In de tentoonstelling Rendez-vous met Frans Hals wordt werk van de oude meester getoond naast dat van nog levende kunstenaars als fotografe Nina Katchadourian, multimediakunstenaar Shezad Dawood en schilder en beeldhouwer Anton Henning.
Frans Hals, die in de Gouden Eeuw rijke kooplieden en guitige boeven portretteerde, was tijdens zijn leven populair en succesvol, maar raakte al voor zijn dood uit de mode. Zijn losse, vrijmoedige penseelvoering was te weinig fijnzinnig naar de smaak van de achttiende eeuw. Maar in de negentiende eeuw werd hij herontdekt door de impressionisten, die hem weer op het schild hesen als een moderne meester.
Nu evenaart Hals in het pantheon van de kunstgeschiedenis zijn landgenoten Rembrandt en Vermeer, maar Ann Demeester, directeur van het Frans Hals Museum in Haarlem, ziet hem liever als een ‘transhistorische’ figuur, wiens invloed een tijdsprong maakt naar de hedendaagse kunst. Daarom heeft ze de ongebruikelijke stap genomen om hoogtepunten uit de Hals-collectie van het museum en andere werken uit de Gouden Eeuw naast het werk te hangen van nog levende kunstenaars, zoals fotografe Nina Katchadourian, multimediakunstenaar Shezad Dawood en schilder en beeldhouwer Anton Henning, voor een tentoonstelling getiteld Rendez-vous met Frans Hals. Ze hoopt daarmee aan te tonen dat huidige kunstenaars zich nog altijd laten inspireren door de 350 jaar oude nalatenschap van Hals.
‘Geschiedenis leeft’
‘Transhistorisch’ is tegenwoordig een soort modewoord in kringen van curatoren, nu musea naar nieuwe manieren zoeken om publieke belangstelling voor oudere kunst te wekken. Het vermengen van oud en nieuw heeft ook belangstelling gewekt bij verzamelaars op kunstbeurzen als Frieze New York, en ook veilinghuizen doen volop mee: vorig jaar verkocht Christie’s tijdens een veiling van moderne kunst Leonardo da Vinci’s Salvator Mundi voor 450 miljoen dollar.
Het Frans Hals Museum heeft transhistorische ideeën onderdeel van zijn beleid gemaakt. De huidige tentoonstelling duurt tot en met september, waarna het museum andere stukken uit de collectie kriskras door elkaar zal hangen, zoals bij de voor februari 2019 geplande tentoonstelling Frans Hals en de Modernen, die werken van Hals naast impressionistische en postimpressionistische schilderijen zal tonen.
‘De transhistorische trend probeert duidelijk te maken dat geschiedenis leeft,’ zegt Sheena Wagstaff, voorzitter van de afdeling moderne en hedendaagse kunst van het Metropolitan Museum of Art in New York. In een telefonisch interview beschrijft Wagstaff haar programmering in het Met Breuer, het filiaal van het museum op Madison Avenue, als ‘bewust transhistorisch’, een term die ze volgens eigen zeggen zo’n zes jaar geleden is gaan gebruiken. ‘Met een mengeling van geschiedenis en hedendaagse kunst kunnen we enkele raadsels oplossen die de kern vormen van grote kunst,’ zegt ze.
De in 2016 in Breuer gehouden tentoonstelling Unfinished: Thoughts Left Visible toonde onvoltooide schilderijen door de eeuwen heen, van Titiaan tot Lucian Freud, Gerhard Richter en Bruce Nauman. Daarna volgde Like Life: Sculpture, Color and the Body (1300-Now), die nog tot 22 juli te zien is en een niet-chronologische kijk geeft op zevenhonderd jaar sculpturen van het menselijk lichaam.
Deze tentoonstelling, die niet alleen de schone kunsten omvat maar ook wassen beelden en anatomische modellen, begint met een hyperrealistisch beeldhouwwerk van Duane Hanson uit 1984, springt van een vijftiende-eeuws beeldhouwwerk van Donatello naar een werk van El Greco uit de Spaanse renaissance en plaatst een moderne androïde naast een negentiende-eeuwse beeltenis van Jeremy Bentham, gemaakt met de beenderen van de Britse filosoof zelf. ‘De bedoeling van deze tentoonstelling was om de canon open te stellen en uit te breiden met werk dat in een populistischer licht kan worden bezien,’ zegt Wagstaff.
Suzanne Sanders, de Amsterdamse kunsthistorica die in 2015 en 2016 congressen organiseerde over ‘Het transhistorisch museum’, noemt transhistorische tentoonstellingen ‘de belangrijkste stap van de makers om het museum opnieuw uit te vinden en een nieuw paradigma te creëren. Het kan “trans” zijn in alle betekenissen van het woord,’ legt ze uit, ‘van door de geschiedenis heen tot transdisciplinair of excentriek, of door alleen maar dingen te exposeren op een inclusieve manier en zo een evenwicht te vinden tussen het erkennen en aanspreken van verschillende standpunten.’
Maar volgens James Bradburne, directeur van de Pinacoteca di Brera in Milaan, is de trend slechts een nieuwe term voor wat curatoren altijd al hebben gedaan: ‘Mensen proberen terug te brengen naar de tijd dat de kunst hedendaags was. We zijn altijd verplicht om de kunst die we in onze collectie hebben op een hedendaagse manier te presenteren,’ zegt hij, ‘zoals een acteur die een stuk van Shakespeare speelt het aan een hedendaags publiek presenteert, of dat nu in maffiakostuum is of in travestie.’
Een jaar geleden richtte het M-Museum Leuven zijn collectie opnieuw in onder de titel M-collectie: De kracht van beelden, waarbij nieuwe vergelijkingen worden getrokken, zoals tussen een veertiende-eeuwse piëta, een zestiende-eeuws barokschilderij en een conceptuele kunstinstallatie uit 2009. ‘We wilden van die tijdmatige benadering af,’ zegt directeur Eva Wittocx telefonisch. ‘Zelfs mensen die deze werken al heel lang kennen, kunnen er nieuwe betekenissen in vinden of er op een andere manier naar leren kijken.’
Tal van kunstliefhebbers hebben op Instagram gereageerd op het feit dat het museum een zelfportret van Rembrandt naast een color field painting van Mark Rothko heeft gehangen
Het Kunsthistorisches Museum in Wenen, waarvan de permanente collectie varieert van Oud-Egyptische tot achttiende-eeuwse kunst, leende 22 hedendaagse kunstwerken voor de tentoonstelling The Shape of Time, die tot 8 juli duurt. Een van 1636-1638 daterend naakt dat zichzelf ten dele met een bontjas bedekt, van de Vlaamse meester Peter Paul Rubens, wordt gepresenteerd naast een volledig frontaal naakt van rond 1970 van de Oostenrijkse kunstenares Maria Lassnig.
‘Ik beeld me graag in dat we alle ideeën, zorgen, dromen en nachtmerries in alle historische werken die we bezitten wel zo’n beetje hebben achterhaald,’ zegt Jasper Sharp, verantwoordelijk voor het programma voor moderne en hedendaagse kunst van het museum. Maar hij voegt eraan toe dat de curatoren er een paar jaar over hebben gedaan om te bepalen ‘wat voor soorten confrontaties interessant en respectvol zouden zijn’. Édouard Manet koppelen aan Diego Velázquez of een Titiaan in gesprek brengen met een J.M.W. Turner leek te werken, zegt hij, omdat ‘dit zeer goed gedocumenteerde voorbeelden zijn van jongere kunstenaars die bewonderend naar oudere kunstenaars kijken’.
Maar andere keuzes bleken riskanter. Tal van kunstliefhebbers hebben op Instagram gereageerd op het feit dat het museum een zelfportret van Rembrandt naast een color field painting van Mark Rothko heeft gehangen. ‘De helft vond dit volstrekt niet kunnen, of zei dat Rembrandt zich zou omdraaien in zijn graf,’ aldus Sharp. ‘Sommige verbanden kloppen meteen; andere vergen langduriger kijken.’
Ann Demeester van het Frans Hals Museum wijst erop dat de kunstgeschiedenis een kakofonie is wat verbanden en invloeden betreft, ‘door mensen die elkaar spreken in salons en cafés, en dingen door elkaar halen.’ ‘Bij het creëren van meer betekenis en nieuwe verhalen voor een publiek,’ voegt ze eraan toe, ‘is het belangrijk dat een museum meer als een kunstenaar denkt. Een kunstenaar is vrijer of minder geremd dan een kunsthistoricus om verbanden te leggen die tijden, culturen of geografieën overschrijden. Om te verbinden.’
Dat politici liegen, dat waren we wel gewend. Maar de schaamteloze manier waarop Trump en Poetin het doen is nieuw, schrijft de Russische intellectueel Peter Pomerantsev. ‘We leven in een maatschappij waarin het politici en media niet meer uitmaakt of ze de waarheid vertellen of niet.’
Keuze uit het archief
De ongekende verkiezingswinst van de PVV in Nederland past in een patroon dat over de hele wereld zichtbaar is: extreemrechtse en populistische leiders grijpen de macht nadat het politieke midden geen oplossingen kon vinden voor de vele crises. Eerst waren het de VS, Brazilië, Italië, Slowakije en Argentinië, nu is Nederland aan de beurt.
Een reden voor de populariteit van het populisme is volgens Peter Pomerantsev in een artikel in Granta uit 2016 dat we in een tijdperk en maatschappij leven waarin feiten er niet meer toe doen. ‘Je kunt nu alle gekte die je voelt eruit gooien en dan is het prima. En een publiek dat al een decennium zonder feiten leeft, kan zich nu koesteren in een volledig anarchistische bevrijding van de geloofwaardigheid’, aldus Pomerantsev. Woorden die tot nadenken stemmen na een verkiezingscampagne in Nederland die volgens alle deelnemers over ‘de inhoud’ moest gaan, maar waarin vooral feiten, cijfers en woorden van anderen verdraaid werden. Tot zover ‘het eerlijke verhaal’.
Terwijl zijn leger schaamteloos de Krim annexeerde, verscheen Vladimir Poetin op de televisie en vertelde de wereld doodleuk dat er geen Russische soldaten in Oekraïne waren. Dat was natuurlijk een leugen, maar hij zei er vooral mee dat de waarheid niet belangrijk is. Wanneer Donald Trump zomaar beweert dat hij duizenden moslims in New Jersey heeft zien juichen toen de Twin Towers omlaag kwamen, of dat de Mexicaanse regering met opzet ‘slechte’ immigranten naar de VS stuurt, en bedrijven die zich met het controleren van feiten bezighouden 78 procent van zijn uitspraken als onwaar aanmerken, maar hij toch kandidaat voor het presidentschap van Amerika wordt, dan lijkt het erop dat feiten er niet meer veel toe doen in the land of the free.
Het is duidelijk dat we in een ‘post-feiten’ of ‘post-waarheid’-maatschappij zonder waarheid leven. Een maatschappij waarin politici en media niet alleen liegen – dat hebben ze altijd gedaan – maar waarin het ze ook niet uitmaakt of ze de waarheid vertellen of niet.
Technologie
Hoe heeft het zover kunnen komen? Komt het door de technologie? Door economische globalisering? Is het de culminatie van de geschiedenis van het denken? Er schuilt een puberaal genot in om de last van feiten van je af te schudden – die zware symbolen van opleiding en gezag, die ons herinneren aan onze plaats en onze beperkingen – maar waarom doet deze rebellie zich juist nu voor?
Velen geven de schuld aan de technologie. Het informatietijdperk heeft niet gezorgd voor een nieuwe tijd waarin de waarheid wordt gesproken, maar maakt juist mogelijk dat leugens zich razendsnel verspreiden in wat techneuten ‘digitale bosbranden’ noemen. Tegen de tijd dat een factchecker een leugen heeft ontdekt, zijn er alweer duizenden nieuwe gecreëerd, en door de enorme omvang van de ‘cascades van desinformatie’ is de onwaarheid niet meer te stuiten. Het enige wat telt is dat de leugen clickable is en dat wordt bepaald door de mate waarin die leugen inspeelt op bestaande vooroordelen van mensen. Algoritmen die zijn ontwikkeld door bedrijven als Google en Facebook zijn gebaseerd op eerdere zoekopdrachten en clicks, dus met elke nieuwe zoekopdracht en elke volgende klik ziet men de eigen vooroordelen bevestigd. Sociale media, die nu voor de meeste Amerikanen de belangrijkste bron van nieuws vormen, lokken ons in echokamers van gelijkgestemden en geven ons alleen wat we aangenaam vinden – of dat nu waar is of niet.
Misschien heeft de technologie ook subtielere invloeden op onze verhouding met de waarheid. De nieuwe media met hun talloze schermen en streams maken de realiteit zo gefragmenteerd dat deze niet meer te bevatten is, en zo stuwen ze ons, of laten ze ons ontsnappen, naar virtuele realiteiten en fantasieën. Door deze fragmentatie, in combinatie met de desoriëntatie van de globalisering, gaan mensen verlangen naar een veiliger verleden, en zo ontstaat nostalgie. ‘De eenentwintigste eeuw wordt niet gekenmerkt door de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden,’ schreef de overleden Russisch-Amerikaanse filoloog Svetlana Boym, ‘maar door de toename aan nostalgie (…) nostalgische nationalisten en nostalgische kosmopolieten, nostalgische natuurbeschermers en nostalgische metrofielen [liefhebbers van steden] wisselen pixelvuur uit in de blogosfeer.’
Zo verkopen de legers internettrollen van Poetin dromen over de herrijzenis van het Russische Rijk en de Sovjet-Unie; Trump twittert over ‘Make America Great Again’; Brexiteers hunkeren op Facebook naar een verloren Engeland; de virale gruwelvideo’s van IS verheerlijken een mythisch kalifaat. Zoals Boym betoogde: restauratieve nostalgie streeft er ‘met paranoïde vastberadenheid’ naar om het verloren vaderland opnieuw op te bouwen, ziet zichzelf als ‘waarheid en traditie’, heeft een obsessie voor indrukwekkende symbolen en ‘vervangt kritisch denken door emotionele binding’. ‘In extreme gevallen kan deze nostalgie een schijnvaderland creëren, waarvoor mensen bereid zijn te sterven of te doden. Ondoordachte nostalgie kan monsters baren.’
Als alle feiten zeggen dat je geen economische toekomst hebt, waarom zou je dan feiten willen horen?
De vlucht in technofantasieën heeft veel te maken met economische en sociale onzekerheid. Als alle feiten zeggen dat je geen economische toekomst hebt, waarom zou je dan feiten willen horen? Als je in een wereld leeft waarin een kleine gebeurtenis in China leidt tot verlies aan banen in Lyon, waarin je regering kennelijk geen macht heeft over de gebeurtenissen, dan verdwijnt het vertrouwen in oude gezagsinstituties – politici, wetenschappers, de media. En dat leidt tot de bewering van Brexit-leider Michael Gove dat de Britten ‘genoeg hebben van deskundigen’, tot Trumps tirades tegen de ‘lamestream’-media en tot de bloei van sites voor ‘alternatief nieuws’ op internet.
Paradoxaal genoeg blijk uit een onderzoek van Northeastern University dat mensen die de ‘mainstream’-media niet vertrouwen, meer geneigd zijn onjuiste informatie te geloven: ‘Het is verrassend dat consumenten van alternatief nieuws, die juist proberen de “massamanipulatie door mainstreammedia” te vermijden, het meest ontvankelijk zijn voor valse beweringen.’ Gezonde scepsis eindigt in een zoektocht naar onwaarschijnlijke complotten. Poetins door het Kremlin gecontroleerde televisie ziet achter alles een Amerikaanse samenzwering, en volgens sommige elementen in de Brexit-campagne was er sprake van een Duits-Frans-Europees complot tegen Groot-Brittannië.
‘Objectieve verslaggeving bestaat niet,’ beweren Dmitri Kiseljov en Margarita Simonyan, die aan het hoofd staan van Poetins propagandanetwerken, als hen wordt gevraagd om de redactionele uitgangspunten te verklaren waarbinnen aan samenzweringstheorieën evenveel waarde wordt gehecht als aan wetenschappelijk onderzoek. RT, de internationale zender van het Kremlin, beweert dat het ‘een alternatief standpunt’ biedt, maar in de praktijk betekent dit dat de hoofdredacteur van een uiterst rechts blaadje een even geloofwaardige studiogast wordt gevonden als een onderzoeker van de universiteit, en zo wordt een leugen even geschikt bevonden voor uitzending als een feit. Donald Trump speelt eenzelfde spel door ongefundeerde geruchten voor te stellen als redelijke, alternatieve meningen, en door verzinsels, zoals dat Obama moslim is of dat Ted Cruz in het geheim een Canadees paspoort heeft, te brengen onder de dekmantel van ‘veel mensen zeggen dat…’
Dit gelijkstellen van waarheid en vervalsing wordt gevoed door een alomtegenwoordig laat-postmodernistisch relativisme dat de afgelopen dertig jaar van de wetenschappelijke wereld is doorgesijpeld naar de media en vandaar naar de rest van de wereld. Hierin wordt het credo van Nietzsche, ‘Er bestaan geen feiten, alleen interpretaties’, zo opgevat dat elke versie van gebeurtenissen gewoon een ander verhaal is, waarin leugens verontschuldigd kunnen worden als ‘een alternatieve kijk’ of ‘een mening’, omdat ‘alles betrekkelijk is’ en ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft’ (en op internet is dat ook zo).
Volgens Maurizio Ferraris, een van de oprichters van de beweging New Realism en een van de meest overtuigende critici van het postmodernisme, maken we nu de culminatie mee van twee eeuwen denken. De Verlichting streefde er oorspronkelijk naar het onderzoeken van de wereld mogelijk te maken door het recht om de werkelijkheid te definiëren weg te halen bij een goddelijke autoriteit en over te dragen aan de individuele rede. Het ‘Ik denk dus ik ben’ van Descartes plaatste de zetel der kennis in de menselijke geest. Maar als het enige wat je kunt kennen je geest is, dan ‘is de wereld mijn voorstelling’, zoals Schopenhauer stelde.
Aan het eind van de twintigste eeuw gingen de postmodernisten nog verder, door te beweren dat ‘er niets is buiten de tekst’ en dat al onze ideeën over de wereld komen van de machtsstructuren die ons zijn opgelegd. Dit heeft geleid tot een syllogisme dat Ferraris zo formuleert: ‘Alle realiteit blijkt een constructie van macht te zijn, en dat maakt die realiteit zowel verwerpelijk (wanneer we met “Macht” de macht bedoelen die ons overheerst) als kneedbaar (wanneer we met “macht” bedoelen “in onze macht”).’
Het postmodernisme zag zichzelf oorspronkelijk als emanciperend, een manier om mensen te bevrijden van de onderdrukkende vertellingen waaraan ze waren blootgesteld. Maar, zegt Ferraris, ‘de komst van het mediapopulisme toonde een afscheid van de realiteit dat helemaal niet emanciperend was’. Als de realiteit oneindig kneedbaar is, dan kon Berlusconi, die zo veel invloed op Poetin heeft gehad, terecht zeggen ‘Snap je dan niet dat iets – een idee, een politicus of een product – niet bestaat als het niet op televisie is?’ Dan kon de regering-Bush een oorlog die gebaseerd was op onjuiste informatie legitimeren. ‘Als we handelen, scheppen we onze eigen werkelijkheid,’ zei een adviseur van Bush, waarschijnlijk Karl Rove, tegen The New York Times in een citaat dat Ferraris als voorbeeld neemt, ‘en terwijl jullie die werkelijkheid bestuderen – op jullie eigen, grondige wijze – zullen wij weer handelen, en zo weer nieuwe werkelijkheden scheppen.’
‘De Remain-campagne kwam steeds met feiten, feiten, feiten, feiten, feiten. Dat werkt gewoon niet. Je moet emotioneel contact leggen met mensen’
En wat nog erger is: door te zeggen dat alle kennis (onderdrukkende) macht is, nam het postmodernisme de basis weg van waaruit je tegen de macht kon redeneren. Het poneerde dat ‘omdat rede en intellect vormen zijn van overheersing, bevrijding gezocht moet worden via gevoelens en het lichaam, die van nature revolutionair zijn’.
Het verwerpen van op feiten gebaseerde argumenten en kiezen voor emoties wordt een onderwerp op zichzelf. De politieke echo hiervan kunnen we horen in de redenering van Arron Banks, de oprichter van de campagne om de EU te verlaten: ‘De Remain-campagne kwam steeds met feiten, feiten, feiten, feiten, feiten. Dat werkt gewoon niet. Je moet emotioneel contact leggen met mensen. Dat is het succes van Trump.’ Ferraris ziet de wortel van het probleem in het antwoord van filosofen in de achttiende eeuw op de opkomst van de wetenschap. Naarmate de wetenschap het interpreteren van de werkelijkheid overnam, werd de filosofie antirealistischer, om zo een ruimte te houden waarin ze nog een rol kon spelen.
Koude Oorlog
In mijn pogingen de wereld te begrijpen waarin ik ben opgegroeid en waarin ik leef – een wereld die in mijn geval werd bepaald door Rusland, de EU, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten – hoef ik niet zo ver terug te gaan om een tijd te vinden waarin feiten ertoe deden. Ik weet nog dat feiten verschrikkelijk belangrijk leken tijdens de Koude Oorlog. Zowel Sovjet-communisten als westerse democratische kapitalisten vertrouwden op feiten om te bewijzen dat hun ideologie de juiste was. Vooral de communisten hadden er een handje van de feiten in hun voordeel te draaien – maar uiteindelijk verloren ze toch, omdat ze hun verhaal niet langer konden volhouden. Als ze op een leugen werden betrapt, reageerden ze woedend. Het was belangrijk om als consciëntieus beschouwd te worden.
Waarom waren feiten voor beide partijen belangrijk? Allebei probeerden ze, ten minste officieel, het bewijs te leveren voor een idee van rationele vooruitgang. Ideologie, verhaal en het gebruik van feiten gingen hand in hand. Des te meer, zoals mediaondernemer en activist Tony Curzon Price me heeft uitgelegd, omdat gezag en leiderschap in oorlogstijd belangrijk zijn voor je veiligheid. Je kijkt tegen leiders op vanwege – en zij overtuigen je met – de feiten.
Toen kwamen de jaren negentig. Er was geen vooruitgang meer om naar te streven, er viel niets meer te bewijzen. Feiten raakten gescheiden van politieke verhalen. Dat verschafte wel een zeker geluk: het was een tijd van hedonisme en ecstasy, van een lichthoofdigheid waarin we de feiten van onze bankrekening konden negeren en zo veel schulden konden maken als we wilden. Zonder feiten en ideeën werden de nieuwe meesters van de politiek spindoctors en politieke technologen.
In Rusland werd de traditie van het tsarisme en de KGB om politieke marionettenbewegingen te vormen gecombineerd met westerse pr-trucs, en zo ontstond een Potemkin-democratie waarin het Kremlin alle vertellingen en alle partijen manipuleerde, van uiterst links tot uiterst rechts. Dit begon in 1996, toen neppartijen en nepnieuws werden gebruikt om president Jeltsin te redden, en het werd vervolgens een model van ‘virtuele politiek’ dat in heel Eurazië werd nagevolgd (Paul Manafort, de spindoctor van Trump, werkte in 2005 in de wereld van het Kremlin om Poetin-adept president Janoekovitsj van Oekraïne te helpen kneden).
In Groot-Brittannië werd het zichtbaar in de spectaculaire carrière van Alastair Campbell, een niet-verkozen persvoorlichter, die zo invloedrijk werd geacht dat de meest succesvolle politieke satire van die tijd hem de vertegenwoordiger van de macht in het land maakte. In de VS begon het met de Eerste Golfoorlog, door Baudrillard beschreven als een pure media-uitvinding, vervolgens kwam het gedoe rond Bill Clinton en daarna de Tweede Golfoorlog en het legendarische ‘Wij scheppen de werkelijkheid’ van Rove.
Maar hoe cynisch ze ook waren, de spindoctors en politieke technologen probeerden tot dan toe nog steeds een illusie van de waarheid te geven. Hun verhaal moest geloofwaardig zijn, ook al waren de feiten mager. Toen de werkelijkheid ze inhaalde – het publiek kreeg de illusie van Moskou door, de verhalen over Irak bleken niet waar en de aandelenmarkten stortten in – was één reactie om de hakken in het zand te zetten, te ontkennen dat feiten er überhaupt iets toe doen, je op de borst te kloppen omdat je niets om die feiten geeft.
Dit heeft veel voordelen voor heersers – en is een opluchting voor kiezers. Poetin hoeft geen overtuigender verhaal te hebben, hij hoeft alleen maar duidelijk te maken dat alle anderen liegen, het morele gezag van zijn tegenstanders te ondermijnen en zijn mensen te laten geloven dat er geen alternatief voor hem is. ‘Wanneer Poetin schaamteloos liegt, wil hij dat het Westen erop wijst dat hij liegt,’ zegt de Bulgaarse politiek wetenschapper Ivan Krastev (zie 360 Magazine #104). ‘Dan kan hij terugwijzen en zeggen: Maar jullie liegen ook.’ En als iedereen liegt dan mag het, of het nu over je persoonlijke leven is of over een invasie in een ander land.
Dit is een (duister) genoegen. Je kunt nu alle gekte die je voelt eruit gooien en dan is het prima. Het enige wat Trump doet is mensen het plezier gunnen om vuil te mogen spuiten, het genot van pure emotie, vaak woede zonder enige redelijkheid. En een publiek dat al een decennium zonder feiten leeft, kan zich nu koesteren in een volledig anarchistische bevrijding van de geloofwaardigheid.
We leven in het feitenvrije tijdperk, zeggen deskundigen. Politici als Trump, Poetin en Nigel Farage liegen er lustig op los, zonder dat het hun aanhang veel lijkt te kunnen schelen. Is het werkelijk zo veel erger dan vroeger? Hoe kan dat dan? En wat is er zo aantrekkelijk aan een leider die spot met de waarheid?
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.