Tag: prehistorie

  • Wat vertelt een 25.000 jaar oud beeldje ons over genderrollen?

    Wat vertelt een 25.000 jaar oud beeldje ons over genderrollen?

    Wat kunnen archeologische vondsten ons vertellen over rolpatronen, nu traditionele modellen vervagen? Een recent ontdekt prehistorisch beeldje biedt een verrassend perspectief: ook in het stenen tijdperk was het niet altijd duidelijk wie man of vrouw was.

    Of de oudste menselijke figuur die ooit in Beieren is ontdekt een vrouw of een penis voorstelt, is aan de toeschouwer. Vanaf de zijkant ziet het ruim zeven centimeter hoge beeld eruit als een zittend persoon met grote billen, en lange tijd vonden archeologen daardoor dat het op een vrouw leek. Er is geen goede vergelijking mogelijk door het ontbreken van soortgelijke afbeeldingen van mannen met smalle heupen, zegt archeoloog Heiner Schwarzberg. Niettemin werden figuren met zo’n postuur als vrouwelijk opgevat.

    Het beeld staat daarom bekend als ‘Venus’ of de ‘Rode van Mauern’. Deskundigen zijn er echter niet meer zo zeker van wat het voorstelt. Want als je het beeld draait en schuin van boven bekijkt, zie je niet langer een zittend persoon, maar een mannelijk geslachtsdeel met testikels.

    Het is bekend dat het beeld meer dan 25.000 jaar geleden, in het paleolithicum, werd gemaakt van kalksteen. Het werd in 1948 gevonden in de grotten van Mauern in Opper-Beieren en is sinds april 2024 een van de eerste museumstukken die bezoekers kunnen zien in de Archäologische Staatssammlung in München, die na een lange periode van renovatie weer open is. Het heet hier niet ‘Venus’, het bordje op de vitrine houdt het wat vager: ‘Beeldje van mens uit de steentijd’. En misschien is de figuur wel opzettelijk dubbelzinnig, zegt Schwarzberg, die aan het hoofd staat van de afdeling Prehistorie van het museum. Dat vindt hij zo intrigerend aan paleolithische kunst: die maakt ook variatie mogelijk.

    Het ‘beeldje van mens uit de steentijd’ is niet de enige figuur uit de steentijd aan wie niet duidelijk een geslacht kan worden toegewezen. En zo trekt de figuur ons een debat in dat in eerste instantie om de prehistorie draait, maar waarin het ook over het heden gaat.

    Antwoord in prehistorie

    Wat is echt mannelijk, wat is vrouwelijk? Hoe meer de traditionele rollenpatronen verwateren, hoe verhitter deze vraag wordt gesteld. En het antwoord zou in een ver verleden liggen, in de zogenaamde oertoestand, waarin de mens nog zijn natuur volgde, in plaats van een mogelijk afgedwaalde cultuur. Wat komt overeen met de menselijke natuur? Getuigen vrouwenbeelden van een oorspronkelijk matriarchaat, getuigen fallische symbolen van het tegendeel? Zijn traditionele rollen geworteld in de prehistorie? En als ze verdwijnen, is dat dan in tegenspraak met de menselijke natuur?

    Het debat gaat vaak over de jacht. Het idee dat mannen van nature jagers zijn en vrouwen verzamelaars, is wijdverbreid. De prehistorische man jaagde op dieren om het gezin te voeden, de vrouw zorgde voor de kinderen en ging er hoogstens op uit om fruit en noten te verzamelen. De man was verantwoordelijk voor het vlees – en dus uiteindelijk ook voor de ontwikkeling van de mens, want het werd lang als een uitgemaakte zaak beschouwd dat het de vleesconsumptie was die de hersenen liet groeien en de menselijke soort maakte tot wat ze nu is.

    Dit beeld van de taakverdeling uit de oertijd vind je terug in non-fictieboeken over populaire psychologie en in populaire films als Caveman. Toch is het een cliché. Recentelijk hebben onderzoekers bijvoorbeeld betoogd dat in hedendaagse jager-verzamelaarsamenlevingen niet alleen mannen maar ook vrouwen jagen – dus waarom zou dat vroeger anders zijn geweest? Wel kregen de onderzoekers kritiek van collega’s, omdat ze de gegevens op een bevooroordeelde en misleidende manier zouden hebben geselecteerd. Ze zouden ook de verkeerde vragen hebben gesteld: de vraag was niet óf vrouwen überhaupt jaagden, maar hoe vaak.

    Het zicht op de prehistorie wordt derhalve belemmerd door vooroordelen: veel van wat we denken te weten, weten we eigenlijk niet

    In feite gaat het echter om iets fundamentelers, namelijk de focus op jagen. Studies hebben keer op keer aangetoond dat op veel plaatsen in het paleolithicum mensen voornamelijk plantaardig voedsel aten en dat de groei van de hersenen niets te maken had met vlees. Het belang van de jacht wordt overschat.

    In feite moeten er nóg fundamentelere vragen worden gesteld, zegt Brigitte Röder. De onderzoeker van de Universiteit van Basel is een van de pioniers op het inmiddels gevestigde gebied van archeologisch genderonderzoek. Al tientallen jaren onderzoekt ze niet alleen de prehistorie, maar ook de huidige ideeën over het stenen tijdperk. ‘Veel gangbare beelden zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen,’ zegt ze, ‘maar op het sjabloon­denken uit de begindagen van de archeologie in de negentiende eeuw.’

    ANP 315649770 1
    Newspaper Rock, in National Park Arizona, herbergt meer dan 650 rotstekeningen uit de prehistorie . – © ANP

    Als wetenschappers bijvoorbeeld werktuigen in of uit de buurt van een woning uit de steentijd vonden, leek de zaak duidelijk. ‘Activiteiten in het huis werden automatisch toegeschreven aan vrouwen, activiteiten buiten het huis aan mannen,’ zegt Röder. ‘Het idee hierachter is dat vrouwen voor de kinderen moesten zorgen en daarom aan huis gebonden waren.’ Archeologen stelden zich de prehistorische samen­leving voor als het kerngezin van de middenklasse – hoewel zelfs in de negentiende eeuw alleen rijke gezinnen het zich konden veroorloven dat de vrouw thuisbleef.

    Het zicht op de prehistorie wordt derhalve belemmerd door vooroordelen: veel van wat we denken te weten, weten we eigenlijk niet. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of mensen in het paleolithicum überhaupt in gezinnen samenleefden, en niet in grotere groepen. Dat laatste zou het onder andere makkelijker hebben gemaakt om voor kinderen te zorgen en borstvoeding te geven. Het is ook onzeker of de taken over het algemeen verdeeld waren op basis van geslacht of, meer in het algemeen, of geslacht al dezelfde maatschappelijke relevantie had die het tegenwoordig heeft. Röder denkt van niet. ‘Voor mijn gevoel is onze tijd bijna geobsedeerd door gender,’ zegt ze.

    Verschillen

    Wat we vooral weten, is dat het ingewikkeld is. Wetenschappers benaderen de prehistorie op drie manieren: door archeologische vondsten, biologisch onderzoek en analogieën met hedendaagse jager-verzamelaarsculturen. Alle discussies over de jacht ten spijt hebben die laatste echter weinig betekenis, simpelweg omdat de jager-verzamelaars van nu geen mensen uit de steentijd zijn. Aan de andere kant zijn er biologisch gezien duidelijke verschillen tussen de seksen; alleen vrouwen kunnen bevallen en borstvoeding geven. Afgezien daarvan is er echter geen duidelijke biologische aanleg voor bepaalde activiteiten, zelfs niet voor de jacht. Mannen zijn in aanleg sterker, vrouwen hebben meer weerstand, dus wie is er geschikter om te jagen? Tot slot verschillen archeologische vondsten van plaats tot plaats en van periode tot periode. De oertoestand, die informatie zou kunnen geven over de aard van de mens, heeft waarschijnlijk nooit bestaan. En als die er al was geweest, hoe zou die dan geïdentificeerd kunnen worden? Wat archeologen kunnen vinden is niet de oertoestand, maar bijvoorbeeld een nest schedels. Zo’n nest is te zien in München, dus terug naar Heiner Schwarzberg.

    Tot het mesolithicum waren er geen aanwijzingen voor ongelijke behandeling of een taakverdeling tussen man en vrouw

    Een schedelnest is het resultaat van een nogal rustiek begrafenisritueel: de hoofden van overledenen werden afgehakt en vervolgens in groepjes begraven, met hun gezicht in dezelfde richting. Eén zo’n nest uit de Grote Ofnetgrot in de Landkreis Donau-Ries is te zien in de Archäologische Staatssammlung in München. De eigenaars van de schedels leefden als nomaden in het zevende millennium voor Christus. En in het graf is geen onderscheid te zien tussen de geslachten, zegt archeoloog Schwarzberg. Mannen, vrouwen, kinderen: alle hoofden werden gelijk behandeld.

    Bij graven weet je meestal met wie je te maken hebt en daarom zijn verschillen tussen de seksen hier het best vast te stellen, door sporen op de botten of door grafgiften, vertelt Schwarzberg. Maar tot het mesolithicum, de tijd van de schedelnesten, waren er geen duidelijke aanwijzingen voor ongelijke behandeling of een taakverdeling tussen man en vrouw. Schwarzberg waarschuwt echter dat het beeld onvolledig is. Hoe verder je teruggaat, hoe kariger de grafvondsten worden. En niet alle activiteiten laten sporen achter op de botten of zijn terug te vinden in grafgiften. Het is bijvoorbeeld moeilijk om te bepalen wie er voor de kinderen zorgde. Veelvuldig gooien kan resulteren in een zogenaamde ‘werpelleboog’; deze beschadiging werd iets vaker aangetroffen op mannelijke skeletten, maar kwam ook op vrouwelijke skeletten voor. Over het algemeen laat botletsel zien dat mannen en vrouwen in het paleolithicum vergelijkbare activiteiten uitvoerden.

    Aan deze gelijkwaardigheid lijkt een einde te zijn gekomen in het neolithicum, oftewel na de introductie van de landbouw. In München is vlak naast het schedelnest een mannelijk skelet uit 2500 voor Christus te zien, gevonden in Wallersdorf in Neder-Beieren. Het graf was op basis van geslacht gemarkeerd: de dode man was zo neergelegd dat zijn hoofd naar het noorden wees. ‘Als het een vrouw was geweest, zou het lichaam andersom zijn begraven, met het hoofd naar het zuiden,’ zegt Schwarzberg. Waarom? Onduidelijk. Maar vanaf dat moment was er in de graven altijd een duidelijk onderscheid tussen de geslachten.

    Tastbaar

    De verschillen worden vooral tastbaar vanaf de bronstijd, omdat metalen grafgiften goed bewaard zijn gebleven. Typische vrouwelijke attributen zijn sieraden, spelden en ringen, vertelt Schwarzberg. Mannen daarentegen werden meestal met wapens begraven. En een dergelijk onderscheid werd al gemaakt voor kinderen, zegt archeoloog Katharina Rebay-Salisbury, die aan de Universiteit van Wenen onderzoek doet naar kinderen in de vroege bronstijd. De begraafplaats die ze onderzoekt is bijzonder binair en geslachtsspecifiek. ‘Het was voor deze mensen heel belangrijk om onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen.’ Dode kinderen werden ook begraven naar geslacht – maar, zegt ze: ‘Dat was in deze groep het geval; andere groepen zouden dit onderscheid pas later hebben gemaakt. En later was het geslacht weer minder belangrijk in graven dan de sociale status of de familieband.’

    GettyImages 1168654933
    Een graf uit de bronstijd. – © Getty Images

    Maar zelfs uit duidelijk geslachtsspecifieke graven kan nauwelijks een eenduidige taakverdeling in het dagelijks leven worden afgeleid, zegt onafhankelijk archeoloog Julia Katharina Koch, die onder meer onderzoek doet naar sociale structuren in de ijzertijd en eveneens geldt als pionier op het gebied van archeologisch genderonderzoek. Graven weerspiegelen slechts een deel van het leven, zegt ze. Op basis van patronen in de grafgiften is het mogelijk om individuele activiteiten toe te wijzen aan specifieke groepen. Maar: ‘We weten niet in detail hoe de sociale structuren waren. En dan is het heel moeilijk om conclusies te trekken over genderrollen.’ Daarom heeft het ook geen zin om ontdekkingen te benadrukken die bij je eigen ideeën passen, zegt Koch: ‘Mensen roemen alles wat vrouwen in de prehistorie deden en er worden afzonderlijke voorbeelden uitgepikt. Maar de archeologie is niet altijd eenduidig in haar interpretaties.’

    ‘Het is heel onwaarschijnlijk dat de vrouwen bij het vuur zaten en voor de kinderen zorgden, terwijl de mannen gingen jagen’

    Dit geldt vooral voor de oudste periode van de menselijke geschiedenis, het paleolithicum. ‘Geslacht speelde natuurlijk een rol, al was het maar om biologische redenen,’ zegt Heiner Schwarzberg bijvoorbeeld. ‘Maar de impact op de samenleving zal hoe dan ook anders zijn geweest.’ Hij vindt het cliché van de jagende man en de verzamelende vrouw onrealistisch. In kleine groepen was het eerder zo dat iedereen verantwoordelijk was voor alles. ‘Ik denk dat het heel onwaarschijnlijk is dat de vrouwen in het paleolithicum bij het vuur zaten en voor de kinderen zorgden, terwijl de mannen gingen jagen. Dat zou zo veel risico’s met zich mee hebben gebracht – ik denk niet dat ze dat zouden hebben overleefd.’

    Maar zelfs als dat wel zo was: zou het dan een model zijn voor vandaag? Archeoloog Rebay-Salisbury vindt die verwachting absurd. ‘Het verleden kan alleen maar dienen als slecht voorbeeld,’ zegt ze. ‘Het is niet iets waarop je je kunt beroepen.’ Zwangere vrouwen wordt bijvoorbeeld vaak verteld dat een bevalling een natuurlijk proces is en dat alles goed zal gaan. ‘Maar ik kan ze veel graven laten zien van vrouwen die het niet overleefd hebben. Dat iets “natuurlijk” is, betekent niet dat het goed was.’

    Ontworstelen

    Brigitte Röder vindt ook dat de archeologie zich aan dergelijke ideeën moet ontworstelen. Of er in het stenen tijdperk een matriarchaat of een patriarchaat was, kan archeologisch bewezen noch weerlegd worden, zegt ze. Maar de structuren van vandaag kunnen sowieso niet worden gerechtvaardigd door de prehistorie. ‘Het verleden wordt misbruikt om identiteit te creëren in het heden.’

    In plaats van de aard van de mens erin te zoeken, zouden we ons oprecht moeten interesseren voor de prehistorie. Zelf kan Röder zich voorstellen dat er ooit heel specifieke organisatievormen waren: ‘Hoe meer ik mijn eigen culturele patronen overdenk en daaruit iets kan abstraheren, hoe opener mijn blik wordt,’ zegt ze. ‘En hoe vreemder alles eigenlijk voor me wordt.’  

  • De raadselachtige Britse ‘trommel’ van vijfduizend jaar oud

    De raadselachtige Britse ‘trommel’ van vijfduizend jaar oud

    Opgegraven in 2015, maar nu pas te zien voor het publiek: het British Museum in Londen presenteert op een uitzonderlijke tentoonstelling een nog uitzonderlijker object van zo’n vijfduizend jaar oud, stammend uit de tijd dat Stonehenge werd gebouwd.

    ‘Dit is het belangrijkste stuk prehistorische kunst dat de afgelopen eeuw in Groot-Brittannië is opgegraven’, zegt Neil Wilkin, conservator Vroeg-Europa van het British Museum, tegen Artdaily. Hij heeft het over de vijfduizend jaar oude ‘Burton Agnes-trommel‘ van kalksteen, vernoemd naar het dorp in het Engelse East Yorkshire waar het object werd ontdekt in een graf waarin drie kinderen lagen.

    Het object werd gevonden tijdens een routinematige opgraving in 2015, die volgens de regels is verreist voordat op een terrein mag worden gebouwd. De opgraving was in handen van het bedrijf Allen Archeology, dat dergelijke opgravingen vaker doet, en stond onder leiding van de jonge archeoloog Alice Beasley, destijds vierentwintig.

    Slechts twee jaar nadat ze was afgestudeerd aan de Universiteit van Bradford ontdekte Beasley het uitzonderlijke object, schrijft Grace Newton in de Yorkshire Post. Nu wordt het voor het eerst aan het publiek getoond als onderdeel van de tentoonstelling The world of Stonehenge van het British Museum, die nog tot juli loopt en die zeer positief door de Britse pers werd besproken (o.a. door The Guardian).

    Wetenschappers bevestigen dat dit een van de belangrijkste oude objecten is die ooit op de Britse eilanden zijn gevonden

    De Burton Agnes-trommel is in de loop van de jaren uitgebreid onderzocht en wetenschappers bevestigen dat dit een van de belangrijkste oude objecten is die ooit op de Britse eilanden zijn gevonden.

    De nieuwe ontdekking vertoont grote gelijkenis met een andere groep objecten in de collectie van het British Museum: drie tonvormige cilinders gemaakt van massief kalksteen die vanwege hun vorm en de locatie in North Yorkshire waar ze werden gevonden de Folkton-drums worden genoemd. Ze bevinden zich al in de collectie van het British Museum sinds ze werden opgegraven in 1889. De Folkton-trommels werden gevonden in een graf met één kind en behoren tot de beroemdste en meest raadselachtige oude voorwerpen die ooit in Groot-Brittannië zijn opgegraven.

    Ongelooflijk

    De recent ontdekte Burton Agnes-trommel is bijna identiek aan de Folkton-trommels. Volgens het artikel in de Yorkshire Post is de trommel er een van slechts vier die vandaag de dag bekend zijn. Ondanks het gebruik van de term ‘trommel’ wordt overigens aangenomen dat de objecten geen muzikale functie hebben gehad. Het zijn eerder sculpturen, misschien bedoeld als talisman om de begraven kinderen te beschermen. Drie ‘haastig toegevoegde gaten’ in de stenen cilinder vertegenwoordigen mogelijk het drietal kinderen dat in het graf is gelegd.

    De context van haar ontdekking was ‘absoluut ongelooflijk’, zei archeologe Alice Beasley, in het programma As It Happens van CBC Radio. ‘We vonden het object in het midden van een ronde grafheuvel. Daarin lag een vierkante kuil, waarin we drie skeletten van vrij jonge kinderen vonden. De oudste was ongeveer twaalf en hield de twee kleinere kinderen vast, van ongeveer drie en vijf jaar oud.’

    De kinderen, die tegelijkertijd lijken te zijn overleden maar geen duidelijke tekenen van trauma vertonen, lagen in het graf alsof ze elkaar knuffelden. ‘De jongste twee keken elkaar aan, neus aan neus, hun handen lijken in elkaar te grijpen. Het oudste kind werd met zijn of haar armen om hen heen gelegd’, schrijft The Washington Post.

    ‘Het is geen brons, noch ijzer, noch goud. Het is een zeer merkwaardig relikwie uit de tijd van Stonehenge’

    Naast de trommel vond het team van archeologen een bal van klei, waarvan wordt aangenomen dat het kinderspeelgoed was en een lange, uit bot gesneden pin die waarschijnlijk ooit een lijkwade op zijn plaats hield.

    ‘Het is geen brons, noch ijzer, noch goud. Het is een zeer merkwaardig relikwie uit de tijd van Stonehenge, een ronde aarden sculptuur gesneden uit zachte steen en geëtst met mysterieuze symbolen, waarvan de betekenis voor ons verloren is gegaan’, zo omschrijft The Washington Post de Burton Agnes-trommel.

    ‘Deze trommel is bijzonder intrigerend, omdat hij in feite een soort artistieke taal omvat die we overal op de Britse eilanden aantreffen, zo’n vijfduizend jaar geleden’, vertelde Jennifer Wexler van The British Museum aan CNN.

    Eerder hadden onderzoekers de Folkton-trommels gedateerd tussen 2500 en 2000 voor onze jaartelling, maar koolstofdatering van botten die in het graf van Burton Agnes zijn gevonden, geeft aan dat de stijl van de beeldhouwkunst en ornamentiek nog veel ouder is, en stamt uit de periode tussen 3005 en 2890 v.Chr., tijdens de eerste fase van de constructie van Stonehenge.

    In de tijd waarin de trommel is vervaardigd, waren begrafenissen zeldzaam en dat maakt het stenen object, dat is versierd met spiralen, driehoeken en een zandlopervormig ‘vlinder’-motief, dat ook is aangetroffen op andere neolithische locaties in Schotland en Ierland, extra uniek, merkt The Washington Post op.

    ‘Naar mijn mening is de Burton Agnes-trommel nog ingewikkelder versierd dan de Folkton-trommels en toont hij verbindingen tussen gemeenschappen in Yorkshire, Stonehenge, Orkney en Ierland’, denkt Wilkin. ‘Verdere analyse van het snijwerk zal helpen bij het ontcijferen van de symboliek en het geloof in het tijdperk waarin Stonehenge werd gebouwd.’

    The World of Stonehenge is tot en met 17 juli 2022 te zien in het British Museum in Londen.

    Lees ook:

  • Google krijgt vakbond | Herleving van de kulhad | Touadéra herkozen

    Google krijgt vakbond | Herleving van de kulhad | Touadéra herkozen

    Verenigde Staten

    Kunstenaar voor kunstenaars

    De New Yorkse kunstenaar Guy Stanley Philoche heeft voor ruim 65.000 dollar aan werk gekocht van kunstenaars die zijn getroffen door de coronapandemie. Hij kocht ruim honderdvijftig kunstwerken voor maximaal 500 dollar per stuk. Zijn eigen schilderijen kosten zo’n 120.000 dollar, dus hij kan zich wel wat veroorloven. 

    In een video op Instagram vroeg Philoche kunstenaars die de gevolgen merken van de pandemie om hem hun werk te tonen. Beviel het, dan kocht hij het en betaalde hij voor de verzending naar zijn studio in East Harlem. Zo kwam hij in contact met kunstenaars van over de hele wereld. ‘De kunstwereld is mijn gemeenschap en ik voel me verplicht mijn gemeenschap te helpen. En dat blijf ik doen’, aldus Philoche. 

    Overigens zet hij ook weleens een eigen werk ter waarde van 100.000 dollar aan de straat, voor de gelukkige vinder. ‘Art for the People’ noemt hij deze poging om zijn werk met iedereen te delen, ook met mensen die het zich niet kunnen veroorloven.

    (CNN, Atlanta)


    Colombia

    Bungeejumpen in de prehistorie

    Wie had gedacht dat mensen al sinds de Oudheid van grote hoogten sprongen? Een enorme collectie prehistorische rotsschilderingen die wetenschappers diep in het Colombiaanse Amazoneregenwoud aantroffen, onthult dat er al in de prehistorie waaghalzen waren die de spanning opzochten door te bungeejumpen.

    De rotsschilderingen strekken zich uit over bijna 13 kilometer en dateren van ongeveer 12.500 jaar geleden, toen de mens voor het eerst het Amerikaanse continent bevolkte. De inheemse bewoners van het regenwoud bestudeerden de schilderingen al jaren, maar nu heeft ook een groep wetenschappers de afbeeldingen gedocumenteerd. Onder de geportretteerde dieren bevinden zich ook enkele uitgestorven soorten.

    (Colossal, Chicago)


    Zimbabwe

    Journalist weer gearresteerd

    In Zimbabwe is journalist en anticorruptieactivist Hopewell Chin’ono voor de derde keer in korte tijd gearresteerd, ditmaal voor het ‘aanzetten tot openbaar geweld’ tijdens antiregeringsprotesten. Chin’ono berichtte in juni over corruptie rond de aankoop van beschermende uitrustingen voor gezondheidswerkers ter waarde van 60 miljoen dollar. Volgens de journalist en zijn collega’s zijn Collins Mnangagwa, zoon van de president, en enkele hoge regeringsfunctionarissen betrokken bij het schandaal.

    ZANU-PF, de partij die onafgebroken regeert sinds de onafhankelijkheid van Zimbabwe in 1980, ontkent: ‘We hebben met bezorgdheid kennisgenomen van de systematische aanvallen op de integriteit van de familie Mnangagwa door gewetenloze karakters zoals Hopewell Chin’ono.’ Activisten en mensenrechtenorganisaties wijzen op de ‘ongekende’ onderdrukking van mensen met een afwijkende mening in Zimbabwe, die resulteert in arrestaties van tientallen activisten en oppositieleden.

    (Al Jazeera, Qatar)

    Kulhadchai
    Kulhad chai. – © Wikimedia

    India

    Terug naar de kulhad

    Een bescheiden overblijfsel uit het verleden van India is bezig met een grote comeback. Op alle zevenduizend treinstations in het land moet thee voortaan worden geserveerd in aarden bekers die bekendstaan als kulhads. De kulhads zijn ongeverfd, ongeglazuurd, perfect biologisch afbreekbaar en dus milieuvriendelijk. Daarom heeft Piyush Goyal, de Indiase minister van Spoorwegen, besloten dat ze plastic bekers moeten vervangen in de strijd tegen wegwerpplastic.

    ‘Kulhads helpen niet alleen het gebruik van giftig plastic te verminderen, maar bieden ook werkgelegenheid en inkomen aan honderdduizenden pottenbakkers’, aldus de minister. Vóór de corona-uitbraak reisden dagelijks 23 miljoen Indiërs met de trein, dus na de pandemie zal er een astronomisch aantal kulhads nodig zijn. Naar verwachting zal het besluit werkgelegenheid genereren voor zo’n twee miljoen pottenbakkers.

    (The Guardian, Londen)


    Verenigde Staten

    AI-wereld is boos op Google

    Timnit Gebru, ethicus op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI), wordt wereldwijd gerespecteerd om haar werk dat raciale vooringenomenheid in algoritmen blootlegt. Ze is bekend als pleitbezorger van grotere participatie door vrouwen en mensen van kleur in haar vakgebied.

    Begin deze maand werd ze plotseling ontslagen door Google, waar ze het ethische AI-team leidde. Het bedrijf wilde dat ze haar naam verwijderde uit een onderzoeksartikel waarin ethische kwesties rondom toepassing van taal in AI-technologie worden besproken, omdat het bezwaren had tegen de inhoud. Gebru beriep zich op de academische vrijheid, waarna ze werd ontslagen. Google beweert dat ze zelf is opgestapt. 

    ‘Er werken amper zwarte mensen bij Google Research, en al helemaal niet in het hogere management’

    De gang van zaken leidde tot een stroom van steunbetuigingen en commentaar van AI-onderzoekers bij Google, bij topuniversiteiten en bij bedrijven als Microsoft en chipmaker Nvidia. Ruim tweehonderd Google-medewerkers eisen openheid over de gang van zaken en willen dat hun werkgever zich committeert aan ‘onderzoeksintegriteit en academische vrijheid’. De betrokkenen vinden dat het bedrijf zijn reputatie op dit cruciale gebied te grabbel heeft gegooid. 

    Gebru’s conflict met Google benadrukt de gespannen relatie tussen ethische overwegingen rond AI en het enorme winstpotentieel van deze technologie voor bedrijven. Gebru vermoedt dat haar ontslag is ingegeven door haar uitgesprokenheid over diversiteit en de omgang van Google met mensen uit gemarginaliseerde groepen: ‘Er werken amper zwarte mensen bij Google Research, en al helemaal niet in het hogere management.’

    (Wired, San Francisco)


    Een vakbond bij Google

    226 Google-medewerkers maakten maandag de oprichting bekend van de Alphabet Workers Union (AWU), de eerste vakbond van de internetgigant (Alphabet is het moederbedrijf van Google). De vakbond is een zeldzaamheid in Silicon Valley en de technische industrie, die bekendstaat om zijn hoge salarissen en goede arbeidsomstandigheden. The Verge legt uit dat de groep van plan is om te vechten tegen loonverschillen tussen mannen en vrouwen en ‘controversiële’ contracten met regeringen. 

    Het ontbreken van een gestructureerde vakbond heeft de werknemers van de groep er tot dusver niet van weerhouden zich te uiten, aldus The Verge. Zo werd er geprotesteerd tegen Project Maven, dat droneaanvallen door middel van kunstmatige intelligentie moest verbeteren, en lieten 20.000 medewerkers hun stem horen toen een leidinggevende het bedrijf verliet met een cheque van $90 miljoen – ondanks beschuldigingen van seksuele intimidatie. 

    In een column van de New York Times zeggen twee leden van de AWU dat Alphabet ‘de verantwoordelijkheid heeft tegenover zijn duizenden werknemers en miljarden gebruikers om van de wereld een betere plek te maken’, en dat de vakbond daaraan wil bijdragen.


    Centraal-Afrikaanse Republiek

    Faustin Archange Touadéra uitgeroepen tot president van de CAR

    Maandag bevestigde de nationale verkiezingsautoriteit dat Touadéra 53,9% van de stemmen binnen had. Het resultaat moet nog worden gevalideerd door het Grondwettelijk Hof, schrijft Deutsche Welle, dat de uitslag ‘niet verrassend’ noemt. Maar een deel van de oppositie weigert de herverkiezing van het staatshoofd te erkennen. 

    De verkiezingen gingen gepaard met spanningen en geweld. De stad Bangassou, 750 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Bangui, werd zondag belegerd door de Coalition of Patriots for Change, een rebellengroepering. Touadéra legde de schuld hiervan bij François Bozizé, voormalig president, die in 2013 uit de macht werd gezet.

  • De Jurassic Park-generatie

    De Jurassic Park-generatie

    Ooit werden dinosaurussen als slome, domme monsters gezien, en de mensen die ze onderzochten als wereldvreemde figuren. Tot in 1993 de eerste Jurassic Park-film uitkwam. Het leverde een golf aan nieuwe wetenschappers en ontdekkingen op.

    Net als de meeste kinderen had Jordan Mallon een heleboel ideeën over wat hij wilde worden als hij groot was. Eerst was het ijshockeyprof, toen kunstenaar. Maar hij was ook al van jongs af aan gefascineerd door dinosaurussen.

    In de zomer van 1993 nam zijn vader hem mee naar de film Jurassic Park. Toen de aftiteling voorbij was en de lichten in de zaal aangingen, wist de elfjarige Jordan opeens zeker hoe zijn toekomst eruit zou zien. Diezelfde avond zei hij tegen zijn moeder: ‘Mama, ik word paleontoloog.’

    ‘Dat was een omslagpunt, die film raakte echt een snaar bij me,’ herinnert Mallon zich. Inmiddels werkt hij als paleontoloog voor het Canadian Museum of Nature in Ottawa. ‘Vanaf dat moment wist ik wat ik wilde, en daar ben ik nooit meer van afgeweken.’

    Behalve Mallon zagen nog tientallen miljoenen anderen de film over deze bizarre wezens die ooit onze planeet bevolkten. Dinosaurussen stonden opeens in het middelpunt van de belangstelling, en dat straalde af op de paleontologie. De plotselinge aandacht voor het vak zette van alles in gang, wat uiteindelijk een hele lichting nieuwe wetenschappers opleverde, gevolgd door een golf aan nieuwe ontdekkingen. De paleontologie was voorgoed veranderd.

    ‘Het vakgebied paleontologie heeft veel aan Jurassic Park te danken. Ik denk dat het veld er heel anders had uitgezien als die film er niet was geweest,’ vertelt paleontoloog Steve Brusatte van de Universiteit van Edinburgh. De Society of Vertebrate Paleontology [Vereniging voor Gewerveldenpaleontologie] reikte regisseur Steven Spielberg in 2013 een onderscheiding uit als dank voor zijn verdiensten voor het vak. En 25 jaar na het eerste deel trekt de Jurassic Park-reeks nog steeds drommen publiek. 
De vijfde aflevering, Jurassic Park: Fallen Kingdom, ging in juni in première.

    Renaissance

    Het is nu moeilijk voor te stellen, maar ooit werden dinosaurussen als slome, domme monsters gezien, koudbloedige verliezers van de evolutie die de moeite van het bestuderen niet waard waren, aangezien ze toch geen levende nakomelingen hadden. Zo saai vond men de beesten, dat toen paleontoloog Jack Horner als student een docent 
vertelde dat hij graag onderzoek naar dino’s wilde doen, hij smakelijk werd uitgelachen.

    Maar al in de jaren zestig en zeventig waren er de eerste tekenen van een dinosaurusrenaissance: dinosauriërs werden steeds meer als intelligente dieren gezien, die bovendien ook verwant bleken aan de vogels. Dat nieuwe beeld van de dinosaurus mondde in 1990 uit in Michael Crichtons roman Jurassic Park. De verfilming van het boek populariseerde dit beeld van dinosaurussen als actieve dieren, niet in de laatste plaats dankzij de voor die tijd spectaculaire computeranimatie. ‘Ze leken net echt, het waren net levende dieren,’ zegt Thomas Cullen, postdoctoraal onderzoeker bij het Field Museum in Chicago. ‘Het waren noch monsters noch tekenfilmfiguren,’ aldus Victoria Arbour, postdoctoraal medewerker van het Royal Ontario Museum in Canada. ‘De film benadrukte dat dinosauriërs levende wezens waren, die echt op aarde hebben rondgelopen.’

    De charismatische prehistorische filmsterren genereerden bij het grote publiek een enorme hang naar kennis over echte dinosaurussen. Musea met dinoskeletten zagen een flinke opleving in hun bezoekersaantallen. ‘Misschien wel het grootste effect van de film was dat hij nieuwsgierigheid naar ze wekte,’ meent paleontoloog Mary Schweitzer van de North Carolina State University. Mensen van alle leeftijden werden gegrepen door de film, vertelt Matthew Carrano, die bij het Smithsonian National Museum curator was van de expositie Dinosauria. ‘Er komen net zo goed volwassenen op af als kinderen. Dat is wel eens anders geweest.’

    Voor het paleontologisch onderzoeksveld was de film een buitenkansje. Onderzoekers konden de populariteit van de dieren gebruiken om het grote publiek voor wetenschap te interesseren. Er volgde een vloed aan documentaires, televisieprogramma’s, boeken en andere populair-wetenschappelijke publicaties over het onderwerp, die nog steeds aanhoudt. Vóór de film was het ‘niet eenvoudig om je interesse in dinosauriërs levend te houden’, vertelt Carrano. Er bestond maar een handjevol boeken en speeltjes, en exposities in musea bleven een halve eeuw lang vrijwel ongewijzigd. ‘Ik haalde uit armoe steeds weer dezelfde boeken uit de bieb,’ herinnert Carrano zich. Toen de film eindelijk uitkwam, studeerde hij al. Maar dankzij de invloed van de film is de situatie nu blijvend veranderd. Er komen, voorzichtig geschat, zo’n vijftig boeken per jaar over dinosaurussen uit.


    Al dat nieuwe materiaal voedde de populariteit van de dino’s, en dat had vervolgens weer invloed op de wetenschap. Er kwam meer aandacht in de pers voor nieuwe onderzoeksresultaten, paleontologen publiceerden meer artikelen, universiteiten boden programma’s aan die helemaal over deze dieren gingen, en voor het eerst namen musea dinosaurusspecialisten in dienst.

    Kortom, door Jurassic Park werden niet alleen dinosaurussen cool, maar ook de wetenschappers die ze hun leven lang bestuderen. De film gaf hun een positief imago, iets waar kinderen zich aan konden spiegelen. ‘In veel films zijn wetenschappers slechteriken, of anders in ieder geval koude, emotieloze types,’ zegt anatomieonderzoeker Sarah Werning van de Des Moines-universiteit. Maar in Jurassic Park kon 
je je als kijker met ze identificeren. Je begreep hun ontzag voor die gigantische dieren.’

    Er zitten een paar sterke vrouwelijke personages in de film, zoals wetenschapper Ellie Sattler en computergenie Lex, de kleindochter van de eigenaar van het pretpark (gespeeld door respectievelijk Laura Dern en Ariana Richards). ‘Het was heel belangrijk dat er zowel een mannelijke als een vrouwelijke wetenschapper in de film voorkwam,’ vertelt Victoria Arbour. En niet alleen was dr. Sattler een vrouw, voegt ze daaraan toe, ‘ze werd ook nog eens neergezet als een heel vanzelfsprekend iemand. Het was helemaal niet gek dat ze zowel vrouw was als wetenschapper. Daar lag de nadruk verder ook niet op. Ze was er gewoon, en omdat ze zo slim was respecteerde iedereen haar.’

    Dankzij de golf aan jong wetenschappelijk talent die onder invloed van Jurassic Park het vakgebied binnenstroomde, volgde er, een paar jaar later, een minstens zo grote vloedgolf aan publicaties. Werden er tussen 1984 
en 1994 jaarlijks nog rond de vijftien nieuwe dinosaurussoorten ontdekt, 
nu staat dat aantal op vijftig en het lijkt nog niet dalende te zijn. Sommigen noemen de huidige tijd al het gouden tijdperk van het dinosaurusonderzoek. ‘Jurassic Park haakte in op een wetenschappelijke revolutie in het dinosauriëronderzoek en veroorzaakte op zijn beurt weer een nieuwe,’ aldus Carrano.

    ‘Altijd als we het publiek over ons vak willen vertellen, noemen we de film 
als eerste’

    De afgelopen eeuw is er een massa nieuwe exemplaren bijgekomen. 
Dinosauriërs vormen een ongelooflijk diverse groep, die telkens weer voor verrassingen zorgt. Sommige zijn reusachtige carnivoren, andere herbivoren. Je hebt ze in alle mogelijke vormen en afmetingen. Sommige hebben schilden van schubben en knotsachtige staarten, andere hoorns, een kraag of veren. Ook is de relatie tussen dinosauriërs |en vogels veel duidelijker geworden. Wetenschappers zijn het er nu over eens dat vogels een groep binnen de zogenaamde Theropoda-dinosauriërs vormen (dus niet alle dino’s zijn aan het eind van het Krijttijdperk uitgestorven). Zowel pers als publiek smulden van deze ontdekkingen.

    Toen Jurassic Park uitkwam, was Michelle Stocker nog een meisje; pas toen ze als paleontoloog ging werken, merkte ze hoeveel invloed de filmreeks had. ‘Het publiek heeft er een beeld door gekregen van de paleontologie en van dinosauriërs,’ vertelt ze. ‘En wetenschappers maken daar handig gebruik van. Museumconservatoren anticiperen op vragen van het publiek en proberen die bij het maken van hun tentoonstellingen te beantwoorden. Of paleontologen organiseren speciale publieksbijeenkomsten als er weer een nieuwe Jurassic Park-film uitkomt.’

    ‘Altijd als we het publiek over ons vak willen vertellen, noemen we de film 
als eerste,’ vertelt Stocker, inmiddels werkzaam als paleontoloog aan Virginia Tech. Toch zijn niet alle paleontologen onverdeeld blij met de dinosaurusgekte die de film heeft losgemaakt, vertelt Ali Nabavizadeh, universitair docent anatomie aan de Rowan-universiteit. Het stoort hen dat de giganten niet altijd even accuraat worden weergegeven. ‘Mensen zijn gek van dinosauriërs, maar ze hebben een beeld van hoe een dinosaurus kijkt of loopt dat misschien wel helemaal niet klopt.’

    In de eerste film in de reeks waren de dinosaurussen gemodelleerd op basis van de wetenschappelijke inzichten uit die tijd. Maar de makers van de film namen de nodige artistieke vrijheden. De Velociraptor uit de film was een uitvergrote versie van de Deinonychus. De echte Velociraptor was niet veel groter dan een kalkoen.

    Bovendien zijn veel van de dinosaurussen uit de eerste Jurassic Park, door alle ontdekking die sindsdien zijn gedaan, alweer verouderd. Toen de film werd gemaakt, bestond het beeld van dinosaurussen als bijzonder behendig en energiek. Het leek dus niet vergezocht om een Tyrannosaurus rex een jeep met drie sappige mensen erin te laten achtervolgen en inhalen. Nieuw onderzoek liet echter zien dat het met de beweeglijkheid van de T. rex wel meeviel en dat een hardloper hem er gemakkelijk uit had gerend.

    Recentelijk was er opnieuw kritiek uit wetenschappelijke hoek. Opgemerkt werd dat we inmiddels weten dat dinosaurussen veren hadden; in de laatste afleveringen uit de filmreeks was dat nieuwe inzicht niet verwerkt.

    Zulke onvolkomenheden kunnen ook juist door paleontologen worden uitgebuit, wanneer zij het geïnteresseerde publiek uitleggen hoe zij dankzij fossielen te weten zijn gekomen hoe 
dinosaurussen eruitzagen, of waarom bepaalde details juist nog missen. 
Volgens Schweitzer geeft hun dat 
een ingang om iets algemeners over wetenschap te vertellen en de mensen op die manier nieuwsgierig te maken naar wetenschap.

    Iets dergelijks overkwam Nabavizadeh als kind al. Nadat hij als zesjarige een Jurassic Park-film had gezien, begon hij, toen de opwinding over de realistische monsters was weggeëbd, zich af te vragen of ze er in het echt ook zo uitzagen. ‘Hoe weet je eigenlijk hoe hun anatomie was, als je alleen botten hebt om van uit te gaan? Misschien waren er wel speciale kenmerken waar we niets van weten?’

    ‘Mensen geloven me vaak niet als ik het vertel, maar ik ben door Jurassic Park paleontoloog geworden,’ vertelt Thomas Adams, conservator paleontologie en archeologie van het White Museum in San Antonio. Adams vond school als kind nogal vervelend, maar Jurassic Park maakte een wetenschappelijke interesse in hem wakker die hij nooit eerder had ervaren. ‘Ik merkte dat als je ergens een passie voor hebt, ook al het andere wat daarvoor relevant is leuk wordt om te leren,’ vertelt hij. ‘Ik ontdekte dat leren leuk kan zijn.’ 

    Auteur: Eva Botkin-Kowacki
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    The Christian Science Monitor
    Verenigde Staten | csmonitor.com

    Na meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verder gegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. De krant dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.