Tag: porselein

  • Porselein, het best bewaarde geheim van China

    Porselein, het best bewaarde geheim van China

    Sinds de handel in de zestiende eeuw met China begon, heeft porselein Europese vorsten gefascineerd. Die fascinatie groeide uit tot een obsessieve zoektocht naar het geheime recept van het Chinese aardewerk.

    Er was een tijd dat de formule voor het maken van porselein een Chinees staatsgeheim was dat de monarchieën op het Europese continent probeerden te ontdekken, schrijft Olga Martínez in een artikel over de handel in porselein voor de de Spaanse krant La Vanguardia.

    Aanvankelijk kende alleen China het recept om porselein te fabriceren. Die kennis moet al vóór de zevende eeuw bekend zijn geweest, want de eerste stukken die bewaard zijn gebleven, stammen uit die periode. Vanaf het begin werden objecten van porselein die niet bedoeld waren voor het hof of voor de binnenlandse markt verhandeld met aangrenzende gebieden in Oost- en Zuidoost-Azië. Een klein deel van de productie kwam met transporten via de oude zijderoute terecht bij de hoven van Turkije, Perzië en India.

    Porseleinroute

    Het is bekend dat het Westen sinds de Romeinse keizer Augustus (63 v.Chr-14 n.Chr.) toegang had tot Chinees keramiek via de zijderoute. Vanaf de dertiende eeuw werd die handelsroute de ‘porseleinroute’. Maar het zou nog tot de zestiende eeuw duren voordat de eerste directe handel tussen het Westen en China plaatsvond. Dat gebeurde door de handel met Portugal.

    De Portugezen arriveerden in 1513 in de kustplaats Kanton, het huidige Guangzhou, en richtten vervolgens een rederij op voor de handel met het Oosten. Het werd de eerste Oost-Indische Compagnie, waarvan het hoofdkantoor was gevestigd op het eiland Macau. Circa een eeuw later, op 20 maart 1602, werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, en daarna volgden Spaanse, Engelse en Amerikaanse tegenhangers, die allemaal waren gevestigd in Kanton.

    Vanaf het moment dat het bestaan ervan bekend werd, raakte de wereld verblind door Chinees porselein. Er was niets wat erop leek. Het was een ondoordringbaar materiaal, zowel licht als hard, bestand tegen kalk en zuren en geschikt om voedsel in te bewaren. Het kon gebruikt worden voor elk type servies, aan tafel en in de keuken, voor toiletartikelen, voor poeders, zalfjes en vloeistoffen en het werd dan ook een populair materiaal in de farmacie en de geneeskunde. Door de import via de Oost-Indische Compagnieën verspreidde porselein zich over heel Europa.

    Marco Polo beweerde dat porselein werd verkregen uit klei die dertig jaar aan wind, regen en zon moest worden blootgesteld

    Eeuwenlang reisden westerlingen naar China in de hoop het geheim van porselein te ontrafelen. Tevergeefs. Elke nieuwe reiziger kwam weer met een andere formule terug dan de vorige en de verhalen over het maken van porselein namen soms bizarre vormen aan. Zo beweerde Marco Polo, die van eind dertiende tot begin veertiende eeuw leefde, dat porselein werd verkregen uit klei die in enorme terpen werd opgehoopt en vervolgens dertig jaar aan wind, regen en zon moest worden blootgesteld.

    Voor veel monarchieën in Europa werd het bemachtigen van de kostbare formule voor het vervaardigen van porselein een prioriteit. Niet zo verwonderlijk, want de commerciële mogelijkheden van porselein waren eindeloos en het vereiste enorme bedragen om het spul in te voeren.

    De Chinese vorsten waren niet dom en wisten wat ze in handen hadden. Kangxi, keizer van de Qing-dynastie tussen 1661 en 1722, begreep de voordelen die hij kon behalen door de productie van porselein op te voeren. De ontwikkeling van de porseleinsector werd dan ook een van de prioriteiten van zijn regering. Hij liet eerst de porseleinstad Jingdezhen herbouwen en stelde beheerders aan. Deze beambten, waarvan het merendeel bestond uit eunuchen, waren verantwoordelijk voor het bepalen van de productiestrategie en de distributie van goederen.

    Industrie

    Tot dan toe waren de mooiste stukken voorbehouden aan de vorst, maar nu werd de productie gereorganiseerd. Sommige ovens werden gebruikt om aan de behoeften van het hof te voldoen, met wat ‘keizerlijk porselein’ wordt genoemd, terwijl andere ovens het mogelijk maakten om porselein te produceren voor binnenlands gebruik en voor de export. Het werd een ware industrie.

    Alleen al in de stad Jingdezhen woonden en werkten meer dan 1 miljoen mensen die zich allemaal, direct of indirect, wijdden aan de productie van porselein. Rond de 3500 ovens stonden vierentwintig uur per dag aan en elk gezin had een specifieke taak wat betreft de productie.

    De volledige formule was slechts bij een klein aantal mensen bekend

    Het werk werd onderverdeeld in specialismen. Er waren arbeiders die verantwoordelijk waren voor de pasta, anderen voor de kleuren, het bakken, de decoratie, het controleren van de zegels, de verpakking of het transport. Door deze specialisatie was het mogelijk om het geheim van de porseleinproductie te bewaren; de volledige formule was slechts bij een klein aantal mensen bekend.

    Als de porseleinen objecten klaar waren, werd een deel via de Yangzi Jiang vervoerd naar het keizerlijk paleis, of naar het noorden van China, terwijl een ander deel naar Kanton in het zuiden werd vervoerd, vanwaar de galjoenen van de Oost-Indische Compagnieën vertrokken.

    De porseleinrage werd zo groot onder Europese aristocraten dat ze het materiaal niet alleen kochten om te gebruiken, maar ook begonnen met het aanleggen van porseleinverzamelingen van bijzondere objecten.

    In Spanje bestelde Karel V een blauw-wit Chinees porseleinen servies, en zijn zoon Filips II legde een verzameling aan van zo’n drieduizend stuks. Maar de meest obsessieve verzamelaar van zijn tijd was zonder twijfel Augustus II de Sterke, keurvorst van Saksen (1670-1733). Zijn verzameling groeide uit tot veertigduizend à vijftigduizend stuks porselein.

    Met zoveel gretigheid en interesse en met het oog op de buitensporige kosten voor de invoer van porselein, werd het voor veel Europese monarchen een obsessie om hun hoven zelf van porselein te kunnen voorzien.

    Europese productie

    Sommigen vorsten begonnen met fabrieken die waren gewijd aan onderzoek naar porselein en de vervaardiging ervan. In Spanje werd dat de Koninklijke Porseleinfabriek van het Buen Retiro-paleis in Madrid. In Italië werd in Napels de Capodimonte-fabriek gevestigd en Oostenrijk begon met productie in Palais Augarten in Wenen. Ondanks deze pogingen waren de geproduceerde stukken over het algemeen van beduidend mindere kwaliteit dan hun Chinese equivalenten, en de productiekosten ervan bleven hoger dan die van uit China geïmporteerd porselein.

    De formule om porselein te maken was niet langer een staatsgeheim

    Uiteindelijk was het de Duitse alchemist Johann Friedrich Böttger (1682-1719) die er na een reeks van beproevingen en met een forse dosis geluk als eerste in Europa in slaagde met een harde pasta porselein te maken dat de Chinese kwaliteit kon evenaren: het zogenoemde Meissen-porselein.

    Böttger was daartoe twaalf jaar lang gevangengehouden door Augustus de Sterke in verschillende kastelen in Saksen. In 1712 vond Böttger eindelijk het recept en Augustus vestigde rond die tijd de eerste porseleinwerkplaats in fort Albrechtsburg in Meissen.

    Daarmee legde hij de basis voor de Saksische porseleinindustrie en was China zijn alleenheerschappij op het gebied van porselein kwijt. De formule om porselein te maken was niet langer een staatsgeheim en raakte gaandeweg verspreid over alle andere Europese hoven.