die de omgang met online pornografie door adolescenten bestuderen, zeggen dat het inmiddels zo gewoon en onvermijdelijk is, dat een meer pragmatische aanpak beter werlt. Daarom willen ze erover praten.

    ‘Veel ouders denken bij porno nog steeds aan Playboy

    Het doel: adolescenten leren dat de expliciete inhoud die ze tegenkomen onrealistisch is, vaak een misleidend beeld geeft van seksuele relaties en daardoor potentieel schadelijk is. De aanpak vergoelijkt de inhoud niet en moedigt het gebruik ervan ook niet aan, benadrukt Willoughby. Maar deze erkent wel de alomtegenwoordigheid en het onrealistische, harde karakter ervan. De tijd van naaktbladen die veel aan de verbeelding overlieten, is allang voorbij.

    ‘Dat was naakt, geseksualiseerd,’ aldus Willoughby over de pornografie van vroeger. ‘Veel ouders denken bij porno nog steeds aan Playboy.’

    Gemiddeld zien Amerikanen voor het eerst online pornografie op twaalfjarige leeftijd, volgens een onderzoek van 2023 onder adolescenten door Common Sense Media, en 73 procent van degenen van zeventien jaar en jonger heeft het weleens gezien, een cijfer dat overeenkomt met ander onderzoek. Van degenen die opzettelijk of per ongeluk naar pornografie kijken, zegt meer dan de helft geweld te hebben gezien, waaronder verkrachting, verstikking of iemand die pijn lijdt.

    Recente wetenschappelijke artikelen pleiten ervoor dat adolescenten ‘pornogeletterdheid’ wordt bijgebracht, dat artsen jonge mensen vragen stellen over hun pornokijkgedrag en dat er gesprekken worden gestart tussen tieners en hun ouders.

    Ongemakkelijk

    Een artikel dat afgelopen januari werd gepubliceerd in het Journal of Family Medicine and Community Health, bepleit een praktijk die bijdraagt aan ‘een objectieve kijk op het pornografiegebruik van adolescenten, richtlijnen voor het screenen van pornografiegebruik en manieren om gesprekken over het gebruik tussen adolescenten en verzorgers te vergemakkelijken’.

    ‘Het is ongelooflijk hoeveel kritiek we kregen op dat artikel,’ zegt Emily Pluhar, klinisch psycholoog en docent aan de Harvard Medical School en auteur van het artikel. ‘Mensen dachten dat we porno goedkeurden. Wat we zeiden is: “Het is er.”’

    ‘Dit is een onderwerp dat zo ongemakkelijk is dat niemand erover wil praten,’ voegt ze eraan toe. ‘En het zal alleen maar erger worden.’ Met kunstmatige intelligentie en andere technologieën zal de virtuele sekservaring steeds persoonlijker en intenser worden, zegt ze. ‘We moeten hierover gaan praten.’

    Maar wat moeten volwassenen zeggen? Tot nu toe heeft de wetenschap nog geen duidelijk antwoord gegeven op de vraag of online pornografie – bij onderzoekers bekend als seksueel expliciet internetmateriaal – schadelijk is en voor wie.

    Jongeren wachten gemiddeld langer om te experimenteren met echte seks

    ‘Wat we al wel kunnen zeggen is dat het voor sommige mensen problemen kan veroorzaken in hun seksualiteit, relaties enzovoort,’ zegt Beata Bothe, psycholoog aan de Universiteit van Montreal, waar ze pornografiegebruik bestudeert. ‘Maar we hebben niet genoeg wetenschappelijk bewijs om te zeggen dat het schadelijk is, in ieder geval niet voor iedereen.’

    In februari was Bothe auteur van een artikel waarin werd vastgesteld dat sommige soorten pornografie het seksuele welzijn van kijkers kunnen beïnvloeden. Het onderzoek, een enquête onder 827 jongvolwassenen, toonde aan dat mensen die gepassioneerde of romantische pornografie keken een hogere seksuele tevredenheid in hun relaties rapporteerden, terwijl het kijken naar ‘pornografie waarin macht, controle en ruwe seks een rol spelen in verband werd gebracht met een lagere seksuele tevredenheid’. (In het onderzoek werd ook opgemerkt dat het gepassioneerde, romantische materiaal op grotere schaal werd bekeken dan de meer gewelddadige categorieën.)

    In 2021 toonde een onderzoek onder 630 Nederlandse adolescenten aan dat zij die meer pornografie bekeken op jongere leeftijd meer gevorderd seksueel gedrag vertoonden, zoals intiem contact en orale seks. Maar, zo merkten de onderzoekers op, het was onduidelijk of seksueel meer gevorderde adolescenten zich aangetrokken voelden tot pornografie of dat de pornografie hun gedrag aanstuurde. 

    ‘Adolescenten kunnen in de praktijk brengen wat ze hebben gezien en geleerd, en dat pornografiegebruik en seksueel gedrag kunnen elkaar na verloop van tijd versterken,’ merken de auteurs op. 

    Terwijl het pornografiegebruik onder Amerikaanse adolescenten is toegenomen, wachten jongeren gemiddeld langer om te experimenteren met echte seks. In 2021 gaf volgens de Centers for Disease Control and Prevention ongeveer een derde van de middelbare scholieren aan dat ze seks hadden gehad, een scherpe daling ten opzichte van tien jaar eerder, toen het cijfer dichter bij 50 procent lag. Experts hebben gesuggereerd dat het aantal activiteiten van adolescenten die een probleem kunnen vormen voor de volksgezondheid, zoals drinken en seks, mogelijk daalt omdat adolescenten meer tijd online doorbrengen. Maar volgens deskundigen is het terugdringen van gedrag als comazuipen, roken en seksuele experimenten mede te danken aan publieke voorlichtingscampagnes.

    Niet de werkelijkheid

    Volgens de experts die het gebruik van pornografie bestuderen, begint het onderwijzen van adolescenten over pornografie met een onbetwistbare waarheid: online pornografie is onrealistisch.

    ‘Porno is een film; wat we zien is niet de werkelijkheid,’ aldus Bothe. ‘Zelfs als mensen het leuk lijken te vinden wat ze doen, genieten ze er misschien niet echt van, of is het bijvoorbeeld pijnlijk.’ Dit kan vanzelfsprekend zijn voor sommige oudere adolescenten, zegt ze, maar niet voor de jongere consumenten van pornografie ‘die nog geen echte seksuele ervaring hebben opgedaan’.

    Hoewel het onderzoek bescheiden is, zegt ze dat zij en andere wetenschappers vermoeden dat ‘pornogebruik het seksuele gedrag van mensen kan beïnvloeden of veranderen’.

    Pluhar vertelt dat pornografie voor de naïeve kijker als een documentaire kan overkomen. Maar in de echte wereld, merkt ze op, ‘komen vrouwen niet onmiddellijk tot een hoogtepunt, draait het niet alleen om de man, is er sprake van toestemming, is er een relatie, gaat het niet alleen om fysieke verbinding’. Ze voegt eraan toe: ‘Deze mensen zijn allemaal dun en gespierd, en dat is ook niet hoe het er in het echt uitziet. Seks kan rommelig zijn. Online ziet het eruit alsof het allemaal van een leien dakje gaat. Het is mooier gemaakt.’

    En dan hebben we het nog niet eens over gewelddadige pornografie, die volgens Pluhar het schadelijkst kan zijn voor de kijker. ‘We hebben het dan over een vrouw die wordt neergegooid en verkracht,’ zegt ze. Ze behandelde eens een man die, toen hij jonger was, regelmatig werd blootgesteld aan gewelddadige pornografie en als gevolg daarvan bang was om intiem om te gaan met vrouwen, uit angst dat hij zou doen wat hij had gezien.

    In het ideale geval zou de maatschappij manieren vinden om pornografie te ontmoedigen

    Willoughby vertelt dat hij in gesprekken met groepen ouders of leerlingen soms anale seks aanhaalt als een voorbeeld van hoe misleidend pornografie is. Zo vertelt hij zijn publiek dat veel vrouwen niet van anale seks houden en het pijnlijk vinden, en dat deze vorm in de pornografie toch grotendeels is genormaliseerd. Daardoor gaan koppels, en vooral mannen, er vaak van uit dat het erbij hoort. Willoughby stelt zich vooral tot doel om realistische verwachtingen te scheppen, zodat partners een gedeelde visie hebben op wat er in de slaapkamer zal gebeuren.

    Hij vertelt dat hij soms ‘tegengas’ krijgt van ouders die bang zijn dat praten over het onderwerp het probleem zal verergeren, misschien door het consumeren van pornografie aan te moedigen. Maar dat idee noemt hij een mythe, die niet is gebaseerd op onderzoek en naïef is aangezien jongeren het materiaal nou eenmaal kennen en weten te vinden.

    Pornogeletterdheid is pas de eerste stap, voegt hij eraan toe, en misschien zelfs ‘een beetje een zwaktebod’; in het ideale geval zou de maatschappij manieren vinden om pornografie te ontmoedigen, en daarbij onder andere effectievere middelen inzetten om het te blokkeren.

    ‘Kinderen zullen hoe dan ook naar porno kijken, of je nu met ze praat of niet,’ zegt hij. ‘Als je daar enige invloed op wilt hebben, dan moet je dit gesprek voeren.’

  • De pornoparadox

    De pornoparadox

    Hervormers vrezen dat steeds meer buitensporige pornosites de verlangens van gebruikers vervormen. Maar het overschrijden van grenzen is altijd een deel van de aantrekkingskracht geweest.

    Sommige mensen vinden dat inhoud altijd vrij moet zijn, net als mensen zelf. Die gedachte lijkt te worden bevestigd door de ruim 9 miljard bezoeken per maand aan pornowebsites en ‘tubes’, waar professionals en amateurs seksvideo’s uploaden die anderen kunnen bekijken, op elk gewenst tijdstip en zonder ervoor te betalen, zoals veel lezers waarschijnlijk al weten.

    Werkt non-stop gratis porno bevrijdend? Of beperkt het ons en maakt het ons minder menselijk? Het is een van de hedendaagse vragen die sociologe Kelsy Burke onderzoekt in The Pornography Wars: The Past, Present, and Future of America’s Obscene Obsession [De Pornografieoorlogen: verleden, heden en toekomst van de obscene obsessie van Amerika]. Het antwoord hangt af van hoe je ‘ons’ definieert, want pornoproducenten – net als andere content makers die in digitale sweatshops werken komen er nauwelijks van rond. Pornhub trekt weliswaar meer bezoekers per maand dan Netflix of TikTok, maar volgens een online gids voor beginnende porno-ondernemers levert een video met een miljoen views nog geen 500 dollar op.

    Anders dan in de jaren zeventig en tachtig – de hoogtijdagen van XXX-films met meerdere draaidagen en budgetten voor catering, en met grote winsten en florerende sterren – genereert de nieuwe porno-economie haar inkomsten hoofdzakelijk uit advertenties. Dat geld komt ten goede aan de eigenaars van de sites, niet aan de makers. De betaalsite OnlyFans levert slechts enkele sterren veel geld op, maar voor de meeste valt dat nogal tegen: pornoacteurs worden als het ware dubbel genaaid. Daarom creëren ze nu nieuwe content, laat Burke zien: een-op-eeninteractie met klanten in ‘camming’-sessies bijvoorbeeld, als aanvulling op content waarvoor ze amper betaald worden. En ook dat materiaal komt dan vaak weer op gratis sites terecht.

    Gepolariseerd

    Of de alomtegenwoordige pornografie ons degradeert of juist emancipeert, hangt ook af van met wie je erover praat, aldus Burke. Ze is minder geïnteresseerd in porno als zodanig dan in de aanhoudende discussie erover. De discussie over het feit dat pornoconsumptie slecht is voor de gezondheid, is alleen maar verder gepolariseerd sinds het Congres in 1842 de eerste van talloze niet-werkende maatregelen aannam tegen de verspreiding van obsceen materiaal.

    In haar veelomvattende boek begeeft Burke zich tussen pornoproducenten, kijkers, activisten en diverse deskundigen (inclusief zelfbenoemde experts). De kern van haar project wordt gevormd door interviews met een kleine, niet-willekeurige selectie van betrokkenen bij de pornostrijd: 52 ondervraagden die antiporno zijn en 38 die zij ‘pornopositief’ noemt. Burke benadert de geïnterviewden ‘eerder nieuwsgierig dan oordelend’ en laat ze hun tegengestelde opvattingen meestal op papier uitvechten; daarbij trekt ze de mythes van beide kanten in twijfel en signaleert ze waar de uiteenlopende overtuigingen soms samenkomen.

    De antipornogroep is grotendeels mannelijk, religieus en verbonden aan hulpprogramma’s voor pornoverslaafden. Er zitten zowel cliënten als clinici bij, en Burke sprak ook met niet-gelieerde bekeerlingen en activisten. Die beweren dat kijken naar porno fysieke en emotionele schade toebrengt. Velen denken zelfs dat kijken naar porno biologisch verslavend is, onze hersenen binnendringt en onze grijze massa verandert. Of dat de reactie van het dopaminesysteem op online porno dwangmatig gedrag in de hand werkt. Er zijn meer dan genoeg wetenschappelijk klinkende theorieën. Hier merkt Burke op dat ze geen definitief bewijs heeft gevonden voor dergelijke neurobiologische beweringen.

    Maar, zegt ze, het is ook een lastig onderwerp om onder laboratoriumomstandigheden te bestuderen: een subjectief onderwerp als gedragsverslaving valt ‘nagenoeg onmogelijk’ te beoordelen met objectieve metingen zoals hersenscans. En, zoals de socioloog Gabriel Abend het ooit zei: onderzoekers zijn nooit neutraal of objectief over de moraliteit van menselijk gedrag. Zijn onze hersenen zo gemaakt dat mannen seks gescheiden zien van romantiek, terwijl vrouwen ervan dromen de twee op gelukzalige wijze te verenigen? Het antwoord op die vraag laat Burke over aan Cordelia Fine, een psychologe die haar carrière besteedt aan het ontkrachten van dergelijke theorieën; Fine bedacht er de term neuroseksisme voor.

    Bij de antiporno-ondervraagden van Burke – een ‘opmerkelijke alliantie’ die evenredig politiek-ideologisch verdeeld is, merkt ze op – is ook een seculiere groep feministen die meer leunt op argumenten over vrouwenhaat en de verwording van seks tot handelswaar. Er is volgens hen geen aandacht voor het plezier van vrouwen, of dat plezier wordt geveinsd om mannen te behagen. Ook daar keert Burke zich tegen. Zij noemt dit ongefundeerd activisme dat slechts steunt op persoonlijke opvattingen over goede en slechte seks en ideeën over ‘hoe authentieke seksualiteit voor vrouwen eruit zou moeten zien’.

    Zelfs de discussie over pornoverslaving, merkt ze scherpzinnig op, weerspiegelt genderongelijkheid. Een vrouw die van porno houdt wordt eerder als ziekelijk weggezet dan een man die van porno houdt: haar voorkeur wordt gezien als een teken van trauma of slachtofferschap in het verleden. Bij mannen, schrijft Burke, wordt overdadige aandacht voor porno vaak toegeschreven aan een sterke geslachtsdrift en worden hun pogingen om ervan af te kicken gezien als een bewijs dat ze hun driften kunnen beheersen.

    ‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel’

    Burke richt zich in het bijzonder op het groeiende aantal mannelijke millennials dat het ‘fappen’ – een klanknabootsing voor masturbatie – wil overwinnen. (Een forum op Reddit met de naam NoFap heeft bijna een miljoen volgers.) Een opvallende onthulling in het boek is hoe zwaar de retoriek over pornoverslaving is in de wit-nationalistische en online subculturen, waar de alomtegenwoordigheid van porno wordt toegeschreven aan liberalen, feministen, socialisten en Joden; voor deze meute zijn dat inwisselbare schurken. En dat terwijl veel liberale feministen en Joodse socialisten ongetwijfeld zelf verontrust zijn dat porno kijken bij jonge mannen de plaats inneemt van daadwerkelijke seks en echte relaties.

    Burke bezit de gave om buitengewoon onverstoorbaar te blijven over zelfs de meest heikele onderwerpen, inclusief de vraag of kinderen – die naar verluidt voor het eerst worden blootgesteld aan online porno op de leeftijd van tien tot vijftien jaar – worden beschadigd door pornografie. Het is een zorg die de beide kampen het dichtst bij elkaar brengt. ‘Alle opvoeders, therapeuten, religieuze leiders en activisten die ik interviewde, ongeacht hun standpunt over porno zijn het erover eens dat het slechte seksuele voorlichting oplevert’, schrijft ze, vooral het gratis gestreamde spul waartoe kinderen het gemakkelijkst toegang hebben. Iedereen benadrukt de noodzaak van betere communicatie tussen ouders en kinderen over porno. Dat geldt ook voor Andre Shakti, sekswerker en seksuele opvoeder, die overigens wel benadrukt dat porno entertainment is en geen handleiding: ‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel.’

    Tegenstanders van pornografie die verontrust zijn over de normalisering van handelingen als klaarkomen in het gezicht, waardoor tienermeisjes zich onder druk gezet kunnen voelen om eraan mee te moeten doen, vinden dat de gevaren van porno al vroeg moeten worden ingeprent (‘Zie je een “erge” foto, blijf dan niet kijken, maar keer je ervan af en praat erover!’). Sommigen zijn er voorstander van om ’s nachts alle elektronische apparaten uit slaapkamers van kinderen te verwijderen – het digitale equivalent van het victoriaans aanprijzen van gadgets tegen masturbatie.

    De ‘sekspositieve’ benadering, voortkomend uit bezorgdheid over dates en seksueel geweld, moedigt ‘pornogeletterdheid’ aan in plaats van vermijding, en steunt ouders in gesprekken met tieners over het verschil tussen echte seks en porno. De progressieven en sociale wetenschappers met wie Burke praat zijn doorgaans realisten. Seksueel expliciete media zijn er in overvloed in onze samenleving, vinden ze, en porno is niet de enige bron van vrouwenhaat en slechte seks; de prioriteit moet liggen bij het onderwijzen van instemming en context. Conservatieven (van zowel religieuze als seculiere snit) benadrukken de schadelijkheid: ‘Pornografie dringt je hersenen binnen en richt daar schade aan’, aldus een christelijk prentenboek voor kinderen vanaf zes jaar.

    Fantasie

    De ‘pornopositieve’ geïnterviewden, van wie de meesten vrouw en seculier zijn, leggen over het algemeen de nadruk minder op pornoconsumptie dan op de productiekant van de industrie. Burke sprak met sekswerkers en activisten die zich verzetten tegen de recente vermenging van de antipornobeweging met de beweging tegen mensenhandel, waardoor alle sekswerk met mensenhandel wordt gelijkgesteld. Dat sluit instemming uit – een vorm van paternalisme waar ook Burke tegen is. Ondertussen maken activisten bezwaar tegen het besluit van creditcardmaatschappijen om hun banden met Pornhub te verbreken. Hun argument is dat de winst van Pornhub, afkomstig van advertenties, niet noemenswaard zal verminderen, evenmin als het aantal video’s waarbij geen sprake is van instemming. Maar die stap heeft wel directe gevolgen voor legale, bewuste pornomakers van wie velen zich juist tot het internet hebben gewend op zoek naar meer veiligheid en controle over hun werk.

    Burke sprak met een feministische pornograaf voor wie controle over de camera een manier is om haar eigen seksualiteit te herwinnen. Ook sprak ze met een groep die de branche wil hervormen en die een ‘Makershandvest’ heeft gepubliceerd, waarin instemming prioriteit heeft. Het probleem, zo erkennen ze, is dat de ‘feministische’ en ‘ethische’ porno die door progressieve pornografen wordt geproduceerd, uiteindelijk als de zoveelste niche op pornosites belandt, en het daar moet opnemen tegen ‘anaal’ en ‘Aziatisch’. Niemand mag overigens concluderen dat hervormers daadwerkelijk de porno-industrie hervormen: Burke heeft een aantal huiveringwekkende en ongetwijfeld veelvoorkomende verhalen over seksuele en financiële uitbuiting van jonge vrouwen die proberen door te breken in de business. Ze lenen zich bij uitstek voor manipulatie door iedereen die zichzelf ‘manager’ noemt en zich daarbij onder andere tot taak stelt zelf de mannelijke hoofdrol te spelen in de eerste film van zijn cliënt.

    Een ander probleem voor wie zich ‘ethisch’ door het doolhof van online porno probeert te bewegen, is dat onze seksuele verlangens niet altijd stroken met onze waarden of opvattingen. Een queer feministische socioloog betreurt het dat ze minder opgewonden raakt van vertrouwde feministische porno dan van de ranzige mainstream porno, terwijl ze zich heel bewust is van seksisme, racisme en slechte werkomstandigheden. Een christelijke vrouw die vertelt verslaafd te zijn aan masturbatie, moest zelfs stoppen met het kijken naar libido-schadende series als The Handmaid’s Tale, omdat ze vreesde opnieuw de fout in te gaan. Dat is het probleem met fantasie: alles kan porno zijn. En porno die jou opwindt komt niet noodzakelijk overeen met de seksuele identiteit die je omarmt. Denk maar aan de schrijnend hilarische scène in The Kids Are All Right waarin twee lesbische moeders naar porno met homomannen kijken om hun seksleven op te peppen. In 2017 zei Pornhub dat 37 procent van de personen die naar porno met mannelijke homo’s kijken, vrouw was.

    Porn-on-demand belooft overvloed, onbegrensdheid en misschien zelfs wel enige transcendentie

    Net zoals ik zelf soms verwonderd ben over mijn keuzes voor bepaalde onderwerpen, vraag ik me altijd af welke persoonlijke drijfveer achter ogenschijnlijk wetenschappelijke boekprojecten schuilt. Burke laat ons niet in het ongewisse over die van haar. Als wedergeboren christen ontdekte ze in haar tienertijd dat ze graag naar de verstopte Playboys van haar vader keek, wetende dat ze ‘de zonde van de lust’ beging. Bovendien werd ze belaagd door homoseksuele fantasieën, ofwel ‘homoseksuele perversie’ in de taal van haar gezindte. Nu ze volwassen is, wijdt ze haar academische carrière aan het navigeren tussen diezelfde uitersten. ‘Sociologie werd het instrument dat ik gebruikte om niet alleen mijn seksualiteit en geloof te begrijpen, maar ook de hardnekkige wijze waarop seks en religie meer in het algemeen botsen in de Amerikaanse cultuur en politiek.’

    Hoewel ik blij ben voor Burke dat ze dit dilemma zo productief weet aan te pakken, vraag ik me ook af of die tienerverboden niet tot bepaalde conceptuele lacunes hebben geleid toen ze haar onderzoek in kaart bracht. Door haar focus op de tegenstellingen zoek je in haar boek tevergeefs naar iemand – man of vrouw – die gewoon van porno houdt zonder er een therapeutische missie of een zaak van te maken. Ook leer je van Burke niet veel over de werkelijke inhoud van porno, hoewel ze na bestudering concludeert dat porno uit de eenentwintigste eeuw gewelddadiger is dan die van vroeger, en dat de slachtoffers van dat geweld onevenredig vaak uit gemarginaliseerde groepen afkomstig zijn. (De populaire cultuur in het algemeen is natuurlijk ook gewelddadiger geworden, maar dat wordt niet vermeld.) Details die wel naar boven komen suggereren enkele interessante thema’s die onaangeroerd blijven. In 2014 behoorde incestporno tot de top van de zoekopdrachten op Pornhub, merkt ze terloops op. Je zou kunnen zeggen – buiten het feit dat sexy stiefmoeders een eeuwige fantasie zijn – dat porno er altijd al op was gericht taboes te doorbreken en onfatsoenlijk te zijn. Wellicht is dat iets wat wij regelzieke mensen leuk vinden.

    Alsof te veel naar porno kijken nog steeds verboten zou zijn, wil Burke niet al te veel nadenken over de waaromvraag, afgezien van de mogelijkheden tot fappen die al die toegewijde kijkers geboden wordt. Je zult haar niet betrappen op de vraag of er misschien meer complexiteit en emotionele verlokkingen ten grondslag liggen aan deze ervaring, of misschien zelfs wel enkele diepere menselijke verlangens.

    Die verlokkingen brengen me bij dat andere onderwerp waarvan ik verwachtte dat Burke het zou aansnijden, gezien de grondige religiositeit die haar werk doordringt: het terrein dat porno en religie delen. Zeker, religie biedt doelen en troost die vreemd zijn aan porno. Toch richten beide zich op een gemeenschappelijk verlangen om buiten onszelf te treden, om los te komen van deze wereld, al is het maar tijdelijk. Porno hoeft niet alleen letterlijk genomen te worden: vrouwen kunnen fantaseren over man zijn en andersom en ze kunnen fantaseren over op andere potentieel bevrijdende en gevaarlijke manieren in opstand komen. Porn-on-demand belooft overvloed (wat je maar wilt, wanneer je het maar wilt), onbegrensdheid (een wereld zonder remmingen), en misschien zelfs wel enige transcendentie of anders op z’n minst een nooduitgang.

    In een essay genaamd Tongues Untied: Memoirs of a Pentecostal Boyhood [Losgemaakte tongen: jongensjaren bij de Pinkstergemeente] schrijft de literator en queer theoreticus en inmiddels atheïst Michael Warner van Yale dat ‘religie dingen bewerkstelligt waarbij de seculiere cultuur hooguit alleen maar in de buurt kan komen’. Zonder religie te willen reduceren tot seks, vindt hij net als anderen overlappingen bij onder meer Georges Bataille en Harold Bloom. Religie biedt verrukking; ze ‘stelt een taal van extase beschikbaar’, geeft ons de ‘stroboscopische afwisseling van genot en verwoesting’. Net als seks in zijn meest intense vorm.

    Hoewel het christendom in het verhaal van Warner altijd behoorlijk queer is (‘Jezus was mijn eerste vriendje’), klinken de worstelingen van zijn tienerjaren als die van Burke. De ‘twee soorten extase’ die in de aanbieding waren, vormden ook voor hem een kwellend dilemma; het was ondraaglijk om elke nacht te moeten kiezen tussen orgasme en religie; ‘Ik was er zeker van dat God niet wilde dat ik klaarkwam.’ Tegelijkertijd bood de viering van extase middels religie een manier om ‘overtredingen tegen de normale orde van de wereld’ te zien als iets goeds.

    Utopie

    Burke kiest een minder zondige weg om zich met haar eigen innerlijke tegenstrijdigheden te verzoenen. Het anti- en pro-pornokamp zetten zich eigenlijk voor hetzelfde in, concludeert ze: ‘Mensenrechten, seksuele instemming en een bevredigend leven.’ Iedereen streeft naar ‘echte en authentieke seksualiteit’ en wil zich losmaken van de ‘nepseks die ons omringt’. Ze biedt een geruststellend perspectief, en ongetwijfeld is de authenticiteit van tedere, zorgzame seks met een ander zeer aan te bevelen. Maar voor velen is dit buiten bereik, en klinkt het ook een beetje saai.

    Het immense pornopubliek suggereert dat velen van ons ook nog graag even wat uitstel van authenticiteit willen. Porno biedt een wereld waarin je niet hoeft stil te staan bij de persoonlijkheid en verwachting van anderen, een wereld waarin (nog fantastischer) mannen en vrouwen in bed dezelfde dingen willen, een wereld ook waarin net als in het freudiaanse onbewuste geen ‘nee’ of seksuele remmingen bestaan. Het is een utopie in de ware zin van het woord: een wereld die niet bestaat.

    We zullen nooit in een wereld leven waarin de grote porno-oorlog zal zijn beslecht, noch in een wereld waarin de seksuele moraal zegeviert, of in een zonder seksuele verboden. De strijdenden zelf zijn zich hier goed van bewust, ontdekte Burke tijdens haar interviews. Niemand denkt het gevecht te zullen winnen. Waar beide kampen het wel over eens zijn, is dat iedereen beter af zou zijn zonder pornosites die je gratis kunt streamen. Nu de gebruikers nog overtuigen.

  • Betty Dodson, evangelist van het vrouwelijk orgasme

    Betty Dodson, evangelist van het vrouwelijk orgasme

    Zelfs feministen ging de leer van Betty Dodson (90) in de jaren zeventig te ver. Essentieel voor haar boodschap is een volledige afwijzing van romantische liefde. Het gaat om plezier, en om een actieve deelname daaraan. Een interview met een subversieve ‘seksgoeroe’.

    Wat is er voor nodig om Gwyneth Paltrow te doen blozen? Niet veel meer, zo blijkt, dan expliciete instructies om haar bekkenbodem te versterken. Haar leraar, Betty Dodson, de kunstenaar die seksueel voorlichter werd en evangelist voor vrouwelijke zelfstimulatie, predikte de voordelen van de Kegel-achtige oefening die volgens haar helpt bij het verkrijgen van een ​​orgasme. ‘Omhoog, knijpen, loslaten,’ zegt ze, waarmee ze Paltrow, verkoper van een kaars van $ 75 met de naam This Smells Like My Vagina, van haar kaaklijn tot haar voorhoofd roze doet kleuren.

    Die scène, uit The Goop Lab op Netflix, een inkijk in de millennial-vriendelijke levensstijl van Paltrow, was een mijlpaal voor Dodson. Nooit eerder sinds ze een halve eeuw geleden vrouwen begon te onderwijzen hoe ze tot een hoogtepunt kunnen komen, was ze zo zichtbaar en ook zo relevant. ‘Er zijn inmiddels jongere goeroe’s,’ zegt Annie Sprinkle, de pornoster uit de jaren zeventig die seksuele voorlichter werd en al jarenlang lesheeft van Dodson, ‘maar tegen Betty kunnen ze nog altijd niet op.’

    Vuurwerk

    Dodson, die al ‘disruptor’ was voordat die term in trek raakte, verkondigt al sinds de jaren zeventig consequent haar seksuele idealen en moedigt deelnemers aan haar Bodysex-workshops aan om plaats te nemen op haar vloerbedekking en elkaars vulva’s te bestuderen, waarna ze een lesje effectief masturberen krijgen.

    Zelfs voordat de stad New York met ‘U bent zelf uw veiligste sekspartner’ begon te adverteren, stond Dodson, nu negentig, weer volop in de aandacht. Haar boodschap verspreidt ze via de handleiding die ze in 2017 samen met Carlin Ross schreef, Bodysex Basics, en via een heruitgegeven versie van haar memoires uit 2010, Sex by Design: The Betty Dodson Story; in de populaire workshops die ze elke maand houdt in haar appartement in Midtown Manhattan (momenteel vervangen door online groepschats); in de erotische kunst waar het allemaal mee begon (haar beelden van copulerende partners worden binnenkort tentoongesteld in het Museum of Sex (als en wanneer het heropent), waar ze een van de adviseur is); en op dodsonandross.com, de website die ze samen met Ross, haar 46-jarige zakenpartner en troonopvolger onderhoudt.

    Op The Goop Lab ligt Ross op haar buik in een verduisterde kamer. Dodson staat over haar heen gebukt, helpt haar haar geslachtsdelen in te smeren met olie, demonstreert haar een massagetechniek en mompelt zachtjes terwijl ze Ross naar een climax begeleidt.

    Niet dat daarvan iets is te zien. Afgezien van wat versnelde ademhaling en zacht beven, leek haar ervaring geenszins op het auditieve en visuele vuurwerk dat lange tijd een steunpilaar vormde van heteroseksuele pornografie.

    ‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien’

    Als het tam overkwam, zegt Ross, ‘is dat is omdat het geen demonstratief orgasme was’.

    We spraken haar, voordat het coronavirus New Yorkers isoleerde, in de slaapkamer en tevens kantoor waar zij en Dodson hun projecten schrijven en plannen.

    Een vergulde, gevleugelde penis, een van de curieuze onderscheidingen die Dodson kreeg, neemt een ereplaats in op de hoge plank van een boekenkast die verder bezaaid is met zelf uitgebrachte videocassettes zoals Viva la Vulva en werken als Sex for One: The Joy of Self-Loving, haar baanbrekende handleiding uit 1987 over vrouwelijke masturbatie.

    Dodson draagt een slordige badjas, met op de borstzak de letters BAD, ‘mijn initialen, Betty Anne Dodson,’ zegt ze met een grijns. Dan gaat ze verder.

    image 1
    Carlin Ross (rechts), Betty Dodson (midden) en Elise Loehnen tijdens een opname in New York, januari 2020. – © JP Yim / Getty Images

    Natuurlijk kan een orgasme soms luidruchtig zijn. ‘Maar gewoonlijk komen de geluiden veel meer uit de keel, zijn ze dieper, dierlijker,’ zegt ze. ‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien.’

    Waarom voelen zoveel vrouwen zich dan verplicht om een ​​show op te voeren met een soundtrack van gekreun en oorverdovend geschreeuw? ‘De jongens willen geen echte orgasmes zien, ze willen het porno-orgasme,’ zegt Dodson droogjes. ‘Het is een ego-ding. Ze willen zien wat voor effect ze hebben op een vrouw.’

    ‘Een echt orgasme,’ voegt ze eraan toe, waarbij ze zich naar me toe bukt om haar woorden nadruk te geven, ‘houdt een vrouw voor zichzelf, waar het ook vandaan komt.’

    Actieve deelnemer

    Het staat centraal in haar onderwijs. Ze beveelt vrouwen ‘You’ve got to run’-geslachtsgemeenschap aan: neem de leiding, dat wil zeggen, word een actieve deelnemer aan je eigen plezier. Als je met een partner bent, ‘laat die dan doen wat je wilt,’ blaft ze zowat. ‘Gebruik het standje dat jij wilt.’

    Handmatig of op batterijen, masturbatie is volgens haar de hoeksteen van seksuele bevrediging, een katalysator voor plezier en, meer dan dat, de betrouwbare basis van sociale en emotionele onafhankelijkheid.

    ‘Mijn instinct zei me’, schrijft ze in haar memoires, ‘dat seksuele mobiliteit hetzelfde is als sociale mobiliteit. Iets wat mannen hadden en vrouwen niet.’

    Haar overheersende houding, subversief en zelfs opruiend in de vroege jaren zeventig, sprak niet alle feministen aan. Sommigen vonden haar aanpak te mechanisch en afstandelijk. Ze waren bovendien veel te druk met het benadrukken van de misstanden en vernederingen die mannen veroorzaakten. ‘Ze waren altijd aan het klagen,’ herinnerde ze zich getrouw.

    Ze reageerde onverschrokken met een soort seksuele bewustwording; essentieel voor haar boodschap was een volledige afwijzing van romantische liefde. ‘Romantiek is zo serieus,’ zegt ze. ‘Ik neem afstand van dat paradigma, waarin ik van jou moet houden en jij van mij.’

    Ross stemt ermee in: ‘Seks kan speels zijn, gewoon zo van: “Laten we wat plezier hebben”.’

    Dodsons openbaring kwam in de nasleep van een woelig en op seksueel vlak lauw huwelijk in de vroege jaren zestig met reclameman Frederick Stern. Het echtpaar had geen kinderen, en Dodson, die opgroeide met drie broers en zussen, was ook niet van plan om ze in de toekomst te krijgen. ‘Ik heb gezien wat mijn moeder heeft moeten doorstaan,’ zegt ze. ‘Het is de meest ondankbare taak ter wereld.’

    ‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi’

    Ze was vrij om te experimenteren en verkende groepsseks met vrouwen en mannen met als doel, zei ze in 1970 in een interview met The New York Times, om jaloezie en bezitterige gevoelens los te laten, om ‘te begrijpen dat ik van meer dan één persoon zou kunnen houden’.

    Op een gegeven moment was de betovering eraf. ‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi,’ zei ze destijds. ‘Het is nogal gedwongen – en een beetje hectisch. Het is raar.’

    Van een kleine schikking na haar scheiding financierde ze de eerste van de seksworkshops voor vrouwen die haar broodwinning en roeping zouden worden. Ze spoorde de vaak schichtige deelnemers aan om zich uit te kleden, hun lichaam te ontdekken en zich te onderwerpen aan onder meer clitorale massage en het gebruik van de Magic Wand, de ietwat logge maar zeer efficiënte vibrator die ze promoot en verkoopt via haar website.

    Met haar achterovergekamde witte haren en alwetende houding doet Dodson denken aan Dr. Ruth Westheimer, de gezellige, vermakelijke seksgoeroe uit de jaren tachtig. Dodson ziet het niet zo. ‘Dr. Ruth is als je grootmoeder met een grappig accent,’ placht ze te zeggen. ‘Je luistert nooit naar wat ze zegt.’

    Maar de vergelijking klopt – tot op zekere hoogte, zegt Sprinkle: ‘Dr. Ruth is veilig, terwijl Betty verkennender is, een progressieve ontdekkingsreiziger op het gebied van seksualiteit. Ze heeft het soort ervaringen dat zelfs haar jongere volgers nooit zullen hebben.’

    Dodson, van huis uit kunstenaar, heeft een personage ontwikkeld dat tegelijkertijd nors, sarcastisch en geniaal is, en ze is een ster in wrange grapjes. Sinds ze vorige maand na een routinecontrole een goede-gezondheidsverklaring van haar arts heeft gekregen, is ze voor het eerst sinds jaren weer gaan met roken.

    ‘Waarom niet?’ roept ze uit. ‘Ik heb het eeuwige leven.’ Maar als Ross zegt dat ze er wanneer ze maar wil een op kan steken, staart ze nors voor zich uit. ‘Ik bepaal zelf wel wanneer ik rook.’

    Een vorm van zelfzorg

    Hoe baanbrekend ze destijds ook waren, haar lessen zullen jonge vrouwen, die opgroeiden met popidolen als Miley Cyrus, Nicki Minaj en anderen die zichzelf in video’s en op het concertpodium strelen, nauwelijks schokken.

    Ook in hun teksten is zelfstimulatie haast net zo routineus als een uitstapje naar het winkelcentrum. ‘Oh what an ordinary day,’ zegt Annie Clark, professioneel bekend als St. Vincent, op ‘Birth in Reverse’, haar single uit 2014. ‘Take out the garbage, masturbate. . . ’ (‘Wat een doodgewone dag. De vuilnis buiten zetten, masturberen’.

    De jongere generatie heeft bovendien direct toegang tot online gidsen zoals ‘Hoe masturbeer ik in vrouwelijke stijl: 8 stappen naar een orgasme’. De instructies zijn, zoals de auteur schrijft, handig ‘omdat iedereen het vermogen zou moeten hebben om zichzelf te bevredigen.

    Een soortgelijke bewering doet Flo Perry, een 27-jarige Britse schrijver en illustrator, die How to Have Feminist Sex: A Fairly Graphic Guide schrijft dat masturbatie een ‘vorm van zelfzorg’ is.

    Toch lijken sommige jongere vrouwen de voorkeur te geven aan de hands-on-benadering van Dodson. Haar online lessen zitten vol met vrouwen tussen de 24 en 40, vertelt Ross. Sommigen daarvan worden misschien aangetrokken door de bozige toon uit Dodsons boeken en haar onverbloemde manier van spreken.

    Ze noemt als voorbeeld een verhaal in haar memoires waarin een oudere vriend handtastelijke avances maakt naar haar beste vriendin. Ze grist een mes van een snijplank en sist: ‘Je kunt hier maar beter weggaan voordat ik dit mes in je maag douw.’

    ‘Mannen zijn zo tweedimensionaal. Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest’

    Maar op andere momenten is Dodson juist weer verbijsterend meegaand. Zo beschrijft ze ook een ontmoeting in de achtertuin met een halfgeklede vreemdeling, die haar van achter besloop. Ze voelde dat hij op het punt stond toe te slaan, draaide zich om, maakte zijn riem los, duwde hem in een stoel en beklom hem.

    Het is, helemaal in het #MeToo-tijdperk, enigszins bevreemdend om te lezen. De schijnbaar dienende houding van Dodson komt haast over als ketterij. Maar ze staat er nog altijd achter. ‘Tenzij je een getrainde vechter bent,’ zegt ze, kun je een een man ​​tijdens een aanval zelden verslaan. Mannen zijn groter en sterker. Wat je motivatie ook is – vechten werkt niet.’

    Ze stelt zich vaak afwijzend op ten opzichte van het andere geslacht. ‘Mannen zijn zo tweedimensionaal,’ zegt ze. ‘Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest.’

    25-jarige minnaar

    Ross brengt Dodson in herinnering dat ze halverwege de zeventig een 25-jarige minnaar had met wie ze tien jaar samenwoonde. Als Dodson eraan terugdenkt begint ze te schitteren.

    ‘Hij was zo mooi,’ zegt ze tussen twee weemoedige trekjes van een Marlboro Light door. ‘Hij had het perfecte lichaam, brede schouders, grote geslachtsdelen en strakke botten. En oh, hij rook zo lekker – die jeugd, en veel zeep en water.’

    ‘Partnerseks, dat is nu voorbij,’ gaat ze verder. ‘Al zou ik een knappe kerel niet afwijzen als hij nu binnenkwam.’

    Zonder partner zijn is geen reden om het veld te verlaten, voegt ze er op zakelijke toon aan toe, en ze vertrouwt me toe dat ze nog steeds af en toe marihuana rookt (‘Zonder zou ik hier niet meer zijn’), wat wel eens als opmaat kan dienen voor een incidentele partij soloseks.

    Het heeft geen zin om achterover te leunen en te hopen dat de lust je bevangt. ‘Het verlangen komt pas als je opgewonden bent,’ zegt ze. ‘Wacht niet tot de geest je aanspoort, want dat gaat niet gebeuren.’