‘Volgens Democraten heeft het feit dat DeSantis tijdens de pandemie bleef aandringen op het openhouden van bedrijven en scholen en zich verzette tegen de vaccinatieplicht, hem waarschijnlijk populair gemaakt bij latinokiezers uit de midden- en arbeidersklasse die het zich niet konden veroorloven om thuis te blijven en ook hun kinderen thuis te houden. Deze kiezers zouden anders misschien niet op een Republikeinse kandidaat stemmen. Volgens Republikeinen vindt het felle verzet van DeSantis tegen progressief onderwijsbeleid met betrekking tot afkomst en geslacht weerklank bij veel cultureel conservatieve latinokiezers.’
‘DeSantis is een formidabele kandidaat – althans op papier. Maar campagnes worden niet op papier gevoerd, ze worden gevoerd voor levende kiezers en onder het scherpe oog van de nationale media. Sinds hij een niet te stoppen kracht leek te zijn in de nasleep van zijn indrukwekkende herverkiezing in november, is de steun voor hem afgenomen. Uit peilingen van vorig jaar bleek dat DeSantis nek-aan-nek ging of zelfs zou winnen van Trump. Maar Trump krijgt nu in veel peilingen meer dan 50 procent terwijl DeSantis met dubbele cijfers achterloopt.’
‘Er is waarschijnlijk nog nooit een presidentskandidaat geweest die al zo bont en blauw was voordat hij zelfs maar in de ring stapte. DeSantis kreeg het niet alleen van Trump maar ook van de Democraten te verduren. Waarom? Omdat alle partijen weten dat DeSantis een formidabele, jonge en talentvolle kandidaat is met een uitstekende staat van dienst die president Biden absoluut kan verslaan. Peilingen laten het zien en het gezond verstand zegt het. Eind april bleek uit een peiling dat Biden Trump in een onderlinge strijd zou verslaan, maar zou verliezen van DeSantis.’
Richard Luscombe – correspondent VS voor The Guardian
‘Minderheidsgroepen en anderen die slachtoffer werden van Ron DeSantis tijdens zijn opmars naar het Witte Huis, waarschuwen dat de democratie op nationaal niveau in gevaar is. Zijn aankondiging leidde tot woede en een hernieuwde belofte tot verzet bij voorvechters van transgenderrechten, organisaties voor immigranten en burgerrechten. ‘Het wordt alleen maar erger als DeSantis in de buurt van het Witte Huis komt,’ zegt Democratisch congreslid Anna Eskamani. “We zijn hier niet alleen om terug te vechten, maar ook om mensen in dit geweldige land eraan te herinneren hoe gevaarlijk DeSantis echt is.”‘
Nigeria heeft zondag enkele vroege resultaten bekendgemaakt van de nationale verkiezingen, hoewel een winnaar in de race om de opvolging van president Muhammadu Buhari pas over enkele dagen wordt verwacht. De stemming in het land met de meeste inwoners van Afrika verliep in de meeste gevallen vreedzaam, ondanks enkele geplunderde stembureaus en een late start voor vele andere, meldt Al Jazeera.
Bijna 90 miljoen mensen mochten zaterdag stemmen voor een opvolger van Muhammadu Buhari. Veel Nigerianen hopen dat de nieuwe leider de onveiligheid, de economische malaise en de toenemende armoede zal aanpakken.
De definitieve uitslag wordt binnen vijf dagen verwacht
De eerste resultaten kwamen uit de deelstaat Eikiti. Daar blijkt dat presidentskandidaat Bola Tinubu van de regerende All Progressives Congress (APC) met tweehonderdduizend stemmen de meeste steun heeft gekregen. Hij wordt gevolgd door Atiku Abubakar van de Peoples Democratic Party (PDP), de grootste oppositiepartij, met iets minder dan de helft van de stemmen, en Peter Obi van de Labour Party, die elfduizend stemmen kreeg.
De stemming moest in enkele delen van het land tot zondag worden verlengd na storingen op zaterdag, maar sinds de sluiting van de stembussen wordt er geteld en de definitieve uitslag wordt binnen vijf dagen verwacht. De commissie heeft veertien dagen de tijd om de resultaten officieel bekend te maken, maar de resultaten komen waarschijnlijk in de komende dagen al online beschikbaar. Om het presidentschap te winnen, moet een kandidaat de meeste stemmen krijgen, maar ook minstens vijfentwintig procent van de stemmen in twee derde van de zesendertig staten van Nigeria.
Nikki Haley, voormalig gouverneur van South Carolina en ambassadeur van de Verenigde Naties, heeft dinsdag haar kandidatuur voor het presidentschap aangekondigd. Zij wordt daarmee de eerste belangrijke rivaal van voormalig president Donald Trump voor de Republikeinse nominatie van 2024, bericht AP News.
Twee jaar geleden zei Haley nog dat ze haar voormalige baas niet zou uitdagen tijdens de presidentsverkiezingen in 2024. Maar vanwege onder meer de economische problemen van het land en de behoefte aan een ‘generatiewisseling’, een knipoog naar de leeftijd van de zesenzeventigjarige Trump, veranderde ze van gedachten.
Haley was de eerste vrouw en eerste persoon uit een minderheidsgroep die gouverneur van South Carolina werd
De eenenvijftigjarige Haley is de eerste in een lange rij Republikeinen die zich naar verwachting in de komende maanden kandidaat zullen stellen voor de presidentsverkiezingen van 2024. Mocht Haley worden verkozen, dan zou zij de eerste vrouwelijke president van het land zijn en de eerste Amerikaanse president van Indiase afkomst. Als dochter van Indiase immigranten groeide ze op in een klein stadje in South Carolina. In haar jeugd werd ze vaak racistisch bejegend. In haar videoboodschap stond ze stil bij de impact die dat heeft gehad op haar persoonlijk leven en politieke loopbaan.
Voordat ze de politiek inging, was Haley accountant. Met haar verkiezingsoverwinning in 2010 was ze de eerste vrouw en eerste persoon uit een minderheidsgroep die gouverneur van South Carolina werd – en als achtendertigjarige de jongste gouverneur van het land. Haley mocht spreken op de Republikeinse Nationale Conventie van 2012 en reageerde namens de Republikeinen op de State of the Union van president Barack Obama in 2016.
De aardbeving in Turkije en Syrië heeft niet alleen gevolgen voor de mensen in het getroffen gebied, maar zou ook weleens een staartje kunnen krijgen voor president Erdogan, zo schreef Politico vrijdag. Politici van de oppositie houden Erdogan verantwoordelijk voor het feit dat het land zo slecht voorbereid was op een aardbeving en dat de noodhulp zo laat op gang kwam. Dit zou te wijten zijn aan onvoldoende samenwerking en coördinatie tussen de staat en de lokale autoriteiten en hulporganisaties.
Het optreden van de Turkse president tijdens deze humanitaire noodsituatie zou weleens invloed kunnen hebben op de uitslag van de verkiezingen, die over drie maanden gehouden worden. In 1999 was het de slappe reactie van de toenmalige regering op de aardbeving in dat jaar die Erdogan en zijn AKP in het zadel hielp. Dat zou Erdogan ook kunnen overkomen, aldus Politico.
Erdogan erkende dat er ‘natuurlijk fouten zijn gemaakt’
Volgens critici zou Turkije geld dat begroot was voor natuurrampen, besteed hebben aan het bouwen van snelwegen. Daarnaast waren veel gebouwen die zijn ingestort, gebouwd na 1999 en hadden zij dus moeten voldoen aan de aardbevingsbestendige bouwvoorschriften die na dat jaar in werking zijn getreden. Ook werden hulporganisaties in hun werkzaamheden gehinderd doordat de Turkse regering zo gecentraliseerd is, wat de reddingsoperaties bemoeilijkte.
Erdogan wees kritiek op de politie en het leger van de hand. Volgens hem hebben zij naar eer en geweten gehandeld. Wel erkende hij dat de zoek- en reddingsoperaties sneller hadden gekund en dat er ‘natuurlijk fouten zijn gemaakt’. Hij beloofde dat er binnen een jaar nieuwe gebouwen zullen staan en dat de regering de huur zal betalen van mensen die niet in tenten willen blijven wonen.
Speech stond in het teken van een herverkiezingscampagne
Dinsdag heeft de Amerikaanse president Biden zijn jaarlijkse State of the Union-toespraak gehouden. Daarin prees hij de economische vooruitgang en de resultaten in de wetgeving die onder zijn bewind werden geboekt, waarbij hij regelmatig de frase ‘Laten we het werk afmaken’ herhaalde, die waarschijnlijk ook te horen zal zijn als leus in zijn herverkiezingscampagne, schrijft NPR.
Het was zijn eerste toespraak tot het Congres sinds de Republikeinen tijdens de tussentijdse verkiezingen in november de controle over het Huis van Afgevaardigden in handen kregen. De State of the Union wordt van alle toespraken van Biden waarschijnlijk het best bekeken. Daarom maakte hij van de gelegenheid gebruik om zijn verschil van mening met de Republikeinen over bepaalde thema’s te laten horen en op die manier verkiezingssteun te werven, aldus de publieke radiozender.
Biden wil met zijn speech natuurlijk ook zijn eigen imago oppoetsen
Een van die thema’s is de verhoging van het schuldenplafond. Afgelopen maand waarschuwde het Amerikaanse ministerie van Financiën dat de VS de limiet hebben bereikt en het gevaar loopt zijn schulden niet meer terug te kunnen betalen als het Congres niets doet. Biden riep het Congres op om het schuldplafond zonder voorwaarden te verhogen.
De Amerikaanse president wil met zijn speech natuurlijk ook zijn eigen imago oppoetsen, aldus NPR. Uit een recente peiling bleek dat 62 procent van de Amerikanen vindt dat Biden in zijn eerste twee jaar maar weinig gepresteerd heeft. Hij benadrukte de economische winsten, de lage werkloosheidscijfers, de afnemende inflatie en de vele wetten inzake onder andere de infrastructuur en hogere uitkeringen voor veteranen die aangenomen zijn.
Internationale commentatoren en opiniemakers over de presidentsverkiezingen in Tsjechië, die werden gewonnen door de pro-Europese kandidaat Petr Pavel.
Alexandr Mitrofanov – commentator en Rusland-expert, Tsjechië
Novinky.cz
‘Mensen vieren vandaag feest. Bijna een miljoen mensen meer dan degenen die op Babiš hebben gestemd, zullen tevreden zijn. Petr Pavel is de eerste Tsjechische president die er vanaf het begin werk van maakte de dialoog aan te gaan met mensen die op zijn tegenstander stemden. Hij liet weten dat hij bij de kiezers geen winnaars of verliezers zag. Dat is een uitgestoken hand naar de bijna tweeënhalf miljoen Tsjechen die op zijn rivaal Andrej Babiš hebben gestemd. Het is aan hen om die hand te accepteren.’
‘De kandidaten die het in de tweede ronde tegen elkaar opnamen legden in het verleden, tijdens de communistische dictatuur, de basis voor hun zeer uiteenlopende carrières. Pavel kijkt met open blik naar zijn verleden en verontschuldigt zich voor zijn vroegere lidmaatschap van de Communistische Partij. Hij verwijst ernaar als een fout waarvan hij heeft geleerd. Hij noemt Vaclav Havel, de dissident die in 1989 president werd, als voorbeeld voor zijn leiderschap. En hij geniet vandaag de steun van veel voormalige tegenstanders.
Patrycja Bukalska – journalist en expert Internationale Betrekkingen, Polen
European Pravda
‘De duidelijk prodemocratische en prowesterse optie heeft gewonnen van de populistische, maar de angsten die Babiš bewust heeft aangewakkerd bij zijn kiezers zullen niet zomaar verdwijnen. Zijn agressieve campagne suggereerde dat Pavel als voormalig militair Tsjechië zou meeslepen in de oorlog in Oekraïne. Een van de meest controversiële momenten was de uitspraak van Babiš dat hij Polen of de Baltische staten niet zou helpen als ze zouden worden aan-gevallen.’
Joeri Pantsjenko redacteur buitenland, Oekraïne
Tygodnik Powszechny
‘De verkiezingen in Tsjechië waren de eerste die de oorlog in Oekraïne centraal stelden en laten zien dat pro-Russische populisten kunnen en moeten worden verslagen. Een signaal voor andere landen in de regio, met name voor Slowakije, waar in september parlementsverkiezingen worden gehouden en waar de pro-Russische oppositie in de peilingen nog steeds aan de leiding gaat. De verkiezingsuitslag in Tsjechië is een overwinning voor de pro-Europese krachten van heel “nieuw” Europa, dus ook voor Oekraïne.’
De Amerikaanse oud-president schreef zijn oproep op Truth Social
Donald Trump heeft op zijn eigen sociale netwerk Truth Social opgeroepen de Amerikaanse grondwet af te schaffen. Daarmee wil hij zich met terugwerkende kracht uit laten roepen tot winnaar van de presidentsverkiezingen van 2020, schrijft CNN. Trump schreef in zijn bericht dat er op grote schaal gefraudeerd is bij die verkiezingen. Voor deze beschuldigingen van fraude is nooit bewijs gevonden. Desondanks blijft de oud-president van de VS volhouden dat Joe Biden de onrechtmatige president van het land is.
Vanwege deze vermeende verkiezingsfraude zouden alle regels, wetten en artikelen, ‘zelfs die in de grondwet’, afgeschaft moeten worden, schrijft Trump op het netwerk. Dergelijke uitlatingen liggen gevoelig in de VS, omdat de beschuldigingen van Trump leidden tot de bestorming van het Capitool. Naar deze bestorming wordt nog steeds onderzoek gedaan door een parlementaire commissie.
Het Witte Huis heeft de uitlatingen van Trump ‘onacceptabel’ en ‘een aanval op de ziel van ons land’ genoemd. Trump heeft de intentie in 2024 weer mee te doen aan de presidentsverkiezingen, al moet hij wel eerst de nominatie van de Republikeinse Partij in de wacht slepen bij de voorverkiezingen.
Lula behaalt niptste overwinning in Braziliaanse geschiedenis
Luiz Inácio Lula da Silva heeft in de verkiezingen van zondag nipt zittend president Jair Bolsonaro verslagen en gaat na de periode 2003-2010 aan een derde termijn beginnen als president van Brazilië. Sinds de terugkeer van de democratie in Brazilië in de jaren tachtig heeft een president nog nooit drie termijnen gediend. ‘Onze meest urgente verplichting is het opnieuw uitbannen van honger,’ zei Lula in zijn overwinningstoespraak in São Paulo. Ook beloofde het Amazonegebied te beschermen en verklaarde hij dat ‘wij één volk zijn’. Er zijn niet ‘twee Braziliës’, citeert Correiro Braziliense.
De kloof tussen de twee kandidaten in de tweede ronde was de kleinste in de geschiedenis, volgens Rio Times. Lula kreeg 50,89 procent van de stemmen en Bolsonaro 49,11 procent. Een verschil van ongeveer 2 miljoen stemmen, met een totaal van 120 miljoen Brazilianen die naar de stembus gingen. Zoals The New York Times opmerkt ‘blijft er bezorgdheid bestaan over de gezondheid van een van ’s werelds grootste democratieën’. Maandenlang heeft Bolsonaro bij voorbaat de uitslag van de verkiezingen in twijfel getrokken. ‘Nu vraagt een deel van het land: zal hij zijn nederlaag accepteren?’ aldus het dagblad. Volgens verschillende Braziliaanse kranten weigerde Bolsonaro, de eerste president die niet werd herkozen, zondag elk bezoek aan huis, ook van zijn familie. Ook heeft hij zijn tegenstander nog niet gefeliciteerd.
‘Brazilië kan weer ademhalen met het einde van het tijdperk-Bolsonaro’
Het Braziliaanse dagblad O Globo verwelkomt de overwinning van Lula: ‘Brazilië kan weer ademhalen met het einde van het tijdperk-Bolsonaro’. Lula staat echter voor een ‘groot aantal uitdagingen’, waarschuwt La Tercera. Het Chileense dagblad noemt de inflatie, de terugkeer op het internationale toneel na het unilateralisme van Bolsonaro en de ontbossing in het Amazonegebied. De Argentijnse krant Clarín herinnert Lula eraan dat sinds zijn twee mandaten in het begin van de jaren 2000 ‘het land niet meer hetzelfde is’. De welvaart in Brazilië is niet meer dezelfde als tien jaar geleden, door hoge schulden en de economische gevolgen van de pandemie.
Ook politiek gezien is de Zuid-Amerikaanse natie veranderd. ‘Ondanks zijn staat van dienst heeft het bolsonarisme zich geconsolideerd als een populaire rechtse optie in een verdeeld land’, merkt Folha de São Paulo op. Bolsonaro ‘heeft Donald Trump altijd als zijn idool gehad’ en de voormalige Amerikaanse president ‘is er zelfs buiten de macht in geslaagd het trumpisme in de VS levend te houden’. Lula kan daarom vijandige oppositie verwachten.
In het buitenland moet de 74-jarige leider juist rekenen op de steun van zijn buren. El País merkt op dat ‘de vijf belangrijkste Latijns-Amerikaanse economieën voor het eerst door links zullen worden geregeerd’. De leiders van Colombia, Mexico, Chili en Argentinië zullen de eerste zijn die Lula’s terugkeer op het wereldtoneel zullen steunen. ‘Deze zondag heeft de coalitie van Lula niet alleen Bolsonaro verslagen, maar ook de leiding genomen in een nog nooit eerder vertoonde regionale alliantie die geen precedent zal kennen‘, benadrukt het Spaanse dagblad.
De twee Braziliaanse presidentskandidaten maakten elkaar zondag uit voor leugenaar in het eerste debat voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. ‘Lula, stop met liegen, een man van uw leeftijd!’ zei de 67-jarige extreemrechtse president in de openingsminuten. ‘U bent de koning van de valse informatie, de koning van de domheid,’ antwoordde Lula (76).
Volgens Folha de São Paulo, die de confrontatie mede organiseerde, viel voormalig president Luiz Inácio Lula da Silva zijn rivaal Jair Bolsonaro vooral aan op zijn ‘incompetentie’ en ‘zijn slechte omgang met de coronapandemie en de economie’. Het huidige staatshoofd stelde op zijn beurt de ‘corruptie’ van de Arbeiderspartij van Lula aan de kaak.
‘Ondanks de harde woorden bleef de sfeer over het algemeen gematigd, waarbij de twee kandidaten hun stem niet verhieven, slechts ironisch glimlachten en zo agressie vermeden’, meldt het dagblad.
De Keniaanse presidentskandidaat Raila Odinga heeft dinsdag de uitslag van de presidentsverkiezingen van 9 augustus verworpen en het proces een ‘aanfluiting’ genoemd. De kiescommissie heeft zijn rivaal William Ruto maandag tot winnaar uitgeroepen met 7.176.141 stemmen (50,45 procent). Daarmee versloeg hij Odinga, die 6.942.930 stemmen (48,85 procent) kreeg, meldde The EastAfrican.
Volgens de krant heeft Odinga er bij zijn aanhangers op aangedrongen de rust en kalmte te bewaren terwijl hij alle juridische mogelijkheden die hem ter beschikking staan onderzoekt. Het is de vierde keer op rij dat Odinga de uitslag van een presidentsverkiezing heeft verworpen.
Wie zijn toch de aanhangers van Donald Trump, die het Republikeinse establishment tot wanhoop drijven? Volgens The Washington Post vind je ze vaak in achtergebleven gebieden waar zich zelden een presidentskandidaat vertoont.
Lowell, Massachusetts – Dit oude industriestadje is vooral bekend om wat het ooit was, toen textiel fabrieken aan de oever van de Merrimackrivier werk boden aan duizenden immigranten uit Ierland, Rusland en Griekenland. Dat Lowell bestaat allang niet meer en nu vecht een nieuwe stad voor zijn bestaan. Ondanks de aanwezigheid van de University of Massachusetts- campus, heeft maar een op de vijf inwoners hier een universitaire opleiding. Het gemiddelde jaarinkomen per huishouden ligt rond de 49.500 dollar en dat blijft ver achter bij het gemiddelde van de staat en van het land. Negentien procent van de honderdduizend inwoners van de stad leeft in armoede.
Dit is het soort stad waar miljardair Donald Trump in zijn campagne voor het presidentschap graag zijn verkiezingsbijeenkomsten houdt, en waar zijn boodschap de meeste weerklank lijkt te vinden. De luidruchtige evenementen die het kenmerk en de drijvende kracht van Trumps campagne zijn geworden, zijn meestal niet zijn verkiezingsbijeenkomsten in staten als Iowa en New Hampshire, waar de verkiezingen vroeg plaatsvinden. Hij krijgt juist steeds meer een gezicht door de bijeenkomsten in steden waar zich zelden een presidentskandidaat vertoont. Het zijn vaak ook plaatsen die het moeilijk hebben: Mobile, Alabama, waar het werkloosheidscijfer hoger is dan gemiddeld in het hele land en in de staat zelf; Springfield, Illinois, waar de industrie nog niet over de recessie heen is; en Beaumont, Texas, dat zich zorgen maakt over de lage brandstofprijzen.
Hij krijgt staande ovaties voor zijn beloften dat hij banen uit het buitenland terug zal halen en een muur langs de zuidgrens zal bouwen
Deze stadjes – en veel andere die Trump tijdens zijn campagne heeft aangedaan – blijven op een aantal fronten achter bij de rest van het land en van hun eigen staat. Het gemiddelde inkomen per huishouden is lager, er is vaak minder eigen huizenbezit en er zijn minder inwoners met een universitair diploma. In de meeste van deze steden wonen veel minderheden, maar het publiek op Trumps bijeenkomsten is vrijwel geheel blank.
En bij dat publiek overheerst het gevoel dat het nog steeds niet goed genoeg gaat met de economie – en dat het misschien ook nooit beter zal worden dan het nu is, tenzij er een dramatische omslag plaatsvindt.
‘Ik zie hoeveel moeite mensen hebben om de basisbehoeften in het leven te betalen,’ zegt Alexis Arondson, 36, die geboren is in Lowell en voor [kabelgigant] Comcast werkt. Ze is van plan om zich als kiezer te registreren zodat ze op Trump kan stemmen. ‘Volgens mij is er de afgelopen jaren niets veranderd. Mensen zijn gewoon immuun geworden voor hoe het met de economie gaat. Iedereen heeft zich er maar bij neergelegd.’
Slimme underdog
In deze onbekende stadjes trekt Trump duizenden en duizenden bewonderaars die uren in de zinderende hitte of ijzige kou staan te wachten om hem te horen spreken. Hij doet zich voor als een soort underdog die met zijn boerenverstand het systeem heeft weten te verslaan, en hij wordt vaak het hardst toegejuicht wanneer hij tekeergaat tegen Democraten, het Republikeinse establishment, de media, graaiende bedrijven of elke andere instelling waardoor mensen zich in de steek gelaten voelen. Hij krijgt staande ovaties voor zijn beloften dat hij banen uit het buitenland terug zal halen en een muur langs de zuidgrens zal bouwen om illegale immigranten, terroristen en drugs buiten de deur te houden.
Volgens Trumps campagneleider Corey Lewandowski, die in Lowell is opgegroeid, heeft de campagne ‘heel, heel zorgvuldig’ de locaties voor verkiezingsbijeenkomsten uitgekozen. Er is speciaal gezocht naar plaatsen waar inwoners kansen hebben gemist en waar Trumps boodschap in goede aarde zou vallen. Lewandowski wees erop dat veel plekken die Trump aandoet, geen conservatieve bolwerken zijn waar Republikeinse presidentskandidaten het meestal goed doen. Trump kiest juist vaak steden met een ontevreden Democratische en Republikeinse arbeidersbevolking die het gevoel heeft niet te worden gehoord.
Zelf wijst Trump de suggestie dat hij zich op een bepaald type gemeenschap richt van de hand: ‘Nee, volgens mij gaan we overal heen.’
Trump stopt wel verwijzingen naar plaatselijke omstandigheden in zijn toespraken – in Michigan heeft hij het over auto’s, in Illinois over tractors, in Texas over olie – maar houdt grotendeels dezelfde speech, in welke staat hij ook is. Hij heeft voor deze verkiezingsbijeenkomsten kriskras door het land gereisd, maar de zorgen van het publiek zijn vrijwel overal gelijk.
Neem die 47-jarige man in Springfield die reuzenraden maakt en het gevoel heeft dat dat het laatste is wat nog in Amerika wordt gemaakt. Neem de 37-jarige spoorwegbeambte op een verkiezingsbijeenkomst in Worcester, Massachusetts, die zijn vakbond verwijt dat die hem onder druk heeft gezet om twee keer op Obama te stemmen. De 55-jarige voormalige restaurantbedrijfsleider uit West-Oklahoma die al langer dan een jaar geen werk meer heeft nu daar op steeds minder plekken olie wordt gewonnen en de steden leeglopen. En neem Kevin Steinke uit een voorstad van Grand Rapids, Michigan, die zegt dat hij niet weet hoe hij van zijn ongeregelde inkomen als consultant elke maand de zorgverzekeringspremies moet betalen.
‘Soms is zijn retoriek wel een beetje heftig, maar ik denk dat hij de spijker op zijn kop slaat en mensen raken gefrustreerd door het idee dat we niet vooruitkomen als land. Veel van ons hebben het gevoel dat we achteruit gaan,’ zegt Steinke, 53, die met zijn twee zoons naar een verkiezingsbijeenkomst van Trump in Grand Rapids is gekomen. ‘Hij zegt vaak wat mensen denken, en dat komt aan… We hebben in dit land een CEO nodig, geen opperpoliticus.’
Geen toekomst zonder Trump
Onder het publiek hier in Lowell is ook een 56-jarige kapper die zegt dat de economie volgens haar en haar klanten is vastgelopen. Er zijn twee broers van begin twintig in Lowell die zich aangetrokken voelen tot Trumps mentaliteit, in tegenstelling tot hun Democratische ouders, die zich zorgen maken om de veiligheid van hun zoons op de verkiezingsbijeenkomst. En er is een elfjarig meisje uit een voorstad van Boston met een zelfgemaakt T-shirt waarop staat: ‘Ik heb een toekomst gepland, maar zonder Trump is er geen toekomst.’
‘Ik hou van Trump omdat hij geen politicus is,’ zegt Heather Laine, 32, die al haar hele leven in Lowell woont, kleuteronderwijs geeft en ook op de bijeenkomst is. ‘Iedereen belooft altijd weer hetzelfde, behalve hij… Ik vind het goed dat hij altijd voor het oog van de natie zegt wat iedereen elke avond onder het eten thuis zegt.’
Laine zegt dat ze blij is met de diversiteit in Lowell, waar een kwart van de bevolking in het buitenland is geboren. Maar ze zegt ook dat sommige immigranten niet hard genoeg werken en te zwaar op de overheid leunen. ‘Ik ben er helemaal voor als mensen naar dit land willen komen en voor hun brood willen werken, maar dat willen ze niet. Ze willen alles voor niks krijgen,’ zegt Laine, die vertelt dat zij en haar man bij familie inwonen omdat ze zich geen eigen huis kunnen veroorloven. ‘De Amerikaanse droom, het lijkt wel of die niets meer voorstelt.’
Laine staat geregistreerd als Democraat, maar is van plan dat te veranderen en op Trump te gaan stemmen.
Backstage heeft Trump privéontmoetingen met supporters, plaatselijke leiders en politiemensen, met wie hij geanimeerd praat en bereidwillig op de foto gaat. Voor dat soort dingen heeft deze kandidaat alle tijd, want hij hoeft zich niet bezig te houden met het plezieren van rijke geldschieters. Tijdens deze meet-and-greets, waar geen pers wordt toegelaten, vertoont Trump volgens zijn medewerkers zijn talent voor kleinschalige politiek; hij gaat persoonlijke banden aan met stemmers in het hele land die zijn boodschap weer kunnen overbrengen aan hun vrienden, familieleden, collega’s en buren.
Toen Trump aankondigde dat hij in Lowell een verkiezingsbijeenkomst zou houden in het Tsongas Center – vernoemd naar een vroegere Democratische senator uit Lowell en voornamelijk gebruikt voor ijshockeywedstrijden – dachten sommige mensen in de stad dat het een grap was. Tientallen demonstranten zijn naar de bijeenkomst gekomen en staan buiten in de sneeuw met borden waarop boodschappen staan als ‘Jij, de KKK en Poetin willen Trump als president. Hoe voelt dat?’
‘Lowell is een smeltkroes van immigranten en wat Trump gelooft is volgens mij tegen immigranten,’ zegt Tooch Van (40), een immigrant uit Cambodja die als mentor op de gemeentelijke school in Lowell werkt en tegen Trumps verkiezingsbijeenkomst demonstreerde. ‘Ik begrijp er niets van.’
Trump houdt vol dat zijn publiek niet alleen maar uit nieuwsgierigen bestaat en dat zijn populariteit deel uitmaakt van een beweging die allerlei soorten kiezers bijeenbrengt, niet alleen de arbeiders.
‘Er is zo veel liefde in deze zalen – hier, in Dallas, overal waar ik kom’
‘Er is zo veel liefde in deze zalen – hier, in Dallas, overal waar ik kom,’ zegt Trump in Lowell, waar de sporthal volgepakt is met meer dan het maximale bezoekersaantal van 7800 mensen. ‘We zijn nu in Massachusetts, we gaan naar New Hampshire, we gaan naar Iowa, we gaan naar South Carolina, we gaan naar Nevada… We waren in Florida, waar het ongelooflijk was, in Texas, het is overal hetzelfde. Het is liefde. Het is liefde.’
Auteur: Jenna Johnson
Vertaler: Annemie de Vries
Jenna Johnson doet voor The Washington Post verslag van de presidentscampagnes 2016.
The Washington Post Verenigde Staten | oplage 700.000
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.
Peter Wehner is een volbloed conservatief die voor drie Republikeinse regeringen werkte. Maar mocht Donald Trump het tot presidentskandidaat schoppen, dan zal hij niet op hem stemmen.
Keuze uit het archief
Afgelopen weekend werd beheerst door de moordaanslag op de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump, die hij op een haar na overleefde. De aanslag laat de grote verdeeldheid zien binnen de VS, waar sommige mensen met Trump weglopen en anderen hem tot op het bot verafschuwen.
In dit artikel van de NYT van begin 2016 zet de – nota bene – Republikein Peter Wehner de redenen uiteen waarom hij hoe dan ook nooit op Trump zal stemmen. Hoewel het artikel ruim acht jaar oud is, doet dat niets af aan zijn argumentatie. Ook dit jaar is de kans immers zeer aanwezig dat Trump in het Witte Huis zal komen, en het lijkt er niet op dat Trumps opvattingen en persoonlijkheid de afgelopen acht jaar zijn veranderd.
Te beginnen met Ronald Reagan heb ik sinds 1980 bij elke presidentsverkiezing Republikeins gestemd. Ik heb voor de regering van Reagan en voor die van George H.W. Bush gewerkt en ben in het Witte Huis speechschrijver en adviseur voor George W. Bush geweest. Ik heb ook meegewerkt aan Republikeinse verkiezingscampagnes. Ondanks – maar voor een groot deel ook dankzij – deze voorgeschiedenis zal ik niet op Donald Trump stemmen als hij de Republikeinse nominatie krijgt. Mochten Trump en mevrouw Clinton de Republikeinse en Democratische kandidatuur bemachtigen, dan stem ik liever op een redelijke, andere partij; is die mogelijkheid er niet, dan ga ik gewoonweg niet stemmen.
Hij zou de minst gekwalificeerde president uit de Amerikaanse geschiedenis zijn
Ik vermoed dat dit voor veel Republikeinen geldt. Er zijn veel redenen om niet op Trump te gaan stemmen als hij genomineerd wordt. Om te beginnen het feit dat hij de minst gekwalificeerde president uit de Amerikaanse geschiedenis zou zijn. Al onze vierenveertig presidenten tot nu toe hadden bestuurlijke of militaire ervaring opgedaan voor ze werden beëdigd. Vastgoedmagnaat en voormalig reality-tv-ster Trump heeft geen dag van zijn leven in een openbare functie of bij de strijdkrachten gediend. In de loop van zijn campagne heeft hij herhaaldelijk laten zien hoe groot zijn onwetendheid is als het gaat om basale zaken van nationaal belang – over de drie manieren waarop de Verenigde Staten kernbommen kan afvuren (vanaf land, vanuit zee, of vanuit de lucht), over het verschil tussen de Quds-strijdkrachten in Iran en de Koerden ten westen daarvan, en over de kernproeven van Noord-Korea.
Trump heeft geen zin om kennis te nemen van de meeste kwesties, laat staan om ze zich eigen te maken. Nooit eerder heeft een belangrijke presidentskandidaat zo veel minachting getoond voor kennis, zo’n gebrek aan interesse voor cijfers, en zo weinig gêne over zijn eigen achterlijkheid. Vandaar dat veel van de meest bejubelde uitspraken en beloften van Trump – om snel en ‘menselijk’ 11 miljoen immigranten het land uit te zetten, om Mexico te dwingen de muur die hij langs onze zuidgrens zal bouwen te betalen, om Islamitische Staat ‘heel snel’ te verslaan en vervolgens als extraatje de olie van die organisatie in beslag te nemen, om moslims de toegang tot de Verenigde Staten te weigeren – nativistische luchtkastelen en public relations-stunts zijn.
Wat Trump nog minder geschikt voor het ambt maakt, is zijn temperament. Hij is onberekenbaar, inconsequent en principeloos. Hij bezit een grofheid en wreedheid die zich manifesteerden in de manier waarop hij een gehandicapte Time-journalist nadeed, senator John McCain belachelijk maakte om zijn vroegere krijgsgevangenschap, een opmerking maakte over ‘bloed’ met de bedoeling een vrouwelijke journalist te vernederen en een van zijn tegenstanders vergeleek met een kinderverkrachter.
Het legendarische narcisme van de heer Trump zou grappig zijn als het in iemand die naar het hoogste ambt van het land streeft niet zo gevaarlijk was – zoals hij liet zien toen hij de wrede, anti-Amerikaanse president van Rusland, Vladimir Poetin, uitbundig prees, in antwoord op Poetins bewonderende uitspraken over hemzelf. ‘Het is altijd een grote eer,’ zei Trump vorige maand, ‘om zo’n mooi compliment te krijgen van een man die in zijn eigen land en daarbuiten zo hoog wordt geacht.’
Trumps giftige mix van onwetendheid, emotionele labiliteit, demagogie, kletspraat en wraakzucht zou meer teweegbrengen dan een mislukt presidentschap; die zou heel goed tot een nationale ramp kunnen leiden. Bij elke Amerikaan zou een rilling over de rug moeten lopen bij het vooruitzicht van Trump als opperbevelhebber.
Zijn nominatie zou de Republikeinse Partij en het conservatisme ernstiger bedreigen dan Hillary ooit zou kunnen
Voor Republikeinen is er nog een extra reden om niet op Trump te stemmen. Zijn nominatie zou de Republikeinse Partij en het conservatisme ernstiger bedreigen dan Hillary ooit zou kunnen. Want mevrouw Clinton kan de Republikeinse Partij misschien een nederlaag toebrengen, ze zou die partij nooit kunnen herdefiniëren. Trump kan dat wel, als hij de Republikeinse kandidaat wordt. Zijn deelname in de race om de nominatie in 2016 heeft al zeer schadelijke gevolgen gehad, maar die vallen nog in het niet bij wat er zou gebeuren als hij de Republikeinse vaandeldrager werd. De genomineerde is per slot van rekening de leider van de partij; hij geeft die vorm en betekenis. Onder aanvoering van Trump zal de Republikeinse Partij niet langer een conservatieve partij zijn; het zal een boze, racistische, populistische partij zijn. Trump zou een dramatische breuk vertegenwoordigen met de beste tradities van de partij en een fundamentele aanval daarop.
In de loop der jaren hebben we al de voorboden van het huidige trumpisme gezien, zowel qua onderwerpen als qua stijl – bijvoorbeeld tijdens de campagnes voor het presidentschap van Pat Buchanan in de jaren negentig, met de opkomst van Sarah Palin binnen de partij, en in de nietsontziende retoriek van mensen als [politiek commentator] Ann Coulter aan de rechtervleugel. De sentimenten die deze individuele leden drijven, hebben de partij beïnvloed en die invloed is de afgelopen jaren steeds verder gegroeid. Maar ze hebben nooit overheerst en ze zijn zeker nooit bepalend geweest. Daar zou verandering in komen met de nominatie van Trump.
Wordt Trump genomineerd, dan wordt de Grand Old Party de partij van de anti-rede. Ik zal nog verder gaan: ons regeringssysteem is bedoeld om juist het soort man als Trump te vermijden, het type leider dat onze stichters vreesden – een demagogische figuur die zichzelf niet ziet als onderdeel van ons constitutionele bestel, maar als alternatief daarvoor. Ik weet dat wij die in de politiek zitten wel vaker niet de genomineerde krijgen die we willen, maar dan scharen we ons toch achter de kandidaat die de nominatie van onze partij krijgt. Dat was in mijn ogen altijd zoals het hoorde.
Grens aan partijloyaliteit
Tot nu toe. Donald Trump heeft de politieke vanzelfsprekendheden veranderd omdat hij de morele vanzelfsprekendheden heeft veranderd. Voor deze levenslange Republikein is hij tenminste onaanvaardbaar. Er is een grens aan partijloyaliteit. Er zijn nog geen stemmen uitgebracht, voorverkiezingen zijn onvoorspelbaar en vaak overwint uiteindelijk de nuchterheid, dus Trump is niet de gedoodverfde Republikeinse genomineerde. Maar verbijsterend genoeg is dat op dit moment wel degelijk voorstelbaar. Als dit scenario uitkomt, komen veel Republikeinen terecht in een situatie die ze altijd ondenkbaar hebben geacht: dat ze weigeren de presidentskandidaat van hun eigen partij te steunen, omdat dat het beste is wat ze kunnen doen voor hun partij en voor hun land.
Voorspellen, waarom zou je? En dan weer naspellen? Niet echt de taak van de journalistiek – die moet juist beschrijven wat er speelt. Toch kan de actualiteit enorme gevolgen hebben voor de nabije toekomst en kunnen we het niet laten ook daar een gooi naar te doen. Als was het maar ter bezwering.
Bij dezen.
Donald Trump haalt het Witte Huis niet en het vluchtelingenprobleem wordt de toetssteen voor de Europese samenwerking.
Het nieuwe jaar begint voor Europa niet best, nu ook in Duitsland openlijk wordt betwijfeld of Merkels moedige mantra ‘Wir schaffen das’ wel zal standhouden. Aan Nederland valt de twijfelachtige eer te beurt als wisselend voorzitter het wankelende Europese project in het eerste halfjaar te stabiliseren. Daarbij zal veel afhangen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, zowel met betrekking tot de burgeroorlog in Syrië als ten aanzien van het vermogen van Islamitische Staat om als stokebrand te blijven optreden.
Ook dat heeft zijn weerslag op Nederland, waar de dreiging van terreur paradoxaal genoeg voor meer politieke stabiliteit zorgt. De efemere successen van de PVV in de peilingen bieden voor de andere partijen nauwelijks aantrekkelijke vooruitzichten op het smeden van een nieuwe regeringscoalitie, zodat de huidige combinatie de voorziene periode tot maart 2017 wel zal moeten uitzitten.
De Amerikanen beginnen over drie weken in Iowa en New Hampshire aan de prelude op de presidentsverkiezingen van 8 november. Kenners voorspellen dat voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis een vrouw het land zal gaan leiden.
Mag ook wel eens, na 240 jaar.
(Wie wordt na 204 jaar koninkrijk de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland?)
De wereldeconomie zal dit jaar volgens het orgaan dat het weten kan, de Financial Times, geen grote schokken ondergaan. De olieprijs stijgt enigszins, de groei van de Chinese economie stabiliseert zich op een wat lager niveau en de dollar blijft de toonaangevende munt.
Volgens dezelfde bron, kennelijk ook op een geheel ander vlak welingelicht, maken de Belgen een goede kans op het winnen van het Europees kampioenschap voetbal in Frankrijk, met een supertrio dat volgens de Londense cijferaars op dit moment al zo’n 200 miljoen euro op de transfermarkt doet. Een troost voor Nederland. Om het broederschap met onze buren meteen aan te trekken, verwelkomen wij van harte onze Vlaamse lezers die zich vanaf deze week op de Vlaamse editie van 360 kunnen abonneren.
Ooit werd Frankrijk bestierd door tweehonderd families. In de VS gebeurt nu iets soortgelijks: uit onderzoek van The New York Times blijkt dat 158 superrijke families bijna de helft van al het campagnegeld bijeen hebben gebracht.
Het zijn in overgrote meerderheid rijke, oudere blanke mannen in een natie die in toenemende mate wordt gevormd door jonge kiezers, vrouwelijke kiezers en kiezers met een kleurtje. In dit onmetelijk grote land wonen zij vooral in een kleine archipel van exclusieve rijke wijken verspreid over een handjevol steden. En in een economie waarin miljardairs van oudsher fortuin maakten in een onafzienbare reeks verschillende industrieën, danken zij hun rijkdom grotendeels aan slechts twee sectoren: financiële dienstverlening en energie. Met hun enorme rijkdom hebben ze nu de politieke arena betreden. Bijna de helft van al het campagnegeld van de Democratische en Republikeinse kandidaten is van hen afkomstig. Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat 158 families, deels via bedrijven die geheel of gedeeltelijk in hun handen zijn, nu al 176 miljoen dollar aan de campagnes hebben bijgedragen. Sinds Watergate is het niet meer gebeurd dat zo’n klein aantal mensen en bedrijven in zo’n vroeg stadium van de verkiezingen zo veel geld heeft ingebracht. Overwegend via kanalen die pas wettelijk zijn toegestaan sinds het Hooggerechtshof met het Citizens United-arrest vijf jaar geleden de weg vrijmaakte voor super-PAC’s [zie kader onderaan dit artikel]
De samenstelling van deze groep donateurs weerspiegelt de veranderende samenstelling van Amerika’s economische elite. Er zitten betrekkelijk weinig mensen bij met oud geld of uit het traditionele bedrijfsleven. De meesten hebben zelf een bedrijf opgebouwd en zijn rijk geworden met een combinatie van lef en talent: door het oprichten van een hedgefonds in New York, door het opkopen van onderschatte olievelden in Texas of door kassuccessen in Hollywood. Meer dan een dozijn van deze donateurs is niet geboren in de VS maar in Cuba, de voormalige Sovjet-Unie, Pakistan, India of Israël.
Maar hoe ze hun geld ook hebben verdiend, in hun politieke voorkeur neigen de grootste donateurs aan de verkiezingscampagnes naar rechts. Ze hebben al tientallen miljoenen gedoneerd aan Republikeinse kandidaten die paal en perk beloven te stellen aan regelgeving en overheidstoezicht, aan de belastingtarieven op inkomen, vermogenswinst en erfenissen en aan subsidies en sociale voorzieningen. Allemaal beleidskeuzes die hun eigen rijkdom beschermen, maar die ze om andere redenen zeggen te omarmen: volgens hen leidt dit tot economische groei en behoud van een stelsel dat ook anderen in staat stelt rijk te worden.
‘Veel families die op eigen kracht rijk zijn geworden, vinden dat kleine ondernemingen last hebben van het woud aan regelgeving,’ zegt Doug Deason, een belegger uit Dallas die vijf miljoen in de campagne van de Texaanse gouverneur Rick Perry had gestoken. (Nu Perry zich heeft teruggetrokken, dingen veel andere kandidaten naar zijn gunsten.) ‘Zij hebben goed geboerd. En ze gunnen het andere mensen om ook goed te boeren.’
Het zijn razend succesvolle ondernemers die gewend zijn bergen te verzetten, en graag tegen de stroom inroeien
Tegenwicht voor demografie
Met al dat geld voor Republikeinse kandidaten bieden deze rijke donateurs financieel tegenwicht aan de demografische ontwikkeling. Die levert juist steeds meer electorale steun op voor de Democraten en hun economische beleid. Uit een peiling van The New York Times en CBS News bleek in juni dat twee derde van alle Amerikanen voorstander is van een hoger belastingtarief voor wie meer dan een miljoen per jaar verdient. Zes op de tien is voorstander van actiever overheidsbeleid om de kloof tussen arm en rijk te dichten. En volgens het Pew Research Center is bijna zeven op de tien Amerikanen voor behoud van ons huidige uitkeringen- en ziektekostenstelsel.
Republikeinse kandidaten hebben moeite om stemmen te winnen onder latino’s, vrouwen en zwarte kiezers. Maar in deze campagne blijken de Republikeinen een grote voorsprong op de Democraten te hebben in de wereld van de zogenaamde super-PAC’s. Voor donaties aan het campagneteam van een kandidaat geldt een strikte limiet, maar aan zo’n ‘onafhankelijk’ political action committee mag iedereen zo veel geven als hij wil. De meeste donaties vloeien dan ook daarheen. Tot 30 juni hadden de 158 grootste donateurs in de campagne ieder al minstens 250.000 dollar bijgedragen, zo blijkt uit gegevens van de Federale kiescommissie en andere bronnen. En nog eens 200 andere families gaven ieder meer dan 100.000 dollar. Bij elkaar opgeteld waren deze twee groepen verantwoordelijk voor meer dan de helft van al het campagnegeld tot nu toe, en het leeuwendeel daarvan ging naar Republikeinen. ‘Het stelsel voor campagnefinanciering werkt nu als tegenkracht tegen de feitelijke ontwikkeling van het electoraat en het beleid dat kiezers willen,’ zegt Ruy Teixeira, een politicoloog van het linkse Center for American Progress.
In hun politieke voorkeur neigen de grootste donateurs naar rechts
Eigen klasse
Zoals de meeste superrijken treden de nieuwe donateurs niet graag naar buiten. De meeste families die wij benaderden, wilden ons niet te woord staan over hun campagnebijdragen of hun politieke denkbeelden. Veel donaties waren afkomstig van bedrijfsadressen of postbusnummers, of ze liepen via brievenbusfirma’s of trustfondsen. Allemaal nieuwe methoden die mogelijk zijn gemaakt door het Citizens United-arrest, dat bedrijven veel meer speelruimte geeft om verkiezingscampagnes te financieren. Sommige donateurs staan vanwege hun privacy of om belastingtechnische redenen niet ingeschreven als eigenaar van het huis waar ze wonen. Dat maakt het nog moeilijker de sociale verwevenheid en de familiebanden van deze kleine groep te achterhalen.
Maar uit interviews en onderzoek in openbare bronnen – zoals kiezersregistraties, bedrijfsgegevens en data van de federale kiescommissie – komt een beeld naar voren van een heel eigen klasse die geografisch, sociaal en economisch sterk samenklit. De wijken waar ze wonen, zouden samen bijna allemaal binnen de stadsgrenzen van New Orleans passen. Maar nog geen vijfde van de totale bevolking van die wijken bestaat uit minderheden, en praktisch niemand is zwart. De bewoners verdienen er vierenhalf keer zo veel als de gemiddelde Amerikaan en de kans dat ze een universitaire opleiding hebben genoten is tweemaal zo hoog. De meeste families wonen in slechts negen steden, vaak vlak bij elkaar in buurten zoals het chique Bel Air en Brentwood in Los Angeles of River Oaks in Houston, een wijk die vooral in trek is bij topmannen van energiebedrijven. Of Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met een eigen beveiligingsdienst, 35 villa’s en een 18 holes-golfbaan. Soms zijn ze, Republikeinen zowel als Democraten, donateur van dezelfde musea, symfonieorkesten of hulpprogramma’s voor achterstandskinderen. Ze doen samen zaken, ze trouwen met elkaar en zitten soms in hetzelfde pokerclubje. Meer dan vijftig leden van deze families staan in de Forbes 400-lijst van de rijkste miljardairs van het land. Ze zijn zo rijk dat zelfs een campagnebijdrage van een miljoen dollar voor hen een kleinigheid is.
Neem hedgefondsmiljardair Kenneth C. Griffin uit Chicago: volgens de gegevens die zijn vrouw indiende in hun echtscheidingszaak, bedraagt zijn besteedbaar inkomen 68,5 miljoen dollar per maand. Hij heeft in totaal 300.000 dollar aan lobbygroepen van Republikeinse presidentskandidaten gegeven. Dat lijkt een enorm bedrag, maar gemeten naar zijn jaarinkomen is het evenveel als 21,17 dollar voor een gemiddeld Amerikaans huishouden (uitgaande van cijfers over het gemiddeld besteedbaar inkomen van het Congressional Budget Office [de Amerikaanse rekenkamer]).
De rijkdom van deze families is deels een gevolg van de enorme groei van de financiële dienstverlening en de hausse in de olie- en gasindustrie, twee ontwikkelingen die de Amerikaanse economie in de afgelopen decennia ingrijpend hebben veranderd. De families profiteren bovendien van de politieke en economische ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan de groeiende kloof tussen arm en rijk. Terwijl het aandeel van de middenklasse in het nationaal vermogen en het nationaal inkomen is gekrompen, is dat van deze families juist gegroeid.
Zoals de meeste superrijken treden de nieuwe donateurs niet graag naar buiten
De vermogensgroei is vooral hard gegaan in de hogere echelons op Wall Street. Waar beleggers voorheen vooral het geld van anderen beheerden, werden ze steeds vaker zelf schatrijk. Eén tiende procent van de Amerikaanse belastingbetalers werkt in de financiële sector, en volgens één onderzoek is hun aandeel in het nationaal inkomen sinds 1979 vervijfvoudigd. Van de hier besproken families zijn er 64 rijk geworden in de financiële sector. Dat is de grootste subgroep onder de superdonateurs in deze verkiezingsrace. De meeste hebben zich daarbij niet omhooggewerkt binnen een gevestigd bedrijf als Goldman Sachs of Exxon. Ze hebben, al dan niet in samenwerking met anderen, eigen ondernemingen opgezet. In de financiële sector beheerden ze hedgefondsen en andere risicovolle beleggingsfondsen die profiteerden van het gunstige belastingklimaat voor schulden en beleggingen, en van de aantrekkende beurzen en lage rentetarieven van de laatste tijd. In de energiesector gaat het onder meer om avonturiers die als eersten profiteerden van de nieuwe boortechnieken en de hoge energieprijzen die de winning van schaliegas in North Dakota, Ohio, Pennsylvania en Texas rendabel maakten. Anderen maakten fortuin door die pioniers te voorzien van pijpleidingen, vrachtwagens en apparatuur om te ‘fracken’.
In beide sectoren kan een succesvol bedrijf in korte tijd enorme winsten opleveren – in tegenstelling tot sectoren waar het kapitaal vastzit in investeringen. En als ze niet worden gehinderd door aandeelhouders of een raad van bestuur, hebben deze ondernemers alle vrijheid om met dat geld hun politieke passie uit te leven. Meer dan de helft van het geld van de 158 grootste donateurs komt uit deze twee sectoren. ‘Als ik die families zie: dat zijn razend succesvolle ondernemers die gewend zijn om bergen te verzetten, en die graag tegen de stroom in roeien,’ zegt David McCurdy, vroeger Congreslid voor Oklahoma en nu voorzitter van de Vereniging van Amerikaanse Aardgasbedrijven.
Grote beursgenoteerde bedrijven laten zich doorgaans niet in met super-PAC’s, vanwege de negatieve publiciteit over de invloed van het grote geld op de campagnes. Maar deze zelfstandige ondernemers stoppen er rustig miljoenen in. En ze zetten hun geld soms op kandidaten waar het partijestablishment en traditionele donateurs de neus voor ophalen. Neem de drie families die tot nu toe de grootste campagnebijdragen hebben gedoneerd: de familie Wilks uit Texas, die miljarden heeft verdiend met vrachtwagens en boorapparatuur voor de schaliegasvelden; de familie Mercer uit New York, van hedgefondsbelegger Robert Mercer; en Toby Neugebauer, een private equity-belegger uit Texas. Allemaal steunen zij de Texaanse senator Ted Cruz, de uiterst conservatieve Tea Party-hardliner die slecht ligt bij de Republikeinse partijtop.
‘Veel geld inzetten op iets waar anderen nog niets in zien. Dat is de overeenkomst tussen het succes in die twee sectoren, energie en beleggingen,’ zegt Tim Phillips. Hij is de voorzitter van Americans for Prosperity, een conservatieve lobbygroep gelieerd aan de Republikeinse geldschieters Charles G. en David H. Koch.
Sommige families zitten in netwerken van ideologisch gedreven partijdonateurs die, zowel op links als op rechts, fundamentele invloed proberen uit te oefenen op de koers van hun partij. Zo zijn meer dan een dozijn donateurs of hun familieleden ook betrokken bij Koch Seminars, de tweejaarlijkse conferentie van de gebroeders Koch, die via diverse lobbygroepen onder meer ijveren voor afschaffing van de Export-Import Bank [een bank van de federale overheid, die kredieten verstrekt om de export van Amerikaanse goederen te bevorderen. Het rendement hiervan is omstreden en rechts-conservatieven zoals de gebroeders Koch beschouwen dit als een ongewenste vorm van staatsinmenging in de economie]. Dat geldt bijvoorbeeld voor bovengenoemde Deason en zijn vrouw, voor beleggingspionier Charles Schwab, wiens vrouw Helen veel aan de partij doneert, en voor Karen Buchwald Wright, van de familie die compressoren voor de winning en het transport van aardgas maakt. ‘De meeste deelnemers aan de conferentie zijn ondernemers die hun bedrijf helemaal zelf, van de grond af, hebben opgebouwd,’ zegt Deason, die alle vormen van subsidies en sociale uitkeringen wil afschaffen, ook als zijn eigen investeringen ervan profiteren.
Anderen, zoals hedgefondsbelegger George Soros en zijn zoon Jonathan, hebben juist banden met de Democracy Alliance, een netwerk van linkse partijdonateurs die willen dat de Democratische partij veel meer doet aan klimaatbeleid en een progressief belasting- stelsel. Deze groep geldschieters, die hun rijkdom veelal te danken hebben aan Hollywood of Wall Street, hebben miljoenen in de campagne van Hillary Clinton gestoken.
Veel op het spel
Tot op zekere hoogte doneren deze families geld omdat ze persoonlijke, regionale of professionele banden hebben met de kandidaten die ze steunen. De vader van Jeb Bush heeft zijn geld verdiend in de olie en Jeb Bush heeft zelf miljoenen verdiend op Wall Street. Sommige kandidaten die door de superrijken worden gesteund, hebben een politiek ambt bekleed in Florida of Texas, de twee staten waar de meeste families op de lijst van 158 wonen. Maar dat deze families de mogelijkheden van het Citizens United-arrest ten volle uitbuiten, is vooral een teken dat er voor hen ook veel op het spel staat, juist in de financiële dienstverlening en de energiesector. De regering Obama, de Democraten in het Congres en zelfs Jeb Bush zijn voorstander van regelgeving en belastingmaatregelen die een fikse lastenverhoging voor durfkapitaal- en private equity-fondsen kunnen betekenen. Hedgefondsen kenden van oudsher weinig regelgeving, maar zijn sinds 2010 gebonden aan de regels van de Dodd-Frank-wet [848 pagina’s aan financiële regulering die in juli 2010 werden doorgevoerd ter bestrijding van de financiële crisis]: verschillende Republikeinse kandidaten hebben beloofd om die terug te draaien, terwijl Clinton hem juist wil handhaven.
En de schaliegashausse heeft in korte tijd weliswaar heel veel geld opgeleverd, maar ook geleid tot overproductie van olie, waardoor de prijzen nu dalen. Binnen de industrie bestaat brede steun voor opheffing van het veertig jaar oude verbod op de export van olie, om Amerikaanse olieproducenten een nieuwe afzetmarkt te geven, en voor de aanleg van de omstreden Keystone XL-oliepijpleiding [vanuit Canada naar de VS. Olie-raffinaderijen, milieuactivisten en enkele leden van het Amerikaanse Congres spanden rechtszaken aan die de bouw moesten dwarsbomen]. ‘Ze vragen geen hulp van de overheid, ze willen alleen graag olie exporteren, en de meesten willen ook de Keystone-pijpleiding,’ zegt T. Boone Pickens, belegger en voorstander van aardgaswinning, over zijn collega’s in de energiesector. ‘De olie- en gasindustrie heeft wonderen verricht voor dit land. Ze betalen zich krom aan belasting, en toch blijven de mensen je aanvallen,’ vervolgt Pickens, die 125.000 dollar heeft gedoneerd aan steuncomités voor Jeb Bush of Carly Fiorina. ‘Het zijn ondernemers, en ze hebben overal een mening over.’
Nicholas Confessore, Sarah Cohen en Karen Yourish
Kader: Wat zijn super-PAC’s?
Amerikaanse presidentskandidaten krijgen in hun campagnes vaak bijval van zogenaamde political action committees (PAC’s), lobbygroepen die in naam onafhankelijk zijn, maar in feite actie voeren voor (en vooral ook tegen) specifieke kandidaten. Net als de financiering van campagneteams is die van PAC’s aan strikte regels gebonden: donaties mogen niet anoniem plaatsvinden en niet meer bedragen dan 5000 dollar per persoon. Maar twee uitspraken van het Hooggerechtshof in 2010, waaronder het Citizens United-arrest, hebben de weg vrijgemaakt voor zogenaamde super-PAC’s. Daaraan mogen particulieren en bedrijven zo veel geld doneren als ze willen. Officieel mogen de super-PAC’s niet met een kandidaat of zijn campagneteam overleggen over de te volgen koers, maar in de praktijk spelen hun publiciteitscampagnes al sinds 2012 een grote rol in de verkiezingen.
De democraat Bernie Sanders, die Hillary Clinton in de peilingen begint te naderen, is na Donald Trump de meestbesproken Amerikaanse presidentskandidaat van dit moment. En de meest onwaarschijnlijke. De wat norsige senator uit Vermont is een openlijk socialist, die het hele politieke systeem op zijn kop wil zetten.
De allereerste vraag op de allereerste campagne bijeenkomst van Bernie Sanders in Iowa komt van een jonge knul met een baard en een superheldenshirt. Hij wil weten wat Sanders’ plannen zijn voor de regelgeving rond onlinepoker.
‘Om heel eerlijk te zijn: dat is niet iets waarover ik al veel heb nagedacht,’ zegt de 73-jarige senator van Vermont ronduit. Hij zwijgt even en mompelt dan: ‘Een van mijn kinderen pokert best veel, geloof ik. Als de vraag is: mogen bedrijven pokerspelers een poot uitdraaien, dan is het antwoord nee. Ziet u, mensen, dat is iets wat je als senator leert: iedereen snijdt wel een probleem aan.’
Sanders heeft opvallend wit haar en zijn bruuske manier van praten en zijn zware Brooklyn-accent doen denken aan de komiek Larry David. Of om precies te zijn: aan Larry Davids imitatie van de barse honkbalclubvoorzitter Steinbrenner in Seinfeld. ‘Er is al meer geschreven over mijn haar dan over mijn plannen voor de infrastructuur of het hoger onderwijs, dat is zeker,’ klaagt Sanders later tegen me. Deze donderdagavond in mei houdt hij een toespraak op St. Ambrose University, een kleine katholieke universiteit in Davenport. De Republikein Rick Santorum is toevallig ook in de stad voor de lancering van zijn eigen campagne. Volgens de regionale krant The Des Moines Register werd Santorums bijeenkomst bijgewoond door tachtig mensen. Sanders trekt er circa zevenhonderd, meer dan alle andere kandidaten in Iowa dit seizoen.
Socialist
Het is bij de Democraten onderhand bijna een ritueel: de plotse opkomst in de eerste voorverkiezingen van een kandidaat die linkser is dan de grote favoriet. Bill Bradley in 2000, Howard Dean (net als Sanders uit Vermont) in 2004 en Barack Obama in 2008. Maar Sanders is nog linkser dan die vorige outsiders. Zijn tegenstander in de voorverkiezingen, Hillary Clinton, kan Amerika’s eerste vrouwelijke president worden. Sanders zou de eerste openlijk socialistische president zijn. Als je vraagt wat dat in de praktijk zou betekenen, wijst hij naar Europa, met name naar Scandinavië: ruimhartige sociale voorzieningen die iedereen een bestaansminimum garanderen, georganiseerd door een robuuste, activistische regering, die dat financiert met hogere belastingen voor rijken en bedrijven en bezuinigingen op zaken zoals de onnodige, 2 biljoen dollar verslindende oorlog in Irak.
Sanders is ervan overtuigd dat er veel steun bestaat voor zulke ideeën, niet alleen in de linkse marge maar in de hele arbeidersklasse, zelfs in overwegend Republikeinse staten. Toch zijn progressieve bewegingen door het establishment de afgelopen jaren naar de marge gedrongen (Howard Dean, de Occupy-beweging) of, zoals met de steun voor Obama’s plannen, een loze belofte gebleken. Maar door te blijven hameren op economisch populisme denkt Sanders een kans te maken, al is het een kleine.
‘Als je de sociale vraagstukken zoals abortus, homorechten en wapenbezit links laat liggen en je concentreert op de economische kwesties,’ zegt hij, ‘dan is er veel meer consensus dan de commentatoren inzien.’ In Davenport weet Sanders de aandacht van zijn publiek inderdaad bijna twee uur vast te houden met een fel, onvermoeibaar en af en toe zeer gedetailleerd verhaal over zijn politieke agenda. Dat is een soort nieuwe New Deal à la Oslo of Helsinki: een federaal banenprogramma (in vijf jaar tijd 1 biljoen dollar investeren in infrastructuur om daarmee 13 miljoen banen te creëren en onze luchthavens, bruggen, wegen en spoorlijnen op te knappen); een federaal minimumloon van 15 dollar per uur; het opknippen van grote banken die too big to fail zijn geworden; een grondwetswijziging om paal en perk te stellen aan de sponsoring van verkiezingscampagnes door het bedrijfsleven; afschaffing van het collegegeld voor alle openbare universiteiten; rijken meer belasting laten betalen en mazen in de wet dichten waardoor bedrijven belasting ontwijken; een belasting op CO2-uitstoot om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen en gebruik van alternatieve energie-bronnen te stimuleren; gratis kinderopvang voor iedereen; een ziekenfonds voor iedereen; betaald ziekteverlof en minstens twee weken betaald verlof voor alle werkenden. Er is nog meer, maar dit zijn de hoofdpunten van zijn betoog.
Als spreker is Sanders een stuk ongepolijster dan senator Elizabeth Warren, met wie hij het meest wordt vergeleken. Maar hij slaagt er heel goed in om van het begrip ‘inkomensongelijkheid’ (wat door al te frequent gebruik al net zo’n loze kreet dreigt te worden als ‘hoop en verandering’) niet alleen een heel schrijnend beeld te schetsen, maar er ook een prangende ethische kwestie van te maken. Hoe heeft het rijkste land in de geschiedenis het zover laten komen dat de rijkste 0,1 procent van de bevolking evenveel bezit als de armste 90 procent? Hoe bestaat het dat het inmiddels niet alleen mogelijk, maar zelfs volkomen vanzelfsprekend is dat één enkele familie (de gebroeders Koch, via een door hen aangestuurd politiek donornetwerk) meer geld aan de komende verkiezingen zal besteden dan de Democratische of de Republikeinse partij zelf? En nog fundamenteler: moet het kapitalisme echt alleen maar blijven streven naar groei ten koste van alles?
Het klinkt allemaal niet als materiaal voor filmpjes die viral zullen gaan op internet, maar toch weet Sanders met zijn drammerige antistijl een publiek in zijn ban te houden. Soms maakt hij een gebaar alsof hij tussen duim en wijsvinger iets heel kleins en onzichtbaars te pakken heeft dat zijn pleidooi onderstreept. Als hij naar een vragensteller luistert, tuit hij zijn lippen en steekt zijn kin naar voren, zijn gezicht staat dan ernstig en loopt soms rood aan. Waar alle andere kandidaten Amerika om het hardst ophemelen, zegt Sanders ijskoud: ‘Op dit vlak zijn we in Amerika zo ontzettend dom bezig, het is onvoorstelbaar. Nou ja, we zijn op een helebóél vlakken dom bezig…’ In Davenport zegt hij later: ‘Weet je wat ik mijn Republikeinse collega’s zou willen zeggen?’ Dan zwijgt hij, en bij Sanders is zo’n stilte meteen geladen: heel even verwachten we dat hij nu schuttingtaal gaat uitslaan. Dat beseft hij maar al te goed, dus hij rekt die stilte nog even en buldert dan: ‘Ik ben het niet met u eens.’ Maar omdat die gedachte aan schuttingtaal nog in de lucht hangt, klinkt zijn gespeelde beleefdheid meer als: ‘Go fuck yourselves!’ Het publiek gaat uit zijn dak.
Het is bij de Democraten onderhand een ritueel: de plotse opkomst van een kandidaat die linkser is dan de favoriet
Als je Sanders lang genoeg hoort spreken, merk je dat een handjevol uitdrukkingen steeds terugkeren en de aandachtige luisteraar waarschuwen dat er weer een harde waarheid aankomt: ‘in mijn ogen’, ‘kun je je dat voorstellen?’, ‘laat ik daar heel eerlijk over zijn’, ‘geloof het of niet’, ‘laat ik heel duidelijk zijn’, ‘en hoe komt dat nou?’ Het is opzwepend, die gefundeerde minachting van Sanders en het feit dat hij die niet verbloemt. ‘Mijn vrouw zegt altijd dat ik iedereen de put in praat.’ Dat is een grapje, maar niet helemaal. Zijn norsheid maakt hem op een bepaalde manier authentiek.
Er is al vaker opgemerkt dat hij verrassend populair is op de sociale media, en dat zijn grootvaderlijke gemopper op de stand van zaken lijkt aan te slaan bij twintigers, een moeilijk bereikbare groep kiezers. Juist omdat Sanders het tegendeel is van een BuzzFeed-kop, is hij misschien wel de ideale BuzzFeed-kop. Het is bijna onwerkelijk, die schurende, agressieve toon en openlijke minachting voor de conventies van het moderne campagne voeren. En het onderstreept nog eens hoe inhoudsloos en gekunsteld de optredens van de andere kandidaten zijn, hoe afgezaagd hun voorgekauwde teksten.
Sanders waakt ervoor om een rooskleurig portret van zichzelf te schilderen als grote redder die de boel wel even zal veranderen. Hij praat überhaupt niet veel over zichzelf. Als je het soort kandidaat bent voor wie presidentiële politiek vooral theater is, wil je een verhaal ophangen waarin jij de hoofdpersoon bent. Een massapubliek bereik je met verhalen van strijd en overwinning en een held of heldin die enerzijds zo gewoon is als je eigen broer of zus en anderzijds zo uitzonderlijk als, nou ja… als Amerika zelf, landgenoten!
Op de vijf verkiezingsbijeenkomsten in Iowa en New Hampshire die ik bijwoon, doet Sanders dat allemaal niet. In Davenport zegt hij: ‘Laat ik even wat over mezelf vertellen, vrienden.’ En dan volgen er welgeteld drie zinnen, waarin hij vertelt dat hij eerst burgemeester en lid van het Huis van Afgevaardigden is geweest voordat hij senator werd. Dat zijn vader een immigrant was die de kost verdiende met het verkopen van verf. En dat hij in zijn jeugd heeft ‘geleerd wat geld, of geldgebrek, voor een gezin kan betekenen, als je ruzie krijgt over elk dubbeltje dat wordt uitgegeven.’ (En om zelf thuis geen ruzie te krijgen wijst hij ook zijn vrouw Jane in de zaal aan en vertelt dat ze net 27 jaar getrouwd zijn.)
Halverwege twee interviews, als we het al hebben gehad over het banenverlies in de Amerikaanse industrie, de funeste invloed van internationale handelsovereenkomsten en de invloed van het bedrijfsleven op de Democratische partij, komen we te praten over zijn eerste politieke ambt, als burgemeester van Burlington. Ik vraag hoe hij, als geboren Brooklyner, in Vermont is beland. ‘Dus dit wordt weer zo’n verhaal dat vooral over mijn persoon gaat, in plaats van over wat ik wil bereiken?’ zegt hij geërgerd.
Toen Sanders in april officieel aankondigde dat hij het tegen Clinton wilde opnemen, werd hij meteen weggezet als een marginale figuur. De Columbia Journalism Review houdt dat precies bij: ABC Evening News besteedde achttien seconden aan zijn aankondiging (waarvan vijf voor een welkomsttweet van Clinton), CBS Evening News één zinnetje en The New York Times een stukje van zevenhonderd woorden op pagina 21.
Vergelijk dat eens met de bekendmaking van de kandidatuur van senator Ted Cruz. Blijkbaar is die minder ‘marginaal’ dan Sanders, al heeft hij openlijk begrip getoond voor complotdenkers die zeker weten dat Obama legeroefeningen in Texas laat houden omdat hij er de noodtoestand wil afkondigen. Cruz’ kandidatuur haalde de voorpagina van The New York Times, met een prominent artikel dat tweemaal zo lang was als dat over Sanders. Maar toen Sanders in Iowa veel publiek bleek te trekken, steeg de aandacht exponentieel. Niet omdat de media ineens dachten dat hij een serieuze kans maakt tegen Clinton, maar omdat ze verslaafd zijn aan het wedstrijdelement waar Sanders juist zo’n hekel aan heeft.
Winstkansen
Toch zegt Sanders dat hij zich niet alleen kandidaat heeft gesteld om een daad te stellen of om als een soort Democratische Tea Party Clinton verder naar links te trekken. ‘Ik had geen zin in een campagne die alleen bedoeld is om aandacht voor onze standpunten te krijgen, weet je, en hij ook niet,’ zegt zijn vrouw Jane op een tuinfeest in West Branch, bij Iowa City. ‘Ik lag dwars, ik gaf steeds allerlei redenen waarom hij het vooral níét moest doen. Ik voerde elk argument aan dat ik kon bedenken, inclusief de vraag: Kunnen we winnen? Ja, we willen de inhoud van het debat beïnvloeden. Maar dat doe je omdat je mensen wilt mobiliseren. En als ze de echte feiten horen, zullen ze anders stemmen.’
Ze wijst op Sanders’ tegenstander in de Senaatsverkiezingen van 2006: Richard Tarrant, een van de rijkste mensen in Vermont, die 7 miljoen dollar in zijn campagne stak en toch met een marge van 33 procentpunt verloor. ‘Als je alleen met veel geld een serieuze kandidaat kunt zijn,’ zegt ze, ‘dan had hij zelfs nooit burgemeester kunnen worden.’
Als Sanders een week na Davenport de vergaderkamer van zijn kantoor in Washington binnenstormt, is hij gejaagder en feller dan anders. Hij moet het vliegtuig naar Burlington halen, maar eerst moet hij nog tegen een defensiebegroting stemmen. In hoog tempo lopend én pratend, als een personage in een politieke dramaserie, begeeft hij zich naar de ondergrondse monorail tussen de Senaatskantoren en het Capitool. ‘Succes, senator,’ roept een jonge liftbediende hem na. In het Capitool stapt hij uit het treintje, een soort minimetro, beent naar de Senaatskamer, laat daar zijn stem registreren en staat in een mum van tijd al weer buiten. ‘Dat is democratie,’ zegt hij droog, en hij loopt naar een deur waar alleen senatoren door mogen. ‘Ik heb assistenten bij me,’ wuift hij de beveiliger weg, die wat beduusd kijkt maar ons niet tegenhoudt.
Buiten staat een auto te wachten. Sanders is bang om zijn vlucht te missen en kijkt onder het praten voortdurend op zijn horloge, onderbreekt het gesprek zelfs af en toe om de chauffeur aanwijzingen te geven. De vraag of hij kans maakt om president te worden is in veel opzichten totaal niet interessant. Hoeveel kans maakt hij nou tegen een buitengewoon slimme en gedreven tegenstander met 100 procent naamsbekendheid, met meer ervaring in het Witte Huis dan enige andere kandidaat in de geschiedenis en een obscene hoeveelheid geld (Clintons campagneteam belooft 2 miljard dollar bijeen te brengen) – plus natuurlijk de stimulans dat zij kiezers de kans biedt om wéér geschiedenis te schrijven, door de allereerste vrouwelijke president te kiezen? Vrij weinig kans, zou ik zeggen!
Als je niet bang bent om naïef of simplistisch te klinken en net als Sanders wilt geloven dat je het hele systeem kunt veranderen door je achterban te mobiliseren – wie weet wat er dan mogelijk is
Maar volgens Sanders gaat dat alleen op als de huidige electorale werkelijkheid niet verandert: een extreem lage opkomst, meer aandacht voor de persoon dan voor de inhoud, en de verderfelijke invloed van het grote geld. Dus de volgende vraag is veel interessanter: maakt Sanders kans om iets te veranderen aan de inmiddels breed geaccepteerde fundamenten van de moderne campagnevoering? Als je niet bang bent om naïef of simplistisch te klinken en net als Sanders wilt geloven dat je het hele systeem kunt veranderen door je achterban te mobiliseren – wie weet wat er dan mogelijk is.
Zeven jaar geleden brak Barack Obama alle records wat betreft kleine particuliere campagnebijdragen en de kiezersopkomst van Afro-Amerikanen. Sanders neemt vooral een voorbeeld aan de werknemers in de fastfoodsector die ijveren voor een minimumloon van 15 dollar: een eis die door de elite eerst nauwelijks serieus werd genomen, maar die uiteindelijk wel van beslissende invloed is geweest op de nationale discussie over het bestaansminimum (en in grote steden als Los Angeles, San Francisco en Seattle nu zelfs wettelijk is vastgelegd). Daarom wil Sanders in het door ego’s gedomineerde verkiezingscircus zijn eigen ego zo veel mogelijk buiten beeld houden. Hij wil alle aandacht die hij krijgt gebruiken om kiezers te verleiden met de nooit eerder geboden mogelijkheid van echte radicale verandering.
‘De Amerikaanse politiek is uitgegroeid tot een miljardenindustrie die de kiezers wijsmaakt dat de regering niets voor je kan doen en dat je je hoop moet vestigen op Wall Street en het bedrijfsleven,’ zegt Sanders in een van onze gesprekken. ‘Ik zeg vaak: Bedenk nou eens waarom de gebroeders Koch een miljard dollar in deze campagne willen steken. Als zij politiek zo belangrijk achten, kun jij dat misschien beter ook doen.’
Sanders is opgegroeid in Flatbush, een arbeidersbuurt in Brooklyn met een gemengde etnische samenstelling (Italianen, Ieren, Joden). Zijn vader Eli, een Poolse immigrant, en zijn moeder Dorothy, de in Amerika geboren dochter van Poolse Joden, woonden daar met hun twee zonen.
Sanders wil niet veel kwijt over zijn jeugd, maar makkelijk kan die niet geweest zijn. Zijn vader had een groot deel van zijn familie in de Holocaust verloren en zijn moeder overleed toen Sanders nog maar negentien was. Hij zat samen met zangeres Carole King op de James Madison High School (waar hij aanvoerder van het atletiekteam werd). Met zijn eerste vrouw, die hij op de universiteit had leren kennen, kocht hij in 1964 een lap grond (35 hectare voor 2500 dollar) in Vermont, in Middlesex. Hij hield altijd al van het platteland, zegt hij, en in 1968 vestigde hij zich voorgoed in die staat.
Het landelijke Vermont trok destijds zo veel ‘terug naar de natuur’-types aan dat gouverneur Deane Davis in 1971 zelfs een persverklaring over ‘de toestroom van zogenaamde hippies’ uitvaardigde: hij wilde bezorgde burgers verzekeren dat ‘de overgrote meerderheid van deze jonge passanten net als de meeste mensen rustig haar eigen gang gaat, volstrekt vreedzaam en zonder iemand lastig te vallen, ook al zijn hun uiterlijk en hun gewoonten misschien niet altijd naar onze smaak’.
Sanders had lang haar en kon zich helemaal vinden in de politieke overtuigingen van de tegencultuur, maar volgens vrienden was hij geen hippie. Hij kluste hier en daar als timmerman en maakte een documentaire over de socialistische vakbondsleider (en vijfvoudig presidentskandidaat) Eugene V. Debs. (Sanders sprak ook een deel van de voice-over in. ‘Als jij zo’n gemiddelde Amerikaan bent die veertig uur per week tv kijkt,’ zegt hij met een voice-overstem, ‘dan heb je vast weleens gehoord van belangrijke figuren als Kojak en Wonder Woman. Maar gek genoeg heeft niemand je ooit verteld over Gene Debs, een van de belangrijkste Amerikanen van de twintigste eeuw.’)
Nadat zijn huwelijk eind jaren zestig op de klippen was gelopen, probeerde hij als socialistische kandidaat vergeefs gekozen te worden tot senator en gouverneur. Zijn goede vriend en huisgenoot Richard Sugarman haalde hem in 1981 over mee te doen aan de burgemeestersverkiezingen van Burlington. ‘Ronald Reagan was net gekozen en ik zei: Kijk Bernard, in een land waar Reagan president kan worden, moet jij toch zeker burgemeester van Burlington kunnen worden!’ aldus Sugarman, die inmiddels een leerstoel aan de universiteit van Vermont bekleedt als specialist in het werk van de joodse existentialistische filosoof Emmanuel Levinas. Als volslagen onbekende en onafhankelijke kandidaat moest Sanders het opnemen tegen een Democraat die al vijfmaal was herkozen. Hij maakte geen schijn van kans. Maar hij won toch, met tien stemmen verschil.
Politieke aardverschuiving
‘Dat was een van de grootste politieke aardverschuivingen in de geschiedenis van Vermont, en onze staat is al meer dan tweehonderd jaar oud,’ vertelt Sanders me: voor het eerst klinkt hij bijna opschepperig. Sanders voldeed nooit aan de makkelijke karikatuur van de typische linkse politicus, daarvoor was zijn beleid veel te pragmatisch. In Burlington zorgde hij vooral dat de gemeente beter ging sneeuwruimen, hij ontwikkelde stadsparken en het havengebied, liet wegen opknappen en onderhandelde bij kabelaanbieders over een lager tarief voor consumenten (al bracht hij ook een bezoek aan de socialistische Nicaraguaanse president Daniel Ortega en riep daar een ‘zusterband’ uit tussen Burlington en Puerto Cabezas).
In het Huis van Afgevaardigden wist hij meer amendementen aangenomen te krijgen dan enig ander lid tussen 1995 en 2005, en hij benutte zijn positie als onafhankelijk kandidaat om met beide partijen samen te werken. (Die politieke behendigheid heeft Sanders nog steeds: de ultraconservatieve senator en klimaatontkenner James Inhofe omschreef hem onlangs als zijn ‘beste vriend’ in de Senaat.)
Wat betreft wapenbezit is Sanders’ stemgedrag zelfs veel rechtser dan dat van Hillary Clinton. Vermont is pro-wapenbezit, en in zijn boek Outsider in the House betreurde Sanders al in 1997 dat hij in het begin van zijn carrière veel stemmen van ‘arbeiders’ had verspeeld doordat ‘we dom zijn omgesprongen met de wapenkwestie’.
Hij heeft zijn carrière als Congreslid zelfs gedeeltelijk aan de National Rifle Association te danken: in de verkiezingen van 1990 werd zijn tegenstander, de zittende Republikeinse Afgevaardigde, doelwit van een serie tv-spotjes van de NRA omdat hij het wapenbezit aan banden wilde leggen. In 2013 zei hij enkele maanden na de schietpartij op een school in Sandy Hook tegen het lokale weekblad Seven Days: ‘Al neem je morgen de strengst mogelijke wapenwet aan, ik denk niet dat dat veel zou uitrichten tegen de tragedies waarvan we getuige zijn geweest.’
‘Ik weet dat hij al vrij lang met de gedachte speelde om zich verkiesbaar te stellen voor het presidentschap,’ zegt Sugarman. ‘Ik voorzag dat het hem zwaar zou vallen, en volgens mij merkt hij dat nu ook. Als presidentskandidaat moet je je vaak enorm inhouden. Maar hij raakte er steeds meer van overtuigd dat iemand het moest doen. Had hij het liever iemand anders zien doen? Dat denk ik wel. Ik denk dat hij in het begin hoopte dat Elizabeth Warren het zou doen. Maar hij heeft de handschoen opgepakt.’
Sugarman geeft toe dat zijn vriend ook wel van zijn openbare optredens geniet. ‘Hij vindt het heerlijk om rond te rijden en de kleinste plaatsjes in Vermont af te gaan,’ zegt hij. ‘Ik zei een keer tegen hem: Bernard, waarom laat je de mensen niet even met rust? Toen zei hij: Nee, ze willen dat ik kom luisteren naar wat ze willen. Ik zei: Misschien willen ze alleen maar dat ze eens een dagje met rust gelaten worden.’
Maar overschat hij de Amerikaanse behoefte aan revolutie niet? Al marcheren straks een miljoen van zijn aanhangers naar Washington, komen er dan niet evenveel Tea Party-aanhangers om het tegen hem op te nemen? ‘Goeie vraag,’ zegt Sanders. (Ook zo’n stopwoordje van hem.) ‘Het zal heel, heel moeilijk worden. En misschien is het wel onmogelijk. Niemand heeft mij ooit horen zeggen dat het makkelijk wordt.’
Auteur: Mark Binelli
Rolling Stone
VS | tweewekelijks tijdschrift | oplage 1,5 miljoen
Meest gelezen muziektijdschrift van de VS, gelanceerd in 1967. Oprichter Jann Wenner is nog altijd hoofdredacteur. Behandelt ook cultuur en politiek. Door The Guardian werd Rolling Stone omschreven als ‘De bijbel van de Sixties en de tegencultuur’.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.